CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb005843] Bijlage 11 behorende bij 24bb005840 - Aanvulling MER M4H dd 23-8

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 18 september 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen32.639 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In deze berekening is dan ook uitgegaan van de toepassing van de mitigerende maatregelen vanwege nestgeluid (maatregelenpakket vanwege nestgeluid 2032) en de situatie na 2032 (maatregelenpakket vanwege nestgeluid en vertrek van Van Uden). Zie voor meer informatie over deze mitigerende maatregelen, paragraaf 19.3.1 van het MER. In deze berekeningen is nog geen rekening gehouden met bouwkundige maatregelen (isolatie e.d.). De maatregelen die uiteindelijk zullen worden genomen moeten er toe leiden dat de geluidbelasting binnenshuis voor alle woningen zal voldoen aan de geldende regelgeving. De percentages gehinderden, ernstig gehinderden en slaapgestoorden zullen hierdoor in elk geval in werkelijkheid lager zijn dan zoals in deze paragraaf is weergegeven. Kentallen voor dosis-effectrelaties In tabel 3.2 is zijn de kentallen per geluidbelastingsklasse aangegeven uit bijlage 2 van de Regeling geluid milieubeheer (Rgm): hoeveel procent van de inwoners is bij die geluidbelasting ernstig gehinderd of gehinderd. Bijvoorbeeld, bij een geluidbelasting van 65 t/m 69 dB heb je gemiddeld 20% kans dat iemand zich ernstig gehinderd voelt. Bij deze kentallen wordt gebruik gemaakt van de cumulatieve geluidbelasting over het etmaal.

tabel 3.2 Percentage (ernstig) gehinderden per geluidbelastingsklasse Geluidbelastingsklasse (Lden) Ernstig Gehinderden gehinderden 55 t/m 59 dB 8% 21 % 60 t/m 64 dB 13 % 30 % 65 t/m 69 dB 20 % 41 % 70 t/m 74 dB 30 % 54 % 75 dB of hoger 37 % 61 %

blad 27 van 71

datum 2 februari 2024 projectnummer 0458108.100 betreft Aanvulling MER Merwe-Vierhavens

In tabel 3.3 is per geluidbelastingsklassen aangegeven hoeveel procent van de inwoners bij die geluidbelasting slaapverstoord is. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de cumulatieve geluidbelasting in de nachtperiode. tabel 3.3 Percentage slaapverstoorden Geluidbelastingsklasse (Lden) Slaapverstoorden 55 t/m 59 dB 7% 60 t/m 64 dB 10 % 65 t/m 69 dB 13 % 70 t/m 74 dB 18 % 75 dB of hoger 20 %

Aan de hand van deze kentallen is voor zowel de bestaande bebouwing rond het industrieterrein als de nieuw te ontwikkelen bebouwing een inschatting gegeven van het effect van het project op de kans op hinder en slaapverstoorden. Effecten op bestaande woningen Bij de bestaande woningen rondom het industrieterrein zijn de effecten als hieronder beschreven. Ten zuidoosten van Continental Juice De geluidbelasting van circa 72 dB neemt hier met ongeveer 4 dB af. Uitgaande van de dosis-effectrelaties van het Rgm neemt de kans op hinder als volgt af:  De kans op ernstig gehinderden neemt af van 30% naar 20%;  De kans op gehinderden neemt af van 54% naar 41%;De kans op slaapverstoorden neemt af van 20% naar 18%. Marconitorens Bij de Marconitorens is nauwelijks sprake van een afname van de cumulatieve geluidbelasting. De belasting blijft tussen de 60-65 dB (de berekende waarde van 72 dB wordt met name veroorzaakt door de hoge bijdrage van de eigen luchtbehandelingsinstallaties). Uitgaande van de dosis-effectrelaties van het Rgm blijft de kans op hinder na maatregelen vrijwel gelijk:  De kans op ernstig gehinderden is 13%;  De kans op gehinderden is 30%;  De kans op slaapverstoorden is 13%. Overige bestaande woningen Bij de overige bestaande woningen rond het industrieterrein neemt de geluidbelasting met 1 tot 2 dB af.

Een dergelijke geringe afname heeft maar een beperkt effect op de kans op hinder. De geluidbelasting blijft grotendeels in de klasse 60-65 dB. Uitgaande van de dosis-effectrelaties van het Rgm blijft de kans op hinder na maatregelen vrijwel gelijk:  De kans op ernstig gehinderden is 13%;  De kans op gehinderden is 30%;  De kans op slaapverstoorden is 13%. Situatie na 2032, na het vertrek van Van Uden Bij de bestaande woningen in Schiedam, ten westen van het industrieterrein, is er sprake van een verdere reductie van de cumulatieve geluidbelasting na vertrek van Van Uden, tot 4 dB. Uitgaande van de dosis-effectrelaties van het Rgm neemt de kans op hinder als volgt af:  De kans op ernstig gehinderden neemt af van 20% naar 13%;  De kans op gehinderden neemt af van 41% naar 30%;  De kans op slaapverstoorden neemt af van 18% naar 13%.

blad 28 van 71

datum 2 februari 2024 projectnummer 0458108.100 betreft Aanvulling MER Merwe-Vierhavens

Effecten op nieuwe bebouwing Op basis van de cumulatieve geluidbelasting in het voorkeursalternatief is, uitgaande van de dosis-effectrelaties van het Rgm, het aantal (ernstig) gehinderden en het aantal slaapverstoorden bepaald, voor twee varianten van de stedenbouwkundige invulling van Merwehaven: 1. Invulling Marconistrip en de noordelijke helft van de Merwepieren (Woongebied-1 uit het ontwerp bestemmingsplan), incl. het maatregelenpakket vanwege nestgeluid 2032; 2. Invulling Marconistrip en de gehele Merwepieren (Woongebied-2 uit het ontwerp bestemmingsplan), incl. het maatregelenpakket vanwege nestgeluid 2032 en het vertrek van Van Uden na 2032. Daarvoor is het percentage rekenpunten bepaald dat in de geluidbelastingsklassen valt, zoals genoemd in het Rgm (zie tabel 3.2 en tabel 3.3). Aan de hand van het percentage rekenpunten per geluidbelastingsklasse en de daarbij behorende percentages is het totale percentage (ernstig) gehinderden en slaapverstoorden bepaald voor beide situaties (zie tabel 3.4). tabel 3.4 Percentage (ernstig) gehinderden en slaapverstoorden per variant (bron: Royal Haskoning DHV, 2023) Geluidbelastingsklasse (Lden) Variant Woongebied-1 Variant Woongebied -2 Percentage ernstig gehinderden 8% 6% Percentage gehinderden 18% 14% Percentage slaapverstoorden 4% 4%

* Vergelijking met aantal gehinderden en slaapverstoorden Rotterdam In tabel 3.5 is het aantal (ernstig) gehinderden en slaapverstoorden nabij geluidsbronnen en in heel gemeente Rotterdam weergegeven. Een vergelijking van de percentages van de inwoners in heel gemeente Rotterdam met de percentages van het voorkeursalternatief van M4H laat zien dat bij variant Woongebied-1 de percentages geluidgehinderden in alle categorieën 1% hoger bedraagt van M4H iets. Bij variant Woongebied-2 bedragen de percentages 1 tot 3% lager. De (ernstig) gehinderden en slaapverstoorden in Rotterdam hebben vooral geluidhinder van stedelijk wegverkeer (91%), industrielawaai is voor slechts 3% de belangrijkste geluidbron. In M4H zijn industrielawaai en nestgeluid van scheepvaartverkeer de belangrijkste bronnen. Industrielawaai wordt in het algemeen als minder hinderlijk ervaren dan wegverkeerslawaai. tabel 3.5 Percentage (ernstig) gehinderden en slaapverstoorden Rotterdam (bron bewerkt: Actieplan geluid 2019-2023 Rotterdam, 2019) N.B.: in deze percentages voor heel Rotterdam is al wel rekening gehouden met eventuele toegepaste isolatiemaatregelen van de bestaande woningen. Geluidbelastingsklasse (Lden)

Inwoners Rotterdam nabij geluibron (2018/2019)

Inwoners heel Rotterdam (2023)

Woningen

180.185

321.282

Bewoners

396.200

663.900

Percentage ernstig gehinderden

12%

7%

Percentage gehinderden

28%

17%

Percentage slaapverstoorden

5%

3%

Conclusie Bij de bestaande woningen neemt op een aantal locaties het aantal (ernstig) gehinderden en slaapverstoorden af en op een aantal locaties blijft het vrijwel gelijk als gevolg van de transformatie van M4H. De percentages (ernstig) gehinderden en slaapverstoorden in de nieuwe woningen van M4H komen in hoofdlijnen overeen met de percentages voor heel Rotterdam. In deze berekeningen voor M4H is nog geen rekening gehouden met bouwkundige maatregelen (isolatie e.d.). Geluidbelasting op gevoelige bestemmingen De Commissie adviseert om bij de uitwerking van voorgenomen plan aandacht te besteden aan de geluidbelasting op gevoelige bestemmingen, zoals basisscholen. Hoge geluidbelasting heeft volgens de Commissie invloed op de

blad 29 van 71

datum 2 februari 2024 projectnummer 0458108.100 betreft Aanvulling MER Merwe-Vierhavens

leerprestaties van kinderen. Een mogelijkheid is om aanvullende regels voor de locatie van deze gevoelige bestemmingen op te nemen in de spelregels. In het Masterplan Merwehaven is de beoogde locatie voor de basisschool weergegeven: ter hoogte van het voormalige koelhuis. In figuur 2.7 is de locatie met een zwarte ster weergegeven. Uit de geluidsresultaten van het voorkeursalternatief blijkt dat op dit bouwblok de cumulatieve geluidbelasting aan de kant van de kade (westkant) 51-55 dB bedraagt en aan de achterkant (oostkant) 56-60 dB. In het bestemmingsplan zijn de locaties van voorzieningen niet vastgelegd om flexibiliteit in het plan te behouden. In elk geval zal de basisschool voldoen aan de wettelijke vereisten qua geluid. Rustige binnenterreinen voor ontmoetingen en recreatie in Merwehaven De Commissie adviseert om onderzoek uit te voeren naar de mogelijkheden om buitenruimten voor ontmoetingen en recreatie in een zo rustig mogelijke omgeving te positioneren. Om het geluidsklimaat zo optimaal mogelijk in te richten in Merwehaven, is de toepassing van een set aan mitigerende geluidsmaatregelen uitgangspunt voor dit plan, zoals beschreven in het MER. Met stedenbouwkundige en architectonische maatregelen wordt het geluidsklimaat verder geoptimaliseerd. Hiermee ontstaan rustige binnenterreinen en geluidsluwe zijden voor woningen.

Stedenbouwkundige maatregelen Het stedenbouwkundig ontwerp is zodanig vormgegeven dat het geluid voor de toekomstige bewoners zoveel mogelijk wordt afgeschermd. Bewoners en bezoekers kunnen op veel locaties (de openbare geluidsluwe zones en de privé rustige binnenterreinen) de rust opzoeken. figuur 3.2 laat de geluidsluwe zones en rustige binnenterreinen zien. De inzet is dat elke woning een verblijfsruimte en een buitenruimte heeft op een zijde die niet te zwaar belast wordt door geluid (cumulatieve geluidbelasting van maximaal 55 dB). Met de positionering van de bouwblokken heeft een groot deel van de bewoners deze mogelijkheid. Midden in het bouwblok is een hof dat wordt afgeschermd van de omgeving en daarmee een stuk geluidsluwer zal zijn. Hier bedraagt de geluidbelasting op de begane grond 51-55 dB. De woningen in het bouwblok kunnen daarmee veelal een geluidsluwe zijde (tot maximaal 55 dB) hebben, alleen op de hoger bouwlagen zijn geluidbelastingen van 56-60 dB zichtbaar. Ook de aaneengesloten bebouwing aan de Schiedamseweg en de Havenallee zorgt voor geluidsluwe zones in het binnengebied.

figuur 3.2 Geluidsluwe plekken Merwehaven (bron: Masterplan Merwehaven. Gemeente Rotterdam, 2023)

Architectonische maatregelen Daar waar deze stedenbouwkundige maatregelen niet haalbaar zijn of de cumulatieve geluidbelasting op geluidsluwe zijden van woningen nog boven de 55 dB bedraagt, zal de buitenruimte omzoomd moeten worden

blad 30 van 71

datum 2 februari 2024 projectnummer 0458108.100 betreft Aanvulling MER Merwe-Vierhavens

met glazen schermen zodat een geluidsluwe buitenruimte ontstaat (met daaraan gelegen een verblijfsruimte in de woning). Te denken valt aan een glazen serre aan de woning, of aan een veranda met een afscherming van glas. Toegang tot een geluidsluwe groene leefomgeving Hinder van omgevingsgeluid is aanzienlijk minder wanneer mensen binnen 400 m rond de woning toegang hebben tot groengebieden met een prettige geluidsomgeving. Dit is uit onderzoek gebleken (bron: Factsheet Groen: meer dan mooi en gezond. Wageningen University and Research, Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen en De Groene Stad). In Merwehaven heeft iedere inwoner binnen 400 m toegang tot een geluidsluwe groene zone. Cumulatieve geluidbelasting Keileweg 10a in Keilekwartier De Commissie adviseert om een nadere uitleg over de huidige zeer hoge cumulatieve geluidbelasting aan de Keileweg 10a en een grote afname hiervan in de referentiesituatie te geven. In het MER is aangegeven dat in de huidige situatie de hoogste cumulatieve geluidbelasting van 85 dB bij Keileweg 10A is. In de referentiesituatie is deze geluidbelasting met 20 dB afgenomen. Op een naastgelegen punt is de huidige cumulatieve geluidbelasting veel lager en is deze licht toegenomen in de referentiesituatie. Hieronder volgt naar aanleiding van het advies van de Commissie m.e.r.

een nadere toelichting op de huidige zeer hoge geluidbelasting en een grote afname hiervan in de referentiesituatie. De zeer hoge cumulatieve geluidbelasting in de huidige situatie wordt bepaald door de bijdrage van het industrielawaai, in het bijzonder het bedrijf Caligont, dat zeer dicht bij het rekenpunt aan de Keileweg 10A (noordgevel) ligt. Deze geluidsbron is in de referentiesituatie gestopt. Het naastgelegen rekenpunt aan de Keileweg 10A (zuidgevel) wordt veel minder beïnvloed door deze geluidbron. Hierdoor is er sprake van een grote afname tussen huidige en referentiesituatie en is er een groot verschil met een naastgelegen toetspunt. Conclusie De percentages (ernstig) gehinderden en slaapverstoorden in de nieuwe woningen van M4H komen in hoofdlijnen overeen met de percentages voor heel Rotterdam. De stedenbouwkundige en architectonische maatregelen voor Merwehaven laten zien op welke wijze een zo optimaal mogelijk geluidsklimaat kan worden gecreëerd met rustige binnenterreinen voor ontmoeting en recreatie. Een volledig gezonde leefomgeving is in het geluidbelaste gebied echter niet te garanderen vanwege het matige tot tamelijk slechte geluidsklimaat. De effecten van het voorkeursalternatief op de cumulatieve geluidbelasting zijn daarom negatief (-) beoordeeld. De effectscore blijft ongewijzigd.

3.3

Luchtkwaliteit Er zijn naar aanleiding van het toetsingsadvies geen aanvullingen op dit thema.

3.4

Geur Er zijn naar aanleiding van het toetsingsadvies geen aanvullingen op dit thema.

3.5

Stof Er zijn naar aanleiding van het toetsingsadvies geen aanvullingen op dit thema.

3.6

Externe veiligheid Er zijn naar aanleiding van het toetsingsadvies geen aanvullingen op dit thema.

3.7

Nautische veiligheid Er zijn naar aanleiding van het toetsingsadvies geen aanvullingen op dit thema.

blad 31 van 71

datum 2 februari 2024 projectnummer 0458108.100 betreft Aanvulling MER Merwe-Vierhavens

3.8

Overige gezondheidsaspecten In het MER (paragraaf 22.9) is reeds ingegaan op de effecten van het voorkeursalternatief op gezondheidsbevordering. Aanvullend wordt op basis van informatie uit het Masterplan Merwehaven en de Welstandsparagraaf Galileipark nader ingegaan op hittestress en lichthinder. Hittestress Veel groen en weinig verharding heeft een zeer positief effect op hittestress. In Merwehaven wordt daarom ingezet op veel groen (zie figuur 3.3). In de openbare ruimte komen veel bomen die met meer luchtvochtigheid en schaduw op de grond voor verkoeling zorgen. Daarnaast kunnen dak- en gevelgroen op vele gebouwen de hittestress beperken. Hierdoor worden de effecten van de meerlaagse appartementengebouwen op hittestress zoveel mogelijk beperkt. Verder kan door toepassing van luifels, lamellen of zonneschermen het directe zonlicht op de gevel worden afgevangen. Voor de bestrating en bebouwing wordt in het Masterplan Merwehaven aanbevolen om te kiezen voor een lichte kleur om minder warmte te absorberen.

figuur 3.3 Groen- en bomenstructuur Merwehaven (ook weergave groene daken) (bron: Masterplan Merwehaven. Gemeente Rotterdam, 2023)

In het Galileipark is een aantal groene zones beoogd (zie figuur 2.11), die in positieve mate bijdragen aan het beperken van de hittestress van het nu grotendeels stenige bedrijventerrein. In de Welstandsparagraaf Galileipark worden, in lijn met de innovatieve en experimentele doelen van M4H, ontwerpers uitgedaagd om ontwerpoplossingen te bedenken die aansluiten bij de hedendaagse actuele opgaven zoals biobased materialen, demontabel bouwen, energieopwekking, klimaatadaptatie en natuur inclusief bouwen. De paragraaf bevat geen specifieke aandachtspunten om hittestress te beperken. Dit zou nog kunnen worden toegevoegd aan de Welstandsparagraaf. Conclusie De beoogde groen- en bomenstructuur in Merwehaven, alsook de groenzones in Galileipark dragen in positieve zin bij aan het verminderen van hittestress. De effecten van het VKA zijn op hittestress, gezien de verbeteringen in Merwehaven en verwachte verbeteringen in Galileipark ten opzichte van de referentiesituatie, licht positief (0/+) beoordeeld. De effectscore blijft ongewijzigd. Lichthinder Er zijn naar aanleiding van het toetsingsadvies geen aanvullingen op dit thema.

blad 32 van 71

datum 2 februari 2024 projectnummer 0458108.100 betreft Aanvulling MER Merwe-Vierhavens

Stralingsveiligheid Er zijn naar aanleiding van het toetsingsadvies geen aanvullingen op dit thema. Endotoxinen en zoönosen Er zijn naar aanleiding van het toetsingsadvies geen aanvullingen op dit thema. Gezondheidsbevordering Zoals reeds beschreven in het MER worden in de Merwehaven diverse maatregelen genomen ter bevordering van een gezond gedrag: meer en verbeterde kwaliteit van het groen in het gebied dat uitnodigt om te bewegen en te ontmoeten, (meer) voorzieningen voor sport, spel en bewegen, maatregelen ter bevordering van een gezonde leefstijl en maatschappelijke voorzieningen conform de berekende referentiewaarden. De omwonenden uit Oud-Mathenesse ten noorden van het gebied en Nieuw-Mathenesse ten westen van het gebied kunnen op loop- of fietsafstand ook gebruik maken van deze extra voorzieningen. In het Masterplan is dan ook ruime aandacht besteed aan het creëren van goede verbindingen met de omgeving om de toegankelijkheid ervan te vergroten. Ook in Galileipark dragen de groene zones en beoogde extra voorzieningen bij aan bewegen en ontmoeten. Lokaal en in de directe omgeving verbeteren de mogelijkheden voor gezond gedrag, maar doordat de rest van M4H niet transformeert, zijn de mogelijkheden voor wandelen in het groen, sport- en speelvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen nog beperkt en dus hoofdzakelijk alleen in de Merwehaven en Galileipark.

De effecten van het VKA op de gezondheidsbevorderende aspecten zijn daarom allen niet positief, maar licht positief (0/+) beoordeeld. De effectscore blijft ongewijzigd.

3.9

Bodem en ondergrond Er zijn naar aanleiding van het toetsingsadvies geen aanvullingen op dit thema.

3.10

Water In het MER (paragraaf 22.11) is reeds ingegaan op de effecten van het voorkeursalternatief op water. Aanvullend wordt op basis van informatie uit het Masterplan Merwehaven nader ingegaan op hemelwateroverlast en waterveiligheid in Merwehaven. Voor Galileipark zijn deze aspecten nog niet nader uitgewerkt. Hemelwateroverlast Merwehaven is een relatief hooggelegen buitendijks gebied is en ligt dichtbij de havenbekkens. Door de afstroming richting de havenbekkens is de verwachting dat bij extreme buiten de wateroverlast beperkt blijft. Hoewel Merwehaven buitendijks gebied is, is er de behoefte om regenwater vast te houden in het gebied. In langdurig droge perioden kan de zanderige waterdoorlatende grond en het lage grondwaterpeil negatieve effecten hebben op de vegetatie. De gemeente kiest voor een combinatie van verschillende maatregelen om daarmee de robuustheid van het watersysteem te vergroten en regenwater zoveel mogelijk vast te houden in het gebied zelf (zie figuur 3.4):  Gescheiden afvoersysteem, het riool verwerkt alleen afvalwater;  Vasthouden regenwater in het gebied door goede infiltratie in de grond;  Zoveel mogelijk groene plekken met wadi’s;  Gerichte infiltratie (bijv. via infiltratieleiding of ondergrondse ‘grindkratten’);  Vasthouden water op privé terreinen (bijv. groene daken en groene binnenterreinen).

blad 33 van 71

datum 2 februari 2024 projectnummer 0458108.100 betreft Aanvulling MER Merwe-Vierhavens

figuur 3.4 Omgang wateroverlast en waterberging Merwehaven (bron: Masterplan Merwehaven. Gemeente Rotterdam, 2023)

De effecten van het voorkeursalternatief op hemelwateroverlast zijn gezien de diverse beoogde maatregelen licht positief (0/+) beoordeeld. De effectscore blijft ongewijzigd. Waterveiligheid In het Masterplan voor Merwehaven wordt aan de zijde van het plangebied 17 m ruimte gereserveerd voor eventuele toekomstige ophoging van de primaire waterkering Schiedamsedijk (zie figuur 3.5).

figuur 3.5 Dwarsprofiel Schiedamsedijk en Marconistrip (bron: Masterplan Merwehaven. Gemeente Rotterdam, 2023)

Het doel voor Merwehaven is om overstromingsrobuust te ontwikkelen zodat de risico’s van buitendijks wonen en werken geminimaliseerd worden. De huidige maaiveldhoogte in Merwehaven ligt tussen de 3.20 en 3.40 m boven NAP. Het grootste deel van het gebied kan worden opgehoogd tot het niveau van 3.60 m boven NAP. Dit betekent dat het terrein in de Marconistrip (inclusief de Marconistraat) met zo’n 20 tot 40 cm zal worden opgehoogd. Dit hoeft vermoedelijk niet ten koste te gaan van de bestaande loodsen: de entrees liggen hier over het algemeen al hoger omdat die gekoppeld waren aan de hoger gelegen platforms aan het spoor. Ook op de korte pier is ophogen naar het niveau van 3.60 m mogelijk. De gebouwen op deze pier worden niet als beeldbepalend gezien. Dit is lastiger voor de lange pier, hier staan veel beeldbepalende gebouwen. De drempelhoogte ligt over het algemeen op 3.40 m boven NAP. Voor de lange pier kiest de gemeente daarom voor een andere aanpak: in principe niet ophogen. Wel wordt midden op de pier één route op 3.60 m aangelegd met het oog op evacuatie en toegankelijkheid en aanvullende voorzieningen voor als er wateroverlast is door hoog water. Aanvullende voorzieningen kunnen zijn ‘dry proof-gebouwen’ of de aanleg van een keermuur rond de buitenkant van de pier

blad 34 van 71

datum 2 februari 2024 projectnummer 0458108.100 betreft Aanvulling MER Merwe-Vierhavens

op minimaal 3,60 m. Bij deze laatste optie kan de kering op termijn verder worden opgehoogd, mocht hier aanleiding voor zijn. Een aandachtspunt is wel de toegankelijkheid van de kade. Het voorkeursalternatief wijkt in de Merwepieren af van de in het MER gepresenteerde Adaptatiestrategie waar in heel Merwehaven het gebied tot 3,60 m boven NAP wordt opgehoogd. Met de alternatieve oplossingen (‘dryproof’ gebouwen of de aanleg van een keermuur) worden de overstromingsrisico’s beperkt. De effecten van het VKA voor waterveiligheid zijn daarom nog steeds licht positief (0/+) beoordeeld. De effectscore blijft ongewijzigd.

3.11

Natuur In het MER (paragraaf 22.12) is reeds ingegaan op de effecten van het voorkeursalternatief op ecologie. Aanvullend wordt op basis van de geactualiseerde voortoets met bijbehorende stikstofberekeningen, een natuuronderzoek voor Merwehaven, advies voor nader onderzoek ecologie Merwehaven en informatie uit het Masterplan Merwehaven nader ingegaan op de gebiedsbescherming, soortenbescherming en biodiversiteit. Gebiedsbescherming Natura 2000 Stikstofdepositie-onderzoek In 2022 is een voortoets met bijbehorende stikstofberekeningen uitgevoerd. De voortoets is in november 2023 geactualiseerd1 en als bijlage 3 bij dit rapport opgenomen. De bijbehorende stikstofberekeningen zijn uitgevoerd met de AERIUS versie 2023.0.1. De berekende stikstofdepositie als gevolg van het VKA op Natura 2000-gebieden zijn per bron in tabel 3.6 samengevat. De planbijdragen kunnen in deze tabel niet worden opgeteld, want deze maximale bijdragen zijn berekend op verschillende locaties in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. tabel 3.6 Berekende stikstofdepositie van de verschillende bronnen ten opzichte van de huidige situatie en autonome ontwikkeling 2032. In groen zijn de maximale depositieafnames weergegeven en in rood de maximale toenames binnen de omliggende Natura 2000-gebieden (bron: RHDHV, 2023). Bron

VKA (2032) versus autonoom (2032) = planeffect

VKA (2032) versus huidig (2022)

Bedrijven en activiteiten

Geen toe- of afname

Afname: tot -0,01 mol N/ha/jaar

Wegverkeer

Toename: tot + 0,03 mol N/ha/jaar

Afname: tot -0,08 mol N/ha/jaar

Zeescheepvaart

Afname: tot -0,11 mol N/ha/jaar

Afname: tot -0,28 mol N/ha/jaar

Binnenvaart

Afname: tot -0,17 mol N/ha/jaar

Afname: tot -0,22 mol N/ha/jaar

Toename: tot + 0,01 mol N/ha/jaar

n.v.t.

Permanente gebruiksfase 2032)

Tijdelijke aanlegfase (2024-2032) Aanlegwerkzaamheden

Gebruiksfase Het planeffect tijdens gebruiksfase laat voor de zee- en binnenvaart een afname zien, de deposities van het wegverkeer nemen toe. De deposities van bedrijven blijven in het VKA gelijk (zie tabel 3.6). Uit het stikstofonderzoek is gebleken dat bij optelling van de verschillende bronnen er in geen van de zichtjaren sprake is van een toename van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De afname van de emissies door zeescheepvaart en binnenvaart is in alle zichtjaren groter dan de toename voor wegverkeer. Dit is te zien in figuur 3.5figuur 3.6 (voor het voorkeursalternatief: de blauw en groene lijn).

1

Voortoets ontwikkelingen M4H. Beoordeling van de ontwikkelingen op de gevolgen voor Natura 2000-gebieden. RoyalHaskoningDHV, 2023.

blad 35 van 71

datum 2 februari 2024 projectnummer 0458108.100 betreft Aanvulling MER Merwe-Vierhavens

figuur 3.6 Delta stikstofdepositie gebruiksfase VKA versus autonome situatie, delta gebruiksfase VKA versus huidige situatie en effecten aanlegfase VKA (planbijdrage stikstofdepositie aanlegfase ontbreekt op aantal Natura 2000-gebieden in de figuur, deze bedraagt in de ontbrekende gebieden 0,00 mol N/ha/jaar)

Realisatiefase Tijdens de realisatiefase (in tabel en figuur aangeduid als aanlegfase) wordt, door de jaren heen, binnen verschillende Natura 2000-gebieden, gedurende de uitvoeringsperiode van 10 jaar, een toename van de stikstofdepositie berekend. Het maatgevende uitvoeringsjaar betreft 2024. De hoogste toename, berekend op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, is op Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen en bedraagt 0,01 mol N/ha/jaar (zie de gele lijn in figuur 3.6). Gebruiks- + aanlegfase De emissietoename tijdens de aanlegfase minus de emissieafname tijdens de gebruiksfase van het VKA laat (per saldo) een oplopende afname van de emissies vanuit het plangebied zijn, zie figuur 3.7. Emissies en deposities zijn, op deze afstand, sterk aan elkaar gerelateerd. Een afname in emissies zal leiden tot een depositieafname in de omliggende Natura 2000-gebieden. Hieruit volgt dat er in de periode 2024-2032 geen sprake is van een depositietoename.

blad 36 van 71

datum 2 februari 2024 projectnummer 0458108.100 betreft Aanvulling MER Merwe-Vierhavens

figuur 3.7 Verloop aanlegfase versus planeffect VKA tijdens de uitvoeringsperiode (2024-2032) op basis van emissies

Conclusie Concluderend, het planeffect tijdens de gebruiksfase laat overal een afname zien. Tijdens de aanlegfase wordt een toename van stikstofdepositie berekend. De emissietoename tijdens de aanlegfase minus de emissieafname tijdens de gebruiksfase laat in alle zichtjaren een afname zien en leidt nergens tot een toename van de stikstofdepositie. Hiermee blijkt dat er in de periode 2024-2032 geen sprake is van een depositietoename binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Het VKA is daarmee niet in strijd met de Wet natuurbescherming – onderdeel Natura 2000 en daarmee voor dit onderdeel uitvoerbaar. Een passende beoordeling is niet nodig. Het effect is neutraal (0) beoordeeld. De effectscore blijft ongewijzigd. Soortenbescherming Voor de transformatie van Merwehaven wordt heel het gebied heringericht en opgehoogd. Dit betekent dat al het groen, inclusief de bomen, worden gerooid. Het gaat dan voornamelijk om het groen langs de Marconistraat. Een deel van de panden wordt (gedeeltelijk) gesloopt, onbekend is nog welke panden. Na het bouwrijp maken worden woningen gerealiseerd en wordt het openbaar gebied met veel groen ingericht (zie onder het kopje ‘biodiversiteit’). Ook de kademuren worden mogelijk aangepakt en de openbare verlichting wordt aangepast. Het park aan de noordzijde van de Schiedamseweg valt buiten het projectgebied.

Voor Merwehaven is een quickscan naar beschermde soorten2 en een aanvullend onderzoek3 uitgevoerd. De rapporten zijn als bijlage 1a en 1b opgenomen bij dit rapport. In het project gebied zijn twee zomerverblijfplaatsen en een baltsterritorium van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. Op basis van het vastgestelde baltsterritorium wordt er eveneens een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis verwacht binnen het projectgebied. Tevens is er een essentiële vliegroute van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. De groenstrook ten noorden van de Schiedamseweg (buiten het plangebied van M4H) bevat essentieel foerageergebied voor de gewone dwergvleermuis (zie figuur 3.8). Binnen Merwehaven zijn geen verblijfplaatsen van de boommarter en de steenmarter, geen jaarrond beschermde nesten van vogels en geen exemplaren van beschermde vaatplanten vastgesteld. Overigens zijn wel niet beschermde vaatplanten aangetroffen.

2

Quickscan Wet natuurbescherming Merwehaven. Adviesbureau E.C.O.Logisch bv, 2023.

3

Natuuronderzoek Merwehaven Rotterdam. Boommarter, broedvogels, steenmarter, vaatplanten en vleermuizen. Adviesbureau E.C.O.Logisch bv 2023.

blad 37 van 71

datum 2 februari 2024 projectnummer 0458108.100 betreft Aanvulling MER Merwe-Vierhavens

figuur 3.8 Resultaten nader onderzoek vleermuizen Merwehaven(Bron: Adviesbureau ECOlogisch, 2023)

Vanwege de transformatie worden mogelijk de verblijfplaatsen, de essentiële vliegroute en de essentiële foerageergebieden van de vleermuizen aangetast. Bij aantasting is een ontheffing Wet natuurbescherming nodig. Het onderzoek bevat de volgende aanbevelingen in relatie tot de soortenbescherming:  Vraag voorafgaand aan de sloop van de bebouwing van de twee zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis een ontheffing Wet natuurbescherming aan;  Maak bij voorkeur geen gebruik van aanvullende nachtelijke verlichting. Indien toch gebruik wordt gemaakt van aanvullende nachtelijke verlichting, dient vleermuisvriendelijke verlichting te worden toegepast met amberkleurig licht en/of richtarmaturen die uitstraling naar de omgeving voorkomen.  Laat de werkzaamheden buiten het broedseizoen van vogels (globaal maart- augustus) plaatsvinden. Indien de werkzaamheden tijdens het broedseizoen plaats moeten vinden, dient het projectgebied vooraf ongeschikt te zijn gemaakt of dient een aanvullende inspectie op broedvogels door een ecoloog te worden uitgevoerd om overtredingen te vorkomen;

blad 38 van 71

datum 2 februari 2024 projectnummer 0458108.100 betreft Aanvulling MER Merwe-Vierhavens

Aanbevolen wordt om maatregelen te treffen om het doden van algemene amfibieën en zoogdieren te voorkomen. Er dient in één richting te worden gewerkt om de aanwezige fauna de gelegenheid te geven voor de werkzaamheden te vluchten; De aangetroffen varens zijn geen beschermde soorten, echter is het aan te bevelen de groeiplaatsen van deze soorten te behouden of de kademuren na de werkzaamheden geschikt te houden voor deze soorten.

Voor Galileipark wordt informatie gehanteerd uit de geactualiseerde gebiedsanalyse natuurwaarden voor heel M4H. Binnen Galileipark ligt een aantal deelgebieden/plots in afwachting van ontwikkeling., met name rond het voormalige Ferro-terrein en de gasfabriek in het zuidoosten van Galileipark. Deze braakliggende grond is verwilderd en is nu een afwisselend landschap geworden, waar veel vogels en insecten leven. Voorafgaand aan de aanvraag van vergunningen voor de bouw op deze kavels dienen de te (her)ontwikkelen gronden onderzocht te worden op de aanwezigheid van beschermde soorten. Door het vroegtijdig in beeld te brengen van de feitelijke aanwezig- of afwezigheid van beschermde soorten, worden effecten op beschermde soorten zoveel mogelijk voorkomen. De effecten van het VKA zijn vanwege de aanwezigheid van beschermde vleermuizen en mogelijk ook beschermde soorten in Galileipark licht negatief (0/-) beoordeeld. De effectscore blijft ongewijzigd. Biodiversiteit Zoals reeds beschreven in het MER kan de transformatie van Merwehaven de huidige biodiversiteit lokaal, bijvoorbeeld op de braakliggende terreinen, aantasten. Anderzijds wordt op verschillende plekken groen toegevoegd. De toevoeging van groen heeft weer potentieel gunstige effecten op (beschermde) soorten en de biodiversiteit.

In Merwehaven wordt een ecologisch netwerk beoogd door de realisatie van een raamwerk van oost-westverbindingen en noord-zuidverbindingen, gekoppeld aan kleine leefgebieden op pleinen, groene daken en gevels (zie figuur 3.9). Het netwerk wordt waar mogelijk verbonden met de groenzones ten noorden van het plangebied.

figuur 3.9 Ecologisch netwerk Merwehaven (bron: Masterplan Merwehaven. Gemeente Rotterdam, 2023)

Ecosysteem Duinlandschap in Merwehaven Merwehaven bevindt zich op de grens tussen stad en rivier en is daarom leefruimte voor stedelijke en watergebonden soorten. De grond van dit voormalige haventerrein is zandig, arm aan voedingsstoffen en in verband met de lage grondwaterstand droog. Doordat het gebied een directe verbinding heeft met de Noordzee, is er in de Merwehaven eb en vloed. Ook is er sprake van brakwatercondities, omdat Merwehaven zich vanuit de rivier richting zee op de overgang van zoet naar zout water bevindt

blad 39 van 71

datum 2 februari 2024 projectnummer 0458108.100 betreft Aanvulling MER Merwe-Vierhavens

Deze condities van Merwehaven sluiten het meest aan bij de natuurtype duinlandschap. De gemeente streeft met de inrichting van het gebied dit ecosysteem na. Het duinlandschap is het meest schraal aan de kust waar de wind het land raakt. Richting het binnenland ontstaat een steeds grotere verrijking aan plantensoorten, waaruit uiteindelijk een duinbos ontstaat. Het plangebied voor Merwehaven is opgedeeld in drie delen:  De dijkbiotoop in de Marconistrip: hier wordt voortgeborduurd op de aanwezige beplanting en de bestaande rijkdom aan insecten met als icoonsoort de kleine vuurvlinder. Het beeld is rijk met veel groen (in openbaar gebied en op gevels en daken), bomen en verschillende soorten beplanting;  De havenbiotoop op de pieren: de biotopen op de pieren zijn meer blootgesteld aan weer en wind en laten mede daarom, maar ook door de voedselarme grond en het lage grondwaterpeil een redelijk schraal landschap zien. De pieren bieden leefruimte aan kustbroeders zoals visdiefjes, meeuwen en scholeksters;  De getijdenbiotoop in de havenbekkens: het idee is om verschillende soorten oevernatuur aan te trekken door naar het water aflopende terrassen aan te leggen. Ook worden op verschillende manieren schuilplekken voor vissen gecreëerd zoals drijvende groenstructuren in het water. Aan de buitenkanten van de pieren en de Havenallee bevinden zich ononderbroken bomenrijen.

Deze verbinden de verschillende deelgebieden. Binnen Galileipark zijn drie groenzones beoogd (zie figuur 2.11):  Het Kolenbarkpark met het experimenteerplein;  De groene zone in de middenzone waar het regionale fietspad doorheen loopt;  De kade en de groenruimtes aan het water: tussen de Makkersstraat en de kade. De inrichting van de groenzones zijn nog niet uitgewerkt. Hier liggen kansen om de groenzones te verbinden met de groenzones in Merwehaven en aan te sluiten op het beoogde natuurtype duinlandschap. Conclusie De ontwikkeling van het beoogde ecologisch netwerk in Merwehaven met de bij het gebied passende biotopen dragen naar verwachting in grote mate bij aan het vergroten van de biodiversiteit. In het Masterplan Merwehaven is wel aangegeven dat het natuurlijke proces om te komen tot een voedselrijke bodem in M4H 20 jaar kan duren. In de uitwerking van de groenzones van Galileipark liggen kansen om deze te verbinden met het ecologisch netwerk van Merwehaven. De beoordeling blijft gezien het langdurige proces met kansen voor meer biodiversiteit en de nog onbekende inrichting van het groennetwerk in Galileipark zekerheidshalve neutraal (0) beoordeeld. De effectscore blijft ongewijzigd.

3.12

Archeologie, cultuurhistorie en landschap In het MER (paragraaf 22.13) is reeds ingegaan op de effecten van het voorkeursalternatief op archeologie, cultuurhistorie en landschap. Aanvullend wordt op basis van informatie uit het Masterplan Merwehaven en het Beeldkwaliteitsplan Galileipark en welstandsparagraaf Galileipark nader ingegaan op cultuurhistorie en landschap (ruimtelijke kwaliteit). Archeologie Er zijn geen aanvullingen op dit thema. Cultuurhistorie Zoals ook weergegeven in het MER, ligt binnen Merwehaven één rijksmonument: de Rotterdamse Citrusveiling aan de Marconistraat 19-27 en is in het plangebied van Merwehaven een aantal gebouwen en structuren als beeldbepalend aangewezen (zie figuur 3.10).

blad 40 van 71

datum 2 februari 2024 projectnummer 0458108.100 betreft Aanvulling MER Merwe-Vierhavens

figuur 3.10 Waarderingskaart uit de vastgestelde cultuurhistorische verkenning van 2018

Merwehaven Om een meer precieze duiding te krijgen van alle gebouwen in Merwehaven is aanvullend onderzoek verricht (bron: Nader (niet vastgesteld) onderzoek naar de gebouwen in Merwehaven, W. Galema, 2021). Binnen de typering ‘beeldbepalend object’ zijn op basis van het onderzoek gradaties aangegeven van lage, middelhoge tot hoge monumentwaarde (zie figuur 3.11). 1. Dienstgebouw 2. Overslagloodsen B en C 3. Overslagloods Seaport Terminals 4. Dienstgebouw Blauwhoed 5. Overslagloodsen Blaauwhoedenveem-Vriesseveem NV 6. Overslagloods Nederland 7. Pakhuis Hollands Veem 8. Spoorloods Erkelens Cooke & Marcus 9. Spoorloods Brasch & Rothenstein 10. Spoorloods Hoekstra Scheepvaart NV 11. Spoorloods Hoogewerff junior & Co 12. Douanekantoor

figuur 3.11 Waarderingskaart van nader (niet vastgesteld) onderzoek naar de gebouwen in Merwehaven (loodsen en dienstgebouwen in M4H (Bron. W. Galema, 2021).

Ook zijn er enkele ruimtelijke historische waarden, zoals havenbekkens, de trein- en kraansporen, kranen, kaden, oevers en steigers. Deze zijn met name op de Merwepieren te vinden. Er zijn geen effecten te verwachten op het beschermd stads- en dorpsgezicht Heijplaat aan de overzijde van de Nieuwe Maas.

blad 41 van 71

datum 2 februari 2024 projectnummer 0458108.100 betreft Aanvulling MER Merwe-Vierhavens

Galileipark In figuur 3.12 zijn de monumenten en beeldbepalende panden binnen het Galileipark weergegeven. De Citrusveiling en de Gashouder/Ferrodome zijn aangeduid als brandpunt. Specifieke, publieksgerichte invulling van deze brandpunten was reeds in het Ruimtelijk Raamwerk uitgangspunt bij de herontwikkeling van M4H.

1. Rotterdamse Citrusveiling 2. Gashouder / Ferrodome 3. Kantoor GEB 4. Garagegebouw 5. GEB Pompgebouw 6. GEB Kolenbak (kelder van schakelstation) 7. GEB Schoorsteen 8. Ferrokantoor 9. Emaillefabriek en Smelterij

figuur 3.12 Waarderingskaart cultuurhistorische verkenning M4H 2017 (

Uitgangspunt voor de verdere ontwikkeling van M4H is om de bestaande cultuurhistorische kwaliteiten te benutten en te versterken, zodat de ziel en identiteit van deze plek herkenbaar blijft en meerwaarde voor de nieuwe ontwikkeling oplevert. Door bij de transformatie van Merwehaven en de verdere ontwikkeling van Galileipark rekening te houden met de bestaande cultuurhistorische kwaliteiten, is het mogelijk te vernieuwen zonder het kenmerkende en het onderscheidende van het gebied te verliezen. Renovatie en gebruik van beeldbepalende objecten en elementen kunnen cultuurhistorisch waardevolle elementen versterken. Echter, de vraag is of voor met name de ontwikkeling van Merwehaven, alsook Galileipark alle beeldbepalende objecten behouden kunnen worden. Het streven is wel om waar mogelijk deze te behouden en elementen te integreren, maar een deel van de panden wordt (gedeeltelijk) gesloopt, onbekend is nog welke panden. Conclusie De bestaande cultuurhistorische kwaliteiten worden in het voorkeursalternatief zoveel mogelijk benut en versterkt. Gezien de vraag of vele beeldbepalende objecten behouden kunnen worden, met name in Merwehaven, zijn de effecten van het VKA op cultuurhistorie neutraal (0) beoordeeld. De effectscore blijft ongewijzigd. Landschap figuur 2.6 geeft de 3D-impressie van Merwehaven weer.

Op de Marconistrip is bebouwing voorzien van maximaal 40 meter hoog, op de Merwepieren van maximaal 25 meter hoog met onder voorwaarden hoogteaccenten tot maximaal 50 meter. Het plan voor Merwehaven voorziet in het bouwen in hoogstedelijke dichtheden, met bijbehorende voorzieningen en verbindingen. De geplande bebouwing vormt, uitgaande van de 3D-impressie een samenhangende, stedelijke contour in het havengebied. figuur 2.12 geeft een impressie van Galileipark weer. Hier is bebouwing voorzien van 6 tot 25 meter met onder voorwaarden hoogteaccenten tot maximaal 70 meter. De impressie van het Galileipark laat grote bouwvolumes zien met verspreid door het gebied hoogteaccenten, dat recht doet aan het havenkarakter van het gebied.

blad 42 van 71

datum 2 februari 2024 projectnummer 0458108.100 betreft Aanvulling MER Merwe-Vierhavens

Conclusie De effecten op de ruimtelijk-visuele kwaliteit, zowel binnen het gebied als vanuit de omgeving op Merwehaven en Galileipark, zijn gezien de ontwikkeling van een samenhangende, stedelijke contour in Merwehaven en bij het havengebied passende bouwvolumes en hoogteaccenten in Galileipark positief (+) beoordeeld. De effectscore blijft ongewijzigd.

3.13

Energie en circulariteit

3.13.1 Duurzame energie In het MER (hoofdstuk 21) zijn verschillende energieconcepten onderzocht en beoordeeld en is het voorkeursalternatief voor duurzame energie-opwek met spelregels beschreven. Inmiddels is het voorkeursalternatief voor het duurzame energiesysteem verder uitgewerkt. In deze paragraaf wordt onder het aspect ‘mogelijkheden duurzame energie’ hier kort op ingegaan. Energievraag Door de transformatie van Merwehaven met woningen, bedrijven en voorzieningen en de verdere ontwikkeling van Galileipark zal de energievraag toenemen. In Merwehaven wordt ingezet op optimaal ontworpen gebouwen zodat de warmte-, koude- en elektriciteitsbehoefte in eerste instantie zoveel mogelijk wordt voorkomen. Ter beperking van de elektriciteitsvraag zijn in het Masterplan Merwehaven goed ontworpen passieve gebouwen aanbevolen, die zijn voorzien van maatregelen zoals een overstek, nachtventilatie, buitenzonwering en zonnewarmte. Om het elektriciteitsnet zo min mogelijk te belasten en de duurzame opwek zo goed mogelijk te gebruiken worden vraagsturing en opslag van elektriciteit van groot belang. Hierbij helpt het gemengd woon- en werkprogramma in Merwehaven, zodat de piekvraag beter over de tijd wordt verdeeld en kunnen de mobiliteitshubs met accu’s van elektrische voertuigen, aangevuld met slimme regelingen hierin een belangrijke rol spelen.

Netcongestie Op het moment van opstellen van deze aanvulling was er geen congestie in M4H, voor zowel aanbod als vraag (zie figuur 3.13). Stedin communiceert niet voorafgaand aan het aanwijzen van een congestiegebied over de beschikbare netcapaciteit om strategisch gedrag op aanvragen te voorkomen. In algemene zin wordt wel benoemd dat congestie in heel veel gebieden een realiteit zal worden, waardoor het voor M4H ook belangrijk is om hierop te anticiperen.

figuur 3.13 Detailkaart transportschaarste afname: Rotterdamse Havengebied en betrokken omgeving (Stedin, 18 oktober 2023)

blad 43 van 71

datum 2 februari 2024 projectnummer 0458108.100 betreft Aanvulling MER Merwe-Vierhavens

Conclusie mogelijkheden duurzame energie De effecten van het VKA op de energievraag zijn vanwege de toename in de energievraag door de vooralsnog gedeeltelijke transformatie en het feit dat in M4H vooralsnog geen sprake zal zijn van netcongestie licht negatief (0/-) beoordeeld. De effectscore blijft ongewijzigd. Mogelijkheden duurzame energie Hernieuwbare elektriciteit Het energie-onderzoek heeft aangetoond dat er in heel M4H mogelijkheden zijn voor lokale duurzame opwek van elektriciteit, warmte en koude, maar dat er een tekort aan de elektriciteitsvraag ontstaat. Dus zal er ook buiten het gebied hernieuwbare elektriciteit moeten worden opgewekt voor M4H. Collectief warmte- en koude systeem Diverse warmte- en koudebronnen zijn aanwezig waar gebruik van kan worden gemaakt. M4H is zeer goed verbonden met de energienetwerken van Rotterdam; hoofdpunten van zowel het warmtenet (zie figuur 3.14) als het elektriciteitsnet bevinden zich in het M4H-gebied, in het Galileipark.

figuur 3.14 Ligging leidingen van het warmtenet binnen M4H (bron: Gemeente Rotterdam, 2023)

De gemeente zet in op een centraal en collectief warmte- en koudenet in M4H, waarop in de loop van de tijd, stapsgewijs, meerdere bronnen kunnen worden aangesloten. Dit systeem sluit goed aan bij het aangepaste programma met vooralsnog alleen de transformatie van Merwehaven en de verdere ontwikkeling van Galileipark, zodat het energiesysteem gefaseerd kan worden uitgebreid. Het collectieve systeem zal opgebouwd worden in de driehoek van (retour) warmtenet, (warmte)-koudeopslag in de bodem en TEO (thermische energie oppervlaktewater. Dit wordt verder uitgewerkt in een energiestrategie voor M4H, hierbij wordt ook rekening gehouden worden met de fasering, waarbij Merwehaven deel één van een groter energiesysteem zal worden. Voorafgaand aan het opstellen van de energiestrategie M4H en implementatie ervan in de verschillende instrumenten zijn er reeds verschillende onderzoeken naar energiesystemen uitgevoerd (zie ook hoofdstuk 21 van het MER). Gezien de fasering van de ontwikkelingen worden verschillende instrumenten ingezet om het beoogde duurzame energiesysteem te realiseren. Twee instrumenten zijn recentelijk opgesteld en vastgesteld:  Warmteplan M4H, vastgesteld door de raad van gemeente Rotterdam op 21 december 2023;  Bodemenergieplan M4H, beoogde vaststelling door Gedeputeerde Staten van provincie Zuid-Holland op 30 januari 2024.

Ruimtelijke inpassing en technische uitvoerbaarheid Bij zowel het laag als het hoog programma spelen onzekerheden en risico’s in de ruimtelijke inpassing en technische uitvoerbaarheid. Dit geldt ook voor de realisatie van het VKA:  De gemeente wil de ruimtelijke impact van het energiesysteem zoveel mogelijk beperken. Dat betekent geen zichtbare installaties in de openbare ruimte, daken die vrij blijven van (koel)machines maar installaties inpandig vormgeven en vroegtijdige aandacht voor leidingtracés zodat er robuuste zones voor bomen blijven;

blad 44 van 71

datum 2 februari 2024 projectnummer 0458108.100 betreft Aanvulling MER Merwe-Vierhavens

 

De ruimte in de ondergrond voor kabels en leidingen, maar ook voor warmtekoudeopslag in de lagen daaronder is schaars en zal zo goed mogelijk moeten worden benut; Er ligt een technische uitdaging bij het verduurzamen van de bestaande gebouwen. Deze zijn in de regel slecht geïsoleerd en veel van deze gebouwen hebben een beeldbepalende status of een monumentenstatus.

Voor het VKA wordt in de energiestrategie een collectief warmte en koude-systeem uitgewerkt. De kans bestaat dat, ondanks de gedeeltelijke transformatie ten opzichte van heel M4H, er een tekort aan lokale opwek van elektriciteit ontstaat. De gemeente wil de ruimtelijke impact van het energiesysteem zoveel mogelijk beperken. Het VKA is vanwege de kans op tekort aan lokale opwek van elektriciteit en de beperkte ruimtelijke impact op de mogelijkheden voor duurzame energie licht negatief (0/-) beoordeeld. De effectscore blijft ongewijzigd. Aandeel hernieuwbare energie In Merwehaven en in Galileipark liggen kansen om door middel van de transformatie en ontwikkelingen een hoog aandeel hernieuwbare energie in eigen gebied toe te passen, met name warmte en koude. Het aandeel hernieuwbare energie in eigen gebied is evenals bij het laag en hoog programma voor het VKA daarom positief (+) beoordeeld. De effectscore blijft ongewijzigd. In de welstandsparagraaf Galileipark is als uitgangspunt opgenomen dat het dakvlak bijdraagt aan diverse duurzaamheidsprincipes (waterbuffering, warmtedemping, opvang zonne-energie). Aanbevolen wordt om voor zowel Merwehaven als Galileipark een minimaal percentage voor zonnepanelen op dakvlakken op te nemen en/of ruimte voor kleine windturbines om zodoende de realisatie van zonnepanelen en/of kleine windturbines te borgen.

3.13.2 Circulariteit Hergebruik van (bouw)materialen Bestaande materialen in M4H worden zoveel mogelijk binnen het gebied hergebruikt, zowel van bebouwing alsook het bestratingsmateriaal. Voor nieuwe bebouwing wordt gestreefd naar biobased bouwen en wordt gewerkt met een materialenpaspoort. Daarnaast kan een centraal circulair materialencentrum de circulaire bouw verder bevorderen. Dit centrum kan worden ontwikkeld in heel M4H, ongeacht de transformatie van vooralsnog alleen Merwehaven en de verdere ontwikkeling van Galileipark. De mogelijkheden voor hergebruik van (bouw)materialen van het VKA zijn positief (+) beoordeeld. De effectscore blijft ongewijzigd. Afval Er zijn geen aanvullingen op dit thema.

3.14

Samenvattende beoordeling voorkeursalternatief Score milieueffecten In de volgende tabel is de effectbeoordeling van het voorkeursalternatief naast de effectbeoordeling van de gecombineerde programma-alternatieven en mobiliteitsvarianten. De effectscores zijn ongewijzigd.

blad 45 van 71

datum 2 februari 2024 projectnummer 0458108.100 betreft Aanvulling MER Merwe-Vierhavens

tabel 3.7: Samenvattende effectbeoordeling planvoornemen – mobiliteitsvarianten en VKA. Thema

Mobiliteit

Geluid

Luchtkwaliteit

Aspect

Variant 3

Variant 4

Variant 5

VKA

Laag programm a

Hoog programm a

Hoog programm a

Programm a Merwehav en

Pakket M

Pakket M

Pakket L

Pakket M/L

Wijze van verplaatsing

0/+

0/+

+

0/+

Verkeersafwikkeling

0/-

-

0/-

0/-

Verkeersveiligheid

0/-

0/-

0/-

0/-

Industrielawaai - Bestaande woningen: verandering in geluidbelasting door industrielawaai

0

0

0

0/+

Industrielawaai - Nieuwe woningen: hoogte geluidbelasting door industrielawaai

-

-

-

0

Nestgeluid - Bestaande woningen: verandering in geluidbelasting door nestgeluid

0

0

0

0

Nestgeluid - Nieuwe woningen: hoogte geluidbelasting door nestgeluid

--

--

--

0/-

Wegverkeerslawaai - Bestaande woningen: verandering in geluidbelasting door wegverkeerlawaai

0

0

0

0

Wegverkeerslawaai - Nieuwe woningen: hoogte geluidbelasting door wegverkeerlawaai

0/-

0/-

0/-

0 /-

Scheepvaartlawaai - Bestaande woningen: verandering in geluidbelasting door wegverkeerlawaai

0

0

0

0

Scheepvaartlawaai - Nieuwe woningen: hoogte geluidbelasting door scheepvaartlawaai

0/-

0/-

0/-

0/-

Laagfrequent geluid – Bestaande woningen: verandering in kans op laagfrequent geluid

0

0

0

0

Laagfrequent geluid – Nieuwe woningen: kans op laagfrequent geluid

-

-

-

-

Cumulatief geluid - Bestaande woningen: verandering in cumulatieve geluidbelasting

0

0

0

0

Cumulatief geluid - Nieuwe woningen: hoogte geluidbelasting door cumulatieve geluidbelasting

--

--

--

-

Maximale planbijdrage

0

0/-

0/-

0

Blootstelling bestaande woningen - Verandering in concentraties

0/+

0/+

0/+

0/+

Blootstelling nieuwe woningen - Toetsing aan WHO advieswaarden

0

0

0

0

blad 46 van 71

datum 2 februari 2024 projectnummer 0458108.100 betreft Aanvulling MER Merwe-Vierhavens

tabel 3.8: Samenvattende effectbeoordeling planvoornemen – laag en hoog programma en VKA. Thema Aspect Laag programma Geur Stof Externe Veiligheid Nautische veiligheid Gezondheidsbescherming

Gezondheidsbevordering Bodem Water

Ecologie

Archeologie, cultuurhistorie en landschap Energie en circulariteit

Geurhinder Stofhinder Plaatsgebonden risico Groepsrisico Nautische veiligheid Hittestress Lichthinder Stralingsveiligheid Endotoxinen en zoönosen Groen in het gebied Sport en bewegen Leefstijl Sociale cohesie Bodemkwaliteit Niet gesprongen explosieven Oppervlaktewater Grondwater: ontwateringsdiepte Grondwater: droogtegevoeligheid Hemelwateroverlast Afvalwatersysteem Waterkwaliteit Waterveiligheid: primaire waterkering Waterveiligheid: buitendijkse waterveiligheid Gebiedsbescherming: Natura 2000 Gebiedsbescherming: NNN Soortenbescherming Biodiversiteit Archeologie Cultuurhistorie Landschap Energievraag Mogelijkheden duurzame energie Aandeel hernieuwbare energie Hergebruik van (bouw)materialen Afvalinzameling

Hoog programma

0/0 0 0/0 0/+ 0 0 0 + + 0/+ + + + 0 0 0/0/+ + 0/+ 0 +

0/0 0 0/0 0 0 0 0 + + 0/+ + + + 0 0 0/0/+ + 0/+ 0 +

VKA programma Merwehaven 0/0 0 0/0 0/+ 0 0 0 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0/+ 0 0 0/0/+ 0/+ 0/+ 0 0/+

0 0 0/+ 0/0/+ + 0/0 /+ + +

0 0 0/+ 0/0/+ + 0/+ + +

0 0 0/+ 0/0 0/+ 0/0/+ + +

Toets aan ambities Naast de effecten op milieu, is in het MER (zie paragraaf 22.15) ook getoetst in hoeverre dit voorkeursalternatief, dat in het ruimtelijke besluit landt, zich verhoudt tot de ambities die gesteld zijn voor M4H. Het gaat om de ambities op stedelijkheid, ruimtelijke kwaliteit, bereikbaarheid, gezondheid en duurzaamheid. Hieronder worden ze één voor één behandeld. Onderstaand is deze toetsing op basis van het uitgewerkte voorkeursalternatief herijkt. Stedelijkheid De stedelijkheidsambitie draait vooral om het toevoegen van substantiële hoeveelheden woningen, bedrijfsoppervlak en voorzieningen. Het is evident dat met een kleiner programma, zoals in het voorkeursalternatief landt (alleen ontwikkeling van Merwehaven en Galileipark), er ook niet geheel aan de ambitie voor stedelijkheid wordt voldaan. Ondanks dat er wel een bijdrage aan de ambitie wordt geleverd met de transformatie van de Merwehaven en de verdere ontwikkeling van Galileipark, is niet gegarandeerd dat op de langere termijn heel M4H wordt getransformeerd. De ambitie wordt met een kleiner programma vooralsnog simpelweg niet behaald en scoort hierom negatief. Ruimtelijke kwaliteit De ruimtelijke kwaliteit van M4H verbetert door de transformatie binnen het voorkeursalternatief.

De impact is echter in lichte mate positief: bij het volledig transformeren van M4H zouden veel rafelranden en verouderde bedrijven verdwijnen. Dit is nu niet volledig het geval. Wel wordt de historische structuur van M4H met haar

blad 47 van 71

datum 2 februari 2024 projectnummer 0458108.100 betreft Aanvulling MER Merwe-Vierhavens

insteekhavens verder benadrukt door het ontwikkelen van de Merwepieren. Ook wordt er met het cultuurhistorische karakter van M4H in het achterhoofd ontwikkeld. Hierom scoort deze ambitie licht positief. Bereikbaarheid Gelijktijdig met de transformatie van de Merwehaven en de verdere ontwikkeling van Galileipark wordt de mobiliteitsstrategie geïmplementeerd in deze deelgebieden (o.a. de bouw van hubs). Hierdoor wordt een start gemaakt met de mobiliteitstransitie naar meer OV- en fietsgebruik en minder vervoer per auto. Dit heeft positieve effecten op de bereikbaarheidsambitie. Anderzijds zorgt deze transformatie voor een toename aan verkeersbewegingen. De bijdrage op de bereikbaarheidsambitie is daarom per saldo neutraal beoordeeld. Gezondheid De ambitie om een gezond M4H te creëren blijft met het voorkeursalternatief lastig. De grootste zorg ligt bij het geluidklimaat. Ondanks de voorgestelde en door te voeren maatregelen blijft de geluidbelasting hoog. Op andere thema’s zoals lucht en geur zijn de effecten beperkt, danwel lokaal. De transformatie draagt in positieve zin bij aan het creëren van een groene omgeving voor de nieuwe bewoners met mogelijkheden om te sporten, te bewegen en te ontmoeten. Niettemin scoort de ambitie voor gezondheid vanwege de hoge geluidbelastingen negatief.

Duurzaamheid Door het aangepaste programma vindt in het conserverende deel van M4H nog geen energietransitie plaats. De voorkeur voor de ontwikkeling van het transitiemodel voor duurzame energie sluit daarentegen wel goed aan bij het aangepaste programma met vooralsnog alleen de transformatie van Merwehaven en de verdere ontwikkeling van Galileipark. Hierdoor kan het energiesysteem in de rest van M4H gefaseerd worden uitgebreid. De bijdrage van het VKA op de duurzaamheidsambitie is licht positief beoordeeld.

Conclusie De scores blijven ongewijzigd.

3.15

Toetsing aan spelregels De resultante van het MER is het spelregelkader om de beoogde transformatie van M4H naar een gemengd werkwoongebied te realiseren en ambities waar te maken (hoofdstuk 24 van het MER). Het spelregelkader bevat verschillende spelregels die randvoorwaardelijk zijn voor de transformatie van M4H vanuit het belang van de gezonde, veilige, leefbare en duurzame leefomgeving. De spelregels gelden voor de gemeente (aangeduid als ‘randvoorwaarden door de gemeente’), danwel voor alle ontwikkelende partijen (aangeduid als ‘algemene spelregels’). In het MER (paragraaf 24.5) zijn aanbevelingen opgenomen in welke instrumenten de maatregelen en spelregels het beste kunnen worden geborgd. Veel spelregels zijn nadien ook vastgelegd in de planregels van het ontwerp bestemmingsplan, in het Masterplan Merwehaven voor de transformatie van Merwehaven en het beeldkwaliteitsplan Galileipark voor de verdere ontwikkeling van Galileipark. In onderstaande tabel zijn de spelregels opgenomen, zoals die in paragraaf 24.5 van het MER zijn genoemd. Per spelregel is aangegeven of deze is opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan Merwe-Vierhavens, in het Masterplan Merwehaven en of het Beeldkwaliteitsplan Galileipark. Dit is aangegeven door middel van drie kleuren. Groen ( ) betekent dat de spelregel is uitgewerkt in de plannen. Geel ( ) betekent dat er gewerkt wordt

blad 48 van 71

datum 2 februari 2024 projectnummer 0458108.100 betreft Aanvulling MER Merwe-Vierhavens

aan de uitwerking van de spelregel of dat deze deels is opgenomen in de plannen. Rood ( ) betekent dat de spelregel nog niet is opgenomen in de plannen. Uit deze toetsing blijkt dat een groot aantal spelregels is uitgewerkt in de plannen. De spelregels die nog niet zijn uitgewerkt, zijn veelal spelregels die moeten worden getoetst bij de aanvraag en verlening van vergunningen per bouwkavel (omgevingsvergunningen en vergunningen Wet natuurbescherming). Dit vormen aandachtspunten bij de verdere planuitwerkingen om zo negatieve effecten te beperken en positieve effecten te versterken. tabel 3.9 Voorgestelde wijze van borging van de maatregelen door de gemeente.

Thema Verkeer en vervoer

Maatregel door de gemeente Uitwerking van de Mobiliteitsstrategie voor M4H in een adaptieve Ontwikkelstrategie

Voorstel borging Masterplan deelgebieden

Opstellen parkeerbeleid voor M4H

Nota parkeren M4H

Dynamische kruispuntberekeningen bij verdere uitwerking van Marconikwartier en Keilekwartier Reduceren van de snelheid van diverse wegen naar 30 km/uur waar dat kan en inrichten volgens Duurzaam Veilig Richt enkele binnenwegen waarbij de auto te gast is

Masterplan deelgebieden Verkeersbesluit

Masterplannen

Verkeersbesluit

Maatregelen treffen tegen het nestgeluid

Havenbeheersverordening

Masterplan Merwehaven , Verkeersbesluit Havenbeheersverordening

Voorwaarden creëren voor vertrek Van Uden

Bestemmingsplan

Uitwerken integrale vergroeningsopgave in Masterplannen

Bestemmingsplan en anterieure overeenkomst Koop- en huurcontracten, Masterplannen Masterplan deelgebieden

Nader onderzoek naar balans in optimale ontwateringsdiepte

Masterplan deelgebieden

Nader onderzoek en uitwerking van alternatieve vasthoud- en bergingsvoorzieningen

Masterplan deelgebieden

Scheiden hemelwater en vuilwater in aan te leggen rioleringssysteem

Masterplan deelgebieden

Geen negatief effect op de stabiliteit van de primaire kering Delflandse Dijk door werkzaamheden op, in of nabij deze kering

Bestemmingsplan

Archeologie, cultuurhistorie en landschap

Welstandtoetsing

Bestemmingsplan

Energie

Uitwerken Energiestrategie, gericht op een collectief warmte-koude systeem met minimaal gebruik van elektriciteit

Masterplan deelgebieden

Masterplan Merwehaven Masterplan Merwehaven Masterplan Merwehaven Bestemmingsplan en Masterplan Merwehaven Welstandsparagraaf Merwehaven en Galileipark Energiestrategie bij vaststelling bestemmingsplan

Geluid

Informeren toekomstige bewoners over geluidbelasting Overige gezondheidsaspecten en groen Water

Geborgd? Masterplan Merwehaven Parkeerregulering en planregels bestemmingsplan

Verkeersbesluit

Koop- en huurcontracten Masterplan Merwehaven

blad 49 van 71

datum 2 februari 2024 projectnummer 0458108.100 betreft Aanvulling MER Merwe-Vierhavens

tabel 3.10 Voorgestelde wijze van borging van de algemene spelregels.

Thema Algemeen

Algemene spelregel Toetsen van de spelregels bij het ruimtelijk besluit

Voorstel borging Bestemmingsplan/ omgevingsvergunning

Geborgd? Bestemmingsplan M4H , opnieuw toetsen bij volgende ruimtelijke procedures onder Omgevingswet4

Geluid

Per bouwblok toetsen aan de Wet geluidhinder

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan

Voldoen aan de binnenwaarde van maximaal 33 dB Lden bij woningen Woningen hebben een gezonde of acceptabele gevel met een cumulatieve geluidbelasting van maximaal 55 dB Lden De cumulatieve geluidbelasting op een aanvaardbare gevel is maximaal 70 dB Lden Aanvullende voorwaarden bij tweezijdig georiënteerde nieuwe woningen zónder gezonde of acceptabele zijde en bij eenzijdig georiënteerde nieuwe woningen zonder gezonde of acceptabele zijde. Zorg dat de gezonde of acceptabele zijden echt stil zijn

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=19be4c9c-0c44-49d1-9398-de5d44b0efe0