CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb004445] Bijlage 3 behorende bij 24bb004442 over Actieagenda Netcongestie Laagspanningsnetten

Commissie Mobiliteit, Haven, Economie en Klimaat (2022-2026) 25 september 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Aanpak Netcongestie23.956 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten Januari 2024 Opgesteld onder leiding van: Stephan Brandligt, onafhankelijk coördinator Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

Inhoud 1. Inleiding 1.1

3

Aanleiding

3

1.2 Situatie op de laagspanningsnetten

4

1.3

5

Oplossingsrichtingen

2. Verbeteren inzicht in de (toekomstige) belasting van de laagspanningsnetten 2.1

8 8

2.2 Verbeteren prognoses autonome ontwikkeling

11

2.3 Verbeteren inzicht in gemeentelijke plannen

11

2.3.1 Verbeteren inzicht in gemeentelijke plannen warmtetransitie

12

3.1

4.1

Vergroten van het potentiële flexibiliteitsaanbod in laagspanningsnetten 4.1.1

Slimme en aanstuurbare apparaten worden de norm

4.1.2 Apparaatspecifieke maatregelen

Verbeteren inzicht in de werkelijke belasting van laagspanningsnetten

2.3.2 Verbeteren inzicht in gemeentelijke plannen elektrisch vervoer

14

2.3.3 Verbeteren inzicht in gemeentelijke plannen woningbouw

15

3. Versnellen netverzwaring

4. Efficiënter gebruik maken van het net

4.2 Sturen op efficiënt netgebruik

17

3.1.1

Versnellen ruimtelijke inpassing

17

3.1.2 Implementeren proactieve buurt- of wijkgerichte aanpak

19

3.1.3 Inzetten van extra uitvoeringskracht

20

3.1.4 Vergroten realisatiecapaciteit

21

3.2 Versterken samenwerking gemeenten en netbeheerders

22

25 26 28 34

4.2.1 Sturen via (aansluit)voorwaarden

34

4.2.2 Sturen via prijsprikkels

37

4.2.3 Sturen via inkoop van flexibiliteit door de netbeheerder

40

4.2.4 Noodmaatregel: sturen via verplichte flexibiliteitslevering

42

4.3 Overige (technische) maatregelen om efficiënter gebruik te maken van het net

43

4.3.1 Verminderen van faseonbalans

43

4.3.2 Gebruik van openbaar vervoernetten (OV-netten)

44

4.3.3 Gebruik van openbare verlichtingsnetten (OVL-netten) 45

16

Versnellen uitvoering netverzwaring

25

5. Communicatie 5.1

Basisboodschap

46 46

5.2 Communicatie per maatregel

47

5.3 (Duurzaam) informeren en betrekken partijen

47

6. Overzicht van maatregelen 6.1

Maatregelen verbeteren inzicht (toekomstige) belasting van de laagspanningsnetten

48

3.2.1 Versterken samenwerking en bewustwording tussen gemeenten en netbeheerders

22

6.2 Maatregelen versnellen netverzwaring

51

3.2.2 Inrichten afstemmingsoverleggen gemeenten en netbeheerders

23

6.3 Maatregelen efficiënter gebruik maken van het net

54

6.4 Maatregelen communicatie

60

3.2.3 Verbeteren informatie-ontsluiting netbeheerders aan gemeenten en andere belanghebbenden

24

48

Bijlage 1: Probleemanalyse Congestie in het laagspanningsnet

2 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

1. Inleiding 1.1

Aanleiding

Het klimaat verandert. Dit bedreigt het leven van mensen, dieren en de natuur. En het richt schade aan, met wereldwijde gevolgen. Er wordt wereldwijd hard gewerkt om die snelle verandering af te remmen door minder broeikasgassen uit te stoten. Nederland gaat voor klimaatneutraal in uiterlijk 2050 en streeft naar 2040. We maken wijken aardgasvrij en leveren duurzame warmte aan woningen en gebouwen, aan bewoners en bedrijven. De energietransitie vraagt om een enorme verbouwing van het energiesysteem, waarbij fossiele brandstoffen plaatsmaken voor duurzame elektriciteit. Bedrijven stappen van het aardgas af en bouwen elektrolysers en e-boilers. Nederland is na Australië het land met de meeste zonnepanelen per inwoner en wereldwijd één van de koplopers in het realiseren van laad­ infrastructuur voor elektrisch vervoer. Veel van deze ontwikkelingen zijn in een verdere stroomversnelling gekomen door de hoge gasprijzen als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Er is behoefte aan voldoende energiezekerheid door bijvoorbeeld in te zetten op nog meer wind- en zonne-energie van eigen bodem. De verduurzaming van bedrijven en huishoudens gaat steeds sneller en dat is goed nieuws voor de verduurzaming van ons land.

Deze ontwikkelingen hebben tegelijkertijd verstrekkende consequenties voor het elektriciteitsnet: de grenzen van het elektriciteitsnet komen steeds sneller in zicht, in steeds meer gebieden in het land en in steeds grotere mate op meerdere spanningsniveaus (hoog-, midden-en laagspanning).1 Van het hoogspannings- en middenspanningsnet is al bekend dat de capaciteitsvraag sneller toeneemt

1

2 3 4

dan het tempo waarmee de netbeheerders het net kunnen verzwaren of uitbreiden. Om netcongestie op het midden- en hoogspanningsnet aan te pakken is eind 2022 het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) gestart. Inmiddels dreigt ook op de laagspannings­netten netcongestie te ontstaan (zie paragraaf 1.2).2 Onafhankelijk coördinator Stephan Brandligt is in mei 2023 gevraagd om samen met netbeheerders, VNG, IPO, BZK, IenW, EZK, ACM, kennisinstellingen, brancheorganisaties en markt­ partijen, deze gezamenlijke actieagenda op te stellen om netcongestie op het laagspanningsnet aan te pakken.3 Deze actieagenda vormt het vierde spoor van het Landelijk Actieprogramma Netcongestie dat in december 2022 is vastgesteld en bouwt voort op de maatregelen die via de drie bestaande werksporen al worden geïmplementeerd. In deze actieagenda zijn ook de maatregelen voor de laagspanningsnetten die de minister voor Klimaat en Energie op 18 oktober 2023 heeft aangekondigd, opgenomen.4 Scope De scope van de actieagenda netcongestie laag­ spanningsnetten wordt bepaald door overbelasting van de componenten van het laagspanningsnet (MS/ LS-transformatoren en laagspanningskabels). Op die componenten zijn verschillende netgebruikers aan­ gesloten, waarbij de onderverdeling in klein- en grootverbruikers relevant is: ●

Kleinverbruikers zijn aangeslotenen met een aansluiting tot 3 x 80 A. Onder kleinverbruikers vallen alle huishoudens, maar ook bedrijven met een kleinverbruikersaansluiting en maatschappelijke organisaties (scholen etc). Alle kleinverbruikers zijn aangesloten op het laagspanningsnet.

Dat werkt twee kanten uit: door filevorming (transportschaarste) raken de afritten van de landelijke snelweg (hoogspanning) richting de regionale provinciale weg (middenspanning) verstopt en andersom lopen de toegangswegen naar de provinciale weg vol als gevolg van filevorming op het lokale wegennet (laagspanning). Het grote verschil met de file is dat de weg heel blijft als deze vol staat met auto’s. Bij het stroomnet is het zo dat onderdelen bij overbelasting beschadigd kunnen raken of kapot gaan, waardoor er stroomstoringen kunnen ontstaan. https://www.alliander.com/nl/financieel-nieuws/ook-elektriciteitsnet-in-woonwijk-loopt-tegen-grenzen-aan/ https://open.overheid.nl/documenten/90621968-e148-482c-80f7-b832a1ba0978/file https://open.overheid.nl/documenten/fc7477f5-775b-4851-bdb3-30f89f1ad15a/file

3 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

●

Grootverbruikers hebben een aansluiting groter dan 3 x 80 A. Het gaat dan om bedrijven of maatschappelijke instellingen (bv: ziekenhuis) met een groot elektraverbruik. De meeste grootverbruikers zijn aangesloten op het middenen hoogspanningsnet, maar soms ook op het laagspanningsnet. Een grootverbruiker is dan meestal aangesloten met een eigen kabel op een MS/LS-transformator. De grootverbruiker belast dus niet de laagspanningskabels waar kleinverbruikers op aangesloten zijn, maar wel de transformator.

De actieagenda netcongestie laagspanningsnetten richt zich op het zoveel mogelijk voorkomen, zo snel mogelijk oplossen en waar nodig mitigeren van de gevolgen van netcongestie op de laagspanningsnetten. De actieagenda netcongestie laagspanningsnetten richt zich op bestaande en nieuwe aansluitingen van onder andere: ● woningen, van appartement tot vrijstaande villa; ● bedrijven, maatschappelijke instellingen (o.a. scholen, winkels, gezondheidscentra, sportzalen, e.d.) ● lichte industrie, boerenbedrijven; ● opwek met kleinschalige zon-op-dak. De actieagenda richt zich niet op bestaande aansluitingen van: ● ziekenhuizen, grote winkelcentra, grote sportcomplexen, e.d. ● industrie, grotere bedrijven, glastuinbouw, e.d. Deze hebben een eigen MS/LS-transformatorstation of een eigen aansluiting op het middenspanningsnet en zijn daarmee al onderdeel van het bestaande LAN. Aangeslotenen op het laagspanningsnet kunnen ook bijdragen aan de oplossing van congestie in het midden- en hoogspanningsnet. Door op piek­momenten minder te verbruiken kunnen aangeslotenen op het laagspanningsnet helpen voorkomen dat het hoog- en middenspanningsnet overbelast raakt.

1.2 Situatie op de laagspanningsnetten De energietransitie zorgt voor een enorme verbouwing van het energiesysteem, waarbij fossiele brandstoffen plaatsmaken voor duurzame elektriciteit. De verduurzaming van bedrijven en huishoudens heeft consequenties voor het elektriciteitsnet.

De grenzen van het elektriciteitsnet komen in zicht: in steeds meer gebieden in het land, in steeds grotere mate, en op meerdere spanningsniveaus (hoog-, midden- en laagspanning). Ook het laagspanningsnet – dat elektriciteit transporteert naar kleinverbruikers zoals huishoudens, bedrijven en maatschappelijke instellingen – heeft te maken met dreigende congestieproblematiek: kleinverbruikers vragen meer elektriciteitstransport dan het stroomnet aankan. Daardoor ontstaan een drietal verschillende problemen: 1. Onderspanning 2. Overspanning en 3. Overbelasting met als gevolg afschakeling van de afnemers. Overspanning (= meer dan 253 volt) ontstaat als er meer aanbod aan elektriciteit is dan het net aankan. Overspanning in laagspanningsnetten is vrijwel altijd gerelateerd aan een surplus aan opgewekte zonnestroom. Het uit zich in beperkingen bij ‘terugleveren’. In straten of wijken met veel zonnepanelen kan op piekmomenten ineens een te groot aanbod ontstaan aan zonnestroom. Om te voorkomen dat de netspanning oploopt tot te hoge voltages (=schadelijk voor apparatuur) schakelen de omvormers in de zonneinstallaties zichzelf uit. De zonnestroom ‘terugleveren’ aan het net is dan tijdelijk niet mogelijk.

Onderspanning (= minder dan 207 Volt) ontstaat als de vraag naar elektriciteit te groot is, bijvoorbeeld vanwege een grote stroomvraag vanuit onder andere warmte­pompen of laadpunten voor elektrisch vervoer. Wanneer onderspanning merkbaar is, is de hinder meestal groot: lampen knipperen of apparatuur raakt zelfs beschadigd. Capaciteitstekort ontstaat als men meer elektriciteit wil transporteren dan een kabel aankan. De netcomponenten warmen hierdoor extra op en kunnen versneld verouderen of zelfs beschadigd raken (overbelasting). Doordat op het laagspanningsnet een groeiend aantal zonnepanelen, laadpalen en warmtepompen wordt aangesloten, is de transportbehoefte op het laagspanningsnet enorm gestegen. Als forse overbelasting dreigt (en daarmee het risico op doorbrandende kabels of transformators), schakelen de netcomponenten zichzelf uit om permanente schade te voorkomen. Aansluitingen komen in dat geval zonder stroom te zitten, totdat een monteur het net weer ingeschakeld heeft.

4 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

Netbeheerders hebben momenteel te weinig inzicht in de (toekomstige) belasting van de laagspanningsnetten om nauwkeurig te kunnen bepalen waar en hoeveel het net verzwaard moet worden en waar de noodzaak het hoogst is. Dit komt onder andere doordat monitoring van de belasting van de laagspanningsnetten momenteel beperkt is, autonome groei zon-PV, warmtepompen en EV beperkt voorspelbaar is, en er beperkt inzicht is in de gemeentelijke plannen warmtetransitie, elektrisch vervoer en woningbouw.

Als er geen actie ondernomen wordt, treffen deze problemen tot 2030 anderhalf miljoen klein­ verbruikers, in de vorm van: ●

meer dan 350.000 kleinverbruikers die herhaaldelijk te maken krijgen met onderspanning, waardoor lampen kunnen knipperen en apparatuur niet altijd goed werkt

●

ongeveer 400.000 kleinverbruikers die een groter risico lopen op storingen

●

ongeveer 750.000 kleinverbruikers die – jarenlang – te maken krijgen met overspanning. Hierdoor schakelen PV-omvormers uit en kan hun zonnestroom tijdelijk niet het net op.

Ook zal dan tot en met 2030 de wachttijd voor nieuwe of zwaardere kleinverbruikaansluitingen significant toenemen. Zonder aanvullende maatregelen kan deze gaan oplopen tot vele maanden.

1.400.000 1.200.000 1.000.000 800.000 600.000 400.000 200.000 0 2023

2025

2027

2029

2031

2033

2035

Klanten met risico op overspanning klanten met risico op storing klanten met risico op onderspanning

Om effectief op te treden tegen de actuele en verwachte problemen op de laagspanningsnetten is het nodig om in te zetten op: 1. netverzwaringen 2. inzicht in de (toekomstige) belasting van de laagspanningsnetten 3. afstemming vraag en aanbod elektriciteit ter voorkoming van piekbelasting De omvang van de benodigde netverzwaringen is echter dusdanig groot dat met de huidige manier van werken niet alle netverzwaringen tijdig gerealiseerd kunnen worden. Dit komt onder andere door onvoldoende beschikbaarheid van arbeidskrachten, materiaal en financiering. Ook zijn de huidige ruimtelijke procedures te tijdrovend.

Tegelijk is het, aanvullend op netverzwaringen en inzicht in de (toekomstige) belasting van de laagspanningsnetten, van belang om in te zetten op het slimmer gebruik maken van de laagspanningsnetten, bijvoorbeeld door in te spelen op betere afstemming tussen vraag en aanbod. Dit voorkomt piekbelasting. Dat is op dit moment nog nauwelijks mogelijk, omdat de meeste apparaten en systemen niet aanstuurbaar zijn en er geen sturing is om te voorkomen dat kleinverbruikers het laagspanningsnet overbelasten. Door lokale opwek en verbruik in de tijd op elkaar af te stemmen (op gebouw en/of wijkniveau) leidt dit bovendien tot een lagere totale belasting van de elektriciteitsnetten. Gelet op de door de energietransitie toenemende vraag naar elektriciteit en de hierboven geschetste verwachte problemen zijn op korte termijn maatregelen nodig op bovenstaande drie onderdelen om de kwaliteit en betrouwbaarheid van de netten te waarborgen. In een gezamenlijke probleemanalyse (bijlage 1) is de situatie met betrekking tot netcongestie op de laagspanningsnetten nader toegelicht.

1.3 Oplossingsrichtingen Netcongestie op de laagspanningsnetten kan worden opgelost door: ● Het versnellen van het verzwaren en uitbreiden van de laagspanningsnetten ● Het efficiënter gebruik maken van de capaciteit op de laagspanningsnetten ● Het zoveel mogelijk besparen van energie Versnellen netverzwaring Uit de probleemanalyse komt naar voren dat het zwaartepunt van de verzwaringsopgave voor de energietransitie naar 2050 van de regionale

5 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

netbeheerders in de periode van nu tot aan 2035 ligt. Volgens berekeningen van Netbeheer Nederland moeten er tot 2030/2035 tussen de 37.000 (+39%) en 54.000 (+57%) extra elektriciteitshuisjes worden bijgebouwd. Ook moet er tussen de 80.000 en 105.000 km kabel worden gelegd; minstens twee keer de aarde rond. De netverzwaring vraagt tussen de 260 en 330 km2 aan extra ondergrondse ruimte voor laag- en middenspanningskabels. Daarmee is het niet alleen een technische, maar ook een ruimtelijke en logistieke opgave.5 Netverzwaring heeft een forse impact op de openbare ruimte. Complicerende factor is dat al die ruimte specifiek in bestaande wijken moet worden gevonden, waar de druk op ruimte al groot is. Ook het openbare leven wordt erdoor geraakt: naar verwachting gaat één op de drie straten in Nederland open om zwaardere kabels aan te leggen. Zowel voor de ruimtelijke inpassing als voor de planning van (graaf- of bouw) werkzaamheden geldt dat vergunningverlening een vertragende factor is. Door gebrek aan personeel en tijdrovende ruimtelijke procedures duurt het verzwaren van laagspanningsnetten lang (doorlooptijden van maanden, kwartalen en zelfs jaren). Mede hierdoor is het niet mogelijk gelijk tempo te houden met de verduurzaming.

Hoe groot de kloof is tussen de uitrolsnelheid van verzwaringen door netbeheerders en de autonome ontwikkelingen, is momenteel onderwerp van onderzoek binnen het LAN. De resultaten van dit onderzoek worden in het eerste kwartaal van 2024 verwacht. Om zoveel mogelijk van de benodigde verzwaring van de laagspanningsnetten tijdig te realiseren is een versnelling nodig. In hoofdstuk 3 zijn hiervoor maat­regelen opgenomen. Efficiënter gebruik van de laagspanningsnetten Het uitbreiden en verzwaren van de elektriciteitsnetten kan vanwege beperkingen in materiaal, mankracht en lange vergunningsprocedures niet altijd en overal waar dat nodig is tijdig uitgevoerd worden. Om de groei van zonnepanelen, warmtepompen, elektrische auto’s en andere elektriciteitsvragers toch tijdig te accommoderen zal het net ook efficiënter gebruikt moeten worden. Dat kan door vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen, stroom zoveel mogelijk achter de meter te gebruiken en piek­ momenten zoveel mogelijk te vermijden. Flexibele vraag (en aanbod) kan worden ingezet om belasting

5

van het elektriciteitsnet beter over de tijd te spreiden. Er zijn verschillende apparaten en systemen die door flexibele inzet een rol kunnen gaan spelen in het verminderen van de netbelasting op de laagspanningsnetten. Op 18 oktober 2023 heeft de minister voor Klimaat en Energie in de Kamerbrief ‘Nieuwe maatregelen netcongestie’ daarom aangekondigd dat slimme, aanstuurbare apparaten de norm worden en dat het kabinet inzet op certificering, standaarden en registratie. Vraagsturing kan bijvoorbeeld gedaan worden door warmtepompen en laadpalen aan te zetten (of op hoger vermogen te laten draaien) op de momenten van piekaanbod van stroom (en uit te zetten/op lager vermogen te laten draaien op momenten van piekvraag naar stroom). Vraagsturing kan zo uitkomst bieden om pieken op te vangen die anders zouden leiden tot kortstondige overbelasting van het netwerk. Hetzelfde geldt voor aanbodsturing door het dynamisch terugleveren door omvormers van zonnepanelen. Naast het uitwerken en implementeren van de technische mogelijkheden daarvoor, is het ook van belang dat voor afnemers producten en diensten in de markt beschikbaar komen om van deze mogelijkheden gebruik te maken.

Met de markt kunnen afspraken gemaakt worden hoe het voor de betrokken afnemers van elektriciteit mogelijk gemaakt kan worden om met producten en diensten voor flexibiliteit kan worden bijgedragen om congestie op laagspanning te voorkomen. In hoofdstuk 4 zijn hiertoe maatregelen opgenomen. Energie besparen Energie die we niet gebruiken, hoeven we ook niet te produceren, te transporteren, te betalen of te importeren. Energie besparen is de eerste stap bij het oplossen van de netcongestie die daarnaast ook de energierekening voor bedrijven en huishoudens verlaagt, ons minder afhankelijk maakt van derde landen voor fossiele brandstoffen en het klimaat spaart. Het is essentieel voor de betaalbaarheid van energie voor burgers, voor een stabiel ondernemersklimaat voor onze bedrijven en voor een robuuste ontwikkeling van ons nationaal energiesysteem. Door minder energie te gebruiken wordt de druk op het net kleiner en daarom wordt er actief ingezet op energie besparen en energie-efficiëntie in de sectoren industrie, mobiliteit, gebouwde omgeving, en landbouw. Naast wetgeving en andere overheidsinstrumenten spelen ook marktpartijen een belangrijke rol bij het

II3050 Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050

6 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

realiseren van energiebesparing in al deze sectoren. Het aanbod in de markt voor energiebesparingsmaatregelen en besparingsadvies is inmiddels ruim. Zelfs met een maximale inzet op energiebesparing dan nog zullen de laagspanningsnetten uitgebreid moeten worden. Op basis van de Europese energiebesparingsdoelen uit de Energy Efficiency Directive (EED), stelt het kabinet een nationale besparingsdoelstelling vast. Dit nationale doel krijgt een doorvertaling naar sectorale streefwaarden. Deze streefwaarden zijn een uitgangspunt voor de sectorale transitiepaden. Dit vormt de basis voor het Nationaal Programma Energiebesparing waaraan wordt gewerkt (NPEB). Op dit moment wordt al langs de lijnen van het NPEB gewerkt aan instrumenten en maatregelen voor overheden, bedrijven en burgers om energie te besparen. Zo zijn er verplichtingen, (zoals bijvoorbeeld de energiebesparingsplicht voor bedrijven en instellingen), subsidies (zoals bijvoorbeeld het ontzorgingsprogramma mkb, de ISDE en de DuMaVa) en nationale campagnes (zoals “Zet ook de knop om” en het programma verduurzaming bedrijventerreinen). Dit instrumentarium is gericht op een brede doelgroep van klein- tot grootverbruikers omdat netcongestie zich ook op meerdere spanningsniveaus voordoet.

Omdat energie besparen een gezamenlijke, maatschappelijke opgave is voert de rijksoverheid onder verantwoordelijkheid van de minister voor Klimaat en Energie onder de koepelcampagne ‘Zet Ook De Knop Om” (ZODKO), de communicatiecampagne op energie besparen. De campagne richt zich op bewustwording en concrete handelingsperspectieven voor de verschillende doelgroepen binnen de campagne. Dit wordt gedaan door praktische informatie en tips te geven over eenvoudige maatregelen die mensen kunnen nemen om energie te besparen. Het doel is om bedrijven, overheden en mensen thuis bewuster te maken van hun energieverbruik, inzicht te geven in de voordelen van energiebesparing en laten zien hoe en welke energiebesparende maatregelen je kunt nemen. Ook geeft ZODKO-campagne tips voor bedrijven en instellingen en wijst ze op de wettelijke verplichtingen vanuit de EED en energiebesparingsplicht.

Overheden vervullen een belangrijke voorbeeldrol op het gebied van energiebesparing. In de basis moeten overheden voldoen aan alle wet- en regelgeving die in algemene zin van toepassing is op het gebied van energie besparen. Denk hierbij aan de energiebesparingsplicht en nationale doelen uit de EED en de Richtlijn energieprestatie van gebouwen (EBPD). Daarnaast zijn er in de EED specifieke artikelen opgenomen gericht op de voorbeeldrol van overheden. Deze leggen overheden een extra doelstellingen op wat betreft energie besparen, bewust inkopen en het renoveren van gebouw oppervlakten. Recent is de gewijzigde motie van de leden Kröger en Thijssen aangenomen over het streven dat per 2025 alle openbare verlichting en verlichting van Rijks­gebouwen bestaat uit ledverlichting (t.v.v. 36410XIII-78). Hoe uitvoering wordt gegeven aan deze motie wordt op dit moment verkend.

7 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

2. Verbeteren inzicht in de (toekomstige) belasting van de laagspanningsnetten De genoemde oplossingsrichtingen vragen om beter inzicht in de (toekomstige) belasting van de laagspanningsnetten. Netbeheerders hebben deze informatie nodig om beter te kunnen bepalen waar en hoeveel het net verzwaard moet worden en waar de noodzaak het hoogst is. Gemeenten hebben deze informatie nodig om hun energie-, warmte- en laadplannen op te kunnen stellen. Ook is deze informatie essentieel voor maatregelen die efficiënter netgebruik mogelijk maken, immers moet duidelijk zijn op welke momenten welke apparaten op welke manier moeten reageren op de actuele netbelastingsituatie. Tot slot helpt dit inzicht bij het bieden van handelingsperspectief aan kleinverbruikers en marktpartijen. Om het inzicht in de (toekomstige) belasting van de laagspanningsnetten te verbeteren worden de volgende maatregelen genomen: 1. Het inzicht in de werkelijke belasting van laagspanningsnetten wordt verbeterd. 2. De prognoses van de autonome ontwikkeling worden verbeterd. 3. Het inzicht in de gemeentelijke plannen voor de warmtetransitie, elektrisch vervoer en woningbouw wordt verbeterd.

6

2.1 Verbeteren inzicht in de werkelijke belasting van laagspanningsnetten In tegenstelling tot het hoogspanningsnet en de middenspanningsnetten hadden regionale netbeheerders voor de laagspanningsnetten tot voor kort weinig andere data over zaken als spanning en uitval op de laagspanningsnetten beschikbaar dan de knelpunten die door kleingebruikers werden gemeld. Sinds 11 juli 2023 zijn netbeheerder in staat om bepaalde data van slimme meters te gebruiken voor netbeheer zodanig dat de privacy van eindgebruikers is geborgd.6 Dit betreft momenteel enkel nog spanningsinformatie welke door middel van Use Cases door de net­ beheerder kan worden aangevraagd. Dit proces heeft twee beperkingen: 1) verbruiksdata kan nog steeds niet worden gebruikt en 2) het proces om de use cases in behandeling te nemen is nog traag. Beide beper­kingen leiden ertoe dat het inzicht dat de net­beheerders vanuit slimme meter data kunnen gebruiken nog beperkt is. Gegevens uit de slimme meter geven informatie die in verschillende situaties kunnen worden gebruikt om problemen op te sporen of verbeteringen door te voeren in het elektriciteit- of gasnet. Om grip te krijgen op de problematiek in de laagspanningsnetten is gebruik van verbruiksdata uit slimme meter data zeer wenselijk. Dit geeft namelijk op korte termijn de mogelijkheid om inzicht in de netten te hebben en actuele problemen in kaart te brengen.

Daarnaast kunnen

In mei 2022 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) de definitieve goedkeuring van de Gedragscode Slim Netbeheer gepubliceerd en op 11 juli 2023 heeft de AP Netbeheer Nederland geaccrediteerd als toezichthoudend orgaan op de gedragscode. Hiermee is de gedragscode ook daadwerkelijk van kracht als officiële AVG-gedragscode en zijn netbeheerders in staat om bepaalde data van slimme meters te gebruiken voor netbeheer zodanig dat de privacy van eindverbruikers is geborgd.

8 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

netbeheerders hun gebruikte prognosemodellen valideren en verbeteren waardoor het voorspellende vermogen rondom knelpunten groeit en er met het gedetailleerde inzicht meer klanten ingepast kunnen worden op de bestaande netten. Tot slot is gedetailleerd inzicht in de lokale netten verkregen door de combinatie van benoemde verbruiksdata en de data uit geplaatste sensoren op LS/MS transformatoren een randvoorwaarde voor het effectief aansturen van mogelijke slimme oplossingen zoals beschreven later in hoofdstuk 4. Over het gebruik van verbruiksdata zijn afspraken gemaakt met de Autoriteit Persoonsgegevens in een gedragscode. Netbeheerders worden momenteel

echter nog belemmerd door een memorie van toelichting op de wet die in 2010 de uitrol van slimme meters mogelijk maakte.7 Verbruiksdata (concreet kwartier- en uurstanden) lijkt op dit moment namelijk niet uitgelezen en vervolgens gebruikt (ook niet geanonimiseerd) te kunnen worden zonder ondubbel­ zinnige toestemming van de consument op basis van deze interpretatie van de wettekst. Ondanks dat het hier om een memorie van toelichting gaat (geen wet), zien netbeheerders op basis van deze uitleg uit 2010 nu geen ruimte om verbruiksdata structureel uit te lezen. Gegeven de nieuwe werkelijkheid waarin netcongestie, ook op de LS netten, tot grote maatschappelijke effecten kan leiden, is het nodig dat deze interpretatie opnieuw wordt gewogen.

MAATREGEL

IMPACT

TERMIJN

(MOGELIJK) COMPLICERENDE FACTOREN

ACTIEHOUDER(S) EN BETROKKEN ORGANISATIES

Use Cases van netbeheerders bedoeld voor het aflezen van slimme meter data met als doel om congestie op te sporen behandelen met prioriteit

Doorlooptijden voor de afhandeling van use cases verkorten

Korte termijn

Kan ervoor zorgen dat andere aanvragen langere wachttijden ervaren

Actiehouder: Netbeheer Nederland

Netbeheerders en EZK gaan na in hoeverre juridische ruimte gevonden kan worden voor het gebruik maken van intervalstanden m.b.t. gebruiksdata geanonimiseerd door netbeheerders bij het uitvoeren van hun netbeheertaken

beter inzicht in de (toekomstige) netsituaties te verschaffen; effectieve inzet van maatregelen (zowel verzwaren als efficiënter netgebruik).

Begin 2024

Regionale net­ beheerders passen hun ICT-systemen zodanig aan en richten processen zodanig in dat slimme meterdata kleinverbruikers gebruikt worden

Verbetering identificatie knelpunten laagspanningsnetten en prognoses t.a.v. knelpunten

7

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

Actiehouder: EZK en Netbeheer Nederland

Randvoorwaardelijk voor onderbouwen proportionaliteit maatregelen en doelmatige inzet van deze maatregelen Loopt samen op met maatregel mbt gebruikmaking verbruiksinformatie

Voor spanningsdata zijn ICT systemen reeds aangepast. Voor het gebruiken van verbruiksdata is dit nog niet gebeurd.

Actiehouder: Net­ beheer Nederland en individuele regionale netbeheerders

Kamerstuk kst-32374-3 sectie 2.2 laatste paragraaf en sectie 3.2

9 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

In het wetsvoorstel afbouw salderingsregeling dat momenteel voorligt in de Eerste Kamer, is voor kleinverbruikers de verplichting opgenomen een meter te accepteren die afname en invoeding apart kan meten. De regionale netbeheerders zullen alle kleinverbruikers die nog geen geschikte meter hebben gedurende twee jaar een slimme meter aanbieden die invoeding en afname apart kan meten. Afnemers

kunnen deze slimme meter weigeren, in dat geval wordt een digitale meter (niet op afstand uitleesbaar) geplaatst. Klein­verbruikers kunnen een slimme meter ook administratief uit laten zetten, een netbeheerder mag deze meter dan niet op afstand uitlezen. Op dit moment beschikt bijna 90% van de kleinverbruikersaansluitingen over een slimme meter.

MAATREGEL

IMPACT

TERMIJN

(MOGELIJK) COMPLICERENDE FACTOREN

In het kader van het wetsvoorstel afbouw salderingsregeling gedurende 2 jaar aanbieden van een slimme meter aan kleinverbruikers die deze nog niet hebben.

Verhogen van het aantal slimme meters in het net, waardoor er meer inzicht komt in actuele belasting van het net.

2026/2027

●

Wettelijke basis voor de verplichting een meter die afname en invoeding apart kan meten te accepteren is afhankelijk van aanname wetsvoorstel afbouw salderingsregeling

●

kleinverbruikers kunnen ook kiezen voor een digitale (niet op afstand uitleesbare) meter ipv een slimme meter

ACTIEHOUDER(S) EN BETROKKEN ORGANISATIES

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

Actiehouder: regionale netbeheerders

Naast het gebruik van de data uit slimme meters zal de belasting van de laagspanningsnetten ook in kaart worden gebracht door informatie vanuit transformator­stations (MS/LS). Deze informatie is in de nabije toekomst ook noodzakelijk om net-intensieve apparaten aan te sturen (zie paragraaf 4.1).

MAATREGEL

IMPACT

TERMIJN

(MOGELIJK) COMPLICERENDE FACTOREN

ACTIEHOUDER(S) EN BETROKKEN ORGANISATIES

Verder versnellen van het bemeteren MS/ LS-stations inclusief tussentijdse voortgangsmonitoring. Inzet is gericht op 100% inzicht in de belasting van laag­spannings­ netten.

inzicht in actuele belasting van de MS en LS netten

Tussen 2026 en 2029 inzicht compleet

Beschikbaarheid meetapparatuur (materialen) en uitvoeringscapaciteit (mensen)

Actiehouder: regionale netbeheerders

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

Betrokken organisaties: Producenten/leveranciers van de benodigde (slimme) meetapparatuur,

In de eerste helft van 2024 delen de regionale netbeheerders een plan over de wijze en de planning, waarop aan gemeenten en andere belang­hebbenden inzicht in de laag­ spannings­netten wordt geboden.

10 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

2.2 Verbeteren prognoses autonome ontwikkeling Naast de beleidsmatige keuzes die gemeenten maken voor de warmtetransitie en de laadinfrastructuur, wordt (het tempo van) de benodigde netverzwaring óók sterk bepaald door autonome keuzes van klein­verbruikers. Het registreren van net-intensieve apparaten (zoals laadpalen, warmtepompen,

zonnepanelen en koelinstallaties) maakt inzichtelijk wat de impact is van deze apparaten op het elektriciteitsnet en waar op het net deze impact het grootst is. Hiermee kunnen regionale netbeheerders hun prognoses verbeteren en sneller actie ondernemen indien nodig. Bijkomend voordeel is dat gemeenten op basis hiervan een beter beeld hebben van de lokale ontwikkelingen en hier (pro-)actief op kunnen reageren.

MAATREGEL

IMPACT

TERMIJN

(MOGELIJK) COMPLICERENDE FACTOREN

ACTIEHOUDER(S) EN BETROKKEN ORGANISATIES

Verplichten registratie van nieuw te installeren net-intensieve apparaten (zoals laadpalen, warmtepompen, zonnepanelen, koelinstallaties) voor zover dit nog niet het geval is.

Verbetering prognoses

Afhankelijk van:

Data en privacy wetgeving.

Actiehouder: EZK, IenW

●

Wetgeving

●

Implementatie binnen de installatiesector

Het wordt onderzocht hoe een mogelijke registratie van warmtepompen vorm kan worden gegeven in het kader van normering warmte-installaties per 2026. Gekeken wordt of deze kan worden uitgebreid voor nieuw te installeren slim aanstuurbare warmtepompen.

2.3 Verbeteren inzicht in gemeentelijke plannen Netbeheerders gebruiken veelal landelijke databronnen voor het maken van prognoses waarmee knelpuntenanalyses worden uitgevoerd. De voorspelde ontwikkelingen van deze landelijke databronnen, zoals bijvoorbeeld Primos en ElaadNL, kunnen op buurtniveau sterk afwijken van de ontwikkelingen die een gemeente beoogt. Ook kunnen keuzes voor specifieke alternatieve warmtebronnen een grote impact hebben op de dimensionering en timing van knelpunten. Het is daarom belangrijk dat deze informatie, vooral wanneer er afwijkingen zijn ten opzichte van landelijke databronnen, gecommuniceerd worden aan de netbeheerders.

8

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

Betrokken organisaties: Energiesector: datastelsel MFF Bas Ontwerp-/Bouw-/ Technieksector: datastelsel DSGO

Uit onderzoek van CE Delft8 komt naar voren dat de keuze voor het warmtealternatief wat betreft elektriciteitsvraag één van de meest bepalende factoren voor de omvang van de benodigde netverzwaringen kan zijn. Ook de gemeentelijke plannen met betrekking tot elektrisch vervoer kunnen een grote invloed hebben op de benodigde netverzwaringen. Qua energie­ levering is de plaatsing van zonnepanelen op daken voornamelijk relevant voor de belasting van laagspanningsnetten. Het is daarom van belang dat gemeenten zo snel mogelijk duidelijkheid bieden met betrekking tot hun plannen voor de warmtetransitie, elektrisch laden en woningbouw. Op basis van die informatie kunnen netbeheerders netverzwaring in de juiste wijken prioriteren en kunnen gemeenten en netbeheerders op basis van goede wederzijdse informatievoorziening gezamenlijk prioriteren. Zonder informatie van gemeenten over hun plannen met betrekking tot de warmtetransitie gaan netbeheerders uit van een volledig elektrisch scenario voor alle wijken in een gemeente. Wanneer een gemeente er echter voor kiest in een wijk een warmtenet aan te leggen, dan kan hiermee een gedeelte van de toename in elektriciteitsvraag in die wijk worden voorkomen en is netverzwaring in die wijk mogelijkerwijs pas (veel) later noodzakelijk.

https://vng.nl/sites/default/files/2023-07/onderzoek_impact_warmtetransitie_elektriciteit_buurten.pdf

11 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

Om deze data effectief en efficiënt te kunnen verwerken is het voor netbeheerders belangrijk om deze informatie via een standaard format te ontvangen. Daarvoor is door Netbeheer Nederland een invulformulier ontwikkeld waarmee buurt­ specifieke informatie over warmte, nieuwbouw, opwek en mobiliteit gedeeld kan worden. Daarmee kunnen prognoses nauwkeuriger worden waardoor knelpuntenanalyses worden verbeterd en

uiteindelijk ook netuitbreidingen beter aansluiten bij de daadwerkelijke behoefte, zowel in dimensionering alsook in timing. Daarbij is het ook van belang dat er goede afstemming plaatsvindt met andere relevante stakeholders en marktpartijen die iets kunnen zeggen over verwachte ontwikkelingen van vraag naar en aanbod van elektriciteit in het gebied.

MAATREGEL

IMPACT

TERMIJN

(MOGELIJK) COMPLICERENDE FACTOREN

ACTIEHOUDER(S) EN BETROKKEN ORGANISATIES

Stimuleren van het gebruik van het invulformulier door gemeenten voor het delen van buurtspecifieke informatie, met name wanneer buurtspecifieke informatie afwijkt van door de netbeheerders gebruikte landelijke databronnen.

Verbeteren informatiestroom, verbetering prognoses en verbetering dimensionering bij netuitbreidingen.

Doorlopend

Het invulformulier is nieuw en relatief onbekend. Het gebruik hiervan is nog niet standaard waardoor lokaal/ regionaal maatwerk nog beperkt wordt geboden.

Actiehouders: gemeenten, ondersteund door VNG, NPLW, regionale netbeheerders

Mogelijk moet gekeken worden naar een wijziging van de naam, omdat het invulformulier breder wordt ingezet dan voor enkel warmteplannen.

2.3.1 Verbeteren inzicht in gemeentelijke plannen warmtetransitie In het klimaatakkoord zijn inhoudelijke afspraken over de verduurzaming van de gebouwde omgeving vastgelegd. We werken toe naar een duurzaam verwarmde gebouwde omgeving waar we schone elektriciteit gebruiken en opwekken. Doel is om per 2030 1,5 miljoen woningen en andere gebouwen te verduurzamen via een wijkgerichte aanpak, onder regie van gemeenten. Daarnaast is er een individueel spoor waarbinnen gebouweigenaren zelfstandig verduurzamingsmaatregelen nemen. Gemeenten werken via een duidelijk omlijnd planproces. Doel is dat zij via de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) de (aanwijs) bevoegdheid krijgen om ook te kunnen bepalen welke gebieden wanneer van het aardgas gaan en welke alternatieve duurzame bron het aardgas gaat vervangen. Gemeenten benoemen een duurzaam alternatief ter vervanging van aardgas, gebouw­ eigenaren hebben de keuzevrijheid hiervan af te wijken (opt-out). Deze wet is nog niet vastgesteld, streven is dat deze wet begin 2025 in werking treedt. De transitievisie warmte is de eerste stap in het planproces naar aardgasvrije wijken. Inmiddels

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

hebben alle gemeenten een transitievisie warmte opgesteld. Met de transitievisie maken gemeenten het tijdspad inzichtelijk: wanneer kunnen welke wijken of buurten overstappen op een duurzame manier van verwarmen? Voor de wijken of buurten waar de route naar aardgasvrij voor 2030 gepland is, hebben zij ook de potentiële alternatieve energie infrastructuren in beeld gebracht. Dit kan men interpreteren als een niet juridische vooraankondiging. In toekomstige transitie­ visies (warmteprogramma’s) zal een vergelijkbare systematiek worden gehanteerd. In het wetsvoorstel voor de Wgiw is opgenomen dat gemeenten hun warmteprogramma tenminste elke vijf jaar (verplicht) actualiseren, te beginnen in 2026. Gemeenten kunnen ervoor kiezen hun transitievisie verder uit te werken in uitvoeringsplannen. Het uitvoerings­plan kan als onderbouwing dienen voor de voorgenomen wijziging van het omgevingsplan. In het omgevingsplan zijn alle ruimtelijke plannen/regels van de gemeente bijeengebracht. Op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) heeft elke gemeente één omgevingsplan voor het hele grondgebied. De juridische regels in het omgevingsplan zijn bindend voor iedereen. Wanneer gemeenten op basis van de Wgiw

12 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

het omgevingsplan wijzigen en het definitieve duurzame alternatief voor aardgas vastleggen bestaat er juridisch zekerheid over de toekomstige warmtevoorziening. Voor gemeenten, gebouweigenaren maar ook voor andere stakeholders als netwerkbedrijven is dit dus een hele belangrijke stap. Om dit besluit te kunnen nemen is het noodzakelijk dat de voorgenomen keuze ook in de transitievisie/het warmteprogramma is benoemd. Gemeenten kunnen in dat geval bijvoorbeeld een collectieve warmtebron aanwijzen waar gebouweigenaren via een warmtenet op aan kunnen sluiten. Hoewel gebouweigenaren vrij zijn om een afwijkende eigen voorziening aan te leggen is de verwachting dat dit de noodzaak tot netverzwaring kan beperken. In andere gevallen zullen gemeenten mogelijk juist aangeven dat de warmtevoorziening volledig elektrisch wordt zodat voorrang kan worden gegeven aan mogelijk noodzakelijke netverzwaring in dit betreffende gebied. Het Planbureau van de Leefomgeving constateert dat de huidige transitievisies niet altijd even duidelijk zijn over de mogelijke alternatieve warmtevoorziening.9 In andere gevallen is de communicatie van gemeenten naar gebouweigenaren hierover niet altijd duidelijk. Voor gebouweigenaren, netbeheerders en andere stake­holders is het belangrijk is dat er duidelijkheid is zodat zij weloverwogen (investerings)besluiten

MAATREGEL

IMPACT

TERMIJN

Gemeenten bieden op korte termijn duidelijkheid aan gebouweigenaren over hun visie op de warmtetransitie (overeenkomstig de oproep van min BZK)

Q1 2024 en verder

Gemeenten informeren regionale netbeheerders proactief over warmteplannen en actualiseren de informatie wanneer van toepassing, bijvoorbeeld bij de vaststelling van het warmteprogramma (2026).

Q1 2024 en verder

kunnen nemen. Ook juist wanneer gemeenten nog niet direct aan de slag gaan en de optie om een hybride warmtepomp aan te schaffen bijvoorbeeld financieel rendabel is.10 In juli 2023 heeft minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) gemeenten daarom per brief opgeroepen de planvorming voor de gebouwde omgeving op korte termijn verder te concretiseren (voor het eind van het jaar) en gebouweigenaren en andere belanghebbenden duidelijkheid te bieden.11 Dit omvat onder andere een duiding van: ●

gebieden waar vóór 2030 naar verwachting wordt gestart met de aanleg van een warmtenet.

●

gebieden waar vóór 2030 zeker niet wordt overgegaan op een warmtenet maar wel een andere collectieve aanpak wordt voorzien (collectieve isolatieaanpak, volledig elektrisch)

●

gebieden waar vóór 2030 geen collectieve aanpak is voorzien.

Het Rijk ondersteunt gemeenten door op haar beurt duidelijkheid te bieden. Bijvoorbeeld over de toepassingsmogelijkheden van duurzame gassen in de gebouwde omgeving (zoals in bovengenoemde brief).

(MOGELIJK) COMPLICERENDE FACTOREN

ACTIEHOUDER(S) EN BETROKKEN ORGANISATIES

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

Actiehouder: BZK Betrokken organisaties: VNG, NPLW

Vastlegging, update en ontsluiting van deze info via TVW-monitor (i.o.v. BZK)

9 https://www.pbl.nl/publicaties/overzicht-transitievisies-warmte 10 Om deze duidelijkheid als gemeenten te kunnen bieden heeft het NPLW een stroomschema ontwikkeld dat op basis van de huidige Transitievisie Warmte inzichtelijk maakt welke communicatiestappen op korte termijn gezet kunnen worden om betrokken partijen meer duidelijkheid te bieden: https://www.nplw.nl/strategieuitvoering/verhaal-lokale-warmtetransitie/default.aspx 11 https://www.volkshuisvestingnederland.nl/binaries/volkshuisvestingnederland/documenten/brieven/2023/07/20/getekendebrief-verduurzaming-van-de-gebouwde-omgeving/1.+Getekende+brief+Verduurzaming+van+de+gebouwde+omgeving.pdf

13 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

2.3.2 Verbeteren inzicht in gemeentelijke plannen elektrisch vervoer De ambitie in het Klimaatakkoord is dat in 2030 alle nieuwe auto’s emissieloos zijn. We gaan dan naar een wagenpark van 1,9 miljoen elektrische personen­ voertuigen. Daarnaast verwachten we een sterke groei in het aantal elektrische bussen, bestelauto’s, vrachtwagens, light electric vehicles (LEVs) en overig elektrisch transport/vervoer. Om het toenemend aantal elektrische voertuigen van stroom te kunnen voorzien ontstaat een toename in de laadbehoefte. Via de Natio­nale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) wordt gewerkt aan het faciliteren van deze opgave. De NAL is een meerjarige beleidsagenda met ambities en acties die ervoor gaan zorgen dat we straks altijd en overal, makkelijk en slim kunnen laden. Een groot aantal van de afspraken en acties wordt lokaal

MAATREGEL

Monitoren van afspraken in de samenwerkingsovereenkomst RAL.

IMPACT

TERMIJN

Q1 2024 en verder

Actueel houden en ontsluiten van voortgangsinformatie per NAL-regio

en regionaal uitgevoerd. Zo is in de NAL opgenomen dat iedere gemeente een laadvisie en plaatsingsbeleid laadinfrastructuur moet opstellen en worden er Regionale Mobiliteit Plannen (RMP) ontwikkeld. Laadvisies en mobiliteitsplannen worden uiteindelijk mede vertaald in omgevingsplannen, waarbinnen bijvoorbeeld snellaadlocaties en laadpleinen in binnenstedelijk gebied kunnen worden aangewezen. De gemeentelijke laadvisie kent een zichttermijn van tien jaar en wordt iedere twee jaar geactualiseerd. In de samenwerkingsovereenkomst Regionale Aanpak Laadinfrastructuur (RAL) is opgenomen dat de partijen in de NAL-regio’s zich inspannen om laadinfrastructuur efficiënt in te passen in het energiesysteem en de laadbehoefte integraal mee te nemen in de ontwikkeling van het energiesysteem van de toekomst.

(MOGELIJK) COMPLICERENDE FACTOREN

ACTIEHOUDER(S) EN BETROKKEN ORGANISATIES

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

Actiehouder: IenW, RVO

Geborgd in de Samenwerkingsovereenkomst

Betrokken organisaties: NAL-regio’s (namens provincies en gemeenten) Actiehouder: IenW, RVO Betrokken organisaties: NAL-regio’s (namens provincies en gemeenten)

Geborgd in de Samenwerkingsovereenkomst

14 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

2.3.3 Verbeteren inzicht in gemeentelijke plannen woningbouw Netbeheerders leggen netten aan die moeten voorzien in de algehele energiehuishouding in een wijk of buurt. Het is daarom belangrijk om alle energie­ vragende en energieleverende sectoren in beeld te brengen die hierop impact hebben. Veel gemeenten hebben grote doelen gesteld met betrekking tot woningbouw. Wanneer deze ambities middels inbreiding worden gerealiseerd waarbij gebruik wordt gemaakt van een bestaand LS- en MS-net, kan dit een impact hebben op de benodigde transportcapaciteit in deze netten. Het ontsluiten van informatie hierover richting netbeheerders is daarom noodzakelijk

MAATREGEL

Inzicht in planning, kwantiteit en energievraag woningbouw­plannen.

IMPACT

bij het bepalen van de juiste dimensionering van netuitbreidingen en kan in het kader van pro-actief en toekomstbestendig uitbreiden ook in één keer worden meegenomen bij geplande netuitbreidingen. Wanneer het grotere nieuwbouwlocaties betreft waarbij een volledig nieuw net moet worden aangelegd, zal dit vragen om een ander werkproces met als doel de aanleg van een nieuw net, in plaats van de verzwaring van het bestaande net. Een dergelijk project dient apart bij de netbeheerder te worden aangevraagd en te worden ingebracht in het proces van integraal regionaal programmeren.

TERMIJN

(MOGELIJK) COMPLICERENDE FACTOREN

ACTIEHOUDER(S) EN BETROKKEN ORGANISATIES

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

Voor congestie­ gebieden Q1 en Q2 2024.

1) Vanwege angst voor speculatie kunnen plannen niet gedeeld worden. 2) Nog niet genoeg informatie bij de plannen. 3) Plannen nog te zacht.

BZK, woondeal­ regio’s (gemeenten en provincies), ontwikkelaars en netbeheerders.

Geen.

15 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

3. Versnellen netverzwaring Het huidige laagspanningsnet is niet voorbereid op de groeiende elektriciteitsvraag die onder andere afkomstig is van een stijging in gebruik van warmtepompen en elektrische auto’s. Ook is het laagspanningsnet (nog) niet ingericht op de groeiende hoeveelheid zonne-energie die door gebouweigenaren lokaal wordt opgewekt. Daarom moeten de laagspanningsnetten worden uitgebreid en versterkt met meer en dikkere kabels en meer transformatorstations (ook wel middenspanningsruimte (MSR) genoemd). Dit is een grote operatie: volgens berekeningen van Netbeheer Nederland moeten er tot 2030/2035 tussen de 37.000 (+39%) en 54.000 (+57%) extra elektriciteitshuisjes worden bijgebouwd. Ook moet er tussen de 80.000 en 105.000 km kabel worden gelegd. De netverzwaring vraagt tussen de 260 en 330 km2 aan extra ondergrondse ruimte voor laag- en middenspanningskabels. Daarmee is het niet alleen een technische, maar ook een ruimtelijke en logistieke opgave.12

Banen. De slechte staat van Natura2000 gebieden door overbelasting van stikstof vertraagt en beperkt de vergunningverlening voor projecten rondom (laagspannings)netten. Daarom is het ministerie van EZK gestart met een juridische verkenning van mogelijkheden om vergunningverlening voor alle energie-infrastructuur te versnellen. Deze verkenning is eind 2023 gereed. Maatregelen om stikstofuitstoot door bouwactiviteiten te verminderen verhogen het tempo waarin netverzwaring kan worden gerealiseerd, daarvoor bestaat het programma Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB).

Om deze benodigde uitbreiding en verzwaring van de laagspanningsnetten tijdig te realiseren zijn voldoende arbeidskrachten, materiaal, financiering en ruimte nodig. Ook vraagt het een goede samenwerking tussen regio­ nale netbeheerders en gemeenten, onder andere om ervoor te zorgen dat plannen goed op elkaar afgestemd zijn, er grond beschikbaar is, (vergunning)procedures zo snel mogelijk verlopen en inwoners/kleinverbruikers goed en tijdig worden geïnformeerd. Om de verzwaring en uitbreiding van de laagspanningsnetten zoveel mogelijk te versnellen wordt met de actieagenda netcongestie laagspanningsnetten ingezet op: 1. Het versnellen van de uitvoering van netverzwaring 2. Het versterken van de samenwerking tussen gemeenten en netbeheerders op netverzwaring

In het (ontwerp) Nationaal Plan Energiesysteem is benoemd dat ruimtelijke sturing in brede zin een bijdrage kan leveren aan een meer planmatige uitrol van netuitbreidingen en in potentie (op termijn) verlichting kan bieden voor netcongestieproblematiek. Naast het beter bij elkaar brengen van vraag en aanbod kunnen met ruimtelijke sturing en specifiek ruimtelijke planvorming ook mogelijkheden voor systeemintegratie gecreëerd worden en lokale kansen voor energieopwek beter benut worden. Het Rijk wil daarom in samenwerking met medeoverheden kijken naar manieren om de bestaande ruimtelijke sturingsinstrumenten zo goed mogelijk in te zetten en waar nodig het instrumentarium verruimen om het energiesysteem een meer sturende rol toe te kennen in de ruimtelijke ordening. Uitvoering van deze actie in het kader van NPE en met de werkgroep integraal programmeren en werkspoor 1 van het LAN levert ook een bijdrage aan het mitigeren van netcongestie op het laagspanningsnet.

Aanpalende programma’s/trajecten Voor de aanpak van de schaarste aan arbeidskrachten wordt gewerkt aan een apart actieprogramma Groene

In september 2023 hebben netbeheerders bekend gemaakt dat de investeringsprognoses verdubbeld zijn ten opzichte van 2021.13 Daarnaast neemt de financieringsbehoefte toe door de stijgende rente. Er wordt gewerkt aan verschillende oplossingen ten aanzien van het financieringsvraagstuk. Dit maakt echter geen onderdeel uit van deze actieagenda.

12 Bron: II3050 Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050 13 https://www.netbeheernederland.nl/nieuws/netbeheerders-investeren-vanaf-2025-jaarlijks-8mld-in-energie-infrastructuur-1689

16 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

3.1 Versnellen uitvoering netverzwaring

●

Standaardiseren ontwerp en vergunningaanvraag (LAN werkspoor 1 maatregel 1.3.1): Laagspanningsnetten worden integraal meegenomen in de acties die onder deze maatregel worden uitgevoerd. Voor de laagspanningsnetten gaat het dan om MSR-ruimtes, deze zijn in principe vergunningsvrij. Met name afspraken met betrekking tot het standaardiseren van het ontwerp en afspraken rondom grondeigendom en grondrecht voor de trafostations zijn relevant voor het versnellen van netverzwaring van laagspanningsnetten.

●

Basisinformatie versnellen proces ruimtelijke inpassing (LAN werkspoor 1): Binnen LAN spoor 1 wordt momenteel gewerkt aan het opstellen van een informatieproduct voor gemeenten en andere partijen over HS en MS. Netbeheer Nederland is actiehouder. Netbeheer Nederland breidt dit traject uit met LS.

Hoe sneller de uitvoering van de netverzwaringswerkzaamheden gaat, hoe meer delen van het net tijdig verzwaard kunnen worden. Deze versnelling wordt gerealiseerd door: 1. Het versnellen van de ruimtelijke inpassing (inclusief vergunningverlening) 2. Het implementeren van een proactieve buurt- of wijkgerichte aanpak 3. Het inzetten van extra uitvoeringskracht 4. Het vergroten van de realisatiecapaciteit

3.1.1

Versnellen ruimtelijke inpassing

Voor het versnellen van de ruimtelijke inpassing van netverzwaring wordt aangesloten bij al lopende trajecten vanuit het LAN. ●

Grondbeleid en vaste prijsmethodiek (LAN werkspoor 1 maatregel 1.2.2): de laagspanningsnetten (LS) worden integraal meegenomen in de acties die onder deze maatregel worden uitgevoerd.

17 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

MAATREGEL

IMPACT

TERMIJN

Grondbeleid en vaste prijsmethodiek (LAN werkspoor 1 maatregel 1.2.2.)

Beoogd resultaat:

Proces-uitwerkingen netbeheerders (okt ’23)

●

Procesuitwerking van netbeheerders over wijze verkrijgen benodigde rechten grond voor vestigen MSR-ruimte

●

Procesuitwerking van netbeheerders over inzet van onteigeningsinstrument voor verkrijgen van grond voor MS-HS stations

●

Advies voor een vaste prijsmethodiek

●

Gezamenlijk statement bestuurders gemeenten en netbeheerders (n.a.v. bestuurlijke gespreksronde

Bestuurlijke gespreksronde (okt – nov ’23)

(MOGELIJK) COMPLICERENDE FACTOREN

ACTIEHOUDER(S) EN BETROKKEN ORGANISATIES

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

Actiehouders: Netbeheer Nederland Betrokken organisaties: VNG, IPO, Netbeheer Nederland, EZK, BZK

LS wordt integraal meegenomen in bestuurlijke gespreksronde Standaardiseren ontwerp en vergunningsaanvraag (LAN werkspoor 1 maatregel 1.3.1)

Beoogd resultaat: ●

●

Basisinformatie versnellen proces ruimtelijke inpassing (LAN werkspoor 1)

Een handreiking met daarin per asset-type een omschrijving van functionele eisen en additionele functionaliteiten om stedelijke inpassing te bevorderen

Oktober start verkenning MSR-ruimtes

Actiehouder: Netbeheer Nederland, Betrokken organisaties: VNG, Federatie Ruimtelijke Kwaliteit, BZK, IPO,

Verkenning over de mogelijk­heden flexibiliteit in schil MSR-ruimtes

Beoogd resultaat: ●

December ’23 oplevering handreiking

November ‘23

Gezamenlijk informatieproduct met doel om overzicht te creëren

Traject wordt uitgebreid met LS.

Actiehouder: Netbeheerders Betrokken organisaties: VNG, IPO, EZK en BZK

18 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

De resultaten van deze maatregelen bieden gemeenten eind 2023 informatie en handvatten om de ruimtelijke inpassing ten behoeve van netverzwaring te versnellen. Daarnaast heeft de VNG een handreiking voor gemeenten opgesteld over ruimtelijke inpassing van energie-infrastructuur.14 Deze handreiking informeert gemeenten over netcongestie en de rol die zij kunnen spelen in het voorkomen en mitigeren ervan en helpt gemeenten bij het realiseren van een goede en versnelde ruimtelijke inpassing van de energie-infrastructuur. Deze handreiking betreft een groeidocument en zal steeds worden geactualiseerd en aangevuld. Daarnaast is het onder andere voor uitvoering van netverzwaring gewenst om de publiekrechtelijke regie op de ondiepe ondergrond te versterken. Niet alleen

MAATREGEL

IMPACT

TERMIJN

omdat verschillende partijen en wettelijke regimes hier soms langs en door elkaar heen werken, maar ook om schaarse ruimte in de ondergrond toe te wijzen voor de verschillende maatschappelijke opgaven (onder andere energie-infrastructuur, klimaatadaptatie, datanetten). Hiertoe hebben VNG, Netbeheer Nederland, VEWIN en GPKL15 een projectinitiatief gestart. Er zijn gemeenten die vooroplopen in het (versneld) ruimtelijk inpassen van energie-infra. Echter, bij veel (kleinere) gemeenten staat deze opgave nog onvoldoende op het netvlies. Dit vraagt om een stevige inzet op het creëren van een gezamenlijke informatiebasis van netbeheerder en gemeente, een gedeeld beeld van de opgave en een gezamenlijke aanpak bij deze gemeenten. Daarnaast is ondersteuning van gemeenten op deze opgave noodzakelijk.

(MOGELIJK) COMPLICERENDE FACTOREN

ACTIEHOUDER(S) EN BETROKKEN ORGANISATIES

Uitwerken voorstel Landelijke helpdesk (naar analogie van Helpdesk Wind op Land, of Handreiking Geothermie),

Q1 2024: voorstel voor takenpakket, benodigd budget en organisatorische inbedding

Actiehouder: VNG

Uitwerken inrichting ‘Vliegende brigade’: per regio extra capaciteit beschikbaar maken om de gemeentelijke uitvoeringstaken effectief en efficiënt te helpen uitvoeren

Q1-24: voorstel voor takenpakket, omvangsindicatie / benodigd budget, organisatorische inbedding

actiehouder: VNG

3.1.2 Implementeren proactieve buurtof wijkgerichte aanpak Door de inzet van capaciteit voor netverzwarings­ activiteiten geografisch te focussen verkorten regionale netbeheerders doorlooptijden en wordt er meer verzwaard in dezelfde tijd. Een proactieve buurt- of wijkgerichte aanpak betekent het door regionaal netbeheerders structureel vooruitplannen van de netinvesteringen (bijvoorbeeld twee jaar vooruit) zodat het effectief en met name efficiënt uitgevoerd kan worden. Planmatig werken maakt het onder andere mogelijk langdurige contracten

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

Betrokken organisaties: NPRES

Betrokken organisaties: IPO

uit te geven aan aannemers en doorlooptijden in processen met gemeenten te versnellen. Zo maakt gepland werk het mogelijk om bijvoorbeeld het vergunningsproces beter te plannen. Het proactieve van de aanpak geldt voor het deel van de wijk/buurt waar nu nog geen knelpunten zijn, maar die wel alvast verzwaard worden, ook met het oog op het dimensioneren van het net naar de aardgasvrije eindsituatie. Verschillende regionale netbeheerders hanteren een dergelijke aanpak of zijn van plan op korte termijn met een dergelijke aanpak te gaan werken.

14 https://vng.nl/sites/default/files/2023-07/handreiking_ruimtelijke_inpassing_van_energie-infra_20230621.pdf 15 gemeentelijk platform kabels en leidingen

19 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

De buurt- of wijkgerichte is een volledige nieuwe werkstroom die door de netbeheerders wordt ingericht. Deze werkstroom komt naast bestaande werkstromen te staan, welke bijvoorbeeld

MAATREGEL

IMPACT

TERMIJN

Regionale netbeheerders implementeren een proactieve buurt- of wijkgerichte aanpak

Versnelde uitrol netverzwaring waardoor knelpunten kunnen worden voorkomen.

2023- 2024

Gemeenten ondersteunen en faciliteren de uitrol van een buurt- of wijkgerichte aanpak door het inrichten van processen en het beschikbaar stellen van capaciteit

Versnelde uitrol netverzwaring waardoor knelpunten kunnen worden voorkomen.

2024

verantwoordelijk zijn voor verzwaringen van huisaansluitingen, de aanleg van nieuwe netten of het oplossen van storingen. Voor de buurt- of wijkaanpak wordt additionele uitvoeringscapaciteit aangetrokken.

(MOGELIJK) COMPLICERENDE FACTOREN

ACTIEHOUDER(S) EN BETROKKEN ORGANISATIES

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

Actiehouder: regionale netbeheerders Betrokken organisaties: gemeenten

3.1.3 Inzetten van extra uitvoeringskracht Door het inzetten van extra uitvoeringskracht kunnen meer laagspanningsnetten worden verzwaard in dezelfde tijd. Daarnaast sluit een dergelijke aanpak goed aan bij de buurt- of wijkgerichte aanpak die reeds wordt opgesteld door netbeheerders (zie paragraaf 3.1.2). Voor het inzetten van extra uitvoeringskracht zijn twee mogelijkheden: 1. Het inrichten van een bredere aanbesteding 2. Het toepassen van de mogelijkheden van ‘opschuiven in de keten’

Er is al een capaciteitstekort bij gemeenten, dit inrichten behoeft ook capaciteit bij bijvoorbeeld RO ambtenaren. Deze capaciteit zal moeten worden vrijgemaakt

Actiehouders: VNG, regionale netbeheerders, NPLW

Bredere aanbesteding Als nu al duidelijk is dat regionale netbeheerders bepaalde wijken/gebieden de komende jaren nog niet kunnen gaan verzwaren, kunnen deze gebieden aangemerkt worden om door derden verzwaard te worden. De regionale netbeheerder kan dit nu al doen door een deel van haar taken uit te besteden aan externe partijen. Middels een bredere aanbesteding kan de regionale netbeheerder deze taken uitbesteden, mits een geschikte partij zich aanbiedt.

MAATREGEL

IMPACT

TERMIJN

(MOGELIJK) COMPLICERENDE FACTOREN

ACTIEHOUDER(S) EN BETROKKEN ORGANISATIES

Onderzoeken bredere aanbesteding van werkzaamheden die met de reeds gegunde aanbestedingen niet uitgevoerd kunnen worden.

Afhankelijk van de beschikbare uitvoeringscapaciteit in de sector kan deze maatregel de wachttijden voor het uitvoeren van werkzaamheden verlagen.

Kan op korte termijn toegepast worden door de werkzaamheden die door een tekort aan uitvoeringscapaciteit bij reeds gecontracteerde onderaannemers niet op korte termijn uitgevoerd zullen worden door netbeheerders breed aan te besteden.

Bestaande overeenkomsten tussen netbeheerders en door hen gecontracteerde onderaannemers.

Actiehouder: Bouwend Nederland

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

Betrokken organisaties: Netbeheer Nederland

Onduidelijk hoeveel overcapaciteit is bij uitvoerders die nog niet gecontracteerd zijn door de netbeheerders.

20 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

Opschuiven in de keten Regionale netbeheerders doen nu nog veel voorbereidende werkzaamheden voor de uitvoering zelf, zoals detail-engineering en het aanvragen van graaf­vergunningen. Aannemers kunnen de meer routine­matige werkzaamheden overnemen,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=9359079e-3ae7-44b7-b10b-b974f6e53bfd