CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb003425] Bijlage 1 behorende bij 24bb003424 over Beleidsnotitie (V)SMW Rotterdam 2025

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 25 september 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Daarbij betrekken3.542 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Rotterdam

Beleidsnotitie Voorschoolmaatschappelijk werk en Schoolmaatschappelijk werk Rotterdam 2025

Colofon De Beleidsnotitie Voorschoolmaatschappelijk werk en Schoolmaatschappelijk werk is een uitgave van de gemeente Rotterdam.

Redactie Astrid Verver & Monique Evers Met medewerking van Daphne de Ruiter

1

Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 Achtergrond 1.2 Smw binnen aansluiting onderwijs en jeugdhulp 1.3 Herijking smw

3 3 3 4

2. Visie

4

3. Kwaliteitskader smw po 3.1 Gezamenlijk opdrachtgeverschap 3.2 Doorontwikkeling 3.3 Samenhang

5 5 5 5

4. Verdeelmodel middelen smw po

5

5. Voorschoolmaatschappelijk werk

7

6. Financieringswijze 6.1 Subsidieplafond en budgetverdeling

7 8

7. Doelstelling en subsidieperiode

8

8. Kwaliteitseisen

8

9. Monitoring en Verantwoording 9.1 Leren en verbeteren

9 9

10. Beleid en regelgeving

9

2

1. Inleiding Deze beleidsnotitie vormt samen met de bijbehorende Subsidieregeling voorschoolmaatschappelijk werk en schoolmaatschappelijk werk het Subsidiekader (v)smw. Dit subsidiekader is van toepassing op subsidies voor het kalenderjaar 2025. Het geldt voor alle subsidieaanvragen voor voorschoolmaatschappelijk werk en schoolmaatschappelijk werk binnen de grenzen van de gemeente Rotterdam. 1.1 Achtergrond Schoolmaatschappelijk werk (smw) in Rotterdam is van oudsher een laagdrempelige en kortdurende voorziening in het po, vo en mbo, die problematiek in de ontwikkeling van leerlingen vroegtijdig kon signaleren en aanpakken. Door in een vroeg stadium leerlingen, ouders en leerkrachten te helpen en te ondersteunen, draagt het smw bij aan het verminderen van psychosociale problemen en het vergroten van de ontwikkelkansen van leerlingen. Het smw heeft drie kerntaken en zet vooral in op kortdurende hulpverlening, schoolondersteuning en toeleiding naar andere vormen van hulp. Hierbij is het smw één van de kernpartners in het schoolondersteuningsteam en een essentiële schakel voor de doorverwijzing vanuit scholen naar het wijkteam. Vanaf 2016 werd ook ondersteuning op de voorschool en in de kinderopvang mogelijk. Dit betreft vooral de ondersteuning van de pedagogisch medewerkers op de groepen. 1.2 Smw binnen aansluiting onderwijs en jeugdhulp.

Het (v)smw is de afgelopen jaren vanuit school de belangrijkste schakel naar de wijkteams. Uit onderzoek bleek echter dat de aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp in Rotterdam nog niet optimaal verliep. Met name in de verbinding tussen scholen, schoolmaatschappelijk werk en wijkteams viel nog veel winst te behalen. Vanuit het onderwijs wilde men graag meer effectieve samenwerking, meer inzet van het wijkteam in en rond school en een betere toegang tot jeugdhulp. Vanuit het wijkteam wilde men graag dat scholen kinderen eerder naar hen toe leidden, waardoor problemen eerder opgepakt konden worden. De smw’ers werden volgens het onderzoek van Oberon (2018) veelal gezien als spil in de samenwerking, maar konden deze rol niet altijd goed waar maken. Uit gesprekken met het veld bleek dat hier verschillende signalen over werden gegeven. Zo gaven Rotterdamse scholen over het algemeen aan tevreden te zijn over het smw, maar graag meer uren smw te willen. De schoolbesturen po die voor 25% bijdragen aan de kosten van smw op hun scholen pleitten voor een gedifferentieerde inzet smw op scholen, zodat scholen met relatief veel leerlingen met een ondersteuningsbehoefte en/of zorgvraag meer smw uren kunnen krijgen dan scholen waar dit minder het geval is. De samenwerkingsverbanden PPO Rotterdam en Koers VO wilden graag een andere invulling van smw en meer jeugdhulp op school.

In de afgelopen jaren zijn er in stad verschillende initiatieven opgezet om de aansluiting onderwijs-jeugdhulp te verbeteren. Zo ontwikkelde het samenwerkingsverband PPO Rotterdam de werkwijze Kleuters in Delfshaven (KID), waarbij in de kleuterklassen via een KID-team extra ondersteuning werd aangeboden. Dit betrof een combinatie van onderwijsondersteuning vanuit PPO Rotterdam en een jeugd- en gezinscoach. Daarnaast werden door de gemeente, naar aanleiding van het afdoeningsvoorstel KID in 2018, twee pilots opgezet. In de pilot op basisschool De Akkers werd geëxperimenteerd met de inzet van het wijkteam op school en op basisschool De Piramide werd geëxperimenteerd met extra inzet van schoolmaatschappelijk werk (schooljaar 2019/2020).

3

1.3. Herijking smw Door onder andere initiatieven zoals hierboven beschreven en de daarmee verworven resultaten en inzichten werden kansen voor doorontwikkeling van de functie van smw gezien. Dit leidde tot het in 2020 gestarte herijkingstraject smw in samenwerking met aanbieders, besturen en samenwerkingsverbanden. Om de scope beheersbaar te houden beperkte de herijking zich tot het po1. De herijking smw po heeft, behalve het vormen van een gezamenlijke visie geleid tot het nieuwe sturings- en kwaliteitskader smw. Parallel aan de herijking van smw po zijn er de afgelopen 2 jaar in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs versterkte Schoolzorgteams geïmplementeerd op basisscholen met een hoge tot zeer hoge schoolweging. De versterking houdt o.a. in dat op de school met een Schoolzorgteam volgens een bepaalde ‘sleutel’ aanvullende uren SMW wordt ingezet en minimaal één dagdeel per week het wijkteam op school aanwezig is. 2. Visie Schoolmaatschappelijk werk in Rotterdam blijft ook in de toekomst een laagdrempelige en kortdurende voorziening op de (voor)school, het po, vo en mbo, die problematiek in de ontwikkeling van leerlingen vroegtijdig kan signaleren en aanpakken. De uitvoering van smw op het vo en mbo heeft drie kerntaken en zet in op kortdurende hulpverlening, schoolondersteuning en toeleiding naar andere vormen van hulp.

De verschuiving naar aanleiding van de herijking heeft vooralsnog alleen betrekking op de uitvoering van smw in het po: smw draagt zorg voor een stevige basis op iedere school en kent de volgende producten: - Basisfunctie Laagdrempelige informatie en adviesfunctie voor vragen van ouders en leerkrachten over de sociaal emotionele ontwikkeling van leerlingen op school en over opvoeden en opgroeien in het algemeen. Het bieden van tools en handvatten aan leerkrachten voor het omgaan met leerlingen met een hulpvraag in de klas. - Aanvullend maatwerkpakket Bieden van ondersteuning en hulp aan leerlingen door het inzetten van licht preventief aanbod in afstemming met partners preventieve interventies jeugd en partners in het wijknetwerk. Bij complexe problematiek wordt de verwijzing naar het wijkteam ingezet. Het vroeg signaleren van achterstanden in de sociaal emotionele ontwikkeling van leerlingen en van belemmeringen bij ouders als het gaat om de leerondersteuning van hun kinderen. Netwerkfunctie Het netwerk in beeld brengen van de beschermende -, belemmerende - en risicofactoren met betrekking tot het sociaal emotioneel ontwikkelen van leerlingen. Het verbinden van de school aan het preventieve wijknetwerken toe leiden naar passend preventief aanbod.

- Brugfunctie De voorbereiding en het doen van de aanmelding bij het wijkteam ten behoeve van de toeleiding van de leerling en gezin naar al dan niet specialistische jeugdhulp Contactpersoon namens de school op het moment dat a) de casus is overgedragen naar het wijkteam en b) het zorgtraject is afgerond en het gezin en kinderen weer terugkomen in de basisondersteuning op de school

1 Het vsmw, vo en mbo zijn nu nog buiten beschouwing gelaten omdat het een andere populatie en andere problematiek dus ook andere

vormen van hup kent: jonge(re) kinderen t.o.v (jong) adolescenten.

4

3. Kwaliteitskader smw po Schoolmaatschappelijk werk is niet alleen de brug naar het wijkteam vanuit de school, maar in het nieuwe kwaliteitskader voor het primair onderwijs is de netwerkfunctie van smw verstevigd, waardoor de school beter is verbonden aan het preventieve wijknetwerk. Het ondersteuningsaanbod dat beschikbaar is in de wijk is daardoor toegankelijker en directer beschikbaar. Door de implementatie van de versterkte Schoolzorgteams is er in 2025 op alle scholen met een hoge tot zeer hoge weging één dagdeel per week een wijkteammedewerker op de school aanwezig. Hierdoor zal op deze scholen met een hoge tot zeer hoge weging – die tot de groep scholen in Rotterdam behoort die relatief overbelast is – meer ruimte ontstaan voor de smw’er op de school om preventief te werken. Immers, casuïstiek wordt eerder en ‘warmer’ overgedragen aan de wijkteammedewerker.2 Dit betekent dat door de ophoging van de uren smw samen met het wijkteam op school de gewenste beweging naar voren wordt gemaakt en dat scholen minder overstelpt raken door de hoeveelheid en zwaarte van casuïstiek. 3.1 Gezamenlijk opdrachtgeverschap Uitgangspunt is dat de smw functie in Rotterdam op een uniforme en doelmatige wijze wordt ingevuld en uitgevoerd, ongeacht het gebied en ongeacht de aanbieder waarbij de gemeente samen met de schoolbesturen óf de scholen de opdrachtgevers van de aanbieders smw.

Gemeente, schoolbesturen en samenwerkingsverband PPO hebben vanuit een gedeelde maatschappelijke opgave en een gedeelde visie en ambitie afspraken gemaakt over de kwaliteit van de zorg- en ondersteuningsstructuur van het primair onderwijs en de basisondersteuning van de school. Daarnaast zijn afspraken gemaakt over de sturing op de kwaliteit en capaciteit van de benodigde disciplines in het schoolzorgteam en hoe deze met elkaar moeten samenwerken om tot een verbetering van de situatie van de school en van de leerlingen te komen. 3.2 Doorontwikkeling Kwaliteit staat centraal in de opdrachtgever-opdrachtnemer (OG-ON) relatie en de gezamenlijke doorontwikkeling. Om de doorontwikkeling stap voor stap vorm te kunnen geven is er een centrale OG-ON relatie vormgegeven en een structuur ingericht om deze relatie te onderhouden en met elkaar (niet-vrijblijvende) afspraken te maken over de (minimaal) te realiseren kwaliteit en de te nemen stappen in de doorontwikkeling. 3.3 Samenhang De herijking en doorontwikkeling van smw vindt plaats in samenhang met de initiatieven en projecten in het kader van de aansluiting (passend)onderwijs en jeugdhulp en met de nieuwe aanbestedingen voor het aanbod jeugdhulp op school en de doorontwikkeling en nieuwe aanbesteding van de wijkteams. Daarnaast wordt de verbinding gelegd met het jeugdwerk op school als onderdeel van de nieuwe Welzijnsopdracht.

Verder wordt aangesloten bij de doorontwikkeling van de monitoring van de interventies van het Subsidiekader Jeugdpreventie en bij het basistakenpakket van CJG, waarin de kinderen van 4-12 jaar gemonitord worden. 4. Verdeelmodel middelen SMW PO In 2025 wordt het bereik van de functie verder vergroot zodat de preventie op de school wordt versterkt. Om alle kwetsbare leerlingen te kunnen bereiken met het aanbod smw is een

2

Uit de 1e ervaringen met de versterkte Schoolzorgteams bleek dat de SMW’er door de aanvullende uren en het wijkteam op school inderdaad meer tijd kan besteden aan preventieve activiteiten en er meer contactmomenten zijn met leerlingen, hun ouders en de leerkrachten, ouderconsulenten en wijknetwerkpartners.

5

verdeelmodel ontwikkeld dat niet alleen kijkt naar de CBS-schoolweging3 maar ook naar het profiel van de wijk waar de school staat: de SES- WOA4 score van de wijk in combinatie met het % kinderen in de wijk dat gebruik maakt van jeugdhulp en het % gezinnen in de wijk dat een inkomen heeft onder 110% van het sociaal minimum. Om een minimale basiskwaliteit op iedere school te waarborgen heeft iedere school binnen de her te verdelen middelen recht op minimaal 4 uur smw per week, ongeacht het aantal leerlingen, de schoolweging en het profiel van de wijk waar de school staat. Minimale basis op iedere school De basiskwaliteit wordt omschreven als de laagdrempelige toegankelijkheid en beschikbaarheid van smw op de school voor ouders en leerkrachten met vragen over opvoeden en opgroeien en sociaal emotionele ontwikkelen van kinderen in de context van de school en leerlingen in een klas. De benodigde capaciteitsnorm voor deze basiskwaliteit is dat er minimaal vier uur smw op school beschikbaar is om de gewenste rol van betekenis in de zorgondersteuning op de school te kunnen vervullen. Uitgangspunten voor verdeling uren smw De verdeling is gebaseerd op het uitgangspunt dat ieder kind de kans krijgt zijn talenten maximaal te ontwikkelen. Daarbij wordt rekening gehouden met de kansenongelijkheid van kinderen vanwege belemmerende omgevings- en gezinsfactoren.

Deze zijn bepalend voor de ontwikkeling van het kind, maar het kind kan daar zelf geen invloed op uitoefenen. Deze kansenongelijkheid vraagt om ongelijke investering in de ondersteuning van kinderen en gezinnen. Kinderen waarbij het risico groot is om problematiek te ontwikkelen – onder meer door een problematische gezinscontext of door een sociaal zwak netwerk in de wijk waarin zij opgroeien – hebben relatief meer ondersteuning nodig dan kinderen waarbij deze factoren een gunstiger beeld laten zien.

3

De CBS-schoolweging wordt berekend aan de hand van vijf omgevingskenmerken: het opleidingsniveau van de ouders, het gemiddeld opleidingsniveau van alle moeders op school, het land van herkomst van de ouders, de verblijfsduur van de moeder in Nederland en of de ouders in de schuldsanering zitten. 4 De sociaaleconomische status van een wijk geeft een belangrijke indicatie hoe het met de wijkbewoners gaat. In de zogenaamde SESWOA-scores van het CBS wordt deze status bepaald door de financiële welvaart, het opleidingsniveau en het recente arbeidsverleden van huishoudens.

6

Verschillen tussen de scholen Deze uitgangspunten zijn vertaald naar een verdeelmodel smw waarmee voor iedere afzonderlijke primair onderwijsschool in Rotterdam het gemiddeld aantal beschikbare uren smw per leerling is berekend. Voor de berekening van het aantal uren smw per leerling zijn niet alleen de genoemde indicatoren bepalend, maar ook de gekozen weging van de indicatoren. Bij een relatief lage weging blijven de verschillen tussen de scholen op een acceptabel en aanvaardbaar niveau. Bij een relatief hoge weging worden de verschillen tussen de scholen groter met als gevolg dat een grotere groep scholen na de herverdeling minder uren heeft dan in het verleden. In het nieuwe verdeelmodel hebben de indicatoren allemaal hetzelfde gewicht meegekregen. En is het gewicht op 25 gezet waardoor de verschillen na de herverdeling nog aanvaardbaar zijn voor de scholen die uren moeten inleveren. 5. Voorschoolmaatschappelijk werk Sinds 2016 subsidieert gemeente Rotterdam het voorschoolmaatschappelijk werk op groepen met voorschoolse educatie in de (reguliere) kinderopvang. Het voorschools maatschappelijk werk (vsmw) heeft dezelfde rol in de zorgketen van de locatie met voorschoolse educatie als het schoolmaatschappelijk werk voor scholen, namelijk de locatie zo vroeg mogelijk ondersteunen bij het signaleren van belemmeringen in de ontwikkeling bij jonge kinderen.

Vsmw maakt onderdeel uit van de zorgstructuur, ze ondersteunt pedagogisch medewerkers (pm’ers) en is een zichtbaar aanspreekpunt voor ouders en verzorgers. In dat kader dient een vsmw’er te beschikken over gedegen kennis van het jonge kind en goed zicht te hebben op de sociale kaart rondom het jonge kind. Doordat de vsmw’er vaak ook als smw’er aan een school verbonden is, kan een doorgaande leer- en zorglijn worden behouden. Het vsmw heeft de volgende kerntaken: a. Adviseren van pedagogisch medewerkers KO over de ontwikkelingsmogelijkheden van het kind (begeleiding en geen behandeling). b. Ondersteunen van de pedagogisch medewerkers KO bij de samenwerking met ouders (versnellen ouderacceptatie; van ontkennen naar erkennen). c. Toe leiden van kind en ouders naar zorgpartners in het (wijk)netwerk. In de vier gebieden van de pilot PACT Jonge Kind zijn ook de taken van het vsmw in de kinderopvang opnieuw beschreven in samenhang met andere kernpartners (CJG, Wijkteam, PPO, vroeghulp). Op basis hiervan is de Zorgkaart (0-4 jaar) gerealiseerd die inmiddels door alle KO-aanbieders wordt gehanteerd. Samen met de vsmw aanbieders worden drie initiatieven verkend en mogelijk uitgewerkt: 1. Peiling behoefte aan uitbreiding in termen van uren en/of locaties. 2. Realisatie effectonderzoek. 3. Aanscherping taakverdeling vsmw en CJG in de kinderopvang.

6. Financieringswijze Het Subsidiekader voorschoolmaatschappelijk werk en schoolmaatschappelijk werk kent een subsidieplafond en een vastgestelde budgetverdeling. De voorwaarden voor financiering voor zowel vsmw als smw worden vanuit de gemeente jaarlijks vastgelegd in de subsidieregeling voor Voorschoolmaatschappelijk Werk en Schoolmaatschappelijk Werk (bijlage 1).

7

6.1 Subsidieplafond en budgetverdeling In 2024 is vanuit de gemeente Rotterdam voor de uitvoering van (v)smw ruim € 7.138.907 beschikbaar gesteld. Dit is onder voorbehoud van de jaarlijkse goedkeuring van de begroting door de gemeenteraad en van verkrijging van middelen van het Rijk. Dit subsidieplafond valt voor het kalenderjaar 2025 uiteen in een viertal deelplafonds: a. € 981.909 ten behoeve van de uitvoering van vsmw op de voorschool b. € 3.749.108 ten behoeve van de uitvoering van smw in het po c. € 1.249.702 ten behoeve van de uitvoering van smw in het vo d. € 1.158.184 ten behoeve van de uitvoering van smw op het mbo. De uitgangspunten op basis waarvan de verdeling bij het toekennen van de subsidies gebeurt, staan in de Subsidieregeling voorschoolmaatschappelijk werk en schoolmaatschappelijk werk Rotterdam 2025.

7. Doelstelling en subsidieperiode Het doel van het Subsidiekader (V)SMW is om met subsidies die via dit subsidiekader beschikbaar worden gesteld, in te zetten op preventie die effectief bijdraagt aan het veilig, gezond en kansrijk opgroeien van de Rotterdamse jeugd. Hiermee wordt de beweging naar voren gemaakt ‘van zware en dure zorg naar effectieve en gerichte preventie’ en tegemoetgekomen aan het transformatiedoel van de Jeugdwet. Daarnaast brengt dit subsidiekader, zowel voor internen als externen, eenduidigheid en transparantie aan in de subsidieverstrekking voor voorschoolmaatschappelijk werk en schoolmaatschappelijk werk door de gemeente Rotterdam. Ook stimuleert dit kader betere sturing en monitoring als randvoorwaarde om meer te leren over de effectiviteit van (V)SMW en dus meer te bereiken voor de Rotterdamse jeugd. Het Subsidiekader (V)SMW geldt voor de subsidieperiode vanaf 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 en bestaat uit deze beleidsnotitie en een juridisch bindende subsidieregeling. De Subsidieregeling (V)SMW vormt de juridische en financiële basis voor subsidiëring van (voor)schoolmaatschappelijk werk. Het subsidiekader geeft inhoudelijk richting en nodigt aanbieders en/of schoolbesturen uit om bij te dragen aan het kansrijk gezond en veilig opgroeien van de jeugd.

Zowel het voorschoolmaatschappelijk werk als het schoolmaatschappelijk werk wordt in Rotterdam uitgevoerd door verschillende aanbieders van schoolmaatschappelijk werk en/of schoolbesturen die schoolmaatschappelijk werkers in eigen uitvoering hebben. De voorwaarden voor financiering voor zowel vsmw als smw worden vanuit de gemeente jaarlijks vastgelegd in de subsidieregeling voor Voorschoolmaatschappelijk Werk en Schoolmaatschappelijk Werk (bijlage 1).

8. Kwaliteitseisen Aan de uitvoering van smw worden bepaalde kwaliteitseisen gesteld. Zo moet de in te zetten smw professional beschikken over een afgeronde hbo-opleiding maatschappelijk werk en dienstverlening, sociaal- pedagogische hulpverlening of een andere relevante hbo-opleiding op sociaal terrein. Daarnaast moet de professional over een registratie in het Beroepenregister Registerplein Sociaal Werk en/of Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) beschikken. Deze laatste eis is ingevoerd vanaf 2024, omdat vanaf dit jaar – als gevolg van de structurele borging van de versterkte Schoolzorgteam de budgetten van de gemeente voor subsidies smw fors zijn uitgebreid. En omdat de gemeente het noodzakelijk acht bij subsidieaanvragen door nieuwe aanbieders een grondslag te hebben om aanvragen die niet voldoen aan de bepaalde kwaliteitseisen af te kunnen wijzen. Zodat in de huidige krappe arbeidsmarkt de kwaliteit van de uitvoering gewaarborgd blijft. 8

De subsidiejaren 2024 en 2025 zullen worden gebruikt om tot een inzicht te komen over het hanteren door de aanbieders c.q. uitvoeringsorganisaties smw van de beroepenregistratie in de uitvoeringspraktijk van smw. We zullen de ervaringen van de aanbieders c.q. uitvoeringsorganisaties en de professionals met deze kwaliteitseis meenemen in de evaluatie van het nieuwe subsidiekader. En mocht de evaluatie daartoe aanleiding geven kan de gemeente de eis aanpassen bij de jaarlijkse vaststelling van de subsidieregeling.

9. Monitoring en verantwoording Het doel van het Subsidiekader (v)smw is om met subsidies die via dit subsidiekader beschikbaar worden gesteld, in te zetten op preventie die effectief bijdraagt aan het veilig, gezond en kansrijk opgroeien van de Rotterdamse jeugd. Hiermee wordt de beweging naar voren gemaakt ‘van zware en dure zorg naar effectieve en gerichte preventie’ en tegemoetgekomen aan het transformatiedoel van de Jeugdwet. Daarnaast brengt het subsidiekader, zowel voor internen als externen, eenduidigheid en transparantie aan in de subsidieverstrekking voor (v)smw door de gemeente Rotterdam. Ook stimuleert dit kader betere sturing en monitoring als randvoorwaarde om meer te leren over de effectiviteit van (v)smw als preventief aanbod en dus meer te bereiken voor de Rotterdamse jeugd. Met de aanbieders worden afspraken gemaakt over monitoring en registratie. De aanbieders smw worden gevraagd monitorgegevens aan te leveren over de kwaliteit van de inzet en te onderbouwen hoe deze inzet bijdraagt aan de doelmatigheid van het beleid. Daarnaast worden zij gevraagd t.b.v. de gewenste doorontwikkeling bij te dragen aan de kennisverzameling over de werkzame elementen t.a.v. de integrale uitvoering en het samenwerkingsproces in de praktijk. Voor de aanvraag van de subsidie, de tussenrapportage en de verantwoording van de subsidie wordt gewerkt met een format.

In deze format staan de monitoritems opgenomen waarover de aanbieder dient te rapporteren. 9.1 Leren en verbeteren De gemeente heeft als uitgangspunt om samen te leren en te verbeteren, met als doel steeds effectiever bij te dragen aan het kansrijk, veilig en gezond opgroeien van de jeugd. We sturen op effectiviteit en het bereiken van resultaten. Het monitoren van uitkomsten en effecten van uitvoering geeft inzicht in de mate waarin maatschappelijke resultaten worden behaald. Het gaat om gegevens over bijvoorbeeld deelnemers, uitval, effecten en tevredenheid. Dit inzicht in de effecten van inzet is nadrukkelijk niet bedoeld om op afgerekend te worden, maar om in dialoog te kijken naar wat die gegevens zeggen, of het beeld herkend wordt, wat goed gaat en beter kan, wat hierbij een rol speelt, waar verbetermogelijkheden liggen en wat er vervolgens over kan worden afgesproken. Daarmee is out come-monitoring de basis om te kunnen leren en te verbeteren, voor alle betrokken partners.

10. Beleid en regelgeving Op de subsidies die onder het Subsidiekader (V)SMW vallen, is het volgende beleid en de volgende regelgeving van toepassing: Gemeentelijke kaders • Subsidieverordening Rotterdam 2014 (SVR 2014). • Het SVR 2014 – Subsidiecontroleprotocol. • Heel de Stad: Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026. • Gezonder 010 • Nadere subsidieregels SISA. 9

•

Het social return subsidieprotocol.

Wettelijke kaders • De Jeugdwet. • De Algemene Wet Bestuursrecht (AWB). Meer informatie over dit beleid en deze regelgeving is te vinden op www.rotterdam.nl/subsidies

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=97567cc6-a619-417f-b6cd-4eeb817c0205