CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb005697] Bijlage 1 behorende bij 24bb005696 over Ontwerpbestemmingsplan "Tweebosbuurt Oost"

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 18 september 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen22.129 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

ONTWERPBESTEMMINGSPLAN

Tweebosbuurt Oost

Tweebosbuurt Oost

Rotterdam

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.0599.BP2234Tweebosbuurt-on01

06-07-2023

concept

24-11-2023

ontwerp

projectnummer:

20221439

opdrachtleider:

L.C. Snel

vastgesteld

2

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Gekozen planopzet

7

1.3

Ligging en begrenzing

8

1.4

Vigerende bestemmingsplannen

8

Beleid

11

2.1

Rijksbeleid

11

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

12

2.3

Gemeentelijk beleid

14

Beschrijving van het plangebied

17

3.1

Historie

17

3.2

Cultuurhistorie

18

3.3

Planontwikkelingen

20

3.4

Huidig gebruik

21

Planbeschrijving

23

4.1

Projectbeschrijving

23

4.2

Parkeren

25

4.3

Cultuurhistorie

25

Omgevingsaspecten

27

5.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

27

5.2

Water

28

5.3

Verkeer en parkeren

33

5.4

Milieuzonering

34

5.5

Geluid

35

5.6

Luchtkwaliteit

35

5.7

Externe veiligheid

37

5.8

Bodem

40

5.9

Ecologie

41

5.10

Duurzaamheid en energie

42

5.11

Archeologie

43

5.12

Monumenten

43

Juridische planbeschrijving

47

6.1

Inleiding

47

6.2

Opzet van de planregels

47

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

3

Hoofdstuk 7

Handhaving

49

Hoofdstuk 8

Uitvoerbaarheid

51

8.1

Financiële uitvoerbaarheid

51

8.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

51

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Wateradvies

Bijlage 2

Watervergunning

Bijlage 3

Verkeersmodelberekening

Bijlage 4

Geluidrapport

Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek blok O1

Bijlage 6

Verkennend bodemonderzoek blok R

Bijlage 7

Saneringsverslag

Bijlage 8

Stikstofdepositieberekeningen

Bijlage 9

Ecologisch onderzoek

Bijlage 10

Mer-beoordelingsnotitie

Regels

75

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

77

Artikel 1

Begrippen

77

Artikel 2

Wijze van meten

80

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

81

Artikel 3

Groen

81

Artikel 4

Verkeer - Verblijfsgebied

82

Artikel 5

Wonen

83

Artikel 6

Waarde - Archeologie

85

Artikel 7

Waarde - Cultuurhistorie 2

87

Artikel 8

Waterstaat - Waterkering

88

Hoofdstuk 3

Algemene regels

91

Artikel 9

Anti-dubbeltelregel

91

Artikel 10

Algemene aanduidingsregels

91

Artikel 11

Algemene bouwregels

91

Artikel 12

Algemene gebruiksregels

91

Artikel 13

Algemene afwijkingsregels

91

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

93

Artikel 14

Overgangsrecht

93

Artikel 15

Slotregel

94

Bijlage bij de regels Bijlage 1

Staat van Bedrijfsactiviteiten

4

Toelichting

5

6

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De gemeente Rotterdam heeft overeenstemming bereikt met Hef Wonen over de herontwikkeling van de Tweebosbuurt. De vernieuwing van de Tweebosbuurt is noodzakelijk vanwege een combinatie van sociaaleconomische, woontechnische, bouwtechnische en stedenbouwkundige factoren. De herontwikkeling is deels mogelijk binnen de ruimte die het bestemmingsplan “Afrikaanderwijk” biedt. Voor een aantal delen geldt echter dat een aanpassing van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Het betreft hier de ontwikkeling van de woonblokken aan de Hilledijk, die bekend staat als O1, P3 en R. Dit document voorziet in een herziening van het bestemmingsplan voor deze blokken. Beroepsprocedure In 2021 is het bestemmingsplan 'Tweebosbuurt Zuid-Oost' vastgesteld. Tegen het raadsbesluit van 8 juli 2021 is beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State van 2 november 2022 is het bestemmingsplan vernietigd. Het bestemmingsplan was in strijd met de artikelen 7.16 en volgende van de Wet milieubeheer, omdat een vormvrije m.e.r.-beoordeling ontbrak. Daarnaast heeft de Afdeling aangegeven dat het onderdeel cultuurhistorie meer aandacht behoeft. Voorliggend bestemmingsplan betreft een reparatie van het vernietigde bestemmingsplan waarin de gebreken worden hersteld.

De bouwblokken R en P3 zijn onderdeel van het vernietigde bestemmingsplan Tweebosbuurt ZuidOost. Naast deze bouwblokken zijn ook bouwblok O1 en het aansluitende park meegenomen in het nieuwe bestemmingsplan. Naar aanleiding van overleg met de bewonersvereniging is verder besloten om een deel van het bouwblok langs de Putselaan te handhaven, wat als gevolg heeft dat de bouwhoogte daar minder hoog wordt dan in het eerdere plan. In totaal worden 260 woningen mogelijk gemaakt. Dit aantal van 260 woningen is overigens ook wat hoger dan eerder vastgelegd, om wat meer kleinere/betaalbare woningen te kunnen realiseren. De aanvulling met blok O1 en het behoud van enkele panden aan de Putselaan heeft ook gevolgen voor de hoeveelheid toe te laten niet woonfuncties (op de begane grond). Door het behoud van de bebouwing aan de Putselaan In het voorliggende plan wordt uitgegaan van 540 m2 in P3/het te behouden blok. In blok O1 is (maximaal) 900 m2 aan niet woonfuncties voorzien op de begane grond.

1.2

Gekozen planopzet

Dit bestemmingsplan biedt een juridisch-planologische regeling die voorziet in voldoende flexibiliteit om de geplande ontwikkeling en de beoogde buitenruimte te realiseren. De regeling geschiedt door middel van bindende planstukken, te weten de planregels en de verbeelding. Zij omvatten enerzijds een vertaling van de beleidsvoorwaarden (hoofdstuk 2) en anderzijds een juridisch kader voor de te realiseren ontwikkeling (hoofdstuk 6). De bindende planstukken worden nader onderbouwd met de toelichting op zowel de planregels als de verbeelding. Wat betreft de planopzet sluit het bestemmingsplan aan op de gangbare systematiek binnen de gemeente Rotterdam, en geldende bestemmingsplannen in de omgeving, met inachtneming van de standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen (SVBP 2012) en het Informatie Model Ruimtelijke Ordening (IMRO 2012).

7

1.3

Ligging en begrenzing

Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Riebeekstraat en aan de oostzijde door de Hilledijk. De zuidelijke grens van het plangebied wordt gevormd door de Putselaan en de westelijke grens betreft de Tweebosstraat. Figuur 1.1 geeft de ligging van het plangebied weer.

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: Arcgis luchtfoto 2022)

1.4

Vigerende bestemmingsplannen

Het geldende bestemmingsplan ter plaatse is 'Afrikaanderwijk'. Dit bestemmingsplan is op 16 augustus 2011 vastgesteld door de gemeenteraad en onherroepelijk sinds 28 februari 2012. Verder geldt ter plaatse het bestemmingsplan 'Parapluherziening Cultuurhistorie Afrikaanderwijk'.

8

Figuur 1.2: Uitsnede geldend bestemmingsplan met het plangebied in rood omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Binnen het plangebied bevinden zich nu de bestemmingen ‘Wonen - 1’, ‘Gemengd - 1’, ‘Groen’, ‘Tuin’ en ‘Verkeer - Verblijfsgebied’. Zowel de begrenzing van deze bestemmingen als de inhoudelijke juridische regeling, is gericht op de bestaande situatie. Daarmee is sprake van een conserverend bestemmingsplan, al is de locatie ook voorzien van een aanduiding 'Wijzigingsgebied - 3' en ‘Wijzigingsgebied - 4’ die B&W de mogelijkheid biedt de stedenbouwkundige situatie te wijzigen. De wijzigingsvoorwaarden zijn echter niet toereikend voor de gewenste nieuwe situatie. De bestemming ‘Wonen - 1’ is in hoofdzaak bedoeld voor al dan niet gestapelde woningen, plat afgedekt (met de daarbij behorende inpandige bergingen / garageboxen). De woningen mogen bestaan uit maximaal vier bouwlagen. Wat betreft het gebruik van de woningen zijn bedrijven aan huis toegestaan, mits de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft. De panden die gelegen zijn aan de zijde van de Putselaan (het uiterste zuiden van het plangebied), zijn voorzien van de bestemming ‘Gemengd - 1’. Ook deze panden zijn bestemd voor woningen (tot maximaal vier bouwlagen), maar hier zijn ook bedrijven (t/m categorie 1), detailhandel, kantoren en maatschappelijke voorzieningen toegestaan.

De bestemming is daarmee ruimer dan de woonbestemming. Beide bestemmingen tezamen zijn gelegen rond een binnenterrein wat is voorzien van de bestemming ‘Tuin’. Zoals deze bestemming reeds aangeeft zijn deze gronden in hoofdzaak bedoeld voor het gebruik als tuin. De bouwmogelijkheden zijn hier zeer beperkt. Wel zijn hier aan- en uitbouwen toegestaan tot maximaal 3 meter diep en een hoogte die is beperkt tot het vloerniveau (+30 cm) van de eerste verdieping. Verder zijn uitstekende delen aan gebouwen toegestaan, niet dieper dan 2,5 meter uit de gevel en ten minste 2,2 meter boven maaiveld. Aan de noordzijde van het plangebied is het plantsoen aan het Sol Plaatjeplein voorzien van een bestemming 'Groen'. Deze gronden zijn bedoeld voor groenvoorzieningen, voet- en fietspaden en bijbehorende voorzieningen zoals speelvoorzieningen.

9

Tot slot zijn de gronden buiten het woonblok voorzien van de bestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied’. Deze gronden zijn primair bedoeld als verblijfsgebied met bijbehorende bouwwerken zoals straatmeubilair, huisvuilcontainers, abri's en gebouwen voor openbaar nut, verkeer en vervoer. Daarnaast is sprake van de dubbelbestemmingen “Waarde - Archeologie” en “Waterstaat Waterkering”. Die dubbelbestemmingen zijn bedoeld om de archeologische potentie van de ondergrond, of de waterkerende functie te beschermen tegen ingrepen die mogelijk van negatieve invloed kunnen zijn. De beoogde ontwikkeling past niet binnen de regels van het geldende bestemmingsplan.

10

Hoofdstuk 2

Beleid

2.1

Rijksbeleid

2.1.1

Nationale omgevingsvisie (2020)

Nederland staat voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Het betreffen opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen en door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn de opgaven als volgt ingedeeld:  ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie;  verduurzamen van de economie en behouden van groeipotentieel;  sterker en leefbaarder maken van steden en regio's;  toekomstbestendig ontwikkelen van landelijk gebied. Toetsing Dit bestemmingsplan zet in op (her)ontwikkeling van binnenstedelijk gebied. Daarmee wordt met grondgebonden eengezinswoningen, beneden-bovenwoningen en appartementen met een levendige plint ingezet op een aantrekkelijk gebied om te wonen. Dit sluit aan bij de doelstelling uit de NOVI om primair binnen bestaande steden en stedelijke regio's locaties te zoeken om te wonen en te werken. 2.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2020)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de juridisch bindende vertaling van de Omgevingsvisie naar lagere overheden. Onder de vlag van de Omgevingswet wordt dit Besluit vervangen door zogenoemde instructieregels, maar vooralsnog geldt het Barro. Hiermee wordt de visie, waarmee op Rijksniveau een toekomstperspectief wordt geschetst, vertaald in bindende regels waar lagere overheden zich bij het opstellen en vergunnen van plannen aan te houden hebben. Voorbeelden van zaken die geregeld zijn in het Barro zijn Rijksvaarwegen, hoofdwegen, het 380 kV-netwerk, buisleidingen en militaire objecten. Toetsing Uit de kaarten behorend bij het Barro, komen ter plaatse van het plangebied geen beschermde objecten of structuren naar voren. Gelet op het bovenstaande is dit bestemmingsplan in lijn met het Barro. 2.1.3

Besluit ruimtelijke ordening (2017)

Uitbreiding of nieuwe functies zijn niet zonder meer mogelijk, omdat sprake moet zijn van 'zorgvuldig ruimtegebruik'. Ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, moeten daarom worden getoetst aan Artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet de behoefte worden beschreven. Bij stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied, moet worden gemotiveerd waarom deze niet binnenstedelijk gerealiseerd kunnen worden. Wel of geen stedelijke ontwikkeling De vraag bij de ladder voor duurzame verstedelijking is of de ruimtelijke ontwikkeling moet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in art. 3.1.6 lid 2 Bro. Uit jurisprudentie blijkt dat meer dan 11 woningen en andere stedelijke functies groter dan 500 m 2 bvo doorgaans worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking.

11

Wel of niet binnen bestaand stedelijk gebied In de algemene bepalingen van het Besluit ruimtelijke ordening (1.1.1 lid 1 onder h) is de volgende definitie opgenomen voor bestaand stedelijk gebied: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur". De beantwoording van de vraag of een plangebied als een bestaand stedelijk gebied kan worden aangemerkt, hangt volgens de Nota van toelichting (2017) af van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. Het begrip is in de jurisprudentie nader ingevuld. Toetsing Vooropgesteld wordt dat in de planregels van het huidige bestemmingsplan “Afrikaanderwijk” geen limiet is opgenomen ten aanzien van het toegestane aantal woningen. Daarom wordt in het kader van de ladder gekeken naar het werkelijke aantal in de huidige situatie voor de sloop; dit zijn nu 307 woningen. In het nieuwe bestemmingsplan wordt wel een limiet opgenomen. Dit betreffen maximaal 260 woningen, waardoor sprake is van een netto afname van 47 woningen. De beoogde ontwikkeling leidt bovendien niet tot een nieuw ruimtebeslag, ondanks de iets gewijzigde stedenbouwkundige opzet.

Daar waar de nieuwe stedenbouwkundige structuur iets afwijkt van de huidige bouwvlakken, is thans ook sprake van verharding. Daarnaast maakt de herontwikkeling deel uit van het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid. Gezien dit programma en de urgentie om de sociaal-economische problemen op te lossen, staat de vraag naar deze ontwikkeling niet ter discussie. Van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, zoals bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 Bro, is geen sprake.

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

2.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland en Omgevingsverordening (2023)

Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Toekomstige beleidsvernieuwing biedt kansen voor verbeteringen in Zuid-Holland. De provincie heeft hiervoor 7 vernieuwingsambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten; 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor; 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen; 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland; 5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving; 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit; 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. Voor het realiseren van maatschappelijke belangen wordt vanuit bovenstaande vernieuwingsambities gewerkt en vanuit opgaven in gebieden. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit wordt gewerkt vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid.

Per opgave zijn de beleidskeuzes aangegeven.

12

Omgevingsverordening Zuid-Holland Het provinciaal beleid wordt planologisch geborgd door de Omgevingsverordening. Deze is op 8 maart 2023 vastgesteld door Provinciale Staten. Hierin is onder andere de Ladder voor duurzame verstedelijking juridisch geborgd. Verder worden regels gesteld ten aanzien van (nieuwe) functies. Afdeling 6.2 van de Omgevingsverordening heeft betrekking op bestemmingsplannen. Het plangebied is in de Omgevingsverordening Zuid-Holland aangemerkt als bestaand stads en dorpsgebied. Eén van de speerpunten van het ruimtelijk beleid is om dit gebied beter te benutten. Het beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Tegelijkertijd is het streven om de leefkwaliteit van die bebouwde ruimte te verbeteren. Hierbij speelt de ladder voor duurzame verstedelijking een belangrijke rol. De provincie ziet graag dat deze ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten het bestaand stads- en dorpsgebied. Beleid ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit.

Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten:  De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meerdere of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied ('korrelgrootte') bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het 'laadvermogen' van een coulissenlandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder.  Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid.

Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied meer bijzonder of kwetsbaar is. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: 1. Inpassing. Dit betreft een gebiedseigen ontwikkeling, passend bij de schaal en aard van het landschap. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of de herstructurering van een woonbuurt. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de richtpunten. 2. Aanpassing. Dit betreft een ontwikkeling die niet past bij de aard of de schaal van een gebied en daarmee niet geheel past binnen de richtpunten. Voorbeelden zijn een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied, een nieuw landgoed en de verbreding van een provinciale weg.

De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief optimaal resultaat, Ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. 3. Transformatie. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. De ontwikkeling past niet bij de aard en schaal van het gebied. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en

13

bedrijventerreinen of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Conclusie provinciaal beleid ten aanzien van dit bestemmingsplan De beoogde ontwikkeling vindt plaats in het bestaand stads- en dorpsgebied, waarvoor geldt dat de ruimte beter benut moet worden. De beoogde herontwikkeling van het plangebied is hiermee niet in strijd. De woningen passen binnen de woningbouwbehoefte van de gemeente Rotterdam, die is aanvaard door het college van Gedeputeerde Staten. Daarnaast maakt de herontwikkeling deel uit van het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid. Gezien dit programma en de urgentie om de sociaaleconomische problemen op te lossen, staat de vraag naar deze ontwikkeling niet ter discussie. Omdat voor de herontwikkeling geen nieuw ruimtebeslag wordt geclaimd, past de herontwikkeling van het plangebied binnen de ladder voor duurzame verstedelijking en daarmee ook binnen het provinciaal beleid.

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1

Omgevingsvisie Rotterdam (2021)

De omgevingsvisie beschrijft de stedelijke koers voor de ontwikkeling van Rotterdam. Het is een nieuwe stadsvisie die richting geeft aan de verdere ontwikkeling van Rotterdam. Deze Omgevingsvisie vervangt de in 2007 vastgestelde Stadsvisie Rotterdam 2030. Tot de datum van invoering van de Omgevingswet krijgt de Omgevingsvisie de status van structuurvisie onder het huidige regime van de Wet ruimtelijke ordening. Hoofdlijn van de Omgevingsvisie is dat Rotterdam kiest voor goede groei. Groei die bijdraagt aan het welzijn van de inwoners, aan een duurzame samenleving en aan economische vooruitgang. Groei die het Rotterdamse rijke erfgoed en de identiteit ondersteunt en versterkt. De omgevingsvisie gaat uit van 5 langetermijndoelen (perspectieven): compact, inclusief, duurzaam, gezond, productief. Mede aan de hand daarvan worden in de omgevingsvisie vijf hoofdkeuzes benoemd waarmee invulling wordt gegeven aan de koers voor Rotterdam voor goede groei:  Rotterdam zet in op prettig leven in de delta: Rotterdam wordt een gezonde, groene en aantrekkelijke stad in de grotere metropoolregio om te wonen, werken, recreëren, sporten en bewegen.  Rotterdam gaat verstedelijken & verbinden. Er wordt verstedelijkt binnen de bestaande stad om de stad te versterken. Verstedelijking gebeurt vooral bij en rondom bestaand of nieuw hoogwaardig openbaar vervoer.

 Rotterdam zet in op vitale wijken met een divers aanbod aan woon- en werkruimte en passende maatschappelijke voorzieningen. Het moet niet uitmaken waar je opgroeit om dezelfde kans te hebben op goed onderwijs, een goede woning en passend werk. In de wijken komen een heleboel opgaven samen: deze worden in samenhang aangepakt om de wijken toekomstbestendig te maken.  Rotterdam zet de schouders onder de energie- en grondstoffentransitie: Er wordt gewerkt aan een stad die klimaatneutraal is en waar grondstoffen hergebruikt worden. Zo wordt een duurzaam Rotterdam gecreëerd met een bloeiende en innovatieve economie. Voor nu en toekomstige generaties.  Rotterdam vernieuwt het verdienvermogen: Rotterdam heeft een sterke economische uitgangspositie. Tegelijkertijd is Rotterdam, onder meer door zijn uitstekende (internationale) bereikbaarheid, een middelpunt van innovatie en van kennisintensieve dienstverlening. Er is een aantal gebieden waar meerdere grote opgaven bij elkaar komen en waar er tegelijkertijd kansen liggen om veel van onze stedelijke doelstellingen te realiseren. Deze strategische gebieden vragen om gebiedsspecifieke richtinggevende keuzes. Het betreft de binnenstad, Alexander tot en met Zuidplein en Rotterdam-Zuid. Voor de ontwikkeling van deze gebieden formuleert de omgevingsvisie enkele gebiedskeuzes.

Rotterdam maakt gezond leven voor alle inwoners in de stad mogelijk. Dit doen we door gezondheidsbevordering (stimuleren van gezond gedrag) en gezondheidsbescherming (bescherming

14

tegen negatieve externe effecten, zoals slechte luchtkwaliteit en geluidsbelasting). Woningen hebben een gezond binnenklimaat en bestaan uit gezonde (bouw)materialen. De gemeente zet zich in op een betere en gezonde levensverwachting voor Rotterdammers in alle gebieden. De ruimtelijke keuzes dragen hieraan bij. Zo nodigt de fysieke leefomgeving Rotterdammers uit tot een vitaler leven door meer te spelen, bewegen en sporten. In en rondom de gezonde stad is voldoende biodiversiteit. Toetsing In de Omgevingsvisie zijn focuswijken voor stedelijke vernieuwing aangegeven. Een groot deel van de Rotterdammers kan de opgaven in het kader van het toekomstbestendig maken van de eigen woning aan. In een aantal gebieden overstijgt de aard van de opgave echter de mogelijkheden van eigenaren. Stapeling van opgaven in sociaal kwetsbare wijken zet deze gebieden onder druk. In de focuswijken voor stedelijke vernieuwing is initiatief en regie vanuit de gemeente nodig. Ook zijn middelen nodig om de forse deels onrendabele investeringen te kunnen doen. In deze focuswijken is een aanpak nodig om te komen tot ingrijpende woningverbetering en verduurzaming door midden van renovatie, modernisering, transformatie of vervanging. De herstructurering van dit gebied is onderdeel van deze aanpak.

2.3.2 Woonvisie Rotterdam, koers naar 2030, agenda tot 2020 (2016, addendum thuis in Rotterdam 2019) De in december 2016 vastgestelde Woonvisie verwoordt de ambities om van Rotterdam een aantrekkelijke woonstad te maken voor iedereen. Centraal in de opgave staat het beantwoorden van de groeiende vraag naar wonen in Rotterdam. Onlosmakelijk daaraan verbonden is de noodzaak om een betere balans in de woningvoorraad te creëren, de kwaliteit van woningen en woonmilieus te versterken en te borgen dat het voor iedereen en op een dagelijkse basis goed wonen is in de stad. In de Woonvisie zijn drie hoofddoelen en daarbij horende prioriteiten gesteld:  Meer aantrekkelijke woonmilieus realiseren door: 1. de toenemende woningvraag van huishoudens met een modaal of hoger inkomen, sociale stijgers en young potentials te accommoderen, 2. te zorgen voor een meer gedifferentieerd woningbestand in gebieden waar dit nu nog eenzijdig is en waar de kwaliteit van het wonen onder druk staat, en 3. woonmilieus versterken, met een duidelijke profilering en aandacht voor kindvriendelijkheid.  Zorgen voor een woningvoorraad met toekomstwaarde door: 1. een goede woningkwaliteit te realiseren in de nieuwbouw en bestaande voorraad, 2. ruimte voor tijdelijkheid, flexibiliteit, innovatie en experiment te bieden, en 3. energiezuinig en milieuvriendelijk wonen te bevorderen.

 De basis op orde houden door: 1. het borgen van voldoende aanbod van goedkope huurwoningen, 2. betaalbaarheidsproblemen aan te pakken bij de bron en met toepassing van maatwerk, 3. goed zelfstandig wonen voor iedereen mogelijk te maken, 4. toe te zien op goed verhuurschap en een transparante woningmarkt, en 5. woningeigenaren en bewoners aan te spreken op hun verantwoordelijkheid voor een ongestoord woongenot in en om de woning. De Woonvisie is een visie op hoofdlijnen en doet geen gebiedsgerichte uitspraken. Het betreft tevens een instrumentele uitwerking van de Stadsvisie op het onderwerp wonen op de korte termijn. De Woonvisie richt zich op acties in de huidige woningmarkt, binnen de kaders van het collegeprogramma, om zo de ambitie van de Stadsvisie te helpen realiseren. Conclusie gemeentelijk beleid ten aanzien van dit bestemmingsplan Dit bestemmingsplan is erop gericht om binnen het plangebied een woningontwikkeling mogelijk te maken waarbij wordt voldaan aan de behoefte naar meer kwalitatief hoogwaardige woningen in dit deel van Rotterdam. De vraag naar deze woningen staat dan ook niet ter discussie en de ontwikkeling leidt ertoe, dat de woningvoorraad in deze buurt meer gevarieerd wordt.

15

16

Hoofdstuk 3

Beschrijving van het plangebied

3.1

Historie

3.1.1

Bewoningsgeschiedenis

De ondergrond van het plangebied bestaat uit kom- en oeverafzettingen op een afwisseling van Hollandveen en Afzettingen van Gorkum. Door de Nieuwe Maas heeft diepe erosie plaatsgevonden. De geologische opbouw van het gebied is echter niet in detail bekend. Tijdens de aanleg van de nabijgelegen Willemsspoortunnel zijn door het BOOR in dergelijke erosieafzettingen vondsten gedaan. Het gaat daarbij om aardewerk uit het Neolithicum (5300-2000 voor Chr.), de Ijzertijd (800 voor Christus-begin jaartelling), de Romeinse tijd (begin jaartelling- 350 na Christus) en de Middeleeuwen (8ste-12de eeuw). Het toont aan dat de oevers van de Maas vanouds aantrekkelijk waren voor bewoning. Het Maasmondgebied heeft zwaar te lijden gehad van overstromingen aan het einde van de 12 de eeuw. Mogelijk is het gebied van Feyenoord bij het (her)bedijken van het verloren gegane gebied buiten de toen ontstane Riederwaard komen te liggen. De Riederwaard zelf ging in 1373 ten onder. In het plangebied vonden vanaf de 15de eeuw (Hillepolder en Varkenoordsepolder) herbedijkingen plaats. Het Zwaansgat zou in 1373 gevormd kunnen zijn. In de 17de eeuw wist men nog te vertellen dat bij het uitgraven van sloten bij de Hille en Varkensoord boomstronken werden opgedolven "alsmede sware moppen, daer men wil seggen eertijdts een clooster gestaen zoude hebben".

Dat dit niet denkbeeldig hoeft te zijn, bewijzen de diverse opgegraven funderingen van gebouwen uit de periode vóór 1373 op het eiland IJsselmonde, zoals bijvoorbeeld de kasteelfunderingen in Oud-Charlois en bij Ridderkerk. 3.1.2

Afrikaanderwijk

In de jaren zeventig en begin jaren tachtig werd met name ingezet op woningrenovatie om betaalbare woningen voor gezinnen in de wijk te behouden. Omdat de bebouwing relatief beter van kwaliteit was dan in andere stadsvernieuwingswijken was grootschalige sloop niet noodzakelijk. Binnen de stedenbouwkundige structuur werden veel woningblokken verbouwd en opgeknapt door de toevoeging van dakopbouwen ('dakdozen') en balkons, het plaatsen van dakramen en de vervanging van houten voor kunststof kozijnen. De vernieuwing van Afrikaanderwijk is afgelopen jaren een derde fase ingegaan met de herontwikkeling van de Kop van Zuid en het spoorwegemplacement tot de woonwijk Parkstad. De voormalige havengebieden aan de rand van de Afrikaanderwijk worden herontwikkeld tot stedelijke woonmilieus voor gemengd publiek. In deze ontwikkeling wordt ook het plangebied meegenomen om tot een aaneengesloten buurt te komen. 3.1.3

Ruimtelijke structuur

De buurt tussen Paul Krugerstraat en Putselaan Het wijkdeel tussen de Paul Krugerstraat en Putselaan kwam tussen 1900 en 1925 tot stand. De rigide structuur van het stratenpatroon, op het ritme van de poldersloten, is in dit deel het best ervaarbaar. Lange straatwanden met gesloten bouwblokken kenmerkten oorspronkelijk de bebouwing. Voorzieningen en fabrieken waren ingepast binnen de bouwblokkenstructuur. Bij de stadsvernieuwing in de jaren zeventig en tachtig is de bouwblokkenstructuur gehandhaafd. Pas in de jaren negentig is de structuur doorbroken met de nieuwbouw van appartementencomplexen aan het Afrikaanderplein en de Christiaan de Wetstraat (DKV architecten, 1993) en de Nelson Mandelschool aan de Martinus Steijnstraat

17

Brede Hilledijk-Hilledijk De (Brede) Hilledijk vormde van oorsprong de dijk die de Hillepolder scheidde van het eiland Feyenoord. In het uitbreidingsplan van 1903 kreeg de waterkering een functie als hoofdverkeersroute. De aanduiding Brede Hilledijk kwam waarschijnlijk door het brede profiel dat het dijklichaam in dit deel van de wijk kreeg. Over de weg liep aanvankelijk ook een bundel van sporen die de havengebieden verbond met het goederenemplacement en de Zuiderspoorlijn. Na de Watersnoodramp in 1953, waarbij ook Afrikaanderwijk onder water kwam te staan, werd in 1960 de (Brede) Hilledijk opgehoogd. Door het dijklichaam in de middenberm wordt de ervaring van de dijk als barrière tussen de Hillekop en zuidelijk deel van Afrikaanderwijk versterkt. De Hilledijk aan de oostgrens van de wijk heeft een smaller profiel. De dijk kenmerkte zich door zijn asymmetrisch profiel, met aan de westzijde (de wijkzijde) bebouwing en aan de oostzijde een onbebouwd terrein. Hier lag tot ca. 2010 het goederenemplacement en rangeerterrein en van de Staatsspoorwegen en RET. Putselaan De Putselaan werd voor het eerst getekend op het 'Ontwerp voor de Maashaven en de omringende straten' van directeur Gemeentewerken G.J. de Jongh uit 1895. De laan was gedacht als het verlengde van de Brielselaan en Doklaan en verbond het oude dorp Hillesluis met de nieuwe wijken.

Het deel van de Putselaan dat de begrenzing vormt van Afrikaanderwijk kenmerkt zich door een breed en groen profiel en gevelwanden van drie tot vijf bouwlagen hoog. De overgebleven oorspronkelijke woningbouw met erkers op de verdiepingen herinnert nog aan de het idee van de Putselaan als woonstraat voor de gegoede burgerij. Door de grootschalige nieuwbouw ontbreekt het de route aan een uitgesproken historisch karakter.

3.2

Cultuurhistorie

In 2019 is de Cultuurhistorische verkenning van de Afrikaanderwijk vastgesteld (16 april 2019 19bb12849), waarin de ontwikkeling van dit stadsdeel vanaf het begin van de 20e eeuw uitgebreid beschreven, geanalyseerd en gewaardeerd wordt. Hierin is de ontwikkeling van Parkstad genoemd, maar wordt de al vastgestelde ontwikkeling van het plangebied niet benoemd.

18

Uitsnede waarderingskaart Cultuurhistorische Verkenning Afrikaanderwijk 2019 3.2.1

Beeldbepalende panden

In het plangebied Tweebosbuurt zijn een aantal objecten gewaardeerd als beeldbepalend.  Gevelwand Martinus Steijnstraat 10, Hilledijk 155-203, Hilledijk 183-185 en Hilledijk 223-227.  Gevelwand op de kop Hilledijk-Putselaan-Tweebosstraat, Putselaan 5-15, Hilledijk 247 en Tweebosstraat 122.

19

3.2.2

Structuren

De kwaliteiten van de Tweebosbuurt worden benoemd als de structuur van het stratenpatroon en het groene dijkprofiel met architectonische hoogwaardige bebouwing. Ook wordt het hoogteverschil tussen het ensemble van het spoorwegemplacement en de Afrikaanderwijk als een historische begrenzing aangewezen.

3.3

Planontwikkelingen

3.3.1

Stedenbouwkundig Plan Parkstad/Afrikaanderwijk

Met de vaststelling van het Stedenbouwkundig Plan Parkstad/Afrikaanderwijk is in 2009 begonnen met de ontwikkeling van het spoorwegemplacement en omliggende gebieden. Parkstad vormt de ontbrekende schakel tussen de Kop van Zuid, Feijenoord en de Afrikaanderwijk, waardoor dit deel van Rotterdam Zuid omgevormd wordt van een lappendeken aan buurten tot een coherent en divers stadsdeel. Een verbindend stratenpatroon, een reeks buurtparken en het gesloten bouwblok als bouwsteen moeten ervoor zorgen dat de Afrikaanderwijk en Feijenoord zowel ruimtelijk als functioneel sterk met elkaar worden verbonden. Met het stedenbouwkundig plan Parkstad is de ambitie neergezet om de verbinding te maken tussen de bestaande stedenbouwkundige structuur en de nieuwbouw.

20

3.4

Huidig gebruik

In 2018 is met de vaststelling van de Samenwerkingsovereenkomst (SOK) besloten tot de herontwikkeling en sloop van de Tweebosbuurt, wat in 2021 tot uitvoering is gebracht. Hiermee zijn een groot deel van de woningen en voorzieningen gesloopt om de herontwikkeling van de wijk en het Stedenbouwkundig Plan Parkstad/Afrikaanderwijk mogelijk te maken. 3.4.1

Wonen

De voorheen binnen het plangebied aanwezige woningen waren grotendeels eigendom van Vestia, tegenwoordig Hef Wonen. Een klein deel van de woningen was en is nog altijd in privaat eigendom. Enkele woningen zijn door de gemeente verworven. Het pand Tweebosstraat 98 is nog in privaat eigendom en wordt geflankeerd door enkele leegstaande panden. In de kop van blok P3 bevinden zich nog woningen boven de commerciële ruimtes. In dit blok is Putselaan 9-11 nog in privaat bezit. De bouwhoogte in het plangebied varieerde van twee bouwlagen met kap tot vijf bouwlagen met een platte afdekking. De bouwblokken waren nagenoeg gesloten en hadden aan de binnenzijde privétuinen. Achter de kop in blok P3 was het bouwblok open om lucht te geven voor de smalle binnentuinen. 3.4.2

Voorzieningen

In de plint van blok P3 bevinden zich nog enkele bedrijfsruimten, mede bedoeld voor horeca op de kopse zijden. De horecagelegenheid op de hoek van Martinus Steijnstraat/Hilledijk is inmiddels gesloopt. Ook waren er enkele kleine ruimten langs de Martinus Steijnstraat die niet altijd gebruikt werden. Deze zijn ook inmiddels gesloopt. 3.4.3

Verkeer en Parkeren

Het parkeren in de Tweebosbuurt bevond zich op straat, met smalle straten met veel auto's als gevolg. In de huidige situatie parkeren de overige gebruikers nog altijd op straat. Aan de Hilledijk zijn er twee straten, een op het niveau van Parkstad en een op het niveau van de Tweebosbuurt. Deze dubbele structuur neemt veel ruimte voor groen in beslag. De Martinus Steijnstraat loopt vanaf de Hilledijk tot aan de Johannes Brandstraat en na een knip helemaal door tot aan de Putselaan. Hiermee is het een doorgaande route door de wijk. De Tweebosstraat is een smalle eenrichtingsweg met parkeren aan beide zijden.

21

22

Hoofdstuk 4

Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het voornemen. Alvorens in te gaan op de beoogde nieuwe situatie, wordt eerst aandacht besteed aan de bestaande situatie en het huidig gebruik.

4.1

Projectbeschrijving

Parkstad als passtuk Een van de uitgangspunten uit het Stedenbouwkundig Plan Parkstad (2009) voor de ontwikkeling van de Tweebosbuurt is om de Afrikaanderwijk beter te verbinden met haar omgeving en de ruimtelijke, sociaal-economische en gevoelsmatige barrière werking van de Hilledijk zo veel mogelijk op te heffen. Dit is door middel van wijzigingsbevoegdheden vastgelegd in het bestemmingsplan Afrikaanderwijk uit 2012. Parkstad is ontworpen als een passtuk tussen de verschillende omliggende wijken en verbindt de Afrikaanderwijk met Feijenoord en de Kop van Zuid. Door goede verbindingen te realiseren en de bebouwing aan beide zijden aan te sluiten op de dijk, wordt de lappendeken aan buurten tot een samenhangend en divers stadsdeel gemaakt. De Hilledijk wordt in plaats van een barrière, een verbinder en vormt de ruggengraat tussen Parkstad en de Tweebosbuurt/Afrikaanderwijk. Deze doelstelling is ook verankerd in de ambities van het NPRZ voor de wijk, o.a. opgenomen in het Handelingsperspectief Afrikaanderwijk uit 2013. Een succesvol voorbeeld van een dwarsverbinding is het doortrekken van de Paul Krugerstraat naar de Laan op Zuid die heeft geleid tot een aanzienlijke verbetering in de relatie tussen dit deel van de Afrikaanderwijk en de Laan op Zuid en verder.

In groter verband is de Hilledijk onderdeel van een groene zone die loopt van Katendrecht, via de Afrikaanderwijk naar Hillesluis en verder naar het zuiden. De aanpassingen aan het stratenpatroon, de dwarsverbindingen, de nieuwe buurtparken en de compositie van de gesloten bouwblokken vormen samen de verbindende factoren die van de Afrikaanderwijk en Parkstad een samenhangend geheel maken. Hilledijk als verbinder Om de barrière werking van de Hilledijk op te heffen wordt het maaiveld aan de zijde van de Afrikaanderwijk opgehoogd. De Hilledijk krijgt daarmee aan beide zijden gelijkwaardige bebouwing. De straten worden vanuit de Afrikaanderwijk doorgetrokken over de Hilledijk en sluiten aan op de Laan op Zuid. Het hoogteverschil wordt met een helling in de straten opgelost. Tegelijkertijd worden de blokken aan de Hilledijk naar de dijk toe verbreed, waardoor de woonkwaliteit in de bouwblokken verbeterd wordt. Hierdoor schuift de structurerende wand aan de kant van de Tweebosbuurt 12 meter op en komt op hoogte aan de Hilledijk te liggen. Hierdoor verdwijnt de kenmerkende bomenrij, maar doordat de dubbele verkeersstructuur vervangen wordt door een enkele, ontstaat ruimte voor nieuwe groen. Zo ontstaat een nieuwe, verbindende groene ruimte die beide buurten op een gelijkwaardige manier met elkaar verbindt.

Parkstad wordt door deze samensmelting van buurten het nieuwe gezicht van de Afrikaanderwijk aan de Laan op Zuid. Inspelend op de cultuurhistorische context wordt een ruimtelijk/architectonisch verschil gemaakt tussen de bebouwing van Parkstad en die van de Tweebosbuurt. In Parkstad worden de blokken gerealiseerd als herinterpretatie van het gesloten bouwblok, met meer ontwerpvrijheden. In de Tweebosbuurt reconstrueren we het oorspronkelijke gesloten bouwblok en komen meer historische elementen terug in de bebouwing. De bouwblokken in de Tweebosbuurt bestaan uit 3 tot 4-laagse bouwblokken, met blok O1 als uitzondering hierop met 6 bouwlagen, verbijzonderde hoeken, een ensemblering in de gevel met verschil in ritmiek, verdiepingshoogtes en parcellering. De wijk behoudt het karakteristieke stratenpatroon gebaseerd op de onderliggende (langgerekte) polderstructuur. Hiermee blijft het kenmerkende karakter van de Tweebosbuurt als oude stadswijk intact. In Parkstad is meer ruimte voor verschillen in architectuur en bouwhoogte, met torens als hoogte accenten. De bouwblokken krijgen daarbij ook een meer moderne uitstraling. Bouwblokken Het voorliggende bestemmingsplan bevat de blokken P3, R en O1 en het parkje (Sol Plaatjeplein) ten noorden daarvan. In de drie blokken worden in totaal maximaal 260 woningen mogelijk gemaakt. 23

Figuur 2.2: Uitsnede plangebied De nieuwbouw in de Tweebosbuurt bestaat uit relatief lage blokken van in de basis vier lagen, gesloten hoeken, een pandsgewijze opbouw met een relatief kleine schaal, en een heldere openbare ruimte van stadsstraten. Hiermee blijft de oude stadswijk herkenbaar en wordt een verdere verbrokkeling van de historische structuur voorkomen. Een nieuw park aan de Hilledijk en een nieuwe dwarsstraat tussen de De la Reystraat en de Hilledijk vormen de aanvullingen op de oude structuur om lucht te geven in de lange smalle straten. Een afwisseling in bouwhoogte geeft ritmiek aan de gevelwand en zorgt daarmee voor een interessant en afwisselend straatbeeld. Een bouwplan moet voor de blokken nog worden uitgewerkt en het bestemmingsplan is dan ook alleen bedoeld om daar de juridische kaders voor te bieden. Het plan voorziet hoofdzakelijk in een woonfunctie met gemengde woningtypen; appartementen en eengezins- en beneden-bovenwoningen met een entree aan de straat. Niet-gebruiksfuncties als bergingen, techniekruimten, stallingen, opslag en dergelijke mogen niet leiden tot blinde gevels aan de straatgevel en liggen idealiter in het binnengebied of worden geïntegreerd in de bebouwing. Blok P3 ligt op een prominente locatie en vormt vanaf de Putselaan één van de toegangen tot de Afrikaanderwijk en Parkstad.

Vanwege deze beeldbepalende ligging, waar diverse zichtlijnen en loopstromen samenkomen, moet de plint hier een levendige uitstraling krijgen. Dit kan zowel gerealiseerd worden door commerciële/maatschappelijke functies als door een woonfunctie op de begane grond. Door het behoud van de bebouwing langs de Putselaan worden oud en nieuw letterlijk met elkaar verbonden.

24

Zoals aangegeven voorziet het bestemmingsplan in de mogelijkheid om afwisselende bouwhoogtes te creëren. Zo zijn gebouwen van drie en vier bouwlagen zondermeer mogelijk tot een hoogte van 15 meter. Het bouwblok O1 staat een maximum bouwhoogte van 20 meter toe. Het bestemmingsplan staat de realisatie van maximaal 260 woningen toe, waarvan 75 binnen blok P3, 100 binnen blok R en 85 woningen binnen blok O1. De woningen kunnen bestaan uit grondgebonden eengezinswoningen of zogenaamde beneden-bovenwoningen/appartementen. Daarover zijn in het bestemmingsplan geen specifieke regels opgenomen. Op de begane grond worden ook niet woonfuncties, waaronder maatschappelijke functies en daghoreca toegestaan, in blok O1 maximaal 900 m2 en in blok P3 maximaal 540 m2.

4.2

Parkeren

Vanaf 1 januari 2022 is de nieuwe parkeernorm in Rotterdam van kracht gegaan onder de naam 'Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022'. Het bestemmingsplan ligt in Zone A - Hoogstedelijk gebied. Voor het ontwerp van het gebouw moet de nieuwe norm worden gehanteerd; binnen deze norm kan worden gekeken naar vrijstellingen die verder worden beschreven in het beleidsdocument. In de planregels is daartoe een voorwaardelijke verplichting opgenomen. De toetsing aan de parkeernormen vindt plaats op grond van het uiteindelijk te realiseren bouwplan.

4.3

Cultuurhistorie

De ontwikkeling van het plan is een logisch vervolg op de vaststelling van de Samenwerkingovereenkomst in 2018, waarin is overgaan tot ontwikkeling van de Tweebosbuurt. Met de samenwerkingsovereenkomst is besloten tot sloop van de woningen van Vestia en aankoop van particuliere woningen om het Stedenbouwkundig plan uit te voeren. Tijdens het vaststellen van de Cultuurhistorische verkenning in 2019 was dit bekend. Wel zijn enkele aanpassingen aan het stedenbouwkundig plan gedaan om cultuurhistorische waarden te beschermen. Historische panden Putselaan De historische panden aan de Putselaan in blok P3, tussen de Hilledijk en de Tweebosstraat, zijn nog niet gesloopt en krijgen een bescherming tegen sloop middels de dubbelbestemming “waarde cultuurhistorie 2'. Met het behoudt van dit complex wordt een bijzonder deel van de Tweebosbuurt behouden dat nog (grotendeels) onaangetast over is gebleven van de vooroorlogse woningbouw. De erker boven de entree van Putselaan 5, de detaillering in het metselwerk en de dakopbouw van de hoek van de Putselaan 15 zijn voorbeelden van verbijzonderingen van deze panden. Door behoud van deze panden wordt een letterlijke verbinding met de geschiedenis gemaakt, een stukje historie tussen alle nieuwbouw die over de jaren aan de Putselaan plaats heeft gevonden.

Een herinnering aan wat ooit was en daarmee ook een verbijzondering die de Afrikaanderwijk op de kaart zet. Bijzondere elementen Als tweede link naar de cultuurhistorie worden in blok R twee bijzondere historische elementen teruggeplaatst. Het tableau dat aan de Martinus Steijnstraat hing, krijgt in de herontwikkeling opnieuw een plek in het bouwblok. Ook wordt de gevel en dakconstructie van het historische pand Hilledijk 183-185 met de kenmerkende kopjes, metselwerkdetails en ronde dakkapellen opgenomen in het nieuwe bouwblok. De gevel en dakconstructie worden in de nieuwe rooilijn geplaatst.

25

Dijkprofiel Met de ontwikkeling van het plan verdwijnt een groot deel van het huidige groene dijkprofiel en het hoogteverschil tussen het spooremplacement en de Tweebosbuurt. In het deel tussen de Paul Krugerstraat en de Blok O1, blijft het dijkprofiel met bomen echter wel behouden. Hier is de structuur die sinds 1960 bestaat nog altijd zichtbaar en zullen ook enkele bomen in stand worden gehouden. Langs de blokken O1, R en P3 wordt het groene dijkprofiel teruggebracht op de dijk door een groene zone met gras en bomen tussen de blokken en de straat aan de zijde van Parkstad. Beeldkwaliteitsparagraaf Als antwoord op de motie 'Bouwen met karakter in de Tweebosbuurt' is in 2020 de beeldkwaliteitsparagraaf Tweebosbuurt opgesteld waarin specifieker wordt ingegaan op de cultuurhistorie en beeldkwaliteit in de Tweebosbuurt. Dit document vormt een belangrijke basis voor de Nota's van Uitgangspunten voor de bouwplannen in Tweebosbuurt. Onderdelen die terugkomen zijn het behoud van de stedenbouwkundige structuur met lange straten gebaseerd op de onderliggende polderstructuur, het bouwen in gesloten bouwblokken en een verdeling tussen een meer ingetogen binnenwerk in de smalle straten en meer verbijzondering in de bebouwing aan de buitenzijde van het totale stedenbouwkundige ensemble.

De hoeken van de bouwblokken worden verbijzonderd en afgeschuind waardoor er pleintjes ontstaan op de kruisingen. Ook wordt ingegaan op materialisering, detaillering in het metselwerk, dakvormen en uitlijning van ramen en deuren. Door de beeldkwaliteitsparagraaf als uitgangspunten te nemen in de nota's van uitgangspunt voor de bouwplannen wordt een verbinding tussen de nieuwbouw en de cultuurhistorische waarden gemaakt. Conclusie cultuurhistorie In het plan zijn een aantal gewaardeerde objecten en structuren uit de Cultuurhistorische verkenning niet opgenomen, zoals hierboven beschreven. Hiermee wordt afgeweken van de Cultuurhistorische verkenning, zoals bij vaststelling hiervan ook al bekend was. Met de afronding van dit plan wordt de ontwikkeling die in 2009 is gestart afgemaakt. Het oosten van de Afrikaanderwijk wordt beter verbonden met de omgeving en de ontwikkeling van Parkstad raakt niet geïsoleerd van zijn omgeving. De ruimtelijke en sociaal-economische voordelen van het plan wegen op tegen het verdwijnen van een deel van de cultuurhistorische waarden.

26

Hoofdstuk 5 5.1

Omgevingsaspecten

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Toetsingskader In de Wet milieubeheer en het bijbehorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is wettelijk geregeld voor welke projecten en besluiten een vorm van mer-verplichting geldt. De gebiedsontwikkeling is een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals opgenomen in categorie D 11.2 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Dit betekent dat in het kader van het bestemmingsplan sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht waarbij het bevoegd gezag (in dit geval de gemeente Rotterdam) moet beoordelen of er belangrijke negatieve milieugevolgen kunnen optreden die aanleiding geven voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure. Onderzoek De ontwikkeling wordt gezien als een stedelijke ontwikkelingsproject (categorie D 11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r.). De drempelwaarden van deze categorie worden overschreden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aangesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte omvat van 200.000 m2 of meer. Daarvan is met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake. Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die de genoemde drempelwaarden niet overschrijden toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu.

Gezien de wettelijke verplichtingen en jurisprudentie is het tevens belangrijk om kritisch te kijken naar de afbakening van het stedelijk ontwikkelingsproject. Uitgangspunt is dat samenhangende ontwikkelingen worden beschouwd als één stedelijk ontwikkelingsproject waarbij ook de milieugevolgen in samenhang worden beschouwd. In de directe omgeving zijn er meerdere ruimtelijke ontwikkelingen voorzien. Deze ontwikkelingen hebben weliswaar geen ruimtelijke of projectmatige samenhang met de ontwikkeling van de Tweebosbuurt, maar kunnen wel van invloed zijn op de milieusituatie binnen het studiegebied. In de m.e.r.-beoordeling is daarom een grotere plangebied meegenomen om de effecten ook in samenhang te beoordelen. Het plangebied voor de m.e.r.-beoordeling is in figuur 4.4 weergegeven.

27

Figuur 4.4 Ontwikkelingen in de omgeving en begrenzing plangebied voor de m.e.r.-beoordeling roze gemarkeerd Uit de m.e.r.-beoordelingsnotitie in bijlage 10 blijkt dat gelet op de kenmerken van het project, de locatie en de kenmerken van de potentiële effecten geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. In het kader van dit bestemmingsplan is dan ook geen uitgebreide plan- of project m.e.r.beoordelingsprocedure noodzakelijk. Het bevoegd gezag zal voorafgaand aan de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan een m.e.r.-beoordelingsbeslissing nemen.

5.2

Water

Toetsingskader De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het uitvoeren van een watertoets betrekt de waterbeheerders actief bij ruimtelijke besluitvormingsprocessen en geeft water een duidelijke plek binnen de ruimtelijke ordening. Het plangebied ligt binnendijks en behoort tot het beheergebied van het waterschap Hollandse Delta. Uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is dat deze voldoen aan het waterbeleid. Dit is vastgelegd in diverse beleidsdocumenten van Europees (Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) tot gemeentelijk niveau (Waterplan 2). Ook het waterschap heeft zijn eigen beleid. Dit is vastgelegd in het Waterbeheerprogramma 2016-2021. Dit programma bestaat uit een statisch en een dynamisch deel. Het statisch deel bevat de doelen die het waterschap wil bereiken, zowel op de lange termijn als voor de planperiode. Het dynamisch deel bevat de maatregelen die nodig zijn om de doelen uit het statisch deel te realiseren. Het plan bevat doelen en maatregelen voor de thema’s Calamiteitenzorg, Water en Ruimte, Waterveiligheid, Voldoende Water, Schoon water en Waterketen. Voor het thema water en ruimte is de nadere uitwerking van de deltabeslissing ruimtelijke adaptatie de belangrijkste ontwikkeling.

Hierbij wordt uitgegaan van meerlaagse veiligheid: preventie (laag 1), ruimtelijke inrichting (laag 2) en crisisbeheersing (laag 3). Voor Hollandse Delta ligt de nadruk op de eerste laag: een overstroming voorkomen door middel van (primaire) waterkeringen. Voor de tweede laag is als doel geformuleerd dat de ruimtelijke inrichting bijdraagt aan het beperken van de gevolgen van een overstroming. Ten behoeve van dit bestemmingsplan is een wateradvies opgesteld en vormt de basis van onderstaande waterparagraaf. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap, de gemeente en Rijkswaterstaat nader wordt behandeld. Europees:  Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal:  Nationaal Waterplan (NW);  Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW);  Waterwet. Provinciaal:  Provinciaal Waterplan;  Provinciale Omgevingsvisie;  Provinciale Omgevingsverordening.

28

Waterschap Hollandse Delta In het Waterbeheerprogramma (WBP) (2022-2027) staan de doelen van het waterschap Hollandse Delta:  waterveiligheid (dijken en duinen)  versterkte duinen  meer biodiversiteit op de dijken  minder CO2-uitstoot, vergoten  meer innovatie  voldoende schoonwater Ook wordt aangegeven welk beleid gevoerd wordt en wat het waterschap in de planperiode wil doen om de doelen te bereiken. De maatregelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn onderdeel van het plan. Uit het oogpunt van waterkwaliteit moet schoon hemelwater bij voorkeur worden afgekoppeld en direct worden geloosd op oppervlaktewater. Dit vermindert de vuiluitworp uit het gemengde rioolstelsel en verlaagt de belasting van de afvalwaterzuivering. De toename van verhard oppervlak leidt tot een zwaardere belasting van het oppervlaktewatersysteem en leidt met regelmaat tot wateroverlast stroomafwaarts. Om de zwaardere belasting van het oppervlaktewatersysteem onder normale omstandigheden tegen te gaan is het brengen van hemelwater vanaf verhard oppervlak op het oppervlaktewaterlichaam specifiek vergunningplicht gesteld. Bij een toename van aaneengesloten verhard oppervlak van 500 m² of meer in stedelijk gebied of 1500 m2 of meer in landelijk gebied dient een vergunning aangevraagd te worden in het kader van de Keur.

De versnelde afvoer als gevolg van de toename aan verharding moet volledig worden gecompenseerd door het aanbrengen van een gelijkwaardige vervangende voorziening (compensatieplicht), met een oppervlakte van 10% van de toename van verharding. Het waterschap geeft in volgorde de voorkeur aan de volgende gelijkwaardige voorzieningen:  Nieuw te graven oppervlaktewater in de directe nabijheid van de verhardingtoename;  Nieuw te graven oppervlaktewater binnen hetzelfde peilgebied;  Nieuw te graven oppervlaktewater in het benedenstrooms gelegen peilgebied of een eventueel alternatief. Gemeentelijk beleid Het beleid van de gemeente Rotterdam staat beschreven in drie documenten, welke hieronder elk kort worden toegelicht. Herijking Waterplan 2 Rotterdam Waterplan 2 Rotterdam beschrijft hoe de gemeente Rotterdam, Waterschap Hollandse Delta en de hoogheemraadschappen van Delfland en van Schieland en de Krimpenerwaard de komende jaren willen omgaan met het water in de stad. Dit is vastgelegd, omdat de klimaatverandering ook voor Rotterdam grote gevolgen kan hebben. Om de stad 'waterproof' te maken, moet er een nieuwe aanpak komen voor waterberging, waterkwaliteit en bescherming tegen het water.

Herijking beleid uitgiftepeilen in buitendijks gebied Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitendijks gebied is de gemeente Rotterdam verantwoordelijk voor de afweging van overstromingsrisico's. Deze risico's worden beheerst en getoetst middels het zogeheten 'uitgiftepeilenbeleid'. In de huidige situatie is het uitgiftepeilenbeleid – naast risicocommunicatie – een van de weinige instrumenten die de gemeente tot haar beschikking heeft om de overstromingsrisico's te beïnvloeden. Gemeentelijk rioleringsplan Rotterdam 2016-2020 Naast de zorgplicht voor hemelwater, zijn gemeenten ook verantwoordelijk voor de afvoer van afvalwater en voor de stand en kwaliteit van het grondwater. De manier waarop een gemeente invulling geeft aan deze plichten, wordt weergegeven in het GRP, het gemeentelijk rioleringsplan dat gemeenten

29

verplicht moeten opstellen. Regelgeving hemelwater Voor de bescherming van Rotterdam zijn er 2 regelingen opgesteld:  Voor bestaande bouw geldt de Hemelwaterverordening voor het afkoppelen van de verharding.  Voor nieuwbouw geldt de eis dat er minimaal 50 mm waterberging moet worden aangelegd. Deze eis kan teruggevonden worden in de Verordening Beheer Ondergrond Rotterdam (VBOR). Onderzoek Huidige situatie Het plangebied is gelegen in de Tweebosbuurt en wordt begrensd door de Tweebosstraat, Putselaan, Hilledijk en Riebeekstraat. Voorheen stonden hier woningen. Deze zijn momenteel gesloopt waardoor de grond bijna compleet braakliggend is. Bodem en grondwaterhuishouding Het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Vanwege de ligging van het plangebied in de bebouwde kom van Rotterdam is het plangebied niet gekarteerd op de Bodemkaart van Nederland. Ten oosten van het plangebied bestaat de bodem uit klei (poldervaaggronden) en is er sprake van grondwatertrap IVc. Dit wil zeggen dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) maximaal 71 cm onder maaiveld bedraagt. De gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) ligt dieper dan 146 cm onder maaiveld. In de huidige situatie zijn geen aanwijzingen voor grondwateroverlast.

Waterkwantiteit Conform de Legger van het Waterschap Hollandse Delta bevinden er in de omgeving van het plangebied geen watergangen zie figuur 4.1.

Figuur 4.1 Uitsnede Legger wateren van het Waterschap Hollandse Delta met het plangebied rood omkaderd

30

Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied bevindt zich in de beschermingszone van een waterkering, zie figuur 4.2.

Figuur 4.2 Uitsnede Legger keringen van het Waterschap Hollandse Delta met het plangebied zwart omkaderd Afvalwaterketen en riolering In het plangebied ligt nog een oud gemengd stelsel. Dat betekent dat het huishoudelijk afvalwater gezamenlijk met het hemelwater wordt afgevoerd naar de afvalwaterzuivering (AWZI). Toekomstige situatie In de beoogde situatie worden maximaal 260 woningen en 1.440 m 2 aan overige functies gerealiseerd. Voor de ontwikkeling is een wateradvies uitgebracht, zie bijlage 1. Bodem en grondwater De voorgenomen ontwikkeling heeft geen gevolgen voor bodem en grondwater. Waterkwantiteit Om de kans op wateroverlast te verkleinen is het van belang om ervoor te zorgen dat het watersysteem optimaal functioneert en goed wordt onderhouden. Het Waterschap Hollandse Delta hanteert een grens van 500 m2. Wanneer een ontwikkeling deze grens overschrijdt, dient er voor de verharding

31

gecompenseerd te worden. Met de ontwikkeling zal er een park gerealiseerd worden ten noorden van blok O1 en wordt het gebied langs de Hilledijk vergroend waardoor het verhard oppervlak afneemt. Compensatie is derhalve niet aan de orde. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling bevindt zich zowel binnen de beschermingszone als de kernzone van de waterkering. Voor het werken binnen deze zones is op 09 juli 2018 door het Waterschap Hollandse Delta vergunning verleend (kenmerk DO042417 Overkoepelende Watervergunning Parkstad_Nieuw_Zuid, zie bijlage 2). De kans op overstromen van het gebied achter deze waterkering is vastgesteld is op 1:3000 per jaar. Het plangebied zelf overstroomt niet of er ontstaat slechts een geringe waterdiepte. De ontwikkelingen hebben geen significante invloed op het veiligheidsrisico binnendijks of in het plangebied. Maatregelen ter beperking van de gevolgen van een overstroming zijn niet nodig. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=80028dd1-b76e-4214-911e-4fda57acf037