CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb005856] Bijlage 7 behorende bij 24bb005840 -Nota zienswijzen M4H

Subcommissie bestemmingsplannen Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 15 oktober 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Hoorzitting44.848 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Beagle vraagt zich af wanneer de parkeerhubs gerealiseerd en operationeel zullen zijn, aangezien het bestemmingsplan verplicht om in hubs te parkeren in plaats van op eigen terrein. Ook de locatie van de toekomstige hubs is niet duidelijk. Hierdoor kan niet goed beoordeeld worden of de loopafstand tussen Beagle en de hubs acceptabel is. Voor huurders en beleggers is Beagle alleen interessant als deze afstand minder dan 300 meter bedraagt. Ook vraagt Beagle zich af waar geparkeerd kan worden in de periode totdat de hubs gerealiseerd zijn. De Europointgarage is hiervoor geen oplossing. Dit omdat gemeente en/of Havenbedrijf geen afspraken hebben met de eigenaar om de garage te gebruiken ten behoeve van Beagle in de periode tot aan de realisatie van de hubs. Vanwege het bovenstaande is het niet duidelijk hoe het onderdeel 22

‘parkeren’ van de omgevingsvergunning getoetst wordt. In de getekende overeenkomst tussen Havenbedrijf en Beagle wordt Beagle toegestaan om parkeerplaatsen voor bezoek, bezorgdiensten en laden en lossen te realiseren. Dit is niet mogelijk op basis van het ontwerpbestemmingsplan. 11.2 Geluidzone. Verder constateert Beagle dat het toekomstige gebouw geen geluidgevoelige functie in de zin van de Wet geluidhinder is. Om die reden verzoeken zij de aanduidingen geluidzone – industrie 1 en 2 ter plaatse van de beoogde nieuwbouw te verwijderen. Ook omdat de contour van geluidzone – industrie 1 dwars door het toekomstige gebouw loopt. Reactie 11.1 Parkeren. Wij zijn bekend met het initiatief van Beagle en er hebben diverse gesprekken plaatsgevonden tussen Beagle, gemeente en Havenbedrijf. Met Beagle is afgesproken dat zij een omgevingsvergunning aanvragen voor hun initiatief. Op het moment van behandeling van deze zienswijzennota is dit nog niet gebeurd. Het bestemmingsplan anticipeert echter op de ontwikkeling met een passende gebruiks- en bouwregels. Wij begrijpen de vraag om duidelijkheid over de parkeervoorzieningen. Hierover is de afgelopen tijd ook contact geweest. Beagle heeft inmiddels een overeenkomst gesloten met de eigenaars van de Europointgarage om daar de komende 10 jaar de benodigde parkeerplaatsen af te nemen.

Hiermee wordt voldaan aan de parkeerregels van dit bestemmingsplan en kan de omgevingsvergunning straks verleend worden. Gemeente en/of Havenbedrijf zijn verantwoordelijk voor de realisatie van de toekomstige hub waar de gebruikers van Beagle op termijn gaan parkeren. Deze hub komt op maximaal 400 m loopafstand van Beagle. Op dit moment wordt er met zoekgebieden een studie verricht naar de toekomstige locaties voor de mobiliteitshubs in het Galileipark. De kavels direct ten westen en ten zuiden van Beagle zijn onderdeel van de zoekgebieden. Mogelijk wordt het kavel ten zuiden van Beagle ingericht als tijdelijke collectieve maaiveld parkeervoorziening en komt hier later een permanente gebouwde mobiliteitshub. Beide kavels liggen ruim binnen de 300 meter loopafstand die Beagle wenst. Als de hub op termijn gerealiseerd is kunnen de gebruikers in het gebied een abonnement afsluiten ten aanzien van het gebruik van een parkeerplaats. Hiervoor wordt een toedelingssystematiek opgesteld, zodat alle toekomstige gebruikers kansen hebben op het gebruik van een parkeerplaats. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ter kennisgeving aan te nemen; 11.2 Geluidzone. Over het verzoek om de aanduidingen voor de geluidzones te verwijderen het volgende.

De aanduidingen voor de geluidzones hebben een signalerende functie: binnen de zones zijn geluidgevoelige functies (zoals woningen) alleen onder voorwaarden toegestaan. Het klopt dat kantoren en laboratoria geen geluidgevoelige functies zijn. De aanduidingen voor de geluidzones zijn daarom niet relevant voor Beagle. De contour van de geluidzone betreft echter een vaststaand gegeven, de ligging van de geluidzone wordt bepaald door het gezoneerde industrieterrein waar ze bij horen. Om die reden kunnen de geluidzones niet zomaar aangepast worden op onderliggende bestemmingen. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ongegrond te verklaren Voorstel Wij stellen voor zienswijze 11.1 ter kennisgeving aan te nemen en zienswijze 11.2 ongegrond te verklaren. 12 Stichting Motel Mozaïque, ontvangen d.d. 5 juli 2023 Voor de samenvatting, reactie en ons voorstel verwijzen wij naar onderdeel B (thema ‘evenementen’) van deze zienswijzennota. 23

13 Reclamant 13, ontvangen d.d. 5 juli 2023 Voor de samenvatting, reactie en ons voorstel verwijzen wij naar onderdeel A (thema ‘bouwhoogte nieuwbouw Marconistrip’) van deze zienswijzennota. 14 Object Rotterdam, ontvangen d.d. 5 juli 2023 Samenvatting Object ageert tegen het ontbreken van een evenementenregeling in het ontwerpbestemmingsplan. Verder geeft Object aan dat zij nu evenementen in het HAKA gebouw organiseren. Het is de vraag of zij in de toekomst nog wel een evenementenvergunning kunnen krijgen omdat evenementen niet toegestaan zijn op deze locatie in het ontwerpbestemmingsplan. Reactie Voor de samenvatting, reactie en ons voorstel op het ontbreken van een evenementenregeling verwijzen wij naar onderdeel B (thema ‘evenementen’) van deze zienswijzennota. Over de evenementen bij Object het volgende. Voor de evenementen die Object organiseert is een evenementenvergunning nodig, zoals zij zelf ook aangeven. Bij de afweging over het verlenen van een evenementenvergunning voor een kortstondig en incidenteel evenement in een gebouw, zoals hier bij HAKA, wordt niet naar de bestemming van het pand gekeken. De afweging gaat over andere aspecten, zoals openbare orde. Het bestemmingsplan vormt dus geen beperking voor de evenementen bij HAKA.

Bij evenementen in de openbare ruimte speelt het bestemmingsplan wel een rol omdat evenementen niet zijn toegestaan zijn in de verkeers- en groenbestemmingen. Om die reden stellen wij bij thema B ‘evenementen’ voor een regeling op te nemen die evenementen in de openbare ruimte van M4H toestaat. Zo is niet meer voor elk evenement een omgevingsvergunning nodig, naast een evenementenvergunning. 15 Rotterdam Festivals, ontvangen d.d. 5 juli 2023 Voor de samenvatting, reactie en ons voorstel verwijzen wij naar onderdeel B (thema ‘evenementen’) van deze zienswijzennota. 16 Stedin, ontvangen d.d. 5 juli 2023 Samenvatting Stedin heeft aan de Benjamin Franklinstraat 11 een schakelstation en aan de Keileweg 63 een terrein met onder andere een bedrijfsschool. De zienswijze heeft voornamelijk betrekking op deze locaties. Het andere deel van de zienswijze heeft betrekking op de resterende geluidzone van het gezoneerde industrieterrein ‘Havens Noord Oost-Frankenland’ (het resterende gezoneerde industrieterrein binnen M4H). Dit deel van de zienswijze heeft betrekking op het ontwerpbestemmingsplan ‘Parapluherziening geluidzone Havens Noordwest Oost-Frankenland’ dat gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan voor M4H ter inzage is gelegd.

16.1 Benjamin Franklinstraat 11 (perceel schakelstation) 16.1.1 Stedin geeft aan dat zij vier transformatoren in eigendom hebben bij het Tennet 150kV-transformatorstation aan de Galileistraat en één transformator bij hun eigen 24

schakelstation aan de Benjamin Franklinstraat 11. Het Tennet-station en het Stedin schakelstation betreffen verschillende percelen en hebben verschillende bestemmingen. Het Tennet-station is aangeduid als gezoneerd industrieterrein en het Stedin-station niet. Hoewel de vijf transformatoren op twee verschillende percelen staan zijn ze onderling gekoppeld en is er sprake van een gezamenlijk vermogen van 300 MVA. Om deze reden is Stedin van mening dat de installaties één geheel vormen. Daarom zou het perceel van Stedin hetzelfde bestemd moeten worden als het perceel van Tennet, met dezelfde gebruiks- en bouwmogelijkheden. Dit betekent ook dat het Stedin-perceel net als het Tennet-perceel bestemd moet worden als gezoneerd industrieterrein. Dit moet ook doorgevoerd worden in diverse passages van het MER en de bijlagen daarvan. Hierin wordt telkens gesproken over ‘Tennet’ wat aangepast moet worden in ‘Stedin’; 16.1.2 Stedin maakt zich zorgen over de bepalingen in artikel 40 over de vergunningplicht voor het splitsen van inrichtingen. Hierover zijn eerder gesprekken geweest met DCMR. Verzocht wordt om nader overleg over de bepalingen; 16.1.3 Stedin verzoekt aan te geven dat de geluidproductie van hun installaties onder de grenswaarde van een goed woon- en leefklimaat blijft, en dat gemotiveerd wordt dat dit acceptabel is.

Ook wordt verzocht de richtafstanden tot de toekomstige woonwerkgebieden aan te geven. Verder wordt er geen duidelijke conclusie getrokken over de hinder van het laagfrequent geluid dat door de transformatoren veroorzaakt wordt. 16.2

Keileweg 63 (perceel bedrijfsschool) Er lopen gesprekken tussen Stedin, gemeente en Havenbedrijf om een samenwerkingsovereenkomst (SOK) op te stellen. In de SOK komen afspraken over onder andere groenstroken, niet bebouwbare gronden en te ruilen gronden bij Stedins perceel aan de Keileweg 63. Stedin verzoekt het bestemmingsplan aan te passen op de lopende gesprekken. Concreet gaat het om de aanpassing van de maximale bouwhoogte naar 25 m, een bebouwingspercentage van 45%, de bebouwingsvrije zones worden geen openbare wegen en een passende bestemming voor de grondruilkavel. De groenstroken en langzaam verkeerroutes worden privaatrechtelijk geregeld. Op het terrein Keileweg 63 is ook een gasontvangstation (GOS) aanwezig. Er lopen al lange tijd gesprekken over het verplaatsen van deze installatie. Stedin merkt op dat het GOS correct bestemd is, en verzoekt ook de hogedruk gasleiding van Stedin een dubbelbestemming met planologische bescherming te geven. De leiding is belangrijk en er dient rekening mee gehouden te worden bij de gebiedsontwikkeling.

16.3 Parapluherziening geluidzone Havens Noordwest Oost-Frankenland 16.3.1 Stedin merkt op dat het lijkt alsof de aanduiding voor de geluidzone binnen het bestemmingsplan ‘Merwe – Vierhavens’ niet aansluit op de aanduiding voor de geluidzone binnen het bestemmingsplan Parapluherziening geluidzone Havens Noordwest Oost-Frankenland. Er zijn drie screenshots bijgevoegd om te duiden wat er bedoeld wordt: links de aanduiding ‘geluidzone industrie’ in de parapluherziening, in het midden de aanduiding ‘geluidzone - industrie 2’ in het bestemmingsplan M4H en rechts de aanduiding ‘geluidzone – industrie 1’ in het bestemmingsplan M4H. 16.3.2 Stedin heeft vragen over de geluidzone van het resterende gezoneerde industrieterrein, dat onder andere bestaat uit het perceel van Tennet. In figuur 2.3 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan voor de geluidzone (de parapluherziening geluidzone Havens Noordwest Oost-Frankenland) is een figuur opgenomen met twee geluidcontouren die samen de uiteindelijke contour van de geluidzone vormen. De twee contouren liggen over het terrein van Tennet heen, terwijl ze er omheen zouden moeten liggen; 25

Reactie Wij reageren hieronder puntsgewijs 16.1 Benjamin Franklinstraat 11 (perceel schakelstation) 16.1.1 Hoewel er sprake is van twee verschillende percelen met verschillende eigenaren zijn wij het met Stedin eens dat er sprake is van technische, functionele en organisatorische binding tussen de installaties op de twee percelen. De vier transformatoren op het perceel van Tennet zijn namelijk in eigendom van Stedin en deze transformatoren staan in verbinding met de transformator en het schakelstation op het perceel van Stedin aan de Benjamin Franklinstraat 11. Vanwege de technische, functionele en organisatorische binding kan het geheel als één inrichting in de zin van de Wet milieubeheer beschouwd worden en is er om die reden ook sprake van één grote lawaaimaker. Onder de Omgevingswet is Tennet op grond van artikel 5.78b Bkl een activiteit die in aanzienlijke mate geluid kan veroorzaken. Op grond van artikel 5.58 Bkl behoort het geluid van Stedin tot dezelfde activiteit als het geluid van Tennet. Dit komt omdat de activiteiten worden verricht op dezelfde locatie en rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan of elkaar functioneel ondersteunen.

Vanwege de samenhang tussen Tennet en Stedin stellen wij voor mee te werken aan het verzoek van Stedin om hun gronden ook als gezoneerd industrieterrein te bestemmen en een geluidverkaveling toe te kennen. Het voorstel voor de geluidverkaveling is met Stedin besproken en akkoord bevonden. Stedin verzoekt ook om dezelfde bestemming als Tennet, een elektriciteitsdistributiebedrijf met een transformatorvermogen van 200-1000 MVA (uit milieucategorie 4.2). Wij stellen voor om niet mee te werken aan dit deel van het verzoek om de volgende reden. Hoewel er op basis van de Wet milieubeheer sprake is van één inrichting is er in de praktijk sprake twee gescheiden schakelstations met een verschillend vermogen en dus een verschillende milieubelasting (in dit geval geluidproductie). Het Tennet schakelstation is een 150 kV-station met een vermogen van 300 MVA en valt in milieucategorie 4.2, het station van Stedin is een 23/25 kVstation met een vermogen van 100 MVA en valt in milieucategorie 3.2. Het is om die reden niet noodzakelijk om Stedin dezelfde bestemming te geven als Tennet. Stedin is in het ontwerpbestemmingsplan bestemd als een elektriciteitsdistributiebedrijf met een transformatorvermogen van 100-200 MVA uit milieucategorie 3.2 en dit past bij de activiteiten op het perceel.

Het is niet wenselijk de milieucategorie te verhogen vanwege de toekomstige gebiedsontwikkeling van het Marconikwartier. En dit is ook niet nodig aangezien er geen plannen zijn het schakelstation te verzwaren. Overigens is er nog wel enige uitbreidingsruimte binnen de bestemming aangezien er een schakelstation tot 200 MVA toegestaan is, en er nu slechts 100 MVA opgesteld is. Dit is met Stedin besproken en akkoord bevonden. Verder verzoekt Stedin om dezelfde bouwmogelijkheden als Tennet: een maximum bouwhoogte van 19 m en maximum bebouwingspercentage van 45%. Wij stellen voor ook hieraan niet mee te werken. De bouwmogelijkheden zijn afgestemd op de bestaande situatie, conform de systematiek die voor alle bestaande bedrijven in het gebied geldt. Daarom heeft Tennet een maximale bouwhoogte van 19 meter en mag het perceel voor 45% bebouwd worden. Voor Stedin is dit respectievelijk 7 meter en 35%. Omdat de mogelijkheden bij deze en andere bestaande bedrijven zijn afgestemd op de bestaande situatie vinden wij het niet opportuun de bouwmogelijkheden van Stedin te verruimen. Met name de 12 meter hogere maximale bouwhoogte heeft andere ruimtelijke consequenties dan de 7 meter die nu is toegestaan. Er is ook geen sprake van een concreet initiatief om uit te breiden. Ook dit is met Stedin besproken

26

en akkoord bevonden. Mocht er in de toekomst sprake zijn van een uitbreiding dan kan dat via een aparte ruimtelijke procedure met bijbehorende (milieu)onderzoeken; 16.1.2 Stedin wijst in haar zienswijze op een aantal bepalingen in artikel 40 over de geluidruimteverdeling. Uit dat artikel volgt dat het niet is toegestaan om bebouwing of gebruik te veranderen als dat er -kortgezegd- voor zorgt dat er op omliggende toetspunten een bepaalde geluidswaarde wordt overschreden. Ook het splitsen van een inrichting is om die reden niet zonder meer toegestaan, hiervoor is een omgevingsvergunning nodig. Wij hebben bij de DCMR geïnformeerd naar de gesprekken. Er zijn geen gesprekken geweest over het concreet splitsen van de milieuvergunning. Indien dat wel aan de orde is in de toekomst gelden de regels van artikel 40 en is een omgevingsvergunning nodig, waarvoor voorwaarden gelden; 16.1.3 Het 150 kV-station en ook de inrichting van Stedin zijn niet geluidrelevant bij woningen. De geluidruimte voor het 150 kV-station is in het plan gereguleerd en naar aanleiding van deze zienswijze wordt dat voor Stedin ook gedaan. Bij ‘voorstel’ is aangegeven dat dit door middel van een Zone Immissie Punt (ZIP) gebeurt, waaraan een bepaalde geluidproductie gekoppeld is. Zolang deze waarde niet overschreden wordt past het geluid binnen de geluidzone rond het industrieterrein.

Verder is hinder uitgesloten door de beperkte geluidproductie van Stedin en de relatief grote afstand tot de dichtstbijzijnde woningen (ca. 170 m). Wanneer er in de toekomst woningen binnen de geluidzone in Marconi- of Keilekwartier komen zal nader onderzoek gedaan worden naar het geluid van het industrieterrein (inclusief dat van Stedin) bij de nieuwe woningen. Hiervoor gelden de normen van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), of de normen van de Wet geluidhinder zolang er nog geen Geluidproductieplafonds zijn vastgesteld. Voor woningen buiten de geluidzone (het grootste deel van het Marconikwartier) kan op voorhand gesteld worden dat voldaan wordt aan deze geluidwaarden . In het geluidrapport is aangetoond dat het 150 kV station niet relevant is voor laagfrequent geluid (LFG), zie bijlage A7.5 geluidrapport. Dit geldt ook voor Stedin. 16.2

Keileweg 63 (perceel bedrijfsschool) De SOK waarnaar Stedin refereert is inmiddels vastgesteld. In de SOK zijn inderdaad een aantal zaken vastgelegd over grondsanering, groenstroken en niet bebouwbare gronden. Er worden ook indicatieve metrages genoemd voor eventuele nieuwbouw, maar de SOK bevat geen concrete afspraken over nieuwbouw. Daarom vinden wij het niet opportuun deze gevraagde metrages (25 meter bouwhoogte en 45% bebouwingspercentage) nu al in het bestemmingsplan op te nemen. Met Stedin is gesproken over de toekomstige herontwikkeling van hun perceel. In beginsel is herontwikkeling wenselijk, maar vooralsnog met minder bouwmogelijkheden dan de gevraagde 25 meter en 45%. Met Stedin is overeengekomen dat er op het oostelijk deel van hun perceel extra bouwmogelijkheden geboden worden. Het gaat om een maximale bouwhoogte van 25 meter en een bebouwingspercentage van 30%. Zie onderstaand voorstel voor de aanpassing van de verbeelding. Op het westelijk deel van het perceel wordt de bestaande situatie bestemd. Hiertoe stellen wij voor de bestemming van dit deel van het perceel aan te passen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan: de bestaande bebouwing krijgt een strak bouwvlak en het bebouwingspercentage komt te vervallen op dit deel van het perceel.

Wanneer er afspraken gemaakt zijn over de herontwikkeling van dit deel van het perceel kan er een aparte ruimtelijke procedure gevolgd worden. Op het noordoostelijke deel van het perceel staat overigens een gasontvangstation op een eigen perceel. Het gasontvangstation zelf is als zodanig bestemd, het omliggende perceel niet. Wij stellen voor deze omissie te herstellen en het perceel waarop het

27

gasontvangstation te bestemmen als ‘specifieke vorm van bedrijf – gasontvangstation’. Zie onderstaand voorstel voor de aanpassing van de verbeelding. Een ontwikkeling die wel concreet is, is de bouw van een nieuwe bedrijfsschool met bijbehorend oefenterrein. Met Stedin is afgesproken dat hiervoor een uitgebreide Wabo-procedure gevolgd wordt in plaats van dat de nieuwe bedrijfsschool met het bestemmingsplan M4H mogelijk gemaakt wordt. Dit omwille van de tijd. In het kader van deze procedure zijn ook een aantal onderzoeken uitgevoerd. De omgevingsvergunning zal ongeveer tegelijkertijd met de vaststelling van dit bestemmingsplan verleend worden. Wanneer de omgevingsvergunning onherroepelijk is kan de school gebouwd worden. In het ontwerpbestemmingsplan is een aanduiding opgenomen voor de tot voor kort bestaande bedrijfsschool. Deze is inmiddels gesloopt. Wij stellen voor deze aanduiding uit het bestemmingsplan te halen, zodat er geen doorkruising plaatsvindt met de procedure voor de nieuwe bedrijfsschool. De toekomstige bedrijfsschool past overigens wel in de bouwregels die hierboven voorgesteld worden. Wij stellen voor om de gasleiding van Stedin niet op te nemen. Deze is, anders dan bijvoorbeeld de gasleiding van de Gasunie, planologisch minder relevant. Bij ontwikkelingen in het gebied wordt in het kader van de KLIK-melding rekening gehouden met de leiding van Stedin.

16.3 Parapluherziening geluidzone Havens Noordwest Oost-Frankenland Formeel gezien heeft dit deel van de zienswijze betrekking op het bovengenoemd bestemmingsplan. De zienswijze is echter ingediend op het bestemmingsplan ‘Merwe-Vierhavens’ en wordt daarom hier behandeld. 16.3.1 Wij snappen de opmerking van Stedin omdat er sprake is van twee verschillende geluidzones die voor verwarring kunnen zorgen. Ten eerste valt het hele plangebied in de geluidzone van Waal-Eemhaven. Deze geluidzone ‘vult’ het hele plangebied en ligt dus ook over het gezoneerde industrieterrein binnen M4H (gezoneerd industrieterrein Havens Noordwest Oost-Frankenland, hierna ‘HNOF’). De geluidzone van WaalEemhaven is aangeduid met ‘geluidzone - industrie 2’, wat te zien is op de middelste screenshot. Deze geluidzone ligt overigens ook over de wijde omgeving van het plangebied. Daar is de geluidzone geregeld in de ter plaatse geldende bestemmingsplannen. Binnen het plangebied ligt het gezoneerde industrieterrein HNOF. Ook rondom dit industrieterrein ligt een geluidzone, die in het bestemmingsplan M4H is aangeduid met ‘geluidzone - industrie 1’. Dit is te zien op de screenshot rechts. De geluidzone ligt niet over het industrieterrein zelf (de buitengrens van het industrieterrein is de binnengrens van de geluidzone). De geluidzone ligt ook deels buiten het plangebied van M4H.

Voor dit deel is de parapluherziening opgesteld. Dit was nodig omdat de geluidzone van HNOF verandert door de aanpassingen aan het gezoneerde industrieterrein in het bestemmingsplan M4H. In de parapluherziening is de geluidzone aangeduid met ‘geluidzone – industrie’, wat dus eigenlijk gelezen moet worden als ‘geluidzone – industrie 1’. Screenshot links en rechts lijken niet op elkaar aan te sluiten omdat het gezoneerde industrieterrein zelf geen onderdeel is van de geluidzone. Ze sluiten echter wel degelijk op elkaar aan ter plaatse van de zone tussen de Van Helmontstraat en Keilestraat; 16.3.2 In figuur 2.3 staan drie contouren, waarvan er inderdaad twee door het perceel van Tennet lopen. Dit zijn indicatieve contouren. De buitenste contour, de voorgestelde zonegrens op 5 meter hoogte, bepaalt echter de uiteindelijke geluidzone. Deze contour loopt om het perceel van Tennet heen. Overigens is de contour niet meer actueel nu Stedin ook als gezoneerd industrieterrein bestemd zal worden. Er is een 28

nieuwe contour berekend die ook om het perceel van Stedin komt te liggen. Dit is met Stedin besproken en akkoord bevonden. Zie hiervoor ambtshalve wijziging 21. Voorstel Onderdeel 16.1, Benjamin Franklinstraat 11 (schakelstation) Wij stellen voor onderdeel 16.1.1 van deze zienswijze deels gegrond te verklaren en het bestemmingsplan aan te passen, in die zin dat het perceel met het schakelstation toegevoegd wordt aan het gezoneerde industrieterrein en een geluidverkaveling krijgt. De voorgestelde aanpassingen staan hier onder. Wij stellen voor het overige deel van de zienswijze 16.1.1 ongegrond te verklaren omdat het niet wenselijk is de bouwmogelijkheden en milieucategorie te verruimen. Verder stellen wij voor onderdelen 16.1.2 en 16.1.3 ter kennisgeving aan te nemen. Verbeelding • Op het perceel van Stedin worden de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – gezoneerd industrieterrein’ en ‘overige zone – industrieterrein met geluidruimteverdeling M4H’ toegevoegd; • Op het perceel van Stedin wordt de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – kavel met specifieke geluidruimte’ toegevoegd; • Ook de geluidzone binnen het plangebied wijzigt. Zie hiervoor ambtshalve wijziging 21.

Voorstel aanpassing verbeelding: links het ontwerpbestemmingsplan, rechts het vast te stellen bestemmingsplan. Regels Bijlage 3 van de regels wordt aangepast, in die zin dat: 1. Stedin de kavel aanduiding ‘Tennet/Stedin’ krijgt; 2. De 4 zone-immissiepunten (ZIPT 1 t/m 4) die in het ontwerpbestemmingsplan rondom het Tennet-transformatorstation liggen zijn vervangen door 5 zoneimmissiepunten die rondom de gronden van Tennet én Stedin geplaatst zijn. ZIPT 2 is 40 meter westelijker geplaatst zodat deze nu ten oosten van Stedin ligt, en er is een extra zone-immissiepunt geplaatst ten noorden van Stedin. De 5 zoneimmissiepunten zijn vernummerd naar ZIP 49 t/m 53: • ZIPT 1 is vernummerd naar ZIP 49; • ZIP 50 is het nieuw toegevoegde zone-immissiepunt; • ZIPT 2 is vernummerd naar ZIP 51; • ZIPT 3 is vernummerd naar ZIP 52; 29

• ZIPT 4 is vernummerd naar ZIP 53. Zie ook onderstaande afbeelding; 3. De waarden op de ZIP-punten worden aangepast rekening houdend met de gewijzigde ligging en de deelbijdrage Stedin. Zie onderstaande waarden.

Toelichting Paragrafen 3.1, 4.3.2 en 5.3 worden aangepast op het bovenstaande voorstel. Zie het wijzigingendocument voor ons tekstvoorstel. Onderdeel 16.2, Keileweg 63 (bedrijfsschool) Verbeelding Wij stellen voor onderdeel 16.2 gegrond te verklaren en de bouwmogelijkheden op het oostelijk deel van het perceel uit te breiden zoals hierboven beschreven. Op het westelijk deel wordt de bestaande bebouwing voorzien van een bouwvlak en vervalt het bebouwingspercentage. Het perceel van het gasontvangstation wordt bestemd als ‘specifieke vorm van bedrijf - gasontvangstation’.

Voorstel aanpassing verbeelding: links het ontwerpbestemmingsplan, rechts het vast te stellen bestemmingsplan. Regels Artikel 7 (Bedrijf – 4), sub ‘i’ wordt als volgt gewijzigd: ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 10': uitsluitend een netbeheerbedrijf uit milieucategorie 3.1 met bijbehorende activiteiten en voorzieningen zoals bijeenkomstruimten. Onderdeel 16.3, Parapluherziening geluidzone Havens Noordwest Oost-Frankenland 30

Wij stellen voor onderdelen 16.3.1 en 16.3.2 ter kennisgeving aan te nemen. 17

Reclamant 17, ontvangen d.d. 4 juli 2023

Samenvatting De reclamant ageert tegen de generieke bouwhoogte van 40 meter in Merwehaven. Verder stelt de reclamant voor het weilandje bij de Floating farm te bestemmen als Groen. Dit geeft een betere ruimtelijke kwaliteit dan het beoogde tijdelijke parkeerterrein. De andere kades in Merwehaven zijn ook bestemd als Groen. Reactie Voor de samenvatting, reactie en ons voorstel op de bouwhoogte in de Marconistrip verwijzen wij naar onderdeel A (thema ‘bouwhoogte nieuwbouw Marconistrip’) van deze zienswijzennota. Over de bestemming van het weilandje het volgende. Op korte termijn vertrekt de Floating Farm uit M4H. Het weilandje verdwijnt dan ook. Er is nu nog geen visie op de invulling van dit stukje M4H voor de periode na het vertrek. Een groenbestemming zoals de reclamant voorstelt is nu niet opportuun omdat wij niet weten of hier groen gaat komen. Daarom hebben wij deze gronden bestemd als Verkeer - Verblijfsgebied. Dit doen wij ook bij de andere gronden die braak liggen en waar nu nog geen visie op is. Binnen de bestemming Verkeer - Verblijfsgebied zijn verschillende functies mogelijk, waar onder groen. Mocht er toch een andere functies gewenst zijn dan kan dit met een aparte ruimtelijke procedure mogelijk gemaakt worden.

Voorstel Wij stellen voor het deel van de zienswijze over de maximale bouwhoogte gegrond te verklaren en het deel van de zienswijze over het weilandje ongegrond te verklaren. 18

Vereniging de Alternatieve Garage ’t Eendeëi d.d. 4 juli 2023

Samenvatting De vereniging bestaat uit ca. 450 liefhebbers van Citroën A-typen en biedt haar leden de mogelijkheid onderhoud- en reparatiewerkzaamheden uit te voeren in haar garage aan de Van Helmontstraat 11-13. Bij de garage hoort ook een magazijn en er zijn stallingsmogelijkheden. Er is geen sprake van een winstoogmerk en er worden diverse cultureel-maatschappelijke activiteiten georganiseerd. ‘t Eendeëi is ruim 40 jaar in Rotterdam aanwezig en met dank aan de gemeente ca. 10 jaar op de huidige locatie in M4H. Er zijn goede contacten met de omgeving en de vereniging is blij met haar huidige locatie. ’t Eendeëi is van mening dat zij als makers in het toekomstige profiel van M4H passen. Er wordt zorggedragen voor cultureel erfgoed en er is maatschappelijke betrokkenheid. Bovendien zorgt de bedrijfsvoering niet voor milieuhinder en kunnen de activiteiten bijdragen aan het onderscheidende karakter van het toekomstige woongebied. De vereniging is bang dat zij haar locatie in M4H moet verlaten wanneer de gebiedsontwikkeling van start gaat. Het is de vereniging de afgelopen tijd niet gelukt een andere locatie te vinden, ook niet na gesprekken met de gemeente en contact met de gemeenteraad. De vereniging vreest voor haar voortbestaan en verzoekt het huurcontract alleen op te zeggen indien de gemeente alternatieve huisvesting biedt.

Reactie Wij onderschrijven de maatschappelijk-culturele meerwaarde van de vereniging in M4H en om die reden hebben wij de ruimte de afgelopen jaren beschikbaar gesteld op basis van een 31

tijdelijk huurcontract. Met een tarief dat daarbij passend is. Wij hebben altijd duidelijk aangegeven dat de vereniging op deze locatie mag blijven huren zolang dit mogelijk is met oog op de gebiedsontwikkeling. Wanneer de gebiedsontwikkeling op deze locatie van start gaat moet de vereniging echter op zoek naar een andere locatie. De vereniging voert namelijk een hobbymatige functie uit en dit type activiteit past niet binnen de geprioriteerde doelgroepen die beoogd zijn voor M4H, namelijk: maakindustrie in de categorie energie, circulair en nieuwe mobiliteit en stedelijke voorzieningen die ondersteunend zijn aan het woon-werkmilieu. Daarnaast moeten wij ons als gemeente houden aan een eerlijk speelveld en gelijke behandeling van partijen, mede met het oog op het Didam-arrest. Dit betekent dat wij in de toekomst, wanneer de nieuwbouw er staat, niet langer een gereduceerd huurtarief kunnen bieden. De vereniging is zelf verantwoordelijk voor het zoeken van een nieuwe locatie. Wel hebben wij als gemeente, op verzoek van de vereniging, verkend of er binnen het gemeentelijk grondgebied locaties zijn die passend waren. Vooralsnog waren er echter geen beschikbare geschikte locaties. Wij zullen ons hiervoor blijven inspannen. Voorstel Wij stellen voor deze zienswijze ter kennisgeving aan te nemen. 19

Poelmann van den Broek Advocaten namens SCP RE 1 BV, ontvangen d.d. 4 juli 2023

Samenvatting Algemeen De zienswijze heeft betrekking op de zogenaamde FTR-locatie aan de Galileistraat 36-40. De reclamant geeft een uiteenzetting over de eigendomssituatie. FTR Ontwikkeling BV is erfpachter van het terrein, de gemeente Rotterdam is bloot eigenaar. SCP RE 1 BV (hierna ‘SCP’), die door de reclamant vertegenwoordigd wordt, heeft een optie op verwerving van de rechten van FTR BV. SCP wil de locatie herontwikkelen naar een circulair groot handelsgebied en heeft daarvoor een naar eigen zeggen concreet ontwikkelingsplan. Concreet verzoekt SCP deze ontwikkeling te onderzoeken in het MER en te bestemmen in het vast te stellen bestemmingsplan. De zienswijze bestaat feitelijk uit twee delen: een onderbouwing waarom het bestemmingsplan in de huidige vorm niet juist is en een onderbouwing waarom medewerking verleend zou moeten worden aan het initiatief. Bestemming in ontwerpbestemmingsplan In het eerste deel verwijst SCP naar de zienswijze die FTR Ontwikkeling BV tegen het bestemmingsplan heeft ingediend (dit is zienswijze 27 uit deze nota). Hierin wordt kortgezegd geageerd tegen de in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen bestemming. FTR is bestemd als Bedrijf - 2, waarbinnen laad-, los- en overslagbedrijven van fruit ten behoeve van zeeschepen zijn toegestaan. De maximale milieucategorie is 4.2.

De bestemming is volgens die reclamant te ver ingeperkt qua milieuruimte ten opzichte van de beheersverordening en sluit niet aan bij de vergunde situatie. Volgens SCP heeft de gemeente daarom maar twee keuzes. Ofwel de gemeente verruimd de bestemming conform de bestaande en vergunde situatie, zodat weer zware bedrijvigheid mogelijk is. Dit heeft tot gevolg dat de herontwikkeling van de omgeving met woningbouw moeilijker wordt. De lichtere bedrijfsbestemming bestemming van het ontwerpbestemmingsplan handhaven is geen optie. Het alternatief is meewerken aan het initiatief van SCP. Initiatief Het initiatief gaat uit van een groot circulair handelsgebied met maakindustrie, retail, stadslogistiek en logistiek te water (hierna: ‘het initiatief’). Het gaat om een warenhuis van 32

37.000 m² b.v.o. met 69 loading docks voor stadslogistiek en 4.000 m² kantoorruimte voor deze functie. Verder gaat het uit van 32.000 m² b.v.o. zelfstandige kantoorruimte (die eventueel omgezet kan worden in wonen), 8.000 m² b.v.o. detailhandel en horeca, 4.200 m² b.v.o. maakindustrie en ca. 1.400 parkeerplaatsen. Bij de detailhandel moet gedacht worden aan winkels voor sport, cultuur en recreatie en bij de horeca aan een foodcourt of grand café. De bedrijfsruimtes hebben verschillende schaalniveaus: van 1.000 tot 1.500 m² en van 200 m². Het gebouw vult een groot deel van het terrein en bestaat uit meerdere bouwlagen, met een maximum van 20 bouwlagen ter plaatse van twee hoogteaccenten. Rondom het gebouw komt een parkachtige aanleg. Het gaat om de overslag van consumentengoederen zoals kleding, elektronica, meubels en voedsel. Die komen aan per schip, en worden overgeslagen op emissievrije schepen en vrachtwagens. Volgens SCP heeft het alternatief minder negatieve effecten op het milieu dan de huidige bestemming, of de verruimde bestemming die volgens SCP en FTR opgenomen moet worden. Zo wordt het handelsgebied niet bevoorraad met zeeschepen en zijn minder ligplaatsen nodig, wat nestgeluid scheelt. Daarnaast is het initiatief in lijn met het Ruimtelijk Raamwerk, en vraagt SCP zich af waarom maar een deel van het Ruimtelijk Raamwerk in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen is.

In de zienswijze wordt gerefereerd naar een impressie van het gebied in 2050. De FTRlocatie maakt dan een belangrijk onderdeel uit van de ruimtelijke hoofdstructuur. Ook is een tabel uit het Ruimtelijk Raamwerk in de zienswijze opgenomen waarin de totale programmatische bandbreedte voor 2035 en 2050 te zien is (wonen en werken). SCP merkt op dat overigens niet duidelijk uit het Ruimtelijk Raamwerk blijkt waarom FTR en Vierhavens pas na 2035 worden herontwikkeld. Op basis van de tabel en andere onderdelen van het Ruimtelijk Raamwerk wordt geconcludeerd dat het woningbouwprogramma voornamelijk in Vierhavens is voorzien (en niet op de FTR-locatie). De invulling van FTR met logistieke bedrijvigheid is daarmee in lijn met het Ruimtelijk Raamwerk. Het initiatief sluit ook aan bij de beoogde bebouwings- en hoofdinfrastructuur uit het Ruimtelijk Raamwerk. Tot slot wordt gerefereerd aan de acht leidende principes voor duurzaamheid uit het Ruimtelijk Raamwerk. SCP geeft een uiteenzetting om welke redenen hier aan voldaan wordt. Zo voorziet het plan in ruimte voor maakbedrijven, is een distributiecentrum voor stadslogistiek een vorm van voorzieningen delen en wordt gebruik gemaakt van duurzame mobiliteit. Het initiatief is uitgewerkt in het document ‘Kansen voor M4Havens, een onderzoek naar ontwikkelingsmogelijkheden voor plangebied M4H’ d.d. 24 februari 2023.

Het document is bij de zienswijze gevoegd en het initiatief is besproken met vertegenwoordigers van de gemeente en het Havenbedrijf. Omdat het initiatief besproken is, en het volgens SCP voldoende concreet en onderbouwd is, moet de gemeente op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel afwegen of medewerking aan het initiatief kan worden verleend. Ook had het initiatief volgens SCP als een concreet initiatief meegenomen moeten worden in de Milieueffectrapportage (MER) van het bestemmingsplan. De ontwikkeling ligt namelijk binnen het projectgebied van het Ruimtelijk Raamwerk, binnen het bestemmingsplangebied en binnen het gezoneerde industrieterrein. Tot slot geeft SCP aan dat het motief om de locatie pas in 2050 te herontwikkelen vanwege het lopende erfpachtcontract niet ruimtelijk relevant is. Aanvulling Op 2 oktober 2023 heeft SCP een aanvulling op de zienswijze van 4 juli ingediend. In de aanvulling wordt nader ingegaan op het initiatief. Doel is het initiatief verder concreet te maken en te onderbouwen, zodat het initiatief opgenomen wordt in het vastgestelde bestemmingsplan. Ook wordt er nog wat nadere informatie over het initiatief gegeven, dit is verwerkt in de samenvatting onder ‘initiatief’. De aanvulling bevat vooral een toetsing aan 33

beleidskaders en milieuwetgeving. SCP concludeert dat het initiatief past binnen de beleidskaders en milieuwetgeving en dat het bovendien voordelen oplevert voor de woningbouw in het gebied. Hieronder volgen beknopt de conclusies van SCP. Onderbouwing beleid • De functies wonen en kantoren zijn in lijn met het provinciaal beleid. Het kantoorprogramma is ook in lijn met de Visie en Strategie Rotterdam Makers District, Ruimtelijk Raamwerk en de Strategie Werklocaties van de MRDH, waarin beschreven is dat er 65.000 m² kantoor is toegestaan. In M4H wordt 40.000 m² geprogrammeerd en door de kantoormeters van het initiatief te segmenteren (25.000 m² zelfstand, 4.000 m² bedrijfsgebonden stadslogistiek en de rest kleinschalig of bedrijfsgebonden) past dit binnen de beleidskaders; • Er is geen sprake van een compensatieplicht vanuit de provincie vanwege het verdwijnen van 16,6 ha watergebonden en HMC-bedrijventerrein die met het initiatief gepaard gaat. Dit omdat er op basis van de PKB-PMR ca. 228 ha ruimte gecreëerd is in het bestaande havengebied voor watergebonden of HMC-bedrijven waarmee de 16,6 ha van de FTRlocatie gecompenseerd kan worden; • De maximaal 8.000 m² nieuwe detailhandel past binnen het provinciale detailhandelsbeleid.

Hierin is namelijk kleinschalige detailhandel buiten de centra toegestaan bij onder andere sportvoorzieningen, op locaties met veel passanten, als gemakswinkel en als ondergeschikte detailhandel bij maakindustrie. Ook past het binnen het gemeentelijke detailhandelsbeleid om bovengenoemde redenen; • Het provinciale beleid ten aanzien van externe veiligheid, vaarwegen, klimaatverandering, waterkeringen en nestgeluid vormt ook geen beperking. In algemene zin geldt dat alle onderzoeken in het kader van het bestemmingsplan gedaan zijn ook gelden voor de FTR-locatie. Daarom zijn de conclusies ook van toepassing op het initiatief; • De functies van het initiatief zorgen voor een verbetering van de relatie tussen rivier en stad en extra maakindustrie. Het initiatief is daarom volledig in lijn met de gemeentelijke omgevingsvisie; • De mogelijke woningbouw is in lijn met de Woonvisie en de bedrijfsmeters in lijn met de Nota bedrijfsruimte; • Door de werkfuncties, bijzondere ligging en ontmoetingsfunctie is er ruimte voor nieuwe horeca; • Vanwege de stadslogistiek, distributielijnen over water en CO2 neutraal voldoet het initiatief aan de Havenvisie; • Het initiatief kan op basis van de randvoorwaarden van de gemeente en Havenbedrijf gerealiseerd worden, het is niet nodig dat de gronden eerst terugkomen naar het Havenbedrijf.

Dit is in lijn met de Samenwerkingsovereenkomst uit 2007 tussen gemeente en Havenbedrijf; • Het initiatief is in lijn met de hoofdopzet voor de ruimtelijke structuur uit het Ruimtelijk Raamwerk voor deze locatie. Er wordt naadloos aangesloten op de doorkijk naar 2050; • Voor het initiatief kan ook een kameleonbestemming worden opgenomen, dit sluit aan bij de wijze van bestemmen op andere locaties in het bestemmingsplan. Onderbouwing milieuaspecten • Het initiatief heeft een verkeersgeneratie van maximaal 5.850 motorvoertuigen per etmaal. Het aantal vrachtwagenbewegingen neem niet relevant toe, het aantal personenauto’s wel. Het aantal scheepvaartbewegingen met grote schepen neemt af. Het is niet nodig de hoofdinfrastructuur ingrijpend te wijzigen. De ontsluiting van het initiatief zal voornamelijk via het kruispunt Keileweg-Vierhavensstraat gaan. Hoewel daar zonder het initiatief al een mogelijk knelpunt ontstaat hoeven de extra verkeersbewegingen van het initiatief het knelpunt niet te vergroten. Door monitoring en verkeerskundige 34

•

• • • • • • • • •

•

maatregelen kunnen de knelpunten aangepakt worden. Verder wordt bij de uitwerking van het initiatief onderzocht hoe ingezet kan worden op OV en alternatieve mobiliteitsvormen. Hierdoor neemt het autoverkeer af. Overigens is het volgens SCP beter de kruispunten waar overbelasting dreigt nu al aan te pakken en daarbij te anticiperen op de komst van het initiatief; De realisatie van het initiatief zorgt ervoor dat een deel van het (geluid) maatregelenpakket voor de ontwikkeling van Marconi- en Keilekwartier nu al getroffen wordt. Verder zorgt het initiatief ervoor de geluidbelasting op het omliggende gebied daalt doordat ligplaatsen komen te vervallen en de hoeveelheid industrielawaai daalt. Peutz heeft voor SCP berekend dat de geluidbelasting op het zuidelijk deel van de lange Merwepier met 5 tot 8 dB(A) daalt; Omdat de hoeveelheid scheepvaartverkeer afneemt is het aannemelijk dat er geen knelpunten ontstaan voor de luchtkwaliteit; Er zijn mogelijk maatregelen nodig vanwege de geurcontour van AVR. Daarnaar wordt onderzoek gedaan op het moment van vergunningaanvraag voor het alternatief; Het initiatief veroorzaakt geen stofhinder; Door de ontwikkeling van het initiatief kunnen nu al maatregelen genomen worden om het overstromingsrisico van de locatie te verkleinen.

Verder levert het initiatief een positieve bijdrage aan de wateropgave; Het initiatief ligt buiten de relevante risicocontouren waardoor externe veiligheid geen beperking vormt; Het initiatief zorgt niet voor een verslechtering van de nautische veiligheid omdat er niet op de hoeken van het perceel gebouwd wordt; Onder andere door het realiseren van groen worden de gezondheidsaspecten verbeterd; Door het initiatief verbetert de grondkwaliteit omdat mogelijk vervuilde bodem gesaneerd zal worden; Het initiatief komt niet in een beschermd natuurgebied. In de aanlegfase is er toename van stikstofdepositie maar in de gebruiksfase ligt dit lager dan de huidige situatie omdat er minder grote schepen aanmeren bij FTR. Er volgt nader onderzoek naar beschermde soorten bij de realisatie van het initiatief; De huidige activiteiten van FTR zijn afhankelijk van fossiele brandstof. Doordat het aantal schepen afneemt en de distributie naar de stad met elektrische auto’s en fietsen gaat zorgt het initiatief voor meer duurzaamheid. Er ontstaan kansen voor zonnepanelen en circulaire energie bij de nieuwbouw. Bij de nieuwbouw worden zo veel mogelijk bestaande materialen gebruikt en er wordt gestreefd naar zelfvoorzienend te zijn voor energie.

Reactie - context Wij danken SCP voor hun uitgebreide toelichting op het initiatief dat zij voor deze locatie hebben. Naar aanleiding van de zienswijze heeft er op 8 november 2023 een gesprek plaatsgevonden tussen gemeente (directeur Economie en Duurzaamheid, gebiedsaccountmanager Delfshaven, projectleider M4H en BWT), Havenbedrijf, initiatiefnemers en eigenaars van de locatie. Op 5 april 2024 heeft er nogmaals een gesprek plaatsgevonden tussen gemeente (directeur Economie en Duurzaamheid, directeur Gebiedsontwikkeling, projectleider M4H) en SCP. Voor wij op de inhoudelijke reactie ingaan is het voor de lezer van deze zienswijzennota goed om wat achtergrondinformatie te hebben. Dit omdat deze zienswijze samenhangt met twee andere zienswijzen en er een geschiedenis is. Stakeholders SCP stelt dat zij een optierecht hebben op het erfpachtrecht van deze locatie. Het erfpachtrecht is nu nog in bezit van FTR Ontwikkeling BV (hierna ‘FTR’), de indieners van zienswijze 27. SCP betaalt FTR jaarlijks een bedrag voor het optierecht en streeft er naar de locatie te herontwikkelen. Aan SCP zijn twee partijen gelieerd: Somerset Capital Partners 35

(SCP, vastgoed ontwikkelaar van logistiek vastgoed) en Intospace, een door SCP opgerichte vastgoedontwikkelaar voor logistiek vastgoed. Intospace is door SCP opgericht om de activiteiten op het gebied logistiek vastgoed te verzelfstandigen. SCP RE 1 BV, Somerset Capital Partners en Intospace staan allemaal ingeschreven op hetzelfde adres in Oisterwijk. De andere twee partijen die een rol spelen op deze locatie zijn FTR Ontwikkeling BV (FTR, zienswijze 27) en Acces World Rotterdam (AWR, zienswijze 21). FTR is een vastgoedbelegger en beheerder en de erfpachter van de FTR-locatie. Zij verhuren de locatie op dit moment aan AWR, de drijver (exploitant) en huurder van de FTR-locatie, waar op dit moment op- en overslag van o.a. non-ferrometalen plaatsvindt. Samenhang met zienswijzen 21 en 27 FTR ageert in zienswijze 27 tegen het bestemmen van de op- en overslag van ‘fruit’ (milieucategorie 4.2) omdat de gronden volgens hen tot 2050 gebruikt mogen worden voor de op- en overslag van non-ferro metalen (milieucategorie 5.3), het huidige gebruik. Het huidige gebruik is niet bestemd in het ontwerpbestemmingsplan omdat de privaatrechtelijke toestemming afloopt op 1 april 2025. Het gebruik voor non-ferro is toegestaan op basis van de milieuvergunning van AWR.

AWR (zienswijze 21) heeft door middel van de zienswijze onderzocht of hun huidige en vergunde activiteiten (op- en overslag van non-ferro) binnen de geluidruimte van het bestemmingsplan past. Zij concluderen dat dit in grote lijnen past en hebben alleen enkele detailopmerkingen. Evenwel verzoeken zij om een positieve bestemming. Erfpachtsituatie Het erfpachtcontract dat op de locatie geldt stamt uit 2001. Het destijds nog gemeentelijke Havenbedrijf heeft een erfpachtcontract met Fruit Terminal Rotterdam, de voorloper van FTR Ontwikkeling BV gesloten. Het initiële contract loopt tot en met 31 maart 2025 en gaat uit van de op- en overslag van fruit. Er is een optie tot verlenging tot 2050. Hiervoor gelden dezelfde gebruiksbepalingen: op- en overslag van fruit. In de afgelopen jaren heeft HbR een aantal keer medewerking verleend voor een tijdelijk afwijkend gebruik. De meest recente afwijking is die voor de op- en overslag van non-ferro door AWR en haar voorganger sinds 2015. Het gaat hierbij nadrukkelijk om een tijdelijke afwijking tot en met 31 maart 2025. Vanaf 1 april 2025 mag het terrein alleen (weer) gebruikt worden voor de op- en overslag van fruit. Dit is een voorwaarde voor het toepassen van het optierecht dat geldt voor de periode tot 2050. Hiervoor geldt ook de voorwaarde dat er overeenstemming bereikt moet worden over de erfpachtcanon tussen HbR en FTR.

Een nadere onderbouwing van het bovenstaande is te vinden bij de beantwoording van zienswijzen 21 en 17. De stelling van FTR en AWR dat er tot 2050 op- en overslag van nonferro mag plaatsvinden is dus niet juist. Eerdere gesprekken FTR, Somerset en Intospace hebben in de periode mei 2022 tot en met het heden op verschillende momenten contact gehad met gemeente en HbR over het initiatief . De gemeente heeft hierbij aangegeven dat er in de stad wel behoefte is aan stadslogistieke hubs, maar dat de FTR-locatie niet is opgenomen als zoekgebied hiervoor omdat dit niet aansluit bij de toekomstvisie van M4H. Vanuit het HbR is in alle gesprekken aangegeven dat de locatie zeer geschikt is voor een fruitterminal en dat de locatie hiervoor gebruikt moet worden. Reactie – inhoudelijk Los van de bovenstaande context, die met name privaatrechtelijk is, hebben wij het initiatief in ruimtelijke zin beoordeeld. Hierbij moet benadrukt worden dat dit een beoordeling vanuit de gemeente is en niet vanuit de belangen van het Havenbedrijf. De privaatrechtelijke omstandigheden wegen in beginsel niet mee bij de vraag of het initiatief in ruimtelijke zin wenselijk is (maar wegen wel mee bij de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan). De 36

conclusie van de beoordeling is dat er meerdere redenen zijn om geen medewerking te verlenen aan het initiatief. De redenen wegen allemaal even zwaar en zijn als volgt. Visie op het gebied Het Ruimtelijk Raamwerk is in 2019 vastgesteld door de gemeenteraad en vormt de grondslag/onderlegger van het bestemmingsplan. Ontwikkeling van de FTR-locatie is net als het Sappencluster en de Gustoweg pas voorzien in de periode na 2035 tot 2050. Tot die tijd blijven de huidige bedrijven aanwezig conform de lopende erfpachtcontracten. Daarom zijn de gronden in het ontwerpbestemmingsplan conform de lopende contracten bestemd. In het geval van de FTR-locatie erkennen wij dat het ‘huidige gebruik’ overigens wat diffuus is. Op dit moment is dat namelijk de op- en overslag is van non-ferro. Maar omdat de toestemming voor dit gebruik op grond van de erfpachtovereenkomst op 1 april 2025 afloopt is hier in eerste instantie gekozen voor op- en overslag van fruit, de vervolgfunctie. Bij de beantwoording van zienswijzen 21 (Acces World Rotterdam) en 27 (FTR Ontwikkeling B.V.) stellen wij voor dit gebruik te verruimen met het huidige gebruik, de op- en overslag van nonferrometalen. Het Ruimtelijk Raamwerk bevat voor de periode na 2035 nog geen concreet programma voor deze locaties. Alleen de hoofdstructuur is vastgelegd.

Het initiatief past overigens niet in die structuur (zie het onderdeel ‘stedenbouwkundige inpassing’). Voor de verdere uitwerking van de gebieden zal in de toekomst een visie opgesteld worden. Omdat er nog geen visie op de FTR-locatie is, is het niet opportuun om nu mee te werken aan dit initiatief. Vanwege de ligging heeft de locatie veel potentie en zijn ook andere stedelijke functies mogelijk. Hoewel er nog geen concreet beleid is voor de FTR-locatie past het initiatief niet goed in de algemene ambitie om M4H te ontwikkelen tot gemengd gebied met wonen en een innovatiemilieu voor de maakindustrie. Hierin is volop ruimte voor maakbedrijven en daaraan ondersteunende functies. De interactie tussen de verschillende bedrijven en organisaties is de bron van innovatie. Het aandeel maakindustrie in het initiatief is juist erg laag (4.7% van het totale bvo) en draagt daarom niet bij aan de ambitie. Ook de ontwikkeling van logistiek vastgoed en grote aantallen kantoormeters zorgt niet voor de gewenste interactie. Verder zal er door de schaal van het initiatief eerder een losstaand element ontstaan, zonder raakvlakken met het innovatieve maakmilieu. Nergens in het M4H-gebied wordt 37.000 m² vastgoed voor één functie ontwikkeld.

In het voorstel wordt ook niet aangetoond waarom de nabijheid van innovatieve maakindustrie van meerwaarde is voor deze vastgoedontwikkeling, of andersom: waarom de voorziene maakbedrijven en ondersteunende functies gebaat zouden zijn bij de ontwikkeling van dit logistieke vastgoed. Kantoorfuncties zullen een plek krijgen in de gebiedsontwikkeling, maar dan ondersteunend aan de innovatieve maakindustrie. Stedenbouwkundige inpassing Een grootschalige logistieke hub sluit niet aan bij de ambities van het naastgelegen deelgebied Galileipark om een innovatiemilieu te ontwikkelen. Het plan introduceert een ongekende schaalvergroting in M4H. Dit sluit niet aan bij de karakteristieke korrelgrootte van bebouwing in Galileipark en de andere deelgebieden in M4H. De grote hal past daardoor niet binnen de ruimtelijke structuur, wat het gevoel van plaatselijkheid aantast. Wanneer er wordt ingezoomd op de voorgestelde ruimtelijke configuratie op de kavel zelf, valt op dat de verschillende volumes niet in verhouding staan tot elkaar. De omvang van de bebouwing heeft een negatieve invloed op de visuele beleving, zowel vanaf het water als vanuit het nieuwe woongebied Merwehaven. Door zijn enorme lengte zal het plan zeer dominant in het zicht liggen. Richting de rivier aan de kant van het park is de logistieke hal omgeven door publieke functies.

Helaas geldt dit niet voor de zijden langs de Makersstraat en de pier. Aan deze zijden lijkt het initiatief een industriële uitstraling te hebben met grote metalen constructies en weinig architectonische details, wat leidt tot een monotoon aanzicht tegenover de Merwepieren en langs de Makersstraat (Galileistraat en Keilestraat). Het plan 37

lijkt nu vooral gericht te zijn op de rivier en het nog te creëren park aan het uiteinde van de pier. Er is echter weinig aandacht besteed aan de aansluiting op de rest van Galileipark. Het is de ambitie om op de punt van de pier een park van betekenis voor heel Rotterdam west te creëren. De voorgestelde afmetingen van het park lijken niet voldoende te zijn om een park van een zodanige betekenis te maken. Verkeersaantrekkende werking Het initiatief zorgt volgens de opgave van SCP voor 5.850 motorvoertuigbewegingen per etmaal (hierna: ‘mvt/etmaal’). De bestemming die nu is opgenomen, ‘op- en overslag van fruit/distributieterrein’, zorgt voor maximaal 2.700 mvt/etmaal. Het huidige gebruik, de open overslag van non-ferro, zorgt volgens een bijlage van de milieuvergunning van AWR voor 130 mvt/etmaal. De verkeersaantrekkende werking van de opgenomen bestemming (op- en overslag van fruit) is gebruikt in het verkeersonderzoek van het MER. Uit het onderzoek volgt dat een aantal kruispunten net niet overbelast raken wanneer de nieuwe woningen en bedrijvigheid in Merwehaven en Galileipark (het voorkeursalternatief/VKA) gerealiseerd wordt. Door het initiatief stijgt het aantal verkeersbewegingen met ca. 3.000 mvt/etmaal ten opzichte van de verkeersgeneratie van de planologische mogelijkheden van het ontwerpbestemmingsplan.

Wij hebben met een zogenaamde Coconberekening en Vissumstudie onderzocht wat de effecten zijn op de bestaande ontsluiting van het gebied. Hierbij is rekening gehouden met de verwezenlijking van het VKA. Uit het onderzoek volgt dat de 3.000 mvt/etmaal ervoor zorgen dat de kruising Franselaan – Tjalklaan overbelast raakt. Door de extra ritten neemt de cyclustijd (de tijd dat een verkeerslicht nodig heeft vanaf de start ‘groen’ nodig heeft om weer bij de start ‘groen’ te komen) in de ochtendspits toe tot 109 seconden. In de avond is dit 149 seconden. Dit ligt ruim boven de beleidsmatig aanvaardbare cyclustijd. Ook ontstaan hierdoor langere wachtrijen dan acceptabel. Met andere woorden, het kruispunt raakt overbelast. Vanuit verkeerskundig oogpunt is het initiatief dus niet uitvoerbaar. Beleid Anders dan SCP in haar zienswijze beweert, is het initiatief in strijd met diverse beleidskaders: • Het provinciale en het gemeentelijke detailhandelsbeleid staat geen detailhandel toe op deze locatie; • Het provinciale beleid staat de omzetting van watergeboden industrieterrein voor zware bedrijvigheid naar het initiatief niet zonder meer toe. Er moeten afspraken gemaakt worden over compensatie. De compensatie die SCP noemt kan niet gebruikt worden voor deze gronden.

In deze context is het ook goed om te weten dat wij een zeer langdurig en intensief traject met de Provincie hebben doorlopen om afspraken te maken over de compensatie voor het ontwerpbestemmingsplan. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een akkoord van de Provincie dat specifiek van toepassing is op het ontwerpbestemmingsplan M4H. Wij schatten in dat er geen ruimte is voor een verruiming van dit akkoord; • De kantoormeters passen weliswaar binnen de regionale kantorenvisie, maar hierdoor blijven er geen kantoormeters meer over voor de gebieden Marconi- en Keilekwartier. De Kantorenkoers voor het Makers District geeft aan dat een gefaseerde uitbreiding van de kantorenvoorraad wenselijk is om te voorzien in de verwachte vraag van start- en scale ups. Daarbij wordt benadrukt dat dit vooral om kleinschalige kantoorplannen gaat die passen bij de wensen van de doelgroepen waar het Makers District zich op richt. Dat gaat dus om maakbedrijven en ondersteunende dienstverleners. Het initiatief gaat uit van andere typen kantoren. Ook vanuit het perspectief van OV-bereikbaarheid achten wij dit een ongeschikte locatie voor een grootschalige kantoorontwikkeling; • Het gemeentelijke horecabeleid gaat niet uit van nieuwe horeca op deze locatie; 38

•

De bedrijfsruimtekoers voor M4H volgt de Visie Makers District en het Ruimtelijk Raamwerk M4H.

Milieuaspecten Hoewel er een akoestisch onderzoek bij de zienswijze is gevoegd ontbreken andere milieuonderzoeken. De aannames die in de zienswijze worden gedaan zijn vrij kort door de bocht en niet nader onderbouwd. Nader milieuonderzoek is hoe dan ook noodzakelijk. Wij hebben het akoestisch onderzoek door DCMR laten beoordelen. In algemene zin geeft het onderzoek een beperkt inzicht in wat daadwerkelijk is beschouwd bij de berekening. Uitgangspunten zijn daarom moeilijk te controleren. Onder andere invoergegevens over verkeersgeneratie, modellering van het verkeer over het terrein en aantallen schepen en uren voor afgemeerde schepen ontbreken. De deelresultaten per soort bron missen, zodoende kan de reductie niet worden teruggevoerd naar daadwerkelijke verandering vanwege de alternatieve invulling. De vergunde situatie van Access World is niet individueel vergeleken met de alternatieve invulling, maar al het geluid samen vanwege het plangebied is beschouwd. Uit het onderzoek volgt niet duidelijk hoe de reductie van 5 tot 8 dB tot stand komt. De beschreven reductie is kennelijk in belangrijke mate bereikt door het reduceren van het geluid van afgemeerde schepen. Mogelijk door één van de ligplaatsen niet te betrekken in de berekening.

In het gunstigste geval levert het opheffen van de noordelijkste ligplaats (zoals opgenomen in de MER) 4 dB reductie op als uitsluitend naar de nu genoemde bronnen wordt gekeken binnen M4H. Waarschijnlijk is extra reductie behaald door het bronvermogen bij te stellen of ligplaatsen anders te situeren. Tot slot zijn piekgeluiden niet genoemd, de impact daarvan is dus niet inzichtelijk. Resumerend Het initiatief is op stedenbouwkundige, milieukundige en beleidsmatige gronden niet wenselijk. Wij stellen dan ook voor geen medewerking te verlenen aan dit initiatief. Tot slot kan nog opgemerkt worden dat het HbR de initiatiefnemer herhaaldelijk heeft aangegeven dat zij niet zullen meewerken aan aanpassing van het erfpachtcontract ten behoeve van een logistieke hub. Dit betekent dat er ook geen privaatrechtelijke toestemming komt om de gronden als zodanig te gebruiken. Voorstel Wij stellen voor geen medewerking aan dit initiatief te verlenen en deze zienswijze ongegrond te verklaren. 20

Reclamant 20, ontvangen d.d. 6 juli 2023

Voor de samenvatting, reactie en ons voorstel verwijzen wij naar onderdeel A (thema ‘bouwhoogte nieuwbouw Marconistrip’) van deze zienswijzennota. 21

AKD namens Acces World Rotterdam BV, ontvangen d.d. 6 juli 2023 en d.d. 7 augustus 2023 (aanvulling afgestemd met gemeente)

Samenvatting Met de reclamant zijn afspraken gemaakt over het aanvullen van de zienswijze. Hiervoor was akoestisch onderzoek nodig, wat extra tijd in beslag heeft genomen. De aanvulling is binnen de afgesproken termijn ontvangen. AKD vertegenwoordigt Acces World Rotterdam BV (hierna ‘AWR’), de drijver (exploitant) van de FTR-locatie aan de Galileistraat 36. De activiteiten van AWR bestaan uit de op- en overslag van non-ferrometalen en legeringen, waaronder niet-poedervormige CMR-stoffen, en ongevaarlijke goederen zoals stukgoederen in verpakkingen. Nb. Non-ferrometalen zijn metalen zonder ijzer (zoals koper, lood, aluminium etc.) of legeringen die minder dan 50% ijzer bevatten. CMR-stoffen zijn stoffen die kankerverwekkend zijn, de genen kunnen beschadigen of gevaarlijk zijn voortplanting. AWR 39

heeft een milieuvergunning voor onbepaalde tijd voor deze activiteit. De vergunning is op 10 december 2021 verleend. AWR heeft begrip voor de transformatie naar woon-werkgebied en de daarbij behorende aanpassing van de geluidzone, maar wil niet beperkt worden in haar huidige bedrijfsvoering. De zienswijze heeft daarom betrekking op de bestemming van de FTR-locatie en op de geluidruimte die aan de locatie toebedeeld is. 21.1 Bestemming. AWR constateert dat de FTR-locatie grotendeels bestemd is als Bedrijf – 2. De locatie is onderdeel van het gezoneerde industrieterrein en er geldt een geluidverkaveling. Op de FTR-locatie zijn bedrijfsactiviteiten t/m milieucategorie 4.2 ten behoeve van laad-, los- en overslagbedrijven van fruit ten behoeve van zeeschepen toegestaan. Deze bestemming is niet in overeenstemming met de huidige (en vergunde) activiteiten van AWR zoals hierboven beschreven. Deze activiteiten zijn wel toegestaan op basis van de nog geldende beheersverordening uit 1937. AWR stelt dat zij dus onder het overgangsrecht zijn gebracht. De huidige activiteiten zijn op basis van de VNG-lijst voor bedrijfsactiviteiten aan te merken als ‘laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. zeeschepen’, subcategorie ‘ertsen, minarelen e.d.’ of ‘stukgoederen’. Hierbij horen respectievelijk milieucategoriën 4.2 en 5.3, en vanwege de overslag van metalen moet uitgegaan worden van 5.3 aldus AWR.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=bad89737-aa93-4fb1-b29b-2c3e664dab80