CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb004627] Bijlage 5 behorende bij 24bb005959 over nota zienswijzen Codrico terrein (met bijlage)

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 18 september 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen34.720 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nota van Zienswijzen Bestemmingsplan Codrico terrein

INHOUDSOPGAVE

^

Inleiding Beantwoording zienswijzen

CO

1 2

Pagina | 2

1

INLEIDING Het ontwerpbestemmingsplan "Codrico terrein" heeft vanaf 29 december 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen voor zienswijzen. Het ontwerpbestemmingsplan lag samen ter inzage met het ontwerp besluit hogere waarden alsmede de omgevingsvergunning voor het aspect bouwen. De besluiten worden gezamenlijk voorbereid volgens Afdeling 3.4 Uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb. De ontwerpbesluiten zijn gezamenlijk ter inzage gelegd. Daardoor kon er in één keer op de gecoördineerde besluiten zienswijzen worden ingebracht. Tijdens deze termijn is in totaal van 21 reclamanten een zienswijzen ontvangen. In het volgende hoofdstuk zijn de zienswijzen samengevat en van een antwoord voorzien. Per zienswijze is aangeven wat de eventueel voorgestelde wijziging is. Deze voorgestelde wijzigingen zijn in een separaat document inzichtelijk gemaakt. Gezien de hoeveelheid en de aard van de zienswijzen is voor de beantwoording gekozen voor een thematische opzet. Per thema is met nummers verwezen naar de reclamanten die over het betreffende onderwerp een zienswijze hebben ingediend. Bij de beantwoording is, waar nodig, per thema een nadere onderbouwing opgenomen.

Opgemerkt wordt dat het ontwerpbestemmingsplan, het ontwerp besluit hogere waarden en de omgevingsvergunningen ter inzage zijn gelegd vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet (per 1 januari 2024). Dit betekent dat deze besluiten vallen onder het overgangsrecht van de Omgevingswet en derhalve het oude recht van toepassing blijft.

Pagina | 3

2

BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN In dit hoofdstuk zijn de zienswijzen samengevat en van een beantwoording voorzien. Hieronder wordt per zienswijze verwezen naar het nummer van de reclamanten. Het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp-omgevingsvergunningen hebben tegelijkertijd ter inzage gelegen. Er zijn zowel zienswijzen ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan als tegen de ontwerp-omgevingsvergunningen. De zienswijzen die zijn ingediend tegen de ontwerp-omgevingsvergunningen zien in de meeste gevallen op het ontwerpbestemmingsplan. Deze zienswijzen worden in voorliggende zienswijzenrapportage behandeld. Een aantal reclamanten heeft meerdere zienswijzen ingediend. Zienswijzen van dezelfde reclamanten zijn gebundeld onder één nummer. Voor zover een zienswijze (of een onderdeel daarvan) daadwerkelijk betrekking heeft op de ontwerp-omgevingsvergunningen wordt de zienswijze in een separate nota van een reactie voorzien. Deze nota zal onderdeel uitmaken van de nog te verlenen omgevingsvergunningen.

Nummer zienswijze

Reclamant

Zienswijze ingediend op ontwerp bestemmingsplan

Zienswijze 1

Port of Rotterdam

X

Zienswijze 2 Zienswijze 3

Omwonende Omwonende

X X

X (identieke brief) X (identieke brief)

Zienswijze 4

Omwonende

X

X (identieke brief)

Zienswijze 5 Zienswijze 6

Omwonende VvE OS3 Fenix I

X X

X X

Zienswijze 7

Omwonende

X

X (identieke brief)

Zienswijze 8

Omwonende

X

X (identieke brief)

Zienswijze 9

Omwonende

X

X (identieke brief)

Zienswijze 10

Vereniging Bewoners Overleg Fenix (BOF)

X

X

Zienswijze 11

Huizenbeheer van Herk BV Omwonende Frame Onroerend Goed Maatschappij B.V.

X X X

X (identieke brief) X (identieke brief)

Zienswijze 14

Botman Advocatuur namens omwonende

X

X (identieke brief)

Zienswijze 15

Pathé Theaters BV

X

Zienswijze 16

Omwonende (pro forma; niet aangevuld)

X

X

Zienswijze 17

Omwonende

X

X (identieke brief)

Zienswijze 18 Zienswijze 19

Is komen te vervallen Omwonende

X X

Zienswijze 20

Omwonende

X

Zienswijze 12 Zienswijze 13

Zienswijze ingediend op een ontwerpomgevi ngsvergunni ng

Pagina | 4

Zienswijze 21

Is komen te vervallen (ondergebracht onder 6)

X

Zienswijze 22 Zienswijze 23 Zienswijze 24

Omwonende Omwonende Omwonende

X X X

Zienswijze 25

Is komen te vervallen (ondergebracht onder 10)

X

Zienswijze 26

Is komen te vervallen (ondergebracht onder 10)

X

Zienswijze 27

Is komen te vervallen (ondergebracht onder 10)

X

Zienswijze 28

Is komen te vervallen (ondergebracht onder 10)

X

Leeswijzer Van iedere unieke zienswijze is een samenvatting weergegeven. Vervolgens is de zienswijze van een beantwoording voorzien en wordt afgesloten met een conclusie, waarin geconcludeerd wordt of de zienswijze aanleiding geeft tot het aanpassen van het ontwerpbestemmingsplan.

Ontvankelijkheid Alle zienswijzen zijn tijdig binnengekomen dan wel verstuurd en ontvankelijk beschouwd. Reclamant 16 heeft alleen een pro forma zienswijze ingediend. Deze is niet aangevuld en komt daarmee te vervallen.

Conclusie Enkele zienswijzen hebben geleid tot een voorstel tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. In de Nota van wijzigingen zijn de voorgestelde wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen verduidelijkt. In de beantwoording wordt - indien van toepassing - verwezen naar de voorgestelde wijziging in deze Nota. Gelijkluidende thema's Ten behoeve van de beantwoording zijn de zienswijzen ieder voorzien van een nummer. In dit hoofdstuk wordt allereerst per gelijkluidende zienswijze aangegeven op welke zienswijze(n) deze betrekking heeft. Per (gelijkluidende) thema's is aangegeven of de zienswijze gegrond of ongegrond is.

A. Verkeer en parkeren Door verschillende reclamanten is een zienswijze ingediend met betrekking tot het aspect verkeer en parkeren. Het gaat om reclamanten 3, 4, 6, 7, 9, 11, 13, 14, 17, 22, 23 en 24. De inhoud van de zienswijzen per reclamant is niet geheel identiek, maar komen grotendeels wel met elkaar overeen. Hierna worden de te onderscheiden thema's opgesomd:

1.

Verkeersafwikkeling. De ontwikkeling heeft tot gevolg dat de verkeersdrukte toeneemt en onveilige verkeerssituaties veroorzaken. In de notitieverkeersafwikkeling is geen rekening gehouden met andere nieuwbouwplannen in de omgeving. Reactie We begrijpen de zorgen omtrent de toename van de verkeersbewegingen. De nieuwbouwontwikkeling gaat inderdaad gepaard met extra verkeersbewegingen. De gemeente heeft een woningbouw- en verstedelijkingsopgave en vult deze opgaven in langs de lijnen zoals vastgesteld in de Rotterdamse Omgevingsvisie (Rotterdam Veranderstad). Eén van de pijlers uit de omgevingsvisie is die van 'goede groei' binnen de bestaande stad. Daarnaast zet de gemeente in op een binnenstad op twee oevers waarbij het Rijnhavengebied het hart van de zuidelijke binnenstad vormt. In het kader van

Pagina | 5

goede groei en planonderbouwing zijn verkeersbewegingen als gevolg van de bouwplannen in en rond Katendrecht - inclusief de ontwikkeling van het Codrico terrein onderzocht middels verkeersmodelonderzoek (dit onderzoek is toegevoegd aan bijlage 5 van de toelichting van het (ontwerp)bestemmingsplan). Aanvullend op de planonderbouwing voor het ontwerpbestemmingsplan, is door de gemeente gewerkt aan (gedetailleerder) microsimulatie-onderzoek, uitgevoerd door RHDHV, waarin verkeersaantallen uit het verkeersmodel zijn geprojecteerd op de twee verkeerslicht geregelde kruispunten van de Hillelaan (zie ook de reactie onder punt A.2). Beide onderzoeken concluderen dat aanpassing van het kruispunt noodzakelijk is voor een ordentelijke verkeersafwikkeling. De uitvoering van deze verkeersmaatregel zal uiterlijk plaatsvinden nadat de bouwplannen op Katendrecht zijn gerealiseerd. Onderzocht zijn zowel de aanbeveling uit de onderbouwing voor het bestemmingsplan van het Codrico terrein (extra opstelstrook op de Hillelaan) als het terugbrengen van de eerder aanwezige linksafstrook op de Brede Hilledijk (Katendrecht uit).

Aanvullend op deze maatregelen voor een ordentelijke verkeersafwikkeling bij de planontwikkeling op Katendrecht, heeft de gemeente de ambitie om de verkeersveiligheid op het kruispunt te verbeteren door het opheffen van de reeds aanwezige deelconflicten (deelconflict betekent gelijktijdig groen van rechtsafslaand autoverkeer en voetgangers en fietsers). Voor de deelconflicten is nog nader onderzoek nodig zodat duidelijk wordt, welke wijzigingen aan het kruispunt uitgevoerd dienen te worden in samenhang tot de verkeersregeling. Aan de hand van het functieprogramma is de verkeersaantrekkende werking van de maximaal planologische mogelijkheden bepaald. Hierbij is rekening gehouden met standaard kengetallen en de reducties die kunnen worden toegepast vanwege het toepassen van deelmobiliteit, ligging bij metrostation, MaaS en de vrijstelling voor commerciële functies. Daaruit volgde dat de verkeersaantrekkende werking behorend bij dit programma lager is dan waar in de berekeningen (conform de uitgangspunten van het regionale verkeersmodel) van is uitgegaan. Dit is te verklaren doordat het model niet standaard rekening houdt met de beperkingen die aangebracht worden voor parkeren (het toepassen van de reducties in verband met deelmobiliteit, ligging bij metrostation en MaaS en de vrijstelling voor commerciële functies).

Hierdoor gaat de verkeersgeneratie uit het verkeersmodel uit van een worst-case scenario, omdat we door de relatief lage parkeereis minder verkeer in de praktijk verwachten. Zoals onder A.3 wordt toegelicht wordt de parkeerbehoefte bepaald aan de hand van het gemeentelijk parkeerbeleid. Er wordt tevens voorgesteld om via een ambtshalve wijziging in de planregels vast te leggen dat er maximaal 452 parkeerplaatsen gerealiseerd mogen worden. Door het maximale aantal parkeerplaatsen vast te leggen, zal de verkeersaantrekkende werking nooit hoger zijn, dan waar in de onderzoeken vanuit is gegaan. De verkeersmodelstudie die onderdeel uitmaakt van de planonderbouwing van de Codrico ontwikkeling is gebaseerd op regionaal verkeersmodel V-MRDH in planjaar 2030. In planjaar 2030 bevat het verkeersmodel de verschillende bouwplannen in de nabije omgeving, zoals gebiedsontwikkeling Rijnhaven en de andere plannen op de Pols van Katendrecht. Dit planjaar omvat zowel de plannen op de Pols waarvan reeds een bestemmingsplan is vastgesteld, als de overige plannen waar op dit moment de planvorming nog van loopt. Er is dus, anders dan dat reclamanten stellen, in de notitie verkeersafwikkeling wel rekening gehouden met andere nieuwbouw ontwikkelingen in de omgeving.

Voorstel Wij stellen voor de zienswijzen die betrekking hebben op dit onderdeel ongegrond te verklaren, te weten 4.8, 14.12, 17.4.1, 17.4.5.

2. Afwikkeling kruispunt Hillelaan - Brede Hilledijk. Het kru ispunt Hillelaan - Brede Hilledijk kan in de huidige vorm de verwachte verkeersstromen voor2030 niet goed afwikkelen. Uit de beschrijving komt niet naar voren hoe de verkeerssituatie daadwerkelijk verbeterd gaat worden. Er is gekozen om zoveel mogelijk woningen te Pagina | 6

realiseren zonder rekening te houden met de directe omgeving (Landverhuizersmuseum/ toename bezoekers aan Katendrecht). Reactie We begrijpen de zorgen omtrent de afwikkeling van het verkeer via het kruispunt Hillelaan - Brede Hilledijk, zie ook de reactie met betrekking tot verkeersafwikkeling onder punt A.1. Het verkeerskundig (COCON-)onderzoek dat is aangehecht als bijlage 5 bij het ontwerpbestemmingsplan, uitgevoerd door Goudappel Coffeng, concludeert dat aanpassing van het kruispunt Hillelaan - Brede Hilledijk noodzakelijk is voor een ordentelijke verkeersafwikkeling en adviseert deze problematiek te verhelpen met een extra opstelstrook voor rechtdoorgaand autoverkeer op de noordtak (Hillelaan). Met deze ingreep wordt een significante verbetering gerealiseerd in de benodigde cyclustijd van de verkeersregeling en daarmee een ordentelijke verkeersafwikkeling. De gemeente heeft parallel aan het onderzoek van Goudappel Coffeng een gedetailleerder microsimulatieonderzoek laten uitvoeren door bureau Royal HaskoningDHV, waarin zowel deze ingreep alsook andere aanpassingen zijn onderzocht. In deze studie wordt bevestigd dat kruispuntaanpassing noodzakelijk is en de strook op de Hillelaan (variant 2) inderdaad één manier is om de verkeersafwikkeling op orde te brengen. Het voorstel is om het onderzoek toe te voegen als bijlage bij het (ontwerp)bestemmingsplan.

Daarmee worden de uitkomsten van dit onderzoek ook voor eenieder inzichtelijk. Hiervoor wordt verwezen naar de Nota van wijzigingen onder 5.10. In de studie bleek echter dat het toevoegen van een linksaf opstelstrook op de westtak van het kruispunt (Brede Hilledijk) in combinatie met aanpassing van de strookindeling op de oosttak (ook Brede Hilledijk) tot betere afwikkelingsresultaten leidt (variant 1). Deze maatregel houdt echter in dat het herintroduceren van een deelconflict (gelijktijdig groen van rechtsafslaand autoverkeer en overstekende voetgangers en fietsers) op de oosttak voor rechtsafslaand verkeer. Om deze verslechtering ten aanzien van verkeersveiligheid tegen te gaan kan aanvullend een extra opstelstrook gemaakt worden op de oosttak, zodat elke rijrichting een eigen opstelstrook beschikbaar heeft. Voor de planonderbouwing van het voorliggend (ontwerp)bestemmingsplan is het realiseren van een extra linksaf opstelstrook op de westtak van de Brede Hilledijk noodzakelijk. Deze maatregel is planologisch, ruimtelijk en financieel mogelijk. Daarnaast is vanuit verkeersveiligheidsoverwegingen het gewenst om ook een extra opstelstrook te realiseren op de oosttak van de Brede Hilledijk. Beide zijn ruimtelijk inpasbaar en zorgen tezamen voor een ordentelijke verkeersafwikkeling door de toename van alle bouwontwikkelingen in Katendrecht.

Aanvullend op deze twee aanpassingen heeft de gemeente de ambitie om de verkeersveiligheid op het kruispuntencomplex van de Hillelaan verder te verbeteren door het opheffen van de overige aanwezige deelconflicten in de verkeersregeling. Hiervoor is nog nader onderzoek nodig, wat dit aan fysieke of regeltechnische wijzigingen vraagt bij de kruispunten. Aanvullend op deze maatregelen voor een ordentelijke verkeersafwikkeling bij de planontwikkeling op Katendrecht, heeft de gemeente de ambitie om de verkeersveiligheid op het kruispunt te verbeteren. Dit wil de gemeente doen door het opheffen van de deelconflicten (deelconflict betekent gelijktijdig groen van rechtsafslaand autoverkeer en voetgangers en fietsers) die op dit moment al aanwezig zijn in het huidig kruispuntontwerp. Voor de deelconflicten is nog nader onderzoek nodig zodat duidelijk wordt, welke wijzigingen aan het kruispunt uitgevoerd dienen te worden in samenhang tot de verkeerslichtenregeling. Hiervoor geldt dus dat verkeersveiligheid op het kruispunt de aandacht van gemeente heeft, maar het maakt geen onderdeel uit van dit ontwerpbestemmingsplan. Hiervoor is zoals toegelicht van belang dat het verkeer op een ordentelijke manier wordt afgewikkeld, hetgeen is aangetoond. Voorstel Pagina | 7

Wij stellen voor de zienswijzen die betrekking hebben op dit onderdeel ongegrond te verklaren, te weten 7.8, 17.4.3.

3. Oplossingen verkeer- en parkeerdruk en bereikbaarheid wijk. De impact van de verkeers- en parkeerdruk en de bereikbaarheid van de wijk is onvoldoende inzichtelijk gemaakt. De oplossingen zijn niet concreet en er wordt uitgegaan van gewenst gedrag van de toekomstige bewoners, wat in de praktijk niet realistisch is. De veiligheid van de woonomgeving wordt daardoor aangetast. Het onderwerp mobiliteit wordt voor het bestemmingsplan alleen beoordeeld ten aanzien van haar relatie met de verkeersbewegingen over de Brede Hilledijk/Veerlaan. Aangedragen wordt dat het bestemmingsplan op dit punt niet zorgvuldig beoordeeld in het perspectief van haar directe omgeving. Reactie Zie eerdere reactie met betrekking tot verkeersafwikkeling onder punt A.1. Er worden 367 parkeerplaatsen gerealiseerd voor het programma dat wordt toegevoegd voor deze ontwikkeling. Dit aantal is voldoende om een passende parkeeroplossing te bieden voor het programma dat met deze ontwikkeling wordt toegevoegd. Op en rond Katendrecht is betaald parkeren aanwezig. Gebruikers en bewoners van nieuwbouwontwikkelingen worden conform de beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022 en het Uitvoeringsbesluit parkeren uitgesloten van het recht op een vergunning voor straatparkeren. Straatparkeerders vallen daarmee in het betaald parkeer-regime.

In de directe omgeving is hoogwaardig openbaar vervoer in nabijheid, evenals meerdere openbare parkeergarages. De ontwikkeling van het Codrico terrein en het Rijnhavengebied maken onderdeel uit van de binnenstad op de zuidoever die de omgevingsvisie omschrijft. De gemeente zet middels mobiliteitsbeleid en omgevingsvisie in op meer verplaatsingen naar de binnenstad te voet, met de fiets of het OV en met de auto via de P+R's aan de randen van de stad. Verder wordt opgemerkt dat met een ambtshalve wijziging wordt voorgesteld om het maximale aantal parkeerplaatsen (te weten 452) in de planregels op te nemen, om zodoende te borgen dat er nooit meer parkeerplaatsen dan wenselijk wordt geacht worden gerealiseerd. Op deze manier wordt extra gewaarborgd dat de verkeersaantrekkende werking beperkt blijft. Hiervoor wordt verwezen naar punt 4.2 in de Nota van wijzigingen. Voorstel Wij stellen voor de zienswijzen die betrekking hebben op dit onderdeel ongegrond te verklaren, te weten 9.2, 23.7.

4. Bereikbaarheidparkeergarage. Onduidelijk is hoe de verkeersstromen lopen naar de parkeerplaatsen in de garage. De toegang naar de parkeergarage van het Veldblok valt gedeeltelijk samen met de toegang naar Q-park Fenix. Reactie De bereikbaarheid van de parkeergarage van het Veldblok vraagt inderdaad nadrukkelijk om aandacht. De wijze van ontsluiting van de parkeergarage is onderdeel van de verdere uitwerking van de plannen en maakt onderdeel uit van de omgevingsvergunning. De stalling onder het Veldblok wordt ontsloten met een hellingbaan, die vanaf de Veerlaan te bereiken is (ongeveer ter hoogte van huidige inrit fabriek). Deze sluit niet aan op de in/­ uitgang van Q-park Fenix, waardoor een potentieel conflict (in verkeersstromen) niet aan de orde is. Voorstel Wij stellen voor de zienswijzen die betrekking hebben op dit onderdeel ongegrond te verklaren, te weten 7.5, 14.13, 17.4.7.

Pagina | 8

5. Bevoorrading. In de rapportage van Goudappel Coffeng is niet terug te vinden welke invloed de verkeersbewegingen zullen hebben met betrekking tot de bevoorrading, pakket service, externe onderhoudsdiensten, leveranciers voor horeca, hotel, kantoren en winkels. Er is geen ruimte voor het parkeren van onderhoudsbusjes en mantelzorgers. Reactie Logistieke verkeersbewegingen vragen inderdaad ook om aandacht. Het verkeersonderzoek van Goudappel Coffeng dat is toegevoegd aan het (ontwerp)bestemmingsplan (bijlage 5) is opgesteld op basis van het regionale V-MRDH verkeersmodel. Het regionaal V-MRDH verkeersmodel maakt de verkeersgeneratie als gevolg van een ontwikkeling inzichtelijk en houdt hierbij rekening met logistieke beweging. Dit betekent dat er dus niet enkel wordt gekeken naar de verkeersbewegingen van (personen)auto's in en naar het plangebied, maar ook naar verkeersbewegingen voor logistieke activiteiten. Verder biedt de buitenruimte voldoende ruimte om invulling te kunnen geven aan de logistieke behoefte van het gebied. De logistiek vormt onderdeel van het inrichtingsplan voor de buitenruimte van de totale gebiedsontwikkeling op de Pols. Het inrichtingsplan voor de buitenruimte is nog in planvorming en maakt geen onderdeel uit van dit (ontwerp)bestemmingsplan.

De komende periode werkt de gemeente aan het inrichtingsplan waarbij omwonenden de gelegenheid wordt gegeven om hierop te reageren. De ontwikkeling van het Codrico terrein voldoet aan de parkeernormering volgens de Beleidsregeling Parkeernormen. Voor onderhoud in en aan de panden op de Pols, bieden zowel de parkeergarages als de nog in te richten openbare ruimte plek. In een het rapport van Goudappel Coffeng werd inderdaad nog niet expliciet ingegaan op het parkeren van onderhoudsbusjes en mantelzorgers. Daarom wordt voorgesteld om, in aanvulling op het rapport, inzichtelijk te maken welke locaties (op maaiveld) gereserveerd zijn voor logistiek verkeer om te laden/lossen. Op deze plekken is ook ruimte voor grotere voertuigen. In de parkeergarage van het Wandblok is wel ruimte gecreëerd voor het ophalen van afval. Mantelzorgers kunnen gebruikmaken van de bezoekersparkeerplaatsen in de parkeergarages. Voorstel Wij stellen voor de zienswijzen die betrekking hebben op dit onderdeel gegrond te verklaren, te weten 7.10, 17.4.2, en het onderzoek van Goudappel Coffeng te vervangen door een nieuwe versie van het onderzoek waarin expliciet is ingegaan op de parkeerplaatsen die kunnen worden gebruikt voor de bevoorrading, onderhoudsbusjes en mantelzorgers. Hiervoor wordt verwezen naar de Nota van wijzigingen onder punt 2.3.

6. Parkeren brommers, scooters en motoren. In de analyse van Goudappel Coffeng m.b.t. de te realiseren parkeerplaatsen zijn brommers, scooters en motoren niet meegenomen. Reactie Nieuwbouwontwikkelingen binnen de gemeente worden getoetst aan de beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022. Dat is ook voor de ontwikkeling van het Codrico terrein het geval. Deze regeling is openbaar toegankelijk te raadplegen en stelt eisen aan autoplekken en diverse formaten fiets-achtigen (regulier formaat, beperkt afwijkend en sterk afwijkend formaat). Een sterk afwijkende plek is voldoende ruim bemeten voor een voertuig zoals bijvoorbeeld een scooter of bakfiets. In het ontwerp was hier reeds rekening mee gehouden, maar dit was nog niet expliciet in het rapport van Goudappel Coffeng opgenomen. Voorgesteld wordt om het rapport van Goudappel Coffeng (bijlage 5 van de toelichting) aan te passen, zodat hier wel expliciet op wordt ingegaan. Voorstel Wij stellen voor de zienswijzen die betrekking hebben op dit onderdeel gegrond te

Pagina | 9

verklaren, te weten 7.7, 14.14, 17.4.6, en het onderzoek van Goudappel Coffeng aan te vullen, zodat expliciet wordt ingegaan op parkeerplaatsen voor buitenmodel voertuigen.

7. Maximale mogelijkheden parkeerbalans. Bij het onderzoek naar de parkeerbehoefte is niet uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden. Reactie Het klopt dat de planologische mogelijkheden uit het (ontwerp)bestemmingsplan iets ruimer zijn dan het daadwerkelijke plan. Bij nieuwbouwontwikkeling in de gemeente Rotterdam is de beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022 van toepassing. De ontwikkeling van het Codrico terrein is vormgegeven naar en getoetst aan het vigerend parkeernormenbeleid. Indien noodzakelijk dan kan in de parkeergarage het maximaal aantal parkeerplaatsen worden gerealiseerd dat hoort bij de maximaal planologische invulling, zie ook het rapport van Goudappel Coffeng. In de planregels worden de maximaal te realiseren parkeerplaatsen binnen het plangebied vastgelegd, namelijk 452 (het aantal benodigde parkeerplaatsen inclusief reducties en zonder dubbelgebruik, zie ook het rapport van Goudappel Coffeng). De toets aan het parkeernormenbeleid maakt onderdeel uit van de omgevingsvergunning. De toets verloopt dan ook op basis van het ruimtelijk programma uit de omgevingsvergunning, in plaats van de planologische mogelijkheden uit het (ontwerp)bestemmingsplan.

In de planregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee wordt geborgd dat in het kader van de omgevingsvergunning voor het aspect bouwen wordt aangetoond dat voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid. De verdere uitwerking (waaronder de wijze van het gebruik van deelauto's) vindt dan ook plaats in het kader van de omgevingsvergunning. In dit specifieke geval wordt de omgevingsvergunningprocedure gecoördineerd met het bestemmingsplan. In dat kader is aangetoond dat voor het thans beoogde programma wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Indien het maximale toegestane programma in de toekomst gewenst is, dan dient op dat moment te worden aangetoond dat voldoende parkeergelegenheid aanwezig is. Aanvullend wordt verwezen naar de reactie onder punt A.3. Voorstel Wij stellen voor de zienswijzen die betrekking hebben op dit onderdeel ongegrond te verklaren, te weten 14.11. Daarnaast wordt voorgesteld een aantal zienwijzen die zien op mobiliteit in de brede zin ongegrond te verklaren, met een verwijzing naar een combinatie van A.1, A.2, A.3 en A.7, te weten 3.5, 4.7, 11.5, 12.3, 13.3, 24.8.

B. Stedenbouwkundige inpassing (hoogte en omvang, uitzicht en privacy) Door verschillende reclamanten is een zienswijze ingediend met betrekking tot de stedenbouwkundige inpassing. Het gaat om reclamanten 2, 3, 4, 5, 7, 9, 10, 12, 14, 17, 20, 23 en 24. De inhoud van de zienswijzen per reclamant is niet geheel identiek, maar komen grotendeels wel met elkaar overeen. Hierna worden de te onderscheiden thema's opgesomd:

1. Hoogte en om vang. Het Veldblok zou zeker niet hoger moeten worden dan Fenix I en dezelfde trapsgewijze vorm moeten volgen, zodat het zonlicht niet geblokkeerd wordt. De ontwikkeling is massaal en tegenstrijdig ten opzichte van eerdere besluitvorming met betrekking tot dit gebied. Bewoners van de Veerlaan worden geconfronteerd met een hoog gebouw. De hoogte van de bebouwing is afwijkend van de gehanteerde normen in eerdere projecten op Katendrecht. De maximale bouwhoogte in het nieuwbouwplan kent een ongefundeerde hoogte. Voor alle gebouwen geldt dat deze niet aansluiten bij de omliggende bebouwing, welke een lagere maximale bouwhoogte kent. Het plan is volgens Pagina | 10

reclamant in strijd met de welstand. Het plan voldoet niet aan de Hoogbouwvisie. De ontwikkeling bevindt zich niet in de pols van Katendrecht, maar valt in de historische kern. Daar gelden andere hoogbouwbepalingen. Reactie De zienswijzen van diverse reclamanten ten aanzien van de stedenbouwkundige opzet I toegestane bouwhoogtes spitsen zich met name toe op het Veldblok. In deze beantwoording zal daar hieronder specifiek op ingegaan worden. Allereerst wordt in algemene zin toegelicht op welke wijze is gekomen tot de stedenbouwkundige opzet van het gehele Codrico terrein en dat dit verder is uitgewerkt na ontvangst van reacties die tijdens het participatietraject zijn ontvangen. Dit geldt ook voor het ontvangen advies van de Commissie voor Welstand en Monumenten en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Sinds 2018 is de gemeente in overleg met de erfpachter over een herontwikkeling van het Codrico terrein, welke wel degelijk in de Pols van Katendrecht is gelegen, en verplaatsing van bedrijfsvoering naar elders in Rotterdam. Een stevige verdichting, wenselijk vanuit zowel de beleidsdoelstellingen van de stad als de haalbaarheid van de ontwikkeling, in combinatie met de cultuurhistorische waarde van het ensemble. Hierbij waren de gebouwen op zichzelf alsook in de wand aan de Rijnhaven de uitgangspunten voor de herontwikkeling.

Dit heeft geleid tot een opzet, welke is vastgelegd in een door de gemeenteraad vastgestelde NvU in februari 2021. De NvU is daarmee het uitgangspunt voor het vervolgontwerptraject. In de NvU zijn de ruimtelijke kaders voor de ontwikkeling omschreven. Daarin is het volgende opgenomen: "Langs die nieuwe verbinding, het rondje Rijnhaven en in de wand

is op het oostelijk deel van het Codrico terrein een 'special' in de vorm van een toren geïntroduceerd, die deze bijzondere plek markeert en op diverse manieren de nieuwe context én de waarden van het stedenbouwkundig plan bestendigd. Het torenvolume creëert zowel een markering in de skyline, extra focuspunt in de wand en momentum in het stedelijk weefsel van het Polsgebied. Het afwijkende torenvolume zorgt voor behoud van de balans in de huidige opbouw van de serie wandgebouwen aan de Rijnhaven: The View met twee vergelijkbare gebouwen, de twee vergelijkbare Fenix I en daartussen het Codrico-ensemble bestaande uit twee vergelijkbaar grote wandgebouwen met daarachter, min of meer centraal, het Silogebouw met karakteristieke motorhuis. De Codrico locatie wordt in zijn geheel onderdeel van het stedelijke weefsel met zijn gemengde programmering en doorwaadbare openbare ruimte tussen de kade/rondje Rijnhaven en de hoofdontsluitingsweg Brede Hilledijk. Het monumentale fabriekscomplex gaat een schakel vormen in de knik van de Rijnhaven tussen Fenix I en het Polsgebied. Rond het monument en Silogebouw van Vegter is de ambitie het karakteristieke en gelaagde ensemble in zijn opbouw zo veel mogelijk intact en balans te houden, waarbij maat/ schaal en verhouding belangrijk zijn (belangrijker dan behoud van bestaande gebouwen).

En daarmee dit ensemble zijn belangrijke rol op de Kaap, in de Maas- en Rijnhaven laten behouden, zowel als focuspunt, voor de havensfeer, in cultuurhistorisch zin, et cetera. Tussen het Codrico ensemble, FenixI en de oude kern van Katendrecht ontstaat een grote openbare ruimte, doorsneden door voormalig spoortracé, waar ook ontwikkeling wenselijk is: een tweede 'special'die een intermediair vormt zowel op maaiveld, programmatisch als in volumeopbouw."In onderstaande figuur zijn de te onderscheiden bouwdelen weergegeven zoals opgenomen in de NvU.

Pagina | 11

Deze NvU vormt het kader voor de verdere uitwerking van de plannen. Input vanuit de participatie is ook meegenomen bij de verdere uitwerking van de plannen. De reacties hadden met name betrekking op de hoogte, vorm en positie van het Veldblok. Ook met de Commissie voor Welstand en Monumenten en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed is uitvoerig over het Veldblok gediscussieerd. Dat heeft geleid tot een stevige wijziging van dat projectonderdeel. Het Veldblok is niet meer opgevat als een eigenstandige special, maar als een uitbreiding van het Codrico ensemble van architect De Vegter. Dit heeft geleid tot een andere vorm, positionering en bouwhoogte: ^ de vorm is orthogonaler dan een Silogebouw (geïnspireerd op de honingraat-silo's in het Silogebouw); ^ de positie is verschoven naar een plek dichterbij overige gebouwen van het ensemble en daarmee op flink meer afstand van Fenix I Z grotendeels buiten het plantsoen; ^ het Veldblok heeft 20^. minder bouwvolume; ^ de bouwhoogte is maximaal 75 meter; waardoor het Veldblok nog minder ruimte inneemt op maaiveld in de breedte (waardoor meer (door)zicht er langs), maar in de skyline wel aanweziger is en daarmee het monumentale ensemble versterkt. Deze opzet is zowel in diverse participatiebijeenkomsten eind 2023 als met de Commissie voor Welstand en Monumenten en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed gedurende 2023 besproken.

Tijdens de participatie waren de reacties overwegend positief. Daarnaast hebben de Commissie voor Welstand en Monumenten en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed ook een positief advies uitgebracht (d.w.z. akkoord) naar aanleiding van de plannen zoals deze op dit moment zijn voorzien. Samenvattend kan gesteld worden dat de stedenbouwkundige opzet zoals deze op dit moment is voorzien en met het (ontwerp)bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, past bij de ontwikkeling die de omgeving van de Rijnhaven doormaakt naar een Rotterdams centrum op twee oevers. Daarnaast past de stedenbouwkundige opzet bij de doelstellingen van de Rotterdamse omgevingsvisie, doet het recht aan de cultuurhistorische waarde van het ensemble (en zorgt voor handhaving ervan door restauratie en nieuwe functie) en doet het tot slot afdoende recht aan de belangen van omwonenden in relatie tot die van woningzoekenden/het algemeen belang. Verder wordt opgemerkt dat er wel een ambtshalve wijziging wordt voorgesteld als het gaat om de planologische mogelijkheden van het Veldblok. Het volume van het Veldblok Pagina | 12

wordt op de verbeelding meer in lijn gebracht met het beoogde ontwerp, door het bouwvlak te wijzigen zodat de honingraadvorm van het gebouw beter wordt geborgd en de maximaal toegestane bouwhoogte op drie plekken met vijf meter te verlagen. De maximale bouwhoogte van het hoogste punt van 75 meter blijft ongewijzigd, maar het bouwvlak waarbinnen tot deze hoogte mag worden gebouwd, wordt verkleind. Hoewel dit niet tegemoetkomt aan de zienswijzen van reclamanten als het gaat om de hoogte van het Veldblok of de gestelde massaliteit van het plan, wordt deze voorgestelde wijziging volledigheidshalve hier benoemd. Zie hiervoor punt 6.1 in de Nota van wijzigingen.

Verbeelding ontwerpbestemmingsplan

Voorgestelde wijziging

Voorstel Wij stellen voor de zienswijzen die betrekking hebben op dit onderdeel ongegrond te verklaren, te weten 2.4, 9.5, 10.11, 14.1, 23.2, 24.9.

2. Afstand tot Fenix I. De afstand tussen Fenix I en het Veldblok dient minimaal 65 meter te zijn. Reactie Op grond waarvan reclamant stelt dat de minimale afstand tussen Fenix I en het Veldblok 65 meter moet zijn, is onduidelijk, maar dat standpunt wordt ook niet gedeeld. In het ontwerptraject is er op diverse wijze naar de inpassing en het ontwerp van het Veldblok én de afstand tot Fenix I gekeken. De input uit de participatie (meer afstand tot Fenix I) en het traject met de Commissie voor Welstand en Monumenten en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (waarbij centraal stond het Veldblok niet als uitzondering/zelfstandig te beschouwen, maar als onderdeel van het ensemble) hebben tot het volgende geleid. De opzet met een andere positie van het Veldblok, leidt tot een grotere afstand tot Fenix I. Daarnaast heeft het Veldblok een andere vorm gekregen: een honingraadvorm, waardoor het Veldblok minder breed is en minder volume heeft. Dit zorgt voor meer licht, lucht en doorzicht. De afstand bedroeg eerder minimaal 38 meter en op dit moment (rekening houdend met de maximaal planologische mogelijkheden) minimaal 57 meter, zie ook de onderstaande figuur ter illustratie.

Pagina | 13

Voorstel Wij stellen voor de zienswijzen die betrekking hebben op dit onderdeel ongegrond te verklaren, te weten 2.5, 3.8, 5.7, 10.12, 24.10.

3. Uitzicht. Uitzicht op het Codrico terrein met de welbekende kubus wordt aan het zicht onttrokken. Het uitzicht op het monumentale fabrieksgebouw van Codrico gaat verloren vanaf de oostkant van Fenix I. Reactie De gemeente realiseert zich dat de herontwikkeling invloed heeft op het uitzicht van reclamanten op de zogenaamde kubus. Ter plaatse van het plangebied wordt nieuwbouw gerealiseerd, die goed wordt ingepast in de omgeving. Voor omwonenden is sprake van een gewijzigde situatie als het gaat om uitzicht. In de toelichting behorend bij het (ontwerp)bestemmingsplan is gemotiveerd waarom het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, ofwel dat onder andere de aspecten uitzicht, privacy en zonlicht niet onevenredig verslechteren voor omwonenden. De invloed van het plan ten opzichte van de omgeving is hierbij beoordeeld. Uit deze toets is gebleken dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voorstel Wij stellen voor de zienswijzen die betrekking hebben op dit onderdeel voor kennisgeving aan te nemen, te weten 3.1, 5.1, 10.10, 10.17, 14.7, 20.1, 24.5.

4. Monumentale en beeldbepalende bebouwing. Het beeldbepalende Silogebouw met de beroemde kubus zal haar aanwezigheid en zichtbaarheid grotendeels verliezen. Het Veldblok onttrekt Rijksmonument Meelfabriek Latenstein en haar ensemble volledig aan het zicht van haar culturele en morele eigenaren, de bewoners van Katendrecht. Niet valt in te zien waarom op deze locatie niet wordt gekozen voor appartementencomplexen die passen bij het behoud van de fabriek. De monumentale waarde van de fabriek en het daarbij behorend beeldbepalend ensemble wordt genegeerd. Er wordt bezwaar gemaakt tegen de optopping van het Wandgebouw met twee torens tot een hoogte van 65 meter en tegen de gedeeltelijke optopping van het Silogebouw tot 70 meter, met ook nog eens een doorlopende gevel opbouw vanaf de begane grond. Daarnaast trekt de optopping het bijzondere ontwerp uit zijn verband. Het robuuste karakter, het betonnen kubisme en het rafelige van het gebouw verdwijnt volledig. De optopping is een flagrante schending van het auteursrecht van de rijksarchitect en ontwerper van het gebouw. Reactie De monumentale en beeldbepalende bebouwing en hun waarde en kwaliteiten zijn in de totstandkoming van de plannen als uitgangspunt genomen. Om de kwaliteit en waarde Pagina | 14

ervan inzichtelijk te krijgen en het verhaal van het complex te begrijpen, is naast de redegevende omschrijving van het Rijksmonument een Bouw- en cultuurhistorische analyse en waardestelling opgesteld door bureau Crimson (d.d. november 2020). Dit rapport geeft inzicht en advies over hoe de gebouwen te waarderen en transformeren, en is bij de planontwikkeling ervoor gebruikt. Zowel door de ontwerpers/ontwikkelaars in het maken van hun plannen, door de gemeente in begeleiding van die plannen én door de Commissie voor Welstand en Monumenten en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed bij het toetsen van de plannen. Daarnaast geeft het rapport ook handvatten voor de omgang met de waarde/kwaliteit van het complex bij de uitbreiding, zoals het Veldblok en wandgebouw. Het fabrieksproces, de omgang van de architect bij ontwerpen van het gebouw, een nooit gerealiseerde uitbreiding van diezelfde architect, het is allemaal meegenomen in het ontwerpen van de stedenbouwkundige opzet rond de monumentale en beeldbepalende bebouwing. Voor meer uitleg daarover wordt verwezen naar de reactie onder B.1.

De stedenbouwkundige opzet met de toevoeging van nieuwe gebouwen, de transformatie en optopping van de monumentale en beeldbepalende gebouwen en hoe deze planvorming de waarde/kwaliteit beïnvloedt, is allemaal onderdeel geweest van de gesprekken met en de toets door de Commissie voor Welstand en Monumenten en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. En is positief geadviseerd. Verder zijn de plannen niet alleen in een (ontwerp)bestemmingsplan uitgewerkt maar ook in concrete bouwplannen, waarvoor een ontwerp-omgevingsvergunning is opgesteld die gelijktijdig met het (ontwerp)bestemmingsplan ter inzage heeft gelegen. Onderdeel van die omgevingsvergunning is een toets op de plannen door de Commissie van Welstand en Monumenten én de Rijksdienst voor Cultureel erfgoed geweest. Beiden onafhankelijk en deskundig adviserend, hebben de plannen (ook voor het Silogebouw) als passend en akkoord beoordeeld. Voor het Rijksmonument gaat het overigens om casco-vergunning, voor de precieze invulling/ingrepen en wijze/uitvoering van restauratie van het gebouw is nog vergunningsprocedure van toepassing, waarbij de Commissie voor Welstand en Monumenten en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed wederom toetsen aan het eerdergenoemde rapport. Voorstel Wij stellen voor de zienswijzen die betrekking hebben op dit onderdeel ongegrond te verklaren, te weten 7.2, 9.4, 10.14, 23.1, 24.11.

5. Privacy. De bouw van het Veldblok en de plannen voor de Codrico fabriek zorgen ervoor dat privacy verdwijnt. Het Veldblok kijkt direct op het balkon en terras en de woon- en slaapkamer in. Reactie Wij erkennen dat het realiseren van nieuwe bebouwing naast een bestaande woningen tot afname van uitzicht en privacy kan leiden. De afstand tot het woongebouw van reclamant en het Veldblok is ca. 57 meter. Dat is in een stedelijke omgeving met een hoge bebouwingsdichtheid niet ongebruikelijk. Dit maakt ook dat in een stedelijke omgeving, een woonsituatie die vrij is van enige inkijk niet kan worden gegarandeerd en volgens vaste rechtspraak ook niet hoeft te worden gegarandeerd. Maar de stelling dat de privacy volledig verdwijnt, wordt niet gedeeld. Daarbij wordt opgemerkt dat het zeshoekig gebouwvolumes betreffen waarbij niet loodrecht op de gevels van Fenix I wordt uitgekeken. Hoewel hoogbouw in beginsel effect heeft op uitzicht en privacy, is de gemeente van oordeel dat dit vanuit stedenbouwkundig oogpunt acceptabel is in een hoog stedelijke omgeving. Voorstel Wij stellen voor de zienswijzen die betrekking hebben op dit onderdeel ongegrond te verklaren, te weten 2.6, 3.9, 4.5, 5.8, 9.7.1.

Pagina | 15

C. Bezonning Door verschillende reclamanten is een zienswijze ingediend met betrekking tot het aspect bezonning. Het gaat om reclamanten 2, 3, 4, 5, 7, 9, 10, 12, 14, 20, 23 en 24. De inhoud van de zienswijzen per reclamant is niet geheel identiek, maar komen grotendeels wel met elkaar overeen. Hierna worden de te onderscheiden thema's opgesomd:

1. Afname bezonning woningen. Er wordt opgemerkt dat in de zomer wordt genoten van (tenminste) een zestal uren zon, van 6.00 tot 13.00 uur door bewoners van FenixI. De ontwikkeling heeft daarmee nadelige gevolgen voor de gehele oostzijde van Fenix I voor wat betreft afname van de bezonning. De opvatting van reclamanten verschillen en variëren van het idee dat de zonuren voor meer dan de helft worden gereduceerd tot dat er maar een schamele periode van twee uur zon resteert. De bouw van het Veldblok en de toren op het Silogebouw heeft tot gevolg dat een groot deel van de ochtendzon verdwijnt. Het balkon aan de oostkant wordt daarmee een donkere onaantrekkelijke en koude schaduwplek. Reactie Wanneer hoge bebouwing wordt gerealiseerd, vragen aspecten als schaduwwerking en zonverlies om aandacht. Het is wenselijk te beoordelen wat de invloed van het plan betekent voor woningen in de omgeving. Voor bezonning gelden geen wettelijke normen. Veelal wordt aangesloten bij de TNO-richtlijnen. De gemeente beschikt echter zelf over bezonningsbeleid en heeft dit vastgelegd in het Afwegingskader bezonning (vastgesteld door de gemeenteraad op 9 september 2021) alsmede in de Hoogbouwvisie (vastgesteld door de gemeenteraad op 12 december 2019). De ontwikkeling dient dan ook te voldoen aan de beleidskaders van de gemeente, te weten het Afwegingskader bezonning en de Hoogbouwvisie.

Vanwege de hoogte van de mogelijk gemaakte bebouwing is de schaduwwerking inzichtelijk gemaakt. Het onderzoek is toegevoegd als bijlage 11 behorend bij de toelichting van het (ontwerp)bestemmingsplan. In het Afwegingskader bezonning is een stappenplan opgenomen om een afweging te maken. Concreet betekent dit wanneer alle toetspunten (dat zijn de bestaande woningen op de onderste woonlagen binnen het schaduw invloedsgebied) op 21 september minimaal 2 uur zon op de gevels blijven houden na realisatie van het voorgestelde bouwplan, het bouwplan voldoet. Er hoeven dan geen aanvullende onderzoeken t.a.v. bezonning te worden gedaan. Reclamanten die in hun zienswijze het punt bezonning aanvoeren, wonen in Fenix I. Hun woning is gelegen aan de oostgevel, al dan niet in combinatie met de noord- en/of zuidgevel. Fenix I valt voor een deel binnen het invloedsgebied, zie onderstaande figuur.

Figuur 1. Invloedsgebied en meetpunten

Pagina | 16

Door Peutz is een bezonningsonderzoek uitgevoerd waarbij de impact van de maximale planologische situatie inzichtelijk is gemaakt. Uit het door Peutz uitgevoerde bezonningsonderzoek volgt dat de toetspunten ter plaatse van Fenix I (toetspunten 364a t/m 371a op pagina 36/40 van het bezonningsonderzoek) allemaal minimaal 2 uur zon per dag overhouden. Het minimale aantal bezonningsuren betreft 3 uur en 40 minuten. De afname op de toetspunten bedraagt maximaal 1:20 uur op 21 september, zie tabel 1. Ondanks dat sprake is van een afname wordt voldaan aan het Afwegingskader. Uit figuur 1 volgt dat niet alle appartementen van Fenix I welke aan de oostzijde van het plangebied zijn gelegen binnen het invloedsgebied vallen. In het rapport zijn voor de volledigheid ook de appartementen die net buiten het invloedsgebied vallen in het onderzoek meegenomen. De ontwikkeling heeft logischerwijs geen invloed op deze woningen. Dat is dan ook in het rapport inzichtelijk gemaakt. NB. Voorgesteld wordt om de planologische mogelijkheden van het Veldblok meer in lijn te brengen met het ontwerp zoals dat op dit moment is voorzien (zie de reactie onder B.1 en de Nota van wijzigingen punt 4.2). Als gevolg daarvan wordt het invloedsgebied iets

Tabel 1. Rekenresultaten afwegingskader bezonning (Fenix I)

In figuur 3 is het schaduwverloop op 21 september in een bovenaanzicht weergegeven. De schaduw van bestaande bebouwing in de omgeving van de Fenix I is in het grijs weergegeven. De schaduw die de ontwikkeling op het Codrico terrein toevoegt, is rood weergegeven. Uit deze figuur komt naar voren dat de in tabel 1 weergegeven afname van de bezonningsduur in de periode tussen globaal 08:30 uur en 10:00 uur plaatsvindt. Na 10:30 uur is er op de toetsingsdatum geen sprake meer van schaduwwerking van Codrico. De afname van de bezonning op de toetsingsdatum is beperkt.

Pagina | 17

Figuur 3. Schaduwverloop op 21 september (zie ook bijlage 11 behorendbij de toelichting van het (ontwerp)bestemmingsplan)

De schaduwwerking is conform het Afwegingskader bezonning beoordeeld op een meethoogte van 0,75 meter in het midden van de gevel met ramen van de onderste woonlaag. Volledigheidshalve wordt in figuur 4 het schaduwverloop op 21 september op de oostgevel van Fenix I nader inzichtelijk gemaakt.

Pagina | 18

Figuur 4. Schaduwverloop op 21 september (aanvullende afbeeldingen)

De woningen van reclamanten bevinden zich geen van allen op de onderste woonlaag. Dit betekent dat de resultaten van de bezonningsstudie niet toezien op deze woningen en daarmee de exacte afname voor deze woningen niet inzichtelijk is gemaakt in het rapport. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is inzichtelijk gemaakt wat de exacte afname van bezonning op de woning van reclamanten is. Voor reclamanten 3, 4, 5 en 24 geldt dat er geen afname optreedt als gevolg van het plan op 21 september. De maximale afname en het resterend aantal uur bezonning van de overige reclamanten is op 21 september als volgt: Reclamant 8 & 20 9 12 14 23

Maximale afname in uur 1:20 1:20 00:10 00:25 00:35

Resterende uren zon in plansituatie 03:50 04:00 04:55 04:50 09:20

In de zomermaanden (juni-augustus) is de bezonning gunstiger vanwege een hogere zonstand en langere dagen. Reclamant 10 is de Vereniging Bewoners Overleg Fenix (BOF) en kent geen specifiek adres. Bovenstaande resultaten zijn ook opgenomen in een aanvullende bezonningsstudie. Deze aanvullende studie is bijgevoegd bij deze Nota van zienswijzen (bijlage 1). Ten overvloede wordt opgemerkt dat ook de woningen van de individuele reclamanten voldoen aan de criteria van het Afwegingskader. De resultaten uit het eerder uitgevoerde bezonningsonderzoek worden hiermee tevens gestaafd. De afname van de bezonning op de woningen van reclamanten wordt als aanvaardbaar beoordeeld. De stelling van reclamanten dat er slechts twee zonuren resteren of dat de zonuren worden gehalveerd, wordt niet bevestigd door het bezonningsonderzoek. Voorstel Wij stellen voor de zienswijzen die betrekking hebben op dit onderdeel ongegrond te verklaren, te weten 2.1, 3.2, 4.6, 5.3, 7.3, 9.7.4, 10.3, 12.2, 20.2, 24.7, dan wel voor kennisgeving aan te nemen, te weten 10.18, 14.17, 23.3.

2. Afname bezonning bedrijven/overige functies. Als gevolg van de optopping van het Silogebouw en de bouw van het Veldblok is er een sterke afname van de bezonning en een toename van de schaduwwerking. Dit heeft negatieve gevolgen voor de omzet van het Boutique hotel aan de Nico Koomanskade 94. De omzet daalt, aangezien gasten niet meer plaatsnemen op het terras en het hotel zal koud en kil worden, waardoor de thermosstaat wordt opengedraaid. Reactie De gemeente heeft beleid voor bezonning van woningen (Afwegingskader bezonning) en de bezonning van de openbare ruimte (Hoogbouwvisie). De gemeente voert geen beleid op de bezonning van privaat geëxploiteerde terrassen. In het bezonningsonderzoek is daarom de bezonning voor de bestaande woningen inzichtelijk gemaakt. Uit het bezonningsonderzoek valt echter af te leiden dat er alleen in de ochtend schaduwwerking op treedt op het terras van het Boutique hotel (tot circa 11.00 uur) en dat de schaduwwerking daarmee beperkt is. Dit effect wordt in de bredere afweging tegen andere betrokken belangen (waaronder het belang van de woningbouw) aanvaardbaar geacht. De afname van de gevel bedraagt maximaal 00:45 uur waarbij er nog 03:55 uur Pagina | 19

bezonning van de gevel resteert als het plan is gerealiseerd. Bovendien zal de Codrico fabriek plaatsmaken voor een gemengd stedelijk gebied met veel nieuwe bezoekers, wat ook zorgt voor hogere aantallen potentiële klanten van het Boutique hotel. Daarnaast begrijpen wij de zorg als het gaat om extra stookkosten, hoewel op dit moment niet vaststaat dat reclamant ook daadwerkelijk extra kosten zal maken. Onderzoek hiernaar of afweging hiervan maakt alleen geen onderdeel uit van een (ontwerp)bestemmingsplan. Voorstel Wij stellen voor de zienswijzen die betrekking hebben op dit onderdeel ongegrond te verklaren, te weten 7.1 en 10.13.

D. Windhinder Door verschillende reclamanten is een zienswijze ingediend met betrekking tot het aspect windhinder. Het gaat om reclamanten 2, 5, 9 en 14. De inhoud van de zienswijzen per reclamant is niet geheel identiek, maar komen grotendeels wel met elkaar overeen. Hierna worden de te onderscheiden thema's opgesomd:

1.

Windklimaat. Door de bouw van het Veldblok dreigt er een schoorsteen-effect te ontstaan, waardoor de wind nog eens versterkt langs Fenix I raast. Zorgen betreffende de windrichting vanwege de hoogbouw. De bouw van zeer hoge gebouwen zorgt voor windhinder. Bij het beoogde plan wordt onvoldoende onderzocht wat de gevolgen voor omwonenden zijn. Reactie Door Peutz is uitgebreid onderzoek uitgevoerd naar de invloed van de beoogde ontwikkeling op het windklimaat, zie bijlage 12 bij de toelichting van het (ontwerp)bestemmingsplan. Van een schoorsteen-effect is hier geen sprake, aangezien dat te maken heeft met het opstijgen van lucht onder invloed van een temperatuurverschil. Allereerst is het windklimaat op maaiveld in de huidige situatie in het windonderzoek in beeld gebracht (zie figuur 5). In de huidige situatie is sprake van een overwegend goed windklimaat voor doorlopen.

Figuur 5. Windklimaat aan de oostzijde van Fenix I (huidige situatie, links en configuratie 12, rechts)

Vervolgens is dit windklimaat afgezet tegen het windklimaat in de beoogde situatie, waarbij diverse configuraties in het kader van een optimalisatie zijn beschouwd. Op een beperkt aantal plaatsen in het plangebied is plaatselijke sprake van een matig windklimaat voor doorlopen, klasse D. Een slecht windklimaat, klasse E, een beperkt risico op windgevaar of kwalificatie gevaarlijk komen niet voor. Verder komt uit het onderzoek naar voren dat het windklimaat beperkt verslechtert ter plaatse van de in figuur 5 weergegeven posities. Hierbij worden de volgende kanttekeningen geplaatst:

Pagina | 20

^

Nabij de Fenix I is ook in de huidige situatie reeds sprake van een overwegend matig windklimaat. Dit heeft specifiek met de positionering van de Fenix I ten opzichte van de maatgevende windrichting en omliggende bebouwing te maken. ^ Door het realiseren van de bebouwing ter plaatse van het Codrico terrein blijft sprake van een matig windklimaat. ^ In de studie is de positieve aanwezigheid van terreininrichting nog niet meegenomen en is uitgegaan van een (worst case) maximaal planologische invulling. Zoals in de beantwoording onder punt B van deze nota is omschreven is het Veldblok waarvoor een omgevingsvergunning is aangevraagd, kleiner dan dit maximaal planologische volume. In het vast te stellen bestemmingsplan zal het volume ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan meer in lijn worden gebracht met het ontwerp, hetgeen een positief effect heeft op het windklimaat ten oosten van de Fenix I. Daarnaast is een verbetering van het windklimaat met behulp van begroeiing mogelijk. Dit (positieve) effect is zoals gezegd nog niet meegenomen in het onderzoek. ^ Aan de oostzijde van de Fenix I is sprake van een beperkte verslechtering van het windklimaat. Aan de zuidzijde is echter ook een verbetering van het windklimaat waar te nemen.

^ Wanneer ook de ontwikkelingen ten zuiden van het Codrico terrein tot volledige realisatie zijn gekomen, zal er een verbetering van het windklimaat optreden. ^ De beoordelingsposities nabij de Fenix I liggen op enige afstand van de gevel. Op kortere afstand van de gevel zal het windklimaat naar verwachting beter zijn. ^ Daar waar sprake zal zijn van slenteren/zitten bijvoorbeeld vanwege de aanwezigheid van een terras, zullen mogelijk maatregelen nodig zijn. Voor een terras zal een windscherm worden gerealiseerd. Overigens wordt in de norm NEN 8100 altijd een windscherm geadviseerd voor horeca-terrassen. Door het toevoegen van terreininrichting, onder andere in de vorm van bomen, zal het windklimaat ten gevolge van het afschermende effect hiervan zeker nog verbeteren. Geconcludeerd kan worden dat de beperkte verslechtering van het windklimaat zeer relatief is. Uit de bovenstaande punten volgt dat het windklimaat zal verbeteren met de aanwezigheid van (groene) terreininrichting en de realisatie van de ontwikkelingen ten zuiden van het Codrico terrein. Voorstel Wij stellen voor de zienswijzen die betrekking hebben op dit onderdeel ongegrond te verklaren, te weten 2.3, 3.7, 5.4, 9.7.3, 14.10.

E. Horeca Door reclamanten 4,9 en 14 is een zienswijze ingediend met betrekking tot het aspect horeca. De inhoud van de zienswijzen per reclamant is niet geheel identiek, maar komen grotendeels wel met elkaar overeen.

1. Geluidsoverlast door horeca. Reclamant heeft destijds voor een specifieke woning in FenixIgekozen, om niet nabij horecagelegenheden te wonen. Binnen dit bestemmingsplan komt ruimte voor horeca, wat voor de benodigde geluidsoverlast zal zorgen. In het akoestisch onderzoek is geen rekening gehouden met de maximaal planologische mogelijkheden. Reactie Of horeca beleidsmatig gewenst is op bepaalde locaties wordt vastgelegd in een horecabeleidsplan. Aan dit gemeentelijk beleid moet worden getoetst in een (bestemmingsplan)procedure. In dit geval is sprake van het Horecagebiedsplan. Het Horecagebiedsplan wordt om de 3 jaar door de gebiedscommissie herijkt en door het college vastgesteld. In het Horecagebiedsplan Feijenoord 2022-2024 is vastgelegd waar horeca zich kan vestigen. Het plangebied bevindt zich in Katendrecht Pols-Noord. Dit gebied wordt begrensd door de Hillelaan, Brede Hilledijk tot gebouw Fenix I en de Rijnhavenkade. In het horecagebiedsplan is aangegeven dat hier op dit moment nog geen Pagina | 21

horecagelegenheden gevestigd zijn. De ontwikkeling van het gebied is echter in volle gang. In afwachting van de fysieke ontwikkeling, is het mogelijk om horeca te ontwikkelen in het gebied. Het gebied maakt tevens onderdeel uit van de focusgebiedsbeschrijving rondje Rijnhaven. Deze ontwikkelrichting is ook van toepassing op de Rijnhavenontwikkeling. Uit de door Sweco opgestelde ladderonderbouwing blijkt dat er behoefte is aan de beoogde horeca, zie ook bijlage 1 behorend bij de toelichting van het (ontwerp)bestemmingsplan. De ontwikkeling van de Katendrechtse Pols maakt deel uit van een gebied met iconische bezienswaardigheden en grote bezoekersstromen. De toename van horeca in het gebied is wenselijk om de bezoekers op te vangen en te helpen bij de spreiding in het Rijnhavenkwartier. Daarnaast zijn ze een belangrijke schakel in looproutes waar andere (bijvoorbeeld culturele) voorzieningen deel van uit maken. Horeca complementeert en versterkt het voorzieningenaanbod, waarmee ook de werkgelegenheid voor Zuid wordt gestimuleerd. Voor wat betreft de zorgen over de geluidsoverlast wordt het volgende opgemerkt. In de regels van het (ontwerp)bestemmingsplan wordt middels een voorwaardelijke verplichting geborgd dat sprake moet zijn van een aanvaardbare situatie wat geluid betreft. Dit gaat om de volgende regels:

Het gebruik van de gronden ten behoeve van niet-woonfuncties is uitsluitend toegestaan indien voorafgaand aan de ingebruikname: * voor activiteiten die vallen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer: is aangetoond dat de geluidbelasting op de buitengevel van bestaande en geprojecteerde woning(en) voldoet aan de geluidgrenswaarden uit het eerste lid van artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer of een hogere geluidgrenswaarde zoals vastgesteld bij maatwerkvoorschriften; * voor alle activiteiten die niet onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer vallen: is aangetoond dat de geluidbelasting op de buitengevel van de bestaande en geprojecteerde woning(en) maximaal 55 dB(A) etmaalwaarde bedraagt voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau én de geluidbelasting in de woning(en), bij gesloten ramen en deuren, maximaal 35 dB(A) etmaalwaarde bedraagt. Door de bovenstaande regels wordt geborgd dat sprake is van een acceptabele situatie. Een horecafunctie is immers alleen toegestaan als aan bovenstaande wordt voldaan. Hierbij wordt opgemerkt dat thans nog niet exact bekend is waar mogelijk horeca gesitueerd zal worden. Middels de toepassing van technische maatregelen (luifels, schermen etc.) kan in ieder geval gezorgd worden dat aan de bovenstaande regels wordt voldaan.

Voorts is sprake van een stedelijke omgeving, waar dergelijke functies niet ongebruikelijk zijn. Bovendien zijn de beoogde nieuwe woningen binnen het plan maatgevend voor de inpasbaarheid van horecafuncties. Ook ter plaatse van deze woningen, die het meest dicht op de mogelijke horecafuncties zullen zijn gesitueerd, zal sprake moeten zijn van een aanvaardbare situatie wat geluid betreft. Als bij die nieuw te realiseren woningen hieraan voldaan wordt, zal er bij bestaande woningen, die op een grotere afstand liggen, zeker aan worden voldaan. Tot slot wordt ook opgemerkt dat op dit moment ter plaatse van het plangebied bedrijven zijn toegestaan tot en met milieucategorie 4. Dit kan worden beschouwd als relatief zware bedrijvigheid, wat ook een zekere bijdrage kan leveren aan het geluid ter plaatse van de omliggende woningen. Deze bedrijvigheid komt echter te vervallen en maakt plaats voor gemengde functies. Dit betekent dat de maximale impact op de omgeving juist kleiner zal zijn. Voorstel Wij stellen voor de zienswijzen die betrekking hebben op dit onderdeel ongegrond te verklaren, te weten 4.4, 14.9, 9.7.2.

Pagina | 22

F. Groen Door verschillende reclamanten is een zienswijze ingediend met betrekking tot het aspect groen. Het gaat om reclamanten 2, 3, 4, 5, 9, 10, 12, 14, 17, 23 en 24. De inhoud van de zienswijzen per reclamant is niet geheel identiek, maar komen grotendeels wel met elkaar overeen. Hierna worden de te onderscheiden thema's opgesomd:

1. Parkbelofte/gemeenschapsgevoel. Naast de locatie van FenixIzou een park aangelegd worden. Het verdwijnen van het grasveld draagt negatief bij aan het gemeenschapsgevoel, er worden daar namelijk diverse sociale initiatieven ontplooid. Bij de koop van een woning dan wel aanvang van de huur in Fenix I is toegezegd dat er een park aangelegd zou worden door de gemeente. In 2017 heeft de gemeente Rotterdam het stuk groen waar het Veldblok geprojecteerd is, geschonken aan de toekomstige bewoners van Fenix I en beloofd als parkje met voorzieningen. Dit werd gepresenteerd als compensatie voor de bouw van woningen, in dit geval Fenix I. Reclamanten menen dat de gemeente onbetrouwbaar handelt door met deze bestemmingsplanwijziging bebouwing toe te staan op deze gronden. Met het ontwerpbestemmingsplan is op dit stuk groen het Veldblok gepland. Het verzoek is om de bestemming park te behouden en alleen het Codrico terrein zelf te bebouwen. Het stuk groen heeft namelijk ook een sociale functie. Het verdwijnen van het beloofde park staat haaks op de afspraken die met de bewoners zijn gemaakt en strookt niet met de vergroeningsambities van de gemeente. Naast het feit dat het park nog steeds niet is aangelegd, wordt het als dumpplek van de gemeente gebruikt. Het Veldblok wordt nu deels gebouwd op het stuk grond met de bestemming openbaar groen (park).

Het verzoek is om de bestemming park te behouden en alleen het Codrico terrein zelf te bebouwen, mogelijk ook als dit ten koste gaat van het Veldblok. Het Veldblok staat op een stuk grond dat door de gemeente aan andere bewoners is toegezegd als verblijfsruimte en kan bestemmingsplantechnisch daar niet gerealiseerd worden. Reactie De gemeente vindt groen belangrijk en streeft naar het vergroenen van de stad. Het huidige groen tussen het fabrieksterrein van Codrico en Fenix I is gerealiseerd bij de oplevering van de Fenix I, als onderdeel van het Inrichtingsplan-Veerlaan, Siloplein, Paul Nijghkade en Nico Koomanskade. Dit inrichtingsplan legde de inrichtingswijze rond de twee Fenix I en de Veerlaan vast. Met het inrichtingsplan is het tussenliggende terrein voor voetgangers toegankelijk en groen (plantsoen van gras en bomen) ingericht. Daarbij zijn een aantal noodzakelijkheden geïntegreerd, waaronder de toegang naar de Fenixparkeergarage, de ontsluiting van de Codrico fabriek en vuilcontainers voor de afvalinzameling. De inrichting is groen, sober en het functioneren is niet strak bepaald. Vooralsnog stond het ieder vrij het terrein recreatief (zonder inrichtingsmaatregelen) te gebruiken. Zo ook de gemeente die een deel tijdelijk reserveerde als uitloopgebied voor de bouwketen van de in aanbouw zijnde Groene Kaap.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=513d9632-f4a4-4d0b-89d7-57268871360f