CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb003501] Raadsvoorstel over vaststellen mandaat- en machtigingsbesluit m.e.r.-procedure

Gemeenteraad 13 juni 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Het voorstel tot vaststelling van het mandaat- en machtigingsbesluit M.E.R-procedure Rotterdam.1.607 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Rotterdam

Stadsontwikkeling Klimaat, Bouwen, Wonen Drs. C.M. Zeegers MA Van: Chloe Polman Telefoon: 06 34 6416 43 Ons kenmerk: M2403-6261- 24b0005097 Bijlage(n):Onderwerp: Vaststellen mandaat- en machtigingsbesluit m.e.r.-procedure

Aan de gemeenteraad Datum: B&W 28 mei 2024

Gevraagd besluit: Samenvattend stellen wij u voor: 1. aan ons college van burgemeester en wethouders mandaat te verlenen tot het nemen van een m.e.r.-beoordelingsbesluit; 2. ons college van burgemeester en wethouders te machtigen tot het verrichten van feitelijke handelingen met betrekking tot de m.e.r.-procedure.

Waarom dit voorstel?/Waarom nu voorgelegd? Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet brengt wijzigingen aan in het bestuursorgaan dat bevoegd is om het m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen. Het bestuursorgaan dat bevoegd is om een plan of besluit voor te bereiden - het college - is daarmee niet langer automatisch het bevoegd gezag om een m.e.r.beoordelingsbesluit te nemen. Ook bepaalt de wet niet expliciet dat het voorbereidende bestuursorgaan feitelijke handelingen kan verrichten met betrekking tot de m.e.r.procedure. Om de bevoegdheidsverdeling zoals deze gold voor 1 januari 2024 te continueren, zal de bevoegdheid om een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen op grond van artikelen 16.36 en 16.43 Omgevingswet door de gemeenteraad aan het college moeten worden gemandateerd. Ook wordt voorgesteld om het college te machtigen tot het verrichten van feitelijke handelingen met betrekking tot de m.e.r.-procedure bedoeld in afdeling 16.4 van de Omgevingswet. Met het voorliggende raadsvoorstel wordt een dergelijk mandaat- en machtigingsbesluit ter vaststelling aan uw raad aangeboden. De keuze daarvoor is onderbouwd in het raadsvoorstel. Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: Niet van toepassing.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

2/5 28 mei 2024 M2403-6261

Toelichting: Zowel onder het oude recht als onder het huidige recht moet het bevoegd gezag in bij wet aangewezen gevallen beoordelen of een project, plan of programma aanzienlijk nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Deze beoordeling wordt in concept opgesteld door onze milieuadviseur DCMR Milieudienst Rijnmond. Het college neemt op basis van deze beoordeling het besluit of er al dan niet een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Dit is een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Ten overvloede wordt opgemerkt dat op het moment dat sprake is van aanzienlijke nadelige gevolgen voor het milieu er - zonder tussenkomt van een m.e.r.-beoordelingsbesluit - wordt overgegaan tot het opstellen van een milieueffectrapport (m.e.r.). Alleen als er geen aanzienlijk nadelige gevolgen voor het milieu optreden, wordt een m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen. Onder het oude recht was zowel het bestuursorgaan dat bevoegd is een plan of besluit vast te stellen (in veel gevallen: de gemeenteraad), én het bestuursorgaan dat bevoegd is het plan of besluit voor te bereiden (in veel gevallen: het college) bevoegd om een m.e.r.beoordelingsbesluit te nemen. De Wet milieubeheer regelde dat expliciet in artikel 7.1, lid 4. Onder de Omgevingswet wijzigt de bevoegdheidsverdeling.

De Omgevingswet en onderliggende regelgeving bepalen niet langer expliciet dat óók het bevoegd gezag dat belast is met de voorbereiding van een besluit het bevoegd gezag is voor het m.e.r.beoordelingsbesluit. Daarnaast voert het bevoegd gezag ook een aantal feitelijke handelingen uit in voorbereiding op het nemen van een besluit. DCMR Milieudienst Rijnmond heeft de taak om deze handelingen voor te bereiden en uit te voeren. Het gaat om handelingen zoals advies inwinnen bij de Commissie mer en het betrekken van andere bestuursorganen bij een m.e.r.-procedure. De handelingen staan in afdeling 16.4 van de Omgevingswet. Uit de formulering van de wettekst blijkt niet expliciet dat het college deze handelingen mag blijven uitvoeren. Uit de parlementaire geschiedenis van de Omgevingswet blijkt dat de wetgever niet beoogd heeft deze bevoegdheden enkel te beleggen bij het bestuursorgaan dat bevoegd is een plan of besluit vast te stellen waarvoor het m.e.r.-beoordelingsbesluit een voorbereidend besluit is. De wetgever geeft in de toelichting bij het artikel dat gaat over de bevoegdheid tot het nemen van een m.e.r.-beoordelingsbesluit expliciet aan dat indien er een andere instantie dan het bevoegd gezag verantwoordelijk is voor de voorbereiding van het besluit, die instantie via mandaat namens het bevoegd gezag kunnen optreden.

In Rotterdam bereidt ons college alle besluiten voor uw gemeenteraad voor waar tevens een m.e.r.-beoordelingsbesluit voor is vereist. Het ligt daarmee in lijn dat ons college ook het m.e.r.-beoordelingsbesluit zou kunnen nemen. Belangrijker nog: het is de bestendige werkwijze dat ons college het m.e.r.-beoordelingsbesluit neemt, omdat de wet bepaalt dat een m.e.r.-beoordelingsbesluit in de voorbereidende fase van besluit moet worden genomen. Op dat moment vindt er nog geen besluitvorming door uw raad plaats. Een voorbeeld hiervan is het m.e.r.-beoordelingsbesluit dat ons college neemt gelijktijdig met het vaststellen van een ontwerp-wijziging omgevingsplan (voorheen: ontwerpbestemmingsplan). Uw raad wordt hier altijd over geinformeerd. Indien ons college niet via mandaat m.e.r.-beoordelingsbesluiten kan (blijven) nemen, heeft dit bijvoorbeeld als praktisch gevolg dat in de fase van vaststelling van een ontwerp-wijziging van het omgevingsplan uw raad eerst een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet nemen, voordat ons college dat ontwerpbesluit kan vaststellen en ter inzage kan leggen. Dit heeft als gevolg dat de doorlooptijd in de bestuurlijke besluitvorming van het wijzigingsbesluit aanzienlijk zou toenemen. Hierdoor komt de continuiteit en stroomlijning van de besluitvorming in het gedrang.

Blad:

Datum: Ons kenmerk:

3/5

28 mei 2024 M2403-6261

Ditzelfde geldt voor het verrichten van feitelijke handelingen. Feitelijke handelingen zijn handelingen zonder rechtsgevolg. Wanneer een initiatiefnemer of de gemeente zelf een m.e.r. opstelt, voert het college de feitelijke handelingen uit om de formele stappen in de procedure te doorlopen. Het voorliggende mandaat- en machtigingsbesluit is bedoeld om de bestendige werkwijze voort te zetten. Het voorliggende besluit zorgt ervoor dat de continuïteit gewaarborgd blijft en voorkomt dat de doorlooptijd van bestuurlijke besluitvorming langer wordt dan we gewend zijn. In het raadsvoorstel Delegatiebesluit omgevingsplan wordt ook voorgesteld om de bevoegdheidsverdeling onder het oude recht ook onder het huidige recht voort te zetten. Voorliggend raadsvoorstel is daarmee in lijn.

. Financiële en juridische consequenties/aspecten: Het verlenen van mandaat betekent dat het college in naam van de raad een besluit neemt. De gemeenteraad blijft zelf ook bevoegd om de gemandateerde bevoegdheid uit te voeren. De bevoegdheid wordt, anders dan bij delegatie, niet overgedragen aan het college. Met dit besluit, herleeft als het ware de bevoegdheidsverdeling zoals deze onder het oude recht bestond. Het bijbehorende ontwerpbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan.

Burgemeester en wethouders van Rotterdam, De secretaris,

De burgemeester,

J.H. Meijer, L.s.

A. Aboutaleb

Blad: Datum: Ons kenmerk:

4/5 28mei 2024 M2403-6261

Ontwerpbesluit Mandaat- en machtigingsbesluit m.e.r-procedure Rotterdam De Raad van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 mei 2024 gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht; overwegende dat: het om redenen van doelmatigheid en continuïteit wenselijk is mandaat te verlenen tot het nemen van een m.e.r.-beoordelingsbesluit en machtiging te verlenen tot het verrichten van feitelijke handelingen met betrekking tot de m.e.r.-procedure, aan het college van burgemeester en wethouders;

besluit: Artikel 1 Aan het college van burgemeester en wethouders wordt mandaat verleend tot het nemen van een m.e.r.-beoordelingsbesluit als bedoeld in artikel 16.36 en artikel 16.43 van de Omgevingswet. Artikel 2 Aan het college van burgemeester en wethouders wordt machtiging verleend tot het verrichten van feitelijke handelingen met betrekking tot de m.e.r.-procedure als bedoeld in de artikelen 16.36, 16.37, 16.38, 16.39, 16.46 en 16.47 van de Omgevingswet. Artikel 3 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin het wordt geplaatst. Artikel 4 Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaat- en machtigingsbesluit m.e.r.-procedure Rotterdam.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van

De griffier,

De voorzitter,

Blad: Datum: Ons kenmerk:

5/5 28 mei 2024 M2403-6261

Toelichting Inleiding De Omgevingswet brengt wijzigingen aan in het bestuursorgaan dat bevoegd is om het m.e.r.(-beoordelings)besluit te nemen. Het voorbereidend bestuursorgaan is daarmee niet langer automatisch het bevoegd gezag om een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen. De gemeenteraad kan de bevoegdheid om een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen aan het college van burgemeester en wethouders mandateren. Om redenen van doelmatigheid en continulteit heeft de gemeenteraad besloten om deze bevoegdheid te mandateren. Artikel 1 In bij wet aangewezen gevallen beoordeelt het bevoegd gezag of een project, plan of programma aanzienlijk nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Het bevoegd gezag neemt vervolgens op basis van deze beoordeling het besluit of er al dan niet een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Dit is een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Dit artikel regelt dat het college van burgemeester en wethouders ook onder de Omgevingswet bevoegd is tot het nemen van een m.e.r.-beoordelingsbesluit voor een project, plan of programma. Voor inwerkingtreding van de Omgevingswet werd deze bevoegdheid expliciet geregeld in artikel 7.1 lid 4 van de Wet milieubeheer. Artikel 2 Dit artikel regelt dat het college onder de Omgevingswet gemachtigd is tot het verrichten van feitelijke handelingen met betrekking tot de m.e.r.-procedure.

Dat betekent dat het bevoegd gezag handelingen mag verrichten die nodig zijn in de m.e.r.-procedure. Deze handelingen staan in afdeling 16.4 van de Omgevingswet. Een voorbeeld is het opvragen van advies bij de Commissie mer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=f9a4ef70-e94a-4032-af6b-c591f36c4df1