[24bb004630] Bijlage 8 behorende bij 24bb005959 over aanmeldingsnotitie m.e.r. -beoordeling Pols-Noord
Tekst van het document
HD 8751-2-RA-004 38
15.3 Geluid ais gevolg van wegverkeer ter plaatse van ontwikkelingen binnen Pois-Noord
Ontwikkeling
Maximaal geluid (Lden)
Codrico View I View II Van Herk Oechies De Bund Santos Conform de kwalificatie uit Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. is hiermee deels sprake van een slechte kwaliteit ten aanzien van geluid. Hierbij wordt opgemerkt dat dit indicatief is, en dat voor de afzonderlijke ontwikkelingen separaat akoestisch onderzoek wordt/is uitgevoerd. Indien hieruit volgt dat sprake is van een overschrijding van de standaard-
en/of
grenswaarde
(voorheen
voorkeursgrenswaarde
en
maximale
ontheffingswaarde) dan zal gemotiveerd verzocht worden om hogere waarden toe te staan. In dat kader zijn/worden per ontwikkeling ook de mogelijkheden voor maatregelen nader beschouwd. In het kader van de planologische procedure voor de diverse ontwikkelingen is/wordt het daadwerkelijk te verwachten geluid ter plaatse van de woningen inzichtelijk gemaakt en zal toetsing aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving plaatsvinden. Gezien het te verwachten geluid zal, indien nodig door toepassing van mitigerende maatregelen, kunnen worden geborgd dat sprake is van een aanvaardbare situatie.
Conclusie De beoogde ontwikkeling kent een verkeersaantrekkende werking welke van invloed is op het geluid als gevolg van wegverkeer. Als gevolg van de ontwikkeling in en rondom het plangebied is daarbij sprake van een toename van de verkeersintensiteiten. Dit leidt tot een beperkte toename van het geluid in de omgeving van het plangebied. Het effect van de beoogde ontwikkeling op wegverkeerslawaai is hiermee relatief beperkt. Maatregelen zijn nodig om de geluidwering van de gevels van gebouwen te verhogen, zodat minimaal wordt voldaan aan de grenswaarde voor het geluid in de woningen. Dit kan o.a. betekenen dat sommige gevels als dove gevel
moet worden uitgevoerd en dat
slaapvertrekken aan de geluidluwe zijde moeten worden gepositioneerd. Hogere waarden moeten worden vastgesteld, waarbij de te treffen maatregelen per ontwikkeling worden beschreven. 5.3.2 Industrielawaai
Algemeen De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van geluidgevoelige objecten. Deze objecten hebben zelf geen effect op de geluidbelasting als gevolg van industrielawaai. Wel is de beoogde ontwikkeling in de geluidzone van een geluidgezoneerde industrieterrein HD 8751-2-RA-004 39
pEUTZ gesitueerd. Daarnaast maakt het bedrijf Codrico plaats voor de beoogde ontwikkeling, hetgeen effect heeft op industrielawaai. Volledigheidshalve wordt in voorliggende paragraaf ingegaan op de geluidbelasting ter plaatse van de beoogde nieuwe geluidgevoelige objecten.
Wettelijk kader Het
plangebied
is
gelegen
binnen
de
geluidzone
van
het
geluidgezoneerde
industrieterrein Waal-Eemhaven. Tevens was tot voor kort sprake van een ligging binnen de geluidzone van het geluidgezoneerd industrieterrein 'Maas- en Rijnhaven'. Deze geluidzone is echter gewijzigd, doordat het bedrijf Codrico op deze locatie verdwijnt. Hiermee is geen sprake meer van ontwikkelingen binnen Pols-Noord die zich in de geluidzone van dit industrieterrein bevinden. Aangezien het geluidgezoneerd industrieterrein nog niet is omgezet naar de systematiek onder de Omgevingswet is de Wet geluidhinder nog van toepassing
op
het
geluidgezoneerde industrieterrein. De geluidbelasting ten gevolge van alle bedrijven op het industrieterrein dient op de zonegrens maximaal 50 dB(A)-etmaalwaarde te bedragen. Voor te projecteren geluidgevoelige gebouwen en terreinen binnen een geluidzone van een industrieterrein geldt dat de gezamenlijke geluidbelasting van de bedrijven op het industrieterrein ter hoogte van de gevels niet meer dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting
van
55
dB(A)
mag
bedragen.
Bij
geluidbelastingen
vanaf de
voorkeursgrenswaarde tot de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting kunnen door burgemeester en wethouders hogere waarden vastgesteld.
Beoordeling Zoals reeds gesteld
heeft de beoogde ontwikkeling zelf geen invloed op de
geluidbelasting als gevolg van industrielawaai. Hiermee is dan ook geen sprake van negatieve gevolgen voor het milieu. Het vertrek van de bedrijfsactiviteiten van Codrico ter plaatse van het plangebied - dat sterk samenhangt met de beoogde ontwikkeling van Pols-Noord - is uiteraard wel gunstig voor het geluid in de omgeving. Wel is sprake van de realisatie van geluidgevoelige objecten. Hiermee neemt mogelijk het aantal gehinderden toe. In dat kader is in voorliggende rapportage tevens de geluidbelasting ter plaatse van de beoogde geluidgevoelige functies nader beschouwd. Conform
het
convenant
geluidruimteverdeelplan
voor en
het
het
industrieterrein
Bronnenmodel
'WaalVEemhaven'
2025
als
dient
uitgangspunt
het voor
geluidberekeningen bij ruimtelijke plannen in de geluidzone Waal-/Eemhaven. Hiertoe is ook de 'Handreiking berekeningsmethode en werkwijze voor geluid in de geluidzone rond het industrieterrein WaalVEemhaven' opgesteld. Deze handreiking geeft aan hoe de geluidbelasting moet worden bepaald bij een ruimtelijk plan, dat woningbouw en/of andere geluidgevoelige functies mogelijk maakt in de geluidzone van het krachtens de Wet geluidhinder gezoneerde industrieterrein WaalVEemhaven. De beoogde ontwikkeling is deels in de geluidzone gelegen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee type HD 8751-2-RA-004 40
pEUTZ gebieden, te weten het 'Communicatiegebied' en het 'Gebied voor standaardonderzoek'. Het plangebied is gelegen in het 'Gebied voor standaard onderzoek'. Dit is het gebied tussen de 50 dB(A) (conform het Bronnenmodel 2025) en 50 dB (A) T+^ontour, zoals weergegeven in bijlage 1 van de handreiking. In dit gebied kan gebruik worden gemaakt van de standaardmethode voor geluidberekening. Uitsluitend een deel van Pols-Noord, te weten de ontwikkeling van het Codrico terrein, is gelegen rond de 47 en 48 dB(A)contouren (zie figuur 11), waarbij volgens de standaardmethode de hoogste waarde, aldus 48 dB(A) moet worden aangehouden voor het plangebied.
Legenda
93000
^|zon«grtns. TV contour 50dtXA)
Bronnenmodel 2025 Geluidbelatting in dB(A) op Sm
F 14 Geluidcontouren Bronnenmodel 2025
Voor hogere bouwlagen wordt een correctie toegepast. Voor de zesde en hogere bouwlagen geldt dat de waarde moet worden opgehoogd met 3 dB(A). Hierdoor bedraagt de geluidbelasting ter plaatse van de ontwikkeling van het Codrico terrein volgens de standaardmethode ten hoogste 51 dB(A). Opgemerkt wordt dat deze waarde slechts voor een beperkt aantal posities binnen het plangebied aan de orde zal zijn, daar de 47 en 48 dB(A)-contour door het plangebied van de ontwikkeling van het Codrico terrein heen loopt (zie F 15). Voor de gehele toren, alsmede het veldblok, binnen de ontwikkeling van het Codrico terrein zal bijvoorbeeld geen sprake zijn van een overschrijding van de waarde van 50 dB(A). Eveneens is dit aan de orde voor de locatie waar zich het casino bevindt. Dit is echter geen geluidgevoelige functie. Voor het oostelijk deel van het plangebied, HD 8751-2-RA-004 41
pEUTZ waaronder bijvoorbeeld het veldblok en de toren van het Codrico terrein, en ook de overige ontwikkelingen binnen het plangebied van Pols-Noord, is geen sprake van een
rm z
overschrijding van de voorkeursgrenswaarde.
F 15 47 dB(A) en 48 dB(A) contouren ter hoogte van de ontwikkeling van het Codrico terrein
Indien door de correctie de geluidbelasting ter plaatse van het plangebied meer bedraagt dan 55 dB(A) ligt de beoogde ontwikkeling conform de handreiking binnen het
'Communicatiegebied'. Dit is in voorliggende situatie niet aan de orde. Resumerend gesteld is slechts zeer plaatselijk mogelijk sprake van een overschrijding van de waarde van 50 dB(A). Uitsluitend voor westzijde van de ontwikkeling van het Codrico terrein is dit mogelijk aan de orde. Deze overschrijding is echter zeer beperkt, aangezien maximaal sprake is van een waarde van 51 dB(A).
Conclusie De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op het aspect industrielawaai. Hiermee is dan ook geen sprake van negatieve effecten op het milieu wat dit aspect betreft.
HD 8751-2-RA-004 42
pEUTZ 5.3.3 Overige bedrijvigheid
Algemeen In de omgeving van het plangebied is sprake van diverse bedrijvigheid. Bovendien omvat de beoogde ontwikkeling eveneens bedrijvigheid. Dit betekent dat het geluid als gevolg van deze bedrijvigheid om aandacht vraagt.
Wettelijk kader Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Bij de beoordeling van de inpasbaarheid, en effecten, van de beoogde ontwikkelingen ten aanzien van het geluid als gevolg van bedrijvigheid wordt in eerste aanleg aangesloten op de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (editie 2009). Op dit moment werkt de VNG aan een nieuwe handreiking Activiteiten en milieuzonering, die de uitgave VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (editie 2009) vervangt. De VNGbrochure uit 2009 past met de richtafstanden per bedrijfsactiviteit niet meer goed bij het integrale karakter van de Omgevingswet. In dat kader heeft de VNG de publicatie 'Milieuzonering nieuwe stijl' uitgegeven. Hierin wordt uitgegaan van de beschikbare gebruiksruimte om activiteiten uit te voeren. De werkelijke milieubelasting van een bedrijfsactiviteit is dan bepalend of een activiteit op een bepaalde locatie past, en niet meer een richtafstand. Opgemerkt wordt dat in deze nieuwe VNG-publicatie aangegeven wordt dat deze een alternatief is naast de bestaande VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. Vooralsnog wordt voor de inpasbaarheid van de beoogde ontwikkeling derhalve nog aangesloten op de systematiek uit 2009.
In de VNG-publicatie worden de bedrijfsactiviteiten van bedrijven ingedeeld in bepaalde milieucategorieën. Deze handreiking beveelt per standaard bedrijfstype een afstand aan tot woningen of andere 'gevoelige' functies. De afstand hangt onder meer af van de aard van de omgeving: een rustige woonwijk verdient een hoger beschermingsniveau dan een gebied waar al enige hinder kan optreden ten gevolge van bedrijven of infrastructuur (gemengd gebied). Indicatieve richtafstanden (voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar) voor woningen in de twee te onderscheiden 'omgevingen' bij verschillende bedrijfstypes (ingedeeld in milieucategorieën) zijn weergegeven in tabel 2.
HD 8751-2-RA-004 43
15.4 Indicatieve afstand in meters tot omgevingstype (bron: VNG-pubíicatie “Bedrijven en milieuzonering") Categorie
Rustige woonwijk en rustig
Gemengd gebied
buitengebied
1 2
10 30
0 10
3.1
50
30
3.2
50
4.1
100 200
4.2
300
100 200
5.1
500
300
5.2
700
500
5.3
1000
700
6
1500
1000
Volgens de voornoemde VNG-publicatie is de definitie van het omgevingstype gemengd gebied
als volgt:
'Een gemengd
gebied
is een gebied
met
matige tot sterke
functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Het plangebied kan worden getypeerd als een dergelijk gemengd gebied. De in tabel 2 weergegeven afstanden betreffen de afstanden tussen de perceelgrens van de activiteiten (niet de bebouwingsgrens) en de gevel van de (geluid)gevoelige bestemming (zoals woningen). De afstanden zijn volgens de VNG-brochure algemene richtafstanden en geen harde afstandseisen. Gemotiveerd afwijken van deze afstanden is mogelijk, zo volgt ook uit jurisprudentie. Ook onderscheidt de VNG-publicatie 'functiemengingsgebieden'. Dit zijn bijvoorbeeld stadscentra,
dorpscentra
of winkelcentra,
horecaconcentratiegebieden, zones
met
functiemenging langs stedelijke toegangswegen en in lintbebouwingen, of in gebieden waar bedrijven of andere milieubelastende functies verspreid liggen tussen woningen en/of andere gevoelige functies. Het gaat in dergelijke gebieden in het algemeen om relatief kleinschalige c.q. ambachtelijke bedrijvigheid die op korte afstand van woningen kan worden toegestaan. Vanwege de kenmerken van dit type gebied wordt niet gewerkt met een systematiek van richtafstanden en afstandstappen, maar met een categorisering van bedrijfsactiviteiten tussen A, B en C, waarvoor specifieke (kwalitatieve) criteria voor de toelaatbaarheid van functies gelden. Voor de beoordeling van de inpasbaarheid van de beoogde gemengde functies binnen het plangebied, welke naar verwachting overwegend relatief kleinschalige bedrijvigheid betreffen, kan daarom worden aangesloten op deze categorisering. De betekenis van deze categorieën kan als volgt worden omschreven: -
Categorie A. Activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het
pEUTZ Bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij over het algemeen toereikend. -
Categorie B. Activiteiten die in gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, maar met
een
zodanige
milieubelasting voor hun
omgeving
dat zij
bouwkundig
afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden. -
Categorie C. De activiteiten zoals genoemd onder B, waarbij vanwege de relatief grote verkeersaantrekkende
werking
een
ontsluiting
op
de
hoofdinfrastructuur
is
aangewezen. In voorliggend onderzoek wordt het geluid als gevolg van bedrijvigheid in eerste aanleg op basis van richtafstanden beoordeeld. Indien uit voorliggend onderzoek blijkt dat bedrijvigheid in de omgeving van de beoogde ontwikkeling om een nadere beschouwing vraagt, komt de werkelijke milieubelasting aan bod. Ook indien wel aan richtafstanden wordt voldaan, maar verwacht wordt dat voor een bedrijf mogelijk sprake is van een hogere milieu-impact, komt de feitelijke situatie aan bod.
Beoordeling De beoogde ontwikkeling voorziet onder andere in de realisatie van woningen. Woningen worden aangemerkt als milieugevoelige functies. Tevens geldt dit mogelijk voor de maatschappelijke functies binnen het plangebied. In de omgeving van de beoogde ontwikkeling zijn de bedrijfsactiviteiten geïnventariseerd. Aan de hand hiervan kan worden beoordeeld of wordt voldaan aan de geldende richtafstanden, en of de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een beperkende situatie voor de bestaande bedrijvigheid. De inpasbaarheid van de beoogde milieugevoelige functies in de omgeving is hierbij in eerste aanleg beoordeeld op basis van de maximaal planologische mogelijkheden conform de bestemmingsplannen ter plaatse van het plangebied en diens directe omgeving. Daarbij dient te worden opgemerkt dat de richtafstanden uit de publicatie richtafstanden betreffen en geen harde afstandseisen zijn. Indien wordt voldaan aan deze afstanden biedt dit nog geen garantie op het voorkomen van hinder. Vervolgens komt, indien benodigd, daarom eveneens een beoordeling op basis van de feitelijke situatie aan bod. Daarnaast wordt ook de inpasbaarheid van de beoogde overige functies die gerealiseerd worden binnen de beoogde ontwikkeling, welke juist als milieubelastend kunnen worden beschouwd, beoordeeld. Maximaal planologische invulling bedrijvigheid in de omgeving van het plangebied
In de omgeving van het plangebied zijn zowel bedrijven als woningen gesitueerd. Een groot aantal locaties rondom het plangebied is bestemd voor gemengde bebouwing. De vigerende bestemmingsplannen in de directe omgeving van het plangebied staan bedrijven toe die tot maximaal milieucategorie 2 behoren. Voor dergelijke bedrijvigheid geldt een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. Op grotere afstand van het plangebied is mogelijk sprake van zwaardere bedrijvigheid behorend tot milieucategorie 5.1.
HD 8751-2-RA-004 45
pEUTZ In F 16 wordt de ligging van de meest nabijgelegen percelen alwaar bedrijvigheid is toegestaan weergegeven. Tevens worden de van toepassing zijnde richtafstanden voor gemengd gebied (zie ook tabel 2) weergegeven.
Legenda ľ;;: Pols-Noord Bedrijvigheid I I Milieucategorie 1 Milieucategorie 2 Milieucategorie 5.1
:
225 m
F 16 Ligging van de meest nabijgelegen percelen alwaar bedrijvigheid is toegestaan
Uit F 16 volgt dat niet voor alle bedrijvigheid aan de van toepassing zijnde richtafstanden wordt voldaan. Dit betreft uitsluitend de percelen die direct ten zuiden van de Brede Hilledijk zijn gelegen. Hier wordt overigens wel aan voldaan als rekening wordt gehouden met de richtafstand tot aan de gevels van de beoogde bebouwing binnen het plangebied. Desalniettemin wordt de feitelijke situatie nader beschouwd. Dat wordt voldaan aan richtafstanden is immers nog geen garantie dat geen sprake kan zijn van hinder. Feitelijke situatie bedrijvigheid in omgeving van plangebied
Ten westen van het plangebied is de Fenixloods I gesitueerd. De functies binnen deze loods behoren tot maximaal milieucategorie 2, waarvoor een richtafstand van 10 meter geldt. Deze loods betreft een loods die ruimte biedt aan gemengde functies, waaronder woningen. De realisatie van een gebouw welke ruimte biedt aan woningen op korte afstand van de Fenixloods I, gezien deze ontwikkeling zelf al woningen omvat, is hiermee inpasbaar. De Fenixloods II, die iets verder van het plangebied is gelegen, wordt getransformeerd en zal onder andere ruimte bieden voor een museum. Dit betekent dat er gezien de richtafstand en het feit dat er op kortere afstand van dit gebouw reeds woningen aanwezig zijn geen hinder te verwachten valt ter plaatse van het plangebied.
HD 8751-2-RA-004 46
pEUTZ Op grotere afstand van het plangebied bevindt zich bovendien het bedrijf 'Provimi'. Dit bedrijf behoort tot milieucategorie 5.1 en kent hiermee een richtafstand van 300 meter in gemengd gebied. Aan deze richtafstand wordt voldaan. Tevens zijn er reeds woningen op kortere afstand tot dit bedrijf gesitueerd. Dit bedrijf vormt hiermee geen belemmeringen voor de beoogde herontwikkeling van Pols-Noord. Aan de zuidzijde van het plangebied bevinden zich aan de overzijde van de Brede Hilledijk diverse bedrijven. Ook voor deze bebouwing geldt echter dat sprake is van een gemengde functies, en dat er ook woningen binnen deze bebouwing zijn gesitueerd. De bedrijvigheid behoort tot maximaal milieucategorie 2, waarvoor een richtafstand van 10 meter van toepassing is. Aan deze richtafstand wordt voldaan. Daarnaast vormt de Brede Hilledijk al een zekere barrière tussen het plangebied en deze bedrijvigheid voor wat betreft de situering van de beoogde bebouwing. Ten oosten van het plangebied bevindt zich het metrostation 'Rijnhaven', alsmede is aan de overzijde van de Hillelaan sprake van enige bedrijvigheid. Ook op korte afstand van deze functies is reeds sprake van woningen, en wordt aan de van toepassing zijnde richtafstanden voldaan. Bovendien zijn de woningen binnen The View I reeds vergund, en kan hiermee worden gesteld dat sprake is van een inpasbare situatie.
Bedrijvigheid binnen het píangebied
Ter plaatse van het plangebied zal in de toekomstige situatie tevens sprake zijn van bedrijvigheid. Het voornemen bestaat immers om een gemengd woon- en werkgebied te realiseren. Hierbij zal beoordeeld moeten worden of sprake is van een inpasbare situatie. Voor de mogelijke milieubelastende activiteiten binnen Pols-Noord wordt ervan uitgegaan dat deze op zorgvuldige wijze worden ingepast. Vooralsnog is de exacte positie en invulling hiervan niet bekend, en zal voor deze activiteiten aan de van toepassing zijnde geluidwaarden uit het Omgevingsplan voldaan moeten worden. Hiermee wordt een onaanvaardbare situatie voorkomen. Naar alle verwachting zal in hoofdzaak sprake zijn van
relatief
kleinschalige
bedrijvigheid.
Hierbij
worden
geen
of
zeer
beperkt
milieubelastende activiteiten ontplooid, welke overwegend zullen aansluiten op categorie A uit de "Staat van bedrijfsactiviteiten - functiemenging". Voor deze activiteiten geldt dat deze aanpandig aan gevoelige bestemmingen gerealiseerd kunnen worden en dat de eisen uit het Bouwbesluit (thans Besluit bouwwerken leefomgeving) over het algemeen toereikend zijn. Ingeval sprake is van activiteiten uit categorie B zullen deze bouwkundig afgescheiden van woningen en andere milieugevoelige functies uitgevoerd moeten worden. Hiermee wordt een goed woon- en leefklimaat geborgd. Ook wordt binnen Pols-Noord voorzien in horeca, met mogelijk terrassen. Deze functies behoren naar alle verwachting eveneens tot categorie A, en kunnen doorgaans aanpandig aan gevoelige bestemmingen worden gerealiseerd. De horeca kan naast de mogelijke effecten ten aanzien van geluid ook gepaard gaan met een geuremissie. In het kader van de uitwerking van de afzonderlijke plannen zal geborgd worden dat sprake is van een HD 8751-2-RA-004 47
pEUTZ aanvaardbare situatie. Hierbij geldt ook dat de milieugevoelige functies binnen Pols-Noord op de meest korte afstand van deze functies zijn gelegen. Indien nodig zullen maatregelen getroffen worden, zoals een strategische positionering of afschermende voorzieningen, om dit gebruik mogelijk te maken. Ook zijn thans reeds bedrijfsactiviteiten aanwezig binnen, waar een deel gehandhaafd blijft. Het casino binnen Pols-Noord zal gehandhaafd blijven. Een casino behoort tot milieucategorie 2, waarvoor in een gemengd gebied een richtafstand van 10 meter voor geldt. Aan deze richtafstand zal worden voldaan tot aan de gevels van milieugevoelige functies. Bij de uitwerking van de afzonderlijke ontwikkelingen zal rekening gehouden worden met de gemengde functies binnen het gebied. Bij nieuwbouw zijn hier voldoende mogelijkheden voor. Daarbij wordt opgemerkt dat de woningen (en overige milieugevoelige functies) binnen het plan maatgevend zijn voor de beoordeling van de inpasbaarheid van bedrijvigheid binnen het plan. Deze nieuwe woningen zullen immers de meest dichtstbijzijnde woningen betreffen. Voor de milieugevoelige functies buiten het plangebied wordt derhalve verwacht dat sprake is van een aanvaardbare situatie. Bovendien wordt opgemerkt dat de beoogde ontwikkeling juist de herontwikkeling van een haven- en industrieterrein naar stedelijk woon- en leefgebied behelst.
Hiermee zal naar alle verwachting in de toekomst juist sprake zijn van een minder milieubelastende situatie.
Conclusie De beoogde woningen en overige milieugevoelige functies bevinden zich op een passende afstand tot bedrijvigheid. Daarnaast is naar verwachting sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde en bestaande woningen en milieugevoelige functies. Indien er wel maatregelen nodig blijken te zijn, zullen deze worden genomen om te komen tot een inpasbare situatie. Bij de uitwerking van de afzonderlijke ruimtelijke ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de inpasbaarheid van milieubelastende (horeca) activiteiten. Indien nodig zullen geluidsisolerende maatregelen worden getroffen. Daarnaast kan worden gedacht aan maatregelen als sluitingstijd en het beperken van de ruimte voor terrassen. 5.3.4 Cumulatie geluidbronnen
In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het eveneens gewenst om nader in te gaan op de gecumuleerde geluidbelasting. Hierbij wordt overigens opgemerkt dat in het kader van de planologische procedures van de afzonderlijke ontwikkelingen wordt afgewogen of ook ter plaatse van deze ontwikkelingen zelf sprake is van een aanvaardbare situatie ten aanzien van de gecumuleerde geluidbelasting. Voorliggende mededeling gaat hier derhalve niet nader op in. Wel is het in het kader van
HD 8751-2-RA-004 48
pEUTZ voorliggend document relevant of - als gevolg van de beoogde ontwikkeling - sprake is van cumulatieve effecten ter plaatse van de omgeving van het plangebied. In voorliggende situatie is, zoals uit voorliggend hoofdstuk blijkt, sprake van meerdere geluidbronnen in de omgeving van het plangebied. De beoogde ontwikkeling binnen PolsNoord heeft, behoudens het geluid als gevolg van de nog te realiseren functies binnen het plan, echter uitsluitend effect op het geluid als gevolg van wegverkeerslawaai in de omgeving van het plangebied. Zoals uit paragraaf 5.3.1
volgt is dit effect echter zeer
beperkt. De beoogde milieubelastende functies binnen Pols-Noord zullen bovendien op zorgvuldige wijze worden ingepast. Hiermee wordt voorkomen dat deze functies leiden tot een onaanvaardbare gecumuleerde geluidbelasting ter plaatse van de omgeving van het plangebied. Zoals eerder opgemerkt leggen de woningen (en overige milieugevoelige functies) die gerealiseerd worden binnen Pols-Noord al de nodige beperkingen op aan de mogelijkheden voor nieuwe milieubelastende functies. Hierdoor zal ook ter plaatse van milieugevoelige functies, die verder afgelegen zijn, sprake zijn van een aanvaardbare situatie. Als gevolg van deze functies zal naar alle verwachting geen sprake zijn van een relevant effect op de gecumuleerde geluidbelasting, gezien de sterk stedelijke ligging met diverse drukke wegen in de omgeving. Tevens komt een deel van de bedrijvigheid, waaronder de relatief zwaar milieubelastende fabrieksactiviteiten van Codrico, als gevolg van de beoogde ontwikkeling te vervallen. Naast wegverkeerslawaai, waar de beoogde ontwikkeling direct effect op heeft, is tevens sprake van een ligging binnen het invloedsgebied van overige geluidbronnen. Dit betreft onder andere industrielawaai, railverkeerslawaai, scheepvaartlawaai en nestgeluid. Hierbij wordt opgemerkt dat de beoogde ontwikkeling geen invloed heeft op de bijdrage als gevolg van deze geluidbronnen.
Volledigheidshalve wordt wel nader ingegaan op de mogelijk cumulatieve effecten. Het is van belang om op te merken dat de geluidbronnen allen een enigszins andere oriëntatie kennen, waardoor de effecten in cumulatie sterk beperkt zijn. Zo is scheepvaartlawaai en nestgeluid met name aan de orde aan de zijde die richting de Nieuwe Maas en de Rijnhaven is gesitueerd. Als gevolg van wegverkeer treden met name aan de zijden richting de Brede Hilledijk en Hillelaan relatief hoge geluidniveaus op. Bij de beoordeling van de gecumuleerde geluidbelasting kan in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden aangesloten op de kwalificatie uit onderstaande tabel (zoals ook is aangehouden in paragraaf 5.3.1 ).
HD 8751-2-RA-004 49
pEUTZ 15.5 Kwalificatie gecumuleerd geluid
Gecumuleerde geluid in Lmni
Kwalificatie
S 45
Zeer goed
46 - 50
Goed
51 - 55
Redelijk
56 - 60
Matig
61 - 65
Tamelijk slecht
66 - 70
Slecht
* 71
Zeer slecht
Industrielawaai Uitsluitend het Codrico terrein bevindt zich van de ontwikkelingen binnen Pols-Noord binnen de geluidzone van een gezoneerd industrieterrein. Voor de overige ontwikkelingen binnen Pols-Noord kan worden aangenomen dat industrielawaai geen relevante bijdrage levert aan de gecumuleerde geluidbelasting. Ten behoeve van de planologische procedure, is voor het Codrico terrein reeds onderzoek uitgevoerd naar industrielawaai. Dit vanwege het feit dat de beoogde ontwikkeling binnen de geluidzone van het
gezoneerd industrieterrein 'Waab/Eemhaven' is gelegen. Dit industrieterrein is nog niet omgezet naar de systematiek van de Omgevingswet, waardoor de systematiek van de Wet geluidhinder nog van toepassing is. Uit het onderzoek volgt dat de geluidbelasting als gevolg van industrielawaai ter plaatse van het plangebied ten hoogste 51 dB(A) bedraagt. Opgemerkt wordt dat deze waarde slechts voor een beperkt aantal posities aan de orde zal zijn. Voor de gehele toren zal bijvoorbeeld geen sprake zijn van een overschrijding van de waarde van 50 dB(A). Ook het veldblok valt buiten deze contouren. De overschrijding van de voorkeursgrenswaarde treedt slechts zeer plaatselijk op ter hoogte van het zogenaamde wandblok. In het kader van dit voornoemde onderzoek is tevens de gecumuleerde geluidbelasting als gevolg van deze geluidbronnen die onder de werkingssfeer van de Wet geluidhinder (dat ten tijde van de terinzagelegging het vigerend wettelijk kader was) vallen bepaald. De gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai en industrielawaai ter plaatse van de gevels van de beoogde geluidgevoelige functies bedraagt ten hoogste 59 dB. Dit kan als een matige kwaliteit worden beschouwd volgens tabel t 5.1. Hier wordt bij de uitwerking van het Codrico terrein rekening mee gehouden, waarmee een aanvaardbare situatie wat geluid betreft wordt geborgd.
Railverkeerslawaai Ten oosten van het plangebied, langs de Hillelaan, is een metrolijn gesitueerd. Direct ten
oosten van het plangebied bevindt zich eveneens de metrohalte 'Rijnhaven'. Met name The View II zal blootgesteld worden aan relatief hoge geluidniveaus als gevolg van het metroverkeer. De beoogde ontwikkeling heeft, zoals eerder gesteld, zelf geen invloed op HD 8751-2-RA-004 50
pEUTZ de hoogte van het geluidniveau. Voor de overige ontwikkelingen binnen Pols-Noord speelt railverkeerslawaai geen significante bijdrage aan de gecumuleerde geluidbelasting. Ter plaatse van de beoogde ontwikkeling is ter plaatse van de gevels van The View II sprake van maximaal 60 dB als gevolg van het metroverkeer. Dit sluit aan op de uitkomsten uit het akoestisch onderzoek ten behoeve van het bestemmingsplan 'Katendrecht', dat op 9 november 2023 is vastgesteld. Hieruit volgt namelijk dat ter plaatse van de gevels van The View II sprake is van maximaal 60 dB. Hierbij wordt wel opgemerkt dat dit nog berekend is op grond van de Wet geluidhinder. Voor een lokaal spoor geldt conform het Besluit kwaliteit leefomgeving een standaardwaarde van 55 Lden, en grenswaarde van 65 Lden. In voorliggende situatie zal daarom naar alle verwachting wel worden voldaan aan de grenswaarde. Ingeval de gecumuleerde geluidbelasting als gevolg van weg- en railverkeerslawaai op basis van de Omgevingsregeling wordt berekend volgt dat railverkeerslawaai niet leidt tot een hogere geluidbelasting dan voor wegverkeerslawaai aan de orde is (66 dB). Voor The View II is immers al sprake van een relatief hoge geluidbelasting als gevolg van wegverkeer, waardoor dit maatgevend is voor de gecumuleerde geluidbelasting. Door de cumulatie is ook geen sprake van een andere classificeren conform tabel t 5.1.
Aangezien railverkeer bovendien een geluidbron is die onder de werkingssfeer van het Besluit kwaliteit leefomgeving valt is/wordt deze ook meegenomen in het akoestisch onderzoek voor de afzonderlijke ontwikkelingen. Hiertoe is het ook nodig om de relevante geluidbronnen in cumulatie te beschouwen indien sprake is van hoge geluidniveaus. Indien nodig zullen hiertoe mitigerende maatregelen voor genomen worden, en zal hier ook bij de benodigde geluidwering van de gevels rekening mee worden gehouden. Een onaanvaardbare situatie wat geluid betreft wordt hiermee voorkomen. Scheepvaartlawaai en nestgeluid De beoogde ontwikkeling is aan de Rijnhaven, nabij de Nieuwe Maas, gelegen. Over deze waterweg vindt transport per schip plaats. De beoogde ontwikkeling is echter op relatief ruime afstand van de doorgaande vaarroute gelegen, en wordt eveneens afgeschermd door de overige bebouwing op Katendrecht, en de Kop van Zuid. De ontwikkeling ter plaatse van het Codrico terrein betreft de ontwikkeling binnen Pols-Noord die als gevolg van deze bronnen het grootste effect kent. Voor het Codrico terrein is bovendien reeds onderzoek
uitgevoerd
naar
scheepvaartlawaai
en
nestgeluid.
Voor
de
overige
ontwikkelingen binnen Pols-Noord zal sprake zijn van een lager geluidniveau als gevolg van deze bronnen. Scheepvaartlawaai en nestgeluid vielen niet onder de werkingssfeer van de Wet geluidhinder. In het kader van de Omgevingswet zijn hiervoor ook geen concrete toetsingswaarden opgenomen. Wel kunnen gemeenten hier regels voor stellen in het Omgevingsplan, en vraagt dit altijd om een beoordeling in het kader van een evenwichtige HD 8751-2-RA-004 51
pEUTZ toedeling van functies aan locaties. Desalniettemin is door dBvision in 2024 in het kader van een nader onderzoek uitgevoerd voor de beoogde ontwikkeling. Bepaald is wat de bijdrage van deze bronnen is, en wat dit betekent voor de benodigde gevelwering. Uit de berekeningen volgen de volgende maximale geluidniveaus: ^ 57 dB Lden ten gevolge van nestgeluid van aangemeerde schepen; ^ 54 dB Lden ten gevolge van varende schepen. Ook wordt gesteld dat nestgeluid en scheepvaart voor een hoger gezamenlijk geluid op de gevel van de beoogde ontwikkeling zorgen dan van alleen industrielawaai en wegverkeerslawaai. Op basis hiervan wordt geadviseerd rekening te houden met een hogere gevelwering, en het berekende spectrum voor nestgeluid en scheepvaartlawaai, bij het bepalen van de geluidwering. Middels het treffen van mitigerende maatregelen kan hiermee worden voorkomen dat sprake is van significant negatieve effecten. Voor de overige ontwikkelingen binnen Pols-Noord geldt ook dat nestgeluid en het geluid van varende schepen, indien relevant, meegenomen dient te worden in de verdere uitwerking van de plannen. Hierbij zal worden aangesloten op de werkwijze conform het Regionaal Afsprakenkader Geluid & Ruimtelijke Ontwikkeling (RAK). Voor Codrico zijn de effecten het grootst, en kunnen mitigerende maatregelen getroffen worden.
Bij de geluidwering van de gevel zal hier bijvoorbeeld rekening mee gehouden worden, om zodoende een akoestisch aanvaardbaar binnenklimaat te realiseren. Dit betekent ook dat dit voor de overige ontwikkelingen eveneens mogelijk moet zijn. Het is dan ook niet de verwachting dat als gevolg van scheepvaartlawaai en nestgeluid sprake zal zijn van negatieve effecten op het milieu indien deze aspecten ook in cumulatie worden betrokken bij de beoordeling. Maatregelen zijn nodig om de geluidwering van de gevels van gebouwen te verhogen, zodat minimaal wordt voldaan aan de grenswaarde voor het geluid in de woningen. Dit kan o.a. betekenen dat sommige gevels als dove gevel moet worden uitgevoerd en dat slaapvertrekken aan de geluidluwe zijde moeten worden gepositioneerd. Hogere waarden moeten worden vastgesteld, waarbij de te treffen maatregelen per ontwikkeling worden beschreven. 5.4 Trillingen
Algemeen Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen leiden tot trillingen. Voorkomen moet worden dat daarbij sprake is van trillingshinder. Trillingen kunnen leiden tot gezondheidsklachten en schade aan gebouwen.
Wettelijk kader De beoordeling van het aspect trillingen wordt op basis van de Omgevingswet uitgevoerd in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om een HD 8751-2-RA-004 52
pEUTZ evenwichtige toedeling van functies aan locaties te ondersteunen dient het aspect trillingen derhalve eveneens beoordeeld te worden. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) worden instructieregels opgenomen voor hoe omgegaan dient te worden
met trillingsgevoelige
ruimten
en
gebouwen.
Een
trillinggevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een woonfunctie,
onderwijsfunctie,
gezondheidszorgfuncties
met
bedgebied,
bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied of nevengebruiksfuncties van de voornoemde functies. De verblijfsruimte of het verblijfsgebied van deze functies worden doorgaans als trillingsgevoelige ruimte beschouwd. Woonschepen en woonwagens zijn geen trillinggevoelige gebouwen. Conform het Bkl dient in een omgevingsplan rekening te worden gehouden met trillingen door activiteiten in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen. Daarnaast dient erin te worden voorzien dat trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn. Hiertoe zijn in de instructieregels van het Bkl standaardwaarden opgenomen voor continue en herhaald voorkomende trillingen opgenomen. Gemeenten hebben de mogelijkheid om hiervan af te wijken. De standaardwaarden zijn gebaseerd op één van de Stichting Bouwresearch (SBR) richtlijnen. Hierin is de "Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen" opgenomen, waarbij in voorliggende situatie deel B; Hinder voor personen in gebouwen het meest relevant is. Voor
continue
trillingen
in
trillingsgevoelige
ruimten
zijn
de
onderstaande
standaardwaarden van toepassing 15.6 Overzicht standaardwaarden conform Bkl Type trillingen
Periode
Aí
A2
A3
Continue
Dag- en avondperiode (07.00 - 23.00 uur)
0,1
0,4
0,05
Nachtperiode (23.00 - 07.00 uur)
0,1
0,2
0,05
Dag- en avondperiode (07.00 - 23.00 uur)
0,2
0,8
0,1
Nachtperiode (23.00 - 07.00 uur)
0,2
0,4
0,1
Herhaald voorkomend
Alsmede zijn in het Besluit bouwwerken leefomgeving regels opgenomen ter voorkoming van trillingshinder tijdens bouw- en sloopwerkzaamheden. Daarnaast zijn in het tijdelijke deel van het omgevingsplan van gemeente Rotterdam regels opgenomen ten aanzien van trillingen. Deze regels zijn opgenomen in hoofdstuk 22, dat HD 8751-2-RA-004 53
pEUTZ toeziet op milieubelastende activiteiten. Ook deze regels richten zich op de bescherming van trillinggevoelige ruimten in trillinggevoelige gebouwen.
Beoordeling Trillingen kunnen onder andere veroorzaakt worden door (zwaar) vrachtverkeer, treinverkeer en installaties in gebouwen. In voorliggende situatie is echter geen sprake van de realisatie van (permanent aanwezige) milieubelastende activiteiten die leiden tot trillingshinder. Daarnaast wordt opgemerkt dat in de referentiesituatie sprake is van fabrieksactiviteiten van Codrico. Dit gebruik gaat gepaard met de inzet van machines, vrachtverkeer en scheepvaartverkeer. Ten opzichte van deze situatie zal de impact op het milieu als gevolg van de beoogde ontwikkeling - zeker wat mogelijke trillingen betreft - ruimschoots lager zijn. Bovendien wordt opgemerkt dat de aanlegVbouw van de diverse ontwikkelingen mogelijk kan leiden tot trillingen. Bij eventuele heiwerkzaamheden en de aanleg van de parkeergarages en parkeertunnel kan sprake zijn van trillingen. Deze trillingen zijn tijdelijk van aard, alsmede wordt voorkomen dat sprake is van blijvende gevolgen. In de uitwerking van de aanlegVbouwwerkzaamheden zal aandacht worden besteed aan het voorkomen van mogelijke hinder. Conform het Bbl bedragen de trillingen veroorzaakt door het verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden in een verblijfsgebied niet meer dan de trillingsterkte genoemd in tabel 4 van de Meet- en beoordelingsrichtlijn deel B 'Hinder voor personen in gebouwen' van de Stichting Bouwresearch Rotterdam.
Hier zal aan voldaan moeten worden bij de beoogde sloop- en bouwwerkzaamheden. Hiermee wordt ook voorkomen dat sprake is van onaanvaardbare gevolgen voor het milieu.
Conclusie In
voorliggende
situatie
is
geen
sprake
van
de
realisatie
van
(permanente)
milieubelastende activiteiten die kunnen leiden tot trillingshinder. Wel kunnen sloop- en bouwwerkzaamheden mogelijk tot trillingshinder leiden. Voor deze activiteiten dient echter te worden voldaan aan de regels uit het Bbl, waarmee trillingshinder zal worden voorkomen. 5.5 Geur
Algemeen Voorliggende paragraaf gaat nader in op de mogelijke effecten die de herontwikkeling van Pols-Noord kan hebben op het aspect geur.
Wettelijk kader Geur is een aspect dat van belang is voor de gezondheid. Geur kan immers leiden tot hinder, en brengt eveneens mogelijk gezondheidsrisico's met zich mee. Geurhinder kan daarbij leiden tot lichamelijke klachten. HD 8751-2-RA-004 54
pEUTZ Het aspect geur wordt doorgaans meegenomen in de beoordeling op basis van de VNGrichtafstanden, zie ook paragraaf 0. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dienen voor ruimtelijke ontwikkelingen geurrelevante activiteiten geïnventariseerd te worden. Conform het Bkl dient in een omgevingsplan rekening gehouden te worden met de geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Daarnaast voorziet een omgevingsplan erin dat de geur door een activiteit op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Voor een aantal activiteiten moet de gemeente geurregels
opnemen
in
het
omgevingsplan.
Hiertoe
zijn
in
het
Bkl
voor
rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi's), het houden van landbouwhuisdieren en diverse agrarische activiteiten
instructieregels opgenomen.
Dergelijke
activiteiten zijn
in
voorliggende situatie niet aan de orde. Voor andere geurveroorzakende activiteiten kan de gemeente zelf kiezen welke geurregels ze in het omgevingsplan geurregels stelt. In het omgevingsplan van gemeente Rotterdam zijn de regels aangaande geur opgenomen voor de voornoemde activiteiten waarvoor instructieregels in het Bkl zijn opgenomen. Tevens zijn (overeenkomstig met de voormalige bepalingen uit het Activiteitenbesluit) in het tijdelijke deel van het omgevingsplan onder andere regels gesteld ten aanzien van het bereiden van voedingsmiddelen en parkeergarages. Wat de effecten op het milieu betreft zal met name de mogelijke impact van de ontwikkelingen zelf op het aspect geur beoordeeld moeten worden.
Beoordeling De beoogde herontwikkeling omhelst de realisatie van woningen en diverse overige stedelijke functies. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling zijn de geurbronnen in de omgeving geïnventariseerd. Hieruit volgt dat sprake is van twee relevante geurbronnen in de omgeving, te weten Provimi en Quaker Oats. In de omgeving van het plangebied is verder geen sprake van relevante geurbronnen. Het plangebied is, conform de deelstudie geur, behorend bij de planMER uit 2010 voor de Stadshavens, gelegen in de geurcontouren van beide voornoemde bedrijven. Hoewel deze studie inmiddels al enige tijd geleden is opgesteld, kan - net zoals voor de planologische procedure van diverse ontwikkelingen in de omgeving is gedaan (o.a. voor de Bananenstraat en Fenixloods 1) worden aangesloten op de uitkomsten van deze studie. Gezien de ambitie om van het gebied in en rondom Katendrecht een meer gemengd woon- en leefgebied te maken zal de geursituatie sindsdien naar alle verwachting niet ongunstiger zijn geworden. Conform het Bkl dient gemotiveerd te worden dat de geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Voor een aantal activiteiten, zoals het exploiteren van een zuiveringstechnisch werk en het houden van landbouwhuisdieren, is een maximale waarde vastgelegd in het omgevingsplan.
Vooralsnog is nog niet concreet vastgelegd in het omgevingsplan wanneer sprake is van een aanvaardbare situatie ten aanzien van de voornoemde geurbronnen. In het kader van de voornoemde planMER werd een waarde van 1 ge/m3 als 98-percentiel als hindergrens geacht. Ook in het geurbeleid
HD 8751-2-RA-004 55
pEUTZ voor het Rijnmondgebied 'Geuraanpak kerngebied Rijnmond' wordt gesproken over geuroverlast bij een waarde hoger dan 1 ge/m3 als 98-percentiel.
F 17 Geurrelevante bronnen in omgeving Provimi
Provimi is op circa 400 meter afstand van de meest nabijgelegen beoogde geurgevoelige gebouwen (te weten de geurgevoelige gebouwen binnen het Codrico terrein) binnen PolsNoord gelegen. Provimi is een mengvoederbedrijf, waarvoor conform VNG-richtafstanden voor het aspect geur een maximale richtafstand voor geur geldt van 300 meter in een rustige woonwijk. In een gemengd gebied bedraagt deze richtafstand 200 meter. Hier wordt zonder meer aan voldaan. Desalniettemin is de geursituatie volledigheidshalve nader beschouwd. Richtafstanden geven immers nog geen garantie op het voorkomen van hinder. Wat Provimi betreft is, conform de voornoemde deelstudie geur, sprake van een ligging binnen de contour van 1 ge/m3 als 99,99 percentiel. Dit geldt uitsluitend voor het meest westelijk gelegen gedeelte van het Codrico terrein. Dit betekent dat deze geurconcentratie minder dan 1 uur per jaar wordt overschreden. Bovendien wordt in de voornoemde deelstudie opgemerkt dat in overleg met gemeente Rotterdam duurzame maatregelen worden voorgesteld. In de ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de Fenixloods I, welke naast het plangebied is gesitueerd, wordt tevens ingegaan op de geursituatie in relatie tot Provimi. Aangegeven wordt dat Provimi in het verleden maatregelen getroffen heeft om geurhinder HD 8751-2-RA-004 56
pEUTZ in de omgeving tegen te gaan. Hierin wordt echter ook gesteld dat er in 2014 een nieuwe vergunning opgesteld werd, waarbij als uitgangspunt een norm geldt van 1 odour unit1 per m3 als 98-percentiel bij geurgevoelige objecten. Deze geurcontour is vastgelegd in de vergunning van Provimi. Voor de woningen ter plaatse van de Fenixloods I wordt geconcludeerd dat sprake is van een acceptabele situatie wat geurhinder betreft. Hier wordt aldus aan de geurnormen voldaan. Aangezien de beoogde woningen, en overige stedelijke functies, binnen het plangebied niet op kortere afstand tot Provimi zijn gesitueerd is ook voor de beoogde ontwikkeling sprake van een aanvaardbare situatie wat de geur als gevolg van Provimi betreft. Zonder aanvullend onderzoek kan worden geconcludeerd dat voor alle geurgevoelige gebouwen binnen Pols-Noord aan de voornoemde norm worden voldaan. Door gemeente Rotterdam is eerder de afweging gemaakt dat wanneer aan deze norm wordt voldaan sprake is van een aanvaardbare geursituatie wat de geur van Provimi betreft. Quaker Oats
Het voedingsmiddelenbedrijf Quaker Oats bevindt zich aan de Brielselaan 7, aan de overzijde van de Maashaven. Dit bedrijf is op circa 500 meter afstand van de meest nabijgelegen
geurgevoelige
gebouwen
binnen
Pols-Noord
gelegen.
Voor
deze
bedrijvigheid geldt conform VNG-richtafstanden voor het aspect geur een richtafstand van 200 meter in een rustige woonwijk. In een gemengd gebied bedraagt deze afstand 100 meter. Aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Desalniettemin is de geursituatie volledigheidshalve nader beschouwd. Richtafstanden geven immers nog geen garantie op het voorkomen van hinder. Ten aanzien van Quaker Oats wordt op basis van de deelstudie geur, behorend bij de planMER voor de Stadshavens, geconcludeerd dat het plangebied in zijn geheel is gelegen binnen de binnen de contour van 1 ge/m3 als 98 percentiel. Ook voor dit bedrijf geldt dat er op kortere afstand dan de beoogde woningen, en overige stedelijke functies, reeds woningen zijn gesitueerd. In onder andere de ruimtelijke onderbouwing voor de Fenixloods I, alsmede het wijzigingsplan voor de Bananenstraat, wordt bovendien ook gesteld dat er in de milieuvergunning van Quaker Oats maatregelen zijn opgenomen om de geurhinder te beperken. Dankzij deze maatregelen voldoet het bedrijf aan een jaargemiddelde geurimmissie van 2,4 ge/m3 98-percentiel op de dichtstbijzijnde geurgevoelige gebouwen. Gezien de aard van de geur van dit bedrijf wordt dit door het bevoegd gezag als aanvaardbaar niveau gezien.
Omdat de beoogde geurgevoelige gebouwen binnen Pols-Noord (net zoals de Fenixloods I) op grotere afstand zijn gelegen dan de meest nabijgelegen geurgevoelige gebouwen wordt ook ter plaatse van de geurgevoelige gebouwen binnen de beoogde ontwikkeling aan deze voornoemde norm voldaan. Hiermee wordt verwacht dat ook voor de beoogde ontwikkeling door het bevoegd gezag wordt geoordeeld dat sprake is van een aanvaardbare situatie.
De emissie is tegenwoordig gestandaardiseerd in de zogenaamde Europese odour unit, ofwel ouE/mB. Tussen de twee genoemde grootheden geldt een vaste verhouding: 1 ouE/m3 = 2 ge/m3.
HD 8751-2-RA-004 57
pEUTZ Geurbronnen binnen Poís-Noord
Binnen Pols-Noord is bovendien mogelijk sprake van relevante geurbronnen. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan horecagelegenheden. Voor de bedrijvigheid binnen het plan dient te worden
voldaan
aan
de van toepassing
zijnde voorschriften
uit
het
Omgevingsplan. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder worden afgezogen dampen en gassen die naar de buitenlucht worden geëmitteerd als gevolg van de bereiding van voedingsmiddelen bijvoorbeeld op grond van artikel 22.199 van het omgevingsplan ten minste 2 m boven de hoogste daklijn van de binnen 25 m van de uitmonding gelegen bebouwing afgevoerd of geleid door een ontgeuringsinstallatie. Hiermee wordt geurhinder voor zover mogelijk voorkomen. Daarnaast zullen de beoogde woningen binnen het plan de meest nabijgelegen geurgevoelige objecten betreffen. Deze woningen zijn dan ook maatgevend voor de milieu-impact.
Conclusie Voor de beoogde nieuwe geurgevoelige gebouwen is naar alle verwachting sprake van een aanvaardbare situatie ten aanzien van geur. Daarnaast gaat de beoogde ontwikkeling niet gepaard met het ontplooien van activiteiten die in de omgeving van het plangebied leiden tot een onaanvaardbare geursituatie. 5.6 Luchtkwaliteit
Algemeen De beoogde ontwikkeling kan van invloed zijn op de luchtkwaliteit in de omgeving door een verandering van het aantal verkeersbewegingen. Het effect van de beoogde herontwikkeling op de lokale luchtkwaliteit dient dan ook beoordeeld te worden. De beoogde herontwikkeling zal naar alle verwachting gasloos worden uitgevoerd en betekent dat dit geen invloed heeft op de luchtkwaliteit. In voorliggende paragraaf wordt het effect op de luchtkwaliteit nader beschouwd.
Wettelijk kader Rijksomgevingswaarden luchtkwaliteit
De Europese richtlijnen
Luchtkwaliteit en Gevaarlijke stoffen in de lucht stellen
grenswaarden en streefwaarden voor stoffen die de kwaliteit van de buitenlucht beïnvloeden. Deze zijn als rijksomgevingswaarde vastgelegd in paragraaf 2.2.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste luchtkwaliteitsnormen uit het Bkl. In de tabel zijn de rijksomgevingswaarden met een resultaatsverplichting voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) opgenomen. Andere genoemde stoffen uit het Bkl zijn in het kader van dit onderzoek niet van belang.
HD 8751-2-RA-004 58
pEUTZ 15.7 Normen conform Bkl Stof
Type norm
Omgevingswaarde in ug/m3
NO2
Jaargemiddelde
40
Uurgemiddelde dat 18 keer per jaar mag worden
200
overschreden PM10
Jaargemiddelde
40
Daggemiddelde dat 35 keer per jaar mag worden
50
overschreden Jaargemiddelde
PM2,5
25
Lokale omgevingswaarden
Naast
de
rijksomgevingswaarden
kunnen
provincies
en
gemeenten
lokale
omgevingswaarden stellen in hun omgevingsverordening of omgevingsplan. Ten tijde van dit
onderzoek
zijn
nog
geen
lokale
omgevingswaarden
vastgesteld
in
de
omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland of in het omgevingsplan van de gemeente Rotterdam. Relaties tussen fijnstofnormen.
Bij een jaargemiddelde concentratie PM10 van 32,5 pg/m3 en hoger vindt overschrijding van de dagnorm (24-uurgemiddelde) plaats. Een bijdrage aan de concentratie van PM2,5 hoeft niet apart te worden beoordeeld. De toetsing aan PM10 maakt voldoende aannemelijk dat de omgevingswaarden voor PM2,5 in acht worden genomen. PM10 en PM2,5 concentraties zijn namelijk sterk aan elkaar gerelateerd. Als aan de omgevingswaarden voor PM10 wordt voldaan, wordt daarmee ook aan de omgevingswaarden voor PM2,5 voldaan. Niet in betekenende mate (NIBM)
De
afkorting
NIBM
staat voor 'niet
in
betekenende
mate'
bijdragen
aan
de
luchtverontreiniging. Het gaat bijvoorbeeld om een ruimtelijk project of activiteit waarvoor een omgevingsvergunning nodig is maar waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is. Dan is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) nodig. Wel zal een gemeente een programma moeten opstellen bij (dreigende) overschrijding van een rijksomgevingswaarde. Een project of activiteit draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 pg/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Dit volgt uit artikel 5.53 en 5.54 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
HD 8751-2-RA-004 59
pEUTZ Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1.
Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze standaardgevallen NIBM vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet dan wel onder een bepaalde omvang blijven (artikel 5.54 Bkl). Valt een project binnen een genoemde categorie, maar niet binnen
de
gestelde
detailberekeningen
grenzen?
Het
aannemelijk te
is
dan
maken
dat
mogelijk de
om
3%-grens
alsnog niet
via
wordt
overschreden; 2.
Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een
kwalitatieve beschrijving voldoende zijn.
Een
kwantitatieve beschrijving kan worden uitgevoerd met behulp van een NIBM-tool (Excelapplicatie) om op een eenvoudige en snelle manier of een project in betekenende
mate
bijdraagt
aan
de
luchtverontreiniging.
Soms
zijn
detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool. Dit hangt af van de uitkomst van de NIBM-tool. Bij de NIBM-toets zet de toetsende partij de toename van de luchtverontreiniging af tegen de
autonome
ontwikkeling.
Autonome
ontwikkeling
betekent:
alle
toekomstige
ontwikkelingen en activiteiten die redelijkerwijs te verwachten of te voorzien zijn zonder het voorgenomen project. Beleidsregel buitenklimaat: Luchtkwaliteit bij scholen en kdv
Voor de nieuwbouw van een school en kinderdagopvang is de beleidsregel buitenklimaat: Luchtkwaliteit bij scholen en kinderdagverblijven van gemeente Rotterdam uit 2012 van toepassing. Het doel van deze beleidsregel is om tegen te gaan dat kinderen langdurig verblijven op plekken waar de luchtkwaliteit slecht is. Anders gezegd; het doel is om de blootstelling van kinderen aan lucht met een hoge concentratie aan schadelijke stoffen te verminderen. Slechte luchtkwaliteit wordt in de Beleidsregel vertaald naar de nabijheid van drukke wegen. In de Beleidsregel is vastgelegd dat voor nieuwe scholen en kinderopvang binnen 100 meter vanaf een rijksweg en binnen 50 meter vanaf een drukke stedelijke weg een nee-tenzij benadering geldt. Onder een drukke stedelijke weg wordt een weg met een intensiteit van meer dan 10.000 motorvoertuigen per etmaal verstaan. Daarbij wordt, om aan te sluiten op de wetgeving voor geluid en luchtkwaliteit, 10 jaar vooruitgekeken.
Beoordeling Om de impact van de beoogde ontwikkeling te beoordelen is onderzoek (bijlage 3) uitgevoerd naar de luchtkwaliteit in de omgeving. In dit onderzoek zijn de optredende concentraties
van
de
luchtkwaliteitsbepalende
stoffen
fijnstof
(PM10 /PM2,5)
en
stikstofdioxide (NO2) ter plaatse van de omgeving van de ontwikkeling inzichtelijk gemaakt. Tevens is beoordeeld of sprake is van een niet in betekenende mate bijdrage aan de luchtkwaliteit. HD 8751-2-RA-004 60
pEUTZ Jaargemiddelde concentratie
De (jaargemiddelde) concentraties zijn berekend voor het toetsjaar waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de concentraties luchtkwaliteitsbepalende stoffen in de huidige situatie (2023) en de toekomstige situatie na de realisatie van de beoogde ontwikkeling (2034). In tabel t 5.8 zijn de hoogst optredende concentraties NO2, PM10 en PM2,5 weergegeven. Opgemerkt wordt dat op hogere hoogte de concentratie aan luchtkwaliteitsbepalende stoffen als gevolg van de beoogde ontwikkeling lager zal zijn. De mogelijke luchtverontreiniging als gevolg van de beoogde ontwikkeling wordt in voorliggende situatie veroorzaakt door verkeer. Naar mate de hoogte toeneemt wordt de afstand tot het verkeer groter, en neemt de concentratie van luchtkwaliteitsbepalende stoffen mede af doordat deze door de wind worden verspreid en verdund. 15.8 Luchtkwaliteitsbepalende stoffen in de huidige situatie (2023) en de toekomstige situatie inclusief plan (2034) Concentratie
Jaargemiddelde concentratie (^g/m3) Achtergrondconcentratie 2
2023 (maximale concentratie)
2034 (maximale concentratie)
NO2
22,4
24,3
24,8
PM10
18,9
19,2
19,2
PM2,5
9,9
10,0
10,0
Uit de rekenresultaten volgt dat sprake is van een bijdrage aan de lokale luchtkwaliteit die ruim onder de 3% van de omgevingswaarde ligt waardoor sprake is van een NIBMbijdrage. Geconcludeerd kan worden dat in 2034 na de realisatie van de beoogde ontwikkeling, en de
ontwikkelingen
in
de
omgeving,
geen
sprake
is
van
overschrijding
van
omgevingswaarden voor de stoffen NO2, PM10 en PM2,5. Hierbij wordt opgemerkt dat de toename van de concentratie aan NO2 grotendeels wordt bepaald door de ontwikkelingen binnen Pols-Noord. In de verkeersgegevens voor de toekomstige situatie is echter ook rekening gehouden met verdere ontwikkelingen in de omgeving (waaronder o.a. de ontwikkeling van de Rijnhaven). Hierdoor is de toename aan NO2 niet geheel toe te schrijven aan de beoogde ontwikkelingen.
Effecten tunnelmonden parkeer-/verkeerstunnel
Ingeval rekening wordt gehouden met de parkeertunnel, en de lokale effecten ter hoogte van de tunnelmond, is in de directe omgeving van het sprake van hogere concentraties aan luchtkwaliteitsbepalende stoffen. Hierbij wordt opgemerkt dat dit een worst case benadering betreft. In de modellering zijn de tunnelmonden aanvullend gemodelleerd, en is geen rekening gehouden met het - conform de rekenregels - laten vervallen van de
Voor de achtergrondconcentratie is uitgegaan van het jaar 2023.
HD 8751-2-RA-004 61
pEUTZ emissies ter hoogte van het ondergrondse deel van de tunnel. Hierdoor is sprake van enige dubbeling. 15.9 Luchtkwaliteitsbepalende stoffen in de toekomstige situatie inclusief plan (2034) en parkeer-jverkeerstunnel Concentratie
Jaargemiddelde concentratie (^g/m3) Referentiesituatie (maximale
2034 inclusief plan (maximale
2034 inclusief verkeers/parkeertunnel
concentratie)
concentratie)
(maximale concentratie)
NO2
24,3
24,8
25,6
PM10
19,2
19,2
19,4
PM2,5
10,0
10,0
10,1
Ook ingeval rekening wordt gehouden met de parkeertunnel wordt, zoals blijkt uit bovenstaande tabel, op alle posities voldaan aan de van toepassing zijnde wettelijke omgevingswaarden. Ter plaatse van de woningen die op korte afstand van de tunnelmond, aan de Brede Hilledijk, zijn gesitueerd is sprake van het grootste effect. Dit effect richt zich met name op de concentraties NO2. Ingeval het verkeer over de Brede Hilledijk gebruik maakt van de parkeem/verkeerstunnel zullen de concentraties NOx ten opzichte van de referentiesituatie plaatselijk van 23,5 pg/m3 toenemen tot 25,6 pg/m3. Hiermee wordt echter alsnog ruimschoots aan de van toepassing zijnde omgevingswaarden voldaan. Bovendien wordt nogmaals benadrukt dat dit een sterke worst case benadering betreft. Uurgemiddelde omgevingswaarde en daggemiddelde concentratie
Voor NO2 is naast de jaargemiddelde omgevingswaarde ook een uurgemiddelde omgevingswaarde van 200 pg/m3 van kracht die 18 keer per jaar mag worden overschreden. Uit de rekenresultaten blijkt dat deze waarde niet wordt overschreden. Voor PM10 geldt dat de daggemiddelde concentratie van 50 pg/m3 maximaal 35 keer per jaar mag worden overschreden. Uit de rekenresultaten volgt dat deze concentratie 7 keer per jaar wordt overschreden. Beleidsregel buitenklimaat: Luchtkwaliteit bij scholen en kdv
In voorliggende situatie is mogelijk sprake van de realisatie van gevoelige bestemmingen conform het Besluit gevoelige bestemmingen. De beoogde ontwikkelingen omvatten namelijk mogelijk ook maatschappelijke functies. Er is echter geen sprake van de ligging binnen 300 of 50 meter van respectievelijk rijkswegen of provinciale wegen. In de 'Beleidsregel buitenklimaat: Luchtkwaliteit bij scholen en kinderdagverblijven' is tevens vastgelegd dat voor een nieuwe kinderopvang binnen 100 meter vanaf een rijksweg en binnen 50 meter vanaf een drukke stedelijke weg een nee-tenzij benadering geldt. Het plangebied bevindt zich deels binnen 50 meter afstand van een drukke stedelijke weg. Bij de uitwerking van de afzonderlijke plannen zullen gevoelige bestemmingen, indien deze worden gerealiseerd, op een strategische wijze binnen de plannen worden gesitueerd. HD 8751-2-RA-004 62
pEUTZ Daarnaast wordt overal
aan de van toepassing zijnde omgevingswaarden voor
luchtkwaliteit voldaan.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling zal opleveren. De beoogde ontwikkeling gaat niet gepaard met negatieve effecten voor de omgeving wat het aspect luchtkwaliteit betreft. 5.7 Veiligheid
5.7.1 Externe veiligheid
Algemeen De beoogde ontwikkeling omvat (beperkt/zeer) kwetsbare objecten (zoals woningen) waardoor aandacht nodig is voor het aspect externe veiligheid. Voorliggende paragraaf gaat hier nader op in. De effecten van de beoogde ontwikkeling op de externe veiligheidsrisico's wordt nader toegelicht.
Wettelijk kader Algemeen
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving ten gevolge van: -
het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor en door buisleidingen;
-
het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen);
-
het luchtvaartverkeer;
-
windturbines.
Er zijn twee situaties waarbij externe veiligheid een rol speelt, namelijk bij het ontplooien van een risicovolle milieubelastende activiteit (zoals hiervoor omschreven) en bij het realiseren van een kwetsbaar object binnen het aandachtsgebied van een dergelijke 'activiteit'. Met betrekking tot de risico's voor de externe veiligheid zijn in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) richtafstanden en grenswaarden opgesteld betreffende de afstand tot kwetsbare gebouwen en locaties. Relevante begrippen