CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb005799] Collegebrief over eerste voortgangsrapportage plan van aanpak 'Op weg naar herstel en een thuis'

Commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport (2022 - 2026) 25 september 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Zorg7.231 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Maatschappelijke Ontwikkeling Zorg, Ouderen, Jeugdzorg Ronald Buijt Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl Van: Cecilia den Otter Telefoon: 06-41316614 E-mail: cj.denotter@rotterdam.nl

Aan de gemeenteraad

Ons kenmerk: M2406-4609 - 24bo006584 Onderwerp: Eerste voortgangsrapportage plan van aanpak 'Op weg naar herstel en een thuis' Datum: B&W 3 september 2024

Onderwerp: Eerste voortgangsrapportage plan van aanpak 'Op weg naar herstel en een thuis' Op welke gronden deze brief?/Waarom nu voorgelegd? Op 27 juni 2023 is het plan van aanpak ‘Op weg naar herstel en een thuis (2023-2026)’ naar de raad gestuurd. Dit plan richt zich op de brede groep Rotterdammers die (dreigend) dakloos zijn en/of met psychische/psychosociale problematiek kampen. Het gaat om dakloze personen (jongvolwassenen 18-23 jaar, volwassenen 23+ en gezinnen), bankslapers en Rotterdammers met een extramurale of intramurale ggz-indicatie vanuit de Wmo2015. Met dit plan willen wij deze mensen perspectief bieden op herstel en een thuis. Met deze brief ontvangt u de eerste voortgangsrapportage van het plan van aanpak met daarin een beeld van de voortgang op de vier speerpunten en de daarbij behorende opgaven. Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: Tijdens de raadsvergadering op 16 juni 2022 is de motie 'Rotterdam heeft ook Daklozenbeleid nodig? (22bb004374)' aangenomen. Met deze motie is het college gevraagd om met een nieuw plan te komen. Bij de diverse besprekingen inzake het plan van aanpak en de voortgang ervan zijn een aantal toezeggingen gedaan.

Met deze brief wordt u ook geïnformeerd over twee toezeggingen waarbij we het volgende aan u voorstellen: Te besluiten tot de afdoening van de volgende toezeggingen: - Toezegging ‘Doorwerken aan dakloosheid’ (24bb000736) - Toezegging ‘Housing first opnemen in toekomstige communicatie’ (23bb006581)

Blad: Datum: Ons kenmerk:

2/16 3 september 2024 M2406-4609

Toelichting: Het doel van dit plan is om dakloze mensen, bankslapers en mensen met psychische/psychosociale problematiek zo zelfstandig mogelijk te laten wonen als dat kan, met daarbij zinvolle daginvulling en sociale contacten. Dit willen we bereiken door in te zetten op de volgende vier speerpunten: 1. Huisvesting: met aandacht voor een passend woon-zorglandschap en voldoende (innovatieve) woonoplossingen voor de doelgroep; 2. Opvang: verbetering van de kwaliteit van de opvang en bevorderen uitstroom uit de opvang; 3. Preventie en hulp: specifiek aandacht voor bankslapers en andere groepen zoals jongeren, ex-gedetineerden en dakloze EU-migranten om te voorkomen dat zwaardere zorg ingezet moet worden; 4. Meedoen: met als doel om een goede daginvulling te bevorderen, zowel vanuit het gefinancierd zorgaanbod als het aanbod gericht op werk. Dit is de eerste voortgangsrapportage van dit plan van aanpak. In de rapportage zal ingegaan worden op de voortgang van de verschillende opgaves per speerpunt aan de hand van de beoogde resultaten en de kernindicatoren. Zoals wij u eind 2023 hebben bericht (23bb008903) zien we dat sommige ambities van het plan van aanpak onder druk staan vanwege omstandigheden. Zo zien we in 2023 t.o.v. 2022 een stijging van 12% in het aantal nieuw afgegeven toelatingspassen voor de opvang (CO-pas). Ook in 2024 zien we een stijging van 3% t.o.v. 2023.

Er is geen duidelijke oorzaak of doelgroep die de toename verklaart. Daarnaast loopt de verblijfsduur op. Dit komt mede doordat verschillende urgente doelgroepen aanspraak doen op een beperkter aantal sociale huurwoningen. De afgenomen beschikbaarheid van sociale huurwoningen maakt dat de wachttijd voor een woning verder is opgelopen. Ook zien we GGZproblematiek bij een deel van de mensen in de opvang. Deze problematiek en ook de wachtlijsten in de GGZ werken belemmerend in het herstel en de doorstroom. Vanwege de druk op de opvang hebben we in korte tijd tijdelijk ruim 100 extra (opvang)plekken moeten organiseren om iedereen van een plek te kunnen voorzien. Dit heeft de prioriteit gegeven boven de overgang naar opvang met vierpersoonskamers. Landelijk is de druk op de opvang een herkenhaar beeld en vragen we daar bij het Rijk aandacht voor. Om het aantal buitenslapers terug te dringen en de overlast die gepaard gaat met buitenslapers tegen te gaan, is onlangs het actieplan buitenslapers met u gedeeld. Het meest in het oog springend is de opening van een tijdelijke opvang voor 60 nietrechthebbende dakloze EU-migranten. Deze is begin juni 2024 geopend en we houden nauwlettend in de gaten of deze bijdraagt aan o.a. het terugdringen van het aantal buitenslapers.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

3/16 3 september 2024 M2406-4609

Afdoeningsvoorstel toezegging ‘Doorwerken aan dakloosheid’ (24bb000736) Tijdens de commissiebespreking van het opvolgingsonderzoek van de Rekenkamer ‘Doorwerken aan dakloosheid’ op 31 januari 2024 is de toezegging gedaan om te rapporteren over de volgens de Rekenkamer niet afdoende uitgevoerde aanbevelingen uit het rapport ‘Niet thuis geven’, aan te geven of deze nog voldoende actueel zijn om op te volgen en te handelen volgens deze uitkomsten. Het betreft de aanbevelingen 1 (sturen op het terugdringen van uitval), aanbeveling 2 (stimuleer de totstandkoming van alternatieve vormen van opvang) en aanbeveling 7 (verbeter de monitoring van de maatschappelijke opvang). Aanbeveling 1 (sturen op het terugdringen van uitval) De aanbeveling luidde: Stuur in het proces van ondersteuning van dakloze volwassenen en jongeren in de keten van maatschappelijke opvang op het terugdringen van uitval. Doe dit door: a. (na amendement) aan te sturen op continuïteit van kwalitatief goede hulpverlening waarbij, naar gelang van de ondersteuningsbehoefte van een cliënt in een bepaalde fase, gekozen wordt voor de daarbij meest passende ondersteuner en met zorgaanbieders te verkennen in hoeverre er verbeteringsmogelijkheden zijn waar het gaat om warme overdracht in het ondersteuningstraject. b.

zelf meer zicht te houden op de tijdige totstandkoming en de kwaliteit van de ondersteuning door het actief monitoren op casusniveau; c. bij het actief monitoren op casusniveau meer oog te hebben voor de ervaringen en behoeften van de dakloze zelf. Voor wat betreft aanbeveling 1a kijkt de gemeente – soms in samenspraak met een zorgaanbieder - op basis van de ondersteuningsvraag nu al goed naar de voor die cliënt best passende zorgaanbieder. De cliënt mag uiteraard ook zelf een zorgaanbieder kiezen. Ook valt het warm overdragen al onder de huidige werkwijze van gemeente en zorgaanbieders. Tijdens de commissiebespreking van het opvolgingsonderzoek van de Rekenkamer op 31 januari 2024 is de toezegging gedaan om samen met mevrouw Kockelkoren te kijken naar de opvolging van aanbevelingen 1b en 1c en hoe deze aanbevelingen (gericht op het terugdringen van uitval) geland zijn in beleid en de uitvoering (24bb001916). Deze toezegging is op 10 april 2024 afgedaan (24bb000737). In deze afdoening is aangegeven te zullen rapporteren over de pilot procesregie. Er zijn begin dit jaar procesregisseurs geworven die per 1 april aan de slag zijn gegaan. Zij zijn betrokken bij een deel van de mensen die verblijven binnen de opvang of beschermd woonvoorzieningen.

De procesregisseurs evalueren samen met de cliënt en de zorgaanbieder de voortgang van het traject en nemen belemmeringen weg voor door- en uitstroom. De opbrengsten van de pilot worden met zorgaanbieders en cliënten onderzocht. Deze bevindingen en het hierop te nemen besluit medio 2025 over de voortzetting van procesregie zal in de voortgangsrapportage opgenomen worden.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

4/16 3 september 2024 M2406-4609

Aanbeveling 2 (stimuleer de totstandkoming van alternatieve vormen van opvang) De aanbeveling luidde: Stimuleer actief de totstandkoming van alternatieve vormen van opvang. Maak met name de inzet van Housing First mogelijk. Zorg daartoe voor de benodigde huisvesting en intensieve, multidisciplinaire ondersteuning. Volgens de rekenkamer is deze aanbeveling gedeeltelijk concreet en herleidbaar in beleid geland en gedeeltelijk uitgevoerd. Het college heeft verschillende alternatieven voor de reguliere opvang tot stand laten komen en over de uitvoering afspraken gemaakt met partners. Het zijn echter vooral initiatieven die in omvang nog relatief beperkt zijn en ook deels nog een pilot zijn. De opgezette alternatieven zijn daarmee een nuttige aanvulling, maar het grootste deel van de dakloze mensen komt nog steeds terecht in het traditionele opvangmodel. De aanbeveling is nog steeds actueel, behoort tot onze ambitie en is om die reden ook opgenomen in ons plan van aanpak ‘Op weg naar herstel en een thuis’. Het speerpunt Huisvesting met de maatregel ‘Passend woonzorglandschap’ draagt hieraan bij. En onder het speerpunt Opvang is o.a. opgenomen dat we de verblijfsduur in de opvang willen terugdringen. Initiatieven zoals Wonen Eerst en Room First dragen bij aan het realiseren van deze ambitie en maken dat de verblijfsduur in de opvang (sterk) gereduceerd kan worden.

Echter, daarbij zijn we wel afhankelijk van de beschikbaarheid van woningen/locaties en de benodigde financiën. Om die reden zijn de initiatieven in omvang nog beperkt. We starten inderdaad veelal met pilots omdat wij met onze partners in de praktijk in het klein willen ervaren hoe een en ander uitpakt, wat de cliënten ervan vinden, wat wel en niet werkt en om een goede kosten baten afweging te kunnen maken. Ook is dan pas goed in te schatten wat ervoor nodig is om een nieuw project grootschaliger te kunnen uitrollen en te kunnen borgen in de werkprocessen van de betrokken organisaties. En sommige innovaties zijn juist succesvol door de kleine schaal. Aanbeveling 7 (verbeter de monitoring van de maatschappelijke opvang) De aanbeveling luidde: Verbeter de monitoring van de maatschappelijke opvang zodat meer inzicht wordt verkregen in onafhankelijk vastgestelde resultaten van de ondersteuning door zorgaanbieders, wachtlijsten en uitval. Breng bovendien de tevredenheid van de tot de keten toegelaten daklozen systematisch in beeld. Deze aanbeveling is nog steeds actueel en zoals aangegeven in de reactie op het rekenkameronderzoek zijn we het eens dat hier nog ruimte voor verbetering is. Het heeft nog altijd onze aandacht en inzet.

Zoals aangegeven zetten we in op procesregie en worden er telkens stappen ondernomen om monitoringsinformatie voor de verschillende ketens beter beschikbaar te maken. Het blijft echter wel een uitdaging om de ICTsystemen van de aanbieders en gemeente goed op elkaar te laten aansluiten. Met de bovenstaande wordt invulling gegeven aan de toezegging ‘Doorwerken aan dakloosheid’ (24bb000736) en vertrouwen wij er op deze toezegging af te kunnen doen.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

5/16 3 september 2024 M2406-4609

Afdoeningsvoorstel toezegging ‘Housing first opnemen in toekomstige communicatie’ (23bb006581) Bij de raadsbespreking van 28 september, onder het agendapunt ‘Plan van aanpak ‘Op weg naar herstel en een thuis’ (2023-2026)’ is de toezegging gedaan om een definitie van Housing First op te nemen in toekomstige communicatie. Housing First zoals we die in Rotterdam inzetten is oorspronkelijk in New York ontwikkeld en biedt een bewezen methodiek voor mensen die kampen met dakloosheid en bijkomende problematiek. De methodiek richt zich op het direct huisvesten van langdurig dakloze mensen (van 23 jaar en ouder) met ernstige psychische problemen, vaak in combinatie met verslavingsproblemen (dubbele diagnose) en biedt intensieve, integrale ondersteuning bij het werken aan herstel. De begeleiding aan deze doelgroep onderscheidt zich van de reguliere ambulante begeleiding door een laagdrempelige en intensieve aanpak die past bij de behoeften van deze doelgroep. In Nederland wordt de term Housing First op veel plekken in brede zin gebruikt voor het vrijwel direct huisvesten van alle dakloze mensen. In Rotterdam gebruiken wij de term Wonen Eerst (in lijn met het Nationaal Actieplan Dakloosheid) als overkoepelende term voor alle projecten/trajecten waarbij dakloze mensen (vrijwel) direct van huisvesting worden voorzien.

Housing First zetten wij in Rotterdam methodegetrouw in voor een specifieke groep dakloze mensen. Zie hiervoor ook de toelichting onder het speerpunt huisvesting bij ‘Opgave 1: Wonen eerst als uitgangspunt’ in deze voortgangsrapportage. Wij zullen dit onderscheid ook zo veel mogelijk toelichten in alle communicatie. Met de bovenstaande wordt invulling gegeven aan de toezegging ‘Housing first opnemen in toekomstige communicatie’ (23bb006581) en vertrouwen wij er op deze toezegging af te kunnen doen.

Voortgangsrapportage ‘Op weg naar herstel en een thuis (2023-2026)’ Speerpunt Huisvesting Opgave 1: Wonen eerst als uitgangspunt In lijn met de ambities uit het Nationaal Programma Dakloosheid streven we in Rotterdam naar het direct huisvesten van dakloze mensen in een eigen woning met een huurcontract op eigen naam. Dat noemen we Wonen Eerst. Wij geven invulling aan Wonen Eerst met verschillende initiatieven: -

Housing First zetten we in voor een doelgroep van 23 jaar en ouder die langdurig daken thuisloos is en waarbij sprake is van multi-problematiek. De begeleiding aan deze doelgroep onderscheidt zich van reguliere ambulante begeleiding door een laagdrempelige en intensieve aanpak die past bij de behoeften van deze doelgroep. In 2023 hebben we 30 kandidaten gehuisvest i.p.v. de beoogde 50 kandidaten. De reden hiervoor is dat in 2023 o.a. de beoogde doelgroep voor Housing First iets kleiner was van omvang wat een positieve ontwikkeling is. Gezien de algehele hogere instroom in 2023 en mogelijkheden tot procesoptimalisatie verwachten we voor 2024 hoger uit te

Blad: Datum: Ons kenmerk:

6/16 3 september 2024 M2406-4609

-

komen dan 30 kandidaten, maar is het de vraag of we tot de beoogde 50 kandidaten komen. Als dat niet het geval is, kunnen we de woningen inzetten voor een nieuw te ontwikkelen variant voor Wonen Eerst, zie hieronder. Project010, voor jongeren van 18-23 jaar, die naast een eigen huis een warm netwerk aan begeleiders met beschikking over een doorbraakbudget krijgen. Na een succesvolle evaluatie breiden we het aantal kandidaten van Project010 in 2024 uit van 35 tot jaarlijks 50.

In 2023 zijn in totaal 85 mensen via een Wonen Eerst traject gehuisvest. In 2023 zijn we gestart met de voorbereidingen om dit jaar aan de slag te kunnen met een nieuw te ontwikkelen variant Wonen Eerst voor dakloze Rotterdammers die niet langdurig dakloos zijn (wat een van de vereisten is voor Housing First). Zo kunnen we Wonen Eerst verder uitrollen naar een gewenst totaal van 125 kandidaten per jaar of meer als de woningvoorraad dat toelaat. Opgave 2: Zorgvuldige, duurzame uitstroom uit MO BW In samenwerking met de woningcorporaties en zorgaanbieders hebben we een zorgvuldig traject doorlopen om het mogelijk te maken dat vanaf 1 juli 2024 de uitstroom van mensen uit opvang en (beschermde) woonzorgvoorzieningen naar een zelfstandige woning voor 100% plaatsvindt via directe bemiddeling. Via directe bemiddeling krijgen cliënten een woning aangeboden i.p.v. dat ze met een urgentie zelf kunnen zoeken. Op deze manier kunnen de woningcorporaties beter sturen op waar de cliënt komt te wonen. Daarbij krijgen alle cliënten tenminste een jaar nazorg (zo licht of intensief als nodig) en een huurzorgcontract. Zo borgen we nog beter dat cliënten duurzaam uitstromen met de juiste begeleiding. Verder zijn de werkafspraken tussen de corporaties, zorgaanbieders, SUWR en gemeente ook op punten herzien en vastgelegd op www.1routenaarthuis.nl.

Opgave 3: Passend woonzorglandschap Een passend woonzorglandschap vraagt om voldoende woon(zorg)plekken verspreid over Rotterdam, passend bij de diversiteit van kwetsbare Rotterdammers. De woningmarkt is krap en het maatschappelijk vastgoed schaars. Daarom wordt op diverse manieren ingezet op deze opgave. Er is een stadsbrede zoekopdracht uitgevoerd in samenwerking met Planologie en Stedenbouw naar geschikte percelen en panden. Zo onderzoeken we ook de mogelijkheid voor de realisatie van een tweede locatie voor Skaeve Huse. Voor nieuwe beschermde woonvoorzieningen wordt met name in de regiogemeenten gekeken naar mogelijkheden (zie ook onderstaand opgave 5). In nieuwe gebiedsontwikkelingen worden conform de referentiewaarden maatschappelijke opvang en woonvoorzieningen opgenomen. Zo zijn voor Feijenoord City in totaal 66 plekken beschermd wonen opgenomen over twee locaties verspreid en een opvanglocatie met 48 plekken. In Merwevierhavens is een locatie met 32 plekken ingetekend in de plannen en in het centrum een locatie met 30 plekken. Bij opvangvoorzieningen komen deze bij voorkeur in de gemeentelijke vastgoedportefeuille, conform het Integraal Huisvestingsplan (IHP) en bij woon- en doorstroomvoorzieningen wordt met name ingezet op extern eigendom in samenwerking met corporaties, ontwikkelaars en zorgpartijen.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

7/16 3 september 2024 M2406-4609

Er ligt een vervangingsopgave, omdat een aantal panden is afgeschreven en qua uitbreiding wordt met name ingezet op doorstroomvoorzieningen om de stap naar een definitieve woning kleiner te maken en de druk op de opvang te verlichten. De huidige ambitie is om jaarlijks drie tot vier woonzorglocaties te realiseren voor vervanging en daar waar nodig uitbreiding, daarom is in samenwerking met Stadsontwikkeling een stadsbrede zoektocht naar panden en percelen gestart voor diverse doelgroepen. In 2023 is een nieuwe beschermde woonlocatie van Antes geopend aan de Leningradplaats in Oosterflank. In mei van dit jaar werd een nieuwe beschermde woonlocatie van de Nico Adriaans Stichting geopend aan de Oude Watering in de Beverwaard en in september wordt de opening van de opvangunits voor dak- en thuislozen met een hond geopend bij de locaties Meerpaal & Roer van het Leger des Heils. En eind augustus wordt in Hoek van Holland een nieuwe locatie geopend ter vervanging en uitbreiding van de huidige locatie van De Ontmoeting. In het kader van de woonzorgvisie wordt een globale scan gedaan op vraag en aanbod. In de nadere uitwerking van die Woonzorgvisie worden vervolgens de aantallen, spreiding en variaties verder geconcretiseerd. De verwachting is dat de woonzorgvisie eind 2024 gereed is. Daarna wordt deze in 2025 vertaald naar ambities, doelen en concrete samenwerkingsafspraken.

Opgave 4: Herijkte afspraken over realisatie en beheer woonvoorzieningen Sinds 2023 wordt bij alle nieuw te realiseren HKD-voorzieningen het in het Convenant Huisvesting Kwetsbare Doelgroepen (HKD-convenant) afgesproken stappenplan gevolgd. Onderdeel hiervan is een draagkrachtscan op basis van zowel objectieve als subjectieve gegevens van de buurt. Ook is een overzichtskaart met de woonzorgvoorzieningen in een eerste versie gepubliceerd op www.rotterdam.nl/huisvesting-kwetsbare-doelgroepen. Voor alle bestaande HKD-voorzieningen is geïnventariseerd waar beheerconvenanten en beheercommissies aanwezig zijn en waar deze (her)opgestart en/of geactualiseerd moesten worden. Daarbij is gekeken naar het soort locatie, de bestaande overlegstructuren en de behoeften in de wijk. Er zijn in totaal 94 locaties geïnventariseerd. Drie locaties waar overlast werd ervaren zijn met spoed opgepakt. In totaal is voor 23 locaties de beheercommissie ge(her)activeerd. Er zijn nu 54 beheercommissies, waarvan 10 in oprichting. Voor de overige locaties zijn andere overlegstructuren en werkafspraken gemaakt in overleg met de omwonenden. Voor twee locaties wordt in het kader van een pilot tijdelijk extra bewaking ingezet om overlast aan te pakken.

Er is een nieuw standaardconvenant opgesteld dat per locatie op maat wordt gemaakt in nauwe samenwerking met zorgaanbieders, politie, directie veilig en omwonenden. Om het melden van eventuele overlast te stimuleren zijn waar nodig in de omgeving van voorzieningen nieuwe meldkaarten verspreid met daarop de gegevens waar mensen signalen kunnen melden of vragen kunnen stellen. Bij het overgrote deel van de opvang en woonzorglocaties gaat het dus goed en is er geen sprake van overlast. Indien dat wel het geval is, wordt er snel opgetreden. Soms zien we ongeregeldheden bij woonzorglocaties die niet onder onze verantwoordelijkheid vallen, maar onder het zorgkantoor (Wet langdurige zorg) of Dienst Justitiële Inrichtingen

Blad: Datum: Ons kenmerk:

8/16 3 september 2024 M2406-4609

(forensische zorg). Daar krijgen we moeilijk grip op. We zijn in overleg met deze partners om te onderzoeken hoe we hierin gezamenlijk beter kunnen optrekken. Opgave 5: Regionale samenwerking beschermd wonen De doordecentralisatie beschermd wonen is nogmaals een jaar uitgesteld en gaat naar verwachting in op 1 januari 2026. De ‘doordecentralisatie’ houdt in dat álle gemeenten zelf verantwoordelijk worden voor het beschermd wonen van hun eigen inwoners. Voor de toekomst van beschermd wonen hebben de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Ridderkerk en Rotterdam zich uitgesproken blijvend samen te willen werken. Het bestuurlijk overleg Beschermd Wonen (BW) heeft op 13 december 2023 besloten over de aanpak om te komen tot een betere spreiding van het aantal beschermd wonen plekken en de uitstroom over de regio. U bent op 2 april 2024 geïnformeerd over de nieuwe afspraken (24bb002095). Om de spreiding van voorzieningen in de regio extra te stimuleren is er in 2024 een subsidieregeling innovatie beschermd wonen in het leven geroepen. Organisaties kunnen binnen deze subsidieregeling subsidie aanvragen voor initiatieven en activiteiten in de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland en Ridderkerk.

Binnen de projecten is het mogelijk om (lokaal) te experimenteren met initiatieven op wijk- of gemeenteniveau. De subsidieregeling draagt bij aan een betere spreiding van activiteiten over de regio. Organisaties konden tot 1 mei een aanvraag indienen. De subsidieaanvragen worden de komende tijd beoordeeld. Kernindicator - maximale benutting voorraad sociale huurwoningen voor uitstroom uit voorzieningen en Wonen Eerst We willen bereiken dat de doelgroep uit dit plan van aanpak zo passend en zelfstandig mogelijk gaat wonen. Dit willen we realiseren door de sociale huurvoorraad maximaal te benutten voor uitstroom uit voorzieningen en initiatieven als Wonen Eerst. Het gaat jaarlijks om maximaal 25% van het totaal aantal vrijkomende sociale huurwoningen die voor deze doelgroep ingezet kunnen worden (via urgenties). In 2023 is 22% van de vrijkomende sociale huurwoningen benut. Qua directe bemiddelingen (woningaanbieding met een huurzorgcontract) hebben de corporaties bijna voldaan aan de taakstelling voor 2023 (96% van de taakstelling). In september is geconstateerd dat de verdeling niet helemaal in lijn was met de verdeelsleutel. Er is toen bijgestuurd alleen waren de effecten daarvan niet meer zichtbaar in 2023 omdat bijsturing tijd kost. Voor het deel dat met een reguliere urgentie uitstroomde, zagen we een verminderde uitstroom i.v.m.

de grote druk op de woningmarkt waardoor deze groep minder snel slaagde. Voor 2024 hebben we de taakstelling verhoogd om aan te sluiten bij de veranderende verhouding tussen huurzorgcontracten en reguliere urgenties in het kader van de overgang naar 100% directe bemiddeling. Speerpunt Opvang Opgave 1: Streven naar een maximale verblijfsduur van drie maanden Er zijn verschillende acties die bijdragen aan de opgave om de verblijfsduur in de opvang te verkorten.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

9/16 3 september 2024 M2406-4609

Voor de ketens jongeren en volwassenen is gestart met procesregie. Met procesregie wordt het proces dat cliënten doorlopen gevolgd vanuit de gemeente samen met cliënt en aanbieder. De verwachting is dat deze regie bijdraagt aan het versnellen van doorstroom en de kwaliteit van de ondersteuning. De pilot loopt anderhalf jaar de resultaten zullen worden geëvalueerd. De uitrol van Wonen Eerst kan een belangrijke bijdrage leveren in het verkorten van de verblijfsduur in de opvang in bij alle ketens. Een grote uitrol hiervan is op dit moment nog lastig vanwege de beperkte beschikbaarheid van woningen en de grote druk die er ligt op het huisvesten van verschillende doelgroepen. Voor de keten volwassenen was het plan om de capaciteit van de doorstroomvoorzieningen te vergroten. Na de positieve resultaten van Room First is het idee om in plaats van een uitbreiding van capaciteit van doorstroomvoorzieningen juist in te zetten op uitbreiding van het concept van Room First. Daarnaast wordt gekeken naar mogelijkheden om bestaande doorstroomvoorzieningen om te bouwen naar het concept Room First. Zie ook de eerdere brief over ‘Preventief toezicht en William Booth Huis en Room First’ (24bb002834) over het concept Room First.

Om de verblijfsduur in de opvang te kunnen minimaliseren is randvoorwaardelijk dat de uitstroommogelijkheden toenemen door investeringen in bijvoorbeeld Room First en een ruimere beschikbaarheid van woningen. Echter, de afgelopen anderhalf jaar zien we dat de beschikbaarheid van woningen beperkt is en dat de benodigde financiële middelen onder druk staan. Deze ontwikkelingen maken dat het momenteel lastig is om deze ambitie te realiseren. In combinatie met de toename van instroom in de opvang heeft dit ook gevolgen voor de benodigde capaciteit en de gewenste transitie naar een opvang met vierpersoonskamers. Opgave 2: Beschikbaarheid opvang overdag In 2024 is gestart met het programmatische aanbod op de zeven 24-uurs opvanglocaties. Daarnaast is er een dagopvanglocatie die zich specifiek gaat richting op de begeleiding van mensen met een EU-achtergrond en een dagopvanglocatie die zich specifiek gaat richten op de begeleiding van andere buitenslapers. Samen met aanbieders zal de implementatie van het programmatische aanbod geëvalueerd worden in het 4e kwartaal van 2024. Opgave 3: Verdere kwaliteitsslag in de opvang De overgang naar vierpersoonskamers is voor de keten volwassenen een belangrijke kwaliteitsslag.

Deze ambitie hebben we nog steeds, maar is vooral afhankelijk van het slagen van de verkorting van de duur in de opvang in combinatie met een lagere instroom Zoals in de toelichting en bij opgave 1 aangegeven, staat dit onder druk. Het overgaan naar vierpersoonskamers brengt een capaciteitsverlies met zich mee wat we ons op dit moment niet kunnen veroorloven gezien de hoge instroom en verminderde uitstroom. We zijn voortdurend op zoek naar geschikte locaties (zie ook speerpunt huisvesting). Daarbij gaan we zoveel mogelijk uit van kamers met maximaal vier personen.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

10/16 3 september 2024 M2406-4609

Voor jongeren staat er een verhuizing naar één 24-uurs opvanglocatie met eenpersoonskamers in de planning in 2027. Hiervoor wordt de oude jeugdgevangenis aan de Kralingse Plaslaan 108-110 de komende jaren verbouwd. Daarnaast zijn in 2023 door het college de nieuwe geüniformeerde tarieven voor de maatschappelijke opvang voor volwassenen en jongeren (18-23 jaar) vastgesteld, met ingang van 1 januari 2024. Op 23 april 2024 is ook de nieuwe Subsidieregeling maatschappelijke opvang door het college vastgesteld, inclusief geüniformeerde tarieven voor gezinnen (23+ jaar). De subsidieregeling zorgt voor een gelijk speelveld voor zowel aanbieders als cliënten. In de subsidieregeling worden duidelijke en transparante afspraken gemaakt over de verwachte activiteiten, (kwaliteits)eisen, wijze van financiering en verantwoording. De subsidieregeling geldt vanaf 1 januari 2025. De gemeente wilde komen tot nieuwe, reële en objectieve tarieven voor de opvangvoorzieningen, zodat zowel cliënten als aanbieders gelijk worden behandeld enerzijds en zorg en ondersteuning kan worden geboden die nodig is anderzijds. Daarnaast worden er duidelijke en transparante afspraken gemaakt over de verwachte dienstverlening, kwaliteit en resultaten. Ook zorgt deze subsidieregeling voor een goede samenhang tussen de subsidies voor de maatschappelijke opvang en de tarieven van de Wmo-arrangementen.

Verder wordt samen met aanbieders van opvang gewerkt aan een nieuw instroomproces voor volwassenen. Hierbij worden ook cliënten, straatdokters en veldwerkers betrokken. Het plan is om in 2024 te starten met het nieuwe proces, wel is nu al duidelijk dat sommige aanpassingen zo groot zijn dat ze niet in een keer zijn in te voeren. Denk daarbij aan ICTsysteem of locatie wijzigingen. Ook de pilot dieren in de opvang draagt bij een verbetering van de kwaliteit in de opvang. Deze pilot is al meerdere keren opgeschoven in de tijd. De pilot zal uitgevoerd worden bij het Leger des Heils waarbij twee dakloze personen met een hond opgevangen kunnen worden. Opgave 4: Passende ondersteuning bij complexe problematiek We willen dat mensen met complexe problematiek niet in de opvang terechtkomen en als dat wel het geval is zij zo snel mogelijk ondersteuning of behandeling krijgen die nodig en passend is. We zijn om die reden gezamenlijk met de opvangaanbieders met zorgkantoor Zilveren Kruis in gesprek om te bezien of zij passende plekken kunnen inkopen voor mensen met een Wlz-indicatie die nu veelal in de opvang terecht komen. Daarnaast dringen wij er bij casuïstiek nu al op aan dat het zorgkantoor regie neemt. Voor mensen met een forensische titel loopt in 2024 een onderzoek om in beeld te krijgen hoe vaak zij in de opvang terecht komen en wat er nodig is om dit te voorkomen.

In januari 2025 worden de resultaten opgeleverd en worden vervolgacties geformuleerd voor deze groep. Opgave 5: Extra aandacht voor kinderen in de opvang Sinds 2024 implementeren we het Rapport Normenkader zoals opgesteld door het Rijk. Dit normenkader kent elf normen die allen toezien op het verbeteren van de eigenstandige cliëntpositie van het kind. Oftewel; meer oog voor het kind in de opvang.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

11/16 3 september 2024 M2406-4609

In Rotterdam is er in de diverse locaties voor gezinsopvang uiteraard al aandacht voor de kinderen en worden veiligheidsaspecten nageleefd. Voor het volledig voldoen aan het normenkader zijn de normen waar mogelijk opgenomen in de subsidieregeling Maatschappelijke Opvang met ingang van 2025. Daarnaast is het bieden van de basis op orde aan kinderen vanaf 2025 ook een onderdeel van een verblijf in de (gezins)opvang. Denk aan het organiseren van een geldige legitimatie, toezien dat leerplichtige kinderen naar school gaan en indien van toepassing toeleiding naar (jeugd)zorg. In de subsidierelaties zal vanaf 2025 gestuurd worden op het voldoen aan deze gesubsidieerde activiteiten. Vanaf 2025 wordt het Resultaatgebied Gezinsondersteuning een onderdeel van de ingekochte Wmo-maatwerkvoorzieningen. Dit resultaatgebied kan ingezet worden in de opvang nadat de basis op orde is gebracht en zorgt ervoor dat aanbieders meer aandacht kunnen bieden aan de kinderen en (de dynamiek van) het gezinssysteem. Kernindicator 3: Verblijfsduur in de opvang verkorten De inzet binnen dit speerpunt moet er o.a. aan bijdragen dat de verblijfsduur in de opvang wordt teruggebracht. Zoals aangegeven is dat een uitdaging vanwege de hoge instroom en beperkingen in de uitstroom. Desondanks zien we dat de verblijfsduur vooralsnog nagenoeg hetzelfde is gebleven.

In 2022 verbleef 48,33% van de slapers langer dan 90 dagen in de opvang. In 2023 was dat 47,25% van de slapers. Speerpunt Preventie en Hulp Opgave 1: Aanpak bankslapers verbeteren Er is hard gewerkt aan de doelen en acties uit het Actieplan Bankslapers 2023-2026. Bankslapers staan nu binnen alle betrokken clusters op de kaart: er is aandacht voor de doelgroep en gezamenlijk zijn de ambities geformuleerd. Er is afstemming geweest met zorg- en welzijnsorganisaties, woningcorporaties en de Ombudsman Rotterdam. Ook is veel gesproken met cliëntenvertegenwoordiging en ervaringsdeskundigen. Dat heeft geleid tot o.a. de volgende resultaten: - De subdoelgroepen onder bankslapers zijn in kaart gebracht en per doelgroep zijn beleidsdoelen en producten in kaart gebracht. Dit vormt de basis voor het aanscherpen van het handelingsperspectief en de werkinstructies voor Vraagwijzers en Wijkteams. Ook worden afspraken gemaakt tussen de verschillende clusters over processen en een meer integrale werkwijze. - In de pilot MDT beoordelen medewerkers van de Vraagwijzer en het team Migratie (Dienstverlening) gezamenlijk de aanvraag van het briefadres aan de hand van een persoonlijk gesprek met de bankslaper. De pilot is succesvol afgerond: zowel burgers als medewerkers zijn meer tevreden. Er wordt meer maatwerk geboden, in circa 15% wordt daarbij afgeweken van de BRP.

Er wordt verder gewerkt aan een borgingsvoorstel waarbij circa 500 gesprekken per jaar kunnen plaatsvinden en er op termijn altijd persoonlijk contact is bij de aanvraag van het briefadres. - Het werkproces voor verruiming van de toegang en het bieden van maatwerk rondom de Kostendelersnorm is opgesteld. De werkinstructie wordt hierop aangepast de komende tijd. Volgende stap is de training van de medewerkers en het inlichten van de collega’s in de uitvoering en de Rotterdammers. Hiermee hopen we te bereiken dat meer bankslapers zich mogen inschrijven op hun

Blad: Datum: Ons kenmerk:

12/16 3 september 2024 M2406-4609

-

-

-

-

logeeradres. Daarnaast kijken we of aansluiting bij het MDT mogelijk is, zodat de burger zoveel mogelijk aan hetzelfde loket geholpen is. Het aantal woonplekken voor de pilot Flexwonen voor bankslapers is uitgebreid van 30 naar 64. We verwachten dit jaar de beoogde 100 woonplekken te realiseren. De uitstroom verloopt gestaag: momenteel is de helft van de eerste bewoners doorgestroomd naar vaste huisvesting. De beschikbaarheid van betaalbare huisvesting blijft een knelpunt. Besloten is om 100 flexwoningen Start R ten gunste van bankslapers (economisch daklozen) te laten komen. We onderzoeken of dit meer plekken kunnen worden. Dit kan naar voorbeeld in Amsterdam een positief effect op de uitstroom hebben. De eerste indicatoren om bankslapers beter in beeld te krijgen, zijn vastgesteld. Zo proberen we meer inzicht te krijgen in de problematiek en de resultaten van het beleid. Vastgesteld is dat er ook begin dit jaar circa 5.000 bankslapers bij de gemeente in beeld zijn: 50% volwassenen, 30% jongeren en 20% gezinnen. De bedoeling is om met de indicatoren te kunnen sturen op resultaten en ambities. Vanuit Rotterdam is een 'bankslapers' overleg met de G4 opgezet met als doel kennis te delen. Dat leidt tot nieuwe ideeën over innovatieve zorgproducten en tijdelijke woonoplossingen die de komende tijd uitgewerkt worden tot voorstellen voor Rotterdam.

Opgave 2: Extra aandacht voor jongeren Overgang 18-/18+ is onderdeel van het Actieplan ‘Vastpakken en niet Loslaten’. Dit actieplan kent de volgende 3 actielijnen: 1. Overgang jeugd(hulp) naar volwassenheid en Wmo, 2. Zorg duidelijk en dichtbij en 3. Inzet ervaringskennis en jongerenparticipatie. De focus binnen actielijn 1 ligt op het verbeteren van de overgang van jeugdhulp met verblijf naar Wmo en het voorkomen van bankslapen en dakloosheid. Hiervoor zijn uitstroomroutes ontwikkeld i.s.m. zorgaanbieders, jeugdbeschermers, centraal onthaal en de wijkteams. Deze uitstroomroutes helpen jongeren en zorgaanbieders bepalen welke woonplek (met of zonder zorg) passend is voor de jongere en hoe de jongere zich hiervoor kan aanmelden. Ook is voor jongeren het Rotterdams Toekomstplan ontwikkeld; een instrument dat hen voorbereid op de verantwoordelijkheden die bij volwassenheid horen. Verder zijn we het Uitstroomtraject gestart, waarbij we minimaal 15 jongeren van 18 jaar en ouder begeleiden uit jeugdhulp met verblijf naar een volgende, passende woonplek met zorg. Op basis van de ervaringen tijdens het Uitstroomtraject, worden na de zomer voorstellen gedaan voor borging van een verbeterd werkproces voor deze kwetsbare doelgroep.

Binnen Actielijn 2 is de website www.rotterdam.nl/jongeren verbeterd en is de webpagina www.rotterdam.nl/18-worden toegevoegd, waarop alle relevante informatie voor jongeren is samengevoegd. Om de dienstverlening van de verschillende gemeentelijke loketten voor jongeren duidelijker te maken, wordt op dit moment een ‘lokettenwijzer’ ontwikkeld. Bovenstaande is tot stand gekomen in nauw overleg met jongeren zelf. Deze jongeren zijn veelal ervaringsdeskundig en helpen de gemeente bij het verbeteren van de dienstverlening.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

13/16 3 september 2024 M2406-4609

Opgave 3: Voorkom verder van huis De succesvolle elementen uit de pilot ‘Voorkom verder van huis’ zijn inmiddels staande praktijk binnen de organisatie. De meldingen worden gedaan door verhuurders in het kader van de Gemeentelijke wet schuldhulpverlening en opgepakt via het reguliere proces van het ‘meldpunt preventie huisuitzettingen’ en de wijkteams. Daarnaast is bemoeizorg geborgd binnen alle wijkteams waardoor er vanuit de 1e lijn en 2e lijn direct contact kan worden gelegd met mensen die zelf niet om hulp vragen. Het blijft daarnaast een uitdaging om mensen die dreigen hun woning te verliezen in beeld te krijgen en hen een hulpaanbod te doen waar zij voor open staan. We zien namelijk nog steeds een aanhoudende vraag bij Centraal Onthaal. Daarom verkennen we momenteel met de onderzoeksafdeling van de gemeente Rotterdam de mogelijkheid om onderzoek te doen naar de effectiviteit van het bestaande aanbod als het gaat om het voorkomen van dakloosheid. Dit onderzoek zou zich richten op mensen in de nachtopvang en kijkt terug naar waar deze mensen al eerder in beeld waren (kwantitatief) en welke interventies effectief ingezet hadden kunnen worden (kwalitatief).

Opgave 4: Nazorg aan (ex-gedetineerden) We hebben een nieuwe bijzondere doelgroep in de Wmo inkoop-2025 geïntroduceerd, genaamd “Mensen na detentie of forensische zorg”. Dit om de overgang van detentie en forensische zorg naar de Wmo (of andersom) beter op elkaar aan te laten sluiten zodat mensen niet tussen wal en schip vallen. De doelgroep is een verbijzondering op de doelgroepen VB en GGZ en richt zich op hulpvragen die te linken zijn aan criminaliteit of detentieschade. Aanbieders die op deze Wmo-doelgroep inschrijven dienen ook een forensisch contract te hebben om continuïteit van zorg te waarborgen. Tegelijkertijd loopt een onderzoek naar ‘Forensische cliënten in de Rotterdamse nachtopvang’. Significant Public onderzoekt waarom cliënten met een forensische zorgtitel in de Rotterdamse nachtopvang terechtkomen. We willen dit in de toekomst als keten voorkomen. Dit onderzoek wordt samen met het Ministerie Justitie en Veiligheid (JenV), de drie reclasseringsorganisaties (3RO), Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) en de nachtopvanglocaties uitgevoerd. Eind dit jaar ontvangen we de aanbevelingen. Opgave 5: Versterken perspectief buitenslapende EU-migranten We zien dat het aandeel EU-migranten onder de buitenslapers de afgelopen jaren is toegenomen tot rond de 80%. Een deel van deze groep zorgt voor toenemende overlast in sommige delen van de stad.

Begin maart 2024 is het actieplan buitenslapers gelanceerd. Hierin staan 18 maatregelen om het aantal buitenslapers terug te dringen en de overlast gepaard gaand met buitenslapers tegen te gaan. De maatregelen zijn gericht op het tegengaan van dakloosheid, het bieden van perspectief, het aanpakken van hardnekkige overlastgevers en omgevingsbeheer. Het meest in het oog springend is de opening van een tijdelijke opvang voor 60 niet-rechthebbende dakloze EU-migranten. Hiermee willen we een groep buitenslapers onderdak bieden voor 6-8 weken. In die periode werken we aan perspectief. Dat kan zijn terug naar werk, of terug naar land van herkomst. Het traject ondersteunen we met een zorgaanbod. De opvang is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Opgave 6: Lokale samenwerking Zorg & veilig

Blad: Datum: Ons kenmerk:

14/16 3 september 2024 M2406-4609

In het kader van lokale samenwerking tussen zorg en veilig start medio 2024 de gebiedsgebonden pilot voor een persoonsgerichte aanpak in Rotterdam. Doel van de pilot is om te zorgen dat de betrokken Rotterdammers, door een gecoördineerde, integrale en vroegtijdige aanpak op zorg- en veiligheidsproblematiek, minder zorgproblematiek ervaren (of in ieder geval de juiste hulp krijgen) en minder overlast veroorzaken of delicten plegen. De pilot duurt maximaal een jaar en vindt plaats in de gebieden IJsselmonde en Feijenoord; beide kwetsbare gebieden met enkele NPRZ-wijken. • In gebied IJsselmonde richten we ons op de bewoners van 12-99 jaar met multiproblematiek op het snijvlak van zorg- en veiligheid. • In gebied Feijenoord koppelen we de pilot aan het programma Preventie met Gezag en starten we met een persoonsgerichte aanpak op jongeren tussen 12-27 jaar, die zich (beginnen te) bewegen op het terrein of in de richting van ernstige (drugs)criminaliteit (zoals ook uithalen of betrokkenheid bij explosies) en/of bijvoorbeeld actief zijn in een zorgelijk (crimineel) netwerk. In beide gebieden gaan we gefaseerd aan de slag met 30 casussen. Eind 2024 vindt een tussenevaluatie van de pilot plaats. Voor het uitvoeren van de pilot heeft Rotterdam een subsidie van ZonMw (Actieprogramma Grip op Onbegrip) toegekend gekregen.

Kernindicator - Voorkomen van instroom in opvang en beschermd wonen o.a. via preventieve inzet

Toelatingen opvang 23 jaar en ouder Toelatingen beschermd wonen

2022 1.031 402

2023 1.149 398

Het aantal nieuw afgegeven CO passen voor volwassen is in 2023 toegenomen met ruim 11%. Ook in 2024 zien we een stijging in nieuw afgegeven CO passen. De instroom in BW is in 2023 vergelijkbaar met die in 2022. Het gaat om 255 volwassen en 143 jongeren (van 18 tot 23 jaar). We willen met de inzet op preventie voorkomen dat mensen instromen in opvang en beschermd wonen. Speerpunt Meedoen Opgave 1: Verstevigen van netwerken en voorzieningen in de wijk Het beleid richt zich op normalisatie en inclusie van inwoners met een psychische kwetsbaarheid. Dit vraagt om een transformatie van de voorzieningen. We willen dat mensen met een psychische kwetsbaarheid net zoals andere wijkbewoners gebruik kunnen maken van o.a. de Huizen van de Wijk. Meedoen aan reguliere wijk- en buurtactiviteiten draagt bij aan een sneller en beter herstel van mensen met een psychische aandoening. We willen in de toekomst voorzieningen waar mensen mét en zonder kwetsbaarheid met elkaar samen komen. Separaat aan deze ontwikkeling worden de speciale GGZ-inloopvoorzieningen afgebouwd omdat deze voorzieningen onvoldoende bijdragen aan de inclusieve samenleving. Deze ontwikkeling vindt geleidelijk plaats en zorgvuldig plaats en in nauwe afstemming met de zorgaanbieders en welzijn. Inmiddels zijn 2 van de 15 inloopvoorzieningen succesvol afgebouwd.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

15/16 3 september 2024 M2406-4609

Per 1 januari 2025 wordt de subsidie voor nog 4 GGZ-inloopvoorzieningen gestopt dan wel afgebouwd. De afbouw wordt gevolgd door een extern onderzoeksbureau. De uitkomsten van dit onderzoek verwachten we medio 2025. Opgave 2: Meedoen gericht op herstel Met de inzet op herstelacademies wordt invulling geven aan het landelijke Integraal Zorgakkoord (IZA), waarbij is afgesproken dat er een dekkend netwerk is van sociale steunpunten voor mensen met een psychische kwetsbaarheid in de vorm van herstelacademies. Momenteel zijn er in Rotterdam in samenwerking met welzijnsorganisaties en de zorgaanbieders in vijf Huizen van de Wijk herstelacade-mies gerealiseerd. Het gaat om de gebieden Delfshaven, Charlois, IJsselmonde, Noord/Kralingen/Crooswijk en Prins Alexander. De herstelacademies zijn een goed voorbeeld van samenwerking tussen een zorg -en welzijnspartij. In de tweede helft van 2024 starten we aanvullend met drie nieuwe herstelacademies in Feijenoord, Hoogvliet en Overschie/Hillegersberg/Schiebroek waarmee we uitkomen op acht herstelacademies. De uitbreiding van de herstelacademies ligt hiermee op schema.

Opgave 3: Meer mensen vinden betaald werk Met dit plan zetten we in op het bemiddelen en ondersteunen van mensen met een psychische kwetsbaarheid naar (betaald) werk. Dit doen we aan de hand van twee projecten: Simpel Switchen en IPS. Mooie voorbeelden van projecten waarin MO en W&I nauwer samenwerken. Simpel Switchen In augustus 2023 is de pilot Simpel Switchen gestart. Binnen de pilot Simpel Switchen werken de afdelingen MO en W&I samen met 5 zorgaanbieders (Leger des Heils, Pameijer, Middin, Reakt, CVD). Doel van de pilot is dat iedereen meedoet op de plek die op dát moment het beste bij diegene past, of dat nou (vrijwilligers)werk, beschut werk of dagbesteding is. Binnen Simpel Switchen worden de overgangen makkelijker gemaakt. Binnen de pilot worden maximaal 30 mensen gevolgd die van dagbesteding naar werk gaan en/of van werk naar dagbesteding. Tijdens de pilot moet duidelijk worden: • Wat de grootste obstakels zijn om te gaan werken • Wat nodig is om die obstakels weg te nemen • Welke begeleiding het meest passend is • Wie wat doet. • Hoe de onzekerheid bij veranderingen weggenomen kan worden zodat de Rotterdammer en de consulent/begeleider de stap om te switchen aandurven. De pilot loopt tot en met december 2024. IPS De gemeente Rotterdam zet naast Simpel Switchen in op Individuele Plaatsing en Steun (IPS).

IPS is speciaal ontwikkeld voor mensen die behandeling of begeleiding krijgen in de geestelijke gezondheidszorg. IPS is een succesvolle re-integratiemethode om mensen met een psychische aandoening te helpen bij het verkrijgen en behouden van betaald werk. Op dit moment zijn er in totaal 59 IPS aanvragen gedaan. We liggen hiermee voor op schema.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

16/16 3 september 2024 M2406-4609

De gemeente Rotterdam maakt voor de uitvoering van IPS gebruik van de landelijke subsidieregeling. Er is nog tot november 2024 subsidie beschikbaar. Er is nog geen duidelijkheid over een mogelijk vervolg. Landelijk wordt er gelobbyd om de financiering hiervoor beschikbaar te houden. Opgave 4: Normalisering en destigmatisering De ambitie is gesteld om meer gebruik te maken van de inzet van ervaringsdeskundigen in beleidsontwikkeling en de uitvoeringspraktijk. Om opvolging te geven aan deze ambitie, is verkennend onderzoek gedaan. ‘Bruggen Bouwen binnen de Rotterdamse daklozenketens’. Parallel aan het onderzoek is een werkgroep gestart, bestaande uit ervaringsdeskundigen en beleidsadviseurs. De onderzoeksresultaten en de opbrengsten uit de werkgroep worden momenteel samengevoegd tot een actieplan. De verwachting is dat het actieplan deze zomer gereed is. Kernindicator - IPS (of vergelijkbare werktrajecten) verhogen De ambitie is dat tussen nu en 2026 in totaal tenminste 50 personen aan betaald werk geholpen zijn met IPS, of een soortgelijk werkinstrument. Zoals aangegeven zijn er tot nu toe in totaal 59 IPS aanvragen gedaan. We liggen hiermee voor op schema, maar blijven inzetten om dit aantal te verhogen.

Financiële en juridische consequenties/aspecten: Het plan en de uitwerking van de ontwikkelopgaves worden gefinancierd uit de reguliere budgetten voor de Wmo (inclusief Beschermd Wonen/Maatschappelijke opvang), uit de extra middelen die we vanuit het Rijk ontvangen als extra impuls voor de aanpak van dakloosheid (betreft bestemmingsreserve Blokhuisgelden, de extra impuls naar aanleiding van nationaal actieplan dakloosheid en de extra middelen vanuit het landelijk plan dakloze EU-burgers) én extra middelen voor de aanpak van bankslapers zoals vastgesteld in de Voorjaarsnota 2023 en voor de EU-opvang zoals vastgesteld in de Voorjaarsnota 2024.

Burgemeester en wethouders van Rotterdam, De secretaris,

De burgemeester,

G.J.D. Wigmans

A. Aboutaleb

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=a3221b83-a97e-4a9a-87b4-156b6e8d8d8d