CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb003216] Brief Bestuur van stichting Rotterdam Natuurlijk! over Ambitiedocument Weena 70

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 19 juni 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Daarbij betrekken4.255 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan: de Gemeenteraad en college B&W van Rotterdam 17 mei 2024

Betreft: Ambitiedocument Weena 70

Geachte gemeenteraad/commissieleden/college,

Een groeiende groep bewoners in Rotterdam zet zich in voor een leefbare en volhoudbare stad voor de huidige én toekomstige generaties. Deze groep stuit helaas op een gemeentelijk bolwerk dat door projectontwikkelaars te intensief wordt aangestuurd. Het gevolg is dat een marketing machine glossy brochures met ronkende teksten produceert die er op het eerste gezicht fraai uitzien. Maar let op: het gaat om duurzaamheidsclaims die niet kunnen worden waargemaakt en feitelijk neerkomen op "greenwashing". In deze brief betrekken wij dit op het ambitiedocument voor Weena 70 dat onderdeel is van een vijftiental geplande wolkenkrabbers. Volgende week woensdag behandelt u in de commissie BWB het ambitiedocument Weena 70 met het verzoek van het college B&W om dit vast te stellen. Dit project maakt deel uit van de gebiedsontwikkeling RCD-XL. Wij hebben het ambitiedocument kritisch gelezen en zijn geschrokken van de talrijke onbewezen duurzaamheidsclaims, zoals met betrekking tot biodiversiteit, circulaire bouw en hittestress. We schetsen eerst kort de juridische context. Daarna noemen wij een aantal voorbeelden. In het ambitiedocument wordt het project aangeprezen vanwege de bijdrage die dit levert aan de kwaliteit, verdichting en diversificatie in de binnenstad, ofwel “Goede Groei”, en een aan een levendige en aantrekkelijke binnenstad.

Het project wordt ook aangeprezen als vooruitstrevend op het gebied van duurzame ontwikkeling met bebouwing die de menselijke maat toevoegt. Daarmee kwalificeert het ambitiedocument als reclame in de zin van de Nederlandse Reclame Code. Sinds 1 februari 2023 geldt de Code voor Duurzaamheidsreclame. Daarnaast heeft de Autoriteit Consument & Markt een leidraad voor duurzaamheidsclaims opgesteld (Leidraad Duurzaamheidsclaims | ACM.nl). De relevante leidraden zijn: 1. 2. 3. 4.

gebruik juiste, duidelijke, specifieke en volledige duurzaamheidsclaims; onderbouw duurzaamheidsclaims met feiten en houd ze actueel; beschrijf toekomstige duurzaamheidsambities concreet en meetbaar; en zorg dat visuele claims behulpzaam zijn en niet verwarrend.

De duurzaamheidsclaims in het ambitiedocument voldoen niet aan de eerste 3 criteria. (Het 4e criterium moeten wij nog beoordelen). De Omgevingsvisie kent dezelfde mankementen. Wij hebben dit uitgebreid aan de orde gesteld in onze zienswijze van 8 september 2021 en oplossingen aangedragen. Daar hebt u helaas niets mee gedaan. Wij voegen onze zienswijze nogmaals bij. De Commissie MER had deze mankementen ook al gesignaleerd in haar advies over de reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport Omgevingsvisie Rotterdam van 13 oktober 2020. 1

Biodiversiteit In het ambitiedocument staat de claim: "Doel is om een volledig en robuust ecosysteem in de stad te realiseren. Dit is mogelijk door sterke verbindingen te creëren, waardoor uitwisseling kan plaatsvinden tussen ecologisch waardevolle gebieden. Alle nieuwbouw- en openbare ruimte projecten dienen daarom hun bijdrage te leveren door bijzondere aandacht voor natuurinclusief bouwen.” De claim dat alle nieuwbouw- en openbare ruimte projecten een bijdrage leveren aan een volledig en robuust ecosysteem door bijzondere aandacht voor natuurinclusief bouwen, kan niet hard worden gemaakt, omdat er geen verplichtingen bestaan voor ontwikkelaars om natuurinclusieve maatregelen toe te passen in bouwprojecten. Wij verwijzen naar de raadsvergadering van 12 oktober 2023 waarin het Biodiversiteitskader is vastgesteld en de motie 'Biodiversiteit integraal in grondbeleid' is verworpen.1 In deze motie is verzocht om de mate van natuurinclusiviteit mee te laten wegen in tenders en de selectie van marktpartijen voor gebiedsontwikkeling en om natuurinclusiviteit integraal op te nemen in het grondbeleid. Voor zover wij hebben kunnen nagaan, is dit niet gebeurd.

In de Omgevingsvisie, de Boomstructuurvisie en het Biodiversiteitskader is het doel van een volledig en robuust ecosysteem niet geconcretiseerd en vertaald naar toetsbare indicatoren, zodat niet kan worden beoordeeld welke bijdrage projecten leveren aan de realisatie van het doel en er geen effectief monitoringprogramma kan worden ontworpen. Tijdens dezelfde vergadering zijn ook alle andere moties verworpen die ten doel hebben de biodiversiteit in de stad te versterken.2 Hoe verhoudt dit zich tot het doel van een volledig en robuust ecosysteem in Rotterdam? Deze gang van zaken wekt op z’n minst de suggestie van ‘greenwashing’ van het stadsontwikkelingsbeleid.

Circulaire bouw In het ambitiedocument staat de claim: “Nieuwe ontwikkelingen worden met een circulaire strategie ontworpen, gerenoveerd en gebouwd met als doel een flexibel en toekomstbestendig gebouw te realiseren. De ontwikkeling is multifunctioneel, aanpasbaar en veranderbaar voor verschillende gebruiksscenario’s gedurende het gebruik. Demontage en hoogwaardig hergebruik na einde gebruiksduur is mogelijk gemaakt voor relevante gebouwonderdelen en digitaal dusdanig vastgelegd zodat o.a. een demontageplan en relevante informatie voor hergebruik bekend en geborgd is.” Welke circulaire strategie wordt hier bedoeld? In het duurzaamheidskompas (pagina 36) waarnaar wordt verwezen is geen circulaire strategie voor de bouw te vinden. Voor de genoemde “eisen” waaraan de ontwikkeling moet voldoen bestaat geen enkel juridisch kader: de initiatiefnemer hoeft alleen aan het bouwbesluit te voldoen. Dit is een sterk staaltje wensdenken en het vermoeden bestaat dat dit frame slechts dient om de lezer (zo ook een raadslid) om de tuin te leiden. In werkelijkheid gaat het hier om sloop van een energielabel A gebouw voor nieuwbouw, dat staat helemaal onderaan de circulariteitladder. Bovenaan deze ladder staat het blijven

1 2

23bb0068 72. 23bb0068 59, 62, 63, 67, 75. 2

gebruiken van de bestaande gebouwen. Volgens emeritus hoogleraar Renovatie André Thomson is een gebouw eindeloos te renoveren. (Her)gebruik is het meest circulaire pad. Ook speelt hier het type nieuwbouw een discutabele rol. Er wordt gekozen voor (super) hoogbouw. Het is nooit aangetoond dat hoogbouw circulair kan worden gebouwd. Er is een enorme fundering nodig (tegen het omvallen) en het materiaalgebruik per nuttige m2 kan oplopen tot een factor drie ten opzichte van laagbouw of midden hoogbouw (max 10 lagen). Bij een realistische kijk op een circulaire gebouwde omgeving is de hoeveelheid materiaalgebruik geminimaliseerd, biobased, en blijven gebouwen bruikbaar in de verwachte extreem-weer scenario’s. Dus ook als er bijvoorbeeld (tijdelijk) geen elektriciteit beschikbaar is. Hoogbouw is zonder elektriciteit, dus zonder werkende installaties, onbewoonbaar.

Hittestress In het ambitiedocument staat de claim: “Nieuwe ontwikkelingen mogen het risico op hittestress niet verhogen. Hierin kunnen groene daken of gevels een rol spelen.” Deze claim is niet hard te maken. Voorts ontbreken wederom toetsbare indicatoren, zodat er geen effectief monitoringprogramma kan worden opgesteld. De WUR heeft in een onderzoek naar hittestress in Rotterdam een sterke relatie gevonden tussen bevolkingsdichtheid (meer gebouwen) en hittestress (eerste alinea). Daarnaast zal door het toevoegen van hoogbouw het albedo effect (pagina 14 en verder in het hierna genoemde onderzoek) verder worden verlaagd wat resulteert in méér hittestress. De claim in het ambitiedocument staat haaks op de adviezen in een onderzoek uit 2011 dat in Rotterdam is uitgevoerd. De onderbouwing van de claim dat de Weena 70 ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op de hittestress heeft er alle schijn van niet realistisch te zijn. Er wordt ook niet aangetoond hoe dakgroen of groene gevels kunnen compenseren. Bovendien ontbreekt het juridisch kader om de initiatiefnemer te dwingen deze maatregelen te nemen. Ook deze claim wijst in de richting van ’greenwashing’. De Rotterdamse inwoners worden op het verkeerde been gezet door de onbewezen duurzaamheidsclaims in het kader van het stadsontwikkelingsbeleid. Wij nemen dit hoog op.

Wij overwegen om de onbewezen duurzaamheidsclaims in het ambitiedocument Weena 70 en de andere documenten rondom de gebiedsontwikkeling RCD XL voor te leggen aan de Reclame Code Commissie. Wij doen via deze brief een dringend beroep op u, raadslid, als controlerende instantie, om afstand te nemen van deze manier van greenwashing en een onafhankelijke positie in te nemen.

Hoogachtend, Het Bestuur van stichting Rotterdam Natuurlijk!

Bijlage: Zienswijze Stichting Rotterdam Natuurlijk! d.d. 8 september 2021.

3

Aan: Werkgroep Omgevingsvisie Rotterdam (B)CC: B&W, Fracties, Raadsleden, Provinciale Staten, Europarlementariërs en VBBL Datum: 8 september 2021 Betreft: Indienen zienswijze tbv omgevingsvisie Rotterdam, kenmerk 1001

Geachte werkgroep, Na het lezen en bestuderen van de concept omgevingsvisie Rotterdam kom ik tot de conclusie dat dit document onvoldoende handvatten biedt voor een gebalanceerd en controleerbaar beleid voor de fysieke ruimte. De belangrijkste reden hiervoor is het ontbreken van transparante en concrete criteria, randvoorwaarden, kengetallen en doelen (ambitie). Hoe denkt de gemeente zonder deze “toetsingscriteria” plannen te kunnen beoordelen en succes te kunnen monitoren? Maar ook de inspraak en samenwerking tussen gemeente, inwoners, organisaties en bedrijven wordt niet uitgewerkt. Dat is wel een heel belangrijk onderdeel van de omgevingswet. Het lijkt erop dat er steeds meer wordt gesproken over samenwerking tussen overheid en “de burger”, maar dat de praktijk het steeds verder uitsluit.

De eerste aanvulling: Transparant kunnen toetsen Hoe kan een omgevingsplan worden “afgewogen” aan de visie op het gebied van verdichting, vergroening, leefbaarheid, mobiliteit, inclusiviteit en economie als deze termen in de visie betekenisloos en zonder kaders blijven? Als deze visie de paraplu wordt waaronder alle omgevingsplannen gaan vallen, dan voorzie ik een onmogelijkheid deze plannen te toetsen op een transparante manier. Alleen de ROER heeft nog een soort van scorebord, maar ook daar ontbreekt een ambitie en de relatie tot kernkwaliteiten, criteria, randvoorwaarden en kengetallen. Het kan misschien de bedoeling zijn dat toetsen van plannen aan de visie onmogelijk dient te zijn. Indien toetsen inderdaad niet wenselijk is, mogen alle belanghebbenden in Rotterdam verwachten dat dit in de omgevingsvisie wordt toegelicht en beargumenteerd. Of maak een begin een stad brede dialoog over wat “leefbaarheid” nu precies inhoudt, welke kernkwaliteiten de stad de komende jaren moet nastreven en hoe je dit kunt meten en volgen, met name in tijden van versnellende klimaatverandering.

De tweede aanvulling: Borgen van participatie In de visie wordt veel gesproken over participatie. Logisch ook omdat de omgevingswet verplicht stelt dat inwoners, organisaties en bedrijven inspraak hebben in de invulling van de fysieke omgeving. In de huidige tekst wordt echter niet duidelijk op welke wijze de inbreng van inwoners, (belangen) organisaties en bedrijven terugkomt in de visie. Zonder duiding van de link tussen werkgroepen en gesprekken aan de ene zijde en de inhoud van de visie aan de andere zijde is niet controleerbaar of gewenste en noodzakelijke participatie zijn weg heeft gevonden naar de visie. Niet in deze eerste versie, maar ook niet op een later moment. De visie wordt immers gepresenteerd als een levend document.

1

Daarnaast wordt niet duidelijk hoe de visie blijvend wordt verbeterd door participatie of inspraak van inwoners, organisaties en bedrijven. Hoe is de afstemming met waterschappen bijvoorbeeld? Mijn observatie dat bij het Webinar van 31 augustus 2021 nagenoeg alleen organisaties en bedrijven aanwezig waren doet mij vermoeden dat het niet is gelukt om inwoners van Rotterdam breed te informeren en te betrekken bij de ontwikkeling van deze visie. Het gebrek aan aantoonbare participatie en de resultaten hiervan alleen al is een reden om de ontwikkeling van de visie voor een belangrijk deel opnieuw te doen. Om deze reden zou er ook geen begrenzing mogen zitten, zowel in tijd als inhoud, op het indienen van zienswijzen als deze: de genoemde 9 september 2021 als deadline verdwijnt. Het wordt een daadwerkelijk levend document zoals ook genoemd in het webinar, en zienswijzen kunnen te allen tijde worden ingestuurd en worden opgenomen in de visie. Ter illustratie: n.a.v. de gepresenteerde plannen voor Schiehaven Noord (dempen 1/3 Schiehaven en zeer dicht bebouwen) heeft de VBBL op 8 augustus jl. de wethouder gevraagd op welke wijze de vereniging en bewoners kunnen participeren. Omwonenden zijn nogal overvallen door de plannen. Het antwoord op deze vraag is op 7 september door de wethouder gegeven.

In dit antwoord staat: “U wordt nog voor de officiële inspraakprocedure in het kader van het bestemmingsplan nader geïnformeerd over hoe de gemeente tot dit plan is gekomen, zodat u uw reactie goed kunt onderbouwen.” De inspraakprocedure in het kader van het bestemmingsplan is volgens de wethouder de participatiemogelijkheid bij uitstek. Ik interpreteer de participatie ambities van Rotterdam (op papier) en in de omgevingswet (video) behoorlijk anders.

De derde aanvulling: Suggesties voor kernkwaliteiten, criteria en ambities Om omgevingsplannen te kunnen toetsen zijn randvoorwaarden essentieel. Ik heb een bestuurlijke achtergrond in de richting van milieu en energievoorziening en ik kan wel wat suggesties bedenken die een onderzoek of overweging waard zijn. “Rotterdam kiest voor goede groei” is het vertrekpunt van de visie. Waar is deze keuze gemaakt en op gebaseerd? Wat zijn de ambities? Hoe komen zij in balans? Welke participatie procedure heeft geleid tot dit inzicht? Is “groei” zonder opsomming van kernkwaliteiten en meetpunten een geldig uitgangspunt? “Krimp” is mogelijk voor veel kernkwaliteiten net zo gewenst of zelfs noodzakelijk. Hieronder een aantal kernkwaliteiten en randvoorwaarden die de visie controleerbaar maken en die het daarnaast mogelijk maken een ambitie te communiceren die op basis van ervaringen (via participatie) en onderzoek naar boven en onder kan worden bijgesteld. Klimaatadaptatie: 1. Aantal bomen per inwoner (eventueel per stadsdeel); Rotterdam heeft nu 0,5 boom per inwoner. Hoeveel daalt de temperatuur (op hete dagen) als dit 2 bomen per inwoner wordt? 2. Afstand van een woning tot een park (koelte- en ontspanningsplek, zie ook gezondheid) 3. Maximaal temperatuurverschil tussen hitte en koele plekken in de stad 4.

Maximaal gemiddelde temperatuurverschil tussen binnenstad en “platteland” buiten de stad 5. Verhouding land-water en percentage van het water dat gebruikt kan worden als zoet water bekken waarmee in tijden van droogte kan worden geïrrigeerd. a. Denk aan delen van stadshavens die niet meer continue worden gebruikt. 6. Maximaal verbruik airconditioning systemen per inwoner in kWh. 2

a. Airco’s maken binnen koeler, maar verwarmen de buitenruimte verder op 7. Criteria en doelen worden in lijn gebracht met de klimaat-onderzoeksrapporten van de VN a. Twee sporen: versneld stoppen met uitstoten broeikasgassen b. En de stad, met name de binnenstad veel meer ruimte geven voor bomen, zachte bodem en water. 8. Kubieke meter zoet oppervlaktewater in havenbekkens of tanks beschikbaar voor irrigatie. a. Welke havens die nu geen beroepsvaart meer hebben zijn geschikt? Mobiliteit 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Verhouding werkplekken en inwoners per buurt Vervoerswijzekeuze binnen wijk/stad/regio Percentage kinderen dat lopend of op de fiets naar school gaat (basis- en middelbaar) Percentage bewoners met hoogwaardig OV-aanbod binnen loopafstand Autobezit per huishouden per buurt Reistijd OV/fiets/auto tussen belangrijkste herkomsten en bestemmingen in de stad binnen en buiten de spits 7. Verhouding deelauto’s en inwoners per buurt 8. Aantal verkeersdoden en letselongevallen op het wegennet in beheer bij de gemeente. 9. Doorstroomsnelheid op top-10 belangrijkste routes door de stad 10. Gemiddelde woon-werk afstand Gezondheid: 1. Koppeling naar landelijk gezondheidsbeleid 2020-2024 a. Neem de doelen (ambities) over b. In ieder geval voor de fysieke buitenruimte c. En houdt rekening met de sociale aspecten 2. Maximale afstand tussen een woning en de dichtstbijzijnde koele plek in de stad (stadspark). a. De temperaturen in de stadsparken moeten een maximum hebben, dus een minimaal volume en passend “ontwerp” hebben. 3. Definitie van leefbaarheid opstellen (breed gedragen en meetbaar) en dit als “thermometer” per buurt installeren. 4. Minimaal aantal ontmoetingsplaatsen buiten. a. Hier horen ook stads(moes)tuinen bij. 5. Aantal buiten-beweeg en -sportplekken per inwoner per buurt. Met name in de stadsparken. a. Als voorbeeld de voorziening in het Zuiderpark. Economie: 1.

Spreiding bedrijfsruimte en beschikbaarheid en betaalbaarheid van locaties. 2. Verhouding werkplekken en woningen (of inwoners) per buurt. 3. Verhouding kenniswerk, logistiek, maakindustrie, diensten (inclusief financieel en ICT) en zorg. 4. Randvoorwaarden economische groei. Niet langer het belangrijkste criterium voor succes. Inclusiviteit: 1. Maximaal prijsverschil tussen woningen per buurt of wijk 2. Wordt de mix van de afspraken in het collegeakkoord gehaald? a. Hier zeer sterk op selecteren. 3

3. Percentage sociaal en middensegment reguleren, geen marktwerking? 4. Mogelijkheden voor kleinschalige woningcorporaties Historie: 1. Zijn historici geconsulteerd en hebben zij ingestemd met voorgenomen plan? a. Bijzondere aandacht voor historische parken, havens en locaties. Participatie: 1. Zie “de tweede aanvulling”. Wonen: 1. 2. 3. 4.

Gemiddelde waarde van een woning (per buurt). Maximale waardestijging van een woning (per buurt). Gemiddelde prijs (waarde) per m2 woonoppervlak. Aantal kleinschalige woningcorporaties (kijk hier voor een voorbeeld). a. Dit soort initiatieven zorgen voor betaalbare doorstroomwoningen. b. En voor inclusiviteit en gezamenlijke verantwoordelijkheid 5. Maximumaantal m2 woonoppervlak dat als belegging telt (misschien naar nul?) 6. Criteria en procedure voor splitsen grote woningen. 7. Percentage inwoners met tweede woning “buiten” vanwege verslechterde leefbaarheid in en om hun woning in Rotterdam. De vierde aanvulling: Andere punten In de omgevingsvisie zou duidelijk moeten worden hoe de gemeente vooruit wil komen op een aantal belangrijke uitdagingen. Vragen die hierbij een antwoord verdienen zijn: -

-

-

-

Hoe gaat Rotterdam ervoor zorgen dat een woning weer wordt gebouwd of overgedragen om in te wonen, en niet (primair) als belegging dient? De relatie met het VN klimaatrapport (van IPCC panel) ontbreekt. Daarin staan de bedreigingen heel concreet uitgelegd. Hoe gaat Rotterdam deze bedreigingen stuk voor stuk adresseren? Ook in samenwerking met NL, EU en de wereld? Ook hier weer criteria, kengetallen, randvoorwaarden etc. En maak voortgang (succes) meetbaar. Nergens in de omgevingsvisie komt de enorme urgentie uit dit rapport naar voren. De relatie met de nota gezondheidsbeleid 2020-2024 ontbreekt. Dit beleidsdocument bevat (veel) meer visie, inclusief concrete criteria, kengetallen, onderzoek en randvoorwaarden, dan de omgevingsvisie van Rotterdam, terwijl de tijdshorizon korter is. Verdichting is echt een heel slecht onderbouwd ankerpunt in de visie. Verder verdichten levert alleen maar meer uitdagingen op: gezondheid, leefbaarheid, mobiliteit en biodiversiteit. En dat allemaal ten koste van de huidige inwoners (en ook de nieuwe, maar die kennen niet altijd de oude situatie). Wat is de echte reden dat er tegen alle feiten en kennis in toch (veel) meer mensen in de binnenstad van Rotterdam moeten wonen? Aan deze vraag mag wel een heel hoofdstuk worden gewijd. Want ik snap hem niet. En ik sta niet alleen.

Initiatieven als deze (klik hier) zijn van levensbelang, maar niet persé om verdichting goed te praten. Als blijkt dat door breed gedragen en onderbouwde criteria en randvoorwaarden de conclusie is dat Rotterdam voorlopig niet meer maar juist minder gebouwen kan huisvesten en meer ruimte moet geven aan zachte bodem en bomen moet, dan is dat ook een uitkomst. 4

-

-

De omgevingsvisie kan geen vehikel zijn om huidige beleid “maximaal bouwen” voor de toekomst veilig te stellen. Dat lijkt nu wel het voornaamste doel van deze visie: alle plannen moeten door kunnen gaan onder de nieuwe omgevingswet. Hoe komt het dat een politieke afspraak over het bouwen van 50.000 woningen met “Den Haag” zonder inspraak tot stand komt. Een afspraak die immense gevolgen heeft voor alle inwoners van Rotterdam en met name de inwoners van de binnenstad. De wethouder (B. Kurvers) staat prominent op de cover van de omgevingsvisie. Dezelfde wethouder is ook opdrachtgever voor stadsontwikkeling. De slager keurt zijn eigen vlees, zeg maar. Dit lijkt mij volstrekt onwenselijk. De kwaliteit, zeker op lange termijn, en het afwegen van alle belangen is dan niet meer zuiver. Hoe staat het college B&W hierin?

De vijfde aanvulling: hoe wordt succes zichtbaar Door het ontbreken van toetsbare doelen en randvoorwaarden wordt het niet alleen lastig een nieuw plan te beoordelen voordat het start. Een veel belangrijkere consequentie is dat het ook niet mogelijk is om voortgang te herkennen per plan of “de som der plannen”. Dat betekent dat er met hagel wordt geschoten en dat er veel meer kans is dat Rotterdam op de langere termijn waarde vernietigt dan waarde creëert. Zoals hierboven al is genoemd lijkt de omgevingsvisie tot doel te hebben alle huidige plannen ongewijzigd te laten doorgaan. Dat betekent dat de visie impliciet bij moet dragen aan eenzijdig beleid: bouwen. Ook om deze reden kan de huidige omgevingsvisie niet worden gebruikt om succes voor Rotterdam als leefomgeving te duiden. Er kan alleen worden getoetst of voldoende woningen zijn gerealiseerd. Dat is erg mager en onwenselijk in tijden dat het klimaat en de leefbaarheid in de stad de meest urgente bedreigingen zijn voor de binnenstad van Rotterdam.

De zesde aanvulling: context In de visie worden veel aannames gedaan. Begrijpelijk, het gaat over de toekomst. De aannames zijn echter eenzijdig (economie gedreven) en onvolledig. Dit maakt het ongeloofwaardig. Zie ook alle punten hierboven. Zij ondermijnen stuk voor stuk het vertrouwen dat je zou moeten hebben in een visie van de overheid. In de Correspondent is een beschouwing geschreven over de toenemende afstand tussen de politiek en inwoners. Een visie-document als dit zou er alles aan moeten doen deze afstand te verkleinen. https://decorrespondent.nl/12529/hoe-politiek-en-bestuur-steeds-minder-democratischworden/35301558999564-33b7705d Ook Tjeenk Willink heeft hierover geschreven. In 2018 schreef deze oud-politicus en oudtopambtenaar Tjeenk Willink een boek over het vertrouwen in de politiek. Dat boek vulde hij de afgelopen maanden aan met nieuwe hoofdstukken, ook over de huidige formatie. Hij ziet de impasse als een voorbeeld "van de uitholling van de democratische rechtsorde". Volgens hem zijn partijen te veel met zichzelf en met elkaar bezig, en te weinig met de buitenwereld en met de problemen in de samenleving. Oorzaak: politieke partijen verloren de afgelopen decennia hun visie en hun stabiele achterban. "Het is onzekerheid over de positie van je partij waardoor je oriëntatiepunt de ander is en niet zozeer het probleem wat moet worden opgelost."

5

Niet alleen partijen, ook de overheid als geheel raakte binding met de samenleving kwijt, aldus Tjeenk Willink. "De overheid verwacht van alles van de burger maar wat de burger van de overheid mag verwachten is onduidelijk geworden. En dat maakt onzeker, dat schept wantrouwen terwijl je hele systeem gebouwd is op vertrouwen." Bron: https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2396108-vorige-informateur-voelt-plaatsvervangendeschaamte-door-impasse-formatie Tenslotte worden aannames gedaan over de oplossing voor het woningtekort en de aantrekkelijkheid van de stad. Hier ontbreekt elke onderbouwing. Het woningtekort is niet alleen veroorzaakt door een tekort aan woningen. De verhouding aantal woningen en huishoudens in Nederland is al decennia min of meer gelijk. En bijbouwen is niet per se de oplossing, zeker niet als klimaatadaptatie en leefbaarheid in de binnenstad ook omhoog moeten. Oplossingen als relatief grote woningen splitsen (ook buiten Rotterdam) zijn mogelijk nog veel belangrijker als bijdrage aan de oplossing. Die zijn daarnaast sneller en goedkoper uit te voeren. Een genuanceerd artikel dat alles op een rij zet zou als inspiratie kunnen worden gebruikt.

https://decorrespondent.nl/11524/het-woningtekort-dicteert-hoeveel-huizen-erbij-moeten-komenmaar-hoe-groot-is-het-nu-echt/32469883143984-31e06de5 We hebben al drie regeringsperiodes achter de rug waarin visie heeft plaatsgemaakt voor pragmatisme (en achterkamers). Problemen oplossen lukt op de korte termijn. Maar de brandjes worden steeds groter als de langer termijn buiten beschouwing blijft. Gezien de naam van dit document kan er en mag er geen daadwerkelijke visie ontbreken.

Belangrijke gebruikte bronnen: Omgevingsvisie en de omgevingswet, let op de spiekbriefjes: https://vng.nl/artikelen/omgevingsvisie Woningnood in perspectief: https://www.groene.nl/artikel/boomers IPCC rapport: https://news.un.org/en/story/2021/08/1097362 Nota gezondheidsbeleid 2020-2024: https://www.loketgezondleven.nl/sites/default/files/2020-05/Landelijke-Nota-GezondheidsbeleidLNG-2020-2024.pdf Hitte in de stad: https://www.wur.nl/nl/Onderzoek-Resultaten/Onderzoeksinstituten/EnvironmentalResearch/Dossiers/5-Weetjes-over-Hitte-in-de-stad.htm https://www.rotterdam.nl/nieuws/hitte-in-de-stad-1/?fbclid=IwAR2KvkMo8p3_9yPsqabs2d4LGU7dVGun7pYwi_bhvDOL542olhk-uHN46k Het Davos Baukultur kwaliteitssysteem: https://nl.linkedin.com/pulse/de-acht-criteria-voor-goede-omgevingskwaliteit-het-davos-ten-cate

6

Participatie in Rotterdam (op papier): https://www.watdoetdegemeente.rotterdam.nl/begroting2021/programmas/bestuur-endienstverlenin/bestuur-gebieden/ Tot slot Als er een goed functionerende omgevingsvisie in werking treedt dan wordt het zeer onwaarschijnlijk dat ingrijpende plannen worden uitgevoerd zonder een zeer brede discussie tussen de verschillende belanghebbenden. Voorbeeldprojecten met zeer grote impact die een zeer zorgvuldige breed gedragen dialoog en toetsing vooraf verdienen zijn: 1. Parkhaven010 (verdere verhitting van de stad, vergroten congestie van de mobiliteiten, grote aanslag op m2 stadspark als verblijfsruimte) 2. Dempen 1/3 van de Rijnhaven voor steen (risico: verdere verhitting van de stad, mobiliteit verslechtert verder, verlies van waardevol waterbekken, verdwijnen van stuk historie) 3. Sloop veel woningen Tweebosbuurt (betaalbare woningen verdwijnen, inclusiviteit aangetast) 4. Voorstel dempen 1/3 Schiehaven tbv extra woningen (idem als 2) In alle gevallen van bouwen, met name als zachte bodem hard wordt, gaat het om blijvende aantasting van de biodiversiteit. Dit is niet omkeerbaar. Het lijkt in alle huidige en inmiddels bekende plannen alleen het doel van “50.000 woningen bouwen” te dienen.

Waar komt dit doel vandaan? Hoe kan een dergelijk omvangrijke politieke keuze zonder inspraak van inwoners en bedrijven tot stand komen? Een keuze die leidt tot een immense toename van drukte (buitenruimte, verkeer) en afname van leefbaarheid. Daarnaast: buitendijks bouwen levert in alle gevallen grote risico’s bij sterk stijgende zeespiegel. Dit verdient een uitgebreide rekensom. Ik zou graag zien dat deze zienswijze wordt opgenomen in de omgevingsvisie. Ik zou er ook erg voor pleiten deze te voorzien van een referentie: zienswijze 1001, zoals ook in de aanhef wordt aangegeven. Tezamen met de duiding van alle andere ingediende zienswijzen die een plek verdienen in de omgevingsvisie. Dat leidt hopelijk tot de conclusie dat de inwoners van Rotterdam in de toekomst worden behoed voor historische vergissingen als het bouwen in het Euromast Park. Ik wil afsluiten, ter bewustwording van de situatie, met te zeggen dat ík de moeite heb genomen om de omgevingsvisie te lezen en een zienswijze te verwoorden. Veel wat ik hier heb opgeschreven wordt echter door een enorme groep mensen hetzelfde gevonden en ervaren. Dat zij de moeite níet hebben genomen wil niet zeggen dat zij het niet belangrijk vinden en het genegeerd moet of kan worden. Het is ontzettend noodzakelijk dat de punten uit deze zienswijze 1001 zeer zichtbaar in de omgevingsvisie naar voren komen.

De gemeenteraadsverkiezingen komen eraan en ik reken erop dat de zienswijze 1001 een inspiratiebron is voor de verkiezingsprogramma’s. Met vriendelijke groeten,

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=4abe118c-6b0b-4f53-b7b6-d25627ef0b8b