[24bb004080] Inspreekbijdrage A. van Egeraat (Warm Rotterdam)
Tekst van het document
Van Warme meedenkers aan verschilmakers Maart 2024
2
Dit plan is een oproep aan de verschilmakers1 in de stad en bij het rijk. Met als motto: waarborg sociale grondrechten2 van Rotterdammers. En dat betekent voor iedereen een dak boven het hoofd, drie gezonde maaltijden per dag eet, toegang tot zorg en (betaalde) arbeid, contacten in de buurt, en zich gezien en gehoord voelen. Het klinkt zo gewoon, vanzelfsprekend bijna. Het kunnen voorzien in de dagelijkse, primaire levensbehoeften staat echter voor 85.000 Rotterdammers onder druk, zij leven in bestaansonzekerheid. En bestaansonzekerheid is meer dan het niet of weinig hebben van geld. Langdurig leven met geldzorgen gaat gepaard met sociale (gezondheids)problematiek (zie ook de Atlas van afgehaakt Nederland). Ook is de samenleving voor veel bewoners te ingewikkeld geworden. En we zien hoe crises en bureaucratie deze Rotterdammers - die toch al kwetsbaar waren - onevenredig hard raken. Het bestaansminimum is te laag, de dagelijkse boodschappen zijn voor velen te duur, landelijk hebben bijna 2 miljoen mensen langdurig geldzorgen en leven zij gemiddeld 7 jaar korter (zie SER-advies), schoolprestaties van de jeugd blijven achter en een verloren generatie dient zich aan. Het water staat bij veel Rotterdammers aan de lippen. De Brede Raad010 en Warm Rotterdam geven dan ook code rood af.
Daarmee zeggen we dat in Rotterdam te weinig gedaan wordt om de ongelijkheid ontstaan door armoede en schulden te verminderen. Het lijkt er zelfs op dat deze geaccepteerd wordt. We weten zo langzamerhand voldoende over wat er gaande is: waarom gebeurt er dan te weinig? Zijn bestuur en politiek, bedrijven, hulpverleners en bewoners onverschillig (geworden)? Realiseren zij zich onvoldoende wat deze ongelijkheid voor gevolgen heeft voor Rotterdammers, de maatschappelijk en onze economie? Ook de Commissie sociaal minimum (zie rapportage deel 1 en deel 2), het SCP, het NIBUD en de Landelijke Armoedecoalitie concluderen dat veel bewoners niet meer in hun primaire levensbehoeften kunnen voorzien. En dat is toch de basis voor een menswaardig bestaan. Ook voelen veel bewoners zich niet meer gehoord, en ervaren dat zij en hun opvattingen er niet toe doen. Deze ervaren onrechtvaardigheid maakt dat bewoners de overheid, instanties en bedrijven de rug toekeren. Want de dienstverlening is niet altijd betrouwbaar en gespeend van eigenbelang (behalen van targets, kpi’s en financieel rendement). Wat vervolgens weer leidt tot moeilijk bereikbare bewoners die huiverig zijn voor het aanvragen van regelingen en toeslagen. Gewoon omdat het te ingewikkeld is en omdat ze professionals bij instanties niet meer durven te vertrouwen.
Wat wordt Rotterdammers afgenomen door armoede? Ervaringsdeskundigen antwoorden unaniem het onderstaande: ‘’Mijn eigenwaarde, ik kijk niet meer in de spiegel want ik zie alleen maar angst, mijn verleden. Dat is te confronterend. Iemand moet je soms even door elkaar schudden, je dwingen weer naar voren te kijken. Zelf weet je vaak niet waar je beginnen moet. Je hebt mensen nodig die je even aan de hand meenemen. Zelf weet je het niet meer. Hulpinstanties zijn nergens te bekennen. Er zijn wachtlijsten, wachtrijen. De weg naar instanties is te lang. Zet ervaringsdeskundigen achter de balie!’’.
1 Verschilmakers zijn de overheid, bestuur & politiek, maatschappelijke organisaties, bedrijven en fondsen die binnen hun dagelijkse werkzaamheden een
positief verschil kunnen maken voor Rotterdammers in armoede en/of schulden. 2 sociale grondrechten: het recht op arbeid; het recht op sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid en sociale, geneeskundige en juridische bijstand; het recht op behoorlijke huisvesting; het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu en het recht op culturele en maatschappelijke participatie.
3
Ongelijkheid aanpakken is een beleidsmatig domeinoverstijgend issue. En het huidige armoede- en schuldenbeleid in Rotterdam is dat niet (landelijk ook niet trouwens). Het Deltaplan is dan ook een aanvulling op het vastgestelde armoede- en schuldenbeleid3. Dat is nodig want het huidige beleid raakt de kern voor een effectieve armoede aanpak (nog) te weinig. Dat blijkt ook uit de onderzoeken en adviezen van de Ombudsman Rotterdam (Impact vergroten door samen met elkaar op te trekken, februari-juli 2023), De Brede Raad010, Toezicht sociaal domein en Warm Rotterdam. De aangedragen kennis en adviezen waren input voor het Armoede en schuldenbeleid 2023-2026. Er zijn enkele adviezen overgenomen. Maar de focus van het vastgestelde beleidskader ligt toch vooral op het vereenvoudigen van regelingen, het verbeteren van de gemeentelijke inzet en communicatie met bewoners. Als het leed al geschied is. Dat is ook nodig, maar de focus ligt vooral bij bewoners die al financiële problemen hebben, te weinig op het voorkomen ervan en de samenhang met sociale problematiek. Zie hier de reacties van een aantal ervaringsdeskundigen van Warm Rotterdam op het beleidsplan. Ook Toezicht Sociaal Domein concludeerde in haar onderzoek over Rotterdam dat het beleid getuigt van een te smalle blik op armoede.
Zij concluderen net als de bovengenoemde partnerorganisaties dat de dienstverlening te veel Rotterdammers uitsluit. Dit wordt veroorzaakt door: • Dat de dienstverlening weinig toegankelijk is voor groepen (digitale toegang, van het kastje naar de muur gestuurd, geen privacy, geen vaste contactpersoon, lange wachttijden, geen nazorg ed) bij de Vraagwijzer, Wijkteams, Jongerenloket, zorg- en welzijnsaanbieders. Hierdoor ontstaat wantrouwen en het vermijden van hulp. • Te weinig samenhang in het hulpaanbod (geen regie, geen overzicht, veel tijdelijke projecten en pilots, gericht op acute hulp, pleisters plakken; geen duurzame oplossingen). • Te weinig samenwerking tussen formele en informele organisaties waardoor de informele brugfunctie naar dienstverlening onvoldoende benut wordt. Voor een effectief armoedebeleid zijn een breed perspectief en integrale afspraken (met onder andere zorg, welzijn, werk, onderwijs en gezondheid) voorwaardelijk. Onder het verantwoordelijk van een breed bestuurlijk team dat zich laat zien op dit onderwerp in de stad. In haar pleidooi voor een breed perspectief op armoede staat Warm Rotterdam niet alleen. Ook de Commissie Sociaal Minimum hanteert een brede opvatting van bestaanszekerheid en ondersteunt daarmee ook de noodzaak van een Deltaplan Armoede Rotterdam - Een oproep uit de stad.
De VNG-voorzitter Sharon Dijksma heeft recentelijk opgeroepen tot een landelijk Deltaplan Bestaanszekerheid. De door de Tweede Kamer ingestelde Commissie Sociaal Minimum zegt: “Het zorgdragen voor de bestaanszekerheid van Nederlandse burgers is een grondwettelijke taak van de Nederlandse overheid en vraagt om meer dan het realiseren van financiële bestaanszekerheid. Het veronderstelt ook beleid op terreinen als gezondheidszorg, onderwijs, volkshuisvesting en het sociaal domein. We zien dat de bestaanszekerheid in brede zin van het woord voor een omvangrijke groep mensen in het geding is. Oorzaken hiervan zijn onder andere de flexibilisering van de arbeidsmarkt, de hardnekkigheid van kansenongelijkheid in het onderwijs, het tekort aan betaalbare woningen en het bestaan van gezondheidsverschillen tussen lagere en hogere-inkomensgroepen. Financiële bestaanszekerheid betekent dat burgers over voldoende financiële middelen beschikken om te voorzien in elementaire levensbehoeften (zoals voeding, water en energie), maar ook in basale maatschappelijke participatie (sociale en culturele activiteiten en sport). Voldoende financiële middelen betekent ook dat burgers beschikken over voldoende financiële buffers om onverwachte uitgaven op te vangen”.
3 Van wethouder Yigit, vastgesteld op 7 september 2023 door de gemeenteraad, zie www.rotterdam.nl/rotterdam-voor-iedereen.
4
Een breed perspectief op armoede is ook zakelijk verstandig Het is nu code rood, zie de Rotterdamse gebieden en het percentage huishoudens met een inkomen tot 110% WSM. Ook veel kinderen groeien er in armoede op.
Armoede en schulden kosten onze stad veel geld en er wordt aan verdiend. Effectief armoedebeleid is dus ook vanuit economisch perspectief noodzaak. Want armoede treft niet alleen degenen die ermee te maken hebben, het raakt de hele stad door: • Oplopende zorgkosten (WMO/zorgpremie) door bijvoorbeeld stress en een ongezonde leefstijl. • Huisuitzettingen, water- en energieafsluitingen kosten geld en vermeerderen de kosten voor zorg en hulp. • Uitval van jeugd op school is een risico voor een criminele carrière en druk op de jeugdzorg. • Een gezin met problematische schulden kost de samenleving 100K. • Inkomstenderving voor bedrijven door klanten en werknemers met geldzorgen. • Hoge maatschappelijke kosten voor de schuldenindustrie door incasso, deurwaarders en een rechtsgang. Beleidskeuzes binnen het armoede- en schuldenbeleid zijn dan ook inefficiënt als de effecten op sociale problematiek niet meegewogen zijn (zie bijlage 2 voor Rotterdamse voorbeelden).
Geef Rotterdammers een perspectief Wat voor stad wil Rotterdam zijn? Voor wie wil Rotterdam er zijn? Welk perspectief wil Rotterdam bieden aan de 85.000 Rotterdammers op of onder de armoedegrens? Wat hebben bewoners nodig? Volgens Warme meedenkers beleid en aanpakken die bewoners bescherming en ondersteuning bieden. Armoede en schulden hangen samen met sociale problematiek. Zoals ongezondheid, werkloosheid, sociaal isolement en schulden. Ook willen ervaringsdeskundigen hun kennis delen over wat er moet gebeuren en zich daartoe ook uitgenodigd voelen. En bewoners willen met hun vragen dicht bij huis terecht kunnen, op een vertrouwde toegankelijke plek met vrijwilligers en professionals. Waar de gemeentelijke en
5
institutionele dienstverlening goed aansluit en op haar beurt kennis brengt en deelt. Met voldoende mandaat om te doen wat goed en nodig is voor bewoners. Een effectief armoedebeleid is dus integraal én gebaseerd op kennis en ervaring van degene die deze situatie kennen. Dit Deltaplan is dan ook opgebouwd vanuit het perspectief van bewoners, met institutionele hulp en dienstverlening daaromheen. Ook doen we met dit Deltaplan een oproep voor stabiliteit en continuïteit voor bewoners. Inkomenspolitiek is niet de verantwoordelijkheid van de gemeente, maar de inrichting van de sociale infrastructuur wel. En dat gaat over dienstverlening aan bewoners. Zoals uit recent onderzoek blijkt (Cigarbox Impact Advisory, o.a. in Bloemhof in Rotterdam) is de balans tussen de maatschappelijke opgaven en de investeringen in het sociaal werk nu totaal uit balans. Dit is een groot risico voor de kwaliteit en continuïteit van de dienstverlening in de wijken. Maar ook voor het terugwinnen van het vertrouwen van bewoners en wijkpartners. En dit zijn wel de opgaven voor de komende jaren.
Rotterdam, we beginnen niet bij nul! Warm Rotterdam riep de stad tijdens de Warmtetop (20 november 2023) op om amendementen in te dienen in aanvulling op het vastgestelde beleidskader ‘Rotterdam voor iedereen’. Dat leverde vele amendementen op, bovenop al eerder gedane aanbevelingen in diverse rapportages en brieven aan het stadsbestuur. Dit plan is van onderop opgebouwd: • Bewoners: kennis, ervaring en vraagarticulatie • Informele netwerken: kennis van vrijwilligers/ervaringsdeskundigen en professionals • Sociaal werk: kennis van vrijwilligers/ervaringsdeskundigen en professionals • Zorg: professionele kennis • Bedrijven: professionele/commerciële kennis • Gemeente: institutionele kennis kaderstelling, wet- en regelgeving • Landelijke lobby-agenda De hoofdboodschap in dit Deltaplan is: “Pleisters plakken helpt even, maar niet structureel”. Daarmee waarborgen we sociale grondrechten niet. Dus kies voor duurzame oplossingen en zorg voor continuïteit en betrouwbaarheid. Dat vraagt een ander perspectief en een andere houding van verschilmakers om de onderstaande resultaten met het Deltaplan voor de stad te realiseren: ●
●
●
●
Meer bewoners bereiken door er voor ze te zijn in wijken. Door contact te maken, vertrouwen op te bouwen en in gesprek te gaan over wat bewoners nodig hebben. In hun taal, herkenbaar, peerto-peer met rolmodellen, sleutelfiguren en vrijwilligers. Dit vergroot onderling contact en vertrouwen en verbetert de leefbaarheid in wijken. Meer bewoners ondersteuning bieden die sociale grondrechten waarborgt. Zoals ontmoeting in de wijken, leerwerktrajecten, taalcursussen, beweeglessen, hulp bij schulden, informatie over toeslagen & regelingen en hulp bij opvoedvragen. Meer sociale problematiek afvangen met het wijknetwerk, en niet onnodig medicaliseren: voorkomen in plaats van genezen. Dit vraagt om een sterke, vrij toegankelijke wijkinfrastructuur voor bewoners. Dit vermindert de druk op de ouderenzorg, ggz, jeugdzorg en huisartsenzorg. En het aantal indicaties neemt af. Meerjarige samenwerking tussen formele- en informele partners in de wijken zoals bewonersorganisaties, sociaal ondernemers, wijkcoöperaties met woningcorporaties, zorg, GGZ, Vraagwijzer en wijkteams.
6
7
: Effectieve armoede-aanpakken is wat Rotterdammers nodig hebben. Dat slaagt het beste als beleid en aanpakken gestoeld zijn op ervaringskennis. Daarom is een geformaliseerd burgerberaad armoede en schulden noodzaak (om de gefragmenteerd advisering te doorbreken, zoals dat nu het geval is). In dit burgerberaad buigt een representatieve groep burgers zich over armoede en schuldenproblematiek. Ook krijgt een burgerberaad de faciliteiten om zich goed te laten informeren door ervaringsdeskundigen en experts. Zij denken na, overleggen en zoeken naar een gemeenschappelijke grond voor oplossingen (zie Nu is het aan ons. Oproep tot echte democratie. van Eva Rovers). Want debatteren over armoede moet geen meningenoorlog zijn, wat nu te vaak het geval is, zie de gemeenteraad. Het moet een uitwisseling zijn van waarden en perspectieven. Wat zou het helpen als de stad een experiment met een burgerberaad Armoede en Schulden aangaat. Daarmee geven we ook een krachtig signaal aan Rotterdammers in armoede en met schulden. Namelijk dat de gemeente, bedrijven en maatschappelijke organisaties hun kennis en ervaringen serieus (moeten) nemen als basis voor beleid, aanpakken en integere omgangsvormen. Maak er haast mee. Geformaliseerde inspraak van burgers is een actiepunt in het beleidskader Armoede en schulden maar nog niet geëffectueerd.
Daarnaast is het hard nodig dat de (vak)kennis over armoede en schulden bij professionals en vrijwilligers wordt vergroot. Organiseer meer wijkdialogen waar beleidsmakers, politici, het maatschappelijk middenveld en bedrijven kennis ophalen van bewoners en ervaringsdeskundigen. Vertellers zijn er wel, er is een gebrek aan toehoorders. Dat moet aangejaagd en gemobiliseerd worden om het gevoel van eigenaarschap voor Rotterdammers in armoede en schulden te vergroten. Bij eigenaarschap hoort ook handelingsruimte, dat is een oproep aan werkgevers. Betrek burgers bij beleidsontwikkeling. Wees transparant en bereikbaar. Leer van de ervaringen van inwoners. Luister naar hen. Faciliteer dat ambtenaren meer inzicht krijgen in de wereld van Rotterdammers, en waar zij tegenaan lopen; ga uit van wantrouwen, wees empathisch. Laat ambtenaren een dagdeel in de week meedraaien bij spreekuren in de wijken. Dat leidt tot kennisvermeerdering. En laat ambtenaren beleidsmaatregelen uitleggen aan ervaringsdeskundigen.
: Om het vertrouwen te herstellen hebben verschilmakers (overheid, het maatschappelijk middenveld, fondsen en bedrijven) bruggenbouwers, zoals informele organisaties en actieve burgers, hartstikke hard nodig. Maar zij worden al jaren in een wankelend en onzeker schuitje gehouden. Deze situatie is voor de betrokken bewoners die hun ziel en zaligheid leggen in hun werk voor Rotterdammers weinig betrouwbaar. We zijn het erover eens dat we meer moeten doen om bewoners te bereiken. Dan doen financiers er goed aan voor kleinere, informele organisaties in de stad een betrouwbaardere partner te zijn. Dat betekent: meerjarige financiering, minder ad hoc en schuiven met (project)gelden en beter luisteren naar wat organisaties nodig achten in de stad. En vooral ook er eerder bij zijn. Preventie lijkt uit het Rotterdams armoededebat verdwenen te zijn. Zorg voor een sociaal vangnet dat snel, adequaat en ruimhartig kan reageren, dat voorkomt dat bewoners in armoede raken en dat sociale problematiek verergert. Benut zoveel mogelijk wat er al is. Informele
8
organisaties4 zijn laagdrempelig, warm en toegankelijk en (vaak) een voorportaal voor of het afvoerputje van formele hulp. Vanwege de persoonlijke- en flexibele aanpak. Mensen melden zich daar graag omdat ze zich er prettig voelen. Er ontstaat vertrouwen, bewoners voelen zich op hun plek en dan komen de vragen vanzelf. Informele organisaties vergroten het hulpaanbod in de wijken en verkleinen de wachtlijsten. Voedseluitgiftepunten en kledingbanken zijn niet alleen belangrijk voor de goedkope spullen; het zijn ook plekken voor contact, het kopje koffie en het op weg helpen van bewoners met vragen. De initiatiefnemers zijn vaak ervaringsdeskundigen en weten hoe een brug te slaan tussen systeem en bewoners.
Sterke informele netwerken. Waar bestaan die uit? Eén loket voor alle gemeentelijke aanvragen Faciliteer in iedere wijk één fysiek loket – op een vindplaats – waar bewoners en informele organisaties voor vragen en advies, hulp bij het aanvragen van (gemeentelijke) voorzieningen en regelingen terecht kunnen. Bundel de dienstverlening van de gemeente daar, dat maakt de dienstverlening toegankelijker. Want bewoners vragen: kom naar ons toe, breng kennis en hulp naar plekken die voor ons vertrouwd zijn en waar we ons veilig voelen. Zorg ervoor dat: • Bewoners voor gemeentelijk diensten (aanvragen regelingen, toeslagen, ondersteuning ed) terecht kunnen bij plekken waar zij graag komen (niet zoals de wijkhubs). • Bij ieder loket minimaal één sociaal raadslid werkzaam is. • Kennis over PGB-aanvragen bij deze loketten beschikbaar is. Zorg in natura wordt schaarser, daarom neemt de vraag naar PGB’s toe. De PGB-administratie is voor laaggeletterden en/of anderstaligen en/of mensen met een geestelijke beperking te ingewikkeld. Daarom huren zij administratieve hulp in en zijn regelmatig slachtoffers van malafide administratiekantoren. • Er extra ondersteuning voor Rotterdammers die niet digitaal vaardig, laaggeletterd en/of verstandelijk beperkt zijn of de Nederlandse taal onvoldoende beheersen. • Bewoners in privacy hun verhaal kunnen vertellen.
Faciliteer informele organisaties • Identificeer de dragende informele spelers in de wijken/gebieden en biedt hen kennis, funding en vrijwilligersondersteuning. Faciliteer hen om dit over te dragen aan het wijknetwerk (train-detrainer, peer-to-peer versterking). • Organiseer voedselbank-uitgiftepunten zoveel mogelijk bij informele organisaties. • Regel voor iedere informele organisatie een contactpersoon bij de gemeentelijke diensten. • Steun vrijwilligers en professionals actief die in hun werk gemotiveerd buiten de lijntjes kleuren. Geef ze podium, ken een prijs toe of extra middelen (kennis, contacten, etc.). Zo wordt innovatiekracht gestimuleerd. • Sluit informele organisaties aan op de communicatiekanalen van de gemeente (online en offline, in meerdere talen). Bijvoorbeeld over regelingen, toeslagen en subsidies die er zijn voor bewoners met weinig geld. Een ondersteuningsfonds voor informele organisaties Zet een publiek-privaat fonds door bedrijven, fondsen en de gemeente op en bundel de geldstromen in de gebieden. • Zorg voor meerjarige financiering van informele organisaties. Dat zorgt voor continuïteit van de organisatie en voor duurzaam partnerschap in het gebieds- en wijknetwerk. • Financier vrijwilligersondersteuning uit het fonds. • Financier ondersteuning bij bedrijfsvoering en hulp bij fondsaanvragen.
4 Onder informele organisaties verstaan wij organisaties die niet in opdracht van de gemeente werken (d.w.z. buiten de aanbestedingen vallen) en jaarlijks hun
dekkingsplan rond krijgen met financiering uit subsidies als Couleur Locale, fondsen, Opzoomer Mee-budgetten, giften, eigen inkomsten met verkoop ed.
9
:
-
Een nieuwe mensbeeld dat uitgaat van vertrouwen Er is een andere kijk nodig op mensen die in armoede leven. Te vaak wordt gedacht en gezegd dat mensen door hun eigen schuld in de problemen zijn geraakt. Ook worden mensen kwetsbaar genoemd en met woorden kleiner gemaakt terwijl ze sterk en vindingrijk zijn. In het taalgebruik is nog veel te winnen. Denk aan 'kwetsbaren', ‘werklozen’ (ook bij onbetaalde arbeid), men heeft gebrek aan ‘instantiekapitaal’ of is een ‘afgehaakte’. Geef het goede voorbeeld door taal te gebruiken die bijdraagt aan respect voor Rotterdammers. Schrap alle stigmatiserende woorden uit beleidsnota’s, aanbestedingen, jaarverslagen ed. Dat maakt beleid-, uitvoeringsplannen en communicatie-uitingen menselijker. • Organiseer een groot taaldebat voor beleidsmakers en hulpverleners. Zij gaan in gesprek met ervaringsdeskundigen, vrijwilligers en sleutelfiguren uit de wijken over niet stigmatiserend taalgebruik.
Een oproep aan sociaal werk- en zorgprofessionals Alles begint met eigenwaarde. Alleen met erkenning daarvan groeit het vertrouwen bij bewoners en nemen ze stap voor stap de eigen regie weer terug. Daarbij helpt het als: • Professionals bewoners opzoeken, hun kennis delen, zijn waar bewoners zijn en niet andersom. Oog hebben voor het individu, mensen horen, zien en begrijpen. Ervoor open staan dat Rotterdammers zichzelf kunnen zijn. En niet zoals steeds vaker gebeurt dat de intolerantie van hulpverleners voor bewoners toeneemt. • Centraal moet komen te staan voor hulpverleners: wat kan ik voor je doen, wat heb jij van mij nodig? Hanteer de stoplichtmethode in de hulpverlening, ontwikkeld door ervaringsdeskundigen: ○ rood = acute nood bieden ○ oranje = relatieve stabiliteit realiseren ○ groen = plannen voor de toekomst maken Bij deze aanpak worden de grootste stressoren als eerst aangepakt. • Wetten, regels, procedures en menselijkheid elkaar niet uitsluiten. Geef professionals handelingsruimte: beloon gemotiveerd afwijken van regelgeving ten gunste van de bewoner. Beloon professionals die in hun werk de randjes opzoeken, hun professionele ruimte maximaal benutten en daarvoor (soms) in de problemen dreigen te komen. Geef ze podium, een prijs en extra faciliteiten (kennis, contacten, budget ed).
• Vertrouwenspersonen (vrijwillig of professioneel) ondersteund worden en bewoners langdurig bij hen terecht kunnen met vragen. • Er meer ingezet wordt op samen bewegen, dat is goed voor het mentale en fysieke welzijn en niet alleen bij jongeren. Vele sportvelden en sporthallen worden overdag niet intensief gebruikt. Zet speciaal daarvoor aangestelde functionarissen in om met bewoners te bewegen. Werk samen met gezondheidscentra en welzijn. Volg het Deens model waar functionarissen, gefinancierd door huisartsen, welzijn en de gemeente, sportactiviteiten organiseren in groepen overdag en in de avonden. • Er voor kinderen uit gezinnen, die het niet breed hebben, mogelijkheden zijn om te kunnen sporten, dansen, muziek maken of zingen. Investeer in een communicatie-offensief om de bekendheid over de regelingen die er voor hen zijn te vergroten (on- en offline toegankelijk). • Dienstverlening op rollator/buggy afstand bereikbaar is. • Professionals de sociale kaart in hun gebied goed kennen. • Professionals over de juiste gesprekstechnieken beschikken. Zodat zij goed doorvragen, en bewoners bij de juiste hulp terechtkomen en dat die verwijzing ‘warm’ verloopt.
10
•
Biedt altijd nazorg. Als er meerdere organisaties betrokken zijn, geef één vaste professional/getrainde vrijwilliger de regie. Zodat betrokken professionals met elkaar samenwerken (o.a. door casusoverleg, korte lijnen en telefonische bereikbaarheid).
De sleutel naar effectieve dienstverlening: informele- en formele organisaties samen Idealiter is er in ieder gebied een fijnmazig netwerk waar informele- en formele sociaal werk organisaties samenwerken. Prikkels om die samenwerking te versterken zijn: • Maak de looptijd van subsidies en fondsen geld voor informele organisaties gelijk aan de looptijd van de aanbestedingen voor het welzijnswerk en de zorg. Dit zorgt voor continuïteit voor bewoners omdat meerjarige samenwerkingsafspraken mogelijk zijn. • Oormerk het 10% budget van welzijnsorganisaties voor samenwerking met informele organisaties voor het aanpakken van armoede en schulden. En vul dit budget aan met 10% van het zorgbudget. • Bundel de kennis vanuit professioneel welzijnswerk en zorg, en breng deze naar de informele organisaties. • Maak een overzicht van informele- en formele hulpverlenende organisaties, zowel voor inwoners als voor professionals. Zorg ervoor dat dit overzicht overal vindbaar is. • Blijf goede initiatieven en pilots, waarbij nuttige netwerken zijn opgebouwd, financieren. Zorg ook hier voor continuïteit. En neem de uitkomsten van succesvolle pilots op in programma’s van eisen en subsidievoorwaarden.
: Geef toegang tot gezondheid(szorg) Langdurig met geldzorgen leven gaat samen met een minder goede of slechte gezondheid én een kortere levensduur. En toch worden steeds meer mensen buitengesloten van zorg en medicatie die nodig is. Veroorzaakt door de hoge kosten, het eigen risico en de versobering van zorgpakketten. Zorg effectiever organiseren In Rotterdam kunnen mensen met een inkomen van minder dan 130% van het wettelijk minimum inkomen een beroep doen op het VGZ Rotterdampakket (basis en aanvullend). Dat kost hen in 2024 €215,10 per maand. Er geldt een eigen risico van € 50,00. Het Rotterdampakket is daarmee relatief duur en daarom kiezen veel mensen voor een andere ziektekostenverzekering. Dus ondanks dat er een VGZ Rotterdampakket is, is dit niet de zorgverzekering waarmee mensen op het minimum het beste verzekerd zijn. Bij het beste zorgpakket voor minima zijn aanvullende verzekeringen mogelijk en is er geen eigen risico. Vergroot de toegang tot zorg door: • Voorlichting over ziektekostenverzekeringen, ook via informele organisaties en ervaringsdeskundigen. Zet informele organisaties in de positie om bewoners te informeren over (minder) medicijngebruik en het terugbrengen van niet gebruikte hulp- en verbandmiddelen (zie Zorgvrijstaat). • Voorlichting over en verwijzing naar beschikbare financiële hulp door de huisarts voor bewoners met geldzorgen.
Zoals naar de financiële spreekuren in de wijken, integreer het welzijnswerk in de spreekkamer. Financier welzijn op recept, volg de werkwijze bij huisartsenpraktijk Mozaïek. • Aandacht te hebben voor zorgmijders. Zij overzien vaak niet wat ze wel en niet moeten betalen. Biedt daarom ruime zorgpakketten inclusief mondzorg buiten de eigen bijdrage. Dat is kostenbesparend op de lange termijn. • De basiszorglijst in te voeren met fysiotherapie, tandarts, anticonceptie, vitamine D & maagzuurremmers en bril met medische indicatie.
11
•
• • • •
Creativiteit in de aanvullende zorgverzekering. Vergoed bijvoorbeeld een abonnement op de sportvereniging - waarom wél de leefstijlcoach - zodat bewoners tegelijkertijd een sociaal netwerk opbouwen door groepsactiviteiten. Een collectieve verzekering voor dierenartskosten (€1 per maand). Huisdieren zijn vaak een troost en een toeverlaat voor bewoners met weinig geld. Uitrol van het project ‘Meer tijd voor de patiënt’ en dat aanvullen met een wijkbudget voor preventie. Niet gebruikt, verpakt en voorgeschreven medicatie en medisch materiaal in te leveren bij de huisarts en apotheek die het ter beschikking stellen aan informele organisaties. Ervaringskennis te benutten bij de voorbereiding van de nieuwe aanbesteding voor de collectieve zorgverzekering voor minima.
Bedrijven en gemeenten, zorg voor klanten en werknemers met geldzorgen Bedrijven en overheden dragen bij aan de enorme kosten die in de schuldenindustrie omgaan (Sociaal Bestek). Terwijl bedrijven en overheden door sociale incasso en zorg voor werknemers ervoor kunnen zorgen dat deze kosten afnemen. Ook blijkt uit onderzoek dat zorg voor klanten en werknemers met geldzorgen zakelijk verstandig is. Zowel voor de financiële huishouding van bedrijven en overheden zelf als voor de samenleving. Omdat incassokosten, boetes, rechtszaken en kwijtscheldingen afnemen. Wat kunnen bedrijven en overheden met incassopraktijken en werknemers met geldzorgen doen? • Neem als bedrijf en overheid de eisen uit het keurmerk Geldzorgenbewuste organisatie (zie www.keurmerkgbo.nl) op bij inkoop van incasso, de convenantlijst voor bewindvoering ed. Stuur onder andere op het voorkomen van doorverkopen van schulden en incassokosten. • Stimuleer bedrijven en overheden om hun maatschappelijke verantwoordelijkheid voor Sustainable Development Goal 1 – geen armoede in al haar vormen – te nemen door het keurmerk Geldzorgenbewuste organisatie te behalen. • Laat de incasso voor bewoners (nog) zonder problematische schuld uitvoeren door een publiekeof non-profitorganisatie. • Informatievoorziening voor bewoners over hun rechten wanneer ze onder bewind staan verbeteren.
Zoals informatie over behandeltermijnen, klachtenregeling, inzage in persoonlijke gegevens, bereikbaarheid. • Versnel de route voor aanmelding naar bewindvoerders, via de Vraagwijzer duurt te lang.
Inkoop welzijn en zorg Stop met het aanbesteden van dienstverlening in het sociaal domein. Dat zet bewoners alleen maar meer op afstand (zie artikel in de Trouw). Zorg voor continuïteit en voldoende budget voor het er eerder bij zijn, laagdrempelige hulp voor bewoners en menswaardige dienstverlening: dat heet preventie. De roep om meer sociaal (formeel en informeel) werk nam de afgelopen jaren toe. Uit onderzoek blijkt dat de huidige investeringen in het sociaal werk niet in verhouding staan tot de maatschappelijke opgaven. In wijken met duizenden bewoners zonder sociaal netwerk, voor wie bureaucratie te ingewikkeld is, die het financieel zwaar hebben en/of aan de zijlijn staan, werken vaak maar enkele professionals en een veelheid aan vrijwilligers. Met de huidige investeringen wordt dan ook slechts een fractie van de bewoners tijdig bereikt en geholpen, waardoor ook de (ondersteunings)vragen van bewoners onvoldoende in beeld zijn. Tegelijkertijd zijn de maatschappelijke opbrengsten van de sociale professionals aantoonbaar zeer hoog. Een verveelvoudiging van de investeringen in het sociaal werk zou bijdragen aan de aanpak van sociale problematiek. Want er zijn veel bewoners die geholpen zijn met vaker buiten komen, onder de mensen zijn, meer bewegen en de administratie op orde krijgen. Een beetje hulp bij (beginnende) sociale
12
problematiek, scheelt miljoenen euro’s aan: doktersbezoek, medicijngebruik, indicaties, schooluitval, incassokosten of andere kosten. Eerder onderzoek van SEOR Erasmus School of Economics toonde al aan dat elke euro geïnvesteerd in het sociaal werk 1,60 euro oplevert aan kosten voor de zorg. • Investeer meer in het welzijnswerk in Rotterdam met 1,6 x 38 mln (budget aanbesteding welzijnswerk) = 61 miljoen. Dat scheelt 24 miljoen aan WMO-indicaties en zorgkosten. • Oormerk ook bij de Wmo-inkoop 10% van het budget voor Right to corporate met de wijk. • Benoem keten kpi’s bij de inkoop van de wmo-, wijkteam en welzijn voor de afname van indicaties onder gezamenlijke verantwoordelijkheid (succesvolle voorbeelden zijn van geïndiceerde- naar niet geïndiceerde dagbesteding; individuele woonbegeleiding naar groepsgerichte begeleiding). • Investeer in de comeback van het opbouwwerk (zie brief Comeback opbouwwerk in Rotterdam).
Toegang tot inkomensondersteuning Stuur als gemeente op de onderstaande doelen voor de toegang tot inkomensondersteuning: - Alle Rotterdammers krijgen waar ze recht op hebben. - Alle Rotterdammers ontvangen tijdig passende hulp bij rondkomen of het oplossen van problematische schulden. - Alle Rotterdamse gezinnen met minderjarige kinderen hebben voldoende financiële middelen en mogelijkheden om mee te doen. Iedereen ontvangt waar die recht op heeft • Lanceer een communicatieoffensief over inkomensondersteunende regelingen van de gemeente. • Maak het voorlichtingsmateriaal toegankelijker, communiceer proactief en in meerdere talen, gebruik infographics, filmpjes en let op effectieve communicatie met jongeren. Sluit informele organisaties aan op de communicatiekanalen van (rijks)overheden. • Maak regelingen eenvoudiger aan te vragen door het aantal potjes te verminderen en de formulieren eenvoudiger te maken. • Ken meer regelingen automatisch toe aan bewoners van wie we weten dat ze er recht op hebben (dat ontzorgt bewoners, zij hoeven geen papierwinkel door). Ruimhartig(er) regelingen • Verhoog de individuele inkomenstoeslag. • Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen voor minima tot 150% WSM. • Bijzondere bijstand voor Rotterdammers met een inkomen tot 150% WSM.
• Grondige herziening Bijzondere Bijstand: ○ Schaf de ‘spaarregel’ af en verstrek niet meer als lening ○ Ook te gebruiken voor de eigen bijdrage sociale advocatuur ○ Voor niet voorziene, onverzekerbare noodzakelijke medische kosten ○ Voor inkomensbeheer als het inkomen van zzp'ers onder de € 1.500 komt ○ Voor gebruiksartikelen • Vergroot de mobiliteit: maak het openbaar vervoer voor Rotterdammers onder 140% van het wettelijk sociaal minimum gratis.
Toegang tot werk Investeer in de groep die al (te) lang aan de zijlijn staat. Dat gaat nu niet gebeuren. Zie de besparingen die wethouder Versnel onlangs op de bijstand aankondigde. Hij bezuinigt op de dienstverlening aan bewoners die langdurig niet werken. Niet op het vergroten van de efficiëntie in het systeem. Doe het anders en: • Benut de middelen uit de SROI-reserve voor op- en toeleiding van bewoners zonder betaald werk naar de arbeidsmarkt en verbreed de toekenningscriteria.
13
• •
•
•
Garandeer werkzekerheid: voorkom de armoedeval bij regelingen en verdiensten. Houd iedereen binnenboord en zorg dat mensen die nog niet toe zijn aan werk terecht kunnen bij burgerinitiatieven en sociaal ondernemers. Doe dit samen met de onderwijswethouder, zeker als het gaat om jongeren. Erken en honoreer praktijkgerichte leer-/werkopleidingen die bijdragen aan het vergroten van vaardigheden voor instroom op de arbeidsmarkt (zie www.roffabriek.com). Maak de overgang van bijstand (met toeslagen) naar werk (deeltijd, flex) minder ingewikkeld en geef bewoners meer zekerheid. Schrijf een bewoner niet direct uit, garandeer de uitkering voor een langere periode. Zodat het inkomen gegarandeerd is, het papierwerk is geregeld en een terugvaloptie wordt geboden. Dat geeft meer rust voor bewoners die zich in hun tempo voor de arbeidsmarkt herpakken en uiteindelijk het werk beter aan kunnen. Stimuleer dat bewoners vanuit vrijwilligerswerk kunnen doorgroeien naar betaald werk met een inkomen boven de armoedegrens.
Van achterstanden in het onderwijs naar talentontwikkeling • •
Maak leermiddelen gratis voor kinderen/jongeren uit gezinnen onder het WSM 5 en in de WSNP6. Wees genereus voor de jeugd. Geef zo jong en zo vaak mogelijk financiële educatie, cultuur en loopbaanbegeleiding. Regel binnen het reguliere curriculum op school extra tijd voor bewegen, cultuur, anderen helpen, tuinieren rondom het schoolplein etc. Daarvoor zijn bij het rijk middelen beschikbaar, leg als gemeente bij.
Veel mensen komen maandelijks 100 tot 500 euro tekort (afhankelijk van hun thuissituatie) schrijft de Landelijke Armoede Coalitie in navolging van de Commissie Sociaal Minimum. Zij ervaren sociale zekerheid als onvoorspelbaar en ontoegankelijk. In de brief aan Kamerleden Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt geadviseerd het advies van de Commissie Sociaal Minimum onverkort uit te voeren aan de hand van acht concrete thema’s. De Federatie voor Gezondheid roept op sociale grondrechten te waarborgen en ervaringskennis te benutten bij beleid en uitvoering. De KNMG roept op tot investeren in de sociale en fysieke omgeving om ziekte door armoede te voorkomen. Zij stellen dat het effect van de aanpak van de sociale problemen groter is dan een huisartsenbezoek. Omdat huisartsen alleen de symptomen kunnen bestrijden. Zij schrijven dat de impact van de medische zorg op gezondheid van mensen slechts elf procent is. Terwijl leefstijl, en sociale- en fysieke omgeving voor bijna 70% van invloed zijn op de gezondheid. Landelijk moet zo snel mogelijk opvolging gegeven worden aan het advies van de Commissie Sociaal Minimum en versterk het sociaal werk om bestaansonzekerheid te voorkomen en eerder effectieve hulpverlening te bieden. Het is onverteerbaar dat bijna een miljoen Nederlanders onder de armoedegrens leven, waarvan 200.000 kinderen.
Zie voor de landelijke lobby-agenda de brief die aan informateur Plasterk is gestuurd door de Landelijke Armoedecoalitie. Daarnaast zetten de bezoekers van de Warmtetop de onderstaande lobbypunten op de agenda: • Pleit voor maximale inzet van de regelvrije ruimte binnen de Wmo, de Participatiewet en de Jeugdwet. Als de situatie schrijnend is, zoals nu, ziet de gemeente de noodzaak om in te grijpen. Motiveer dat bij de afrekening met de Rijksoverheid. • Pleit voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen voor mensen die een koophuis bezitten en financieel kwetsbaar zijn. • Schaf de btw op groenten en gezond voedsel af. • Zorg voor de terugkeer van het ziekenfonds, haal de marktwerking uit de zorgverzekeringen. 5 Wettelijk Sociaal Minimum (WSM) 6 Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP)
14
• •
Ontkoppel bestaanszekerheid van de Participatiewet en ga grootschalig experimenteren met het basisinkomen. Of: vind een meerderheid voor de invoering van het basisinkomen. Hef geen inkomstenbelasting over de eerste €25.000 per jaar.
Een begroting voor Armoede in de stad Wat is er nodig voor bewoners die in armoede en/of met schulden leven? We laten ons inspireren door de huidige begroting:
De onderstaande cursief gedrukte programma’s en budgetten zijn (nagenoeg) volledig bestemd voor bewoners die (financieel) kwetsbaar zijn. De overige programma’s zijn er voor dienstverlening ed. voor alle inwoners van Rotterdam. Die budgetten verrekenen we met het percentage bewoners dat in Rotterdam op of onder de armoedegrens leeft. Dat wordt zo een geoormerkt budget voor de dienstverlening aan mensen op of onder de armoedegrens. Opgeteld ziet de jaarlijkse begroting voor armoede en schulden er dan als volgt uit. ’ Armoede, schuldhulpverlening, inburgering en samenleving
€ 139.000.000
Zorg, welzijn en wijkteams
€ 978.000.000
Werk en inkomen
€ 843.000.000
Volksgezondheid
€ 61.000.000
15
Energietransitie
€ 61.000.000
12,5% van andere programma's (2.332 mln.)
€ 291.500.000
Totaal
€ 2.373.500.000
Gebiedsbudget En omdat het aantal bewoners dat op of onder de armoedegrens leeft per gebied verschilt, hanteren wij dezelfde verdeelsleutel voor de armoedebegroting als voor de welzijnsopdrachten per gebied. Zie onderstaand de gebiedsbudgetten voor de uitvoering van het Deltaplan Armoede Rotterdam - Een oproep uit de stad. Het is geen roep om meer geld, maar om het anders bestemmen – samenhangende maatregelen - van de bestaande budgetten.
Prins Alexander 15%
Rozenburg 2% Centrum 5%
Centrum Charlois Delfshaven Feijenoord Hillegersberg-Schiebroek Hoek van Holland Hoogvliet Ijsselmonde Kralingen-Crooswijk Noord Overschie Pernis Prins Alexander Rozenburg
Charlois 11%
Pernis Overschie 2% 3%
Delfshaven 13%
Noord 7%
Kralingen-Crooswijk 7%
Feijenoord 13% Ijsselmonde Hillegersberg-Schiebroek 10% 5% Hoogvliet 5% Hoek van Holland 2%
Centrum Charlois
5,14% 10,79%
€ 122.036.678 € 256.200.810
Delfshaven Feijenoord
13,02% 13,57%
€ 309.099.939 € 322.079.494
Hillegersberg-Schiebroek Hoek van Holland
5,07% 2,16%
€ 120.434.298 € 51.206.532
Hoogvliet Ijsselmonde
4,97% 9,58%
€ 118.074.007 € 227.437.893
Kralingen-Crooswijk Noord
7,48% 7,20%
€ 177.475.044 € 170.879.878
Overschie Pernis
2,63% 1,59%
€ 62.457.626 € 37.796.677
Prins Alexander Rozenburg
14,84% 1,94%
€ 352.288.989 € 46.032.195
Totaal
100,00%
€ 2.373.500.062
16
Zie onderstaand het factorenmodel met daarin de samenhang tussen geldzorgen en risico-, versterkendeen beschermende factoren.
Legenda Rood = risicofactor Groen = versterkende factor Blauw = beschermende factor Lila = armoede aspect Geel = factor
17
Ë Enkele voorbeelden • • • • •
• • • •
•
• •
Wethouder A bezuinigd 16% op Couleur Locale (wijkinitiatieven) wethouder B maakt 400.000 vrij om diezelfde wijkinitiatieven financieel te ondersteunen voor mensen in armoede. Wethouder Zorg bespaart in het najaar 2023 8 miljoen op zorg(kosten), zonder inzicht te geven hoe dit bewoners in armoede raakt. De 10% right to corporate in de welzijnsopdracht is niet gelabeld voor armoede-aanpak, dat zou € 3,5 miljoen toevoegen aan het budget. De drempel naar de schulddienstverlening is hoog, de weg ernaar toe mag alleen door het ETF ingezet worden. Na 6 maanden sluiten medewerkers van de wijkteams de casus af, terwijl mensen in armoede vaak langer hulp nodig hebben. Daarom verwijzen formele instanties zo vaak naar informele organisaties bij complexe problematiek omdat zij het vangnet zijn. Dus onmisbaar als voorportaal, nazorg of draaideur, maar er wordt geen financiële continuïteit geboden door financiers. Werk & Inkomen en Prestatie 010 werken langs elkaar heen, waardoor actieve bewoners met een bijstandsuitkering gedupeerd raken of als fraudeur bestempeld worden. Het Jeugd Perspectief Fonds is stopgezet omdat de beeldvorming over de jongeren er één van ‘eigen schuld, dikke bult’ is in de coalitie. Het dominante antwoord op de bommetjesgooiers in de stad is handhaven, terwijl er geen analyse van de onderliggende problematiek – waaronder armoede – bekend wordt gemaakt.
Het aantal aalmoezen dat in de stad uitgedeeld wordt neemt ieder jaar zienderogen toe. Dat is mede het gevolg van de huidige (armoede)subsidieregelingen met de focus op directe hulp. Het bestuur kiest niet voor structurele oplossingen, ook niet in samenwerking met de fondsen. Alle inspanningen om mensen naar werk te begeleiden, treffen vooralsnog het laaghangend fruit. Er is te weinig begeleiding voor mensen die langdurig niet aan het werk zijn. Rikx, het Social Impact Fonds ed zijn alleen toegankelijk voor sociaal ondernemers die voldoen aan de definitie van Social Enterprise. Dat sluit vele impactvolle organisaties uit. De Vraagwijzer en 14010 leveren onvoldoende voor mensen in armoede en met schulden. De 37 wijkhubs (Wijk aan zet) worden naast de bestaande infrastructuren in de wijken geplaatst in plaats van te integreren (personeel en financieel). Dit is inefficiënt, omdat er al zoveel andere plekken zijn waar bewoners komen. Ook vragen bewoners niet om nieuwe loketten maar juist om minder.
18
19