[24bb005195] Brief van bestuur Stichting Rotterdam Natuurlijk over Rise, duurzaamheidsclaims
Tekst van het document
Aan: de Gemeenteraad Rotterdam, cc college van B&W 12 juli 2024
Betreft: Ontwerp bestemmingsplan Rise
Geachte gemeenteraad/commissieleden BWB,
Op 17 mei 2024 ontving u van ons een brief waarin wij u waarschuwden voor duurzaamheidsclaims in het Ambitiedocument Weena 70 die niet kunnen worden waargemaakt en dus neerkomen op ‘greenwashing’. Wij hebben het ontwerpbestemmingsplan Rise (hierna “plan Rise”) aan eenzelfde analyse onderworpen en concluderen dat ook in dit plan meerdere duurzaamheidclaims voorkomen die niet kunnen worden waargemaakt. Voor de volledigheid hebben we de ontwerp omgevingsvergunning met bijlagen meegenomen in de analyse. Hoe zit het ook alweer? Een groeiende groep bewoners in Rotterdam zet zich in voor een leefbare en volhoudbare stad voor de huidige inwoners en onze kinderen. Deze groep stuit helaas op een gemeentelijk bolwerk dat te intensief door projectontwikkelaars wordt aangestuurd. Het gevolg is dat een marketingmachine glossy brochures met ronkende teksten produceert die er op het eerste gezicht fraai uitzien. Maar let op: het gaat om duurzaamheidsclaims die niet kunnen worden waargemaakt en die feitelijk neerkomen op greenwashing. In deze brief betrekken wij dit op het plan Rise dat u naar verwachting aan het einde van dit jaar door het college zal worden aangeboden en onderdeel is van een vijftiental geplande wolkenkrabbers, beter bekend als RCD of RCD-XL. We schetsen nogmaals kort de juridische context. Daarna noemen wij een aantal voorbeelden.
In het plan Rise wordt de ontwikkeling aangeprezen als passend binnen ambities als “goede groei”, “verbeteren van de leefomgeving en klimaatbestendigheid” en “veerkrachtig maken van de economie”. Het project wordt ook aangeprezen als een aantrekkelijk woon- en werkmilieu met een duidelijke profilering en aandacht voor kind vriendelijkheid. Daarmee kwalificeert het plan Rise als reclame in de zin van de Nederlandse Reclame Code. Sinds 1 februari 2023 geldt de Code voor Duurzaamheidsreclame. Daarnaast heeft de Autoriteit Consument & Markt een leidraad voor duurzaamheidsclaims opgesteld (Leidraad Duurzaamheidsclaims | ACM.nl). De relevante leidraden zijn: 1. 2. 3. 4.
gebruik juiste, duidelijke, specifieke en volledige duurzaamheidsclaims; onderbouw duurzaamheidsclaims met feiten en houd ze actueel; beschrijf toekomstige duurzaamheidsambities concreet en meetbaar; en zorg dat visuele claims behulpzaam zijn en niet verwarrend.
De duurzaamheidsclaims in het plan Rise voldoen niet aan de eerste 3 criteria. (Het 4ecriterium is complex en moeten wij nog beoordelen). In onze brief van 17 mei jl. wezen wij erop dat de Omgevingsvisie dezelfde mankementen kent. De Commissie m.e.r. heeft deze mankementen ook al gesignaleerd in haar advies over de reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Omgevingsvisie Rotterdam van 13 oktober 2020. 1
Wij vermoeden dat het noodzakelijk is om deze mankementen in de Omgevingsvisie te herstellen om greenwashing in toekomstige bestemmingsplannen te voorkomen. Stichting Rotterdam Natuurlijk! heeft op 1 februari 2024 haar zienswijze op het plan Rise gegeven, zie bijlage Ad1. Deze brief kunt u lezen als een verdieping op de zienswijze.
Milieueffectrapportage Het plan Rise claimt zorgvuldig te zijn door “het instrument milieueffectrapportage in te zetten om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming.” Er is weliswaar een milieueffectrapportage opgesteld, maar daarin zijn aannames gedaan waardoor de uitkomsten niet representatief kúnnen zijn. Zo is besloten om wel de voorgenomen Lumière ontwikkeling mee te nemen in de onderzoeken, maar andere grote ontwikkelingen als ASR, Schiekadeblok en Pompenburg als autonome ontwikkeling op te nemen, zonder hiervoor de milieueffecten te onderzoeken op eenzelfde samenhangende wijze als een m.e.r. Met ons concludeert de Commissie m.e.r. in haar advies dat plan Rise een negatief effect heeft op de leefomgeving. De cumulatie van milieueffecten in combinatie met de andere ontwikkelingen kan alleen nog negatiever uitpakken, maar deze effecten komen in het plan Rise niet terug in de tabel met effectbeschrijving. Dit wordt ook wel de ‘salamitactiek’ genoemd. In plan Rise is de beweerde inzet van het instrument milieueffectrapportage te kwalificeren als greenwashing.
Energietransitie Het plan Rise claimt: “het beperken van de energievraag en het opwekken van duurzame energie zijn in het ontwerp van RISE belangrijke uitgangspunten om de energietransitie vorm te geven.” Deze claim gaat voorbij aan het feit dat het in de energietransitie evenzeer gaat over grondstoffengebruik (bijlage Ad2) en juist het grondstoffengebruik (zoals beton en staal) zorgt voor zeer hoge uitstoot van broeikasgassen en zijn steeds schaarser. En daarbij geldt: hoe hoger, luxer en beter geïsoleerd een gebouw, hoe meer materialen nodig zijn per m2 nuttig vloeroppervlak. Alleen met biobased materialen (waarin CO2 wordt opgeslagen tijdens de productie) kun je hier wat tegen doen. Onder het kopje circulariteit meer hierover. Daarnaast worden verticale PV-panelen (zonnepanelen) en WKO genoemd als duurzame energiebronnen tijdens de gebruiksfase. De nadelen worden echter niet genoemd: verticale PV-panelen zijn veel minder efficiënt, op grote hoogte kunnen ze voor onaanvaardbare brandrisico’s zorgen en de spiegeling van zonlicht kan hinderlijk zijn voor onder andere verkeer. Een WKO-installatie heeft een enorme ruimtevraag in de bodem en er bestaat het voortdurende risico op onder andere bodemvervuiling.
Is die ruimte beschikbaar en wat is de kans op vervuiling bij een dergelijk grote put? Door enkel te kijken naar het energiegebruik tijdens de gebruiksfase en de nadelen van de gekozen hernieuwbare energiebronnen niet te noemen, kwalificeert de claim dat plan Rise bijdraagt aan de energietransitie als greenwashing.
2
Circulariteit Hat plan Rise claimt: “om de ontwikkeling RISE mogelijk te maken zal de huidige bebouwing op de kavel worden gesloopt. Hiermee wordt een grote bron van herbruikbare materialen aangeboord.” Er worden vervolgens allerlei manieren genoemd om de materialen in kaart te brengen en in het plan Rise of elders te hergebruiken. Dit is een sterk staaltje wensdenken en het vermoeden bestaat dat dit frame slechts dient om de lezer (zo ook een raadslid) om de tuin te leiden. Welk percentage van de sloop betreft bijvoorbeeld herbruikbare materialen? Via welke wegen en door welke afnemers worden deze materialen gegarandeerd benut? Wie is daarop aanspreekbaar c.q. daarvoor aansprakelijk? Wat wordt er gedaan om de restmaterialen van de sloop een zo minimaal mogelijke impact op milieu en uitstoot te laten hebben? Wie is daarop aanspreekbaar c.q. daarvoor aansprakelijk? In werkelijkheid gaat het hier om sloop van een twee energielabel A gebouwen, Pompenburg (30.000m2 - Weeber) en Coolsingel 6 (11.000m2 - Bodon), voor nieuwbouw; dat staat helemaal onderaan de circulariteitladder. Bovenaan deze ladder staat het blijven gebruiken van de bestaande gebouwen. Volgens emeritus hoogleraar Renovatie André Thomson is een gebouw eindeloos te renoveren. (Her)gebruik is het meest circulaire pad. Ook speelt hier het type nieuwbouw een rol. Er wordt gekozen voor (super) hoogbouw.
Het is nooit aangetoond dat hoogbouw circulair kan worden gebouwd. Er is een enorme fundering nodig (tegen het omvallen) en het materiaalgebruik per nuttige m2 kan oplopen tot een factor drie ten opzichte van laagbouw of midden hoogbouw (max 10 lagen). Bij een realistische kijk op een circulaire gebouwde omgeving is de hoeveelheid materiaalgebruik geminimaliseerd, biobased, en blijven gebouwen bruikbaar in de verwachte extreem-weer scenario’s. Dus ook als er bijvoorbeeld (tijdelijk) geen elektriciteit beschikbaar is. Hoogbouw is zonder elektriciteit, dus zonder werkende installaties, onbewoonbaar. Het voorstellen van slopen van bestaande bouw voor plan Rise als circulair is greenwashing.
Hittestress In het plan Rise staat de claim: “door deze nieuwe begroeiing wordt ook hittestress tegengegaan.” Het gaat hier over begroeiing op het dakterras. Deze claim is niet hard te maken. Er ontbreken daarnaast toetsbare indicatoren, zodat er geen effectief monitoringprogramma kan worden opgesteld. De WUR heeft in een onderzoek naar hittestress in Rotterdam een sterke relatie gevonden tussen bevolkingsdichtheid (meer gebouwen) en hittestress (eerste alinea). Daarnaast zal door het toevoegen van hoogbouw het albedo effect (pagina 14 en verder in het hierna genoemde onderzoek) verder worden verlaagd wat resulteert in méér hittestress. De claim in het Plan Rise staat haaks op de adviezen in een onderzoek uit 2011 dat in Rotterdam is uitgevoerd. De onderbouwing van de claim dat plan Rise een positieve invloed heeft op de hittestress heeft er alle schijn van niet realistisch te zijn. Er wordt ook niet aangetoond hoe dakgroen op (grote) hoogte kan compenseren voor de toename van beton en verharding. Bovendien ontbreekt het juridisch kader om de initiatiefnemer te dwingen deze maatregelen te nemen. Ook deze claim wijst in de richting van greenwashing.
3
Gezonde leefomgeving De gemeente stelt zich ten doel om een gezonde leefomgeving te realiseren: “Een gezonde leefomgeving voor zowel mens als dier vraagt om gezonde ecosystemen en een grote biodiversiteit.” Het plan Rise claimt: “hierdoor ontstaat er een groene ruimte voor mens, dieren en insecten. Nieuwe vormen van biodiversiteit." De claim dat groene ruimte op een dak op flinke hoogte leidt tot nieuwe vormen van biodiversiteit is niet onderbouwd. Daarbij komt dat er geen verplichtingen bestaan voor ontwikkelaars om natuurinclusieve maatregelen voor biodiversiteit toe te passen in bouwprojecten. Wij verwijzen (opnieuw) naar de raadsvergadering van 12 oktober 2023 waarin het Biodiversiteitskader is vastgesteld en de motie 'Biodiversiteit integraal in grondbeleid' is verworpen.1 In deze motie is verzocht om de mate van natuurinclusiviteit mee te laten wegen in tenders en de selectie van marktpartijen voor gebiedsontwikkeling en om natuurinclusiviteit integraal op te nemen in het grondbeleid. Voor zover wij hebben kunnen nagaan, is dit niet gebeurd.
In de Omgevingsvisie, de Boomstructuurvisie en het Biodiversiteitskader is het doel van gezonde ecosystemen en een grote biodiversiteit niet geconcretiseerd en vertaald naar toetsbare indicatoren, zodat niet kan worden beoordeeld welke bijdrage projecten leveren aan de realisatie van het doel en er geen effectief monitoringprogramma kan worden ontworpen. Tijdens dezelfde vergadering zijn ook alle andere moties verworpen die ten doel hebben de biodiversiteit in de stad te versterken.2 Hoe verhoudt dit zich tot het doel van gezonde ecosystemen en een grote biodiversiteit in Rotterdam? De ervaring leert bovendien dat daktuinen in Rotterdam – vaak ondanks de belofte vooraf van vrije toegang voor Rotterdammers – naderhand alleen toegankelijk zijn voor bewoners van de woontoren. Daarmee zijn daktuinen voor de leefomgeving geen alternatief voor openbaar groen in de stad. En door de verstening in het centrum als gevolg van de geplande wolkenkrabbers is er veel minder ruimte voor openbaar groen. Dit heeft ook een negatieve impact op de bestaande biodiversiteit. Plan Rise rekent met ongeveer 270 parkeerplaatsen. 70 daarvan worden in het gebouw zelf gerealiseerd voor uitsluitend deelauto’s en ca. 200 moeten extern een plek krijgen.
De externe parkeerplaatsen en samenhangende verkeerseffecten (geluid, emissies, lucht, congestie, mobiliteit) worden, voor zover wij hebben kunnen nagaan, niet meegenomen in onderzoeken. Op basis van het vorenstaande concluderen wij dat de doelstelling van een gezonde leefomgeving en de hiermee samenhangende claims in het plan Rise kwalificeren als greenwashing.
Handreiking De Rotterdamse inwoners en raadsleden worden wederom op het verkeerde been gezet door de onbewezen duurzaamheidsclaims in het kader van het stadsontwikkelingsbeleid. U moet als controlerende macht scherp zijn op onrechtmatige onderdelen in collegevoorstellen. Wij overwegen om ook deze onbewezen duurzaamheidsclaims in het plan Rise voor te leggen aan de Reclame Code Commissie.
1 2
23bb0068 72. 23bb0068 59, 62, 63, 67, 75. 4
Wij begrijpen dat u graag wilt dat de politiek de regie voert over gebiedsontwikkeling en dat het u stoort dat gerechtelijke uitspraken deze regie overnemen. U kunt ervan uitgaan dat burgers en burgerorganisaties, zoals stichting Rotterdam Natuurlijk!, ook graag zien dat de politiek de regie voert over de gezondheid en de duurzaamheid van onze leefomgeving en daarmee de gezondheid van de Rotterdammers. Dit kan echter alleen werken als de politiek het algemeen belang als uitgangspunt neemt en actief uitdraagt dat de klimaatwet, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, het Verdrag van Aarhus en (Europese) richtlijnen voor milieueffectrapportages op transparante en effectieve wijze zijn verankerd in beleid. De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur benadrukte deze werkwijze van de politiek in een recente publicatie. Wij tonen u keer op keer dat het college niet in staat is bestemmingsplannen in lijn te brengen met genoemde (internationale) wetten en regels. Wij reiken u de hand en nodigen u van harte uit om samen naar het college uit te spreken dat Rotterdammers verwachten dat alle plannen voor gebiedsontwikkeling transparant, toetsbaar, rechtvaardig én rechtmatig zijn en voldoen aan genoemde wetten en regels. Als u daarvoor openstaat lichten wij deze zienswijze en de implicaties ervan graag verder toe in een verdiepend gesprek.
Hoogachtend, Het Bestuur van stichting Rotterdam Natuurlijk!
Bijlagen: Ad1: Zienswijze ontwerpbestemmingsplan Rise Ad2: Advies van SER – Meer vaart maken met grondstoffentransitie
5