[24bb004981] Bijlage 1 behorende bij 24bb004980 - Ontwerpbestemmingsplan GrootHandelsgebouw
Tekst van het document
4.2.1.4 Evenementen Ter plaatse van de binnenhoven, het dak en de luchtbrug zijn evenementen toegestaan met een maximale geluidbelasting. Voor evenementen met een publiek karakter is het van belang om onderzoeken of een evenementenvergunning nodig is.
23
4.2.1.5 Kinderdagverblijf Het bestaande kinderdagverblijf aan de zijde van de Conradstraat ligt binnen 140 meter van het spoor. Conform het "Externe veiligheidsbeleid" zijn hier geen functies mogelijk waar kinderen worden opgevangen die niet zelfredzaam zijn. Kinderdagverblijven mogen ook niet worden gevestigd op locaties die op minder dan 50 meter van een grootstedelijke weg liggen in verband met de luchtkwaliteitseisen. Het Weena is zo'n grootstedelijke weg. Beide voorwaarden maken uitbreiding van het bestaande kinderdagverblijf of het vestigen van nieuwe kinderdagverblijven onmogelijk. Het kinderdagverblijf dat nu al aanwezig is, is positief bestemd omdat het een belangrijke rol vervult in het gebied. De functie wordt in de huidige omvang in de regels toegestaan, verder uitbreiden is niet mogelijk.
4.2.1.6 Woning De voormalige dienstwoning met adres Conradstraat 38B is opgenomen in de regels. Tevens is opgenomen dat de woning na vertrek van de huidige bewoner niet opnieuw mag worden gebruikt als woning.
4.2.1.7 Hotel Binnen de bestemming 'Gemengd - 1' zijn hotels toegestaan met in totaal maximaal 180 kamers. Dit past binnen het Hotelbeleid, zie 2.3.10 Hotelbeleid.
4.2.2
Wegverkeer
De wegen rondom het Groot Handelsgebouw hebben de bestemming "Verkeer - Verkeersweg" gekregen. Deze bestemming is bedoeld voor verkeerswegen met de bijbehorende bruggen, viaducten en parkeerplaatsen. En daarnaast ook voor wandel- en fietspaden en gebouwtjes en bouwwerken ten behoeve van deze functies. Binnen de bestemming "Verkeer - Verkeersweg" zijn doorgaans de 50-km wegen opgenomen.
4.2.3
Hoog-risico biologische laboratoria
Hoog-risico biologische laboratoria zijn in beginsel niet toegestaan binnen de bestemming "Gemengd -1". Daartoe is in de regels van het bestemmingsplan een verbodsbepaling opgenomen. Het betreft hoog-risico biologische laboratoria die onder de werking van het bij dit plan gevoegde beleidskader "Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond" vallen en genoemd zijn in artikel 4.4 onder k, categorie 4, onderdeel C van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht. In geval van het werken met genetisch gemodificeerde organismen zijn dat alle categorieën van fysische inperking op inperkingsniveaus III en IV, zoals genoemd in Bijlage 4 van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013. Kort gesteld zijn het laboratoria met biologische veiligheidsklasse 3 of hoger. Na nadere afweging is het wel mogelijk om een hoog-risico laboratorium toe te staan. Burgemeester en wethouder kunnen daarvoor bij omgevingsvergunning afwijken. Ook daartoe is in de regels een bepaling opgenomen. Bij de afweging wordt een advies van de GGD/VRR betrokken. Deze instanties geven een advies op basis van het "Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond".
Aan de hand van het beleidskader kan worden beoordeeld of de risico's van een hoog-risico biologisch laboratorium voldoende beheersbaar zijn bij calamiteiten en of een hoog-risico biologisch laboratorium al dan niet wenselijk is op de voorgenomen locatie. Benadrukt wordt dat de verbodsbepaling alleen betrekking heeft op nieuwe hoog-risico laboratoria in de zin van nieuwvestiging of een uitbreiding van een bestaand hoog-risico laboratorium. Dit laatste kan de uitbreiding van een bestaande hoog-risico biologische laboratorium in omvang betreffen, maar ook de uitbreiding van een biologisch laboratorium met een laag risicoprofiel naar dat met een hoog-risicoprofiel (een uitbreiding qua gebruik). Opgemerkt zij daarbij dat reeds vergunde hoog-risico biologische laboratoria (waarbij de vergunning nog niet volledig is benut) onder de bestaande situatie vallen en niet onder de verbodsbepaling.
4.2.4
Parkeerregeling
Dynamische verwijzing
24
In december 2021 is nieuw parkeerbeleid vastgesteld. Het betreft de “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022” (hierna: de beleidsregeling). De beleidsregeling is op 1 januari 2022 in werking getreden. De beleidsregeling geeft normen voor parkeren van auto's én fietsen. Aan deze normen moet voldaan worden bij een omgevingsvergunning voor het bouwen of bij een omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken. Om aan dit beleid te kunnen toetsen is er in het bestemmingsplan in Artikel 8 Voorwaardelijke verplichting over parkeren een bepaling opgenomen waarin staat dat er alleen een omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van gronden of bouwwerken mag worden verleend als sprake is van voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen op basis van het geldende beleid ten aanzien van parkeren in de gemeente Rotterdam. De bepaling is vormgegeven als een zogenoemde dynamische verwijzing. Dat wil zeggen dat er alleen wordt geregeld dat er voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor fietsers en auto's conform het in de gemeente Rotterdam geldende parkeerbeleid. In de bepaling wordt niet expliciet verwezen naar de hiervoor genoemde beleidsregeling. Dat is een bewuste keuze.
Op het moment van tot stand komen van dit bestemmingsplan is de “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022” het geldende beleid waaraan getoetst moet worden. Dit beleid kan in de toekomst echter wijzigen. Om ook aan een eventuele wijziging van het beleid van de gemeente Rotterdam te toetsen, zonder dat het bestemmingsplan daarvoor aangepast moet worden, is de beleidsregeling niet expliciet genoemd of bijgevoegd. Met de bepaling is bedoeld dat er bij het verlenen van een omgevingsvergunning voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor auto's en fietsen op basis van parkeerbeleid van de gemeente Rotterdam dat geldt op het moment van verlenen van de omgevingsvergunning.
Beleidsregeling De op dit moment geldende “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022” is via de volgende link te raadplegen: https Y/lokaleregelgevi ng. overheid.nl/CVDR671029/1 De desbetreffende beleidsregeling geeft parkeernormen voor zowel auto's als fietsen. Bij de omgevingsvergunning voor het bouwen of voor het gebruiken van gronden of bouwwerken wordt een parkeereis gesteld conform de gebiedsindeling die bij de beleidsregeling als bijlage is opgenomen. De parkeereis moet in beginsel volledig op eigen terrein worden opgelost. Er kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld, bijvoorbeeld ten aanzien van de inpassing van de parkeervoorzieningen in het gebouw of de omgeving, het laden en lossen etc. Van de parkeereis kan (geheel of gedeeltelijk) worden afgeweken. Tevens kan er vrijstelling van de parkeereis worden verleend. In de beleidsregeling wordt beschreven onder welke omstandigheden daar sprake van is.
25
Hoofdstuk 5 5.1
Water
Beleidskader
Van buis naar Buitenruimte; Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025 Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) Rotterdam 2021-2025 is een wettelijk verplicht meerjarenbeleidsplan, dat alle aspecten op het gebied van de grondwater- en rioleringstaken van de gemeente Rotterdam behandelt. Het plan is in overleg met de waterkwaliteitsbeheerders opgesteld. Voor de planperiode 2021-2025 heeft Rotterdam vjf doelen geformuleerd: » » » » »
Doelmatig inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater voor de volksgezondheid, een aantrekkelijke leefomgeving en circulaire stad; Klimaatbestendig stedelijk watersysteem door het voorkomen van wateroverlast door doelmatig inzamelen, transporteren en verwerken van hemelwater; Robuust grondwatersysteem door het voorkomen of beperken van structureel nadelige gevolgen van een hoge of lage grondwaterstand door doelmatige maatregelen in openbaar gebied; Actief communiceren en participeren met Rotterdammers en bedrijven over het stedelijke watersysteem; Innovatie, digitalisering en automatiseren.
Om deze doelen te realiseren steunt het GRP op 3 pijlers: 1. Slim beheer; Renoveren, Repareren, Beheren; 2. Klimaatgerichte normering voor de verwerking van neerslag; 3. Gebiedsgericht samenwerken. Voor het Centrum en het rustig stedelijk gebied wordt gestreefd naar de realisatie van voldoende waterberging en vertraging van de afvoer van hemelwater. Afkoppelen van verhard oppervlak en aanleg van gescheiden stelsels worden kleinschalig en doelmatig ingezet. De hoofdstromen voor de inzameling en het transport van afvalwater en hemelwater blijven gemengde systemen.
Verordening Beheer Ondergrond Rotterdam (VBOR; wijziging van 27-06-2021) In de VBOR zijn de voorschriften opgenomen voor de aansluiting (niet gemeentelijke) perceeleigenaren op het gemeentelijk riool. Artikel 20 van de VBOR is de Rotterdamse uitwerking van artikel 3.5 van de Waterwet waarin geregeld is dat perceeleigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor de verwerking van neerslagwater dat op hun perceel valt. Gemeente Rotterdam eist via de VBOR dat voor nieuwe situaties, bij verharde oppervlakken groter dan 500 m2, 50 mm regenwaterberging wordt gerealiseerd. Deze 50 mm waterberging moet na een regenbui binnen maximaal 50 uur weer beschikbaar zijn. Neerslaghoeveelheden groter dan 50 mm mogen door de perceeleigenaar aan het gemeentelijk riool of aan de openbare ruimte worden aangeboden. Dus bij een ontwikkeling met meer dan 500 m2 verhardingstoename is 50 mm neerslagbuffering verplicht. Dit Rotterdamse beleid staat los van het waterschapsbeleid voor watercompensatie bij verhardingstoename. Afstemming en combineren van maatregelen is wel gewenst.
Waterbeheerprogramma 2022-2027 Hoogheemraadschap Schieland In 2022 is een nieuw Waterbeheerprogramma van kracht geworden. De verbindende visie in het plan is dat HHSK vanuit hun taken zorgt voor een goed waterbeheer. Ze staan midden in de samenleving en zijn een waterschap van en voor hun inwoners en bedrijven. HHSK wil daarbij samenwerken en maatschappelijk draagvlak creëren. De beschikbare middelen worden ingezet om vanuit de taken van HHSK een bijdrage te leveren aan duurzaamheid en het tegengaan van (de gevolgen van) klimaatverandering om zo het gebied aantrekkelijk en bewoonbaar te houden. Op het gebied van klimaatadaptatie zijn de ambities: » » »
Een watervriendelijke groene leef- en werkomgeving die extreem weer goed kan verwerken; Alle nieuw- en verbouw is water- en klimaatbestendig; Regenwater verwerken zonder negatieve gevolgen.
26
5.2
Samenwerking met de waterbeheerder
De gemeente Rotterdam werkt in overleg met alle betrokken waterbeheerders aan een gemeenschappelijke procedurele en inhoudelijke invulling van de Watertoets en de waterparagraaf. Conform de Watertoets heeft de gemeente in algemene zin overleg gevoerd met de waterbeheerders. Het Groot Handelsgebouw was eerder onderdeel van bestemmingsplan Rotterdam Central District. Het wateradvies dat hiervoor opgesteld is, is voorgelegd aan het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard. Het Hoogheemraadschap heeft op 30 augustus 2019 hierop gereageerd. Omdat dit bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkelingen in en aan het Groot Handelsgebouw mogelijk maakt, is niet opnieuw advies gevraagd. Het advies uit 2019 betrof geen zaken die betrekking hebben op het Groot Handelsgebouw.
5.3
Conclusie
Uit de Watertoets blijkt dat bestemmingsplan Groot Handelsgebouw geen effect heeft op het oppervlaktewater, de grondwaterstand, de waterkwaliteit en de waterveiligheid. Wel zijn er verschillende manieren waarop het Groot Handelsgebouw nog bijdragen aan wateropvang en het klimaat. In de straten rondom het Groot Handelsgebouw ligt een regenwaterstelsel. Het is niet bekend of het dakoppervlak van het Groot Handelsgebouw hierop aangesloten is. Mocht dit nog niet het geval zijn dan is het aan te raden om bij interne verbouwingen alsnog een aansluiting hierop te realiseren. Geadvseerd wordt om mogelijkheden te onderzoeken op welke manier regenwater tijdelijk opgevangen kan worden in of op het Groot Handelsgebouw bij extreme neerslag en dit vervolgens vertraagd af te voeren via het aanwezige regenwaterstelsel. Het Groot Handelsgebouw ligt in een gebied dat gevoelig is voor hittestress. Een groen dak kan bijdragen aan het verminderen daarvan. Een deel van het dak van het Groot Handelsgebouw is al groen, het is aan te bevelen om te studeren op verdere vergroening van het gebouw.
27
Hoofdstuk 6 6.1
Milieu
Inleiding
Rotterdam is een compacte stad. Compact bouwen biedt aan de ene kant grote voordelen voor milieu en duurzaamheid op een hoger schaalniveau (minder mobiliteit, minder aantasting van natuurlijk en landelijk gebied). Aan de andere kant kan door compact bouwen de milieubelasting in de stad toenemen. Dit wordt de paradox van de compacte stad genoemd. Rotterdam moet bovenal een leefbare stad zijn. In het bestemmingsplan moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening een afweging worden gemaakt van de wijze waarop milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen ten opzichte van elkaar moeten worden gesitueerd. De essentie en het gewicht van milieuonderwerpen is afhankelijk van het gebied, de opgave en eventuele wettelijke eisen. De gemeente Rotterdam is verplicht om bij de voorbereiding van het bestemmingsplan te onderzoeken welke (milieu-)waarden bij het plan in het geding zijn en wat de gevolgen van het plan zijn voor deze waarden. De voor dit plan relevante thema's worden hieronder verder uitgewerkt.
6.2
Milieuzonering
Bij goede ruimtelijke ordening hoort het voorkomen van voorzienbare hinder door bedrijven en andere activiteiten. Hiervoor bestaan voor nieuwe situaties geen wettelijke normen. In het Rotterdamse beleid voor milieuzonering wordt gebruik gemaakt van indicatieve gebiedstypen en een bedrijvenlijst die is opgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering). De VNG-uitgave geeft informatie over milieuhinder van vrijwel alle bedrijfstypen en andere activiteiten. Hierin zijn voor de milieuaspecten geur, stof (luchtkwaliteit), geluid en gevaar indicatieve afstanden bepaald. De aard van de hinder is bepalend voor de vraag in hoeverre tussen een belastende en een gevoelige functie verweving mogelijk is, dan wel ruimtelijke scheiding noodzakelijk is. De VNG-uitgave bevat een tabel met de indicatieve afstanden. Hiermee kan de vraag worden beantwoord welke afstand aanvaardbaar is tussen een nieuw bedrijf en woningen en tussen nieuwe woningen en bedrijven, of welke bedrijven aanvaardbaar zijn in een gebied met functiemenging. Bij gebieden met functiemenging kan gedacht worden aan stadscentra, winkelcentra, horecaconcentratiegebieden, zones langs stedelijke wegen, woongebieden met kleinschalige en ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden nabij industrieterreinen. In deze gebieden is een combinatie van wonen en werken vaak mogelijk.
Vaak aanpandig, bij lichte bedrijvigheid, of naast elkaar, bij de iets zwaardere bedrijven en met aandacht voor de ontsluiting bij bedrijven met een verkeersaantrekkende werking. De gemeente Rotterdam bestemt in haar bestemmingsplannen de functies zoals agrarische doeleinden, kantoren, detailhandel, horeca, maatschappelijke voorzieningen, sport of recreatie als zodanig en niet als bedrijfsbestemming. In de bijgevoegde bedrijvenlijst zijn deze bestemmingen dan ook niet opgenomen. Voor het inpassen van die functies wordt echter wel gebruik gemaakt van de VNG-uitgave.
6.2.1
Groot Handelsgebouw
Voor de gebiedstypering wordt gebruik gemaakt van de kaart bij het boekje Bedrijven en Milieuzonering Rotterdam. Rotterdam Central District is getypeerd als een gemengd woongebied. In een gemengd woongebied zijn bedrijven mogelijk tot en met categorie 3. De indicatieve afstand tussen bedrijven en woningen is 50 meter. De afstand tot de nieuwbouw The Modernist is ruim 50 meter, de afstand tot de mogelijke nieuwbouw aan de Conradstraat is minder dan 50 meter. In het bestemmingsplan worden bedrijven tot en met categorie 3.1 toegestaan van de bedrijvenlijst die opgenomen is in de bijlage van de regels. In de praktijk laten deze functies zich door de beperkte omvang in het algemeen zonder problemen combineren met omringende woningen, of zijn problemen goed te voorkomen/verhelpen door het nemen van maatregelen. In bestemmingsplan Groot Handelsgebouw zijn geen bedrijfsactiviteiten en andere activteiten aanwezig
28
die gezien de indicatieve afstanden voor milieuhinder van invloed zijn op de locaties waar nu al woningen zijn of planologisch woningen zijn toegestaan. In artikel 3.4 is opgenomen dat burgemeester en wethouders via een omgevingsvergunning kunnen afwijken voor bedrijfsactiviteiten in een hogere milieucategorie indien zij naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn.
6.3
Geluid
Bij het ontwikkelen van een nieuw ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De basis voor het beoordelen van geluid is de Wet geluidhinder, hierin ligt de norm vast voor geluid afkomstig van de industrie, weg en spoorwegverkeer. In de Wet geluidhinder staan de geluidsgevoelige bestemmingen genoemd waarvoor maximaal toelaatbare geluidsbelastingen gelden maar ook hier geldt dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening gekeken moet worden naar bestemmingen, die in de Wet geluidhinder niet als geluidsgevoelig zijn aangemerkt, maar dit wel kunnen zijn.
Rotterdams beleid In het bestemmingsplan wordt een opsomming van geluidsgevoelige bestemmingen en eventueel nieuwe bronnen, of aanpassingen van bestaande bronnen weergegeven. Onderzocht wordt of de maximaal toelaatbare geluidsbelasting (ook wel voorkeurswaarde genoemd) overschreden wordt. Is dit het geval, dan is onderzoek noodzakelijk naar maatregelen die genomen kunnen worden om de geluidsbelasting terug te dringen. Indien het niet haalbaar blijkt de geluidsbelasting terug te dringen tot de maximaal toelaatbare waarde biedt de Wet geluidhinder de mogelijkheid een hogere maximaal toelaatbare geluidsbelasting vast te stellen. Dit heet het nemen van een Besluit hogere waarden. De motivering van dit besluit moet voldoen aan het Rotterdamse Ontheffingsbeleid Wet Geluidhinder. Dit beleid is erop gericht het aantal geluidgehinderden zoveel mogelijk terug te dringen.
Plangebied Het bestemmingsplan Groot Handelsgebouw borgt twee bestaande legale geluidgevoelige functies, een kinderdagverblijf en één woning. Deze functies zijn op grond van de Wet geluidhinder bij het opstellen van het bestemmingsplan als nieuwe geluidsgevoelige objecten beschouwd. Het kinderdagverblijf ligt aan de zijde van de Conradstraat op de tweede verdieping, de woning ligt ook aan de zijde van de Conradstraat maar aan de binnenzijde van het Groot Handelsgebouw op de zevende verdieping.
6.3.1
Wegverkeer
Als in een zone langs een weg nieuwe situaties mogelijk worden gemaakt, dan moet een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd. De breedte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In het akoestisch onderzoek kunnen wegen waar een snelheid van maximaal 30 km/u geldt buiten beschouwing blijven. In dit onderzoek zijn het Kruisplein, Weena, Karel Doormanstraat, Conradstraat, Henegouwerlaan, Beukelsdijk, Statenweg, allen 50 km/u wegen, beschouwd. In de nabijheid van het Groot Handelsgebouw rijden trams op de lijnen 4, 7, 8, 20, 21, 23, 24 en 25. Locatie
Weg
Rekenpunt
Hoogte rekenpunt [m]
Lden
W
Alle
Alle
Alle
548
Nee
Nee
Conradstraat
KDV1-KDV3
10,5
57'
Ja
Nee
Overige
Alle
Alle
548
Nee
Nee
KDV 5 48 dB
49 - 53 dB
54 - 58 dB
[dB]
59 - 63 dB
Overschrijding Voorkeur Maximaal [48 dB] [63 dB]
ï 63 dB
Maximaal berekende geluidbelasting bij onderzochte functies per zoneplichtige weg/tramspoorweg (incl. aftrek art. 110g Wgh) * Betreft de geluidbelasting in de dagperiode aangezien het kinderdagverblijf uitsluitend in de dagperiode als zodanig in gebruik is.
De geluidbelasting op de woning is lager dan de voorkeurswaarde. Bij het kinderdagverblijf wordt de voorkeurswaarde overschreven maar de maximaal toegestane waard van 63 dB niet. Voor een kinderdagverblijf hoeft geen hogere waardenbesluit te worden genomen.
29
6.3.2
Railverkeer
Het Groot Handelsgebouw ligt binnen de geluidzone van 300 meter van de NS-sporen. Locatie
Omschrijving
Rekenpunt
Hoogte
Lden
rekenpunt
W KDV
Overschrijding Voorkeur
Maximaal
[m]
[dB]
[53/55 dB]
[68 dB]
Woning
W1AV2
22,5
42
Nee
Nee
Kinderdagverblijf
KDV1-KDV3
10,5
49*
Nee
Nee
2 55 dB
56 - 68 dB
> 68 dB
Maximaal berekende geluidbelasting bij onderzochte functies vanwege het spoor * Betreft de geluidbelasting in de dagperiode aangezien het kinderdagverblijf uitsluitend in de dagperiode als zodanig in gebruik is.
Bij nieuwe geluidsgevoelige situaties is de voorkeurswaarde aan de gevel 53 dB voor het kinderdagverblijf en 55 dB voor de woning. De voorkeurswaarde wordt niet overschreden.
Metro In het bestemmingsplan ligt de ondergrondse verbinding tussen metrohalte Blijdorp en Rotterdam Centraal. Conform de Regeling zonekaart spoorwegen geluidhinder hebben deze metrolijnen een geluidszone van 25 meer. Omdat metrospoor binnen het plangebied ondertunneld is, wordt de geluidsbelasting door het tunnellichaam afgeschermd en wordt er geen geluidsbelasting op de geluidgevoelige locaties verwacht. Voor metrolawaai is daarom geen onderzoek gedaan.
6.3.3
Emplacement ProRail
Het emplacement is gecategoriseerd bedrijf met milieucategorie 4.2 met een richtafstand van 300 meter. Omdat er sprake is van een gemengd gebied, kan de richtafstand met 1 stap worden teruggebracht naar 200 meter. Het Groot Handelsgebouw ligt binnen de richtafstand van 200 meter vanaf het emplacement daarom is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Locatie
Omschrijving
Rekenpunt
Hoogte
Letm
rekenpunt [m]
IdBAĮ]
Overschrijding richtwaarde
grenswaarde
Woning
W1/W2
22,5
34
[50 dB(A)] Nee
[55 dB(A)]
W KDV
Kinderdagverblijf
KDV1-KDV3
10,5
35'
Nee
Nee
3 50 dB(A)
51 - 55 dB(A)
Nee
» 55dB(A)
Maximaal berekende etmaalwaarde op de onderzochte functies vanwege het emplacement van ProRail * Betreft de geluidbelasting in de dagperiode aangezien het kinderdagverblijf uitsluitend in de dagperiode als zodanig in gebruik is.
De richtwaarde van 50 dB(A) als gevolg van activiteiten op het emplacement van ProRail wordt op de woning en het kinderdagverblijf niet overschreden.
6.3.4
Conclusie
Beide functies zijn akoestisch onderzocht en passen binnen de geldende normen voor de maximale geluidbelasting op de gevel. Er hoeft geen hogere waardenbesluit te worden aangevraagd.
6.4
Luchtkwaliteit
Omdat het bestemmingsplan Groot Handelsgebouw geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, is geen luchtonderzoek uitgevoerd. Rotterdam kent een Beleidsregel buitenklimaat: Luchtkwaliteit bij scholen en kinderopvang. De beleidsregel is van toepassing op scholen voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs en kinderopvang. Deze beleidsregel heeft tot doel het tegengaan van blootstelling van kinderen aan te hoge concentraties van schadelijke stoffen in de buitenlucht. De beleidsregel heeft betrekking op de gronden binnen 100
30
meter vanaf de rand van een snelweg en binnen 50 meter vanaf de rand van een drukke binnenstedelijke weg (de belaste zone). De beleidsregel is bedoeld om toe te passen bij het opstellen van nieuwe bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen voor het afwijken van het bestemmingsplan. Toepassing van de beleidsregel in een plan wil zeggen dat er binnen de belaste zone in principe geen nieuwe bestemmingen worden toegekend waarbinnen scholen en kinderdagverblijven mogelijk zijn. In het Groot Handelsgebouw is een kinderdagverblijf gevestigd aan de zijde van de Conradstraat op de tweede verdieping. In het bestemmingsplan is het onmogelijk gemaakt dat dit kinderdagverblijf binnen het gebouw van locatie kan wijzigen. Daarmee is voorkomen dat het kinderdagverblijf binnen de belaste zone van het Weena wordt gevestigd.
6.5
Bodem
Uit Indicatieve Bodemkwaliteitkaart Rotterdam blijkt dat de contactzone (de bovenste meter van de bodem) slechts zeer licht verontreinigd is. De bodem tussen 1 en 2 meter beneden het maaiveld is mogelijk licht verontreinigd. Het bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe woningen of nieuwbouw waarvoor ingrepen in de bodem nodig zijn. Bodemverontreiniging speelt geen rol bij de functiewijzigingen binnen het Groot Handelsgebouw en vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.
6.6
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over risico's voor de omgeving als gevolg van handelingen met gevaarlijke stoffen, zoals productie, op- en overslag en transport. Rotterdam, met zijn haven en vele industriële activiteiten, is bij uitstek een stad waar externe veiligheid een grote rol speelt. Daarnaast vindt in de regio veel transport van gevaarlijke stoffen plaats. Dat Rotterdammers daardoor gemiddeld een groter risico lopen betrokken te raken bij een incident met gevaarlijke stoffen is evident. Verantwoord omgaan met die risico's is een belangrijke opgave voor Rotterdam. Het reduceren en beheersen van deze risico's is het terrein van externe veiligheid. Externe veiligheid heeft betrekking op inrichtingen (risicovolle bedrijven), transport (water, weg, spoor en buisleidingen) en luchthavens. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden veiligheidsnormen opgelegd aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Vervoerders van gevaarlijke stoffen over de Rijksinfrastructuur (weg, spoorweg en water) moeten gebruik maken van het Basisnet, het hiervoor landelijk aangewezen netwerk. De wetgeving over het Basisnet is vastgelegd in een stelsel van wetten en regels die samen de “Wet Basisnet” worden genoemd.
Voor de ruimtelijke ordening in relatie tot het Basisnet zijn het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet van belang. In de wetgeving zijn grenswaarden vastgelegd voor het plaatsgebonden risico (PR) en een oriënterende waarde voor het groepsrisico (GR). Deze hebben als doel zowel individuen als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te garanderen tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR is de kans dat iemand overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen in zijn omgeving. Dit risico zegt iets over de kans op een ongeval met dodelijke slachtoffers. Het GR is de kans dat meerdere personen tegelijk dodelijk slachtoffer worden van een ongeval met gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Daarbij wordt bijvoorbeeld gerekend met tien, honderd of duizend slachtoffers tegelijk. Dit risico zegt iets over de omvang van een ongeval en de maatschappelijke ontwrichting. Het GR kent geen wettelijke normen of grenswaarden, maar een oriënterende waarde en een verantwoordingsplicht door het bevoegd gezag.
Rotterdams beleid De wetgever biedt gemeenten beleidsvrijheid om groepsrisicobeleid te formuleren dat recht doet aan lokale omstandigheden. In Rotterdam is dit vastgelegd in het Beleidskader Groepsrisico Rotterdam, vastgesteld door de gemeenteraad op 9 juli 2011. Daarin streeft Rotterdam voor stad en haven naar een situatie waarbij het groepsrisico voor alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en/of uitbreiding van risicovolle activiteiten zo laag mogelijk is. Bij voorkeur een situatie die de oriëntatiewaarde niet overschrijdt.
31
Rotterdam probeert deze ambitie in drie stappen te bereiken: 1. Door te streven naar een situatie die de oriëntatiewaarde niet overschrijdt; 2. Als dat niet haalbaar is wordt ernaar gestreefd het GR niet toe te laten nemen; 3. Indien dit niet realistisch is, wordt bezien of het mogelijk is om door middel van maatwerk tot een zo verantwoord mogelijk GR te komen.
Inhoudelijke afweging groepsrisico De kerngedachte bij de verantwoording is: hoe hoger het groepsrisico hoe zwaarder de verantwoording en daarmee ook de inhoudelijke betrokkenheid van het bestuur en de omvang van de te nemen maatregelen. Bij de verantwoording groepsrisico worden drie categorieën onderscheiden: licht, middel en zwaar. De zwaarte uit zich in de omvang van de onderbouwing, de inzet van betrokken partijen, de mate van betrokkenheid van het bestuur en de voorgeschreven maatregelen ten behoeve van hulpverlening en rampvoorbereiding. De hoogte van het groepsrisico bepaalt in welke categorie een besluit wordt geplaatst. Het vernieuwende in deze aanpak is een directe koppeling tussen de ernst en de omvang van risico's en de zwaarte en uitgebreidheid van het verantwoordingsproces en de bestuurlijke afweging. Ten behoeve van een goede beoordeling moet ook gekeken worden naar de omvang van de stijging van het groepsrisico, het maatgevende ongevalsscenario, kenmerken van de populatie en de capaciteit van hulpverlening. Een zware en middelzware verantwoording worden uitgewerkt in een verantwoordingsdocument waarvan het bestuur in het kader van de besluitvorming expliciet op de hoogte wordt gebracht.
Voor de onderverdeling in licht, middel en zware verantwoording worden de volgende grenzen gehanteerd voor de waarde van het groepsrisico ten opzichte van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico. Licht
Het groepsrisico is groter dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde maar kleiner dan of gelijke aan 0,3 maal de oriënterende waarde
Middel
Het groepsrisico is groter dan 0,3 maal de oriëntatiewaarde maar kleiner dan of gelijk aan 1,0 maal de oriëntatiewaarde
Zwaar Het groepsrisico is groter dan 1,0 maal de oriëntatiewaarde Categorie-indeling verantwoording
Bij een toename van het groepsrisico als gevolg van een plan of een overschrijding van de oriënterende waarde is advies nodig van de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (VRR).
Uitvoeringsovereenkomst tussen Rijk en Rotterdam Voor de ontwikkelingen in het RCD is een structuurvsie en een milieueffectrapport (MER) gemaakt. Als onderdeel van het MER is een extern veiligheidsonderzoek verricht. Het RCD behoort tot de Nationale Sleutelprojecten (NSP) van het Rijk. Dit zijn grote infrastructurele spoorprojecten in gebieden waar ook grote gebiedsontwikkelingen plaatsvinden. In de Uitvoeringsovereenkomst (UOK) van 31 maart 2006 is tussen het Rijk en Rotterdam een bestuurlijke afspraak gemaakt over de maximale hoogte van het groepsrisico. Afgesproken is dat het groepsrisico voor het RCD-gebied niet hoger zal zijn dan 5,4 maal de oriënterende waarde met een inspanningverplichting van 150Zo reductie. De afspraken uit de bestuursovereenkomst zijn door de Minister van VROM in een brief van 13 augustus 2008 nogmaals bevestigd aan de toenmalige Wethouder Baljeu van Rotterdam. De Minister schrijft in die brief dat de in de UOK afgesproken risicoruimte randvoorwaardelijk zal gelden voor het Basisnet Spoor. Door het Ministerie van I&M is op 3 februari 2011 aan Rotterdam schriftelijk medegedeeld dat indien het Basisnet wettelijk wordt vastgelegd, het groepsrisico valt binnen de afspraken in de UOK.
Zeer kwetsbare bestemmingen In het "Externe veiligheidsbeleid" (2013) van de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (VRR) is een onderscheid gemaakt tussen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare objecten.
32
Volgens het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) (artikel 1, eerste lid, onderdeel l) worden zowel een groot kantoorgebouw (groter dan 1500 m2) als een kinderdagverblijf als kwetsbare objecten aangemerkt. Dit terwijl vanuit zelfredzaamheid een wezenlijk verschil bestaat tussen kantoorpersoneel en kinderen in de leeftijd van 0 tot 8 jaar. Om daar een nuance in te maken wordt door de VRR onderscheid gemaakt in de functie die een bestemming heeft. Zo wordt door de VRR een kantoorpand als kwetsbaar aangemerkt en een kinderdagverblijf als "zeer"' kwetsbaar. Dit vanwege het verschil in de mate van zelfredzaamheid van de beide gebruikersgroepen. Zelfredzaamheid bij rampen en crises wordt als volgt gedefinieerd: "zelfredzaamheid is het vermogen van burgers om zichzelf en anderen te helpen voor, tijdens en na crises". De geoperationaliseerde definitie is als volgt verwoord: "Preventieve en repressieve handelingen van burgers om zichzelf voor te bereiden op, en zichzelf en anderen in veiligheid te brengen tijdens een fysiek onveilige situatie' Onder zelfredzame personen worden doorgaans de volgende personen verstaan: - Werkzame personen in en rondom gebouwen (bedrijven, verzorgingstehuizen, inrichtingen, instellingen, scholen (leeftijd van 16 jaar en ouder)) - Scholieren en studenten (leeftijd van 12 jaar en ouder).
- Leerlingen regulier basisonderwijs (leeftijd van 8 t/m 12 jaar). - Personen die zich buiten bevinden en zich zonder hulp van derden kunnen redden c.q. uit het effectgebied weg kunnen vluchten. Onder beperkt/niet-zelfredzame personen kunnen doorgaans de volgende personen worden verstaan: - Kinderen in de leeftijd van 0 tot 8 jaar (KDV/MKD + speciaal en regulier onderwijs); - Leerlingen van speciaal en aangepast basisonderwijs (4 t/m 13 jaar); - Patiënten in (gesloten en/of open) psychiatrische inrichtingen; - Patiënten en bewoners van zieken-, verpleeg- en verzorgingstehuizen; - Minder validen: alle leeftijden (geestelijk en lichamelijk). De VRR hanteert in de externe veiligheidsadvisering in ieder geval de volgende uitgangspunten:
33
- De VRR vindt het niet wenselijk om "zeer" kwetsbare objecten binnen de 100oZo letaliteitcontour (A-zone) van het worstcase scenario (hitte- en drukeffecten) toe te staan. Personen die beperkt/niet-zelfredzaam zijn kunnen niet op eigen gelegenheid het gebouw en het gebied ontvluchten. Hierdoor is de kans dat deze personen gewond raken of komen te overlijden groter dan personen die wel zelfredzaam zijn; - De VRR vndt het niet wenselijk om (beperkt) kwetsbare objecten binnen de 10007o letaliteitcontour (A-zone) van het meest geloofwaardige scenario (hitte- en drukeffecten) zonder noodzakelijke maatregelen toe te staan; - De VRR vindt het niet wenselijk om binnen de 10007o letaliteitcontour (A-zone) van het worstcase scenario (toxisch) bestemmingen met grote groepen mensen die buiten verblijven te realiseren (sportvelden, recreatie- en evenemententerreinen). Door de ontwikkelsnelheid van het incident is er voor de aanwezige personen een beperkte vluchtmogelijkheid.
6.6.1
Onderzoek externe veiligheid
Het onderzoek naar externe veiligheid is uitgevoerd ten behoeve van bestemmingsplan Rotterdam Central District. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor is de enige bron die effect heeft op het Groot Handelsgebouw. De conclusie uit het onderzoek is dat het plaatsgebonden risico gelijk blijft. Het groepsrisico, als gevolg van de nieuwe ontwikkelingen de mogelijk zijn gemaakt in bestemmingsplan Rotterdam Central District, stijgt naar 0,47 maal de oriëntatiewaarde. Tevens is onderzocht wat het groepsrisico zal zijn als alle ontwikkelingen ter plaatse van het Schiekadeblok en Pompenburg langs het spoor worden mogelijk gemaakt. In die situatie stijgt het groepsrisico naar 3,2 maal de oriëntatiewaarde. Dit ligt onder de afgesproken oriëntatiewaarde in de Uitvoeringsovereenkomst. Het bestemmingsplan Groot Handelsgebouw legt het bestaande gebouw en het bestaande gebruik vast en levert daarmee geen bijdrage aan een verhoging van het groepsrisico. De 10007o letaliteitcontour bepaalt het gebied waar 10007o van de aanwezigen kan komen te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. In dit bestemmingsplan ligt de 10007o letaliteitcontour op 140 meter van de rand van het spoor. Dit betekent dat deze zone over het Groot Handelgebouw ligt. In principe zijn hier geen bestemmingen toegestaan waar personen zijn ondergebracht die beperkt of niet zelfredzaam zijn.
In het Groot Handelsgebouw zit al jaren een kinderdagverblijf aan de Conradstraat. In het bestemmingsplan is het kinderdagverblijf toegestaan en gelimiteerd tot de locatie en omvang waarin de functie nu bestaat. Andere functies waar zeer kwetsbare mensen verblijven, zijn in het Groot Handelsgebouw niet toegestaan.
6.6.2
Conclusie
Door in dit bestemmingsplan de bestaande situatie van het Groot Handelsgebouw vast te leggen, stijgen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico niet. De VRR heeft bepaald dat het advies dat zij heeft gegeven tijdens het vooroverleg bij bestemmingsplan Rotterdam Central District nog steeds accuraat is. Een reactie hierop is verder uitgewerkt in paragraaf 9.2 Vooroverleg.
6.7
Natuur
De Wet natuurbescherming is de Nederlandse implementatie van het Europese natuurbeleid zoals vastgelegd in de Habitatrichtlijn, de Vogelrichtlijn en in de verdragen van Bern en Bonn. De Wet natuurbescherming heeft de volgende doelstellingen; -het behouden en ontwikkelen van natuur, - het behouden en herstellen van de biodiversiteit, -het duurzaam kunnen blijven inzetten van natuur voor ecosysteemdiensten en -het realiseren van samenhangend beleid gericht op het behoud van waardevolle landschappen vanwege hun maatschappelijke functies. De Wet natuurbescherming verwezenlijkt bovenstaande doelen via; actieve natuurbescherming, gebiedsbescherming, soortbescherming en algemene zorgplicht voor natuur. Actieve natuurbescherming volgt uit de, door de EU aan haar lidstaten opgelegde, verplichting zorg te dragen voor een goede stand van de natuur. Op provinciaal niveau is dit onderdeel van de Wet
34
natuurbescherming nog niet uitgewerkt. De Wet natuurbescherming kent geen procedurele vereisten bij het opstellen van ruimtelijke plannen. In de toelichting van het bestemmingsplan dient te worden gemotiveerd dat het plan aanvaardbaar is vanuit het oogpunt van de Wet natuurbescherming. Het begrip 'aanvaardbaar1 betekent dat bij de uitvoering van het plan een vrijstelling geldt of een ontheffing mogelijk is. Bij vaststelling van het (ontwerp) bestemmingsplan dient deze toetsing aan de Wet natuurbescherming in principe afgerond te zijn. Echter het bestemmingsplan kijkt 10 jaar vooruit, en het is nog niet bekend wanneer de mogelijk gemaakte ontwikkelingen ook daadwerkelijk plaats gaan vinden. Uitgebreid onderzoek naar flora en fauna wordt in dit stadium bij een gebiedsbestemmingsplan daarom geen redelijke inspanning geacht. Wel wordt onderzocht of de nieuw mogelijk gemaakte ontwikkelingen geen onoverbrugbare strijdigheden met de Wet natuurbescherming opleveren (aanvaardbaarheidstoets). Bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen een bestaande bestemming of bij een veranderende bestemming (bijvoorbeeld sloop en nieuwbouw of renovatie) dient tijdig voorafgaand aan de werkzaamheden nog wel flora en faunaonderzoek te worden uitgevoerd naar de specifieke effecten van de betreffende ontwikkeling op potentieel aanwezige beschermde flora en fauna.
Beschermde en waardevolle natuurgebieden Op 18 maart 2014 is door B&W de Rotterdamse Natuurkaart vastgesteld. Het doel van de Natuurkaart Rotterdam is om de omgevingskwaliteit te verbeteren door meer rekening te houden met de ecologische kansen op ontwikkellocaties. Ingezet wordt op het verbinden van gebieden waar ecologische kwaliteit aanwezig is en deze gebieden ook te verbinden met Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied ligt op ruim 12 kilometer van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden 'Oude Maas'. Directe negatieve effecten zoals verstoring kunnen derhalve worden uitgesloten. Indirecte effecten als gevolg van de toename van stikstofdepositie kunnen worden uitgesloten. Het betreft een conserverend bestemmingsplan dat niet leidt tot de toevoeging van extra stikstofemissie bronnen. Het plangebied ligt niet binnen de aangewezen gebieden op de gemeentelijk natuurkaart of het Natuurnetwerk Nederland. Effecten op deze gebieden is derhalve uitgesloten
Beschermde soorten ^ ^ ^ ^
In het plangebied zijn potenties van soorten met jaarrond beschermde nesten van de huismus; In het plangebied zijn potenties voor verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen; In het plangebied zijn potenties aanwezig voor van ontheffing vrijgestelde Nationaal beschermde soorten; In het plangebied zijn potenties aanwezig voor algemene en categorie 5 soorten broedvogels.
Hoewel beschermde soorten aanwezig kunnen zijn vormt dit geen bezwaar voor het vaststellen van het bestemmingsplan. Er zijn voldoende mogelijkheden om indien nodig maatregelen te nemen. De effecten op in het plangebied aanwezige beschermde flora en fauna door toekomstige, nu nog niet voorziene, ruimtelijke ingrepen die passen binnen de huidige bestemmingen dienen voorafgaand aan de uitvoering getoetst te worden. Hierbij is te denken aan sloopwerkzaamheden, renovatiewerkzaamheden (zoals gevelisolatie, vervangen van het dak, boeiborden of kozijnen), toevoegen van verlichting of het verdichten van ruimtes. Het bestemmingsplangebied is ongeschikt voor strikt beschermde soorten maar wel geschikt voor algemene broedvogels en bijvoorbeeld insecten. Het gebied kan daarmee belangrijk zijn voor de biodiversiteit. Dit kan versterkt worden door: « »
»
Het toevoegen van inheemse beplanting bestaande uit kruiden/struiken/struweel aan de daken. Hiermee ontstaat meer variatie en wordt meer voedsel- en schuilmogelijkheden geboden aan fauna; Natuurinclusief renoveren van de bebouwing. Kies bij transformatie, en renovatieprojecten voor het toevoegen van nestkasten voor onder andere huismus en gierzwaluw en vleermuiskasten in de bebouwing. Hiermee worden locaties voor deze soorten aangeboden; Beperk het gebruik van verlichting zoveel mogelijk langs de gevel en op het dak. Dit kan bijdrage aan de kwaliteit van het leefgebied voor diverse fauna.
35
6.7.1
Conclusie
Aangezien dit bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt waardoor het gebouw ingrijpend wordt gewijzigd, zijn geen negatieve effecten op de natuur te verwachten.
6.8
M.e.r.-beoordeling
Het instrument milieueffectrapportage wordt gebruikt om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De basis hiervan ligt in de EU richtlijn m.e.r. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.).
Voorgenomen activiteit De voorgenomen activiteit betreft het bestemmen van het reeds bestaande Groot Handelsgebouw. Het bestaande gebouw heeft een bedrijfsvloeroppervlak van 128.000 m2. Ten opzichte van de huidige bestaande detailhandel (nu 3285 m2) is 3500 m2 nieuwe detailhandel mogelijk gemaakt. Daarnaast worden maximaal twee nachthorecalocaties met meer dan achtergrondmuziek mogelijk gemaakt en maximaal 180 hotelkamers. Al deze functies passen binnen de flexibele invulling van het Groot Handelsgebouw, uitgangspunt is dat het gebouw in de huidige omvang gehandhaafd blijft.
Samenhang met andere projecten Het Groot Handelsgebouw ligt in het Rotterdam Central District maar het is geen samenhangend project in de zin van het Besluit m.e.r.. De zeer beperkte ontwikkelingen in het Groot Handelsgebouw kunnen financieel zelfstandig plaatsvinden. Er zijn geen bestuurlijke of privaatrechtelijke overeenkomsten die op enige samenhang met projecten in de omgeving duiden. Het Groot Handelsgebouw is een losstaand gebouw dat volledig zelfstandig toegankelijk is. De omvang van de voorgenomen activiteit zoals hierboven beschreven is daarom het uitgangspunt geweest voor het bepalen van de m.e.r.-beoordelingsplicht.
Argumentatie Om te bepalen of het bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, is het programma getoetst aan de Nederlandse en Europese wetgeving. De bovengenoemde mogelijkheden moeten worden gezien als een stedelijke ontwikkeling zoals omschreven in het Besluit m.e.r. kolom 1, opgenomen in het onderdeel D 11.2: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. De voorgenomen activiteit zoals in het bestemmingsplan Groot Handelsgebouw is beschreven, is niet m.e.r.-beoordelingsplichtig. Het betreft geen stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. categorie D 11.2, omdat de wijzigingen ten opzichte van de huidige situatie gering zijn. De aard van het plan ziet op een bestaand gebouw waarin op dit moment diverse functies zijn gehuisvest. Er wordt slechts in beperkte mate verschuiving van die functies mogelijk gemaakt. Het betreft de mogelijkheid van uitwisseling tussen of vervanging van functies. Het netto bedrijfsvloeroppervlak wijzigt niet. Er is geen sprake van een geheel nieuwe functie en de omvang van de mogelijke wijzigingen ten opzichte van de bestaande situatie is klein en heeft daarmee geen tot weinig impact op de omgeving. Omdat het bestemmingsplan niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is, hoeft er geen m.e.r.-besluit te worden genomen.
36
Hoofdstuk 7
Handhaving
In veel gevallen zijn illegale bebouwing en gebruik voor de gemeente niet direct kenbaar. Veelal komt de gemeente daarachter nadat door belanghebbenden is geklaagd over overlast. Inspectie ter plaatse en raadpleging van het ter plaatse geldende bestemmingsplan leert pas dan of er sprake is van strijd met de gegeven bestemming en of daartegen kan worden opgetreden. Op grond van gemeentebeleid, neergelegd in het Beleidsplan Naleving Omgevingsrecht 2021 - 2025, wordt bij de huidige aanpak eerst gekeken of het gebruik/bouwwerk kan worden gelegaliseerd. Als legalisatie niet mogelijk of wenselijk is, zal de overtreder doorgaans met een dwangsom worden gesommeerd om binnen een bepaalde periode een einde te maken aan de overtreding.
37
Hoofdstuk 8
Financiële uitvoerbaarheid
Ontwikkelingen die binnen het bestemmingsplan mogelijk zijn en waarbij de gemeente Rotterdam geen eigenaar is, geldt dat de kosten ten laste komen van de grondeigenaar. Indien voor een ontwikkeling ingrepen in de openbare ruimte nodig zijn dan kunnen die door de gemeente voor rekening en risico van de grondeigenaar worden uitgevoerd een en ander in samenhang met het wettelijk verplichte gemeentelijke kostenverhaal. Gelet op het vorenstaande is het plan financieel uitvoerbaar.
38
Hoofdstuk 9 9.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Participatie
Het bestemmingsplan omvat één gebouw met één eigenaar waarmee tijdens het opstellen van het bestemmingsplan Groot Handelsgebouw regelmatig is afgestemd. Ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, zal eenieder gedurende zes weken, in de gelegenheid worden gesteld een zienswijze in te dienen met betrekking tot het ontwerpbestemmingsplan. Gedurende de periode van terinzagelegging zal een informatieavond georganiseerd worden waar eenieder vragen kan stellen met betrekking tot het terinzageliggende ontwerpbestemmingsplan.
9.2
Vooroverleg
In de inleiding is al aangegeven dat het Groot Handelsgebouw tot en met de voorontwerpfase onderdeel was van bestemmingsplan Rotterdam Central District. Het conceptontwerpbestemmingsplan Rotterdam Central District is destijds gezonden aan: « » » » « » » » « » » » « » » » « » » » « »
GS, Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, directie Ruimte en Milieu; Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard; VRR, Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond; TenneT, Zuid-Holland, beheerder hoogspanningsnet; Stedin, regionale netbeheerder gas en elektriciteit; K.P.N. Telecom; N.V. Nederlandse Gasunie; Ministerie Infrastructuur en Milieu; Inspectie Leefomgeving en Transport; Rotterdam The Hague Airport; Ministerie van Defensie, dienst gebouwen, werken en terreinen; Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; Rijkswaterstaat West-Nederland; Rijksluchtvaartdienst; Luchtverkeersleiding Nederland; ProRail; Evides; Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR); Metropoolregio Rotterdam Den Haag; Monet, beheerder telecommunicatiemasten; VWS Pipelinecontrol.
ProRail, VRR en de Provincie Zuid-Holland hebben een inhoudelijke reactie gegeven. Hieronder wordt kort ingegaan op de onderdelen uit die reacties die effect hebben op het Groot Handelsgebouw.
Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond »
Groot Handelsgebouw Het Groot Handelsgebouw heeft de functie 'Gemengd' en valt binnen de 1000Zo letaliteitscontour van de worstcase scenario's (toxische, hitte- en drukeffecten) van het spoor. Deze functie maakt het mogelijk om op de locatie van het Groot Handelsgebouw een of meerdere kinderdagverblijven te realiseren, een functie die getypeerd wordt als 'zeer kwetsbaar'. In het Externe Veiligheidsbeleid dat de gemeente Rotterdam in samenwerking met de VRR heeft vastgesteld, is vastgelegd dat zeer kwetsbare gebouwen niet gewenst zijn binnen de 10007o letaliteitcontour van het worstcase scenario a. Het is in geval van nieuwe situaties wenselijk om de functie kinderdagverblijf enkel toe te staan aan de zijde van de Weena, omdat de aanwezigen daar bescherming genieten van de rest van het
39
Groot Handelsgebouw. Daarbij is het van belang dat de aanwezigen binnen kunnen schuilen en dat de BHVorganisatie weet hoe te handelen in geval van een incident op het spoor; b. Voor de huidige aanwezige kinderdagverblijven is het mogelijk om te kiezen voor een zogeheten uitsterfregeling. Het huidige kinderdagverblijf mag blijven, maar als de huidige eigenaar besluit het pand te verkopen/verhuren, dan mag de nieuwe eigenaar niet opnieuw een zeer kwetsbare functie exploiteren. Als er daarnaast binnen het Groot Handelsgebouw nieuwe aanvragen komen voor kinderdagverblijven, wordt verwezen naar adviespunt a. Reactie: In dit bestemmingsplan wordt het enige bestaande kinderdagverblijf positief bestemd maar het kinderdagverblijf heeft geen mogelijkheden tot uitbreiding of verhuizing binnen het gebouw. Ook het toevoegen van een nieuw kinderdagverblijf is niet mogelijk.
»
Kwetsbare objecten Diverse (beperkt) kwetsbare objecten (zoals bedoeld in artikel 1 van het Bevi) vallen binnen de 'Wo letaliteitscontour van het meest geloofwaardige scenario van het spoor (120 meter vanaf de buitenste spoorstaaf). Construeer die objecten in geval van een verbouwing/herontwikkeling zodanig dat bij een toxische wolk de mogelijkheden tot zelfredzaamheid van aanwezigen verbeterd worden. Als deuren, ramen en ventilatieopeningen afsluitbaar zijn en het luchtverversingssysteem uitgeschakeld kan worden is een object geschikt om enkele uren in te schuilen.
Reactie: In artikel 31.3 is opgenomen dat kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten binnen 120 meter vanaf het spoor moeten voldoen aan bovenstaande eisen.
*
Bereikbaarheid hulpdiensten en BHV organisatie Het is van belang dat de hulpdiensten in geval van een incident op het spoor, met eventuele escalatie richting de omliggende objecten, op kunnen treden. Daarvoor dienen de objecten in het effectgebied (tweezijdig) bereikbaar te zijn voor hulpdiensten en dient er voldoende bluswater aanwezig te zijn. Voor de verdere uitwerking hiervan verwijs ik u naar de 'Handleiding advies bluswater en bereikbaarheid" van de VRR. Een deel van de objecten gelegen binnen de Wo letaliteitscontour van de meest geloofwaardige scenario's heeft een bestemming waarbij een BHV-organisatie vereist is. Voor die objecten geldt dat het wenselijk is dat de BHV-organisatie op de hoogte is van de scenario's die op kunnen treden en weet hoe te handelen in geval van een incident. Doorgaans is schuilen in een gebouw de beste optie; sluit ramen en deuren, schakel het ventilatiesysteem af, blijf weg bij ramen en schuil bij voorkeur in dat deel van het gebouw dat zo ver mogelijk van het incident af is gelegen. Voor de overige functies en objecten is het van belang om zorg te dragen voor een goede voorlichting en instructie van de aanwezige personen zodat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit door middel van de campagne 'Goed voorbereid zijn heb je zelf in de hand'.
Reactie: De aanbeveling van de VRR wordt opgenomen in de toelichting.
Provincie Zuid-Holland »
De provincie Zuid-Holland stelt dat in hun ruimtelijk beleid als uitgangspunt heeft dat nieuwe detailhandelsontwikkelingen plaatsvinden binnen of aansluitend aan de bestaande winkelconcentraties in de centra van steden, dorpen en wijken. RCD is aansluitend aan het bestaande winkelconcentratiegebied van het centrum van Rotterdam. Binnen het centrum van Rotterdam kunnen alle detailhandelsbranches worden toegelaten en is er in principe ruimte voor dynamiek en innovatie. Het is op basis van het plan en de toelichting niet duidelijk hoeveel nieuwe (planologische) detailhandel er met dit plan mogelijk wordt gemaakt. De provincie vraagt hierover helderheid te verschaffen. Voor zover de toevoeging aan detailhandel een omvang heeft van meer dan 4.000 m2 bruto vloeroppervlak, dient ook een advies van de Adviescommissie detailhandel Zuid-Holland aangevraagd te worden.
Reactie:
40
In paragraaf 4.2.1.2 Detailhandel is ingegaan op hoeveel detailhandel er fysiek in het bestemmingsplangebied aanwezig is en hoeveel vierkante meter er planologisch wordt toegevoegd. De totale toevoeging is minder dan 4000m2, een advies van de Adviescommissie detailhandel is niet noodzakelijk. Voor meer informatie zie 4.2.1.2 Detailhandel.
41
42
Bijlagen
43
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek
44
Bijlage 2 Wateradvies
45
Bijlage 3
Onderzoek Externe Veiligheid
46
Bijlage 4
Flora en faunatoets
47
48
Regels
49
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
INLEIDENDE REGELS
Begrippen
Plan
Het bestemmingsplan Groot Handelsgebouw met identificatienummer NL.IMRO.0599.BP1140GHG-on01 van de gemeente Rotterdam.
1.2
Bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
1.3
Aanduiding
Een geometrisch bepaald vak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.4
Aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vak betreft.
1.5
Archeologisch deskundige
Het Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam of een andere deskundige op het gebied van archeologie.
1.6
Bebouwing
Een of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
1.7
Bebouwingspercentage
Een percentage dat aangeeft hoeveel van het oppervlak van een bestemmingsvlak door gebouwen mag worden ingenomen.
1.8
Bedrijven
De bedrijven genoemd in de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels.
1.9
Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond
Het "Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond" dat als bijlage 1 is gevoegd bij de regels van dit plan of een herziening of wijziging van dit beleidskader.
1.10 a. b. c. d.
e.
Beperkt kwetsbare objecten
Woningen, kantoorgebouwen, hotels, restaurants, winkels en bedrijfsgebouwen, voor zover deze objecten niet tot de categorie Kwetsbare objecten behoren; Sporthallen, zwembaden, speeltuinen; Sport- en kampeerterreinen en terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet tot de categorie Kwetsbare objecten behoren; Andere objecten die met de onder a en b genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten niet tot de categorie Kwetsbare objecten behoren; Objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval.
50
1.11
Besluit externe veiligheid inrichtingen
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen zoals dat luidt ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan.
1.12
Bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak.
1.13
Bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.14
Bouwaanduidingen
Alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken.
1.15
Bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
1.16
Bouwperceelgrens
De grens van een bouwperceel.
1.17
Bouwverordening
Bouwverordening Rotterdam 2010, zoals deze luidt op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan.
1.18
Bouwwerk
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
1.19
Bruto vloeroppervlak (b.v.o.)
Het vloeroppervlak van een bouwwerk, inclusief de niet direct voor het hoofddoel bruikbare ruimten (bijvoorbeeld bij een productiebedrijf of winkel, de magazijn-, expeditie-, kantoorruimten). Gebouwde parkeervoorzieningen worden niet tot het b.v.o. gerekend.
1.20
Cultuur en ontspanning
Voorzieningen op het gebied van cultuur, spel en ontspanning, zoals een atelier, creativiteitscentrum, dansschool, kookstudio, muziekschool, museum, wellness, speelautomatenhal, theater.
1.21
Dakterras
Een bouwkundige voorziening op het platte dak van een gebouw dat bestaat uit een te betreden vlak, geheel of gedeeltelijk omgeven door een hekwerk waarvan de bouwhoogte minimaal 1,2 meter bedraagt.
1.22
Detailhandel
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ter verkoop, verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
1.23
Dienstverlening
Het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen. Een belwinkel en een seksinrichting worden hier niet onder begrepen.
51
1.24
Evenement
Een voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak, zoals een feest, muziekvoorstelling, sportactiviteit, markt of tentoonstelling in de buitenlucht die ook toegankelijk is voor bezoekers van buiten het gebouw.
1.25
Gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.26
Geluidsgevoelige objecten
Hieronder worden verstaan de in de Wet geluidhinder aangewezen objecten: woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven.
1.27
Hoofdgebouw
Gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.
1.28
Hoog-risico biologisch laboratorium
Een biologisch laboratorium met een biologische veiligheidsklasse 3 of hoger zoals bedoeld in het "Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond".
1.29
Horeca
Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en drank.
1.30
Horeca 1 (daghoreca)
Horeca inrichtingen die geopend zijn tussen 07.00 uur en 23.00 uur, die al dan niet een terras exploiteren gedurende de openingstijden en die alleen inpandig achtergrondmuziek ten gehore brengen, met uitzondering van het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie.
1.31
Horeca 2 (avondhoreca met alleen achtergrondmuziek)
Horeca inrichtingen die van zondag t/m donderdag geopend zijn tussen 07.00 uur en 01.00 uur en op vrijdag en zaterdag tussen 07.00 uur en 03.00 uur, die al dan niet een terras exploiteren gedurende de openingstijden en die alleen inpandig achtergrondmuziek mogen produceren, met uitzondering van het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie.
1.32
Horeca 3 (avondhoreca met meer dan achtergrondmuziek)
Horeca inrichtingen die van zondag t/m donderdag geopend zijn tussen 07.00 uur en 01.00 uur en op vrijdag en zaterdag tussen 07.00 uur en 03.00 uur, die al dan niet een terras exploiteren gedurende de openingstijden en die inpandig meer dan achtergrondmuziek mogen produceren, met uitzondering van het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie.
1.33
Horeca 4 (24 uurs horeca met meer dan achtergrondmuziek)
Horeca inrichtingen die 24 uur per dag open mogen zijn, die al dan niet een terras exploiteren op zondag t/m donderdag tussen 07.00 uur en 01.00 uur en op vrijdag en zaterdag tussen 07.00 uur en 03.00 uur en die inpandig meer dan achtergrondmuziek mogen produceren, met inbegrip van het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie.
1.34
Hotel
Het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf en bijbehorende voorzieningen zoals ter plaatse nuttigen van voedsel en dranken.
52
1.35
Kantoren