CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb003176] Bijlage 1 behorende bij 24bb003189 over ontwerpbestemmingsplan Colosseumweg

Gemeenteraad 11 juli 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Het voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Colosseumweg.30.200 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeente Rotterdam

BESTEMMINGSPLAN

Colosseumweg bestemmingsplan

2

Colosseumweg

Rotterdam

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.0599.BP2222Colosseumweg-on01

08-09-2023

concept

projectnummer:

03-10-2023

ontwerp

20221450

opdrachtleider:

I. de Feijter

vastgesteld

© RHŨ ADVISEURS BV Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

9

1.1

Aanleiding

9

1.2

Verder met Feyenoord City

9

1.3

Ligging en begrenzing

10

1.4

Gekozen planopzet

11

1.5

Vigerende bestemmingsplannen

11

Beschrijving van het plangebied

13

2.1

Ontstaansgeschiedenis plangebied

13

2.2

Archeologie

14

2.3

Huidige situatie

15

2.4

Stadsgezichten en Monumenten

17

Beoogde ontwikkeling

21

3.1

Voorgeschiedenis gebiedsontwikkeling

21

3.2

Beschrijving van het plan

22

Beleid

27

4.1

Rijksbeleid

27

4.2

Provinciaal en regionaal beleid

32

4.3

Gemeentelijk beleid

41

Omgevingsaspecten

47

5.1

Inleiding

47

5.2

Milieueffectrapportage

47

5.3

Sectorale toetsing

48

Juridische planbeschrijving

89

Juridische planbeschrijving

89

Hoofdstuk 7

Financiële uitvoerbaarheid

91

Hoofdstuk 8

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

93

8.1

Betrekken belanghebbende partijen en omwonenden

93

8.2

Vooroverleg

93

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6 6.1

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Mer-beoordelingsnotitie

Bijlage 2

Onderzoek verkeerseffecten

Bijlage 3

Geluidsonderzoek

Bijlage 4

Onderbouwing hogere waarden

Bijlage 5

Onderzoek externe veiligheid

Bijlage 6

Natuurtoets 2023

3

Bijlage 7

Onderzoek stikstofdepositie

Bijlage 8

Bezonningsonderzoek

Bijlage 9

Windhinderonderzoek

Bijlage 10

Hemelwaterberging studie

Bijlage 11

Nota vooroverleg

Bijlage 12

Verantwoording groepsrisico

Bijlage 13

Merbeoordelingsbesluit

4

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

111

Artikel 1

Begrippen

111

Artikel 2

Wijze van meten

115

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

117

Artikel 3

Gemengd - Colosseumweg

117

Artikel 4

Verkeer - Spoor- en wegverkeer

120

Artikel 5

Verkeer - Wegverkeer

121

Artikel 6

Waarde - Archeologie 1

122

Artikel 7

Waarde - Archeologie 2

124

Artikel 8

Waterstaat - Waterkering

126

Hoofdstuk 3

Algemene regels

127

Artikel 9

Anti-dubbeltelregel

127

Artikel 10

Algemene bouwregels

128

Artikel 11

Algemene gebruiksregels

129

Artikel 12

Algemene afŵijkingsregels

130

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

131

Artikel 13

Overgangsrecht

131

Artikel 14

Slotregel

132

Bijlagen bij de regels Bijlage 1

Staat van Bedrijfsactiviteiten

Bijlage 2

Verantwoording groepsrisico

Bijlage 3

Besluit hogere waarden

5

6

Toelichting

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De beoogde woningbouwlocatie 'Colosseumweg' maakt onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling 'Feyenoord City'. De woningbouwlocatie was eerder opgenomen in het bestemmingsplan 'Feyenoord City', welke als onderlegger het Masterplan Feyenoord city (hierna Masterplan) kende. Het bestemmingsplan is echter op 26 oktober 2022 vernietigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In de uitspraak is aangegeven dat de financiële uitvoerbaarheid van een nieuw stadion in de Maas niet is aangetoond en dat ook de andere plandelen vanwege de verwevenheid niet in stand konden blijven. Hoewel de gebiedsontwikkeling Feyenoord City niet meer op de in het bestemmingsplan Feyenoord City en Masterplan beoogde wijze wordt uitgevoerd, blijven de ambities uit het Masterplan Feyenoord City overeind en is het in dat kader nog steeds gewenst om enkele woningbouwlocaties die onderdeel uitmaakten van het vernietigde bestemmingsplan, zoals de locatie Colosseumweg, te ontwikkelen.

Dit bestemmingsplan is opgesteld juridisch-planologisch mogelijk te maken.

1.2

om

de

woningbouwontwikkeling

Colosseumweg

Verder met Feyenoord City

De ontwikkeling van het Colosseumweg maakt onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling Feyenoord City. De kern van de gebiedsontwikkeling is: een krachtige maatschappelijk-economische impuls geven aan Rotterdam-Zuid door, precies op het scharnierpunt van gebieden die dat nodig hebben, een verbindend plan te maken met een uitzonderlijke stedelijke kwaliteit. De ambities uit het door de gemeenteraad vastgestelde Masterplan (28 november 2019) voorde gebiedsontwikkeling, staan nog immer overeind (zie ook paragraaf 3.1.2).

Het Masterplan wordt niet langer uitgevoerd zoals destijds beoogd. Zo vervalt het nieuwe stadion en blijft De Kuip als voetbalstadion bestaan. Dit betekent dat ook de ontwikkeling van de plots ter plaatse van en grenzend aan de bestaande Kuip vooralsnog niet worden ontwikkeld. Feyenoord City was en is echter veel meer dan een nieuw stadion. Diverse woningbouwlocaties die onderdeel uitmaakten van het vernietigde bestemmingsplan en het onderliggende Masterplan zijn nog steeds zeer gewenst en dragen nog immer bij aan de ambities van het Masterplan.

Binnen het gebied Feyenoord City wordt onderscheid gemaakt tussen drie deelgebieden (zie figuur 1.2). Deelgebied 1 omvat drie woningbouwplots (Mallegat, Rosestraat en Colosseumweg) waarvoor drie afzonderlijke postzegelbestemmingsplannen worden opgesteld. Deze ontwikkelingen kunnen onafhankelijk van elkaar en de rest van de gebiedsontwikkeling gerealiseerd worden. Daarnaast is ook de Waterkantplot (voorheen Waterfront inclusief de oorspronkelijke stadionplot) onderdeel van deelgebied 1. Voor de Waterkantplot wordt op dit moment nog geen bestemmingsplan voorbereid maar wordt eerst een nieuwe stedenbouwkundige verkenning uitgewerkt. Binnen het Masterplan en bestemmingsplan Feyenoord City heette dit fase 1. De herontwikkeling van deelgebied 2 (Veranda) en 3 (Stadiondriehoek) is nu niet aan de orde. Een eventuele ontwikkeling van deze gebieden zal worden gekoppeld aan de ontwikkeling van de treinstations, de derde stadsbrug en het omliggende gebied en de Rotterdamse aanpak A tot Z, 20.000- 30.000 woningen van Alexander tot Zuidplein (zie ook de gemeentelijke Omgevingsvisie, paragraaf 4.3.1).

9

Figuur 1.1. Locaties en begrenzing plots en deelgebieden Feyenoord City

1.3

Ligging en begrenzing

Het plangebied Colosseumweg ligt in Rotterdam-Zuid en wordt globaal begrensd door: het Varkenoordseviaduct, het spoortraject Dordrecht-Rotterdam, de 2e Rosestraat en het Vredesplein. De locatie is kadastraal bekend als nummer 4742, sectie V in de gemeente Rotterdam. In figuur 1.2 is de ligging van het plangebied weergegeven. De toekomstige verlengde Colosseumweg maakt eveneens onderdeel uit van het plangebied.

10

Figuur 1.2. Ligging plangebied

1.4

Gekozen planopzet

Met het oog op de toekomst wordt waar mogelijk uitgegaan van enige flexibiliteit voor de bouwmogelijkheden en flexibiliteit in functies op de begane grond. Voor het borgen van de ruimtelijke kwaliteit en om negatieve omgevingseffecten te voorkomen, wordt die flexibiliteit begrensd in de vorm van maximale bouwhoogte, maximaal programma (maximaal aantal woningen/maximaal bvo per functie) enzovoorts. Dit zo nodig in combinatie met een voorwaardelijke verplichting. Zo wordt voorkomen dat flexibiliteit leidt tot ontwikkelingsmogelijkheden met negatieve effecten voor de omgeving.

In hoofdstuk 6 Juridische planbeschrijving is de wijze van bestemmen nader uitgewerkt en toegelicht.

1.5

Vigerende bestemmingsplannen

Voor het plangebied gelden momenteel de volgende bestemmingsplannen geheel of gedeeltelijk.

bestemmingsplan

vaststellingsdatum gemeenteraad

Hillesluis

30 september 2010

Kop van Feijenoord

13 oktober 2016

Parapluherziening Evenementen

2 februari 2022

Parapluherziening biologische veiligheid

14 juni 2018

Parapluherziening parkeernormering Rotterdam

14 december 2017

11

Naast bovenstaande parapluherzieningen is op 22 juni 2023 de 'Parapluherziening industriezones Feijenoord en Maas- en Rijnhaven' vastgesteld. Het doel van de parapluherziening Industriezones Feijenoord en Maas- en Rijnhaven is om de toegekende ruimte voor industrielawaai te actualiseren op basis van de huidige situatie.

Met dit nieuwe bestemmingsplan worden alle huidige bestemmingsplannen vervangen door het onderhavige plan.

voor

het

plangebied

geldende

12

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving van het plangebied

Ontstaansgeschiedenis plangebied

Landschapsstructuur Van oudsher vormde de Varkenoordsche dijk de scheidingslijn tussen de gorzen en de polders. Het beschermde het polderland tegen overstromingen en fungeerde eveneens als hoofdverbindingsweg op het eiland IJsselmonde. Nog steeds heeft de dijk een belangrijke ontsluitende functie.

De polderstructuur aan de binnendijkse zijde, met een strakke rechte verkaveling, is nagenoeg verdwenen door de komst van het sportcomplex, park en woonwijken. Deze polder werd in de tweede helft van de 16e eeuw bekaad. Daarna volgde een grondverdeling. In het begin van de 18e eeuw vond de definitieve bedijking van de polder plaats. De Veranda, gelegen langs de oevers van de Nieuwe Maas, staat op de plek waar vroeger de gorzen (moeraszones) en platen voorkwamen.

Rotterdam Zuid De grote ontwikkeling van de zuidoever van Rotterdam begint aan het einde van de negentiende eeuw, aangejaagd door de aanleg van de Nieuwe Waterweg (tussen 1866 en 1872) en de bouw van het Staatsspoorweg (1878). Op het eiland Feijenoord worden in hoog tempo havens gegraven. Net boven het Mallegat werd in maart 1878 begonnen met de bouw van de gasfabriek Feijenoord, de eerste gemeentelijke gasfabriek van Rotterdam. Het spooremplacement dat in de Varkenoordse polder kwam te liggen vormde een fysieke grens in het landschap. Door de barrière van de spoorweg blijft de Varkenoordse polder al die tijd leeg. Buiten de Varkenoordsedijk, die grotendeels de loop had van de huidige Stadionweg en Slaghekstraat, vestigen zich wel aan de scheepvaart gerelateerde industrie.

Figuur 2.1. Plangebied rond 1900

Ontwikkelingen vanaf de tweede helft van de 19e eeuw In 1872 komt de spoorlijn Dordrecht-Rotterdam Mallegat (op Zuid) gereed als onderdeel van 'Staatslijn I' (tracé Rotterdam-Breda). Het tracé loopt dwars door de Varkenoordse polder, ten oosten van het latere Vreewijk. Vanaf 1877 werd de verbinding over de Nieuwe Maas in gebruik genomen naar station Rotterdam Delftsche Poort.

13

Na 1910 is het omliggende gebied tot ontwikkeling gekomen, met de woonbebouwing van de wijk Hillesluis ten westen van het plangebied en de scheepswerven langs de Nieuwe Maas ten noorden daarvan. Het gebied zelf bleef echter tot de járen 30 van de 20e eeuw nagenoeg onbebouwd, met uitzondering van een haven en de scheepswerf van Piet Smit langs de Nieuwe Maas die aan het einde van de 19e eeuw is gegraven. In de járen 30 van de 20e eeuw kwam er meer bebouwing.

Het volgende kaartfragment toont de situatie aan het begin van de 20e eeuw.

Figuur 2.2. Historisch kaartfragment situatie begin 2ď eeuw (bron: www.topotijdreis.nl)

Hillesluis Hillesluis is vrijwel geheel gerealiseerd in de járen twintig. Een belangrijke historische route in Hillesluis is Beijerlandselaan - Groene Hilledijk. De Beijerlandselaan kenmerkt zich door zijn hoogstedelijke winkelkarakter, dat sterk geworteld is in de geschiedenis. Als enige van dit kaliber op de Linker Maasoever (een aaneengesloten winkelfront, architectuur van een relatief hoog niveau, met enkele parels) heeft de Beijerlandselaan veel potentie. Een andere belangrijke historische route is de Colosseumweg, parallel aan het voormalige spoorwegtracé.

2.2

Archeologie

Beleidskader Rotterdam draagt sinds 1960 zorg voor het eigen archeologisch erfgoed en is in het bezit van een door het Rijk verleende opgravingsbevoegdheid. Het doel van de Rotterdamse archeologie is: (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden.

14

De gemeente Rotterdam bezit een Archeologische waarden- en beleidskaart en een vastgestelde lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen, die opgenomen zijn in de gemeentelijke archeologieverordening. Genoemde beleidsinstrumenten moeten een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen. Dit instrumentarium sluit aan op en komt mede voort uit het Rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het Europese 'Verdrag van Malta' is ontwikkeld.

Het vaststellen, waarderen en documenteren van archeologische waarden vindt binnen de archeologische monumentenzorg gefaseerd plaats. Na een bureauonderzoek kan het nodig zijn een archeologische inventarisatie in het veld uit te voeren. De resultaten van de inventarisatie kunnen vervolgens leiden tot een aanvullend archeologisch onderzoek. De resultaten van laatstgenoemd onderzoek vormen het uitgangspunt bij de keuze om een vindplaats te behouden, op te graven, waarnemingen uit te voeren tijdens het bouwproject of geen verdere stappen te ondernemen.

Bewoningsgeschiedenis Uit het bestemmingsplangebied zijn momenteel geen vindplaatsen bekend uit de prehistorie, Romeinse tijd en Vroege Middeleeuwen. Deze zijn in het gebied overigens wel te verwachten. Sporen uit de Ijzertijd (800 voor Christus-begin jaartelling) kunnen voorkomen op veen, dat in het gehele bestemmingsplangebied in de ondergrond aanwezig is en dat afgedekt wordt door een laatmiddeleeuwse kleilaag. Langs de Maas bevinden zich kleiafzettingen, die vóór het begin van de jaartelling zijn afgezet en waarop bewoningssporen uit de Romeinse tijd kunnen voorkomen.

In de 10e-12e eeuw is het veen en het klei-op-veengebied ontgonnen en voor bewoning en landbouw geschikt gemaakt. Vóór 1300 is men met de bedijking gestart. Waarschijnlijk iets ten noorden van de huidige Stadionweg liep ooit de oudste dijk in dit gebied: de noordelijke dijk van de Riederwaard.

Archeologische verwachting In het bestemmingsplangebied kunnen bewoningssporen en vondsten uit de prehistorie, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen voorkomen.

Archeologie in de regels en op de verbeelding Waarde - Archeologie 1 Voor het lager gelegen gebied ten zuidwesten van de Colosseumweg (Waarde - Archeologie 1) geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 200 m2 en die tevens dieper reiken dan 1,0 m beneden maaiveld.

Waarde - Archeologie 2 Voor de rest van het plangebied (Waarde - Archeologie 2) geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 200 m2 en die tevens dieper reiken dan 2,0 m beneden maaiveld.

2.3

Huidige situatie

Beschrijving van het plangebied Colosseumweg De driehoek tussen Varkenenoordseviaduct, 2e Rosestraat en Colosseumweg, het plangebied, bestaat uit een groenstrook. Midden door het plangebied loopt de huidige Colosseumweg.

15

2e Rosestraat Laan op Zuid

Roseplot Parkstad

Feyenoord City

Putselaan

Colosseumplot

Beijerlandselaan

Slaghekstraat

Figuur 2.3. Ligging plangebied

16

Figuur 2.4. Huidige inrichting plangebied

Oriëntatie en bereikbaarheid Het plangebied wordt omsloten door een aantal belangrijke verkeersaders. Ten oosten van het plangebied ligt de spoorwegverbinding Rotterdam-Dordrecht. Langs de noordkant van het plangebied ligt het Varkenoordseviaduct.

Het Varkenoordseviaduct loopt verder in noordwestelijke richting over in de Laan op Zuid met het kruispunt naar de 2e Rosestraat. Dit zijn de verbindingen naar de noordoever. Vanuit het westen is het plangebied te bereiken vanaf de A16 via de John F. Kennedyweg en Stadionweg.

Het plangebied wordt ook ontsloten door een aantal openbaar vervoerverbindingen. Met de trein is het plangebied te bereiken via de stations Rotterdam Zuid en Rotterdam Lombardijen. Tijdens thuiswedstrijden is ook het station Rotterdam Stadion naast De Kuip geopend. Vanaf Rotterdam Centraal is het gebied te bereiken via de tramhalte Varkenoordseviaduct en met de bus via de halte Spoorweghaven.

2.4

Stadsgezichten en Monumenten

Algemeen De gemeente Rotterdam kent een groot aantal panden en gebieden die vanwege cultuurhistorische waarden worden beschermd. Voor de bescherming wordt gebruikgemaakt van bestaand instrumentarium. In het bestemmingsplan zijn geen nadere planologische regelingen opgenomen, behoudens (indien aan de orde) de planologische bescherming die overeenkomstig de Erfgoedwet (2016) dient te rusten op een beschermd dorps- of stadsgezicht. De gemeente Rotterdam maakt onderscheid tussen de volgende gebieden en gebouwen.

17

Beschermde stadsgezichten (BS) Rotterdam kent door haar stedelijke omgeving alleen beschermde stadsgezichten. Een beschermd stadsgezicht is een groep van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens schoonheid, onderlinge ruimtelijke structurele samenhang of wetenschappelijke waarde. De bescherming richt zich op de stedenbouwkundige karakteristiek en op een samenhangend geheel van straten en bebouwing. Het gaat om gebieden die ouder zijn dan vijftig jaar. Na aanwijzing van een beschermd stadsgezicht dient er binnen twee jaar een bestemmingsplan beschikbaar te zijn waarin de historische kwaliteiten en de relatie tot eventuele toekomstige ontwikkelingen vastliggen.

Wederopbouwaandachtsgebieden Naast de van rijkswege beschermde stadsgezichten kent Rotterdam in de binnenstad een aantal wederopbouwaandachtsgebieden met een waardevolle samenhang tussen het stratenplan, de invulling van de bouwblokken en de architectuur. Bij nieuwe ontwikkelingen dient bekeken te worden hoe deze historische kwaliteiten kunnen worden behouden. Betreffende gebieden hebben geen juridische of formele status.

Rijksmonumenten (RM) en Gemeentelijke monumenten (GM) Een Rijks- of gemeentelijk monument kan zijn een gebouw, water, terrein of een ander object dat van nationaal belang is, of van algemeen belang voor Rotterdam is (gemeentelijk monument), vanwege de schoonheid, betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Dit is vastgelegd in respectievelijk de Erfgoedwet (2016) en de monumentenverordening Rotterdam 2010. Bij een monument gaat het om één gebouw of complex, zowel van buiten als van binnen. Voor een Rijksmonument geldt dat het object ten minste vijftig jaar oud moet zijn. Als vanzelfsprekend is het verboden om wijzigingen aan te brengen aan een beschermd monument zonder vergunning.

Beeldbepalende objecten (BO) en Beeldbepalende gevelwanden (BG) In Rotterdam is een groot aantal gebouwen te vinden die geen status hebben als gemeentelijk monument, maar wel van monumentale waarde zijn, zogenaamde beeldbepalende objecten. Voor deze panden geldt geen wettelijke bescherming, maar de gemeente zet zich wel in om de waarden van deze panden te behouden. Ook kent Rotterdam monumentale gevelwanden. Deze komen zelden in aanmerking voor een monumentstatus, maar zij bepalen voor een belangrijk deel wel het karakter van de stad. Deze wanden versterken de ruimtelijke kwaliteit en instandhouding wordt dan ook gestimuleerd.

Het plangebied Binnen het bestemmingsplangebied ligt geen beschermd stadsgezicht. In de omgeving van het plangebied liggen Stadion Feyenoord en de voormalige gasfabriek Feyenoord.

In de Stadiondriehoek staat Stadion Feijenoord (De Kuip). Het ontwerp is van L.C. van der Vlugt (medeontwerper van de Van Nelle-fabriek). In 1991 is het stadion benoemd tot gemeentelijk monument (monumentnummer E-022). De huidige vorm van het stadion is ontstaan na grootscheepse renovaties in 1994.

In Mallegat ligt de voormalige gemeentelijke gasfabriek Feijenoord. Na de sloop van de fabriek zijn twee gashouders en een watertoren gespaard gebleven die zijn aangewezen als gemeentelijk monument (monumentnummer C-010b).

18

Naast Stadion Feijenoord en de voormalige gemeentelijke gasfabriek Feijenoord kent het gebied geen verdere cultuurhistorisch waardevolle elementen (Rijksmonumenten, provinciale monumenten, gemeentelijke monumenten of beeldbepalende objecten). Wel liggen er in de omgeving van het plangebied enkele monumenten (figuur 2.3).

Figuur 2.5. Monumenten in en in de omgeving van het plangebied (de ligging van de voormalige gasfabriek Feijenoord is tevens aangeduid)

19

20

Hoofdstuk 3

Beoogde ontwikkeling

3.1

Voorgeschiedenis gebiedsontwikkeling

3.1.1

Eerste plannen voor een grootschalige herontwikkeling op Zuid: Stadionpark

Sinds het plan voorde Kop van Zuid uit 1985 is Rotterdam bezig een herkenbaar front aan de rivier te maken. Zuid heeft een gezicht gekregen aan de rivier en nieuwe investeringen en gebruikers aangetrokken. Het benutten van de bijzondere ligging aan de rivier en daarmee de belangrijkste openbare ruimte van de stad, is nog op veel meer plaatsen mogelijk. Stadionpark wordt beschouwd als de volgende stap in een reeks rivierfront-ontwikkelingen. De eerste plannen voor het gebied komen voort uit een bestuursopdracht uit april 2007. In de bestuursopdracht waren de volgende ambities voorde ontwikkeling van Stadionpark geformuleerd: » voor Stadionpark wordt het thema 'sport en leisure' verder uitgebouwd; » het sportcluster Varkenoord accommodeert een volledige sportcarrière. Jong en oud, professional en amateur, moet zich thuis voelen op het sportcluster en zijn sport daar kunnen beoefenen; » er is spin-off van de te ontwikkelen projecten voor de inwoners van Rotterdam-Zuid: zowel wat betreft opleiding als stage en werkgelegenheid; » Stadionpark functioneert als een volwaardig onderdeel van Rotterdam. Dat betekent meer dynamiek en een intensiever gebruik van de ruimte; » het wordt de imago bepalende plek voor Rotterdam Sportstad; » Stadionpark is niet voor sport alleen. Ook werken, wonen, verkeer en vervoer krijgen de nodige aandacht en dragen bij aan het karakter van het gebied.

Deze ambities zijn vervolgens verwoord in verschillende visies en masterplannen waaronder de op 11 februari 2010 door de gemeenteraad vastgestelde structuurvisie Stadionpark, het Masterplan Sportcampus Rotterdam en Park de Twee Heuvels (juni 2013) en de gebiedsvisie Stadionpark (2018).

3.1.2

Gebiedsvisie Stadionpark (2018) en Masterplan Feyenoord city (2019)

Het gebied Feyenoord City maakt onderdeel uit van het Stadionpark waarvoor op 1 februari 2018 een gebiedsvisie is vastgesteld door de gemeenteraad. Vervolgens is door de gemeenteraad, gebaseerd op de gebiedsvisie Stadionpark, het masterplan Feyenoord City vastgesteld (28 november 2019).

Hoewel zowel in de gebiedsvisie als het Masterplan uit werd gegaan van de bouw van een nieuw stadion in de Maas en deze ontwikkeling op de voorziene wijze geen doorgang meer vindt, zijn de documenten ten aanzien van verschillende geformuleerde ambities nog immer actueel.

De ambities uit het Masterplan kunnen als volgt worden samengevat: » Feyenoord City verbindt. » Feyenoord City is een bestemming. » Er is sprake van een aantrekkelijke buitenruimte. » Het is een uniek woongebied » Het gebied is toekomstbestendig. Het Masterplan wordt zoals gezegd niet langer uitgevoerd zoals destijds beoogd. Zo vervalt het nieuwe stadion en blijft De Kuip als voetbalstadion bestaan. Dit betekent dat ook de ontwikkeling van de plots ter plaatse van en grenzend aan de bestaande Kuip vooralsnog niet worden ontwikkeld. Feyenoord City was en is echter veel meer dan een nieuw stadion. Diverse woningbouwlocaties die onderdeel uitmaakten van het vernietigde bestemmingsplan en het onderliggende Masterplan, waaronder de locatie Colosseumweg, zijn nog steeds zeer gewenst en dragen nog immer bij aan de ambities van het Masterplan.

21

De Colosseumplot maakt Hillesluis ruimtelijk af. Het biedt een variëteit aan woningen die het eenzijdige aanbod in de buurt aanvult (en doelbewust niet vergroot). Voor doelgroepen die in Hillesluis geen passende woning kunnen vinden en voor nieuwe doelgroepen die de bevolkingssamenstelling en de buurteconomie versterken. Er wordt veelzijdige plintruimte gecreëerd die gevuld kan worden met vrijwel elk functie die de komende tijd zal blijken uit de verdere participatie.

De plotontwikkeling is mede ingegeven door het initiatief van de gemeente om de Colosseumweg te verleggen. Het verkeerssysteem wordt daarmee veel beter. Na een dergelijke verlegging is het natuurlijk zaak om de vrijgekomen ruimte zo goed mogelijk te benutten.

Vanuit de Laan op Zuid gezien heeft de Colosseumplot als belangrijkste functie om het Varkenoordse Viaduct te "ontviaducten". Het profiel van dit viaduct kan verbeteren door succesvolle plintfuncties te creëren. De levert een bijdrage aan het fysiek verbinden van de twee stadsboulevards aan weerszijden van het spoor.

3.2

Beschrijving van het plan

3.2.1

Uitgangspunten voor de ontwikkeling

De ontwikkeling van de Colosseumplot maakt onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling Feyenoord City. Nadat bekend werd dat het nieuwe stadion geen doorgang zal vinden, wordt nu eerst gefocust op de ontwikkelingen aan de Stadskant, te weten: Mallegat, Colosseumweg en Rosestraat.

3.2.2

Opgave en ambities

De Stadskant is de entree naar Feyenoord City vanuit het stadscentrum via de Laan op Zuid, maar ook de verbinding met de aangrenzende wijken Hillesluis, waaronder, Kop van Zuid en de Afrikaanderwijk en het winkelgebied Beijerlandselaan. Aan de ene kant is de ontwikkeling gericht op integratie, terwijl het aan de andere kant blijk geeft van de ambitie om als toekomstige ontwikkeling een spectaculaire toegang te verschaffen tot een nieuw deel van de stad maar ook de koppeling met de bestaande stad te maken en te houden. De opgave is om op de complexe Colosseumlocatie, gezien de geluidsbelasting(en) vanuit Stadion Feijenoord en het weg- en railverkeer, een grootschalig en divers programma te vertalen naar een gebouwencomplex met een hoogwaardige uitstraling, dat tevens een goede ruimtelijke aansluiting vormt naar de reeds bestaande gebouwde omgeving. Hiermee kan de plot niet alleen een verbinding vormen met omliggende wijken maar ook een bestemming om naartoe te gaan. Zo liggen hier kansen om met complementaire voorzieningen ook een sociale verbinding te realiseren. Door het begrenzen van het Vredesplein met nieuwe bebouwing, krijgt het plein een meer besloten karakter. De moskee krijgt hiermee een meer prominente ligging als onderdeel van het plein en het stadsdeel Rotterdam Zuid.

Het plot verbindt het Vredesplein met het Varkenoordseviaduct, maar zorgt ook voor een verbinding tussen de Colosseumweg en de Brede Hilledijk. Zo ontstaan langs en door het plot verbindingen die buitenruimten met elkaar verbinden. Verder bieden de groene binnentuinen en daken kansen voor aantrekkelijke buitenruimtes voor de nieuwe bewoners/gebruikers op deze plot.

3.2.3

Doelgroepen en programma

Enerzijds zal ingezet moeten worden op het behoud en de doorstroming binnen Rotterdam Zuid en anderzijds op de grote groep jonge en middelbare alleenstaanden en de wegtrekkende gezinnen in Rotterdam als groter geheel. De locatie leent zich voor vele doelgroepen, van sociale- en middenhuur/koopwoningen tot en met de duurdere huur/koopwoningen. Van ouderen die in middeldure koopappartementen willen wonen, tot en met jonge/oudere gezinnen in de wat luxere stadswoningen. Door het karakter van semi-besloten stadsblokken is de locatie geschikt om aan te sluiten bij het al bestaande buurtgevoel in de omgeving. Gelet op de externe veiligheidsrisiso's van het nabijgelegen spoor wordt afgezien van een woonzorgcomplex.

22

Het programma bestaat uit 650 woningen en maximaal 3.900 m2 bvo overig programma zoals horeca, detailhandel, maatschappelijk en dienstverlening.

Programma Functies

m2bvo

aantal woningen

Wonen

650

Maatschappelijke voorzieningen en dienstverlening

2.750

Daghoreca

650

Detailhandel

500

3.2.4

Ruimtelijke concept

De Colosseumplot is een verbinder. De bebouwing en de openbare ruimte nodigen Hillesluis en haar bewoners uit om kennis te maken met het nieuwe onderdeel van de wijk. De woningen voorzien in een nieuwe stap in de wooncarrière binnen Rotterdam en de voorzieningen zijn aanvullend aan die in de wijk.

Het ruimtelijk concept is een uit meerdere bouwblokken samengesteld complex. In het ontwerp is rekening gehouden met het feit dat het een geluidbelaste locatie is vanwege het spoor, de weg en stadion Feijenoord. Zo wordt voorzien in geluidluwe gezamenlijke buitenruimten. Uitgangspunt is een levendige plint, vertaald in architectuur en programma. De plot verbindt het maaiveld van het Vredesplein met het Varkenoordseviaduct via doorsnijdingen. Met een duidelijk verschil in karakter tussen de Hillesluis zijde (Vredesplein) en de Feyenoord City zijde (viaduct). In het noordwesten grenst het plot aan de Roseknoop, met daarachter de Afrikaanderwijk en de recente ontwikkelingen van Parkstad. Kortom een alzijdig complex, dat zich straks naadloos voegt in dit dynamische stukje Rotterdam.

Tussen de moskee en het Varkenoordseviaduct ontstaat een ruimte met twee zijkanten. Dit dient goed uitgewerkt te worden in het ontwerp. Deze locatie vraagt om een goede invulling met ruimte voor een inrit naar de parkeergarage 'Colosseumweggarage', een verbinding naar de bovenzijde van het viaduct en een link met de onderdoorgang van het viaduct.

23

3.2.5

Mogelijke uitwerking

Er is voor het duiden van ontwerpuitgangspunten en om uit te proberen of het programma hierbinnen realiseerbaar is, is een mogelijk schetsontwerp opgesteld.

De plot van de Colosseumweg vormt samen met de bebouwing aan de hoek Beijerlandselaan/Putselaan de overgang naarde Beijerlandselaan en naar Hillesluis. Van de invulling van de plot wordt het nodige gevraagd: een goede plint begeleid door middel van bebouwing en ruimte voor verbindingen/routes. Daarnaast zal de ontsluiting van de huidige parkeergarage 'Colosseumweggarage' mogelijk via deze plot geschieden. De ontwikkeling bestaat uit de realisatie van hoogbouwtorens met een maximale bouwhoogte van 80 meter. De torens worden aangevuld met een brede basis van variërend in hoogte.

24

Figuur 3.1. Voorbeelden mogelijke uitwerking

Randen

0

Routes gp en om do plot

Figuur 3.2. Voorbeeld mogelijke routes op en om de plot

Verlegging Colosseumweg De ontwikkeling vindt plaats ter hoogte van de huidige Colosseumweg. Deze weg zal dan ook worden aangepast. Gelet op de (woningbouw)ontwikkeling wordt de Colosseumweg verlegd en doorgetrokken onder het Varkenoordseviaduct en zo verbonden met de 2e Rosestraat.

26

Hoofdstuk 4

Beleid

In dit hoofdstuk wordt de ontwikkeling zoals die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, getoetst aan de ruimtelijk relevante beleidskaders op zowel Rijksniveau, provinciaal, regionaal als gemeentelijk niveau. Met deze toetsing wordt beoordeeld of de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan de ruimtelijke beleidsdoelen op de verschillende overheidsniveau. Andersom kan het ook zo zijn dat er uit deze beleidstoetsing criteria naar voren komen die in dit bestemmingsplan geborgd moeten worden, om ervoor te zorgen dat daar bij de uiteindelijke ontwikkeling van het gebied aan voldaan wordt. De betreffende beleidsdocumenten worden in dit hoofdstuk per overheidsniveau behandeld en per beleidsdocument is een conclusie opgenomen.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale omgevingsvisie (2020)

Nederland staat voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Het betreffen opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen en door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn de opgaven als volgt ingedeeld: » ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; » verduurzamen van de economie en behouden van groeipotentieel; » sterker en leefbaarder maken van steden en regio's; » toekomstbestendig ontwikkelen van landelijk gebied. Toetsing Dit bestemmingsplan zet in op (her)ontwikkeling van binnenstedelijk gebied. Daarmee wordt met appartementen en een levendige plint ingezet op een aantrekkelijk gebied om te wonen. Dit sluit aan bij de doelstelling uit de NOVI om primair binnen bestaande steden en stedelijke regio's locaties te zoeken om te wonen en te werken. Het plan draagt daarnaast ook bij aan de doelstellingen op het gebied van klimaatadaptatie en energietransitie.

Zo wordt de nieuwbouw minimaal als Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG) gerealiseerd waar het gaat om energie en wordt er in de gebouwontwerpen en in de openbare ruimte rekening gehouden met het (tijdelijk) vasthouden van neerslag.

4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2020)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de juridisch bindende vertaling van de Omgevingsvisie naar lagere overheden. Onder de vlag van de Omgevingswet wordt dit Besluit vervangen door zogenoemde instructieregels, maar vooralsnog geldt het Barro. Hiermee wordt de visie, waarmee op Rijksniveau een toekomstperspectief wordt geschetst, vertaald in bindende regels waar lagere overheden zich bij het opstellen en vergunnen van plannen aan te houden hebben. Voorbeelden van zaken die geregeld zijn in het Barro zijn Rijksvaarwegen, hoofdwegen, het 380 kV-netwerk, buisleidingen en militaire objecten.

Toetsing Uit de kaarten behorend bij het Barro, komen ter plaatse van het plangebied geen beschermde objecten of structuren naar voren. Gelet op het bovenstaande is dit bestemmingsplan in lijn met het Barro.

27

4.1.3

Besluit ruimtelijke ordening (2017)

Uitbreiding of nieuwe functies zijn niet zonder meer mogelijk, omdat sprake moet zijn van 'zorgvuldig ruimtegebruik'. Ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, moeten daarom worden getoetst aan Artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet de behoefte worden beschreven. Bij stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied, moet worden gemotiveerd waarom deze niet binnenstedelijk gerealiseerd kunnen worden. Wel of geen stedelijke ontwikkeling De vraag bij de ladder voor duurzame verstedelijking is of de ruimtelijke ontwikkeling moet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in art. 3.1.6 lid 2 Bro. Uit jurisprudentie blijkt dat meer dan 11 woningen en andere stedelijke functies groter dan 500 m2 bvo doorgaans worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking.

Wel of geen nieuwe stedelijke ontwikkeling Of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, is afhankelijk van de huidige planologische mogelijkheden. Wanneer er met een nieuw bestemmingsplan geen nieuw planologisch ruimtebeslag wordt mogelijk gemaakt, maar alleen een planologische functiewijziging, voorziet een bestemmingsplan in beginsel niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening. Van dit uitgangspunt wordt afgeweken als de planologische functiewijziging een zodanige aard en omvang heeft dat toch sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierbij komt betekenis toe aan de ruimtelijke uitstraling van de in het nieuwe plan voorziene functies en die onder het vorige plan mogelijk was.

Wel of niet binnen bestaand stedelijk gebied In de algemene bepalingen van het Besluit ruimtelijke ordening (1.1.1 lid 1 onder h) is de volgende definitie opgenomen voor bestaand stedelijk gebied: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur". De beantwoording van de vraag of een plangebied als een bestaand stedelijk gebied kan worden aangemerkt, hangt volgens de Nota van toelichting (2017) af van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feítelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. Het begrip is in de jurisprudentie nader ingevuld. Toetsing Onderstaand staat het programma vermeld dat met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt.

Functie

aantal

Wonen

650

Maatschappelijk

bruto vloeroppervlak m2

2.300

Detailhandel

500

Daghoreca

650

Overige commerciële dienstverlening

450

Totaal

3.900

28

Voor alle functies geldt dat de huidige bestemmingsplannen deze niet mogelijk maken. Daarom is de behoefte aan deze functies beschreven, voor zover het een stedelijke ontwikkeling betreft.

Woningbehoefte Uit de provinciale woningbehoefteraming WBR 2021 blijkt dat in de periode 2021-2030 in de Rotterdamse regio behoefte is aan ruim 61.000 woningen. Bovendien zijn 22.150 woningen nog niet regionaal toegedeeld. De nieuwe raming komt hoger uit dan die uit 2019, wat betekent dat er in de gemeente Rotterdam ook meer woningen nodig zijn.

ABF Research (ABF) heeft in opdracht van het Samenwerkingsverband Wonen Regio Rotterdam de actuele woningbehoefte voor de gemeenten in de regio Rotterdam onderzocht (Actualisatie studie Naar een meer evenwichtige Regio Rotterdam, ABF 2021). De belangrijkste conclusie is dat de regio meer woningen moet toevoegen dan er is afgesproken in het Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018 - 2030 (Regioakkoord). Hierbij moet de focus vooral komen te liggen op de uitbreiding van de sociale en middeldure woningvoorraad. Deze opgave betreft alle regiogemeenten, zowel de randgemeenten als de centrumgemeenten Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen. De netto uitbreidingsopgave voor de regio Rotterdam betreft 72.400 woningen tussen 1 januari 2020 en 31 december 2030. In Rotterdam is de netto uitbreidingsbehoefte 38.200 woningen.

Naast de evidente kwantitatieve behoefte voorziet het bouwplan onder meer in woningen in het middensegment waar stadsbreed veel vraag naar is.

In het Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam (januari 2023) is -afgesproken dat Rotterdam zich inzet om 38.940 woningen aan de voorraad toe te voegen. De gemeenten en de woningcorporaties zetten zich ook in voor een betere balans van het woningaanbod in de regio. Voor Rotterdam betekent dat een afname van het aantal sociale huurwoningen. Deze woningbouwontwikkeling is opgenomen op de planlijst van de Rotterdamse regio.

In het gesloten woon-werkakkoord Feyenoord City van januari 2021, staan afspraken over de 3.700 woningen die gerealiseerd zouden worden binnen Feyenoord City. Hiervan zouden er minimaal 450 sociale huurwoningen zijn. Omdat het nieuwe stadion geen deel meer uitmaakt van de plannen, komt er ruimte vrij voor meer woningbouw. De provincie vraagt voor dat deel een hoger aandeel sociale huurwoningen op te nemen dat bijdraagt aan vermindering van het grote tekort aan sociale huurwoningen in de regio, zoals ook vastgelegd in het Regioakkoord 2022. De in het voorliggende bestemmingsplan opgenomen woningen vallen echter onder de gemaakte afspraken van het woon-werkakkoord. Deze afspraken gelden op gebiedsniveau en zullen op deze manier gerealiseerd worden. Uiteraard is er wel een vertaling naar afzonderlijke plots, rekening houdend met kenmerken van aangrenzende wijken. Is daar veel sociale voorraad, dan telt het nieuwbouwprogramma weinig sociaal. Dit geldt voor de plots bij de wijken Hillesluis en Feijenoord, waar ook de Colosseumplot onder valt. Is er in de bestaande wijk weinig sociale voorraad, dan telt het nieuwbouwprogramma relatief veel sociaal. Dit geldt voor de Waterkant bij de buurt Veranda, die geen onderdeel uitmaakt van dit bestemmingsplan. Zo dragen ontwikkelingen gericht bij aan verdere differentiatie en kansen voor wooncarrière.

De fasering van de sociale woningbouw komt overeen met de in beeld zijnde fasering ten tijde van het sluiten van het woon-werkakkoord.

Behoefte maatschappelijke voorzieningen Meer woningen betekent meer inwoners en daarmee de noodzaak om andere functies aan het gebied toe toevoegen, zoals maatschappelijke voorzieningen. Voor de maatschappelijke voorzieningen geldt dat er geen kwantitatieve (gemeentelijke) visies bestaan waarmee de behoefte aan maatschappelijke voorzieningen in beeld wordt gebracht. De

29

behoefte wordt per project berekend aan de hand van de het rekenmodel Referentiewaarden Maatschappelijke Voorzieningen, vastgesteld door B&W. Op basis van deze rekentool is een behoefte van minimaal op 2.600 m2 berekend, op basis van het maximaal aantal woningen. De behoefte is daarmee aangetoond.

Behoefte horeca Er is behoefte aan levendigheid en ontmoetingsplek in de nieuwe wijk. Een ontmoetingsplek is goed voor de leefbaarheid van een woon- en werkgebied. De aanwezigheid van horeca draagt bij aan de aantrekkingskracht voor werknemers, bezoekers en inwoners in het gebied. Per 1.000 inwoners is in Nederland in kernen met meer dan 175.000 inwoners gemiddeld 320 m2 wvo voor horeca aanwezig (de branches Dranken, Eten, Fastservice en Koffie à Desserts). De ontwikkeling genereert gelet op de toename van het aantal woningen een eigen behoefte aan ondersteunende horecafuncties waaronder een café, bar of cafetaria. Door de ontwikkeling zal het aantal inwoners met ongeveer 1.235 toenemen (huishoudensgrootte van 1,9 x 650 woningen), waardoor alleen al vanuit de nieuwe inwoners behoefte is aan circa 400 m2 wvo aan horeca.

De verwachting is dat de nieuwe wijk daarnaast een aantrekkingskracht heeft op bezoekers uit de buurt. Het horeca-aanbod in Rotterdam blijft zowel in vestigingen als omvang iets achter bij het gemiddelde in steden met meer dan 175.000 inwoners (bron: Locatus, 2023). Het horeca-aanbod in de wijk Feijenoord blijft iets achter bij het gemiddelde horeca-aanbod per inwoner in Rotterdam. Op basis van het gemiddelde aanbod in Rotterdam wordt er in de branche 'Eten' (dit zijn o.a. lunchrooms en restaurants) een groter aanbod verwacht (figuur 4.1). Het aanbod in de branche 'Eten' blijft circa 2.700 m2 wvo achter bij het gemiddelde. Voor de overige branches is het aanbod gemiddeld, of bovengemiddeld. Dit is te verklaren door het grote aanbod rond het winkelgebied aan de Beijerlandselaan, wat een belangrijk winkelgebied is in Rotterdam Zuid, en dus ook past bij de verzorgingsfunctie.

Hieruit wordt geconcludeerd dat er in het plangebied behoefte is aan toevoeging van horeca ten behoeve van de inwoners, bezoekers en werknemers in het gebied.

omvang horeca (m2 wvo) 18.000 16.000 14.000

12.000 10.000 8.000 6.000 4.000

2.000 0

Dranken m Feijenoord

Eten

Fastservice

Koffie 8t Desserts

Bte verwachten aanbod op basis van het gemiddelde in Rotterdam

Figuur 4.1. Omvang horeca in de wijk Feijenoord in vergelijking met het gemiddelde in kernen met meer dan 175.000 inwoners (bron: Locatus, 2023)

30

Behoefte detailhandel Voor Rotterdam wordt de komende planperiode verwacht dat het aantal inwoners zal toenemen, zo ook in Rotterdam-Zuid. Dit gaat gepaard met extra behoefte aan functies zoals detailhandel. Ook de nieuwe inwoners en werknemers van voorliggend plan zorgen voor extra draagvlak voor detailhandelsfuncties.

De gemeente zet zich met haar Detailhandelsnota in op een krachtige, toekomstbestendige winkelstructuur, waarbij de consument centraal staat, zodat sprake is van een compleet, compact, comfortabel en levensvatbaar centrum. Nieuwe ontwikkelingen zijn alleen mogelijk in de winkelconcentratiegebieden zoals in de Gebiedskoersen Detailhandel zijn vastgesteld. De gemeente maakt bij nieuwbouwinitiatieven de afweging of de toename van vierkante meters detailhandel leidt tot kwaliteitsverbetering. Rotterdam wil daarmee vernieuwing en modernisering op de juiste plekken stimuleren.

In de Gebiedskoers Detailhandel Feijenoord is de Beierlandselaan/Groene Hilledijk opgenomen als winkelconcentratie gebied. De planlocatie ligt daar net buiten, maar sluit er wel op aan, enkel in het westelijk deel van de plot zal detailhandel worden toegestaan (locatie aangegeven met paarse ster in figuur 4.2). Het gebied wordt genkenmerkt als easyshopping winkelgebied, waar een mix van functies aanwezig is, zowel detailhandelsfuncties (dagelijks en niet-dagelijks) als andere voorzieningen. De gemeente richt zich op versterking van dit winkelgebied.

Met het bestemmingsplan wordt een beperkte hoeveelheid detailhandel toegevoegd ten opzichte van het huidige detailhandelsaanbod van het winkelgebied Beierlandselaan/Groene Hilledijk (circa 20.000 m2 wvo). Met het toevoegen van detailhandel en overige functies, wordt bovendien een levendige plint mogelijk gemaakt.

31

Figuur 4.2. Winkelconcentratiegebieden Feijenoord (bron: Gebiedskoers Detailhandel Feijenoord 2017-2020)

Conclusie Op basis van de ladderonderbouwing, is de behoefte aan het programma uit dit bestemmingsplan aangetoond. Bovengenoemde maatvoeringen en locatie zijn in de regels van dit bestemmingsplan geborgd.

4.2

Provinciaal en regionaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland (2023)

Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Toekomstige beleidsvernieuwing biedt kansen voor verbeteringen in Zuid-Holland. De provincie heeft hiervoor 7 vernieuwingsambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten; 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor; 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen; 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland;

32

5. 6. 7.

Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving; Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit; Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving.

Deze ambities zijn vertaald in beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de volgende opgaven relevant: Verstedelijking De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. De provincie hanteert de volgende uitgangspunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen: » Bouw naar behoefte; » Bouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied; » Bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer; versterk de langzaam vervoersrelaties; houdt rekening met de gevolgen van de ontwikkeling voor de bereikbaarheid; » Benut het netwerk van stedelijke centra en knooppunten; » Bouw toekomstbestendig; houd rekening met energietransitie, natuurinclusiviteit, klimaatadaptie en een gezonde leefomgeving; » Bouw voldoende betaalbare woningen. Als een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ doorlopen. Toepassing is ook van provinciaal belang. Toetsing De ladder is in paragraaf 4.1.3 doorlopen.

Het plangebied is door de provincie aangemerkt als bestaand stads- en dorpsgebied. Ruimtelijke kwaliteit De provincie stuurt op behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, als onderdeel van de kwaliteit van de leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit is het evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning op een positieve manier bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. Ruimtelijke kwaliteit begint met het kiezen van de juiste plek voor nieuwe ontwikkelingen. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Toetsing Met het inpassen van woningen binnen bestaand stedelijk gebied wordt binnenstedelijke ruimte beter benut. Dit geeft invulling aan de visie.

33

4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland (2023) In samenhang met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke plannen. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de onderstaande artikelen relevant.

Artikel 4.2 Normen bergings- en afvoercapaciteit regionale wateren 1. Dit artikel gaat over regionale wateren in beheer van de waterschappen. 2. Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, geldt voor het gebied van een gemeente binnen de bebouwde kom als norm een gemiddelde kans op overstroming van: a. 1/100 per jaar voor bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen, met uitzondering van glastuinbouw; b. 1/50 per jaar voor glastuinbouw; c. 1/10 per jaar voor het overige gebied. (...)

7. Gedeputeerde staten kunnen nadere voorschriften stellen aangaande de toepassing van het tweede, derde en vijfde lid. (...)

9. Bij de beoordeling of een gebied voldoet aan de norm kan een gedeelte van de oppervlakte van het gebied overeenkomstig de percentages genoemd in bijlage VI (maaiveldcriteria) behorende bij deze verordening, buiten beschouwing worden gelaten.

BIJLAGE VI MAAIVELDCRITERIA Omgevingsverordening Norm gerelateerd aan vorm landgebruik

Norm

Maaiveldcriterium (het gedeelte van het peilgebied dat buiten beschouwing kan blijven)

Binnen bebouwde kom

Bebouwd gebied

1/100

0Vo

Glastuinbouw

1/50

Wo

Overig gebied

1/10

507o

10. In afwijking van het tweede, derde en negende lid gelden voor de gebieden met afwijkende maaiveldcriteria waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 4 in bijlage II, de maaiveldcriteria zoals aangegeven. 11. Uiterlijk 31 december 2027 voldoet de inrichting van de regionale wateren binnen de beheersgebieden van het hoogheemraadschap van Delfland, het hoogheemraadschap van Rijnland, het waterschap Hollandse Delta en het hoogheemraadschap voor Schieland en de Krimpenerwaard aan de in het tweede, derde en krachtens het zevende lid opgenomen normen.

Toetsing Zie paragraaf 5.3.5.

Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit,

34

zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap. 3. Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid. 4. Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop. Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij: a. een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap; of b. sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid. 5. Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b.

de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. 6. Specifieke regels voor de gebiedstypen als bedoeld in de artikelen 6.9a, 6.9b, 6.9c, 6.9d. 6.9e, 6.9f en 6.9g, worden in acht genomen tenzij een zwaarwegend openbaar belang aan de toepassing van die artikelen, uitgezonderd artikel 6.9e, in de weg staat. 7. Om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te waarborgen kan het nodig zijn om aanvullende maatregelen te nemen bij aanpassen en transformeren.

Aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit een combinatie van: a. duurzame sanering van bestaande bebouwing, kassen en boom- en sierteelt; b. wegnemen van verharding; c. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; d. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert, waarbij » aanvullende maatregelen worden getroffen binnen het plangebied van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat onmogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen buiten het plangebied worden betrokken in de motivering; » indien aanvullende maatregelen niet volstaan, financiële compensatie wordt toegepast. Lid 8 tm 12 zijn voor deze ontwikkeling niet relevant.

De kwaliteitskaart is opgebouwd uit vier lagen: de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving. Voor het plangebied zijn de volgende richtpunten relevant:

Laag van de ondergrond Rivierklei en veen » Ontwikkelingen in het rivierengebied houden het verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar.

35

Laag van de cultuur- en natuurlandschappen » Behoud van maat en weidsheid van de poldereenheden. Eventuele nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen het bestaande dijklint en niet in de veenweidepolders. » Behouden van de doorzichten vanaf de dijk op het achterliggende landschap. » Ontwikkelingen dragen bij aan behoud of herstel van de openbaarheid van oevers. Laag van de stedelijke occupatie Steden en dorpen » Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. » Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. » Daar waar hoogbouw niet samenvalt met 'zwaartepunten' in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. » Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. » Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. » Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied.

Bouwwerken voor energie-opwekking » Bij de plaatsing van nieuwe bouwwerken voor energie-opwekking zal een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht moeten geven in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van deze bouwwerken op de (wijde) omgeving. Laag van de beleving Fiets- en wandelroute indicatief » Voorkomen van (nieuwe) obstakels en omwegen in het recreatief netwerk. Toetsing Omdat sprake is van inpassen van woningen bij een bestaande woonwijk, wordt aan de gestelde voorwaarden voldaan. Het overige van artikel 6.9 is dan ook niet relevant.

Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. 2. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt voorziet in voldoende sociale huurwoningen. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan wat hierover is vastgelegd in de geldende door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale woonvisie. 3. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen.

In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naarde regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 4. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen.

36

Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. Toetsing De herontwikkeling naar woningen sluit aan op het beter benutten van de bebouwde ruimte. Met betrekking tot de ladderonderbouwing voor de realisatie van woningen wordt verwezen naar paragraaf 4.1.3. De behoefte aan sociale huurwoningen is regionaal afgestemd. Per saldo worden voldoende sociale huurwoningen in Rotterdam gerealiseerd. In dit project wordt daar mede aan bijgedragen.

Artikel 6.10b Parkeernorm sociale huur 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwe sociale huurwoningen hanteert een parkeernorm van maximaal 0,7 autoparkeerplaats per sociale huurwoning. 2. In afwijking van het eerste lid kan een andere parkeernorm worden gehanteerd, als de gemeente op de lokale situatie afgestemde regels of beleid voor parkeren heeft vastgesteld. Toetsing Bij sociale huurwoningen wordt rekening gehouden met het gemeentelijk parkeerbeleid.

Artikel 6.10c Parkeernorm stationsomgevingen 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwe woningen in een stationsomgeving, waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd op kaart 22 in bijlage II, hanteert een parkeernorm van maximaal 0,7 autoparkeerplaats per woning. 2. In afwijking van het eerste lid kan een andere parkeernorm worden gehanteerd, als de gemeente op de lokale situatie afgestemde regels of beleid voor parkeren heeft vastgesteld. Toetsing Het plangebied ligt binnen een stationsomgeving. De gemeente hanteert eigen parkeernormen, zie paragraaf 4.3.10.

Artikel 6.1 Od Bereikbaarheid Een bestemmingsplan voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met de gevolgen van die ontwikkeling voorde bereikbaarheid.

Toetsing Zie paragraaf 5.3.2.

Artikel 6.1 Of Functiemenging Een bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functies wonen of bedrijven, houdt rekening met de mogelijkheden voor functiemenging.

Toetsing In dit bestemmingsplan wordt functiemenging in de plint mogelijk gemaakt.

Artikel 6.1 Oh Kansen voor biodiversiteit Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, betrekt daarbij de

37

mogelijkheden voor het bevorderen van de biologische diversiteit. Toetsing De kansen voor biodiversiteit zijn in paragraaf 5.3.10 beschreven. Bij de verdere architectonische uitwerking van de bebouwing en inrichting van de gronden wordt gekeken welke van de kansen kunnen worden benut.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=7f6ab3a5-0814-46bf-b41d-0c1f06421012