[24bb003436] Bijlage 2 behorende bij 24bb003420 - Rapport Samen sterker tegen kinderarmoede. Integrale aanpak kinderarmoede
Tekst van het document
Samen sterker tegen kinderarmoede Integrale aanpak kinderarmoede
Inhoud Samen sterker tegen kinderarmoede
1. Aanleiding
2. D it doen we al
Introductie
Gezin
Probleemschets
Meedoen
Effecten van armoede op kinderen
Gezondheid
Context
Veiligheid
Kader van de aanpak
Omgeving
3. Toekomst
Onderwijs
Conclusie
Klik om direct naar een hoofdstuk te gaan.
2
Samen sterker tegen kinderarmoede Integrale aanpak kinderarmoede
3
Hoofdstuk 1
1. Aanleiding
Aanleiding
Ik ben Demi en ben 13 jaar. Ik woon met mijn moeder en twee broertjes. Mijn moeder is ziek. Wat ze precies heeft, weet ik niet. Ze zit nu in een rolstoel en kan moeilijk bewegen. Wat ik wel weet, is dat we thuis te weinig geld hebben. Mijn moeder denkt dat ik het niet weet. Er is geen geld voor nieuwe kleren, verjaardagen, sinterklaascadeaus en ook niet voor een bed. Ik slaap op een matras. Ik durf ook geen geld meer te vragen voor leuke dingen. Mijn moeder zegt soms dat zij het ook niet meer weet en dat ze moe is. Ze ligt soms hele dagen in bed. Dan maak ik het eten voor mijn broertjes en zorg ik ervoor dat ze naar school gaan.
3. Toekomst
Klik op de knoppen om door de hoofdstukken te navigeren.
Ik wil later advocaat worden, zodat ik mensen kan helpen die het moeilijk hebben. Maar het gaat niet altijd goed op school. Omdat ik niet de mooiste kleren draag, hoor ik er niet bij en word ik gepest. Ook kan ik me niet altijd concentreren; ik maak me zorgen om mijn moeder en om mijn broertjes. Ik durf ook mijn moeder niet te vertellen dat ik gepest word op school. Ze heeft al zoveel problemen. Ik durf het ook aan niemand te vertellen. Ben ik wel normaal? Ik schaam me. Komt het wel goed met mijn moeder, broertjes en met mij? Word ik wel advocaat en wie kan me helpen?
Introductie Het verhaal van Demi staat niet op zichzelf. In Nederland groeit één op de twaalf kinderen op in armoede. In Rotterdam is dat een op de zeven kinderen. Opgroeien in armoede heeft een enorm effect op het leven van kinderen. Het leidt ertoe dat kinderen ongelijke kansen hebben ten opzichte van kinderen die niet opgroeien in armoede. Kinderen kunnen door geldgebrek bepaalde essentiële zaken missen, zoals nieuwe schoenen en kleding. Ook missen ze deelname aan sport-, muziekles, hobbyclub of scouting, het maken van uitstapjes en vakanties. Bovendien ervaren kinderen die opgroeien in armoede stress. Langdurige stress kan een nadelige invloed hebben op de delen van hersenen die belangrijk zijn voor het onthouden van informatie, het oplossen van problemen, het plannen en vooruitkijken, de impulscontrole en het maken van weloverwogen beslissingen. Armoede kan daarom een negatief effect hebben op onderwijsprestaties, gezondheid en welbevinden van kinderen. Daarnaast is er een verhoogd risico op armoede op volwassen leeftijd. 1
1 Opgroeien en opvoeden in armoede | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl) De invloed van armoede op schoolprestaties | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl)
4
2. Dit doen we al
Samen sterker tegen kinderarmoede Integrale aanpak kinderarmoede
Daarom heeft de gemeente in het Beleidskader armoede en schulden 2023-2026 opgenomen dat we een integrale aanpak ontwikkelen voor het verminderen van kinderarmoede. Dit doen we binnen de gemeentelijke organisatie en op verschillende beleidsterreinen, samen met wetenschappers, professionals (in het zorgdomein) en Rotterdamse kinderen en jongeren.
In dit document leest u hoe deze aanpak eruitziet en waar we de komende tijd (extra) op inzetten.
De aanpak is tot stand gekomen door de opbrengsten vanuit de portefeuilles stevige start, veilig, welzijn, (mentale) gezondheid, onderwijs, sport & cultuur en door de opbrengsten van de leerstoel kinderarmoede. Deze leerstoel is onderdeel van het onderzoeksprogramma Kinderarmoede. In dit programma onderzoeken de bijzonder hoogleraar en de lector Kinderarmoede de hulpverlening van gezinnen in armoede. Met de uitkomsten van dit onderzoek kunnen we de kwaliteit en de effectiviteit van deze integrale aanpak verder ontwikkelen en verbeteren.
De aanpak richt zich op kinderen van de leeftijd -9 maanden tot 18 jaar met ouder(s) met een laag inkomen en op de gezinnen van deze kinderen. Deze leeftijdsgrens is gekozen, omdat ontwikkeling van het kind al begint in de baarmoeder. Foetussen voelen de stress van leven met schaarste al in de buik en slaan die ervaringen op in het lichaam. Dit heeft invloed op het hartritme, het immuunsysteem en de hersenontwikkeling2. De grens 18 jaar is gekozen, omdat kinderen na hun achttiende verjaardag officieel volwassen zijn en zelf verantwoordelijk zijn voor veel financiële zaken. Ook op andere terreinen zijn ze steeds meer zelfstandig zonder hulp van ouders en school. Om te voorkomen dat zij tussen wal en schip vallen worden vanuit het Beleidskader armoede en schulden 2023-2026 verschillende interventies ingezet. Zo ontvangen alle jongeren die 18 jaar worden thuis een informatieboek met wat er gaat veranderen in hun (financiële) situatie en wat zij moeten gaan regelen.
Deze aanpak is ook mede tot stand gekomen door de opbrengst van de Expertbijeenkomst van 30 januari 2024 en door diverse gesprekken met partijen en kinderen in Rotterdam. Deelnemers waren onder andere Stichting Jeugd en Gezin, het Jeugdeducatiefonds, Van Veldhuizen Stichting, Stichting Salaam, gezinsondersteuners van de gemeentelijke gezinsaanpak, kinderombudsman en wetenschappers. Uit de expertbijeenkomst en (individuele) gesprekken met de partijen, bleek dat het niet wenselijk is om met grote/nieuwe regelingen te komen, maar om juist dat wat er al is te versterken en met elkaar te verbinden. Uit de analyse blijkt namelijk dat er al veel maatregelen zijn op diverse levensgebieden van kinderen, zoals mee kunnen doen in de samenleving, (mentale) gezondheid, onderwijs, veiligheid en maatregelen gericht op het gezin van het kind. Deze aanpak zal dus geen nieuwe maatregelen of regelingen introduceren. We bouwen voort op bestaande maatregelen en versterken waar nodig.
2 Baby’s onder stress. Stressbegeleiding van (aanstaande) ouders in de geboortezorg. De Koning D., SWP,2021.
5
1. Aanleiding
2. Dit doen we al
3. Toekomst
Effecten van armoede op kinderen Risicofactoren en beschermende factoren Bij deze aanpak is gebruik gemaakt van het factorenmodel (Stoorvogel en Wiering, 2022). Er is gekeken welke risico- en/of beschermende factoren van invloed zijn op het kansrijk, veilig en gezond leven van kinderen. Risicofactoren zijn factoren die een positieve ontwikkeling of uitkomst bedreigen. Bijvoorbeeld onveilige hechting tussen kind en ouders. Beschermende of versterkende factoren zijn factoren die de werking van risicofactoren verzwakken en veelal ook een positief effect hebben. Een voorbeeld hiervan is sociaal emotionele vaardigheden.
Probleemschets Definitie kinderarmoede De vraagstukken en uitdagingen die met armoede samenhangen, gaan over meer dan geld. De uitdagingen gaan zowel over materiële, culturele en sociale aspecten, als over bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en kansengelijkheid.
Gemeente Rotterdam hanteert de volgende definitie van kinderarmoede: ‘Kinderen groeien op in armoede, wanneer het gezin waarin zij opgroeien onvoldoende materiële, culturele en sociale middelen heeft om op een manier te leven die als minimaal aanvaardbaar wordt gezien in de samenleving waarin men leeft.’ Onder ‘minimaal aanvaardbaar’ verstaan we: te weinig financiële mogelijkheden hebben om minimaal noodzakelijke goederen en voorzieningen te bekostigen. Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat kinderen die opgroeien in armoede niet kunnen meedoen aan allerlei activiteiten die bijdragen aan hun ontwikkeling. Denk hierbij aan sporten, muziekles en op je verjaardag kunnen trakteren.
Beeld bij de doelgroep In Rotterdam groeien ongeveer 16.800 kinderen op in huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum. Dit komt neer op 15% van alle kinderen. Op gebiedsniveau blijkt dat de gebieden Feijenoord, Delfshaven en Charlois het hoogste percentage kinderen hebben dat opgroeit in zo’n gezin, respectievelijk 21%, 20% en 19%. In vergelijking daarmee is het percentage in Overschie en Hillegersberg veel lager, respectievelijk 7% en 9%.
Rotterdam heeft in vergelijking met de andere G4 gemeenten het hoogste (15%) aandeel kinderen dat opgroeit in een huishouden met een inkomen tot 110%. Amsterdam scoort met 13% net iets lager. Als we Rotterdam vergelijken met het Nederlands gemiddelde, dan is dit aandeel dus meer dan twee keer zo groot. Aandeel minderjarige thuiswonende kinderen in huishoudens met een inkomen tot 110% en van het sociaal minimum in de G4 en Nederland Rotterdam
15,0%
Amsterdam
13,0%
Den Haag
12,4%
Utrecht
7,9%
Nederland
7,0%
Armoede zorgt niet automatisch voor problemen bij kinderen op de lange termijn. Als armoede langdurig is en samengaat met meer risicofactoren en minder beschermende factoren, dan is de kans op ontwikkelingsproblemen van kinderen groot3.
- Risicofactoren: Bij ouders
zoals een lage opleiding, alleenstaand ouderschap en langdurig ziek zijn;
Bij het kind
bijvoorbeeld psychische problemen; armoede is ook een risicofactor voor het ontwikkelen van crimineel gedrag en/of het verstrikt raken in criminele netwerken. Risicofactoren voor criminaliteit die samenhangen met armoede zijn onder meer schulden, een laag opleidingsniveau en een ontbrekend gevoel van erbij horen; kindermishandeling;
In de omgeving
zoals onveiligheid in de buurt.
+ Beschermende factoren: Bij ouders
zoals een goede relatie en veerkracht;
Bij het kind
waaronder sociaal emotionele vaardigheden;
In de omgeving
zoals goede sociale netwerken, goed functionerende basisvoorzieningen.
Bron: CBS, 1 januari 2022
Bron: CBS (met bewerking van afdeling Onderzoek en Business Intelligence (OBI)), peildatum 1 januari 2022
3 Opgroeien en opvoeden in armoede | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl)
6
Samen sterker tegen kinderarmoede Integrale aanpak kinderarmoede
7
1. Aanleiding
2. Dit doen we al
Effecten van armoede op kinderen
Gezin
Effect op (mentale) gezondheid
Bij kinderen die langdurig in armoede opgroeien, is er vaker sprake van meerdere risicofactoren dan beschermende factoren. Dit heeft effect op de ontwikkeling van het kind. Armoede heeft het grootste effect op mee kunnen doen in de samenleving, gezondheid en het gezin. Hiernaast staan de effecten die armoede heeft op kinderen.
Armoede zorgt voor stress en negatieve emoties in het gezin, ook bij ouders. Uit onderzoek blijkt dat deze stress gevolgen kan hebben op hoe ouders opvoeden. Deze stress kan leiden tot minder goede relatie tussen ouders en kinderen. Kinderen lopen het risico daardoor minder veilig gehecht te zijn. Dit heeft negatieve gevolgen voor hun latere leven.
Opgroeien in armoede leidt vaak tot stress bij kinderen. Ze maken zich ongerust, omdat zij zien dat hun ouders niet genoeg geld hebben. Deze zorgen leiden bij een deel van de kinderen en jongeren tot fysieke of psychische klachten, zoals hoofdpijn, buikpijn, vermoeidheid, paniek en angst. Naast problemen met de mentale gezondheid hebben ze vaker last van overgewicht en astma en hebben ze een lagere levensverwachting.
Mee kunnen doen Het landelijk percentage kinderen in armoede dat niet meedoet aan vrijetijdsactiviteiten die geld kosten, zoals sport en cultuur, is twee keer zo hoog als dat van kinderen uit welvarender gezinnen. Zo gaan deze kinderen bijvoorbeeld minder vaak naar een verjaardag, omdat ze geen cadeautje kunnen meenemen. Of blijven ze thuis van school op hun verjaardag, omdat ze niet kunnen trakteren. Kortom, het effect van armoede kan zijn dat kinderen terechtkomen in een sociaal isolement.
8
Samen sterker tegen kinderarmoede Integrale aanpak kinderarmoede
Onderwijs Ontwikkelingsachterstand van kinderen die opgroeien in armoede begint al bij de geboorte. Bij kinderen tussen 1 en 3 jaar zijn er al signalen die wijzen op een moeizame ontwikkeling. Zo heeft een kind dat opgroeit in armoede als het een jaar is, twee maanden achterstand op ontwikkeling vergeleken met een kind uit een middenklassengezin.
3. Toekomst
Zeker de helft van de jongeren die opgroeit in armoede, maakt zich regelmatig zorgen over de financiering van een vervolgopleiding. Het gebrek aan zekerheid en toekomstperspectief kan een negatieve invloed hebben op het welbevinden van kinderen en jongeren. Veiligheid Armoede is een risicofactor voor criminaliteit. In wijken met veel armoede lopen jongeren een groter risico terecht te komen of verstrikt te raken in het web van ondermijnende criminaliteit. Armoede is een belangrijke risicofactor voor huiselijk geweld en kindermishandeling, omdat het stress veroorzaakt in gezinnen. Als armoede toeneemt, neemt het risico op huiselijk geweld ook toe.
Materiële achterstanden kunnen daarnaast bijdragen aan slechtere concentratie op school, leerachterstanden en vroegtijdig schoolverlaten. Armoede vergroot de kans op het verlaten van school zonder startkwalificatie, zelfs wanneer de betreffende jongere goed mee kan komen op school.
9
1. Aanleiding
2. Dit doen we al
3. Toekomst
Kader van de aanpak De drie uitgangspunten die voortkomen uit de leerstoel Kinderarmoede en het onderzoeksprogramma Kinderarmoede, vormen de bouwstenen van de integrale aanpak kinderarmoede4.
Context Het Rijk Het Rijk is verantwoordelijk voor de bestaanszekerheid van burgers en dus ook van kinderen. Het Rijk heeft de ambitie uitgesproken om het aantal kinderen dat in armoede leeft in 2025 te halveren ten opzichte van 2015. Met diverse maatregelen probeert het Rijk armoede binnen gezinnen terug te dringen. Zo gingen in 2019 de algemene heffingskorting en de arbeidskorting omhoog en de belastingtarieven omlaag. Het Rijk heeft ook de zorgtoeslag, de kinderbijslag en de kinderopvangtoeslag voor ouders verhoogd. Naast deze maatregelen financiert het Rijk ook maatregelen voor het kind. Zo financiert het Rijk gratis schoolmaaltijden op scholen in kwetsbare wijken en de brugfunctionaris op scholen. Een brugfunctionaris signaleert problemen, talenten en ontwikkelkansen van kinderen en leidt het gezin en het kind naar oplossingen en mogelijkheden om talenten verder te ontplooien. Om (kinder)armoede aan te pakken, is meer nodig dan het bovenstaande. Er zijn structurele ingrepen nodig die effecten hebben op het gehele gezin. Dit zijn onder andere een verdere verhoging van het minimumloon, het vereenvoudigen van het toeslagensysteem en het verbeteren van de financiële positie van mensen met een beperking of chronische ziekte. Dat is de verantwoordelijkheid van het Rijk en vanuit de gemeente lobbyen we daarom ook voor deze structurele maatregelen.
Rol gemeente In het Beleidskader armoede en schulden 2023-2026 is de visie uiteengezet van dit college. De beschreven aanpak in dit document kan niet los worden gezien van het Beleidskader armoede en schulden 2023-2026. De doelstellingen binnen dit beleidskader, zoals inzet op preventie, ondersteuning en toekomstperspectief, helpen (in)direct ook de kinderen die opgroeien in armoede. Structurele inzet is een voorwaarde voor het succes van de aanpak kinderarmoede. Kinderarmoede is in het beleidskader een belangrijk thema, omdat we met de aanpak van kinderarmoede, intergenerationele armoede kunnen doorbreken. Om de overdracht van armoede van generatie op generatie te voorkomen, is het belangrijk om zo vroeg mogelijk in het leven (al vanaf voor de geboorte) ouders in kwetsbare situaties én hun (aanstaande) kinderen te ondersteunen.
1. Ondersteuning vindt plaats op meerdere leefgebieden
2. Het gezin als geheel en het kind staan centraal
Onder leefgebieden rekenen we onder meer sociale relaties, lichamelijke en psychische gezondheid, zingeving, school/werk en activiteiten. Voor kinderen die leven in armoede is hun thuis belangrijk en ook de buurt waarin ze wonen en naar school gaan. Daarnaast is school en werk als leefgebied belangrijk. Kinderen en jongeren die leven in de context van armoede hebben behoefte aan hulp op financieel gebied. Denk hierbij aan materialen, zoals spullen om te knutselen om de fijne motoriek te ontwikkelen (0-4 jaar), een fiets om mee naar school te gaan en een laptop om schoolwerk te maken. Ook is er aandacht voor het vergroten van emotionele vaardigheden nodig; voor sporten en cultuur; voor (het vergroten) van een sociaal netwerk en het vergroten van kansengelijkheid op scholen. Kinderen moeten op al deze verschillende leefgebieden worden ondersteund.
In zowel wetenschap, beleid en praktijk zien we dat de focus ligt op de primaire opvoeder binnen het gezin. Dit is degene die de meeste tijd doorbrengt met het kind. De focus op de primaire opvoeder is belangrijk, omdat dit direct en indirect het kind helpt. Maar ook de rest van het gezin moet betrokken worden bij de ondersteuning. Dit betekent dat er ook aandacht moet zijn voor de kinderen in het gezin. Het is van belang om meer nadruk te leggen op de situatie en het welzijn van het kind. Want als we weten wat er leeft bij de kinderen zelf en welke behoeften zij hebben, kunnen we kinderen beter en effectiever ondersteunen.
3. De gehele sociale omgeving rondom het opgroeiende kind spelen een rol Het kind staat niet op zichzelf. De sociale omgeving (de systemen) heeft grote invloed op de ontwikkeling van het kind. De systemen zijn bijvoorbeeld het gezin, de school, de kinderopvang, de jeugdprofessional en de gemeente. Geen enkele bijdrage staat op zichzelf, maar heeft effect op andere systemen. Een effectief beleid tegen kinderarmoede vraagt om een goede samenhang daartussen. Zo is school een goede plek waar armoede gesignaleerd kan worden. De school kan een kind dat wil sporten, maar hiervoor geen geld heeft, verder helpen. Niet alleen met een sportaanvraag, maar ook met andere hulpvragen.
Kinderarmoede is een complex vraagstuk dat ingrijpt op verschillende levensgebieden. De aanpak daarvan vraagt dan ook gezamenlijke inspanning. Ieder initiatief, iedere organisatie, ieder individu kan op een eigen unieke manier het verschil maken voor het kind.
4 O ratie “Kind in context. Naar een integrale aanpak van kinderarmoede” 15 maart 2024 uitgesproken door Nicole Lucassen, bijzonder hoogleraar Kinderarmoede, Erasmus University Rotterdam
10
Samen sterker tegen kinderarmoede Integrale aanpak kinderarmoede
11
Hoofdstuk 2
1. Aanleiding
2. Dit doen we al
3. Toekomst
Dit doen we al om kinderarmoede aan te pakken Wat doen we al tegen kinderarmoede? De gemeente zet diverse maatregelen in om de effecten van armoede op kinderen te verzachten, de beschermde factoren te versterken en de risicofactoren te verminderen op de ontwikkeling van de kinderen. We hebben allereerst gekeken naar de maatregelen die zijn ingezet, om vervolgens te kunnen bepalen wat er ontbreekt en om beter aan te kunnen sluiten op bestaande structuren.
Klik op de knoppen om de verschillende onderwerpen te bekijken:
Meedoen
Veiligheid
Gezondheid
Gezin
Onderwijs
Omgeving
Conclusie
Gezin Moeders voor Rotterdam Deze methodiek is ontwikkeld door Erasmus MC, Gemeente Rotterdam en Stichting De Verre Bergen. Aanleiding zijn onderzoeken die aantonen dat armoede tot chronische stress leidt en dat stress al tijdens de zwangerschap leidt tot slechte geboorte-uitkomsten, zoals laag gewicht en hogere kindersterfte. En dat kinderen al met een achterstand geboren worden, die later maar moeilijk in te halen is. Coaches ondersteunen gezinnen door hen eerst te ontzorgen (wegnemen van stress) en dan vaardigheden aan te leren om de regie weer in handen te nemen. Er zijn ook lichtere vormen in begeleiding van jonge ouders tijdens of zelfs voor de zwangerschap, zoals Stevig Ouderschap. Aanmeldpunt Moeders van Rotterdam | Rotterdam.nl
Gezinsaanpak De gezinsaanpak is bedoeld om gezinnen met financiële problemen beter te vinden en te ondersteunen. Deze aanpak is in vier wijken verder ontwikkeld:
12
Bospolder-Tussendijken, Crooswijk, Tarwewijk en Carnisse. Bij de gezinsaanpak worden gezinnen in de doelgroep actief benaderd. Problemen kunnen zo in een vroegtijdig stadium worden gesignaleerd én aangepakt. Hierbij worden financiële en materiële hulp op maat gecombineerd met hulp van immateriële aard. Bij immateriële aard denk aan hulp bij boodschappen of het invullen van formulieren. De werkzame elementen van de gezinsaanpak zijn: present zijn, stress verminderen, vertrouwen versterken, direct handelen en aansluiten bij de leefwereld van het gezin.
Children’s Zone
Formele hulpverlening via de wijkteams
In de acht focuswijken van Rotterdam Zuid (Feijenoord, Afrikaanderwijk, Hillesluis, Bloemhof, Tarwewijk, Vreewijk, Carnisse en Oud-Charlois) is de Children’s Zone ontwikkeld. Daarin worden de kansen van de kinderen (0-14 jaar) vergroot door de school-, wijk- en thuissituatie te versterken. Een belangrijke rol hierin is weggelegd voor de ouders. In elk wijkteam werken twee wijkcoaches van de Children’s Zone, die ouders vaardigheden aanleren en de zelfredzaamheid van het gezin vergroten.
Iedere wijk in Rotterdam heeft een wijkteam. De wijkteams ondersteunen gezinnen als er sprake is van twee of meer hulpvragen. De gezinnen melden zich via de hulpverleners of de Vraagwijzer bij het wijkteam. Veruit de meeste van deze gezinnen leven onder de armoedegrens.
Informele gezinsaanpak De gemeente ondersteunt een aantal organisaties die gezinnen integraal ondersteunen, zoals Goud van Noord, Thuis in West, House of Hope en Van Kansarm naar Kansrijk (Van Veldhuizen Stichting). Deze organisaties zijn vaak in staat om bewoners die geen vertrouwen hebben in de overheid tóch te introduceren bij het wijkteam of de Vraagwijzer. Ook kunnen zij mensen helpen aan een netwerk of zelfs (vrijwilligers)werk.
Samen sterker tegen kinderarmoede Integrale aanpak kinderarmoede
13
Hoofdstuk 2
1. Aanleiding
2. Dit doen we al
3. Toekomst
Dit doen we al om kinderarmoede aan te pakken Wat doen we al tegen kinderarmoede? De gemeente zet diverse maatregelen in om de effecten van armoede op kinderen te verzachten, de beschermde factoren te versterken en de risicofactoren te verminderen op de ontwikkeling van de kinderen. We hebben allereerst gekeken naar de maatregelen die zijn ingezet, om vervolgens te kunnen bepalen wat er ontbreekt en om beter aan te kunnen sluiten op bestaande structuren.
Klik op de knoppen om de verschillende onderwerpen te bekijken:
Meedoen
Veiligheid
Gezondheid
Gezin
Onderwijs
Omgeving
Conclusie
Overige sportaanbod in de stad, zoals de schoolsportvereniging, SwapGym en schoolzwemmen
Overige cultuuraanbod, zoals cultuureducatie op scholen en talentscouts via de Stichting Kunstzinnige Vorming Rotterdam (SKVR)
Bij een Schoolsportvereniging komen de sportverenigingen naar de wijk om leerlingen direct na schooltijd training te geven op of nabij school. De kinderen krijgen les van clubtrainers en kunnen na een aantal proeftrainingen lid worden van de sportvereniging. Ze doen dan mee aan competities, toernooien en/of andere clubactiviteiten. SwapGym koppelt de gymles op de middelbare school aan lokaal, Rotterdams sport- en beweegaanbod. Leerlingen kunnen wekelijks hun gymles inruilen, oftewel swappen, voor een les die aansluit bij een sportactiviteit die zij leuk vinden, een sport die ze willen uitproberen of een methode die hen uitdaagt om in beweging te komen.
Rotterdam heeft tien gesubsidieerde instellingen op het gebied van cultuureducatie. Dit zijn onder meer Punt 5 (Delfshaven), Maastheater, Theater Hofplein en Villa Zebra. Basisscholen maken hier gebruik van om kinderen in aanraking te laten komen met verschillende culturele uitingen. De SKVR heeft in drie wijken wijkverkenners die jongeren verbinden aan lokale initiatieven op het gebied van dans of muziek. Daarnaast zet de SKVR cultuurcoaches en talentscouts in. De SKVR werkt nauw samen met het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Ook heeft de SKVR een aantal wijkcultuurscholen in de stad.
Meedoen Jeugdfonds Sport en Cultuur
Kindtegoed/Jeugdtegoed
Het Jeugdfonds Sport & Cultuur is een stichting die financiële ondersteuning biedt aan kinderen en jongeren uit gezinnen met beperkte financiële middelen (130% van het sociaal minimum), zodat zij kunnen deelnemen aan sportieve en culturele activiteiten. Het fonds betaalt rechtstreeks de contributie, het lesgeld of de benodigde attributen aan sportverenigingen, dansscholen, muziekscholen en andere culturele instellingen.
Het Kindtegoed en het Jeugdtegoed zijn financiële tegemoetkomingen voor kinderen van 4 t/m 18 jaar. Het tegoed wordt op de Rotterdampas gezet en kan worden besteed aan onder meer schoolspullen, sportkleding en kosten Openbaar Vervoer.
Rotterdam | Jeugdfonds Sport & Cultuur (jeugdfondssportencultuur.nl)
Jarige Job
Stichting Meedoen Meedoen Rotterdam is een initiatief dat mensen met een laag inkomen (130% van het sociaal minimum) ondersteunt bij het deelnemen aan diverse activiteiten. Rotterdammers kunnen hier een beroep op doen voor o.a. een fiets, een Chromebook en voor zwemlessen.
Jeugdtegoed | Rotterdam.nl
Jarige Job is een stichting in Nederland die zich inzet om kinderen van ouders met een minimuminkomen een verjaardagscadeau te geven. Het doel is kinderen uit financieel minder draagkrachtige gezinnen een fijne verjaardag te laten vieren, net als hun leeftijdsgenoten. De stichting voorziet in verjaardagsboxen met cadeautjes, traktaties en versieringen, waardoor deze kinderen zich speciaal voelen op hun verjaardag. Stichting Jarige Job - Stichting Jarige Job
Meedoen in Rotterdam - Meedoen in Rotterdam
14
Samen sterker tegen kinderarmoede Integrale aanpak kinderarmoede
15
Hoofdstuk 2
1. Aanleiding
2. Dit doen we al
3. Toekomst
Dit doen we al om kinderarmoede aan te pakken Wat doen we al tegen kinderarmoede? De gemeente zet diverse maatregelen in om de effecten van armoede op kinderen te verzachten, de beschermde factoren te versterken en de risicofactoren te verminderen op de ontwikkeling van de kinderen. We hebben allereerst gekeken naar de maatregelen die zijn ingezet, om vervolgens te kunnen bepalen wat er ontbreekt en om beter aan te kunnen sluiten op bestaande structuren.
Klik op de knoppen om de verschillende onderwerpen te bekijken:
Meedoen
Veiligheid
Gezondheid
Gezin
Onderwijs
Omgeving
Conclusie
Gezondheid Subsidiekader Jeugdpreventie
De interventies gaan over:
Problemen in het opvoeden en opgroeien vinden plaats in alle inkomensgroepen. Wel versterkt het langdurig leven in armoede deze problemen. De problemen zijn universeel en tegelijkertijd sterk gerelateerd aan armoede. Het is belangrijk om kinderen en hun ouders zo vroeg mogelijk te ondersteunen als zij problemen ervaren bij het opvoeden of opgroeien. Met het subsidiekader Jeugdpreventie stelt de gemeente een breed ondersteuningsaanbod beschikbaar voor diverse problemen en diverse leeftijden. Het omvat meer dan 60 interventies, gericht op kinderen van 0-18 jaar, ouders/het gezin, de school of de omgeving. Het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) en het Schoolmaatschappelijk Werk zijn de belangrijkste aanmelders voor deze interventies.
1.
Sociaal-emotionele vaardigheden en psychosociale problematiek, zoals met Happyles, Dappere Dino’s, Pak je Kans en Powerklas.
2.
Opgroeien met ouders met psychische klachten of (licht) verstandelijke beperking, zoals met Buurtcirkel, en Mijn familie en ik.
3.
Opvoedvaardigheden, zoals met Pittige jaren, Opstapje en Babytijd.
4.
Middelengebruik, zoals met Gezondheidscoaches en Hoe zeg ik nee.
16
Samen sterker tegen kinderarmoede Integrale aanpak kinderarmoede
17
Hoofdstuk 2
1. Aanleiding
2. Dit doen we al
3. Toekomst
Dit doen we al om kinderarmoede aan te pakken Wat doen we al tegen kinderarmoede? De gemeente zet diverse maatregelen in om de effecten van armoede op kinderen te verzachten, de beschermde factoren te versterken en de risicofactoren te verminderen op de ontwikkeling van de kinderen. We hebben allereerst gekeken naar de maatregelen die zijn ingezet, om vervolgens te kunnen bepalen wat er ontbreekt en om beter aan te kunnen sluiten op bestaande structuren.
Klik op de knoppen om de verschillende onderwerpen te bekijken:
Meedoen
Veiligheid
Gezondheid
Gezin
Onderwijs
Omgeving
Conclusie
Onderwijs Brugfunctionaris
Jeugdeducatiefonds
In maart 2020 werd Rotterdam getroffen door de covid-pandemie, die zorgde voor zichtbare en onzichtbare schade op sociaal-economisch en sociaal-maatschappelijk gebied. Basisscholen in Rotterdam wilden zich actief inzetten voor armoedebestrijding om de kansengelijkheid te bevorderen. Dit resulteerde in een tweejarige pilot waarin zes scholen aan de slag zijn gegaan om een schoolgebonden aanpak van SOS-Kinderarmoede te ontwikkelen en duurzaam te implementeren. Om dit mogelijk te maken, is de brugfunctionaris in het leven geroepen. Deze brugfunctionaris biedt vroegtijdige hulp bij vragen en zorgen die niet direct verband houden met onderwijs. Dit stelt andere medewerkers in het schoolteam in staat om zich te concentreren op hun kernactiviteiten, terwijl leerlingen beter kunnen groeien en leren. Door het succes is dit ook landelijk uitgerold. De brugfunctionaris wordt gefinancierd door het Rijk.
Het Jeugdeducatiefonds (JEF) ondersteunt gezinnen met kinderen die opgroeien in armoede. Het doel van het JEF is de ontwikkelingskansen van kinderen te vergroten die opgroeien vanuit een achterstand. Het fonds helpt op korte termijn te voorzien in de behoeften van gezinnen, zodat kinderen beter in staat zijn om te leren. Daarnaast biedt het JEF op lange termijn opties die bijdragen aan de talentontwikkeling van kinderen, zoals het inzetten van kindercoaches of techniekactiviteiten en het Jeugdeducatiefonds verzorgt gratis schoolontbijt en lunches op scholen. Scholen kunnen ook een fiets, laptop of tablet aanvragen voor leerlingen waarvan de ouders het niet kunnen betalen. Aanvragen voor het fonds lopen via de basisschool, omdat daar bekend is wat de talenten en de intellectuele mogelijkheden van de kinderen zijn. Het JEF ontzorgt scholen met diensten en producten voor individuen en groepen. Vanaf dit schooljaar wordt de dekking door het JEF uitgebreid van 76 naar 125 basisscholen. Jeugdeducatiefonds
18
Samen sterker tegen kinderarmoede Integrale aanpak kinderarmoede
Voorschoolse Educatie (VE)
Dagprogrammering
Onderzoek heeft aangetoond dat kinderen die vanaf 2 jaar deelnemen aan kwalitatief goede voorschoolse educatie (VE/peutergroep) ontwikkelingsachterstanden inlopen en met minder achterstanden starten in het basisonderwijs. In Rotterdam wordt VE uitgevoerd door kinderopvangorganisaties. Voor de VE gelden andere kwaliteitseisen dan voor de reguliere kinderopvang. Zo moeten pedagogisch medewerkers een speciale VE-opleiding hebben én moet er worden gewerkt met een erkend educatief VE-programma. Alle Rotterdamse peuters (2- en 3-jarigen) hebben recht op minimaal 8 uur VE per week. Voor peuters die meer baat hebben bij VE zijn er regelingen om 16 uur deel te nemen. Ouders betalen een inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor de deelname aan VE. Dit kan voor ouders met een laag inkomen oplopen tot een bedrag van 260 euro per jaar. De regelingen die er op dit moment zijn, helpen (deels) in de tegemoetkoming van deze kosten. Voor kinderen die vallen onder de doelgroep Extra spelen en leren hoeven ouders geen eigen bijdrage te betalen voor de tweede 8 uur. Kinderen die vallen onder de doelgroep gelijke kansen (ouders zitten in de schuldsanering) kunnen 16 uur gratis naar de VE.
Sinds schooljaar 2019-2020 doen alle basisscholen in de Children’s Zone (CZ) binnen het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ), en enkele scholen buiten de CZ, mee aan de Dagprogrammering. Hierbij krijgen alle leerlingen tien uur extra (verplichte) leertijd per week. Door middel van een verrijkt aanbod wordt gewerkt aan drie doelen: onderwijsresultaten, sociaal-emotionele ontwikkeling en talentontwikkeling opdat de brede ontwikkeling van leerlingen wordt gestimuleerd en hun kansengelijkheid wordt vergroot. Sinds schooljaar 2021-2022 doen ook 7 VO-scholen binnen NPRZ mee aan de Dagprogrammering voor zes uur (verplichte) leertijd voor 1/3 deel van hun leerlingen (waarbij wordt toegewerkt naar 50% van de leerlingen).
Vanaf 1 augustus 2024 start in NPRZ-gebied (Feijenoord, Charlois, IJsselmonde) de regeling waarbij ouders van kinderen die vallen onder de doelgroep Extra spelen en leren, die een inkomen hebben tot 130% van het wettelijk sociaal minimum, geen eigen bijdrage hoeven te betalen voor VE.
Uit onderzoek (de schouw) blijkt dat de Dagprogrammering door alle betrokkenen wordt ervaren als een grote meerwaarde voor de drie bovengenoemde doelen. Leerlingen nemen deel aan diverse activiteiten waar ze anders niet of minder makkelijk mee in aanraking zouden komen. Ze leren hun talenten ontdekken en beter samenwerken. Daarnaast speelt Dagprogrammering een belangrijke rol in en kan als vliegwiel fungeren op het gebied van cognitieve vaardigheden en leerprestaties.
Hoewel niet specifiek is onderzocht hoe Dagprogrammering bijdraagt aan het terugdringen van armoede, is het wel aannemelijk dat Dagprogrammering bijdraagt aan het verzachten van de armoede van leerlingen. Leerlingen komen tenslotte in aanraking met dingen die ze van huis uit niet altijd mee kunnen krijgen (sport, extra leerondersteuning, cultuur, etc.), bijvoorbeeld omdat ouders het niet kunnen betalen. Ook zien ze tijdens bedrijfsbezoeken plekken waar zij anders nooit komen. Met de Dagprogrammering worden bijna 9.500 kinderen binnen NPRZ bereikt.
19
1. Aanleiding
Financiële educatie in het onderwijs
Menstruatiearmoede
Op dit moment zetten we vooral in op financiële educatie voor jongeren vanaf groep 7 en 8 tot en met 27 jaar. Via de subsidieregeling ‘Samen Sterk’ bieden we subsidies aan voor het organiseren van workshops, voorlichtingssessies en financiële educatie in de vorm van geldlessen. Deze regeling is gericht op basisscholen (po), het voortgezet onderwijs (vo) en het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). De focus ligt op het informeren van kinderen en jongeren, zodat zij op latere leeftijd over de juiste vaardigheden beschikken om de juiste keuzes te maken. De uitvoering van deze financiële educatie ligt bij de voorlichters van de Kredietbank Rotterdam (KBR) en diverse subsidiepartijen. Elke partij heeft een eigen methodiek, afgestemd op een specifieke doelgroep. Voorbeelden zijn onder meer de geldlessen ‘Het Gouden Ei’ van de KBR voor groep 7 en 8 van de basisschool en het lesprogramma ‘Hoe word je rijk?’ van Money Start voor het voortgezet speciaal onderwijs (vso).
Meer dan 2.000 leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs (po en vo) hebben onvoldoende geld om menstruatieproducten aan te schaffen. Zij missen hierdoor lessen en lopen het risico achter te raken in hun studie. Het Armoedefonds regelt de producten, de bezorging en het, educatief materiaal. Het fonds is voor scholen het contactpunt voor vragen en advies.
Subsidieregeling Informele leerondersteuning De gemeente subsidieert informele leerondersteuning, oftewel huiswerkbegeleiding. Dit draagt bij aan het verbeteren van de kansengelijkheid in het onderwijs. Deze subsidie is beschikbaar voorde gebieden: Charlois, Feijenoord, IJsselmonde, Delfhaven, Kralingen-Crooswijk, Noord en Centrum.
20
2. Dit doen we al
3. Toekomst
Buzz010 De ontwikkeling van een kind is deels het opdoen van ervaringen buiten de vertrouwde omgeving en door de grotere wereld te ontdekken. Opgroeien in armoede verkleint die wereld. De dienst Buzz010 is ontwikkeld door Stichting de Verre Bergen. Buzz010 zorgt ervoor dat leerlingen in het primair onderwijs van Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Maassluis zorgeloos op excursie kunnen door veilig en betaalbaar busvervoer aan te bieden. Hiermee kunnen leerlingen juist buiten de klas nieuwe ervaringen opdoen, leren over hun omgeving en sociale vaardigheden ontwikkelen. Het aantal busritten is gebaseerd op twee excursies per leerling en een bereik van 90% van de leerlingen in het primair onderwijs. Scholen hoeven een deel van de kosten niet te betalen.
Samen sterker tegen kinderarmoede Integrale aanpak kinderarmoede
21
Hoofdstuk 2
1. Aanleiding
2. Dit doen we al
3. Toekomst
Dit doen we al om kinderarmoede aan te pakken Wat doen we al tegen kinderarmoede? De gemeente zet diverse maatregelen in om de effecten van armoede op kinderen te verzachten, de beschermde factoren te versterken en de risicofactoren te verminderen op de ontwikkeling van de kinderen. We hebben allereerst gekeken naar de maatregelen die zijn ingezet, om vervolgens te kunnen bepalen wat er ontbreekt en om beter aan te kunnen sluiten op bestaande structuren.
Klik op de knoppen om de verschillende onderwerpen te bekijken:
Meedoen
Veiligheid
Gezondheid
Gezin
Onderwijs
Omgeving
Conclusie
Veiligheid Programma Preventie met Gezag Het programma Preventie met Gezag faciliteert het aanbod van minimaal 40 verschillende interventies. Daarbij staat het voorkomen en verminderen van jeugdcriminaliteit centraal. Omdat armoede een belangrijke risicofactor is voor het ontstaan en voortduren van (jeugd)criminaliteit, werkt het programma ook indirect aan het verminderen van de gevolgen van kinderarmoede. Het aanbod is grofweg opgedeeld in drie pijlers: 1.
(Vroege) preventie voor kinderen en gezinnen die risico lopen op het ontstaan van jeugdcriminaliteit (zowel collectief (primaire preventie) als individueel of groepsgewijs (secundaire preventie).
2.
Proactief ingrijpen wanneer een jongere criminele activiteiten ontwikkelt, zodat deze niet verder afglijdt.
3.
Voorkomen dat een jongere die veelvuldig crimineel actief is, recidiveert (tertiaire preventie).
22
Onder pijler 1 preventie vallen onder meer de volgende interventies: ▪
Opvoedvaardigheden van ouders versterken.
▪
Hulp bieden bij gedragsproblemen.
▪
Voorkomen van schoolverzuim en -uitval.
▪
Toeleiding naar een dagbesteding.
Ook bij pijler 2 proactief ingrijpen speelt het vinden van een dagbesteding een rol. Bij jongeren met multiproblematiek wordt een combinatie gezocht tussen zorg en straf. Daarnaast wordt de zichtbaarheid van gezagsdragers versterkt. Bij pijler 3 voorkomen van recidive horen nazorg na detentie en het leveren van maatwerk in strafzaken.
Samen sterker tegen kinderarmoede Integrale aanpak kinderarmoede
23
Hoofdstuk 2
1. Aanleiding
2. Dit doen we al
3. Toekomst
Dit doen we al om kinderarmoede aan te pakken Wat doen we al tegen kinderarmoede? De gemeente zet diverse maatregelen in om de effecten van armoede op kinderen te verzachten, de beschermde factoren te versterken en de risicofactoren te verminderen op de ontwikkeling van de kinderen. We hebben allereerst gekeken naar de maatregelen die zijn ingezet, om vervolgens te kunnen bepalen wat er ontbreekt en om beter aan te kunnen sluiten op bestaande structuren.
Klik op de knoppen om de verschillende onderwerpen te bekijken:
Meedoen
Veiligheid
Gezondheid
Gezin
Onderwijs
Omgeving
Conclusie
Omgeving Jeugdwelzijn Welzijnswerk heeft een rol in het vergroten van de kansengelijkheid van de jeugd. Op basis van analyses van de kwetsbaarheid van gebieden, is per gebied een opdracht verstrekt aan een welzijnsorganisatie. Voor de jeugd wordt ingezet op het versterken van drie factoren:
Het kinderwerk is terug in alle gebieden. In de opdracht ligt de nadruk op collectieve programmering en is minder plek voor individuele begeleiding. Welzijnsorganisaties zijn als volgt actief: ▪
Ze verzorgen een pleinprogrammering (buiten spelen op minimaal 70 Rotterdamse pleinen).
▪
Een positief pedagogische omgeving (wijk, school en gezin).
▪
Ze kunnen al vroeg problemen signaleren.
▪
Ze verwijzen ouders naar passende (opvoed)hulp.
▪
Sociaal-emotionele vaardigheden (onder andere positief zelfbeeld en omgaan met emoties).
▪
Ze hebben huiswerkklassen om het schoolsucces te vergroten.
▪
Schoolsucces.
▪
Ze hebben in de jongerenhubs programma’s voor jongeren om hun talenten verder te ontwikkelen. Deze welzijnsorganisaties zijn ook intermediair voor fondsen, zoals het Jeugdfonds Sport en Cultuur.
24
Samen sterker tegen kinderarmoede Integrale aanpak kinderarmoede
25
Hoofdstuk 2
1. Aanleiding
2. Dit doen we al
3. Toekomst
Dit doen we al om kinderarmoede aan te pakken Wat doen we al tegen kinderarmoede? De gemeente zet diverse maatregelen in om de effecten van armoede op kinderen te verzachten, de beschermde factoren te versterken en de risicofactoren te verminderen op de ontwikkeling van de kinderen. We hebben allereerst gekeken naar de maatregelen die zijn ingezet, om vervolgens te kunnen bepalen wat er ontbreekt en om beter aan te kunnen sluiten op bestaande structuren.
Klik op de knoppen om de verschillende onderwerpen te bekijken:
Meedoen
Veiligheid
Gezondheid
Gezin
Onderwijs
Omgeving
Conclusie
Conclusie Vanuit diverse beleidsterreinen zijn er meerdere maatregelen op verschillende leefgebieden gericht op (gezinnen met) kinderen in armoede. De maatregelen richten zich op het ondersteunen van het gezin, (mentale) gezondheid, het verbeteren van de onderwijskansen en op mee kunnen doen in de samenleving en het opgroeien in een veilige omgeving. Daarnaast vinden de maatregelen plaatst in meerdere systemen binnen de sociale omgeving van het kind. Zo zijn er maatregelen in gezinnen, scholen en sportverenigingen.
zijn niet specifiek gericht op kinderen of gezinnen met een laag inkomen of (financiële) problemen, maar richten zich op groepen kinderen. Zo zijn de maatregelen vanuit het Subsidiekader Jeugdpreventie, om onder andere emotionele vaardigheden te versterken, gericht op alle kinderen op scholen. Ook de projecten in de wijken vanuit de welzijnspartijen zijn gericht op alle kinderen in de wijk. Op deze manier zijn de maatregelen niet stigmatiserend en creëren we voor de kinderen een veilige omgeving om aan te sluiten bij een initiatief.
Vanuit het armoede- en schuldenbeleid zijn er diverse maatregelen specifiek gericht op kinderen met ouders met een laag inkomen. Voorbeelden hiervan zijn het Jeugdtegoed, vergoedingen vanuit Stichting Meedoen, Jeugdfonds Sport en Cultuur en Stichting Jarige Job. Daarnaast wordt ingezet op financiële educatie van kinderen en jongeren om financiële problemen te voorkomen. Ook de integrale gezinsaanpakken, waaronder de informele gezinsaanpak en de gemeentelijke gezinsaanpak, zijn specifiek gericht op gezinnen met (financiële) problemen. Andere maatregelen
We kunnen concluderen dat er vanuit verschillende beleidsterreinen veel aandacht is voor het kind en het gezin. Vanuit verschillende portefeuilles implementeren we programma’s en initiatieven om de effecten van opgroeien in armoede te verzachten. Ondanks deze inspanningen ontbreekt het in sommige gevallen aan een geïntegreerde en coherente benadering, waarin alle aspecten van kinderen en gezinnen worden samengebracht en op elkaar afgestemd.
26
Samen sterker tegen kinderarmoede Integrale aanpak kinderarmoede
27
Hoofdstuk 3
1. Aanleiding
2. Dit doen we al
3. Toekomst
Toekomst We zetten al diverse maatregelen en regelingen in die zijn gericht op verschillende leefgebieden en systemen van kinderen die opgroeien in armoede. Uit de expertbijeenkomst van 30 januari 2023, waar diverse partijen aanwezig waren, bleek dat het niet wenselijk is om met nieuwe grote maatregelen/ regelingen te komen. We bouwen daarom voort op bestaande maatregelen en versterken waar nodig. Dit doen we door: ▪
Regelingen en voorzieningen voor kinderen bekender, toegankelijker en laagdrempeliger maken voor kinderen, ouders en hulpverleners met als doel het bereik van Kindregelingen te vergroten en de effecten van opgroeien in armoede te verzachten.
▪
Het perspectief van het kind meenemen bij beleidsvorming binnen de armoede- en schuldenportefeuille met als doel om kinderen beter en effectiever te ondersteunen.
▪
Het verkennen van de mogelijkheden om de integraliteit te behouden en te versterken in wijken en op beleidsmatig niveau, met als doel kinderen en gezinnen beter te ondersteunen.
Doelstelling 1: Kindregelingen en voorzieningen bekender, toegankelijker en laagdrempeliger maken voor kinderen, ouders en hulpverleners Hulpverleners, partijen in de stad en kinderen geven aan dat regelingen en maatregelen onvoldoende bekend zijn en dat zij drempels ervaren om de Kindregelingen aan te vragen. Dit komt onder andere, doordat de uitvoering hiervan belegd is bij diverse organisaties. Voor het Jeugdtegoed moet er een aanvraag worden gedaan bij de gemeente. Voor een vergoeding voor een contributie voor sport en cultuur moet men aankloppen bij een intermediair van het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Voor een laptop moet de aanvraag worden ingediend bij de Stichting Meedoen. Er moet vaak per organisatie een aparte aanvraag worden ingediend. Het is van belang om dit simpeler en toegankelijker te maken. In het Beleidskader armoede en schulden 2023-2026 is daarom opgenomen dat elke Rotterdammer met recht op inkomensondersteunende regeling daar gebruik van maakt. Vanuit dit plan zetten we twee extra acties in op de Kindregelingen: Actie 1: Inzet op bekendheid Kindregelingen In duidelijke taal, op verschillende manieren en via diverse kanalen, bijvoorbeeld via de hulpverleners, zetten we in op meer bekendheid van de Kindregelingen. We sluiten
28
aan bij bestaande nieuwsbrieven voor hulpverleners en voor scholen. We maken ook gebruik van social media om de kinderen en jongeren direct te informeren. We maken daarnaast gebruik van promoteams. De promoteams maken op goedbezochte plekken in de wijk ’reclame’ voor beschikbare regelingen en ondersteuning. Er zijn ook mensen ter plekke aanwezig die kunnen helpen bij het aanvragen. De promoteams zetten we in op vindplaatsen, zoals scholen en markten. We werken bij het bekend maken van de Kindregelingen samen met kinderen en jongeren.
Doelstelling 2: Het perspectief van het kind meenemen in beleidsvorming binnen de armoede- en schuldenportefeuille Het betrekken van kinderen die opgroeien in armoede in beleidsvorming binnen de armoede- en schuldenportefeuille is noodzakelijk. Want als we weten wat er leeft bij de kinderen en welke behoeften ze hebben, kunnen we kinderen beter en effectiever ondersteunen. Het is bovendien een fundamenteel recht van kinderen om gehoord te worden in zaken die hen aan gaan.
Actie 3: Kinderen mee laten denken in veranderingen armoede- en schuldenbeleid, bijvoorbeeld productcategorieën Jeugdtegoed Samenwerking met ervaringsdeskundigen waaronder kinderen gebeurt in de meeste gevallen nog ad hoc en versnipperd. Daarom hebben we in het Beleidskader armoede en schulden 2023-2025 benoemd dat we de komende periode inzetten om bestaande kennis vanuit ervaringsdeskundigheden en (in)formele organisaties te combineren. Kinderen zijn belangrijke ervaringsdeskundigen voor het armoede- en schuldenbeleid. Dit betekent dat we werk maken van jeugdparticipatie. Nieuwe maatregelen op armoede- en schuldenbeleid hebben een effect op het leven van kinderen en jongeren en daarom vragen we- naar hun perspectief. Dit doen we door aan te sluiten bij bestaande structuren en onderzoeken binnen de gemeente. Een voorbeeld daarvan is de opdracht aan Garage2020, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe kinderen betrokken willen worden bij beleidsontwikkeling. Bovendien gaan we via scholen zelf het gesprek aan met de kinderen.
Actie 2: Breder gebruik maken van de (technische) functionaliteiten van de Rotterdampas. Gezinnen en kinderen in armoede willen erbij horen en leven, zoals gezinnen die niet arm zijn, zonder stigma. Rotterdampas is een instrument om ‘stigmavrij‘ mee te kunnen doen in de samenleving. De pas is voor alle Rotterdammers en niet specifiek voor Rotterdammers met een laag inkomen. We gaan in 2024 onderzoeken of we breder gebruik kunnen maken van de (technische) functionaliteiten van de Rotterdampas voor de Kindregelingen. We onderzoeken of de Rotterdampas ook voor andere regelingen ingezet kan worden, zoals vergoeding voor sport- en cultuurlessen. Op deze manier zorgen we ervoor dat ouders niet bij diverse organisaties een aanvraag hoeven te doen. Dit bevordert de toegankelijkheid van de regelingen. Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2024 rapporteren we hierover.
Samen sterker tegen kinderarmoede Integrale aanpak kinderarmoede
29
1. Aanleiding
2. Dit doen we al
3. Toekomst
Ik ben Demi. Ik ben inmiddels 21 jaar. Ik woon op kamers. Wel in Rotterdam, omdat ik twee dagen per week voor mijn moeder en jongste broertje zorg. Ik weet wat onrecht is en wil daarom nog steeds advocaat worden. Ik studeer nu Rechten.
Doelstelling 3: Integraliteit behouden en versterken Rondom kinderarmoede voert de gemeente beleid dat op diverse (levens)gebieden van het kind invloed heeft: ▪
Er is beleid gericht op het ondersteunen van gezinnen met een laag inkomen. Zoals Moeders van Rotterdam en de gezinsaanpakken. Daarnaast is er formele hulp bij gezinnen, bijvoorbeeld via de wijkteams.
▪
Er zijn ook diverse partijen in de stad die ondersteuning bieden aan het kind of gezin. Denk hierbij aan het Jeugdeducatiefonds en Stichting Meedoen. Op scholen wordt er gewerkt in schoolzorgteams.
▪
In schoolzorgteams werken wijkteams, schoolmaatschappelijk werk en de school (vaak een intern begeleider) en binnenkort de brugfunctionaris samen om een leerling de ondersteuning te bieden die hij of zij nodig heeft.
Er zijn dus veel partijen bezig met het kind en het gezin. De partijen weten elkaar niet altijd goed genoeg te vinden. Integraal werken vraagt om een intensieve samenwerking van alle partijen. Deze partijen moeten elkaar hulpvragen kunnen stellen en uit het netwerk die ondersteuning kunnen krijgen die zij nodig hebben voor de hulp aan een kind of gezin. Het vraagt voortdurend aandacht om deze samenwerking te verbeteren.
30
Actie 4: We verkennen de mogelijkheden om de structurele samenwerking te verbeteren met als doel kinderen en gezinnen beter te ondersteunen in armoede. We verkennen de mogelijkheden om de structurele samenwerking te verbeteren op wijkniveau en beleidsmatig niveau en sluiten daarbij aan op bestaande structuren, zoals de armoedeplatforms. Deze verkenning doen we vanuit verschillende beleidsportefeuilles en met partners in de stad en met kinderen. Vanuit de armoedeen schuldenportefeuille faciliteren we deze verkenning. In het derde kwartaal van 2024 delen we de resultaten van deze verkenning. Financieel In de afdoening van de motie huishoudboekje op orde voor Beleidskader armoede en schulden (23bb007086) heeft u kunnen lezen dat er € 2.138.800 gereserveerd was voor de integrale aanpak kinderarmoede.
Als ik terugkijk op mijn jeugd, zie ik vooral hoe ik mij steeds klein heb moeten maken. Ik kon geen kind zijn, maar moest voor iedereen zorgen. Gelukkig kon ik altijd terecht bij mijn lieve tante. Ik ben ook mijn leraar Nederlands heel dankbaar. Hij zag hoe moe ik was op school en dat ik mij niet kon concentreren. Ik was al bijna van school gestuurd, omdat men dacht dat ik geen zin had in school. Hij was de enige die zag dat ik niet dom of ongeïnteresseerd was, maar dat mijn hoofd simpelweg vol zat met zorgen om thuis. Dankzij hem en mijn tante heb ik mijn diploma gehaald. Mijn leraar heeft mij ook geholpen om een aanvraag te doen voor een gratis laptop en fiets. Zo kon ik meedoen op school. Als ik terugkijk, zie ik hoe veel hulpverleners er over de vloer kwamen. Steeds weer iemand anders, de een voor de financiën, de ander voor de hulp aan mijn moeder, weer een ander voor mijn jongste broertje. En steeds was mijn moeder doodsbang dat wij uit huis zou worden geplaatst. Ik wilde heel graag voetballen. Met voetbal kon ik meedoen met de andere meiden. Maar ik kon geen sportkleding kopen. Ik had schoenen geleend. Toen ik daar uitgroeide, moest ik allerlei smoezen verzinnen waarom ik niet kwam. Later hoorde ik dat daar fondsen voor waren, maar niemand wist toen hoe of wat. Gelukkig kon ik met de Rotterdampas kleding kopen en schoenen om mee te doen.
De voortdurende stress die mijn moeder had, heb ik ook nog. Ik hoop dat mijn kinderen later niet al die stress voelen, trots zijn op zichzelf en meer vertrouwen hebben in de toekomst, want dat heb ik nu ook.
In het Raadsvoorstel verordening AOW- en Jeugdtegoed 2024 (23bb008489) heeft u kunnen lezen dat het benodigde budget voor de toevoeging van het RET-tegoed aan het Jeugdtegoed gedurende twee jaar (2024 en 2025) wordt gedekt vanuit de extra rijksmiddelen van 2023 en het (kinder)armoedefonds als onderdeel van de integrale aanpak kinderarmoede. Uit het (kinder)armoedefonds wordt € 1.568.800 hieraan besteed. Dit betekent dat er nog € 569.950 beschikbaar is voor de vier acties in dit plan.
Samen sterker tegen kinderarmoede Integrale aanpak kinderarmoede
31