[24bb005759] Bijlage 2 behorende bij 24bb005757 - Was-wordt-lijst
Tekst van het document
Was Considerans
Overwegende, dat partijen het wenselijk achten om gezamenlijk de zorg voor brandveiligheid in het haven- en industriegebied van Rotterdam te verzorgen;
Wordt Overwegende: - dat in 1998 de gemeente Rotterdam, toenmalige gemeente Rozenburg en de CIBUA het wenselijk achtten om gezamenlijk de zorg voor brandveiligheid in het haven- en industriegebied van Rotterdam te verzorgen en daarvoor de gemeenschappelijke regeling met openbaar lichaam “Gezamenlijke brandweer voor het haven- en industriegebied Rotterdam” getroffen hebben; - dat sinds 2010 de gemeente Rozenburg is opgehouden te bestaan en het sindsdien onderdeel is van de gemeente Rotterdam; - dat sinds 2014 op grond van de Wet veiligheidsregio’s formeel het beheer van de brandweer, verplicht overgedragen is aan de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond; - dat de gemeente Rotterdam een bijzonder maatschappelijk belang heeft en verantwoordelijkheid draagt voor een hoogwaardige incidentbestrijding in het haven- en industriegebied bovenop het niveau van de basisbrandweernorm; - dat het OLGB voor de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond de meest effectieve en efficiënte wijze van publieke en industriële brandweerzorg in het haven- en industriegebied is op het gebied van organisatie van mensen, middelen en kennis waarmee een hoogwaardig en passende (industriële) incidentenbestrijding bereikt wordt; - dat Partijen en het bestuur van de Veiligheidsregio hebben erkend dat het OLGB een meerwaarde heeft in de verzorging van de brandbestrijding in het haven- en industriegebied en de wens
hebben uitgesproken het OLGB in stand te houden; - dat bij het optreden van de gezamenlijke brandweer bij incidenten of calamiteiten, de operationele bevelsvoering bij de Veiligheidsregio ligt;
Toelichting Strekking en motief tot vaststelling uitgebreider geformuleerd.
Grondslag
Artikel 1, lid 1
Artikel 4, lid 1 (aanhef)
Artikel 4, lid 3
gelet op artikel 3, lid 1 en artikel 31 van de Wet veiligheidsregio’s; gelet op de artikelen 173 tot en met 177 van de Gemeentewet; gelet op artikel 93 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en op de, op de voet van dat artikel bij Koninklijk Besluit d.d. 6 november 1997 nr. 97.005389 aan de Coöperatieve Industriële Brandweerzorg U.A. verleende machtiging;
gelet op artikel 3, lid 1, artikel 4, artikel 5 en artikel 31 van de Wet veiligheidsregio’s; gelet op de artikelen 174 tot en met 177 van de Gemeentewet; gelet op artikel 93 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en op de, op de voet van dat artikel bij Koninklijk Besluit d.d. 6 november 1997 nr. 97.005389 aan de Coöperatieve Industriële Brandweerzorg U.A. verleende machtiging;
Wgr: Wet Gemeenschappelijke Regelingen, Stbld 1984, 669 en zoals sedertdien gewijzigd; Het O.L.G.B. heeft tot doel om binnen het verzorgingsgebied van de regeling invulling te geven aan de volgende onderdelen van artikel 3, lid 1 van de Wet veiligheidsregio’s,
Wgr: Wet Gemeenschappelijke Regelingen
Van het bepaalde in artikel 4 lid 2 van deze regeling zijn uitgezonderd de taken op het gebied van:
Grondslag aangepast naar van toepassing zijnde artikelen en een nadrukkelijke verwijzing naar het besluit van de VRR tot opdrachtverlening.
In acht nemend het besluit van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond, dd 12 mei 2024, tot opdracht van uitvoering van de publieke brandweertaak in het haven- en industriegebied Rotterdam aan het openbaar lichaam gezamenlijke brandweer via de gemeente Rotterdam. Semi-statische verwijzing weggehaald.
Het O.L.G.B. heeft tot doel om binnen het verzorgingsgebied van de regeling, het op de meest efficiënte wijze faciliteren van publieke en industriële brandweerzorg ten dienste van de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond en C.I.B.U.A., door middel van het in standhouden van een organisatie van mensen, middelen en kennis die voldoende geoutilleerd is voor (industriële) incidentenbestrijding en daarmee invulling te geven aan de volgende onderdelen van artikel 3, lid 1 van de Wet veiligheidsregio’s, Van het bepaalde in artikel 4 lid 2 van deze regeling zijn uitgezonderd de taken op het gebied van: • het vaststellen van een Brandbeveiligingsverordening en het mede op basis daarvan vaststellen van gebruiksvergunningen;
Verouderde verwijzingen geactualiseerd.
Artikel 4, lid 4
• het vaststellen van een Brandbeveiligingsverordening en het mede op basis daarvan vaststellen van gebruiksvergunningen; • het verlenen van gebruiksvergunningen op basis van het Gebruiksbesluit; • bouwadvisering in het kader van de Woningwet; • het aanwijzen van bedrijven als artikel 31plichtige van de Wet veiligheidsregio’s; • het optreden als buitengewoon opsporingsambtenaar; • het adviseren in het kader van milieuvergunningen.
• advisering in het kader van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving; • het aanwijzen van bedrijven als artikel 31-plichtige van de Wet veiligheidsregio’s; • het optreden als buitengewoon opsporingsambtenaar; • het adviseren in het kader van artikel 4.33 Omgevingsbesluit.
Het verzorgingsgebied van de regeling bestaat uit: • het haven- en industriegebied van de gemeente Rotterdam; • het grondgebied van de deelgemeenten Rozenburg, Hoogvliet en Pernis van de gemeente Rotterdam
Het verzorgingsgebied van de regeling bestaat uit: • het haven- en industriegebied van de gemeente Rotterdam, begrenst aan de westkant door de Noordzee, aan de noordkant door de Nieuwe Waterweg en Het Scheur, aan de oostkant tot en met de woonkern Pernis, MSC/Mantras aan de Eemhaven, Terminal en RST aan de Beatrixhaven, aan de zuidkant vanaf de Maasvlakte (Maasvlakte en de slufter vallen binnen het verzorgingsgebied) de N15, het Hartelkanaal, Hoogvliet, A15 tot aan de Remweg • de woonkernen Rozenburg, Pernis en Hoogvliet van de gemeente Rotterdam. • Het spoorwegemplacement Prorail op Waalhaven Zuid ten westen van de Remweg.
Het verzorgingsgebied is visueel weergegeven in een bij deze regeling gevoegde situatietekening.
Artikel 4, lid 6
Onder de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag voor het desbetreffende deel van het verzorgingsgebied ex artikel
Deelgemeenten zijn afgeschaft en het verzorgingsgebied is meer gedetailleerd opgeschreven.
Het verzorgingsgebied is visueel weergegeven in een bij deze regeling gevoegde situatietekening. Onder de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag voor het Artikel 173 Gemw. is desbetreffende deel van het verzorgingsgebied ex artikel 4 en 5 van vervangen door de Wet Veiligheidsregio’s, is de algemeen directeur van de artikelen 4 en 5 Wvr.
Artikel 5,
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond belast met de leiding van een operationele inzet.
Het algemeen bestuur van het O.L.G.B. bestaat uit 5 leden, inclusief de voorzitter. Elk lid vertegenwoordigt één stem, met uitzondering van de voorzitter, die twee stemmen heeft.
Het algemeen bestuur van het O.L.G.B. bestaat uit 5 leden, inclusief de voorzitter. Elk lid vertegenwoordigt één stem, met uitzondering van de voorzitter, die twee stemmen heeft.
In overeenstemming gebracht met artikel 13 Wgr.
a. De burgemeester van de gemeente Rotterdam is lid van het algemeen bestuur. b. Daarnaast wijst de gemeenteraad van Rotterdam uit haar midden, de voorzitter inbegrepen en uit de wethouders, een lid en een plaatsvervangende lid aan; c. het bestuur van de C.I.B.U.A. wijst uit haar midden drie leden en drie plaatsvervangende leden aan. Lid 3 De algemeen directeur van de VRR is de vaste adviseur van het algemeen bestuur.
En
Lid 2 Het algemeen bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar en overigens zo dikwijls als de voorzitter of tenminste twee leden het nodig oordelen. De algemeen directeur van de VRR is als vaste adviseur bij alle vergaderingen aanwezig.
De positie van de algemeen directeur van de VRR als vaste adviseur is ook opgenomen in artikel 5.
a.
de raad Rotterdam wijst uit hun midden, de voorzitter inbegrepen, twee leden en twee plaatsvervangende leden aan; b. het bestuur van de C.I.B.U.A. wijst uit haar midden drie leden en drie plaatsvervangende leden aan. Artikel 6,
En
173 van de Gemeentewet, is de algemeen directeur van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond belast met de leiding van een operationele inzet.
Lid 2 Het algemeen bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar en overigens zo dikwijls als de voorzitter of tenminste twee leden het nodig oordelen.
Lid 7 De VRR als bevoegd gezag over de publieke brandweer, kan een beroep doen op de GB voor inzet en uitrukken van capaciteit en materieel buiten het verzorgingsgebied van de GB. Hierover worden tussen de VRR en Gb operationele afspraken gemaakt”.
vervallen Lid 4. De algemeen directeur van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond wordt een kennisgeving van de vergaderingen van het algemeen bestuur toegezonden. Hij kan deze
Lid 7 toegevoegd als haakje in de Gr voor het maken van operationele afspraken tussen GB en VRR.
Toegevoegd de deelname van de algemeen directeur VRR als adviseur
vergaderingen bijwonen en heeft daarin een adviserende stem. Titel paragraaf 6
Inlichtingen, verantwoording en terugroeping
Artikel 15, lid 1
a. Het algemeen bestuur van het O.L.G.B. verstrekt aan de raad van Rotterdam en aan het bestuur van de C.I.B.U.A. de door één of meer leden van de raad of het bestuur van de C.I.B.U.A. gevraagde inlichtingen schriftelijk en zo spoedig mogelijk; […]
Inlichtingen, verantwoording, terugroeping, zienswijzen en inspraak a.
Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur van het O.L.G.B. verstrekken aan de raad van Rotterdam en aan het bestuur van de C.I.B.U.A. de door één of meer leden van de raad of het bestuur van de C.I.B.U.A. gevraagde inlichtingen en de inlichtingen die nodig zijn voor de uitoefening van de taken van de Raad Rotterdam en het bestuur van de C.I.B.U.A. schriftelijk en zo spoedig mogelijk;
Nieuwe titel ivm wijzigingen Wgr. In lijn gebracht met nieuwe artikel 17, tweede lid, Wgr i.h.k.v. actieve informatieplicht
[…] Artikel 15, lid 2
nieuw
Lid 2. a. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur van het OLGB verstrekken aan de algemeen directeur van de VRR schriftelijk een periodiek verslag over de uitvoering van de publieke brandweertaak in het verzorgingsgebied van de GB. b. De periodieken en informatie in de verslaglegging wordt in gezamenlijkheid tussen het OLGB en de VRR bepaald. De c. algemeen directeur van de VRR kan in bijzondere gevallen tussentijds, in afwijking van de periodieken, extra informatie opvragen die nodig is voor de uitoefening van de taken van de publieke brandweerzorg van de VRR.
Lid 2 is opgenomen In het kader van de verantwoording op basis van de opdrachtverlening van de VRR voor uitvoering van de publieke brandweerzorg aan de GB.
Artikel 15a
nieuw
Lid 1 Er zijn geen besluiten aangewezen waarover de raad Rotterdam of het bestuur van de C.I.B.U.A. een zienswijze naar voren kunnen brengen voorafgaand aan het nemen van het besluit, zoals bedoeld in artikel 10, vijfde lid, van de WGR.
In lijn gebracht met nieuwe artikel 10, vijfde lid, Wgr i.h.k.v. zienswijzen. De
Lid 2 Het algemeen bestuur kan indien het dat nodig acht een besluit voorafgaand aan het nemen van het besluit ter zienswijze voorleggen aan de raad Rotterdam en bepaalt in dat geval tevens de wijze waarop de zienswijze kan worden gegeven.
mogelijkheid wordt niet geopend.
Artikel 15b
nieuw
De mogelijkheid tot inspraak als bedoeld in artikel 10, zevende lid, van de WGR wordt niet geopend.
Artikel 18, lid 2
Ten aanzien van de controle op het geldelijk beheer en de administratie zijn de artikelen 213, 214 en 215 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
Het algemeen bestuur stelt regels vast voor over de controle en de audit op het geldelijk beheer en de administratie overeenkomst de artikelen 213 en 213a van de Gemeentewet.
Artikel 20, lid 2
Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting zes weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden aan de raad van Rotterdam en aan het bestuur van de C.I.B.U.A. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de gemeente Rotterdam voor eenieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de eventuele kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden aan de raad van Rotterdam en aan het bestuur van de C.I.B.U.A.
Artikel 35 Wgr schrijft een termijn van 12 weken voor.
De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de gemeente Rotterdam voor eenieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en het verkrijgbaar stellen wordt openbaar kennisgegeven.
Verwijzing naar 190 Gemw. vervangen door passage van dezelfde strekking.
De raad van Rotterdam en het bestuur van de C.I.B.U.A. kunnen omtrent de ontwerpbegroting het dagelijks bestuur van het O.L.G.B. van hun zienswijzen kenbaar maken. Indien hiervan
Toevoeging brengt artikel in lijn met
Artikel 20, lid 3
Artikel 20, lid 4
De raad van Rotterdam en het bestuur van de C.I.B.U.A. kunnen omtrent de ontwerpbegroting het dagelijks bestuur van
In lijn gebracht met nieuwe artikel 10, zevende lid, Wgr i.h.k.v. inspraak. De mogelijkheid wordt niet geopend. Artikel 213a Gemw. was hier abusievelijk niet genoemd. De artikelen 214 en 215 Gemw. zijn niet nodig om hier te noemen.
Artikel 20
het O.L.G.B. van hun zienswijzen kenbaar maken.
gebruik is gemaakt, stelt het dagelijks bestuur de raad Rotterdam en het bestuur van de C.I.B.U.A. voorafgaand aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over deze zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
artikel 35, vierde lid, Wgr.
Lid 1 Het algemeen bestuur kan een Vaste Commissie van Advies instellen, bestaande uit (minimaal) drie vertegenwoordigers namens de gemeente en (minimaal) drie vertegenwoordigers namens de C.I.B.U.A.
Lid 1 Het algemeen bestuur kan bij verordening bestuurscommissies instellen waaraan bevoegdheden van het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur worden overgedragen en waarbij de samenstelling van de bestuurscommissies geregeld wordt.
In lijn gebracht met de vaste praktijk; tevens is een expliciete grondslag gecreëerd in lid 4 voor een verplichte BCGB.
Lid 2 De Vaste Commissie van Advies geeft gevraagd en ongevraagd advies ten aanzien van de taken van het lichaam als bedoeld in artikel 4.
Lid 2 Het algemeen bestuur kan bij verordening vaste adviescommissies aan het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur of de voorzitter instellen.
Lid 3 Het algemeen bestuur kan nadere regels stellen ten aanzien van de werkwijze van de Vaste Commissie van Advies.
Lid 3 Het algemeen bestuur regelt de afstemming tussen de verschillende bestuurs- en adviescommissies, voor zover er meer dan een bestuurscommissie wordt ingesteld. Lid 4 Het algemeen bestuur stelt in elk geval een bestuurscommissie Gezamenlijke brandweer in. De samenstelling wordt bij verordening bepaald.
Artikel 21, lid 1
Voor 1 mei van elk jaar worden de jaarrekening en het verslag over het afgelopen kalenderjaar onder toevoeging van een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de jaarrekening, ingesteld door de, overeenkomstig artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet
Voor 30 april van elk jaar worden de jaarrekening en het verslag over het afgelopen kalenderjaar onder toevoeging van een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de jaarrekening, ingesteld door de, overeenkomstig artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet aangewezen deskundige en van hetgeen hij te zijner verantwoording dienstig acht, met alle
Wijziging brengt artikel in lijn met art 34b Wgr.
Artikel 23
aangewezen deskundige en van hetgeen hij te zijner verantwoording dienstig acht, met alle bijbehorende bescheiden ter voorlopige vaststelling aan het algemeen bestuur aangeboden.
bijbehorende bescheiden ter voorlopige vaststelling aan het algemeen bestuur aangeboden.
[…] Lid 3 Toetreding van een gemeente tot de regeling geschiedt door toezending van daartoe strekkende besluiten van burgemeester en wethouders en de raad van de desbetreffende gemeente aan het algemeen bestuur van het O.L.G.B. De toetreding gaat in op de eerste dag van de maand volgende na opname in het register van de gemeente Rotterdam, bedoeld in artikel 27, eerste lid van de Wgr.
[…] Lid 3 Toetreding van een gemeente tot de regeling geschiedt door toezending van daartoe strekkende besluiten van burgemeester en wethouders en de raad van de desbetreffende gemeente aan het algemeen bestuur van het O.L.G.B.
Lid 4 Uittreding van een gemeente of de C.I.B.U.A. geschiedt door toezending van de daartoe strekkende besluiten van burgemeester en wethouders en de raad van de desbetreffende gemeente of de C.I.B.U.A. aan het algemeen bestuur van het O.L.G.B. De uittreding gaat in op de eerste dag van de maand volgend na opname in het register van de gemeente Rotterdam, bedoeld in artikel 27, eerste lid van de Wgr.
De toetreding gaat in op de eerste dag van de maand volgende na bekendmaking van het besluit daartoe. Lid 4 Uittreding van de gemeente Rotterdam of de C.I.B.U.A. wordt beschouwd als opheffing van de regeling. Artikel 25 is dan onverkort van toepassing. Lid 5 Uittreding van andere bestuursorganen van publiekrechtelijke partijen geschiedt door toezending van de daartoe strekkende besluiten van het bevoegd bestuursorgaan van de uittredende partij aan het algemeen bestuur van het O.L.G.B. Lid 6 Het algemeen bestuur doet aan de deelnemende bestuursorganen een voorstel voor regeling van de gevolgen van de uittreding in een ontwerp-uittredingsplan waarbij de belangen van de partijen waarvan de bestuursorganen uittreden en van de achterblijvende partijen op evenwichtige wijze worden afgewogen.
Lid 3: Het register van art. 27 Wgr bestaat niet meer. Nb. het is voorstelbaar dat er geen andere publiekrechtelijke organen lid zullen worden, maar de regeling houdt het open. Lid 4: Wanneer gemeente Rotterdam of C.I.B.U.A. uittreden, valt de bestaansreden voor de GR GB weg. Omdat de regeling de mogelijkheid biedt dat ook andere publiekrechtelijke organen dan die van de gemeente Rotterdam. Lid kunnen worden zijn de leden 5 t/m 9 opgenomen om te voldoen aan de verplichting van artikel 9 Wgr.
Lid 7 De bestuursorganen die aan deze regeling deelnemen stellen met ten minste twee derde meerderheid het uittredingsplan vast. Lid 8 De uittreding gaat in op de eerste dag van de maand volgend na bekendmaking van het besluit daartoe. Lid 9 De berekenbare kosten die rechtstreeks het gevolg zijn van de uittreding, komen voor rekening van de uittredende partij. Indien er als gevolg van de uittreding personeleconsequenties zijn, dient daarvoor een sociaal statuut te worden vastgesteld.
Artikel 25, lid 2
De opheffing gaat niet eerder in dan met ingang van de dag De opheffing gaat niet eerder in dan met volgende op die, waarop het opheffingsbesluit door de ingang van de dag volgende op die, deelnemers is bekend gemaakt. waarop het opheffingsbesluit door de deelnemers is bekend gemaakt en is opgenomen in het register van de gemeente Rotterdam als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de Wgr.
Het register van art. 27 Wgr bestaat niet meer.
Artikel 29
Lid 1 De regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand, volgend op de maand waarop de goedkeuring door Gedeputeerde Staten heeft plaatsgevonden en waarin zij is opgenomen in het register van Gedeputeerde Staten als bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de Wgr.
De bepaling inzake inwerkingtreding is overbodig. Artikel 29 is nu een verplichte evaluatiebepaling ogv. Artikel 11a Wgr.
Lid 2
Lid 1 Op gemotiveerd verzoek van de raad Rotterdam en de algemene ledenvergadering van de C.I.B.U.A., wordt de regeling geëvalueerd. Lid 2 Na een verzoek, bedoeld in het eerste lid, stelt het algemeen bestuur vast op welke wijze de regeling wordt geëvalueerd. Lid 3 Het algemeen bestuur stelt na afloop van de evaluatie een evaluatieverslag vast en kan hierbij aanbevelingen doen. Het
B&W-Rotterdam zenden de regeling aan Gedeputeerde Staten.
verslag wordt verzonden aan de raad Rotterdam en de algemene ledenvergadering van de C.I.B.U.A.