CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb005197] Bijlage 2 behorende bij 24bb005196 - Advies van SER – Meer vaart maken met grondstoffentransitie

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 28 augustus 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen4.001 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ADVIES 23/04 | April 2023

Meer vaart maken met de grondstoffentransitie Reactie op het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030

SOCIAAL-ECONOMISCHE RAAD

ADVIES 23/04 | April 2023

Meer vaart maken met de grondstoffentransitie UITGEBRACHT AAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT MET AFSCHRIFT AAN DE MINISTER VOOR VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING, DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT, DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT, DE MINISTER VOOR KLIMAAT EN ENERGIE, DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING EN DE VASTE COMMISSIE VOOR INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT.

NR.4 - APRIL 2023

SOCIAAL-ECONOMISCHE RAAD

Sociaal-Economische Raad De Sociaal-Economische Raad (SER) adviseert het kabinet en het parlement over de hoofdlijnen van het te voeren sociaal en economisch beleid en over belangrijke wetgeving op sociaal-economisch terrein. Ook is de SER betrokken bij de uitvoering van enkele wetten. De SER is in 1950 bij wet ingesteld. Zitting in de SER hebben vertegenwoordigers van ondernemers en van werknemers, en kroonleden (onafhankelijke deskundigen). De raad is een onafhankelijk orgaan dat door het gezamenlijke Nederlandse bedrijfsleven wordt gefinancierd. De SER wordt bij de uitvoering van zijn functies bijgestaan door een aantal vaste en tijdelijke commissies. Enkele vaste commissies zijn onder bepaalde voorwaarden ook zelfstandig werkzaam. Actuele informatie over de samenstelling en de werkzaamheden van de SER en zijn commissies, persberichten en het laatste nieuws zijn te vinden op de website van de SER. Ook alle adviezen die sinds 1950 zijn verschenen, zijn daar te vinden. Adviezen van de laatste jaren zijn ook in gedrukte vorm verkrijgbaar. Wekelijks verschijnen nieuwe artikelen van het online magazine Zicht op op de SER-website. Daarin vindt u nieuws en achtergrondinformatie over de SER, de overleg-economie en belangrijke sociaal-economische ontwikkelingen.

U kunt zich via de website ook gratis abonneren op de papieren versie van het magazine Zicht op, die vier keer per jaar verschijnt. Sociaal-Economische Raad Bezuidenhoutseweg 60 Postbus 90405 2509 LK Den Haag T 070 3499 525 E communicatie@ser.nl www.ser.nl

©2023, Sociaal-Economische Raad Alle rechten voorbehouden Overname van teksten is toegestaan onder bronvermelding

Inhoudsopgave Advies

7

Bijlage Samenstelling commissie Duurzame Ontwikkeling (DUO)

17

3

4

Advies

6

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat t.a.v. staatssecretaris mevrouw V. Heijnen Postbus 20901 2500 EX Den Haag

BETREFT

Advies Meer vaart maken met de grondstoffentransitie

DEN HAAG

4 april 2023 23.102100 1

ONS KENMERK BIJLAGE(N)

E-MAIL TOESTELNUMMER

secretariaatvz@ser.nl 070 3499 502

Geachte mevrouw Heijnen, Een versnelling van de grondstoffentransitie is essentieel voor het tegengaan van klimaatverandering, het behouden en herstellen van onze biodiversiteit, leveringszekerheid van essentiële grondstoffen, en het bevorderen van een schone, gezonde en veilige leefomgeving. Uit de recent verschenen Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER) van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) blijkt dat er ondanks de Nederlandse inzet op het stimuleren van een circulaire economie, geen structurele reductie plaatsvindt van de totale hoeveelheid grondstoffen die we daadwerkelijk gebruiken voor de Nederlandse economie.1 Daarmee raakt de ambitie van het kabinet om in 2030 de hoeveelheid primaire abiotische grondstoffen te halveren uit zicht. De SER constateert dat het kabinet in het recent verschenen Nationaal Programma Circulaire Economie 2023 - 2030 (NPCE) de urgentie van de grondstoffentransitie onderschrijft.2 Ook heeft de SER kennis genomen van de kabinetsreactie3 op de SER-verkenning Evenwichtig sturen op de grondstoffentransitie en de energietransitie voor brede welvaart.4

1 2 3

Planbureau voor de Leefomgeving (2023) Integrale Circulaire Economie Rapportage 2023. Rijksoverheid (2023) Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030. Tweede Kamer (2023) Kamerbrief Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 (NPCE) incl. kabinetsreactie

4

SER (2022) Verkenning Evenwichtig sturen op de grondstoffentransitie en de energietransitie voor brede welvaart.

op ICER en SER-verkenning.

7

De SER is van mening de grondstoffentransitie om dringende actie vraagt die verder gaat dan in het NPCE is voorzien. U toont met het NPCE ambitie en geeft ook richting, maar de doelen, middelen en instrumenten zijn nog onvoldoende om deze ambitie ook waar te maken (zoals u zelf overigens ook benoemt in het NPCE). Dit geeft de SER nog onvoldoende vertrouwen dat de versnelling van de grondstoffentransitie middels dit beleidsprogramma is geborgd of aanstaande is. De zorg dat de grondstoffentransitie achterblijft bij de energietransitie blijft bestaan. In het vervolg van deze brief wil de SER u een handreiking doen om de grondstoffentransitie nog meer gewicht te geven en te versnellen. De vier aangrijpingspunten die de SER in zijn verkenning heeft geformuleerd zijn daartoe nog steeds relevant (zie kader).

Aangrijpingspunten om evenwichtiger te sturen op de grondstoffentransitie en de energietransitie. 1.

2.

3.

4.

Stuur op (internationale) ketens en een langere tijdshorizon. Het NPCE besteedt aandacht aan emissiereductie in de keten, maar hier worden nog geen concrete maatregelen, doelen of instrumenten aan verbonden. Kom met een kabinetsbrede inzet op de grondstoffentransitie en een adequate uitvoeringsstructuur. Het NPCE bevestigt de intentie van een kabinetsbrede inzet, maar de middelen die daartoe beschikbaar zijn gesteld zijn ontoereikend. Stel een eigenstandig, concreet, realistisch en afrekenbaar doel voor de grondstoffentransitie vast. Het NPCE stelt nog geen concreet, afrekenbaar doel voor de grondstoffentransitie vast. Wel wordt opnieuw de intentie uitgesproken om in 2024 nieuwe doelen vast te stellen. Presenteer ook voor de grondstoffentransitie een coherent instrumentenpakket. Het NPCE presenteert een mix van stimulerende, normerende en beprijzende maatregelen, maar de meeste maatregelen worden nog verkend en zijn niet vastgesteld.

Grondstoffentransitie en energietransitie moeten hand in hand gaan

De grondstoffentransitie en de energietransitie zijn, zoals de SER in zijn verkenning constateerde, gelijkwaardig aan elkaar en moeten integraal worden bekeken. Gelijkwaardig, omdat de grondstoffentransitie even ingrijpend gaat zijn als de energietransitie. De grondstoffentransitie vraagt om een fundamentele herziening van onze economie: van een lineaire economie waarin grondstoffen gewonnen, geproduceerd en verbrand of gestort worden, naar een circulaire economie, waarin we radicaal efficiënter omgaan met grondstoffen en materialen. De grondstoffen-

8

transitie is dus net als de energietransitie geen gemakkelijke opgave en vraagt veel van mensen, bedrijven én overheden. Tegelijkertijd kan de grondstoffentransitie ook nieuwe businessmodellen en werkgelegenheid creëren, met kansen voor proactief arbeidsmarktbeleid en meer leveringszekerheid van essentiële grondstoffen. Er is dus een integrale visie op beide transities nodig: omdat een energietransitie zónder grondstoffentransitie spanningen en risico’s oplevert, terwijl een energietransitie mét aandacht voor de grondstoffentransitie kansen oplevert. De transities zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar momenteel niet in balans. Het verheugt de SER dat deze complexe relatie tussen beide transities in het NPCE wordt onderkend. De SER zou u wel willen meegeven dat het van belang is dat deze relatie ook als gelijkwaardig wordt gezien. De maatregelen die in het NPCE worden voorgesteld zijn met name gericht op aansluiting van het circulaire economiebeleid bij het klimaatbeleid, zoals een verhoging van het budget van de MIA/Vamil regeling. Dit geldt ook grotendeels voor de middelen voor de circulaire maatregelen, die vooral worden gezocht in het Klimaatfonds.

Daarmee ontstaat het risico dat het circulaire economiebeleid afhankelijk wordt van en ondergeschikt raakt aan het energie- en klimaatbeleid en zich enkel richt op de maatschappelijke opgave om klimaatverandering tegen te gaan. Dit is gezien de gelijkwaardigheid van beide transities, niet wenselijk en brengt mogelijke beperkingen voor het circulaire economiebeleid met zich mee. Daarnaast kan dit leiden tot minder aandacht voor de drie andere maatschappelijke opgaven waar de transitie naar een circulaire economie een bijdrage aan kan leveren (biodiversiteitsverlies, milieuvervuiling en leveringszekerheid). De SER heeft in zijn verkenning vier aangrijpingspunten geformuleerd voor de noodzakelijke versnelling van de grondstoffentransitie. Deze beogen tevens bij te dragen aan meer gelijkwaardige en integrale sturing op beide transities. Aan de hand van deze aangrijpingspunten beschouwt de SER het NPCE en biedt handreikingen om de grondstoffentransitie te versnellen.

1. Stuur op (internationale) ketens en een langere tijdshorizon De SER benadrukt in zijn verkenning dat door te sturen op (internationale) ketens (hier én elders) en een langere tijdshorizon (nu én later) er meer evenwichtige sturing op de energietransitie en de grondstoffentransitie kan worden gerealiseerd. Dit komt doordat er door Nederlandse bedrijven die opereren in internationale ketens substantiële duurzaamheidswinst te realiseren is buiten Nederland (scope 3), bijvoorbeeld door vroeg in de keten recyclaat in te zetten of door zaken

9

te doen met internationale ketenpartners die werken in schonere fabrieken. Op dit moment zijn er nauwelijks prikkels voor Nederlandse bedrijven om in aanvulling op scope 1 emissiereductie, ook in de toeleveringsketen (buiten de eigen bedrijfsgrenzen en/of buiten Nederland) te komen tot minder primair grondstoffengebruik en scope 3 emissiereductie. Het meetbaar en waardeerbaar maken van scope 3 emissies is van groot belang om bedrijven te stimuleren om efficiënter om te gaan met grondstoffen in hun toeleveringsketen. Het belang van duurzaamheidswinst in de productieketens wordt ook in het NPCE benoemd, maar er worden in het NPCE geen concrete maatregelen geformuleerd met betrekking tot scope 3 emissies. Ook wordt er geen duidelijk beleidsplan gepresenteerd waaruit volgt hoe scope 3 emissies in de toekomst wel inzichtelijk en waardeerbaar kunnen worden gemaakt. Op deze manier gaat kostbare tijd verloren die ook nu al zou kunnen worden ingezet om bedrijven te stimuleren tot minder grondstoffenverbruik in de productieketen. De SER is verheugd met uw voornemen om de generatietoets te integreren in de beleidscyclus van het NPCE, zoals ook geadviseerd in de SER-verkenning.5

2. Kom met een kabinetsbrede inzet op de grondstoffentransitie en een adequate uitvoeringsstructuur In zijn verkenning stelt de SER dat er een kabinetsbrede inzet, een adequate uitvoeringsstructuur en een toereikend budget voor de grondstoffentransitie nodig zijn om een versnelling te realiseren. Voor deze versnelling is het van belang dat de grondstoffentransitie tot prioriteit van het kabinet wordt gemaakt, met een coördinerend bewindspersoon en een kabinetsbrede inzet, waarbij alle ministeries intensief betrokken zijn en circulariteit tot in de haarvaten van ander beleid wordt geïntegreerd. Het stellen van kaders en doelen helpt om richting te geven aan de invulling en uitvoering van de transitie. Daarbij dienen voldoende middelen (onder andere procesgeld) en faciliteiten beschikbaar te worden gesteld zodat alle actoren hun taken serieus kunnen uitvoeren. Het verheugt de SER dan ook dat u zich nadrukkelijk als coördinerend bewindspersoon inzet voor de grondstoffentransitie en dat bewindspersonen van de meest betrokken vakdepartementen verantwoordelijk zijn voor circulariteit binnen hun eigen beleidsterrein.6 Ook wordt in het NPCE de beleidscyclus aangepast zodat deze

5

10

Rijksoverheid (2023) Nationaal Programma Circulaire Economie, p.158.

meer synchroon loopt met de beleidscyclus van de Klimaatwet, zodat beide beleidsvelden beter met elkaar kunnen worden geïntegreerd.7 Tegelijkertijd benadrukt het NPCE dat voor meer sturende maatregelen eerst nog nadere politieke besluitvorming nodig is over de inzet van financiële middelen, onder meer in het kader van het Klimaatfonds. Dit maakt de gelijkwaardigheid van de circulaire economie als eigenstandig beleidsprogramma kwetsbaar. We onderschrijven dat de ideale vormgeving van een adequate uitvoeringsstructuur verschilt per fase van de transitie. Om in de versnellingsfase te geraken is het van belang om naast de koplopers die zijn vertegenwoordigd in de transitieteams ook – en in toenemende mate – het peloton bij de uitvoering te betrekken. Daarom wordt in het NPCE benoemd dat de governance geleidelijk wordt aangepast. Van belang is dat u de regie voert en partijen betrekt bij beleidsvorming om zo de koppeling tussen beleid en praktijk beter vorm te geven. Een goede koppeling voorziet in inhoudelijke deskundigheid, draagt bij aan maatschappelijk draagvlak en aan eigenaarschap bij de partijen.

3. Stel een eigenstandig, concreet, realistisch en afrekenbaar doel voor de grondstoffentransitie vast Voor evenwichtige sturing op beide transities heeft ook de grondstoffentransitie een eigenstandig, concreet en afrekenbaar doel nodig, zo stelde de SER in zijn verkenning. De richtinggevende doelen van 2050 en 2030 die nu zijn geformuleerd zijn nog onvoldoende concreet voor burgers, bedrijven, medeoverheden en maatschappelijke partijen, zoals de werkgevers- en werknemersorganisaties, kennis- en onderwijsinstellingen en natuur- en milieuorganisaties om de heldere kaders te krijgen waarbinnen de transitie zich zal moeten voltrekken, en om duidelijk te krijgen wat er concreet van partijen wordt verwacht. De SER ziet perspectief voor versnelling van de grondstoffentransitie door gerichte sturing op duurzame grondstoffen en materialen, via een afrekenbare nationale duurzame grondstoffen- en materialendoelstelling, die zich passend bij de Europese kaders primair op een afname van verschillende vormen van milieudruk richt. Met de komst van het Circulaire Economie Actieplan van de Europese Commissie8 zal Europa ook voor de grondstoffentransitie belangrijke kaders bieden, bijvoorbeeld ten aanzien van productontwerp en levensduurverlenging door onder andere

6 7 8

Rijksoverheid (2023) Nationaal Programma Circulaire Economie, p.156. Rijksoverheid (2023) Nationaal Programma Circulaire Economie, p.158. Europese Commissie (2020) Een nieuw Circulaire Economie Actieplan.

11

langere wettelijk voorgeschreven garantietermijnen en het recht op reparatie.9 Op nationaal niveau is het zaak in de pas te lopen met Europese ontwikkelingen. In het NPCE wordt het belang van een duidelijke richting benoemd, maar dit heeft zich nog niet vertaald in een concrete en afrekenbare doelstelling.10 In plaats daarvan wordt in het NPCE benoemd dat er gewerkt wordt aan nieuwe, haalbare richtinggevende doelstellingen, gericht op reductie van de grondstoffenvoetafdruk, verhoging van het percentage toegepaste hernieuwbare grondstoffen, maximale verlenging van de levensduur van producten en terugwinning van materialen in de afvalfase.11 Of deze doelen ook afrekenbaar gemaakt worden wordt niet benoemd. De concrete invulling van een doelstelling is opnieuw uitgesteld en zal in 2023 worden onderzocht. In 2024 is hier besluitvorming voor voorzien, aangezien er momenteel onvoldoende zicht is op de mogelijke effecten en de haalbaarheid van een tussentijdse doelstelling. De SER voorziet dat met deze vertraging in het traject om de circulaire economiedoelstellingen te concretiseren, de huidige kabinetsambitie om in 2030 de hoeveelheid abiotische grondstoffen te halveren - die volgens de ICER nu al onder druk staat - buiten bereik komt.

Dit risico wordt nog reëler wanneer de besluitvorming over het instrumentarium, die deels afhankelijk is van nadere politieke en financiële besluitvorming volgend op de verkenningen, ook vertraging oploopt.

4. Presenteer ook voor de grondstoffentransitie een coherent instrumentenpakket Waar er voor de energietransitie al een concreet en uitgebreid beleidsinstrumentarium is ontwikkeld, ontbreekt deze nog voor de grondstoffentransitie. In zijn verkenning stelde de SER dat er ook voor de grondstoffentransitie zo’n uitgebreid instrumentarium nodig is. Deze beleidsinstrumenten moeten voor een belangrijk deel gericht zijn op vermindering van grondstoffengebruik, versnelde toepassing van hernieuwbare grondstoffen en materialen, substitutie naar milieuvriendelijkere varianten en hoogwaardig hergebruik van grondstoffen, materialen en producten uit bestaande ketens. Daarvoor is innovatie hoger op de R-ladder, sociale innovatie en proactief arbeidsmarktbeleid met aandacht voor een gerichte aanpak per sector en regio van groot belang.

Europese Commissie (2023) Voorstel gemeenschappelijke regels ter bevordering van de reparatie van goederen. Zie tevens het SER-briefadvies (2022) Reparatiebevordering. 10 Wel zijn er concretere doelen en maatregelen voor 16 productgroepen opgesteld. 11 Rijksoverheid (2023) Nationaal Programma Circulaire Economie, p.23.

9

12

De visie van het NPCE sluit goed bij aan de SER-verkenning, maar deze visie resulteert nog beperkt in concrete maatregelen en instrumenten. De uitgebreide hoeveelheid maatregelen uit het NPCE zijn een mix van stimulerende, normerende en beprijzende maatregelen, maar de coherentie ontbreekt en ze zijn nog niet concreet, meetbaar en tijdsgebonden. De meeste maatregelen die in het NPCE worden genoemd zijn stimulerende maatregelen of verkenningen en onderzoeken naar afrekenbare doelen of meer richtinggevende instrumenten (zoals normeren en beprijzen). In dat geval is er ook enkel financiële dekking voor het onderzoek of de verkenning, en niet voor de eventuele uitvoering van de uitkomst van de verkenning. De doelen of instrumenten zelf zijn dus voor het grootste gedeelte nog in ontwikkeling, waardoor het moeilijk is in te schatten of het NPCE ook effectief zal zijn om de grondstoffentransitie te versnellen. Verder worden er in het NPCE maar beperkt nieuwe maatregelen voor sociale innovatie of hoogwaardige inzet van biogrondstoffen benoemd, terwijl deze voor versnelling én integrale sturing van groot belang zijn.

Zoals de SER reeds eerder stelde in het advies Biomassa in Balans is het van belang om binnen de grenzen van de beschikbaarheid van duurzame biogrondstoffen prioriteit te geven aan een zo hoogwaardig mogelijke inzet van biogrondstoffen en de inzet op laagwaardige toepassingen af te bouwen.12 De SER is daarom bezorgd over de voorgestelde additionele inzet op laagwaardige toepassing van biogrondstoffen, zoals recent is geadviseerd in het IBO-klimaat.13 Een dergelijke inzet is strijdig met dit principe en komt niet overeen met het duurzaamheidskader biogrondstoffen van het kabinet.14 Daarnaast zijn sommige instrumenten voor de grondstoffentransitie afhankelijk van de beschikbaarheid van middelen in het Klimaatfonds, waar deze maatregelen vooral beoordeeld worden op scope 1 emissiereductie. Het is, zoals de SER in zijn verkenning heeft benadrukt, juist belangrijk eigenstandige middelen voor de grondstoffentransitie vrij te maken, zodat ook instrumenten die vooral bijdragen aan scope 3 emissiereductie, biodiversiteitsherstel of leveringszekerheid kunnen worden ingevoerd.

Tot slot Wanneer er duidelijke doelen en kaders worden gesteld door het kabinet, en wanneer deze doelen en kaders worden geconcretiseerd in een heldere beleids-

12 SER (2020) Advies Biomassa in balans. 13 IBO Klimaat (2023) Scherpe doelen, scherpe keuzes: IBO aanvullend normerend en beprijzend nationaal klimaat-

beleid voor 2030 en 2050. 14 Tweede Kamer (2020) Kamerbrief over duurzaamheidskader biogrondstoffen.

13

instrumentenmix, weten burgers, bedrijven, medeoverheden en maatschappelijke partijen, zoals de werkgevers- en werknemersorganisaties, kennis- en onderwijsinstellingen en natuur- en milieuorganisaties waar zij aan toe zijn. Dit is wat de SER betreft een noodzakelijke voorwaarde om sturing op de grondstoffentransitie mogelijk te maken en deze ook te versnellen. Het is duidelijk dat u volle vaart wilt maken met de grondstoffentransitie en dit wordt door de SER zeer gewaardeerd. Ondanks de goede intenties en ambities geeft het NPCE de SER onvoldoende houvast dat hiermee de versnelling van de grondstoffentransitie die zo hard nodig is ook daadwerkelijk aanstaande is. De SER is graag bereid om met u mee te denken over hoe we in de toekomst nog beter kunnen sturen op de grondstoffentransitie. Onder meer door te adviseren over de manier waarop bedrijven – in aanvulling op scope 1 emissiereductie – ook gestimuleerd kunnen worden om scope 3 emissies te reduceren, door met u in gesprek te gaan over de governance en door mee te werken aan de vormgeving van een coherente instrumentenmix15 op het moment dat er duidelijke doelen en kaders zijn gesteld. Juist door beleid en praktijk te koppelen kunnen we de grondstoffentransitie versnellen.

Hoogachtend, Kim Putters Voorzitter SER

15 Voortbouwend op de SER-verkenning (2018) Financiële instrumenten voor een circulaire economie.

14

Bijlage

16

BIJLAGE 1

Samenstelling commissie Duurzame Ontwikkeling (DUO) Leden

Plaatsvervangende leden

Onafhankelijke lid drs. E.H.T.M. (Ed) Nijpels (voorzitter) prof. dr. H.L.F. (Henri) de Groot prof. dr. K. (Katrien) Termeer L.C. (Luce) van Kempen, MSc. Ondernemersleden drs. M. (Mark) Heijmans (LTO-Nederland) drs. J. (Joran) Rust (VNO-NCW/MKB-Nederland) ing. F.J. (Frits) de Groot (VNO-NCW/ MKB-Nederland) drs. M. (Martijn) Broekhof (VNCI) Werknemersleden dr. V. (Viera) van den Bergh-Spanikova (CNV) drs. C.J.M (Caroline) Rietbergen (FNV) B. (Bas) van Weegberg LLM (FNV) A.C. (Amerik) Klapwijk, MSc. (VCP

drs. K.M.C. (Kristel) Lageweg P.J.M. (Petra) Bolster-Damen mr. C.C. (Klaartje) de Boer

Natuur- en milieuorganisaties drs. K. (Kirsten) Sleven (Vereniging Milieudefensie) drs. R. (Rob) van Tilburg (Stichting Natuur en Milieu) Adviserende leden drs. G. (Guido) Braam dr. F.J. (Frank) Dietz (PBL) drs. S. (Sophie) Steins Bisschop (DNB) dr. P. (Peter) Zwaneveld (CPB) A.M.D. (Aniek) Moonen, BSc (Jonge Klimaatbeweging) drs. J.F. (Jos) Reinhoudt (MVO Nederland)

drs. A. (Aldert) Hanemaaijer G. (Guido) Schotten dr. E.S. (Esther) Mot

17

Ministeriële vertegenwoordigers M. (Mattheus) van der Pol, BSc. (EZK) drs. M. (Martine) Roza-Molenschot (IenW) dr. T. (Tobias) Theys (SZW) Secretariaat drs. S.J.C. (Sarah) van Hugte drs. R. (Rosalie) de Bruijn dr. A. (Alexander) van der Vooren

18

Publicatieoverzicht Algemeen Publicaties van de SER verschijnen digitaal. Alle publicaties zijn te downloaden op onze website www.ser.nl. Sommige publicaties zijn in boekvorm te bestellen via communicatie@ser.nl. Van de adviezen verschijnt eveneens een Engelstalige samenvatting. Deze is te vinden op de webpagina van het desbetreffende advies en de Engelstalige website van de SER.

Adviezen Advies Meer vaart maken met de grondstoffentransitie - Reactie op het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 2023, 22 pp., publicatienummer 23/04 Advies Naar verdere succesvolle toepassing van sociale innovatie 2023, n.n.b. pp., publicatienummer 23/03 Advies Balans en houdbaarheid alternatieve geschillen-beslechting voor consumentenzaken 2023, n.n.b. pp., publicatienummer 23/02 Advies Waardevol werk: publieke dienst-verlening onder druk - Oplossingsrichtingen voor de arbeidsmarktkrapte 2023, 200 pp., publicatienummer 23/01 Verkenning Hoe wonen werkt- Een sociaal-economische verkenning 2022, 90 pp., publicatienummer 22/09 Advies Tastbaar beleid voor de jeugdzorg 2022, 20 pp., publicatienummer 22/08 Advies Reparatiebevordering 2022, n.n.b., publicatienummer 22/07 Verkenning Evenwichtig sturen op de grondstoffentransitie en de energietransitie voor brede welvaart 2022, 86 pp., publicatienummer 22/06 Advies Arbeidsmarktproblematiek maatschappelijke sectoren 2022, 44 pp., publicatienummer 22/05 Advies Grenswaarde arseen en arseenverbindingen 2022, 18 pp., publicatienummer 22/04 Advies Hybride werken 2022, 109 pp., publicatienummer 22/03 Verkenning Veelbelovend - Kansen en belemmeringen voor jongeren in 2021 2022, 146 pp., publicatienummer 22/02 Advies Coronatoegangsbewijzen 2022, 18 pp., publicatienummer 22/01

19

Advies Effectieve Europese gepaste zorgvuldigheidswetgeving voor duurzame ketens 2021, 24 pp., publicatienummer 21/11 Advies Werken zonder armoede 2021, 224 pp., publicatienummer 21/10 Advies Gelijke kansen in het onderwijs - Structureel investeren in kansengelijkheid voor iedereen 2021, 126 pp., publicatienummer 21/09 Advies Sociaal-economisch beleid 2021-2025 - Zekerheid voor mensen, een wendbare economie en herstel van de samenleving 2021, 45 pp., publicatienummer 21/08 Een kansrijke start voor alle kinderen - Naar inclusieve en toegankelijke voorzieningen voor kinderen van 0-13 jaar 2021, 28 pp., publicatienummer 21/07 Verkenning Naar duurzame toekomstperspectieven voor de landbouw 2021, 68 pp., publicatienummer 21/06 Advies Jeugdzorg: van systemen naar mensen - Tien aanbevelingen voor de korte termijn 2021, 70 pp., publicatienummer 21/05 Advies Aan de slag voor de zorg - Een actieagenda voor de zorgarbeidsmarkt 2021, n.n.b., publicatienummer 21/04 Advies Jongenplatform Studeren zonder druk - Voorstel voor een nieuw stelsel van studiefinanciering 2021, 150 pp., publicatienummer 21/03 Advies Grenswaarde voor soja-allergenen 2021, 26 pp,, publicatienummer 21/02 Advies Reshoring 2021, 28 pp., publicatienummer 21/01 Advies Private Scholingsmiddelen 2020, 90 pp., publicatienummer 20/10 Verkenning Platformeconomie 2020, 180 pp., publicatienummer 20/09 Advies Samen naar duurzame

ketenimpact - Toekomstbestendig beleid voor internationaal MVO 2020, 92 pp., publicatienummer 20/08 Advies Biomassa in balans - Een duurzaamheidskader voor hoogwaardige inzet van biogrondstoffen 2020, 170 pp., publicatienummer 20/07 Advies Markt voor persoonlijke dienstverlening in internationaal perspectief - Varianten en denkrichtingen 2020, 102 pp., publicatienummer 20/06 Advies Directe import van buiten de EU - Gelijke bescherming én gelijk speelveld! 2020, 70 pp., publicatienummer 20/05 Verkenning & advies Biomonitoring en sensoring - Gezondheid en privacy op de werkvloer centraal 2020, 96 pp., publicatienummer 20/04 Advies Bevorderen van deelname medewerkers aan or 2020, 46 pp., publicatienummer 20/03

20

Rapporten Verbreding en versterking financiering mkb 2014, 80 pp., ISBN 978-94-6134-067-2 Energieakkoord voor duurzame groei 2013, 146 pp., ISBN 978-94-6134-057-3 Nederlandse economie in stabieler vaarwater: een macro-economische verkenning 2013, 64 pp., ISBN 978-94-6134-052-8

Engelstalige publicaties TTIP - Transatlantic Trade and Investment Partnership 2016, 196 pp., ISBN 978-94-6134-081-8, orderno. 16/04E The power of consultation: The Dutch consultative economy explained General brochure, 2010, 34 pp., ISBN 978-94-6134-011-5 Europe 2020: The New Lisbon Strategy Abstract, 2009, 40 pp., ISBN 90-6587-991-9, orderno. 2009/04E Social and Economic Council’s Statement on International Corporate Social Responsibility Statement, 2008, 91 pp., ISBN 90-6587-983-8 On sustainable globalisation: A world to be won Abridged version, 2008, 132 pp., ISBN 90-6587-979-X, orderno. 2008/06E

21

Colofon Uitgave Sociaal-Economische Raad Bezuidenhoutseweg 60 Postbus 90405 2509 LK Den Haag T 070 3499 525 E communicatie@ser.nl www.ser.nl

Tekst Commissie Duurzame Ontwikkeling (DUO) Fotografie Omslag: Bima productie Vormgeving en druk 2D3D, Den Haag (basisontwerp); SER, afdeling Communicatie, Grafische vormgeving

© 2023, Sociaal-Economische Raad Alle rechten voorbehouden Overname van teksten is toegestaan onder bronvermelding.

22

Contactgegevens SOCIAAL-ECONOMISCHE RAAD Bezuidenhoutseweg 60 Postbus 90405 2509 LK Den Haag T 070 3499 525 E communicatie@ser.nl www.ser.nl © 2023, Sociaal-Economische Raad

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=525ede43-0165-4526-b61e-38ffae2abca0