CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb004445] Bijlage 3 behorende bij 24bb004442 over Actieagenda Netcongestie Laagspanningsnetten

Commissie Mobiliteit, Haven, Economie en Klimaat (2022-2026) 3 juli 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Tweede update Klimaatactieplan Rotterdam23.956 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

waardoor de regionale netbeheerder wordt ontlast, en de voorbereiding beter aansluit op de uitvoering. Dat vermindert het risico op dubbel werk. Dit noemen we opschuiven in de keten (of als er een periode naast elkaar gewerkt wordt, noemen we het werken in bouwteams).

MAATREGEL

IMPACT

TERMIJN

(MOGELIJK) COMPLICERENDE FACTOREN

ACTIEHOUDER(S) EN BETROKKEN ORGANISATIES

Toepassen mogelijkheden Opschuiven in de keten.

Afhankelijk van de beschikbare uitvoeringscapaciteit in de sector kan deze maatregel de wachttijden voor het uitvoeren van werkzaamheden verlagen

Wordt reeds toegepast en zal in periode 2024-2025 uitgebreid gaan worden

Soms zal hiervoor bijscholing van personeel bij de aannemer nodig zijn. De benodigde scholing is gedeeltelijk beschikbaar, én voor een deel van de relevante opleidingen geldt dat zij zeer beperkt toegankelijk zijn voor aannemer-personeel. Daarbij verschillen de eisen per netbeheerder, waardoor scholing minder effectief kan zijn.

Actiehouder: regionale netbeheerders

Naast de hierboven beschreven ‘bredere aanbesteding’ en het ‘opschuiven in de keten’ zijn ook andere vormen denkbaar waarin andere partijen dan de netbeheerder een bijdrage kunnen leveren aan het aanleggen van aansluitingen. In werkspoor 1 van het LAN worden deze nader onderzocht.

3.1.4 Vergroten realisatiecapaciteit De noodzakelijke verzwaring en uitbreiding van de laagspanningsnetten gaat veel arbeidscapaciteit

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

Betrokken organisaties: Bouwend Nederland, Techniek Nederland, Energie Nederland, NVDE, en andere markten

vragen. Om de netverzwaring te kunnen versnellen wordt de realisatiecapaciteit vergroot door in te zetten op het uitwerken van een taskforce uitvoerings­ capaciteit, inclusief het ontwikkelen van modulaire opleidingen voor werken aan het laagspanningsnet, het introduceren van innovaties van componenten­ leveranciers in de uitvoering en het in samenwerking laten ontwikkelen van ICT hulpmiddelen om de administratieve last in de uitvoering te minimaliseren.

MAATREGEL

IMPACT

TERMIJN

(MOGELIJK) COMPLICERENDE FACTOREN

ACTIEHOUDER(S) EN BETROKKEN ORGANISATIES

Het uitwerken van een taskforce uitvoeringscapaciteit.

Meer opgeleide vakmensen, die efficiënter worden ingezet

Q1 2024

Overspannen arbeidsmarkt voor technici

Actiehouders:

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

Bouwend Nederland Betrokken organisaties: Netbeheer Nederland, Techniek Nederland

21 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

3.2 Versterken samenwerking gemeenten en netbeheerders Het is niet mogelijk om overal waar behoefte is aan netverzwaring van laagspanningsnetten deze netverzwaring direct te realiseren. Betere afstemming tussen gemeenten en netbeheerders is nodig om de benodigde uitbreiding en verzwaring van de laagspanningsnetten gezamenlijk te prioriteren, programmeren en te versnellen. Concreet gaat deze samenwerking bijvoorbeeld over de prioritering van de aanpak, afstemming over een zo efficiënt mogelijke uitvoering en de ruimtelijke inpassing. Hiertoe worden de volgende maatregelen genomen: ●

Het versterken van samenwerking en bewustwording tussen gemeenten en netbeheerders

●

Het inrichten van afstemmingsoverleggen uitvoering tussen gemeenten en netbeheerders

●

Het verbeteren van de informatie-ontsluiting tussen netbeheerders en gemeenten

De uitwisseling van informatie over de verwachte belasting van de laagspanningsnetten en de plannen voor het verzwaren van de netten gebeurt in de bredere context van regionale samenwerking tussen overheden, netbeheerders, sectorale programma’s (onder andere RES, NPLW, NAL) en andere partijen. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande samenwerkingsverbanden om snelheid te maken en dubbeling van overleggen te voorkomen. In het kader van de verduurzaming van de gebouwde omgeving is het nationaal programma lokale warmte­ transitie (NPLW) opgericht. Het NPLW ondersteunt gemeenten in de warmtetransitie met uitleg, praktische voorbeelden en hulpmiddelen. Daarnaast ontvangen gemeenten in regio’s financiering voor de regionale structuur NPLW. Het doel van de regionale structuur is dat gemeenten door samen te werken beter regie op de warmtetransitie kunnen voeren, waaronder het uitvoeren (en opstellen) van de TVW’s en uitvoeringsplannen. Met de regionale structuur wordt regionale samenwerking in gemeenten opgezet, of worden bestaande samenwerkingsverbanden verstevigd. In de regionale afstemmingsoverleggen zitten gemeenten, provincie(s), maar ook netbeheerders, groot vastgoedbezitters en andere

stakeholders. In de praktijk wordt vaak de koppeling met de RES gelegd.

3.2.1 Versterken samenwerking en bewustwording tussen gemeenten en netbeheerders De regionale netbeheerders kunnen op basis van informatie over verwachte ontwikkelingen vanuit prognoses en gemeentelijke informatie over welke wijken op collectieve warmte over zullen gaan, inschatten waar en wanneer uitbreiding nodig is. De netbeheerders willen zo efficiënt mogelijk uitbreiden, want dat scheelt tijd en geld zodat ze meer projecten sneller kunnen uitvoeren én het zorgt ervoor dat uitbreidingen in de juiste volgorde gedaan kunnen worden om zoveel mogelijk knelpunten te voorkomen en/of op te lossen. Gemeenten hebben diverse opgaven in de openbare ruimte, bijvoorbeeld meer groen, minder auto’s, aanpassen riolering, herinrichting van straten, aanleggen glasvezel, etc. Die opgaven concurreren uiteraard met het ruimtebeslag als gevolg van de energietransitie. Gemeenten willen ook zo min mogelijk hinder voor inwoners en bedrijven, een duidelijk en voorspelbaar beleid bieden op basis waarvan burgers weten waar ze (in de warmtetransitie) aan toe zijn, waarbij ze betrokken worden en waarbinnen ook de sociale maatschappelijke kant van de transitie voor ogen wordt gehouden. De verschillende perspectieven vanuit de netbeheerder en gemeenten en wederzijds beschikbare informatie moet beter onderling worden gedeeld en over en weer begrepen.

Tussen regionale netbeheerders en gemeenten/ gemeentelijke regio’s moet gekeken worden wat nodig is om de toenemende vraag naar elektriciteit en het toenemend aanbod van duurzaam elektriciteit goed in evenwicht te brengen en de capaciteit op het net optimaal te benutten voor de korte en lange termijn. Een goede samenwerking tussen gemeenten en netbeheerders is essentieel voor een succesvolle aanpak. Om de samenwerking en bewustwording tussen gemeenten en netbeheerders op lokale en regionale schaal te versterken wordt voor de zomer van 2024 in iedere regio een bijeenkomst voor ambtelijke (en mogelijk ook bestuurlijke) vertegenwoordigers van ten minste gemeenten, provincies en netbeheerders georganiseerd, met desgewenst ondersteuning vanuit NPLW en NPRES. Met deze bijeenkomsten wordt bewustwording over netcongestie op de laagspannings­netten op lokaal niveau versterkt en

22 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

een eerste aanzet gegeven tot het duurzaam inrichten van de samenwerking tussen gemeenten en regionale netbeheerders. Als opmaat naar deze bijeenkomsten organiseert NP RES in de eerste helft van 2024 een sessie over laagspanningsnetcongestie tijdens de

MAATREGEL

IMPACT

TERMIJN

Organisatie van bijeenkomsten op regionale schaal voor ambtelijke (en bestuurlijke) vertegenwoordigers gemeenten, provincies en netbeheerders samen met regio’s

Q1 en Q2 2024

Uitwerken voorstel en inrichten duurzame ondersteuning lokale/regionale samenwerking

Voorstel gereed Q2 2024

ambtelijke RES-coördinatorendag. Separaat daaraan wordt een voorstel ontwikkeld voor de duurzame ondersteuning van de lokale/regionale samenwerking tussen gemeenten en netbeheerders.

(MOGELIJK) COMPLICERENDE FACTOREN

ACTIEHOUDER(S) EN BETROKKEN ORGANISATIES

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

Actiehouder: NPRES, NPLW Betrokken organisaties: Gemeenten, VNG, regionale netbeheerders

Inrichting Q3 2024 en verder

Om de gesprekken tussen netbeheerders en gemeenten te voeden kan tooling worden ingezet, zoals bijvoorbeeld een Digital Twin. Dit geeft inzicht in de complexiteit en keuzes voor een toekomstig energiesysteem in een buurt, wijk of op een bedrijven­ terrein. Het maken van een Digital Twin is complex is en vergt veel voorbereiding, en kan daarom niet zomaar voor elke gemeente gemaakt worden. Digital Twins zijn er inmiddels voor acht gemeenten en regio’s. Die kunnen gebruikt worden als voorbeeld om inzicht te krijgen in de effecten van beleid of autonome ontwikkelingen in andere gemeenten.

3.2.2 Inrichten afstemmingsoverleggen gemeenten en netbeheerders Vroegtijdig gezamenlijk aan tafel gaan om de inzichten (waaronder data) en de planning van netbeheerders en gemeenten onderling af te stemmen is nood­ zakelijk. Zo kan bijvoorbeeld vooruit geprogrammeerd worden, tijdig worden gestart met het voorbereiden van vergunningsprocedures, het zoeken (en reserveren) van benodigde ruimte en voorkomen worden dat de benodigde grond wordt vergeven aan andere zaken. Daarnaast zorgt periodieke afstemming voor een betere persoonlijke relatie tussen betreffende medewerkers, de ontwikkeling van gezamenlijke taal en onderling begrip.

Actiehouder: VNG en Betrokken organisaties: NP LW, NP RES

Regionale netbeheerders nemen het initiatief om, waar dit nog niet gebeurt, met ingang van 2024 een gemeentelijk afstemmingsoverleg over netcapaciteit te organiseren tussen gemeenten en netbeheerders. Uitgangspunt is gemiddeld twee overleggen per jaar, gemeenten en netbeheerder bepalen in goed overleg of behoefte is aan meer of minder overlegmomenten en de vorm van deze overleggen. Waar mogelijk wordt aangesloten op bestaande structuren. Gemeenten en netbeheerders zorgen beiden voor integrale vertegenwoordiging vanuit hun organisatie op beleidsvelden als de warmtetransitie, duurzame opwek, mobiliteits­beleid maar ook over beheer en onderhoud, kansen en knelpunten op wijk- buurt en dorpsniveau. In samenspraak worden vervolgafspraken gemaakt over de organisatie van vervolgbijeenkomsten. Voor de langere termijn is ondersteuning van de onderlinge afstemming over netverzwaring alsook de interne afstemming bij gemeenten op dit punt noodzakelijk. Dit vraagt inhoudelijke maar vooral ook procesmatige ondersteuning. Bij veel gemeenten ontbreekt het aan de beschikbaarheid van één centraal aanspreekpersoon met voldoende inhoudelijke en procesmatige kennis/capaciteit om dit gesprek te organiseren.

23 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

MAATREGEL

IMPACT

TERMIJN

Organiseren gemeentelijke afstemmingsoverleggen over netcapaciteit tussen gemeenten en netbeheerders.

Uitwisseling van informatie

Vanaf Q1 2024

Actiehouder: Regionale netbeheerders en gemeenten

Regionale netbeheerders stellen een eenduidig aanspreekpunt per gemeente aan (indien dit nog niet het geval is)

tijdig en proactief transparante wijkanalyses over de status, knelpunten en plannen die er zijn qua energieinfrastructuur.

Q1 2024

Regionale netbeheerders

Q1 2024

Gemeenten

Gemeenten stellen een eenduidig aanspreekpunt voor de regionale netbeheerder aan (indien dit nog niet het geval is).

3.2.3 Verbeteren informatie-ontsluiting netbeheerders aan gemeenten en andere belanghebbenden Het is voor gemeenten en andere belanghebbenden belangrijk om inzicht te hebben in hoe prognoses tot stand komen waaruit toekomstige knelpunten worden bepaald. Daartoe moeten gebruikte bronnen en aannames duidelijk zijn voor alle belanghebbenden. Daarnaast is er grote behoefte bij stakeholders om

MAATREGEL

IMPACT

TERMIJN

Regionale netbeheerders ontsluiten informatie over (de capaciteit en belasting van) het elektriciteitsnet voor gemeenten en andere belang­ hebbenden

Transparante deelbare output richting

Verkenning informatiebehoefte Q1 2024 gereed uitwerken ontsluitingsmethodiek: eind 2024 gereed

(MOGELIJK) COMPLICERENDE FACTOREN

ACTIEHOUDER(S) EN BETROKKEN ORGANISATIES

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

inzicht te hebben in de capaciteit in het laagspanningsnet, op wijk- en buurtniveau. Daartoe wordt onderzocht waar de informatiebehoefte van gemeenten en andere belanghebbenden precies liggen, welke mogelijkheden er zijn om hier invulling aan te geven en op welke termijn. Het doel hiervan is het ontsluiten van de juiste informatie op een transparante en doelmatige wijze.

(MOGELIJK) COMPLICERENDE FACTOREN

ACTIEHOUDER(S) EN BETROKKEN ORGANISATIES

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

Actiehouder: Netbeheer Nederland en individuele regionale netbeheerders Betrokken organisaties: ACM, EZK, VNG, NVDE

24 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

4. Efficiënter gebruik maken van het net Zoals in hoofdstuk 3 beschreven zal, zelfs met de beschreven maatregelen, de verzwaring van de laagspanningsnetten geen gelijke tred kunnen houden met de verduurzamingsactiviteiten van kleinverbruikers. Om de groei van zonnepanelen, warmtepompen, elektrische auto’s en andere elektriciteitsvragers toch tijdig te accommoderen en uitval te voorkomen zal het net ook efficiënter gebruikt moeten worden. Efficiënt gebruik maken van het net is nodig om: ● De periode totdat het net voldoende is verzwaard zo goed mogelijk te overbruggen; en ● De (kosten van) netverzwaring te beperken door de grootste pieken van transport te voorkomen. Om efficiënt netgebruik mogelijk te maken is het noodzakelijk om een potentieel flexibiliteitsaanbod (apparaten en systemen16 die zijn aangesloten op het laagspanningsnet en in staat zijn om in reactie op een signaal de vraag naar of het aanbod van elektriciteit aan te passen) te creëren. Het creëren van dit potentiële flexibiliteitsaanbod is een randvoorwaarde om naast netverzwaring een mogelijkheid te hebben om te voorkomen dat kleinverbruikers het laagspanningsnet overbelasten en elektriciteit in wijken en buurten ongecontroleerd uitvalt. Daarbij zullen de belangen van huishoudens zorgvuldig worden meegewogen met als uitgangspunt instemming van de afnemer.

Dat apparaten de mogelijkheid hebben om door kleinverbruikers ingezet te worden voor vraag- en aanbodsturing, wil niet zeggen dat kleinverbruikers dit ook doen. In paragraaf 4.2. staan maatregelen opgenomen waarmee onderzocht wordt hoe klein­ verbruikers kunnen worden aangezet tot het aanpassen van hun netgebruik aan de beschikbare netcapaciteit. Dit betreft deels preventieve maat­ regelen, die voor alle kleinverbruikers gelden, en deels reactieve maatregelen, die alleen worden

ingezet als dat nodig is om congestie te voorkomen. Voor zowel preventieve als reactieve maatregelen is waarschijnlijk gegevensuitwisseling nodig waardoor er risico’s zijn voor de privacy. De reactieve maatregelen dragen een risico in zich dat inbreuk wordt gemaakt op de autonomie van de consument. Een belangrijk uitgangspunt is daarom dat een consument vrij is om te kiezen om deel te nemen en zo zelf kan afwegen of de voordelen tegen de nadelen opwegen. Als het niet lukt om door tijdige netverzwaring of door voldoende kleinverbruikers vrijwillig aanpassen van hun netgebruik aan de beschikbare capaciteit, overbelasting van een laagspanningsnet te voorkomen, dan kan het nodig zijn om kleinverbruikers te verplichten om productie of verbruik aan te passen om stroomstoringen te voorkomen. In paragraaf 4.2 staan maatregelen opgenomen waarmee onderzocht wordt hoe een dergelijke noodmaatregel eruit zou kunnen zien en aan welke voorwaarden moet worden voldaan alvorens deze mag worden ingezet. De proportionaliteit van zulke verplichtingen is een aandachtspunt bij de verdere uitwerking. Tot slot zijn in paragraaf 4.3 van dit hoofdstuk overige maatregelen die eraan bijdragen dat efficiënt gebruik wordt gemaakt van het laagspanningsnet.

4.1 Vergroten van het potentiële flexibiliteitsaanbod in laagspanningsnetten In deze paragraaf zijn maatregelen opgenomen die het potentiële flexibiliteitsaanbod in laagspanningsnetten vergroten. De focus ligt in deze paragraaf op maatregelen die een geautomatiseerde aanpassing van productie of verbruik mogelijk maken. Dat vereist slimme en aanstuurbare apparaten. Slimme,

16 Meer specifiek gaat het om flexibilisering van de vraag naar energie door aanpassing in het verbruik van apparaten door afnemers die een aansluiting hebben op het laagspanningsnet.

25 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

aanstuurbare apparaten kunnen ook gebruikt worden om vraag- en aanbod in de elektriciteitsmarkt te balanceren en zijn dus niet alleen noodzakelijk om congestie te voorkomen. Deze maatregelen zijn daarom ook nuttig voor de langere termijn als het laagspanningsnet is uitgebreid. Uitgangspunt is zoals gezegd dat een consument vrij is om ervoor te kiezen wel of juist geen gebruik te maken van deze functionaliteiten. De aanpassing van productie of verbruik kan worden geautomatiseerd. Een laadpaal van een elektrische auto past de laadsnelheid dan aan aan de beschikbare netcapaciteit (geautomatiseerde aanpassing productie/verbruik). Een geautomatiseerde aanpassing kan zowel in reactie op een prijssignaal zijn als een directe instructie (bijvoorbeeld van de netbeheerder of een direct signaal over de actuele netbelasting).17 Voordeel van een geautomatiseerde aanpassing van productie of verbruik is dat er meer mogelijk is. Productie en verbruik kan continu worden aangepast, zonder dat de kleinverbruiker iets hoeft te doen. Een laadpaal kan bijvoorbeeld gedurende de nacht de laadsnelheid aanpassen.

4.1.1

Slimme en aanstuurbare apparaten worden de norm

via een automatisering snel een aanpassing van productie of verbruik gerealiseerd kan worden en op alle momenten van de dag (bijvoorbeeld ook als de consument niet thuis is of nog slaapt). Op de laagspanningsnetten zijn of worden verschillende apparaten en systemen aangesloten die productie of verbruik waarschijnlijk aan kunnen passen, zonder dat dit veel overlast veroorzaakt voor de gebruiker, bijvoorbeeld: ●

Elektrische auto kan gespreid over een langere periode laden in plaats van zo snel mogelijk na het inpluggen (vraagverschuiving).

●

Elektrische boilers of warmtepompen in combinatie met thermische opslag kunnen water opwarmen als de zonnepanelen op het dak produceren, om zo minder vermogen te hoeven gebruiken tijdens uren waar de vraag naar elektriciteit groter is (vraagverschuiving).

●

Hybride warmtepompen kunnen switchen naar aardgas (vermindering elektriciteitsvraag).

●

Warmte -en koudeopwekkers zoals warmtepompen en koelinstallaties kunnen in woningen en gebouwen al eerder opwarmen of koelen (vraagverschuiving).

●

Zonnepanelen kunnen tijdelijk dynamisch terugleveren (verminderen elektriciteitsproductie).

Onder potentieel flexibiliteitsaanbod in laagspanningsnetten verstaan we apparaten en systemen die: ●

●

zijn aangesloten op het laagspanningsnet (zoals elektrische auto’s, warmtepompen, elektrische boilers, zonnepanelen etc.); en in staat zijn om in reactie op een signaal (gedragsmatig of geautomatiseerd) de vraag naar of het aanbod van elektriciteit aan te passen zonder dat de gebruiker hier veel overlast van ondervindt.18

Een signaal kan zowel een prijssignaal zijn als een directe instructie. Het signaal kan door de netbeheerder worden afgegeven of via een intermediair (leverancier of aggregator). Zoals hiervoor toegelicht speelt automatisering hierbij een grote rol, omdat

In aanvulling op deze apparaten kan opslag van elektriciteit mogelijk een rol spelen. Opslag vergroot het flexibiliteitsaanbod in het laagspanningsnet. Apparaten die de mogelijkheid hebben om vraag- of aanbod aan te passen kunnen flexibiliteit aanbieden. Dat aanbod kan worden ingezet om overbelasting van het elektriciteitsnet te voorkomen, maar kan ook ingezet worden in de elektriciteitsmarkt om vraag- en aanbod te balanceren. Er kan ook spanning bestaan tussen die doelen. Zo kan het bijvoorbeeld lonend zijn om alle elektrische auto’s snel vol te laden als er veel

17 In theorie is ook een gedragsmatige aanpassing van productie/verbruik op een directe instructie van de netbeheerder mogelijk. Een netbeheerder zou bijvoorbeeld een bericht kunnen sturen naar consumenten om het net zo min mogelijk te gebruiken op bepaalde tijdstippen. 18 De overlast die een kleinverbruiker ondervindt is bepalend voor hoeveel “flexibiliteit” hij beschikbaar kan/ wil stellen. Iemand die afhankelijk is van medische apparatuur is niet flexibel om zijn gebruik aan te passen, terwijl iemand die gedurende de nacht zijn laadpatroon van EV kan aanpassen juist erg flexibel is.

26 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

elektriciteitsproductie van wind is. Dat zorgt echter voor een grote piek in de vraag naar transport en kan zorgen voor overbelasting van laagspanningsnetten.

flexibiliteit zoveel mogelijk aangeboden kan worden om vraag- en aanbod van elektriciteit te balanceren. In de praktijk zal het ingewikkeld zijn om deze ideale situatie te bereiken, maar dat is wel het streven.

Idealiter wordt flexibiliteit zodanig ingezet dat binnen de grenzen van de netcapaciteit het aanbod van

MAATREGEL

IMPACT

TERMIJN

(MOGELIJK) COMPLICERENDE FACTOREN

ACTIEHOUDER(S) EN BETROKKEN ORGANISATIES

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

Onderzoek doen naar de potentiële bijdrage van slim aanstuurbare apparaten, waaronder zonnepanelen, laadpalen en warmte­pompen aan het efficiënt netgebruik

Inzicht in welke mate de verschillende type apparaten flexibiliteit kunnen bieden en kunnen bijdragen aan het voorkomen van congestie

Uitzetten: Q1 2024

Cybersecurity risico’s,

Actiehouder: EZK

Mogelijk budget nodig om onderzoek uit te zetten.

Resultaat: Q3 2024

Een belangrijke voorwaarde voor een (geautomatiseerde) aanpassing van productie of verbruik is dat de apparaten en systemen aanstuurbaar zijn. Omdat flexibiliteitsaanbod niet alleen waardevol is om efficiënt netgebruik te stimuleren maar ook kan worden ingezet op de energiemarkt zijn aanstuurbare apparaten ook waardevol voor kleinverbruikers. Het is bijvoorbeeld goed denkbaar dat in de periode totdat het laagspanningsnet voldoende is verzwaard flexibiliteit vooral of vaak wordt ingezet om congestie te voorkomen (elektrische auto ’s nachts gespreid laden), terwijl nadat het net is uitgebreid de flexibiliteit wordt ingezet om vraag- en aanbod van elektriciteit te balanceren (elektrische auto snel laden als er veel wind of zon is). De komende jaren worden naar verwachting vele laadpalen voor elektrische auto’s, warmtepompen, ventilatie- en koelmachines, zonnepanelen en andere apparaten geïnstalleerd. Het is van belang dat al die apparaten en systemen met communicatieprotocollen op afstand aanstuurbaar gemaakt worden. Op 18 oktober 2023 heeft de minister voor Klimaat en Energie in de Kamerbrief ‘Nieuwe maatregelen netcongestie’ aangekondigd dat slimme, aanstuurbare apparaten de norm worden en dat het kabinet inzet op certificering, standaarden en registratie. Dit vereist ook wetgeving.

Daarbij wordt nader uitgewerkt hoe apparaten en systemen ook slim met elkaar kunnen communiceren (interoperabiliteit). Op deze manier ondersteunt slimme automatisering en aanstuurbaarheid de mogelijkheden van huishoudens en

AVG en Privacy risico’s

Betrokken organisaties: IenW, ACM, Netbeheer NL, Energie Nederland, Vereniging warmtepompen, Holland Solar, Techniek Nederland, TNO.

gebouwen in de overgang naar meer flexibel en dynamisch gebruik van het net. Energy Management Systemen voor zowel woningen (HEMS) als gebouwen (Gebouwautomatisering en controlesystemen (GACS)) worden daarbij op termijn de standaard voor slim en efficiënt netgebruik door gebruikers. De aanstuurbaarheid van verschillende apparaten en processen wordt bemoeilijkt door verschillen in connectiviteit tussen diverse apparaten en merken. Interoperabiliteit is van belang om verschillende merken, typen en soorten apparaten eenvoudig met elkaar te laten communiceren, ze uit te lezen en aan te sturen. Interoperabiliteit tussen slimme systemen geeft de mogelijkheid om bruikbare informatie uit te wisselen tussen twee of meer systemen binnen een huis of gebouw, of over en binnen organisatorische grenzen. Dit leidt tot energie-efficiëntie in de zin van minder energieverbruik, ofwel energiebesparing. Maar tevens kan deze interoperabiliteit bijdragen aan het lokaal optimaal en maximaal kunnen verbruiken van eigen opgewerkte duurzame energie. In combinatie met aansturing op congestiemomenten zorgt dit geheel voor lagere netbelasting. De mate en het tempo waarin dit bijdrage kan leveren aan de congestieproblematiek moet nader onderzocht worden.

27 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

MAATREGEL

IMPACT

TERMIJN

(MOGELIJK) COMPLICERENDE FACTOREN

ACTIEHOUDER(S) EN BETROKKEN ORGANISATIES

Eisen stellen aan interconnectiviteit en interoperabiliteit

Interconnectiviteit zorgt ervoor dat apparaten met elkaar kunnen communiceren

2026

Cybersecurity risico’s,

Actiehouder: EZK

AVG en Privacy risico’s EU-beleid is leidend bij producteisen en nationale maatregelen zijn lastig i.v.m. gelijk speelveld

Interoperabiliteit zorgt ervoor dat gebruik gemaakt kan worden van met elkaar communiceren apparaten

Bij de ontwikkeling van slimme, aanstuurbare apparaten gaat speciale aandacht uit naar apparaten die veel capaciteit van het laagspanningsnet vragen, mogelijk vaak worden geïnstalleerd en waarschijnlijk flexibel ingezet kunnen worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om laadpalen, warmtepompen, ventilatie- en koelmachines, zon-PV en thuis- en buurtbatterijen. De installatie van deze apparaten en systemen kan op termijn (zonder netverzwaring) bijdragen aan netcongestie, maar flexibele inzet van deze apparaten en systemen kan helpen om congestie te voorkomen. Voor een aantal van deze apparaten beschrijven we maatregelen die specifiek voor een apparaat gelden.

4.1.2 Apparaatspecifieke maatregelen Slim laden Op 20 november 2023 is de revised Renewable Energy Directive EU/2023/241319 van kracht gegaan die het verplicht stelt dat nieuwe niet-publieke laadpunten slim laden functionaliteiten bezitten. Daarnaast

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

Betrokken organisaties: Netbeheer Nederland, IenW, ACM, NEN, TNO.

biedt deze richtlijn lidstaten de mogelijkheid dat de exploitanten van deze laadpalen, al dan niet geaggregeerd, mee kunnen doen op de elektriciteitsmarkten, met inbegrip van congestiebeheer. Dit dient binnen achttien maanden in de Nederlandse wetgeving te zijn geborgd. Bi-directioneel laden Bi-directioneel laden maakt het enerzijds mogelijk om de accu van een elektrisch voertuig op te laden met stroom van het elektriciteitsnet en anderzijds om stroom uit de accu ook weer terug te leveren aan het net. Bi-directioneel laden kan daarmee een dempend effect hebben op netcongestie. Bi-directioneel laden in het publiek domein kent op dit moment tien belangrijke knelpunten20 waaronder de dubbele energieheffing bij doorlevering. Deze knelpunten zijn bij verschillende departementen belegd en dienen integraal, interdepartementaal benoemd en opgelost te worden om zo de “batterij op wielen” een bijdrage te doen leveren aan het vermijden van netcongestie.

MAATREGEL

IMPACT

TERMIJN

MOGELIJKE COMPLICERENDE FACTOREN

ACTIEHOUDER EN BETROKKEN ORGANISATIES

Uitwerken plan bi-directioneel laden

De batterijen van elektrisch vervoer kunnen zo als buffer worden ingezet voor het energiesysteem

2025

Complexiteit en uitvoerbaarheid voor belastingdienst

Actiehouder: I&W

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

Betrokken organisaties: EZK, MinFin, BZK, netbeheerders (ElaadNL) en branche- organisaties

19 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A32023L2413&qid=1699364355105 (RED) 20 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/11/02/bijlage-eindrapport-v2g-waarde-en-weg-voorwaarts

28 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

Warmtepompen Zoals in paragraaf 4.1.1 is aangegeven, worden slim aanstuurbare apparaten de norm. Om te kunnen aantonen dat warmtepompen slim aanstuurbaar zijn en deze te kunnen registeren (zie hoofdstuk 2), moet een aantal stappen worden gezet: ●

Aansluiten bij verplichtingen die vanuit de EU worden voorbereid;

●

Indien noodzakelijk eerder een nationale verplichting opleggen ten aanzien van de

standaardvereisten voor de software die nodig zijn voor slimme aansturing op basis van de reeds bestaande, vrijwillige EU code of conduct en ten aanzien van certificering; ●

Indien noodzakelijk additionele nationale verplichting opleggen ten aanzien van productspecifieke vereisten, bijvoorbeeld ten aanzien van hardware, rekening houdend met het Europese level-playing-field.

MAATREGEL

IMPACT

TERMIJN

MOGELIJKE COMPLICERENDE FACTOREN

ACTIEHOUDER EN BETROKKEN ORGANISATIES

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

Aansluiten bij EU verplichting dat nieuw te installeren warmtepompen slim aanstuurbaar moeten zijn (Ecodesign)

Doel: Aansluiten bij EU beleid (Ecodesign) zodat Europese level-playing-field ontstaat.

Op zijn vroegst 2026

Timing EU verplichting

Actiehouder EZK (Cluster IWT)

Onbekend wat de mogelijke kosten zijn.

Indien noodzakelijk, eerder nationale verplichting t.a.v. standaard­vereisten software slim aanstuurbare warmte­pompen o.b.v. reeds bestaande EU code of conduct

Doel: als een EU akkoord over Ecodesign te lang op zich laat wachten, dan overwegen of op basis van de reeds bestaande EU code of conduct overgaan moet worden tot een nationale verplichting.

2024/2025

Indien noodzakelijk, additionele nationale verplichting t.a.v. product­specifieke vereisten slim aanstuurbare warmtepompen, bijvoorbeeld t.a.v. hardware, rekening houdend met EU level-playing-field.

Doel: voor slimme aanstuurbaarheid is zowel software als hardware nodig. Onderzoeken of aanvullende vereisten nodig zijn.

2024/2025

Betrokken organisaties: Vereniging Warmtepompen, NVI-GO, Netbeheer NL.

Mogelijk effect op beschikbaarheid en prijs.

Zon-PV Netbeheerders ontvangen steeds vaker klachten van consumenten waarvan de omvormers van zonnepanelen uitschakelen. Bij een te hoge spanning (hoger dan 253V) op het elektriciteitsnet schakelen omvormers van zonnepanelen automatisch uit om veiligheidsredenen.21 Hierdoor kan tijdelijk geen elektriciteit worden ingevoed op het net en kan de

21

Level-playing-field EU als in andere lidstaten nog niet verplicht.

Level-playing-field, vereisten en mate van verplichting andere EU landen niet bekend. Mogelijke effect op beschikbaarheid en prijs.

Capaciteit benodigd voor de verdere uitwerking van deze maatregel.

Actiehouder EZK (Cluster IWT)

Onbekend wat de mogelijk kosten zijn.

Betrokken organisaties:

Capaciteit benodigd voor de verdere uitwerking van deze maatregel.

Vereniging Warmtepompen, NVI-GO, NEN, Netbeheer NL.

Actiehouder EZK (Cluster IWT)

Onbekend wat de mogelijk kosten zijn.

Betrokken organisaties:

Capaciteit benodigd voor de verdere uitwerking van deze maatregel.

Vereniging Warmtepompen, NVI-GO, NEN, Netbeheer NL.

consument ook niet eigen opgewekte elektriciteit afnemen. De consument moet op dat moment elektriciteit van het net afnemen. Doordat de spanning in het netvlak niet overal gelijk verdeeld is, verschilt de spanningsproblematiek per wijk of zelfs per straat en schakelen sommige zonnestroom-installaties vaker uit dan anderen. Hoe groter de afstand tussen de transformator en de aansluiting op het netvlak,

https://www.liander.nl/consument/energie-opwekken-en-terugleveren/spanningsproblemen

29 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

hoe hoger de spanning en hoe vaker de omvormer zal uitschakelen door overspanning. Op basis van een uitspraak van de Geschillencommissie (in 2021) is geconcludeerd dat het tijdelijk afschakelen van zonnepaneleninstallaties om de spanningskwaliteit te handhaven en het feit dat daarmee financiële gevolgen gemoeid zijn voor de consument, niet wordt beschouwd als onrechtmatig.22 Echter, blijkt uit onderzoek van TNO, dat huishoudens de situatie wel als onrechtvaardig aanvoelen en beschouwen en ze behoefte hebben aan kennis over hoe en wanneer er afgeschakeld wordt.23 Een mogelijke maatregel voor zon-PV die kan bijdragen aan het mitigeren van de impact op netcongestie op laagspanning en kenbaar voor de huishoudens is, is regelbare vermogensbegrenzing. Met een dynamische vermogensbegrenzing wordt het omvormervermogen gebaseerd op de spanning op het elektriciteitsnet. Daarmee wordt (1) voorkomen dat een omvormer volledig uitschakelt bij een te hoge spanning, en (2) kan als de spanningsregeling heel scherp wordt ingesteld ook bijdragen aan de vermindering van capaciteitstekort. Echter, wordt bij dynamische vermogensbegrenzing op basis van de spanning van het net de intensiteit van het dempen bepaald. Doordat de spanning in het netvlak verschilt per wijk en zelfs binnen een straat zullen sommige omvormers, op basis van de gemeten spanning op het net, meer dempen dan anderen.

Daarnaast behoeft deze maatregel, afhankelijk van het type omvormer, een fysieke aanpassing, een software-update die omvormer fabrikanten kunnen doorvoeren ofwel een nieuwe omvormer indien fabrikanten van omvormers failliet zijn of omvormers verouderd zijn. De potentie en haalbaarheid van deze maatregel wordt, naaste de huidige situatie, ook afgezet tegen passieve vermogensbegrenzing zoals dat nu bij zonneparken gebeurd. Bij grootschalige zonneparken wordt de geproduceerde zonnestroomcapaciteit – voor een onbepaalde tijd die niet afhankelijk is van de situatie op het net – begrensd. Daarmee wordt met deze maatregel, ook op momenten dat er geen netcongestie is, de piekproductie van zonneparken beperkt.

De volgende elementen moeten worden meegenomen in een onderzoek om te kunnen bepalen welke maatregel doeltreffend bijdraagt aan het mitigeren van (de impact van) netcongestie op laagspanning: ●

Verbeteren inzicht in duur, intensiteit en lasten van uitschakelende omvormers.

●

Analyse van bestaande beleidsinstrumenten (e.g. salderingsregeling) die tegenstrijdige prikkels kunnen geven aan de consument indien een van bovenstaande maatregelen wordt uitgevoerd.

●

Onderzoek naar rechtvaardigheidsimplicaties, technische en financiële haalbaarheid (o.a. impact op terugverdientijd en businesscase van zonnepanelen en kenbaarheid voor de consument)en bijdrage van elke individuele maatregel aan het mitigeren van (de impact van) netcongestie op het laagspanningsnet (zowel voor spanningsproblemen als capaciteitsproblemen).

●

Uitwerking van concrete stimuleringsmechanismen voor een van de of beide bovenstaande maatregelen, waarbij de onderlinge dynamiek tussen de maatregelen wordt meegenomen.

●

In het wetsvoorstel rond afbouw salderen is bij amendement een bepaling ingebracht die negatieve prijzen bij invoeden van elektriciteit / terugleveren uitsluit. Daarnaast voorzien de bestaande leveringsovereenkomsten voor elektriciteit van afnemers niet in deze mogelijkheid, terwijl daarentegen het salderen van ingevoede duurzame elektriciteit van zonnepanelen wel een (wettelijk verankerd) recht van de afnemer is. Ook voor beide maatregelen zou het juridische kader in kaart gebracht worden. Uitgangspunt daarbij is instemming van de afnemer/consument vooraf, bijvoorbeeld in een contractuele afspraak.

22 https://www.degeschillencommissie.nl/uitspraken/omvormer-in-zonnepaneleninstallatie-schakelt-zichzelf-uit-bij-overschrijden-253-v/ 23 https://publications.tno.nl/publication/34641214/f0BV4J/TNO-2023-M11542.pdf

30 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

MAATREGEL

IMPACT

TERMIJN

MOGELIJKE COMPLICERENDE FACTOREN

ACTIEHOUDER EN BETROKKEN ORGANISATIES

Onderzoeken van de potentie en haalbaarheid van een dynamische vermogensbegrenzing obv spanning (actieve begrenzing), ook afgezet tegen passieve vermogensbegrenzing

Dempt primair de spanningspiek en voorkomt dat omvormers volledig uitschakelen

Eind 2024 gereed

Juridische kaders: De Tweede Kamer heeft bij de behandeling van de wetswijziging rond de afbouw van salderen per amendement bepaalt dat er ook bij negatieve prijzen geen sprake mag zijn van een negatieve vergoeding voor terug geleverde elektriciteit.

Actiehouder: Netbeheer Nederland

Thuis- en buurtbatterijen Als er in een laagspanningsnet congestie is en de congestie kan niet goed worden opgelost door netverzwaring of door flexibel gebruik van andere apparaten (laadpalen, warmtepompen, zon-PV) dan is het mogelijk om het flexibiliteitsaanbod te vergroten door thuis- of buurtbatterijen aan te sluiten. Momenteel wordt in opdracht van het ministerie van EZK onderzoek gedaan naar thuis- en buurtbatterijen. Dit is een uitwerking van een motie van lid Erkens c.s. (35 594 Nr. 38). De motie omschrijft dat thuis- en buurtopslag nog nauwelijks van de grond is gekomen in Nederland en opslag de komende jaren steeds aantrekkelijker wordt voor de consument en kan helpen om de netcongestie te verminderen. Dit onderzoek behandelt de volgende onderzoeksvragen uit de motie en is in december 2023 opgeleverd: ●

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

Betrokken organisaties: EZK, Holland Solar

●

Welke (juridische) knelpunten zijn er voor thuisen buurtbatterijen en welke beleidsvoorstellen zijn er om deze knelpunten weg te nemen?

●

Welke stappen zijn er nodig op het gebied van veiligheid, innovatie, recycling, ruimtelijke inpassing en opschaling van de productie- en installatiecapaciteit voor realisatie van thuis- en buurtbatterijen?

●

Wat zijn de financiële implicaties van dit beleid?

Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek wordt bepaald welke rol thuis- en buurtbatterijen kunnen hebben bij het voorkomen van congestie in laagspanningsnetten en welke voorwaarden gesteld moeten worden om te voorkomen dat het gebruik ervan juist netcongestie verergert.

Wat is het effect van thuis- en buurtbatterijen op netcongestie en de potentie om netcongestie te verminderen?

MAATREGEL

IMPACT

TERMIJN

MOGELIJKE COMPLICERENDE FACTOREN

ACTIEHOUDER EN BETROKKEN ORGANISATIES

Onderzoek naar rol thuis- en buurtbatterijen bij voorkomen congestie in laagspanningsnet

Onderzoek eind 2023 gereed

Actiehouder: EZK

Voorwaardelijk: Uitwerken plan van aanpak thuis- en buurtbatterijen in voorkomen netcongestie

Plan van aanpak gereed: Q1 2024

Actiehouder: EZK

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

Betrokken organisaties: Energie Nederland

Betrokken organisaties: Energie Nederland

31 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

Inzet van mobiele flexibiliteit door de netbeheerder De netbeheerder kan duurzame vormen van flexibele opwek of verbruik, zoals bijvoorbeeld (mobiele) batterijen, organiseren om overbelasting van de laagspanningsnetten te voorkomen. De specifieke situatie moet zich er echter wel voor lenen, waardoor dit type installaties niet altijd een oplossing biedt. We onderscheiden hier twee verschillende toepassingen voor deze installaties: 1. De flexibele installatie kan ingezet worden in noodsituaties waar onverwachts overbelasting optreedt, wat potentieel tot storingen leidt. In dit geval kan een installatie, tijdelijk, neergezet worden om netuitval te voorkomen. Dit biedt ruimte om andere maatregelen te onderzoeken om de overbelasting te mitigeren. 2. Een flexibele installatie kan voor een langere periode worden ingezet om de periode totdat de benodigde verzwaring volledig gerealiseerd is te overbruggen. In de eerste situatie zou de installatie in eigendom van de netbeheerder een optie kunnen zijn, voor langere overbruggingsperiodes moeten netbeheerders een techniek neutrale uitvraag doen om voldoende mobiele flexibiliteit in een specifiek gebied te verkrijgen. Wanneer een marktuitvraag hiervoor geen geschikt aanbod heeft opgeleverd dan kan de netbeheerder zelf een flexibele installatie plaatsen.

Hiervoor dient dan wel, in lijn met het CEP, een ontheffing bij de ACM worden aangevraagd. Hoewel de langdurige inzet van flexibele installaties door de netbeheerder op die wijze mogelijk is moet de netbeheerder dergelijke diensten dus altijd eerst bij de markt proberen in te kopen. Wanneer marktpartijen een installatie exploiteren kan deze, binnen de netgrenzen, ook op andere markten ingezet worden om zo de (maatschappelijke) kosten van de oplossing te drukken. Een mogelijke invulling hiervan is de flexibiliteitstender die later in dit document behandeld wordt.

Hoewel een dergelijke installatie in specifieke casussen een oplossing kan bieden, zijn er wel een aantal factoren die de mogelijkheden van inzet hiervan op het laagspanningsnet beperken. Zo zijn er een aantal randvoorwaarden waaraan moet worden voldaan (1) de installatie dient technisch ingepast te kunnen worden in het lokale net (er moet hier een veld voor vrij zijn), (2) er dient (tijdelijk) ruimte te worden gevonden voor de installatie en (3) de ontlasting van het specifieke knelpunt mag niet leiden tot overbelasting op andere plekken in het net. Een eerste inschatting is dat in de gevallen dat aan de randvoorwaarden wordt voldaan een dergelijke installatie ongeveer 20% extra capaciteit kan creëren in een laagspanningsnet als het knelpunt op de transformator zit. Als een knelpunt op een afgaande kabel zit kan de installatie op een aansluiting van maximaal 3*80 ampère worden aangesloten. Hoeveel extra ruimte gecreëerd kan worden is dan afhankelijk van de lokale situatie. De inzet van dergelijke installaties kan een relatief kostbare oplossing zijn. Om deze reden zal de inzet hiervan met name interessant zijn bij het verhelpen van afnamecongestie. Voor opwekcongestie zijn er andere maatrelen voorhanden, zoals weerstands­ banken, die op tegen lagere kosten de acute congestie kunnen verhelpen.

32 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

Hoewel de randvoorwaarden ervoor zorgen dat mobiele flexibiliteit niet altijd een geschikte oplossing is, zijn er specifieke situaties waarin deze wel een oplossing kan bieden. Het is daarom nuttig om verder te onderzoeken in hoeveel gevallen mobiele flexibiliteit potentieel een oplossing kan zijn, hoeveel verlichting het kan bieden en hoe het

toepassingskader voor mobiele flexibiliteit eruit zou moeten zien. Verder is het goed te realiseren dat het inpassen van mobiele flexibiliteit ook werkzaamheden met zich meebrengt, en het een kostbare oplossing kan zijn (hoewel dit gedrukt kan worden indien de installatie op andere markten inzetbaar is).

MAATREGEL

IMPACT

TERMIJN

(MOGELIJK) COMPLICERENDE FACTOREN

Onderzoek naar potentie van het inzetten van (mobiele) flexibiliteit om uitval van het LS-net te voorkomen bij fysieke congestie. Meerdere toepassingen mogelijk:

Indien andere maatregelen om netcongestie op LS-netten te voorkomen niet voldoende zijn of niet tijdig uitgerold kunnen worden voorkomt de inzet van mobiele flexibiliteit de uitval van het laagspanningsnet.

Toepassing als noodstroom maatregel kan vanaf 2025 toegepast worden.

●

Waarschijnlijk dure optie

●

Vraagt technische en ruimtelijke inpassing. Vergelijkbare toepassing van batterijen wordt al wel onderzocht

●

●

Als noodstroomvoorziening bij een onvoorziene overbelasting van een MS/LS transformator. Als semi-permanente oplossing ter overbrugging van de periode tot aan de netverzwaring wanneer regulier CM en flextender geen uitkomst bieden. Hierbij verleent het congestiemanagementdiensten.

Voor toepassing als semi-permanente maatregel is meer afstemming nodig. Verwacht vanaf 2026

Afhankelijk van de manier van aansluiten, kan dit~20% extra capaciteit beschikbaar op de MS/LS trafo.

●

ACTIEHOUDER(S) EN BETROKKEN ORGANISATIES

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

Actiehouder: Netbeheer Nederland (technische inpassing), Betrokken organisaties: ACM (regulatorisch kader), VNG (vergunningen, ruimtelijke inpassing)

Interactie met regulier congestiemanagement

Afhankelijk van de toepassing zijn verschillende eigendom/beheer constructies mogelijk. Onderzoeksvragen: ●

Hoeveel verlichting levert dit op?

●

Hoe kan dit ingepast worden?

●

Hoeveel zou dit kosten?

●

Hoe verhoudt zich dit tot andere maatregelen?

33 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

4.2 Sturen op efficiënt netgebruik Op dit moment is er geen enkele sturing om te voorkomen dat kleinverbruikers het laagspanningsnet overbelasten. Elke kleinverbruiker heeft het recht om binnen de capaciteit van zijn aansluiting het net te gebruiken zoals het hem uitkomt. Door een toename van het gebruik binnen de capaciteit van de aansluiting, kan overbelasting van het laagspanningsnet ontstaan.24 Het is daarom van belang om mechanismes te introduceren die het netgebruik op zo’n manier beïnvloeden dat overbelasting wordt voorkomen. Sterker sturen op efficiënt netgebruik kan zo helpen om de periode totdat het net is verzwaard zo goed mogelijk te overbruggen en (de kosten van) de benodigde netverzwaring beperken. De verschillende manieren om te sturen kunnen worden ingedeeld op een schaal van preventieve / vrijwillige maatregelen tot ingrijpende / dwingende maatregelen. Onderstaande figuur geeft dit schematisch weer.

Reactief: oplossen van netcongestie

Directe aansturing Markt gebaseerde oplossingen

Preventief: voorkomen van netcongestie

Tariefoplossingen en aansluitvoorwaarden

Communicatie

Netbewust laden Op dit moment is het gebruikelijk dat een elektrisch voertuig meteen op maximaal vermogen wordt geladen zodra deze verbinding maakt met het laadpunt (ongestuurd laden). Dit ongestuurd laden kan bijdragen aan het optreden van netcongestie. Het invoeren van netbewust laden voor elektrisch vervoer kan hier een dempend effect op hebben. Netbewust laden is het aanpassen van de laadsnelheid en tijdstip van laden op de beschikbare ruimte op het laagspanningsnet. Dit geeft mogelijkheden om de beschikbare netcapaciteit optimaal te benutten voor alle gebruikers van elektriciteit in een wijk en overbelasting van het lokale net door pieken in de vraag als gevolg van elektrische auto’s te voorkomen. Hierdoor zijn minder netverzwaringen nodig. Ook kan er meer laadinfrastructuur op dezelfde kabel worden aangesloten. Het Programma Slim Laden voor Iedereen (SLVI) is door het ministerie van IenW in samenwerking met verschillende partners uitgewerkt en via het actieplan binnen de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) vastgesteld.25 Dit plan gaat in het najaar 2023 van start en loopt tot en met 2025. Het programma bestaat uit de volgende tien actielijnen: 1. Netbewust laden borgen via concessies en vergunningen26 2. Netbewust laden borgen via afspraken met algemene ondernemingsverenigingen 3. Leidende coalitie van aanbieders vormen 4. Slim Laden Keurmerk ontwikkelen 5.

Stimuleren van laadpalen en diensten 6. Netbewust laden mogelijk maken 7. Informatiebasis elektrisch rijden actualiseren 8. Voorlichten en publieke inzicht vergroten 9. Ondersteunen koopproces gebruiker 10. Kennisontwikkeling

4.2.1 Sturen via (aansluit)voorwaarden Een mogelijkheid om het netgebruik te sturen is om voorwaarden te stellen. Een voorbeeld van zo’n maatregel zijn voorwaarden voor omvormers van zonnepanelen met regelbare vermogensbegrenzing voor het geval de spanning in het net te hoog is. Een ander voorbeeld is eisen die een gemeente stelt bij concessieverlening voor publieke laadpalen.

Binnen het programma SLVI wordt netbewust laden geïmplementeerd binnen concessievoorwaarden voor publieke laadinfrastructuur. Ook wordt netbewust laden binnen het marktmodel voor private laadinfrastructuur uitgewerkt. Het programma SLVI werkt op basis van vrijwilligheid en is bedoeld als een opmaat naar normering. Het verplichten van netbewust laden

24 Een huishouden met 3 x 25 A aansluiting kan maximaal een vermogen van 17,3 kW verbruiken of invoeden. Het net is aangelegd op een gelijktijdig verbruik/invoeding van 1-1,5 kW per huishouden. 25 Slim Laden voor Iedereen 2022-2025 26 Waaronder het onderzoek dat zich richt op de (bedrijfseconomische) consequenties voor deze laadexploitanten, waaronder de resterende looptijd van het contract, de technische stand van zaken van de laadinfrastructuur, de eventuele initiële kosten als ook de omzetderving. De uitkomst van dit onderzoek wordt in het voorjaar van 2024 verwacht. - (overheid.nl).

34 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

in publieke concessies kan financiële gevolgen hebben voor de Charge Point Operators (CPO). Het ministerie van IenW voert daarom een onderzoek uit naar de mogelijke financiële consequenties van het verplicht toepassen van netbewust laden door CPO’s.

Er zal hierbij ook onderzoek moeten worden gedaan naar hoe dit samenhangt met de eventuele overige congestiemanagement regels voor laagspanningsnetten en naar eventuele financiële compensatie.

MAATREGEL

IMPACT

TERMIJN

MOGELIJKE COMPLICERENDE FACTOREN

ACTIEHOUDER EN BETROKKEN ORGANISATIES

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

Netbewust laden borgen via nieuwe concessies en bestaande concessies openbreken

Doel: eind 2025 vindt 60% van alle laadacties netbewust plaats

2023-2025

Er wordt nog onderzocht in hoeverre lopende contracten laadconcessies tussentijds aangepast kunnen worden.

Opdrachtgever: IenW

Geen. Budget voor het uitvoerings­ programma is vanuit het Klimaat Transitiefonds beschikbaar gesteld. Het eventueel compenseren van partijen is (nog) geen onderdeel van het budget.

Onderzoeken hoe dit interacteert met overige CM regels

Actiehouder: EZK en IenW

Onderzoeken hoe dit interacteert met overige CM regels

Actiehouders: EZK en IenW

Afhankelijk van Energiewet.

Actiehouders: Netbeheer Nederland (ElaadNL) en IenW

Onderzoek naar normering netbewust laden

Q1 2024

Uitwerken en implementeren van marktmodel en slimme functio­ naliteiten in compliance met RED EU/2023/2413 voor private laadpunten

2024

Borging Netbewust laden in de Netcode en/of tarievencode voor publieke en private laadpalen, (waaronder voorstel en marktconsultatie)

(publiek) 2023-2024 (privaat) 2024-2025

Voor private laad­ palen ook afhankelijk van marktmodel.

Actiehouder: Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) Betrokken organisaties: ELaad, NAL-regio’s, DOET, VER, NVDE en ANWB

Betrokken organisaties: Netbeheer Nederland

Betrokken organisaties: ACM, Netbeheer Nederland (ElaadNL), NVDE

Betrokken organisaties:, EZK, ACM, NVDE

35 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

Betalingsvraagstuk Als via (aansluit)voorwaarden efficiënt netgebruik wordt geëist, dan zijn dan draagt iemand de kosten voor de verplichte levering van flexibiliteit. Dit speelt bij alle technieken die een rol spelen bij het verminderen van het netcongestie probleem op de laagspanningsnetten. Het is daarom belangrijk om de discussie te voeren wie voor de kosten of gemiste

MAATREGEL

IMPACT

TERMIJN

Duidelijkheid schetsen over het juridische kader t.a.v. het betalings­vraagstuk. Te beantwoorden vraag: Wanneer en onder welke voorwaarden mag via (aansluit)voorwaarden vooraf gestuurd worden op bepaald netgebruik om overbelasting van het net te voorkomen?

Beschrijft kaders voor uitwerking van andere maatregelen

Q2 2024

Groepstransportovereenkomst In het landelijk actieprogramma netcongestie (LAN) wordt gewerkt aan instrumenten om vraag en aanbod lokaler af te stemmen. Door vraag en aanbod lokaler af te stemmen wordt de behoefte aan netcapaciteit beperkt. Lokaal afstemmen van vraag en aanbod wordt soms ook wel een energy hub genoemd. Een belangrijk instrument dat een energy hub mogelijk zou kunnen maken is een groepstransportovereenkomst. In het LAN wordt een groepstransportovereenkomst verder uitgewerkt. Bij een groepstransportovereenkomst krijgt niet een individuele aangeslotene, maar een groep aangeslotenen een transportovereenkomst. De groep betaalt aan de netbeheerder voor de gebruikte netcapaciteit van de groep. Voor de groep ontstaat zo een prikkel om het gezamenlijke netgebruik te beperken en dus om vraag en aanbod lokaler af te stemmen. Dit kan aantrekkelijk zijn voor bedrijventerreinen en eventueel ook voor andere geclusterde utiliteitsbouw in bijvoorbeeld winkelcentra.

inkomsten voor zijn rekening moet nemen. Dezelfde flexibiliteit kan ook geleverd worden als onderdeel van verplicht of vrijwillig congestiemanagement, waarbij een marktgebaseerde of gereguleerde vergoeding voor de flexibiliteitslevering geldt. Een belangrijke vraag is welke juridische ruimte er is om vooraf via (aansluit)voorwaarden te sturen op een bepaalde manier van netgebruik.

MOGELIJKE COMPLICERENDE FACTOREN

ACTIEHOUDER EN BETROKKEN ORGANISATIES

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

Actiehouder: ACM Betrokken organisaties: EZK, IenW, Netbeheer Nederland, EnergieNederland, NVDE

Bij geclusterde utiliteitsbouw aangesloten op het laagspanningsnet zou een groepstransportovereenkomst mogelijk ook een nuttig instrument kunnen zijn om vraag- en aanbod lokaal af te stemmen. Of en onder welke voorwaarden een groepstransportovereenkomst nuttig is vraagt nader onderzoek. Daarnaast kunnen ook niet-geclusterde utiliteitsgebouwen een rol spelen in het afstemmen van lokaal vraag en aanbod. Vanwege de relatief grote energie- en warmteverbruik van deze gebouwen heeft de utiliteitsbouw een grotere impact op het laagspanningsnet. Ook heeft het de potentie om te dienen als een collectieve energievoorziening in een wijk of buurt. Onderzocht dient te worden wat de potentie van utiliteitsgebouwen kan zijn binnen het lokaler afstemmen van vraag en aanbod en hoe utiliteitsgebouwen kunnen bijdrage als collectieve elektriciteits- en warmtevoorziening.

36 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

MAATREGEL

IMPACT

TERMIJN

MOGELIJKE COMPLICERENDE FACTOREN

ACTIEHOUDER EN BETROKKEN ORGANISATIES

Onderzoek of groeps transport­ overeenkomst ook voor bijvoorbeeld geclusterde utiliteitsbouw aangesloten op het laagspanningsnet congestie kan voorkomen.

Lokaler afstemmen van vraag en aanbod

2025

De groeps transportovereenkomst moet nog worden uitgewerkt en geïmplementeerd voor hogere spanningsniveaus.

Actiehouder: Netbeheer Nederland

Onderzoek naar de mogelijk potentie van utiliteitsgebouwen op het LS voor collectieve voorzieningen voor elektriciteit en warmte

Lokaler afstemmen van vraag en aanbod Bijvoorbeeld: Met warmtecollectoren wordt de warmte van kunstgrasvelden opgevangen en kan deze worden gebruikt voor de verwarming van de gebouwen of uitgewisseld worden met 100-200 woningen

2025. Op basis van dit onderzoek kunnen gemeenten aan de slag met pilots

4.2.2 Sturen via prijsprikkels De energierekening van kleinverbruikers bestaat uit drie elementen: ● Leveringsprijs (kale elektriciteitsprijs) ● Nettarief (tarief voor gebruik van het elektriciteitsnet); en ● Belastingen (energiebelasting, btw) Geen van deze drie elementen zet de netgebruiker aan tot het aanpassen van zijn netgebruik aan de beschikbare netcapaciteit om overbelasting van het net te voorkomen. De leveringsprijs en het nettarief kunnen echter wel in enige mate bijdragen aan het voorkomen van netcongestie. De energiebelasting is een bedrag in euro per kWh elektriciteitsverbruik en stimuleert daarom vooral besparing van elektriciteit in algemene zin. De btw is een percentage dat wordt berekend over alle voorgaande kosten (leverings­ tarief, nettarief, energiebelasting). De belastingen sturen daardoor niet op elektriciteitsverbruik op bepaalde momenten.27 Daarbij komt dat via de salderingsregeling huishoudens, kleine bedrijven en maatschappelijke instellingen op dit moment zelfgeproduceerde elektriciteit terug leveren aan het elektriciteitsnet en

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

Betrokken organisaties: ACM, EZK, BZK

Actiehouder: BZK Betrokken organisaties: EZK, VNG

wegstrepen tegen hun eigen verbruik. Zowel het leveringstarief als belastingen kunnen tegen elkaar worden weggestreept. Het kabinet wil een gefaseerde afbouw van de salderingsregeling uitvoeren vanaf 2025 tot 2031. Een wetsvoorstel hiertoe ligt voor in de Eerste Kamer. De voorgenomen geleidelijke afbouw van de salderingsregeling zorgt ervoor dat het voor de kleinverbruiker steeds interessanter wordt om de zelf opgewekte elektriciteit zoveel mogelijk achter de meter te verbruiken. Daarmee worden spanningspieken op het stroomnet gedempt. Leveringsprijs: onderzoek naar effect dynamische leveringsprijzen op netcongestie De leveringsprijs is de prijs voor de elektriciteit die de leverancier rekent. De leveringsprijs is een marktprijs en geeft een signaal om vraag en aanbod in heel Nederland efficiënt op elkaar af te stemmen. Leverings­prijzen geven een kleinverbruiker geen signaal om de productie of het verbruik aan te passen aan de beschikbare netcapaciteit. Voor de meeste kleinverbruikers ligt deze prijs voor langere tijd vast. Ook bij een variabel contract ligt deze prijs doorgaans voor een half jaar vast. Wel worden voor beide vormen (vast en variabel) zowel

27 Met de kanttekening dat wanneer het leveringstarief of nettarief dynamisch is (verschillende tarieven voor verschillende tijdsblokken) de btw dit effect vergroot.

37 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

enkel-tarief als hoog/laag-tarieven aangeboden. Bij de laatste variant worden huishoudens dus geprikkeld om meer te verbruiken tijdens daluren (typisch weekenddagen en gedurende de nacht op werkdagen). Dynamische leveringsprijzen verschillen per uur van de dag en zijn in opmars. De hoogte van dynamische leveringsprijzen reflecteert de marktprijs op basis van vraag- en aanbod in de dag-vooruit markt voor elk uur van de volgende dag. Dat kan betekenen dat dynamische prijzen helpen om congestie te voorkomen. Maar dynamische prijzen kunnen congestie ook verergeren. Op zonnige dagen kunnen dynamische prijzen kleinverbruikers ertoe aanzetten het verbruik te verhogen in uren met veel zon. Dat zorgt voor een daling van de vraag naar transport (in het hogere netvlak), omdat elektriciteit die in een wijk wordt opgewekt ook daar

MAATREGEL

IMPACT

TERMIJN

Onderzoek naar het effect van dynamische leveringsprijzen op netcongestie in het laagspanningsnet.

Inzicht in effect van dynamische leveringsprijzen op congestieproblematiek

2024

wordt verbruikt. Echter, op winderige dagen kunnen dynamische prijzen kleinverbruikers ertoe aanzetten om veel te gebruiken op momenten met veel wind, waardoor er lagere prijzen zijn. Dat kan juist zorgen voor een hogere vraag naar transport (van wind op zee naar laagspanningsnet) en congestie verergeren. Kortom, de leveringsprijs geeft een kleinverbruiker geen duidelijk signaal om de productie of het verbruik aan te passen aan de beschikbare netcapaciteit. Wel is het mogelijk dat dynamische leveringsprijzen gemiddeld genomen zorgt voor minder overbelasting van het laagspanningsnet, maar op sommige momenten juist verergeren. Beter inzicht in het effect van dynamische leveringsprijzen op netcongestie is daarom nodig.

MOGELIJKE COMPLICERENDE FACTOREN

ACTIEHOUDER EN BETROKKEN ORGANISATIES

BENODIGD BUDGET/ CAPACITEIT

Actiehouder: EZK Betrokken organisaties: Netbeheerder Nederland, Energie-Nederland

De scope van het onderzoek wordt nog nader bepaald.

Nettarief: herziening structuur nettarief kleinverbruikers Het nettarief wordt door de energieleverancier geïnd en overgedragen aan de netbeheerders. Voor kleinverbruikers geldt een vast tarief per jaar. Het tarief is gebaseerd op de capaciteit van de aansluiting. Dat betekent dat de hoogte van het te betalen tarief niet afhankelijk is van de manier waarop de kleinverbruiker het net gebruikt, zolang de kleinverbruiker geen grotere aansluiting nodig heeft. Daarbij komt dat er weinig differentiatie is. Zo geldt voor alle aansluitingen tussen 1 x 10 A en 3 x 25 A hetzelfde nettarief. Dat betekent dat in de praktijk bijna alle woningen jaarlijks evenveel aan de netbeheerder betalen, of het nou

gaat om een kleine woning met weinig elektrische apparaten of een grote woning met een warmtepomp en inductiekookplaat. Pas als een grotere aansluiting dan 3 x 25 A nodig is, dan neemt het nettarief in één sprong wel aanzienlijk toe.28 Van de drie onderdelen van de energierekening (leveringstarieven, nettarief, belasting) is het nettarief waarschijnlijk het meest geëigende middel om net­ gebruikers prijsprikkels te geven om overbelasting van het net te voorkomen. Het nettarief dient namelijk ter dekking van de kosten van het elektriciteitsnet en moet kostenreflectief zijn.29 Dat betekent dat het nettarief tot op zekere hoogte netgebruikers zou

28 Overlegtafel Energievoorziening (2018) Belemmeringen in nettarieven 29 In Europese regelgeving zijn verschillende criteria opgenomen waar de nettarieven aan moeten voldoen. De nettarieven moeten onder andere kostenreflectief, kostendekkend, niet-verstorend, non-discriminatoir, transparant, eenvoudig en voorspelbaar zijn. Zie Council of European Energy Regulators (2020) CEER Paper on Electricity Distribution Tariffs Supporting the Energy Transition voor verdere duiding van deze criteria.

38 Actieagenda netcongestie laagspanningsnetten

mogen prikkelen om piekverbruik te voorkomen en zo netuitbreiding te verminderen. Een nettarief dat bijvoorbeeld uitgaat van de werkelijk maximale vermogens­vraag, eventueel aangevuld met tijds­ differentiatie, zou netgebruikers sterker prikkelen om piekverbruik tijdens “de spits” te beperken. Er zijn echter praktische en juridische beperkingen om de nettarieven zo te ontwerpen dat in alle gevallen overbelasting wordt voorkomen. Om in alle gevallen overbelasting te voorkomen zijn waarschijnlijk extreem hoge nettarieven nodig op momenten waarop over­belasting dreigt (schaarsteprijzen). Zulke schaarste­ prijzen zijn nodig om op zo’n moment een grote aanpassing van productie of verbruik te bewerkstelligen en daarmee overbelasting te voorkomen. Dit staat echter op gespannen voet met een aantal juridische criteria voor de nettarieven. Zo is het goed denkbaar dat de prijzen dan hoger zijn dan de kosten van net­ uitbreiding en dus niet meer kostenreflectief zijn. Ook zijn nettarieven minder eenvoudig en voorspelbaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=406808e7-0415-4df4-9ab5-6499a289f14f