CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb003743] Bijlage 2 behorende bij 24bb003750 over bijlagenboek Windwinning Hoeksebaan

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 26 juni 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen19.962 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BESTEMMINGSPLAN

Windwinning Hoeksebaan (ontwerp) bijlagendocument

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Onderzoek akoestiek en slagschaduw

Bijlage 2

Onderzoek externe veiligheid

Bijlage 3

Natuurtoets Windwinning Hoeksebaan

Bijlage 4

Ecologische beoordeling stikstof

Bijlage 5

Cumulatie meeuwen

Bijlage 6

Landschappelijke beoordeling

Bijlage 7

Visualisaties

Bijlage 8

Beoordeling archeologie BOOR

Bijlage 9

Toetsing LVNL

Bijlage 10

Toetsing ILenT

Bijlage 11

Radarverstoringsonderzoek

Bijlage 12

VGB Defensie radarverstoring

Bijlage 13

Controle explosieven

Bijlage 14

Participatieplan

1

Onderzoek akoestiek en slagschaduw Windwinning Hoeksebaan Eneco Wind BV en FMT BV 720064 | v3.0 23-5-2023

Pondera

Colofon

Hoofdvestiging Nederland

Soort document

Amsterdamseweg 13 6814 CM Arnhem 088 – pondera (088-7663372) info@ponderaconsult.com

Onderzoek akoestiek en slagschaduw

Postadres

Versienummer

Postbus 919 6800 AX Arnhem

Vestiging South East Asia Jl. Mampang Prapatan XV no 18 Mampang Jakarta Selatan 12790 Indonesia

Vestiging North East Asia Suite 1718, Officia Building 92 Saemunan-ro, Jongno-gu Seoul Province Republic of Korea

Projectnaam Windwinning Hoeksebaan

v3.0

Datum 23-5-2023

Project nummer 720064

Opdrachtgever Eneco Wind BV en FMT BV

Auteur Kyra de Haan

Nagekeken door Stefan Flanderijn

Disclaimer In het onderzoek is gebruik gemaakt van algemeen geaccepteerde uitgangspunten, modellen en informatie die ten tijde van het opstellen van dit rapport ter beschikking stonden. Aanpassingen in de uitgangspunten, modellen of gebruikte gegevens kunnen leiden tot andere uitkomsten. De aard en de nauwkeurigheid van de gebruikte gegevens voor het onderzoek bepalen in belangrijke mate de nauwkeurigheid en de onzekerheden van de berekende uitkomsten. Pondera is niet aansprakelijk voor gederfde inkomsten of schade die wordt geleden door opdrachtgever(s) en/of derden uit conclusies die gebaseerd zijn op gegevens die niet van Pondera afkomstig zijn. Deze rapportage is opgesteld met de intentie dat deze alleen gebruikt wordt door de opdrachtgever en slechts voor het doel waarvoor de rapportage is opgesteld. Er mag geen beroep worden gedaan op de informatie uit deze rapportage voor andere doeleinden zonder schriftelijke toestemming van Pondera. Pondera is niet verantwoordelijk voor de consequenties die kunnen voortvloeien uit het oneigenlijk gebruik van de rapportage. De verantwoordelijkheid voor het gebruik van (de analyse, resultaten en bevindingen in) de rapportage blijft bij de opdrachtgever.

De Rechtsverhouding opdrachtgevers – architect, ingenieur en adviseur conform DNR 2011 is te allen tijde van toepassing.Pondera werkt met een kwaliteitsmanagementsysteem dat door EIK gecertificeerd is volgens de ISO 9001:2015 norm.

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 1.2 1.3

2

Akoestisch onderzoek 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10

3

6

Beoordeling ______________________________________________________________ 6 Invoer rekenmodel ________________________________________________________ 7 Windaanbod _____________________________________________________________ 9 Geluidbron Enercon E-160 EP5 E3 STE_______________________________________ 10 Rekenresultaten _________________________________________________________ 11 Beoordeling geluid _______________________________________________________ 12 Voorzieningen geluid _____________________________________________________ 12 Cumulatie met bestaande windturbines _______________________________________ 14 Cumulatie met andere geluidbronnen _________________________________________ 15 Geluid bij niet-gevoelige objecten ____________________________________________ 22

Onderzoek slagschaduw 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8

2

Beschrijving van de locatie __________________________________________________ 2 Regelgeving _____________________________________________________________ 3 Gegevens windturbine _____________________________________________________ 5

23

Normstelling ____________________________________________________________ 23 Slagschaduwgebied ______________________________________________________ 23 Potentiële slagschaduw ___________________________________________________ 24 Rekenresultaten _________________________________________________________ 25 Hinderduur bij woningen ___________________________________________________ 26 Maatregelen ____________________________________________________________ 27 Cumulatie met andere windturbines __________________________________________ 27 Slagschaduw bij niet-gevoelige objecten ______________________________________ 28

Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 1 van 2

4 Conclusie Bijlage 1 Verklarende begrippenlijst Bijlage 2 Objecten rekenmodel akoestiek Bijlage 3 Situering objecten rekenmodel akoestiek Bijlage 4 Rekenresultaten akoestiek Bijlage 5 Geluidcontour 47 dB Lden Bijlage 6 Geluidcontour 41 dB Lnight Bijlage 7 Geluidcontour 47 dB Lden – met geluidvoorzieningen Bijlage 8 Geluidcontour 41 dB Lnight – met geluidvoorzieningen Bijlage 9 Geluidcontour 47 dB Lden - referentiesituatie Bijlage 10 Geluidcontour 47 dB Lden – cumulatief Bijlage 11 In- en uitvoergegevens slagschaduw Bijlage 12 Slagschaduwcontouren – nieuwe windturbines Bijlage 13 Slagschaduwcontouren – referentiesituatie Bijlage 14 Slagschaduwcontouren – cumulatief Bijlage 15 Slagschaduwkalenders – referentiewoningen (zonder zomertijd) Bijlage 16 Slagschaduwkalenders – kantoortijden (met zomertijd 2022)

31 33 35 43 50 58 60 62 64 66 68 70 79 81 83 85 103

Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 2 van 2

1 Inleiding Eneco Wind BV en FMT BV zijn voornemens om twee windturbines te realiseren in Hoek van Holland: één op het terrein van Renewi en één op het terrein van Hoogheemraadschap van Delfland. Deze rapportage richt zich op de onderzoeken voor akoestiek en slagschaduw voor deze windturbines. In het rapport worden de nieuwe windturbines aangeduid als WT01 (op terrein van Renewi) en WT02 (op terrein van Hoogheemraadschap van Delfland). Het project wordt aangeduid als Windwinning Hoeksebaan. In Tabel 1.1 zijn de coördinaten van de te realiseren windturbines gegeven. Tabel 1.1 Nieuwe windturbines X- en Y-coördinaten Windturbine

Omschrijving

X-coördinaten

Y-coördinaten

WT01

Windturbine Renewi

71332

441852

WT02

Windturbine Hoogheemraadschap van Delfland

70451

442742

Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag, ruimtelijke onderbouwing en melding Activiteitenbesluit. In het kader van het akoestisch onderzoek is gerekend met windturbines met een relatief luide geluiduitstraling voor haar klasse. Voor het onderzoek naar slagschaduwhinder is uitgegaan van maximale afmetingen binnen de bandbreedte. De bandbreedte en de daarbij gehanteerde windturbinetypes voor het akoestisch- en slagschaduwonderzoek zijn gegeven in Tabel 1.2. Tabel 1.2 Bandbreedte afmetingen nieuwe windturbines Parameter

Nieuwe windturbines

Ashoogte [m]

140 – 170 m

Rotordiameter [m]

140 – 180 m

Tiphoogte [m]

Maximaal 250 m

Referentieturbine akoestisch onderzoek

Enercon E-160 EP5 E3 met serrated trailing edges

Referentieturbine slagschaduwonderzoek

Fictieve windturbine: rotordiameter 180 m en ashoogte 160 m

1.1 Beschrijving van de locatie De beoogde locatie van de nieuwe windturbines zijn gelegen op het bedrijventerrein ten zuidoosten van de woonkern van Hoek van Holland. Ten zuiden van de beoogde locatie liggen het kanaal De Nieuwe Waterweg en de Landtong. Verder ten zuiden ligt het Rotterdamse havengebied, waaronder bedrijventerrein Maasvlakte-Europoort. De N223 loopt ten zuidwesten tot zuidoosten van de windturbines. In de omgeving ten zuiden en zuidoosten van de nieuwe windturbines zijn meerdere bestaande windturbines gesitueerd. De omgeving bestaat uit voornamelijk bedrijventerreinen, kassen en agrarisch landschap. In Figuur 1.1 is het plangebied weergegeven met daarop de locaties van de nieuwe windturbines en bestaande windturbines.

Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 2

Figuur 1.1 Beoogde locatie nieuwe windturbines

1.2 Regelgeving Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de ABRvS) een uitspraak gedaan in de zaak Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (DZU) over -samengevat - de vraag of voor het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer een plan-MER-plicht bestaat op grond van de Europese SMB-richtlijn. De Afdeling is in die uitspraak tot het oordeel gekomen dat op grond van het Europese recht inderdaad een dergelijke beoordeling moet worden gemaakt van de gevolgen voor het milieu (zie Kader 1.1). Die beoordeling zal in eerste instantie door het Rijk worden opgesteld. Totdat die beoordeling is gemaakt mogen de algemene normen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet zonder meer worden gebruikt bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een nieuw bestemmingsplan of vergunning.

Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 3

Kader 1.1 Gevolgen uitspraak ABRvS windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding

Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de ABRvS) een uitspraak gedaan in de zaak Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (DZU) over -samengevat - de vraag of voor het vastleggen van milieunormen voor windturbines in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer een plan-MER-plicht bestaat op grond van de Europese SMB-richtlijn. De Afdeling is in die uitspraak tot het oordeel gekomen dat op grond van het Europese recht inderdaad een dergelijke beoordeling moet worden gemaakt van de gevolgen voor het milieu. Die beoordeling zal in eerste instantie door het Rijk worden opgesteld. Totdat die beoordeling is gemaakt mogen de algemene normen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet zonder meer worden gebruikt bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een nieuw bestemmingsplan en/of vergunbaarheid van een omgevingsvergunning vanuit het oogpunt van de bescherming van het milieu. De ABRvS geeft echter ook aan dat in de tussentijd het bevoegd gezag bij het beoordelen van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een windplan ten behoeve van het vaststellen van een bestemmingsplan voor een concreet project eigen normen kan stellen ter vervanging van de normstelling uit het Activiteitenbesluit en de -regeling.

Ook voor de omgevingsvergunning voor het oprichten van een windpark (conform art 2.1 lid 1 e Wabo) is een beoordeling nodig van de vergunbaarheid. Beoordeeld moet worden conform art 2.14 lid 3 Wabo of de vergunning kan worden verleend vanuit het oogpunt van het beschermen van het milieu. Op grond van art. 2.22 lid 2 Wabo kunnen daartoe voorschriften worden verbonden aan de vergunning. Voor de besluitvorming geldt dat de te hanteren normen moeten worden voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. Voor één of twee windturbines zijn de algemene normen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling nog steeds van toepassing. De uitspraak gaat er namelijk van uit dat het Activiteitenbesluit niet meer toepasbaar is vanwege een onjuiste implementatie van de Europese SMBrichtlijn. De SMB-richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in het Besluit m.e.r. Het Besluit m.e.r. is alleen van toepassing op “De oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark”. Een windturbinepark is volgens de begripsbepaling van het Besluit m.e.r. een “park bestaande uit ten minste drie windturbines”. Het Besluit m.e.r. is dus niet van toepassing op één of twee windturbines en dus reikt de uitspraak niet tot projecten van één of twee windturbines.

De normen uit het Activiteitenbesluit zijn hier dus nog rechtstreeks van toepassing, waarbij wel in het achterhoofd gehouden moet worden dat de norm eventueel kan gaan veranderen bij vaststelling van een nieuwe AmvB. Dit wordt ook bevestigd in de kamerbrief van de Staatsecretaris1. Aangezien Windwinning Hoeksebaan zal bestaan uit twee windturbines, kunnen de algemene normen van het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling wel worden toegepast bij de beoordeling van Windwinning Hoeksebaan. In deze rapportage wordt daarom getoetst aan de algemene normen van het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling voor akoestiek en slagschaduw. De inrichting valt onder paragraaf 3.2.3 van het Activiteitenbesluit milieubeheer 2. Volgens artikel 1.11 derde lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer moet bij de melding een rapport van een akoestisch

1

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/07/06/kamerbrief-over-de-gevolgen-van-de-uitspraakvan-de-raad-van-state-over-de-milieubeoordeling-voor-windturbinenormen 2 Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, 19 oktober 2007, nr.07.00113, Staatsblad 2007/415. Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 4

onderzoek worden overlegd. Het akoestisch onderzoek wordt uitgevoerd overeenkomstig de ministeriele regeling3. Binnen een afstand van twaalf maal de rotordiameter vanaf de locatie van de windturbine bevinden zich meerdere gevoelige bestemmingen, zodat ook een onderzoek naar slagschaduwhinder uitgevoerd is.

1.3 Gegevens windturbine 1.3.1 Akoestisch onderzoek: Enercon E-160 EP5 E3 STE De Enercon E-160 EP5 E3 heeft een rotordiameter van 160 m met drie rotorbladen. Het toerental van de rotor is continu en bij nominaal toerental circa 9,6 rpm. De turbine heeft een hybride mast van staal en beton met een fictieve hoogte van 170 m. De tiphoogte bedraagt daarmee 250 m. In de nacelle zit de generator van 5.560 kW. De kleur van de rotorbladen is lichtgrijs, het generatorhuis en de mast zijn grijs. De rotorbladen zijn semi-mat. De grootste breedte van het rotorblad is circa 4,1 m. In het akoestisch onderzoek is uitgegaan van de Enercon E-160 EP5 E3 met serrated trailing edges4 (STE). De Enercon E-160 EP5 E3 STE is een relatief luide windturbine voor zijn klasse (voor windturbines met STE). Hoewel er momenteel luidere windturbines op de markt zijn (bijvoorbeeld hetzelfde turbinemodel zonder STE), is de Enercon E-160 EP5 E3 STE wel één van de luidste die voor dit specifieke project toegepast kan worden. Daarmee wordt de gekozen windturbine gezien als een worst-case windturbine voor dit akoestisch onderzoek. Indien toch een luider turbinetype zou worden gerealiseerd, zal mogelijk extra geluidmitigatie moeten worden toegepast om aan de geluidnormen te kunnen voldoen.

1.3.2 Slagschaduwonderzoek: fictieve windturbine Voor het slagschaduwonderzoek is uitgegaan van een fictieve windturbine met een rotordiameter van 180 m en ashoogte van 160 m (tiphoogte 250 m). Met een maximale rotordiameter en tiphoogte binnen de bandbreedte worden de maximale effecten inzichtelijk gemaakt.

3

Reken- en meetvoorschrift windturbines, Staatscourant nr 19592, 23 december 2010. Serrated edges (of ‘uilenveren’) zijn een gekartelde rand langs de rand van de wiek van een windturbine. De luchtstroom wordt hiermee doorbroken langs de rand van de wieken, wat resulteert in een lagere geluidsproductie van de windturbine. 4

Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 5

2 Akoestisch onderzoek 2.1 Beoordeling 2.1.1 Normstelling Volgens artikel 3.14a eerste lid van het Activiteitenbesluit wordt het geluidniveau vanwege een windturbine of een combinatie van windturbines dat optreedt op de gevels van gevoelige bestemmingen en geluidgevoelige terreinen, tenzij deze bestemmingen en/of terreinen zijn gelegen op een gezoneerd bedrijventerrein, getoetst aan de waarden Lden=47 dB en Lnight=41 dB. De geluidbelasting wordt op enkele referentiewoningen (toetspunten) inzichtelijk gemaakt om te onderzoeken of aan deze geluidnorm wordt voldaan. Bij de toepassing van artikel 3.14a, tweede lid van het Activiteitenbesluit, wordt geen rekening gehouden met een windturbine of een combinatie van windturbines die behoort tot een andere inrichting waarvoor onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel een vergunning in werking en onherroepelijk was. Dit overgangsrecht (Activiteitenbesluit artikel 3.14a, vijfde lid) geldt voor windturbines met een vergunning van voor 1 januari 2011.

2.1.2 Overige beoordeling Cumulatie met andere windturbines De geluidnormen in het Activiteitenbesluit gelden per inrichting. Het bevoegd gezag kan maatwerk voorschrijven wanneer de cumulatieve geluidbelasting van windturbines boven de waarden Lden=47 dB en Lnight=41 dB komt. Dit betreft slechts de cumulatieve geluidbelasting veroorzaakt door windturbines, dus niet de cumulatieve geluidbelasting als gevolg van andere geluidbronnen (bijvoorbeeld industrielawaai, wegverkeer). Er mag voor wat betreft het opstellen van mogelijke maatwerkvoorschriften enkel rekening worden gehouden met de bestaande turbines met een vergunning van na 2011, zie paragraaf 2.1.1.

Cumulatie met andere geluidbronnen Cumulatie met andere bronnen wordt beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines (Activiteitenregeling milieubeheer Bijlage 4). In de nabijheid van de beoogde planlocatie zijn de nabijgelegen autoweg N223, de bedrijventerreinen van Hoek van Holland en bedrijventerreinen van de Rotterdamse haven (Maasvlakte-Europoort), de Nieuwe Waterweg (scheepvaart), de spoorlijn langs de Nieuwe Waterweg, luchtverkeershaven Rotterdam The Hague Airport en meerdere bestaande windparken gelegen. Cumulatie met deze bronnen is derhalve beschouwd.

Laagfrequent geluid Er is geen algemeen geaccepteerd normstelsel voorhanden waarmee laagfrequente geluidhinder kan worden geobjectiveerd. Laagfrequent geluid (LFG) is geluid in het voor mensen laagst hoorbare frequentiegebied, onder 200 Hz. Windturbines stralen, net als de meeste geluidbronnen, ook laagfrequent geluid uit.

Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 6

Het RIVM heeft op verzoek van de GGD-en de invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden door windturbines onderzocht5. Uit dit onderzoek blijkt dat windturbines weliswaar laagfrequent geluid produceren maar dat er geen bewijs bestaat dat dit een factor van belang is. Bij een A-gewogen normstelling van Lden=47 dB is geen noodzaak voor een aanvullende normstelling van laagfrequent geluid. De mate van bescherming bij een geluidnorm van 47 dB L den wordt eveneens beschouwd in een literatuuronderzoek6 naar laagfrequent geluid van windturbines van Agentschap NL. Ook hier zijn geen aanwijzingen dat het aandeel laagfrequent geluid een bijzondere dan wel belangrijke rol speelt. Tenslotte is door de Staatsecretaris van Infrastructuur en Milieu, mede namens de minister van Economische Zaken en de minister van Infrastructuur en Milieu over het onderwerp laagfrequent geluid van windturbines een brief aan de Tweede kamer gestuurd7. Deze brief baseert zich onder andere op bovengenoemd onderzoek van het RIVM waarin wordt gesteld dat: •

laagfrequent geluid bij windturbines in samenhang met hogere frequenties wordt gehoord en niet afzonderlijk hiervan;

•

dit impliceert tevens dat de effecten van laagfrequent geluid op mensen niet anders zullen zijn dan effecten van geluid met hogere frequenties zoals hinder, slaapverstoring, moeheid, concentratieproblemen en dergelijke;

•

voor beweringen dat laagfrequent geluid van windturbines allerlei klinische ziekten bij mensen kan veroorzaken is geen betrouwbare bewijsvoering aangetroffen, hetgeen in lijn is met de voorgaande inzichten;

•

het feitelijke aandeel laagfrequent geluid in het brongeluid van een windturbine gering is. Daarom is ook het aandeel in de geluidbelasting op een woninggevel gering;

•

bij het groter worden van turbines (tot 5 of 7,5 MW) zal dit aandeel met hooguit 1 à 2 dB toenemen. Het bij de Nederlandse norm voor windturbinegeluid voorgeschreven reken- en meetvoorschrift is goed in staat om hiermee rekening te houden zodat een correcte toetsing aan de norm mogelijk is;

•

de Deense norm voor laagfrequent windturbinegeluid in het binnenmilieu van een woning geen extra bescherming biedt ten opzichte van de Nederlandse norm voor de gevelbelasting in geval van een standaard geïsoleerde woning.

Op grond van de brief van de Staatssecretaris kan worden gesteld dat toetsing aan een geluidnorm van 47 dB Lden (zoals in dit rapport gebeurt) voldoende bescherming biedt tegen laagfrequent geluid. Het is dan ook niet noodzakelijk onderzoek uit te voeren naar laagfrequent geluid voor deze windturbines. Ook uit een recentere literatuurstudie8 van het RIVM (2020) blijkt dat laagfrequent geluid niet zorgt voor extra hinder dan hinder gerelateerd aan ‘gewoon’ geluid.

2.2 Invoer rekenmodel Van de situatie is een akoestisch rekenmodel opgesteld met behulp van het programma Geomilieu® versie V5.21. Hiermee zijn de jaargemiddelde geluidniveaus berekend. De modellering en de overdrachtsberekening zijn uitgevoerd conform het Reken- en meetvoorschrift windturbines.

5

Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden, GGD Informatieblad medische milieukunde Update 2013; RIVM-rapport 200000001/2013. 6 Literatuuronderzoek laagfrequent geluid windturbines, LBP Sight in opdracht van Agentschap NL, projectnummer DENB 138006 september 2013. 7 Brief d.d. 31 maart 2014, betreft laagfrequent geluid van windturbines, kenmerk IenM/bsk-2014/44564, staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu Wilma J. Mansveld. 8 Gezondheidseffecten van windturbinegeluid, RIVM-rapport 2020-0214, I. van Kamp & G.P. van den Berg Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 7

De geometrie van de omgeving is vastgesteld aan de hand van kaartmateriaal (BAG, TOP10NL), luchtfoto’s, aangeleverde documentatie en (telefonisch) verkregen informatie. In het gebied zijn bodemgebieden standaard aangeduid als akoestisch absorberend (B=0,9). Relevante wegen, wateroppervlakken, terreinen met een verhard oppervlak en kassen zijn aangeduid als akoestisch reflecterend (B=0). Bebouwing (bedrijventerreinen en woonwijken) zijn aangeduid met bodemfactor B=0,3. Terreinen met gedeeltelijke begroeiing en gedeeltelijke verharding zijn aangeduid met bodemfactor B=0,5. De kassen in de omgeving kunnen enerzijds geluid reflecteren en vormen hiermee een reflecterend oppervlak. Anderzijds vormen de kassen voor bepaalde achterliggende woningen een afscherming van het geluid van de windturbines. Waar woningen direct aan een kas grenzen en deze kas gelegen is tussen de windturbine en de woning in, zijn de gevels van de kas die naar de woning georiënteerd zijn opgenomen in het rekenmodel als akoestisch reflecterend scherm. De schermen hebben een reflectiefactor van 0,8 (praktijkwaarde van een akoestisch reflecterend scherm). De hoogte van de schermen zijn vastgesteld gelijk aan de hoogte van de kassen, verkregen uit het Algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN).

De windturbines zijn akoestisch gemodelleerd met drie rondom uitstralende puntbronnen (dag, avond en nachtemissie) ter hoogte van de rotoras. De geluidberekeningen ten behoeve van de geluidcontouren worden uitgevoerd op een raster van rekenpunten op een hoogte van 5 m boven het maaiveld. Daarmee worden geluidcontouren bepaald, ofwel lijnen waar de geluidbelasting overal dezelfde waarde heeft. Daarnaast wordt voor een set referentiewoningen de geluidbelasting bepaald. Wanneer bij deze woningen wordt voldaan aan de geluidnorm, zal ook ter plaatse van verder gelegen woningen worden voldaan. De referentiewoningen zijn representatief voor de situatie en zijn weergegeven in Tabel 2.1. De referentiewoningen zijn gemodelleerd als gebouwen met 5,5 m hoogte boven het maaiveld. Op elke gevel(oriëntatie) van de gebouwen zijn toetspunten geplaatst op een beoordelingshoogte +5 meter hoogte boven het maaiveld9. Voor toetspunt 19 (appartementencomplex aan De Houtmanstraat) zijn toetspunten geplaatst op zowel +5 meter en +25 meter hoogte boven het maaiveld. Het appartementencomplex is als gebouw met de daadwerkelijke hoogte gemodelleerd. De hoogte van het appartementencomplex is op basis van AHN geschat op 34 meter. Op elk toetspunt is het jaargemiddelde geluidniveau berekend.

Details van de invoergegevens van het rekenmodel zijn gegeven in Bijlage 2 en de situering van de toetspunten op kaart is gegeven in Bijlage 3.

9

https://www.rvo.nl/onderwerpen/windenergie-op-land/geluid/geluidsberekening-windturbines Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 8

Tabel 2.1 Referentiewoningen Toetspunt

Adres

Afstand tot dichtstbijzijnde windturbine [m]

tp01

Zekkenstraat 2B

680

tp02

Kulkweg 199

470

tp03

Dwarshaak 30

430

tp04

Dwarshaak 26

440

tp05

Dwarshaak 16

460

tp06

Dwarshaak 10

490

tp07

Bonnenweg 2

650

tp08

Slachthuisweg 1

650

tp09

Nieuw Oranjekanaal 115A

520

tp10

Nieuw Oranjekanaal 99

500

tp11

Nieuwe Oranjekanaal 51

600

tp12

Zekkenstraat 33

960

tp13

Prins Hendrikstraat 50B

1.440

tp14

Tuymelaerstraat 20

1.250

tp15

Haakweg 35

790

tp16

Bonnenlaan 4

1.470

tp17

Oranjepolderweg 30

1.510

tp18*

Vergulde Draeckweg 198

1.240

tp19A*

Appartementencomplex De Houtmanstraat +5 m hoogte

1.400

tp19B*

Appartementencomplex De Houtmanstraat +25 m hoogte

1.400

* Op verzoek van de gemeente Rotterdam en omgevingsdienst DCMR zijn deze toetspunten op een later moment opgenomen in het akoestisch onderzoek. Deze toetspunten zijn derhalve niet meegenomen in het slagschaduwonderzoek.

2.3 Windaanbod De jaargemiddelde bronsterkte LE van een windturbine is afhankelijk van de optredende windsnelheden op ashoogte. Door het KNMI zijn gegevens gepubliceerd over de distributie van voorkomende windsnelheden op 10 tot 260 m hoogte. Deze KNMI-gegevens zijn gebaseerd op langjarige windstatistiek. Deze distributies zijn gespecificeerd voor de dag-, de avond- en de nachtperiode. De data zijn gebaseerd op het meteo-model van het KNMI en beschikbaar op raster-punten over geheel Nederland10. Voor de geluidberekeningen is uitgegaan van de windverdeling op een ashoogte van 170 m. In Figuur 2.1 is de windverdeling weergegeven op 170 m ashoogte voor de dag-, avond- en nachtperiode. Windsnelheden boven 20 m/s zijn hier niet weergegeven omdat de kans dat deze voorkomen erg laag is, echter de berekening houdt er wel rekening mee.

10

Activiteitenregeling milieubeheer Bijlage 4, Reken- en meetvoorschrift windturbines, §3.4.3 bepaling windsnelheidsverdeling. Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 9

Figuur 2.1 Voorkomende windsnelheden op ashoogte +170 m

2.4 Geluidbron Enercon E-160 EP5 E3 STE Enercon heeft geluidgegevens van de Enercon E-160 EP5 E3 STE turbine beschikbaar gesteld11. De bronsterkten zijn gerapporteerd bij windsnelheden op ashoogte van 5 tot 16 m/s. Wegens gebrek aan beschikbare informatie is het octaafspectrum van de Enercon E-160 EP5 E2 STE turbine gebruikt voor het bepalen van het bronvermogen over de octaafbanden. Het gebruikte octaafspectrum is gegeven12 bij een windsnelheid van Vas=8,5 m/s. De maximale bronsterkte van de turbine bedraagt 106,8 dB(A) en treedt op bij windsnelheden op ashoogte vanaf 8 m/s. De gerapporteerde bronsterkten van de Enercon E-160 EP5 E3 STE (grijze staven in Figuur 2.2) zijn omgerekend naar jaargemiddelde bronsterkten in relatie tot de windsnelheid op een ashoogte van 170 m.

11

Technical data sheet Operating mode 0 s ENERCON E-160 EP5 E3 / 5560 kW wind energy converter with TES (Trailing Edge Serrations) 12 Technical data sheet Operating Mode 0 s ENERCON E-160 EP5 E2 / 5500 kW wind energy converter with TES (Trailing Edge Serrations) Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 10

Figuur 2.2 Verdeling bronsterkten Enercon E-160 EP5 E3 STE, ashoogte 170 m

Ter informatie: in de grafiek zijn ook de bedrijfsduurgecorrigeerde bronsterkten weergegeven per windsnelheidsklasse voor de dag, de avond en de nacht. De gele, blauwe en rode staven representeren de bronsterkten gecorrigeerd voor het percentage van de tijd dat de betreffende windsnelheidsklasse optreedt. Cumulatie van deze bronsterkten over alle windsnelheidsklassen levert de jaargemiddelde bronsterkten op. Deze waarden LW,j variëren en bedragen voor een ashoogte van 170 meter 104,7, 105,0 en 105,3 dB voor respectievelijk de dag, de avond en de nacht.

2.5 Rekenresultaten Voor de referentiewoningen zijn in Tabel 2.2 de jaargemiddelde geluidniveaus Lnight en Lden gegeven die optreden op +5 m hoogte. De Lden is het tijdgewogen gemiddelde van: •

Het jaargemiddelde geluidniveau in de dag Lday;

•

Het jaargemiddelde geluidniveau in de avond Leven vermeerderd met 5 dB;

•

Het jaargemiddelde geluidniveau in de nacht Lnight vermeerderd met 10 dB.

Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 11

Tabel 2.2 Rekenresultaten referentiewoningen [dB] Jaargemiddelde geluidniveaus Toetspunt

Adres Lnight

Lden

tp01

Zekkenstraat 2B

36

42

tp02

Kulkweg 199

40

46

tp03

Dwarshaak 30

41

48

tp04

Dwarshaak 26

41

48

tp05

Dwarshaak 16

41

47

tp06

Dwarshaak 10

41

47

tp07

Bonnenweg 2

38

44

tp08

Slachthuisweg 1

39

45

tp09

Nieuw Oranjekanaal 115A

39

46

tp10

Nieuw Oranjekanaal 99

40

46

tp11

Nieuwe Oranjekanaal 51

38

44

tp12

Zekkenstraat 33

33

39

tp13

Prins Hendrikstraat 50B

29

35

tp14

Tuymelaerstraat 20

30

37

tp15

Haakweg 35

35

41

tp16

Bonnenlaan 4

29

35

tp17

Oranjepolderweg 30

28

35

tp18

Vergulde Draeckweg 198

30

37

tp19A

Appartementencomplex De Houtmanstraat +5 m hoogte

28

35

tp19B

Appartementencomplex De Houtmanstraat +25 m hoogte

28

35

De gedetailleerde rekenresultaten zijn opgenomen in Bijlage 4 en geluidcontouren van Lnight en Lden zijn opgenomen in respectievelijk Bijlage 5 en Bijlage 6 op een waarneemhoogte van +5 m boven het maaiveld.

2.6 Beoordeling geluid De resultaten in Tabel 2.2 laten zien dat de geluidnorm Lden=47 dB wordt overschreden ter plaatse van toetspunten tp03 en tp04. De vetgedrukte waarden laten de overschrijdingen zien. Om aan de geluidnormen uit het Activiteitenbesluit te voldoen, zijn geluidmitigerende voorzieningen voor het gehanteerde windturbinetype aan de orde.

2.7 Voorzieningen geluid Om te voldoen aan de normstelling kan er voor worden gekozen om een andere windturbine met een lagere geluidemissie en of lagere ashoogte te nemen. Ook kan er voor worden gekozen om (voor specifieke perioden) de instellingen van specifieke turbines te wijzigen. Met deze instellingen worden de

Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 12

bronsterkten van de turbines gereduceerd door bijvoorbeeld het toerental te verlagen en/of de bladhoek te verdraaien. Dit gaat enigszins ten koste van de energieopbrengst. Voor Windwinning Hoeksebaan is onderzocht om WT02 in een geluidgereduceerde modus te laten draaien gedurende de nachtperiode. In Tabel 2.3 zijn de instellingen voor geluidvoorzieningen gepresenteerd waarmee op de referentiewoningen wordt voldaan aan de norm Lden=47 dB en Lnight=41 dB. Het betreft standaardinstellingen welke door de turbinefabrikant mogelijk zijn gemaakt. De benamingen verwijzen naar de benamingen van deze standaardinstellingen. Tabel 2.3 Bedrijfsinstelling windturbines Windturbine

Dag (7:00-19:00u)

Avond (19:00-23:00u)

Nacht (23:00-07:00u)

WT01

Mode 0 s

Mode 0 s

Mode 0 s

WT02

Mode 0 s

Mode 0 s

Mode NR I s

In Tabel 2.4 zijn per toetspunt de jaargemiddelde geluidniveaus gegeven wanneer geluidvoorzieningen worden getroffen voor de windturbines. In Bijlage 4 zijn de gedetailleerde rekenresultaten gegeven. In Bijlage 7 en Bijlage 8 zijn de berekende geluidcontouren voor respectievelijk Lden en Lnight gegeven. De berekening ter plaatse geven, na toepassen van de geluidvoorzieningen, geen overschrijding van de norm. Aangezien zonder de toepassing van geluidvoorzieningen met het doorgerekende windturbinetype niet kan worden voldaan aan de geluidnormen, zal de realisatie van Windwinning Hoeksebaan met het gehanteerde windturbinetype alleen kunnen wanneer geluidvoorzieningen worden toegepast of wanneer een stiller windturbinetype zou worden gerealiseerd. Daarom wordt in de hierop volgende berekeningen (voor cumulatie met bestaande windturbines, cumulatie met andere geluidbronnen en geluidbelasting bij niet-gevoelige objecten) slechts uitgegaan van de realisatie van Windwinning Hoeksebaan mét geluidvoorzieningen.

Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 13

Tabel 2.4 Rekenresultaten met geluidmitigatie [dB]] Jaargemiddelde geluidniveaus Toetspunt

Adres Lnight

Lden

tp01

Zekkenstraat 2B

35

42

tp02

Kulkweg 199

39

46

tp03

Dwarshaak 30

41

47

tp04

Dwarshaak 26

41

47

tp05

Dwarshaak 16

40

47

tp06

Dwarshaak 10

40

46

tp07

Bonnenweg 2

38

44

tp08

Slachthuisweg 1

38

45

tp09

Nieuw Oranjekanaal 115A

39

46

tp10

Nieuw Oranjekanaal 99

40

46

tp11

Nieuwe Oranjekanaal 51

38

44

tp12

Zekkenstraat 33

32

39

tp13

Prins Hendrikstraat 50B

28

34

tp14

Tuymelaerstraat 20

29

36

tp15

Haakweg 35

34

40

tp16

Bonnenlaan 4

28

35

tp17

Oranjepolderweg 30

28

35

tp18

Vergulde Draeckweg 198

30

36

tp19A

Appartementencomplex De Houtmanstraat +5 m hoogte

28

34

tp19B

Appartementencomplex De Houtmanstraat +25 m hoogte

28

34

2.8 Cumulatie met bestaande windturbines Cumulatie van geluid met de bestaande windturbines kan aanleiding zijn voor maatwerkvoorschriften (zie paragraaf 2.1.2). Derhalve zijn de cumulatieve effecten van de nieuwe windturbines met bestaande en vergunde windturbines bepaald met een vergunning van na 1 januari 2011. De bestaande windturbines en windparken binnen een straal van 4 km van de nieuwe windturbines zijn meegenomen in het bepalen van cumulatie. Bestaande windturbines op een afstand van > 4 km zullen geen significante bijdrage meer hebben in cumulatie en zijn daarom niet meegenomen. In de referentiesituatie is uitgegaan van bestaande en vergunde windturbines. Tevens is er vanuit gegaan dat een geplande windturbine op de Landtong is gerealiseerd en is dus meegenomen in de referentiesituatie. De invoergegevens van de bestaande windturbines zijn gegeven in Bijlage 2. Tabel 2.5 geeft de jaargemiddelde geluidbelasting voor de referentiesituatie (bestaande en vergunde windturbines), de jaargemiddelde geluidbelasting als gevolg van de nieuwe windturbines (zoals gegeven in Tabel 2.4) en de cumulatieve geluidbelasting. De gedetailleerde rekenresultaten zijn opgenomen in

Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 14

Bijlage 4 en geluidcontouren Lden zijn opgenomen in Bijlage 9 en Bijlage 10 voor respectievelijk de referentiesituatie en cumulatieve situatie. Tabel 2.5 Geluidbelasting gecumuleerd met bestaande windturbines [dB]

TP

Ref. situatie

Nieuwe windturbines

Cumulatie

Lnight

Lden

Lnight

Lden

Lnight

Lden

Adres

tp01

Zekkenstraat 2B

38

44

35

42

40

46

tp02

Kulkweg 199

37

43

39

46

41

48

tp03

Dwarshaak 30

36

42

41

47

42

48

tp04

Dwarshaak 26

36

42

41

47

42

48

tp05

Dwarshaak 16

36

42

40

47

42

48

tp06

Dwarshaak 10

36

42

40

46

41

48

tp07

Bonnenweg 2

36

42

38

44

40

46

tp08

Slachthuisweg 1

41

47

38

45

41

47

tp09

Nieuw Oranjekanaal 115A

42

49

39

46

42

49

tp10

Nieuw Oranjekanaal 99

41

48

40

46

43

50

tp11

Nieuwe Oranjekanaal 51

38

44

38

44

41

47

tp12

Zekkenstraat 33

37

44

32

39

39

45

tp13

Prins Hendrikstraat 50B

35

41

28

34

36

42

tp14

Tuymelaerstraat 20

33

40

29

36

35

41

tp15

Haakweg 35

34

40

34

40

37

43

tp16

Bonnenlaan 4

30

37

28

35

32

39

tp17

Oranjepolderweg 30

34

40

28

35

35

41

tp18

Vergulde Draeckweg 198

34

40

30

36

35

42

tp19A

Appartementencomplex De Houtmanstraat +5 m hoogte

35

41

28

34

36

42

tp19B

Appartementencomplex De Houtmanstraat +25 m hoogte

35

42

28

34

36

42

Tabel 2.5 laat zien dat bij meerdere toetspunten in de cumulatieve situatie een overschrijding plaatsvindt van de geluidnorm Lden=47 dB en Lnight=41 dB. Indien het bevoegd gezag maatwerk voorschrijft op grond van cumulatie, zouden verdere geluidvoorzieningen toegepast moeten worden op de windturbines tot een niveau waarop bijvoorbeeld cumulatief wordt voldaan aan de maximaal toegestane geluidbelasting Lden=47 dB en Lnight=41 dB.

2.9 Cumulatie met andere geluidbronnen Cumulatie met andere geluidbronnen wordt beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines (Activiteitenregeling milieubeheer Bijlage 4). Voor de cumulatieve geluidbelasting zijn geen wettelijke normen van kracht, zij wordt gebruikt ter indicatie van het heersende en gewijzigde leefklimaat. De Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 15

kwaliteit van de akoestische omgeving wordt met onderstaande tabel beoordeeld (ook wel bekend als ‘methode Miedema’). Tabel 2.6 Classificering kwaliteit van akoestische omgeving in milieukwaliteitsmaat volgens ‘Methode Miedema’ Kwaliteit van de akoestische omgeving

Geluidbelasting

Goed

< 50 dB Lden

Redelijk

< 55 dB Lden

Matig

< 60 dB Lden

Tamelijk slecht

< 65 dB Lden

Slecht

< 70 dB Lden

Zeer slecht

≥ 70 dB Lden

De cumulatieve rekenmethode uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines berekent de gecumuleerde geluidbelasting rekening houdend met de verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidbronnen. Ten behoeve van deze rekenmethode moet de geluidbelasting L bekend zijn van ieder van de bronnen, berekend volgens het voorschrift dat voor die bronsoort geldt. Hieruit ontstaat een voor die bronsoort vervangende geluidbelasting L* die als resultante overeenkomt met de geluidbelasting vanwege wegverkeer die evenveel hinder veroorzaakt. •

Windturbine

•

Wegverkeer

L*WT = 1,65 * LWT - 20,05 dB L*VL = 1,00 * LVL + 0,00 dB = LVL

•

Scheepvaart

L*SL = 0,975 * LSL - 0,7 dB

•

Industrie

L*IL = 1,00 * LIL + 1,00 dB

•

Railverkeer

L*RL = 0,95 * LRL – 1,4 dB

•

Luchtverkeer

L*LL = 0,98 * LLL + 7,03 dB

13

De cumulatieve geluidbelasting wordt bepaald door de afzonderlijke waarden L* bij elkaar op te tellen (zogenoemde energetische sommatie). De geluidbelasting (grootheid L) wordt uitgedrukt in Lden, met uitzondering van industrielawaai en scheepvaartlawaai waarvoor de etmaalwaarde geldt.

Windturbines Er is sprake van cumulatie van geluid met de nabijgelegen windturbines. In de referentiesituatie zijn de bestaande en vergunde windturbines meegenomen, zoals gedaan in paragraaf 2.8. In de toekomstige situatie zijn de bestaande, vergunde en te realiseren windturbines beschouwd.

Wegverkeer De geluidbelasting als gevolg van wegverkeer op de N223 is bepaald op basis van de intensiteiten per type motorvoertuig per periode (dag, avond en nacht), verkregen uit Bestemmingsplan Hoek van Holland Bedrijventerreinen Oost14. De maximum snelheid op deze weg is 80 km/uur. De invoergegevens zijn gegeven in Bijlage 2.

13

Voor scheepvaartlawaai is het gemiddelde van wegverkeer en railverkeer gehanteerd, zoals ook bijv. in ‘geluidseffecten scheepvaartlawaai’, DHV, PV.W3629.R01, december 2004 14 Bestemmingsplan Hoek van Holland Bedrijventerreinen Oost: Akoestisch onderzoek, 19-3-2018, Gemeente Rotterdam Ingenieursbureau. Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 16

Scheepvaart Voor het scheepvaartlawaai is een berekening gedaan, conform methode II.8 uit de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999, zoals opgenomen in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Varende schepen zijn beschouwd als ‘mobiele bron’ met een afstand van 25 meter tussen de bronpunten. Zeeschepen, binnenvaartschepen en overig verkeer zijn apart beschouwd. Op basis van eerdere onderzoeken is de hoeveelheid schepen die passeert bepaald.15 Voor alle schepen is uitgegaan van hetzelfde bronvermogen16, gegeven in Tabel 2.7. Overige invoergegevens zijn gegeven in Bijlage 2. Tabel 2.7 Bronvermogen scheepvaart Octaafband [Hz}

31,5

63

125

250

500

1000

2000

4000

8000

Bronvermogen Lw [dB(A)]

74,4

91,4

100,4

101,4

104,4

104,4

102,4

98,4

94,4

Industrie Maasvlakte-Europoort Het Rotterdamse havengebied is een geluidgezoneerd bedrijventerrein. Rondom het terrein is in het bestemmingsplan een geluidzone opgenomen. Van de DCMR Milieudienst Rijnmond is het geluidmodel van Maasvlakte-Europoort ontvangen ten behoeve van het berekenen van de geluidbelasting als gevolg van het bedrijventerrein op de referentiewoningen. Het geluidmodel is ontvangen op 6 september 2021. Bedrijventerrein zonder geluidzone Windturbine WT01 staat op het terrein van Renewi (afvalverwerkingsbedrijf). In het eerder aangehaalde Bestemmingsplan Hoek van Holland Bedrijventerreinen Oost is beschreven dat maximale geluidniveaus voor de nabijgelegen woning op Nieuw Oranjekanaal 115 (op <200 m afstand) zijn opgenomen als gevolg van het afvalverwerkingsbedrijf. In een eerder uitgevoerd akoestisch onderzoek is de geluidbelasting op deze woning als gevolg van het afvalverwerkingsbedrijf bepaald op 49, 44 en 40 dB gedurende respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. In het rekenmodel is het afvalverwerkingsbedrijf als oppervlaktebron gemodelleerd met een standaard geluidspectrum voor industrielawaai17, gegeven in Tabel 2.8.

De oppervlaktebron is dusdanig gemodelleerd dat de geluidbelasting als gevolg van de oppervlaktebron op de woning aan Nieuw Oranjekanaal 115 overeenkomt met de waarden 49, 44 en 40 dB gedurende respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Tabel 2.8 Standaard geluidspectrum industrielawaai Octaafband [Hz}

31,5

63

125

250

500

1000

2000

4000

8000

Correctie Ci [dB]

-28,6

-20,9

-14,8

-10,2

-7,0

-6,1

-7,1

-9,3

-9,8

Windturbine WT02 ligt op een bedrijventerrein zonder geluidzone. Er bevinden zich hiermee geen zogenaamde ‘lawaaimakers’ op het bedrijventerrein waarvoor de omliggende woningen zouden moeten

15

MER Verdieping Nieuwe Waterweg en Botlek, Deelonderzoek geluid, Havenbedrijf Rotterdam, Arcadis, 8 oktober 2015 16 Geluideffecten scheepvaartlawaai – metingen, literatuurstudie en ontwikkeling rekentool, PV.W3629.R01, december 2004 17 Akoestisch onderzoek industrielawaai: Geluiduitstraling uitbreiding Industrieterrein Lindelaufer-Gewande Voerendaal, 28-5-2014, Milieu Adviesbureau. Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 17

worden beschermd middels een geluidzone. Hiermee wordt aangenomen dat de geluidbelasting op de omliggende woningen als gevolg van werkzaamheden op dit bedrijventerrein niet significant is. Nabij de woning aan Slachthuisweg 1 (tp08) ligt het Hoogspanningsstation Hoek van Holland. Er is voor dit hoogspanningsstation geen geluidzone opgenomen. Derhalve wordt het geluid van het hoogspanningsstation als niet significant geacht in de cumulatieve geluidbelasting.

Railverkeer De geluidbelasting als gevolg van railverkeer langs de Nieuwe Waterweg is gebaseerd op het Geluidregister Spoor. Deze is geraadpleegd in september 2022. Het Geluidregister Spoor geeft een indicatie van de maximaal toegestane geluidbelasting op de referentiewoningen.

Luchtverkeer Ten oosten van Windwinning Hoeksebaan ligt de luchthaven Rotterdam The Hague Airpot (RTHA), op zo’n 17 km afstand. In het geluidonderzoek van RTHA18 zijn de geluidcontouren van de luchthaven bepaald voor verschillende uitbreidingsalternatieven. De meest nabijgelegen 40 dB Lden contour van de uitbreidingsalternatieven ligt nabij de 40 dB L den contour van Windwinning Hoeksebaan (< 500 m). In Figuur 2.3 zijn de 40 dB Lden geluidcontouren van de luchthaven en Windwinning Hoeksebaan weergegeven. Doordat de geluidcontouren relatief dicht bij elkaar liggen, kan cumulatie met luchtverkeerslawaai worden verwacht op (een deel van) de referentiewoningen. De referentiewoningen liggen allen buiten de 40 dB Lden contour van RTHA waardoor de geluidbelasting van RTHA lager dan 40 dB Lden zal zijn op de referentiewoningen. Er zijn geen geluidcontouren van lagere waarden Lden beschikbaar van RTHA. Wegens gebrek aan dergelijke informatie is als (behoorlijk) conservatieve benadering aangenomen dat de geluidbelasting op alle referentiewoningen als gevolg van RTHA 39 dB Lden bedraagt.

18

Deelonderzoek geluid – MER Luchthavenbesluit RTHA, Advanced Decision Systems Airinfra, 14-9-2015. Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 18

Figuur 2.3 De 40 dB Lden contour van Windwinning Hoeksebaan (rode contour) en de geluidcontouren 40 dB Lden van de diverse uitbreidingsalternatieven RTHA. De contouren van RTHA zijn verkregen uit contourenkaarten uit het geluidonderzoek MER Luchthavenbesluit RTHA en middels georefereren in onderstaande figuur geprojecteerd. Voor de bijbehorende legenda van deze contourlijnen wordt verwezen naar Figuur 24 uit het geluidonderzoek MER Luchthavenbesluit RTHA.

Cumulatie Voor de referentiewoningen is inzichtelijk gemaakt wat de toevoeging van Windwinning Hoeksebaan betekent voor de cumulatieve geluidbelasting. De geluidbelasting in de referentiesituatie (bestaande en vergunde windturbines, wegverkeer, scheepvaart, railverkeer, industrielawaai en luchtvaart) is gegeven in Tabel 2.9. Voor de diverse geluidbronnen is daadwerkelijke geluidbelasting en de bronsoortvervangende geluidbelasting L* weergegeven (de geluidbelasting die als resultante overeenkomt met de geluidbelasting vanwege wegverkeer die evenveel hinder veroorzaakt). De gedetailleerde jaargemiddelde geluidniveaus zijn per geluidbron gegeven in Bijlage 4.I

Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 19

Tabel 2.9 Cumulatieve geluidbelasting referentiesituatie [dB] Tp

Adres

LVL = L*VL

LSL

L*SL

LIL

L*IL

LRL

L*RL

LLL

L*LL

LWT

L*WT

Cumulatief Lcum

tp01

Zekkenstraat 2B

52

49

47

57

58

48

44

39

45

44

53

61

tp02

Kulkweg 199

47

47

46

57

58

43

39

39

45

44

52

59

tp03

Dwarshaak 30

43

46

44

56

57

38

35

39

45

42

49

58

tp04

Dwarshaak 26

43

46

44

56

57

38

35

39

45

42

49

58

tp05

Dwarshaak 16

43

45

44

55

56

38

35

39

45

42

49

58

tp06

Dwarshaak 10

42

46

44

55

56

38

35

39

45

42

50

58

tp07

Bonnenweg 2

43

45

43

54

55

39

36

39

45

42

50

57

tp08

Slachthuisweg 1

49

52

50

56

57

51

47

39

45

47

58

61

tp09

Nieuw Oranjekanaal 115A

52

51

49

57

58

59

55

39

45

49

60

63

tp10

Nieuw Oranjekanaal 99

52

49

47

57

58

48

44

39

45

48

59

62

tp11

Nieuwe Oranjekanaal 51

58

46

44

55

56

39

36

39

45

44

53

61

tp12

Zekkenstraat 33

50

49

47

48

49

45

41

39

45

44

52

56

tp13

Prins Hendrikstraat 50B

50

49

47

45

46

42

39

39

45

41

48

55

tp14

Tuymelaerstraat 20

41

45

43

44

45

41

38

39

45

40

46

52

tp15

Haakweg 35

41

45

43

46

47

43

40

39

45

40

46

52

tp16

Bonnenlaan 4

41

40

38

42

43

39

36

39

45

37

41

49

tp17

Oranjepolderweg 30

47

42

41

44

45

41

38

39

45

40

46

53

tp18

Vergulde Draeckweg 198

42

46

44

45

46

42

38

39

45

40

47

52

tp19 A

Appartementencomplex De Houtmanstraat +5 m hoogte

48

49

47

45

46

42

39

39

45

41

48

54

tp19 B

Appartementencomplex De Houtmanstraat +25 m hoogte

50

49

47

45

46

42

39

39

45

42

49

55

In Tabel 2.9 is per toetspunt de geluidbron in grijs gearceerd waarvan de hoogste daadwerkelijke jaargemiddelde geluidbelasting wordt ontvangen (dus niet de gewogen geluidbelasting L*). Hieruit kan worden opgemaakt dat bij veel toetspunten industrielawaai het hoogste aandeel heeft. Bij de overige toetspunten heeft wegverkeer, scheepvaart of railverkeer het hoogste aandeel. Hoewel de aanname van luchtverkeerslawaai van 39 dB Lden (of bronsoortvervangende geluidbelasting L*LL=45 dB) zeer conservatief is, heeft het geluid van luchtverkeer geen significant aandeel in de cumulatieve geluidbelasting. Deze geluidbron wordt dus voornamelijk door de andere overheersende geluidbronnen

Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 20

bepaald. Daarmee zal een minder conservatieve aanname voor de geluidbelasting van luchtverkeer (bijvoorbeeld 30 of 35 dB Lden) geen verschil maken voor de cumulatieve geluidbelasting. De cumulatieve geluidbelastingen op de referentiewoningen na toevoeging van Windwinning Hoeksebaan is gegeven in Tabel 2.10. Tabel 2.10 Cumulatieve geluidbelasting referentiesituatie en toekomstige situatie [dB] Ref. situatie Toetspunt

Adres

Na toevoeging Windwinning Hoeksebaan1

Lcum

LWT,nw

L*WT,nw

Lcum,nw

Verschil [dB]2

tp01

Zekkenstraat 2B

61

46

56

62

1

tp02

Kulkweg 199

59

48

59

62

2

tp03

Dwarshaak 30

58

48

60

62

3

tp04

Dwarshaak 26

58

48

59

62

4

tp05

Dwarshaak 16

58

48

59

61

4

tp06

Dwarshaak 10

58

48

59

61

3

tp07

Bonnenweg 2

57

46

56

59

2

tp08

Slachthuisweg 1

61

47

58

62

0

tp09

Nieuw Oranjekanaal 115A

63

49

61

64

0

tp10

Nieuw Oranjekanaal 99

62

50

62

64

2

tp11

Nieuwe Oranjekanaal 51

61

47

58

62

1

tp12

Zekkenstraat 33

56

45

54

57

1

tp13

Prins Hendrikstraat 50B

55

42

49

55

0

tp14

Tuymelaerstraat 20

52

41

48

52

1

tp15

Haakweg 35

52

43

51

54

2

tp16

Bonnenlaan 4

49

39

44

50

1

tp17

Oranjepolderweg 30

53

41

48

53

0

tp18

Vergulde Draeckweg 198

52

42

49

53

1

tp19A

Appartementen-complex De Houtmanstraat +5 m hoogte

54

42

49

55

0

tp19B

Appartementen-complex 55 42 50 55 0 De Houtmanstraat +25 m hoogte 1. Het betreft de nieuwe geluidbelasting als gevolg van windturbinegeluid na toevoeging van Windwinning Hoeksebaan. Dit is de geluidbelasting van de bestaande en nieuwe windturbines tezamen. 2. Het verschil in dB lijkt op basis van de waarden in deze tabel niet te kloppen bij een aantal toetspunten door afronding van de getallen (bijvoorbeeld tp02 met Lcum=59 dB en Lcum,nw=62 dB waar een verschil van 2 dB is aangegeven). De gedetailleerde rekenresultaten met afronding op 2 decimalen zijn gegeven in Bijlage 4.

Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 21

Indien de nieuwe windturbines met het gehanteerde turbinetype zouden worden gerealiseerd, zal bij de meeste toetspunten de cumulatieve geluidbelasting toenemen. Het verschil in cumulatieve geluidbelasting in de referentiesituatie en de toekomstige situatie ligt tussen 0 en 4 dB voor de referentiewoningen. Wanneer wordt gekeken naar de classificering volgens de ‘Methode Miedema’ (Tabel 2.6) verslechtert de kwaliteit van de akoestische leefomgeving van vijf referentiewoningen (tp02, tp03, tp04, tp05 en tp06) van ‘Matig’ naar ‘Tamelijk slecht’. Bij één woning (tp15) verslechtert de akoestische leefomgeving van categorie ‘Goed’ naar ‘Redelijk’ en bij één toetspunt (tp19A) verslechtert de kwaliteit van ‘Redelijk’ naar ‘Matig’. Bij de overige referentiewoningen vindt geen verandering plaats in de categorie van kwaliteit van akoestische leefomgeving volgens ‘Methode Miedema’.

2.10 Geluid bij niet-gevoelige objecten Een bedrijf/kantoor wordt in de Wet geluidhinder niet aangemerkt als geluidgevoelig object. Een specifiek wettelijk kader ontbreekt, maar in het kader van een goede ruimtelijke ordening zal toch een akoestische afweging moeten worden gemaakt, om te beoordelen of de bedrijven/kantoren in het gebied niet worden blootgesteld aan onaanvaardbare geluidhinder. Voor een selectie niet-gevoelige objecten is de geluidbelasting inzichtelijk gemaakt. Het betreft bedrijfspanden met een kantoorfunctie (volgens BAG) en panden die op het oog een kantoordeel hebben (beoordeeld op basis van Google Streetview), maar niet zijn aangeduid met kantoorfunctie volgens BAG. De ligging van de beoordeelde niet-gevoelige objecten is gegeven in Bijlage 3. De jaargemiddelde geluidniveaus Lday (bedrijfstijden van de bedrijven zijn voornamelijk overdag) en Lden zijn gegeven in Tabel 2.11. Tabel 2.11 Jaargemiddelde geluidbelasting in dB op niet-gevoelige objecten

Toetspunt

Omschrijving

Geluidbelasting Windwinning Hoeksebaan Lday

Lden

b01

Amersgat 17

40

47

b02

Slachthuisweg 50

41

47

b03

Priel 80

45

51

b04

Kulkweg 102

46

53

b05

Kulkweg 60

49

55

b06

Zuidergors 101

48

54

b07

Zuidergors 9

45

52

b08

Kwelder 12

46

52

b09

Dwarskulk 4

44

51

b10

Nieuw Oranjekanaal 45

43

50

De geluidbelasting op de niet-gevoelige objecten is inzichtelijk gemaakt als indicatie voor het leef- of werkklimaat. De berekende geluidbelasting gedurende de dagperiode (Lday) als gevolg van de windturbines is waarschijnlijk merkbaar, maar er wordt verondersteld dat de toevoeging van het windturbinegeluid niet zal leiden tot onaanvaardbare hinder naast de al aanwezige geluidniveaus op het bedrijventerrein.

Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 22

3 Onderzoek slagschaduw 3.1 Normstelling Schaduweffecten van een draaiende windturbine kunnen hinder veroorzaken bij mensen. De maximale flikkerfrequentie, het contrast en de tijdsduur van blootstelling zijn van invloed op de mate van hinder die ondervonden kan worden. Bekend is dat flikkerfrequenties onder 2,5 Hz niet schadelijk zijn (veroorzaken niet potentieel epileptische aanvallen bij daarvoor gevoelige personen). Flikkerfrequenties tussen 2,5 Hz en 14 Hz kunnen als erg storend worden ervaren. Deze frequenties worden in de praktijk door gangbare windturbines niet bereikt. Een groter verschil tussen licht en donker (meer contrast) wordt als hinderlijker ervaren. Verder speelt de blootstellingsduur een grote rol bij de beleving. In artikel 3.14 lid 4. van het Activiteitenbesluit wordt verwezen naar de bij de ministeriële regeling te stellen maatregelen. In deze regeling19 is in artikel 3.12 voorgeschreven dat een turbine is voorzien van een automatische stilstandsvoorziening die de windturbine afschakelt indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten voor zover de afstand tussen de turbine en de woning minder bedraagt dan twaalf maal de rotordiameter en gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten slagschaduw kan optreden20. In het kader van dit onderzoek wordt dit artikel als volgt geïnterpreteerd: •

Bij de beoordeling worden alleen woningen van derden betrokken;

•

De eventuele schaduw van turbines op een grotere afstand dan twaalf maal de rotordiameter wordt verwaarloosd;

•

Schaduw bij een zonnestand lager dan vijf graden wordt als niet-hinderlijk beoordeeld. Bij zonsopkomst en zonsondergang is het licht vrij diffuus en wordt de turbine vaak aan het zicht onttrokken door gebouwen en begroeiing;

•

Bij een windpark worden de schaduwduren en schaduwdagen van afzonderlijke turbines opgeteld voor zover de schaduwen elkaar niet overlappen;

•

Er is geen stilstandsvoorziening op een turbine nodig als de gemiddelde duur van hinderlijke schaduw minder is dan 6 uur per jaar. Dit is een strengere beoordeling dan volgens het volgens het Activiteitenbesluit omdat volgens deze op 17 dagen per jaar de hinderduur van zonsopgang tot zonsondergang meer dan 20 minuten mag bedragen en op alle overige dagen in het jaar de hinderduur door slagschaduw minder dan 20 minuten mag bedragen. Opgeteld kan de norm uit het Activiteitenbesluit dus een langere slagschaduwduur opleveren dan 6 uur per jaar.

3.2 Slagschaduwgebied Bij de opkomst en de ondergang van de zon kan de schaduw van een turbine aan de westkant en aan de oostkant ver reiken. Op afstanden groter dan twaalf maal de rotordiameter wordt de slagschaduw echter niet meer als hinderlijk beoordeeld. Aan de noordzijde wordt het schaduwgebied begrensd omdat de zon in het zuiden altijd hoog staat. Aan de zuidzijde treedt nooit schaduw op omdat de zon nooit in het noorden staat.

19

Regeling van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 9 november 2007 nr. DJZ 2007104180 houdende regels voor inrichtingen (Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer). 20 Voor de letterlijke tekst wordt verwezen naar de regeling. Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 23

3.3 Potentiële slagschaduw Op basis van de turbineafmetingen, de gang van de zon op deze locatie en een minimale zonshoogte van vijf graden, zijn de dagen en tijden berekend waarop slagschaduw kan optreden. De gang van de zon is voor alle dagen van het jaar bepaald met een astronomisch rekenmodel waarbij rekening is gehouden met de betreffende locatie (noorderbreedte en oosterlengte) op de aarde. De potentiële schaduwduur is een theoretisch maximum. Hieruit is de verwachte hinderduur berekend door het toepassen van correcties. Als gevolg van deze correcties is de verwachte hinderduur aanmerkelijk korter dan de potentiële schaduwduur. De potentiële schaduwduur is nauwkeurig te berekenen, afhankelijk van de nauwkeurigheid van de invoer van de geometrie (positie en afmeting van de turbine en positie van de woningen) en van de nauwkeurigheid waarmee de zonnestand wordt bepaald. De correcties om te komen tot de verwachte hinderduur zijn echter een voorspelling op basis van de geschiedenis. De meteogegevens zijn bepaald op basis van gemiddelde gemeten data over twintig jaar. De verwachting is dat in de toekomst deze gemiddelden over langere perioden hier niet in grote mate van af zullen wijken.

3.3.1 Zonneschijn Schaduw is er alleen als de zon schijnt. Deze correctie is gebaseerd op het percentage van de daglengte dat de zon gemiddeld schijnt in dit gebied en in de betreffende maand. De percentages worden ontleend aan meerjarige data van het nabijgelegen meteostation Hoek van Holland. Figuur 3.1 Percentage zonneschijn Hoek van Holland

Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 24

3.3.2 Oriëntatie Het rotorvlak staat niet altijd haaks op de schaduwrichting waardoor de hinderduur wordt beperkt. Als het rotorvlak evenwijdig staat aan de schaduwrichting treedt er geen of nauwelijks lichtflikkering op.

Figuur 3.2 Distributie windrichtingen bij windsnelheid > 2 m/s

Afhankelijk van de richting waar de windturbine staat ten opzichte van woning ligt de deze correctie tussen circa 55% en 75%. Deze correctie is gebaseerd op de distributie van de voorkomende windrichtingen. De percentages worden ontleend aan meerjarige data van meteostations waarbij alleen de windsnelheden boven 2 m/s (op 10 meter hoogte, overeenkomend met circa 3 m/s op ashoogte) zijn betrokken.

3.4 Rekenresultaten Bij de beoordeling van slagschaduw is geen rekening gehouden met obstakels in de omgeving die zich kunnen bevinden tussen de windturbines en de toetsobjecten. In de praktijk kunnen er zich daarnaast nog locatie specifieke beplanting en gebouwen bevinden die de slagschaduw beperken. Een dergelijk detailniveau is hier niet meegenomen. De hoeveelheid slagschaduw is daarmee ‘worst case’ bepaald. Bij de beoordeling van slagschaduwhinder wordt uitgegaan van de worst-case aanname dat de gehele gevel van een woning boven een hoogte van 50 cm uit raam bestaat. Daarbij is aangenomen dat de gevelhoogte bij woningen 5 m bedraagt en voor de geprojecteerde breedte van het gevelvlak is 8 m aangehouden. Voor de weergave van contouren op kaart wordt door het rekenprogramma automatisch uitgegaan van een rekenraster waarop per rasterpunt de schaduwduur wordt berekend op een oppervlak van 1 m 2. Daardoor kan het voorkomen dat een woning welke op of net buiten de 6 uurscontour is gelegen meer dan de 6 uur aan slagschaduw ondervindt. Immers, voor de berekeningen op de toetspunten wordt uitgegaan van een veel groter beschenen verticaal oppervlak van 8,0 x 4,5 meter. De ervaring leert dat de contouren van 5 uur per m2 een goede weergave zijn van 6 uur per gevel/woning.

Er wordt tevens gekeken naar de 15-uurscontour (wederom per m2, komt overeen met 16 uur per jaar per gevel) om informatie te geven over de optredende slagschaduwduren binnen de zes uurscontour voor zowel toetspunten als op locaties waar geen toetspunt aanwezig is. De kaart is dus nadrukkelijk niet geschikt voor het toetsen aan normen, maar voor de woningen die buiten de 5-uur (per m2) contour liggen kan met zekerheid gesteld dat aan de normen uit het Activiteitenbesluit wordt voldaan. Voor woningen die binnen deze contour liggen kan met een toetspuntberekening worden aangetoond of de hinder voldoet aan de norm. Voor de te realiseren nieuwe windturbines zijn de schaduwduren in het omliggende gebied berekend per turbine en voor de nieuwe turbines tezamen. In Bijlage 12 is met een groene, rode en grijze isolijn aangegeven waar de totale jaarlijkse verwachte hinderduur respectievelijk 0, 6 of 16 uur bedraagt per gevel.

Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 25

3.5 Hinderduur bij woningen Voor dezelfde referentiewoningen als gehanteerd in het akoestisch onderzoek is de verwachte slagschaduw per jaar bepaald. De ligging van de toestpunten is gegeven op de kaarten met slagschaduwcontouren (Bijlage 12). De slagschaduwduren per jaar op de toetspunten zijn gegeven in Tabel 3.1. Tabel 3.1 Slagschaduw Windwinning Hoeksebaan [u:mm per jaar] Toetspunt

Adres

Jaarlijkse slagschaduw [u:mm]

tp01

Zekkenstraat 2B

16:33

tp02

Kulkweg 199

30:38

tp03

Dwarshaak 30

45:41

tp04

Dwarshaak 26

44:34

tp05

Dwarshaak 16

35:22

tp06

Dwarshaak 10

33:02

tp07

Bonnenweg 2

42:18

tp08

Slachthuisweg 1

16:53

tp09

Nieuw Oranjekanaal 115A

--

tp10

Nieuw Oranjekanaal 99

--

tp11

Nieuwe Oranjekanaal 51

30:28

tp12

Zekkenstraat 33

7:23

tp13

Prins Hendrikstraat 50B

2:27

tp14

Tuymelaerstraat 20

6:02

tp15

Haakweg 35

9:16

tp16

Bonnenlaan 4

5:52

tp17

Oranjepolderweg 30

2:21

--: geen slagschaduw

Voor woningen (zowel referentiewoningen als andere woningen) waarbij meer dan de voorgestelde 6 uur slagschaduwhinder per jaar optreedt, kan de slagschaduwhinder worden beperkt middels een stilstandregeling tot het niveau waarop wordt voldaan aan de normstelling uit het Activiteitenbesluit (zie paragraaf 3.6). Zie ook de vetgedrukte waarden in Tabel 3.1 waar een overschrijding van 6 uur per jaar plaatsvindt. In Bijlage 15 zijn de slagschaduwkalenders per toetspunt gegeven waarop de momenten gedurende een kalenderjaar dat slagschaduw kan plaatsvinden grafisch zijn weergegeven. Bij de bepaling van de schaduwduren is geen rekening gehouden met eventuele beplanting, gebouwen en kunstwerken in de omgeving die het zicht kunnen belemmeren. Hierdoor kan de hinder in de praktijk nog verder worden beperkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=8eda8b93-cec8-4d65-b609-559bf25a505e