[24bb005856] Bijlage 7 behorende bij 24bb005840 -Nota zienswijzen M4H
Tekst van het document
Verzocht wordt dit in het bestemmingsplan aan te passen, en ook de aanwezige laad- en losinstallaties mogelijk te maken; 21.2 Verder wijst AWR op een klein deel van het FTR-terrein dat nu de bestemming de bestemming ‘Bedrijf’ heeft. Hier zou AWR graag ongevaarlijke goederen opslaan en verzoekt dat in het bestemmingsplan mogelijk te maken. 21.3 Geluidverkaveling. AWR heeft de zienswijze in overleg met ons later aangevuld omdat zij wilde onderzoeken of de vergunde activiteiten binnen de geluidverkaveling passen, en of de aannames over FTR in het MER kloppen. Hiervoor is het akoestisch adviesbureau Peutz ingeschakeld. De aanvulling is op 7 augustus 2023 ontvangen en hieruit blijkt het volgende. Het onderzoek bevestigt dat de representatieve bedrijfssituatie, zoals vastgelegd in de vergunning uit 2021, correct is verwerkt in de geluidverkaveling. Wel heeft Peutz een opmerking over het geluidrapport dat onderdeel is van het MER. In bijlage A5 van het rapport wordt gesproken over ‘binnenvaart’ en ’binnenvaart rest’. Deze termen kunnen tot verwarring leiden omdat deze scheepstypen in de vergunning respectievelijk opgenomen zijn als ‘containerschepen’ en ‘restschepen’. Onder ‘containerschepen’ worden lichtere schepen verstaan (tot maximaal 2.999 ton) en onder ‘restschepen’ worden zwaardere schepen zoals coasters tot 9.999 ton verstaan.
Containerschepen mogen alleen overdag aanleggen, de restschepen mogen het gehele etmaal aanleggen. Om verwarring te voorkomen verzoekt AWR aan te sluiten bij de termen uit de vergunning. Voor de berekende geluidniveaus maakt dat overigens geen verschil. 21.4 Hogere waarden. De geluidverkaveling van de FTR-locatie veroorzaakt 51 dB(A) tot 55 dB(A) industrielawaai op de Merwepieren. Hiervoor had een hogere waarden-besluit genomen moeten worden omdat de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) overschreden wordt. Ook is onbekend hoe hoog het industrielawaai is als alle industriële geluidbronnen binnen het resterende gezoneerde industrieterrein worden meegerekend. Ook hiervoor is een hogere waarde nodig. Indien er alsnog correcte hogere waarden worden vastgesteld is de woningbouw geen bedreiging voor de bedrijfsvoering van AWR. 21.5 Geluidmodel. In het geluidmodel voor de herzonering ontbreken enkele geluidafschermende objecten die nog wel in het huidige geluidmodel zitten. Op basis van de vergunning mag AWR op vergunningsimmissiepunt 2 (VIP2) 38 dB(A) in de dagperiode en 43 dB(A) in de avondperiode veroorzaken. Doordat de afschermende objecten ontbreken is de geluidbelasting op basis van het nieuwe geluidmodel hoger: 39 dB(A) in dagperiode en 44 dB(A) in de avondperiode. Hierdoor is AWR na 40
vaststelling van het geluidmodel in overtreding. De vergunning zou hierop aangepast moeten worden. 21.6 Piekgeluiden. Bij de VIP’en in de milieuvergunning zijn ook normen voor piekgeluiden opgenomen. Bij VIP3, op de punt van de lange Merwepier, gaat het om 70 dB(A) in de dagperiode, 65 dB(A) in de avondperiode en 60 dB(A) in de nachtperiode. AWR voldoet aan deze waarden. Bij de toekomstige woningen binnen de kameleonbestemming op het zuidelijke deel van de lange Merwepier wordt echter niet voldaan: in de avondperiode treden niveaus op van 66 tot 67 dB(A). Op basis van de Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening mag deze waarde maximaal 65 dB(A) bedragen. In het bestemmingsplan wordt over deze niveaus gesteld dat ze gebaseerd zijn op worst-case uitgangspunten en dat de niveaus teruggebracht kunnen worden naar 65 dB(A). AWR stelt echter dat deze uitgangspunten/niveaus vergund zijn, en dat AWR dus beperkt wordt in haar mogelijkheden zodra de woningen binnen de kameleonbestemming gebouwd zijn. Reactie Hier onder geven wij puntsgewijs onze reactie. 21.1 Bestemming. In eerste instantie zijn wij bij de bestemming van de FTR-locatie uitgegaan van het toekomstige gebruik van de locatie (op- en overslag van fruit) omdat het huidige gebruik (op- en overslag van non-ferro) op 1 april 2025 eindigt.
Wij geven AWR echter gelijk dat het bedrijf legaal aanwezig is, hoewel de privaatrechtelijke toestemming om de FTR-locatie te gebruiken voor de op- en overslag van non-ferro per 1 april 2025 afloopt. AWR is niet in strijd met de beheersverordening en beschikt over een milieuvergunning. Bovendien blijkt uit het MER dat de activiteiten van AWR geen beperking vormt voor de toekomstige woningbouw. Om die redenen stellen wij voor dit deel van de zienswijze gegrond te verklaren en AWR positief te bestemmen met een maatbestemming. De maatbestemming is afgestemd op de gebruiksmogelijkheden uit de milieuvergunning (OLO-nummer 5553463, d.d. 10 december 2021); 21.2 De gronden die AWR bedoelt zijn niet uitgegeven aan FTR. Gezien de aflopende erfpachtovereenkomst zal dat ook niet gebeuren. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ongegrond te verklaren; 21.3 Geluidverkaveling. Wij hebben de vergunde rechten van AWR inderdaad vertaald in de geluidverkaveling en zijn verheugd te horen dat AWR onderschrijft dat dit op correcte wijze is gedaan. Wij zullen het geluidmodel dat wordt gebruikt voor de zonebewaking aanpassen op de juiste termen die AWR noemt. Het is niet noodzakelijk bijlage 5 hierop aan te passen omdat het inhoudelijk niet tot andere uitkomsten leidt. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ter kennisgeving aan te nemen; 21.4 Hogere waarden.
Het hogere waarde besluit is in het bestemmingsplan geïntegreerd. Dit is ook vermeld in het publicatiebericht over de terinzagelegging. Zie artikel 42 van het ontwerpbestemmingsplan. De geluidbelasting van het hele industrieterrein (inclusief FTR) voldoet aan de grenswaarde van 55 dB(A). Deze waarde is dan ook als hogere waarde vastgesteld. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ongegrond te verklaren; 21.5 Geluidmodel. De planregels voor geluid moeten in ieder geval de vergunde geluidruimte insluiten. Dat is het geval. Er is alleen een noodzaak om de milieuvergunning aan te passen als niet aan de vergunde waarden wordt voldaan. Dat zou het geval zijn als de afscherming ook feitelijk weg is. Zolang de afscherming in stand gehouden wordt is er geen noodzaak de vergunning aan te passen. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ter kennisgeving aan te nemen; 21.6 Piekgeluiden. Vooropgesteld zal de situatie dat AWR voor overschrijdingen zorgt op de punten van de pieren zich in de praktijk niet voordoen. De privaatrechtelijke toestemming voor AWR om de locatie te gebruiken loopt namelijk af op 1 april 2025, 41
terwijl de punten van de pieren pas in 2032 bebouwd mogen worden. Een bedrijf dat zich na 1 april 2025 op deze locatie vestigt moet een nieuwe milieuvergunning aanvragen. Het vergunde recht van AWR doet in 2032 dus niet meer ter zake. Evenwel is het correct dat op basis van de gehanteerde onderzoeksuitgangspunten (op basis van de milieuvergunning van AWR) de maximale waarde van 65 dB(A) in de avond met 1 dB(A) overschreden wordt. De berekende overschrijding wordt veroorzaakt door het geluid van het neerzetten van containers. In het akoestisch onderzoek in de bijlagen van het MER staat hierover het volgende. In het rekenmodel zijn piekbronnen met een geluidvermogen van 121 dB(A) opgenomen voor de containerhandelingen. In de RHDHV-bronnendatabase zijn in het verleden uitgevoerde geluidsmetingen verzameld. Voor piekgeluiden vanwege containerhandelingen zijn door RHDHV in het verleden piekgeluidvermogens tussen de 117 en 120 dB(A) (gemiddeld 119 dB(A)) gemeten. Aanvullend wordt in het artikel ‘Piekbronhoogte bij het neerzetten van containers’ van Peutz d.d. 29 november 2011 een piekgeluidvermogen van 117 dB(A) gehanteerd voor lege containers, waarbij rekening dient gehouden te worden met een spreiding van ± 3 dB(A).
Hieruit blijkt dat met een worst-case piekgeluidvermogen is gerekend van 121 dB(A), maar dat in de praktijk sprake zal zijn van een piekgeluidvermogen van maximaal 120 dB(A). Door de overschatting in het onderzoek van ten minste 1 dB(A) zou in de praktijk voldaan kunnen worden aan de maximale waarde van 65 dB(A) in de avond. Mogelijk ligt de daadwerkelijke geluidbelasting nog wat lager. De vergunde piekgeluiden van AWR vormen overigens geen knelpunt voor de woningbouw op het noordelijk deel van de pieren of de Marconistrip. Hier mogen al wel eerder dan 2032 woningen gebouwd worden. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ter kennisgeving aan te nemen en de toelichting aan te vullen met bovenstaande onderbouwing over de piekgeluiden. Zie hiervoor ambtshalve wijziging 10. Voorstel Wij stellen voor zienswijze 21.1 gegrond te verklaren en het bestemmingsplan als onderstaand aan te passen. Wij stellen voor de overige onderdelen ongegrond te verklaren (21.2 en 21.4) dan wel ter kennisgeving aan te nemen (21.3. 21.5 en 21.6) Regels Aan artikel 5 (Bedrijf – 2) wordt na sub ‘c’ een nieuw sub ‘d’ ingevoegd (de overige subs worden doorgenummerd), luidende: d.
ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf 16’: voor bedrijfsactiviteiten t/m categorie 5.3 alleen voor zover sprake is van de op- en overslag van non-ferrometalen en legeringen, waaronder CMR-stoffen (geen poedervormige metalen) en ongevaarlijke goederen als stukgoed en in verpakkingen ten behoeve van zeeschepen’ Toelichting Zie wijzigingendocument 22 Stichting Roffa Mon Amour, ontvangen d.d. 6 juli 2023 Voor de samenvatting, reactie en ons voorstel verwijzen wij naar onderdeel B (thema ‘evenementen’) van deze zienswijzennota. 23 Royal Roos, ontvangen d.d. 6 juli 2023 Samenvatting Royal Roos is gevestigd in het gebouw De Werkplaats aan de Galileistraat 32. De Werkplaats heeft een kade aan het 1e vaargat van de Merwehaven. Hier mag Royal Roos schepen afmeren tot 225 m lang en 30 m breed. In de zienswijze wordt gerefereerd aan een 42
afbeelding uit het Masterplan Merwehaven waarop een brug over het 1e vaargat te zien is. De brug ligt tussen de punt van de lange Merwepier en de Galileistraat. Royal Roos vreest dat de brug ervoor zorgt dat schepen niet meer aan de kade kunnen afmeren en daarmee een beperking vormt voor de bedrijfsactiviteiten. Een beweegbare brug zou minimaal 30 m breed moeten zijn. Het is de vraag of dit (kostentechnisch) realistisch is. Bij voorkeur komt er geen burg en blijft het 1e vaargat toegankelijk voor scheepvaarverkeer. Reactie Het klopt dat er een in het Masterplan (indicatief) een brug is ingetekend. Ook is beoogd dat scheepvaart blijvend mogelijk is. Er zijn echter nog geen concrete plannen voor deze brug. Wanneer realisatie van deze brug meer concreet wordt zal samen met omgevingspartijen (waaronder Royal Roos) en Havenbedrijf bekeken worden aan welke eisen de brug moet voldoen. Voorstel Wij stellen voor deze zienswijze ter kennisgeving aan te nemen. 24 Kortland Beheer BV, ontvangen d.d. 6 juli 2023 Voor de samenvatting, reactie en ons voorstel verwijzen wij naar onderdeel A (thema ‘bouwhoogte nieuwbouw Marconistrip’) van deze zienswijzennota. 25 Reclamant 25, ontvangen d.d. 6 juli 2023 Voor de samenvatting, reactie en ons voorstel verwijzen wij naar onderdeel A (thema ‘bouwhoogte nieuwbouw Marconistrip’) van deze zienswijzennota.
26 Stichting Rotterdam Natuurlijk!, ontvangen d.d. 6 juli 2023 Samenvatting 26.1 Algemeen. Stichting Rotterdam Natuurlijk! (hierna ‘SRN’) geeft in een opsomming de huidige situatie in M4H weer: buitendijks (met vanaf 2050 frequente overstromingen), haven- en maakbedrijven, veel geluid, concentratie verontreinigde stoffen boven de WHO advieswaarden, havens en waterberging. SRN suggereert dat er in Rotterdam bij de politiek en het bestuur sprake is van een oneigenlijke werkdruk. Hierdoor is de kans groot dat in het bestemmingsplan het publieke belang is verdrukt door politieke belangen. Ook de DCMR is volgens SRN niet onafhankelijk en niet dienend aan het publieke belang. SRN wijst in haar zienswijze op het juridische en wetenschappelijke kader dat meegewogen moet worden in de besluitvorming. Dit is de Klimaatwet, de Algemene wet bestuursrecht, het Verdrag van Aarhus, borging van water en bodem sturende uitgangspunten, Wet geluidhinder, Crisis en herstelwet en de Wet milieubeheer. SRN suggereert dat deze wet- en regelgeving mogelijk overtreden wordt met het bestemmingsplan. In de zienswijze is per wet of regel een aantal vragen opgesomd. 26.2 Klimaatwet. Voor de herontwikkeling van M4H is het nodig dat bedrijven verplaatst worden, dat de bodem gesaneerd wordt en dat er maatregelen getroffen worden tegen de zeespiegelstijging, zoals ophoging van de bodem.
SRN vraagt zich af hoeveel CO2 budget dit kost en wat het CO2 budget van de gemeente is om de wereldwijde opwarming onder de 1.5 of 2.0 graden te houden. Ook vraagt SRN wat het verplaatsen van de bedrijven betekent voor hun bestaansrecht en rechtszekerheid, en wat de milieuschade is van de maatregelen voor de zeespiegelstijging. SRN vraagt of de hele herontwikkeling in 2050 energieneutraal is, hoe dit gerealiseerd wordt en welke afspraken hierover gemaakt zijn. 43
26.3 Algemene wet bestuursrecht. Er wordt gevraagd om een uitleg over de bouwambitie van 50.000 nieuwe woningen. Welk probleem wordt daarmee opgelost, hoe draagt de woningbouw daaraan bij, hoe is de verhouding met andere publieke belangen zoals kwaliteit van de leefomgeving en gezondheid, welke alternatieven zijn onderzocht en welke onderbouwing gebruikt de gemeenteraad? Ook wordt de vraag gesteld welke publieke belangen de gemeenteraad onderkend bij de herontwikkeling van M4H, wat de toetsbare doelen zijn en hoe het afwegingskader is geformuleerd. 26.4 Verdrag van Aarhus SRN vraagt of er vanaf het begin van de planvorming inspraak is georganiseerd, en wie erbij betrokken is en wat de uitkomst is. Ook wordt gevraagd naar verslagen. SNR geeft aan dat inspraak via tegenspraak de kwaliteit en het draagvlak van een plan verbetert. En stelt daarbij de vraag hoe het gekozen inspraakproces het draagvlak en tegenspraak heeft verbeterd. Ook wordt gevraagd of de milieu-informatie openbaar is. Daarbij wordt gewezen op een Woo-verzoek over het Rotterdamse CO2 budget dat nog niet beantwoord is. 26.5 Borging van Water en bodemsturende uitgangspunten. Binnenkort is het bovenstaande wettelijk verplicht. SRN vraagt op welke wijze hier rekening mee gehouden is in het bestemmingsplan. Dit is extra relevant omdat het plangebied buitendijks ligt en kwetsbaar is voor zeespiegelstijging.
SRN vraagt hoe communicatie over dit risico wordt georganiseerd en hoe de aansprakelijkheid van de voorziene klimaatschade is geregeld. 26.6 Wet geluidhinder. Volgens SRN is er in M4H ruimte voor hogere waarden tot 70 dB, terwijl de WHO-norm 53 dB bedraagt. Het aantal geluidgehinderden neemt met duizenden toe en dit is niet te verenigen met de zorgplicht voor een gezonde leefomgeving. 26.7 Crisis- en herstelwet. Het is niet duidelijk waarom M4H een bestemmingsplan ‘verbrede reikwijdte’ op grond van de Crisis- en herstelwet (Chw) is. Volgens SRN dient de Chw niet het publieke belang maar bevat de wet juridische geitenpaadjes om zonder onderbouwing politieke belangen in bestemmingsplannen te krijgen. SRN vraagt hoe het publieke belang geborgd is door dit bestemmingsplan onder de Chw te brengen. 26.8 Wet milieubeheer. Volgens de commissie van Aartsen is de DCMR niet onafhankelijk, ook omdat wethouder Zeegers in het bestuur zit. Hierdoor is niet in te schatten of de samenwerking tussen gemeente en DCMR bij de MER-procedure zorgvuldig is verlopen. Advies en onderzoek van de DCMR kan alleen worden meegewogen als (schijn van) belangenverstrengeling wordt uitgesloten en het publieke belang is geborgd. SRN vraagt hoe deze belangenverstrengeling wordt uitgesloten. Daarnaast staan er geen concrete toetsbare doelstellingen in het bestemmingsplan (en ook niet in de omgevingsvisie).
SRN vraagt hoe de gemeente voldoet aan de zorgplicht voor een gezonde leefomgeving en hoe transparantie, volgbaarheid en controleerbaarheid wordt geborgd. Reactie Onderstaand reageren wij puntsgewijs op de zienswijze. 26.1 Algemeen. Wij nemen de uiteenzetting ter kennisgeving aan. Hierbij willen we wel aangeven dat we beweringen over oneigenlijke werkdruk, verdrukking van het publieke belang en onafhankelijkheid van de DCMR niet onderschrijven. Aangezien de beweringen niet nader onderbouwd zijn zien wij geen redenen inhoudelijk in te gaan op de beweringen. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ter kennisgeving aan te nemen; 26.2 Klimaatwet. De wet- en regelgeving voor (het voorbereiden en vaststellen van) bestemmingsplannen is uitputtend geregeld in wetten als de Wet ruimtelijke ordening, Algemene wet bestuursrecht en Wet milieubeheer. Deze hebben direct betrekking op bestemmingsplannen en/of gemeentelijke besluitvorming. De Klimaatwet is een wet 44
die zich richt tot de Minister van Klimaat en Economische Zaken om met beleid te zorgen dat ‘Nederland’ de gestelde doelen uit de Klimaatwet haalt. De wet verplicht de overheid een Klimaatplan op te stellen. De wet biedt zelf geen inhoudelijke bepalingen hoe dat die doelen behaald dienen te worden. De wet werkt niet door naar lagere overheden zoals gemeenten, en werkt ook niet door in bestemmingsplannen. Er zijn ook geen andere wettelijke kaders die verplichten om voor een bestemmingsplan te onderzoeken hoeveel CO2-budget het verplaatsen van bedrijven, het ophogen van de bodem of saneren van grond kost. Ook hoeft voor een bestemmingsplan niet aangetoond te worden of de hele ontwikkeling in 2050 energieneutraal is, en hoeft geen onderzoek gedaan te worden naar klimaatschade. Deze zaken zijn daarom ook niet onderzocht. In algemene zin kan wel gezegd worden dat er hoge duurzaamheidsambities zijn voor de herontwikkeling van M4H. Dat is in verschillende onderdelen van het bestemmingsplan en MER terug te lezen. Verder worden er geen bedrijven verplaatst uit het plangebied. Sommige bedrijven vertrekken op termijn omdat hun erfpachtcontract afloopt. Tot die tijd mogen zij aanwezig blijven in het gebied. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ter kennisgeving aan te nemen; 26.3 Algemene wet bestuursrecht.
De vragen over de bouwambitie van 50.000 woningen hebben geen raakvlak met dit bestemmingsplan. Wij stellen dan ook voor hier niet nader op in te gaan. Het bestemmingsplan of de onderzoeken die daarvoor uitgevoerd zijn geven ook geen antwoord op deze vragen. Een antwoord op deze vragen is onder andere te vinden in de gemeentelijke Omgevingsvisie. Over de publieke doelen kan nog kort gezegd worden dat het bestemmingsplan bijdraagt aan de grote vraag naar nieuwe woningen in de stad. Hierbij is ook uitgebreid onderzocht en onderbouwd wat de kwaliteit van de leefomgeving is. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ter kennisgeving aan te nemen; 26.4 Verdrag van Aarhus. Het Verdrag van Aarhus regelt dat het publiek (individuen en verenigingen die hen vertegenwoordigen) het recht heeft op toegang tot milieuinformatie en inspraak bij besluitvorming over milieu-aangelegenheden. Ook regelt het Verdrag van Aarhus toegang tot de rechter als overheidsinstanties deze rechten en milieuwetgeving niet naleven. Aan het bestemmingsplan ligt een grote hoeveelheid milieuonderzoek ten grondslag, inclusief een MER. Alle voor het bestemmingsplan relevante milieuonderzoek is uitgevoerd en is ook openbaar. Zie www.ruimtelijkeplannen.nl. of het Omgevingsloket/regels op de kaart. Ook is er toegang tot de rechter na vaststelling van het bestemmingsplan.
Het Rotterdamse CO2 budget is niet relevant voor het bestemmingsplan (zie hiervoor onder Klimaatwet). Voor een beschrijving van het inspraak- en participatiesproces verwijzen wij naar het raadsvoorstel dat bij deze nota zienswijzen hoort. In algemene zin bestaat de inspraak bij het bestemmingsplan voornamelijk uit de ingediende zienswijzen. In deze nota is te lezen hoe met de inspraak omgegaan is. Ook voor het Masterplan Merwehaven zijn diverse inspraakmomenten georganiseerd. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ter kennisgeving aan te nemen; 26.5 Borging water en bodemsturende uitgangspunten. Zoals de reclamant aangeeft is het nu nog niet wettelijk verplicht hier onderzoek naar te doen bij een bestemmingsplan. Evenwel is er veel onderzoek gedaan naar waterveiligheid en klimaatadaptatie. Hiervoor verwijzen wij naar de toelichting en het MER. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ter kennisgeving aan te nemen; 26.6 Wet geluidhinder. Er is geen sprake van hogere waarden van 70 dB. De hoogste hogere waarde voor wegverkeerslawaai bedraagt 59 dB, dit ligt onder de maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor wegverkeerslawaai. De hoogste hogere waarde voor industrielawaai is 55 dB(A) en dit is gelijk aan de maximale ontheffingswaarde voor industrielawaai.
Hogere waarden zijn in een stedelijke omgeving eerder regel dan uitzondering en het belangrijkste is dat de maximale ontheffingswaarde niet overschreden wordt. De 70 dB die de reclamant noemt is de cumulatieve 45
geluidbelasting die op sommige locaties optreedt. Hiervoor is geen wettelijk kader en er hoeft ook geen hogere waarde verleend te worden. Het is een feit dat M4H een hoge geluidbelasting kent. Daarom is er in het bestemmingsplan een uitgebreid maatregelenpakket opgenomen om ervoor te zorgen dat er een goed woon- en leefklimaat is. Zie hiervoor paragraaf 5.3 van de toelichting van het bestemmingsplan. Door de maatregelen voldoet de gemeente aan haar zorgplicht voor een gezonde leefomgeving. Ook de GGD is betrokken bij dit bestemmingsplan. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ongegrond te verklaren; 26.7 Crisis- en herstelwet (Chw). Het bestemmingsplan is om diverse redenen aangemeld voor de Chw. De redenen staan opgesomd in paragraaf 1.8 van de toelichting. Een nadere onderbouwing van het publieke belang hoeft niet gegeven te worden. Maar in algemene zin kan gezegd worden dat de Chw is toegepast om de gebiedsontwikkeling sneller van de grond te krijgen en daarmee sneller te voorzien in nieuwe woningen waar een grote maatschappelijke behoefte aan is. Ook wordt de Chw gebruikt om extra maatregelen voor een goed woon- en leefklimaat in het bestemmingsplan te borgen. De aanmelding is afgestemd met het ministerie van BZK. Wij stellen voor verder niet in te gaan op de theorieën van de reclamant over juridische geitenpaadjes.
Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ter kennisgeving aan te nemen; 26.8 Borging Wet milieubeheer. Wij zijn het hartgrondig oneens met de stelling van de reclamant dat de DCMR niet onafhankelijk adviseert en hebben hier ook nooit signalen over ontvangen. De DCMR (en ook de GGD) heeft het hele planproces kritisch meegedacht en geadviseerd. Wij stellen voor hier niet nader op in te gaan, te meer omdat de stelling van de reclamant niet nader onderbouwd is. Wat betreft de toetsbare doelstellingen verwijzen wij naar de grote hoeveelheid milieuonderzoek die is uitgevoerd, en de spelregels en het Monitoring en Evaluatieplan die in het kader van het MER zijn opgesteld. Het bestemmingsplan voldoet aan alle relevante eisen van de Algemene wet bestuursrecht. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ongegrond te verklaren. Voorstel Wij stellen voor deze zienswijze deels voor kennisgeving aan te nemen (26.1, 26.2, 26.3, 26.4, 26.5, 26.7) en deels ongegrond (26.6, 26.8) te verklaren. 27 Ten Holter Noordam Advocaten namens FTR Ontwikkeling B.V. ontvangen d.d. 6 juli 2023 Samenvatting Algemeen FTR Ontwikkeling B.V. (hierna ‘FTR’) is de erfpachter van de gronden en gebouwen op de FTR-locatie aan de Galileïstraat 36. FTR stelt dat de gemeente eigenaar is van de gronden en daarmee de contractuele wederpartij van FTR. Het Havenbedrijf Rotterdam N.V.
(hierna: ‘HbR’) treedt in de erfpachtrelatie feitelijk op namens de gemeente. Het erfpachtcontract loopt in beginsel tot 1 april 2025 maar kan op verzoek van FTR verlengd worden tot 1 april 2050. Dit is recentelijk bevestigd in een rechtszaak tussen FTR en het Havenbedrijf. Er moet dan ook van uitgegaan worden dat FTR tot 2050 aanwezig blijft op de locatie. In de rechtszaak is ook gevonnist dat FTR ten allen tijde een verzoek mag doen aan het Havenbedrijf om het gebruik van de erfpachtrechten te wijzigen. Op dit moment verhuurt FTR het terrein en de gebouwen aan Acces World Rotterdam B.V. (hierna ‘AWR’), die ook een zienswijze op het bestemmingsplan heeft ingediend (zienswijze 21). AWR gebruikt de FTR-locatie conform de milieuvergunning uit 2021 voor de op- en overslag van non-ferrometalen en legeringen, waaronder CMR-stoffen, zie ook zienswijze 21. De huidige activiteiten vallen onder ‘dienstverlening ten behoeve van het vervoer met 46
binnenvaart- en zeeschepen’, met milieucategorie 5.3. In het bestemmingsplan zijn ‘bedrijfsactiviteiten t/m milieucategorie 4.2 ten behoeve van laad-, los- en overslagbedrijven van fruit ten behoeve van zeeschepen’ toegestaan. FTR ageert tegen het bestemmingsplan omdat haar bedrijfsactiviteiten worden ingeperkt en geeft hiervoor de onderstaande redenen. 27.1 Inperking bestemming. De bestemming op- en overslag van fruit met categorie 4.2 sluit niet aan bij het huidige gebruik (op en overslag non-ferro met milieucategorie 5.3). Hiervoor is in 2021 een milieuvergunning op grond van de Wabo verleend. De inperking is in strijd met diverse passages uit de toelichting. In de toelichting staat namelijk dat het gaat om de overslag van stukgoederen. Ook is de inperking niet ruimtelijk onderbouwd. Het bestemmen van overslag van fruit is in strijd met de visie op het gebied: het transformeren van M4H van haven voor de agrofoodsector naar wonen en stedelijke economie. Verder verwijst FTR naar een mailwisseling uit 2011 met het Havenbedrijf. Hierin staat dat zij het gebruik t.b.v. 'fruit' per verzoek om onderhuur verruimd mag worden tot 2050, mits de milieucategorie en verkeersaantrekkende vergelijkbaar zijn met de activiteit 'fruit'.
Ook uit de eerder genoemde uitspraak van de rechtbank blijkt dat het niet aannemelijk is dat de huidige activiteiten van FTR in de periode t/m 2050 wijzigen naar ‘fruit’. In dat licht refereert FTR ook naar de passages in de toelichting waar staat dat o.a. de FTR-locatie na 2035 transformeert naar woonwerkgebied. Dit klopt niet, want FTR blijft tot het einde van haar contracttermijn (2050). 27.2 Inperking door woningbouw. De bestemming voor woningbouw in Merwehaven is een beperking voor de bedrijfsactiviteiten van FTR. Dit vanwege de verkeersaantrekkende werking en geluidproductie van het bedrijf. De activiteiten van FTR mogen maximaal 55 dB(A) op de dichtstbijzijnde woonbestemming veroorzaken. Dat dit haalbaar is zonder de huidige activiteiten van FTR in te perken is niet voldoende onderbouwd. Op basis van de huidige geluidverkaveling heeft FTR een geluidruimtereservering van 66,5 dB(A)/m². Vanwege de woningbouw wordt de geluidruimte van FTR teruggebracht naar 64,5 dB(A)/m². FTR ageert tegen deze inperking. Ook zijn er twijfels of wel aan de 55 dB(A) bij de woningen voldaan kan worden. Hierbij refereert FTR aan tabel 5.3 uit het akoestisch onderzoek van het MER waarin de berekende piekniveaus staan. De waarden in deze tabel zijn hoger dan 55 dB(A).
Ook wordt verwezen naar de milieuvergunning, waarin piekgeluiden van 70, 65 en 60 dB(A) voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode vergund zijn. Een fruitbestemming met container overslag zou volgens FTR nog meer geluid maken. 27.3 Nestgeluid. FTR kan de redenering over toekomstige maatregelenpakketten voor het nestgeluid niet volgen. Naast het maatregelenpakket dat bij het voorkeursalternatief hoort worden in het MER twee aanvullende maatregelenpakketten voorgesteld. Pakket één gaat uit van walstroom op nog meer locaties, onder andere aan de kade van FTR. Pakket twee bevat maatregelen die nog een stap verder gaan, zoals het vertrek van bedrijven. Tegelijkertijd staat beschreven dat deze pakketten niet van toepassing zijn op de FTR-locatie. Verder wordt bij de pakketten gesproken over walstroom van binnenvaart en zeevaart bij de FTR-locatie, maar is op basis van het ontwerpbestemmingsplan alleen zeevaart toegestaan. 27.4 Participatie. Aanvullend geeft FTR aan dat zij niet betrokken zijn bij de totstandkoming van het ontwerpbestemmingsplan en dat kwalijk vinden. In 2021 is er een brief verzonden aan de gemeente, DCMR en het Havenbedrijf met het verzoek betrokken te worden. Hier is nooit op gereageerd. 27.5 Concreet verzoekt FTR het bestemmingsplan in te trekken of aan te passen zodat de genoemde strijdigheden opgelost worden.
Verder refereert FTR naar de zienswijze die SCP RE tegen het bestemmingsplan heeft ingediend (zienswijze 19). Indien deze gegrond wordt verklaard zal FTR zich daar niet tegen verzetten. 47
Reactie – context Deze zienswijze hangt samen met de zienswijzen van SCP RE1 BV (zienswijze 19) en AWR (zienswijze 21). Net als bij zienswijze 19 willen wij ook hier wat extra context geven. Deze gaat met name over het erfpachtcontract en de rechtszaak daarover. Het erfpachtcontract dat op de locatie geldt stamt uit 2001. Het destijds nog gemeentelijke Havenbedrijf sloot een erfpachtcontract met Fruit Terminal Rotterdam, de voorloper van FTR Ontwikkeling BV. Het initiële contract loopt tot en met 31 maart 2025 en gaat uit van de ‘open overslag van fruit in de ruimste zin des woords’. Er is een eenzijdig optierecht (in te roepen door FTR) tot verlenging tot 1 april 2050. Hiervoor gelden dezelfde gebruiksbepalingen: open overslag van fruit in de ruimste zin des woords (hierna: ‘fruit’). Vanwege de marktsituatie in het verleden heeft HbR een aantal keer meegewerkt aan een verzoek voor een ander gebruik dan ‘fruit’. Het ging hierbij telkens om een tijdelijk afwijkend gebruik. Telkens heeft het HbR duidelijk gecommuniceerd dat daarna weer de oorspronkelijke erfpachtbepaling ‘fruit’ gaat gelden. Dit blijkt ook duidelijk uit de uitspraak (zaaknummer / rolnummer C/10/551480 / HA ZA 18-538, vonnis d.d. 11 maart 2020) die FTR aanhaalt. HbR heeft FTR in juli 2015 toestemming gegeven voor de tijdelijke onderhuur aan Pacorini Metals (nu Access World B.V.).
Deze toestemming loopt (na diverse verlengingen) tot 1 april 2025. Ook is een tijdelijke ontheffing verleend voor de op- en overslag van non-ferro metalen en soft commodities en alle daaraan gerelateerde logistieke diensten. Ook deze toestemming loopt na diverse verlengingen tot 1 april 2025. Met deze ontheffing heeft HbR aan FTR de mogelijkheid geboden haar initiële investeringen voor het einde van de looptijd van de huidige erfpachtstermijn (1 april 2025) terug te verdienen. Dit omdat FTR, nadat Seabrex in zwaar weer kwam, niet lukte om binnen de ‘fruit’-gebruiksbepaling huurders voor het terrein te vinden. Op 28 februari 2024 heeft FTR het HbR per e-mail verzocht om de verhuur aan Acces World ook na 1 april 2025 voort te zetten. Op 26 april 2024 heeft het Hbr per brief laten weten dat zij hier niet aan mee willen werken. Per 1 april 2025 moet het terrein weer volgens de oorspronkelijke gebruiksbepaling ‘fruit’ worden gebruikt. 1 april 2025 verloopt de ontheffing (en de toestemming voor onderhuur aan Access World B.V.), zodat FTR vanaf dat moment het terrein privaatrechtelijk weer conform de gebruiksbepaling ‘fruit’ moet gebruiken. FTR zal dus een andere huurder moeten vinden. Indien FTR het terrein vanaf 1 april 2025 niet conform de gebruiksbepaling ‘fruit’ zal gaan gebruiken, hoeft het HbR niet mee te werken aan het effectueren van het optierecht tot 2050.
Reactie – inhoudelijk Algemeen De gemeente Rotterdam heeft haar dienst Gemeentelijk Havenbedrijf, in 2004 verzelfstandigd door oprichting van Havenbedrijf Rotterdam N.V. (hierna: HbR) en door inbrenging van de onderneming van deze dienst (waaronder de haventerreinen incl. bestaande overeenkomsten) in deze onderneming. De haventerreinen, opstallen en bijbehorende overeenkomsten zijn in het kader van de overdracht van de onderneming ook in economische zin overgedragen aan HbR en dus voor rekening en risico van HbR gekomen. Bij deze inbreng heeft de gemeente Rotterdam ook de volmacht econoom aan HbR verleend, waarbij HbR volledig en met uitsluiting van de gemeente Rotterdam bevoegd is tot het verrichten van alle beheers- en beschikkingsdaden en/of andere handelingen, hoe ook genaamd, ten aanzien van onder meer voormelde haventerreinen. De goederenrechtelijke inbreng van onbelaste haventerreinen heeft vervolgens plaatsgevonden door de vestiging van de eeuwigdurende hoofderfpacht ten gunste van HbR. Ten aanzien van haventerreinen 48
die bij de inbreng reeds belast waren met een erfpacht- of opstalrecht, zoals het geval is bij de Galileïstraat 36 – 40, heeft voormelde goederenrechtelijke inbreng plaatsgevonden door de vestiging van de eeuwigdurende hoofderfpacht onder opschortende voorwaarde van beëindiging van het betreffende erfpacht- of opstalrecht. Kortheidshalve verwijst het HbR naar akte d.d. 27 april 2005 (ingeschreven ten kantore van de Dienst voor het Kadaster en de Openbare Registers te Rotterdam op 28-04-2005 om 09:00 in register Onroerende Zaken Hyp4 in deel 40672 nummer 140). Hoewel de gemeente Rotterdam bloot eigenaar van de gronden aan/nabij de Galileïstraat 36-40 is, is HbR de contractuele wederpartij van FTR. Zoals overigens bij FTR goed bekend is, vanwege de diverse briefwisselingen, overleggen en procedures die tussen FTR en HbR zijn gevoerd. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ongegrond te verklaren. Het overige van dit deel nemen wij ter kennisgeving aan. 27.1 Inperken bestemming. In eerste instantie zijn wij bij de bestemming van de FTR-locatie uitgegaan van het toekomstige gebruik van de locatie (op- en overslag van fruit) omdat het huidige gebruik (op- en overslag van non-ferro) op 1 april 2025 eindigt. Zoals wij bij de zienswijze van AWR erkennen, is er echter geen grondslag om het bestaande, legale gebruik weg te bestemmen.
Wij stellen dan ook voor om dit deel van de zienswijze gegrond te verklaren en naast de op- en overslag van fruit ook de op- en overslag van non-ferro te bestemmen, hoewel de privaatrechtelijke toestemming voor dit gebruik per 1 april 2025 eindigt. Voor de voorgestelde aanpassing van het bestemmingsplan verwijzen wij naar zienswijze 21 (AWR). Overigens blijkt uit de uitspraak van de rechtbank dat het toekomstige gebruik van de locatie ten behoeve van op- en overslag van fruit wel degelijk aannemelijk. Maar dit is een privaatrechtelijke kwestie tussen het HbR en FTR. Daarnaast stellen wij ook voor de tekstuele omissie in de toelichting te herstellen die de reclamant benoemt. In plaats van ‘stukgoederen’ had er ‘op- en overslag van fruit’ moeten staan. Het is evident dat dit een eenmalige tekstuele omissie is aangezien er in paragrafen 2.2.1.1.3, 3.3, 4.3.4.1 en in de regels wel wordt gesproken over ‘op- en overslag van fruit’. 27.2 Inperking door woningbouw. Zowel de huidige, tijdelijke invulling (AWR) als de toekomstige invulling (een fruitterminal) is akoestisch onderzocht met oog op de toekomstige woningbouw. Beide invullingen zijn akoestisch passend, ook op basis van de ingeperkte geluidruimtereservering. Dit wordt ook door AWR bevestigd in haar zienswijze. De maximale geluidruimte(reservering) wordt iets ingeperkt met oog op de gebiedsontwikkeling.
De inperking is goed te verantwoorden omdat zowel de huidige, tijdelijke invulling als de toekomstige invulling niet beperkt worden. De tabel waar FTR naar verwijst gaat over piekgeluiden. Hiervoor geldt een andere maximale waarde dan de genoemde 55 dB(A). De waarde 55 dB(A) is de maximaal toelaatbare waarde voor het industrielawaai, de geluidbelasting vanwege het gezoneerde industrieterrein. Aan deze waarden kan worden voldaan. Voor piekgeluiden geldt op basis van de vergunning van AWR een maximale norm van 70 dB(A) (dag), 65 dB(A) (avond) en 60 dB(A) (nacht). In het bestemmingsplan is deze norm verruimd (zie ook ambtshalve aanpassing 10). In de dagperiode gelden er geen normen voor piekgeluiden als gevolg van laden en lossen, en geldt 70 dB(A) voor overige piekgeluiden (dit kan verruimd worden tot 75 dB(A)). In de avondperiode mogen piekgeluiden van transportmiddelen 70 dB(A) veroorzaken en overige piekgeluiden 65 dB. In de nachtperiode mogen piekgeluiden van transportmiddelen 70 dB(A) veroorzaken en overige piekgeluiden 65 dB(A). Het toetspunt voor de piekgeluiden ligt ter plaatse van de dichtstbijzijnde geplande woningbouw op de punten van de Merwepieren. Bij de beantwoording van zienswijze 21.6 is uitgelegd waarom de vergunde piekniveaus geen belemmering zijn voor de woningbouw.
De normen voor piekgeluiden zijn tijdelijk verruimd met oog op het huidige gebruik ten behoeve van non-ferro. Verder is ook in het verkeersonderzoek rekening gehouden met de invulling van de FTR-locatie en de verkeersgevolgen worden gemonitord. Overigens is de stelling van FTR dat de activiteiten van AWR dan 49
wel een fruitterminal zorgen voor verkeerskundige knelpunten bij de woningbouw niet nader onderbouwd. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ongegrond te verklaren; 27.3 Nestgeluid. De maatregelpakketten die FTR noemt zijn bedoeld om de verdere ontwikkeling van M4H mogelijk te maken, dus ook de woningbouw in het Marconi- en Keilekwartier. Deze pakketten zijn niet nodig om het voorkeursalternatief dat dit bestemmingsplan mogelijk maakt te verwezenlijken. Dit betekent concreet dat walstroom bij de FTR-locatie pas aan de orde is in de volgende fasen van gebiedsontwikkeling. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ongegrond te verklaren; 27.4 Participatie. Er zijn verschillende informatiebijeenkomsten voor M4H georganiseerd en deze zijn breed gecommuniceerd. Verder heeft het HbR veelvuldig gecommuniceerd met FTR over het toekomstperspectief van de FTR-locatie. Wij stellen voor deze zienswijze ongegrond te verklaren; 27.5 Op grond van het bovenstaande wordt deels tegemoetgekomen aan deze zienswijze, in die zin dat AWR positief bestemd wordt. Voorstel Wij stellen voor om zienswijze 27.1 gegrond te verklaren, en het bestemmingsplan aan te passen conform het voorstel voor zienswijzen 21.1. Voor de aanpassing van de toelichting verwijzen wij naar het wijzigingendocument.
Wij stellen voor de zienswijzen 27.2, 27.3 en 27.4 ongegrond te verklaren en zienswijze 27.5 ter kennisgeving aan te nemen. 28 Miss Clark B.V. Keileweg, ontvangen d.d. 7 juli 2023 Samenvatting Miss Clark is de aanstaande eigenaar van Kunst en Complex aan de Keileweg 26-28. Het gebouwencomplex wordt herontwikkeld tot broedplaats voor kunst, horeca en cultuur. De zienswijze begint met een compliment aan de gemeente voor het harde werk aan het bestemmingsplan de afgelopen jaren. Evenwel ziet Miss Clark enkele onjuistheden in het plan, onder andere over de gemaakte afspraken met de gemeente over de herontwikkeling van de gebouwen. Ook zijn er een aantal vragen. Het gaat om de volgende zaken. 28.1 In de paragraaf over horeca dient ook de beoogde hotelbestemming genoemd te worden; 28.2 In de figuur in paragraaf over cultuurhistorie dient het gebouw de juiste kleur/monumentale aanduiding te krijgen; 28.3 De wegen nabij Kunst en Complex en de Citrusveiling zijn aangeduid als wegen voor zwaar verkeer. Vanwege de verkeersveiligheid dient dit aangepast te worden; 28.4 In het Ruimtelijk Raamwerk wordt Kunst en Complex genoemd als één van de brandpunten van M4H. In het bestemmingsplan worden alleen de Citrusveiling en Ferro-locatie als brandpunten genoemd.
Dit dient aangepast te worden; 28.5 Miss Clark gaat er van uit dat de akoestische situatie in het gebied geen beperking vormt voor de beoogde hotelfunctie. In dat licht wordt ook gevraagd wat de aanleg van walstroom betekent voor Kunst en Complex; 28.6 Miss Clark gaat er van uit dat de geurcontour van AVR Afvalverwerking geen beperking vormt voor de beoogde hotelfunctie; 28.7 Er staat een onjuistheid in het bestemmingsplan over betaald parkeren, het deel ter plaatse van Keileweg 1-24 is nu betaald parkeren. Ter plaatse van Kunst en Complex zou ook betaald parkeren moeten komen. Verder wordt verzocht uit te leggen op welke wijze de mobiliteitshubs worden uitgewerkt, en wanneer. Alleen voor het gebied Merwehaven wordt hier iets over gezegd. Er staat ook een tegenstrijdigheid in het bestemmingsplan: er wordt gesproken over het wegnemen van parkeerplaatsen op maaiveld, en tegelijkertijd over dubbelgebruik op locaties waar hubs niet verplicht zijn;
50
28.8 Het is onduidelijk wanneer de resterende bodemverontreinigingen weggehaald worden. Dit in verband met het doorstromen van grondvervuiling richting Kunst en Complex; 28.9 Miss Clark vraagt welke participatiemomenten er voor het bestemmingsplan zijn georganiseerd behalve de sessie eind 2021 over geluid in het Keilekwartier. Reactie Algemeen Met de reclamant is afgesproken dat er een aparte ruimtelijke procedure (Omgevingsvergunning) gevolgd wordt voor de herontwikkeling. Er hebben meerdere gesprekken plaatsgevonden met de initiatiefnemer over de ruimtelijke procedure. De hotelfunctie kan namelijk niet zonder meer vergund worden omdat deze binnen de geurcontour van AVR ligt. Hiervoor is eerst nader onderzoek nodig. Daarom is in overleg met de reclamant besloten de vergunning voor het hotel op Keileweg 28 vooralsnog niet aan te vragen. Voor Keileweg 26 is inmiddels wel een vergunning verleend. Deze gaat uit van horeca (bar/restaurant), kantoor en bedrijfsactiviteiten. Wij stellen voor deze functies, conform verleende vergunning, mogelijk te maken in het vast te stellen bestemmingsplan. Zie hiervoor ambtshalve wijziging 15. Wij geven hieronder puntsgewijs onze reactie. 28.1 Op dit moment is er nog geen onherroepelijke omgevingsvergunning voor het hotel.
Overigens gaat paragraaf 2.3.5.1 over de Horecanota, die alleen uitspraken doet over horeca in de zin van eten, drinken en nachthoreca. Een hotel hoeft daar niet genoemd te worden. Daarvoor geldt een ander beleidskader. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ongegrond te verklaren; 28.2 De figuur is afkomstig uit de vastgestelde in 2018 Cultuurhistorische Verkenning. Het klopt dat de informatie op de figuur deels niet meer actueel is, onder andere omdat een aantal gebouwen inmiddels zijn aangewezen als gemeentelijk monument. Dit is ook duidelijk uitgelegd. Over Kunst en Complex is beschreven: de fabriek van de Hollandsche Maatschappij voor Gecondenseerde Melk en het kantoor van de Hollandsche Kleefmachinefabriek zijn aangewezen als gemeentelijk monument in plaats van toekomstig gemeentelijk monument. Het is niet mogelijk de figuur hierop aan te passen, deze is afkomstig uit vastgesteld beleid. Dit is ook niet nodig, de figuur verandert niets aan de monumentale status van het complex. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ongegrond te verklaren; 28.3 Het bestemmingsplan regelt niet de zwaarte, snelheid of de hoeveelheid verkeer, dus hier kan via het bestemmingsplan niet op gestuurd worden. Daarnaast behouden de Benjamin Franklinstraat, Keileweg en Galileistraat ook in de toekomst hun functie voor zwaarder verkeer. Dit is vastgelegd in het Ruimtelijk Raamwerk.
In de vorm van de Makersstraat/Havenallee ontsluit deze weg namelijk de bedrijvigheid in het Galileipark en op de FTR-locatie. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ongegrond te verklaren; 28.4 Hoewel Kunst en Complex niet als expliciet, op zichzelf staand brandpunt beschreven is in het Ruimtelijk Raamwerk, wordt het wel genoemd bij de passage over brandpunten. Wij stellen daarom voor deze zienswijze gegrond te verklaren en de toelichting hierop aan te vullen; 28.5 Een hotel is geen geluidgevoelige functie. De stelling van de reclamant is dus juist. De aanleg van walstroom zorgt er in algemene zin voor dat de geluidbelasting in het hele gebied daalt, dus ook bij het toekomstige hotel. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ter kennisgeving aan te nemen; 28.6 Een hotel is wel een geurgevoelige functie. Dit is medegedeeld aan de reclamant in het kader van de omgevingsvergunning. Er zal nader geuronderzoek worden uitgevoerd in
51
het kader van de Omgevingsvergunning voor het hotel. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ter kennisgeving aan te nemen; 28.7 In het bestemmingsplan is beschreven dat er sinds 2021 betaald parkeren is aan de Keileweg. De reclamant nuanceert dit en geeft aan dat het om een deel van Keileweg gaat. Wij achten dit van ondergeschikt belang en stellen voor het bestemmingsplan hier niet op aan te passen, te meer omdat de parkeersituatie in het gebied de komende jaren zal wijzigen. Wij begrijpen het verzoek om duidelijkheid over de hubs maar op dit moment is nog niet duidelijk waar deze komen in de toekomst. In ieder geval zullen er op termijn ook hubs in het Galileipark en Marconikwartier gerealiseerd worden. Wanneer het Keilekwartier herontwikkeld gaat worden zullen ook daar hubs verschijnen. De hubs, waar collectief geparkeerd wordt, komen inderdaad in de plaats van straatparkeren en parkeren op eigen terrein. Voor de herontwikkeling van Kunst en Complex zijn overigens andere afspraken gemaakt. De reclamant huurt de komende tijd een aantal parkeerplaatsen in een bestaande parkeergarage. Op die manier wordt voldaan aan het Rotterdamse parkeerbeleid. Wanneer er in de omgeving hubs gerealiseerd zijn moeten ook de bezoekers en werknemers in hubs parkeren.
Met dubbelgebruik wordt bedoeld dat bij het ontwikkelen van meerdere functies, zoals wonen, bedrijfsfuncties of winkelfuncties die op verschillende tijdstippen gebruik maken van parkeerplaatsen, een deel van de parkeerplaatsen dubbel gebruikt kan worden. De totale parkeereis voor het geheel wordt hierdoor lager dan de parkeereisen per functie afzonderlijk, omdat de daadwerkelijke vraag naar parkeerplaatsen per functie niet de hele dag hetzelfde is. Overdag is maar een deel van de bewoners thuis, zodat niet alle parkeerplaatsen bij de woningen bezet zijn. In beginsel zijn hubs overal verplicht maar in een aantal situaties kan tijdelijk afgeweken worden van die eis, en kan er bijvoorbeeld een tijdelijk parkeerterrein ontstaan. Ook daarbij is het principe van dubbelgebruik van toepassing. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ter kennisgeving aan te nemen; 28.8 De reclamant heeft beschikking over een bodemrapport. In 2017 is gestart met de sanering van de eerste gronden rondom de voormalige Gasfabriek. De overige terreinen worden gesaneerd in samenloop met de herontwikkeling van het gebied, waarbij de planning van herontwikkeling leidend is. De sanering volgt dus de herontwikkeling. Dit jaar wordt bijvoorbeeld gestart met een sanering ter plaatse van de Stedin-locatie omdat daar ontwikkelingen plaatsvinden.
De locatie Keileweg 26-28 ligt buiten de contour van de verontreiniging. Dat wil overigens niet zeggen dat er geen (andersoortige) verontreinigingen op die locatie aanwezig kunnen zijn. Uit de jaarlijkse grondwatermonitoring blijkt dat de verontreinigingen zich niet verspreiden. Verspreiding van gasfabrieksgerelateerde verontreinigingen richting Kunst en Complex ligt daarom niet in de verwachting. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ter kennisgeving aan te nemen; 28.9 In algemene zin worden er regelmatig informatie- en participatiemomenten georganiseerd over de gebiedsontwikkeling M4H. Deze worden via meerdere kanalen kenbaar gemaakt. Voor het bestemmingsplan is op 5 juni 2023 een informatiebijeenkomst georganiseerd over het ontwerpbestemmingsplan dat toen ter inzage lag. Meer specifiek zijn voor het Keilekwartier in 2021 en 2022 informatiebijeenkomsten georganiseerd. Miss Clark is uitgenodigd voor de bijeenkomst van 23 juni 2022 (in 2021 waren zij nog geen partij in het gebied) maar heeft deze uitnodiging afgeslagen. Wij stellen voor dit deel van de zienswijze ter kennisgeving aan te nemen. Voorstel Wij stellen voor deze zienswijze gegrond te verklaren voor zover het gaat om de passage over de brandpunten (28.4) en het bestemmingsplan als onderstaand aan te passen. Wij stellen
52
voor de overige punten ter kennisgeving aan te nemen (28.5, 28.6, 28,7, 28.8, 28.9) dan wel ongegrond te verklaren (28.1, 28.2, 28.3). Toelichting Wij stellen voor in paragraaf 4.3.2 te benoemen dat Kunst en Complex ook een brandpunt is. Zie voor het tekstvoorstel het wijzigingendocument. 29 Reverted Evenementen B.V., ontvangen d.d. 7 juli 2023 Samenvatting De zienswijze heeft betrekking op de Ferro-locatie aan de Keileweg 25-27. Reverted organiseert grootschalige festivals in Rotterdam en is exploitant van Annabel en Perron. Reverted organiseert ook evenementen op de Ferro-locatie, op basis van een tijdelijke bruikleenovereenkomst met het Havenbedrijf. Het is de wens dit ook in de toekomst te blijven doen en de Ferro-locatie te laten doorgroeien als een permanente locatie voor met name dance-evenementen. Het gaat om categorie 4+ evenementen met meer dan 2.500 bezoekers. De gashouder van de Ferro-locatie is hier voldoende groot voor. De nu in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen bestemming voor evenementen gericht op innovatie en experimenteren biedt hier onvoldoende ruimte voor. Reverted verzoekt deze te verruimen zodat de gewenste dance-evenementen mogelijk zijn, ook in de nacht. Er is een verkennend akoestisch onderzoek bij de zienswijze gevoegd. Hieruit blijkt dat de gewenste evenementen mogelijk zijn zonder dat dit leidt tot een hogere geluidbelasting bij de Lee Towers.
Ook worden omliggende bedrijven niet beperkt. Reactie Het initiatief van de reclamant is inmiddels breed bekend binnen de gemeente. Er is meerdere malen afwijzend op geageerd, omdat permanente zware nachthoreca niet binnen het profiel van het Galileipark past, het beleidsmatig niet gewenst is en vanwege de impact op het toekomstige woongebied. De Ferro-locatie is een belangrijk ‘brandpunt’ voor de ontwikkeling van M4H en moet het visitekaartje worden voor M4H, waar innovatieve maakindustrie, instellingen en publiek elkaar ontmoeten. Het plein en de gashouder biedt ook ruimte voor (publieksgerichte) innovatie, experimenteren, testen, maken en leren. Hieraan gerelateerde evenementen zijn ook mogelijk. Zware nachthoreca past niet bij het beoogde programma voor (maak)bedrijven en is ook niet wenselijk vanwege de impact op de toekomstige woningbouw. Ook op basis van het Horecagebiedsplan (HGP) 2022-2024 is permanente nachthoreca hier niet wenselijk. Deze koers zal ook overgenomen worden in het nieuwe HGP. Om die reden stellen wij voor om hier geen planologische mogelijkheden voor nachthoreca te bieden. Tijdelijke nachthoreca, al dan niet als onderdeel van een evenement, is in M4H overigens wel mogelijk voor zover het de gebiedsontwikkeling niet beperkt.
Hiervoor kunnen initiatiefnemers per initiatief of evenement een omgevingsvergunning aanvragen, waarover vervolgens per geval een afweging gemaakt wordt. Verder is het de reclamant ook bekend dat het Havenbedrijf, de eigenaar van de Dome en het terrein, niet wil meewerken aan permante zware nachthoreca. De Dome was inderdaad tijdelijk in bruikleen gegeven voor evenementen. Per 15 februari 2024 is de bruikleenovereenkomst beëindigd. Reverted is hiermee geen partij meer op deze locatie. Voorstel Wij stellen voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 30 Straatman Koster advocaten namens Vervat, ontvangen d.d. 7 juli 2023 Samenvatting
53
Vervat is eigenaar van de het pand Van Helmontstraat 21-23 en erfpachter van het pand Van Helmontstraat 17-19. Op de genoemde adressen is het bedrijfsverzamelgebouw Spek Design Dock aanwezig. Vervat ageert tegen de opgenomen bedrijfsbestemming en bouwhoogte vanwege de inperking van planologische mogelijkheden en het ontbreken van planologische mogelijkheden voor woningen. 30.1 Woningbouw. Vervat heeft een indicatief programma met ca. 300 woningen en 9 commerciële units voor de locatie met een bouwhoogte van 70 m. Er hebben diverse gesprekken met de gemeente plaatsgevonden over het initiatief. De ontwikkeling met woningbouw in het Marconikwartier is in lijn met het Ruimtelijk Raamwerk en Vervat begrijpt niet waarom er geen woonbestemming is opgenomen. Ook is er een grote behoefte aan nieuwe woningen. In de toelichting is beschreven dat er geen milieutechnische knelpunten zijn voor woningbouw in het Marconikwartier. Wel zijn aanvullende maatregelen nodig voor geluid. Evenwel is in de toelichting beschreven dat woningbouw pas mogelijk is wanneer een ruimtelijke visie op het gebied is. Vervat vindt dat niet goed uitgelegd is waarom de visie nodig is. Een visie is niet nodig omdat er geen milieutechnische knelpunten zijn. Daarnaast is er voor de gronden van Vervat al een stedenbouwkundige opzet, wat een visie ook overbodig maakt.
Het opstellen van een visie zorgt ervoor dat het nog langer duurt voordat de woningbouw kan starten. 30.2 Inperking bestemming. De huidige bestemming is zwaar beperkt ten opzichte van de beheersverordening. Dit zorgt voor allemaal belemmeringen bij de toekomstige ontwikkeling van woningbouw: een plicht tot archeologisch onderzoek, een vergunningplicht om te slopen vanwege de dubbelbestemming voor de cultuurhistorische waarde van het gebouw, een vergunningplicht voor het ophogen van het maaiveld of verlagen van de bodem vanwege de vrijwaringszone van de dijk, regels voor geluidgevoelige bestemmingen vanwege de geluidzone industrielawaai en beperkingen vanwege de geurzone van AVR. 30.3 Vergunningplicht. Over de vergunningplicht vanwege cultuurhistorie geeft Vervat aan dat niet gemotiveerd is waarom het gebouw cultuurhistorisch waardevol is. Ook is (gedeeltelijke) sloop noodzakelijk voor woningbouw en gelden er strikte eisen voor de vergunning. De vergunningplicht vanwege de vrijwaringszone van de dijk is rechtsonzeker omdat niet duidelijk is wat de voorwaarden zijn bij het ophogen van de bodem. De regels voor geluidgevoelige bestemmingen zijn waarschijnlijk dusdanig dat betaalbare woningen niet meer mogelijk zijn. De geurzone vormt ook een beperking voor woningen en ligt slechts voor een klein deel over het perceel van Vervat. Verzocht wordt deze van het terrein te halen.
Overigens is het onduidelijk hoe aangetoond moet worden dat het geurveroorzakende bedrijf niet beperkt wordt. 30.4 Resumerend. Concreet verzoekt Vervat om een bestemming die woningbouw met een hoogte van 70 m toestaat, de dubbelbestemming Waarde – Cultuurhistorie te schrappen en de aanduiding ‘milieuzone – geur 1’ van het perceel te verwijderen. Reactie Hier onder geven wij een puntsgewijze reactie op de zienswijze. 30.1 Woningbouw. Sinds 2021 hebben er diverse gesprekken plaatsgevonden met Vervat. Er zijn afspraken gemaakt over de tijdelijke verlenging van het erfpachtcontract dat in 2022 afliep. Dat is met 3 jaar verlengd omdat er nog geen ontwikkelvisie voor het Marconikwartier is, zodat de huidige bedrijfsactiviteiten kunnen worden voortgezet. Hierbij is ook afgesproken dat toegewerkt wordt naar een ontwikkelkader voor het Marconikwartier. Op basis van dit traject wordt een afweging gemaakt over de toekomst van deze locatie, de rol van beide partijen en worden mogelijk anterieure afspraken gemaakt met Vervat. In het Marconikwartier zijn er geen (grote) milieutechnische knelpunten om het in het Ruimtelijk Raamwerk beoogde programma te bestemmen. Wel is ook in dit gebied sprake van een hoge geluidbelasting en ligt het 54
in de impact van de verschillende geluidbronnen (industrie, ligplaatsen voor schepen, autoverkeer). Daarom is sturing nodig om een acceptabel akoestisch klimaat te borgen. De gemeente heeft deels grip op de gronden in het Marconikwartier. Doordat gronden ook in handen van particulieren zijn en er vanuit het Ruimtelijk Raamwerk en MER ruimtelijke en milieutechnische voorwaarden voor de transformatie gelden, is een integrale sturing op de beoogde kwaliteit noodzakelijk. Om die reden is het noodzakelijk om eerst een ruimtelijke visie op te stellen voordat het gebied ontwikkelgericht bestemd kan worden. Dit staat ook uitgebreider beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan (paragraaf 4.2). Daarnaast zijn ook anterieure afspraken nodig om de financiële haalbaarheid van de transformatie aan te tonen. Op dit moment wordt tussen de gemeente en eigenaren (ook Vervat) in het Marconikwartier gewerkt aan een gezamenlijke ontwikkelvisie. Het streven is om de visie in 2025 te laten vaststellen door de raad. Dit is nodig om de ontwikkeling van de verschillende kavels in samenhang te kunnen bezien. Het programma moet gelijkelijk verdeeld worden over het deelgebied. Zoals in de toelichting beschreven is sorteert het bestemmingsplan M4H al wel voor op herontwikkeling: de gronden zijn gedezoneerd en nieuwe zware bedrijvigheid is uitgesloten.
Evenwel begrijpen wij het standpunt van Vervat en onderschrijven we de behoefte aan nieuwe woningen. Het is alleen nu nog niet mogelijk die te bestemmen. Om die reden kunnen we ook geen woonbestemming opnemen met een bouwhoogte van 70 meter. We hopen dat we in constructieve sfeer kunnen blijven samenwerken en snel aan de slag kunnen met herontwikkeling van het Marconikwartier. Met oog op het bovenstaande stellen wij voor dit deel van de zienswijze ter kennisgeving aan te nemen; 30.2 Inperking bestemming. In paragraaf 4.3.3 hebben wij uitgelegd waarom de milieucategorieën in het Keile- en Marconikwartier zijn ingeperkt ten opzichte van de beheersverordening. De milieucategorie is hier in beginsel teruggebracht naar categorie 2 omdat een hogere milieucategorie de transformatie naar woon-werkgebied in de weg zit. Doordat wij de milieucategorie op alle percelen hebben teruggebracht is woningbouw straks overal mogelijk, ook op het perceel van de reclamant. Bedrijven met een hogere milieucategorie, zoals Spek Design Dock, hebben een maatbestemming gekregen en mogen gewoon aanwezig blijven. Naast de uitleg in paragraaf 4.3.3 kan nog opgemerkt worden dat de beheersverordening uit een tijd komt (1937) dat er nog nauwelijks milieuwetgeving bestond en M4H nog veel zware bedrijvigheid kende.
Het zou niet van goede ruimtelijke ordening getuigen om de zware milieucategorieën uit de beheersverordening te handhaven, ook vanwege de bestaande woongebieden in de omgeving. Wij gaan er van uit dat Vervat dit begrijpt en inziet dat de verlaging van de milieucategorie ook noodzakelijk is voor de herontwikkeling van hun percelen; 30.3 Vergunningplicht. Het klopt dat er nu regels opgenomen zijn over archeologisch onderzoek, een drempel tegen sloop vanwege cultuurhistorie, een vergunningplicht om het maaiveld op te hogen etc. Al die regels zijn het gevolg van wet- en regelgeving die in de periode tussen 1937 en nu ontstaan is. Deze wet- en regelgeving werkt (verplicht) door in bestemmingsplannen. Het is niet zo dat we de keuze hebben om bepaalde regelgeving wel of niet te laten doorwerken in het bestemmingsplan. Inhoudelijk het volgende over deze ‘extra’ regels. De cultuurhistorische waarde komt voort uit de door B&W vastgestelde Cultuurhistorische Verkenning. Uitgangspunt is dat gebouwen die zijn aangewezen als beeldbepalend de beschermende dubbelbestemming krijgen. De dubbelbestemming is geen absoluut sloopverbod. Al dan niet gedeeltelijke sloop is met inachtneming van een aantal voorwaarden en in overleg met de gemeente mogelijk.
Wij willen wel kunnen sturen op behoud van cultuurhistorische waarden van de locatie dus vandaar dat er via de dubbelbestemming een vergunningplicht is. De vergunningplicht voor het ophogen van de bodem komt voort uit het beleid van het Hoogheemraadschap van Delfland. Het is belangrijk dat zij betrokken worden bij ingrepen in het buitendijks gebied en hun goedkeuring geven. De regels voor geluidsgevoelige bestemmingen zijn 55
opgenomen vanwege de hoge geluidbelasting in het gebied. Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het noodzakelijk deze op te nemen. De regels in verband met de geluidzone komen voort uit de Wet geluidhinder en werken rechtstreeks door in het bestemmingsplan. Het is een feit dat er twee geluidzones aanwezig zijn ter plaatse van de reclamant dus er is geen keuze om deze regels achterweg te laten. De gemeente heeft de plicht om toekomstige bewoners te beschermen tegen te hoge geluidbelastingen. De contour van de geurzone van AVR kan niet zomaar uit het bestemmingsplan gehaald worden. Deze komt voort uit de vergunning van AVR. Wel wordt vanuit de gemeente een traject opgestart om te onderzoeken of de contour nog actueel is en welke maatregelen eventueel mogelijk zijn om geurhinder te voorkomen. Dit doen wij vanwege de toekomstige herontwikkeling van het Marconi- en Keilekwartier. Wij stellen voor het verzoek om de diverse aanduidingen en dubbelbestemmingen te verwijderen ongegrond te verklaren; 30.4 Resumerend. Op grond van bovenstaande uitleg kunnen wij niet tegemoetkomen aan de wensen van Vervat. Voorstel Wij stellen onderdelen 30.1, 30.2 en 30.3 (gedeeltelijk) ter kennisgeving aan te nemen en onderdelen 30.3 (gedeeltelijk) en 30.4 ongegrond te verklaren. 31 Dentons Europe BV namens Pinnacle 5 B.V. ontvangen d.d.