[24bb003743] Bijlage 2 behorende bij 24bb003750 over bijlagenboek Windwinning Hoeksebaan
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN
Windwinning Hoeksebaan (ontwerp) bijlagendocument
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Onderzoek akoestiek en slagschaduw
Bijlage 2
Onderzoek externe veiligheid
Bijlage 3
Natuurtoets Windwinning Hoeksebaan
Bijlage 4
Ecologische beoordeling stikstof
Bijlage 5
Cumulatie meeuwen
Bijlage 6
Landschappelijke beoordeling
Bijlage 7
Visualisaties
Bijlage 8
Beoordeling archeologie BOOR
Bijlage 9
Toetsing LVNL
Bijlage 10
Toetsing ILenT
Bijlage 11
Radarverstoringsonderzoek
Bijlage 12
VGB Defensie radarverstoring
Bijlage 13
Controle explosieven
Bijlage 14
Participatieplan
1
Onderzoek akoestiek en slagschaduw Windwinning Hoeksebaan Eneco Wind BV en FMT BV 720064 | v3.0 23-5-2023
Pondera
Colofon
Hoofdvestiging Nederland
Soort document
Amsterdamseweg 13 6814 CM Arnhem 088 – pondera (088-7663372) info@ponderaconsult.com
Onderzoek akoestiek en slagschaduw
Postadres
Versienummer
Postbus 919 6800 AX Arnhem
Vestiging South East Asia Jl. Mampang Prapatan XV no 18 Mampang Jakarta Selatan 12790 Indonesia
Vestiging North East Asia Suite 1718, Officia Building 92 Saemunan-ro, Jongno-gu Seoul Province Republic of Korea
Projectnaam Windwinning Hoeksebaan
v3.0
Datum 23-5-2023
Project nummer 720064
Opdrachtgever Eneco Wind BV en FMT BV
Auteur Kyra de Haan
Nagekeken door Stefan Flanderijn
Disclaimer In het onderzoek is gebruik gemaakt van algemeen geaccepteerde uitgangspunten, modellen en informatie die ten tijde van het opstellen van dit rapport ter beschikking stonden. Aanpassingen in de uitgangspunten, modellen of gebruikte gegevens kunnen leiden tot andere uitkomsten. De aard en de nauwkeurigheid van de gebruikte gegevens voor het onderzoek bepalen in belangrijke mate de nauwkeurigheid en de onzekerheden van de berekende uitkomsten. Pondera is niet aansprakelijk voor gederfde inkomsten of schade die wordt geleden door opdrachtgever(s) en/of derden uit conclusies die gebaseerd zijn op gegevens die niet van Pondera afkomstig zijn. Deze rapportage is opgesteld met de intentie dat deze alleen gebruikt wordt door de opdrachtgever en slechts voor het doel waarvoor de rapportage is opgesteld. Er mag geen beroep worden gedaan op de informatie uit deze rapportage voor andere doeleinden zonder schriftelijke toestemming van Pondera. Pondera is niet verantwoordelijk voor de consequenties die kunnen voortvloeien uit het oneigenlijk gebruik van de rapportage. De verantwoordelijkheid voor het gebruik van (de analyse, resultaten en bevindingen in) de rapportage blijft bij de opdrachtgever.
De Rechtsverhouding opdrachtgevers – architect, ingenieur en adviseur conform DNR 2011 is te allen tijde van toepassing.Pondera werkt met een kwaliteitsmanagementsysteem dat door EIK gecertificeerd is volgens de ISO 9001:2015 norm.
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 1.2 1.3
2
Akoestisch onderzoek 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10
3
6
Beoordeling ______________________________________________________________ 6 Invoer rekenmodel ________________________________________________________ 7 Windaanbod _____________________________________________________________ 9 Geluidbron Enercon E-160 EP5 E3 STE_______________________________________ 10 Rekenresultaten _________________________________________________________ 11 Beoordeling geluid _______________________________________________________ 12 Voorzieningen geluid _____________________________________________________ 12 Cumulatie met bestaande windturbines _______________________________________ 14 Cumulatie met andere geluidbronnen _________________________________________ 15 Geluid bij niet-gevoelige objecten ____________________________________________ 22
Onderzoek slagschaduw 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8
2
Beschrijving van de locatie __________________________________________________ 2 Regelgeving _____________________________________________________________ 3 Gegevens windturbine _____________________________________________________ 5
23
Normstelling ____________________________________________________________ 23 Slagschaduwgebied ______________________________________________________ 23 Potentiële slagschaduw ___________________________________________________ 24 Rekenresultaten _________________________________________________________ 25 Hinderduur bij woningen ___________________________________________________ 26 Maatregelen ____________________________________________________________ 27 Cumulatie met andere windturbines __________________________________________ 27 Slagschaduw bij niet-gevoelige objecten ______________________________________ 28
Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 1 van 2
4 Conclusie Bijlage 1 Verklarende begrippenlijst Bijlage 2 Objecten rekenmodel akoestiek Bijlage 3 Situering objecten rekenmodel akoestiek Bijlage 4 Rekenresultaten akoestiek Bijlage 5 Geluidcontour 47 dB Lden Bijlage 6 Geluidcontour 41 dB Lnight Bijlage 7 Geluidcontour 47 dB Lden – met geluidvoorzieningen Bijlage 8 Geluidcontour 41 dB Lnight – met geluidvoorzieningen Bijlage 9 Geluidcontour 47 dB Lden - referentiesituatie Bijlage 10 Geluidcontour 47 dB Lden – cumulatief Bijlage 11 In- en uitvoergegevens slagschaduw Bijlage 12 Slagschaduwcontouren – nieuwe windturbines Bijlage 13 Slagschaduwcontouren – referentiesituatie Bijlage 14 Slagschaduwcontouren – cumulatief Bijlage 15 Slagschaduwkalenders – referentiewoningen (zonder zomertijd) Bijlage 16 Slagschaduwkalenders – kantoortijden (met zomertijd 2022)
31 33 35 43 50 58 60 62 64 66 68 70 79 81 83 85 103
Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 2 van 2
1 Inleiding Eneco Wind BV en FMT BV zijn voornemens om twee windturbines te realiseren in Hoek van Holland: één op het terrein van Renewi en één op het terrein van Hoogheemraadschap van Delfland. Deze rapportage richt zich op de onderzoeken voor akoestiek en slagschaduw voor deze windturbines. In het rapport worden de nieuwe windturbines aangeduid als WT01 (op terrein van Renewi) en WT02 (op terrein van Hoogheemraadschap van Delfland). Het project wordt aangeduid als Windwinning Hoeksebaan. In Tabel 1.1 zijn de coördinaten van de te realiseren windturbines gegeven. Tabel 1.1 Nieuwe windturbines X- en Y-coördinaten Windturbine
Omschrijving
X-coördinaten
Y-coördinaten
WT01
Windturbine Renewi
71332
441852
WT02
Windturbine Hoogheemraadschap van Delfland
70451
442742
Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag, ruimtelijke onderbouwing en melding Activiteitenbesluit. In het kader van het akoestisch onderzoek is gerekend met windturbines met een relatief luide geluiduitstraling voor haar klasse. Voor het onderzoek naar slagschaduwhinder is uitgegaan van maximale afmetingen binnen de bandbreedte. De bandbreedte en de daarbij gehanteerde windturbinetypes voor het akoestisch- en slagschaduwonderzoek zijn gegeven in Tabel 1.2. Tabel 1.2 Bandbreedte afmetingen nieuwe windturbines Parameter
Nieuwe windturbines
Ashoogte [m]
140 – 170 m
Rotordiameter [m]
140 – 180 m
Tiphoogte [m]
Maximaal 250 m
Referentieturbine akoestisch onderzoek
Enercon E-160 EP5 E3 met serrated trailing edges
Referentieturbine slagschaduwonderzoek
Fictieve windturbine: rotordiameter 180 m en ashoogte 160 m
1.1 Beschrijving van de locatie De beoogde locatie van de nieuwe windturbines zijn gelegen op het bedrijventerrein ten zuidoosten van de woonkern van Hoek van Holland. Ten zuiden van de beoogde locatie liggen het kanaal De Nieuwe Waterweg en de Landtong. Verder ten zuiden ligt het Rotterdamse havengebied, waaronder bedrijventerrein Maasvlakte-Europoort. De N223 loopt ten zuidwesten tot zuidoosten van de windturbines. In de omgeving ten zuiden en zuidoosten van de nieuwe windturbines zijn meerdere bestaande windturbines gesitueerd. De omgeving bestaat uit voornamelijk bedrijventerreinen, kassen en agrarisch landschap. In Figuur 1.1 is het plangebied weergegeven met daarop de locaties van de nieuwe windturbines en bestaande windturbines.
Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 2
Figuur 1.1 Beoogde locatie nieuwe windturbines
1.2 Regelgeving Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de ABRvS) een uitspraak gedaan in de zaak Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (DZU) over -samengevat - de vraag of voor het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer een plan-MER-plicht bestaat op grond van de Europese SMB-richtlijn. De Afdeling is in die uitspraak tot het oordeel gekomen dat op grond van het Europese recht inderdaad een dergelijke beoordeling moet worden gemaakt van de gevolgen voor het milieu (zie Kader 1.1). Die beoordeling zal in eerste instantie door het Rijk worden opgesteld. Totdat die beoordeling is gemaakt mogen de algemene normen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet zonder meer worden gebruikt bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een nieuw bestemmingsplan of vergunning.
Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 3
Kader 1.1 Gevolgen uitspraak ABRvS windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding
Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de ABRvS) een uitspraak gedaan in de zaak Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (DZU) over -samengevat - de vraag of voor het vastleggen van milieunormen voor windturbines in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer een plan-MER-plicht bestaat op grond van de Europese SMB-richtlijn. De Afdeling is in die uitspraak tot het oordeel gekomen dat op grond van het Europese recht inderdaad een dergelijke beoordeling moet worden gemaakt van de gevolgen voor het milieu. Die beoordeling zal in eerste instantie door het Rijk worden opgesteld. Totdat die beoordeling is gemaakt mogen de algemene normen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet zonder meer worden gebruikt bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een nieuw bestemmingsplan en/of vergunbaarheid van een omgevingsvergunning vanuit het oogpunt van de bescherming van het milieu. De ABRvS geeft echter ook aan dat in de tussentijd het bevoegd gezag bij het beoordelen van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een windplan ten behoeve van het vaststellen van een bestemmingsplan voor een concreet project eigen normen kan stellen ter vervanging van de normstelling uit het Activiteitenbesluit en de -regeling.
Ook voor de omgevingsvergunning voor het oprichten van een windpark (conform art 2.1 lid 1 e Wabo) is een beoordeling nodig van de vergunbaarheid. Beoordeeld moet worden conform art 2.14 lid 3 Wabo of de vergunning kan worden verleend vanuit het oogpunt van het beschermen van het milieu. Op grond van art. 2.22 lid 2 Wabo kunnen daartoe voorschriften worden verbonden aan de vergunning. Voor de besluitvorming geldt dat de te hanteren normen moeten worden voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. Voor één of twee windturbines zijn de algemene normen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling nog steeds van toepassing. De uitspraak gaat er namelijk van uit dat het Activiteitenbesluit niet meer toepasbaar is vanwege een onjuiste implementatie van de Europese SMBrichtlijn. De SMB-richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in het Besluit m.e.r. Het Besluit m.e.r. is alleen van toepassing op “De oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark”. Een windturbinepark is volgens de begripsbepaling van het Besluit m.e.r. een “park bestaande uit ten minste drie windturbines”. Het Besluit m.e.r. is dus niet van toepassing op één of twee windturbines en dus reikt de uitspraak niet tot projecten van één of twee windturbines.
De normen uit het Activiteitenbesluit zijn hier dus nog rechtstreeks van toepassing, waarbij wel in het achterhoofd gehouden moet worden dat de norm eventueel kan gaan veranderen bij vaststelling van een nieuwe AmvB. Dit wordt ook bevestigd in de kamerbrief van de Staatsecretaris1. Aangezien Windwinning Hoeksebaan zal bestaan uit twee windturbines, kunnen de algemene normen van het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling wel worden toegepast bij de beoordeling van Windwinning Hoeksebaan. In deze rapportage wordt daarom getoetst aan de algemene normen van het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling voor akoestiek en slagschaduw. De inrichting valt onder paragraaf 3.2.3 van het Activiteitenbesluit milieubeheer 2. Volgens artikel 1.11 derde lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer moet bij de melding een rapport van een akoestisch
1
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/07/06/kamerbrief-over-de-gevolgen-van-de-uitspraakvan-de-raad-van-state-over-de-milieubeoordeling-voor-windturbinenormen 2 Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, 19 oktober 2007, nr.07.00113, Staatsblad 2007/415. Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 4
onderzoek worden overlegd. Het akoestisch onderzoek wordt uitgevoerd overeenkomstig de ministeriele regeling3. Binnen een afstand van twaalf maal de rotordiameter vanaf de locatie van de windturbine bevinden zich meerdere gevoelige bestemmingen, zodat ook een onderzoek naar slagschaduwhinder uitgevoerd is.
1.3 Gegevens windturbine 1.3.1 Akoestisch onderzoek: Enercon E-160 EP5 E3 STE De Enercon E-160 EP5 E3 heeft een rotordiameter van 160 m met drie rotorbladen. Het toerental van de rotor is continu en bij nominaal toerental circa 9,6 rpm. De turbine heeft een hybride mast van staal en beton met een fictieve hoogte van 170 m. De tiphoogte bedraagt daarmee 250 m. In de nacelle zit de generator van 5.560 kW. De kleur van de rotorbladen is lichtgrijs, het generatorhuis en de mast zijn grijs. De rotorbladen zijn semi-mat. De grootste breedte van het rotorblad is circa 4,1 m. In het akoestisch onderzoek is uitgegaan van de Enercon E-160 EP5 E3 met serrated trailing edges4 (STE). De Enercon E-160 EP5 E3 STE is een relatief luide windturbine voor zijn klasse (voor windturbines met STE). Hoewel er momenteel luidere windturbines op de markt zijn (bijvoorbeeld hetzelfde turbinemodel zonder STE), is de Enercon E-160 EP5 E3 STE wel één van de luidste die voor dit specifieke project toegepast kan worden. Daarmee wordt de gekozen windturbine gezien als een worst-case windturbine voor dit akoestisch onderzoek. Indien toch een luider turbinetype zou worden gerealiseerd, zal mogelijk extra geluidmitigatie moeten worden toegepast om aan de geluidnormen te kunnen voldoen.
1.3.2 Slagschaduwonderzoek: fictieve windturbine Voor het slagschaduwonderzoek is uitgegaan van een fictieve windturbine met een rotordiameter van 180 m en ashoogte van 160 m (tiphoogte 250 m). Met een maximale rotordiameter en tiphoogte binnen de bandbreedte worden de maximale effecten inzichtelijk gemaakt.
3
Reken- en meetvoorschrift windturbines, Staatscourant nr 19592, 23 december 2010. Serrated edges (of ‘uilenveren’) zijn een gekartelde rand langs de rand van de wiek van een windturbine. De luchtstroom wordt hiermee doorbroken langs de rand van de wieken, wat resulteert in een lagere geluidsproductie van de windturbine. 4
Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 5
2 Akoestisch onderzoek 2.1 Beoordeling 2.1.1 Normstelling Volgens artikel 3.14a eerste lid van het Activiteitenbesluit wordt het geluidniveau vanwege een windturbine of een combinatie van windturbines dat optreedt op de gevels van gevoelige bestemmingen en geluidgevoelige terreinen, tenzij deze bestemmingen en/of terreinen zijn gelegen op een gezoneerd bedrijventerrein, getoetst aan de waarden Lden=47 dB en Lnight=41 dB. De geluidbelasting wordt op enkele referentiewoningen (toetspunten) inzichtelijk gemaakt om te onderzoeken of aan deze geluidnorm wordt voldaan. Bij de toepassing van artikel 3.14a, tweede lid van het Activiteitenbesluit, wordt geen rekening gehouden met een windturbine of een combinatie van windturbines die behoort tot een andere inrichting waarvoor onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel een vergunning in werking en onherroepelijk was. Dit overgangsrecht (Activiteitenbesluit artikel 3.14a, vijfde lid) geldt voor windturbines met een vergunning van voor 1 januari 2011.
2.1.2 Overige beoordeling Cumulatie met andere windturbines De geluidnormen in het Activiteitenbesluit gelden per inrichting. Het bevoegd gezag kan maatwerk voorschrijven wanneer de cumulatieve geluidbelasting van windturbines boven de waarden Lden=47 dB en Lnight=41 dB komt. Dit betreft slechts de cumulatieve geluidbelasting veroorzaakt door windturbines, dus niet de cumulatieve geluidbelasting als gevolg van andere geluidbronnen (bijvoorbeeld industrielawaai, wegverkeer). Er mag voor wat betreft het opstellen van mogelijke maatwerkvoorschriften enkel rekening worden gehouden met de bestaande turbines met een vergunning van na 2011, zie paragraaf 2.1.1.
Cumulatie met andere geluidbronnen Cumulatie met andere bronnen wordt beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines (Activiteitenregeling milieubeheer Bijlage 4). In de nabijheid van de beoogde planlocatie zijn de nabijgelegen autoweg N223, de bedrijventerreinen van Hoek van Holland en bedrijventerreinen van de Rotterdamse haven (Maasvlakte-Europoort), de Nieuwe Waterweg (scheepvaart), de spoorlijn langs de Nieuwe Waterweg, luchtverkeershaven Rotterdam The Hague Airport en meerdere bestaande windparken gelegen. Cumulatie met deze bronnen is derhalve beschouwd.
Laagfrequent geluid Er is geen algemeen geaccepteerd normstelsel voorhanden waarmee laagfrequente geluidhinder kan worden geobjectiveerd. Laagfrequent geluid (LFG) is geluid in het voor mensen laagst hoorbare frequentiegebied, onder 200 Hz. Windturbines stralen, net als de meeste geluidbronnen, ook laagfrequent geluid uit.
Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 6
Het RIVM heeft op verzoek van de GGD-en de invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden door windturbines onderzocht5. Uit dit onderzoek blijkt dat windturbines weliswaar laagfrequent geluid produceren maar dat er geen bewijs bestaat dat dit een factor van belang is. Bij een A-gewogen normstelling van Lden=47 dB is geen noodzaak voor een aanvullende normstelling van laagfrequent geluid. De mate van bescherming bij een geluidnorm van 47 dB L den wordt eveneens beschouwd in een literatuuronderzoek6 naar laagfrequent geluid van windturbines van Agentschap NL. Ook hier zijn geen aanwijzingen dat het aandeel laagfrequent geluid een bijzondere dan wel belangrijke rol speelt. Tenslotte is door de Staatsecretaris van Infrastructuur en Milieu, mede namens de minister van Economische Zaken en de minister van Infrastructuur en Milieu over het onderwerp laagfrequent geluid van windturbines een brief aan de Tweede kamer gestuurd7. Deze brief baseert zich onder andere op bovengenoemd onderzoek van het RIVM waarin wordt gesteld dat: •
laagfrequent geluid bij windturbines in samenhang met hogere frequenties wordt gehoord en niet afzonderlijk hiervan;
•
dit impliceert tevens dat de effecten van laagfrequent geluid op mensen niet anders zullen zijn dan effecten van geluid met hogere frequenties zoals hinder, slaapverstoring, moeheid, concentratieproblemen en dergelijke;
•
voor beweringen dat laagfrequent geluid van windturbines allerlei klinische ziekten bij mensen kan veroorzaken is geen betrouwbare bewijsvoering aangetroffen, hetgeen in lijn is met de voorgaande inzichten;
•
het feitelijke aandeel laagfrequent geluid in het brongeluid van een windturbine gering is. Daarom is ook het aandeel in de geluidbelasting op een woninggevel gering;
•
bij het groter worden van turbines (tot 5 of 7,5 MW) zal dit aandeel met hooguit 1 à 2 dB toenemen. Het bij de Nederlandse norm voor windturbinegeluid voorgeschreven reken- en meetvoorschrift is goed in staat om hiermee rekening te houden zodat een correcte toetsing aan de norm mogelijk is;
•
de Deense norm voor laagfrequent windturbinegeluid in het binnenmilieu van een woning geen extra bescherming biedt ten opzichte van de Nederlandse norm voor de gevelbelasting in geval van een standaard geïsoleerde woning.
Op grond van de brief van de Staatssecretaris kan worden gesteld dat toetsing aan een geluidnorm van 47 dB Lden (zoals in dit rapport gebeurt) voldoende bescherming biedt tegen laagfrequent geluid. Het is dan ook niet noodzakelijk onderzoek uit te voeren naar laagfrequent geluid voor deze windturbines. Ook uit een recentere literatuurstudie8 van het RIVM (2020) blijkt dat laagfrequent geluid niet zorgt voor extra hinder dan hinder gerelateerd aan ‘gewoon’ geluid.
2.2 Invoer rekenmodel Van de situatie is een akoestisch rekenmodel opgesteld met behulp van het programma Geomilieu® versie V5.21. Hiermee zijn de jaargemiddelde geluidniveaus berekend. De modellering en de overdrachtsberekening zijn uitgevoerd conform het Reken- en meetvoorschrift windturbines.
5
Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden, GGD Informatieblad medische milieukunde Update 2013; RIVM-rapport 200000001/2013. 6 Literatuuronderzoek laagfrequent geluid windturbines, LBP Sight in opdracht van Agentschap NL, projectnummer DENB 138006 september 2013. 7 Brief d.d. 31 maart 2014, betreft laagfrequent geluid van windturbines, kenmerk IenM/bsk-2014/44564, staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu Wilma J. Mansveld. 8 Gezondheidseffecten van windturbinegeluid, RIVM-rapport 2020-0214, I. van Kamp & G.P. van den Berg Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 7
De geometrie van de omgeving is vastgesteld aan de hand van kaartmateriaal (BAG, TOP10NL), luchtfoto’s, aangeleverde documentatie en (telefonisch) verkregen informatie. In het gebied zijn bodemgebieden standaard aangeduid als akoestisch absorberend (B=0,9). Relevante wegen, wateroppervlakken, terreinen met een verhard oppervlak en kassen zijn aangeduid als akoestisch reflecterend (B=0). Bebouwing (bedrijventerreinen en woonwijken) zijn aangeduid met bodemfactor B=0,3. Terreinen met gedeeltelijke begroeiing en gedeeltelijke verharding zijn aangeduid met bodemfactor B=0,5. De kassen in de omgeving kunnen enerzijds geluid reflecteren en vormen hiermee een reflecterend oppervlak. Anderzijds vormen de kassen voor bepaalde achterliggende woningen een afscherming van het geluid van de windturbines. Waar woningen direct aan een kas grenzen en deze kas gelegen is tussen de windturbine en de woning in, zijn de gevels van de kas die naar de woning georiënteerd zijn opgenomen in het rekenmodel als akoestisch reflecterend scherm. De schermen hebben een reflectiefactor van 0,8 (praktijkwaarde van een akoestisch reflecterend scherm). De hoogte van de schermen zijn vastgesteld gelijk aan de hoogte van de kassen, verkregen uit het Algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN).
De windturbines zijn akoestisch gemodelleerd met drie rondom uitstralende puntbronnen (dag, avond en nachtemissie) ter hoogte van de rotoras. De geluidberekeningen ten behoeve van de geluidcontouren worden uitgevoerd op een raster van rekenpunten op een hoogte van 5 m boven het maaiveld. Daarmee worden geluidcontouren bepaald, ofwel lijnen waar de geluidbelasting overal dezelfde waarde heeft. Daarnaast wordt voor een set referentiewoningen de geluidbelasting bepaald. Wanneer bij deze woningen wordt voldaan aan de geluidnorm, zal ook ter plaatse van verder gelegen woningen worden voldaan. De referentiewoningen zijn representatief voor de situatie en zijn weergegeven in Tabel 2.1. De referentiewoningen zijn gemodelleerd als gebouwen met 5,5 m hoogte boven het maaiveld. Op elke gevel(oriëntatie) van de gebouwen zijn toetspunten geplaatst op een beoordelingshoogte +5 meter hoogte boven het maaiveld9. Voor toetspunt 19 (appartementencomplex aan De Houtmanstraat) zijn toetspunten geplaatst op zowel +5 meter en +25 meter hoogte boven het maaiveld. Het appartementencomplex is als gebouw met de daadwerkelijke hoogte gemodelleerd. De hoogte van het appartementencomplex is op basis van AHN geschat op 34 meter. Op elk toetspunt is het jaargemiddelde geluidniveau berekend.
Details van de invoergegevens van het rekenmodel zijn gegeven in Bijlage 2 en de situering van de toetspunten op kaart is gegeven in Bijlage 3.
9
https://www.rvo.nl/onderwerpen/windenergie-op-land/geluid/geluidsberekening-windturbines Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 8
Tabel 2.1 Referentiewoningen Toetspunt
Adres
Afstand tot dichtstbijzijnde windturbine [m]
tp01
Zekkenstraat 2B
680
tp02
Kulkweg 199
470
tp03
Dwarshaak 30
430
tp04
Dwarshaak 26
440
tp05
Dwarshaak 16
460
tp06
Dwarshaak 10
490
tp07
Bonnenweg 2
650
tp08
Slachthuisweg 1
650
tp09
Nieuw Oranjekanaal 115A
520
tp10
Nieuw Oranjekanaal 99
500
tp11
Nieuwe Oranjekanaal 51
600
tp12
Zekkenstraat 33
960
tp13
Prins Hendrikstraat 50B
1.440
tp14
Tuymelaerstraat 20
1.250
tp15
Haakweg 35
790
tp16
Bonnenlaan 4
1.470
tp17
Oranjepolderweg 30
1.510
tp18*
Vergulde Draeckweg 198
1.240
tp19A*
Appartementencomplex De Houtmanstraat +5 m hoogte
1.400
tp19B*
Appartementencomplex De Houtmanstraat +25 m hoogte
1.400
* Op verzoek van de gemeente Rotterdam en omgevingsdienst DCMR zijn deze toetspunten op een later moment opgenomen in het akoestisch onderzoek. Deze toetspunten zijn derhalve niet meegenomen in het slagschaduwonderzoek.
2.3 Windaanbod De jaargemiddelde bronsterkte LE van een windturbine is afhankelijk van de optredende windsnelheden op ashoogte. Door het KNMI zijn gegevens gepubliceerd over de distributie van voorkomende windsnelheden op 10 tot 260 m hoogte. Deze KNMI-gegevens zijn gebaseerd op langjarige windstatistiek. Deze distributies zijn gespecificeerd voor de dag-, de avond- en de nachtperiode. De data zijn gebaseerd op het meteo-model van het KNMI en beschikbaar op raster-punten over geheel Nederland10. Voor de geluidberekeningen is uitgegaan van de windverdeling op een ashoogte van 170 m. In Figuur 2.1 is de windverdeling weergegeven op 170 m ashoogte voor de dag-, avond- en nachtperiode. Windsnelheden boven 20 m/s zijn hier niet weergegeven omdat de kans dat deze voorkomen erg laag is, echter de berekening houdt er wel rekening mee.
10
Activiteitenregeling milieubeheer Bijlage 4, Reken- en meetvoorschrift windturbines, §3.4.3 bepaling windsnelheidsverdeling. Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 9
Figuur 2.1 Voorkomende windsnelheden op ashoogte +170 m
2.4 Geluidbron Enercon E-160 EP5 E3 STE Enercon heeft geluidgegevens van de Enercon E-160 EP5 E3 STE turbine beschikbaar gesteld11. De bronsterkten zijn gerapporteerd bij windsnelheden op ashoogte van 5 tot 16 m/s. Wegens gebrek aan beschikbare informatie is het octaafspectrum van de Enercon E-160 EP5 E2 STE turbine gebruikt voor het bepalen van het bronvermogen over de octaafbanden. Het gebruikte octaafspectrum is gegeven12 bij een windsnelheid van Vas=8,5 m/s. De maximale bronsterkte van de turbine bedraagt 106,8 dB(A) en treedt op bij windsnelheden op ashoogte vanaf 8 m/s. De gerapporteerde bronsterkten van de Enercon E-160 EP5 E3 STE (grijze staven in Figuur 2.2) zijn omgerekend naar jaargemiddelde bronsterkten in relatie tot de windsnelheid op een ashoogte van 170 m.
11
Technical data sheet Operating mode 0 s ENERCON E-160 EP5 E3 / 5560 kW wind energy converter with TES (Trailing Edge Serrations) 12 Technical data sheet Operating Mode 0 s ENERCON E-160 EP5 E2 / 5500 kW wind energy converter with TES (Trailing Edge Serrations) Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 10
Figuur 2.2 Verdeling bronsterkten Enercon E-160 EP5 E3 STE, ashoogte 170 m
Ter informatie: in de grafiek zijn ook de bedrijfsduurgecorrigeerde bronsterkten weergegeven per windsnelheidsklasse voor de dag, de avond en de nacht. De gele, blauwe en rode staven representeren de bronsterkten gecorrigeerd voor het percentage van de tijd dat de betreffende windsnelheidsklasse optreedt. Cumulatie van deze bronsterkten over alle windsnelheidsklassen levert de jaargemiddelde bronsterkten op. Deze waarden LW,j variëren en bedragen voor een ashoogte van 170 meter 104,7, 105,0 en 105,3 dB voor respectievelijk de dag, de avond en de nacht.
2.5 Rekenresultaten Voor de referentiewoningen zijn in Tabel 2.2 de jaargemiddelde geluidniveaus Lnight en Lden gegeven die optreden op +5 m hoogte. De Lden is het tijdgewogen gemiddelde van: •
Het jaargemiddelde geluidniveau in de dag Lday;
•
Het jaargemiddelde geluidniveau in de avond Leven vermeerderd met 5 dB;
•
Het jaargemiddelde geluidniveau in de nacht Lnight vermeerderd met 10 dB.
Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 11
Tabel 2.2 Rekenresultaten referentiewoningen [dB] Jaargemiddelde geluidniveaus Toetspunt
Adres Lnight
Lden
tp01
Zekkenstraat 2B
36
42
tp02
Kulkweg 199
40
46
tp03
Dwarshaak 30
41
48
tp04
Dwarshaak 26
41
48
tp05
Dwarshaak 16
41
47
tp06
Dwarshaak 10
41
47
tp07
Bonnenweg 2
38
44
tp08
Slachthuisweg 1
39
45
tp09
Nieuw Oranjekanaal 115A
39
46
tp10
Nieuw Oranjekanaal 99
40
46
tp11
Nieuwe Oranjekanaal 51
38
44
tp12
Zekkenstraat 33
33
39
tp13
Prins Hendrikstraat 50B
29
35
tp14
Tuymelaerstraat 20
30
37
tp15
Haakweg 35
35
41
tp16
Bonnenlaan 4
29
35
tp17
Oranjepolderweg 30
28
35
tp18
Vergulde Draeckweg 198
30
37
tp19A
Appartementencomplex De Houtmanstraat +5 m hoogte
28
35
tp19B
Appartementencomplex De Houtmanstraat +25 m hoogte
28
35
De gedetailleerde rekenresultaten zijn opgenomen in Bijlage 4 en geluidcontouren van Lnight en Lden zijn opgenomen in respectievelijk Bijlage 5 en Bijlage 6 op een waarneemhoogte van +5 m boven het maaiveld.
2.6 Beoordeling geluid De resultaten in Tabel 2.2 laten zien dat de geluidnorm Lden=47 dB wordt overschreden ter plaatse van toetspunten tp03 en tp04. De vetgedrukte waarden laten de overschrijdingen zien. Om aan de geluidnormen uit het Activiteitenbesluit te voldoen, zijn geluidmitigerende voorzieningen voor het gehanteerde windturbinetype aan de orde.
2.7 Voorzieningen geluid Om te voldoen aan de normstelling kan er voor worden gekozen om een andere windturbine met een lagere geluidemissie en of lagere ashoogte te nemen. Ook kan er voor worden gekozen om (voor specifieke perioden) de instellingen van specifieke turbines te wijzigen. Met deze instellingen worden de
Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 12
bronsterkten van de turbines gereduceerd door bijvoorbeeld het toerental te verlagen en/of de bladhoek te verdraaien. Dit gaat enigszins ten koste van de energieopbrengst. Voor Windwinning Hoeksebaan is onderzocht om WT02 in een geluidgereduceerde modus te laten draaien gedurende de nachtperiode. In Tabel 2.3 zijn de instellingen voor geluidvoorzieningen gepresenteerd waarmee op de referentiewoningen wordt voldaan aan de norm Lden=47 dB en Lnight=41 dB. Het betreft standaardinstellingen welke door de turbinefabrikant mogelijk zijn gemaakt. De benamingen verwijzen naar de benamingen van deze standaardinstellingen. Tabel 2.3 Bedrijfsinstelling windturbines Windturbine
Dag (7:00-19:00u)
Avond (19:00-23:00u)
Nacht (23:00-07:00u)
WT01
Mode 0 s
Mode 0 s
Mode 0 s
WT02
Mode 0 s
Mode 0 s
Mode NR I s
In Tabel 2.4 zijn per toetspunt de jaargemiddelde geluidniveaus gegeven wanneer geluidvoorzieningen worden getroffen voor de windturbines. In Bijlage 4 zijn de gedetailleerde rekenresultaten gegeven. In Bijlage 7 en Bijlage 8 zijn de berekende geluidcontouren voor respectievelijk Lden en Lnight gegeven. De berekening ter plaatse geven, na toepassen van de geluidvoorzieningen, geen overschrijding van de norm. Aangezien zonder de toepassing van geluidvoorzieningen met het doorgerekende windturbinetype niet kan worden voldaan aan de geluidnormen, zal de realisatie van Windwinning Hoeksebaan met het gehanteerde windturbinetype alleen kunnen wanneer geluidvoorzieningen worden toegepast of wanneer een stiller windturbinetype zou worden gerealiseerd. Daarom wordt in de hierop volgende berekeningen (voor cumulatie met bestaande windturbines, cumulatie met andere geluidbronnen en geluidbelasting bij niet-gevoelige objecten) slechts uitgegaan van de realisatie van Windwinning Hoeksebaan mét geluidvoorzieningen.
Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 13
Tabel 2.4 Rekenresultaten met geluidmitigatie [dB]] Jaargemiddelde geluidniveaus Toetspunt
Adres Lnight
Lden
tp01
Zekkenstraat 2B
35
42
tp02
Kulkweg 199
39
46
tp03
Dwarshaak 30
41
47
tp04
Dwarshaak 26
41
47
tp05
Dwarshaak 16
40
47
tp06
Dwarshaak 10
40
46
tp07
Bonnenweg 2
38
44
tp08
Slachthuisweg 1
38
45
tp09
Nieuw Oranjekanaal 115A
39
46
tp10
Nieuw Oranjekanaal 99
40
46
tp11
Nieuwe Oranjekanaal 51
38
44
tp12
Zekkenstraat 33
32
39
tp13
Prins Hendrikstraat 50B
28
34
tp14
Tuymelaerstraat 20
29
36
tp15
Haakweg 35
34
40
tp16
Bonnenlaan 4
28
35
tp17
Oranjepolderweg 30
28
35
tp18
Vergulde Draeckweg 198
30
36
tp19A
Appartementencomplex De Houtmanstraat +5 m hoogte
28
34
tp19B
Appartementencomplex De Houtmanstraat +25 m hoogte
28
34
2.8 Cumulatie met bestaande windturbines Cumulatie van geluid met de bestaande windturbines kan aanleiding zijn voor maatwerkvoorschriften (zie paragraaf 2.1.2). Derhalve zijn de cumulatieve effecten van de nieuwe windturbines met bestaande en vergunde windturbines bepaald met een vergunning van na 1 januari 2011. De bestaande windturbines en windparken binnen een straal van 4 km van de nieuwe windturbines zijn meegenomen in het bepalen van cumulatie. Bestaande windturbines op een afstand van > 4 km zullen geen significante bijdrage meer hebben in cumulatie en zijn daarom niet meegenomen. In de referentiesituatie is uitgegaan van bestaande en vergunde windturbines. Tevens is er vanuit gegaan dat een geplande windturbine op de Landtong is gerealiseerd en is dus meegenomen in de referentiesituatie. De invoergegevens van de bestaande windturbines zijn gegeven in Bijlage 2. Tabel 2.5 geeft de jaargemiddelde geluidbelasting voor de referentiesituatie (bestaande en vergunde windturbines), de jaargemiddelde geluidbelasting als gevolg van de nieuwe windturbines (zoals gegeven in Tabel 2.4) en de cumulatieve geluidbelasting. De gedetailleerde rekenresultaten zijn opgenomen in
Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 14
Bijlage 4 en geluidcontouren Lden zijn opgenomen in Bijlage 9 en Bijlage 10 voor respectievelijk de referentiesituatie en cumulatieve situatie. Tabel 2.5 Geluidbelasting gecumuleerd met bestaande windturbines [dB]
TP
Ref. situatie
Nieuwe windturbines
Cumulatie
Lnight
Lden
Lnight
Lden
Lnight
Lden
Adres
tp01
Zekkenstraat 2B
38
44
35
42
40
46
tp02
Kulkweg 199
37
43
39
46
41
48
tp03
Dwarshaak 30
36
42
41
47
42
48
tp04
Dwarshaak 26
36
42
41
47
42
48
tp05
Dwarshaak 16
36
42
40
47
42
48
tp06
Dwarshaak 10
36
42
40
46
41
48
tp07
Bonnenweg 2
36
42
38
44
40
46
tp08
Slachthuisweg 1
41
47
38
45
41
47
tp09
Nieuw Oranjekanaal 115A
42
49
39
46
42
49
tp10
Nieuw Oranjekanaal 99
41
48
40
46
43
50
tp11
Nieuwe Oranjekanaal 51
38
44
38
44
41
47
tp12
Zekkenstraat 33
37
44
32
39
39
45
tp13
Prins Hendrikstraat 50B
35
41
28
34
36
42
tp14
Tuymelaerstraat 20
33
40
29
36
35
41
tp15
Haakweg 35
34
40
34
40
37
43
tp16
Bonnenlaan 4
30
37
28
35
32
39
tp17
Oranjepolderweg 30
34
40
28
35
35
41
tp18
Vergulde Draeckweg 198
34
40
30
36
35
42
tp19A
Appartementencomplex De Houtmanstraat +5 m hoogte
35
41
28
34
36
42
tp19B
Appartementencomplex De Houtmanstraat +25 m hoogte
35
42
28
34
36
42
Tabel 2.5 laat zien dat bij meerdere toetspunten in de cumulatieve situatie een overschrijding plaatsvindt van de geluidnorm Lden=47 dB en Lnight=41 dB. Indien het bevoegd gezag maatwerk voorschrijft op grond van cumulatie, zouden verdere geluidvoorzieningen toegepast moeten worden op de windturbines tot een niveau waarop bijvoorbeeld cumulatief wordt voldaan aan de maximaal toegestane geluidbelasting Lden=47 dB en Lnight=41 dB.
2.9 Cumulatie met andere geluidbronnen Cumulatie met andere geluidbronnen wordt beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines (Activiteitenregeling milieubeheer Bijlage 4). Voor de cumulatieve geluidbelasting zijn geen wettelijke normen van kracht, zij wordt gebruikt ter indicatie van het heersende en gewijzigde leefklimaat. De Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 15
kwaliteit van de akoestische omgeving wordt met onderstaande tabel beoordeeld (ook wel bekend als ‘methode Miedema’). Tabel 2.6 Classificering kwaliteit van akoestische omgeving in milieukwaliteitsmaat volgens ‘Methode Miedema’ Kwaliteit van de akoestische omgeving
Geluidbelasting
Goed
< 50 dB Lden
Redelijk
< 55 dB Lden
Matig
< 60 dB Lden
Tamelijk slecht
< 65 dB Lden
Slecht
< 70 dB Lden
Zeer slecht
≥ 70 dB Lden
De cumulatieve rekenmethode uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines berekent de gecumuleerde geluidbelasting rekening houdend met de verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidbronnen. Ten behoeve van deze rekenmethode moet de geluidbelasting L bekend zijn van ieder van de bronnen, berekend volgens het voorschrift dat voor die bronsoort geldt. Hieruit ontstaat een voor die bronsoort vervangende geluidbelasting L* die als resultante overeenkomt met de geluidbelasting vanwege wegverkeer die evenveel hinder veroorzaakt. •
Windturbine
•
Wegverkeer
L*WT = 1,65 * LWT - 20,05 dB L*VL = 1,00 * LVL + 0,00 dB = LVL
•
Scheepvaart
L*SL = 0,975 * LSL - 0,7 dB
•
Industrie
L*IL = 1,00 * LIL + 1,00 dB
•
Railverkeer
L*RL = 0,95 * LRL – 1,4 dB
•
Luchtverkeer
L*LL = 0,98 * LLL + 7,03 dB
13
De cumulatieve geluidbelasting wordt bepaald door de afzonderlijke waarden L* bij elkaar op te tellen (zogenoemde energetische sommatie). De geluidbelasting (grootheid L) wordt uitgedrukt in Lden, met uitzondering van industrielawaai en scheepvaartlawaai waarvoor de etmaalwaarde geldt.
Windturbines Er is sprake van cumulatie van geluid met de nabijgelegen windturbines. In de referentiesituatie zijn de bestaande en vergunde windturbines meegenomen, zoals gedaan in paragraaf 2.8. In de toekomstige situatie zijn de bestaande, vergunde en te realiseren windturbines beschouwd.
Wegverkeer De geluidbelasting als gevolg van wegverkeer op de N223 is bepaald op basis van de intensiteiten per type motorvoertuig per periode (dag, avond en nacht), verkregen uit Bestemmingsplan Hoek van Holland Bedrijventerreinen Oost14. De maximum snelheid op deze weg is 80 km/uur. De invoergegevens zijn gegeven in Bijlage 2.
13
Voor scheepvaartlawaai is het gemiddelde van wegverkeer en railverkeer gehanteerd, zoals ook bijv. in ‘geluidseffecten scheepvaartlawaai’, DHV, PV.W3629.R01, december 2004 14 Bestemmingsplan Hoek van Holland Bedrijventerreinen Oost: Akoestisch onderzoek, 19-3-2018, Gemeente Rotterdam Ingenieursbureau. Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 16
Scheepvaart Voor het scheepvaartlawaai is een berekening gedaan, conform methode II.8 uit de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999, zoals opgenomen in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Varende schepen zijn beschouwd als ‘mobiele bron’ met een afstand van 25 meter tussen de bronpunten. Zeeschepen, binnenvaartschepen en overig verkeer zijn apart beschouwd. Op basis van eerdere onderzoeken is de hoeveelheid schepen die passeert bepaald.15 Voor alle schepen is uitgegaan van hetzelfde bronvermogen16, gegeven in Tabel 2.7. Overige invoergegevens zijn gegeven in Bijlage 2. Tabel 2.7 Bronvermogen scheepvaart Octaafband [Hz}
31,5
63
125
250
500
1000
2000
4000
8000
Bronvermogen Lw [dB(A)]
74,4
91,4
100,4
101,4
104,4
104,4
102,4
98,4
94,4
Industrie Maasvlakte-Europoort Het Rotterdamse havengebied is een geluidgezoneerd bedrijventerrein. Rondom het terrein is in het bestemmingsplan een geluidzone opgenomen. Van de DCMR Milieudienst Rijnmond is het geluidmodel van Maasvlakte-Europoort ontvangen ten behoeve van het berekenen van de geluidbelasting als gevolg van het bedrijventerrein op de referentiewoningen. Het geluidmodel is ontvangen op 6 september 2021. Bedrijventerrein zonder geluidzone Windturbine WT01 staat op het terrein van Renewi (afvalverwerkingsbedrijf). In het eerder aangehaalde Bestemmingsplan Hoek van Holland Bedrijventerreinen Oost is beschreven dat maximale geluidniveaus voor de nabijgelegen woning op Nieuw Oranjekanaal 115 (op <200 m afstand) zijn opgenomen als gevolg van het afvalverwerkingsbedrijf. In een eerder uitgevoerd akoestisch onderzoek is de geluidbelasting op deze woning als gevolg van het afvalverwerkingsbedrijf bepaald op 49, 44 en 40 dB gedurende respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. In het rekenmodel is het afvalverwerkingsbedrijf als oppervlaktebron gemodelleerd met een standaard geluidspectrum voor industrielawaai17, gegeven in Tabel 2.8.
De oppervlaktebron is dusdanig gemodelleerd dat de geluidbelasting als gevolg van de oppervlaktebron op de woning aan Nieuw Oranjekanaal 115 overeenkomt met de waarden 49, 44 en 40 dB gedurende respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Tabel 2.8 Standaard geluidspectrum industrielawaai Octaafband [Hz}
31,5
63
125
250
500
1000
2000
4000
8000
Correctie Ci [dB]
-28,6
-20,9
-14,8
-10,2
-7,0
-6,1
-7,1
-9,3
-9,8
Windturbine WT02 ligt op een bedrijventerrein zonder geluidzone. Er bevinden zich hiermee geen zogenaamde ‘lawaaimakers’ op het bedrijventerrein waarvoor de omliggende woningen zouden moeten
15
MER Verdieping Nieuwe Waterweg en Botlek, Deelonderzoek geluid, Havenbedrijf Rotterdam, Arcadis, 8 oktober 2015 16 Geluideffecten scheepvaartlawaai – metingen, literatuurstudie en ontwikkeling rekentool, PV.W3629.R01, december 2004 17 Akoestisch onderzoek industrielawaai: Geluiduitstraling uitbreiding Industrieterrein Lindelaufer-Gewande Voerendaal, 28-5-2014, Milieu Adviesbureau. Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 17
worden beschermd middels een geluidzone. Hiermee wordt aangenomen dat de geluidbelasting op de omliggende woningen als gevolg van werkzaamheden op dit bedrijventerrein niet significant is. Nabij de woning aan Slachthuisweg 1 (tp08) ligt het Hoogspanningsstation Hoek van Holland. Er is voor dit hoogspanningsstation geen geluidzone opgenomen. Derhalve wordt het geluid van het hoogspanningsstation als niet significant geacht in de cumulatieve geluidbelasting.
Railverkeer De geluidbelasting als gevolg van railverkeer langs de Nieuwe Waterweg is gebaseerd op het Geluidregister Spoor. Deze is geraadpleegd in september 2022. Het Geluidregister Spoor geeft een indicatie van de maximaal toegestane geluidbelasting op de referentiewoningen.
Luchtverkeer Ten oosten van Windwinning Hoeksebaan ligt de luchthaven Rotterdam The Hague Airpot (RTHA), op zo’n 17 km afstand. In het geluidonderzoek van RTHA18 zijn de geluidcontouren van de luchthaven bepaald voor verschillende uitbreidingsalternatieven. De meest nabijgelegen 40 dB Lden contour van de uitbreidingsalternatieven ligt nabij de 40 dB L den contour van Windwinning Hoeksebaan (< 500 m). In Figuur 2.3 zijn de 40 dB Lden geluidcontouren van de luchthaven en Windwinning Hoeksebaan weergegeven. Doordat de geluidcontouren relatief dicht bij elkaar liggen, kan cumulatie met luchtverkeerslawaai worden verwacht op (een deel van) de referentiewoningen. De referentiewoningen liggen allen buiten de 40 dB Lden contour van RTHA waardoor de geluidbelasting van RTHA lager dan 40 dB Lden zal zijn op de referentiewoningen. Er zijn geen geluidcontouren van lagere waarden Lden beschikbaar van RTHA. Wegens gebrek aan dergelijke informatie is als (behoorlijk) conservatieve benadering aangenomen dat de geluidbelasting op alle referentiewoningen als gevolg van RTHA 39 dB Lden bedraagt.
18
Deelonderzoek geluid – MER Luchthavenbesluit RTHA, Advanced Decision Systems Airinfra, 14-9-2015. Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 18
Figuur 2.3 De 40 dB Lden contour van Windwinning Hoeksebaan (rode contour) en de geluidcontouren 40 dB Lden van de diverse uitbreidingsalternatieven RTHA. De contouren van RTHA zijn verkregen uit contourenkaarten uit het geluidonderzoek MER Luchthavenbesluit RTHA en middels georefereren in onderstaande figuur geprojecteerd. Voor de bijbehorende legenda van deze contourlijnen wordt verwezen naar Figuur 24 uit het geluidonderzoek MER Luchthavenbesluit RTHA.
Cumulatie Voor de referentiewoningen is inzichtelijk gemaakt wat de toevoeging van Windwinning Hoeksebaan betekent voor de cumulatieve geluidbelasting. De geluidbelasting in de referentiesituatie (bestaande en vergunde windturbines, wegverkeer, scheepvaart, railverkeer, industrielawaai en luchtvaart) is gegeven in Tabel 2.9. Voor de diverse geluidbronnen is daadwerkelijke geluidbelasting en de bronsoortvervangende geluidbelasting L* weergegeven (de geluidbelasting die als resultante overeenkomt met de geluidbelasting vanwege wegverkeer die evenveel hinder veroorzaakt). De gedetailleerde jaargemiddelde geluidniveaus zijn per geluidbron gegeven in Bijlage 4.I
Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 19
Tabel 2.9 Cumulatieve geluidbelasting referentiesituatie [dB] Tp
Adres
LVL = L*VL
LSL
L*SL
LIL
L*IL
LRL
L*RL
LLL
L*LL
LWT
L*WT
Cumulatief Lcum
tp01
Zekkenstraat 2B
52
49
47
57
58
48
44
39
45
44
53
61
tp02
Kulkweg 199
47
47
46
57
58
43
39
39
45
44
52
59
tp03
Dwarshaak 30
43
46
44
56
57
38
35
39
45
42
49
58
tp04
Dwarshaak 26
43
46
44
56
57
38
35
39
45
42
49
58
tp05
Dwarshaak 16
43
45
44
55
56
38
35
39
45
42
49
58
tp06
Dwarshaak 10
42
46
44
55
56
38
35
39
45
42
50
58
tp07
Bonnenweg 2
43
45
43
54
55
39
36
39
45
42
50
57
tp08
Slachthuisweg 1
49
52
50
56
57
51
47
39
45
47
58
61
tp09
Nieuw Oranjekanaal 115A
52
51
49
57
58
59
55
39
45
49
60
63
tp10
Nieuw Oranjekanaal 99
52
49
47
57
58
48
44
39
45
48
59
62
tp11
Nieuwe Oranjekanaal 51
58
46
44
55
56
39
36
39
45
44
53
61
tp12
Zekkenstraat 33
50
49
47
48
49
45
41
39
45
44
52
56
tp13
Prins Hendrikstraat 50B
50
49
47
45
46
42
39
39
45
41
48
55
tp14
Tuymelaerstraat 20
41
45
43
44
45
41
38
39
45
40
46
52
tp15
Haakweg 35
41
45
43
46
47
43
40
39
45
40
46
52
tp16
Bonnenlaan 4
41
40
38
42
43
39
36
39
45
37
41
49
tp17
Oranjepolderweg 30
47
42
41
44
45
41
38
39
45
40
46
53
tp18
Vergulde Draeckweg 198
42
46
44
45
46
42
38
39
45
40
47
52
tp19 A
Appartementencomplex De Houtmanstraat +5 m hoogte
48
49
47
45
46
42
39
39
45
41
48
54
tp19 B
Appartementencomplex De Houtmanstraat +25 m hoogte
50
49
47
45
46
42
39
39
45
42
49
55
In Tabel 2.9 is per toetspunt de geluidbron in grijs gearceerd waarvan de hoogste daadwerkelijke jaargemiddelde geluidbelasting wordt ontvangen (dus niet de gewogen geluidbelasting L*). Hieruit kan worden opgemaakt dat bij veel toetspunten industrielawaai het hoogste aandeel heeft. Bij de overige toetspunten heeft wegverkeer, scheepvaart of railverkeer het hoogste aandeel. Hoewel de aanname van luchtverkeerslawaai van 39 dB Lden (of bronsoortvervangende geluidbelasting L*LL=45 dB) zeer conservatief is, heeft het geluid van luchtverkeer geen significant aandeel in de cumulatieve geluidbelasting. Deze geluidbron wordt dus voornamelijk door de andere overheersende geluidbronnen
Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 20
bepaald. Daarmee zal een minder conservatieve aanname voor de geluidbelasting van luchtverkeer (bijvoorbeeld 30 of 35 dB Lden) geen verschil maken voor de cumulatieve geluidbelasting. De cumulatieve geluidbelastingen op de referentiewoningen na toevoeging van Windwinning Hoeksebaan is gegeven in Tabel 2.10. Tabel 2.10 Cumulatieve geluidbelasting referentiesituatie en toekomstige situatie [dB] Ref. situatie Toetspunt
Adres
Na toevoeging Windwinning Hoeksebaan1
Lcum
LWT,nw
L*WT,nw
Lcum,nw
Verschil [dB]2
tp01
Zekkenstraat 2B
61
46
56
62
1
tp02
Kulkweg 199
59
48
59
62
2
tp03
Dwarshaak 30
58
48
60
62
3
tp04
Dwarshaak 26
58
48
59
62
4
tp05
Dwarshaak 16
58
48
59
61
4
tp06
Dwarshaak 10
58
48
59
61
3
tp07
Bonnenweg 2
57
46
56
59
2
tp08
Slachthuisweg 1
61
47
58
62
0
tp09
Nieuw Oranjekanaal 115A
63
49
61
64
0
tp10
Nieuw Oranjekanaal 99
62
50
62
64
2
tp11
Nieuwe Oranjekanaal 51
61
47
58
62
1
tp12
Zekkenstraat 33
56
45
54
57
1
tp13
Prins Hendrikstraat 50B
55
42
49
55
0
tp14
Tuymelaerstraat 20
52
41
48
52
1
tp15
Haakweg 35
52
43
51
54
2
tp16
Bonnenlaan 4
49
39
44
50
1
tp17
Oranjepolderweg 30
53
41
48
53
0
tp18
Vergulde Draeckweg 198
52
42
49
53
1
tp19A
Appartementen-complex De Houtmanstraat +5 m hoogte
54
42
49
55
0
tp19B
Appartementen-complex 55 42 50 55 0 De Houtmanstraat +25 m hoogte 1. Het betreft de nieuwe geluidbelasting als gevolg van windturbinegeluid na toevoeging van Windwinning Hoeksebaan. Dit is de geluidbelasting van de bestaande en nieuwe windturbines tezamen. 2. Het verschil in dB lijkt op basis van de waarden in deze tabel niet te kloppen bij een aantal toetspunten door afronding van de getallen (bijvoorbeeld tp02 met Lcum=59 dB en Lcum,nw=62 dB waar een verschil van 2 dB is aangegeven). De gedetailleerde rekenresultaten met afronding op 2 decimalen zijn gegeven in Bijlage 4.
Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 21
Indien de nieuwe windturbines met het gehanteerde turbinetype zouden worden gerealiseerd, zal bij de meeste toetspunten de cumulatieve geluidbelasting toenemen. Het verschil in cumulatieve geluidbelasting in de referentiesituatie en de toekomstige situatie ligt tussen 0 en 4 dB voor de referentiewoningen. Wanneer wordt gekeken naar de classificering volgens de ‘Methode Miedema’ (Tabel 2.6) verslechtert de kwaliteit van de akoestische leefomgeving van vijf referentiewoningen (tp02, tp03, tp04, tp05 en tp06) van ‘Matig’ naar ‘Tamelijk slecht’. Bij één woning (tp15) verslechtert de akoestische leefomgeving van categorie ‘Goed’ naar ‘Redelijk’ en bij één toetspunt (tp19A) verslechtert de kwaliteit van ‘Redelijk’ naar ‘Matig’. Bij de overige referentiewoningen vindt geen verandering plaats in de categorie van kwaliteit van akoestische leefomgeving volgens ‘Methode Miedema’.
2.10 Geluid bij niet-gevoelige objecten Een bedrijf/kantoor wordt in de Wet geluidhinder niet aangemerkt als geluidgevoelig object. Een specifiek wettelijk kader ontbreekt, maar in het kader van een goede ruimtelijke ordening zal toch een akoestische afweging moeten worden gemaakt, om te beoordelen of de bedrijven/kantoren in het gebied niet worden blootgesteld aan onaanvaardbare geluidhinder. Voor een selectie niet-gevoelige objecten is de geluidbelasting inzichtelijk gemaakt. Het betreft bedrijfspanden met een kantoorfunctie (volgens BAG) en panden die op het oog een kantoordeel hebben (beoordeeld op basis van Google Streetview), maar niet zijn aangeduid met kantoorfunctie volgens BAG. De ligging van de beoordeelde niet-gevoelige objecten is gegeven in Bijlage 3. De jaargemiddelde geluidniveaus Lday (bedrijfstijden van de bedrijven zijn voornamelijk overdag) en Lden zijn gegeven in Tabel 2.11. Tabel 2.11 Jaargemiddelde geluidbelasting in dB op niet-gevoelige objecten
Toetspunt
Omschrijving
Geluidbelasting Windwinning Hoeksebaan Lday
Lden
b01
Amersgat 17
40
47
b02
Slachthuisweg 50
41
47
b03
Priel 80
45
51
b04
Kulkweg 102
46
53
b05
Kulkweg 60
49
55
b06
Zuidergors 101
48
54
b07
Zuidergors 9
45
52
b08
Kwelder 12
46
52
b09
Dwarskulk 4
44
51
b10
Nieuw Oranjekanaal 45
43
50
De geluidbelasting op de niet-gevoelige objecten is inzichtelijk gemaakt als indicatie voor het leef- of werkklimaat. De berekende geluidbelasting gedurende de dagperiode (Lday) als gevolg van de windturbines is waarschijnlijk merkbaar, maar er wordt verondersteld dat de toevoeging van het windturbinegeluid niet zal leiden tot onaanvaardbare hinder naast de al aanwezige geluidniveaus op het bedrijventerrein.
Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 22
3 Onderzoek slagschaduw 3.1 Normstelling Schaduweffecten van een draaiende windturbine kunnen hinder veroorzaken bij mensen. De maximale flikkerfrequentie, het contrast en de tijdsduur van blootstelling zijn van invloed op de mate van hinder die ondervonden kan worden. Bekend is dat flikkerfrequenties onder 2,5 Hz niet schadelijk zijn (veroorzaken niet potentieel epileptische aanvallen bij daarvoor gevoelige personen). Flikkerfrequenties tussen 2,5 Hz en 14 Hz kunnen als erg storend worden ervaren. Deze frequenties worden in de praktijk door gangbare windturbines niet bereikt. Een groter verschil tussen licht en donker (meer contrast) wordt als hinderlijker ervaren. Verder speelt de blootstellingsduur een grote rol bij de beleving. In artikel 3.14 lid 4. van het Activiteitenbesluit wordt verwezen naar de bij de ministeriële regeling te stellen maatregelen. In deze regeling19 is in artikel 3.12 voorgeschreven dat een turbine is voorzien van een automatische stilstandsvoorziening die de windturbine afschakelt indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten voor zover de afstand tussen de turbine en de woning minder bedraagt dan twaalf maal de rotordiameter en gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten slagschaduw kan optreden20. In het kader van dit onderzoek wordt dit artikel als volgt geïnterpreteerd: •
Bij de beoordeling worden alleen woningen van derden betrokken;
•
De eventuele schaduw van turbines op een grotere afstand dan twaalf maal de rotordiameter wordt verwaarloosd;
•
Schaduw bij een zonnestand lager dan vijf graden wordt als niet-hinderlijk beoordeeld. Bij zonsopkomst en zonsondergang is het licht vrij diffuus en wordt de turbine vaak aan het zicht onttrokken door gebouwen en begroeiing;
•
Bij een windpark worden de schaduwduren en schaduwdagen van afzonderlijke turbines opgeteld voor zover de schaduwen elkaar niet overlappen;
•
Er is geen stilstandsvoorziening op een turbine nodig als de gemiddelde duur van hinderlijke schaduw minder is dan 6 uur per jaar. Dit is een strengere beoordeling dan volgens het volgens het Activiteitenbesluit omdat volgens deze op 17 dagen per jaar de hinderduur van zonsopgang tot zonsondergang meer dan 20 minuten mag bedragen en op alle overige dagen in het jaar de hinderduur door slagschaduw minder dan 20 minuten mag bedragen. Opgeteld kan de norm uit het Activiteitenbesluit dus een langere slagschaduwduur opleveren dan 6 uur per jaar.
3.2 Slagschaduwgebied Bij de opkomst en de ondergang van de zon kan de schaduw van een turbine aan de westkant en aan de oostkant ver reiken. Op afstanden groter dan twaalf maal de rotordiameter wordt de slagschaduw echter niet meer als hinderlijk beoordeeld. Aan de noordzijde wordt het schaduwgebied begrensd omdat de zon in het zuiden altijd hoog staat. Aan de zuidzijde treedt nooit schaduw op omdat de zon nooit in het noorden staat.
19
Regeling van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 9 november 2007 nr. DJZ 2007104180 houdende regels voor inrichtingen (Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer). 20 Voor de letterlijke tekst wordt verwezen naar de regeling. Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 23
3.3 Potentiële slagschaduw Op basis van de turbineafmetingen, de gang van de zon op deze locatie en een minimale zonshoogte van vijf graden, zijn de dagen en tijden berekend waarop slagschaduw kan optreden. De gang van de zon is voor alle dagen van het jaar bepaald met een astronomisch rekenmodel waarbij rekening is gehouden met de betreffende locatie (noorderbreedte en oosterlengte) op de aarde. De potentiële schaduwduur is een theoretisch maximum. Hieruit is de verwachte hinderduur berekend door het toepassen van correcties. Als gevolg van deze correcties is de verwachte hinderduur aanmerkelijk korter dan de potentiële schaduwduur. De potentiële schaduwduur is nauwkeurig te berekenen, afhankelijk van de nauwkeurigheid van de invoer van de geometrie (positie en afmeting van de turbine en positie van de woningen) en van de nauwkeurigheid waarmee de zonnestand wordt bepaald. De correcties om te komen tot de verwachte hinderduur zijn echter een voorspelling op basis van de geschiedenis. De meteogegevens zijn bepaald op basis van gemiddelde gemeten data over twintig jaar. De verwachting is dat in de toekomst deze gemiddelden over langere perioden hier niet in grote mate van af zullen wijken.
3.3.1 Zonneschijn Schaduw is er alleen als de zon schijnt. Deze correctie is gebaseerd op het percentage van de daglengte dat de zon gemiddeld schijnt in dit gebied en in de betreffende maand. De percentages worden ontleend aan meerjarige data van het nabijgelegen meteostation Hoek van Holland. Figuur 3.1 Percentage zonneschijn Hoek van Holland
Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 24
3.3.2 Oriëntatie Het rotorvlak staat niet altijd haaks op de schaduwrichting waardoor de hinderduur wordt beperkt. Als het rotorvlak evenwijdig staat aan de schaduwrichting treedt er geen of nauwelijks lichtflikkering op.
Figuur 3.2 Distributie windrichtingen bij windsnelheid > 2 m/s
Afhankelijk van de richting waar de windturbine staat ten opzichte van woning ligt de deze correctie tussen circa 55% en 75%. Deze correctie is gebaseerd op de distributie van de voorkomende windrichtingen. De percentages worden ontleend aan meerjarige data van meteostations waarbij alleen de windsnelheden boven 2 m/s (op 10 meter hoogte, overeenkomend met circa 3 m/s op ashoogte) zijn betrokken.
3.4 Rekenresultaten Bij de beoordeling van slagschaduw is geen rekening gehouden met obstakels in de omgeving die zich kunnen bevinden tussen de windturbines en de toetsobjecten. In de praktijk kunnen er zich daarnaast nog locatie specifieke beplanting en gebouwen bevinden die de slagschaduw beperken. Een dergelijk detailniveau is hier niet meegenomen. De hoeveelheid slagschaduw is daarmee ‘worst case’ bepaald. Bij de beoordeling van slagschaduwhinder wordt uitgegaan van de worst-case aanname dat de gehele gevel van een woning boven een hoogte van 50 cm uit raam bestaat. Daarbij is aangenomen dat de gevelhoogte bij woningen 5 m bedraagt en voor de geprojecteerde breedte van het gevelvlak is 8 m aangehouden. Voor de weergave van contouren op kaart wordt door het rekenprogramma automatisch uitgegaan van een rekenraster waarop per rasterpunt de schaduwduur wordt berekend op een oppervlak van 1 m 2. Daardoor kan het voorkomen dat een woning welke op of net buiten de 6 uurscontour is gelegen meer dan de 6 uur aan slagschaduw ondervindt. Immers, voor de berekeningen op de toetspunten wordt uitgegaan van een veel groter beschenen verticaal oppervlak van 8,0 x 4,5 meter. De ervaring leert dat de contouren van 5 uur per m2 een goede weergave zijn van 6 uur per gevel/woning.
Er wordt tevens gekeken naar de 15-uurscontour (wederom per m2, komt overeen met 16 uur per jaar per gevel) om informatie te geven over de optredende slagschaduwduren binnen de zes uurscontour voor zowel toetspunten als op locaties waar geen toetspunt aanwezig is. De kaart is dus nadrukkelijk niet geschikt voor het toetsen aan normen, maar voor de woningen die buiten de 5-uur (per m2) contour liggen kan met zekerheid gesteld dat aan de normen uit het Activiteitenbesluit wordt voldaan. Voor woningen die binnen deze contour liggen kan met een toetspuntberekening worden aangetoond of de hinder voldoet aan de norm. Voor de te realiseren nieuwe windturbines zijn de schaduwduren in het omliggende gebied berekend per turbine en voor de nieuwe turbines tezamen. In Bijlage 12 is met een groene, rode en grijze isolijn aangegeven waar de totale jaarlijkse verwachte hinderduur respectievelijk 0, 6 of 16 uur bedraagt per gevel.
Onderzoek akoestiek en slagschaduw 720064 | Windwinning Hoeksebaan | v3.0 | 23-5-2023 Pagina 25
3.5 Hinderduur bij woningen Voor dezelfde referentiewoningen als gehanteerd in het akoestisch onderzoek is de verwachte slagschaduw per jaar bepaald. De ligging van de toestpunten is gegeven op de kaarten met slagschaduwcontouren (Bijlage 12). De slagschaduwduren per jaar op de toetspunten zijn gegeven in Tabel 3.1. Tabel 3.1 Slagschaduw Windwinning Hoeksebaan [u:mm per jaar] Toetspunt
Adres
Jaarlijkse slagschaduw [u:mm]
tp01
Zekkenstraat 2B
16:33
tp02
Kulkweg 199
30:38
tp03
Dwarshaak 30
45:41
tp04
Dwarshaak 26
44:34
tp05
Dwarshaak 16
35:22
tp06
Dwarshaak 10
33:02
tp07
Bonnenweg 2
42:18
tp08
Slachthuisweg 1
16:53
tp09
Nieuw Oranjekanaal 115A
--
tp10
Nieuw Oranjekanaal 99
--
tp11
Nieuwe Oranjekanaal 51
30:28
tp12
Zekkenstraat 33
7:23
tp13
Prins Hendrikstraat 50B
2:27
tp14
Tuymelaerstraat 20
6:02
tp15
Haakweg 35
9:16
tp16
Bonnenlaan 4
5:52
tp17
Oranjepolderweg 30
2:21
--: geen slagschaduw
Voor woningen (zowel referentiewoningen als andere woningen) waarbij meer dan de voorgestelde 6 uur slagschaduwhinder per jaar optreedt, kan de slagschaduwhinder worden beperkt middels een stilstandregeling tot het niveau waarop wordt voldaan aan de normstelling uit het Activiteitenbesluit (zie paragraaf 3.6). Zie ook de vetgedrukte waarden in Tabel 3.1 waar een overschrijding van 6 uur per jaar plaatsvindt. In Bijlage 15 zijn de slagschaduwkalenders per toetspunt gegeven waarop de momenten gedurende een kalenderjaar dat slagschaduw kan plaatsvinden grafisch zijn weergegeven. Bij de bepaling van de schaduwduren is geen rekening gehouden met eventuele beplanting, gebouwen en kunstwerken in de omgeving die het zicht kunnen belemmeren. Hierdoor kan de hinder in de praktijk nog verder worden beperkt.