[24bb004171] Advies Subcommissie BOOR 100624
Tekst van het document
Onderwerp:
Advies
Betreft:
Advies subcommissie BOOR
Afzender: Naam: Telefoon: E-mail:
Griffie Rotterdam V.A.M. Lorijn en N.L. Snoeij 06 12933708 v.lorijn@griffie.rotterdam.nl
Bezoekadres:
Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam
Postadres:
Postbus 70012 3000 KP Rotterdam
Ons kenmerk: Datum:
24bb004171 20 juni 2024
Geachte leden, Advies Raadsvoorstel BOOR-stukken Jaarverslag en jaarrekening 2023 en eerste voortgangsrapportage 2024 De subcommissie BOOR heeft in haar vergadering van 10 juni 2024 over het raadsvoorstel d.d. 28 mei 2024 over het Jaarverslag 2023 en eerste voortgangsrapportage 2024 van Stichting BOOR, 24bb003603, met bijlagen 24bb003604, 24bb003605, 24bb003606, 24bb003607, 24bb003608 en 24bb003609, als volgt unaniem geadviseerd: 1. het jaarverslag en de jaarrekening 2023 van de stichting BOOR goed te keuren; 2. kennis te nemen van het door stichting BOOR aangeboden jaarverslag en jaarrekening 2023 en de eerste voortgangsrapportage (na drie maanden) 2024; 3. de toezeggingen 23bb008549 (Staat schoolgebouwen BOOR), 23bb008550 (BOOR-corona), 23bb008551 (BOOR – fysieke toegankelijkheid) en 23bb008552 (BOOR – voortgangsrapportage burgerschap) als afgedaan te beschouwen. 4. de toezegging 23bb008548 (BOOR-voortgangsrapportage ziekteverzuim) aan te houden Besproken punten In de vergadering van 10 juni 2024, die in geluid en beeld is uitgezonden, zijn de volgende onderwerpen met de BOOR-vertegenwoordigers besproken: - Mededelingen: de huidige contractuele overeenkomst met de accountant eindigt op 31 augustus 2024. Stichting BOOR heeft het voornemen om met Deloitte een overeenkomst af te sluiten.
Deze overeenkomst zal op 1 september 2024 in werking treden en wordt aangegaan voor een periode van vier jaar en met de optie tot tweemaal een jaar te verlengen. - Inclusie en passend onderwijs: Binnen stichting BOOR wordt expliciet aandacht besteed aan de kernwaarden van het openbaar onderwijs, onder ander door middel van dialoogsessies. De belangrijkste kernwaarde in het openbaar onderwijs – verwoord in de missie ‘Sta open’ van BOOR – is dat alle overtuigingen en levensbeschouwingen vreedzaam naast elkaar bestaan. Daarbij is het
Blad: Datum:
2/5 20 juni 2024
van belang om met elkaar in verbinding te blijven door het voeren van het gesprek. Het gesprek wordt gevoerd vanuit respect voor ieders opvattingen, binnen de grenzen van de rechtsstaat en binnen de doelstellingen van de leermiddelen. Qua onderwijsinhoud is het van belang dat alle levensbeschouwingen tijdens de lessen aan bod komen. Door middel van subsidiemiddelen vanuit de gemeente voor burgerschapsvorming maar ook een lopende subsidieaanvraag bij het ministerie van Sociale Zaken wil het BOOR bestuur leraren ondersteunen bij het voeren van lastige gesprekken. - Personeelstekort: Het personeelstekort is er nog steeds en zal de komende jaren oplopen. BOOR signaleert dat bevoegd personeel naar omliggende gemeenten vertrekt, mede omdat ze voor hetzelfde salaris onderwijs aan een – vaak – minder uitdagende populatie kunnen geven. De arbeidsmarkttoelage heeft ertoe geleid dat mensen die al in dienst zijn minder snel vertrekken, maar heeft er niet voor gezorgd dat veel nieuwe mensen zijn aangetrokken. Er is een gezamenlijk afspraak gemaakt in het basisonderwijs dat de PO-scholen geen personeel bij elkaar wegkopen. Deze afspraak zal ook met het voortgezet onderwijs worden gemaakt. Er is een nauwe samenwerking met lerarenopleidingen zodat op een innovatieve manier studenten tijdens de studie praktijkervaring op kunnen doen en eerder mee kunnen draaien in de school.
Ondanks het lerarentekort lukt het om de uitstroom van personeel te compenseren met iets meer instroom. Hier komt wel een kwalitatief vraagstuk bij i.v.m. de instroom van minder leraren en meer onderwijsondersteunend personeel. Er wordt ingezet op zij-instromers en het opleiden van onderwijsondersteunend personeel. Om personeel binnen te houden wordt zoveel mogelijk begeleiding gezet op nieuwe instromende werknemers. Daarnaast vindt er een begeleidingstraject van 3 jaar plaats bij starters, worden carrièreperspectieven aangeboden en zijn er, voor zover mogelijk, goede arbeidsvoorwaarden. Daarnaast is aandacht voor de functiemix. In het hoofdlijnenakkoord wordt aangegeven dat de gelden hiervoor komen te vervallen voor het vo waardoor BOOR naar verwachting € 2,2 miljoen misloopt. Op dit moment is hier een lobby voor aan de gang. - ZZP’ers: Voor het aantrekken van personeel zijn de besturen afhankelijk van de markt. Onderwijs is een publieke zaak en kwetsbaar voor marktwerking. - Financiën en bedrijfsvoering: Er zijn veel losse subsidies voor specifieke doelstellingen zoals bijvoorbeeld basisvaardigheden. Er is lang gepleit voor structurele bekostiging en in het hoofdlijnenakkoord wordt dit ook voorgesteld. Tegelijkertijd is het nog onduidelijk wat er gebeurd als subsidies wegvallen en wat daarvoor in de plaats komt.
Het feit dat de liquide middelen naar beneden zijn gegaan heeft te maken met de incidentele middelen. De liquiditeitsprognose hoeft geen probleem te zijn, zolang de middelen voor de juiste dingen worden gebruikt. De accountant heeft geconstateerd dat sprake is van een financieel solide organisatie. De opgave rondom gebouwbeheer en onderhoud stelt BOOR voor grotere financiële opgaven. Per 1 januari 2024 is sprake van een stelselwijziging. De voorziening groot onderhoud moet omhoog. Begin 2024 is 8 miljoen toegevoegd uit het weerstandsvermogen. Op dit moment loopt een schouw langs panden om de staat van het onderhoud na te gaan. Het onderhoud van alle scholen is een financiële opgave maar kan worden gedragen. Dit betekent wel dat het geld dat hieraan wordt uitgegeven niet aan onderwijs zelf kan worden besteed. - Duurzaam: De energiemarkt normaliseert, alertheid is nog wel noodzakelijk. Of er nog een compensatie komt uit 2023 is niet zeker. Mocht deze compensatie niet worden verstrekt dan heeft dit geen gevolgen voor de begroting 2024. Duurzaamheid staat op de agenda van het Algemeen
Blad: Datum:
3/5 20 juni 2024
Bestuur. Daar waar mogelijk worden zonnepanelen geplaatst. Zowel van belang voor duurzaamheid als kostenperspectief. - Weerstandsvermogen: Dit percentage is van 10% naar 8% gegaan en wordt bezien in de context van nu. Een gedegen risicoanalyse is hierbij van belang om te bepalen wat het weerstandsvermogen zou moeten zijn. Daarbij wordt gekeken naar de samenhang met het onderhoud en het beheer van vastgoed. Zodra deze laatste twee beter op orde zijn hoef je minder weerstandsvermogen aan te houden. - Werkdruk: Is hoog onder het onderwijspersoneel.. De doelen in het jaarverslag komen tot stand in samenspraak met het onderwijsmanagement en relateren aan de opgaven waar het onderwijs voor staat en de strategische speerpunten uit de Koers van BOOR. In het jaarverslag 2023 staan 44 doelen. Dit aantal is in het lopende jaar teruggebracht naar 19 doelen. Het is de bedoeling om dit aantal nog verder terug te brengen en daarmee meer lijn en focus aan te brengen. Het zou daarbij helpen als dat ook voor landelijke beleidsontwikkelingen gaat gelden. Daarnaast wordt meer focus gelegd op een beperkt aantal thema’s uit het ROB. Tegelijkertijd vinden er op nationaal niveau discussies plaats die weer nieuwe onderwerpen op de agenda van de scholen zetten. BOOR probeert zich te beperken tot grotere doelen zodat daar alle aandacht aan kan worden besteed.
Uit het MTO dat in het voorjaar is gehouden komt een lichte verbetering in de uitkomst m.b.t. werkdruk dan het jaar daarvoor. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat scholen gesprekken faciliteren over werkdruk en wat er wordt gedaan om deze werkdruk te verlagen. - Kwaliteit onderwijs en Basisvaardigheden: Er is verscherpte aandacht voor basisvaardigheden. Dit is geheel in lijn met de landelijke politiek en de politieke lijn van het college. In het nieuwe plan is meer focus op basisvaardigheden waaronder taal, rekenen, burgerschap en digitale geletterdheid. Dit helpt het onderwijspersoneel om focus aan te brengen. De doelen in dit plan zijn tot stand gekomen vanuit de drie onderwijssectoren van BOOR en stroken daarmee ook met de doelen op schoolniveau. Deze thema’s en doelen krijgen ook in de schoolplannen een plek. Daarnaast zijn er interdisciplinaire teams, waarin groepen van leraren en schoolleiders samen met mensen van ondersteunende diensten, gezamenlijk thema’s oppakken. Hiermee wordt aansluiting gevonden bij thema’s die spelen bij scholen zelf. Omdat de middelen zoveel mogelijk op basisvaardigheden worden ingezet betekent dit wel dat bepaalde dingen die voorheen uit ROB werden bekostigd niet meer kunnen, zoals aandacht voor sport ‘Lekker fit’. - Subsidie-/NPO gelden: De NPO gelden vallen weg.
De gelden voor basisvaardigheden blijven wel, maar er is nog niet bekend in welke omvang. Door het wegvallen van de NPO gelden kunnen een aantal dingen minder worden gedaan. De NPO gelden zijn specifiek geïnvesteerd in het wegwerken van achterstanden van leerresultaten door tijdelijk personeel aan te trekken. Dit personeel kan niet meer betaald worden door het wegvallen van deze gelden. 14% van de NPOmiddelen is ingezet voor tijdelijk personeel. Met de afbouw van deze subsidiemiddelen zal het personeel waarvan het contract al drie keer is verlengd geen contractverlenging meer kunnen krijgen (voornamelijk onderwijsondersteunend personeel). Er is nog twee jaar sprake van incidentele middelen en om op de afbouw te anticiperen wordt bijvoorbeeld gesproken met de kinderopvang die ook te korten heeft. Omdat onderwijsondersteunend personeel en pedagogische medewerkers in de kinderopvang een vergelijkbare opleiding hebben kunnen deze medewerkers misschien overstappen. Daarnaast wordt naar interne mobiliteit binnen BOOR gekeken. - Ziekteverzuim: Er is sprake van minder ziekmeldingen, maar de ziekmeldingen zijn wel vaker langdurig. Bij twee organisatieonderdelen is sprake van een daling. Bij het voortgezet onderwijs en
Blad: Datum:
4/5 20 juni 2024
het speciaal onderwijs is sprake van een stijging. Dit komt o.a. door een groter lerarentekort. Om ziekmeldingen te voorkomen blijft de aanpak om de voorzieningen zo laagdrempelig mogelijk te houden en hulp beschikbaar te stellen vanuit de ‘provider boog’. Dit zijn organisaties die klaar staan om de nodige hulp te bieden. Het hoge psychische verzuim is iets gedaald, maar heeft ook de aandacht. Het percentage ziekmeldingen bij onderwijsondersteunend personeel is hoger dan bij onderwijzend personeel; de reden hiervoor zou kunnen zijn dat deze eerste groep meer en andere taken moet verrichten door het tekort aan leraren. - Slagingspercentage: Zowel landelijk als bij BOOR scholen is dit percentage gedaald. Een van de oorzaken is het vervallen van een aantal regelingen dat is ontstaan in de covid periode waarbij vakken konden worden geschrapt als leerlingen slechtere cijfers hadden en een grotere mogelijkheid tot compenseren. Tegelijkertijd is het landelijk beeld ook slechter ten opzichte van voorgaande jaren. Op basis van cijfers is het moeilijk te vergelijken met andere schoolbesturen in Rotterdam zeker gezien het grote verschil tussen de besturen. Het aantal leerlingen met APCG (postcodegebieden waar gezinnen wonen met een minder sterke sociaaleconomische achtergrond) is bij de scholen van BOOR hoger dan gemiddeld in Rotterdam. Bij deze scholen zijn de examenresultaten slechter.
Doordat er veel leerlingen zijn met een hoog leerlinggewicht is er meer subsidie voor basisvaardigheden binnen gehaald. Dit bedrag is bedoeld om extra personeel aan te nemen zodat leerlingen extra begeleiding kunnen krijgen, maar dit loopt spaak door het lerarentekort. Middelen die niet aan extra personeel worden besteed worden samengevoegd om een gezamenlijke aanpak te ontwikkelen, zoals scholing voor zittend personeel en scholingsmateriaal. Deze extra middelen leiden nog niet tot verbetering omdat je deze investering pas later terugziet. Een deel van de middelen zit nog in de reserve zodat dit ook in de komende jaren nog kan worden ingezet. - Onderadviseren: Sinds een aantal jaar wordt het kennisplatform als actie ingezet om met alle BOOR basisscholen te kijken naar de advisering die zij hun leerlingen geven. Daarbij wordt gekeken naar de relatie van het advies t.o.v. het niveau waar de leerlingen drie jaar later in het voortgezet onderwijs zitten en of het advies trefzeker is geweest. Elk jaar bespreken alle basisscholen dit met elkaar. Dit leidt tot afname van onderadvisering en ook tot eventuele heroverwegingen. - Veiligheid: Het vo bestuur heeft samen met het mbo en de gemeente een convenant gesloten over veiligheid. Hierbij wordt ook aan de preventieve kant van veiligheid voldoende aandacht besteed in het kader van burgerschap, culturele vorming en maatschappijleer.
Wijkagenten zijn beschikbaar in het kader van eventuele begeleiding en om voorlichting te geven op scholen. - Thuiszitters: Het aantal thuiszitters heeft te maken met het feit dat er speciaal onderwijs of zorg nodig is maar dat er geen plek in het speciaal onderwijs is of dat de zorg niet geleverd kan worden op reguliere scholen. Hierbij is de taskforce dekkend netwerk belangrijk. In dat kader wordt gekeken naar meer flexibiliteit in regels om jeugdzorg of maatschappelijk werk beter beschikbaar te maken. Ook wordt gekeken of er wellicht meer plekken vrijgespeeld kunnen worden in het speciaal basisonderwijs als overbruggingsperiode. - VOG: Er wordt veel aan gedaan zodat deze tijdig worden aangeleverd. Hiervoor is een systeemaanpassing ontwikkeld. Daarnaast wordt er dicht op het proces gezeten, zodat ook op gedrag gestuurd kan worden. Digitale aanvragen zijn mogelijk en dit scheelt tijd. In september of oktober van 2024 wordt een meting gedaan van het verloop.
Blad: Datum:
5/5 20 juni 2024
- ICT: Het systeem AFAS heeft een privacy en security test gedaan. Hiermee is het systeem getest op veiligheid en cyberaanvallen.
Toezeggingen en afspraken Het BOOR-bestuur heeft het volgende aan de subcommissie BOOR toegezegd: - BOOR zal in de volgende voortgangsrapportage rapporteren over de voortgang van het verkrijgen van verklaringen omtrent gedrag (VOG) (24bb004061); - BOOR zal de cijfers over werkdruk delen met de commissie (24bb006062) Behandeling door commissie WIOSSAN De subcommissie heeft als taak uw commissie in overleg met het BOOR-bestuur te adviseren over de BOOR-documenten die goedkeuring vereisen van de raad en over de tussentijdse voortgangsrapportages. De subcommissie bestaat uit vijf leden van de commissie WIOSSAN, de heer Ceulemans, mevr. v.d. Peppel, mevr. Vlieger (vervangen door mevr. Oosterwegel), mevr. Nunnely en mevr. Van Groningen-de Haas (voorzitter). De subcommissie is bijgestaan door ambtenaren met onderwijskundige en financiële expertise en een commissiegriffier. Zodoende wordt een gedegen voorbereiding van het advies van de commissie WIOSSAN beoogd. De werkgroep is unaniem in haar advies om het jaarverslag 2023 en eerste voortgangsrapportage 2024 goed te keuren. Daarom wordt de commissie WIOSSAN voorgesteld het advies via haar vergadering van 10 juni 2024 over te nemen na een toelichting van de voorzitter van de subcommissie BOOR. Subcommissie BOOR, Commissiegriffier, V.A.M. Lorijn
Voorzitter, D.A. van Groningen