[24bb003540] Wethoudersbrief over voortgangsrapportage Havenvisie en afdoeningsvoorstel toezeggingen zeevarendenwelzijn, technische vragen en Tafel van borging
Tekst van het document
Stadsontwikkeling Haven, Economie, Horeca, Bestuur (wijken en kleine kernen) Robert Simons Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl Van: Janneke Lauwerijssen Telefoon: 14 010 E-mail: bbo@rotterdam.nl
Aan de commissie Mobiliteit, Haven, Economie en Klimaat
Uw kenmerk: 24bb003224 Ons kenmerk: M2405-3001 - 24bo005314 Onderwerp: Voortgangsrapportage Havenvisie – toezeggingen zeevarendenwelzijn, technische vragen en Tafel van borging. Datum: 28 mei 2024
Beste commissieleden, Tijdens de bespreking van de Voortgangsrapportage Havenvisie in uw commissie op 15 mei 2024 heb ik u toegezegd u te informeren over de Tafel van borging. Ook heb ik toegezegd de vragen van de heer van Dijk over zeevarendenwelzijn en enkele technische vragen van de heer van Meeteren schriftelijk te beantwoorden. In deze brief vindt u het afdoeningsvoorstel voor de toezeggingen. Vragen Stand van zaken Tafel van Borging en convenant “Visie en Vertrouwen” Het convenant “Visie en Vertrouwen” is in 2008 opgesteld in relatie tot het project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). PMR bestaat uit drie deelprojecten die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden: 1. de aanleg van Maasvlakte 2 en bijbehorende natuurcompensatie; 2. de ontwikkeling van 750 ha nieuw natuur- en recreatiegebied op IJsselmonde en ten noorden van Rotterdam; 3. de uitvoering van het programma Bestaand Rotterdams Gebied (BRG), een serie projecten ter versterking van de leefomgeving in de Rotterdamse regio. Het Convenant bewaakt de doelstellingen van PMR en de samenhang van de drie deelprojecten. Kern van het convenant is een reeks van 35 afspraken over de drie deelprojecten.
Het convenant is op 15 mei 2008 ondertekend door een brede groep belanghebbenden: Ministeries, de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam, de (toenmalige) Stadsregio Rotterdam, de Milieufederatie Zuid-Holland (nu de Natuur en Milieufederatie Zuid Holland), de vereniging Natuurmonumenten, de stichting het ZuidHollands Landschap, de Stichting Duinbehoud, Deltalinqs, VNO-NCW en het Havenbedrijf Rotterdam. De voortgang en de resultaten van PMR staan in de Integrale Rapportage Visie en Vertrouwen (IR) die jaarlijks wordt gepubliceerd. Omgevingsdienst DCMR maakt deze Integrale rapportage sinds 2010. Dit doet zij in opdracht van de gemeente Rotterdam, het Havenbedrijf, de provincie Zuid-Holland en verschillende ministeries. De IR wordt jaarlijks besproken aan de Tafel van Borging (de Tafel), waaraan alle ondertekenaars van het Convenant aanschuiven. Op basis van de IR kan de Tafel het bevoegd gezag en het
Blad: Datum: Ons kenmerk:
2/4 28 mei 2024 M2405-3001
Havenbedrijf adviseren om aanvullende of alternatieve maatregelen te nemen. Ook kunnen aan de Tafel aanvullende afspraken worden gemaakt. Meer informatie over het Convenant en exemplaren van de jaarlijkse rapportages staan op deze website: Integrale rapportages Project Mainportontwikkeling Rotterdam | DCMR. Vragen commissielid Van Dijk over zeevarendenwelzijn Vraag: In de beantwoording van schriftelijke vragen staat dat we hebben afgesproken intensiever met elkaar op te trekken in de regio Rotterdam om op die manier samen te werken aan het welzijn van zeevarenden. Hoe staat het daarmee? Antwoord: Tussen het Rotterdam Port Welfare Committee (RPWC) en de welzijnsorganisaties vinden structurele overleggen plaats om te kijken waar behoeftes liggen en waar de RPWC hen bij kan helpen.
Naar aanleiding van de overleggen van de RPWC met de welzijnsorganisaties zijn er verschillende initiatieven genomen, namelijk: - Het Havenbedrijf heeft haar bijdrage aan de RPWC verhoogd waardoor er meer geld vrijkomt voor projecten en initiatieven; - er komt een nieuwe website voor de RPWC, gericht op zeelieden en welzijnsorganisaties; - er zijn flyers ontwikkeld die kunnen worden uitgedeeld aan boord van schepen waarmee zeelieden ook zonder internet hun weg naar een welzijnsorganisatie van hun voorkeur kunnen vinden; - er loopt een onderzoek naar het vrijwilligersbestand onder welzijnsorganisaties en hoe de RPWC kan bijdragen om deze te vergroten. Vraag: In de beantwoording van de vragen staat ook een bedrag van 140K. Hoe verhoudt zicht dat tot het volgende: Uit de Algemene Voorwaarden van het Havenbedrijf Rotterdam blijkt dat het zeehavengeld wordt geheven inclusief een percentage van 0,35% voor belangenbehartiging en maatschappelijke doelen voor zeevarenden in de Rotterdamse haven. Dat zou een veel hoger bedrag opleveren maar het is onduidelijk waar het geld naartoe gaat. Antwoord: Het Havenbedrijf int het zeehavengeld en in de voorwaarden is opgenomen dat het Havenbedrijf dit ook doet ten behoeve van Deltalinqs en de Vereniging Rotterdamse Cargadors (VRC).
Met de rederijen is afgesproken dat deze zogenaamde ‘administration charges’ een vast percentage zijn van het zeehavengeld (0,35%). Dit is bedoeld voor hun algemene belangenbehartiging en maatschappelijke doelen, waaronder welzijn. Deltalinqs betaalt jaarlijks een bedrag aan de RPWC. Het Havenbedrijf ook. Met deze bedragen wordt het genoemde fonds van bijna 140.000 euro gevuld. Vraag: We krijgen signalen dat gesprekken over financiering van zeevarendenwelzijn moeizaam verlopen. Wat gaat de wethouder doen om daar vaart in te krijgen ? Antwoord: Dit beeld herken ik niet. De RPWC heeft goede gesprekken met het ministerie over zeevarendenwelzijn, waaronder ook over de financiering. Ik heb van de Divisie Havenmeester begrepen dat deze gesprekken goed verlopen. Technische vragen de heer van Meeteren Vraag: In het stuk 24bb002398 Energietransitie Haven wordt in de pijler 3 gesproken over de grondstoffentransitie. Er wordt daar vooral gesproken over het omzetten van de energiebehoefte van het chemisch cluster van fossiele brandstoffen naar waterstof en elektriciteit. Mijn vraag is of er daarnaast ook een verandering wordt voorzien in de grondstoffen voor de chemische processen, zoals nafta en andere raffinage producten.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
3/4 28 mei 2024 M2405-3001
Antwoord: Ja, er wordt ook een verandering voorzien in de grondstoffen voor chemische processen, maar dat is een verandering op de lange termijn. De verwachting is dat het chemische cluster voor de meerderheid van haar grondstoffen in 2030 nog de huidige bronnen gebruikt.Toekomstige grondstoffen voor hernieuwbare en circulaire koolstoffen voor de chemische industrie zijn bijvoorbeeld bio-LPG, bio-methanol, pyrolyse oliën uit plastic afvalstromen en in de verdere toekomst ook synthetische en waterstof gebaseerde grondstoffen. Vragen: Voor de raffinaderijen (voor het gemak neem ik even alle 5 raffinaderijen in Nederland bij elkaar onafhankelijk of deze in de Rotterdamse haven staan, samen betreft het 20% van de EU raffinage capaciteit) wordt aangegeven dat zij overgaan van fossiele brandstoffen voor hun energieverbruik op waterstof en elektriciteit. a. Blijven deze raffinaderijen ruwe olie verwerken? b. Als deze ruwe olie wordt verwerkt met waterstof en elektriciteit als energiebronnen, is het product dan groen (nafta, motorbrandstoffen)? c. Met de overgang naar elektrische auto’s zal de vraag naar motorbrandstoffen inzakken. Kunnen de raffinaderijen deze wijziging in hun productie aan of zijn daar kostbase investeringen voor nodig? d.
Is de verwachting dat deze raffinaderijen biobrandstoffen kunnen gaan produceren, zoals groene brandstof voor schepen of vliegtuigen? Of komen die uit fabrieken die speciaal biobrandstoffen produceren? e. De verwachtte daling in de vraag naar motorbrandstoffen lijken tot gevolg te hebben dat de benodigde totale (EU) raffinage capaciteit zal afnemen. Wordt dat ook verwacht? f. Wordt verwacht dat alle raffinage capaciteit in Nederland in stand blijft vanwege de grote invoer van ruwe olie, opslagcapaciteit ruwe olie en producten, het pijpleiding netwerk, de afnemers, de beschikbaarheid van groene waterstof of juist dat de terugloop in Nederland plaatsvindt? Antwoorden: a. Ja, de raffinaderijen van wie de plannen bekend zijn zullen tot na 2030 ruwe olie blijven raffineren om aan de vraag voor energie, brandstoffen en chemie grondstoffen te voorzien. b. Dan zijn het nog steeds fossiele nafta en fossiele brandstoffen, maar geproduceerd met minder CO2-uitstoot. c. Dat hangt af van welke producten ze in welke volumes kunnen blijven maken en wat de markt op dat moment vraagt. De raffinaderijen van wie we de plannen kennen, werken aan een andere productmix en andere grondstoffen voor 2040 en 2050. Deze gaan gepaard met grote investeringen. d. De verwachting is dat allebei gebeurt, zowel in daadwerkelijke productie als in investeringsbesluiten.
In de toekomst zullen ook de groene scheepsbrandstoffen, groene kerosine en groene diesel uit zowel bestaande raffinaderijen als nieuwe gespecialiseerde fabrieken komen. e. Ja. f. De verwachting is dat een aanzienlijk deel van de Rotterdamse raffinagecapaciteit behouden blijft, vanwege de in de vraag genoemde aspecten en door fabrieken om te bouwen en andere grondstoffen te gebruiken.
Blad: Datum: Ons kenmerk:
4/4 28 mei 2024 M2405-3001
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en stel u voor de betreffende toezeggingen (24bb003224, 24bb003225 en 24bb003227) hiermee als afgedaan te beschouwen. Met vriendelijke groet,
Robert Simons Wethouder Haven, Economie, Horeca, Bestuur (wijken en kleine kernen)