CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb005850] Bijlage 1 behorende 24bb005840 - Ontwerpbestemmingsplan M4H

Commissie Mobiliteit, Haven, Economie en Klimaat (2022-2026) 18 september 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Mobiliteit47.148 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Vertaling in het bestemmingsplan

De beschermingswaardige zaken in de bodem binnen het plangebied worden door middel van vier dubbelbestemmingen beschermd. Zie figuur 3.9 en onderstaande tekst.

58

Figuur 3.9 archeologische waarden in het gebied. Waarde - Archeologie 1 Voor het overgrote deel van het landgebied (Waarde - Archeologie 1) geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden dieper dan 2,0 meter beneden maaiveld en die ook een oppervlakte groter dan 200 vierkante meter beslaan. Waarde - Archeologie 2 Voor de afzettingen van de Nieuwe Maas aan de zuidrand van het plangebied (Waarde - Archeologie 2) geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden dieper dan 3,0 meter beneden maaiveld en die ook een oppervlakte groter dan 200 vierkante meter beslaan. Waarde - Archeologie 3 Voor het watergebied (Waarde - Archeologie 3) geldt dat bij bagger- en andere werkzaamheden (uitgezonderd het op normale diepte houden van de vaarwegen), een archeologisch vooronderzoek dient te worden uitgevoerd. Voor het gehele watergedeelte van het plangebied geldt daarom een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 200 vierkante meter en die ook dieper reiken dan de huidige onderwaterbodem.

59

Hoofdstuk 4

Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt een korte samenvatting van het Ruimtelijk Raamwerk gegeven. Vervolgens wordt uitgelegd hoe het voorkeursalternatief (VKA) tot stand is gekomen. Dit heeft voornamelijk milieutechnische redenen maar er zijn ook andere aspecten die tot de keuze hebben geleid. Op basis van het VKA wordt Merwehaven en ca. de helft van Galileipark ontwikkelgericht bestemd. In dit hoofdstuk is beschreven hoe de gebieden er in de toekomst uit gaan zien en hoe dat doorwerkt in de regels en verbeelding van dit bestemmingsplan. Ook voor de overige gebieden is uitgelegd hoe ze bestemd zijn en waarom. In algemene zin wordt in dit hoofdstuk dus uitgelegd welke planologische keuzes er gemaakt zijn.

4.1

Ruimtelijk Raamwerk M4H

Het plangebied vormt samen met het RDM-terrein het Makers District, waar de transitie van haven naar de nieuwe economie in de vorm van innovatieve maakindustrie in de praktijk wordt gebracht. Waar de nadruk bij het RDM-terrein vooral op bedrijvigheid en onderwijs ligt, komen in M4H ook woningen en stedelijke- en culturele voorzieningen, naast de innovatieve bedrijvigheid. De ruimtelijke condities voor deze transformatieopgave zijn vastgelegd in het Ruimtelijk Raamwerk. Het gebied is al in trek bij pioniers en startende bedrijven met gedeelde faciliteiten en de eerste woningen zijn een feit, maar er moet nog veel gebeuren om de doorontwikkeling naar een echt innovatiemilieu mogelijk te maken. De dichtheid is nog laag, er is veel vrachtverkeer vanwege de zittende bedrijven, het gebied is vrijwel geheel versteend en het gebied is ingeklemd tussen barrières. Deze knelpunten leiden tot de volgende opgaven voor het gebied:  het aantrekken van bedrijven in verschillende groeifasen, zodat zowel startende als groeiende bedrijven (scale ups – grown ups) in het gebied terecht kunnen.

Gedeelde voorzieningen zijn belangrijk zodat alle benodigde diensten in het gebied aanwezig zijn;  het gebied moet groener, aantrekkelijker, verkeersveiliger en levendiger worden door goede infrastructuur voor langzaam verkeer en aantrekkelijke openbare ruimte;  monumentale gebouwen op prominente locaties moeten een functie krijgen voor interactie en ontmoeting, bijvoorbeeld door de vestiging van horeca, onderwijs en cultuur;  om het gebied levendig, aantrekkelijk en veilig te maken moet de dichtheid omhoog;  de aansluiting op de omgeving moet verbeterd worden. De omliggende wegen worden verbindend in plaats van scheidend. Het ruimtelijk raamwerk brengt het antwoord op deze opgaven samen in een ruimtelijk-programmatisch concept dat bestaat uit een aantal thema's die nader uitgewerkt zijn. Het gaat hierbij om de eerste fase van het raamwerk, dus de periode tot 2035. Ook is beschreven op welke wijze de thema's in het bestemmingsplan moeten doorwerken. In algemene zin bestaat het ruimtelijk-programmatisch concept uit drie thema's: programmatische hoofdstructuur, ruimtelijke hoofdstructuur en aantakking op de omgeving en mobiliteit. Programmatische hoofdstructuur Voor de programmatisch hoofdstructuur is het M4H-gebied opgedeeld in vijf deelgebieden (zie figuur 4.1). Kort samengevat is het programma per deelgebied als volgt.

 Galileipark: de plek voor de grotere maakbedrijven in het hart van het gebied. In het gebied is ruimte voor aanvullende functies die bijdragen aan een energiek vestigingsklimaat voor innovatieve bedrijven, zoals horeca, cultuur, onderwijs en evenementen. Wonen is hier uitgesloten. Beoogd wordt om in dit gebied maximaal ruimte te bieden aan bedrijven en tegelijkertijd zorg te dragen voor een goede inpassing met de andere deelgebieden;  Marconikwartier: het deelgebied met de hoogste dichtheden en meest stedelijke mix van wonen, werken en voorzieningen nabij het Marconiplein;  Keilekwartier: werk-woonmilieus met ruimte voor ambachtelijke en creatieve maakbedrijven, op de overgang naar de werkgebieden;  Merwehaven: een stedelijk woon-werkmilieu met het accent op wonen en ondersteunende voorzieningen zoals scholen, winkels en horeca;  Gustoweg, FTR en Vierhavens: hier blijven vooralsnog de huidige activiteiten gevestigd.

60

Figuur 4.1: de deelgebieden op basis van het raamwerk Een belangrijk onderdeel van de programmatische hoofdstructuur is de nieuwbouw van woningen. In de periode tot 2035 gaat het om maximaal 7.000 nieuwe woningen. In paragraaf 4.3 is een beschrijving opgenomen van het volledige programma, met uitsplitsing per deelgebied. Een ander belangrijk uitgangspunt is de menging van verschillende functies. Mengen zorgt voor delen, bijvoorbeeld van parkeerplekken (overdag voor werkers, in de avond voor bewoners) of energie (kantoren hebben warmte over, woningen hebben warmte nodig) en leidt tot slim ruimtegebruik. Menging leidt ook tot meer toekomstbestendigheid, leefbaarheid en innovatie. Ruimtelijke hoofdstructuur Het belangrijkste onderdeel van de ruimtelijke hoofdstructuur is de Delflandsedijk, ter plaatse van het plangebied herkenbaar door de hoger liggende Schiedamseweg en het Dakpark. De dijkroute, bestaande uit de Schiedamseweg en de Vierhavensstraat, vormt de belangrijkste ontsluitingsroute. Op basis van het Ruimtelijk Raamwerk zijn vanaf deze route lange lijnen richting de rivier beoogd, de huidige Radiostraat, Galileistraat, Keileweg, Keilestraat, Lekstraat en IJsselstraat. Bij de stedenbouwkundige uitwerking is overigens van een aantal van deze uitgangspunten afgestapt.

De Radiostraat loopt niet meer in één rechte lijn door naar de Schiedamseweg en er komt mogelijk geen doorgaande verbinding tussen de korte pier en de Schiedamsedijk. Alle genoemde straten blijven behouden in de toekomstige situatie, net als het huidige tracé Marconistraat en Benjamin Franklinstraat, de toekomstige Havenallee. Dit wordt de belangrijkste interne ontsluitingsroute, met ruimte voor langzaam verkeer en meer ruimte voor groen. De ruimte voorautoverkeer wordt beperkt, behalve in het gebied Merwehaven omdat de weg het toekomstige woongebied ontsluit. De Keileweg en Galileistraat, de toekomstige Makersstraat, worden op een andere manier op elkaar aangesloten en vormen de hoofdontsluiting van het centrale deel van M4H. Deze Makersstraat biedt hier de ruimte voor het zware (vracht)verkeer. Op de westelijke Merwepier wordt een nieuwe ontsluitingsroute aangelegd. De huidige verbinding tussen Marconistraat en Schiedamseweg verdwijnt en komt ter plaatse van de rotonde in de Galileistraat-Marconistraat te liggen. De koppen van de pieren worden ingericht als parken, die via een fietsroute met bruggen met elkaar verbonden worden. Ook komt er een langzaam verkeerroute door het Galileipark. Figuur 4.2 geeft een impressie van de toekomstige ruimtelijke hoofdstructuur.

61

Figuur 4.2: Ruimtelijke hoofdstructuur voor de periode tot 2035. Aantakking op de omgeving en mobiliteit M4H is verbonden met een aantal belangrijke verkeersroutes zoals de Tjalklaan, Vierhavensstraat en Westzeedijk en daarmee goed bereikbaar, maar deze wegen vormen ook barrières met de omgeving. De dijk versterkt dit nog eens. M4H kan als woon-werkgebied alleen floreren als het goed is verbonden met de omgeving, met de stad en de haven. Om de barrièrewerking op te heffen komen er nieuwe aansluitingen op de Schiedamseweg en Vierhavensstraat en worden oversteekplaatsen aangelegd. De nieuwe aansluitingen komen ter plaatse van de huidige rotonde in de Marconistraat/Galileistraat en ter plaatse van de Keilestraat. De huidige verbinding van de Benjamin Franklinstraat met de Schiedamseweg komt te vervallen. Ook is een nieuwe verbinding met de Vierhavensstraat nodig om het Sappencluster goed te ontsluiten. Een andere belangrijke ingreep is de herinrichting van het Marconiplein op de langere termijn. De belangrijkste ingrepen zijn het aanbrengen van continuïteit in de dijkroute, een opwaardering van het metrostation en een betere koppeling tussen binnen- en buitendijks gebied. De herinrichting van het Marconiplein overstijgt het Ruimtelijk Raamwerk en dit bestemmingsplan, maar is in de toekomst noodzakelijk om een goede entree te creëren voor M4H.

Als gevolg van de ontwikkeling van M4H veranderen intensiteit, samenstelling en oriëntatie van het verkeer rond en in het gebied. Een mobiliteitstransitie waarbij volop ruimte wordt geboden aan voetgangers, fietsers en openbaar vervoer en stimuleren van actieve en schone vormen van mobiliteit is noodzakelijk om te komen tot een betrouwbaar netwerk voor personen en goederen en voor een aantrekkelijke en gezonde omgeving. De belangrijkste onderdelen van de mobiliteitsaanpak zijn een goede scheiding tussen auto- en vrachtverkeer en langzaam verkeer, een goed langzaam verkeernetwerk, inzet op collectieve vervoerssystemen, stimuleren fietsgebruik, geen straatparkeren, inzet op goede verbindingen met omliggende OV-knooppunten en relatief lage parkeernormen. In paragraaf 5.2 wordt nader ingegaan op de mobiliteitsaanpak.

4.2

Voorkeursalternatief MER

Voor dit bestemmingsplan is een MER uitgevoerd. Hierin is het programma uit het Ruimtelijk Raamwerk onderzocht. Zie voor een beschrijving van het onderzochte programma en de uitkomsten Hoofdstuk 5. De belangrijkste conclusies uit het MER over het planvoornemen zijn als volgt:

62

Het gebied is relatief zwaar geluidbelast, waardoor woningbouw niet zonder meer mogelijk is. Er is daarom een specifiek toetsingskader opgesteld om te beoordelen waar en onder welke omstandigheden woningbouw toelaatbaar is. Woningbouw is alleen mogelijk als er ter plaatse niet meer dan 70 dB gecumuleerd geluid is, voldaan wordt aan de maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder (geen dove gevelplicht) én indien elke woning tenminste één gezonde of acceptabele zijde heeft of deze door middel van maatregelen gecreëerd wordt. Een gezonde gevel heeft een geluidbelasting van 50 dB Lden, een acceptabele gevel heeft een geluidbelasting van 55 dB Lden. Met gecumuleerd geluid wordt bedoeld de geluidbelasting van alle in het gebied aanwezige geluidbronnen bij elkaar opgeteld (wegverkeerslawaai, industrielawaai, nestgeluid, scheepvaartgeluid en het geluid als gevolg van bedrijfsactiviteiten die onder het Activiteitenbesluit (voor zover meer dan 50 dB(A));  Nestgeluid (het geluid van afgemeerde schepen) is een belangrijke oorzaak van de hoge cumulatieve geluidbelasting in het gebied. Om de geluidbelasting in te perken is een maatregelenpakket opgesteld. Dat gaat uit van het opheffen van een aantal ligplaatsen voor zeeen binnenvaart rondom de Merwehaven. De resterende ligplaatsen in dit gebied worden voorzien van walstroom.

Ook in de IJsselhaven wordt het aantal ligplaatsen verminderd;  Het hierboven genoemde maatregelenpakket zorgt er samen met de gedeeltelijke dezonering van het industrieterrein Havens Noord Oost-Frankenland voor dat de cumulatieve geluidbelasting in het gebied Merwehaven daalt tot onder de 70 dB. De geluidbelasting vanwege industrielawaai en wegverkeerlawaai bedraagt maximaal 55 dB(A)  Het is noodzakelijk om te werken met duurzame mobiliteitsconcepten (relatief lage parkeernorm, stimuleren gebruik fiets, OV en deelmobiliteit, parkeren in hubs). 'Traditionele' mobiliteitsconcepten waarbij de parkeervraag niet gereduceerd wordt leiden tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Het beoogde programma van Merwehaven en Galileipark kan met toepassing van een duurzaam mobiliteitsconcept ontwikkeld worden zonder dat er knelpunten optreden. Indien er meer programma ontwikkeld wordt zijn (met toepassing van een duurzaam mobiliteitsconcept) nader onderzoek en verkeerskundige maatregelen nodig;  De 0,5 OUE/m³ als 99,99-P geurcontour van de Stadshavenbrouwerij ligt over een klein deel van Merwehaven. Hier zijn maatregelen nodig in geval van woningbouw. De 0,5 OUE/m³ als 99,99-P geurcontour van AVR ligt over een groot deel van het Keilekwartier ten oosten van de Benjamin Franklinstraat en over de zuidwestelijke hoek van het Marconikwartier.

Hier zijn maatregelen nodig in geval van woningbouw. De 1 OUE/m³ als 99,99-P geurcontour van AVR ligt over het deel van het Keilekwartier ten westen van de Benjamin Franklinstraat. Woningbouw is hier niet mogelijk op basis van het aspect geur. Het bovenstaande leidt concreet tot de volgende conclusies:  Op grond van de berekende geluidbelasting, het gehanteerde toetsingskader en met uitvoering van het maatregelenpakket nestgeluid kunnen op de Marconistrip en het noordelijk deel van de pieren woningen bestemd worden. Ook in het Marconikwartier is woningbouw mogelijk op basis van het aspect geluid. Wel zijn maatregelen nodig voor het deel van de Marconistrip waar de 0,5 OUE/m³ als 99,99-P geurcontour van de Stadshavenbrouwerij ligt.  Op het zuidelijk deel van de pieren zijn pas woningen mogelijk als de activiteiten van het overslagbedrijf Van Uden zijn beëindigd. Dit gebeurt uiterlijk in 2032;  De geluidbelasting in het Keilekwartier is te hoog om woningen te bestemmen. De geurcontour van AVR maakt woningbouw in het deel ten westen van de Benjamin Franklinstraat onmogelijk, ten oosten van deze weg zouden maatregelen nodig zijn;  Met inachtneming van het maatregelenpakket duurzame mobiliteit worden er op voorhand geen verkeerskundige knelpunten verwacht met de ontwikkeling van de Merwehaven en Galileipark. Als verplicht onderdeel van de m.e.r.

wordt de belasting van de wegen en kruispunten met verkeer (auto-, tram- en langzaam verkeer) gemonitord. Zo kan vroegtijdig worden geanticipeerd indien er zich knelpunten voordoen. Bijvoorbeeld door middel van een reconstructie van een kruispunt. Voorkeursalternatief De hier boven genoemde conclusies zijn in belangrijke mate bepalend voor het voorkeursalternatief. Maar er worden ook andere aspecten meegewogen, zoals gemeentelijke grondpositie, beschikbaarheid van een visie en financiële haalbaarheid. Het voorkeursalternatief, dus het programma dat in dit bestemmingsplan bestemd is, is als volgt.  In het gebied Merwehaven: maximaal 2.764 woningen, aangevuld met 40.000 m² bvo voorzieningen (kleinschalige kantoren, een kleinschalige supermarkt, bedrijven t/m categorie 2 die geschikt zijn voor functiemenging, dienstverlening en horeca) en 20.000 m² maatschappelijke functies en sport;

63

In het gebied Galileipark: maximaal ca. 200.000 m² nieuwe innovatieve maakindustrie. Aanvullend wordt hier een ondersteunend voorzieningenprogramma bestemd dat uitgaat van maximaal 35.000 m² bvo horeca, sport, cultuur en dienstverlening. Het nieuwbouwprogramma ontstaat door invulling van een aantal braakliggende kavels en herontwikkeling van kavels waar de bedrijven op korte termijn vertrekken vanwege aflopende contracten. In het Marconi- en Keilekwartier wordt nu geen woningbouw mogelijk gemaakt. De afweging is als volgt.  Op basis van het Ruimtelijk Raamwerk krijgt het gebied Marconikwartier in de toekomst een sterk stedelijk karakter, met de hoogste dichtheden van het M4H-gebied. Het programma gaat uit van ca. 1.500-2.500 nieuwe woningen, ca. 110.000 - 180.000 m² bvo bedrijvigheid en ca. 27.000 tot 45.000 m² bvo (maatschappelijke) voorzieningen. Dit programma is in het MER onderzocht en er zijn geen milieutechnische knelpunten om het bovengenoemde programma te bestemmen. Wel is ook in dit gebied sprake van een hoge geluidbelasting en ligt het in de impact van de verschillende geluidbronnen (industrie, ligplaatsen voor schepen, autoverkeer). Daarom is sturing nodig om een acceptabel akoestisch klimaat te borgen. Acceptabel betekent dat er tenminste één gevel met een geluidbelasting van maximaal 55 dB, zie ook het onderdeel 'Milieueffectrapportage'.

De gemeente heeft beperkt grip op de gronden in het Marconikwartier. Doordat de gronden grotendeels in handen van particulieren zijn en er vanuit het Ruimtelijk Raamwerk en MER ruimtelijke en milieutechnische voorwaarden voor de transformatie gelden, is een integrale sturing op de beoogde kwaliteit noodzakelijk. Om die reden is het noodzakelijk om eerst een ruimtelijke visie op te stellen voordat het gebied ontwikkelgericht bestemd kan worden. Daarnaast zijn ook anterieure afspraken nodig om de financiële haalbaarheid van de transformatie aan te tonen. Deze visie kan worden opgesteld nu de geluidsonderzoeken zijn afgerond en de informatie uit het MER beschikbaar is. Dit bestemmingsplan anticipeert al wel op de transformatie van het Marconikwartier. Zo worden de gronden 'conserverend' bestemd: de planologische milieucategorie wordt verlaagd tot de feitelijk aanwezige milieucategorie en bouwmogelijkheden worden ook afgestemd op de feitelijke situatie. Nieuwe zware bedrijvigheid wordt zo uitgesloten. Ook worden de gronden uit het gezoneerde industrieterrein gehaald. Er zijn een aantal partijen in het gebied die nu al willen ontwikkelen. Met hen worden al gesprekken gevoerd. Een visie is echter noodzakelijk: integrale kwalitatieve sturing vraagt de ontwikkeling van de verschillende kavels in samenhang te zien.

Het is bijvoorbeeld niet wenselijk dat twee of drie partijen het volledige programma opsouperen, zodat er geen milieuruimte meer is de overige kavels te ontwikkelen. De uitwerking van deze visie wordt in 2023 opgepakt;  Voor het Keilekwartier wordt op basis van het Ruimtelijk Raamwerk uitgegaan van een gemengd woon-werkmilieu met ca. 1.200-1.700 woningen, 100.000 tot 150.000 m² bvo bedrijvigheid en 25.000 - 37.000 m² bvo voorzieningen. De gemeente heeft hier veel grondpositie. Desondanks is herontwikkeling met woningen in een substantieel deel van het gebied niet mogelijk vanwege de hoge geluidbelasting. Zie de passage over geluid. Ook de geurcontour van AVR zorgt voor beperkingen. Pas nadat een aantal bedrijven uit het M4H-gebied vertrokken zijn of wanneer er andere maatregelen zoals walstroom getroffen zijn daalt de geluidbelasting hier voldoende om woningen toe te staan. Ook moet het industrielawaai uit Waal-Eemhaven gedaald zijn. Daarom is ook hier conserverend bestemd. En net als bij het Marconikwartier is het ook bij het Keilekwartier noodzakelijk om eerst een ruimtelijke visie op te stellen. Tot slot anticipeert dit bestemmingsplan ook al wel op de transformatie van het Keilekwartier, door de milieucategorie in het gebied te verlagen en de gronden uit het gezoneerde industrieterrein te halen.

4.3

Programma en wijze van bestemmen per deelgebied

4.3.1

Merwehaven

64

Masterplan Merwehaven Voor het toekomstige woon-werkgebied Merwehaven heeft de gemeenteraad in 2023 het Masterplan Merwehaven vastgesteld. Het Masterplan doet uitspraken over de openbare ruimte en gebouwde omgeving en beoogd programma om deze in goede samenhang te ontwikkelen. Daarbij is nadrukkelijk rekening gehouden met de historie. Ook het maken van een goede verbinding met de omgeving is een belangrijk doel van het masterplan. Dit alles uiteraard zonder een blauwdruk te zijn zodat er flexibel kan worden gereageerd op veranderende eisen in de toekomst. Dit Masterplan vormt een kader voor de nadere uitwerking in de vorm van een Beeldkwaliteitsplan en inrichtingsplannen voor de openbare ruimte. Ook wordt in een later stadium per deelgebied een stedenbouwkundige Nota van Uitgangspunten (NvU) opgesteld. De NvU dient als kader voor de realisatie van de bouwwerken en bevat voorwaarden waar ontwikkelaars rekening mee moeten houden.

Programma en woonmilieu Op basis van het Ruimtelijk Raamwerk gaat het programma uit van ca. 2.300 tot 3.300 nieuwe woningen, maximaal 20.000 m² bvo maatschappelijke voorzieningen en sport, en maximaal 40.000 m² bvo gemengd programma (bedrijvigheid, horeca, kantoren en dienstverlening). Op basis van de uitkomsten van het voorkeursalternatief (zie paragraaf 4.2) is dit programma voor het bestemmingsplan bijgesteld naar maximaal 2.764 woningen, 40.000 m² bvo gemengd programma bij de woningen en ca. 20.000 m² maatschappelijke voorzieningen. De bouwhoogte is maximaal 40 meter bij de blokken in de Marconistrip en maximaal 25 meter op de pieren. Op de pieren zijn onder voorwaarden hoogteaccenten tot 50 meter toegestaan. In het Ruimtelijk Raamwerk wordt het deelgebied Merwehaven omschreven als een stedelijk woonwerkmilieu met het accent op wonen en ondersteunende voorzieningen zoals scholen, winkels en horeca. Het gebied wordt een aansprekend milieu voor mensen die een eigen plek zoeken binnen een sterk dynamisch stedelijke omgeving. Op de pieren ligt de nadruk op stedelijke gezinnen in stoere stadsblokken met aantrekkelijke groene verblijfsplekken om te spelen en te recreëren en elkaar te ontmoeten. Met ruimte om in een nabij atelier of aan huis te werken.

Op de Marconistrip is een grotere functiemix wonen en voorzieningen in hogere dichtheid te vinden waar het accent ligt op hoogstedelijke kleine huishoudens in leeftijd van 23 tot 65+. Goed ingerichte openbare ruimte, strategisch gepositioneerd met zicht op de havens maakt het wonen in dichte bebouwing aantrekkelijk. De Merwehaven biedt ruimte voor makers, in plinten en in bestaande gebouwen. Voorbeelden van makers die in dit milieu een plek kunnen vinden zijn: ateliers, kleine drukkerij, stadslandbouw, kleinschalige werkplaatsen, vormgevers. Zie figuur 4.3 voor een impressie van de hoofdstructuur.

Figuur 4.3 hoofdstructuur.

65

Ruimtelijke structuur en ontsluiting De huidige drukke Marconistraat wordt omgevormd naar een meer groene Havenallee. De Havenallee is de 'rode draad' door heel de ontwikkeling van M4H. Het wordt een groene en informele allee, geschikt voor fietsers en voetgangers en lokaal voor autoverkeer. Bij Merwehaven heeft de weg wel meer een functie voor autoverkeer omdat de weg het woongebied ontsluit. Zwaar verkeer wordt zo veel mogelijk geweerd op de Havenallee. De Merwehaven wordt ontsloten via aansluiting van de Galileistraat op de Schiedamseweg en via de Nieuw-Mathenesserstraat. Eventueel krijgt de Grote Merwepier een rechtstreekse aansluiting op de Schiedamseweg. Het uitgangspunt is dat op de koppen van de pieren parken komen die met (fiets)bruggen met elkaar verbonden worden. De haalbaarheid hiervan wordt nog onderzocht. De Schiedamsedijk krijgt een groenzone langs de dijk. Daarmee krijgt deze dijk een landschappelijke uitstraling. Het is een kwalitatieve impuls voor zowel het beeld van de Schiedamseweg als voor de nieuwe ontwikkeling. De bebouwing staat op afstand van de weg en staat niet in één lijn en heeft een gevarieerd karakter. De groene zone van circa 20 meter is in feite een reserveringszone voor de mogelijke toekomstige dijkverhoging. Hiermee is rekening gehouden in dit bestemmingsplan door geen bebouwing toe te staan in deze zone.

Vanaf de dijk zijn op twee locaties zichtlijnen richting het havengebied. Hier zijn openingen in de bebouwing ter hoogte van de entrees van het gebied. Deze twee groengebieden bevinden zich op belangrijke locaties in het plan (ter hoogte van de knooppunten) en liggen in het verlengde van de groenstructuren van Oud Mathenesse. Daarmee vormen ze belangrijke scharnierpunten in het geheel. De Schiedamse dijk is niet alleen een waardevol landschapselement en bescherming tegen water maar wordt ook als ruimtelijke barrière tussen Oud Mathenesse en Merwehaven ervaren. Deze dijk zal op termijn opgehoogd moeten worden, waardoor de barrière alleen maar zal toenemen. Het hoogteverschil vormt de belangrijkste barrière. Ook de oversteekbaarheid is nu erg matig en de tramhaltes zijn krap bemeten. Belangrijk is dus dat de verbindingen over de dijk goed vorm krijgen. Het aantal oversteken moet tegelijkertijd beperkt blijven vanwege de verkeersafwikkeling op de dijk. Deze worden gecombineerd met de hoofdtoegangen van Merwehaven. Door de oversteekplaatsen ontstaat één lange doorgaande lijn voor met name voetgangers vanuit de groenstructuren van oud Mathenesse tot aan de koppen van de pieren. De twee tramhaltes worden verschoven en direct gekoppeld aan de oversteekplaatsen. Zo zijn de haltes goed bereikbaar vanuit beide wijken. De (auto) ontsluiting ligt op de buitenkant van de pieren.

Op de kleine pier aan de westelijke zijde, op de grote pier aan de oostelijke zijde. Dit heeft als voordeel de eerdergenoemde koppeling met de voeten fietsoversteek over de Schiedamseweg. Ook is het voordeel dat auto's zo min mogelijk over het midden van de pieren rijden. Het hele gebied zal vrij zijn van parkeerplaatsen. Dit is geborgd in de regels van de bestemmingen ter plaatse. Auto's worden geparkeerd in een hubs. Een hub is een parkeergarage uitgebreid met voorzieningen zoals reparatieservices en pakketdiensten. En niet alleen een parkeergarage, het is ook de plek waar deelauto's beschikbaar zijn. Het wordt dus een belangrijk knooppunt in de wijk. Alle woningen blijven wel per auto bereikbaar, maar alleen voor incidenteel gebruik. Het masterplan voorziet in tenminste drie hubs. Twee daarvan bevinden zich aan de Havenallee direct bij de entree van de wijk, dus ook dicht bij de tramhaltes. Daarmee versterken ze dit ov-knooppunt, waarmee het gebruik van openbaar vervoer wordt gestimuleerd. De derde hub bevindt zich op het tweede deel van de lange pier. Zo zijn de loopafstanden naar de hubs altijd te overzien. Door het parkeren van de auto centraal te organiseren ontstaat ruimte voor het creëren van een groene en rustige binnenterreinen, als tegenhanger van de geluidsbelaste gevels. Dit is nodig om een acceptabel leefklimaat in Merwehaven te creëren.

Deelgebieden en stedenbouwkundige opzet De Marconistrip: overgang van dijk naar stadswijk De bebouwing van de Marconistrip is duidelijk oost-west gericht. Een reeks van geschakelde en gestapelde volumes omzomen groene semi-publieke groene hoven. Deze hoven zijn de groene rustplekken in het gebied en hebben een groene inrichting. Aan de zijde van de dijk vormt de bebouwing een gevarieerd geheel, met wisselende rooilijnen en verschillende proporties van de gebouwen. Aan de zijde van de Havenallee is de bebouwing forser van maat en hoger. Hier staat de bebouwing in één lijn. Aan deze zijde komen de voorzieningen en bedrijvigheid in de plint. Er zijn drie bestemmingsvlakken opgenomen voor de toekomstige woningen en voorzieningen. De Merwepieren

66

De hoofdontsluiting ligt op de buitenkant van de pieren. Hieraan staan gesloten bouwblokken in één lijn, waarin (deels) de bestaande loodsen in zijn meegenomen. Hier zijn de ook de hoogteaccenten van 50 meter beoogd. Deze gebouwen schermen het gebied goed af van het omringende geluid. De binnenzijde van de pieren zijn informeler. Op de korte pier komen aan de binnenzijde met name losstaande blokken, op de lange pier gaat het om gesloten bouwblokken. Voorzieningen komen aan de binnenzijden van de pieren. Bedrijvigheid komt in de plinten aan de buitenzijde van de grote pier. Elk deelgebied krijgt ook een op korte loopafstand bereikbare, meer op de buurt gerichte groene buurtpleinen. Deze buurtpleinen vormen het hart van de buurt. De buurtpleinen zijn ook de plekken waar de deeleconomie wordt vormgegeven met een collectief energiesysteem, deelauto's en -fietsen en voorzieningen voor (gescheiden) afvalverwerking. De deeleconomie zorgt voor een efficiënter gebruik waardoor maximaal kan worden ingezet op de kwaliteit van deze voorzieningen. In het Merwehavengebied moet zorgvuldig worden omgegaan met de omringende geluidsbelasting. Het geluid komt van de Schiedamsedijk, omliggende bedrijven en schepen maar ook vanaf de industrie vanaf de overkant van de rivier (de Waal- en Eemhaven).

Omdat het geluid van vele kanten komt is het belangrijk dat er zoveel mogelijk gezonde of acceptabele binnenhoven worden gemaakt. Met gezond wordt bedoeld een geluidbelasting van maximaal 50 dB Lden, en met acceptabel wordt bedoeld een geluidbelasting van maximaal 55 dB Lden. Een deel van de bebouwing zal hoog zijn en geluid tegenhouden zodat aan de achterkant een gezond of acceptabel gebied ontstaat. De buitenruimte van de bebouwing aan de randen is gezond of acceptabel te maken door een serre-constructies. Maar het merendeel van de woningen zal een meer natuurlijke gezonde of acceptabele zijde moeten hebben in de vorm van een binnenhof. Dit vraagt om een stedenbouwkundige opzet waarbij die binnenhoven zo goed mogelijk zijn afgeschermd van het geluid. In de eindfase van de gebiedsontwikkeling zal de grootste geluidsbelasting uit het zuiden en het oosten komen. Om die reden zal de bebouwing op de lange pier aan de oostzijde goed aaneengesloten moeten zijn. De eerste fase van de planvorming biedt nog geen ruimte voor woningbouw op de tweede helft van de pieren. Hier is de geluidsbelasting nog te hoog vanwege Van Uden. Belangrijk is dat er wordt nagedacht hoe de komende 10 jaar dit deel van het gebied een tijdelijke invulling kan krijgen.

Figuur 4.4: impressie van het gebied, gezien vanuit het zuidwesten. 4.3.1.1 Vertaling in het bestemmingsplan Marconistrip en eerste deel Merwepieren De Marconistrip en het eerste deel van de Merwepieren zijn bestemd als Woongebied - 1. Binnen deze bestemming zijn de nieuwe woningen en het gemengde programma mogelijk: daghoreca, maatschappelijke voorzieningen, een supermarkt, kleinschalige kantoren, dienstverlening, kleinschalige bedrijvigheid en sportvoorzieningen. Er zijn maximaal 12 horecavestigingen mogelijk, 20.000 m² maatschappelijk en sport en 40.000 m² overig gemend programma. Deze maxima gelden voor de Marconistrip, het noordelijke deel van de pieren en het zuidelijke deel van de pieren (die een andere bestemming hebben). Er mag alleen gewoond worden als voldaan wordt aan bepaalde binnenwaarde voor geluid (33 dB). Zo is geborgd dat er maatregelen worden getroffen voor de hoge geluidbelasting, zoals extra gevelisolatie. In de regels zijn ook andere voorwaarden geborgd. De hogere waarden zijn opgenomen in Artikel 42. In paragraaf 6.2.17 is meer te lezen over de inhoud van de bestemming Woongebied - 1. Punten van de Merwepieren

67

Voor de punten van de pieren is gekozen voor een zogenoemde Kameleon-bestemming. Dit is een bestemming die na verloop van tijd 'verkleurt'. Verkleuren betekent in deze context dat de toegestane gebruiks- en bouwmogelijkheden wijzigen. Een tijdelijke bestemming verandert als het ware in een definitieve (andere) bestemming. Omdat het bestemmingsplan is aangewezen als bestemmingplan met verbrede reikwijdte als bedoeld in artikel 7c Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet, is het mogelijk om voor de duur van 10 jaar gronden een tijdelijke bestemming te geven. Na een bepaald tijdsverloop of door een bepaalde gebeurtenis, verandert de tijdelijke bestemming naar een definitieve bestemming. Op deze manier kan tijdelijk gebruik worden voortgezet en kan alvast worden vastgelegd hoe deze gronden na verloop van tijd worden bestemd. Op dit moment is de geluidbelasting vanwege industrielawaai op de punten van de Merwepieren te hoog om woningbouw zonder dove gevels te realiseren. Op grond van het afwegingscriterium om wel of geen woningbouw toe te staan, (zie paragraaf 5.3.1) zou woningbouw niet mogelijk zijn. Het is al wel zeker dat binnen nu en 10 jaar de geluidbelasting ter plaatse afneemt, vanwege de aflopende bedrijfsactiviteiten van Van Uden. De activiteiten worden uiterlijk op 31 juli 2032 beëindigd, dan loopt het erfpachtcontract af.

Na het beëindigen van de activiteiten van Van Uden is wel woningbouw mogelijk zonder dove gevels. Ook bij Van Uden is gekozen voor een Kameleon-bestemming. De Kameleonbestemmingen op de punten van de pieren en die bij Van Uden hangen samen, namelijk omdat de woningbouwontwikkeling op de punten van de Merwepieren mogelijk wordt zodra de bedrijfsvoering van Van Uden is beëindigd. Deze situatie doet zich uiterlijk op 31 juli 2032 voor. De werking van de Kameleon-bestemmingen is als volgt. De punten van de pieren zijn bestemd als Overig - Verkeer-Verblijfsgebied en Woongebied -1. Voor de tijdelijke invulling van de gronden (tot uiterlijk 31 juli 2032 ) hebben de gronden de bestemming VerkeerVerblijfsgebied. Hier gelden tot aan de verkleuring de regels van Verkeer - Verblijfsgebied. Eventuele tijdelijke, tussentijdse initiatieven kunnen met een omgevingsvergunning mogelijk gemaakt worden, voor zover het niet gaat om geluidgevoelige functies en ze geen hinder veroorzaken op nabijgelegen woningen. Woningbouw is nog niet mogelijk op basis van deze bestemming. De locatie Van Uden is bestemd als Overig - Bedrijf -5 en Verkeer-Verblijfsgebied. De gronden zijn tot maximaal 31 juli 2032 bestemd voor de overslag van droogstukgoed en overige massagoed met milieucategorie 5.3.

Met deze tijdelijke bestemming kan het bestaande gebruik nog worden voortgezet zo lang het erfpachtcontract van kracht is. Zodra deze bedrijfsvoering is beëindigd, verkleurt de bestemming naar de definitieve bestemming Verkeer - Verblijfsgebied. De gronden hebben dus eerst een tijdelijke bedrijfsbestemming en krijgen een definitieve verkeersbestemming. De verkleuring vindt plaats uiterlijk op 31 juli 2032 , wanneer het erfpachtcontract afloopt. Eerder kan ook, namelijk als de bedrijfsactiviteiten van Van Uden feitelijk zijn beëindigd. Dit betekent dat er vanaf dat moment geen bedrijvigheid meer is toegestaan en de geluidbelasting ter plaatse van de punten van de pieren aanzienlijk zal afnemen. Zodra de gronden op de locatie Van Uden verkleuren en de definitieve bestemming van kracht wordt, verkleuren tegelijkertijd ook de punten van de pieren, namelijk van de verkeersbestemming naar de bestemming Woongebied - 1. Er zullen dan dezelfde bouw- en gebruiksregels gelden als voor het noordelijke deel van de pieren, die ook de bestemming Woongebied - 1 hebben. In de definitieve planologische situatie zijn ook hogere waarden nodig. Deze waarden zijn berekend op basis van de situatie die ontstaat nadat dat de activiteiten van Van Uden zijn beëindigd. Bovendien is gerekend met de rekenregels onder de Omgevingswet.

Daarmee is een goed beeld verkregen van de aanvaardbaarheid van de toekomstige situatie. In artikel 42, lid 42.4 zijn vooruitlopend op deze situatie hogere waarden opgenomen in het bestemmingsplan. Deze hogere waarden krijgen pas rechtskracht op het moment beide bestemmingen zijn verkleurd en de definitieve bestemmingen gelden.

68

4.3.2

Galileipark

Het Galileipark wordt in de huidige situatie omsloten door de Merwehaven, Marconistraat, Galileistraat, Keileweg en Benjamin Franklinstraat. In paragraaf 3.3 is beschreven dat in het gebied in de huidige situatie uitsluitend bedrijvigheid of kantoren aanwezig zijn met als uitzondering horeca in de noordelijke voormalige fruitloods en in het Steurgebouw. In de toekomstige situatie wordt het Galileipark een locatie voor innovatie, experimenten, testen, maken en leren. Bedrijvigheid heeft de vorm van maakindustrie en er is ruimte voor een aanvullend programma met horeca, dienstverlening, sport en cultuur. Ook is er ruimte voor ondergeschikte en kleinschalige detailhandel. Wonen en andere geluidgevoelige functies zijn hier uitgesloten. Makers vinden een plek in bestaande of nieuwe loodsen en in nieuwe bedrijfsgebouwen en kantoren. De focus ligt hier met name op thema's die goed bij de transformatie van M4H naar de nieuwe economie passen; energietransitie, circulair (recycling en hergebruik), duurzame mobiliteit en diensten die daarbij nodig zijn (bv productie van elektronica, ontwikkelen en toepassen van digitale producten, onderzoek en testen in laboratoria, inzameling en verwerking) etc. De Ferro-locatie met de Emaillefabriek, het voormalige kantoor en de gashouder maken ook onderdeel uit van het Galileipark. Dit vormt samen met de Citrusveiling de twee brandpunten van M4H.

Hier zijn naast bedrijvigheid ook andere gemengde functies gewenst, zoals horeca en cultuur. Met name de gashouder leent zich voor een grotere publieksaantrekkende functie. Het plein en de gashouder zijn geschikt voor functies die aansluiten bij de aangrenzende bebouwing, zoals voor (publieksgerichte) innovatie, experimenteren, testen, maken en leren. Een deel van het Galileipark is in gebruik door bedrijven met een langlopend erfpachtcontract. Dit geldt met name voor de nutsbedrijven: de transformatorstations van Tennet en Stedin, en het warmtestation van Uniper. De zuidelijke voormalige fruitloods (De Werkplaats) is kortgeleden verbouwd tot bedrijfsverzamelgebouw voor de maak-en engineeringsbedrijven. De noordelijke voormalige fruitloods is getransformeerd tot bierbrouwerij en horeca (Stadshaven Brouwerij). Een aantal kavels in het Galileipark ligt braak. Het gaat om de twee kavels ten noorden van het 150 kV-station (voormalige truckparking), twee kavels waar de Eon-centrale stond, het kavel achter de Ferrofabriek en het recentelijk gesaneerde kavel naast de Ferrofabriek (Ferro West). Hier zijn ontwikkelingen mogelijk. Daarnaast zijn er twee kavels met huidige bebouwing waar geen langlopende erfpachtcontracten zijn: het voormalige Garagegebouw met kantoor in de hoek Marconistraat Galileistraat en het kavel in de hoek in de hoek Keileweg - Galileistraat.

Ook is een klein nieuwbouwvolume mogelijk ten noorden van de De Werkplaats en bij het bestaande Pompgebouw. Zie figuur 4.3 voor alle bovengenoemde locaties.

69

Figuur 4.3: locaties in het Galileipark waar ontwikkelingen mogelijk zijn (rood omlijnd). De nummers refereren naar paragraaf 4.3.2.1. 4.3.2.1 Vertaling in het bestemmingsplan Algemeen Het Galileipark wordt onttrokken aan het gezoneerde industrieterrein (behalve het 150 kV-station). Op het transformatorstation na zijn er geen grote lawaaimakers meer aanwezig en deze zijn ook niet meer wenselijk vanwege de herontwikkeling van Merwehaven, Marconikwartier en Keilekwartier. Zittende bedrijven ('conserverend bestemde kavels') De bedrijven met een langlopend erfpacht- of huurcontract hebben allen een maatbestemming gekregen (en geen milieuzonering nieuwe stijl). Dit omdat de bestaande activiteiten nog lange tijd voortgezet zal worden en een aantal van deze bedrijven niet voldoet aan de richtafstanden voor milieuzonering ten opzichte van de toekomstige woongebieden in het Keilekwartier, Marconikwartier en Merwehaven. In het Keile- en Marconikwartier wordt nu weliswaar nog geen woningbouw toegestaan, maar in de volgende fase van de gebiedsontwikkeling moet hier een groot woningbouwprogramma ontwikkeld worden. Zie de nummering in figuur 4.3. Het gaat om: 1. Transformatorstation Stedin, categorie 3.2 (richtafstand 50 meter), afstand tot Marconikwartier 27 meter; 2.

150 kV station Tennet, categorie 4.2 (richtafstand 200 meter), afstand tot Merwehaven 140 meter, afstand tot Marconikwartier 95 meter; 3. Stadsverwarmingvoorziening Uniper, categorie 3.2 (richtafstand 50 meter), afstand tot Marconikwartier 20 meter; 4. De Bierfabriek/Stadshaven Brouwerij in de noordelijke voormalige fruitloods voldoet aan de richtafstand (30 meter) maar heeft ook een maatbestemming gekregen. Dit omdat de brouwerij zeer recentelijk is gerealiseerd en een ander gebruik de komende tijd niet is voorzien; 5. Stedin, netbeheerbedrijf met opslag en bedrijfsschool, categorie 3.1; De maatbestemming houdt in dat alleen het nu aanwezige type bedrijf is toegestaan. Dit sluit ook aan bij de langlopende erfpacht- of huurcontracten. Als één van deze bedrijven vertrekt is alleen eenzelfde type bedrijf toegestaan, of kan een ruimtelijke procedure gevolgd worden om herontwikkeling mogelijk te maken. Bij deze procedure moet rekening gehouden worden met de toekomstige woningbouw. Op

70

sommige kavels zijn reserveringen voor toekomstige infrastructuur bestemd. Het Steurgebouw is nu in gebruik als een bedrijfsverzamelgebouw voor kleinschalige maakbedrijven, met kantoren en nachthoreca. Het gebouw is bestemd als Bedrijf - 4 omdat er in de huidige situatie al maakbedrijven aanwezig zijn. Ook de Werkplaats is bestemd als Bedrijf -4 omdat er nu al maakbedrijven aanwezig zijn. Kavels waar ontwikkelingen mogelijk zijn ('ontwikkelgerichte kavels') In het Galileipark worden nieuwe Maakbedrijven toegestaan op de kavels waar ontwikkelingen mogelijk zijn, zie de rood omkaderde kavels in figuur 4.3. De meeste van deze gronden zijn onbebouwd. Het Garagegebouw (hoek Marconistraat - Galileistraat) en de bebouwing op de hoek Keileweg-Galileistraat is nu op basis van tijdelijke huurcontracten in gebruik. Ook hier wordt ruimte voor ontwikkeling geboden. Hier wordt de 'milieuzonering nieuwe stijl' op basis van de VNG uitgave 2019 toegepast. Deze is opgenomen binnen de bestemming Bedrijf - 4 (zie voor uitleg 6.2.9.5). Dit betekent dat de toelaatbaarheid van bedrijven niet meer wordt beoordeeld op basis van de standaard VNGbedrijfscategorieën, maar op basis van geluid- en geuremissie. Kort gezegd, zijn zones op de verbeelding aangegeven waarbij bepaald is welke hoeveelheid geluid er binnen die zone geproduceerd mag worden.

Hoe verder van de (toekomstige) woongebieden Marconikwartier, Keilekwartier en Merwehaven af, hoe meer geluid er geproduceerd mag worden. Verder zijn grote lawaaimakers, Beviinrichtingen en m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten boven de drempel waarden D-lijst uitgesloten. In paragraaf 6.2.9 is meer te lezen over de milieuzonering nieuwe stijl. Voor alle kavels waar ontwikkelingen mogelijk zijn binnen Galileipark geldt dat een aanvullend programma met sportvoorzieningen, cultuur, dienstverlening en horeca is toegestaan, van maximaal 35.000 m² bvo in totaal. Dit aanvullende programma is niet toegestaan ter plaatse van de zittende bedrijven. Per kavel gelden bouwregels, die uitgaan van een minimale en maximale bouwhoogte en een bebouwingspercentage. Op de meeste locaties zijn hoogteaccenten toegestaan. Zie paragraaf 6.2.9 voor nadere uitleg over de wijze van bestemmen van deze kavels. Ferro-locatie De Ferro-locatie bestaat uit de voormalige Ferro Emaillefabriek en smelterij, de gronden waar de bebouwing recentelijk gesloopt is (tussen fabrieksgebouw en kantoren), het kantoorgebouw, het gesaneerde kavel naast de fabriek, de gashouder en het plein tussen kantoor en gashouder. De gronden waar recentelijk gesloopt is zijn bestemd zoals hierboven bij 'nieuwe bedrijvigheid' is omschreven.

De fabriek inclusief smelterij en het herontwikkelde kantoorgebouw zijn eveneens bestemd als Bedrijf - 4. Direct ten noorden van de fabriek zijn mogelijkheden voor nieuwbouw. Het is de bedoeling dat de bestaande bebouwing gehandhaafd blijft. De bebouwing is namelijk cultuurhistorisch waardevol, en daarom ook bestemd met Waarde - Cultuurhistorie. Net als in de rest van het Galileipark waar Bedrijf - 4 is opgenomen geldt dat in de fabriekshallen en het kantoor naast bedrijvigheid het aanvullende programma met sportvoorzieningen, cultuur, dienstverlening, ondergeschikte detailhandel en horeca is toegestaan. In het kantoor zijn daarnaast zelfstandige kantoren mogelijk gemaakt. De gashouder en het plein zijn bestemd als Bedrijf - 4. De gashouder is voorzien van een strak bouwvlak en een aanduiding voor de bestaande hoogte. Van deze hoogte kan met een vergunning afgeweken worden tot 46 meter. Het idee is namelijk dat de gashouder uiteindelijk weer zijn vroegere hoogte kan krijgen, waarmee de monumentale waarde nog beter tot uitdrukking komt. De gronden rondom de gashouder mogen niet met gebouwen bebouwd worden. Dit moet, nadrukkelijk een openbare ruimte blijven voor evenementen, tentoonstellingen en andere activiteiten, gericht op (publieksgerichte) innovatie, experimenteren, testen, maken en leren.

71

4.3.3

Marconikwartier en Keilekwartier

Het Marconikwartier ligt in de noordoostelijke hoek van het plangebied en er komen verschillende functies voor. In paragraaf 3.3 is een nadere beschrijving te vinden. Op basis van het raamwerk krijgt het gebied, dat vlak bij het metrostation Marconiplein ligt, in de toekomst een sterk stedelijk karakter, met de hoogste dichtheden van het M4H-gebied. Het programma gaat uit van ca. 1.500-2.500 nieuwe woningen, ca. 110.000 - 180.000 m² bvo bedrijvigheid (in beginsel tot en met categorie 2, met bouwkundige maatregelen om hinder te beperken is ook 3.1 mogelijk) en ca. 27.000 tot 45.000 m² bvo voorzieningen. Voor het Keilekwartier wordt uitgegaan van een gemengd woon-werkmilieu met ca. 1.200-1.700 woningen, 100.000 tot 150.000 m² bvo bedrijvigheid (tot en met categorie 3.1) en 25.000 - 37.000 m² bvo voorzieningen. In beide gebieden vallen dienstverlening en kleinschalige kantoren ook onder de noemer bedrijvigheid. In paragraaf 4.2 is uitgelegd dat het beoogde woon-werkmilieu nu nog niet ontwikkelgericht bestemd wordt. De gebieden zijn daarom bestemd volgens de feitelijke situatie, en onttrokken aan het gezoneerde industrieterrein. In de Keilehaven is een getijdenpark mogelijk gemaakt. In beide gebieden is ter plaatse van bestaande bedrijven de bestemming 'Bedrijf' opgenomen. Deze bestemming laat bedrijven t/m categorie 2 toe, waar het merendeel van de bedrijfsactiviteiten in valt.

Bedrijven met een hogere milieucategorie hebben een maatbestemming. Dit zijn de gemeentewerf in Europoint V (categorie 3.1), de chocoladefabriek aan de Galvanistraat 6-16 (categorie 5.1), de werkplaats voor halfproducten van hout en metaal aan de Van Helmonstraat 25 en de slachterij aan de Van Helmontstraat 9 (beide categorie 3.2). Keilewerf 1 en 2, Studio Roosegaarde en het Keilepand hebben ook een maatbestemming, die is afgestemd op hun bedrijfsactiviteiten. AVL heeft een maatbestemming die naast bedrijfsactiviteiten cultuur en ontspanning en ruimtes voor cultuur, kunst exposities en werk ateliers voor kunstenaars toestaat. Er is gekozen voor maatbestemmingen omdat bestaande bedrijven aanwezig kunnen blijven, maar het niet wenselijk is dat er andere categorie 3.1, 3.2 of 5.1-bedrijven voor in de plaats komen. Bedrijven uit een hogere milieucategorie dan 2 zijn namelijk niet direct toelaatbaar naast woningen (wanneer het gebied verder ontwikkeld wordt). Daarom zijn de bedrijven uit een hogere categorie strak bestemd. Als één van de bovengenoemde bedrijven vertrekt mag er alleen eenzelfde soort bedrijf terugkomen zoals gespecificeerd in de maatbestemming, of een categorie 2 bedrijf. Bedrijven uit categorie 2 zijn wel algemeen direct toelaatbaar naast woningen. Een maatbestemming voor dit soort bedrijven is daarom niet nodig.

Op grond van het Ruimtelijk Raamwerk zijn in beide gebieden overigens wel 3.1 bedrijven wenselijk, maar alleen in combinatie met woningen, dus een gebouw met een combinatie van woningen en bedrijvigheid. Dit betekent dat de toekomstige bedrijven extra isolatiemaatregelen moeten treffen zodat er in de woningen daarboven sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Andere bestemmingen die in deze gebieden voorkomen zijn Wonen (Europoint II en III), Horeca (KFC), Kantoor (Europoint I), Detailhandel - Perifeer (Praxis en Leen Bakker) en Cultuur en Ontspanning (AVL). De zalencentra zijn bestemd als bedrijf met een specifieke aanduiding die het zalencentrum mogelijk maakt. De braakliggende gronden zijn bestemd as Verkeer - Verblijfsgebied. Dit moet gezien worden als een tijdelijke bestemming totdat de gebieden verder herontwikkeld kunnen worden. Nu kunnen hier nog geen woningen bestemd worden. Alleen een bedrijfsbestemming opnemen is niet doelmatig omdat het de bedoeling is dat er een gemengd woon-werkmilieu ontstaat, en nieuwe solitaire bedrijven dus niet wenselijk zijn. De bestemming Verkeer - Verblijfsgebied doet het meest recht aan de situatie. Binnen deze bestemming kunnen overigens (tijdelijke) initiatieven vergund worden in de periode totdat het gebied geschikt is voor woningbouw. Hierbij kan gedacht worden aan placemaking, kunst en cultuur, horeca etc.

De voedseltuin is bestemd als Groen. De huidige, te verplaatsen verkeersverbinding tussen de Citrusveiling en Europoint V is 'wegbestemd' met Verkeer Verblijfsgebied 2. Binnen deze bestemming zijn doorgaande verkeersverbindingen uitgesloten. 4.3.4

Overige gebieden

De overige gebieden binnen het plangebied zijn de Vierhavens en omliggende gronden, de FTR-locatie en de Gustoweg en omgeving.

72

4.3.4.1 Gustoweg e.o. Ten oosten van de Gustoweg is een grootschalig stuwadoorsbedrijf aanwezig (Van Uden) en ten westen van de weg ligt een bedrijventerrein met diverse, meer kleinschalige bedrijven. Hier komen ook andere functies voor zoals horeca, een nutsvoorziening en grootschalige detailhandel. Zie verder de beschrijving in 3.3. Een groot deel van de gronden is particulier eigendom, het andere deel van de gronden is in eigendom van de gemeente en is in erfpacht uitgegeven aan het Havenbedrijf of aan de zittende bedrijven. Net als bij de FTR en het Sappencluster is herontwikkeling op basis van het raamwerk pas na 2035 aan de orde. De bestemmingslegging sluit aan bij de huidige situatie. Van Uden is bestemd als Overig - Bedrijf -5 en Verkeer-Verblijfsgebied, in de regels zijn de huidige activiteiten van het bedrijf vastgelegd. De milieucategorie (5.3) is ook opgenomen in de regels. Het betreft een tijdelijke bestemming omdat de activiteiten in 2032 beëindigd moeten zijn. De overige gronden binnen dit gebied zijn bestemd als Bedrijventerrein, met vermelding van de huidige milieucategorie. De horeca, detailhandel en de nutsvoorziening zijn volgens het feitelijke gebruik bestemd. Zie verder Hoofdstuk 6.

4.3.4.2 FTR Op de kop van Galileistraat - Keileweg, ten zuidwesten van het Galileipark en ten westen van het Keilekwartier, zijn de gronden in gebruik door een bedrijf dat fruit overslaat. Zie verder paragraaf 3.3. Ook hier is herontwikkeling op basis van het Raamwerk pas na 2035 voorzien. De voornaamste reden is de ligging van het gebied en het lopende erfpachtcontract met het aanwezige bedrijf. De grond is in eigendom van de gemeente en in hoofderfpacht uitgegeven aan het Havenbedrijf. FTR is bestemd als Bedrijf - 2, waarbinnen laad-, los- en overslagbedrijven van stukgoederen ten behoeve van zeeschepen zijn toegestaan. De milieucategorie is 4.2. Het braakliggende kavel in de wig tussen FTR en Citronas is bestemd als Bedrijf met een aanduiding ten behoeve van de toekomstige truckparking en bijbehorende voorzieningen. Nabij FTR is ook de huishoudelijk afvalinzameling en -verwerking van AVR aanwezig. Afval wordt hier overgeslagen op schepen en vervoerd naar Rozenburg. AVR is bestemd als Bedrijf - 3. Alleen de huidige activiteiten zijn toegestaan en er is een uitsterfconstructie opgenomen. Zie verder Hoofdstuk 6. 4.3.4.3 Vierhavens De Lek- en IJsselhaven inclusief de kades en het gedempte deel van de Lekhaven (tussen Benjamin Franklinstraat en Vierhavensstraat) zijn in de huidige situatie overwegend in gebruik door watergebonden bedrijvigheid uit een hoge milieucategorie.

Verder zijn hier het HAKA-gebouw, de Vertrekhal Oranjelijn, de radarpost aan de Lekstraat en een benzinestation aanwezig. Meer hierover is te lezen in paragraaf 3.3. Alle gronden zijn in eigendom van de gemeente en in erfpacht uitgegeven aan het Havenbedrijf, die ze verhuurt aan de zittende bedrijven. De nu aanwezige bedrijven, die sappen en fruit op- en overslaan, blijven gedurende de eerste fase van het Ruimtelijk Raamwerk in dit gebied aanwezig. Dit heeft ook te maken met de huidige huurcontracten, die tot ca. 2034 of later lopen. Er is nu nog geen concreet plan voor herontwikkeling naar een gemengd woon- en werkgebied. De inzet is om alle ligplaatsen in dit gebied te voorzien van walstroom. De gronden binnen dit deel van M4H worden dan ook conform het huidige gebruik bestemd, overwegend de op- en overslag van fruit en sappen. Hiervoor is de bestemming Bedrijf - 1 opgenomen, in combinatie met een aanduiding voor de huidige milieucategorie. het HAKA-pand heeft recentelijke een functie als bedrijfsverzamelgebouw gekregen en is daarom net als de TP-loods bestemd als Bedrijf - Overig. Hetzelfde geldt voor de Vertrekhal Oranjelijn. De radarpost is bestemd als Kantoor. In Hoofdstuk 6 zijn de genoemde bestemmingen uitgelegd.

73

Hoofdstuk 5

Milieu

Voor dit bestemmingsplan is een milieueffectrapport (MER) opgesteld en wordt een procedure doorlopen waarbij de milieueffectrapportage beoordeeld wordt door de Commissie voor de milieueffectrapportage. Verder dient het MER als onderbouwing van dit bestemmingsplan. Het MER is opgenomen in bijlage in Bijlage 3 en de bijbehorende bijlagen in Bijlage 4. In het milieueffectrapport, dat bestaat uit een hoofdrapport met een publieksvriendelijke samenvatting en verschillende onderzoeksrapporten zijn de milieueffecten onderzocht. Hierbij zijn telkens de milieueffecten onderzocht voor de volgende situaties:  De huidige situatie: de situatie in het jaar 2022/2023  De referentiesituatie: is de huidige situatie aangevuld met autonome ontwikkelingen tot 2032. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die hoe dan ook plaatsvinden, los van de herontwikkeling van het M4H-gebied. Denk aan groei of juist afname van verkeer, het realiseren van vergunde bouwprojecten en het vertrek van bedrijven waarvan contracten aflopen.  Het planvoornemen: is datgene wat de gemeente Rotterdam en het Havenbedrijf willen realiseren, in dit geval de transformatie van M4H naar een innovatief woon- werkmilieu.

Het gebied moet ruimte bieden voor de innovatieve maakindustrie met een mix van werken, wonen, cultuur, horeca en onderwijs overeenkomstig het Ruimtelijk Raamwerk 2035 en bijbehorend programma;  Het voorkeursalternatief (VKA): is de planologische invulling van het gebied dat in dit bestemmingsplan daadwerkelijk is opgenomen. Dit is een aanscherping van het planvoornemen en biedt ruimte aan een kleiner programma. Concreet heeft het voorkeursalternatief betrekking op de herontwikkeling van de Marconistrip, de Merwepieren en het Galileipark Het MER bestaat uit 3 delen, een deel A, een deel B en een deel C. In deel A zijn allereerst de milieueffecten van het planvoornemen onderzocht, aan de hand van twee variabelen:  het ruimtelijk programma: met een variatie in het aantal woningen en de omvang van bedrijvigheid en voorzieningen, en  mobiliteitsmaatregelen: met een variatie in meer of minder ingrijpende mobiliteitsmaatregelen. De uitkomsten van alle onderzoeken samen leiden voor een belangrijk deel tot het gekozen voorkeursalternatief zoals beschreven in Hoofdstuk 4 (maar er zijn ook andere aspecten die meewegen). Uit de onderzoeken naar de aspecten geluid en mobiliteit blijkt namelijk dat het niet mogelijk is het hele planvoornemen nu te bestemmen.

De andere milieuaspecten vormen minder of geen belemmering In deel B van het MER worden de milieueffecten van het VKA beschreven en beoordeeld. Deel C geeft een doorkijk naar de periode na realisatie van het VKA, beschrijft spelregels voor uitvoering van het VKA en bevat een aanzet tot een Monitoring & Evaluatie Programma. Sommige spelregels uit het MER werken door in de regels van het bestemmingsplan. Dit om negatieve milieueffecten te voorkomen of te mitigeren. In de navolgende paragrafen is een beknopte samenvatting opgenomen van de onderzoeken die per milieuthema voor het planvoornemen (oftewel het volledige programma van het Ruimtelijk Raamwerk) en het voorkeursalternatief (oftewel de herontwikkeling van M4H die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt) zijn uitgevoerd. In het MER zijn ook de huidige- en referentiesituatie onderzocht, hiertegen wordt het planvoornemen afgewogen. Bij de meeste milieuthema's is de referentiesituatie gelijk aan de huidige situatie en geldt de beschrijving voor beide situaties. Bij sommige thema's is de referentiesituatie wel relevant. In dat geval is voor de referentiesituatie een aparte beschrijving opgenomen. Bij nagenoeg alle milieuthema's geldt dat als er geen belemmeringen of negatieve effecten zijn voor het planvoornemen dat dit ook geldt voor het VKA. Het planvoornemen omvat immers een groter programma dan het VKA.

74

5.1

Algemene uitgangspunten onderzoek

In het MER zijn zoals hiervoor beschreven de milieueffecten van het planvoornemen met een bandbreedte in het programma en verschillende mobiliteitsvarianten in beeld gebracht. In deze paragraaf wordt hierover meer uitleg gegeven. In Figuur 5.1 zijn twee typen gebieden weergeven, de 'conserverende' gebieden waar de bedrijvigheid de komende tijd wordt voortgezet (licht roze) en de gebieden waar op basis van het Ruimtelijk Raamwerk ontwikkelingen zijn gewenst. De conserverende gebieden zijn kavels die in hoofdzaak door het Havenbedrijf in erfpacht zijn uitgegeven aan bedrijven. Op deze kavels zal naar verwachting de nu aanwezige bedrijvigheid in de planperiode worden voortgezet. Dit (vergunde) ruimtegebruik wordt als uitgangspunt bij het maken van het nieuwe bestemmingsplan en het milieuonderzoek gehanteerd. Voor de donker roze vlakken (Merwehaven, Marconikwartier, Galileipark en Keilekwartier) is onderzocht in hoeverre deze bestemd kunnen worden met het programma uit het Ruimtelijk Raamwerk.

Figuur 5.1: conserverende gebieden (lichtroze, zonder nadere aanduiding) en gebieden waar ontwikkeling op basis van het Ruimtelijk Raamwerk vóór 2035 wenselijk is. Laag en hoog programma ontwikkelgebieden Het planvoornemen omvat een bandbreedte in het ruimtelijk programma tot het einde van de bestemmingsplanperiode, dat uitgaat van een hoog en een laag programma. Door het onderzoeken van een bandbreedte wordt inzichtelijk gemaakt welk programma in de komende tien jaar realiseerbaar is binnen wet- en regelgeving en de gestelde ambities voor het plangebied, mede afhankelijk van de daadwerkelijke economische groei en maatschappelijke ontwikkelingen. Deze bandbreedte is voor de ontwikkelgebieden tezamen (donker en midden roze gekleurde gebieden in Figuur 5.1) als volgt ingeschat: Programma Werken (aantal m2 bvo) Woningen (aantal) Voorzieningen (aantal m2 bvo)

Laag

Hoog

349.000 m2

547.466 m2

4.626

7.052 m²

85.769 m2

137.027 m2

Tabel 5.1 bandbreedte programma planvoornemen De bovenstaande metrages zijn gebaseerd op het Ruimtelijk Raamwerk en de Notitie Reikwijdte en Detailniveau M4H (NRD, vastgesteld op 1 oktober 2019 door het college van B&W). Na vaststelling van de NRD is één en ander nog verder uitgewerkt, wat uiteindelijk heeft geleid tot de tabel hier boven en onder. Het programma is nader uitgewerkt per deelgebied. Zie tabel 5.2.

75

Tabel 5.2 Nadere uitwerking programma planvoornemen per deelgebied Mobiliteitsvarianten Rotterdam is een stad in transitie en beweging en wordt de komende jaren verder verdicht. Dit geeft meer verkeers- en parkeerdruk. Met alle negatieve gevolgen voor de CO2-uitstoot en de luchtkwaliteit van dien. Zoals ook in het Coalitieakkoord 2022-2026 staat beschreven moeten er om dit tegen te gaan, keuzes worden gemaakt. Niet alles kan, en niet alles kan tegelijkertijd. Voor alle modaliteiten (fiets, auto, OV etc.) moet op een slimme manier worden nagedacht om een prettige en bereikbare stad te blijven. In het Ruimtelijk Raamwerk zijn acht leidende principes voor een duurzame gebiedsontwikkeling geformuleerd. De principes uit het Ruimtelijke Raamwerk voor M4H zijn doorvertaald naar drie ambities die voor het MER relevant zijn: stedelijkheid, bereikbaarheid en duurzaamheid. Ten aanzien van bereikbaarheid is het doel om te komen tot: 1. een betrouwbaar verkeersnetwerk voor personen en goederen en 2. een bereikbare, aantrekkelijke en gezonde omgeving in M4H. Daarnaast moet voorkomen worden dat er verkeerskundige knelpunten op het omliggende wegennet optreden en moet de verkeersveiligheid gewaarborgd zijn. In het MER is onderzocht welke maatregelen nodig zijn om dit te verwezenlijken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=815d4e82-6cea-4949-a1d2-581018bc6d73