[24bb003606] Bijlage 8 behorende bij 24bb003603 over eerste Voortgangsrapportage 2024
Tekst van het document
Sector voortgezet onderwijs Totaal
2025
17.144 2.434 19.578
2025
1-2-2024 begroting **
1-2-2024 realisatie*
17.379 2.551 19.930
16.944 2.488 19.432
2024 2025 1-10-2023 realisatie **** 1-10-2024 begroting ** 11.200 11.589 30.778 31.519
2025 1-10-2024 1e forecast *** 11.608 31.040
* nog niet definitief vastgesteld door DUO ** leerlingaantallen uit meerjarenbegroting 2024-2028 *** prognose in 1e forecast 2024 door VO-scholen **** leerlingaantallen uit 1e Forecast 2024
In bovenstaande tabel is de ontwikkeling van het leerlingaantal per sector opgenomen. Voor het primair onderwijs is de teldatum 1 februari, voor het voortgezet onderwijs is dit 1 oktober. Het werkelijke leerlingaantal in de sectoren (s)bao en (v)so op 1-2-2024 is nog niet definitief bevestigd door DUO. Het voorlopige aantal is 498 lager dan er was begroot. De beide teldata (voor primair en voortgezet onderwijs) in 2024 hebben geen invloed op de inkomsten voor 2024, wel is dit de basis voor 2025.
Eerste Voortgangsrapportage 2024
27
3.
Inventarisatie risico’s en onzekerheden De belangrijkste risico’s en onzekerheden zien wij op het terrein van Externe ontwikkelingen, Onderwijskwaliteit, Personeel en Bedrijfsvoering.
3.1.
Externe ontwikkelingen
Externe ontwikkelingen hebben direct en indirect invloed op ons overall risicoprofiel. Zo ervaren we de impact van de geopolitieke instabiliteit door oorlogen en daarmee gepaard gaande migratie en vluchtelingenstromen. Dit zorgt voor extra instroom van leerlingen in het ISK. Tegelijkertijd ervaren we de gevolgen van de politieke onzekerheid, oplopende inflatie en toenemende armoede onder de bevolking. We hebben oprechte zorg over de toenemende polarisatie, ook onder onze leerlingen. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: •
Inflatie/ armoedeproblematiek. De inflatie en gestegen energie- en brandstofprijzen leiden tot meer armoedeproblematiek in gezinnen van onze leerlingen. De hulp van BOOR-scholen verschilt per locatie en per wijk, maar richt zich in het algemeen op signaleren, ondersteunen en stimuleren. Scholen zijn kritisch op de activiteiten die worden bekostigd vanuit de vrijwillige ouderbijdrage en de verplichte schoolkosten.
•
Vanuit goed werkgeverschap hebben wij extra oog voor de situatie van het onderwijspersoneel. Interventies kunnen heel praktisch van aard zijn, zoals de inzet van een budgetcoach, die een medewerker helpt om zijn financiële zaken op orde te krijgen. Een interventie kan ook psychosociaal van aard zijn, bijvoorbeeld door de inzet van bedrijfsmaatschappelijk werk.
3.2.
Onderwijskwaliteit
Op het gebied van onderwijs zien we de volgende risico’s en onzekerheden. •
De coronapandemie heeft grote gevolgen gehad voor de leerlingen. Om leervertragingen aan te pakken en de sociaal-emotionele ontwikkeling en welzijn van leerlingen te bevorderen bieden scholen extra ondersteuning op basis van de NPOsubsidiemiddelen. Dit programma loopt tot en met schooljaar 2024-2025.
•
Te veel leerlingen verlaten het funderend onderwijs zonder goede beheersing van de basisvaardigheden, zoals taal, rekenen, digitale geletterdheid en burgerschap. Dit is voor een leerling nodig om andere schoolvakken succesvol te kunnen volgen en klaar te zijn voor het vervolgonderwijs en de maatschappij in het algemeen.
De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen:
Eerste Voortgangsrapportage 2024
28
•
Met de inzet van de NPO-middelen zijn op iedere school interventies ingezet om leerachterstanden in te lopen. Daarnaast is er veel extra aandacht voor de sociaalemotionele ontwikkeling en het algehele welbevinden. In 2023 is extra ondersteuning gegeven om achterstanden weg te werken of om vertragingen verder in te lopen.
•
Voor alle scholen die aan de subsidievoorwaarden voldoen is subsidie basisvaardigheden aangevraagd. Inmiddels zijn activiteitenplannen opgesteld door de individuele scholen.
3.3.
Personeel
Op het gebied van personeel zien we de volgende risico’s en onzekerheden: •
Allereerst blijft het personeelstekort een grote zorg. In alle BOOR-scholen wordt het tekort aan leraren en schoolleiders (steeds meer) gevoeld. Waar eerst het tekort opliep in het basis- en het speciaal onderwijs, zijn de tekorten ook in het voortgezet onderwijs op steeds meer plekken merkbaar. De schoolorganisatie blijft daardoor kwetsbaar en zet de onderwijskwaliteit onder druk. Positieve ontwikkeling is dat de regio Rotterdam in het algemeen en BOOR specifiek steeds meer controle krijgt over dit vraagstuk. Dit kan niet los gezien worden van onze inspanningen in het kader van het convenant ‘Slim organiseren’. Tegelijkertijd blijven de (landelijke) prognoses voor de middellange en lange termijn zorgelijk. De vraag naar leerkrachten is sterk toegenomen door uitvoering van het NPO en komt bovenop het tekort dat er al was. Ook BOOR ziet zich genoodzaakt nog veelvuldig gebruik te maken van externe inhuur om de continuïteit van het onderwijs te kunnen borgen.
•
We zijn content met de afgesloten CAO 2023-2024. De afspraken maken het werken in het funderend onderwijs aantrekkelijker. In het onderhandelaarsakkoord is een voorschot genomen op verwachte loonindexatie door het Rijk in 2024. Formeel is hiertoe nog niet besloten en derhalve als onzekerheid in de risicoparagraaf opgenomen.
•
Daarnaast hebben we nog steeds te maken met mutaties van personeel op scholen met een complexe leerlingpopulatie naar scholen met minder werkdruk. Personeel op scholen met een complexe leerlingpopulatie ontvangt een arbeidsmarkttoeslag. Deze toeslag is tijdelijk en is vooralsnog niet structureel geborgd.
BOOR stelt alles in het werk om de risico’s met betrekking tot personeel adequaat te managen. Desondanks blijft het restrisico dat overblijft voor BOOR hoog. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: •
Anders organiseren van het basisonderwijs. Daarbij richten we ons enerzijds op het vergroten van de instroom en het beperken van de uitstroom en anderzijds door het onderwijs anders te organiseren. Dit doen we onder andere met behulp van de inzet van anders bevoegden, digitale middelen en een grotere variatie qua achtergrond en expertise in de schoolteams. We leiden op grote schaal zij-instromers op en hebben
Eerste Voortgangsrapportage 2024
29
de begeleiding van startende en zittende leerkrachten geïntensiveerd. Voor de aanpak van het lerarentekort ontvangen de G5-steden ook vanaf 2024 nog extra middelen. •
Uitwerken van de mogelijkheden voor ‘Anders Organiseren’ in het voortgezet onderwijs.
•
Uitwisselen van ervaringen om het onderwijsproces en de organisatie op school zo in te richten dat de kern van het onderwijs, lesgeven, zo goed mogelijk kan plaatsvinden.
•
Continueren participatie in de Opleidingsschool Rotterdam (OSR) het BOSS-traject, waardoor de instroom uit de lerarenopleidingen wordt vergroot;
•
Uitvoering van Strategisch HR-beleid voor het binden, boeien en laten bloeien van medewerkers.
•
Leiderschapsontwikkeling. Uitvoering leiderschapstrajecten, interne en externe opleidingstrajecten om de medewerkers te ondersteunen bij het ontwikkelen van hun talenten en daarmee een aantrekkelijk werkgever te zijn;
•
Uitvoering actief mobiliteitsbeleid.
•
Uitvoering actief beleid bij ziekteverzuim, met aandacht voor het herstel en welbevinden van medewerkers.
3.4.
Bedrijfsvoering
Op het gebied van bedrijfsvoering zien wij als belangrijkste risico’s en onzekerheden: •
De ontoereikendheid van de bekostiging voor het funderend onderwijs. De financiële kengetallen laten een vertekend beeld zien door allerlei ontvangen incidentele subsidies voor het funderend onderwijs. Dit biedt weliswaar een oplossing voor de korte termijn, maar is niet structureel van aard. Daarnaast brengt het een veelvoud aan regels en bestedingsvoorschriften met zich mee. Onder de motorkap is iets aan de hand: de structurele bekostiging van het funderend onderwijs is ontoereikend. Dit wordt in de langere termijnplanning zichtbaar vanaf 2025, nadat de incidentele middelen zijn stopgezet. Voor het funderend onderwijs is het van essentieel belang dat een volgend kabinet wél kiest voor structurele financiering. Het risico van ontoereikende bekostiging wordt in het basisonderwijs versterkt door de wijziging in het betaalritme in 2022 van OCW. Het tekort dat hierdoor in 2022 ontstond, is ten laste gegaan van het in de voorbije jaren opgebouwde weerstandsvermogen.
•
De ontoereikende bekostiging voor onderwijshuisvesting. Er liggen voor de komende jaren grote opgaven op het gebied van verbetering van de luchtkwaliteit (ventilatieinvesteringen) en verduurzaming. Naast de hieraan verbonden investeringen is de bekostiging voor onderwijshuisvesting ontoereikend om de panden duurzaam in stand te houden; de investeringen worden over de levensduur van een pand uitgesmeerd. We zijn content met het relatief grote aantal nieuwbouw- en renovatieprojecten van BOOR-scholen in Rotterdam. Dit neemt niet weg dat een groot deel van onze scholen de komende jaren worden geconfronteerd met hoge(re) kosten van onderhouds- en afschrijvingskosten.
Eerste Voortgangsrapportage 2024
30
•
De financiële impact van het vervallen van de overgangsregeling groot onderhoud. De regeling is inmiddels definitief en ingegaan per 1-1-2024. Hiertoe is begin 2024 een extra dotatie gedaan aan de onderhoudsvoorziening ten laste van het weerstandsvermogen. Dit is in de meerjarenbegroting verwerkt. In 2024 start een nieuwe ronde van actualisatie van de meerjaren onderhoudsplannen (MJOP). Dit zal een opwaartse druk hebben op de omvang van de voorziening groot onderhoud.
•
Daarnaast zien wij toenemende risico’s op het gebied van IT (o.a. cybersecurity).
•
Kansen liggen er op het gebied van verdere doorontwikkeling van de interne bedrijfsvoering naar een volgend volwassenheidsniveau, waarmee de wendbaarheid kan worden vergroot.
De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: •
Bezwaarprocedure tegen vervallen van de vordering op OCW als gevolg van wijziging in het betaalritme. Actualiteit is dat de minister het bezwaarschrift van de 230 schoolbesturen ongegrond heeft verklaard. Vanuit de PO-Raad is met ondersteuning van een advocatenkantoor een beroepsprocedure opgestart namens de 230 schoolbesturen. De zitting heeft plaatsgevonden op 15 februari 2024 waarna normaal gesproken binnen 6 weken een uitspraak volgt.
•
Actueel houden van strategische huisvestingsplannen en uitvoering daarvan.
•
Opstellen meerjarig ventilatieplan (incl. de financiële impact daarvan).
•
Het ICT-versnellingsprogramma is in 2023 afgerond: iedere school beschikt inmiddels over een goede en veilige ICT-infrastructuur. Door een gelaagde aanpak en voortdurende evaluatie van beveiligingsmaatregelen en het bijwerken daarvan hebben we de risico’s op het gebied van cybersecurity verkleind. Dit is van cruciaal belang voor scholen, gezien de groeiende afhankelijkheid van digitale systemen en technologieën. Inmiddels wordt nagedacht over de volgende stap: het formuleren van een wenkend perspectief over hoe we ICT willen inzetten in het onderwijs met een sterkere nadruk op het onderwijskundig/didactisch vlak.
•
Uitvoering van het meerjarig programma ‘Harmonisatie Bedrijfsvoering’. Sinds 2022 werken we aan de doorontwikkeling van bedrijfsvoering. Daartoe is een BOOR-breed programma opgezet om tot meer harmonisatie van bepaalde bedrijfsvoeringsprocessen te komen. Op basis van onderzoeken is een visie en ambitie geformuleerd. Parallel hieraan is gewerkt aan het herladen van de besturingsfilosofie en het opstellen van een uitvoeringsagenda.
Eerste Voortgangsrapportage 2024
31