[24bb004830] Beantwoording Technische vragen PvdD over delegatiebesluit omgevingsplan t.b.v. raad 091124
Tekst van het document
Technische vragen en Beantwoording
Fractie
Onderwerp
vraag
PvdD
RV Delegatiebesluit omgevingsplan (24bb003309)
In het raadsvoorstel over het delegatiebesluit staat:
beantwoording
Aanleiding
“Op basis van het oude recht werden gemeentelijke monumenten op grond van de Erfgoedverordening Rotterdam 2020 aangewezen door het college. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en na opname van de regels voor de aanwijzing van gemeentelijke monumenten in het omgevingsplan, wordt een gemeentelijk monument aangewezen door het toekennen van een functie- aanduiding met bijbehorende regels in het omgevingsplan. Omdat de raad bevoegd is tot het vaststellen van het omgevingsplan, krijgt de raad dan ook de bevoegdheid om een status van gemeentelijk monument toe te kennen. Deze bevoegdheid kwam toe aan het college. Om aan te sluiten bij de bekende bevoegdheidsverdeling (voor inwerkingtreding Omgevingswet) wordt voorgesteld deze bevoegdheid te delegeren aan het college en daarmee de vaststelling van een wijziging van het omgevingsplan die alleen betrekking heeft op het toekennen, schrappen of wijzigen van de functieaanduiding "gemeentelijk monument" aan het college te delegeren.”
Per 1 januari 2024 is er een tijdelijk omgevingsplan. Als gemeente hebben we tot 31 december 2031 om dit tijdelijk omgevingsplan te transformeren naar een volwaardig omgevingsplan dat aan de eisen van de Omgevingswet voldoet. Deze periode noemen we de overgangsfase.
In de Erfgoedverordening Rotterdam 2020 staat:
Onder de Omgevingswet moeten alle gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving in het omgevingsplan komen te staan. Dit geldt ook voor regels in verordeningen die gaan over de fysieke leefomgeving. Deze verordeningsregels moeten uiterlijk 31 december 2031 worden opgenomen in het volwaardig omgevingsplan. De verordeningen mogen dan nog blijven bestaan, maar mogen geen regels meer bevatten over de fysieke leefomgeving.
“Artikel 9. Wijziging gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing monument 1.Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van gemeentelijke monumenten ambtshalve wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijk erfgoedregister.
Wat wordt er voorgesteld in het delegatiebesluit? Het voorliggende raadsvoorstel over het delegatiebesluit kent het uitgangspunt dat de bevoegdheidsverdeling tussen de gemeenteraad en het college van B&W zoals deze gold voor inwerkingtreding van de Omgevingswet, gecontinueerd blijft.
2.Als de wijziging ziet op het schrappen uit het register is paragraaf 2 van deze verordening van overeenkomstige toepassing, tenzij het gemeentelijk monument waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan. Bij een voornemen om een object te schrappen uit het register zal de gemeenteraad in de gelegenheid worden gesteld zijn wensen en bedenkingen met betrekking tot de wijziging aan burgemeester en wethouders kenbaar te maken. 3.Een aanwijzing als gemeentelijk monument vervalt met ingang van de dag waarop het monument of het archeologisch monument waarop de Het voorgestelde delegatiebesluit regelt dat het college aanwijzing betrekking heeft, is ingeschreven in het rijksmonumentenregister bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet, of een provinciaal de bevoegdheid heeft om een wijziging van het erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de Erfgoedwet. Het vervallen van de aanwijzing wordt verwerkt in het gemeentelijk omgevingsplan vast te stellen die alleen betrekking heeft erfgoedregister.” op het toekennen, schrappen of wijzigen van de functieaanduiding "gemeentelijk monument”.
Begrijpen we goed dat de bepaling in de Erfgoedverordening komt te vervallen als we het delegatiebesluit aannemen? Komt de Erfgoedverordening te vervallen met het Omgevingsplan of komt er een voorstel naar de raad toe om de verordening aan te passen? Het college kan pas van deze bevoegdheid gebruik maken als de erfgoedverordening wordt ingetrokken. Later in de overgangsfase zal als onderdeel van de integratie van de verordeningen naar het omgevingsplan, ook (een deel van) de erfgoedverordening worden geïntegreerd in het omgevingsplan. Er moet daartoe een voorstel worden gedaan tot intrekking van een deel van de erfgoedverordening en er moet een wijziging van het omgevingsplan worden opgesteld om de regels uit de erfgoedverordening op te nemen in het omgevingsplan (waaronder het huidige artikel 9). Dit is een bevoegdheid van de gemeenteraad.
Technische vragen en Beantwoording
Fractie
Onderwerp
vraag
beantwoording Het delegatiebesluit voorziet alvast in situatie als ware de bepalingen uit erfgoedverordening ten aanzien van monumenten zijn opgenomen in het omgevingsplan. Wat betekent dit voor de erfgoedverordening en de aanwijzing van monumenten ? De erfgoedverordening blijft in zijn huidige vorm tot 31 december 2031 blijven bestaan of totdat de erfgoedverordening wordt ingetrokken. Gemeentelijke monumenten worden tot die tijd aangewezen volgens de regels uit artikel 9 in de erfgoedverordening. Hoe worden gemeentelijke monumenten aangewezen vanaf 1 januari 2032? Het aanwijzen van gemeentelijke monumenten gebeurt in het omgevingsplan. De aanwijzing vindt plaats door in het omgevingsplan aan de locatie van het desbetreffende monument of archeologisch monument de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven. Vervolgens worden aan die locatie regels verbonden ter bescherming van het gemeentelijk monument. Dit blijkt uit artikel 4.2 van de Omgevingswet.