[24bb005850] Bijlage 1 behorende 24bb005840 - Ontwerpbestemmingsplan M4H
Tekst van het document
Dit is technisch uitvoerbaar. Laagfrequent geluid Door het toepassen van de maatregelen neemt de kans op hinder door laagfrequent geluid ook af. Het nestgeluid bedraagt na de maatregelen ten hoogste 63 dB in één etmaalperiode, wat een reductie van 6 dB is ten opzichte van het planvoornemen. De (indicatieve) overschrijding van de Vercammen curve wordt hierdoor beperkt tot maximaal 10 dB. Door het beëindigen van de activiteiten van Van Uden wordt het nestgeluid op de Merwepieren verder gereduceerd, echter blijft de in het plangebied hoogst berekende geluidimmissie 63 dB. Piekgeluiden Voor de beoordeling van de piekgeluiden wordt in het bestemmingsplan (verbrede reikwijdte) aangesloten bij de standaardwaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl, art. 5.65), voor de toepassing van artikel 2.19 Activiteitenbesluit (Barim). Dit is geregeld in artikel Artikel 37. Concreet betekent dit, dat bij de toepassing van het Activiteitenbesluit de normwaarden uit tabel 5.9 worden toegepast, in plaats van de normen in het Activiteitenbesluit. Het Bkl maakt onderscheid tussen piekgeluiden als gevolg van de aandrijving van transportmiddelen en andere piekgeluiden.
Tabel 5.9: Standaardwaarden piekgeluiden op de gevels van geluidgevoelige gebouwen conform het Bkl, art. 5.65.1 Het Bkl voorziet niet in een standaard beschermingsniveau in de dagperiode. Desalniettemin is in de dagperiode een toetswaarde van 70 dB(A) voor piekgeluiden (niet veroorzaakt door laden en lossen) opgenomen. Indien dat niet haalbaar is, kan de grenswaarde met 5 dB(A) worden verhoogd naar 75 dB(A) met maatwerk. Per bedrijf zijn de piekgeluiden van beide categorieën (aandrijfgeluid en andere piekgeluiden) inzichtelijk gemaakt op de dichtstbijzijnde rekenpunten. Onderstaand worden kort de resultaten voor de relevante bedrijven voor het VKA geschetst. Uit de rekenresultaten blijkt het volgende: Van Uden voldoet aan de standaardwaarden voor het aandrijfgeluid van transportmiddelen, echter treedt in de avond- en nachtperiode een overschrijding van ten hoogste 11 dB(A) op van de standaardwaarden voor de andere piekgeluiden. Deze overschrijding treedt op ter plaatse van de punten van de Merwepieren. Overdag is die overschrijding 6 dB. De overschrijding wordt veroorzaakt door het stoten van de kraangrijper tegen de scheepswanden gedurende het laden en lossen van de schepen. De overschrijding vormt geen knelpunt omdat woningbouw ter plaatse van
94
de overschrijdingen pas toegestaan is wanneer Van Uden de bedrijfsactiviteiten heeft beëindigd; Access World voldoet aan de standaardwaarden voor het aandrijfgeluid van transportmiddelen. Als gevolg van de andere piekgeluiden worden de standaardwaarden in de avondperiode op rekenpunten in het VKA overschreden met 1 dB(A) in de avondperiode. Het maximale geluidsniveau op de Merwepieren is te beperken tot 65 dB(A). In het onderzoek is geconcludeerd dat met worst-case piekgeluidvermogen is gerekend en dat te verwachten is dat in de representatieve bedrijfssituatie voldaan kan worden aan de grenswaarde van 65 dB(A) in de avond. 5.3.3 Conclusie
Uit het voorgaande blijkt dat voldaan kan worden aan de maximale ontheffingswaarden van de Wet geluidhinder voor de te bestemmen woongebieden op de Marconistrip en het noordelijk deel van de Merwepieren. Daar wordt ook voldaan aan de tweede voorwaarde om woningbouw mogelijk te maken, namelijk het afwegingskader ten aanzien van de cumulatieve geluidbelasting. In de planregels wordt geborgd dat dit afwegingskader wordt voldaan. Verdere borging om de geluideffecten uit te kunnen sluiten vindt plaats door een geluidverkaveling in het bestemmingsplan op te nemen, een regeling voor piekgeluid en laagfrequent geluid in het bestemmingsplan op te nemen en tot slot door het vaststellen van hogere waarden voor nieuwe woningen. Daarmee is deze ontwikkeling aanvaardbaar en vormt het aspect geluid geen belemmering.
5.4
Luchtkwaliteit
5.4.1
Kader en onderzoeksopzet
Wettelijk kader Het wettelijk kader voor luchtkwaliteit is de Wet milieubeheer (Wm). Hierin zijn grens- en richtwaarden vastgesteld voor bepaalde stoffen in de lucht. Stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) zijn de meest kritische stoffen. Als voldaan wordt aan de wettelijke normen voor deze stoffen kan een overschrijding van de normen voor de overige stoffen redelijkerwijs worden uitgesloten. Ook de World Health Organisation (WHO) heeft streefwaarden voor deze stoffen, uitgedrukt in een advieswaarde. Deze waarden zijn strenger dan de grenswaarden uit de Wm. De concentratie roet is ook bepalend voor de luchtkwaliteit, maar hiervoor bestaan geen wettelijke normen of advieswaarden. Zie tabel 5.10 voor de Wm en WHO-waarden.
Tabel 5.10: Grenswaarden Relevant gemeentelijk beleid Beleidsregel buitenklimaat: ongeacht de luchtkwaliteit worden geen nieuwe gevoelige bestemmingen gerealiseerd in de eerstelijns bebouwing bij wegen met meer dan 10.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal binnen een afstand van 50 meter van de rand van de weg.
95
Onderzoeksopzet De transformatie van M4H leidt (mogelijk) tot veranderingen in de concentratie lucht-verontreinigende stoffen als gevolg veranderingen in het autoverkeer, de scheepvaart en bedrijfsactiviteiten. In dit luchtkwaliteitsonderzoek zijn de effecten van het planvoornemen met laag en hoog programma, ondergebracht in de drie mobiliteitsvarianten 3, 4 en 5 berekend. De luchtkwaliteit in een gebied wordt mede bepaald door de aanwezige uitstootbronnen, zoals verkeer, scheepvaart, industrie, huishoudens en landbouw: de zogenaamde achtergrondconcentraties. Voor het thema luchtkwaliteit is sprake van significante verschillen (in positieve zin) tussen de huidige situatie en de referentiesituatie. Dit komt voornamelijk door de autonome groei van het verkeer in en rondom het plangebied, maar ook door investeringen vanuit de EU, het Rijk en de gemeente om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt onder andere door maatregelen voor schonere auto's en minder uitstoot in de industrie en landbouw. Hierdoor daalden de concentraties fijn stof en stikstofdioxide de afgelopen jaren. 5.4.2
Onderzoeksresultaten
Huidige situatie Om inzicht te krijgen in de huidige kwaliteit van de lucht in en rondom M4H, is de jaargemiddelde concentratie NO2 in beeld gebracht op basis van monitoringstool NSL. De uitkomsten zijn als volgt. er zijn geen overschrijdingen van de jaargemiddelde NO2-grenswaarde (40 µg/m3) in het gebied. De 2005-WHO advieswaarde (40 µg/m3) wordt niet overschreden, de 2021-WHO-advieswaarde (10 µg/m3) wordt wel ruimschoots overschreden; er zijn geen overschrijdingen van de jaargemiddelde grenswaarde of 2005-WHO advieswaarde voor PM10 (respectievelijk 40 en 20 µg/m 3), wel wordt de 2021-WHO-streefwaarde van 15 µg/m3 overschreden. voor PM2,5 worden zowel de 2021-WHO-advieswaarde (5 µg/m3) ook de 2005-WHO-advieswaarde (10 µg/m3) overschreden. In het plangebied ligt de jaargemiddelde concentratie op deze waarde. voor roet zijn er geen wettelijke normen, het voldoet zowel in als buiten het plangebied aan de streefwaarde van 1,03 µg/m3.
Referentiesituatie Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt het volgende voor de referentiesituatie. de concentraties voor stikstofdioxide (NO 2) liggen maximaal op 25,1 µg/m3. Deze treedt op langs de Radiostraat, ter hoogte van de Merwepieren. Dit is een daling van de concentraties ten opzichte van de huidige situatie met circa 1,5 µg/m3. Dit komt vooral door de maatregelen op Europees, landelijk en lokaal niveau. De 2021-WHO-advieswaarde (10 µg/m3) wordt ook in 2031 niet gehaald. de maximale concentraties fijn stof liggen op 19,4 µg/m3. Deze hoogste concentraties doen zich voor langs de Antennestraat, ter hoogte van de Merwepieren. Deze concentraties zijn gelijk aan de huidige situatie. De 2021-WHO-advieswaarde (15 µg/m3) wordt ook in 2031 niet gehaald in het plangebied, de 2005-WHO-advieswaarde (20 µg/m3) wel. de concentraties zeer fijn stof liggen op 11,7 µg/m3. Dit is 0,8 µg/m3 hoger dan in de huidige situatie. De concentraties zijn het hoogst langs de Gustoweg. De 2005- en 2021-WHO-advieswaarden (respectievelijk 10 en 5 µg/m3) worden autonoom niet gehaald in het plangebied. de concentratie roet (EC) ligt zowel in het plangebied als in het studiegebied maximaal op 1,03 µg/m3. Er zijn geen wettelijke kaders voor roet, maar het voldoet zowel in als buiten het plangebied aan de gezondheidskundige streefwaarde van 1,03 µg/m3.
Effecten planvoornemen en VKA Door de transformatie van M4H neemt het verkeer toe. Door de groei van het verkeer nemen ook de
96
concentraties luchtverontreinigende stoffen toe. Het scheepvaartverkeer neemt echter sterk af door een afname van de binnenvaart en de zeevaart in het plangebied. De planbijdrages van de scheepvaart op de luchtkwaliteit zijn daarom zeer beperkt. Een deel van de bestaande bedrijvigheid verdwijnt en daarmee vervallen ook de bijbehorende emissies. De nieuwe bedrijvigheid die mogelijk wordt gemaakt is mengbaar met wonen. Het uitgangspunt is daarom dat deze type bedrijvigheid geen significante bijdrage aan de concentraties oplevert. Gerekend is met beperkte bijdrages als gevolg van nieuwe bedrijfsactiviteiten. In alle mobiliteitsvarianten worden toenames van de concentratie NO 2 berekend op plangebiedniveau. De toenames liggen tussen 1,1 µg/m3 (variant 3) en 2,4 µg/m3 (variant 4). Dit betreft een toename tussen 3% en 6% van de NO2 grenswaarde (40 µg/m3 ). Ook de concentraties PM 10 stijgen: 1,1 µg/m3 bij variant 3 en 5 en 1,2 µg/m3 bij variant 4. De concentraties PM2,5 en roet stijgen bij alle varianten met respectievelijk 1 µg/m3. en 0,22 µg/m3. De beschreven toenames gelden voor het planvoornemen. De toenames als gevolg van het VKA liggen lager.
Ondanks de toenames is in alle varianten is per saldo sprake van dalende concentraties ter hoogte van de gevoelige bestemmingen (de geprojecteerde woningen), met name door lagere concentratiebijdragen van bedrijfsactiviteiten, zee- en binnenvaart. In de varianten 3 en 5 is het saldo tussen woningen waar de concentratie afneemt en woningen met een toename iets positiever dan in variant 4 maar de verschillen zijn beperkt en nauwelijks onderscheidend.
Effecten mobiliteitsvariant 3
Effecten mobiliteitsvariant 4
Effecten mobiliteitsvariant 5 5.4.3
Conclusie
Bij alle mobiliteitsvarianten wordt voldaan aan de wettelijke grenswaarden van 40 µg/m3 voor stikstofdioxide, 40 µg/m3 voor fijnstof en 25 µg/m3 voor zeer fijnstof. Bij alle varianten wordt voldaan aan de Rotterdamse richtwaarde van 1,03 µg/m3 voor roet. Ook wordt voldaan aan de WHO 2005 advieswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof. Er wordt niet voldaan aan niet voldaan aan de WHO advieswaarden 2021. Dit is echter geen wettelijk kader dus het vormt geen beperking voor de transformatie van het M4H gebied. Overigens wordt die in de huidige en referentiesituatie ook overschreden. Ten aanzien van het aspect 'luchtkwaliteit' zijn zowel het planvoornemen als het VKA uitvoerbaar. Om te kunnen voldoen aan de Rotterdamse Beleidsregel buitenklimaat is in de regels van Woongebied - 1 opgenomen dat scholen voor basis- en voortgezet onderwijs, kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang zijn niet toegestaan binnen een afstand van 50 meter van de Schiedamseweg.
97
5.5
Geur
5.5.1
Kader en onderzoeksopzet
Kader Het wettelijk kader wordt gevormd door de Wet geurhinder en veehouderijen (Wgv). Ook regionaal niveau geldt de Geuraanpak kerngebied Rijnmond, en op lokaal niveau de Geurverordening Floating Farm. Voor M4H is Geuraanpak kerngebied Rijnmond het meest relevant. De Geuraanpak is een nadere invulling van het provinciale stankbeleid. Het streven is dat buiten de terreingrens geen geur afkomstig van een inrichting waarneembaar is (strengste maatregelniveau I). Indien maatregelniveau I niet wordt behaald, wordt afgewogen of een lager maatregelniveau (II of III) kan worden gehanteerd. Zie tabel 5.11.
Tabel 5.11: Geuraanpak kerngebied Rijnmond Onderzoeksopzet Voor de beoordeling van het aspect geur is samen met de DCMR een bedrijveninventarisatie uitgevoerd. De geuremissie wordt uitgedrukt in Europese odour units per kubieke meter (OUE/m3). Eén Europese odour unit per kubieke meter is de concentratie geurstoffen die door iemand van een geurpanel in een laboratorium met zekerheid kan worden geroken. De geurbelasting is uitgedrukt in percentielwaarden. Voor de percentielwaarden wordt vaak 98-P of 99,99-P aangehouden. Bijvoorbeeld 1 OUE/m3 als 98-percentiel betekent dat de uurgemiddelde geurconcentratie van 1 OUE/m 3 gedurende 98 procent van het jaar niet wordt overschreden. Echter, 2 procent van het jaar is de bron dus wel waarneembaar en kan als hinder ervaren worden. In uren uitgedrukt betekent dit dat er 175 uur per jaar wel geur (en dus mogelijk hinder) wordt ervaren. In het geval van het 99,99-percentiel geldt dat er afgerond 0,9 uur per jaar (afgerond 1 uur per jaar) mogelijk geur waarneembaar is vanaf de bron. Er is dus potentieel meer geurhinder in de 98-P dan in het 99,99-P. Voor M4H wordt er naar gestreefd de geurhinder tot een uiterst minimum te beperken conform Maatregelniveau I uit de Geuraanpak Kerngebied Rijnmond. Dit betekent dat nieuwe (industriële) bedrijven geen geurwaarnemingen mogen veroorzaken buiten de terreingrens.
De richtwaarde is maximaal 0,5 OUE/m³ als 99,99-P bij de terreingrens (conform maatregelniveau I). Voor bestaande (industriële) bedrijven wordt de richtwaarde van 0,5 OUE/m³ als 99,99-P ter plaatse van het geurgevoelige objecten als acceptabel bevonden (conform maatregelniveau II). Voor de floating farm wordt de minimale afstand van 50 meter tussen de inrichting en het geurgevoelig object als acceptabel bevonden.
98
Er zijn in M4H meerdere bedrijven die vanwege het type activiteit geurrelevant zijn (zie tabel 5.12). Enkele daarvan hebben echter een zeer lage geurbelasting of er zijn dusdanig maatregelen getroffen dat deze daardoor geen geurhinder buiten de terreingrens meer veroorzaken (aangeduid met 'maatregelniveau I'). Derhalve zijn deze bedrijven niet geurrelevant voor de transformatie van M4H. De bedrijven met een hogere geurhinder buiten de terreingrens zijn geurrelevant voor de transformatie van M4H. Dit zijn: AVR: het afval overslagbedrijf aan de Keilehaven. Hier wordt afval op schepen overgeslagen; Stadshaven Brouwerij/Bierfabriek: hier wordt bier gebrouwen waarbij bij het productieproces mogelijk een beperkte mate van geurhinder optreedt; Floating Farm: een drijvende stadsveehouderij. In de huidige situatie heeft de Floating Farm een omgevingsvergunning strijdig gebruik (ruimtelijk besluit) voor het houden van 40 melkkoeien en bijbehorende voorzieningen. Deze vergunning eindigt in 2026 en zal niet verlengd worden (erfpacht tot maximaal 30 juni 2029).
Tabel 5.12: Geurrelevante bedrijven in M4H De AVR heeft een overeenkomst met de gemeente Rotterdam tot 2030. De ambitie is om het overslagstation naar elders in Rotterdam te verplaatsen, waardoor deze waarschijnlijk niet meer in gebruik zal zijn op deze locatie. Dan treedt er ook geen geurhinder meer op in de directe omgeving waardoor in genoemde deelgebieden geurgevoelige objecten kunnen worden toegevoegd. Momenteel is echter nog geen alternatieve locatie bekend waar AVR naar toe kan verplaatsen. 5.5.2
Onderzoeksresultaten
Huidige situatie en referentiesituatie De geurcontouren van de drie bedrijven in de huidige situatie zijn vastgelegd in figuur 5.6. Voor AVR en de Stadshavenbrouwerij geldt dat deze figuur ook de referentiesituatie aangeeft. Floating Farm vertrekt in 2026 en is daarom niet meer aanwezig in de referentiesituatie. Het toekomstige woongebied Merwehaven is rood aangeduid.
99
Figuur 5.6: geurrelevante bedrijven in M4H De 0,5 OUE/m³ als 99,99-P contour van AVR ligt over een groot deel van het Keilekwartier en het zuidwestelijke deel van het Marconikwartier. De 1 OUE/m³ als 99,99-P contour van AVR ligt over het westelijk deel van het Keilekwartier. In de huidige situatie zijn hier geen woningen aanwezig, waardoor dit geen knelpunt is. De contouren reiken niet tot het gebied Merwehaven. De 0,5 OUE/m³ als 99,99-P contour van de Stadshavenbrouwerij ligt wel over een deel van Merwehaven. Buiten deze contour is maximaal ca. 1 uur per jaar geurhinder te verwachten, waardoor er sprake is van een acceptabele situatie. Binnen de contour is mogelijk sprake van meer geurhinder. In de huidige situatie zijn hier geen woningen aanwezig, waardoor dit geen knelpunt is. In de verordening voor de Floating Farm is alleen een 98-P contour vastgelegd. De 0,5 OUE/m³ als 98P contour ligt over een klein deel gebied Merwehaven. Binnen deze contour kan ca. 175 uur per jaar geur waarneembaar zijn. hier zijn nu geen woningen aanwezig. Voor de Floating Farm is ook de Wgv relevant. Hierin is bepaald dat er in beginsel minimaal 100 meter afstand tussen een koeienstal en woningen moet zijn. In de verordening is onderbouwd dat die afstand in dit geval 50 meter kan bedragen, zie de stippellijn. Binnen deze afstand zijn woningen toegestaan.
De contour ligt over een klein deel van Merwehaven. Effecten planvoornemen en VKA De gebiedsontwikkeling zorgt niet voor meer geurhinder veroorzakende bedrijven omdat het uitgangspunt is dat nieuwe bedrijven geen geurwaarnemingen buiten de terreingrens mogen veroorzaken. Door de bouw van woningen in Merwehaven, Marconikwartier en Keilekwartier ontstaat het risico op geuroverlast omdat de 0,5 OUE/m³ als 99,99-P contouren over deze gebieden liggen. Voor het Keile- en Marconikwartier is AVR relevant. Het is niet mogelijk maatregelen aan de bron te treffen vanwege de aard van de bedrijfsactiviteiten. Buiten de 0,5 OUE/m³ als 99,99-P contour is maximaal ca. 1 uur per jaar geurhinder te verwachten, waardoor er sprake is van een acceptabele situatie. Tussen de 1,0 en 0,5 OUE/m³ als 99,99-P contouren is mogelijk geurhinder te verwachten. Er kunnen alleen geurgevoelige objecten (woningen) gerealiseerd worden als nader geuronderzoek uitgevoerd wordt. Hieruit volgen mogelijk maatregelen. Ook moet aangetoond worden dat AVR niet in haar bedrijfsvoering beperkt wordt. Dit is geborgd door de regeling in artikel 39.6.1 in combinatie met een aanduiding op de verbeelding. Binnen de 1 OUE/m³ als 99,99-P contour zijn geen nieuwe geurgevoelige objecten toegestaan. Dit is geborgd in artikel 39.6.2 in combinatie met een aanduiding op de verbeelding.
100