CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb003609] Bijlage 11 behorende bij 24bb003603 over Kamerbrief Herijking sturing funderend onderwijs dd. 5 april 2024

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 5 juni 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Onderwijs10.260 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wanneer voor optie b wordt gekozen zal de overheid, net als in scenario B, de vakbonden in het funderend onderwijs van informatie over de arbeidskostenontwikkeling voorzien, binnen de mogelijkheden zoals eerder aan uw Kamer geschetst: naast het bieden van informatie over de totstandkoming en opbouw van de kabinetsbijdrage (uit openbare bronnen) kunnen afspraken worden gemaakt met de cao-partijen over het onderling en vertrouwelijk delen van informatie over de sectorale loonruimte, zodat aan het begin van de onderhandelingen een meer gelijkwaardige informatiepositie ontstaat aan de cao-tafel.32 Het is bij deze optie primair aan de cao-partners zelf om de cao te verduidelijken en vereenvoudigen.

Onze ref erentie 4 4 618581

Voor- en nadelen en uitvoerbaarheid Het voordeel van dit scenario is dat de beslissingen dicht bij de onderwijspraktijk worden genomen. Daarbij levert dit ook een versimpeling van de zeggenschap op, aangezien MR en GMR hetzelfde zijn en de schoolleider en de bestuurder ook. Daarnaast wordt de afstand tussen bestuurder-directeur en het onderwijsteam kleiner. Dit zorgt ervoor dat de leraar eenvoudiger invloed kan uitoefenen op bijvoorbeeld de inzet van de middelen. Indien wordt gekozen voor de directe betrokkenheid van de minister bij de cao, kan de minister politieke doelen c.q. beleidsdoelen rond de arbeidsvoorwaarden directer in het onderwijs realiseren. Het nadeel is dat dit scenario vraagt om fundamentele reorganisatie van onderwijsorganisaties. Het is de vraag of deze grootschalige en langjarige operatie niet teveel afleidt van de benodigde aandacht voor het onderwijs zelf en daarmee de huidige problematiek juist versterkt. Daarbij wordt het takenpakket en de gewenste combinatie van competenties van de bestuurder-directeur vergroot, en daarmee ook de werkdruk. De bestuurder-directeur krijgt immers zowel de taken van het bestuur als die van de schoolleider. Ook vallen schaalvoordelen weg voor het werken aan kwaliteitsbeleid, voor het ontlasten van onderwijspersoneel en voor het aantrekken en behouden van ondersteunende functies, zoals financiën, administratie en HR.

Binnen de mogelijkheden zoals geschetst in het VSO Ruimtebrief: Tweede Kamerstukken, vergaderjaar 20182 0 19, 35 000-VIII, nr. 159 32

P agina 19 van 21

Verder brengt dit scenario aanzienlijke uitvoeringslasten met zich mee , onder andere vanwege de noodzaak om schoolorganisaties te ontvlechten. Er komt dus veel op het bordje van de schoolleiding te liggen en daarmee ook bij het onderwijsteam. Dit is lastig te absorberen en uit te voeren door scholen en daarom is het lastig om op voorhand te voorspellen hoeveel jaar een dergelijke operatie zal kosten. Omdat het aantal besturen fors toeneemt, zal het totaal van de bovenmatige reserves waarschijnlijk ook toenemen. Elke school zal immers een eigen reserve gaan aanhouden om mogelijke financiële tegenvallers op te vangen. Verder zal de invoering van dit scenario – met name de directe bekostiging voor scholen - een zware operatie voor DUO zijn en zal het de controlelast bij accountants en uitvoerders sterk vergroten. Ook maakt het, door de toename van het aantal gesprekspartners, samenwerken in de regio moeilijker (voor het tegengaan van het lerarentekort en de aanpak van andere maatschappelijke opgaven) en ontstaat er daarmee risico op meer concurrentie. Verder staat het ontnemen van de cao-rol van de raden op gespannen voet met de collectieve onderhandelingsvrijheid van de werkgevers en kan de directere politieke betrokkenheid bij de cao – bijvoorbeeld bij wisseling van kabinetten – leiden tot onvoorspelbaarheid en daarmee instabiliteit in de arbeidsvoorwaarden.

Als laatste, mocht uitwerking van maatregelen behorende bij scenario C aan de orde zijn dan vraagt dit om grondig juridisch uitzoekwerk, bijvoorbeeld hoe we kunnen regelen dat besturen niet meerdere scholen onder zich kunnen hebben, ook in relatie tot art. 1 Eerste protocol EVRM.

Onze ref erentie 4 4 618581

4. Ten slotte Deze Kamerbrief heeft tot doel het beleid voor het verbeteren van de onderwijskwaliteit en kansengelijkheid meer effect te laten hebben, in het belang van de leerling. Hierbij zijn er eerst vijf denkrichtingen genoemd, waarlangs het sowieso wenselijk lijkt om maatregelen te nemen. Deze denkrichtingen doen een duidelijk appel op de politiek en het kabinet. Daarnaast zijn in de scenario’s drie sturingsmogelijkheden geschetst met voor- en nadelen. Het is belangrijk om eventuele maatregelen binnen deze samenhangende scenario’s te beschouwen. We moeten consistent zijn in de keuze die we maken en deze volhouden. Inconsistente sturing en te veel beleidswijzigingen in korte tijd zijn niet te absorberen voor de onderwijssector. Zeker aangezien het onderwijs niet alleen sturing vanuit de overheid krijgt, maar ook vanuit de lokale context. Daarbij is het belangrijk te beseffen dat de gepresenteerde scenario’s modellen bevatten die in theorie kunnen bijdragen aan consistente sturing. De realiteit is vaak weerbarstiger. Alles overwegende lijkt scenario B op hoofdlijnen voor mij momenteel de beste denkrichting te bieden, waarbij recht wordt gedaan aan de geconstateerde problematiek. Dit scenario zorgt voor de benodigde samenwerking in het onderwijs, maar is een forse stimulans om de school, en daarbinnen de leraar en schoolleider, een stevige positie te geven.

Hiervoor zijn aanpassingen nodig, maar eenieder die momenteel zo hard werkt aan beter onderwijs lijkt deze te kunnen absorberen, mits we de tijd nemen om de wijzigingen zorgvuldig verder uit te werken. Scenario A biedt mijns inziens te weinig waarborgen voor de zorg voor het onderwijs door de overheid en de rol van de school in de inrichting van het onderwijs. Wanneer wordt gekozen voor een nog fundamentelere wijziging dan

P agina 20 van 21

scenario B, zoals in scenario C, is het noodzakelijk te realiseren dat dit de broodnodige samenwerking tussen scholen onder druk kan zetten, het gaat afleiden van de grote uitdagingen in het o nderwijs waar iedereen momenteel hard aan werkt en dat dit scenario lastig te absorberen en uit te voeren is door scholen en uitvoerders.

Onze ref erentie 4 4 618581

Het is van belang om over deze scenario’s en de onderliggende sturingskeuze in gesprek met uw Kamer te komen tot een meerjarenperspectief en duidelijkheid voor het onderwijs. We maken deze keuze uiteindelijk om te zorgen dat leraren, onderwijsondersteunend personeel, schoolleiders en bestuurders elke dag met vertrouwen en plezier hun expertise kunnen inzetten voor goed onderwijs voor iedere leerling! De minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs,

Mariëlle Paul

P agina 21 van 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=67ec35f5-2dfe-42cd-96e9-775167e22b89