[24bb003784] Afdoeningsvoorstel toezegging wethouder Versnel over cijfers taalbeheersing bijstand
Tekst van het document
Werk en Inkomen Werk, Inkomen, Nationaal Programma Rotterdam Zuid en EU-arbeidsmigranten Tim Versnel MSc Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl
Aan de gemeenteraad
Van: Farida Hadouchi & Samira Krachache E-mail: bbo@rotterdam.nl Ons kenmerk: M2309-1244 24bo005086 Onderwerp: afdoening toezegging cijfers taalbeheersing bijstand (23bb005894) Datum: B&W 28 mei 2024
Op welke gronden deze brief? /Waarom nu voorgelegd? Op 13 september 2023 is in het debat in de commissie WIOSSAN over het beleidskader Participatie 2023-2026 ‘Werk is geweldig’ aan uw raad toegezegd dat wij u nader informeren over de cijfers taalbeheersing in de bijstand over 2023 (23bb005894). Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: Beleidskader Participatie 2023-2026 ‘Werk is geweldig’ Toelichting: Voldoende beheersing van de Nederlandse taal is nodig voor het verkrijgen, aanvaarden en behouden van een baan. Het spreken van de taal vergemakkelijkt deelname aan de samenleving en vergroot het vermogen van mensen om de vele kansen die ons land biedt te grijpen. Voor iedereen die een bijstandsuitkering aanvraagt, geldt daarom de taaleis uit de Participatiewet (PW). Bijstandsgerechtigden moeten volgens de taaleis voldoen aan het minimaal vereiste taalniveau. Dit taalniveau is in de wet vastgelegd op referentieniveau 1F (A2). Bijstandsgerechtigden voldoen aan de taaleis als zij: - 8 jaar Nederlandstalig onderwijs hebben gevolgd; - Het inburgeringsexamen hebben gehaald; - Een ander document kunnen overleggen waaruit blijkt dat zij de Nederlandse taal goed beheersen.
Als voorbeeld: als de uitvoerende ambtenaar niet twijfelt of de bijstandsgerechtigde de Nederlandse taal op 1F(A2) niveau beheerst, kan een kopie van een oude arbeidsovereenkomst worden aangeleverd. Hieruit moet blijken dat de bijstandsgerechtigde in het verleden een functie heeft uitgeoefend waarbij de beheersing van de Nederlandse taal op 1F(A2) niveau noodzakelijk was om de functie uit te kunnen oefenen. Taaltoets Als de bijstandsgerechtigde niet aan één van de eerdergenoemde voorwaarden voldoet moet er een taaltoets afgelegd worden. Met de taaltoets wordt beoordeeld of de bijstandsgerechtigde de Nederlandse taal op 1F(A2) beheerst. Dit is een wettelijke verplichting. Als uit de taaltoets blijkt dat de bijstandsgerechtigde de Nederlandse taal niet beheerst op het vereiste niveau, dan moet deze zich verplicht inzetten om het taalniveau te verbeteren. Dit gebeurt via een taaltraject.
2 Taaltraject Bijstandsgerechtigden moeten een taaltraject volgen om hun taalniveau te verbeteren. Er wordt hier onderscheid gemaakt tussen een formeel en een informeel taaltraject. Een formeel taaltraject is een taaltraject dat bij een professionele taalaanbieder wordt gevolgd met een diploma of certificaat als eindresultaat. Dit is voor bijstandsgerechtigden met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. Bijstandsgerechtigden met een langere afstand tot de arbeidsmarkt worden aangemeld voor een informeel taaltraject. Een informeel taaltraject houdt in dat er op een alternatieve wijze geoefend wordt met het leren van de Nederlandse taal. Bijvoorbeeld een taaltraject in een buurthuis of bibliotheek. Op dit moment zijn er geen taaltrajecten beschikbaar voor bijstandsgerechtigden met een audio/visuele beperking. Om ervoor te zorgen dat ook deze doelgroep een kans krijgt om de Nederlandse taal te leren, gaan we voor hen trajecten inkopen of (laten) ontwikkelen. Wij informeren uw raad wanneer deze trajecten beschikbaar zijn. Ontheffing taaleis In sommige gevallen kunnen bijstandsgerechtigden tijdelijk of duurzaam ontheven worden van de taaleis. De persoonlijke situatie van de bijstandsgerechtigde wordt bekeken, op basis waarvan wordt beoordeeld of er redenen zijn voor tijdelijke of duurzame ontheffing.
Factoren die daarin een rol kunnen spelen zijn analfabetisme, dyslexie, medisch/psychisch niet in staat zijn de inspanning te leveren, of leerproblemen. Als de ontheffing tijdelijk is, dan zal de bijstandsgerechtigde na beëindiging van de ontheffing zich weer moeten inzetten om zijn taalniveau te verbeteren. In het geval van duurzame ontheffing is er geen zicht meer op duurzame uitstroom naar werk. Afhankelijk van de situatie van de bijstandsgerechtigde kan er een informeel taaltraject opgestart worden, maar de bijstandsgerechtigde hoeft niet te voldoen aan de taaleis. Maatregel bij onvoldoende voortgang Als een bijstandsgerechtigde zich onvoldoende inzet om te voldoen aan de taaleis, dan kan er een maatregel opgelegd worden. Het gaat hier dan om bijstandsgerechtigden die onvoldoende voortgang hebben gemaakt om het taalniveau te verbeteren. Als de bijstandsgerechtigde zich onvoldoende inzet dan kan de taaltoets opnieuw worden ingezet. Er wordt voldoende voortgang gemaakt wanneer de bijstandsgerechtigde na het opnieuw afleggen van de taaltoets op minimaal 1 extra vaardigheid, ten opzichte van de laatst afgenomen taaltoets, de Nederlandse taal op niveau 1F(A2) beheerst. Over heel 2023 zijn er 2 maatregelen opgelegd. Dat is weinig.
Reden hiervoor is dat het opleggen van een maatregel op grond van artikel 18b PW een langdurig traject is, waardoor het gewenste gedragseffect niet goed bereikt wordt. Wel is het mogelijk om een maatregel op te leggen op grond van het niet nakomen van een verplichting, overeenkomstig het reguliere maatregelbeleid. Hiervan is sprake als de werkzoekende niet verschijnt op een afspraak om over zijn re-integratie te spreken waarbij taal en de taaleis voor het eerst aan de orde worden gesteld. Over 2023 zijn 1589 maatregelen opgelegd omdat werkzoekenden met een uitkering onvoldoende meewerkten aan hun arbeidstoeleiding. Het aantal maatregelen dat raakt aan het niet verschijnen op een afspraak om over taal en/of taaleis te spreken, maakt hier onderdeel van uit. Dit laatste wordt echter niet apart geregistreerd. Exacte aantallen zijn derhalve niet voorhanden.
3 Tot dusver werd van een bijstandsgerechtigde verwacht dat hij minimaal 80% van de taallessen volgde om te voldoen aan de vereiste inspanning voor de taaleis. Om het grote belang van het leren van de taal recht te doen gaan wij het minimum van ‘voldoende inspanning’ verhogen naar 90%. De beleidsregels taaleis Participatiewet 2016 worden hierop aangepast. Na een jaar bekijken we wat de effecten hiervan zijn. Taaleis bijstandsgerechtigde inburgeringsplichtigen Voor bijstandsgerechtigde inburgeringsplichtigen is niet de taaleis uit de Participatiewet leidend bij de verplichting om de Nederlandse taal te leren, maar de Wet Inburgering. Hieronder gaan wij daar kort op in. Alle bijstandsgerechtigde inburgeringsplichtigen krijgen een inburgering op maat. Inburgeringsplichtigen leren de Nederlandse taal op een niveau waarmee ze zich goed kunnen redden in Nederland. Een combinatie van leren van de taal en meedoen aan de Nederlandse samenleving is een belangrijk onderdeel van het nieuwe inburgeringsstelsel. Het volgen van een stage of (vrijwilligers)werk zijn daar voorbeelden van. De gemeente neemt een brede intake af en stelt daarmee de te volgen leerroute vast. Ook maakt de gemeente een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie en adviseren zij over een mogelijk passende onderwijsinstelling.
Handhaving plichten bijstandsgerechtigde inburgeraar Inburgeraars zijn zelf verantwoordelijk om binnen de inburgeringstermijn te voldoen aan hun inburgeringsplicht. Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is verantwoordelijk voor de handhaving van deze resultaatverplichting. Wij hebben geen inzicht in het aantal door DUO opgelegde maatregelen. De beheersing van de Nederlandse taal is essentieel om bijstandsgerechtigden duurzaam te laten uitstromen naar werk. Daarom hecht de gemeente Rotterdam een groot belang aan de bepalingen over de taaleis in de Participatiewet. Bij elke bijstandsaanvraag wordt bezien of de aanvrager de Nederlandse taal beheerst op 1F(A2) niveau. Als dat niet het geval is dan volgt een verplichting daartoe. Bij het invullen van die verplichting sluiten we goed aan bij het individu en houden we rekening met zijn leerbaarheid. We zetten ons volledig in om de bijstandsgerechtigde zo goed mogelijk te begeleiden en te monitoren in zijn voortgang naar de beheersing van de Nederlandse taal op 1F(A2) niveau, zodat hij met een verhoogde kans kan slagen op de arbeidsmarkt. Cijfers taalbeheersing Tot slot hebben wij toegezegd u te informeren over de cijfers taalbeheersing in de bijstand.
De stand per 20 maart 2024 is als volgt: - 34.406 bijstandsgerechtigden voldoen aan de taaleis; - 3.361 bijstandsgerechtigden voldoen niet aan de taaleis; - 1.830 bijstandsgerechtigden die niet voldoen aan de taaleis duurzaam zijn ontheven; - 2 bijstandsgerechtigden in 2023 hebben een maatregel opgelegd gekregen op grond van artikel 18b PW;1 - 638 van de bijstandsgerechtigden die niet voldeden aan de taaleis zijn inburgeraars.
1
Inburgeraars zijn hierin niet meegenomen. Dienst Uitvoering Onderwijs is verantwoordelijk voor de handhaving.
4 Financiële en juridische consequenties/aspecten: Geen. Wij vertrouwen u met bovenstaande voldoende te hebben geïnformeerd en stellen uw raad voor toezegging 23bb005894 hiermee als afgedaan te beschouwen. Burgemeester en wethouders van Rotterdam, De secretaris,
De burgemeester,
J.H Meijer, L.s.
A. Aboutaleb