[24bb003925] Bijlage 4 behorende bij 24bb003920 - M.e.r.-beoordelingsbesluit d.d. 19 december 2023
Tekst van het document
j? Gemeente Rotterdam
M.e.r.-beoordelingsbesluit
Parallelweg 1 Postbus 843 3100 AV Schiedam T 010-2468000 E info@dcmr.nl www.dcmr.nl
Ons kenmerk
Uw kenmerk
2315050_5266609
Datum
19 december 2023
Contact
Afdeling
info@dcmr.nl
Reguleren Advies en Omgeving
Bijlagen
Onderwerp
M.e.r.-beoordeling t.b.v. Bestemmingsplan Leidingstrook H2 Conversiepark
Deze m.e.r.-beoordeling is uitgevoerd conform paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer en de criteria van bijlage Ill uit de Europese M.e.r.-richtlijn (2014/52/EU). De beoordeling van de relevante aspecten is gebaseerd op het Bestemmingsplan Leidingstrook H2 Conversiepark van 13 mei 2022, inclusief de vormvrije m.e.r.-beoordeling in bijlage 1 van de toelichting op het bestemmingsplan. Als uitgangspunt bij de beoordeling geldt dat alleen een milieueffectrapport (MER) hoeft te worden opgesteld, indien het bevoegd gezag van oordeel is dat dit noodzakelijk is vanwege belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben. Voorgenomen activiteit De voorgenomen activiteit betreft de aanleg van een kabel- en leidingstrook rond het H2 conversiepark op de Tweede Maasvlakte. In deze kabel- en leidingenstrook komen leidingen die waterstof {H2), zuurstof (02) en demiwater vervoeren, als ook een warmteleiding en een hoogspanningskabel van 380 kV. Daarnaast zal Shell een waterstofleiding aanleggen vanaf hun waterstoffabriek op dit conversiepark naar 'Truck Loading Bay' voor verlading van waterstof naar vrachtwagens.
Blad 1 van 8
'j? Gemeente Rotterdam
Ons kenmerk 2315050_ 5266609
Noodzakelijkheid m.e.r.-beoordelingsbesluit De voorgenomen activiteit valt onder: M.e.r. categorie D8.1 Activiteit
Drempelwaarde
Besluit
De aanleg, wijziging of uitbreiding van een buisleiding voor het transport van gas, olie of CO2-stromen ten behoeve van geologische opslag of de wijziging of uitbreiding van een buisleiding voor het transport van chemicaliën. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een buisleiding die is gelegen of geprojecteerd in een gevoelig gebied als bedoeld onder a, bof d, van punt 1 van onderdeel A van deze bijlage. Bestemmingsplan Leidingstrook H2 Conversiepark
Dit m.e.r.-beoordelingsbesluit is noodzakelijk, volgens artikel 2 lid 5 onder b van het Besluit m.e.r., omdat het voornemen de aanleg van een buisleiding voor het transport van chemicaliën betreft volgens categorie D8.1. De buisleiding voert niet door een gevoelig gebied zoals bedoeld onder de drempelwaarde van categorie D8.1. Hierdoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde. Besluit Er zijn geen belangrijke nadelige effecten te verwachten voor het milieu en daarom hoeft er geen MER opgesteld te worden. In samenhang zijn alle relevante aspecten beoordeeld op directe en indirecte effecten, waarbij rekening is gehouden met de genoemde factoren in artikel 3 van de Europese M.e.r.-richtlijn (2014/52/EU) en de relevante aspecten uit Bijlage Ill van diezelfde richtlijn. Zie de bijlage voor de onderbouwing van dit m.e.r.-beoordelingsbesluit. Bezwaar en beroep Op grond van artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht is deze beoordeling een voorbereidingsbesluit, waarop geen bezwaar of beroep mogelijk is, tenzij aangetoond kan worden dat dit besluit belanghebbende rechtstreeks treft. Burgemeester en Wethouders van Rotterdam, De seer aris,
De burgemeester,
Blad 2 van 8
-? Gemeente Rotterdam
Ons kenmerk 2315050 5266609
Bijlage Onderbouwing aan de hand van de relevante kenmerken van de voorgenomen activiteit volgens Bijlage Ill van de Europese M.e.r.-richtlijn (2014/52/EU). 1.
Kenmerken van de voorgenomen activiteit
Aard en omvang activiteit De aanleg van een kabel- en leidingstrook rond het H2 conversiepark op de Tweede Maasvlakte. In deze kabel- en leidingenstrook komen leidingen die waterstof (H2), zuurstof (02) en demiwater vervoeren, als ook een warmteleiding en een hoogspanningskabel van 380 kV. Daarnaast zal Shell een waterstofleiding aanleggen vanaf hun waterstoffabriek op dit conversiepark naar 'Truck Loading Bay' voor verlading van waterstof naar vrachtwagens. Cumulatie met andere projecten In de omgeving van de projectlocatie zijn geen andere bestaande of goedgekeurde projecten in ontwikkeling waarmee sprake zou kunnen zijn van cumulatie. Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Voor de realisatie van het project worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt zoals staal. Het gebruik van deze bouwmaterialen zal niet leiden tot uitputting van natuurlijke hulpbronnen. Productie van afvalstoffen Bouwafval van de realisatiefase zullen zoveel mogelijk worden gescheiden ten behoeve van hergebruik. De afvalstoffen worden ingezameld en afgevoerd door een erkend afvalverwerker. In de gebruiksfase zullen alleen tijdens onderhoudswerkzaamheden mogelijk kleine hoeveelheden afval ontstaan, die gescheiden worden ingezameld en afgevoerd door een erkend afvalverwerker. Verontreiniging Aspect Toetsingskader Effecten
Conclusie van de toetsina Potentieel effect
Effecten op bodemkwaliteit Regeling bodemkwaliteit Bijlage B, Tabel 1 en 2 Uit de resultaten van voorgaande bodemonderzoeken op en nabij de projectlocatie blijkt dat er ten hoogste lichte verontreinigingen verwacht kunnen worden, waardoor er geen aanleiding is voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek NEN5740. Het project zelf vormt geen risico voor het optreden van bodemverontreiniainqen. Er wordt voldaan aan de Reqelinq bodemkwaliteit Nee
Blad 3 van 8
Ons kenmerk 2315050_ 5266609
Aspect Toetsingskader
j? Gemeente Rotterdam
Effecten op luchtkwaliteit Het besluit Niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) Luchtkwaliteitseisen: - een toename van maximaal 1,2 g/m3 voor zowel PMi als NO. Wet Milieubeheer: - Stikstof (NO>): 40 g/m? jaargemiddeld. - Fijnstof (PMn): 40 g/m? jaargemiddeld. - Fijnstof (PMs): 25 g/m jaargemiddeld
Effecten
Conclusie van de toetsing Potentieel effect Aspect Toetsingskader
Effecten
Conclusie van de toetsing Potentieel effect
Tijdens de bouwwerkzaamheden kan als gevolg van het bouwverkeer tijdelijk een zeer geringe verslechtering van de luchtkwaliteit optreden. De locatie wordt echter omgeven door bedrijvigheid en industrie, waarmee er geen gevoelige bestemmingen in de omgeving aanwezig zijn. Tijdens de uitvoeringsfase gebruiksfase van de nieuwe kabels en leidingen zal er geen uitstoot van fijnstof of stikstofdioxide optreden. Een verslechtering van de luchtkwaliteit kan op daarmee voorhand worden uitgesloten. Het voornemen zal niet leiden tot een in betekende mate bijdrage aan de luchtkwaliteit. Nee Effecten van het plan op de waterkwaliteit en -kwantiteit Wet milieubeheer Waterwet Waterbeheerprogramma van het waterschap Het voorliggend bestemmingsplan zal enkel bestaan uit het aanleggen van kabels en leidingen in de grond. Deze graafwerkzaamheden verontreinigen het grond- of oppervlaktewater niet. Er wordt geen oppervlaktewater gedempt. Er wordt niet op of nabij (de beschermingszone van) een waterkering gewerkt. Tevens zullen er geen verharde oppervlakten worden aangelegd en het gebruik van de kabels en leidingen levert geen afvalwater op. Voor de milieuaspecten waterkwaliteit en -kwantiteit wordt voldaan aan de relevante wet- en regelgeving. Nee
Blad 4 van 8
j? Gemeente Rotterdam
Ons kenmerk 2315050 5266609
Aspect
Geluidbelasting op de omgeving
Toetsingskader
Gezoneerd industrieterrein Maasvlakte 2 op grond van de Wet geluidhinder. Maximale niveaus op de zonegrens: - 50 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur. - 45 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur. - 40 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur.
Effecten
In de aanlegfase kan er tijdelijk geluidshinder zijn van de bouwwerkzaamheden. Het bestemmingsplan schrijft voor dat, indien noodzakelijk, hiervoor een ontheffing geluidshinder dient te worden aangevraagd. Op voorhand kan geconstateerd worden dat de (ondergrondse) kabels en leidingen geen geluid produceren in de gebruiksfase. Tevens is geluidshinder in de gebruiksfase uit te sluiten door het ontbreken van een verkeersaantrekkende werking. Een geluidsonderzoek voor de leidinaen is dan ook niet noodzakelijk. Er kan alleen tijdelijk tijdens de aanlegfase sprake zijn van enige geluidhinder. Nee
Conclusie van de toetsing Potentieel effect
Veiligheidsrisico's Aspect
Externe veiligheid
Toetsingskader en/of beleidskader
Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen (Bevb)
Effecten
De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico (PR) van een buisleiding is vastgesteld op 10° op 5 meter vanuit het hart van de buisleiding. Het bestemmingsplan voorziet in een belemmeringenstrook van tenminste 5 m rond de buitenste (voorziene) buisleidingen, zoals voorgeschreven door het Bevb. Dit borgt dat er geen overschrijdingen van de PR grenswaarde mogelijk zullen zijn. Volgens het bestemmingsplan van Maasvlakte 2 ligt het groepsrisico van huidige buisleidingen onder de oriëntatiewaarde van 1. De toevoeging van de dubbelbestemming Leiding Leidingstrook in het nieuwe bestemmingsplan leidt niet tot toename van het groepsrisico.
Conclusie
Er zijn geen overschrijdingen van de PR-normen.
Potentieel effect
Nee
Blad 5 van 8
j? Gemeente Rotterdam
Ons kenmerk 2315050 5266609
Risico's voor de menselijke gezondheid Aspect
Ontplofbare oorlogsresten
Toetsingskader en/of beleidskader
Het Werkveld specifiek Certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCSOCE)
Effecten
Op basis van de bodembelastingkaart CE van Gemeente Rotterdam en een eerder uitgevoerd historisch vooronderzoek is geconcludeerd dat geen ontplofbare oorlogsresten worden verwacht binnen het onderzoeksgebied. Derhalve is aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. Hoewel de kans zeer gering is op de aanwezigheid van explosieven, is in het bestemmingsplan opgenomen dat, mocht tijdens werkzaamheden een explosief aangetroffen worden, het protocol 'Spontaan aantreffen Ontplofbare Oorlogsresten' aangehouden dient te worden.
Conclusie
Het plangebied is een volledig onverdacht gebied met oog op de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten.
Potentieel effect
Nee
Er is geen sprake van normoverschrijding voor de aspecten geluid of luchtkwaliteit, waardoor aangenomen mag worden dat er voor deze aspecten evenmin potentieel onaanvaardbare effecten op gezondheid optreden. 2.
Locatie van de voorgenomen activiteit
Omschrijving locatie De planlocatie is gelegen in het uiterste zuidwesten van de Tweede Maasvlakte, ten zuiden van de Maasvlakteweg. Dit betreft een braakliggend terrein dat bestemd is de realisatie van het waterstofpark, behorende tot de chemische industrie met de bijbehorende be- en verwerking van ten hoogste milieucategorie 5. Ten westen van de planlocatie ligt het Maasvlaktestrand aan de Noordzeekust, ten oosten ligt De Slufter, een opslagplaats voor vervuild slib. Ecologische waarden Aspect
Ecologische waarden en stikstofdepositie op Natura 2000gebieden
Toetsingskader en/of beleidskader
Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming (Wnb) met betrekking tot de bescherming en het behoud van inheemse planten- en diersoorten. De Wnb, inclusief een maximale toename van stikstofdepositie met 0,00 mol/ha/jaar op relevante Natura 2000-gebieden.
Effecten
Exemplaren van de beschermde rugstreeppad en de plantensoort glad biggenkruid kunnen in het gehele plangebied
Blad 6 van 8
'-j? Gemeente Rotterdam
Ons kenmerk 2315050 5266609
worden aangetroffen. Het bestemmingsplan schrijft voor dat bij de aanleg van de leidingen rekening dient te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van deze soort. Havenbedrijf Rotterdam N.V. beschikt over een gebiedsontheffing voor werkzaamheden op haar terreinen, waar het voor voorliggend initiatief gebruik van zal maken. Tijdens de uitvoeringsfase van de ondergrondse leidingen zullen er geen effecten op de beschermde soorten plaatsvinden. De AERIUS-berekening laat zien dat de beoogde plannen geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar veroorzaken op daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden en dat negatieve effecten daarmee zijn uitgesloten. Conclusie / constatering
De activiteit leidt niet tot aantasting van ecologische waarden van de locatie en de omgeving of op daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden.
Potentiële effect
Nee
Gebieden waar de mi/ieukwaliteitsnormen onder druk staan/ gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid In de omgeving van het voornemen bevinden zich diverse Natura 2000-gebieden waar de natuurkwaliteit onder druk staat als gevolg van stikstofdepositie. Dit betreft de Voordelta, Voornes Duin en Solleveld & Kapittelduinen. Aanwezigheid van landschappen en/of plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang Aspect
Aanwezigheid van landschappen en/of plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang.
Toetsingskader en/of beleidskader
Het bestemmingsplan De gemeentelijke archeologische beleidskaart De Landschapswaardenkaart van de Provincie Zuid-Holland De provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart
Effecten
Voor dit voornemen heeft een archeologisch bureauonderzoek plaatsgevonden, waaruit blijkt dat eventueel archeologische waarden kunnen worden aangetroffen vanaf een diepte van 20 m beneden NAP. Aangezien de buisleidingen niet tot deze diepte zullen reiken, is geen vervolg onderzoek noodzakelijk. Het bestemmingsplan schrijft voor dat archeologische toevalsvondsten tijdens de bouwwerkzaamheden dienen te worden aangemeld bij de afdeling Archeologie Rotterdam. De activiteit leidt verder niet tot verstoring of aantasting van landschap of landschappelijk gebieden of tot cultuurhistorische waarden.
Blad 7 van 8
j? Gemeente Rotterdam
Ons kenmerk 2315050 5266609
Conclusie
Waarden van landschappen en/of plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang worden niet aangetast door dit voornemen.
Potentiële effect
Nee
3.
Soort en kenmerken van het potentiële effect en conclusie
Er worden als gevolg van de voorgenomen activiteit geen potentiële effecten verwacht. Afsluitend wordt geconstateerd dat er een integrale beoordeling heeft plaatsgevonden, waarbij rekening is gehouden met de genoemde factoren in artikel 3 van de M.e.r.-richtlijn (2014/52/EU) en de aspecten uit Bijlage Ill van diezelfde richtlijn, met name onder punt 3. In samenhang zijn alle relevante aspecten beoordeeld op directe en indirecte effecten. Geconcludeerd wordt dat met inachtneming van bovengenoemde maatregelen mogelijke belangrijke nadelige milieueffecten niet zullen optreden vanwege de voorgenomen activiteit en dat er daarom geen MER gemaakt hoeft te worden.
Blad 8 van 8