CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb005247] Bijlage behorende bij 24bb005246 over JAARSTUKKEN 2023 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Versie AB 12 juli 2024

Commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport (2022 - 2026) 25 september 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Daarbij betrekken22.476 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

JAARSTUKKEN 2023 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Versie AB 12 juli 2024

INHOUDSOPGAVE 1. SAMENVATTING EN LEESWIJZER............................................................................ 3 2. FINANCIEEL OVERZICHT ......................................................................................... 4 2. PROGRAMMAVERANTWOORDING ........................................................................ 7 2.1 Context ...............................................................................................7 2.2 Resultaten 2023 .................................................................................8 2.3 Resultaten per opdracht ................................................................... 17 3. PARAGRAFEN ...................................................................................................... 35 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ...................................... 36 3.2 Bedrijfsvoering .................................................................................. 39 3.3 Financiering ...................................................................................... 44 3.4 Openbaarheid (Wet open overheid) ................................................. 44 4. JAARREKENING ................................................................................................... 46 4.1 Overzicht van baten en lasten ..........................................................

46 4.2 Toelichting op baten en lasten .......................................................... 47 4.3 Balans .............................................................................................. 52 4.4 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ......................... 53 4.5 Toelichting op de balans ................................................................... 54 4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen ............................... 59 4.7 Gebeurtenissen na balansdatum ...................................................... 60 4.8 Rechtmatigheidsverantwoording ...................................................... 61 5. VASTSTELLINGSBESLUIT ...................................................................................... 64 BIJLAGE A: REALISATIE OP GEMEENTENIVEAU TOTAAL ............................................ 65 BIJLAGE B: SISA-VERANTWOORDING....................................................................... 66

2

1. Samenvatting en leeswijzer In voorliggende Jaarstukken 2023 verantwoordt de Gemeenschappelijk Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) het gevoerde, door gemeenten vastgestelde, beleid en het financieel beheer over het jaar 2023, zodat bestuur en gemeenteraden hun controlerende taak kunnen vervullen. Samenvatting a. Het hoofddoel van de GRJR is voldoende bereikt. o In 2023 zorgden de gemeenten in Rijnmond door samenwerking in de GRJR dat voldoende (regionale) specialistische jeugdhulp, jeugdbescherming en veilig thuis beschikbaar was voor jeugdigen van alle 13 gemeenten. o Er zijn meer dan 11.000 jeugdigen en hun gezin in 10 van deze gemeenten geholpen met specialistische jeugdhulp. (Dit is zonder de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam, omdat deze gemeenten die hulp zelf inkochten.) b. Dit is niet binnen de randvoorwaarden gelukt. o Met de inzet van deze hulp bleven de gemeenten individueel en gezamenlijk niet binnen de financiële randvoorwaarden (de GRJR-begroting 2023). De realisatie 2023 is € 324,0mln. (vergelijk realisatie 2022 € 311,9 mln.) en overschrijdt daarmee de gewijzigde begroting 2023 (€ 278,6 mln.) zeer fors. Hiervoor was in de risicoparagraaf en de bestuursrapportages al gewaarschuwd. o De kostenstijging is al sinds de decentralisatie in 2015 gaande. In de begroting 2023 rekenden we op basis van de inzichten van dat moment op fors lagere kosten.

Maar de praktijk leert dat eerder voorgenomen kostenbesparende maatregelen onvoldoende effectief konden worden doorgevoerd en dat stevige aanvullende maatregelen nodig zijn. c.

Er zijn stappen in gang gezet voor verdere kostenbeheersing en transformatie. o Dat de kosten stijgen en ingrijpende maatregelen nodig zijn is in lijn met de Hervormingsagenda-discussie. De Hervormingsagenda Jeugd bevat langere termijn maatregelen, maar leidt ook tot de conclusie dat onvermijdelijke tekorten bij gemeenten niet door het Rijk worden gecompenseerd. De GRJR brengt dit punt consequent ter tafel bij de VNG. o Om het tij te keren startte de GRJR-eind 2023, met gemeenten en aanbieders, een grootschalig kostenbeheersingsprogramma (zie Kadernota 2025 en afzonderlijke brieven aan raden). Dit programma levert nog onvoldoende op. Verdergaande maatregelen zijn nodig. o Daarnaast zijn maatregelen nodig buiten het specialistische jeugdhulp domein.

Conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bestaan de jaarstukken uit twee delen: het jaarverslag en de jaarrekening. De hoofdstukken 2 en 3 vormen samen het jaarverslag, met in hoofdstuk 2 de resultaten per onderdeel van de jeugdhulp en in hoofdstuk 3 de in het BBV voorgeschreven paragrafen (voor zover van toepassing) met inzicht in diverse bedrijfsvoeringsaspecten van de GRJR. Hoofdstuk 4 is de jaarrekening, met financieel inzicht in het gevoerde beleid (Overzicht van baten en lasten met toelichting), de financiële positie (Balans met toelichting) en enkele verplichte overzichten. 3

2. Financieel overzicht Het financiële beeld is als volgt. Primitieve begroting 2023 Totale Baten Zorgkosten Risico's Jeugdhulp Organisatie en overige kosten Totale Lasten Saldo Baten en Lasten Nagekomen kosten voorgaande jaren Totaal gerealiseerd resultaat

€ 242.410.000 € 235.601.000 € 1.000 € 6.808.000 € 242.410.000 €0 €0 €0

Begroting na wijziging 2023 € 278.627.000 € 273.611.000 € 1.000 € 5.015.000 € 278.627.000 €0 €0 €0

Realisatie 2023

Verschil begroting vs realisatie 2023 € 281.623.000 -€ 2.995.000 € 315.971.000 -€ 42.360.000 €0 € 1.000 € 5.296.000 -€ 281.000 € 321.267.000 -€ 42.640.000 -€ 39.644.000 -€ 39.645.000 € 2.784.000 -€ 2.784.000 -€ 42.428.000 -€ 42.428.000

Het tekort in de rekening bedraagt € 42,4 mln. Bij de voorlopige jaarrekening werkten we met voorlopige productieopgaven. De definitieve productieverantwoordingen die we ontvingen zijn lager dan de voorlopige opgaven, waardoor het definitieve jaarrekeningresultaat wat gunstiger is. Voor ruim € 39,6 mln. is het tekort in de exploitatie 2023 en voor € 2,7 mln. door nagekomen kosten voorgaande jaren. Er is een klein voordeel op de baten als gevolg van rente en subsidieafwikkelingen. De toelichting hierop is opgenomen bij paragraaf 4.2 Toelichting op baten en lasten. Toelichting op de uitgavenontwikkeling Het verloop van de planning en control stukken over 2023 was als volgt: • De begroting 2023 is opgesteld in eerste kwartaal 2022, met nog beperkte kennis over realisatie 2021 en 2022, met inkoopinformatie uit 2021 voor nieuwe contracten per 1 januari 2023, nog te bepalen effecten van splitsing tussen inkoop MVS en overige 10 gemeenten, van de overheveling van de inkoop van delen van opdrachten D (daghulp) en E (ambulante hulp) naar lokaal en van de vlaktaksafschaffing. We streefden naar een zo realistisch mogelijke begroting, waarvoor veel aannames gemaakt moesten worden per gemeente in nauw overleg; • Bij de 1e bestuursrapportage 2023 (mei/juli) was al duidelijk dat de oorspronkelijke begroting van € 242 mln. veel te laag was.

De in samenspraak met gemeenten gedane aannames bleken niet te kloppen. Zoals de aanname dat lokale inkoop van delen van daghulp en ambulante hulp direct zou leiden tot lagere regionale kosten; • Vanwege deze signalen is een begrotingswijziging 2023 vastgesteld (ontwerp april, definitief september). Daarbij is aangegeven dat de kostenontwikkeling moeilijk in te schatten was. De eerdere aannames klopten niet, maar wat dan wel juiste aannames zijn was lastig te bepalen. Ook dat deden we per gemeente in onderling overleg; Een goede schatting was moeilijk, enerzijds door onzekerheid over inzet van jeugdhulp in de resterende maanden, en anderzijds door achterstanden in de gemeentelijke administraties en bij aanbieders voor zorgtoewijzingen. Deze achterstanden zijn door de te beperkte informatiepositie van de GRJR en de decentraal ingerichte administraties niet goed te bepalen;

•

Verdere overschrijding was dan ook niet uit te sluiten en bleek al direct in de 2e bestuursrapportage 2023 (sept/okt). Van de nu geconstateerde € 39 mln. 4

overschrijding in de exploitatie zagen we in de 2e bestuursrapportage € 35 mln. aankomen. Conclusie Uit deze jaarcijfers blijkt dat: • De grote tegenvaller komt door te gunstige begrotingsaannames in combinatie met doorgaande stijging van kosten van jeugdhulpgebruik; • De GRJR-informatievoorziening tot betere tussentijdse signalering leidt, maar de informatiepositie nog onvoldoende is om verrassingen uit te sluiten; • De uitgavenontwikkeling zelf – die afhangt van werkelijke inzet van hulp in samenspraak tussen verwijzers, zoals GI’s en huisartsen, gemeenten en aanbieders – niet in control is. Hoe verder Bij de opstelling van de definitieve jaarstukken 2023 (AB juli) is gebruik gemaakt van de formele productieverantwoordingen met accountantsverklaringen van aanbieders over 2023. We honoreren niet meer kosten en nemen niet meer in de jaarrekening op dan in de productie is verantwoord, en betalen die productie alleen voor zover er toewijzingen van gemeenten zijn afgegeven. Hiermee zijn GRJR en aanbieders afhankelijk van gemeenten voor het bijwerken van de toewijzingen. De informatievoorziening van de GRJR is de afgelopen jaren al sterk verbeterd, waardoor we in de bestuursrapportages de tegenvallers konden zien aankomen. De informatiepositie is echter nog onvoldoende om volledig te kunnen informeren.

De moeite om de informatie tijdig volledig te hebben was in 2023 aanleiding voor een onderzoek naar de mogelijkheden van centralisatie van backofficetaken. In de loop van 2024 worden hierover besluiten genomen. De kostenstijgingen zijn niet houdbaar. Daarom is naar aanleiding van de tweede bestuursrapportage een maatregelenpakket voor de kostenbeheersing uitgewerkt. Dit pakket is in het AB van februari 2024 vastgesteld en betekent dat gemeenten, aanbieders, GI’s en de GRJR aan de slag zijn met uitwerking en invoering van de vastgestelde maatregelen. De bijdragen van de gemeenten worden opgehoogd op basis van de realisatie 2023 per gemeente versus de inleg 2023. Hierbij zijn de kosten waar mogelijk aan gemeenten toegerekend op basis van afname door de betreffende gemeente. Na deze ophoging sluit de jaarrekening 2023 op € 0. In verband met de liquiditeitsbehoefte van de GRJR was bij de voorlopige jaarrekening al een extra inleg bepaald. De definitieve bedragen zijn opgenomen in paragraaf 4.5 Toelichting op de balans. De afrekening van de inleg vindt plaats direct na de definitieve vaststelling van de jaarrekening in juli.

5

Hoofdstuk 2 Programmaverantwoording

6

2. Programmaverantwoording 2.1 Context 2.1.1 Doelstellingen GRJR De Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) is een samenwerkingsverband van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee. De samenwerking heeft tot doel te zorgen voor voldoende aanbod van specialistische jeugdhulp en voldoende inzet in de jeugdbeschermingsketen. De GRJR is een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, met eigen begroting en jaarstukken waarin de doelen en middelen voor de bovenlokale taken worden vastgesteld en verantwoord. De doelen en uitgaven worden bepaald door beleid en uitvoering van de gemeenten. De GRJR zorgt, met contracten voor specialistische jeugdhulp en subsidies voor jeugdbeschermings-, jeugdreclasserings- en veilig thuis-taken, dat lokale beleidsambities kunnen worden gerealiseerd. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met gemeenten. De deelnemende gemeenten stelden in 2021 het beleidskader ‘Nabij en Passend; Regiovisie Jeugdhulp Regio Rijnmond’ vast. Dit kader komt erop neer dat gemeenten zorgen voor een sterke lokale infrastructuur waarop regionaal aanbod moet aansluiten. De GRJR vertaalde deze visie naar een inkoopstrategie voor de jeugdhulpcontracten per 1 januari 2023.

Een deel van de jeugdhulp is hierbij buiten de regionale contracten gehouden en lokaal ingekocht. Dit betreft delen van daghulp en ambulante hulp voor alle gemeenten en nagenoeg alle jeugdhulp voor gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. Naast de opdracht om jeugdhulp te realiseren zijn ook contractuele afspraken met aanbieders gemaakt over aan de Regiovisie ontleende ontwikkelopdrachten. 2.1.2 Actuele begroting 2023 In april 2022 legde het bestuur van de GRJR de ontwerpbegroting 2023 voor zienswijzen aan de gemeenteraden voor. In juli 2022 stelde het bestuur de begroting 2023 vast met inachtneming van de zienswijzen. In april 2023 legde het bestuur een begrotingswijziging voor zienswijzen voor. Na de wettelijk aangepaste termijn van dertien weken stelde het bestuur in september 2023 de begrotingswijzing vast. In onderstaande tabel zijn de verschillende mutaties uit deze begrotingswijziging opgenomen. De belangrijkste mutatie betreft “realistisch begroten” (A), waarmee wordt bedoeld het actualiseren van begrotingsaannames 2023 op basis van actuele realisatiecijfers 2022. Deze mutatie werkt ook door in een herberekend indexatie-effect (E).

7

Overzicht van Begroting 23 naar Begrotingswijziging 23

A. B. C. D. E. F. G.

H. I. J.

Begroting 2023 Realistisch begroten Maatwerk pleegzorg Pleegzorgvergoeding Diverse verschuivingen binnen de begroting Indexatie Zorgcontinuïteit Maassluis, Vlaardingen en Schiedam Aanpassingen op gemeente niveau effect inkoop 2023 Aanpassingen op gemeente niveau A t/m E totaal mutaties april 2023 Begroting 2023 versie april 2023 Zorgcontinuïteit Maassluis, Vlaardingen en Schiedam Aanpassingen op gemeente niveau A t/m E Aanpassing budget GI's totaal mutaties september 2023 Begroting 2023 versie september 2023

Mutaties +

Mutaties -

12.692.906 250.000 495.927 0 10.002.546 9.969.695

33.411.074

625.271 1.812.402 2.437.673 9.911.256

17.655.369 17.655.369

2.500.000 12.411.256

Begroting (lasten) 242.409.928 12.692.906 250.000 495.927 0 10.002.546 9.969.695 -625.271 -1.812.402 30.973.401 273.383.328 -9.911.256 17.655.369 -2.500.000 5.244.113 278.627.441

De begroting 2023 had om omvang van € 242,4 mln. Dit is € 69,5 mln. lager dan de jaarrekening 2022 (waarvan € 47,4 mln. omdat MVS zelf jeugdhulp inkoopt). Door de begrotingswijziging steeg de begroting met € 30,9 mln. tot € 278,6 mln. 2.1.3 Beleidsindicatoren In principe behoort de GRJR volgens het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) beleidsindicatoren op te nemen. Echter voorzien de deelnemende gemeenten hier al in hun eigen jaarrekening in.

2.2 Resultaten 2023 2.2.1 Hoofddoel voldoende bereikt: jeugdigen helpen De inhoudelijke boodschap van deze jaarstukken is, dat we als samenwerkende gemeenten in 2023 er weer in zijn geslaagd om onze jeugdigen hulp te geven waar die nodig was. Rond de 11.1001 jeugdigen ontvingen in 2023 specialistische jeugdhulp die door de GRJR was ingekocht. Meer dan 8.000 van hen kregen een vorm van ambulante hulp terwijl ze gelukkig ‘gewoon’ thuis konden blijven wonen. Ruim 1.100 jeugdigen ontvingen daghulp die op een of andere manier met school moest worden gecombineerd. Rond de 1.750 jeugdigen woonden bij een pleeggezin omdat thuis wonen niet mogelijk was. Meer dan 800 kinderen hadden een opname met behandeling nodig. Meer dan 350 jeugdigen verblijven in langdurige vormen van verblijfshulp zoals gezinshuizen of beschermd wonen. Naast deze cijfers kregen meer dan 650 jeugdigen uit onze regio hulp van een landelijke jeugdhulpspecialist op een buiten regionale plek. In 2023 implementeerde de GRJR nieuwe contracten voor specialistische jeugdhulp met systeemaanbieders, prestatieaanbieders en flexaanbieders. Ook werkte de GRJR met de gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming en -reclassering volop aan verbetering van de jeugdbeschermingsketen.

1

Dit betreft vaak een unieke vorm van jeugdhulp maar soms ook een combinatie, van bijvoorbeeld pleeghulp en ambulante hulp. Dit aantal kan na de definitieve jaarrekening nog worden bijgesteld omdat er toewijzingen met terugwerkende kracht worden afgegeven.

8

Het jaar stond in het teken van afronding van de oude contracten, in de praktijk inregelen van de nieuwe contracten, aanpakken van ernstige knelpunten in de gesloten jeugdhulp en de jeugdbescherming en starten met ontwikkelopdrachten om de hulp passender, tijdiger en nabijer te maken. 2.2.2 Niet binnen financiële randvoorwaarden gelukt Zoals de Hervormingsagenda laat zien staat er grote financiële druk op de jeugdhulp. Er is al jaren sprake van forse kostenstijging. Dat blijkt ook weer uit deze jaarrekening. Duiding van de overschrijdingen Eerst is van belang om te constateren dat de begroting 2023 te rooskleurig was. De jaarrekening 2022 was (exclusief zorgkosten MVS) in totaal €283,3 mln. De definitieve jaarrekening 2023 bedraagt €324,0 mln. Het verschil is €40,7 mln. Dit terwijl de oorspronkelijke begroting 2023 met een omvang van €242,4 mln. juist uitging van een daling van de kosten ten opzichte van 2022. Deze begroting is begin 2022 opgesteld met een aantal te gunstige aannames: 1. De aanname dat er geen sprake zou zijn van trendmatige groei. De realisatiecijfers 2022 (uit de jaarrekening 2022 die in juli 2023 is vastgesteld) lieten een jaar na vaststelling van de begroting 2023 een doorgaande trendmatige stijging zien waarmee in de begroting 2023 nog geen rekening was gehouden. Deze trendmatige groei zette in 2023 door. Deze aanname bleek voor circa €25 mln.

een onderschatting te zijn. De effecten van aanpassing van het woonplaatsbeginsel werkte hierin sterker door dan destijds rekening mee is gehouden; 2. Verschuiving delen daghulp (D) en ambulante hulp (E) van regionaal naar lokaal. Ten tijde van de aanbesteding in 2021/2022 van nieuwe contracten per 1-1-2023 is gekozen een deel van de specialistische jeugdhulp niet meer regionaal in te kopen. De geschatte impact van € 20,1 mln. verschuiving van kosten bleek niet op te treden; 3. Verder werden in de ramingen van de begroting 2023 op verzoek van diverse gemeenten specifieke neerwaartse bijstellingen gedaan. Deze bijstellingen voor in totaal € 17,9 mln. bleken niet in de praktijk plaats te vinden; 4. Wachttijdvermindering was in 2021 en 2022 een speerpunt waarvoor de begroting tijdelijk was opgehoogd (met extra geld van het rijk, € 7,5 mln. in 2021 en € 15 mln. 2022). Om binnen de gemiddelde wachttijdnorm te blijven bleek echter structureel meer inzet nodig; 5. De genoemde punten (met bedragen op prijspeil 2022) waren niet voorzien in de begroting 2023 maar deden zich wel voor. Vanwege inflatiecorrecties en indexatie over 2023 kwam er aan kosten over deze ontwikkelingen nog € circa 10 mln. bij. 6. Daarnaast was er in de volledigheid van de informatie vertraging en daarmee ook een onderschatting, doordat toewijzing van jeugdhulp regelmatig plaatsvindt met terugwerkende kracht.

Dit terwijl de afgesproken werkwijze is dat de gemeentelijke toegang tot de jeugdhulp door middel van een toewijzing groen licht geeft om 9

jeugdhulp te starten. Vanwege achterstanden in de afhandeling hiervan, in combinatie met afstemmingsproblemen tussen aanbieders en gemeenten, en het belang van het beperkt houden van de wachttijden, is de praktijk gegroeid om zorg alvast te starten voordat een toewijzing is afgegeven. Dit leidt bij de GRJR tot onderrapportage van de zorgkosten. De genoemde tegenvallers verklaren samen het grote verschil tussen de oorspronkelijke begroting en de jaarrekening 2023 en hebben zoals gezegd vooral te maken met de gehanteerde begrotingsaannames. Deze aannames zijn overigens in nauw overleg met de gemeenten en per gemeente op maat gedaan. Bij de begrotingswijziging 2023 werden aannames bijgesteld maar ook toen nog met te gunstige verwachtingen. Ondertussen werd de begrotingsafwijking in de bestuursrapportages 2023 al steeds meer zichtbaar en is daaruit al in 2023 lering getrokken. In het najaar 2023 is de Kadernota 2025 opgesteld met uitgangspunten voor begroting 2025 en begrotingswijziging 2024. Belangrijkste uitgangspunten zijn het gebruik maken van actuele data in combinatie met het wél rekening houden met trendmatige groei en het terughoudender zijn met gunstige bijstellingen.

Daarbij spelen vanuit het perspectief van de Regiovisie Nabij en Passend onder meer de volgende uitdagingen: • Inzet van pleeghulp in plaats van duurdere residentiële hulp wil maar niet groeien; • Snellere uitstroom uit specialistische jeugdhulp (bijvoorbeeld uit daghulp naar onderwijs, uit gezinshuizen naar zelfstandig wonen, etc.) wil maar niet vlotten; • Inspanningen om dure zorg beter en goedkoper te maken (afbouw van gesloten jeugdhulp en inzet van alternatieven) pakken vooralsnog financieel niet gunstig uit. Landelijke Hervormingsagenda Jeugd 2023 was niet alleen regionaal, maar ook landelijk een turbulent jaar voor de jeugdhulp. De landelijke discussie over de Hervormingsagenda werd na een langslepend geschil voorlopig beklonken. Er zijn nu afspraken over fundamentele verbetering van jeugdzorg. Tot groot ongenoegen van gemeenten heeft de rijksoverheid niet ingestemd met het ophogen van de algemene uitkering aan gemeenten om de grote stijgingen van de jeugdhulpuitgaven in de afgelopen jaren structureel te compenseren. De beheersing van de kosten is dan ook een grote opgave voor de gemeenten, zowel individueel als samenwerkend in de GRJR. Dit betreft het samenhangend geheel van Jeugdwetkosten, dus naast specialistische jeugdhulp via de GRJR ook lokale jeugdhulp en voorliggende voorzieningen.

Daarbij moet worden bedacht dat de GRJR de kosten van de regionale specialistische jeugdhulp niet eigenstandig kan beperken, omdat wettelijke verwijzers en gemeentelijke lokale teams bepalen welke hulp voor een individuele jeugdige wordt ingezet conform het beleid van de gemeenten. 2.2.3 Aanzetten tot verdergaande kostenbeheersing en transformatie De conclusie uit deze jaarrekening is dat de gewenste transformatie of hervorming tot nu toe nog niet leidt tot een rem op de uitgaven. De uitgaven groeien de pan uit, er is veel meer nodig en dat vraagt zowel inzet van de GRJR, als van aanbieders en individuele gemeenten op jeugdhulp- én aanpalende domeinen.

10

Er wordt langs diverse lijnen gewerkt aan de transformatie: maatregelen voor kostenbeheersing, uitwerking van de Hervormingsagenda, vormgeving van alternatieven voor Jeugdhulpplus, vormgeving van bovenregionale expertisenetwerken en sturing op ontwikkelopdrachten. Kostenbeheersingsmaatregelen Naar aanleiding van de 2e bestuursrapportage 2023 zijn kostenbeheersingsmaatregelen binnen huidige contractuele kaders geïnitieerd, vooral gericht op doelmatiger inzet van bestaande instrumenten bij toewijzen van hulp en managen van contracten. Het Algemeen Bestuur heeft in februari 2024 een pakket kostenbesparingsmaatregelen vastgesteld onder het adagium “Voldoende is goed genoeg”. Tegelijkertijd is met de gemeentelijke directeuren sociaal domein een Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing (RBOK) opgesteld die het AB ook in februari 2024 heeft vastgesteld. In de RBOK zijn de ambitie van en sturing op het maatregelenpakket GRJR toegelicht. Daarnaast zijn verdergaande maatregelen buiten de bestaande kaders van de GRJR nodig, die de reikwijdte van de Jeugdwet begrenzen, de instroom in jeugdhulp beperken en de uitstroom bevorderen. Hierover loopt een maatschappelijk debat over fundamentele beleidsaanpassing, waarop ook de Hervormingsagenda ziet met voornamelijk langere termijn-effecten.

Uitwerking Hervormingsagenda De GRJR is op landelijk niveau op diverse niveaus aangehaakt op de Hervormingsagenda. Het Dagelijks Bestuur sprak begin 2023 met de VNG over de inhoud van de conceptagenda en de achterliggende financiële systematiek. Na vaststelling van de agenda zijn diverse landelijke werkgroepen gevormd. De GRJR neemt deel aan de werkgroep die zich bezighoudt met het opnieuw inrichten van de landelijke inkoop van hoogspecialistische jeugdhulp (LTA). De GRJR adviseert verder de VNG over de lijst met zorgvormen die ten minste op regionaal niveau moeten worden ingekocht. Daarnaast trekt de GRJR in de regio het proces van de robuustheidsscan (is de regio als toekomstige regio robuust genoeg?) en de regioscan (0-meting: waar staan we ten opzichte van de Hervormingsagenda?). Ten slotte participeert de GRJR in het BJ42-overleg van de VNG met de 42 jeugdhulpregio’s. De VNG richt deze overleggen steeds meer in als gremium om ontwikkelingen in de implementatie van de Hervormingsagenda in de verschillende regio’s richtinggevend met elkaar te delen. Werkgroep Alternatieven voor jeugdhulpplus De GRJR startte in 2023 een werkgroep met de zeven systeemaanbieders en Gecertificeerde Instellingen (GI’s) voor de versnelde ontwikkeling van alternatief zorgaanbod voor jeugdhulpplus en 1-op-1 begeleiding.

Een concreet resultaat hiervan is bijvoorbeeld dat Pameijer een plan heeft gemaakt om woongroepen te verkleinen naar vier jongeren met gelijkblijvende begeleiding. Daarnaast zijn aanbieders bezig met een bijscholingsprogramma van jeugdhulpprofessionals, een ambulant team met diverse expertises dat uithuisplaatsingen moet tegengaan en een verkenning naar een instellingsterrein waar kinderen met GGZ-problematiek onvoorwaardelijk kunnen wonen.

11

Bovenregionaal expertisenetwerk (Bren) De GRJR is nauw betrokken bij de doorontwikkeling van het Bovenregionaal expertisenetwerk. Dit netwerk heeft de volgende drie doelen: • Casusoverleg waarin voorzitters van regionale expertiseteams casuïstiek over jeugdigen bespreken voor wie in de regio geen oplossing wordt gevonden. Dit verloopt naar tevredenheid; • Ontwikkeling van noodzakelijk nieuw aanbod in het landsdeel. In dit kader zijn in 2023 diverse projecten gestart. Timon gaat een kleine woonvorm ontwikkelen waar jongeren die voorheen van aanbieder naar aanbieder werden doorgeplaatst onvoorwaardelijk kunnen wonen. Een soortgelijke opdracht heeft Novaa voor jongeren met forensische problematiek. Ook zijn er opdrachten uitgezet om jongeren en ouders op wachtlijsten door jonge ervaringsdeskundigen te laten ondersteunen; • Wetenschappelijk onderzoek. Het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) onderzoekt bijvoorbeeld naar de werkzame elementen van zorgaanbod vanuit het BREN. Ontwikkelopdrachten Vanaf 1 januari 2023 werkt de GRJR met zeven systeemaanbieders voor specialistische jeugdhulp. Met deze aanbieders zijn afspraken gemaakt waarin de ontwikkelopgaven in de regiovisie zijn vertaald naar opdrachten om hun zorgaanbod passender te maken.

Elke aanbieder werkt op eigen wijze aan deze opdrachten, soms in samenwerking met de overige systeemaanbieders, soms intern en met eigen onderaannemers. Aanbieders leveren per kwartaal een kwalitatieve rapportage en na afloop van het jaar verantwoorden zij de inzet van hun ontwikkelbudget van ca € 150.000 per aanbieder per jaar. Om de resultaten meetbaar te maken bouwen aanbieders en GRJR aan betekenisvolle KPI’s per ontwikkelopdracht. In contractgesprekken bespreken de contractmanagers de inhoudelijke ontwikkelingen mede aan de hand van deze KPI’s. Naast de individuele ontwikkelopdrachten vormden aanbieders een gezamenlijke ontwikkelagenda op ter versterking van de individuele ontwikkelopdrachten. Deze gezamenlijke agenda is gericht op verbetering van de toeleiding naar specialistische hulp, het ontwikkelen van passend zorgaanbod en het leren van complexe casuïstiek. En dit binnen de opdracht tot kostenbesparing. Op de ontwikkelopdrachten wordt onderstaand kwalitatief resultaat geboekt: 1. Hulp aan de jeugdige moet nabij en passend zijn Aanbieders werken op diverse manieren aan deze opdracht. De ene aanbieder focust op gebiedsgericht werken, een andere opent een nieuwe locatie in het noorden van de regio waar nog geen fysieke aanwezigheid was.

Ook kijken aanbieders binnen het bestaande hulpverleningsaanbod naar meer nabije zorg, zoals gericht zoeken naar netwerkpleeggezinnen voor jeugdigen die (tijdelijk) niet meer thuis kunnen wonen. Tot slot richten aanbieders zich op het verhogen van de respons op exit-vragenlijsten, zodat zij beter in beeld krijgen of hulp passend is geweest voor de jeugdige en het gezin.

12

2. Regionaal sluit aan op lokaal Aanbieders werken aan meer verbinding met gemeenten, met als doel dat jeugdhulp daar waar dat kan lokaal wordt geleverd. Dit gebeurt via verdeeltafels, knooppunten en inzicht in lokale partijen. Vanuit gemeentelijke en regionale zijde is veel aandacht voor dit onderwerp. Aan de zorgbemiddelingstafel sluiten ook steeds vaker de lokaal ingekochte partijen aan om deze beweging te stimuleren. 3. Jeugdigen groeien zoveel mogelijk op binnen een (pleeg)gezin Aanbieders trekken samen op om de pleeggezin- en gezinshuiszorg te verbeteren. Dit gebeurt door werving en behoud van pleegouders, scholing van pleeggezinnen, beschikbaar stellen van expertise (zoals op het gebied van traumaverwerking). Twee aanbieders richten zich op het opzetten van Mockingbird-constellaties. 4. Minimale inzet van bedden Aanbieders richten zich op ontwikkelen van zorgvormen als alternatief voor verblijfshulp. De wijze van monitoring van deze opdracht is in ontwikkeling. Er is een definitie van flexibele bedden vastgesteld en er wordt met een KPI zicht gehouden op deze opgave. 5. Kosteneffectiviteit Voor deze opdracht is het de bedoeling dat aanbieders met regelmaat middels dossieranalyses onderzoeken wat er beter en efficiënter kan. Hiervoor stemmen aanbieders hun werkwijze op elkaar af.

2.2.4 Ontwikkeling van het zorglandschap; nabij en passende, tijdige hulp Algemene ontwikkelingen Met de start van de nieuwe contractperiode per 1 januari 2023 is het zorglandschap op een andere wijze ingedeeld dan voorheen. De zeven systeemaanbieders zijn samen verantwoordelijk voor een dekkend zorglandschap voor specialistische jeugdhulp. Forensische jeugdhulp is apart gecontracteerd; dit zijn de prestatie-aanbieders. Tot slot zijn er flex-aanbieders die (tijdelijk) worden ingezet als systeem- of prestatieaanbieders geen ruimte meer hebben om de hulp zelf tijdig te leveren of als zij de zorg niet kunnen leveren. De eerste helft van 2023 stond in het teken van de zorgcontinuïteit van oude naar nieuwe contracten. Jeugdigen die in 2022 al zorg ontvingen en in zorg bleven, kregen de hulp die ze al hadden op het oude contract tot uiterlijk 1 juli 2023. De hulp die daarna nodig is werd overgezet naar een nieuwe contractpartij. Arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt houdt aan, zowel landelijk als in onze regio. In de Hervormingsagenda is dan ook veel aandacht voor het oplossen van problemen in de arbeidsmarkt. Aanbieders zetten in op het werven en behouden van (ervaren) medewerkers onder andere door het beheersen van de werkdruk. In mei 2023 startte een pilot Functiedifferentiatie in de Pleegzorg waarin mbo’ers naast hbo’ers worden ingezet in de pleegzorg.

Doel is om de jeugdhulpsector toegankelijker te 13

maken voor mbo’ers en zo het tekort op de arbeidsmarkt te verminderen. De eerste resultaten zijn positief. Het ziekteverzuim in de jeugdhulp is licht afgenomen, maar is nog steeds hoger dan in andere sectoren. Aanbieders zetten sterk in op preventie en begeleiding om het ziekteverzuim terug te dringen. Hoofdlijnen opdrachten A tot en met F In alle opdrachten (behalve pleegzorg) zien we dat de weektarieven stijgen, bij gelijkblijvende aantallen kinderen in jeugdhulp en niet veranderende duur van zorg: • Ondanks de ambitie om jeugdigen die hulp met verblijf nodig hebben meer in pleegzorg te plaatsen, is het aantal jongeren in pleegzorg (A) in 2023 licht gedaald. Kinderen worden langer ambulant behandeld. Is uiteindelijk toch plaatsing buiten het gezin nodig, dan is de problematiek voor veel pleegzorggezinnen te zwaar; • Substantiële afname van jeugdigen in opname met behandeling (B), waarmee in de begroting rekening is gehouden, werd niet gerealiseerd. Afname van het aantal kinderen in gesloten jeugdhulp is gestabiliseerd. Maar er is tegelijk een sterke weektariefstijging in B door toegenomen complexiteit van de zorgvraag bij instellingen die jeugdigen in de openheid opvangen. Dit komt door de ingezette afbouw van gesloten jeugdhulp (B2/Jeugdhulp+).

Wel zien we een lichte daling van het aantal jeugdigen in opname met intensieve behandeling (B3), die mogelijk gevolg is van intensievere (duurdere) inzet van daghulp (D) en ambulante hulp (E); • Er komen meer jongeren in gezinshuizen (C1) als alternatief voor pleegzorg, en in beschermd wonen (C3). Minder jongeren dan voorheen komen in KamerTrainingscentra (C2); dit aanbod lijkt niet goed aan te sluiten bij de vraag van jeugdigen die toe zijn aan een volgende fase op weg naar zelfstandigheid; • Het aantal jeugdigen in daghulp (D) bleef vrijwel gelijk aan 2022, ondanks de verwachting dat dit substantieel zou dalen doordat gemeenten een deel van daghulp zelf aanbieden. Of de jeugdhulp op de juiste plek geleverd wordt (regionaal/lokaal) is nog niet goed te beoordelen, mede omdat gemeenten (nog) onvoldoende informatie hebben over lokaal zorggebruik. Knelpunten zoals niet tijdig uitstromen naar lokaal en onvoldoende doorstroom naar (passend) onderwijs dragen bij aan kostenoverschrijding in opdracht D. De complexiteit van de zorgvraag zien we ook in D terug in gestegen weektarieven, mogelijk in samenhang met minder inzet van verblijfshulp met intensieve behandeling (B3); • Het aantal jeugdigen in ambulante hulp (opdracht E) neemt duidelijk af, maar het gemiddeld weektarief stijgt. De daling betreft grotendeels laagfrequente medicatie en lichte vormen van ambulante hulp.

Dit komt doordat gemeenten vanaf 1 januari 2023 zelf een deel van de ambulante jeugdhulp hebben ingekocht. De financiële effecten zijn minder dan verwacht. De stijging van weektarieven heeft mede als oorzaak dat lichte hulp meer lokaal geleverd wordt en duurdere zorg regionaal blijft; • Bij de crisishulp (F) is de onderlinge samenwerking tussen systeemaanbieders en het crisisinterventieteam van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verstevigd. Met elkaar is er voldoende capaciteit beschikbaar om zorgvragen van nieuwe jeugdigen in crisissituaties te kunnen oppakken. Er is gebruik gemaakt van ongeveer 85% van de beschikbare crisiscapaciteit. Dit jaar is overcapaciteit van het ambulante 14

crisisaanbod voor het eerst alternatief ingezet op reguliere arrangementen, met name ter voorkoming van breakdowns bij pleegzorgplaatsingen. Forensische zorg Zorg aan jeugdigen met een reclasseringsmaatregel, forensische zorg in de vorm van opname (B), verblijf (C), daghulp (D) en ambulant (E), is sinds 2023 apart gegund aan prestatieaanbieders. Omdat dit eerder niet apart was ingekocht en geregistreerd is nog geen vergelijking te maken met voorgaande jaren en is 2023 een 0-meting. Alleen het gebruik van verblijf in het kader van het adolescentenstrafrecht (ASR) werd tot en met 2022 geregistreerd. In 2023 zijn 348 toewijzingen voor forensische zorg afgegeven voor 290 jeugdigen. Veruit de meeste toewijzingen (235) betreffen ambulante hulp (E) en er is zo’n 40 maal daghulp toegewezen (D). Er is ten opzichte van de vroegere ASR een groei te zien in het aantal jeugdigen met forensische verblijfszorg, met name beschermd wonen (C3) en training zelfstandig wonen (C2). In 2023 gebruikten ruim 50 jeugdigen deze hulp met verblijf. De gemiddelde wachttijd bij prestatieaanbieders was in 2023 16 dagen. De gemiddelde leeftijd van jeugdigen met forensische zorg ligt hoger dan bij reguliere jeugdhulp: 20% is 17-18 jaar en 47% is tussen de 18 en 23 jaar.

Wachttijden Resultaten opdracht E (ambulante hulp) Bij het afronden van het project Aanpak wachttijden was eind 2022 de gemiddelde wachttijd voor opdracht E 14 weken. Eind 2022 stonden voor opdracht E 1085 jeugdigen op de wachtlijst. Aantal wachtenden opdracht E (excl. MVS)

Gemiddelde wachttijd opdracht E 30 25 20 15 10 5 0

27

1500 15 13 15

18

17 18 14 13 16

1150

1331 1057 1014 1070

1085 1017

1272 1313 1215

1000 500 0 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 2021 2021 2022 2022 2022 2022 2023 2023 2023 2023

Na het eerste kwartaal van 2023 was te zien dat de systeemaanbieders de in 2022 ingezette daling zowel qua aantallen als wachttijd hadden voortgezet. Aanbieders merken dat bij verwijzers, met name huisartsen, de verschuiving van delen van opdracht E naar lokale inkoop niet voldoende bekend is. Het aantal huisartsverwijzingen naar de regionale GGZ-aanbieders nam toe van 75% in het eerste kwartaal naar 85% in het derde kwartaal. Hierdoor was er in 2023 grotere druk op de regionale GGZ-aanbieders voor screening en triage. De gevolgen werden gedurende 2023 zichtbaar. De gemiddelde wachttijd is met 4 weken gestegen en het aantal wachtenden met 130. Verschillende gemeenten nemen in subregionaal verband stappen om te zorgen voor herverdeling van casuïstiek, zodat inzet van lokaal gecontracteerde aanbieders bij passendheid voorliggend is aan inzet van regionale aanbieders.

15

Naast de wachttijd en wachtlijst monitort de GRJR de spreiding van de wachttijd, dus: hoe lang wachten de meeste jeugdigen? Idealiter ligt de piek op de eerste drie maanden en zullen de aantallen lang wachtenden steeds meer afnemen. Rond de zomervakantie is het gebruikelijk een toename in het aantal wachtenden en wachttijd te zien. Ook hierin is de verschuiving in opdracht E zichtbaar door langere wachttijden bij de GGZaanbieders. De langst wachtenden wachten veelal op inzet van zeer specialistische schaarse hulp. Voor GGZ-hulp, hulp in complexe scheidingssituaties en voor kinderen met (complex) autisme is de wachttijd op het moment het langste.

Aantal wachtenden

Wachtlijst opdracht E (excl. MVS) 500 400 300 200 100 0

301 206 118

116

130

183

110

2022 Q4 38

13

2023 Q1 2023 Q2 2023 Q3 2023 Q4

Wachttijd

Resultaten opdracht D (daghulp) In opdracht D zijn de gebruikelijke golfbewegingen van aantallen jeugdigen en wachttijd. Wel valt op dat de gemiddelde wachttijd gedurende het jaar bijna 2 weken hoger lag dan in 2022, maar eind 2023 is de wachttijd gemiddeld weer gedaald tot 13 weken. Dit is rond de afgesproken Treek-norm. Resultaten opdracht B (opname) en C (verblijf) Anders dan in voorgaande jaren, zijn er in opdracht B en C geen lange wachttijden voor de meeste kinderen. Aanbieders rapporteren over het kleine aantal jeugdigen een gemiddelde huidige wachttijd van 8 weken en retrospectieve wachttijd van 3 weken. Kanttekening hierbij is dat voor de kinderen met de meest complexe hulpvraag het lastig is passende (vervolg)hulp te vinden. Wanneer jeugdigen met hun behandeling in opdracht B klaar zijn maar nog niet thuis kunnen wonen, stromen zij door naar opdracht C. Daar sluit het aanbod niet altijd goed aan op de vraag. Deze wachtende kinderen zijn niet opgenomen in de wachttijdendashboards aangezien er nog geen aanmelding is voor passende vervolghulp. Vrijwel alle wachtende kinderen in opdracht B en C ontvangen al een vorm van jeugdhulp.

16

Resultaten opdracht A (pleegzorg) De wachttijd in de pleegzorg is afgenomen van 22 weken eind 2022 naar gemiddeld 10 weken eind 2023. Het aantal wachtenden was het merendeel van het jaar stabiel, maar is in het 4e kwartaal sterk afgenomen. De zorgvraag betreft met name deeltijd pleegzorg en zijn veelal jeugdigen die al elders in zorg zijn. De wachttijd heeft dan bijvoorbeeld te maken met ouders die geen toestemming voor deeltijd pleegzorg geven of met het feit dat de juiste match tussen kind en gezin nog niet is gevonden.

2.3 Resultaten per opdracht 2.3.1 Pleegzorg (Opdracht A) Realisatie JR 2021

Realisatie JR 2022

Begroting 2023

Realisatie 2023

€ 22.710.000

€ 21.841.000

€ 20.249.000

€ 22.077.000

Verschil begroting vs Realisatie 2023 - € 1.828.000

Tabel met de basisinformatie van opdracht A Opdracht A Jaara Aantal Aantal Toewijzingsduur Weektarief* jeugdigen* toewijzingen* in weken* 2020 1.883 2.909 105 € 247 2021 1.855 2.399 107 € 262 2022 1.880 2.365 87 € 266 2023 1.794 2.384 74 € 272 *Aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR, peildatum: 18-05-2024. a Dit is de stand op basis van gegevens t/m april 2024. Omdat in 2023 MVS niet meer deelneemt aan de inkoop van specialistische jeugdhulp, is MVS ook uit de jaren 2020 t/m 2022 gehaald. Hierdoor zijn jaren onderling vergelijkbaar.

Toelichting op de cijfermatige ontwikkeling in pleegzorg (opdracht A) Voor pleegzorg (opdracht A) is de realisatie 2023 hoger dan begroot en vergelijkbaar met de realisatie 2021 en 2022, ondanks de indexatie van de tarieven. De ambitie om pleegzorg te laten groeien (als alternatief voor overige verblijfszorg, opdracht B en C) wordt niet gehaald. Er is in het aantal jeugdigen geen toename te zien in de realisatie 2023, er is zelfs een lichte afname. Het weektarief stijgt licht, maar dit is uitsluitend een effect van de indexatie. Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling in pleegzorg (opdracht A) Het uitgangspunt in de GRJR is volgens de Regiovisie, dat kinderen horen op te groeien in een gezinssituatie die hun ontwikkeling stimuleert.

17

Van alle vormen van jeugdhulp met verblijf heeft pleegzorg daarom altijd de voorkeur. De ambitie van de regio is dan ook om het aantal pleeggezinnen en pleegzorgplaatsingen te laten stijgen. Toch is het aantal toewijzingen en het aantal jeugdigen in opdracht A gedaald ten opzichte van voorgaande jaren (zie tabel). Dit is in lijn met het landelijke beeld. De daling is deels te verklaren door een tekort aan passende pleeggezinnen en deels door complexere problematiek bij jeugdigen die jeugdhulp met verblijf nodig hebben. De trend om jeugdhulp zo lang mogelijk in de thuissituatie op ambulante basis aan te bieden speelt bij dit laatste punt mee. Als deze inzet toch niet het gewenste resultaat oplevert en alsnog een uithuisplaatsing van één of meerdere jeugdigen nodig is, dan is de complexiteit van de zorgvraag vaak toegenomen. Een plaatsing in een pleeggezin is dan vaak niet meer passend. Om meer pleeggezinnen te werven hebben er in de afgelopen jaren campagnes plaatsgevonden. De systeemaanbieders hebben hierop ook een ontwikkelopdracht. Dit heeft nog niet tot een toename geleid in onze regio. Beleidsmatig is een langere zorgduur in pleegzorg gewenst: de regio wil dat een pleegzorgplaatsing duurzaam is.

Om pleeggezinnen te behouden en uitval te voorkomen is daarom ingezet op het versterken en ondersteunen van pleegouders, om ook in zwaardere vormen van hulp en begeleiding en/of aanvullende hulp en begeleiding (niet zijnde jeugdhulp) te voorzien. Dit is gedaan via de subsidie Pleegzorg Maatwerk. Ook kan er aanvullende hulp uit opdrachten D (daghulp) en/of E (ambulante hulp) worden ingezet. In 2023 is een subsidie Functiedifferentiatie in de Pleegzorg verleend (mei 2023 – mei 2024) om te onderzoeken of en hoe het inzetten van MBO-‘ers naast HBO-ers bij kan dragen aan een efficiëntere dienstverlening en het verlichten van de druk op de arbeidsmarkt. 2.3.2 Opname met behandeling (Opdracht B) Realisatie JR 2021

Realisatie JR 2022

Begroting 2023

Realisatie 2023

Verschil begroting vs Realisatie 2023

€ 66.239.000

€ 78.698.000

€ 61.228.000

€ 80.972.000

-€ 19.744.000

Tabel met de basisinformatie van opdracht B Opdracht B totaal Jaara Aantal Aantal Toewijzingsduur jeugdigen* toewijzingen* in weken* 2020 868 1.490 40 2021 813 1.279 41 2022 846 1.396 41 2023 843 1.436 34

Weektarief* € 2.499 € 2.675 € 2.975 € 3.388

18

*Aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR, peildatum: 18-05-2024. aDit is de stand op basis van gegevens t/m april 2024. Omdat in 2023 MVS niet meer deelneemt aan de inkoop van specialistische jeugdhulp, is MVS ook uit de jaren 2020 t/m 2022 gehaald. Hierdoor zijn jaren onderling vergelijkbaar.

Hieronder de tabellen met subonderdelen van opdracht B Opdracht B1 Jaara Aantal Aantal Toewijzingsduur jeugdigen* toewijzingen* in weken* 2020 123 188 50 2021 120 162 49 2022 146 191 53 2023 153 204 45 Opdracht B2 Jaara 2020 2021 2022 2023 Opdracht B3 Jaara 2020 2021 2022 2023 Opdracht B4 Jaara 2020 2021 2022 2023

Aantal jeugdigen* 186 143 123 106

Aantal Toewijzingsduur toewijzingen* in weken* 310 34 221 33 218 32 178

28

Weektarief* € 1.637 € 1.699 € 1.806 € 2.029

Weektarief* € 3.303 € 3.586 € 3.803 € 4.795

Aantal jeugdigen* 619 602 617 617

Aantal Toewijzingsduur toewijzingen* in weken* 929 40 850 41 930 41 985 34

Weektarief*

Aantal jeugdigen*

Aantal Toewijzingsduur toewijzingen* in weken*

Weektarief*

€ 2.384 € 2.601 € 3.012 € 3.429

44 36 44

63 46 57

27 21 16

€ 3.822 € 4.651 € 5.501

47

69

6

€ 6.301

*Aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR, peildatum: 18-05-2024. aDit is de stand op basis van gegevens t/m april 2024. Omdat in 2023 MVS niet meer deelneemt aan de inkoop van specialistische jeugdhulp, is MVS ook uit de jaren 2020 t/m 2022 gehaald. Hierdoor zijn jaren onderling vergelijkbaar.

19

Toelichting op de cijfermatige ontwikkeling in opname met behandeling (opdracht B) Voor opname met behandeling (opdracht B) is de realisatie 2023 fors hoger dan begroot en licht hoger dan de realisatie 2022. Dat betekent dat de ambitie om opdracht B financieel te laten krimpen niet wordt gehaald. In de realisatie 2023 is er ook geen substantiële afname te zien in het aantal jeugdigen in opdracht B, dit daalt slechts licht. Dit geldt ook voor het aantal toewijzingen. Door het toewijzen met terugwerkende kracht kan dit beeld in de toekomst nog (naar boven) bijgesteld worden. De toewijzingsduur van deze opdracht blijft stabiel, daar waar de ambitie een kortere duur is. Het weektarief stijgt met de jaren sterker dan de indexatie. Er is een zeer lichte daling in aantal jeugdigen te zien in de opdrachten in B2 (Jeugdhulp+/gesloten jeugdhulp) en B3 (open intensieve behandeling). De opdrachten B1 (kortdurende open behandeling) en B4 (vrijwillig gesloten behandeling) laten daarentegen een zeer lichte stijging zien in het aantal jeugdigen. In opdracht B wordt ook forensische hulp geleverd. Dit maakt onderdeel uit van bovenstaande cijfers. Het betreft hier 5 jeugdigen van de 805 in 2023.

Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling opname met behandeling (opdracht B) Binnen B2 (JH+/gesloten jeugdhulp) zien we vooral dat de toewijzingsduur niet afneemt ten opzichte van het voorgaande jaren, ondanks dat de groepen verkleind zijn. Aanbieders geven wel aan dat het aantal incidenten in de groep stevig verminderd is. Dit is een goede ontwikkeling. Door de verkleining van de groepen zijn er minder plekken beschikbaar, dat zien we terugkomen in het dalende aantal jeugdigen en toewijzingen. In het weektarief uit 2022 waren de aangepaste tarieven voor deze groepen nog niet opgenomen. Dat verklaart dus voor een deel de stijging in het weektarief. Wat we daarnaast constateren, is dat voor zo’n 30% van de toewijzingen het weektarief hoger is dan het standaardtarief voor B2/JH+. Dit komt met name doordat de jeugdigen 1-op-1 hulp krijgen of een aangepast dagprogramma ontvangen, omdat zij niet naar school kunnen. In opdracht B3 (open intensieve behandeling) zien we het aantal jeugdigen dalen, tegelijkertijd zien we het weektarief stijgen. Dit lijkt erop alsof de jeugdigen die voorheen in gesloten jeugdhulp werden opgevangen, niet allemaal in deze open setting terecht komen. We zien daarnaast het weektarief van B3 stijgen. Ook op de opdrachten D (daghulp) en E (ambulante hulp) is een stijging op de weektarieven die hoger zijn dan € 1.000.

Dit zijn mogelijk ook deels jeugdigen die nu ambulant in de eigen thuissituatie geholpen worden, waar deze anders via opname (dus B3) geholpen zouden worden. Dat is in lijn met de ambitie om jeugdigen zoveel mogelijk in de thuissituatie te helpen en dus plaatsingen in een residentiële setting te verminderen/te verkorten. Binnen opdracht B4 (vrijwillig gesloten behandeling) zien we het volgende gebeuren: het aantal jeugdigen stijgt licht, het aantal toewijzingen stijgt harder dan het aantal jeugdigen, maar de toewijzingsduur gaat juist enorm omlaag. Dit betekent dat de jeugdigen steeds kortere toewijzingen krijgen voor opdracht B4, maar mogelijk worden deze wel vaker gevolgd door een herindicatie. Ook in deze opdracht zien we een sterke stijging van het weektarief dat groter is dan de indexatie. Overigens is het aantal kinderen in deze opdracht klein.

20

Incidentele kosten afbouw Jeugdhulpplus De gesloten jeugdhulp is een specifieke hulpvorm die landelijk maar door een beperkt aantal aangewezen aanbieders wordt geleverd. Het gaat om een doelgroep van ca. 300 jeugdigen uit de vijf jeugdhulpregio’s in het landsdeel Zuidwest/de provincie Zuid-Holland (ca. 145 jeugdigen per jaar uit Rijnmond), die in onze provincie door iHub en Schakenbosch wordt geholpen. Sinds 2021 werken we aan uitvoering van de landelijke opdracht om op termijn tot 0 jeugdigen in gesloten jeugdhulp te komen. Dit doet het landsdeel met deze aanbieders door bijvoorbeeld verkleining van groepen en afschaffing van separeerruimtes. Het aantal jeugdigen dat in gesloten jeugdhulp terecht komt is de afgelopen jaren gedaald. De financiële posities van de gesloten jeugdhulpaanbieders kwamen in de knel. Beide moesten onder regie van het landsdeel werken aan herstel- en continuïteitsplannen. Als richtinggevend kader ligt er een bovenregionaal plan, dat eind 2023 voor de tweede keer is geactualiseerd. De ambitie voor de komende jaren ziet er zo uit: Jaar

Ambitie JHP Landsdeel

2024

135 JHP + 45 hybride = 180

2025

135 JHP + 45 hybride = 180

2026

135 JHP & hybride (per 1-1-2026)

2027 2028

54 JHP & hybride (per 1-1-2028)

De jeugdigen die voorheen in geslotenheid werden opgevangen hebben geschikte alternatieve hulp nodig. De opbouw van passende alternatieve vormen van jeugdhulp is urgent geworden. Dit is een ontwikkelopdracht voor de aanbieders in onze regio. Kosten van transformatie (om- en afbouw) De om- en afbouw van JeugdhulpPlus is een omvangrijk proces dat voorbereidings-, incidentele en structurele kosten met zich meebrengt. Voorbereidingskosten worden gemaakt om dit proces in goede banen te leiden en plannen van om- en afbouw te maken. Incidentele kosten worden gemaakt om om- en afbouw te realiseren, zoals verbouwingen en tijdelijke leegstand. Tot en met 2022 is al voor meer dan €10 mln. aan transformatiekosten gemaakt die naar rato door de vijf jeugdhulpregio’s worden gedragen. Op basis van AB-besluitvorming, na controle van de jaarrekening 2022, heeft Rijnmond voor € 3,7 mln. kosten gemaakt, dit is inclusief nakomende kosten 2022+ 2023. Op basis van de plannen die gemaakt worden zullen er nog nader te bepalen transformatiekosten bijkomen. Deze kosten zijn in deze jaarrekening opgenomen in het overlopend resultaat. Daarnaast zijn er structurele effecten van bijvoorbeeld groepsverkleining, waarvoor tarieven zijn aangepast. Deze effecten werken door in de jaarrekening 2023.

21

Financiering In 2023 heeft het landsdeel een lobby met het rijk gestart om de transformatiekosten vergoed te krijgen. In de financieringsafspraken van de Hervormingsagenda is hiervoor geld apart gezet en het Ministerie van VWS is bezig hiervoor een nieuwe specifieke uitkeringsregeling op te stellen. Er zijn nog geen toezeggingen over de hoogte van de uitkering, wel over dat kosten vergoed worden. Het Ministerie van VWS heeft eerder al een specifieke uitkeringsregeling getroffen voor de ontwikkeling van bovenregionale expertisenetwerken (BREN) en hiervoor geld beschikbaar gesteld aan de coördinerende gemeente Rotterdam ten behoeve van het hele landsdeel. Voor het hele landsdeel stelt Rotterdam € 3,8 mln. uit de BREN beschikbaar voor de transformatiekosten JH+. Daarvan is € 1,3 mln. voor regio Rijnmond beschikbaar als dekking voor de al door de GRJR gemaakte transformatiekosten. In bijlage B is de SISA-verantwoording opgenomen. Beide opbrengsten zijn opgenomen in de jaarrekening 2023. 2.3.3 Langdurig verblijf (Opdracht C) Realisatie JR 2021

Realisatie JR 2022

Begroting 2023

Realisatie 2023

Verschil begroting vs. Realisatie 2023

€ 14.258.000

€ 15.466.000

€ 19.820.000

€ 19.890.000

- € 70.000

Tabel met de basisinformatie van opdracht C Opdracht C totaal Jaar Aantal Aantal Toewijzingsduur jeugdigen* toewijzingen* in weken* 2020 307 482 52 2021 288 377 55 2022 338 431 58 2023 390 540 45

Weektarief* € 1.238 € 1.345 € 1.456 € 1.684

*Aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR, peildatum: 18-05-2024. aDit is de stand op basis van gegevens t/m april 2024. Omdat in 2023 MVS niet meer deelneemt aan de inkoop van specialistische jeugdhulp, is MVS ook uit de jaren 2020 t/m 2022 gehaald. Hierdoor zijn jaren onderling vergelijkbaar.

22

Hieronder de tabellen met subonderdelen van opdracht C Opdracht C1 Jaar Aantal Aantal Toewijzingsduur jeugdigen* toewijzingen* in weken* 2020 61 103 60

Weektarief*

2021 2022

61

83

65

€ 1.203 € 1.378

100

127

65

€ 1.462

2023

133

190

48

€ 1.571

Opdracht C2 2020 2020 2021 2022 2023 Opdracht C3 Jaar

Aantal jeugdigen* 228 216 232 228

Aantal jeugdigen*

Aantal Toewijzingsduur toewijzingen* in weken* 348 50 279 293 306

52 54 46

Aantal Toewijzingsduur toewijzingen* in weken*

Weektarief* € 1.208 € 1.308 € 1.446 € 1.703

Weektarief*

2021

20 11

31 15

43 47

€ 1.816 € 1.808

2022 2023

10 37

11 44

43 29

€ 1.737 € 2.184

2020

*Aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR, peildatum: 18-05-2024. aDit is de stand op basis van gegevens t/m april 2024. Omdat in 2023 MVS niet meer deelneemt aan de inkoop van specialistische jeugdhulp, is MVS ook uit de jaren 2020 t/m 2022 gehaald. Hierdoor zijn jaren onderling vergelijkbaar.

Toelichting op de cijfermatige ontwikkeling in langdurig verblijf (opdracht C) Voor langdurig verblijf (opdracht C) is de realisatie 2023 iets hoger dan begroot. Vergeleken met de realisatie 2021 en 2022 is de realisatie 2023 flink gestegen. Conform de stijging in realisatie over de afgelopen jaren is ook een stijging in het aantal jeugdigen in opdracht C te zien. Dit geldt ook voor het aantal toewijzingen van 2022 naar 2023. Door het toewijzen met terugwerkende kracht kan dit beeld in de toekomst nog bijgesteld worden. De toewijzingsduur van deze opdracht fluctueert wat over de laatste jaren. Het weektarief stijgt sterker dan de indexatie. De stijging in aantal jeugdigen is binnen de verschillende opdrachten in C te zien bij de gezinshuizen (C1) en beschermd wonen (C3). In opdracht C wordt ook forensische hulp geleverd. Dit maakt onderdeel uit van bovenstaande cijfers. Het betreft hier 48 jeugdigen van de 369 in 2023. 23

Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling langdurig verblijf (opdracht C) We zien dat de opdracht gegroeid is ten opzichte van 2022, dit geldt met name voor de opdrachten C1 en C3. Met name de stijging op C1 is in lijn met de ontwikkelopdracht dat we het aantal plekken in gezinshuizen willen laten groeien als alternatief voor verblijf in open/gesloten setting. Ook in opdracht C3 zien we een stijging, die we tot nu toe niet eerder gezien hebben. Dit laat zich verklaren doordat voor opdracht C3 in de vorige contractperiode niet veel aanbieders gecontracteerd waren. Dit kan ook komen doordat vanaf deze contractperiode de combinatie opdracht C en opdracht E mogelijk is. Voorheen bleven deze jeugdigen waarschijnlijk onnodig lang in opdracht B. Verschuiving van B naar C is een gewenste ontwikkeling. Ook in opdracht C geldt dat de aanbieders aangeven dat de hulpvraag die deze jeugdigen hebben complexer is dan voorheen. Dat resulteert in een hoger weektarief. Alleen op opdracht C2 (KamerTrainingCentrum) zien we een daling van het aantal toewijzingen en jeugdigen. We merken dat het aanbod dat er is niet aansluit bij de vraag die de jeugdigen hebben wanneer ze toe zijn aan een volgende fase in hun leven. Dat zou kunnen betekenen dat deze jeugdigen onnodig lang in opdracht B blijven hangen.

2.3.4 Daghulp (Opdracht D) Realisatie JR 2021

Realisatie JR 2022

Begroting 2023

Realisatie 2023

€ 19.097.000

€ 24.405.000

€ 21.067.000

€ 26.772.000

Tabel met de basisinformatie van opdracht D Opdracht D Jaara Aantal Aantal Toewijzingsduur jeugdigen* toewijzingen* in weken* 2020 852 1.281 38 2021 900 1.118 42 2022 1.113 1.417 41 2023 1.128 1.601 32

Verschil realisatie vs. begroting 2023 -€ 5.704.000

Weektarief* € 729 € 799 € 858 € 1.010

*Aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR, peildatum: 18-05-2024. aDit is de stand op basis van gegevens t/m april 2024. Omdat in 2023 MVS niet meer deelneemt aan de inkoop van specialistische jeugdhulp, is MVS ook uit de jaren 2020 t/m 2022 gehaald. Hierdoor zijn jaren onderling vergelijkbaar.

Toelichting op de cijfermatige ontwikkeling in daghulp (opdracht D) Voor daghulp (opdracht D) is de realisatie 2023 hoger dan begroot. Vergeleken met de realisatie 2021 en 2022 is de realisatie 2023 toegenomen. Dat betekent dat de ambitie om de regionale hulp in deze opdracht financieel te laten krimpen niet wordt gehaald. In de realisatie 2023 is ook geen afname te zien van het aantal jeugdigen of toewijzingen in daghulp (opdracht D) ten opzichte van voorgaande jaren ondanks overheveling van de inkoop naar lokaal. Door het toewijzen met terugwerkende kracht kan dit beeld in de toekomst nog worden bijgesteld. 24

De toewijzingsduur van deze opdracht neemt iets af in 2023. Het weektarief stijgt sterker dan de indexatie. De hogere realisatie 2023 ten opzichte van de begroting 2023 kan te verklaren zijn door het niet realiseren van de ambitie om jeugdigen passende daghulp op lokaal niveau te leveren. Vanaf 1 januari 2023 hebben gemeenten immers veel daghulp zelf ingekocht. Regionaal is geen betrouwbaar overzicht hoe de uitnutting van de lokaal ingekochte daghulp is. In opdracht D wordt ook forensische hulp geleverd. Dit maakt onderdeel uit van bovenstaande cijfers. Het betreft hier 40 jeugdigen van de 1.107 in 2023. Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling daghulp (opdracht D) Deze opdracht omvat de inzet van (hoog) specialistische dagbehandelingen waaronder opgroeiproblematiek bij jonge kinderen, dagbehandeling van specifieke stoornissen voor kinderen onder de 12 jaar en medisch kinderdagverblijven. Daarnaast is daghulp voor de forensische doelgroep onderdeel van het regionale contract. Het verminderen van regionaal ingekochte daghulp als gevolg van inkoop van daghulp op lokaal niveau, wordt ook na het einde van de zorgcontinuïteit (30 juni 2023) niet gezien. De regionaal gecontracteerde systeemaanbieders zien steeds meer inzet op deze vorm van specialistische jeugdhulp.

Er lijkt onder andere sprake te zijn van toename van dagbehandeling van het jonge kind (0 tot 6 jaar), de wachttijden hiervoor lopen op en zijn lang. Daarnaast zijn er knelpunten bij de uitstroom uit regionaal gecontracteerde daghulp. Er is geen of onvoldoende afschaling naar lokaal omdat de lokale jeugdhulp (nog) niet (voldoende) beschikbaar of gecontracteerd is. Daarnaast zijn er knelpunten bij de uitstroom naar speciaal en regulier onderwijs. Scholen zijn zeer terughoudend en wijzen bijvoorbeeld kinderen vanwege complexe problematiek af. En er zijn onvoldoende plekken in het speciaal onderwijs. Het risico is groot dat er (nog) meer kinderen thuis komen te zitten. Om dit te voorkomen bestaat de kans dat de gemeente en aanbieder kiezen om het kind ‘’oneigenlijk’’ op het regionale contract in zorg te houden. Gedurende 2023 is verdere uitvoering gegeven aan de samenwerkingsafspraak dat regionale aanbieders aansluiten bij de bestaande subregionale overleggen tussen onderwijs en gemeenten (subregionale samenwerkingsverbanden onderwijs).

Dit zal op termijn moeten leiden tot snellere uitstroom uit jeugdhulp in D naar onderwijs en vermindering van de instroom in D, doordat gemeenten lokale oplossingen inzetten en invulling geven aan de gezamenlijke ambitie van gemeente en passend onderwijs waarbij het de visie is dat iedere jeugdige nabij en passend onderwijs kan volgen vanuit een thuissituatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=aa2e20e3-a66c-48c2-bc97-a2ef825462d8