[24bb004147] Bijlage behorende bij 24bb004146 over evaluatierapport programma Slim organiseren met (kunst)vakdocenten
Tekst van het document
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
Resultaten van de pilot Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten Cultuuronderwijs als deeloplossing voor het lerarentekort
1
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
Inhoudsopgave Inleiding Deel 1: beschrijving van de pilot Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten 1. De pilot 3. Kritische succesfactoren 4. Continuering van het project -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------Deel 2: Onderzoeksverslag Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten 1. Inleiding 2. Onderzoeksmethode en theoretisch kader 3. Resultaten 4. Conclusie -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------Bibliografie Bijlage 1: Ontstaan van de pilot Bijlage 2: Deelnemende scholen Colofon
2
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
Inleiding De afgelopen jaren werd het lerarentekort steeds nijpender, ook in Rotterdam. Vanuit de gedeelde overtuiging dat cultuuronderwijs bijdraagt aan een brede ontwikkeling van kinderen en jongeren, aan kansengelijkheid én aan een verrijking van het curriculum, sloegen Kenniscentrum Cultuuronderwijs Rotterdam (KCR) en Stichting Kunstzinnige Vorming Rotterdam (SKVR) de handen ineen in de pilot Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten. Sinds 2022 staan ervaren (kunst)vakdocenten voor de klas die (deels) meedraaien in het docententeam, waardoor leerkrachten de ruimte krijgen om zich te focussen op andere taken. Tegelijkertijd brengen (kunst)vakdocenten kennis en vaardigheden mee die een aanvulling vormen op het curriculum van de school. “Terwijl de school geholpen wordt met extra formatie, profiteren leerlingen en leerkrachten van de creatieve expertise die vakdocenten meebrengen. Cultuuronderwijs krijgt dankzij deze pilot een stevigere plek in het onderwijs.” Cultuuronderwijs omvat alle vakken waarin we reflecteren op en nadenken over cultuur. Dus naast de kunstvakken ook filosofie, maatschappijleer, burgerschap en literatuur. Door deze brede visie van cultuuronderwijs kunnen kunstvakken en veel andere vakken op elkaar aangesloten worden.
Leerlingen leren zo niet alleen over cultuur, maar leren ook reflecteren op hun eigen en op de gezamenlijke culturele geschiedenis. Van de initiatiefnemers is SKVR uitvoerend partner en verantwoordelijk voor de passende inzet van (kunst)vakdocenten. Samen met deelnemer Rotterdam Vakmanstad bewaken zij de kwaliteit van de inzet op de deelnemende scholen. KCR is als kenniscentrum voor cultuuronderwijs onder andere verantwoordelijk voor de monitoring van het project en het delen van de kennis die dat oplevert. In 2023 voerde KCR een kwalitatief onderzoek uit naar het effect van deze pilot. Uit deze eerste resultaten blijkt dat de inzet van (kunst)vakdocenten – rekening houdend met een aantal kritische succesfactoren - van grote waarde is voor een verrijking van de leerervaring van leerlingen én dat het kan het bijdragen aan het verlichten van werkdruk binnen het primair onderwijs. De resultaten en inzichten uit dit onderzoek zijn gebundeld in deze uitgave en vormen de voedingsbodem voor de continuering van het project en verdere uitwisseling over dit onderwerp. In deel I beschrijven we de werkwijze en kritische succesfactoren van de pilot Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten.
Deel II is een verslag van het kwalitatief onderzoek, waarin aan de hand van de perspectieven van meerdere doelgroepen een veelzijdig beeld gegeven wordt van de ervaringen met Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten. Wil je meer weten over het project, de monitoring en de resultaten? Neem contact op met KCR via info@kc-r.nl. Wil je deze oplossing inzetten op jouw school of wil je als kunstvakdocent bijdragen aan deze oplossing? Neem contact op met SKVR via klantenservice@skvr.nl
3
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
Deel 1: beschrijving van de pilot Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten
4
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
1. De pilot Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten is een project van Kenniscentrum voor Cultuuronderwijs Rotterdam (KCR) en Stichting Kunstzinnige Vorming Rotterdam (SKVR) in samenwerking met Rotterdam Vakmanstad en mede mogelijk gemaakt door Gemeente Rotterdam, gestart in 2022 als deeloplossing voor het lerarentekort in Rotterdam. Het project geeft scholen voor primair onderwijs de mogelijkheid om externe (kunst)vakdocenten in te schakelen, waardoor ruimte ontstaat om hun eigen leerkrachten vrij te spelen en efficiënter in te zetten. Tegelijk versterkt de inzet van (kunst)vakdocenten het curriculum met specifieke vakkennis op het vlak van alle kunstdisciplines, media, burgerschap en techniek. Financiering De pilot is in 2022 gestart als onderdeel van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) via de gemeente Rotterdam (Gemeente Rotterdam / Slim Organiseren, 2022). De pilot loopt tot en met juni 2024. In 2023 is het project opgenomen in het Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid (NROB), waarmee het project na juni 2024 gecontinueerd wordt tot en met 2028. Het project wordt gefinancierd door subsidie van de gemeente Rotterdam, verstrekt aan KCR als penvoerder van de subsidieaanvraag. Curriculum verrijken met vakkennis In het voorjaar van 2024 zijn er 12 scholen voor primair onderwijs die deelnemen aan de pilot.
Deze oplossing op maat wordt op elke school anders ingezet, afhankelijk van wat er nodig is. Van een kunstvakdocent van SKVR die een dagdeel de klas overneemt, tot een groendocent van Vakmanstad die als onderdeel van de formatie meedraait in de carrousel van groepsleerkrachten. De vakdocenten geven les vanuit hun (kunst)discipline, dragen bij aan sociaal-emotioneel leren en kunnen aansluiten bij de thema’s die op school spelen en de doelstellingen op het gebied van taal, rekenen, wereldoriëntatie of burgerschap. Vakdocenten die dat willen, kunnen hun didactische en pedagogische vaardigheden verder versterken met het nascholingsprogramma Level Up Compact van de Thomas More Academie. Terwijl de school geholpen wordt met extra formatie, profiteren leerlingen en leerkrachten van de creatieve expertise die vakdocenten meebrengen naar school. Cultuuronderwijs krijgt dankzij deze pilot een stevigere plek in het onderwijs.
1.1 Doelstellingen Het project Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten is gebaseerd op de volgende vier doelstellingen: 1. Door een creatieve inzet van kunstvakdocenten (slim organiseren) zorgen voor extra formatie op scholen. Het project geeft scholen voor primair onderwijs de mogelijkheid om het schoolteam te versterken met externe (kunst)vakdocenten, waardoor ruimte ontstaat om de eigen leerkrachten vrij te spelen en efficiënter in te zetten. Door inzet van de (kunst)vakdocenten in één of meerdere groepen, en door slim te roosteren met de combinatie van leerkrachten en vakdocenten, heeft de school meer mogelijkheden om de formatie sluitend te krijgen. De vakdocent levert een betekenisvolle bijdrage aan de SLO kerndoelen voor Kunstzinnige Oriëntatie en Oriëntatie op jezelf en op de wereld. De kerndoelen bieden ruimte voor een eigen invulling, die de vakdocent afstemt op de specifieke doelen van de school. Hoe beter de 5
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
school vanuit helder geformuleerde doelen en pedagogische keuzes werkt, hoe beter de vakdocent via de vaklessen kan bijdragen aan de ontwikkeling van sociaal-emotionele vaardigheden en persoonsvorming van de leerlingen (LKCA, 2023). Het organisatorische werk om dit te realiseren en de begeleiding van de kunstvakdocent wordt intensief ondersteund door de accounthouder van de culturele instelling waar de school mee samenwerkt. 2. Het (cultuur)onderwijs op school versterken met inzet van (kunst)vakdocenten, die vanuit hun culturele activiteiten verbinding maken met andere doelstellingen dan alleen cultuurdoelstellingen in het onderwijs. (Kunst)vakdocenten, die een kunstdiscipline, ambacht of vak beheersen, kunnen het onderwijs verrijken. De dagen of dagdelen dat de vakdocent een klas overneemt, zijn de dagen waarop intensiever wordt ingezet op de ontwikkeling van andere vaardigheden dan de basisvaardigheden én waarop leerlingen de reeds aangeleerde basisvaardigheden op andere manieren mogen toepassen. De vakdocenten zoeken daarom vanuit hun vaklessen aansluiting bij het curriculum door lesthema’s en leerdoelen van de leerkracht te integreren in hun vaklessen. In overleg met de leerkracht wordt bijvoorbeeld een lesprogramma ontwikkeld, waarin de vakdocent aandacht besteedt aan de woordenschat waar de leerkracht op dat moment ook mee bezig is.
Zo maakt een leerling een bredere en diepere ontwikkeling door. Voor leerlingen die van huis uit minder gestimuleerd worden om deel te nemen aan culturele activiteiten, kan dit ook bijdragen aan meer kansengelijk opgroeien (Er zit meer in! – Cultuur en onderwijs, samen voor kansengelijkheid, KCR, 2023). Door de samenwerking tussen de leerkracht en de vakdocent, en door de structurele aanwezigheid van de vakdocent op school, ontwikkelen vakdocenten kennis van andere vakken, waardoor zij vakoverstijgend en steeds breder inzetbaar zijn. 3. Het versterken van kennis en vaardigheden van (kunst)vakdocenten, zodat zij op scholen kunnen werken vanuit een stevige pedagogisch-didactische basis. De (kunst)vakdocenten staan zelfstandig voor de groep. Zij zijn bekwaam in hun vakgebied en beschikken over pedagogische en didactische vaardigheden en klassenmanagement. De vakdocenten die hun pedagogische en didactische vaardigheden willen versterken, doen dat met het nascholingsprogramma Level Up Compact van de Thomas More Academie. Met modules pedagogiek & didactiek vergroten zij hun vaardigheden om een veilige en betekenisvolle leeromgeving te creëren voor de leerlingen en een professionele relatie aan te gaan met de leerkrachten.
Via Level Up doet de vakdocent zowel kennis op van het werk van de leerkracht als van het curriculum, waardoor zij vanuit een gemeenschappelijk kader efficiënt lesthema’s en doelen afstemmen, onderlinge afspraken maken en een overdracht kunnen doen (Hand-out Level UP, Thomas More Academie, 2024). 4. Het monitoren en overdraagbaar maken van resultaten; onderzoeken hoe bovenstaande doelen gerealiseerd kunnen worden en wat daarbij de succesfactoren zijn, het delen van deze inzichten. 6
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten is gestart naar aanleiding van het plan Slim Organiseren, waarin schoolbesturen en gemeente intensief samenwerken aan het terugdringen van het lerarentekort (Gemeente Rotterdam / Onderwijs 010, 2022). Met de pilot leveren we op iedere school maatwerk. Er wordt veel tijd gestoken in zorgvuldig uitzoeken welke vorm van samenwerking het beste past bij de school. De leerervaringen die we opdoen in dit proces dragen bij aan de ontwikkeling van het project. Tegelijk zijn we ook aan het pionieren en willen we onze aanpak valideren en overdraagbaar maken. Door kritische succesfactoren te bepalen, te monitoren en te evalueren, blijven we onze aanpak ontwikkelen en kunnen we relevante kennis delen met de partners in de Onderwijsregio Rotterdam po en daarbuiten.
1.2 Voorbeelden van Slim Organiseren Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten is een oplossing op maat. Bij iedere aanvraag kijkt de culturele instelling samen met de school wat de behoefte is en welke programmering qua inhoud en roostering het beste past bij de school. De behoefte van scholen varieert van tijd vrijmaken voor leerkrachten ten behoeve van andere werkzaamheden in school, tot het wekelijks opvangen van een tekort in de bezetting. Groepsleerkrachten vrijroosteren Voor het vrijroosteren van leerkrachten zijn diverse werkvormen gevonden. Zo koos een school voor Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten, omdat een deel van de leerkrachten een opleidingstraject ging volgen. Diverse kunstvakdocenten verzorgden op deze school een aantal lesblokken voor gemende klassen in de bovenbouw. De leerlingen maakten per blok een keuze uit één van de kunstvakken. Deze aanpak beviel de school zo goed, dat het schooljaar daarop de samenwerking werd gecontinueerd en uitgebreid naar de middenbouw. De leerkrachten gebruiken deze tijd nu voor overleg, lesvoorbereiding en ontwikkeling. Kunstvakdocenten inzetten boven de sterkte Op een andere school volgen alle groepen wekelijks kunstlessen, verzorgd door duo’s van kunstvakdocenten in de disciplines dans, theater, muziek en beeldende kunst. Ook hier zijn de leerkrachten in deze tijd vrijgeroosterd voor andere taken.
Twee van de kunstvakdocenten worden daarnaast één dag per week bovenformatief ingezet. Zij springen bij waar nodig. De schooldirecteur ziet hun ‘andere expertise’ als een meerwaarde. De kunstvakdocenten krijgen daarom de vrijheid om vanuit hun kunstvak te werken. Zij werken uit eigen beweging, ook deels volgens het rooster van de leerkracht, en begeleiden activiteiten zoals lezen. Omdat de twee kunstvakdocenten ook deel uitmaken van de duo’s die wekelijkse kunstlessen verzorgen, zijn zij bekend bij alle leerlingen op school. De groep verkleinen voor individuele aandacht Sommige scholen kiezen voor Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten, omdat zij een leeromgeving met kleinere groepen willen creëren, waarin zij leerlingen voldoende individuele aandacht kunnen geven. De vakdocent neemt dan bijvoorbeeld wekelijks de helft van de groep mee, zodat de leerkracht met de andere helft van de groep intensiever kan werken. Eén van deze scholen gebruikt deze tijd om leerlingen goed te observeren en op basis daarvan gedifferentieerder te werken. Een andere school werkt hiervoor samen met zowel SKVR als Rotterdam Vakmanstad (zie kader). De twee culturele instellingen verzorgen samen lessen beeldende kunst en filosofie en wisselen na een uur van groep. De leerkracht heeft dan twee uur lang een halve groep om aan taal en 7
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
rekenen te werken en kan daarbij intensiever en individueel begeleiden. De andere leerlingen hebben een kwalitatieve les beeldende vorming en filosofie, waarin tevens gewerkt wordt aan SLO doelen. Kunstvakdocenten preventief inzetten Sommige scholen zetten Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten preventief in. Dat wil zeggen dat er nu geen lerarentekort is op de school, maar dat zij het schoolteam wel hebben uitgebreid met (kunst)vakdocenten. Hiermee hebben zij minder leerkrachten nodig of kunnen zij de werkdruk voor leerkrachten verlagen. De vakdocent draait bijvoorbeeld mee in de carrousel van leerkrachten, waarmee zij in blokken lessen verzorgen aan leerlingen. Of de vakdocent werkt structureel twee middagen op een leerplein, zodat daar minder leerkrachten nodig zijn en het team flexibeler inzetbaar is bij uitval van leerkrachten. Kunstvakdocenten inzetten voor tekort aan leerkrachten De culturele instellingen die werken binnen het project Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten worden ook benaderd door scholen die een acuut probleem hebben in de formatie. Dit ontstaat doordat leerkrachten halverwege het schooljaar elders een baan vinden, door ziekte uitvallen of in verband met zwangerschapsverlof langdurig afwezig zijn. Op deze scholen worden diverse oplossingen gevonden om (kunst)vakdocenten een of twee dagen per week voor groepen in te zetten.
De vakdocent wordt op deze scholen deel van het team van groepsleerkrachten en draait volledig mee in het ritme van de school.
8
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
3. Kritische succesfactoren Bij aanvang van het project is besloten om tijdens de pilot resultaten te onderzoeken en te leren van de kennis die dat oplevert. De onderzoeksresultaten (zie deel 2 van deze publicatie) geven inzicht in de eerste bevindingen en wekken nieuwsgierigheid naar de langetermijneffecten van Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten. Daarnaast is er vanuit de praktijk continu geëvalueerd en bijgesteld door (kunst)vakdocenten, accounthouders van culturele instellingen, leerkrachten, ib’ers en schooldirecteuren. Dankzij deze onderzoeksresultaten en de praktijkervaringen in de dagelijkse uitvoering, hebben we aan het einde van deze pilot een goed beeld van de kritische succesfactoren van Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten: 1. Zelfstandig werkende (kunst)vakdocent Binnen het project Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten werken alle (kunst)vakdocenten zelfstandig met een hele groep of deel van een groep, afhankelijk van de behoefte van de school. Het overdragen van de lessen aan (kunst)vakdocenten levert leerkrachten extra tijd op voor andere werkzaamheden of geeft ruimte om leerlingen individueel te begeleiden.
Om vakdocenten zelfstandig te laten werken, is het belangrijk dat zij over sterke pedagogische en didactische vaardigheden beschikken en dat zij voldoende ondersteuning krijgen vanuit zowel de culturele instelling als het schoolteam. 2. Sterke pedagogische en didactische vaardigheden van (kunst)vakdocenten Betrokkenen bij de pilot benadrukken het belang van sterke pedagogische en didactische vaardigheden van de externe (kunst)vakdocenten. In de eerste plaats omdat de vakdocent zelfstandig voor de klas staat, maar vooral omdat een veilige leeromgeving en goed klassenmanagment bijdraagt aan een rijke leerervaring van leerlingen. Een deel van de (kunst)vakdocenten is al zeer ervaren in het zelfstandig begeleiden van groepen. De vakdocenten die hun pedagogische en didactische vaardigheden willen versterken, kunnen dat doen met Level Up Compact van de Thomas More Academie. Door Level Up krijgen vakdocenten nog meer inzicht in de inhoud van het werk van de leerkracht en in hun eigen handelen. Het effect van sterke, zelfstandige (kunst)vakdocenten is zichtbaar in de leskwaliteit en de verbinding van de kunstvaklessen met de doelen van de school. 3. Ondersteunende omgeving voor (kunst)vakdocenten Het bieden van ondersteuning aan de (kunst)vakdocent door de accounthouder en het schoolteam is een belangrijke factor voor een duurzame samenwerking met een school.
Het afstemmen van de opdracht van (kunst)vakdocenten op de specifieke behoefte van de school, is een voortdurende uitdaging die alle betrokkenen ervaren. Zodra een vakdocent zich deel van het team voelt, is het makkelijker om iets te bespreken of te regelen en dat draagt bij aan de kwaliteit van de vaklessen. De accounthouder van de culturele instelling speelt daarin een belangrijke rol, want die kan de school en de vakdocent helpen of werk uit handen nemen. 4. Intensieve coördinatie van het project op school In dialoog met scholen hebben we ervaren hoe belangrijk het is om aandacht te besteden aan de verwachtingen van de samenwerking en daar regelmatig op terug te komen. Een school is een dynamische omgeving. Er kunnen tussentijds nieuwe behoeften ontstaan of issues in de weg gaan zitten. Gedurende de pilot is het contact tussen de accounthouder en de schooldirecteuren 9
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
geïntensiveerd. Bij issues rond de vaklessen is het fijn als een schooldirecteur snel kan sparren met de accounthouder, zodat zij gezamenlijk een oplossing kunnen zoeken. 5. Vanuit culturele activiteiten verbinding maken met lesthema’s of leerdoelen op school In het project is het doel gesteld om vanuit (kunst)vaklessen verbinding te maken met andere doelstellingen op school. De betrokkenen zijn het erover eens dat cultuuronderwijs een waardevolle bijdrage levert aan het reguliere onderwijs, omdat het bijdraagt aan het opdoen van nieuwe ervaringen en het ontwikkelen van talenten en vaardigheden. De betrokkenen geven ook aan dat de vaklessen bijdragen aan de bredere ontwikkeling van leerlingen als de vaklessen aansluiten bij wat de leerkracht al doet in de klas. Daarom is het essentieel voor een rijke leerervaring van de leerlingen, dat zowel de (kunst)vakdocent als de leerkracht moeite doet om lesthema’s en leerdoelen onderling te bespreken en inhoudelijk af te stemmen. 6. Investeren in samenwerking Het afstemmen van lesthema’s, overdragen van leerlingen en begeleiden van (kunst)vakdocenten kost tijd. Op de langere termijn loont deze investering. De vakdocent is dan sneller thuis op school en onderdeel van het team, waardoor deze een waardevolle bijdrage levert aan het team én aan het onderwijs.
“Heb vertrouwen in elkaar en waardeer elkaars expertise. Wees daarin samen beweeglijk. Vertrouwen is een proces, in het begin moet je elkaar even vinden. Naarmate je elkaar beter leert kennen, ga je steeds meer op elkaar bouwen en kun je de reguliere lessen en de (kunst)vaklessen thematisch steeds meer op elkaar laten aansluiten.” - Antoinet de Valk, Adjunct-directeur van Park16hoven
Sinds de start van de pilot zijn in totaal 18 scholen betrokken geweest. Zes scholen zijn om verschillende redenen gestopt met Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten. Ook hiervan hebben we geleerd: •
Als de samenwerking met (kunst)vakdocenten nog niet breed gedragen wordt door een schoolteam, dan kunnen personele- of andere veranderingen op school leiden tot het beëindigen van de inzet van vakdocenten. Een directeurswissel heeft in bijna alle gevallen geleid tot stoppen met de pilot in verband met verschil in visie. Eén school koos voor een andere onderwijsvorm. Vanuit het schoolteam was er een nadrukkelijke voorkeur om eerst de onderwijsvorm te implementeren en in de toekomst opnieuw in gesprek te gaan met de accounthouder van de culturele instelling over Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten.
•
De pilot is ook op een school voor speciaal onderwijs uitgevoerd. De inzet van de vakdocent, voor een beperkt aantal uren per week, bleek niet voldoende om een band op te bouwen die deze specifieke groep leerlingen nodig heeft voor lessen waarbij de leerkracht niet aanwezig is. Daarom is ervoor gekozen om de pilot niet voort te zetten, maar samen te werken binnen een ander programma waarbij leerkracht en kunstvakdocent samenwerken.
Financieel gezien zou er bij een tekort aan leerkrachten ruimte moeten zijn om de inzet van (kunst)vakdocenten vanuit de reguliere formatiemiddelen te financieren. Echter, tot nu toe betalen 10
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
scholen de inzet van vakdocenten van het project Slim Organiseren vaak vanuit tijdelijke financiering, bijvoorbeeld vanuit NPO of werkdrukverlichting. Voor geen van de scholen is dit een reden geweest om te stoppen, maar het wegvallen van deze tijdelijke budgetten kan in de toekomst ook een einde van de inzet van (kunst)vakdocenten betekenen. De wijze van financiering is een aandachtspunt voor het vervolg van het project.
11
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
4. Continuering van het project Aan het einde van schooljaar 2023-2024 loopt de pilotfase af en continueren we het project om op scholen een bijdrage te blijven leveren aan de formatie en een rijker curriculum met (kunst)vakdocenten die beschikken over sterke pedagogische en didactische vaardigheden. In het continueren van het programma ligt de focus op de volgende aspecten: •
Informatiepakket voor scholen In de vele gesprekken die de afgelopen jaren met scholen zijn gevoerd, blijkt dat scholen praktische vragen hebben over het bekostigen van het project en de praktische implementatie van het project op hun school. Aan het einde van de pilot staan meer scholen open voor de suggestie van slimmer organiseren, maar zij overzien niet altijd de praktische mogelijkheden. De pilot heeft ons veel ervaring en kennis opgeleverd, waarmee wij een informatiepakket samenstellen om scholen te voorzien van de benodigde informatie.
•
Het vormen van een lerende community om dit project te blijven volgen Dit onderzoek maakt de ervaringen en effecten, die dit project op deze korte termijn heeft opgeleverd, inzichtelijk. Maar het maakt ook nieuwsgierig. Wat is op de lange termijn het effect van geïntegreerd cultuuronderwijs op de ontwikkeling van de basisvaardigheden? En welke impact kan het project op de langetermijn hebben als onderdeel van een oplossing voor het lerarentekort? De resultaten uit dit, en toekomstig, onderzoek gebruiken we om via kennissessies en gesprekken met stakeholders en partners focus aan te brengen in relevante onderwerpen.
•
Scholing van (kunst)vakdocenten De samenwerking met de Thomas More Academie voor Level Up Compact wordt gecontinueerd en uitgebreid met een specialisatiemodule. Een deel van de (kunst)vakdocenten die de afgelopen jaren hun certificaten bij Level Up Compact hebben behaald, hebben namelijk interesse getoond in specialisatiemodules taal, rekenen en wereldoriëntatie. Met deze specialisatiemodules zijn de (kunst)vakdocenten nog beter toegerust om complementair te zijn aan het team van leerkrachten op school.
•
Verbreden naar andere culturele instellingen In de pilotjaren hebben we verkennende gesprekken gevoerd met culturele instellingen over deelname aan de pilot. Dit heeft geleid tot uitbreiding met Rotterdam Vakmanstad. De ervaringen die SKVR en Rotterdam Vakmanstad hebben opgedaan, delen we met onze gesprekspartners in de culturele sector. Onze intentie is om de werkwijze van Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten te verbreden naar meer culturele instellingen die deze vorm van partnerschap willen aangaan met een school.
12
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
Deel 2: Onderzoeksverslag Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten Slim Organiseren, een kwalitatief onderzoek
13
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
1. Inleiding Eén van de doelstellingen van KCR is het ontwikkelen, delen en toepassen van kennis met betrekking tot goed cultuuronderwijs. Gedurende de pilot is de uitvoering van het project gemonitord door KCR, met als doel om de verwachtingen en resultaten van het project te toetsen. Bij de monitoring is gekozen voor een kwalitatief onderzoek, waarin de ervaringen en visies van alle betrokkenen van meerdere deelnemende scholen in kaart zijn gebracht. Het resultaat is een rijk verslag met een beschrijving van de ervaringen en visies van schooldirecteuren, leerkrachten, vakdocenten, accounthouders van culturele instellingen en de leerlingen zelf. Het project Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten kan met deze inzichten doelmatig gecontinueerd worden, omdat er inzichtelijk is gemaakt welke onderdelen succesvol bijdragen aan het project en welke onderdelen aandacht behoeven. Deze relevante, op de praktijk gefundeerde kennis, wordt gedeeld met de partners in de onderwijsregio Rotterdam PO en daarbuiten. Daarnaast is het onderzoeksverslag bedoeld voor scholen die geïnteresseerd zijn in slimmer organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten om hun cultuuronderwijs te versterken en als deeloplossing voor het aanhoudende lerarentekort.
Ook culturele instellingen die mogelijkheden zien om vanuit hun programma’s een bijdrage te leveren aan het terugdringen van het lerarentekort, kunnen met dit onderzoek inspiratie vinden voor hun praktijk. De inzichten die deze monitoring oplevert - ook in relatie tot andere onderzoeken - stelt KCR, en het onderwijsveld, in staat om steeds betere keuzes te maken, gefundeerd in de praktijk. Zo wordt er steeds meer kennis opgebouwd die bijdraagt aan het borgen van cultuuronderwijs in het curriculum.
14
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
2 Onderzoeksmethode en theoretisch kader De onderzoeksopzet is uitgewerkt in 2022 en het onderzoek vond plaats van maart tot december 2023. Het hoofddoel van dit onderzoek is het verzamelen van verschillende perspectieven op de toegevoegde waarde van Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten en de impact van aanvullende scholing van (kunst)vakdocenten. Aan dit verkennende kwalitatieve onderzoek namen 14 scholen in Rotterdam deel, waarbij 39 semigestructureerde interviews werden gehouden met 5 verschillende groepen belanghebbenden: 8 directeuren, 9 groepsleerkrachten, 14 (kunst)vakdocenten, 2 SKVRaccountmanagers en 6 leerlingen. In het onderzoek stonden de volgende onderzoeksvragen centraal: 1. Wat is de (meer)waarde van het project Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten in het primair onderwijs? 2. Hoe sluit scholing van de Thomas More Academie daarbij aan? Om deze vragen te kunnen beantwoorden, is ervoor gekozen om diverse doelgroepen te bevragen om de verschillende perspectieven in kaart te brengen. Het doel is om een veelzijdig beeld te geven van de ervaring met Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten. Op deze manier zijn de succesfactoren geïdentificeerd die nodig zijn voor een succesvolle implementatie van het project en het waarborgen van een goede kwaliteit van het onderwijs (de Vaal et al., 2023).
Voor dit onderzoek is gebruikgemaakt van een interactieve evaluatiemethode. Dit is een interviewmethodologie, waarbij belanghebbenden actief worden betrokken tijdens het interviewproces om gezamenlijk kennis te creëren, inzichten te verzamelen en aanbevelingen te ontwikkelen die relevant en nuttig zijn voor alle betrokken partijen (Abma, 1996). Er is een interviewhandleiding opgesteld voor elke doelgroep en de interviews zijn geanonimiseerd. De interviewhandleidingen zijn gericht op de theoretische concepten van relationele, operationele en inhoudelijke kwaliteit - drie kernbegrippen binnen de context van evaluatieonderzoek en kwaliteitsbeoordeling. Deze drie kernbegrippen hebben hun oorsprong in een eerder onderzoek. Tijdens de implementatie van Cultuur met Kwaliteit (CmK) tussen 2013 en 2016 werden bepaalde concepten onderzocht via evaluatiestudies. Van Meerkerk en Van Es, onderzoekers op dit gebied, hebben vastgesteld dat evaluatiestudies gericht zijn op het behalen van vooraf bepaalde doelen en de strategieën die hiervoor worden gebruikt. Als reactie hierop, en ook door de doelstellingen die zijn geformuleerd door de Nederlandse overheid in het kader van CmK, worden er drie soorten kwaliteit onderscheiden in het onderwijs: relationele, operationele en inhoudelijke kwaliteit (Konings, 2020; Kessels, 2019). •
Relationele kwaliteit verwijst naar de samenwerking tussen verschillende betrokken partijen en het streven naar een heldere infrastructuur om gedeelde doelen en waarden te bevorderen, zoals het afstemmen van visies, het vormen van netwerken en het uitwisselen van expertise. 15
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
•
Operationele kwaliteit gaat over de waarde die wordt toegekend aan de werkprocessen binnen de regeling, met de focus op de professionalisering van leerkrachten en vakdocenten om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren door meer geschoolde professionals in te zetten.
•
Inhoudelijke kwaliteit omvat niet alleen het artistieke niveau van de lessen, maar ook het bevorderen van andere vaardigheden en aspecten binnen (kunst)vaklessen en cultuuronderwijs, zoals het ontwikkelen van creativiteit, het stimuleren van expressie en taal, het bevorderen van kritisch denken en het vergroten van cultureel bewustzijn.
Hoewel er onderscheid is tussen deze drie verschillende vormen van kwaliteit, is er ook overlap tussen de drie, zoals geïllustreerd in afbeelding 1 (de Vaal et al, 2023). Deze drie kernconcepten vormen het theoretisch kader voor het kwalitatieve onderzoek, gericht op het beoordelen van de algehele kwaliteit van het project Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten. In de volgende hoofdstukken zijn de ervaringen van de geïnterviewden per doelgroep beschreven en worden de belangrijkste thema's, die tijdens de evaluatief-responsieve interviews naar voren zijn gekomen, geanalyseerd.
Afbeelding 1. Bron: KCR, 2024
16
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
3. Resultaten 3.1 Directeuren Directeuren tonen een grote betrokkenheid bij het project, waarbij ze zowel aandacht hebben voor organisatorische aspecten als voor het stimuleren van de brede ontwikkeling van leerlingen. Directeuren vinden klassenmanagement en de pedagogisch-didactische vaardigheden belangrijk om succesvol les te kunnen geven en om te waarborgen dat leerlingen blijven focussen en leren. Verder is er overeenstemming over het belang van cultuuronderwijs als middel om leerlingen nieuwe ervaringen te bieden en talentontwikkeling te bevorderen. Toegevoegde waarde van cultuuronderwijs Directeuren beschouwen de integratie van cultuuronderwijs in het curriculum als onmisbaar voor een holistische benadering van onderwijs. Directeur 1 benadrukt deze visie: "Ik vind de gedachte om alles binnen te halen waar leerlingen anders niet mee in aanraking zouden komen zeer waardevol. Ik denk dat de (kunst)vakdocenten veel kunnen toevoegen aan wat wij zelf niet kunnen bieden." Directeur 2 onderstreept de beperkte blootstelling van leerlingen aan culturele activiteiten buiten hun directe omgeving: "Leerlingen hebben weinig interactie met activiteiten buiten de wijk en verenigingen, en al helemaal niet met muziek en kunst." Bovendien vinden de directeuren dat cultuuronderwijs als onderdeel van een breder geheel moet worden gezien.
Directeur 1: "Cultuureducatie moet worden geïntegreerd, anders verliest het haar waarde." Duurzame oplossing voor lerarentekort Het lerarentekort wordt erkend als een cruciale uitdaging voor scholen, waarbij directeuren het slim organiseren van lessen beschouwen als een duurzame oplossing. In dit verband geeft Directeur 4 aan: "Ondanks de verschillen ben je één team. We hebben allemaal onze taken en verantwoordelijkheden, maar uiteindelijk werken we samen aan hetzelfde doel. " Directeuren pleiten dus voor duurzame oplossingen die de ontwikkeling van leerlingen centraal stellen. Goede samenwerking binnen het onderwijsteam Zoals vermeld, richt dit onderzoek zich ook op de relationele kwaliteit en integratie van (kunst)vakdocenten in onderwijsteams. Directeuren vinden nauwe samenwerking tussen directeur, leerkrachten en vakdocenten van essentieel belang. Het integreren van vakdocenten in het onderwijs vereist heldere communicatie en duidelijke verwachtingen tussen alle partijen. Uitdagingen, zoals gebrekkige communicatie, worden aangepakt. Een goede integratie van vakdocenten in het team blijkt cruciaal voor effectieve samenwerking en het bevorderen van een gevoel van betrokkenheid. Directeuren benadrukken de noodzaak van investeren in teamvorming aan het begin van het project, om vakdocenten succesvol te integreren in schoolomgevingen.
Wat betreft communicatie binnen het team benoemd een andere directeur het belang van informele contacten tussen leerkrachten: "Een goede relatie tussen vakkrachten en groepsleerkrachten vergemakkelijkt de samenwerking. Informele contacten zorgen ervoor dat je snel kunt schakelen en elkaar kunt ondersteunen." Informeel contact tussen leerkrachten en vakdocenten kan de samenwerking dus bevorderen, terwijl het afstemmen van de opdracht van (kunst)vakdocenten op de specifieke behoeften van de school een voortdurende uitdaging blijft. 17
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
Directeur 5 constateert dat het soms ontbreekt aan pedagogisch tact, wat cruciaal is voor effectief leren bij kinderen: “Supermooie ideeën, maar als je een klas hebt die niet meedoet, dan werkt het niet.” Dit laat zien dat een vakdocent moet kunnen motiveren en goed met leerlingen om moet kunnen omgaan, zodat een klas luistert en actief deelneemt om succesvol cultuuronderwijs te realiseren. Directeuren zien samenwerking tussen reguliere groepsleerkrachten en (kunst)vakdocenten als een kans om het onderwijs te verrijken, ondanks de uitdagingen die gepaard gaan met verschillende benaderingen, zoals klassenmanagement. Zo kan een les van een vakdocent vrijer georganiseerd zijn, waarbij leerlingen mogen bewegen, discussiëren en uitproberen, in tegenstelling tot de meer traditionele les waar leerlingen moeten blijven zitten. Verdieping door bijscholing Om het pedagogisch-didactisch niveau van de (kunst)vakdocenten te waarborgen, kan de bijscholingsmodule ‘Level-up’ van de Thomas More Academie uitkomst bieden. De directeuren erkennen de waarde van de verdieping die deze opleiding kan bieden en zien potentieel positieve effecten op de leskwaliteit en de verbinding met leerdoelen. Directeur 6 geeft aan: “Voor zover ik kan overzien, denk ik dat het heel waardevol is om wat meer verdieping te kunnen leggen in de lessen en om doelgerichter te werken.
Vanuit daar kunnen we ook de verbinding maken tussen de doelen die wij met de leerlingen willen behalen en hoe de (kunst)vakdocenten met diezelfde doelen aan de slag kunnen, zodat leerlingen daarin wellicht sneller of dieper een ontwikkeling kunnen doormaken.”
3.2 Groepsleerkrachten Groepsleerkrachten benadrukken de waarde van kunst- en cultuurvakken binnen het lesprogramma als integraal onderdeel voor de algehele ontwikkeling van leerlingen en als bijdrage aan de diversiteit van het lesrooster, evenals de impact van de inzet van (kunst)vakdocenten op de beschikbare tijd. Verlichting van de werkdruk Het overdragen van lessen aan (kunst)vakdocenten biedt groepsleerkrachten extra ruimte voor taken als vergaderingen, lesvoorbereiding en individuele leerlingenzorg, waardoor de werkdruk wordt verlicht en groepsleerkrachten zich meer gericht kunnen concentreren op specifieke aspecten van het onderwijs. Door een gedeeltelijke overname van de lestijd door de vakdocent, krijgt de groepsleerkracht mogelijk extra tijd tot zijn/haar beschikking die op verschillende manieren wordt ingevuld, zoals het bijwonen van vergaderingen, lesvoorbereiding, individuele leerlingenzorg, nakijken en administratieve taken. Alle ondervraagde groepsleerkrachten waarderen de invulling van de vrijgekomen tijd, omdat het de werkdruk verlaagt en ruimte creëert voor individuele aandacht aan leerlingen.
Groepsleerkracht 7 geeft aan hoe ze, dankzij de twee uur waarin ze geen les geeft, even kan opladen om weer met nieuwe energie voor de klas te staan: "Je kan niet verslappen als leerkracht, dat is wat het zwaar maakt." Een voorbeeld van een groepsleerkracht op een Montessorischool illustreert hoe het slim organiseren ruimte biedt om les te geven op niveau, doordat de groepen tijdens de kunstvaklessen worden opgesplitst. Bovendien kunnen taken, zoals nakijken of het voorbereiden van lessen, gedurende de dag worden uitgevoerd, waardoor dit niet meer na schooltijd hoeft. Echter, in één geval bleef een van de leerkrachten aanwezig tijdens de kunstvakken om "even te kijken en observeren hoe het gaat, om te helpen of een tip te geven". Deze situatie laat zien dat 18
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
het belangrijk is om vertrouwen te hebben in het klassenmanagement van de (kunst)vakdocenten. Verrijking van het curriculum Kunst- en cultuurvakken worden niet alleen gezien als aanvulling op traditionele vakken, zoals taal en rekenen, maar ook als kansen voor leerlingen om hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Zo merkt groepsleerkracht 2 op: "Het is prachtig om te zien hoe kinderen hun talenten kunnen tonen en er goed in kunnen zijn. Ik gun het kinderen om hun talent te kunnen laten zien." Groepsleerkrachten erkennen ook het belang van deze vakken voor het vergroten van sociale vaardigheden en zelfvertrouwen bij leerlingen. Daarnaast noemen zij het belang van een goed afgestemd en geïntegreerd curriculum. Dit biedt leerlingen de kans om op diverse gebieden te groeien en het draagt bij aan een verrijkende leerervaring, zoals verwoord door groepsleerkracht 5: "Met drama leren leerlingen zich bijvoorbeeld in te leven in anderen, wat weer helpt bij hun sociale vaardigheden." Eén van de groepsleerkrachten legt uit: "Mijn taak is vooral om ervoor te zorgen dat deze lessen goed aansluiten bij wat we al doen in de klas. Dat betekent goede communicatie met de (kunst)vakdocent." Een methode om deze integratie te bereiken, is door de kunstlessen aan te passen aan de thema's die in de klas worden behandeld, waardoor kunst wordt geïntegreerd in het bredere curriculum van de school.
Groepsleerkracht 5 merkt echter op dat er voldoende ruimte nodig is voor overleg over de inhoud van de lessen: "Soms zou het fijn zijn als we iets meer konden overleggen over de inhoud, zodat het nog beter aansluit bij wat we in de klas doen." Om deze verbinding te versterken, stuurt de school themawoorden naar de (kunst)vakdocent, die vervolgens probeert aan te sluiten bij het woordenschatonderwijs in de klas. Deze samenwerking draagt bij aan de bredere educatieve doelstellingen van de school en benadrukt het belang van een nauwe samenwerking tussen leerkrachten en (kunst)vakdocenten om een rijke leeromgeving voor leerlingen te creëren. Groepsleerkrachten geven aan dat één van de meerwaarden van vakdocenten is dat ze les kunnen geven in onderwerpen waar groepsleerkrachten vaak zelf geen expert in zijn. Groepsleerkracht 8 noemt het belang van specialistische kennis en de meerwaarde van een expert bij het onderwijzen van complexe onderwerpen, zoals filosofie. Ook wordt het belang van taalgebruik benadrukt, zoals verwoord door groepsleerkracht 2: "Overal zit taal in. Taal is verweven in elk vak, ook in cultuur, kunst en tekenen. Leerlingen hebben natuurlijk meer nodig dan alleen taal, rekenen en spelling. Als een kind van school gaat, moet het ook zijn/haar horizon kunnen verbreden. Onze leerlingen komen niet overal.
Ze hebben niet zomaar een voetbalclub waar ze naartoe gaan of een theater om te bezoeken. Ouders gaan niet met hun kinderen naar de bibliotheek of het museum. Als school nemen we ze daar bewust mee naartoe. Ik vind het fijn dat SKVR de horizon van leerlingen op school verbreedt, want wij hebben daar te weinig tijd voor. Als ik deze lessen zelf zou geven, moet ik online naar ideeën zoeken, terwijl zij dit - als kunstenaar - paraat hebben. Daarom vind ik het mooi dat zij ons kunnen ondersteunen." Het perspectief van groepsleerkrachten onderstreept dus de waarde van kunst- en cultuurvakken in het curriculum en de positieve impact ervan op de ontwikkeling van leerlingen. Zo merkt groepsleerkracht 4 op: "Kinderen worden natuurlijk veel breder ontwikkeld door al die verschillende vakken." Groepsleerkracht 3 vertelt over haar lange termijnvisie: "Ik zou het 19
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
geweldig vinden als het project kan bijdragen aan het ontwikkelen van een meer holistische benadering van onderwijs, waarbij kunst net zo belangrijk wordt geacht als rekenen en taal. Dat het een vast onderdeel van de schoolcultuur wordt, niet zomaar een extraatje. En natuurlijk dat het meer werkdruk zal weghalen bij de leerkrachten."
3.3 (Kunst)Vakdocenten De benadering van (kunst)vakdocenten varieert wat betreft motivatie en betrokkenheid. Vakdocenten zijn vooral intrinsiek gemotiveerd om deel te nemen aan het project Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten. Overstap naar het onderwijs Uit de interviews komt naar voren dat (kunst)vakdocenten een brede bijdrage willen leveren aan de ontwikkeling van leerlingen en aan het onderwijs en dat ze openstaan voor andere banenkansen. Zoals een vakdocent opmerkt: “Ik was al bezig om misschien de overstap te maken naar het onderwijs, maar ik vond de stap om in één keer de pabo te doen te groot, want ik wist niet zeker of ik het leuk zou vinden. Dit project bood mij de mogelijkheid om te ervaren hoe het is om een hele dag voor een klas te staan. Ik leer door te doen, dus dat was voor mij een grote motivatie". Een andere vakdocent vertelt: "Het onderwijs trok me sowieso al aan. Ik vind de ontwikkeling van het kind fantastisch. Ik kan een uur naar een kind kijken om gewoon te zien wat hij/zij ziet. Ik had altijd het gevoel dat ik wel meer in het onderwijs wilde. Dit project is een hele toffe manier om meer in de school te komen." Passie voor de creatieve ontwikkeling van leerlingen Uit de interviews blijkt dat (kunst)vakdocenten gedreven worden door een passie voor creativiteit en het bevorderen van de ontwikkeling van leerlingen.
Zoals vakdocent 3 aantoont: "Ik vind het superbelangrijk dat kunst een plek krijgt in het onderwijs. Kinderen kunnen zoveel leren en ontdekken door creatief bezig te zijn. Ik vind het geweldig om daar een rol in te kunnen spelen." Vakdocenten noemen ook het belang van vaardigheden die door kunstvakken worden ontwikkeld en hoe deze vaardigheden uniek zijn ten opzichte van andere vakken: "Ik vind het belangrijk om kinderen in aanraking te laten komen met kunstvakken, omdat ze daar, denk ik, vaardigheden bij ontwikkelen die je in andere vakken veel minder krijgt." Vakdocenten hechten dus waarde aan het bevorderen van diverse vaardigheden bij leerlingen en aan het belang van kunst in het bredere curriculum: “Ik krijg er energie van als ik zie dat kinderen iets uitdrukken door kunst wat ze misschien niet met woorden kunnen." Vakdocenten geven in de interviews aan dat ze zich aangetrokken voelen tot het onderwijs, vanwege de mogelijkheid om een positieve impact te hebben op het leven van leerlingen. Zoals een vakdocent opmerkt: "Mijn motivatie om deel te nemen aan het project is voornamelijk gebaseerd op mijn liefde voor muziek en mijn wens om positieve verandering te brengen in het leven van de kinderen." Betrokkenheid en samenwerking Het integreren van (kunst)vakdocenten in het lerarenteam is cruciaal om hun creatieve visie tot uiting te laten komen in hun onderwijspraktijk.
Ze erkennen het belang van diversiteit in het onderwijs en dat het belangrijk is om zich onderdeel van het team te voelen. Dit wordt treffend geïllustreerd door kunstvakdocent 8: "Ik denk dat het veel prettiger is om je geen buitenstaander te voelen, maar om bekend te zijn met het reilen en zeilen van de school. Als je bijvoorbeeld weet wanneer de rapporten worden ingevoerd en je alles zelf kunt regelen, dan voel je je 20
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
zelfredzaam. Dat wordt gewaardeerd. Het is fijn om op die manier te werken. Je wilt betrokken zijn bij je team en bij de school, en je wilt dat de school ook betrokken is bij jou. Dat gevoel heb ik hier echt sterk en dat waardeer ik enorm." Hoewel (kunst)vakdocenten deze betrokkenheid waarderen, ervaren ze ook uitdagingen, met name met betrekking tot de lesomgeving. Vakdocent 11 merkt op: "Een goede ruimte is essentieel. Op donderdag heb ik bijvoorbeeld een heel fijn, breed en volledig leeg lokaal." Dit laat het belang van een geschikte fysieke omgeving zien. Verrijking van het curriculum Ook (kunst)vakdocenten benadrukken de rol van cultuuronderwijs in de brede ontwikkeling van leerlingen. Zoals (kunst)vakdocent 5 zegt: "We geven echt les. Het is niet zomaar een leuke knutselactiviteit. Het bouwt voort op andere lessen." Dit laat het belang van gestructureerd en inhoudelijk rijk onderwijs in de kunstvakken zien. Tot slot ervaren (kunst)vakdocenten een mix van gemotiveerde en minder gemotiveerde leerlingen, maar over het algemeen tonen de meeste leerlingen enthousiasme voor creatieve activiteiten.
3.4. Accounthouders De accounthouders werken bij een culturele instelling. Ze zijn in zekere zin coördinatoren en zorgen voor goede communicatie tussen scholen en culturele instellingen. In deze ondersteunende functie onderhouden ze contact met zowel de schooldirecteur als met de (kunst)vakdocenten en ze zijn betrokken bij het maken en evalueren van goede afspraken. Waarborgen van een goede leeromgeving De accounthouder speelt een cruciale rol in het waarborgen van de integratie van kunst- en cultuuronderwijs in het traditionele curriculum, waarbij ze het als een aanvulling zien op reguliere vakken. Een diepgaand begrip van de behoeften van scholen en een intrinsieke motivatie om verschillende onderwijswerelden te verbinden, vormen de kern van hun inzet voor initiatieven op het gebied van kunst- en cultuuronderwijs. Zoals accounthouder 1 haar rol omschrijft: "Ik voel me verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat deze twee werelden elkaar vinden, want dat komt de leerlingen en hun ontwikkeling echt ten goede." Pedagogisch-didactische vaardigheden bevorderen Het vinden van geschikte (kunst)vakdocenten kan een uitdaging zijn, vooral voor leerlingen die veel aandacht nodig hebben en waar sterke pedagogisch-didactische vaardigheden essentieel zijn voor effectief onderwijs.
Accounthouders erkennen het belang van een veilige en goed gestructureerde leeromgeving voor het succes van kunst- en cultuuronderwijs. Accounthouder 2 benoemd dat pedagogisch-didactische bekwaamheid essentieel is om met elke groep om te kunnen gaan. Een veilig werkklimaat waarin leerlingen zich gehoord, gezien en veilig voelen, is cruciaal voor effectieve lessen en vormt de basis waarop alle leerlingen tot leren kunnen komen. Goede samenwerking binnen het team Tenslotte is het creëren van een ondersteunende omgeving door de accounthouder essentieel voor een duurzame samenwerking en het verbeteren van de kwaliteit van het kunst- en cultuuronderwijs. Accounthouders bieden ondersteuning aan (kunst)vakdocenten door hen te helpen bij het overwinnen van uitdagingen en het verbeteren van hun pedagogische en didactische vaardigheden. In deze context vertelt accounthouder 2: "Sommige 21
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
(kunst)vakdocenten vinden het heel lastig om zelf te zeggen: 'Hé, maar dit wil ik eigenlijk niet.' Dus dan mogen ze mij bellen, en dan ga ik in gesprek met de school."
3.5. Leerlingen De kunstvaklessen bieden leerlingen niet alleen een platform voor artistieke expressie en creatieve ontwikkeling, maar spelen ook een belangrijke rol in het bevorderen van zelfvertrouwen, communicatieve vaardigheden en sociale interactie. Een rijke leerervaring De ondervraagde leerlingen zijn enthousiast over de (kunst)vaklessen, omdat deze qua inhoud en opzet anders zijn dan de reguliere lessen. Het biedt ze iets nieuws en de mogelijkheid om hun eigen creativiteit vrij te uiten. Bijvoorbeeld door het maken van eigen verhalen en illustraties, door hun woordenschat te vergroten met nieuwe woorden of met filosofische begrippen waar ze plezier aan beleven. Zoals leerling 5 opmerkt: "Ik hoop dat we nog eens iets groots kunnen maken, zoals een enorm schilderij of een echt kasteel van dozen waarin we kunnen spelen. En misschien krijgen we de kans om onze eigen verhalen te bedenken en er illustraties bij te maken." Leerling 6 vertelt over het verschil tussen de lessen van de kunstdocent en die van de reguliere docent. Hij/zij waardeert de kunstdocent om het gebruik van begrijpelijke taal en het bieden van concrete ideeën voor creatieve expressie, ook met filosofische concepten: "Kijk, onze juf (de kunstvakdocent, red.) gebruikt geen moeilijke woorden, dus dat is dan wat makkelijker dan wanneer we nieuwe woorden leren en er gelijk iets mee moeten maken.
Dan weet je niet gelijk wat er allemaal bij komt kijken. Bijvoorbeeld bij het begrip 'apollinisch', dan gaat het om heel rustig en mooi en abstract, maar 'dionysisch' is heel ruig en grof, en dan moet je daar iets mee maken. Bij de juf weet je al wat je moet maken en heb je al ideeën over hoe je het moet aanpakken." Bevorderen van zelfvertrouwen en sociale interactie Leerling 1 benadrukt het belang van een positieve en ondersteunende leeromgeving, waarin fouten maken mag: "Als je bijvoorbeeld iets fout doet, word je niet uitgelachen." Dit onderstreept het belang van een veilige ruimte, waarin leerlingen zich vrij voelen om te experimenteren en te leren zonder angst voor afkeuring. Daarnaast legt leerling 3 de nadruk op het belang van communicatie en het uiten van je eigen mening in de les: "Dat we met elkaar gaan communiceren." Interactie en het delen van gedachten en meningen, wat kan bijdragen aan een verrijkende leerervaring, is dus belangrijk voor leerlingen. Leerlingen waarderen ook de dialoog en omgang met anderen: het sociale aspect van de kunstvaklessen, de mogelijkheid om nieuwe mensen te leren kennen en om te genieten van een positieve interactie met docenten en medeleerlingen. Zo vertelt leerling 3: "Het is wel leuk om af en toe ook een beetje te debatteren" en "dan kun je ook leren omgaan met je schoolgenoten.
Dan kan je leren hoe je met anderen om kan gaan met andere leeftijden en dat vind ik ook heel erg leuk." Educatief én inspirerend De (kunst)vakdocenten worden over het algemeen als liefdevol ervaren, wat bijdraagt aan een positieve sfeer in de lessen. Daarnaast ervaren leerlingen de lessen naast educatief, ook als inspirerend. Zo gaan de groen- en kooklessen niet alleen over de natuur, maar ook over voeding 22
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
en duurzaamheid. Leerling 3 merkt op: “Ik ben nooit vegetariër geweest, maar hoe de juf het maakt is het wel lekker.”
23
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
4. Conclusie Deze monitor levert een analyse van verschillende perspectieven en ervaringen in de situatie, waarbij (kunst)vakdocenten worden geïntegreerd in het schoolteam. Door de ervaringen van vijf verschillende groepen betrokkenen te analyseren, kunnen we specifieke kenmerken per belanghebbendengroep identificeren die afhankelijk zijn van hun rol, evenals overkoepelende thema's die kunnen dienen als succesindicatoren voor Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten. Hoewel het onderzoek plaatsvond in het eerste jaar van het project en de doelgroepen nog niet konden putten uit een jarenlange ervaring, levert het al waardevolle inzichten op die de discussie stimuleren. Uit de bevindingen van het onderzoek blijkt dat de integratie van (kunst)vakdocenten diverse voordelen met zich meebrengt, zoals het verlichten van de werkdruk voor groepsleerkrachten en het verrijken van het curriculum en de leerervaringen voor leerlingen. Desalniettemin zien we ook uitdagingen, zoals de noodzaak van duidelijke communicatie, effectieve samenwerking en passende ondersteuning van alle betrokkenen. Terugkomend op de drie componenten in de evaluatie van kwaliteit, heeft dit onderzoek verschillende perspectieven aangetoond en overkoepelende thema's onthuld die gerelateerd zijn aan de drie concepten: • •
•
De didactisch-pedagogische vaardigheden en klassenmanagementvaardigheden van de (kunst)vakdocent dragen bij aan de operationele kwaliteit. Het onderzoek toont aan dat communicatie en integratie van vakdocenten in het schoolteam een grote rol spelen bij relationele kwaliteit. Het vereist daarbij de samenwerking tussen leerkrachten en (kunst)vakdocenten om hun inspanningen op elkaar af te stemmen. Wat betreft inhoudelijke kwaliteit wordt deze bereikt door het bevorderen van niet alleen artistieke vaardigheden binnen de verschillende kunst- en cultuurdisciplines, maar vooral door de ontwikkeling van creativiteit, taalvaardigheden en het bevorderen van kritisch denken, het uiten van meningen en de mogelijkheid om te debatteren, geleid door experts zoals (kunst)vakdocenten.
24
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
Afbeelding 2. Bron: KCR, 2024 Bijschrift: De drie aspecten van kwaliteit zijn te vinden in de overkoepelende thema's. Zij vormen succesfactoren voor het slagen van Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten.
De conclusie, in antwoord op de onderzoeksvragen, is dat de inzet van (kunst)vakdocenten van onschatbare waarde is voor een verrijking van de leerervaring van leerlingen en dat het een positieve bijdrage kan leveren aan het omgaan met het lerarentekort binnen het primair onderwijs. Voorwaarden voor een geslaagde uitvoering van het project zijn de pedagogischdidactische vaardigheden van de (kunst)vakdocenten, een goede integratie van de (kunst)vaklessen in het curriculum aan de hand van gedeelde thema's of leerdoelen die aansluiten bij het reguliere onderwijs en een goede integratie van de (kunst)vakdocent in het onderwijsteam. Deze samenwerking heeft het potentieel om de leerresultaten significant te verbeteren. Hoewel dit geen alomvattende oplossing biedt voor het lerarentekort, vormt het een waardevol onderdeel van een breder strategisch kader ter verbetering van het onderwijs. Bovendien benadrukken de bevindingen van dit onderzoek het belang van bijscholing van (kunst)vakdocenten voor hun effectiviteit en professionaliteit, evenals het versterkende effect op cultuuronderwijs door de aanwezigheid van (kunst)vakdocenten. Verder onderzoek met een breder tijdsbestek, en meer deelnemers met ervaring op het gebied van slim organiseren op scholen, zal verdere verheldering bieden.
25
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
Bibliografie Deel 1: beschrijving van de pilot Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten Gemeente Rotterdam / Onderwijs 010 (2022). Slim Organiseren, www.onderwijs010.nl/slimorganiseren LKCA (2023). Beroepsprofiel kunstvakdocent primair onderwijs en kinderopvang, www.lkca.nl/publicatie/nieuw-beroepsprofiel-van-de-kunstvakdocent-in-het-primair-onderwijsen-de-kinderopvang KCR (2023). Er zit meer in! – Cultuur en onderwijs, samen voor kansengelijkheid, www.kc-r.nl/kennisbank/er-zit-meer-in-cultuur-en-onderwijs-samen-voor-kansengelijkheid Thomas More Academie (2024). Hand-out Level Up, www.thomasmoreacademie.nl/levelup
Deel 2: Onderzoeksverslag Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten Abma, Tineke. “Responsief Evalueren.” Dissertatie, Delft: Eburon (1996). www.socialevraagstukken.nl/responsieve-evaluatie-onderzoek-dat-niet-wil-controleren-maarleren de Vaal, K., Pijl, O., & van Schijndel, B. (2023). Kwaliteitsmanagement in de praktijk. SIGMA. (1) Kessels, S. M. J. G. (2019). Coachen, verbinden en faciliteren: een onderzoek naar de bijdragen van de penvoerders van de Deelregeling Cultuureducatie met Kwaliteit 2017-2020 aan het debat over een verbetering van de kwaliteit van cultuureducatie in het primair onderwijs (Master's thesis). Universiteit Utrecht. Konings F., 2020. Zitten we op één lijn? Een studie naar de bijdrage van culturele instellingen aan doorlopende leerlijnen cultuuronderwijs in de basisschool. Doctor of Philosophy, University of Groningen, [Groningen]. https://doi.org/10.33612/diss.119860716MacIntyre, A. ([1981]/2011). After Virtue. London: Bristol Classical Press. Nardon L. , Hari A., & Aarma K. (2021). Reflective Interviewing—Increasing Social Impact through Research. https://doi.org/10.1177/16094069211065233 Stake, R. (2003). Responsive Evaluation. In: Kellaghan, T., Stufflebeam, D.L. (eds) International Handbook of Educational Evaluation. Kluwer International Handbooks of Education, vol 9. Springer, Dordrecht.
https://doi.org/10.1007/978-94-010-0309-4_5 Van Meerkerk, E., & van Es, E. (2016). Kwaliteit meten is positie kiezen: Een kritische beschouwing van cultuureducatie en kwaliteit. Cultuur+ Educatie, 16(46), 74-84.
26
Definitieve versie 4-6-2024
KCR | SKVR
Bijlage 1: Ontstaan van de pilot Het creatief dagproject van SKVR, gestart in schooljaar 2020-2021, kan worden gezien als voorloper van de pilot Slim Organiseren met (kunst)vakdocenten. Bij dit project konden kunstvakdocenten ingezet worden bij een kortdurend bezettingsprobleem op school. Naar aanleiding van het creatief dagproject heeft een team van kunstvakdocenten, coördinatoren en de cultuureducatiespecialist van SKVR nagedacht over manieren om deze inzet structureler vorm te geven en te zorgen voor werkdrukverlichting en formatie op scholen voor primair onderwijs. Daarbij is ook nadrukkelijk gekeken hoe vanuit het cultuuronderwijs een link gemaakt kan worden naar andere vakken. Uit een enquête onder circa 150 kunstvakdocenten van SKVR bleek de belangstelling en ambitie van een grote groep kunstvakdocenten om op een andere manier ingezet te worden dan alleen met een uur kunstles in een aantal groepen op een school. Samen met KCR voerde SKVR gesprekken met projectleiders Slim Organiseren, HR managers van vijf grote schoolbesturen en de gemeente Rotterdam. Tijdens een pitch in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs werd de belangstelling onder directies van scholen en andere stakeholders getoetst.
Met deze input maakten SKVR en KCR eind 2021 een gezamenlijk plan hoe de cultuursector met kunstvakdocenten kan bijdragen aan oplossingen voor het lerarentekort in Rotterdam. Het plan voor Slim Organiseren met inzet van (kunst)vakdocenten Het doel van de pilot was om, als onderdeel van het Nationaal Programma Onderwijs, een duurzame bijdrage te leveren aan het terugdringen van het lerarentekort met de inzet van kunstvakdocenten. De aanleiding van de pilot was de ontwikkeling van de Rotterdamse aanpak van het lerarentekort in 2019 met de titel Slim Organiseren. In dit stedelijke plan is het Beter organiseren van het onderwijs één van de vier pijlers. De drie uitgangspunten in de Rotterdamse aanpak zijn gebruikt als uitgangspunten voor de ontwikkeling van het project, namelijk: 1. Collectieve verantwoordelijkheid 2. Bewust kiezen voor onderwijskwaliteit 3. Monitoring en checks & balances Voor de pilot zagen SKVR en KCR mogelijkheden om de Rotterdamse aanpak voor het lerarentekort Slim Organiseren te koppelen aan het gedeelde vraagstuk van SKVR en KCR. Namelijk: hoe kan cultuuronderwijs breder verankerd worden in het reguliere onderwijs? Er is een duidelijke overlap te vinden in de doelstellingen van beide vraagstukken. De verbindende factor tussen deze twee vraagstukken is de doelstelling om achterstanden binnen het onderwijs op te heffen.