CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb004772] Bijlage 1 behorende bij 24bb004774 over toelichting ontwerpbestemmingsplan Park OverdeSchie

Subcommissie bestemmingsplannen Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 27 augustus 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Hoorzitting19.039 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

6.10.2 Plangebied De toekomstige woningen zullen minimaal voldoen aan de in het Bouwbesluit gestelde eisen met betrekking tot duurzaamheid en energie. De woningen worden aardgasvrij gerealiseerd, en voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Zodoende wordt in ieder geval voldaan aan de wettelijke vereisten op het gebied van duurzaamheid. Op het dak van de woningen worden daarnaast mogelijk zonnecollectoren geplaatst, ingepast in de vormgeving van het dakvlak.

44

Tijdens het bouwproces wordt gestreefd naar lokale materialen en leveranciers, hergebruik van materialen waar mogelijk, toepassen van ecologische materialen en het verminderen en recyclen van bouwafval.

6.11

Windhinder en windgevaar

6.11.1

Kader

Er is geen formele, landelijk vastgestelde eis voor windhinder en windgevaar. Wel zijn er grote gemeenten met richtlijnen op dat gebied. Deze dienen met name voor de beoordeling van bouwplannen met hoogbouw. Sinds 2006 wordt voor de beoordeling veelal gebruikgemaakt van de NEN 8100. Aan de hand van de NEN 8100 ‘Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving’ kan het windklimaat bepaald worden. Dit wordt uitgedrukt in overschrijdingskansen per jaar (in procenten) dat de windsnelheid boven een bepaalde waarde zal liggen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen windhinder en windgevaar.

6.11.2 Onderzoek DGMR B.V heeft een kwalitatief windonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen als bijlage 10. Hieronder zijn de resultaten beschreven. Over het algemeen heerst er een acceptabel tot goed windklimaat in het plangebied. Het plangebied omvat voornamelijk laagbouwwoningen van 11 tot 12 meter hoog. Alleen het appartementencomplex heeft een maximale hoogte van 19 meter. De resultaten hebben betrekking op het windklimaat op hoofdhoogte ten aanzien van het maaiveld. Windgevaar Op basis van toepassing van de NEN8100 zal geen windgevaar of beperkt risico van windgevaar optreden in het plangebied of door het plangebied naar de omgeving. Windhinder Rondom de woningen heerst overal een goed windhinderklimaat. Alleen ter plaatse van de hoeken van de zuidwestgevel van het appartementencomplex kan licht windhinder worden verwacht.

6.11.3 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling heeft geen nadelige invloed op het windklimaat naar de omgeving. Binnen het plangebied is wat lichte windhinder te verwachten rond de hoeken van de zuidwestgevel van het appartementencomplex. Algemeen heerst er een goed en acceptabel windklimaat.

6.12

Overige aspecten

Naast de hiervoor beschreven milieuaspecten kunnen er nog andere belemmeringen in of nabij het plangebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planvorming. Dit zijn bijvoorbeeld straalpaden, planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen of rioleringsleidingen), beschermingszones en dergelijke. In of nabij het plangebied liggen geen planologische relevante buisleidingen en lopen tevens geen relevante straalpaden en beschermingszones.

45

Hoofdstuk 7

Handhaving

In veel gevallen zijn illegale bebouwing en gebruik voor de gemeente niet direct kenbaar. Veelal komt de gemeente daar achter nadat door belanghebbenden is geklaagd over overlast. Inspectie ter plaatse en raadpleging van het ter plaatse geldende bestemmingsplan leert pas dan of er sprake is van strijd met de gegeven bestemming en of daartegen kan worden opgetreden. Op grond van gemeentebeleid, neergelegd in het “Handhavingsbeleidsplan Toezicht Gebouwen” uit 2009 wordt bij de huidige aanpak eerst gekeken of het gebruik/bouwwerk kan worden gelegaliseerd. Als legalisatie niet mogelijk of wenselijk is, zal de overtreder doorgaans met een dwangsom worden gesommeerd om binnen een bepaalde periode een einde te maken aan de overtreding.

46

Hoofdstuk 8

Financiële uitvoerbaarheid

Exploitatieverplichting Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Gelet op het voorgaande is in het kader van de voorgenomen ontwikkeling een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Tevens is een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd. Daarmee wordt het voorliggende initiatief financieel uitvoerbaar geacht.

47

Hoofdstuk 9

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Door de initiatiefnemer is in overleg met de gemeente Rotterdam een haalbaarheidsstudie uitgevoerd naar woningbouw op de locatie van tennispark OverdeSchie in Rotterdam. Hieruit is gebleken dat woningbouw op deze locatie realiseerbaar is en welke randvoorwaarden in acht dienen te worden genomen bij de uitwerking. Onderdeel van de haalbaarheidsstudie vormde een participatietraject. Het participatietraject ging op 21 januari 2021 van start. Tot en met 26 maart 2021 stond de mogelijkheid open online inbreng te delen. Op 21 april 2021 werd het participatietraject afgesloten met een (online) eindbijeenkomst. Tijdens het participatietraject is onder andere de participatie website gelanceerd met een online enquête over woningbouwthema’s, werd er een online startbijeenkomst georganiseerd en zijn één op één gesprekken gevoerd met belanghebbenden. Tijdens de online eindbijeenkomst werden de resultaten van het traject teruggekoppeld aan de omgeving. Er zijn diverse middelen ingezet voor het benaderen en informeren van participanten. Participanten konden vervolgens op een aantal manieren inbreng delen. Als gevolg van het Covid19-beleid waren helaas geen fysieke bijeenkomsten mogelijk. Gedurende het traject is gekeken naar de beste alternatieven.

Betrokkenen konden op verschillende manieren ideeën, meningen of aandachtspunten inbrengen Het tennispark is bij een deel van de omwonenden zeer geliefd en wordt als belangrijk onderdeel van de wijk gezien. Veel genoemd hierin is het belang van buitensport en de sociale functie van sport in de wijk. De zorg over (te) weinig buitensportfaciliteiten is genoemd in relatie tot het tennispark, maar ook als zorgpunt voor Overschie in het algemeen. Daarnaast zijn er zorgen over het toenemen van de parkeerdruk en de verkeersstromen. Een aantal bewoners van de Torenlaan met tuinen grenzend aan het tennispark geven daarbij aan bewust gekozen te hebben voor een woning aan een tennisbaan en maken zich zorgen over hun toekomstige woongenot, uitzicht en een eventuele waardedaling van de woningen. Aan de andere kant is er bij een deel van de deelnemers begrip voor het verdwijnen van het tennispark, gezien het te lage ledental. De mogelijkheid om op deze locatie woningen voor doorstroming te realiseren wordt regelmatig als positief punt genoemd. Een aantal direct omwonenden heeft aangegeven daadwerkelijk interesse te hebben in de toekomstige woningen op deze locatie. Daarnaast is de verwachting dat door woningbouw en de daardoor toenemende sociale controle, een verbetering van de veiligheid bij de brug zal ontstaan.

Ook wordt de mogelijkheid om een stap te maken in duurzaamheid als kans gezien. Gezien het bovenstaande is de maatschappelijke uitvoerbaarheid voldoende aangetoond. Daarnaast zal ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, eenieder gedurende zes weken in de gelegenheid worden gesteld een zienswijze in te dienen met betrekking tot het ontwerpbestemmingsplan.

48

Hoofdstuk 10 10.1

Procedure

Voorbereidingsfase

Overleg Conform artikel 3.1.1. van het Bro dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In dit kader zal het verschillende instanties.

concept-ontwerpbestemmingsplan voor advies

worden

toegezonden

aan

De ontvangen reacties zullen worden samengevat en beantwoord, waarvan in deze paragraaf te zijner tijd verslag zal worden gedaan.

10.2

Ontwerpfase

Na afronding van de inspraakprocedure en het vooroverleg wordt de formele bestemmingsplanprocedure gestart. De aanpassingen die volgen uit de inspraakreacties en de overlegreacties worden verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Ook worden er - indien nodig - ambtshalve aanpassingen doorgevoerd. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is artikel 3.8 Wro (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. De kennisgeving van het ontwerpbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan moet in de Staatscourant worden geplaatst en dient - met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening - ook via elektronische weg te geschieden. Tevens dient de kennisgeving te worden toegezonden aan die diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn, aan het waterschap en aan belanghebbende gemeenten. Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn wordt een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. Ook moeten de stukken met de kennisgeving aan de eerder genoemde diensten en instanties worden toegezonden (artikel 3:13 Awb), of er moet worden aangegeven waar de (digitale) stukken te vinden zijn (elektronische kennisgeving).

Crisis- en Herstelwet De Crisis- en herstelwet (hierna: Chw) is onder meer van toepassing op besluiten ter verwezenlijking van aangewezen ruimtelijke en infrastructurele projecten (bijlage II bij de Chw) en op andere categorieën van projecten (bijlage I bij de Chw). De categorieën van projecten uit bijlage I bestaan bijvoorbeeld uit de bouw van meer dan 11 woningen, de aanleg of wijziging van hoofdwegen en de aanleg van installaties ten behoeve van duurzame energie. Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van 48 woningen mogelijk. Dit betekent dat de Chw op grond van bijlage I (de bouw van meer dan 11 woningen) van toepassing is.

10.3

Vaststellingsfase

Binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging moet de gemeenteraad beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, overgegaan.

het plan in werking waarna tot planrealisatie kan worden

49

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=e90e22d4-4ce9-40d3-b0dd-0f42826a7448