[24bb005421] Verslag Subcommissie bestemmingsplannen 020724 t.b.v. BWB 280824
Tekst van het document
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 2 juli 2024 Hoorzitting ontwerpbestemmingsplannen Windwinning Hoeksebaan en De Kaai
Voorzitter
:
T. de Haan
Aanwezig
:
J.J. Moerman, P.A.I. van Santen, mr. B.J.P.M. Zwinkels, M. Bentvelzen, M.J. Zwirs, W. Duijvesteijn, F. Jocker, J. Scheepers en M. van der Ark
Tevens aanwezig
:
E. Başoğlu (SP), G.G. van Dijk (ChristenUnie), D. van Dommelen (VVD), A. Kockelkoren (GroenLinks), P. Meurink (D66), J.G. Rozema (Partij voor de Dieren), M. Verhoef (Leefbaar Rotterdam), P.J.H.D. Verkoelen (50PLUS)
Ambtelijke ondersteuning:
J. Boudestijn, M. van der Zwan, C. Wieles, B. van Hasselt
College van B&W: Griffie
1.
:
L.J.E. Blomen (commissiegriffier) en M. van den Akker-Markusse (commissiesecretaris), DemiSec
Opening hoorzitting
De voorzitter opent de openbare hoorzitting van de Subcommissie Bestemmingsplannen en heet de aanwezigen welkom. Er is ambtelijke vertegenwoordiging van de wethouder aanwezig waaraan de commissie technische vragen kan stellen. 2. 2.1
Ontwerpbestemmingsplan Windwinning Hoeksebaan Hoorzitting
De voorzitter meldt dat bij het ontwerpbestemmingsplan Windwinning Hoeksebaan zeventien zienswijzen zijn ingediend. Voor de hoorzitting hebben zes reclamanten zich aangemeld. Reclamant 9: De heer Moerman spreekt in namens Jadimo Holding B.V. Het ontwerpbestemmingsplan maakt de bouw van twee windmolens van 250 meter hoog in Hoek van Holland mogelijk. De molens zullen 15 maal hoger zijn dan de huidige bebouwing van industrieterrein De Kulk. De breedte van het industrieterrein is ter plaatse van de westelijke molen circa 270 meter. De impact zal enorm zijn voor de wijde omgeving. Reclamant vreest voor gezondheidsrisico’s en veiligheidsrisico’s. Een van de huurders heeft al
pagina 1
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 2 juli 2024 Hoorzitting ontwerpbestemmingsplannen Windwinning Hoeksebaan en De Kaai aangegeven de huurovereenkomst niet te verlengen, vanwege aansprakelijkheidsrisico’s. Nieuwe verhuur zal aanzienlijk lastiger worden, waardoor voor Jadimo enorme schade ontstaat. De ondernemer heeft grote bezwaren tegen de bouw van de windmolens, met name de meest westelijke. Bij het vaststellen van de locatie werd door de provincie als voorwaarde gesteld dat ze in lijnopstelling langs grote landschappelijke hoofdstructuren geplaatst moeten worden. De aangewezen nieuwe locatie voor de westelijke molen is echter circa 500 meter vanaf de Nieuwe Waterweg gelegen, waardoor niet meer gesteld kan worden dat hij langs een grote landschappelijke hoofdstructuur staat. Daar werd in de plan-MER wel van uitgegaan, terwijl de milieueffecten op een klein industrieterrein totaal anders zijn. De nieuwe locatie was ook geen onderdeel van de ruimtelijke procedure voor de omgevingsverordening. Belanghebbenden hebben daardoor geen zienswijzen kunnen indienen. Reclamant is van mening dat de afstand tussen de windmolen en de bepalende hoofdstructuur significant meer is dan een beperkte aanpassing van de vastgestelde locatiegrenzen. Voor de nieuwe locatie wordt dan ook onterecht de uitkomst van de plan-MER gebruikt.
Naar de mening van de reclamant wordt artikel 6.82, lid 2 van de Omgevingsverordening onrechtmatig toegepast. Volgens het deskundigenrapport ontstaat er door de bouw van de windmolens een geheel nieuwe bouwlaag boven het gebied. Dat bevestigt dat de objecten niet passen bij de aard en schaal van de bestaande bebouwing. Door de afmetingen en zichtbaarheid is er geen sprake van inpassing. Daarom is het bestemmingsplan volgens reclamant in strijd met artikel 221 van de Ruimtelijke Kwaliteit in de VRM. Volgens de gemeente is het plangebied geen ideale locatie en door deskundigen is op diverse criteria negatief geadviseerd. De gemeente stelt echter dat er geen betere mogelijkheden zijn binnen het gebied. In de zienswijze stelt reclamant de locatie Oranjeheuvel voor als alternatief. Dat perceel ligt deels in het zoekgebied van locatie 31, is een braakliggend terrein van 30 ha in eigendom van de gemeente en heeft de bestemming “duurzame energieopwekking”, omdat er een zonnepark van 25 ha is voorzien. Inpassing van windmolens op dit perceel veroorzaakt veel minder negatieve ruimtelijke impact. Het voorstel ontbreekt echter in de samenvatting van de gemeente en er is niet op gereageerd. In de zienswijze zijn nog tal van punten opgenomen, die ontbreken in de samenvatting van de gemeente. De beantwoording van de zienswijze is daardoor onvolledig.
In de ter inzage gelegde bestemmingsplannen staat dat er afspraken met omliggende bedrijven zijn gemaakt en dat er overeenkomsten worden gesloten. In de reactie op de zienswijze bevestigt de gemeente echter dat dit onjuist is en dat er geen afspraken zijn gemaakt. Het ter inzage gelegde document is daarmee onjuist en misleidend. Het college stelt voor om zijn zienswijze ongegrond te verklaren, maar wel de misleidende tekst uit de toelichting te halen. De misleiding tijdens de terinzagelegging is daarmee niet ongedaan gemaakt. Hij is van mening dat zijn zienswijze gegrond is en de reactie van de gemeente ontoereikend. Reclamant 10: De heer Van Santen is eigenaar van een tuinbouwbedrijf aan de Bonnenweg, nabij de geplande windturbines. Hij merkt op dat de klankbordgroep niet pagina 2
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 2 juli 2024 Hoorzitting ontwerpbestemmingsplannen Windwinning Hoeksebaan en De Kaai betrokken is geweest bij de planvorming. De zorgen en ideeën van lokale bewoners zijn daardoor niet goed meegenomen in de besluitvorming, terwijl het bij ingrijpende veranderingen cruciaal is dat de gemeenschap erbij wordt betrokken. Het is bewoners opgevallen dat bij de beoordeling van aanvragen voor bouwkavels strenge eisen en beperkingen werden opgelegd, terwijl voor de bouw van windturbines soepeler criteria lijken te gelden. Dit wekt de indruk van willekeur. Bewoners verdienen een eerlijke en gelijke behandeling bij alle aanvragen en besluiten die hun leefomgeving beïnvloeden. In het plan voor uitbreiding van natuur in de Bonnen is er veel aandacht voor vogels. Rondom windturbines zijn er echter nauwelijks vogels aanwezig. Omwonenden vrezen voor een discrepantie tussen het uitbreiden van natuur in de Bonnen en de plaatsing van windturbines. Er lijkt geen rekening te worden gehouden met de negatieve impact die windturbines hebben op vogels. Ze vormen een ernstig risico voor met name trekvogels, omdat ze op de rotorbladen kunnen botsen. De Rekenkamer Rotterdam heeft tien jaar geleden het rapport “Gemodder in de polder” opgesteld, dat ernstige problemen in het polderbeheer aan het licht bracht.
Sindsdien is er weinig veranderd: er is nog steeds slecht beheer en gebrek aan transparantie. Reclamant dringt erop aan om de windturbineplannen te heroverwegen en de klankbordgroep en lokale gemeenschap te betrekken bij het besluitvormingsproces. Verder moet gezorgd worden voor een eerlijke behandeling van alle belanghebbenden en moet de gemeente een consistent beleid voeren, dat rekening houdt met de natuur en met de gezondheid en het welzijn van de bewoners. Reclamant 11: Mevrouw Zwinkels spreekt namens St. Loswal De Bonnen en Hoeksebaan B.V. Dit is een ANBI die initiatieven steunt op het gebied van cultuur en maatschappij en die de glastuinbouw stimuleert. De stichting financiert haar doel door de ontwikkeling van het terrein van de voormalige Loswal De Bonnen naar een duurzaam en toekomstgericht bedrijventerrein. De stichting is eigenaar van 27 ha in de bocht van de Hoeksebaan. Sinds 2019 is de stichting in overleg met de gemeente om voor dit perceel de bestemming bedrijventerrein te krijgen. Het betreft een duurzaam bedrijventerrein, dat goed is ingepast in de omgeving, onder andere door brede, groene randen op en rondom het terrein. Het ontwerp heeft wat problemen ondervonden, maar zal in het najaar aan de gemeenteraad worden voorgelegd.
Het is dan ook zeer teleurstellend dat in het ontwerpbestemmingsplan Windwinning Hoeksebaan alleen rekening wordt gehouden met de huidige bestemming als grond- en slibbank en niet met de komst van moderne bedrijven met grote kantoorbezetting. Door de komst van de windturbines worden de gebruiksmogelijkheden van het bedrijventerrein beperkt. De gemeente stelt dat het terrein buiten de veiligheidszones ligt, maar dat is niet waar. Ook wordt gesteld dat er alleen acceptabele geluidsoverlast en slagschaduw zullen optreden. Dat is dubieus, want het worden enorme windturbines van 250 meter. Op het bedrijventerrein mogen kantoren worden gebouwd die groter zijn dan 1500 m2, terwijl gebouwen van deze omvang als 'kwetsbare projecten' worden aangemerkt en niet worden toegestaan nabij een windturbine. Doordat de windturbine ten zuiden van het bedrijventerrein op 250 pagina 3
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 2 juli 2024 Hoorzitting ontwerpbestemmingsplannen Windwinning Hoeksebaan en De Kaai meter afstand is gepland, ontstaat er een strook bedrijventerrein van 50 meter die maar zeer beperkt bebouwd kan worden. In de zienswijze staat dat ten onrechte alleen met overlast van deze twee turbines wordt gerekend, terwijl er ook overlast is van de tien grote windturbines op de Landtong Rozenburg. Deze staan op minder dan een kilometer afstand van de twee geplande turbines. De projecten worden los van elkaar ontwikkeld, omdat er destijds nog geen plannen waren voor deze twee windturbines. Daardoor stelt de gemeente dat er geen MER hoeft te worden opgesteld voor de nieuwe windturbines. Dit lijkt op salamitactiek: als in afzonderlijke plannen steeds twee nieuwe turbines mogelijk worden gemaakt, vallen die buiten de strenge regelgeving. De overlast van de turbines bij elkaar opgeteld, is echter hetzelfde. De cumulatieve norm van 42 dB wordt op twee woonadressen overschreden. Dat vindt reclamant niet acceptabel. Op het bedrijventerrein zal de overschrijding veel groter zijn, gelet op de afstand tot de windturbine. Dat leidt tot veel overlast voor de mensen die er werken. Hetzelfde geldt voor de slagschaduw.
Reclamant concludeert dat Hoeksebaan beperkt wordt in het gebruik van het op te zetten bedrijventerrein, onder andere doordat er niet tot aan de rand van het terrein gebouwd kan worden. Ook is er sprake van overlast door geluid en slagschaduw, wat het bedrijventerrein minder aantrekkelijk maakt. De voordelen van de energiewinning wegen niet op tegen de nadelige gevolgen voor het bedrijventerrein. Reclamant verzoekt om het bestemmingsplan niet vast te stellen. De heer Van Dijk vraagt de heer Moerman naar de huurder die de overeenkomst niet gaat verlengen. Wat maakt dat zo’n huurder niet meer op de locatie gevestigd kan of mag zijn? Aan de heer Van Santen vraagt hij of de klankbordgroep helemaal niet in het proces is betrokken. Ook vraagt hij om verduidelijking om het verschil in criteria tussen windmolenprojecten en andere projecten. Aan mevrouw Zwinkels vraagt hij of het bestemmingsplan Hoeksebaan dat in voorbereiding is, strijdig is met de beperkingen die ontstaan als het voorliggende bestemmingsplan wordt vastgesteld. De heer Van Dommelen vraagt aan de heer Moerman waar Oranjeheuvel precies is. Aan de heer Van Santen vraagt hij een toelichting op de uitspraken over een gelijkwaardige behandeling van bewoners. De heer Rozema vraagt de heer Moerman een toelichting op de uitspraak dat de gemeente Rotterdam zich niet houdt aan de Provinciale Omgevingsverordening.
Ook hoort hij graag of de provincie hetzelfde oordeel hierover heeft. Verder vraagt hij of er een studie is verricht naar de potentie van de locatie Oranjeheuvel. Aan mevrouw Zwinkels vraagt hij of de toekomstige afnemers van kavels op het bedrijventerrein zoveel behoefte hebben aan kantoorruimte dat dit de 1500 m2 overstijgt. De heer Meurink vraagt de heer Van Santen wat hij bedoelde met de uitspraak dat de klankbordgroep onvoldoende onderdeel van de gemeenschap is, aangezien de dorpsraad deel uitmaakt van de klankbordgroep. pagina 4
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 2 juli 2024 Hoorzitting ontwerpbestemmingsplannen Windwinning Hoeksebaan en De Kaai Aan mevrouw Zwinkels vraagt hij een reflectie op de reactie van de gemeente, die stelt dat het bedrijventerrein niet in de veiligheidscontouren viel en de genoemde beperkingen er dus niet zijn. Mevrouw Kockelkoren vraagt waarom mevrouw Zwinkels vindt dat de twee turbines in samenhang beschouwd moeten worden met de geplande windmolens op de Landtong Rozenburg. De heer Moerman antwoordt dat de huurder vanwege zijn governancecode de huurovereenkomst opzegt als de veiligheidsrisico’s tot een bepaalde mate toenemen. Het is een Amerikaans bedrijf dat strikte regels kent op het gebied van veiligheid. Het bedrijf onderzoekt zelfs of de huurovereenkomst tussentijds opgezegd kan worden als gevolg van ingebrekestelling. Op een kaartje heeft hij aangegeven waar de locatie Oranjeheuvel ligt. In eerdere gesprekken hebben betrokkenen al aangegeven dat deze locatie wellicht een goede optie is. Ook de initiatiefnemer vond het een betere locatie, maar de gemeente niet. Hij verwacht niet dat er een studie is gemaakt van deze locatie. Gevraagd werd naar de beperkte aanpassing van het vastgestelde gebied in de Omgevingsverordening.
Bij het vaststellen van de locaties is nadrukkelijk gesteld dat deze langs de hoofdstructuren moesten liggen. Daarbij werd een gebied van 150 meter breed langs de Nieuwe Waterweg aangeduid. De nu gekozen locatie ligt meer dan 500 meter van de hoofdstructuur. Dat vindt reclamant geen beperkte aanpassing van de locatiegrenzen van het zoekgebied. In de toelichting bij het bestemmingsplan wordt verwezen naar de Omgevingsverordening. Hij kan zich voorstellen dat de gemeente en provincie overeenstemming hebben bereikt, maar hij twijfelt eraan of dit rechtmatig is. De heer Van Santen legt uit dat hij in februari 2021 lid geworden is van de klankbordgroep Windpark Uitbreiding Nieuwe Waterweg. Eerst werd gekeken naar geschikte locaties, vervolgens werd gesteld dat er geen andere mogelijkheden waren dan het plaatsen van twee windturbines. De windmolens werden steeds groter om de benodigde capaciteit te behalen. Alternatieve locaties, de hoogte en het soort turbines waren niet meer bespreekbaar. Er werd alleen nog gesproken over stroomafnamecontracten en financiële compensatie voor de omgeving. Over ongelijkheid zegt reclamant dat hij al meer dan tien jaar in overleg met de gemeente is om twee woonkavels van zijn terrein te maken. Ook is men al twee jaar bezig om een woning op de eigen kavel te realiseren, waarbij men tegen allerlei bezwaren aanloopt.
Dat ziet hij als een ongelijke behandeling. Reclamant betreurt het dat er geen vragen over de natuur zijn gesteld. Er komt nog een inzage van Natuur in de Bonnen, waarin uitvoerig beschreven wordt welke vogelsoorten er in de polder aanwezig zijn. Over dat rapport moet de gemeenteraad ook beslissen. Op basis van het rapport over de windmolens lijkt het alsof er geen vogels zijn. De heer Van Dommelen merkt op dat het feit dat de commissie geen vragen stelt over een aspect, niet betekent dat ze er niet in geïnteresseerd is. Mevrouw Zwinkels legt uit dat het bestemmingsplan het mogelijk maakt om 1500 m2 kantoren te bouwen. Als het bestemmingsplan windmolens wordt vastgesteld, pagina 5
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 2 juli 2024 Hoorzitting ontwerpbestemmingsplannen Windwinning Hoeksebaan en De Kaai kan echter een strook van 50 meter van het bedrijventerrein niet bebouwd worden. Op dat aspect zijn de bestemmingsplannen dus strijdig met elkaar. Dat geldt ook voor bedrijventerrein De Kulk, maar daar staan al bedrijven en kantoren binnen de risicocirkel. Blijkbaar vindt de gemeente windenergie belangrijker dan het risico voor deze bedrijven. Ook lijkt de gemeente bij het berekenen van de risico’s andere uitgangspunten te hanteren. De gemeente stelt dat de veiligheidscontour reikt tot minder dan 250 meter, maar waarom dat is, is onduidelijk. Reclamant kan niet beoordelen waar de normen op gebaseerd zijn en of dat terecht is. In de stukken staat dat de provincie de bevoegdheid volledig gedelegeerd heeft aan de gemeente. De provincie en de gemeente willen graag meer windenergie realiseren en lijken niet meer te kijken naar wat er in de verordening staat. Op het bedrijventerrein worden grote volumes bedrijfsruimte gebouwd. 50% van de oppervlakte mag in gebruik worden genomen als kantoor. Het is dus heel goed mogelijk dat er 1500 m2 kantoorruimte wordt gebouwd. Op de Landtong Rozenburg staan windturbines en langs de Nieuwe Waterweg zijn ook nog zeven kleinere windturbines mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan.
De gemeente heeft qua geluidsnormen rekening gehouden met andere windturbines. Het bezwaar van reclamant in de zienswijze was echter dat voor het cumulatieve geluid van de molens in Rozenburg en de twee nieuwe molens de normen van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing zijn. Het gaat namelijk om meer dan twee turbines, vanaf drie turbines gelden er strengere normen. Vragen aan de ambtelijke ondersteuning De heer Van Dijk vraagt om te reageren op de alternatieve locatie die werd voorgesteld in de klankbordgroep. Ook hoort hij graag hoe het mogelijk is dat er buiten de oorspronkelijke zoeklocatie is getreden. Dat hangt samen met de vraag waarom deze ontwikkeling binnen een bestaande MER kan worden uitgevoerd, terwijl er alle aanleiding lijkt te zijn om een nieuwe MER te laten opstellen. Daarmee hangt de vraag samen of er sprake is van salamitactiek. Hij vindt het begrijpelijk dat belanghebbenden willen dat de plannen integraal beoordeeld worden en dat er niet gestapeld wordt. Hij hoort graag een reactie hierop, met name hoe dat technisch werkt. De heer Meurink vraagt om een reflectie op de juridische argumentatie. Door een van de reclamanten werd gesteld dat de provincie zich er niet mee zou bemoeien. Hij is benieuwd hoe de ambtelijke organisatie hierover oordeelt. Ook krijgt hij graag een reactie op de wijze waarop de gemeente de veiligheidscontouren hanteert.
Tot slot is hij benieuwd naar wat de redenering is achter het inkorten van het bedrijventerrein. De heer Verhoef vraagt ook naar de provinciale bevoegdheden. Hij heeft horen zeggen dat er wordt afgeweken van de provinciale regels. Hij vraagt hoe dat werkt als de provincie haar bevoegdheden heeft gedelegeerd aan de gemeente. De heer Rozema vraagt of de mogelijkheid om een stilstandvoorziening in te bouwen in de turbines in het bestemmingsplan geregeld kan worden. Als dat niet kan, hoort hij graag hoe deze voorziening juridisch kan worden opgelegd. Voor enkele vogelsoorten is er kans dat de populatie wordt aangetast. Hij vraagt of pagina 6
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 2 juli 2024 Hoorzitting ontwerpbestemmingsplannen Windwinning Hoeksebaan en De Kaai bekend is bij welke vogelsoorten dat het geval is. Naar aanleiding van de Omgevingsverordening vraagt hij hoe gemeten wordt of de ontwikkeling ruimtelijk inpasbaar is als wordt afgeweken van het oorspronkelijke zoekgebied. Mevrouw Kockelkoren vraagt hoe het zit dat wel de geluidsnormen van de turbines op de Landtong Rozenburg in het project worden betrokken, maar niet het cumulatieve risico. De heer Boudestijn beantwoordt de vraag over de rol van de provincie. De provincie heeft middels een bestuursovereenkomst de bevoegdheid aan de gemeente Rotterdam overgedragen om te beslissen over grote windturbines. Er wordt echter uitvoerig met de provincie overlegd. De provincie is het met de gemeente eens dat de Omgevingsverordening correct geïnterpreteerd wordt. Mevrouw Van der Zwan voegt eraan toe dat de gemeente ook een bestemmingsplanprocedure heeft doorlopen. Daarin wordt elke fase van het plan voorgelegd aan de provincie, die het toetst aan de provinciale belangen. Gevraagd werd waarom de eisen voor het bouwen van een woning strikter lijken te zijn dan de eisen aan deze ontwikkeling. Het gevoel hierover is begrijpelijk, maar het zijn verschillende ontwikkelingen, waarvoor een ruimtelijke afweging moet worden gemaakt.
Voor windmolens gelden nu eenmaal heel andere regels als voor woningen. Het bouwen van windturbines kent echter ook heel veel strenge regels. In het geval van de reclamant betreft het twee woningen die in de plaats komen van een gesaneerd kassenbedrijf. Daarvoor moet een volledige ruimtelijke afweging worden gedaan. Over het overleg met de klankbordgroep licht de heer Boudestijn toe dat de gemeente meekijkt met het overleg dat de ontwikkelaar organiseert. In het participatieplan staat dat er een klankbordgroep moet worden ingericht voor de gesprekken met de omgeving. Er zijn zeven bijeenkomsten georganiseerd met de klankbordgroep. De initiatiefnemer heeft in de omgeving verschillende locaties en varianten onderzocht. Of de locatie die de reclamant noemde, hiervan onderdeel is geweest, weet spreker niet. De heer Verhoef vraagt of de commissie hier schriftelijk uitsluitsel over kan krijgen. De heer Boudestijn zegt toe dat wordt nagegaan wat er over deze specifieke locatie gewisseld is. De heer Rozema merkt op dat de heer Moerman een reactie van de gemeente miste op zijn zienswijze. Hij stelt voor om die alsnog toe te voegen. Mevrouw Van der Zwan legt uit dat de gemeente het aspect niet kan toevoegen aan de reactie op de zienswijze, omdat dit leidt tot een inhoudelijke wijziging van het raadsvoorstel. De gemeente kan wel middels een brief een inhoudelijk antwoord geven.
pagina 7
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 2 juli 2024 Hoorzitting ontwerpbestemmingsplannen Windwinning Hoeksebaan en De Kaai De heer Van Dommelen gaat akkoord met het antwoord en neemt genoegen met de toezegging om de reactie in een brief op te nemen. Mevrouw Van der Zwan legt uit dat er geen sprake is van een uitbreiding van het bestaande windpark. De windmolens op de Landtong Rozenburg zijn in 2014 gerealiseerd en toen waren deze molens nog niet voorzien. Daarnaast is er op inrichtingsniveau geen sprake van één windpark, omdat er geen organisatorische, technische of functionele binding is tussen de twee projecten. Het is daarom onterecht om te spreken van salamitactiek door de gemeente. De heer Van Dijk vraagt of er geen MER nodig is, omdat het om slechts twee turbines gaat. Mevrouw Van der Zwan bevestigt dat. Volgens het MER-besluit is er een beoordelingsplicht voor windturbineparken. Deze bestaan uit minimaal drie windturbines. In dit geval is dat dus niet aan de orde. Over de veiligheidscontour zegt ze dat Loswal De Bonnen/Hoeksebaan buiten het gebied ligt waarvoor de veiligheidscontour is vastgelegd. Het klopt dat de veiligheidscontour is ingekort. Er zijn generieke contouren die automatisch gelden. Vervolgens worden er per situatie berekende contouren bepaald.
De gemeente heeft de contour voor de PR1005 teruggebracht tot 55 meter, zodat er zo min mogelijk beperkingen voor de omgeving ontstaan. De normen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen, staan een windmolen toe met een maximale ashoogte van 180 meter, tiphoogte van 250 meter en een rotordiameter van 180 meter. Het type windturbine moet hieraan voldoen, maar moet ook passen binnen een contour die maar 55 meter oplevert. Het is dus een strengere bepaling voor de windturbine, zodat er zo min mogelijk beperkingen worden opgelegd aan de omgeving. Uit het flora- en faunaonderzoek is gebleken dat er 110 vogels geraakt zouden kunnen worden. Er komt echter ook uit naar voren dat dit geen gevolgen heeft voor de populatie. De gemeente verwacht daarom dat de Omgevingsdienst Haaglanden een omgevingsvergunning zal verlenen. In die vergunning wordt een stilstandsvoorziening opgelegd. De heer Boudestijn beantwoordt de vraag over cumulatie van veiligheidsrisico’s. Wettelijk is het niet nodig om de risico’s integraal te bezien. Bovendien is de afstand tussen de turbines op Landtong Rozenburg en de geplande turbines zo groot dat het niet nodig is om de risico’s op elkaar te betrekken. Gevraagd werd hoe de aanpassing van het plangebied wordt onderbouwd. De gemeente moet inzichtelijk maken wat het voor de omgeving betekent als er gebruikgemaakt wordt van artikel 6.82, lid 2, uit de verordening.
Dit is in het bestemmingsplan verwerkt. De gemeente moet goed motiveren waarom de afwijking van belang is. De initiatiefnemer heeft technisch onderzoek gedaan en kwam tot de conclusie dat deze locatie het meest geschikt is. Bovendien is het belangrijk om de twee turbines te realiseren. Ook wordt ingegaan op de gevolgen voor het bedrijventerrein. De beperkingen die uit het project voortvloeien voor omliggende bedrijven zijn inzichtelijk gemaakt, alsook de gevolgen voor flora en fauna en de landschappelijke overwegingen. In het bestemmingsplan wordt aangegeven op basis van welke criteria de landschappelijke inpassing is beoordeeld. pagina 8
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 2 juli 2024 Hoorzitting ontwerpbestemmingsplannen Windwinning Hoeksebaan en De Kaai
De heer Van Dijk vraagt een nadere toelichting op het feit dat het park verder van de landschappelijke hoofdstructuur wordt gerealiseerd dan het zoekgebied toestaat. Mevrouw Van der Zwan antwoordt dat het park geen 500 maar circa 200 meter buiten het zoekgebied valt. Dat wordt beschouwd als aansluitend aan het zoekgebied. Die afstand valt binnen artikel 628 van de verordening en wordt daarom niet beschouwd als afwijking. Reclamant 12: De heer Bentvelzen spreekt namens Hecmar Group B.V., dat zich in 2020 heeft gevestigd in het huidige kantoor met maximaal achttien werkplekken. Sindsdien is het bedrijf gegroeid van zes fte's op kantoor naar achttien fte’s. Hecmar verwacht binnen tien jaar door te groeien naar zeventig fte's in kantoorfuncties op de locatie. Deze groeiambitie is jaren geleden al gemeld bij de projectontwikkelaars. Volgens hen was het geen probleem om het perceel te splitsen in een aantal delen en aparte bouwplannen en vergunningen aan te vragen, zodat er 1500 m2 aan kantoorruimte kan worden gebouwd. Dit vindt reclamant echter geen prettige manier van werken. Als aan de Kwelder een XXL-windmolen wordt geplaatst, moet er toestemming gevraagd worden voor de overdraai over het perceel van Hecmar. Het bedrijf is niet van plan om hier toestemming voor te verlenen. Ten eerste wil Hecmar zijn personeel een gezond en veilig werkklimaat bieden.
De ondernemer verwacht ernstige geluidsoverlast van de windmolen. Omdat mensen acht uur per dag op kantoor werken en al die tijd worden blootgesteld aan de geluidsoverlast, is reclamant van mening dat dezelfde normen gesteld moeten worden als aan woonobjecten. Het genoemde geluidsniveau is een jaargemiddelde, exclusief de momenten dat de molen uitgeschakeld is. Als de XXL-molen bij veel wind wordt uitgeschakeld, is er echter nog steeds sprake van een fors geluid. Bij windmolens is er ook sprake van een lage bromtoon die leidt tot hinder en concentratieverlies. Reclamant maakt zich ook zorgen over andere risico’s, zoals het afbreken van onderdelen en vreest dat de molen op zo’n korte afstand van het bedrijf gaat zorgen voor hoger ziekteverzuim en/of personeelsverloop. De risicocirkel van 55 meter is bewust niet rond gemaakt. Het geluid dat wordt voorgesteld in de dB-meting komt geenszins overeen met het werkelijke geluid in de omgeving. De minister die de huidige wet- en regelgeving heeft geaccordeerd heeft publiekelijk bevestigd dat de regeling anders wordt geïnterpreteerd dan oorspronkelijk bedoeld was. De aanvraag is volgens reclamant gebaseerd op deze onjuiste toepassing van wet- en regelgeving. De huidige kennis over de gevolgen voor de leefomgeving is gebaseerd op veel kleinere windmolens dan de geplande XXL-windmolen.
Omwonenden ervaren echter ernstige overlast, wat kan leiden tot medische problemen en uitval. De hinderlijke bromtoon is in de geluidsmeting onvoldoende zichtbaar. Ook vreest reclamant voor geluidshinder bij harde wind en lichthinder. Plaatsing van XXLturbines op zee vindt reclamant dan ook passender dan de locatie Kwelder. Reclamant 13: pagina 9
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 2 juli 2024 Hoorzitting ontwerpbestemmingsplannen Windwinning Hoeksebaan en De Kaai De heer Zwirs spreekt namens Marest Vastgoed B.V, die eigenaar is van een bedrijfspand met een kantoorgebouw van drie etages. In de huidige situatie zijn er ruim vijftig werkplekken in het kantoorgebouw. Marest wil voorkomen dat de XXL-windturbine wordt gebouwd aan de Kwelder, op slechts 600 meter van de dorpskern en nagenoeg tegen het pand van Marest aan. Op voorhand had de aanvraag al afgewezen moeten worden, omdat Marest een vergunning heeft voor een bedrijfsoppervlakte van meer dan 1500 m2 en daarmee aangemerkt moet worden als een kwetsbaar object. Volgens wet- en regelgeving mogen zich in de tweede ring geen kantoorgebouwen bevinden met een oppervlakte van meer dan 1500 m2. In dezelfde regelgeving staat dat in de tweede ring niet meer dan vijftig personen aanwezig mogen zijn. In het pand van Marest Vastgoed aan de Kwelder kunnen 79 werknemers werken en zijn er nu al meer dan vijftig aan het werk. Daarnaast spelen er grote bezwaren vanuit de omliggende bedrijven en vanuit de bevolking in de dorpskern. In het dorp begint men zich de impact nu pas te realiseren. Voor bedrijven hebben de turbines grote nadelige gevolgen met grote financiële schade tot gevolg.
Deze schade wordt voor de omliggende bedrijven nu al op minimaal € 5 miljoen geschat. De XXL-windmolen staat straks bijna in het dorp en midden tussen een groot aantal reeds bestaande bedrijven op het naastgelegen industrieterrein. De uitbreidingsmogelijkheden van de omliggende bedrijven worden hierdoor in grote mate beperkt. Voor dit aspect is het college blind geweest in de besluitvorming. Reclamant twijfelt of de commissie beseft hoe groot de windmolens zijn. Plaatsing van dit soort windmolens nabij een dorpskern en direct naast bedrijven waar dagelijks mensen werken, noemt hij onverantwoord. Het college stelt dat de gemeente verplicht is om de plaatsing van windmolens te faciliteren. De opdracht hiertoe stamt echter uit de tijd dat het plaatsen van windmolens op zee nog in de kinderschoenen stond. Er is inmiddels veel bekend over de negatieve impact van windmolens op omwonenden, maar zeker ook op werknemers die minimaal acht uur per dag worden blootgesteld aan een laag monotoon geluid en slagschaduw. Het leidt tot concentratieproblemen en stress. Het levert direct gevaar op voor de gezondheid van personeel dat is gehuisvest in de direct naastgelegen panden. Reclamant vreest ook voor langdurige leegstand van de locatie nabij de windmolens. De huidige huurder overweegt al zijn vertrek, gebaseerd op het welzijn en het behoud van zijn personeel.
De huurder is bang voor de negatieve impact van een XXL-windmolen en vreest dat personeelsleden zich niet meer prettig voelen in het gebouw en daarom zullen vertrekken. De initiatiefnemers stellen dat leegstand en huurderving een gewoon bedrijfsrisico is en niet wordt veroorzaakt door deze ontwikkeling. De wijze waarop de initiatiefnemers met de omliggende bedrijven communiceren, is verontrustend te noemen. In de gesprekken wordt duidelijk aangegeven dat ondernemers bezwaren hebben en dat plaatsing leidt tot aanzienlijke schade. Na elk gesprek ontvingen ondernemers een gespreksverslag, maar in deze verslagen ontbreken juist de gedane uitspraken inzake de bezwaren, de kans op huurderving en schade door waardedaling van de omliggende bedrijfspanden. Het college lijkt nu hetzelfde te doen. Initiatiefnemers stellen dat zij de schadebedragen te hoog vinden en ook dat zij deze bedragen niet kunnen betalen vanuit de toekomstige exploitatie. Dit is echter een belangrijk aspect in de aanvraag. Als de gemeente de gevraagde omgevingsvergunning voor pagina 10
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 2 juli 2024 Hoorzitting ontwerpbestemmingsplannen Windwinning Hoeksebaan en De Kaai plaatsing van de windmolens wil toestaan, dan zullen ondernemers en omwonenden de gemeente Rotterdam zeker laten terugfluiten. Tot slot vraagt reclamant om de vele rapportages te raadplegen die er zijn over overlast die wordt veroorzaakt door windmolens. Mensen worden echt ziek als gevolg van de geluidsoverlast. De minister die destijds de wet- en regelgeving heeft bekrachtigd, heeft bevestigd dat de toepassing nu anders is dan toen bedoeld werd. Reclamant is daarom voornemens om de huidige toepassing nietig te laten verklaren. Reclamant 14/15: De heer Duijvesteijn is een van de eigenaren van de kassen die naast de geplande windmolen staan. Hij is betrokken geweest bij de gebiedscommissie, maar heeft gemerkt dat het moeilijk is om juridische bijstand te krijgen. Het zou goed zijn als de gemeenteraad weet wat de gevolgen van een dergelijke gebiedsontwikkeling voor omliggende ondernemers zijn. Reclamant heeft een glastuinbouwbedrijf. De kassen produceren ongeveer vier keer meer warmte dan nodig is. Met het overschot kan de omgeving van warmte worden voorzien.
Het bedrijf wil graag samenwerken met de omgeving en is onlangs uitgeroepen tot een van de duurzaamste kwekerijen ter wereld, omdat de reststromen worden gebruikt, maar ook omdat mensen met een Wajong-uitkering of een afstand tot de arbeidsmarkt worden ingezet. De kweker heeft plannen om de energietransitie te versnellen en wil hierover in overleg treden met de omgeving. Windmolens zijn hierbij niet nodig. Sommige ondernemers zeggen voorstander te zijn van windmolens omdat zij energie nodig hebben voor de bedrijfsvoering. Aan die vraag kan echter ook tegemoetgekomen worden met zijn plannen. Er wordt gewerkt aan een gezamenlijk gesloten distributiesysteem (GDS), waarna stroom en warmte onderling uitgewisseld kunnen worden. Zo ontstaat er een zeer duurzaam industriegebied. Het helpt dan niet om een windmolen te plaatsen, die leidt tot een enorme oogst- en omzetderving. Het is een ramp voor zijn bedrijf en hij vraagt de commissie om het besluit te heroverwegen. De heer Rozema merkt op dat de heren Bentvelzen en Zwirs aangeven dat de windmolen niet in het gebied zou mogen komen omdat er kantoorlocaties zijn van meer dan 1500 m2. Hij dacht echter dat het andersom was: er wordt een planologische bestemming ingevoegd in de bestaande bestemming. Hij vraagt de heren Bentvelzen en Zwirs om hierop te reflecteren.
Het zou betekenen dat de windmolen wel kan, maar dat kantoorlocaties niet meer zouden kunnen. Zo ver komt het niet, want er is overgangsrecht, zodat kantoorlocaties van meer dan 1500 m2 gehandhaafd kunnen worden. Het aantal medewerkers is een afgeleide van het aantal vierkante meters kantoorruimte en wordt niet als afzonderlijke parameter beschouwd. De heer Rozema hoort graag of reclamanten eraan twijfelen of die situatie niet gehandhaafd kan worden met de plaatsing van een windturbine. De heer Van Dommelen heeft meermaals gehoord dat het gebied met grote netcongestie te maken heeft. Dat zou een argument zijn voor het plaatsen van windmolens. Hij vraagt of de ondernemers dat erkennen en wat zij vinden van het argument. De heer Van Dijk vraagt de heer Duijvesteijn of zijn plannen om het gebied te pagina 11
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 2 juli 2024 Hoorzitting ontwerpbestemmingsplannen Windwinning Hoeksebaan en De Kaai verduurzamen zijn opgenomen in de Regionale Energiestrategie (RES), of dat het nog plannen zijn van de ondernemers onderling. Mevrouw Verkoelen stelt dat windenergie ook voordelen heeft. De gemeente wil graag windturbines plaatsen naast bedrijventerreinen, omdat de ondernemers daar voordelen van hebben. Ze hoort graag hoe de ondernemers anders aan hun energiebehoefte tegemoet gaan komen. De vraag is immers of de turbines worden geplaatst nabij bedrijven, nabij woningen of op zee. Mevrouw Kockelkoren begrijpt dat de windmolens een belemmering vormen voor de bedrijfsvoering van de heer Duijvesteijn. Ze vraagt zich echter af hoe groot die impact is. Reclamant doet voorkomen dat die schade enorm is, maar volgens de gemeente is de overlast acceptabel. Ze vraagt een toelichting op de overlast die de ondernemer verwacht voor zijn bedrijf. De heer Duijvesteijn legt uit dat de geplande turbine zijn bedrijf deels in de schaduw zet. Als het bedrijf enkele procenten minder licht heeft op de kassen, betekent dit minder warmte, minder groei en dus minder omzet. Reclamant had verwacht dat de windmolen een goede aanvulling kon zijn op de verduurzamingsmaatregelen.
Door het energieverbruik goed te balanceren kunnen de ondernemers de netcongestie zelf opvangen. De ondernemer heeft een netaansluiting van 10 MW, gebaseerd op het toekomstige groeimodel en is druk bezig om met minder energie te produceren. Als een kas meer warmte kan oogsten dan voor de groei nodig is, dan kan die warmte ondergronds worden opgeslagen om later te gebruiken. De energie die dat oplevert, is voldoende om de rest van het bedrijventerrein te voorzien. Ondernemers zijn al heel ver met een GDS. De heer Zwirs antwoordt dat zijn bedrijf geen voordeel verwacht van de windenergie. Hij maakt gebruik van zonne-energie om zo energieneutraal mogelijk te werken. De zonnepanelen op het dak wekken voldoende stroom op. De heer Van Dongen stelt dat de vraag breder bedoeld wordt. Het gebied krijgt steeds meer te maken met netcongestie. Verwacht wordt dat een windturbine de bedrijven helpt om het tekort aan energie op te lossen. De heer Zwirs antwoordt dat ondernemers al andere oplossingen in voorbereiding hebben, namelijk het onderling uitwisselen van energie en warmte. Dat maakt een windmolen overbodig. De heer Bentvelzen heeft niets tegen windturbines, maar benadrukt dat de bedrijven worden geconfronteerd met twee windturbines die heel dicht bij het bedrijventerrein worden geplaatst, wat de ondernemers beperkt in het laten groeien van hun bedrijven.
Men vraagt zich af welke negatieve gevolgen er zijn en wie dat verlies gaat afdekken. Hij zou graag zien dat de risico’s volledig afgedekt worden, maar nu worden allerlei manieren verzonnen om aan die 1500 m2 te komen. Dat zou echter niet de insteek moeten zijn om de windmolen te kunnen plaatsen.
pagina 12
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 2 juli 2024 Hoorzitting ontwerpbestemmingsplannen Windwinning Hoeksebaan en De Kaai Vragen aan de ambtelijke ondersteuning De heer Rozema wil wat meer gevoel krijgen bij de juridische houdbaarheid van het bestemmingsplan. Op kwetsbare locaties is windenergie niet meer toegestaan, maar de vraag is wat de gemeente met bestaande kantoorlocaties van meer dan 1500 m2 doet. Ondernemers veronderstellen dat een windturbine daardoor niet passend is, maar omdat het een parapluherziening is en bestaande bestemmingsplannen overschrijft, lijkt dat probleem verholpen. De heer Rozema hoort graag een reflectie van de ambtenaren hierop. Ook vraagt hij of het overgangsrecht in dit geval geldt en hoe het werkt als er meer dan vijftig mensen werkzaam zijn. Hij veronderstelt dat dit geen aparte parameter is, maar een logisch gevolg van de 1500 m2 kantoorruimte. Hij vraagt of dit ook valt onder het overgangsrecht. In dat geval wordt de reclamant immers voorzien in zijn belang. Zo niet, dan hoort hij graag of het mogelijk is om een vergunning te verkrijgen die strijdig is met het bestemmingsplan om alsnog te voorzien in het belang van de ondernemer. De heer Meurink vraagt hoe de splitsing van percelen in twee bouwplotten van minder dan 1500 m2 in elkaar steekt.
De heer Van Dommelen begreep van de insprekers dat er geen sprake is van netcongestie, omdat men daar zelf oplossingen voor heeft. Hij vraagt of er volgens de gemeente problemen zijn met de stroomvoorziening. De heer Van Dijk vraagt naar de relatie tussen het plaatsen van de windturbines en het teruglopen van de omzet van het tuinbouwbedrijf. Die lijkt hem eenvoudig te kwantificeren. Hij hoort graag of de ondernemer planschade kan claimen voor het omzetverlies. Mevrouw Kockelkoren vraagt een toelichting op de beantwoording van de zienswijze, waarin staat dat de bedrijven van reclamanten geen geluidgevoelige objecten zijn. Mevrouw Van der Zwan antwoordt dat een parapluherziening geldt voor de bestaande bestemming. Die blijft dus gelden, maar er wordt een nieuwe regeling opgelegd. In dit geval beperken beide plannen elkaar. Alleen als de contour er is, kan de windturbine er komen. Als er een kantoor van meer dan 1500 m2 staat, zitten ze elkaar in de weg. Er is in 2023 vergunning verleend voor een kantoor van 1500 m2. Toen heeft de gemeente een zienswijze ontvangen, waarin stond dat het 1580 m2 zou zijn. Voor de zekerheid heeft de gemeente de zaak voorgelegd aan een extern bureau. Die berekende dat het om 1499,55 m2 ging, precies waarvoor vergunning is verleend. Op basis van deze afmetingen is het geen kwetsbaar object.
Of er vijftig personen werken wordt niet gecontroleerd; er wordt van uitgegaan dat er niet meer dan vijftig personen werken op een kantoor van op 1500 m2. De heer Verhoef vraagt of de oppervlakte geldt per gebouw of voor het hele perceel. Mevrouw Van der Zwan antwoordt dat het per kantoor geldt.
pagina 13
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 2 juli 2024 Hoorzitting ontwerpbestemmingsplannen Windwinning Hoeksebaan en De Kaai De heer Verhoef veronderstelt dat de ondernemer er nog een kantoor van 1500 m2 naast kan bouwen. Mevrouw Van der Zwan antwoordt dat in dat geval een nieuwe beoordeling wordt gedaan. In principe is het wel mogelijk. Gevraagd werd of er vergunningen verleend kunnen worden die strijdig zijn met het bestemmingsplan. Dat is altijd mogelijk, maar dan moet er een goede afweging worden gemaakt. Dat gebeurt niet op basis van de ruimtelijke ordening, maar op basis van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, een ETFAL. Een kantoor van meer dan 1500 m2 of een overnachtingsmogelijkheid voor meer dan vijftig mensen, zal op basis van de ETFAL niet mogelijk zijn. Er werd gevraagd naar de relatie met opbrengstvermindering van zonnepanelen. Met de zonnepanelen zou men 6% minder winst maken. Dit was echter vastgesteld op basis van een onderzoek dat over een andere situatie ging. De gemeente verwacht niet dat er een dergelijk verlies optreedt. Mocht er enig verlies zijn, dan valt dat onder inkomstenderving die in de planschaderisicoanalyse moet worden meegenomen. De heer Boudestijn beantwoordt de vraag over congestie. Stedin heeft congestie afgekondigd in het gebied. Dat betreft schaarste in de afname van elektriciteit.
Grootverbruikende bedrijven hebben daarmee te maken als ze willen uitbreiden. Er is geen congestie voor het toevoegen van elektriciteit aan het net. De koppeling van de turbines en van bedrijven die elektriciteit over hebben, is dus geen probleem. Hij wijst op een brief van Synres, een nabijgelegen bedrijf, waarin op dit onderwerp wordt ingegaan. Mevrouw Van der Zwan beantwoordt nog een vraag over geluidgevoeligheid. Het klopt dat de bedrijven niet geluidgevoelig zijn. Woningen zijn gevoelige bestemmingen, zowel voor geluid als voor slagschaduw. Kassen en kantoren zijn dat niet en hebben dus minder bescherming nodig. Als er een nieuw plan wordt ontwikkeld, worden de gevolgen echter wel in kaart gebracht. Uit het onderzoek blijkt dat er een goed werkklimaat blijft bestaan en dat de geluidhinder en slagschaduw acceptabel zijn. De heer Meurink had gevraagd naar de splitsing van percelen. Ook wil hij graag weten een nadere toelichting op het pand dat 1568 m2 zou zijn, maar een vergunning heeft voor 1499 m2. Mevrouw Van der Zwan antwoordt dat zij over de splitsing geen oordeel kan geven. Er mogen binnen de contour geen kwetsbare objecten zijn. Het belangrijkste kwetsbare object in dit gebied zou een kantoor zijn van meer dan 1500 m2. Het is uiteraard niet de bedoeling dat iemand die een kantoor van 3000 m2 wil bouwen, dit splitst in tweemaal 1500 m2.
Per kantoorgebouw mag er niet meer dan 1500 m2 zijn. Hoe dat wordt vormgegeven, moet aan de gemeente worden voorgelegd. Op de locatie staat een bedrijfsgebouw van 2900 m2. Daarnaast is er een kantoorgebouw van 1100 m2. Verzocht is om een uitbreiding van circa 400 m2. De voorzitter sluit de hoorzitting over Windwinning Hoeksebaan.
pagina 14
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 2 juli 2024 Hoorzitting ontwerpbestemmingsplannen Windwinning Hoeksebaan en De Kaai 2.2.
Advisering zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Windwinning Hoeksebaan
De voorzitter vraagt de commissie of zij wenst te adviseren op de zienswijzen. De heer Verhoef stelt voor om de informatie af te wachten die is toegezegd over dit dossier en daarna pas te adviseren. De heer Van Dijk wil de zienswijzen in de commissie bespreken. Mevrouw Verkoelen vraagt waarom de heer Verhoef nog niet wil adviseren. De heer Verhoef antwoordt dat er nog aanvullende informatie wordt verstrekt over alternatieve locaties, zoals de Oranjeheuvel. De heer Van Dijk vond de ambtelijke beantwoording duidelijk, maar hij heeft nog wel wat vragen aan de wethouder. Mevrouw Verkoelen gaat ermee akkoord om de advisering uit te stellen, omdat er nog vragen zijn. Zelf vond ze het een duidelijk verhaal. De voorzitter concludeert dat twee leden het voorstel graag in de commissie willen bespreken. De heer Van Dijk merkt op dat ambtelijk is toegelicht hoe is omgegaan met de uitbreiding van de zoeklocatie. Daarover wil hij graag meer weten, want er had ook een andere afweging gemaakt kunnen worden. Mevrouw Verkoelen is het daarmee eens, maar twijfelt of die afweging bij de gemeente ligt. De heer Boudestijn reageert dat de onderbouwing en de toepassing van het artikel bij de gemeente liggen. De voorzitter concludeert dat de commissie het bestemmingsplan op 28 augustus gaat behandelen. Hij stelt voor om de advisering aan te houden tot de commissiebehandeling.
Toegezegd is dat er schriftelijk wordt teruggekomen met een inhoudelijke reactie op zienswijze 9 betreffende de zoektocht naar alternatieve locaties. 3. 3.1
Ontwerpbestemmingsplan De Kaai Hoorzitting
Reclamant 1: Mevrouw Jocker woont dicht bij de toekomstige Kaai en spreekt namens vele buurtgenoten en de Groene Golf op Zuid. Dat er ruimte voor groen ontwikkeld wordt, is fijn, want groen in de wijk kan zeer heilzaam werken. De wijk heeft echter meer behoefte aan medische voorzieningen, basisscholen, crèches, sportvoorzieningen, vertier voor de jeugd en hondenuitlaatplaatsen. Bovendien is het lastig om de bouwplannen van De Kaai los te zien van de overige pagina 15
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 2 juli 2024 Hoorzitting ontwerpbestemmingsplannen Windwinning Hoeksebaan en De Kaai ontwikkelingen in de hele wijk, die leiden tot een verdubbeling van het aantal bewoners. Reclamant wijst erop dat het gemiddelde inkomen per inwoner in de wijk met deze woningen flink zal stijgen, terwijl de ellende van de armoede onder een deel van de huidige bevolking niet minder wordt. Door de veranderende cijfers vreest zij dat de noden voor dit deel van de wijk uit het oog worden verloren en de voorzieningen verder afgeschaald zullen worden. Voorkomen moet worden dat de kloof tussen de huidige en nieuwe bewoners te pijnlijk gaat worden. Er is enorme vraag naar sociale huurwoningen in de wijk. De flexwoningen vallen al buiten het budget van de volwassen kinderen uit de buurt door de hoge servicekosten. Een hoger percentage sociale huurwoningen zou beter passen in de wijk. De provincie zou het liefst naar 40% willen. Aangezien de huren voor de volgende bewoners vaak fors verhoogd worden, is reclamant benieuwd hoe het met het percentage sociale woningbouw is gesteld als over tien jaar De Kaai klaar is en de nu nog thuiswonende tieners toe zijn aan een eigen woning. Tijdens de bouw verwacht reclamant grote toename van groot verkeer door de wijk.
Ze vraagt of het mogelijk is om de aan- en afvoer voor De Kaai over water te laten plaatsvinden. Er is een aanlegplaats voor grondstoffenleveranciers van Unilever. Met de toekomstige verdubbeling van het aantal inwoners van de wijk en de ambitie om het aantal auto’s terug te dringen, is een sterke verbetering van het ov nodig. Betere busverbindingen door de hele wijk naar verschillende andere delen van de stad en een waterbusverbinding met een halte direct aan De Kaai zijn gewenst. Bewoners hebben ook behoefte aan betere fietspaden en veilige stallingsmogelijkheden. Dan is er nog het parkeerbeleid voor de autoluwe wijk. Parkeren op straat is bij nieuwbouwprojecten met minimale parkeervoorziening alleen weggelegd voor de rijken. Diverse parkeerplekken worden gebruikt voor deelvervoer voor de nieuwbouw van het Hefkwartier. Er wordt op de stoep geparkeerd, waardoor voetgangers over het fietspad moeten. Ook de auto’s van de autoloze Eerste en Tweede Stampioendwarsstraat staan gewoon in de wijk. Waar gaan de bezoekers van De Kaai parkeren? Het is een illusie om te denken dat de aanleg van De Kaai daar niet nog meer parkeerdruk en verkeersdruk aan toe zal voegen. Reclamant 11: De heer Scheepers en mevrouw Van der Ark zijn bewoners van de Nassaustraat en kijken uit op het bouwterrein van De Kaai. Reclamant heeft zorgen over het parkeren en vraagt naar de status van de parkeergarage.
Volgens het bestemmingsplan wordt dit dé oplossing voor alle parkeerproblemen aan De Kaai. Een deel van de parkeerplaatsen wordt te koop aangeboden aan bewoners van De Kaai en de rest is bedoeld voor bezoekers. Reclamant vraagt of de parkeergarage openbaar wordt, wat de tarieven worden en of bezoekerspassen van wijkbewoners gelden in de garage. Reclamant merkt op dat het ov niet optimaal is op de locatie. De architect en de gemeente gaan ervan uit dat de nieuwe bewoners geen auto hebben en gebruikmaken van ov, maar het gebied is geen centrumlocatie. Binnen de stad zullen bewoners misschien ov gebruiken, maar ze zullen nog steeds een auto hebben voor grotere afstanden. Er wordt geredeneerd dat er voldoende parkeerplekken zijn, omdat ze niet de hele dag worden gebruikt. Met thuiswerken en gebruikmakend van het ov zal de auto echter vaak wel voor de deur blijven pagina 16
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 2 juli 2024 Hoorzitting ontwerpbestemmingsplannen Windwinning Hoeksebaan en De Kaai staan. Hoe gaat de gemeente ervoor zorgen dat bezoekers weten dat ze moeten parkeren in de garage en niet op straat? De heer Verhoef vraagt aan mevrouw Jocker of zij met het aanvoeren van materialen via het water doelde op de bouwperiode of ook de periode erna. De heer Van Dijk vraagt een toelichting aan mevrouw Jocker op de compacte bouw, het onderwerp dat zij buiten haar inspraak hield omwille van de tijd. Aan de heer Scheepers vraagt hij of Mobility as a Service of een deelauto een oplossing zou kunnen zijn voor bewoners die af en toe met de auto willen reizen. De heer Van Dommelen vraagt of mevrouw Jocker nog steeds vindt dat er meer sociale woningen moeten worden gebouwd, wetende dat de rest van de wijk uit 100% sociale woningbouw bestaat. Tegen alle insprekers zegt hij dat bij het bespreken van het Masterplan al werd geconstateerd dat de mobiliteit in Feijenoord tot problemen kan gaan leiden. In het derde kwartaal van 2024 presenteert de wethouder een totaalplaatje van deze problematiek. De heer Başoğlu vraagt mevrouw Jocker wat er volgens haar aan extra ov nodig is als De Kaai gereed is. Ook vraagt hij een toelichting op haar uitspraak dat er nog veel sociale woningen nodig zijn in de wijk.
Mevrouw Jocker antwoordt dat zij graag de bouwmaterialen aangevoerd zou zien via het water, zodat het transport niet door de wijk hoeft. Er is al een halte van de watertaxi, maar voor bewoners zou de waterbus ook heel prettig zijn. Over compacte bouw zegt ze dat de planmakers zijn uitgegaan van de ruimte die Unilever tot zijn beschikking had. Daardoor is alles heel compact gebouwd, wat haar heel benauwend lijkt. De hoogbouw is in het midden gepland. Liever had ze een gebouw gezien dat aan de waterzijde hoog is en richting de wijk afloopt. Zo wordt een verbinding gecreëerd met de rest van de wijk. Ze wil graag voorkomen dat het een losstaand eiland in de wijk wordt. Er wordt gezegd dat er 90% sociale woningbouw is in de huidige wijk. Bewoners willen juist meer sociale woningbouw zodat hun kinderen in de wijk kunnen blijven wonen. Sommige bewoners hadden hun hoop gevestigd op de flexwoningen, maar die bleken al te duur te zijn, vanwege de hoge servicekosten. Over het vervoersplan heeft reclamant gehoord, maar ze vindt het jammer dat De Kaai niet meteen is opgenomen in het plan. Ze vreest dat de nieuwe bewoners teleurgesteld worden, doordat de plannen niet op elkaar aansluiten. Er worden ongeveer 1000 woningen in de wijk gebouwd. De bereikbaarheid is slecht en het ov is duur.
Ze zou meer busverbindingen willen zien naar de knooppunten in de stad, maar ook betere voet- en fietspaden, zodat het ov beter bereikbaar wordt. Wat en hoeveel ov er bij zou moeten komen, kan zij niet beantwoorden. De heer Scheepers verwacht niet dat de gemeente het ov op korte termijn gaat uitbreiden. Voor het busvervoer is een van de problemen dat het verkeer vaak vaststaat. Bus 32 is een lange lijn, die langs veel verkeersknelpunten moet rijden en daardoor veel vertraging oploopt. Ooit was er een plan om van de stoptrein tussen Dordrecht en Den Haag een metrolijn te maken, eventueel met een extra halte bij het Entrepotgebouw. Dat zou een mooie verbinding opleveren. pagina 17
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 2 juli 2024 Hoorzitting ontwerpbestemmingsplannen Windwinning Hoeksebaan en De Kaai Reclamant hoopt dat de presentatie in het derde kwartaal wat verbeteringen laat zien, maar hij verwacht er weinig van. Mobility as a Service zou voor hem geen optie zijn, omdat hij hele dagen in zijn auto zit. Bij De Kaai zouden dertig MaaS/deelauto’s komen te staan. Hij zou het willen uitproberen, maar liever zou hij een parkeerplaats aan de rand van de stad willen. Het bouwverkeer is gepland door de Roentgenstraat en De Kaai. Het verkeer van Unilever verliep vroeger over de Nassaukade. Daar moet nu een groenstrook komen. Reclamant hoopt dat er een goed geasfalteerde weg komt, Vragen aan de ambtelijke ondersteuning De heer Verhoef herinnert zich dat bij de bespreking van het Masterplan werd gezegd dat vervoer over water serieus overwogen wordt. Hij vraagt of dat voor de bouwwerkzaamheden aan De Kaai ook een optie is. Ook vraagt hij naar de mogelijkheden van de waterbus of de watertaxi. Verder krijgt de heer Verhoef graag een toelichting op de status van de parkeergarage. Uit een eerdere vergadering had hij begrepen dat de bewoners van De Kaai geen vergunning krijgen om op straat te parkeren. Hij vraagt hier een bevestiging op. De heer Rozema vraagt naar het voorzieningenniveau.
10% van het programma betreft niet-woonfuncties. Hij vraagt of de toezegging om deze functies in te vullen naar voren geschoven kan worden, zodat deze betrokken kan worden bij de besluitvorming over het bestemmingsplan. Mevrouw Kockelkoren merkt op dat in de reactie op zienswijze 1.4 staat dat goed ov niet direct noodzakelijk is voor het functioneren van het plangebied, maar dat er wel een wens is om het ov aan te passen. Ze vraagt hoe indieners van een zienswijze betrokken worden bij deze aanpassingen. De heer Van Dijk vraagt hoe de motie 'Maak van De Kaai geen ontoegankelijk kasteel' wordt uitgevoerd en of dit parallel kan lopen aan de behandeling van het bestemmingsplan. De heer Boudestijn beantwoordt de vraag over vervoer over water. Momenteel wordt de logistiek rondom het plan onderzocht, waaronder de aan- en afvoerroutes. Dat zal niet allemaal via het water lukken. Er komt een materialenbank, waar materialen uit de huidige gebouwen worden opgeslagen voor hergebruik. Na de zomer wordt er meer duidelijkheid over deze plannen. Vervoer zal voornamelijk via de Nassaukade en de Roentgenstraat plaatsvinden, zodat de lasten verdeeld worden. De Nassaustraat moet zo autoluw mogelijk blijven. De wijkbewoners worden hierover nog geïnformeerd.
De heer Verhoef zegt dat er meer projectbestemmingsplannen zijn voorzien in Feijenoord, waardoor een opeenstapeling van bouwverkeer verwacht wordt. De heer Boudestijn bevestigt dit. De bouwactiviteiten zullen op elkaar afgestemd worden, zodat het bouwverkeer zo gestroomlijnd als mogelijk verloopt. Gevraagd werd naar de waterbus en -taxi. Momenteel zijn er twee haltes van de watertaxi in de buurt. Deze worden gehandhaafd. In de toekomst wordt gekeken pagina 18
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 2 juli 2024 Hoorzitting ontwerpbestemmingsplannen Windwinning Hoeksebaan en De Kaai of er een waterbus bij kan komen, maar daarvoor moet nog een concessie worden afgesloten. In het bestemmingsplan zijn twee opties opgenomen voor de parkeergarage. De voorkeurvariant is het huren van driehonderd plekken in de parkeergarage van het Unilevergebouw. Dat is geen publieke garage. Als dat niet lukt, dan kan er een parkeergarage op eigen terrein gebouwd kunnen worden voor de bewoners. Bezoekers moeten een parkeerplaats in de wijk zien te vinden. Wel zal de gemeente met verkeerstellingen starten in onder andere de Nassaustraat, omdat niet alleen De Kaai en de Nassaukade worden heringericht, maar ook de omliggende straten. Het klopt dat 10% van het plan niet-woonfuncties krijgt. Er ligt een toezegging dat de gemeente in beeld moet brengen welke voorzieningen nodig zijn. Het bestemmingsplan maakt maatschappelijke voorzieningen mogelijk. Hiervoor is het voorzieningenplan, dat groter wordt dan De Kaai, niet nodig. De heer Rozema begrijpt dat de plannen los van elkaar behandeld kunnen worden, maar de gemeenteraad wil het stadsbestuur wellicht wat opdrachten geven over de invulling. Daarom zou hij het graag willen combineren.
De heer Boudestijn antwoordt dat aan de projectontwikkelaars is gevraagd om inzichtelijk te maken welk type voorzieningen op de verschillende locaties zijn voorzien. Die gegevens kunnen aan de commissie worden aangeleverd, maar de uitwerking ervan is nog niet gereed. Er kan, voorafgaand aan de behandeling van het bestemmingsplan, wel aangegeven worden waar bijvoorbeeld zorgfuncties komen, maar nog niet of het een huisarts, tandarts of fysiotherapiepraktijk wordt. Het mobiliteitsonderzoek dat in de motie wordt genoemd, gaat over de effecten van alle bouwplannen in de omgeving op de mobiliteit. Daarbij wordt ook gekeken naar het ov. Zodra deze berekeningen gereed zijn, wordt er een participatietraject gestart om de mogelijkheden te bespreken. De heer Van Dijk vroeg naar de motie 'Maak van De Kaai geen ontoegankelijk kasteel'. De gemeente is bezig met het technische programma van eisen voor de openbare ruimten. De binnenruimten tussen de gebouwen worden door een landschapsarchitect van de projectontwikkelaar ontworpen. Na elke ontwerpfase gaat men in gesprek met omwonenden om tot overeenstemming te komen. De heer Verhoef vindt het vreemd dat zienswijzen ongegrond verklaard worden, terwijl aangegeven wordt dat de kritiek wel wordt meegenomen. Over het bouwverkeer en de bouwplaats worden afspraken gemaakt in de bouwvergunning.
Ook over het voorzieningenniveau worden afspraken gemaakt. Hij vindt dat de commissie de zienswijzen hierover ter kennisgeving moet aannemen. 3.2
Advisering zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Kaai
De voorzitter concludeert dat de commissie kan adviseren over de zienswijzen. Hij stelt dat de zienswijzen ongegrond zijn verklaard, met uitzondering van 10.1, 10.3 en 13.1 en vraagt of de commissie hiermee akkoord gaat. De heer Verhoef reageert dat hij diverse zienswijzen, zoals 1.1, ter kennisgeving zou willen aannemen. pagina 19
Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte Subcommissie bestemmingsplannen op 2 juli 2024 Hoorzitting ontwerpbestemmingsplannen Windwinning Hoeksebaan en De Kaai De heer Rozema stelt dat dit een terugkerende discussie is. Andere gemeenten geven aan of zienswijzen al dan niet leiden tot aanpassing van het bestemmingsplan. Dat is veel duidelijker en correcter. De voorzitter vindt het een terecht punt en zal met de griffie overleggen of dit in de toekomst veranderd kan worden. De advisering wordt nu volgens de gebruikte terminologie behandeld. De heer Rozema benadrukt dat de subcommissie geen politiek oordeel geeft op de zienswijzen, maar ze alleen technisch beoordeelt. Hij hoopt dat de SP niet alle reacties als ‘niet conform’ afdoet, omdat ze het niet eens is met de inhoud. De voorzitter veronderstelt dat de SP prima in staat is om een oordeel te geven. De heer Başoğlu wenst 1.2, 1.4, 7.3, 7.5, 12.1 en 12.5 als ‘niet conform’ aan te merken. Mevrouw Kockelkoren sluit zich aan bij de opmerking van de heer Rozema. Bij het Masterplan zijn al veel zaken besproken, bijvoorbeeld over sociale huur. In de systematiek van het bestemmingplan klopt de advisering met de besluiten die eerder zijn genomen. De heer Van Dijk sluit zich hierbij aan, maar vraagt aandacht voor de formulering.