CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb005850] Bijlage 1 behorende 24bb005840 - Ontwerpbestemmingsplan M4H

Subcommissie bestemmingsplannen Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 15 oktober 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Hoorzitting47.148 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Dag- en avondhoreca (met achtergrondmuziek) door middel van een aanduiding op de verbeelding. Er is gekozen om ruimere mogelijkheden te bieden dan het HGP om het ontwikkelpotentieel te vergroten.

Medialane/Keileweg: ontwikkelen Initiatief is komen te vervallen en categorie 3 is niet meer aan de orde. Geen doorwerking in bestemmingsplan.

38

Keilekwartier

Steurgebouw (Galileistraat 25): consolideren/bestaande horeca

Dag- en avondhoreca (met meer dan achtergrondmuziek) door middel van een aanduiding op de verbeelding.

Stadshavenbrouwerij (Galileistraat 24): consolideren/bestaande horeca

Dag- en avondhoreca (met achtergrondmuziek) door middel van een aanduiding op de verbeelding.

N.v.t.

In aanvulling op het bovenstaande en in afwijking van het HGP is één nieuwe Dag- en avondhoreca (met achtergrondmuziek)-vestiging toegestaan op één van de ontwikkelgerichte kavels binnen het Galileipark. Het volgende HGP wordt hier op aangepast.

Keileweg 14: ontwikkelen categorie 2

Geen, omdat het Keilekwartier conserverend is bestemd en er op het moment van terinzagelegging geen horeca aanwezig is in het pand. Toekomstige initiatieven kunnen mogelijk gemaakt worden met een eigen ruimtelijke procedure.

Keileweg 18: ontwikkelen categorie 2 Keileweg 26: ontwikkelen categorie 2 Katoenveem (Keilestraat 39): ontwikkelen categorie 2

Marconikwartier

Keileweg 10: consolideren/bestaande horeca

Dag- en avondhoreca (met achtergrondmuziek) door middel van de bestemming Horeca.

Keilepanden (Keileweg 7-9)

Dag- en avondhoreca (met achtergrondmuziek) door middel van een aanduiding op de verbeelding.

Rotterdam Science Tower (Marconistraat 16): ontwikkelen categorie 1

Daghoreca door middel van een aanduiding op de verbeelding. Deze horeca is al bestaand. Het pand heeft een categorie 1exploitatievergunning.

Lee Towers (Galvanistraat 199): Dag- en avondhoreca (met ontwikkelen categorie 2 achtergrondmuziek) door middel van een aanduiding op de verbeelding. Deze horeca is al bestaand. Het pand heeft een categorie 2exploitatievergunning. Marconiplein 1: consolideren/bestaande horeca

Dag- en avondhoreca (met achtergrondmuziek) door middel van de bestemming Horeca.

Galvanistraat 34: consolideren/bestaande horeca

Aanduiding voor een Feestzaal

Galvanistraat 150: Aanduiding voor een Feestzaal consolideren/bestaande horeca.

39

Merwehaven

Citrusveiling (Marconistraat 19): Dag- en avondhoreca (met consolideren/bestaande horeca achtergrondmuziek) door middel van een aanduiding op de verbeelding. Marconistraat 39: consolideren/bestaande horeca

Geen, de nu aanwezige horeca hier verdwijnt wanneer de gebiedsontwikkeling start.

N.v.t.

12 nieuwe horeca-vestigingen, zie onderbouwing hier onder.

Gustoweg, FTR, Sappencluster HAKA (Vierhavensstraat 38-42): Nachthoreca door middel van ontwikkelen categorie 4 een aanduiding op de verbeelding. Het pand heeft een categorie 4exploitatievergunning. HAKA (Vierhavensstraat 38-42): Twee maal Dag- en avondhoreca ontwikkelen twee maal categorie (met achtergrondmuziek) door 2 middel van een aanduiding. Overig: consolideren/bestaande Bestemd conform bestaande horeca exploitatievergunning. Nieuwe horeca in het gebied Merwehaven Het HGP 2022-2024 bevat nog geen beleid voor het gebied Merwehaven. In het kader van het Masterplan is al wel nagedacht over de mogelijkheden voor nieuwe horeca. In totaal zijn maximaal 12 nieuwe horeca-vestigingen mogelijk in Merwehaven. Het gaat in alle gevallen om Daghoreca ter ondersteuning van de woonfunctie. De horeca komt in de Marconistrip (4 vestigingen), rond de buurtpleinen (6 vestigingen) en op de punt van de lange pier (2 vestigingen). De helft van de 12 nieuwe vestigingen wordt pas ontwikkeld nadat de activiteiten van Van Uden beëindigd zijn. De andere 6 vestigingen kunnen op korte termijn ontwikkeld worden. De exacte locatie van de nieuwe horeca is niet vastgelegd op de verbeelding omdat dit nu nog niet duidelijk is. In de bestemmingen Woongebied - 1 en Overig - Verkeer-Verblijfsgebied en Woongebied -1 zijn de nieuwe vestigingen daarom algemeen mogelijk gemaakt. 2.3.6

Havenvisie 2030, herijking 2019

De Havenvisie beschrijft de ambitie en het toekomstperspectief voor het Rotterdamse haven- en industriecomplex, inclusief de zeehavens van Dordrecht en Moerdijk. De centrale doelstelling is het in stand houden en vergroten van de maatschappelijke en economische waarde van dit complex en het reduceren van ongewenste externe effecten zoals de CO2-uitstoot. Er zijn een aantal hoofddoelen beschreven die erop gericht zijn de concurrentiepositie van de Rotterdamse haven te versterken en duurzame groei in een haven van wereldklasse te realiseren. De hoofddoelen hebben onder andere betrekking op digitalisering, energietransitie en het verbinden van de haven met stad en regio. De haven en de regio hebben de komende jaren drie urgente opgaven: de economische transitie, de sociale transitie en het vergroten van de attractiviteit van de regio. Deze opgaven beïnvloeden het realiseren van de ambitie en doelen sterk. Om die reden zijn per opgave prioriteiten benoemd waar de komende jaren de focus op ligt om nu en in de toekomst als haven economische en maatschappelijke waarde te blijven creëren. De economische transitie gaat over digitalisering, veranderende goederenstromen en energie- en grondstoffen transitie. De sociale transitie houdt een verandering van beroepen en vaardigheden in.

Zo moeten er meer hoogwaardige opleidingen komen en de arbeidsmarkt moet beter met het onderwijs verbonden worden. Het vergroten van de attractiviteit heeft te maken met het vinden van een balans tussen verstedelijking en behoud van de havens en de milieu- en gezondheidseffecten daarvan. 2.3.6.1 Relevant beleid voor het plangebied In de visie zijn zeven kernpunten geformuleerd, waarvan er vier een raakvlak hebben met M4H:

40

Verbinding van haven, stad en milieu: de transities leiden tot sterkere verwevenheid van de havenen de stedelijke economie. Een intensieve verbinding versterkt de vitaliteit van zowel haven als regio. Een sterke Global Hub en Industrial Cluster bevorderen de internationale positie van Rotterdam als meest diverse en concurrerende maritieme hoofdstad van Europa (Rotterdam Maritime Capital) en andersom. Daarnaast bieden de transities kansen om hoogwaardige stedelijke economische activiteiten aan te trekken omdat innovatieve maakindustrie, kennisinstellingen en zakelijke (digitale) dienstverlening steeds sterker in elkaar grijpen. Een hoogwaardig vestigings- en woonklimaat is cruciaal voor het aantrekken van innovatieve werknemers en bedrijven; Ruimte voor ontwikkeling: dit is een kritische, maar tegelijkertijd schaarse succesfactor. Zeker stellen van voldoende ruimte voor de transitie van het haven- en industriecomplex vormt de komende jaren een grote uitdaging. Tijdens de transitie is er parallel ruimte nodig voor zowel de verdere groei en vernieuwing van bestaande activiteiten als de ontwikkeling van nieuwe activiteiten. Dit vraagt om een aantrekkelijke, veilige en gezonde leefomgeving in een groeiend stedelijk gebied.

Enerzijds vereist dit een verdergaande clustering van bestaande en nieuwe bedrijven om de fysieke ruimte, voorzieningen, (rest)stromen en milieugebruiksruimte intensiever en zo efficiënt mogelijk te benutten. Anderzijds zijn de milieukarakteristieken van deze nieuwe activiteiten en daarmee de benodigde gebruiksruimte voor de diverse milieucomponenten - bijvoorbeeld als gevolg van de toepassing van nu nog onbekende technologieën - pas in de loop van de tijd duidelijk. Gelet op de onzekerheden en dynamiek is voorzichtigheid en maatwerk voor het vinden van de juiste balans nodig, waarin ook de beleving meeweegt. De ontwikkeling en toepassing van nieuwe instrumenten voor de verdeling van de milieugebruiksruimte helpt hierbij; Human Capital: dit is een cruciale voorwaarde voor succes. De bovengenoemde uitdagingen vragen om een onderwijs- en arbeidsmarkt gekenmerkt door duurzame en flexibele inzetbaarheid, nieuwe vaardigheden, intersectorale samenwerking, talentontwikkeling en instroom van (inter)nationaal talent. Een continue dialoog is nodig, leidend tot een gezamenlijke inzet van overheid, onderwijs- en kennisinstellingen en bedrijfsleven.

Daarbij is ook aandacht voor een optimale duurzame bereikbaarheid en het vergroten van de arbeidsmarkttoegang van kwetsbare groepen; Innovatie-Ecosysteem: voor digitalisering, de energietransitie en de inzet op verbreding van het portfolio geldt dat de kwaliteit van het innovatie-ecosysteem doorslaggevend is. De ambitie van internationaal leiderschap vraagt om een innovatie-ecosysteem waarin alle componenten van wereldklasse zijn. Tot de componenten behoren onder meer opleidingsinfrastructuur, aanjagen van ondernemerschap, gericht aantrekken van talent, onderzoek, testfaciliteiten, ondersteuning van start-ups en scale-ups, beschikbaarheid van risicokapitaal, innovatiebevorderende regelgeving, geschikte ontmoetings- en werkplekken voor innovatieve ondernemers en hoogwaardige vraag naar innovatieve producten en diensten.

2.4

Gebiedsgericht beleid

2.4.1

Structuurvisie Stadshavens en Ontwikkelstrategie Merwe-Vierhavens

respectievelijk vastgesteld in 2011 en 2016 door de Rotterdamse gemeenteraad In de Structuurvisie Stadshavens uit 2011 is de transformatieopgave van het M4H-gebied naar een gemengd woon-werkmilieu voor het eerst door gemeente en Havenbedrijf neergelegd in een formeel, publiek document. De samenwerking tussen Havenbedrijf en gemeente is vastgelegd in de Samenwerkingsovereenkomst (SOK) Stadshavens (2007). In de Ontwikkelingsstrategie MerweVierhavens is beschreven hoe het Havenbedrijf en de gemeente samen met marktpartijen het gebied willen ontwikkelen tot de stedelijke proeftuin, waar haven en stad, kennis en kunde bij elkaar komen, waar nieuwe woon-en werkvormen een plek krijgen en gezamenlijke (duurzame) meerwaarde wordt gecreëerd voor stad en regio. Vanuit een flexibel ontwikkelkader dat ruimte biedt aan nieuwe marktontwikkelingen probeert de gemeente hierin richting te geven en kansen voor ondernemers, bezoekers en later ook bewoners te creëren. Echter er waren destijds nog drie ontwikkelscenario's voor woningbouw in de verschillende deelgebieden mogelijk. Daaropvolgend zijn onderstaande visies gemaakt, waarin concretere keuzes zijn gemaakt t.a.v. de programmatische en ruimtelijke ontwikkeling 2.4.2

Visie en strategie Rotterdam Makers District

vastgesteld door B&W op 12 december 2017

41

Na vaststelling van de Ontwikkelstrategie trok de markt aan en blijkt het ontwikkelde profiel voor het gebied als maakstad (Makers District) in relatie tot de opgaven haven en stad ('next economy”) op het gebied van energietransitie, digitalisering en circulaire economie aan te slaan. Om die reden is de 'Visie en strategie Rotterdam Makers District' opgesteld. Het document betreft een uitwerking en invulling van de ontwikkelstrategie uit 2016. In de visie wordt beschreven hoe de gemeente en het Havenbedrijf het M4H-gebied (in samenhang met de RDM-campus) willen ontwikkelen tot een gemengd gebied, waarin naast de maakindustrie ook plaats is voor woningbouw, horeca en andere stedelijke functies. De nieuwe economie: innovatieve maakindustrie Door digitalisering en de transitie naar een duurzame energievoorziening en circulaire economie verschiet de huidige economie in hoog tempo van kleur. Onderdeel van de nieuwe economie is de terugkeer van de maakindustrie naar de regio, in een nieuwe vorm. Het betreft innovatieve maakindustrie die kleinschalig, hooggespecialiseerd en kostenefficiënt produceert. Technieken met betrekking tot 3D-printen, robotisering en material science, het ontwerpen en ontwikkelen van nieuwe materialen uit bestaande materialen, maken dit mogelijk. De nieuwe maakindustrie wordt getypeerd door kleinschalig ondernemerschap.

Kostbare testfaciliteiten worden gedeeld in bijvoorbeeld gemeenschappelijke productieruimten, die ook de lokale kennisdeling en de ontwikkeling van vaardigheden bevorderen. Door de maritieme en industriële entourage, het gevarieerde aanbod aan bedrijfsruimten en de ligging tussen stad en haven is het Makers District de aangewezen locatie voor innovatieve maakindustrie. De innovatieve maakindustrie vraagt om kleine en middelgrote bedrijfsruimten, om gemeenschappelijke faciliteiten zoals labs, cleanrooms en datacenters en om een flexibele, open omgeving. Veel ruimtes in M4H lenen zich goed voor industriële productie. Dit aanbod, gecombineerd met het water, de kades en de authentieke ‘ruwe’ havensfeer maken het gebied aantrekkelijk voor de beoogde bedrijven. Naast de aanwezigheid van geschikte bebouwing zijn de nabijheid van creatief talent, afzetmarkten en kenniscentra doorslaggevend voor het succes. Het aantrekken van de innovatieve maakindustrie heeft een grote impact voor vernieuwing van de economie van stad en haven. De innovaties die er vandaan komen, staan niet op zichzelf. Ze combineren vaak toepassingsmogelijkheden in verschillende economische sectoren: van de logistiek, automobiliteit en petrochemie tot food en gezondheidszorg, van waterbouw en woningbouw tot design. Door de nabijheid tot elkaar ontstaan kruisbestuivingen.

Daarmee is de nieuwe maakindustrie een aanjager van innovatie in verschillende regionale waardeketens. Ook de zakelijke dienstverlening, die zijn centrum heeft in onder meer het Rotterdam Central District, profiteert van de aanwezigheid van de nieuwe maakindustrie. Gebiedsontwikkeling De meer technische maakindustrie zal tot een bepaalde omvang met name een plaats vinden in het hart van het gebied (in het Ruimtelijk Raamwek het Galileipark genoemd). In het gebied rond de Europointtorens zal een gemengd gebied ontstaan met wonen en werken in hoge dichtheid. De transformatie van de Europointtorens is hier een goede aanjager voor. In het Vierhavensblok is ruimte voor kleinschalige, ambachtelijke en/of creatieve maakindustrie, aangevuld met woningen. Rondom de Keilehaven met karakteristieke panden zoals Katoenveem komen voorzieningen, horeca aan het water en op termijn experimenteel wonen. De Merwehaven (met inbegrip van de Marconistrip) wordt getransformeerd naar stedelijk woongebied met maximaal 2.764 woningen. De gebieden Vierhavens en Fruit Terminal Rotterdam blijven voorlopig in gebruik conform de huidige situatie. Herontwikkeling is hier pas later aan de orde.

42

2.4.2.1 Relevant beleid voor het plangebied De Visie en Strategie schetst een gedetailleerd beeld voor de gewenste innovatieve maakindustrie, en een meer globaal beeld van de overige functies in deze gebiedsontwikkeling. De grotere innovatieve bedrijvigheid wordt in dit bestemmingsplan met name mogelijk gemaakt in het hart van het gebied, het Galileipark (zie ook paragraaf 4.3.2). Hier is ook maakindustrie uit een hogere milieucategorie mogelijk. De transformatie naar gemengd woonwerkgebied in de overige delen van M4H is in het Ruimtelijk Raamwerk nader uitgewerkt. Zie hiervoor paragraaf 2.4 en Hoofdstuk 4. 2.4.3

Ruimtelijk Raamwerk Merwe-Vierhavens

Vastgesteld op 27 juni 2019 door de Rotterdamse gemeenteraad Het Ruimtelijk Raamwerk Merwe-Vierhavens is de ruimtelijke en programmatische uitwerking van de Visie en strategie Rotterdam Makers District. Het raamwerk bevat per gebied een beschrijving van het toekomstige programma (de verschillende functies en dichtheden per deelgebied) en de toekomstige ruimtelijke hoofdstructuur (de hoofdopzet van wegen, parkeren en andere openbare ruimte). Daarnaast zijn thema's als bebouwingsstructuur, mobiliteit en buitenruimte uitgewerkt, evenals een aantal principes voor een duurzame gebiedsontwikkeling. 2.4.3.1 Relevant beleid voor het plangebied Het Ruimtelijk Raamwerk is de onderlegger van dit bestemmingsplan en komt in Hoofdstuk 4 uitgebreid inhoudelijk aan bod.

43

Hoofdstuk 3 3.1

Beschrijving van het plangebied

Algemeen

M4H is een haven- en industrieterrein tussen dijk en rivier, dat gekenmerkt wordt door het water, de kades en de sfeer van een havengebied. Maat en schaal van havenbekkens en gebouwen typeren het gebied, net als de beeldbepalende gebouwen en monumenten. Het gebied is grotendeels in gebruik door diverse bedrijven. De bedrijvigheid op de havenpieren heeft overwegend een havenfunctie, bedrijvigheid aan de randen van Merwe-Vierhavens heeft voornamelijk een industriële en handelsfunctie. Gebouwen op de havenpieren dienen voor opslag (loodsen) en transportfaciliteiten (luchtbruggen, los- en laadperrons). In de buitenrand aan de noordoostelijke zijde is meer diversiteit in functies, zoals horeca, kantoor, detailhandel en wonen. De haven- en kadegebonden bedrijvigheid is in de loop van de tijd afgenomen en voor een deel vervangen door niet-watergebonden activiteiten. Deels betreft dit nog steeds (grootschalige) bedrijvigheid, deels gaat het om marginale bedrijvigheid zoals handel in tweedehands goederen en auto's. Ook komen er stedelijke functies voor zoals ateliers, studio's en werkplaatsen voor ondernemers in de creatieve sector en circulaire maakindustrie. De komst van deze functies betekende de start van de transformatie van het gebied. In Europoint II en III, de Lee Towers, zijn 883 woningen aanwezig.

Verder wordt er alleen gewoond in de bedrijfswoningen die verspreid over het gebied aanwezig zijn. Grondpositie Vrijwel alle gronden in het gebied zijn in eigendom van de gemeente, behalve in het Marconikwartier, hier is het merendeel van de gronden particulier bezit. Een belangrijk deel van de gronden in het overige deel van M4H is in hoofderfpacht uitgegeven aan het Havenbedrijf Rotterdam. Via huur- en of erfpachtovereenkomsten zijn gronden weer uitgegeven aan bedrijven. In het Keilekwartier heeft de gemeente gronden zelf in erfpacht uitgegeven of al dan niet tijdelijk verhuurd. Bijna alle gronden zijn op dit moment uitgegeven, behalve een deel van het gebied grenzend aan de Schiedamseweg (de zogenoemde Marconistrip), enkele kavels aan weerszijden van de Keilehaven en de kavels op de hoek Keilestraat/Vierhavensstraat. Deze kavels liggen braak. De gronden op de Merwepieren komen op korte termijn vrij en worden weer volledig eigendom van de gemeente. Daarna kunnen ze worden uitgegeven voor woningbouw. Milieucategorieën In M4H komen bedrijfsactiviteiten voor van milieucategorie 2 tot en met milieucategorie 5.3. Het gebied maakt deel uit van het gezoneerde industrieterrein 'Havens Noordwest en Oost-Frankenland'.

In de huidige situatie sluit de geluidzone niet goed meer aan bij het feitelijke gebruik omdat de grote lawaaimakers, op het 150 kV-transformatorstation aan de Galileistraat na, verdwenen zijn. De geluidzone is daardoor groter dan op basis van de feitelijke situatie nodig is.

3.2

Ruimtelijke structuur en ontsluiting

De ruimtelijke structuur van het plangebied wordt in grote mate bepaald door de waterbekkens van Merwe-, Keile-, Lek- en IJsselhaven. Het gebied ligt volledig buitendijks en is begrensd door waterkeringen. De dijk ligt op de grens van het plangebied met de omliggende stadswijken OudMathenesse en Bospolder. De straten vanaf de dijkroute lopen over het midden van de pieren met aan weerszijden langgerekte bebouwing. Zo zijn deze havens indertijd ontworpen. De havenbekkens zijn onderdeel van de karakteristieke typologie van deze pieren met zichtlijnen naar de Nieuwe Maas. Het Galileïpark wijkt af van deze opbouw met een eigen logica die door de rondweg Galileistraat en Keileweg wordt gevormd. De ruimtelijke ontwikkeling is zuiver planmatig en ingericht voor de overslag van stukgoederen, maar ook voor industrie en lijndiensten voor personenvervoer. De dichtheid in het gebied is nog laag, mede door de leegstaande terreinen en gebouwen die de terugloop van de groenteen fruithandel en de energie-industrie in Merwe-Vierhavens heeft achtergelaten.

44

Het plangebied wordt aan de waterzijde ontsloten door diverse havens die uitkomen op de Nieuwe Maas. Voor autoverkeer is het gebied vooral ontsloten via de Tjalklaan en de Vierhavensstraat. De Vierhavensstraat vormt de verbinding met het centrum van Rotterdam. Ook vanaf de Schiedamseweg is het gebied bereikbaar. Vanaf de Vierhavenstraat en de Schiedamse weg kent het gebied twee entrees: de Keileweg en de Benjamin Franklinstraat. De hoofdwegen in het gebied zijn de Keileweg, Marconistraat en de Benjamin Franklinstraat. Als doorgaande route ontsluiten de Marconistraat en Vierhavensstraat de havenpieren. Vrijwel haaks op de Marconistraat en Vierhavensstraat liggen rechte straten die de havenpieren ontsluiten. De IJsselstraat, Lekstraat, Keilestraat en Radiostraat lopen over het midden van de smalle havenpieren. De Galileistraat en de Keileweg vormen samen een interne rondweg op de brede pier tussen de Keilehaven en Merwehaven. De Benjamin Franklinstraat is een aangelegde ontsluitingsweg na gedeeltelijke demping van de Lekhaven (1992) en Keilehaven (1997). Zie figuur 3.1. Parkeren vindt in het Vierhavens-Merwehavengebied plaats in de openbare ruimte op straat, in een parkeergarage, langs de weg en binnen de aanwezige parkeervakken op het bedrijventerrein. Daarnaast wordt geparkeerd op eigen terrein.

In bepaalde straten is in het verleden vanwege de hoge parkeerdruk betaald parkeren ingevoerd. Het Marconiplein, een knooppunt van openbaar vervoer met metro, tram en bus, grenst direct aan het plangebied, en is de belangrijkste OV-ontsluiting. Er vertrekken metro's richting Beurs en Schiedam Centrum, met directe verbindingen naar Capelle a/d IJssel, Spijkenisse, Ommoord en Nesselande. Trams verbinden het gebied met station met Schiedam, Spangen, de rest van het gebied Delfshaven en het centrum. Aan de Schiedamseweg zijn twee bus- en tramhaltes aanwezig die het deelgebied Merwehaven kunnen ontsluiten in de toekomst. De waterkant is door twee watertaxi haltes (nabij de Fruitvis en Kunst&Complex) ontsloten naar andere waterhaltes in de stad. Ook is er recent een OVveerdienst gestart tussen Marconistraat en RDM aan de overzijde van de Nieuwe Maas.

Figuur 3.1: ontsluiting van het gebied

3.3

Gebruik per deelgebied

Het plangebied is op basis van het Ruimtelijk Raamwerk op te delen in een aantal gebieden: Galileipark, Merwehaven, Marconikwartier, Keilekwartier, Gustoweg, FTR en Vierhavens. Zie figuur 3.2.

45

Figuur 3.2: de deelgebieden op basis van het raamwerk Galileipark Het Galileipark ligt centraal in het M4H-gebied en wordt begrensd door de Marconistraat, Benjamin Franklinstraat, Keileweg en de Merwehaven. De bebouwing is op de Galileistraat, Keileweg of Benjamin Franklinstraat georiënteerd. In het gebied zijn met name nutsbedrijven gevestigd met een extensief ruimtebeslag, waaronder een 150 kV transformatorstation. Voorheen stond er een energiecentrale in het gebied. Een deel van de gronden ligt braak en heeft geen functie. Het gaat om de kavels 'Truckparking-Oost', 'Truckparking-West', 'Eon-West', 'Eon-Zuid' en 'Ferro-West'. Zie paragraaf 4.3.2 voor een kaartje met de begrenzing van deze kavels. Truckparking Oost zal op korte termijn herontwikkeld worden met kantoren en laboratoria. Tussen Merwehaven en Galileistraat staan twee voormalige loodsen die herontwikkeld zijn. In de zuidelijke loods is bedrijfsruimte gerealiseerd en in de noordelijke loods is een brouwerij met horeca gevestigd (milieucategorie 3.1) met bijbehorende horeca. Ook de voormalige kantoren van de Ferrofabriek worden herontwikkeld tot bedrijfs- en kantoorruimte. Merwehaven Het gebied Merwehaven bestaat uit het voormalige rangeerterrein tussen Marconistraat en Schiedamseweg en de Merwepieren.

De Merwehaven bestaat uit drie insteekhavens die dieper landinwaarts zijn aangelegd en een gezamenlijke havenmond hebben en is aangelegd als stukgoedhaven. Het voormalige rangeerterrein dat tussen de Schiedamseweg en de Marconistraat lag is grotendeels een braakliggend terrein doordat veel treinsporen zijn verwijderd. Dit deel van het deelgebied Merwehaven wordt ook wel de 'Marconistrip' genoemd. Hier zijn tijdelijke activiteiten gevestigd in afwachting van herontwikkeling. In het westelijke deel staan nog enkele loodsen en voormalig douanekantoor. Verder naar het oosten staat een voormalige opslagloods die gebruikt wordt als evenementen en vergaderlocatie en daarachter kassen en een terrein. Ook hier is horeca aanwezig en er vinden evenementen plaats. In de meest oostelijke punt van de Marconistrip staat een bedrijfsgebouw dat tijdelijk in gebruik is als HBO instelling en fruitbedrijf (dit pand wordt binnenkort gesloopt). Daarnaast staat het rijksmonument Rotterdamse Citrusveiling die af en toe in gebruik is als evenementenlocatie. Het aanpalende kantoor van dit gebouw is verhuurd aan een fruitimporteur. De havenpieren van de Merwehaven worden nu nog gebruikt door de Rotterdam Fruitwharf voor laad-, losen overslag activiteiten voor de zeeschepen.

Deze activiteiten vinden nog plaats op basis van een tijdelijke verhuring en eindigen wanneer het in combinatie met woningbouw niet meer mogelijk is. Dan komen de gronden vrij voor herontwikkeling.

46

Marconikwartier Het gebied Marconikwartier ligt in de noordoostelijke hoek van het plangebied, direct ten zuiden van het Marconiplein. In vergelijking met het omringende havengebied heeft dit deelgebied een fijnmazig stratenpatroon met drie evenwijdig lopende straten: Marconistraat, Galvanistraat en van Helmontstraat. De kavels zijn overwegend kleinschalig in vergelijking met de rest van het M4H-gebied, en de bebouwingsdichtheid is relatief hoog. Het gebied bestaat uit laagbouw en hoogbouw. Het onderlinge verschil in bouwhoogte is groot. Rondom het Marconiplein staan de vijf Europointtorens met een hoogte tot 95 meter, de overige bebouwing is ten hoogste vier lagen hoog. De gronden tussen de Marconistraat en de Schiedamseweg zijn in gebruik door Gemeentewerken Rotterdam. Verder staat hier Europoint V, een gebouw met kleinschalige kantoren. Tussen de Marconistraat en Galvanistraat staan de Europointtorens I t/m IV en de parkeergarage die daar bijhoort. Europoint I is in gebruik als kantoorgebouw, Europoint II en III zijn getransformeerd tot woongebouwen (de Lee Towers met 883 woningen en horeca in de plint) en Europoint IV, de Science Tower, is in gebruik als bedrijfsverzamelgebouw met kantoren, onderwijs en laboratoria. In de toren zijn met name bedrijven met een biomedisch wetenschappelijk profiel aanwezig. Tussen Europoint I en II is nog een fastfoodrestaurant aanwezig.

De gronden tussen de Galvanistraat en Van Helmontstraat bestaan uit relatief kleine kavels en kennen een veelheid aan functies: onder andere twee zalencentra, een chocoladefabriek, bedrijfsverzamelgebouwen, creatieve maakindustrie, een garage voor oldtimers, een groothandel, garagebedrijven en een transformatorstation. Op het meest zuidelijke kavel, tussen de Van Helmontstraat en Keileweg, is perifere detailhandel aanwezig in de vorm van een bouwmarkt en meubelzaak. De milieucategorie varieert van 2 tot 5.1. Keilekwartier Het Keilekwartier ligt ten zuiden van het Marconikwartier en Galileipark en wordt begrensd door de Vierhavensstraat, Keilestraat en de Keileweg. In het Keilekwartier ligt de Keilehaven, een gegraven insteekhaven met smalle havenpieren, die direct toegankelijk is vanaf de Nieuwe Maas. Er zijn nog enkele wat grotere bedrijven aanwezig, waaronder de afvaloverslag van de AVR en een import/exportbedrijf voor fruit. Een deel van de gronden ligt braak, heeft een tijdelijke functie of wordt als opslagterrein gebruikt. Het gebruik van de gronden ter plaatse van de gedempte haven, tussen Benjamin Franklinstraat en Vierhavensstraat, is intensiever. Het zwaartepunt ligt op cultuur en creatieve maakindustrie.

In de noordwestelijke hoek van dit deel van het Keilekwartier is Atelier van Lieshout in een aantal panden gevestigd met werkplaatsen, expositieruimtes en een beeldentuin. Verder naar het oosten is horeca aanwezig en het voormalige Chefaro-kantoor met de bijbehorende opslagloods die nu muziekstudio's huisvest (Soundport). Nabij de Vierhavensstraat staat Keilewerf I. In dit gebouw zijn diverse werkplaatsen aanwezig met onder andere staalslagers, meubelmakers en stoffeerders. Samen met Keilewerf II aan de Keilstraat gaat het om 6.000 m² bedrijfsvloeroppervlak met ruim 80 ondernemers. Ten westen van Keilewerf II staat het Keilepand waar ook creatieve maak- en foodbedrijven in gevestigd zijn. Na herontwikkeling is er ook een expositie- en presentatieruimte aanwezig. Tussen de bebouwing aan de Keileweg en de Keilestraat is een voedseltuin aangelegd. Aan de zijde van de Vierhavensstraat staat Studio Rosegaarde met atelier en werkruimte. De omliggende gronden zijn onbebouwd en hebben geen functie. In de Keilehaven wordt een getijdepark aangelegd. Gustoweg e.o. Het gebied bestaat uit een kleinschalig bedrijventerrein dat wordt omsloten door de Marconistraat, Gustoweg, van Berckenrodestraat en de Nieuw-Mathenesserstraat en Van Uden aan de Gustoweg.

Op het bedrijventerrein zijn verschillende functies aanwezig: een zalencentrum, perifere detailhandel, horeca, autobedrijven, een tankstation en diverse kleinschalige bedrijven uit categorie 2 en in sommige gevallen uit categorie 3.1 of 3.2. Een aantal gebouwen staat leeg. De bebouwing bestaat overwegend uit één of twee bouwlagen en is bijna allemaal gebouwd tussen 1945 en 1970. Ten zuiden van het bedrijventerrein ligt Van Uden. Dit bedrijf slaat stukgoederen, bulkgoederen en breakbulk op- en over. Er zijn diverse vaste en drijvende kranen en grootschalige bedrijfsgebouwen aanwezig. Het bedrijf valt in milieucategorie 5.3. FTR

47

De FTR-locatie ligt op de punt tussen de Merwehaven en Vierhavens en heeft een oppervlakte van ca. 15 ha. Het fruitoverslagbedrijf heeft hier vijf grootschalige loodsen staan met een gezamenlijke footprint van ruim 5 ha. Er vindt overslag van stukgoederen op en van zeeschepen plaats. Naast de FTR locatie is een import- en exportbedrijf uit categorie 3.2 aanwezig, en een milieupark. Er is ook een braakliggend kavel dat op termijn gaat dienen als truckparkeerplaats. Het terrein wordt ontsloten door de Galileistraat en Keileweg. Vierhavens Het gebied Vierhavens bestaat uit de Lek-, IJssel- en Koushaven. De havens zijn allen in gebruik door de omliggende bedrijven. Er zijn drie grote bedrijven aanwezig twee die zich richten op de op- en overslag en de productie van sappen, en een bedrijf dat zich richt op de op- en overslag van fruit. De bedrijven vallen respectievelijk in milieucategorie 5.1, 4.2 en 3.1 en hebben grootschalige bedrijfsgebouwen op hun terreinen. Verder staat het rijksmonument HAKA-gebouw binnen dit gebied, dat gerenoveerd is en in gebruik is als bedrijfsverzamelgebouw en horeca. Aan de Keileweg staat De Vertrekhal, dat in gebruik is als bedrijfsverzamelgebouw. Tussen Keile- en Vierhavensstraat is een tankstation aanwezig. Op de kop van de pier tussen Lek- en IJsselhaven staat een radarpost met kantoorgebouw van het Havenbedrijf.

3.4

Ontstaansgeschiedenis en cultuurhistorie

3.4.1

Ontstaansgeschiedenis

Vanaf de 16e eeuw ontwikkelde Rotterdam zich als een havenstad. De eerste havenbekkens ontstonden door buitendijkse zandplaten in de Maas te bedijken. Hierdoor ontstonden onder andere de Waterstad, Oude Haven, Haringvliet en Leuvehaven. Door de opbloeiende economie in de jaren '40 van de 19e eeuw nam de vraag naar laad-los-gelegenheden en pakhuizen nog verder toe. Na het gereedkomen van de Nieuwe Waterweg in 1872 werden de eerste havenbekkens op de zuidoever van de Nieuwe Maas aangelegd. Door de industriële revolutie veranderde de schaal, typologie en ligging van het havengebied. Omdat het zwaartepunt steeds meer op overslag van bulkgoederen kwam te liggen (al dan niet na bewerking) in plaats van de overslag van stukgoed en de lijndiensten, verschoof het zwaartepunt van de havenactiviteiten meer naar de zuidoever. Er bleef echter ook behoefte aan stukgoedhavens. Hiervoor zijn de Parkhaven, Sint-Jobshaven en Schiehaven aangelegd. De volgende havens die op de noordoever aangelegd werden zijn de Vierhavens en Merwehaven. Zie figuur 3.3 voor de ontwikkeling van het gebied tussen 1912 en 1933.

48

Figuur 3.3: de situatie omstreeks 1912 (boven), omstreeks 1917 wanneer de gasfabriek net is gebouwd (midden) en omstreeks 1933 (beneden), net na de voltooiing van de Merwehavens. De nummers op de kaart uit 1933 refereren naar de zaken die in de tekst genoemd worden.

49

Vierhavens (1912-1932) Al tijdens de aanleg van Parkhaven, Sint Jobshaven en Schiehaven werden plannen gemaakt voor de aanleg van nog meer stukgoedhavens op de noordoever. A.C. Burgdorffer, directeur van de dienst gemeentewerken, presenteerde in 1912 het plan voor de Vierhavens, van west naar oost: de Keilehaven, Lekhaven, IJsselhaven en de Koushaven. Deze gebieden waren niet bedoeld voor zeeschepen, maar voor de verhuur van kaden aan scheepvaartondernemingen die behoefte hadden aan een aansluiting op het spoor en emplacementen. Een belangrijke impuls voor de aanleg van deze nieuwe gebieden was het besluit uit 1909 om een nieuwe gasfabriek in het gebied te bouwen. Voor de aanleg van de gasfabriek en de havens werd een stuk grondgebied van Schiedam geannexeerd. Niet alle raadsleden waren enthousiast over het plan. Sommigen vreesden dat de ontwikkeling op de rechteroever ten koste zou gaan van de nog nieuwe havengebieden op de linkeroever en dat er meer bedrijven naar de rechteroever zouden verhuizen zoals de Rotterdamsche Lloyd al had gedaan. Omdat stukgoedhavens onmisbaar waren voor Rotterdam om lijndiensten aan zich te binden, werd het plan toch vastgesteld. Voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd een begin gemaakt met de aanleg van de Vierhavens.

Langs de Vierhavensstraat kreeg de havenspoorlijn Rotterdam West een rangeerterrein met een breedte van veertien sporen (aangeduid met '1' in figuur 3.1). Een loopbrug tussen de Hudsonstraat en de Vierhavensstraat overbrugde het rangeerterrein. Op de havenpieren werden havensporen met kruiswissels en kraansporen aangelegd. De behoefte aan kadelengte bleek groot te zijn. Voordat de havenbekkens in gebruik werden genomen, was het overgrote deel van de kadelengte reeds verhuurd. De gasfabriek (aangeduid met '2' in figuur 3.3) werd in 1913 in gebruik genomen en vanaf 1916 verrezen de eerste bedrijfsgebouwen en fabrieken op de havenpieren. Met de voltooiing van het HAKA-gebouw (aangeduid met '3' in figuur 3.3) in 1932 was het Vierhavensgebied volledig gevuld en in gebruik. Bebouwing In het gebied verrezen diverse bedrijfsgebouwen. Het HAKA-gebouw (1932), dat bestond uit kantoren, fabriek- en opslagruimte, een koffiebranderij, theemengerij, verpakkingsafdelingen en een silogebouw, is wellicht het bekendste en bestaat nog steeds. Het is aangewezen als rijksmonument en het gebouw is recentelijk getransformeerd tot bedrijfsverzamelgebouw met horeca. Ook het gebouw van N.V. Katoenveem (1920, aangeduid met '4' in figuur 3.3) is aangewezen als rijksmonument en bestaat nog steeds.

Het is gebouwd voor de aanvoer en opslag van katoen en door de constructie en vooruitstrevende sprinklerinstallatie geheel brandvrij. Het pand heeft een lange periode leeg gestaan en wordt waarschijnlijk getransformeerd voor culturele functies. De overige oorspronkelijke bebouwing is vrijwel geheel verdwenen. Deze bestond uit fabrieken, waaronder de gasfabriek, bebouwing ten behoeve van de lijndiensten die uit het gebied vertrokken, loodsen en pakhuizen. De gasfabriek is in 1968 gesloopt en in 2017 is gestart met de bodemsanering. De gashouder uit 1950 bestaat nog wel. Alleen aan het begin van de Keileweg en Keilestraat en rondom de kruising van deze wegen met de Benjamin Franklinstraat is nog bebouwing uit de periode 1914-1945 te vinden. De overige bebouwing is met name in de periode 1970-2011 gebouwd. Zie figuur 3.4 voor een aantal van de hierboven genoemde bedrijven.

50

Figuur 3.4: vroegere en nog bestaande bebouwing in de Vierhavens, met de klok mee vanaf linksboven: de gemeentelijke gasfabriek (1912), Katoenveem (1920), de loodsen en het Keilepand van Thomsen's Havenbedrijf (1921, aangeduid met '5' in figuur 3.3) en het HAKA-gebouw (1932). Merwehaven (1923-1933) Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleek dat er te weinig stukgoedhavens ontwikkeld werden. Stukgoedhavens hebben in tegenstelling tot bulkhavens veel kadelengte en weinig wateroppervlak nodig. Daarom werd in 1916, toen de eerste bebouwing op de kades van de Vierhavens verrees, het plan gepresenteerd voor de Driehavens, die toen nog op Schiedams grondgebied lagen. Aanvankelijk bestond het plan uit één lange insteekhaven. Om meer kadelengte te creëren, zijn twee havenbekkens toegevoegd. De uitvoering van het Driehavenplan liet een decennium op zich wachten. Twee factoren die een voorspoedige aanleg bemoeilijkten, waren de hoge kosten die het Driehavenplan met zich meebracht en opnieuw een partiële annexatie van Schiedams grondgebied. Pas in 1925 begon men met de aanleg, en vanaf dat moment kreeg het nieuwe havengebied de huidige naam Merwehaven. Het gebied is 37 hectare groot met 3 kilometer aan kadelengte en bood faciliteiten voor de stukgoedsector en lijndiensten.

Bebouwing Vanaf 1928 ontstond de eerste bebouwing, waaronder de elektriciteitscentrale aan de Galileistraat (1935, aangeduid met '6' in figuur 3.3), ten noorden van de gasfabriek. De 'elektriciteitsfabriek' werd ontworpen door A. van der Steur van de Dienst Gemeentewerken en bestond uit een kantoor met laboratorium, een personeelsgebouw en schakelstations. Aan de havens werden voornamelijk loodsen gebouwd, waarvan sommigen voorzien waren van dakluiken zodat de goederen met behulp van kranen in de loodsen konden worden geplaatst. Nabij het Marconiplein ontstond een bedrijventerrein voor bedrijven die niet per se nabij het water gevestigd hoefden te zijn. Een voorbeeld hiervan is de Fordfabriek (1930, aanduid met '7' in figuur 3.3), die echter nooit als fabriek in gebruik is genomen. Henry Ford vond de fabriek uiteindelijk te ver van het water liggen en besloot een fabriek op te richten in Amsterdam. Het gebouw in Rotterdam werd een Ford-dealer en garage met kantoren. Ook de nog bestaande chocoladefabriek van Baronie-De Heer (aangeduid met '8' in figuur 3.3) staat in dit gebied. Zie figuur 3.5 voor een aantal van de hierboven genoemde bedrijven.

51

Figuur 3.5: vroegere bebouwing in de Merwehaven: links de Ford-fabriek (1930) en rechts de elektriciteitscentrale (1935) Tweede Wereldoorlog - jaren '70 Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte 40 procent van de Rotterdamse haven verwoest. In de Vierhavens en de Merwehaven liepen vooral het gebied rond de Vierhavensstraat, de havenpier aan de Lekhaven en de havenpieren in de Merwehaven grote schade op. De wederopbouw verliep voorspoedig omdat het herstel van de haven de hoogste prioriteit kreeg, nog boven de wederopbouw van de stad . De gedachte was dat hoe sneller de haven weer op volle kracht kon functioneren, hoe beter de Rotterdamse en zelfs de nationale economie zich kon herstellen. In slechts 4 jaar tijd waren de havens hersteld. De kaden werden bovendien gemoderniseerd door ze te voorzien van nieuwe kranen. De havenpieren kregen een efficiëntere indeling. Loodsen werden hersteld dan wel herbouwd. Het Keilepand van Thomsen's Havenbedrijf was onbeschadigd, maar de overige loodsen moesten worden herbouwd. Onderdeel van de herbouw is het huidige pand Vertrekhal Oranjelijn, gebouwd in 1948 en aangewezen als gemeentelijk monument.

Het gebouw, waar een spoorlijn doorheen liep, bestond uit werkplaatsen, ruimtes voor douane, portiers en EHBO, en op de verdieping waren een kantine, keuken, een was- en kleedruimte voor 550 havenarbeiders en een wachtruimte voor passagiers die mee voerden op de vrachtschepen. In 1954 werd de elektriciteitscentrale uitgebreid. Bij de grens met Schiedam ontwikkelde zich in de jaren vijftig bedrijventerrein Mathenesse. Het ging om kleinschalige bedrijven die in schril contrast stonden met de grote schaal van de bedrijven op de havenpieren van de Merwehaven. Vanaf 1950 specialiseerde de stukgoedsector in het gebied zich steeds meer in fruit. Er verschenen koel- en vrieshuizen, waaronder het modernste ter wereld aan de Radiostraat. Het gebied kreeg in 1955 een eigen veilinggebouw voor fruit: de Citrusveiling, ontworpen door architect H.A. Maaskant. Jaren '70 - 2016 Tussen 1965 en 1975 werden het Overbeekhuis en de drie Europoint-torens gebouwd. Vanaf de jaren '70 werd de functie als 'distripark' speciaal voor groente en fruit verder uitgebouwd. Begin jaren '90 begon men met het uitvoeren van een ontwikkelingsplan voor het gebied.

Uitgangspunten waren verbetering van de beleefbaarheid van Rotterdam als wereldhaven, versterking van de ligging aan de 'economische as' (de verbinding tussen Rotterdam-noordwest en het centrum), Marconiplein als knooppunt op de economische as, benadrukken van zichtlijnen, monumentale gebouwen en verkavelingsrichting. De wegenstructuur werd aangepast en de Lekhaven en Keilehaven werden gedeeltelijk gedempt. De fruit- en foodhaven had zich een belangrijke positie in Europa verworven, maar de stukgoedoverslag was door de komst van de container dramatisch teruggelopen. Bovendien was de industriële functie van M4H al een tijd op haar retour. De oude loodsen en fabrieken kwamen leeg te staan. In de jaren negentig kreeg M4H een aantal nieuwe functies, de een positiever dan de ander. Voorbeelden zijn de tippelzone, detentieboten, en de komst van creatieve pioniers. Begin jaren twintig kwam er meer creatieve sector in de leegstaande industriële panden en veemloodsen. 2016 - heden Vanaf 2016 hebben er vanuit de gebiedsstrategie ontwikkelingen plaatsgevonden. Voorbeelden van recentelijke ontwikkelingen zijn de transformatie van Europoint II en III, de komst van de Floating Farm, de 'culturele vrijstaat' Weelde aan de Marconistraat en de herontwikkeling van het Steurgebouw, het Keilepand, de Werkplaats en de Keilewerf.

52

3.4.2

Cultuurhistorische waardering en monumenten

Om de cultuurhistorische waarden van het plangebied te onderzoek is een Cultuurhistorische Verkenning opgesteld. Deze is vastgesteld op 20 februari 2018 door het college van B&W. De cultuurhistorische waardevolle zaken zijn aangeduid op de kaart in figuur 3.6 (met inachtname van de passage hieronder), deze kaart is ook opgenomen in Bijlage 1. Actuele stand van zaken cultuurhistorisch waardevolle zaken Omdat de CV uit 2018 komt is deze niet meer volledig actueel, dit geldt ook voor figuur 3.4 die afkomstig is uit de CV. Ook bevat de kaart een aantal omissies. De afwijkingen zijn als volgt:  het voormalige Ferrokantoor is niet meer van cultuurhistorische waarde omdat het ingrijpend verbouwd is;  een deel van de Ferrofabriek is gesloopt en is daarom ook niet meer van waarde;  alleen de radarpost aan de Lekstraat 13 zelf is cultuurhistorisch waardevol, niet de aanbouw die ook aangeduid is in figuur 3.6;  het Steurgebouw is aangewezen als gemeentelijk monument in plaats van toekomstig gemeentelijk monument.

Alleen het bakstenen bouwdeel is monumentaal;  bij de Citrusveiling is alleen de monsterzaal en veilinghal monumentaal, de overige bouwdelen niet;  de gashouder bij de Ferrofabriek, het Keilepand, de fabriek van de Hollandsche Maatschappij voor Gecondenseerde Melk en het kantoor van de Hollandsche Kleefmachinefabriek zijn aangewezen als gemeentelijk monument in plaats van toekomstig gemeentelijk monument.

Figuur 3.6: cultuurhistorisch waardevolle zaken De cultuurhistorisch waardevolle bebouwing in figuur 3.6 is te onderscheiden in rijksmonumenten (bruin aangeduid), gemeentelijke monumenten (lichtgroen aangeduid), toekomstige gemeentelijk monumenten (paars aangeduid), beeldbepalende objecten (rood aangeduid) en beeldondersteunende objecten (oranje aangeduid). Na vaststelling van de CV (2018) zijn alle toekomstige gemeentelijke monumenten (kantoor GEB, Keilepand, Gashouder, Chefaro, Melkfabriek, Kleefmachinefabriek en transformatorstation Vierhavensstraat) aangewezen als gemeentelijk monument. De paarse aanduidingen uit figuur 3.6 moeten dus gelezen als gemeentelijke monumenten. De waardering van de beeldbepalende en beeldondersteunende objecten is gebaseerd op de architectuurhistorische, cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarde van een object en de gaafheid of herkenbaarheid van het gebouw/ complex. Ook de specifieke locatie of 'het verhaal' van een gebouw of object kan er voor zorgen dat iets cultuurhistorisch waardevol is. Verder is er sprake van beeldbepalende structuren, trein- en havenkraansporen, kaden, oevers en steigers, en beeldbepalende openbare ruimte. Hieronder wordt per thema ingegaan op de waardevolle zaken. In paragraaf 3.4.3 is uiteengezet hoe de verschillende zaken beschermd zijn.

53

Monumenten Een monument kan een gebouw, water, terrein of een ander object zijn dat van nationaal belang is (rijksmonument), of dat van algemeen belang is voor Rotterdam (gemeentelijk monument). Monumenten zijn van belang vanwege de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap en architectuur of de cultuurhistorische waarde. Dit is voor rijksmonumenten vastgelegd in de Erfgoedwet en voor gemeentelijke monumenten in de Erfgoedverordening 2020. Er bestaat ook nog een categorie 'toekomstige gemeentelijke monumenten'. Toekomstige gemeentelijke wachten op aanwijzing tot 'definitief' gemeentelijk monument. Deze zijn niet in het plangebied aanwezig. Rijksmonumenten  Katoenveem, Keilestraat 39. Het betonnen pakhuis is gebouwd in 1920 naar een functionalistisch ontwerp van J.J. Kanters en is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, architectuurhistorische, typologische en bouwhistorische waarde. Bovendien is het van belang binnen het (pakhuizen)oeuvre van de architect J.J. Kanters;  Rotterdamse Citrusveiling, Marconistraat 19-27. Het gebouw is gebouwd tussen 1952 en 1955 en is cultuurhistorisch van belang vanwege de betekenis voor de Rotterdamse haven en de economische wederopbouw van Nederland. Vanwege het zichtbare betonskelet met een vlakvulling van bakstenen is het gebouw typerend voor de wederopbouwperiode;  HAKA gebouw met garage, Vierhavenstraat 38-42.

Het gebouw is gebouwd tussen 1931 en 1932 en van algemeen belang vanwege architectuur- en cultuurhistorische waarde alsmede van belang wegens bouwtechnische en innovatieve waarde. Ook van situationele waarde wegens de met de oorspronkelijke functie verbonden, markante ligging in het Vierhavengebied. Binnen het oeuvre van architect Mertens neemt het gebouw een belangrijke positie in. Gemeentelijke monumenten  Vertrekhal Oranjelijn, Benjamin Franklinstraat 501-515 / Keilestraat 8. Het pand is gebouwd tussen 1946 en 1948 en van cultuurhistorische waarde vanwege de oorspronkelijke bestemming die sterk is verbonden met de snelle naoorlogse groei van de goederenoverslag en passagierstransfers en de snelle wederopbouw van de Rotterdamse haven.

Het logistieke karakter van het poortgebouw komt herkenbaar tot uitdrukking in de architectonische inpassing van de verkeersdoorgang voor de trein;  Kantoor GEB, Galileistraat 15, 1929; GEB Gevelornament elektriciteitscentrale, beeldengroep met drie allegorische figuren, bij Galileistraat 15  Keilepand, Keilestraat 9, Thomsen's havenbedrijf, 1921  Gashouder Ferrofabriek, hoek Keileweg / Benjamin Franklinstraat, 1950  Fabriek Chefaro, Keilestraat 3, 1946  Fabriek Hollandsche Maatschappij voor Gecondenseerde Melk, Keileweg 26, 1916  Kantoor Hollandsche Kleefmachinefabriek, Keileweg 28, 1926  GEB Onderverdeelstation, Vierhavensstraat 68 / Galvanistraat 4, 1930

Figuur 3.7: Enkele monumenten, met de klok mee vanaf linksboven: de Citrusveiling, de Vertrekhal Oranjelijn, het Keilepand en de gashouder. Beeldbepalende objecten

54

             

       

GEB Schoorsteen, bij Galileistraat 15. Als onderdeel van een functioneel en architectonische ensemble; door zijn hoogte als landmark in de verre omtrek zichtbaar; GEB ‘Kolenbak’ (kelder van GEB-schakelstation), bij Galileistraat 15. Als herinnering aan het kolossale schakelstation van de elektriciteitscentrale die het gebied domineerde; GEB Pompgebouw, Galileistraat 22. Door zijn functie voor de elektriciteitscentrale; door zijn architectonische detaillering; als onderdeel van een functioneel en architectonische ensemble; door zijn ligging op de kade aan de Merwehaven; Chocoladefabriek Baronie de Heer, Galvanistraat 10. Door de robuuste baksteenarchitectuur, de strenge ritmiek van de gevelgeleding en de zichtbaarheid in het straatbeeld; Kantoortorens Europoint I t/m IV, Galvanistraat 15 / Marconistraat 2, 16. Door de bijzondere architectuur door het markante ontwerp, de toepassing van luxueuze materialen; vanwege de stedenbouwkundige kwaliteit door de alzijdigheid van de gebouwen en de functie als landmark; Bedrijfsgebouw, Galvanistraat 34-36. Als representatief kantoorgebouw door de architectonische detaillering (met uitzondering van de vernieuwde puien); Bedrijfsgebouw, Van Helmontstraat 9. Als representatief kantoorgebouw door de architectonische detaillering; Slachthuis, Van Helmontstraat 17-23.

Als representatief kantoorgebouw door de architectonische detaillering; Van Helmontstraat 22-24 / Keileweg 27. Fabrieksgebouwen en –kantoor behoren tot het complex van de chemiefabriek Ferro. Deze gebouwen vormen een herkenbaar ensemble. Een deel van de bedrijfsgebouwen is gesloopt en het kantoor wordt ingrijpend gerenoveerd; Loodsen, Keilestraat 9b-9c. Vanwege de kenmerkende combinatie van een geprefabriceerde constructie van gewapend beton en gevelvulling van traditioneel metselwerk; Chefarokantoor, Keileweg 8. Door de representatieve voorgevel met metselwerk van witte baksteen en brede vensterstroken; Bedrijfspand met bovenwoning, Keileweg 10. Door zijn functie, gebouwd naar typologie van een herenhuis; voornaam gedetailleerde voorgevel; Bedrijfspand met bovenwoning, Keileweg 14. Door zijn functie, gebouwd naar typologie van een herenhuis; voornaam gedetailleerde asymmetrische voorgevel; Verkeerscentrale (radarpost), Lekstraat 14. Vanwege zijn relevante functie in het havengebied; door het architectonisch ontwerp en de bijzondere typologie; van stedenbouwkundig belang door zijn markante silhouet en door de alzijdigheid van het gebouw die versterkt wordt door de vrijstaande locatie op het uiteinde van een havenpier; Loods met kantoor, Marconistraat 38 / Galileistraat 14.

Vanwege de kenmerkende combinatie van een geprefabriceerde constructie van gewapend beton en gevelvulling van traditioneel metselwerk, de onderling verschillende bouwhoogten; de situering op een straathoek met alzijdige oriëntatie; Loods, Marconistraat 39-43. Vanwege de kenmerkende combinatie van een geprefabriceerde constructie van gewapend beton en gevelvulling van traditioneel metselwerk; de ligging evenwijdig aan de Marconistraat (voorzijde) en voormalig rangeerterrein (achterzijde); Loods met muur en poort, Marconistraat 52. Door de architectonische detaillering en de nog aanwezige muur met poort op de kade; de alzijdigheid van het gebouw die voortkomt uit de ligging op de kop van de haven; Loods, Marconistraat 81-83. Vanwege de kenmerkende langgerektheid en deurenreeks; de tweezijdige oriëntatie en de situering op het rangeerterrein die de functionele relatie met treinverkeer en vrachtverkeer benadrukt; GEB Onderverdeelstation, Marconistraat 100. Door zijn functie als onderverdeelstation in MerweVierhavens; door de kubistische hoofdvorm en het markante silhouet van de ventilatieschachten; Loodsen en poortgebouwen, Radiostraat 1, 27, 36.

Vanwege de kenmerkende langgerektheid en deurenreeks van naoorlogse loodsen, het poortgebouw met de gevelsteen die de havenarbeid verbeeldt; de tweezijdige oriëntatie van de loodsen op de kade en de straat; Waterreservoir, bij Speedwellstraat 1. Door zijn bijzondere typologie, de robuuste baksteenarchitectuur en zijn markante verschijningsvorm; Bedrijfspand, Vierhavensstraat 50-54. Door het ontwerp met optimale lichttoetreding door grote vensters en glaspuien, de brede vensterstrook op de verdieping en sheddaken; representatieve voorgevel aan de Vierhavensstraat; ligging op de kop van (het gedempte gedeelte van) de Keilehaven.

55

Figuur 3.8: Enkele beeldbepalende objecten, met de klok mee vanaf linksboven: de Emaillefabriek Ferro, het GEB pompgebouw, en de bedrijfspanden aan de Keileweg 14 en 10. Beeldbepalende structuren en openbare ruimte Als waardevolle structuren zijn onder andere aangewezen de Marconistraat, die nog steeds een sterke ruimtelijke relatie heeft met de havens, de resterende havensporen en de karakteristieke opbouw van de havenpieren met een rechte ontsluitingsweg over het midden van de pieren. De groene inrichting van de gedempte Keilehaven en diverse kademuren zijn aangewezen als beeldbepalende openbare ruimte. 3.4.3

Vertaling in bestemmingsplan

Rijks- en gemeentelijke monumenten Rijksmonumenten zijn beschermd op basis van de Erfgoedwet en hebben daarom geen aanvullende beschermde regeling gekregen in dit bestemmingsplan. Gemeentelijke monumenten zijn beschermd op basis van de Erfgoedverordening 2020. Deze monumenten hoeven daarom niet extra beschermd te worden tegen mogelijke sloop. Beeldbepalende objecten en toekomstige gemeentelijke monumenten De beeldbepalende objecten worden in dit bestemmingsplan beschermd door middel van de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie. Ook toekomstige gemeentelijke monumenten krijgen deze dubbelbestemming. Dit omdat ze nu nog niet beschermd zijn op basis van de gemeentelijk monumentenverordening. Het opnemen van deze regeling volgt uit het Handboek voor het opstellen en borgen van Cultuurhistorische Verkenningen (vastgesteld door B&W in 2017). Deze dubbelbestemming werpt een drempel op tegen sloop, in die zin dat een omgevingsvergunning voor het slopen alleen wordt verleend onder een aantal voorwaarden:  sloop is noodzakelijk vanwege zwaarwegende maatschappelijke, technische of economische redenen, en;  nieuwbouw mogelijk is, en;

56

de aanvrager van de omgevingsvergunning aannemelijk heeft gemaakt dat de nieuwbouw op de plaats van het te slopen object gebouwd zal worden en dat bij het ontwerp van de nieuwbouw de vanuit cultuurhistorisch oogpunt van belang zijnde stedenbouwkundige, bouwkundige, architectonische en ensemble waarden in acht genomen worden, die onder andere gevormd worden door de situering, schaal, vorm en geleding van de bebouwing. Er zijn ook een aantal situaties waarin niet voldaan hoeft te worden aan deze voorwaarden, bijvoorbeeld als een gebouw door een calamiteit verloren is gegaan, of in geval van een aanschrijving van B&W op grond van de Woningwet. Het uitgangspunt is dat alle beeldbepalende objecten zoals aangeduid in figuur 3.6 beschermd worden door middel van de genoemde dubbelbestemming. Op basis van o.a. nader inzicht en onderzoek is echter geconstateerd dat niet alle objecten daadwerkelijk een hoge monumentale waarde hebben waardoor een sloopbescherming niet noodzakelijk is. Dit heeft ertoe geleid dat onderstaande objecten geen dubbelbestemming hebben gekregen.  GEB 'Kolenbak': geen dubbelbestemming omdat het geen gebouw is, maar een fundament. De bak krijgt vanwege de cultuurhistorische waarde waarschijnlijk wel een nieuwe functie in de inrichting van de openbare ruimte.

Behoud is het uitgangspunt;  Het voormalige kantoor van Ferro: geen dubbelbestemming omdat het ingrijpend is verbouwd. Cultuurhistorische waarden zijn daardoor deels verdwenen;  Ferrofabriek: een deel van de fabriek is gesloopt. Alleen de nog bestaande bebouwing krijgt een dubbelbestemming;  Radarpost Lekstraat: alleen de oorspronkelijke radarpost zelf heeft een dubbelbestemming gekregen, het kantoor dat er later aan verbonden is niet. Dit kantoor heeft geen cultuurhistorische waarde. Beeldbepalende structuren en openbare ruimte Deze zaken zijn overwegend bestemd met een bestemming die geen bouwwerken toelaat, zoals een groen- of verkeersbestemming. Nadere planologische bescherming is daarom niet aan de orde.

3.5

Archeologie

3.5.1

Beleidskader

Rotterdam draagt sinds 1960 zorg voor het eigen archeologisch erfgoed en is in het bezit van een door het rijk verleende opgravingsbevoegdheid. Het doel van de Rotterdamse archeologie is: (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. De gemeente Rotterdam bezit een Archeologische Waardenkaart (AWK) en een vastgestelde lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's), die opgenomen zijn in de gemeentelijke Archeologieverordening. Genoemde beleidsinstrumenten moeten een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen. Dit instrumentarium sluit aan op en komt mede voort uit het rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het Europese 'Verdrag van Malta' is ontwikkeld. Het vaststellen, waarderen en documenteren van archeologische waarden vindt binnen de archeologische monumentenzorg gefaseerd plaats. Na een bureau-onderzoek kan het nodig zijn een archeologische inventarisatie in het veld uit te voeren. De resultaten van de inventarisatie kunnen vervolgens leiden tot een aanvullend archeologisch onderzoek.

De resultaten van laatstgenoemd onderzoek vormen het uitgangspunt bij de keuze om een vindplaats te behouden, op te graven, waarnemingen uit te voeren tijdens het bouwproject of geen verdere stappen te ondernemen.

57

3.5.2

Bewoningsgeschiedenis

De bodemopbouw van het plangebied bestaat volgens de geologische kaart grotendeels uit Afzettingen van Duinkerke III op oudere afzettingen van Duinkerke op veen. Op grond van deze bodemopbouw kunnen bewoningssporen en vondsten uit de IJzertijd, Romeinse tijd en Middeleeuwen in het plangebied voorkomen. In de diepere ondergrond (die niet in detail is gekarteerd) is kans op sporen en vondsten uit vroegere perioden (Bronstijd, Neolithicum en ouder). Bijvoorbeeld daar waar rivierduinen of fossiele rivieroevers in de ondergrond voorkomen. De Maas vormt een belangrijk element in de bewoningsgeschiedenis. In een deel van het gebied, aan de zuidkant van het Vierhavengebied, heeft erosie en sedimentatie door de Nieuwe Maas plaatsgevonden, mogelijk nog tot in de Late Middeleeuwen. De Maasoevers waren van oudsher aantrekkelijk voor bewoning door de mens. De verder van de Maas gelegen delen van het plangebied werden in de Middeleeuwen (10e-12e eeuw) ontgonnen. De maaiveld-daling ten gevolge van de ontwatering van het klei- en klei-op-veengebied maakte de aanleg van dijken noodzakelijk. Het gebied werd door de ontginningen kwetsbaar voor overstromingen. Ten noorden van de Nieuwe Maas ging het ontgonnen gebied in de 12e eeuw ten onder. Het gebied werd in stappen herbedijkt. Delen van die 13e- en 14e-eeuwse dijken met eraan gelieerde bewoningssporen, zijn in het plangebied bewaard gebleven.

Het gaat om een deel van de zuidelijke en westelijke dijk van de polder Nieuw Mathenesse. De polder moet al voor 1400 tegen de 13e-eeuwse Schiedamseweg (die deel uitmaakt van Schielands Hoge Zeedijk) zijn ontstaan. De vier havens Koushaven, IJsselhaven, Lekhaven en Keilehaven kwamen in de periode 1912-1916 tot stand. De Merwehaven in de periode 1923-1930. Het maaiveld van het oude poldergebied lag oorspronkelijk rond de 0 m NAP. Door de ophogingen ligt het maaiveld nu op circa 3 tot 3,50 m + NAP. De diepte van de havens varieert globaal van 3,65 tot 10,65 m - NAP. 3.5.3

Archeologische verwachting

Voor het hele gebied geldt een redelijk hoge tot hoge archeologische verwachting, zoals aangegeven op de Archeologische Waarden- en Beleidskaart (AWK) van Rotterdam. Dit geldt voor het landgedeelte van het hele plangebied, en soms (afhankelijk van de huidige waterdiepte) voor de waterbodems. Plaatselijk is de archeologische waarde zeer hoog: dit betreft delen van tracés van voormalige dijken uit de Middeleeuwen. Kenmerkend voor het grootste deel van het gebied zijn de ophogingen die hebben plaatsgevonden in verband met de aanleg van havens en bedrijventerreinen. Gevolg van die ophogingen is dat de archeologische waarden zich op de meeste plaatsen diep in de bodem bevinden. 3.5.4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=6715ddcd-9657-4d9d-978a-2d631daa780d