[24bb004696] Bijlage behorende bij 24bb004695 over Subsidieregeling investeringssubsidies breedtesport-, scouting- en speeltuinverenigingen 2024
Tekst van het document
daarvan worden zij als aansprakelijke partij aangemerkt en kunnen in die hoedanigheid worden aangesproken op niet naleving van de overeenkomst.
Artikel 3.8 Subsidievoorwaarden De investeringslening wordt louter verstrekt indien ook een bijbehorende subsidieaanvraag als bedoeld in hoofdstuk 2 is of wordt gehonoreerd. Een beschikking tot financieringssteun zal worden verstrekt onder opschortende voorwaarden. In dit artikel wordt onder meer de overeenkomst tot borgstelling met SWS aangehaald en het verstrekken van een verklaring waarin derden hun vorderingen op de aanvrager achterstellen op die van de gemeente, maar het college kan bij de beschikking tot financieringssteun ook nog andere voorwaarden stellen. Indien niet of niet tijdig aan deze voorwaarden wordt voldaan dan vervalt de aanspraak op de investeringslening.
Artikel 3.9 Algemene subsidieverplichtingen In het tweede lid is bepaald dat als de investeringslening wordt verstrekt ten behoeve van een investering in het kader van een door de gemeenteraad vastgestelde publieke taak, de subsidieontvanger verplicht is deze in overeenstemming daarmee aan te wenden. In artikel 1, onderdeel z, van de Verordening leningverstrekking en garantieverlening Rotterdam 2014 wordt een 'publieke taak' gedefinieerd als: "door de raad in begroting, verordening, beleidsnota, raadsbesluit of ander beleidsdocument aangewezen gemeentelijke taak in het kader van vastgestelde beleidsdoelen die in overwegende mate ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen". Vereist is dus dat de publieke taak is vastgelegd in besluitvorming van de gemeenteraad. Voor zover daarvan sprake is, is de subsidieontvanger verplicht de lening voor de betreffende investering binnen de doelstellingen van deze publieke taak aan te wenden. Het vierde lid bepaalt dat in de overeenkomst van geldlening ook nadere voorschriften en verplichtingen kunnen worden opgenomen voor te vestigen zekerheden en door de subsidieontvanger af te sluiten verzekeringen. Onder zekerheden wordt ook begrepen de aanwijzing van aansprakelijke partijen.
De af te sluiten verzekeringen zien op verzekeringen voor het object of de objecten waarvoor de geldlening is verstrekt en de onroerende zaken die de gemeente tot zekerheid strekken op basis van de herbouwwaarde tegen brand- en stormschade en andere risico's of aanspraken.
Artikel 3.10 Specifieke subsidieverplichtingen In het eerste lid, onderdeel g, wordt de verplichting opgelegd om de gebruiksbestemming van de accommodatie waarin is geïnvesteerd, tenminste vijf jaar in stand te houden. Indien de gebruiksbestemming van de accommodatie waarin is geïnvesteerd binnen vijf jaren zodanig wordt gewijzigd dat deze niet meer voldoet aan de vereisten gesteld in of op grond van deze regeling, kan de investeringslening, al dan niet gedeeltelijk, worden ingetrokken. De subsidieontvanger zal het onverschuldigd betaalde bedrag in dat geval moeten terugbetalen aan het college, behoudens voor zover dit bedrag al via de reguliere aflossingen van de geldlening is terugbetaald. De subsidieontvanger kan de bestemming van een clubgebouw bijvoorbeeld zodanig wijzigen dat deze niet langer bijdraagt aan het statutair doel van de vereniging(en) of niet langer meer ten goede komt aan de amateursporters van de breedtesportvereniging.
Artikel 3.11 Verantwoording en vaststelling In artikel 3.11 is opgenomen op welke wijze de subsidieontvanger verantwoording moet afleggen over de besteding van de investeringslening. De vaststelling van de investerings-
lening gebeurt dus bij een ander besluit dan de vaststelling van de subsidie; zie hiervoor artikel 2.13 en de toelichting daarop. De in artikel 3.11 genoemde verantwoording is aanvullend op de (tussentijdse) verplichtingen tot verantwoording die zijn vastgelegd in artikel 16 van de Verordening leningverstrekking en garantieverlening Rotterdam 2014.