CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb003748] Bijlage 4 behorende bij 24bb003750 over zienswijzenota en Nota van Wijzigingen Windwinning Hoeksebaan

Subcommissie bestemmingsplannen Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 2 juli 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Hoorzitting29.957 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

1 Zienswijzenrapportage en Nota van Wijzigingen bestemmingsplan “Windwinning Hoeksebaan” Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan “Windwinning Hoeksebaan” heeft van vrijdag 8 december 2023 tot en met donderdag 18 januari 2024 ter inzage gelegen. Voor dit plan wordt een gecoördineerde procedure gevolgd. Het ontwerpbestemmingsplan heeft tegelijk ter inzage gelegen met de ontwerp-omgevingsvergunning voor de activiteit Bouwen (OMV.23.10.00150) Gedurende de periode van ter inzagelegging zijn zeventien (17) schriftelijke zienswijzen binnengekomen. Van de mogelijkheid tot het indienen van mondelinge zienswijzen is geen gebruik gemaakt. Hieronder volgt een samenvatting van de ingediende zienswijzen en een reactie daarop. Omdat het merendeel van de zienswijzen zich richt op het ontwerpbestemmingsplan en een beperkt aantal zienswijzen zich slechts zijdelings richt op de omgevingsvergunning, is ervoor gekozen om de zienswijzen op de ontwerp-omgevingsvergunning ook in deze zienswijzennota te behandelen en niet separaat. Omdat het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning een B&W bevoegdheid is worden de zienswijzen op de ontwerpomgevingsvergunning en onze reactie daarop niet betrokken bij de vaststelling van het bestemmingsplan. Zienswijzenrapportage Samenvatting en beantwoording schriftelijke zienswijzen Zienswijze 1.

Reclamant 1 is eigenaar van het glastuinbouwbedrijf en de woning gevestigd op de Dwarshaak 16 te Hoek van Holland. 1.1 Beperkingen De indiener van de zienswijze geeft aan dat hij door de ontwikkelingsplannen van de windturbines zowel privé in het woongenot als zakelijk in de bedrijfsvoering zal worden geschaad. Reclamant accepteert geen beperkingen qua gebruik van alle in bezit zijnde eigendommen ten opzichte van heden. Reclamant accepteert geen enkele beperking voor mogelijke uitbreidingen van activiteiten op hun eigendom alsmede geen enkele beperking voor alternatieve aanwendbaarheid in de toekomst voor mogelijke andere activiteiten op hun eigendom passend binnen het bestemmingsplan. Reactie Systematiek Parapluherziening Het voorliggende bestemmingsplan ‘Windwinning Hoeksebaan’ betreft een parapluherziening. Een parapluherziening is een plan waarmee meerdere bestemmingsplannen tegelijk (partieel) worden herzien. Op één of meerdere onderdelen worden de verschillende bestemmingsplannen aangepast met het parapluplan. Voor het overige blijven de (onderliggende) bestemmingsplannen dus gewoon geldig. De belangrijkste bestemmingsplannen die met het nu voorliggende bestemmingsplan ‘Windwinning Hoeksebaan’ worden herzien zijn ‘Hoek van Holland-Bedrijventerreinen’, ‘Hoek van Holland-Bedrijventerreinen Oost’, ‘Hoek van Holland Buitengebied’ en ‘Oranjebonnen’.

2 Het bestemmingsplan ‘Windwinning Hoeksebaan’ beoogt twee windturbines planologisch mogelijk te maken tussen de Hoeksebaan en de Haakweg aan de kant van de N223. Dit wordt gedaan door het vastleggen van de dubbelbestemming ‘Waarde-windturbine’. Deze bestemming zal gelden naast de bestemming op grond van de onderliggende bestemmingsplannen. Deze dubbelbestemming is voor de hele windturbine (mast en rotorbladen) en alles wat daarbij hoort. Binnen deze dubbelbestemming is de mast van de windturbine alleen toegestaan binnen de gebiedsaanduiding ’overige zone - mast windturbine toegestaan’ Binnen de dubbelbestemming ‘Waarde-windturbine’ worden twee (2) veiligheidscontouren vastgelegd: ‘veiligheidszone-windturbine PR10-5’ en ‘veiligheidszone - windturbine PR10-6’. Binnen de gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone-windturbine PR10-5’ zijn geen kwetsbare en geen beperkt kwetsbare objecten toegestaan. Binnen de gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone - windturbine PR10-6’ zijn beperkt kwetsbare objecten wel toegestaan en kwetsbare objecten niet toegestaan (zie ook hierna onder het kopje Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten). Overigens wordt voorgesteld om de bestemmingen en aanduidingen te wijzigen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan dat ter inzage heeft gelegen. Op de reden hiervoor wordt ingegaan in de Nota van Wijzigingen.

Beperkingen Het perceel van de indiener van de zienswijze ligt binnen het gebied waar het bestemmingsplan ‘Hoek van Holland-Buitengebied’ van kracht is en heeft hierin de bestemming ‘Agrarisch-Tuinbouw’. Het perceel is bestemd voor een glastuinbouwbedrijf en langs de Dwarshaak een bedrijfswoning. Dit verandert met deze parapluherziening niet. Zie hierboven onder het kopje Systematiek parapluherziening. In onderstaande afbeelding wordt de westelijke winturbine afgebeeld met een paars rondje. Daar omheen zijn de veiligheidscontouren aangegeven. Hierbij geeft de blauwe contour de PR10-5 contour aan en de buitenste cirkel de plangrens en tevens de PR10-6 contour. Het perceel van de indiener van de zienswijze is aangegeven met een omlijnde rechthoek.

De veiligheidszone PR10-6 valt over een beperkte hoek van het perceel van reclamant. Hier zijn kassen gevestigd. Binnen de veiligheidszone PR10-6 zijn op grond van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) wel beperkte kwetsbare objecten toegestaan, maar geen kwetsbare. Kassen behoren hier niet toe.

3 Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten waren tot 1 januari 2024 gedefinieerd in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Thans is dit gedefinieerd in Bijlage VI van het besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Beperkt kwetsbare objecten zijn: kantoorgebouwen, hotels, restaurants, winkels, bedrijfsgebouwen en overige gebouwen voor zover er doorgaans geen grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn. Kwetsbare objecten zijn: woningen, gebouwen bestemd voor verblijf al dan niet gedurende een gedeelte van de dag van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals ziekenhuizen, bejaardenhuizen, verpleegtehuizen, scholen, kinderopvang, gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, waartoe in elk geval behoren kantoorgebouwen en hotels met een bruto oppervlakte van meer dan 1500m2, complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2000 m2 per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd en kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen.

Een glastuinbouwbedrijf valt hier niet onder. Voor wat betreft de bedrijfswoning geldt dat het hier gaat om een verspreid liggende woning zoals gedefinieerd in het Bevi en een dienst- of bedrijfswoning van derden. Dit soort woningen zijn op grond van het Bevi geen kwetsbare objecten maar beperkt kwetsbare objecten en zijn dus toegestaan in de veiligheidszone PR10-6. Overigens ligt de bedrijfswoning ver buiten de veiligheidszone PR 10-6. Het nu voorliggende bestemmingsplan ‘Windwinning Hoeksebaan’ leidt dus niet tot beperkingen voor het perceel van reclamant. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 1.2 Geluidhinder Reclamant accepteert geen geluidhinder die hoger is dan hetgeen wettelijk is toegestaan. Hierbij gaat reclamant uit van geluidswaarden van 41dB in de nachtsituatie en 47dB in de dagsituatie op basis van dagelijkse metingen en niet gerekend op basis van jaargemiddelden, zoals voormalig minister Jacqueline Cramer in december 2022 moest toegeven (https/bnnvara.nl/videos/589793). De regelgeving waarop de gemeente zich baseert is niet zoals voormalig minister Jacqueline Cramer deze bedoeld heeft.

Reclamant heeft dan ook bezwaar tegen de in de aanvraag opgenomen geluidswaardes die bepaald zijn zonder redelijke onderbouwing en/of zijn bepaald op basis van theoretische modellen en niet aan de hand van de werkelijke situatie gemeten in de directe omgeving van hun eigendom en de locatie waar deze windturbines zijn beoogd. Er is aantoonbaar sprake van een hogere geluidbelasting dan wettelijk toegestaan. Er is geen rekening gehouden met het cumulerend geluid van de reeds geplaatste windturbines aan de overzijde van de Nieuwe Waterweg en de overige reeds aanwezige geluidsbronnen (havengebied met de Stena Line) waardoor de werkelijkheid qua geluid, uitgedrukt in dB's, fors hoger uitkomt dan de in deze aanvraag opgenomen waardes. Reactie Het besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (het Activiteitenbesluit) is het kader voor de toetsing van geluid door windturbines. Specifiek voor windturbines geldt dus een afzonderlijke normstelling, die onafhankelijk van ander optredend geluid (industrielawaai, verkeer, etc.) wordt beoordeeld. In het Activiteitenbesluit wordt voor de

4 normstelling van geluid van windturbines getoetst aan de waarden Lden= 47 dB en Lnight= 41 dB. Dit is de hoeveelheid geluid die gemiddeld over een jaar buiten op de gevel van 'geluidsgevoelige objecten' mag ontstaan. Deze normen gelden voor geluidgevoelige objecten, waaronder woningen van derden en gevoelige locaties zoals scholen en ziekenhuizen. Systematiek Lden De geluidbelasting van de windturbines op omliggende woningen mag jaargemiddeld nooit meer zijn dan Lden 47 dB en Lnight van 41 dB. De afkorting Lden staat hierbij voor Level dayevening-night, het gemiddelde over een dag. In de geluidsnorm voor windturbine wordt geen rekening gehouden met achtergrondgeluid op een specifieke locatie. De windturbines moeten ‘op zichzelf’ altijd aan de norm van Lden 47 dB voldoen. Het geluid van windmolens op het niveau van de geluidnorm van 47 dB Lden is te vergelijken met het geluidniveau van een normaal gesprek. De Lden is een theoretisch getal. Dat komt omdat dit getal door zogenaamde “straf” factoren hoger ligt dan de werkelijke gemiddelde geluidbelasting. De werkelijke geluidbelasting op de gevel door de windturbines ligt 2-4 dB(A) lager dan de norm in Lden. Omgevingsgeluid wordt ’s avonds en ’s nachts als meer hinderlijk ervaren dan overdag vanwege een stillere omgeving en kan daardoor ook leiden tot slaapverstoring.

Het geluid dat een windmolen in de avond en nacht maakt, telt in de Lden norm dan ook zwaarder mee. Bij het geluid in de avondperiode wordt altijd 5 decibel opgeteld en bij het geluid in de nacht 10 decibel. Voor de nachtperiode geldt daarom voor een windturbine een strengere geluidnorm (de Lnight) van 41 dB om omwonenden in de nacht extra te beschermen. Zowel aan de norm Lden 47 dB als Lnight 41 dB moet altijd worden voldaan. Betekent de geluidsnorm van gemiddeld Lden 47 decibel per jaar dat het geluid van een windmolen bij een woning ook boven de 47 decibel kan komen als het op andere momenten onder de 47 decibel is? Dat is in de praktijk niet zo. Lden 47 decibel is een theoretisch jaargemiddelde inclusief zogenoemde straffactoren, zoals hiervoor uitgelegd. Zo telt het geluid dat een windmolen in de avond en nacht maakt zwaarder mee in de berekeningen die vooraf moeten worden uitgevoerd. Bij het geluid in de avond wordt 5 decibel opgeteld en bij het geluid in de nacht zelfs 10 decibel. Daarnaast is een windmolen continu in bedrijf. Daar waar het in theorie mogelijk is om aan het gemiddelde te voldoen met een korte hoge piekbelasting en een lange tijd heel weinig geluid, zal dat in de praktijk niet gebeuren.

Het geluid van de windturbine wordt namelijk bepaald door de slag van de wiek door de lucht en wordt direct bepaald door het bronvermogen van de windturbine en de actuele windsnelheid. Een windturbine kan dus niet harder worden gezet, zodat een windturbine onmogelijk een hogere geluidsbelasting kan gaan produceren. De jaargemiddelde geluidbelasting is dus goed voorspelbaar en berekenbaar op basis van meerjarige gegevens van het KNMI. Daardoor is het maximale geluid dat op een bepaald moment op de gevel van een woning kan ontstaan in de praktijk lager dan 47 decibel. De door de reclamanten geuite vrees van een hogere geluidsbelasting dan toegestaan is dan ook feitelijk onjuist en kan niet optreden. Cumulatie met andere bronnen Cumulatief geluid met andere bronnen is wel degelijk in beeld gebracht. (zie paragraaf 5.2 van de Toelichting en Bijlage 1 bij de Toelichting van het bestemmingsplan). De Lden norm voor windturbinegeluid geldt alleen voor windturbines, zonder rekening te houden met achtergrondgeluid. Windturbines dienen dus ongeacht het omgevingsgeluid altijd aan de norm van Lden 47 dB en Lnight 41 dB te voldoen. Daarnaast wordt in het kader van een goede

5 ruimtelijke ordening cumulatie met andere geluidbronnen beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron. Zowel de bestaande als nieuwe windturbines in de omgeving zijn in de cumulatieve berekening meegenomen, als ook geluid van wegverkeer, scheepvaart, railverkeer, luchtverkeer en industrie. Voor industriegeluid is gebruik gemaakt van het geluidmodel van het geluidgezoneerde havengebied Maasvlakte-Europoort. Dit model is in beheer bij de DCMR Milieudienst Rijnmond. Het haventerrein van Stena Line zit ook in dit geluidmodel. Op cumulatief geluid met andere geluidbronnen zijn geen normen van kracht, het is vooral een methodiek (beoordeling door middel van Methode Miedema) die wordt gebruikt om te laten zien wat de invloed van een ontwikkeling is op de kwaliteit van de akoestische omgeving van die ontwikkeling, in dit geval het toevoegen van twee windturbines. Deze methodiek is ook beproefd door de Raad van State. Bronnen die als extra hinderlijk worden gezien (zoals bijvoorbeeld windturbines) worden extra zwaar meegerekend in de cumulatieve geluidbelasting.

Opgemerkt dient te worden dat door de toepassing van deze straffactoren voor het zwaarder meewegen van extra hinderlijke geluidsbronnen, plus door het hanteren van een Lden norm die ook al straffactoren in zich heeft, dat de getalswaarde van de cumulatieve geluidsbelasting niet de werkelijke cumulatieve geluidsbelasting is, maar alleen een rekenkundige waarde om de verandering van de akoestische kwaliteit van de omgeving in beeld te brengen en te waarderen. De werkelijke cumulatieve geluidsbelasting ligt lager. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 1.3 Slagschaduw Reclamant maakt bezwaar vanwege de negatieve effecten die zullen worden veroorzaakt door het licht- en daarmee productieverlies in hun glastuinbouwbedrijf als gevolg van de plaatsing van de windturbines en de overlast van de slagschaduw in de woning en op het erf met alle gevolgen vandien voor gezondheid en welzijn. Reactie Met slagschaduw wordt de schaduw bedoeld die ontstaat als de zon tegen de wieken van de windmolen schijnt. Doordat de wieken bewegen, beweegt deze schaduw ook. Als de bewegende schaduw zich afwisselend langs open (ramen) en gesloten (muren) delen beweegt treedt er een flikkering van licht op. Dit kan door omwonenden en personen die veelal op een plek (zoals op een kantoor) nabij een raam werken als hinderlijk worden ervaren.

Voor een open veld, waar kassen vergelijkbaar mee zijn omdat ze volledig van glas zijn, is deze hinderlijkheid in principe niet aanwezig. Hiernaast wordt er in kassen afwisselend op verschillende plekken van de kas gewerkt. De verblijfstijd op een specifieke plek is dus beperkter dan in woningen of kantoren en vindt plaats op specifieke momenten. Een kas is daarnaast één groot raam waardoor de hinderlijke flikkering minder aan de orde zal zijn. Jaarlijks schijnt de zon, volgens de KNMI, gemiddeld zo'n 1.550 uur in Nederland (minimaal circa 1.400 uur en maximaal circa 1.700 uur). Een jaar telt 8.760 uren en de daglichtperiode is ongeveer de helft daarvan (4.380 uur). Dit betekent dat ongeveer 15% van het jaar de zon schijnt. Er is dus slechts een beperkt deel van het jaar dat slagschaduw kan optreden. Ten behoeve van de ontwikkeling is slagschaduwonderzoek, Onderzoek akoestiek en Slagschaduw Windwinning Hoeksebaan uitgevoerd door Pondera d.d. 23 mei 2023. Dit onderzoek is als Bijlage 1 opgenomen bij de Toelichting van het bestemmingsplan. Woningen

6 Woningen zijn gevoelige objecten zijn als bedoeld in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit, zodat ter plaatse van die objecten aan de slagschaduwnorm voldaan moet worden. Slagschaduw is op een aantal woningen van indieners van zienswijzen berekend. Dit zijn representatieve toetspunten ook voor de andere woningen van reclamanten. Voor de (bedrijfs)woningen ligt de ongemitigeerde slagschaduwduur op circa 35-45 uur per jaar. Om aan de wettelijke norm te voldoen worden de windturbines voorzien van een automatische stilstandvoorziening. De slagschaduwduur op de woningen als gevolg van de beoogde windturbines wordt daardoor niet meer dan 17 dagen per jaar, niet meer dan 20 minuten per dag slagschaduw, of wel bij benadering maximaal 6 uur slagschaduw per jaar. Zes (6) uur slagschaduw per jaar is ongeveer 0,1% van de totale daglichtperiode. Toepassing van de stilstandvoorziening is verplicht door direct werkende wettelijke regels. Glastuinbouwbedrijven De bedrijfsgronden en –gebouwen en tuinen/erven zijn geen slagschaduwgevoelige objecten. Het gebruik van dergelijke objecten is anders dan woningen, zodat bedrijfsgronden en –gebouwen en tuinen/erven dus niet per definitie eenzelfde beschermingsniveau hoeven te verkrijgen als bijvoorbeeld een woning.

Het inzichtelijk maken van slagschaduwduur en de afweging in het kader van een goede ruimtelijke ordening maakt wel onderdeel uit van de planvorming. In het slagschaduwonderzoek zijn slagschaduwcontouren opgenomen die een indicatie geven van slagschaduw op bedrijfspanden en ander objecten/terreinen. Naar aanleiding van de zienswijzen is aanvullend de slagschaduw op de rand van de kassen het dichtst bij de windturbine in beeld gebracht. Er is sprake van een jaarlijkse slagschaduwduur (worst-case) op de rand van het kassencomplex nabij de westelijke windturbine variërend tussen afgerond 224 uur per jaar en 24 uur per jaar op de toegevoegde toetspunten. Op het midden van het kassencomplex ligt de slagschaduwduur afgerond tussen 33 en 39 uur. De berekende slagschaduwduur is nog zonder rekening te houden met de mitigatie die voor de woningen noodzakelijk is.

Uitgaande van een daglichtperiode voor weekdagen van circa 3.129 uur (4.380*5/7) is een slagschaduwduur van 224 uur per jaar 7% van het totaal aantal daglichturen tijdens werkdagen per jaar op de rand van de kas het meest nabij aan de westelijke windturbine. In

7 de praktijk zal daar geen langdurige aanwezigheid zijn. Op het midden van het kassencomplex is een slagschaduwduur van ongeveer 39 uur per jaar 1,2% van het totaal aantal daglichturen tijdens werkdagen per jaar. In praktijk is iemand beperkt op een specifieke plek in de kas aanwezig, de werkplek is wisselend. Daarnaast kan iemand op dat moment niet aan het werk zijn (vakantie, vrij, werkzaamheden elders). Daarbij is een kas één groot raam waardoor de hinderlijke flikkering minder aan de orde zal zijn. Blootstelling aan slagschaduw is op jaarbasis dus beperkt en daarmee aanvaardbaar. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening voor slagschaduw op bedrijfspanden, hier specifiek de kassen. Productieverlies Er is in Nederland vaker sprake van de plaatsing van windturbines nabij kassencomplexen en er is geen informatie of bewijs bekend dat de aanwezigheid van een windturbines van invloed is op de productie in de kas. De slagschaduw is bewegend, zo ook de zon, de schaduw wordt daardoor niet langdurig op één plek opgeworpen. Derhalve is het ook onaannemelijk dat de slagschaduw significant van invloed is op de productie in de kas. Zoals aangegeven is de slagschaduwduur op het kassencomplex worst-case en ongemitigeerd in beeld gebracht door middel van de slagschaduwcontouren.

De kassen liggen binnen de 16 uurs contour van de windturbines, dat betekent dat de slagschaduwduur meer dan 16 uur per jaar zal zijn. Daarnaast is aanvullend de slagschaduwduur op de rand van de (individuele) kassen op een aantal punten in beeld gebracht het dichtst bij de windturbines. De berekende slagschaduwduur op de rand van de kassen het dichtst bij de westelijke windturbine varieert tussen 224 en 24 uur slagschaduw per jaar, nog zonder rekening te houden met de mitigatie die voor de woningen noodzakelijk is. De slagschaduwduur op het midden van het kassencomplex is berekend op circa 33 tot 39 uur slagschaduw per jaar zonder benodigde mitigatie voor woningen. Er kan weliswaar slagschaduw gaan optreden ter plaatse van de bedrijfsgebouwen, waaronder het kassencomplex, maar dat is niet zodanig dat hierdoor de bedrijfsactiviteiten onevenredig worden geraakt. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 1.4 Horizonvervuiling Reclamant maakt bezwaar vanwege de horizonvervuiling ten gevolge van de plaatsing van de windturbines nabij de dorpskern van Hoek van Holland. Reactie Helder is dat de windturbines zichtbaar zijn en dus een bepaalde invloed hebben op de horizon.

In de Toelichting bij het bestemmingsplan en in bijlage 6 bij de Toelichting is mede aan de hand van fotovisualisaties een beschrijving gegeven van het effect van het initiatief Windwinning Hoekse Baan op landschap op het landschap. Geconcludeerd is dat windturbines door hun grote maat en schaal in vergelijking met andere objecten een nieuwe laag toevoegen aan het landschap. Door hun grote afmetingen ontstijgen moderne windturbines de schaal van andere landschapselementen, dat is iets wat niet te ontkennen valt. Over het geheel bekeken kan worden geconcludeerd dat het initiatief een relatief beperkte impact heeft op het planaspect landschap, vooral op het criterium zichtbaarheid. De opstelling sluit vrij goed aan op aanwezige landschappelijke structuren, vooral op het hoogste en middelste schaalniveau. De opstelling is minder goed herkenbaar als zelfstandige opstelling, door de relatief grote onderlinge afstand. Het initiatief scoort (beperkt) negatief als het gaat om het effect op interferentie met andere hoge elementen in

8 het landschap (hoogspanning en bestaande windturbines), de invloed op de openheid van het landschap en de invloed op de visuele rust. Toetsing aan de gemeentelijke Leidraad windenergie heeft plaatsgevonden. Er is weliswaar niet sprake van een ideale situatie, maar wel van een aanvaardbaar effect op het landschap, daarmee is voldaan aan de eerdergenoemde Leidraad. De windturbines hebben per definitie invloed op het landschappelijk beeld. Beschouwd is in hoeverre er mogelijkheden zijn dat beeld te verbeteren, er zijn echter praktisch gezien geen schuifmogelijkheden voor de windturbines waarmee het beeld verbeterd kan worden. Het beeld is inherent aan de ontwikkeling van windenergie in een bestaande bebouwde omgeving. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 1.5 Te dicht op de kern Hoek van Holland. Reclamant maakt bezwaar omdat de windturbine op bedrijventerrein De Kulk op nog geen 1500 meter afstand staat van de dorpskern Hoek van Holland. Door de plaatsing van de windturbines zal de verdere ontwikkeling (woningbouw) van Hoek van Holland onmogelijk worden gemaakt. Reactie Er bestaan geen normen voor de afstand waarop windturbines van een dorpskern geplaatst kunnen worden. De afstand die moet worden aangehouden wordt bepaald door de normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid.

Er is overigens in het bestemmingsplan wel degelijk rekening gehouden met verdere ontwikkeling van woningbouw in Hoek van Holland. In paragraaf 3.1 van de Toelichting op het bestemmingsplan wordt beschreven dat ten oosten van Hoek van Holland, aansluitend op de bestaande woonwijk, een uitbreiding van woningbouw in de woonwijk Krimsloot (circa 1.500 woningen) is beoogd. Het gebied is globaal gelegen tussen de rand van bestaande bebouwing en de Haakweg. De daar nu nog aanwezige kassen zouden dan gaan verdwijnen. Dit is weliswaar nog geen autonome ontwikkeling, maar er is in de onderzoeken die ten grondslag liggen aan het bestemmingsplan wel rekening mee gehouden. In het geluidsonderzoek en het slagschaduwonderzoek is getoetst op de rand van het mogelijk toekomstige woningbouwgebied, die het dichtst bij de windturbines zou liggen. De toetspunten 1 (Zekkenstraat 2B) en 15 (Haakweg 35) kunnen als representatief voor de eventuele nieuwe woonwijk worden aangemerkt. Op de representatieve toetspunten wordt al zonder mitigatie aan de norm voor geluid voldaan (zie tabel 5.1 in de Toelichting bij het bestemmingsplan) uitgaande van een worstcase windturbine voor geluid. De geluidbelasting op de rand van het geplande woongebied is maximaal 42 dB Lden bij toetspunt 1 en 41 dB Lden bij toetspunt 15 zonder benodigde mitigatie voor andere toetspunten.

Er wordt ruimschoots aan de norm voor geluid voldaan op de rand van het geplande woongebied waardoor de windturbines geen belemmering betekenen voor eventuele woningbouw op de locatie. Voor slagschaduw is er ongemitigeerd op toetspunt 1 sprake van circa 16,5 uur slagschaduw per jaar en op toetspunt 15 ruim 9 uur slagschaduwduur per jaar (zie tabel 5.4 toelichting BP) uitgaande van een worst-case windturbine (maximale afmetingen). De voor de

9 normoverschrijding op gevoelige objecten relevante windturbines worden uitgerust met een stilstandvoorziening om te voldoen aan de wettelijke norm. Het verplicht toepassen van de stilstandvoorziening is rechtstreeks wettelijk op basis van het Activiteitenbesluit en regeling. In de turbinebesturing worden hiervoor blokken van dagen en tijden geprogrammeerd waarop de rotor wordt gestopt indien de zon schijnt en de turbine draait omdat er op die momenten slagschaduw valt op woningen waar de betreffende turbine bijdraagt aan een overschrijding van de norm. Een dergelijke voorziening leidt tot een productieverlies voor de betreffende windturbine. De totale stilstandsduur kan met een zonneschijnsensor beperkt worden door de turbine alleen te stoppen op geprogrammeerde tijden indien ook tegelijkertijd de zon schijnt. Wanneer de zon niet schijnt zal er ook geen sprake zijn van slagschaduw en kan de turbine door blijven draaien. Wanneer de definitieve keuze van het turbinetype bekend is wordt er een stilstandskalender bepaald waarmee de stilstandsvoorziening van de turbines kan worden geprogrammeerd. De benodigde mitigerende maatregelen die nodig zijn om voor het windpark aan de slagschaduwnorm te kunnen voldoen zijn beperkt op het totaal aantal draaiuren per jaar. De windturbines betekenen geen belemmering voor woningbouw op de locatie.

De beoogde woonwijk ligt buiten het invloedgebied van de windturbine voor externe veiligheid (zie figuur 5.4 toelichting BP) waardoor effect op dit aspect uitgesloten kan worden. Alhoewel deze ontwikkeling nog niet planologisch is vastgelegd en de precieze situering van woningen dus ook onduidelijk is, is de kortste afstand tussen de westelijke windturbine en het voorziene woningbouwgebied ruim 600 meter. Op basis van de thans beschikbare informatie voorzien wij geen situatie waarin beide ontwikkelingen elkaar belemmeren. Conclusie Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 1.6 Natuur Er is geen onderzoek gedaan voor deze windturbines naar gevolgen voor de natuur. De windturbines zijn door de turbulentie slecht én vormen een bedreiging voor het welzijn van vele vogelsoorten nabij het Natura-2000 gebied Staelduinsebos, Solleveld en Kapittelduinen. Reactie Ten behoeve van het project windwinning Hoeksebaan is door Waardenburg Ecology een onderzoek gedaan naar de effecten die de bouw en het gebruik van de 2 windturbines kan hebben op beschermde soorten planten en dieren, beschermde natuurgebieden en Natuurnetwerk Nederland. Dit rapport ‘Natuurtoets Windwinning Hoeksebaan, Hoek van Holland’ is als Bijlage 3 bij de Toelichting van het ontwerpbestemmingsplan gevoegd.

Verder zijn een berekening stikstofdepositie en ecologische beoordeling stikstofdepositie uitgevoerd (Bijlage 4 bij de Toelichting) en cumulatieberekeningen voor meeuwen (Bijlage 5). Voor vogels geldt dat vanwege de voorzienbare sterfte op basis van onderzoek gedurende de looptijd van de windturbines voor 110 vogelsoorten op 18 oktober 2023 een ontheffing Wnb bij de provincie Zuid-Holland is aangevraagd. Deze aanvraag is nog in behandeling bij de Omgevingsdienst Haaglanden. De gunstige staat van instandhouding voor de meeste betrokken vogelsoorten is als gevolg van de exploitatie van de twee windturbines niet in het geding. Uit het onderzoek blijkt ook dat er significante cumulatieve effecten kunnen worden

10 uitgesloten. Het is dan ook aannemelijk dat de ontheffing Wet natuurbescherming verstrekt zal worden door de provincie. Voor Natura 2000 wordt in de Natuurtoets geconcludeerd dat de bouw en gebruik van de twee geplande windturbines geen effecten hebben op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen (IHD’s) van habitattypen of soorten van Bijlage II van de Habitatrichtlijn. (Significant) negatieve effecten (inclusief sterfte) op het behalen van de IHD’s van alle broedvogel- en niet-broedvogelsoorten van Natura 2000-gebieden in de omgeving zijn uitgesloten. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 1.7 Contouren Op de verbeelding bij het bestemmingsplan is gemarchandeerd met afstandsmaten in de ingetekende cirkels. De cirkels met afstandsmaten 55m en 80m hebben niet hetzelfde middelpunt. Reactie De reclamant maakt hier een terechte opmerking. Hier is iets misgegaan in de digitale dataset zoals die op ruimtelijkeplannen.nl is gepubliceerd bij ter inzagelegging. De cirkel met de aanduiding ‘vrijwaringszone - windturbine’ bij beide windturbines is enigszins verschoven ten opzichte van het middelpunt van de bestemming 'Bedrijf –Windturbinepark'. Dit wordt gecorrigeerd. Conclusie Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en de verbeelding aan te passen.

Hierbij wordt tevens verwezen naar de ambtelijke wijzigingen onder de zienswijzen aangegeven. 1.8 Onduidelijkheid wat er precies gerealiseerd gaat worden. Er is geen enkele duidelijkheid is over de daadwerkelijk te plaatsen windturbines waarbij minimale en maximale ashoogte en diametergrootte worden genoemd met een maximale bouwhoogte van 250m. Reactie Om dit project uit te voeren, is een aantal verschillende besluiten nodig voordat tot uitvoering kan worden overgegaan. Er is een bestemmingsplanherziening en een omgevingsvergunning voor de activiteit Bouwen nodig. Ten aanzien van dit project wordt de coördinatieregeling toegepast. De bestemmingsplanherziening en de omgevingsvergunning hebben tegelijkertijd ter inzage gelegen. In de bestemmingsplanherziening en de omgevingsvergunning is enige mate van flexibiliteit opgenomen. Zowel in de bestemmingsplanherziening als de omgevingsvergunning is uitgegaan van een maximale bandbreedte, maximale en minimale afmetingen voor de ashoogte, rotordiameter en de tiphoogte en de maximale dimensionering. In de aanvraag, het bestemmingsplan en bijbehorende rapportages en onderzoeken wordt per relevant ruimtelijk- of milieuaspect gekeken naar de maximale impact van deze bandbreedte op de omgeving. De uiteindelijk geselecteerde windturbine mag de gegeven maximale bandbreedte niet overschrijden.

Met de onderzoeken is aangetoond dat met windturbines binnen de maximale bandbreedte ongeacht de uitkomst van de selectie van een specifiek windturbinetype aan de normen kan worden voldaan.

11 De exacte te bouwen windturbine is nu dus nog niet te geven maar deze past in ieder geval binnen de vastgelegde bandbreedte en maximale belasting op de omgeving. Voor start bouw dienen initiatiefnemers dit ook nog van de geselecteerde windturbine aan te tonen. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 1.9 Windturbines onnodig De plaatsing van deze windturbines is niet meer benodigd en voorlopig vanwege netcongestie niet mogelijk, aangezien er nu voldoende alternatieven zijn om op andere manieren en zeker op hiervoor beter geschikte locatie deze vorm van energieopwekking te realiseren (met name op zee). De gemeente beroept zich ten onrechte op een opdracht van de provincie, terwijl bij deze opdracht niet alle andere mogelijkheden tot alternatieve opwekking van energie voldoende zijn onderzocht. Reactie Om conform het Klimaatakkoord van Parijs de wereldwijde opwarming van de aarde en de verandering van het klimaat te beperken heeft Nederland op 2 juli 2019 de Klimaatwet vastgesteld. In de Klimaatwet staan drie doelen:  een vermindering van 49% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2030;  een vermindering van 95% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2050;  100% broeikasgas-neutrale elektriciteit in 2050.

Afspraken over de opwekking van duurzame energie, waaronder windenergie, zijn vastgelegd in het hoofdstuk 'Elektriciteit' van het Klimaatplan dat dient ter uitvoering van de Klimaatwet. Zo is afgesproken dat in 2030 70% van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen komt. Dat gebeurt met windturbines op zee, op land en met zonnepanelen op daken en in zonneparken. Zowel voor zonne-energie, wind op zee als wind op land wordt een grote bijdrage verwacht in het behalen van de doelen. Deze opgave is, gezien de huidige stand van zaken en de hoogte van de ambities, dermate groot dat de realisatie in de vorm van enkel zon of wind op zee geen alternatief vormt voor het project. Zoals ook al in de Toelichting op het bestemmingsplan is aangegeven, is er een energiemix nodig waarbij alle vormen van duurzame energie, en van windenergie (zowel wind op zee áls op land) in het bijzonder, een steeds belangrijker aandeel zal krijgen. Aangezien voor elk van deze duurzame energiebronnen een eigen doelstelling bestaat, is er geen sprake van alternatieven. Iedere bron is nodig om de energietransitie te realiseren. De aanwijzing van deze locatie voor windenergie op land is al in 2018 vastgelegd in de Visie Ruimte en Mobiliteit van de provincie Zuid-Holland. Dat is gebeurd na uitgebreid onderzoek in een planMER.

Daarvoor was de locatie ook al aangewezen in het convenant 'Realisatie Windenergie Stadsregio Rotterdam'. De locatie is daarmee aangewezen als noodzakelijk om te ontwikkeling om de doelstellingen voor de opwekking van duurzame energie via wind in de provincie en regio Rotterdam te behalen. Zoals hiervoor al is aangegeven zijn er daarnaast ook andere bronnen nog steeds nodig. De veronderstelling dat levering van windenenergie vanwege netcongestie niet meer mogelijk zou zijn berust op een misverstand. Stedin heeft voor Hoek van Holland netcongestie voor levering van stroom afgekondigd en niet voor invoeden: ”grootverbruik klanten >3 x 80A kunnen voorzien worden van een aansluiting, maar dat zij op een wachtlijst

12 komen voor vermogen voor afname (verbruik) van elektriciteit”. Voor de invoeding/levering van duurzame stroom door windturbines is geen congestie. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze 2. Reclamant 2 is eigenaar van de tuinbouwbedrijven op de Dwarshaak 18 en 28 en de woningen op de Dwarshaak 26 en 30. 2.1 Beperkingen De indiener van de zienswijze geeft aan door de ontwikkelingsplannen van de windturbines zowel privé in het woongenot als zakelijk in de bedrijfsvoering te worden geschaad. Reclamant accepteert geen beperkingen qua gebruik van alle in bezit zijnde eigendommen ten opzichte van heden. Reclamant accepteert geen enkele beperking voor mogelijke uitbreidingen van hun activiteiten op hun eigendom alsmede geen enkele beperking voor alternatieve aanwendbaarheid in de toekomst voor mogelijke andere activiteiten op hun eigendom passend binnen het bestemmingsplan. Reactie Met verwijzing naar de reactie op zienswijze 1.1. wordt nog het volgende aangegeven: De bedrijfspercelen en de woningen van reclamant liggen binnen het gebied waar het bestemmingsplan ‘Hoek van Holland-Buitengebied’ van kracht is en hebben hierin de bestemming ‘Agrarisch-Tuinbouw’. De percelen zijn bestemd voor een glastuinbouwbedrijf en langs de Dwarshaak op nummer 26 en 30 een bedrijfswoning. Dit verandert met deze parapluherziening niet.

De veiligheidszone PR10-6 valt over een hoek van de percelen van reclamant. Hier zijn kassen gevestigd. Binnen de veiligheidszone PR10-6 zijn geen kwetsbare objecten, maar wel beperkte kwetsbare objecten toegestaan. Een glastuinbouwbedrijf valt hier niet onder. De woningen zijn op grond van het Bevi beperkt kwetsbare objecten en zouden dus zijn toegestaan in de veiligheidszone PR 10-6, maar deze woningen liggen daar ver buiten. Er ontstaan dus geen beperkingen voor de percelen van reclamant door het nu voorliggende bestemmingsplan ‘Windwinning Hoeksebaan’.

13

Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijzen 2.2 tot en met 2.9 Zienswijzen 1 tot en met 7 zijn gelijkluidend. Voor de beantwoording van de zienswijzen 2.2 tot en met 2.9 wordt daarom verwezen naar de samenvatting en beantwoording van de zienswijzen 1.2 tot en met 1.9. Zienswijze 3. De indieners van zienswijze 3 zijn eigenaar van een glastuinbouwbedrijf en woningen aan de Haakweg en het Haakpad te Hoek van Holland. 3.1 Beperkingen De indieners geven aan door de ontwikkelingsplannen van de windturbines zowel privé in het woongenot als zakelijk in de bedrijfsvoering te worden geschaad. Zij accepteren geen beperkingen qua gebruik van alle in bezit zijnde eigendommen ten opzichte van heden. Zij accepteren geen enkele beperking voor mogelijke uitbreidingen van hun activiteiten op hun eigendom alsmede geen enkele beperking voor alternatieve aanwendbaarheid in de toekomst voor mogelijke andere activiteiten op hun eigendom passend binnen het bestemmingsplan. Reactie De percelen van de indieners van deze zienswijze liggen geheel buiten het plangebied van de voorliggende parapluherziening. De percelen liggen binnen het gebied waar het bestemmingsplan ‘Hoek van Holland-Buitengebied’ van kracht is en hebben hierin de bestemming ‘Agrarisch-Tuinbouw’ en bedrijfswoningen. Dit verandert niet met de voorliggende parapluherziening.

Er ontstaan geen beperkingen voor de percelen van reclamant. Het perceel van reclamant is hieronder aangegeven met de paarse prikker.

Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

14

Zienswijzen 3.2 tot en met 3.9. Voor de beantwoording van de zienswijzen 3.2 tot en met 3.9 wordt verwezen naar de samenvatting en beantwoording van de zienswijzen 1.2 tot en met 1.9. Zienswijze 4. Reclamant 4 is eigenaar van het glastuinbouwbedrijf en woning gevestigd op de Dwarshaak 20 te Hoek van Holland. 4.1 Beperkingen De indiener van de zienswijze geeft aan door de ontwikkelingsplannen van de windturbines zowel privé in het woongenot als zakelijk in de bedrijfsvoering te worden geschaad. Reclamant accepteert geen beperkingen qua gebruik van alle in bezit zijnde eigendommen ten opzichte van heden. Reclamant accepteert geen enkele beperking voor mogelijke uitbreidingen van hun activiteiten op hun eigendom alsmede geen enkele beperking voor alternatieve aanwendbaarheid in de toekomst voor mogelijke andere activiteiten op hun eigendom passend binnen het bestemmingsplan. Reactie Met verwijzing naar de reactie op zienswijze 1.1. wordt hier nog het volgende aangegeven: Het bedrijfsperceel en de woning van reclamant liggen binnen het gebied waar het bestemmingsplan ‘Hoek van Holland-Buitengebied’ van kracht is en heeft hierin de bestemming ‘Agrarisch-Tuinbouw’. Het perceel is bestemd voor een glastuinbouwbedrijf en langs de Dwarshaak een bedrijfswoning. Dit verandert met deze parapluherziening niet.

De veiligheidszone PR10-6 valt over een hoek van de percelen van reclamant. Hier zijn kassen gevestigd. Binnen de veiligheidszone PR10-6 zijn geen kwetsbare objecten, maar wel beperkte kwetsbare objecten toegestaan. Een glastuinbouwbedrijf valt hier niet onder. De woningen zijn op grond van het Bevi beperkt kwetsbare objecten en zouden dus zijn toegestaan in de veiligheidszone PR 10-6, maar deze woningen liggen daar ver buiten. Er ontstaan dus geen beperkingen voor de percelen van reclamant door het nu voorliggende bestemmingsplan ‘Windwinning Hoeksebaan’. Conclusie

15 Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijzen 4.2 tot en met 4.9. Voor de beantwoording van de zienswijzen 4.2 tot en met 4.9 wordt verwezen naar de samenvatting en beantwoording van de zienswijzen 1.2 tot en met 1.9. Zienswijze 5. De indiener van de zienswijze is eigenaar van het bedrijf en woning gevestigd op Dwarshaak 6 te Hoek van Holland. 5.1 Beperkingen Reclamant zal door de ontwikkelingsplannen van de windturbines zowel privé in het woongenot als zakelijk in de bedrijfsvoering worden geschaad. Reclamant accepteert geen beperkingen qua gebruik van alle in hun bezit zijnde eigendommen ten opzichte van heden. Reclamant accepteert geen enkele beperking voor mogelijke uitbreidingen van hun activiteiten op hun eigendom alsmede geen enkele beperking voor alternatieve aanwendbaarheid in de toekomst voor mogelijke andere activiteiten op hun eigendom passend binnen het bestemmingsplan. Reactie Het perceel van reclamant 5 ligt geheel buiten het plangebied van de voorliggende parapluherziening. De percelen ligt binnen het gebied waar het bestemmingsplan ‘Hoek van Holland-Buitengebied’ van kracht is en heeft hierin de bestemming ‘Agrarisch-Tuinbouw’ en bedrijfswoning. Dit verandert niet met de voorliggende parapluherziening. Er ontstaan geen beperkingen voor de percelen van reclamant.

Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijzen 5.2 tot en met 5.9. Voor de beantwoording van de zienswijzen 5.2 tot en met 5.9 wordt daarom verwezen naar de samenvatting en beantwoording van de zienswijzen 1.2 tot en met 1.9. Zienswijze 6 De indiener van de zienswijze is eigenaar van het glastuinbouwbedrijf en woning gevestigd op het Haakpad 57 te Hoek van Holland.

16 6.1 Beperkingen De indiener van de zienswijze geeft aan door de ontwikkelingsplannen van de windturbines zowel privé in het woongenot als zakelijk in de bedrijfsvoering te worden geschaad. Reclamant accepteert geen beperkingen qua gebruik van alle in hun bezit zijnde eigendommen ten opzichte van heden. Reclamant accepteert geen enkele beperking voor mogelijke uitbreidingen van hun activiteiten op hun eigendom alsmede geen enkele beperking voor alternatieve aanwendbaarheid in de toekomst voor mogelijke andere activiteiten op hun eigendom passend binnen het bestemmingsplan. Reactie Het perceel van reclamant 6 ligt geheel buiten het plangebied van de voorliggende parapluherziening. De percelen ligt binnen het gebied waar het bestemmingsplan ‘Hoek van Holland-Buitengebied’ van kracht is en heeft hierin de bestemming ‘Agrarisch-Tuinbouw’ en bedrijfswoning. Dit verandert niet met de voorliggende parapluherziening. Er ontstaan geen beperkingen voor de percelen van reclamant.

Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijzen 6.2 tot en met 6.9. Voor de beantwoording van de zienswijzen 6.2 tot en met 6.9 wordt verwezen naar de samenvatting en beantwoording van de zienswijzen 1.2 tot en met 1.9. Zienswijze 7 De indiener van de zienswijze is eigenaar van het glastuinbouwbedrijf en de woning gevestigd op Dwarshaak 40 te Hoek van Holland. 7.1 Beperkingen De indiener van de zienswijze geeft aan door de ontwikkelingsplannen van de windturbines zowel privé in het woongenot als zakelijk in de bedrijfsvoering te worden geschaad. Reclamant accepteert geen beperkingen qua gebruik van alle in bezit zijnde eigendommen ten opzichte van heden. Reclamant accepteert geen enkele beperking voor mogelijke uitbreidingen van hun activiteiten op hun eigendom alsmede geen enkele beperking voor alternatieve aanwendbaarheid in de toekomst voor mogelijke andere activiteiten op hun eigendom passend binnen het bestemmingsplan.

17 Reactie Het perceel van indiener van de zienswijze ligt geheel buiten het plangebied van de voorliggende parapluherziening. De percelen ligt binnen het gebied waar het bestemmingsplan ‘Hoek van Holland-Buitengebied’ van kracht is en heeft hierin de bestemming ‘Agrarisch-Tuinbouw’ en bedrijfswoning. Dit verandert niet met de voorliggende parapluherziening. Er ontstaan geen beperkingen voor de percelen van reclamant.

Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijzen 7.2 tot en met 7.9. Voor de beantwoording van de zienswijzen 7.2 tot en met 7.9 wordt verwezen naar de samenvatting en beantwoording van de zienswijzen 1.2 tot en met 1.9. Zienswijze 8. De indiener van de zienswijze is eigenaar van het pand Kwelder nummer 14 te Hoek van Holland. 8.1 Geluidhinder Er wordt een megawindturbine met een tiphoogte van 250 meter geplaatst op het terrein van het Hoogheemraadschap van Delfland op een afstand van zo’n 100-150 meter verwijderd van het pand van reclamant. Reclamant vreest voor een te hoge geluidbelasting van meer dan 50dB. Reactie Zoals hiervoor in de reactie onder zienswijze 1.2 al is aangegeven moet de geluidsbelasting van windturbines op gevels van woningen en andere geluidsgevoelige objecten zoals scholen, ziekenhuizen en verpleeg- of verzorgingshuizen, wettelijk gezien voldoen aan een norm van maximaal Lden 47 dB en 41 dB Lnight. De Lden is een theoretisch getal. Dat komt omdat dit getal door zogenaamde “straf” factoren hoger ligt dan de werkelijke gemiddelde geluidbelasting. De werkelijke geluidbelasting op de gevel door de windturbines ligt jaargemiddeld 2-4 dB(A) lager dan de norm in Lden. Het maximale geluid dat op een bepaald moment op de gevel van een woning kan ontstaan is daarmee in de praktijk lager dan 47 dB(A).

18 Bij het pand van reclamant gaat echter om een bedrijfspand op het bedrijventerrein. Bedrijfspanden zijn niet geluidgevoelige objecten als gevolg van windturbines. Er is daarom ook geen aanleiding de geluidnorm voor woningen aan te houden op een bedrijfspand. Een hogere gevelbelasting is aanvaardbaar. In paragraaf 2.10 van bijlage 1 bij het bestemmingsplan is de geluidbelasting op een aantal bedrijfspanden met kantoorfunctie opgenomen. De geluidbelasting op de niet-gevoelige objecten is inzichtelijk gemaakt als indicatie voor het leef- of werkklimaat. De jaargemiddelde geluidniveaus zijn in Lday (bedrijfstijden van de bedrijven zijn voornamelijk overdag) en Lden gegeven in Tabel 2.11. Het adres van reclamant heeft geen toetspunt, maar het direct naastgelegen bedrijf wel (toetspunt b08). Aanvullend is ook de geluidbelasting op het bedrijf van reclamant berekend. De geluidbelasting op de gevel bedraagt Lden 53 dB, Omdat het bedrijven zijn, ligt het voor de hand vooral te kijken naar de dagperiode, wanneer er over het algemeen bedrijvigheid is. Op de gevel is de gemiddelde geluidbelasting 46 dB Lday. Met het doorgerekende turbinetype is het maximale geluidniveau 2,4 dB hoger dan Lday, dus dat betekent maximaal 48,4 dB(A) op de gevel. Uitgaande van een gevelisolatie van 20 dB (op basis van Bouwbesluit), bedraagt het binnenniveau als gevolg van windturbinegeluid circa 28,4 dB(A).

Een binnenniveau van 40 dB(A) bij kantoorruimten, dan wel andere bedrijfsruimten, is nog zonder meer aanvaardbaar. Er is derhalve sprake van een aanvaardbaar leefklimaat ter plaatse van het bedrijf van reclamant. Conclusie Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 8.2 Waardedaling Gelet op de te verwachten geluidbelasting vreest reclamant eveneens voor waardedaling van zijn bezit. Reactie Het perceel van de indiener van de zienswijze ligt buiten het plangebied van onderhavige parapluherziening. Het perceel ligt in het gebied waar het bestemmingsplan ‘Hoek van Holland-Bedrijventerreinen’ van kracht is en heeft hierin de bestemming ‘Bedrijf 2’, bestemd voor bedrijven t/m categorie 4.2 van de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels en bedrijfsgebonden kantoren met per bedrijf niet meer dan 50% van het bruto vloeroppervlak met een maximum van 3000m2. De beperkingen die voortvloeien uit de veiligheidszone-windturbine PR10-5 en veiligheidszone windturbine PR10-6 gelden niet op zijn perceel. Ten behoeve van de ontwikkeling is uitgebreid onderzoek gedaan naar o.a. de akoestische gevolgen en slagschaduw. Hieruit komt naar voren dat er sprake is van een aanvaardbaar leefklimaat op het bedrijfsperceel van reclamant.

Indien reclamant van mening is dat er ten gevolge van de ontwikkeling desalniettemin sprake is van schade, kan een verzoek om tegemoetkoming in de schade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden ingediend. Artikel 6.1 Wro voorziet hiervoor in een afzonderlijke procedure.

19

Conclusie Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 8.3 Voorbereidende werkzaamheden De indiener van de zienswijze geeft aan dat het erop lijkt dat de (voorbereidende) bouwwerkzaamheden al zijn aangevangen. Omdat er nog geen sprake is van een definitieve vergunning wordt verzocht om een bouwstop. Reactie Ons is niets bekend van voorbereidende werkzaamheden. Dat zou overigens ook niet voor de hand liggen omdat de initiatiefnemer pas in een later stadium het type windturbine bepaalt dat hier geplaatst zal worden en dan pas inzicht heeft in welke voorbereidende werkzaamheden noodzakelijk zijn voor het plaatsen van de windturbines. Conclusie Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze 9. De indiener van de zienswijze is eigenaar van het bedrijfsgebouw Amersgat 7 te Hoek van Holland. Het perceel ligt buiten het plangebied van onderhavige parapluherziening. Op de afbeelding hieronder aangegeven met de paarse pin. Het perceel ligt in het gebied waar het bestemmingsplan ‘Hoek van Holland-Bedrijventerreinen’ van kracht is en heeft hierin de bestemming ‘Bedrijf 2’, bestemd voor bedrijven t/m categorie 4.2 van de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels; Bedrijfsgebonden kantoren per bedrijf niet meer dan 50% van het bruto vloeroppervlak met een maximum van 3000m2. Het perceel ligt op ca. 250 meter van de geprojecteerde windturbine.

20

9.1 Procesparticipatie Het pand van reclamant ligt op ca. 240 meter van de meest westelijke windturbine. Er zijn in het pand 2 bedrijven gevestigd en er werken 10 tot 25 mensen. In paragraaf 7.2.1 van de toelichting is de procesparticipatie beschreven. Het participatieplan en de toelichting zijn misleidend. Reclamant heeft nooit een informatiebrief ontvangen en ook is de klankbordgroep reclamant onbekend. Reclamant is nooit geïnformeerd over de uitkomst van gesprekken van de klankbordgroep. Pas op 15 februari 2023 is er contact opgenomen en zijn de plannen uiteengezet en toegelicht. Er is afgesproken dat reclamant op de hoogte gehouden zou worden van de ontwikkelingen. Echter tot op de datum van ter inzagelegging is er geen enkel contact geweest. In de toelichting is aangegeven dat er afspraken en overeenkomsten met de omliggende bedrijven zijn gemaakt en dat daardoor overlast acceptabel is. Er zijn geen afspraken en overeenkomsten tussen reclamant en initiatiefnemer. De gemeente heeft verzuimd dit inhoudelijk te controleren. Na de inloopavond van 12 december 2023 werd reclamant wel uitgenodigd voor een overleg. Hier zijn geen afspraken uit voortgekomen. Er is geen enkele inhoudelijke afspraak gemaakt voor het pand van reclamant. Reactie Participatie algemeen Op 20 januari 2020 is er een eerste informatiebijeenkomst geweest.

Vervolgens zijn er advertenties geplaatst in de Hoekse Krant en Maassluise Courant en is er een brief verzonden aan de omwonenden en aan de ondernemersvereniging. Naar aanleiding van de 1e informatiebijeenkomst zijn er 1 op 1 gesprekken gevoerd met ondernemers van bedrijventerrein de Kulk en is er een klankbordgroep opgericht. Deze klankbordgroep, waarin de ondernemersvereniging Hoek van Holland en een aantal ondernemers zijn vertegenwoordigd, is op 1 maart 2021 voor het eerst samengekomen. In totaal zijn er 6 bijeenkomsten geweest van de klankbordgroep. Op 18 februari 2021 is er een brief verstuurd aan de ondernemers op bedrijventerrein de Kulk. Op 22 november 2022 is er een informatiebijeenkomst gehouden. Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van 8 december 2023 tot en met 18 januari 2023. Gedurende deze termijn is op 12 december 2023 een informatieavond gehouden. Specifiek Op woensdag 15 februari 2023 hebben de initiatiefnemers met de desbetreffende ondernemer een overleg gehad. Er is een gespreksverslag van beschikbaar. Op 14 december 2023 is een email door initiatiefnemers ontvangen naar aanleiding van een gesprek op de 3e informatiebijeenkomst met de desbetreffende ondernemer.

21 Na een mailwisseling is op 9 januari 2023 een MS Teams-meeting geweest tussen desbetreffende ondernemer en initiatiefnemers. Na het gesprek is over en weer via de mail een gespreksverslag opgesteld. Er heeft participatie plaatsgevonden. Deze zijn echter niet uitgewerkt in gemaakte afspraken en overeenkomsten. Het is ook niet juist dat eventuele overlast op grond van de gemaakte afspraken aanvaardbaar zou zijn. Ten behoeve van de ontwikkeling zijn alle milieuaspecten in beeld gebracht. Hieruit komt naar voren dat er sprake is van een goed woon-, werk en leefklimaat voor de omgeving. Conclusie Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren. Wel wordt ambtshalve voorgesteld de Toelichting aan te passen waarbij de zinsneden over gemaakte afspraken en overeenkomsten verwijderd worden. 9.2 Slagschaduw In de toelichting staat in paragraaf 5.3.2 dat overleg heeft plaatsgevonden met omliggende bedrijven die hinder van slagschaduw kunnen gaan ondervinden om te inventariseren welke bedrijven hinder ondervinden en hoe deze hinder tot een acceptabel niveau kan worden beperkt. Door middel van individuele afspraken is de slagschaduwduur op bedrijven zonder meer acceptabel en is er geen aanleiding om een algemeen aanvaardbare norm vast te leggen. De afspraken worden in overeenkomsten vastgelegd. Zoals in 9.1 aangegeven is er geen enkele afspraak gemaakt.

Reclamant vindt de nadelige gevolgen onacceptabel. Reactie Ten behoeve van de ontwikkeling is slagschaduwonderzoek, Onderzoek akoestiek en Slagschaduw Windwinning Hoeksebaan uitgevoerd door Pondera d.d. 23 mei 2023. Dit is bijlage 1 bij de Toelichting van het bestemmingsplan ‘Windwinning Hoeksebaan’. Woningen zijn gevoelige objecten. De bedrijfsgronden en –gebouwen en tuinen/erven zijn geen slagschaduwgevoelige objecten. Het gebruik van dergelijke objecten is anders dan woningen, zodat bij bedrijfsgronden en –gebouwen en tuinen/erven dus niet per definitie eenzelfde beschermingsniveau dient te worden verkregen als bijvoorbeeld bij een woning. Het inzichtelijk maken van slagschaduwduur en de afweging in het kader van een goede ruimtelijke ordening maakt wel onderdeel uit van de planvorming. In het slagschaduwonderzoek zijn slagschaduwcontouren opgenomen die een indicatiegeven van slagschaduw op bedrijfspanden en ander objecten/terreinen. Hierbij kunnen kantoren meer hinder ervaren van slagschaduw dan overige bedrijven. Immers personen die in een kantoorgebouw de hele dag bij een raam zitten te werken, met name achter een beeldscherm, kunnen enige hinder van slagschaduw ondervinden bij hun werk. Deze slagschaduwcontouren geven de te verwachten ongelimiteerde worst-case slagschaduwduur in de omgeving van de windturbine aan.

Hiernaast is voor direct omliggende bedrijven met een kantoorfunctie berekend wat de gemiddelde slagschaduw per jaar is en hoeveel van deze slagschaduw tijdens bedrijfstijd optreedt. Voor deze berekening is uitgegaan van bedrijfstijden tussen 7:30 uur en 17:30 uur, de zomertijd-periode van het jaar 2022 en 5/7e kans dat de slagschaduw op een weekdag optreedt om een inschatting te krijgen van de hoeveelheid slagschaduwduur tijdens werktijd. Deze berekening staat in Tabel 5.7 van de toelichting. Jaarlijks schijnt de zon, volgens de KNMI, gemiddeld zo'n 1.550 uur in Nederland (minimaal circa 1.400 uur en maximaal circa 1.700 uur). Een jaar telt 8.760 uren en de daglichtperiode is

22 ongeveer de helft daarvan (4.380 uur). Dit betekent dat ongeveer 15% van het jaar de zon schijnt. Er is dus slechts een beperkt deel van het jaar dat slagschaduw kan optreden. De slagschaduw bedraagt voor deze bedrijven van maximaal 87 uur per jaar tijdens bedrijfstijd. Dit gaat om slagschaduwduur op de kantoordelen van de bedrijven, Bij die delen is het het meest waarschijnlijk dat hinder wordt ondervonden bij beeldschermwerk op een vaste plek nabij ramen. De mitigerende maatregelen die getroffen worden voor woningen hebben daarnaast een beperkt positief effect op bedrijven die niet in de berekening is meegenomen. Uitgaande van een daglichtperiode voor weekdagen van circa 3.129 uur (4.380*5/7) is een slagschaduwduur van 87 uur per jaar maar 2,7% van het totaal aantal daglichturen tijdens werkdagen per jaar. In praktijk kan iemand op dat moment niet aan het werk zijn (vakantie, vrij, of afspraken elders) of zich ergens in het pand bevinden waar de slagschaduw niet merkbaar is. Blootstelling aan slagschaduw is op jaarbasis dus zeer beperkt en dus zonder meer aanvaardbaar. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening bij de kantoordelen van bedrijven en daarmee bij de bedrijven. De slagschaduwhinder is in beeld gebracht en er is sprake van een goede ruimtelijke ordening en een goed woon-, werk- en leefklimaat voor de omgeving.

Wij hebben inmiddels vernomen dat er nog geen afspraken zijn gemaakt met de indiener van de zienswijze. Conclusie Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. Wel wordt ambtshalve voorgesteld de Toelichting aan te passen waarbij de zinsneden over gemaakte afspraken en overeenkomsten verwijderd worden. 9.3. Inpassing in de omgeving. (Deze zienswijze richt zich ook op de ontwerpomgevingsvergunning.) Door het ontwerpbestemmingsplan en de omgevingsvergunning Windwinning Hoeksebaan wordt in dit gebied de bouw mogelijk gemaakt van twee windturbines met afmetingen van 250 meter hoog en 180 meter breed. Ze behoren daarmee tot de grootste windturbines op land in Nederland. Door hun enorme afmetingen ontstijgen deze windturbines de schaal van alle andere landschapselementen in het gebied. De molens zullen tot ca. 5 kilometer afstand in de omgeving zichtbaar zijn. Bovendien draaien de molens rond boven de overige landschapslaag waardoor zij in bijzondere mate de aandacht trekken. Beide molens zullen daardoor zeer dominant aanwezig zijn in het landschap. Door de grote onderlinge afstand van 1,2 km, en ook omdat beide molens niet in lijn staan met elkaar, vormen ze samen geen eenheid. De beide windmolens staan als solitaire hoge objecten in het landschap.

De molens staan ook niet in lijn met en op een afstand van respectievelijk ca 2,2 en ca 1 km, met het windpark Nieuwe Waterweg. Van enige lijnopstelling zoals o.a. bedoeld in de Leidraad 2021 en het advies van de welstandcommissie is dan ook in geen sprake. Het landelijke karakter en de zichtlijnen welke het plangebied, het dorp Hoek van Holland en de omgeving zoals de duinen, het strand en het Staelduinsebos vanaf de ontsluitingsweg N223 nu heeft gaan door de bouw van deze enorme molens volledig verloren. De omgeving en het dorp worden hierdoor onderdeel van de industriële omgeving van het in oostelijke en zuidelijke richting gelegen havengebied. De landelijke en recreatieve beleving welke het gebied en het dorp Hoek van Holland vanaf de ontsluitingsweg N223 nu bieden gaat hierdoor verloren. Het huidige leef- en werkklimaat voor de bewoners en de bedrijven in Hoek van Holland wordt hierdoor ernstig aangetast. De recreatieve waarde van het gebied, waaronder het strand en de nabijgelegen natuurgebieden zal aanzienlijk minder worden. Dit zorgt voor planschade

23 voor de recreatie- en horecabedrijven en de bedrijven van het bedrijventerrein De Kulk. De westelijke molen wordt midden op dit bedrijventerrein geplaatst. Er is een landschap inpassingsonderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn geen harde normen toegepast. Het blijft daardoor een persoonlijke waarneming en beoordeling van de onderzoeker. Het onderzoek heeft vrijwel een uitsluitend negatieve uitkomst. In de toelichting wordt dit bevestigd en is aangegeven dat ontwerpoptimalisatie, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig zijn om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren, omdat in deze gevallen niet aan (alle) richtpunten ruimtelijke kwaliteit kan worden voldaan. De windturbines hebben per definitie invloed op het landschappelijk beeld. Beschouwd is in hoeverre er mogelijkheden zijn dat beeld te verbeteren, er zijn echter praktisch gezien geen schuifmogelijkheden voor de windturbines waarmee het beeld verbeterd kan worden. Het beeld is inherent aan de ontwikkeling van windenergie in een bestaande bebouwde omgeving. Dit maakt echter de overlast en planschade niet minder waardoor de locatie als ongeschikt dient te worden gekwalificeerd. Reactie In het kader van dit initiatief is geen ‘landschap inpassingsonderzoek’ uitgevoerd, maar heeft een landschappelijke effectbeoordeling plaatsgevonden. Zie par.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=4c9724b8-f666-46ba-b179-851c947a533d