[24bb003102] Bijlage 6 behorende bij 24bb003097 over Statuten stichting BOOR
Tekst van het document
Het ontbreken van de in de voorgaande leden van dit artikel 20 bedoelde-------goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het college van------
loyensÜloeff
18/23
bestuur niet aan_____________________________________________________ _ 20.6 Het college van bestuur moet zich, indien deze zijn gegeven, gedragen naar de aanwijzingen, betreffende de algemene lijnen van het te volgen financiële,------sociale en economische beleid en van het personeelsbeleid van het algemeen bestuur en indien deze zijn gegeven, naar de aanwijzingen betreffende de------algemene lijnen van het financiële beleid te geven door de gemeente.------------Ingeval van onverenigbaarheid van beleidslijnen gegeven door het algemeen — bestuur enerzijds en beleidslijnen gegeven door de gemeente anderzijds,-------prevaleren de laatstgenoemde beleidslijnen.------------------------------------------------ HOOFDSTUK VI. CONCERNCONTROLLER-------------------------------------------------------Artikel 21. Concerncontroller.-------------------------------------------------------------------------21.1
Het college van bestuur benoemt een werknemer van de stichting als-------------concerncontroller, na voorafgaande goedkeuring van het algemeen bestuur. — 21.2 Ten aanzien van de concerncontroller kunnen geen disciplinaire maatregelen, waaronder mede begrepen ontslag, worden genomen zonder voorafgaande — toestemming van het algemeen bestuur.-----------------------------------------------------21.3 Het college van bestuur en het algemeen bestuur bepalen ieder afzonderlijk — welke informatie door de concerncontroller aan hen dient te worden verstrekt. — De voormelde door de concerncontroller te verstrekken informatie kan worden opgenomen in (of als bijlage worden toegevoegd aan) het bestuursreglement.
— De concerncontroller verstrekt de betreffende informatie rechtstreeks aan het — college van bestuur respectievelijk aan het algemeen bestuur.-----------------------De concerncontroller is verantwoordelijk voor de integriteit en volledigheid van de informatie.----------------------------------------------------------------------------- -—---------21.4 Onverminderd het in artikel 21.3 bepaalde informeert de concerncontroller het college van bestuur en het algemeen bestuur uit eigen beweging in ieder geval over zaken waarvan de controller weet of redelijkerwijze kan weten dat deze — van belang zíjn.--------------------------------------------------------------------------------- — 21.5
De concerncontroller kan op uitnodiging de vergaderingen van het algemeen — bestuur bijwonen en is bevoegd daarin het woord te voeren.--------------------------21.6 Het bestuursreglement regelt nader de taken en bevoegdheden van de----------concerncontroller.------------------------------------------------------------------------------ — Artikel 22. Recht op informatie gemeente.-------------------------------------------------------22.1
Het college van bestuur en het algemeen bestuur verschaffen de gemeente op diens verzoek de voor de uitoefening van de taken van de gemeente-------------(waaronder voor de toepassing van dit artikel mede begrepen de Raad en------B en W) noodzakelijke gegevens. In dat kader geldt meer in het bijzonder dat — de gemeente periodiek wordt voorzien van informatie betreffende:-----------------a. financiële en organisatorische ontwikkelingen, waarbij met name----------aandacht besteed wordt aan de ontwikkeling van omzet en kosten;--------
22.2
b. (concept)jaarrekening en accountantsverklaring, conform deze statuten. De gemeente heeft te allen tijde recht op alle informatie ten aanzien van de----stichting en haar bedrijfsvoering en de gemeente zal op eerste verzoek van die informatie worden voorzien, tenzij het gaat om informatie:-----------------------------(i) waarvan het verzamelen niet in een redelijke verhouding staat tot het —
LOYENS/jf LOEFF
19/23
door de gemeente met het verzoek na te streven belang, of-----------------(ii) die de privacy van één (1) of meer individuen raakt.-----------------------------22.3 De gemeente is bevoegd inzage te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van het college van bestuur en — het algemeen bestuur door een door de gemeente aan te wijzen onafhankelijk accountant. De kosten van deze accountant en diens werkzaamheden komen niet ten laste van de stichting maar ten laste van de gemeente. De accountant zal met inachtneming van artikel 22.2 zijn bevindingen aan de gemeente--------rapporteren.---------------------------------------------------------------------------------------------22.4 Het bestuur zal de gemeente ten minste eens per half jaar, maar ook steeds — indien zich relevante ontwikkelingen voordoen, actief informeren over de gang van zaken bij de stichting en de relevante ontwikkelingen.-----------------------------22.5
Het hiervoor in dit artikel 22 bepaalde zal op eerste verzoek van de gemeente — nader worden uitgewerkt in het toezichtkader.----------------------------------------------HOOFDSTUK VII. BEGROTING, BOEKJAAR EN JAARSTUKKEN-----------------------Artikel 23. Begroting.-------------------------------------------------------------------------------------23.1
Het college van bestuur maakt jaarlijks vóór één (1) november een begroting — voor het komende kalenderjaar op.------------------------------------------------------------- Onderdeel van de begroting zijn, naast de gebruikelijke financiële gegevens, — tevens:--------------------------------------------------------------------------------------- -------------a. b.
de voorgenomen activiteiten met een toelichting daarop;----------------------de wijze waarop de kwaliteit van het openbaar onderwijs wordt-------------bevorderd.-------------------------------------------------------------------- ------------------
De begroting wordt verder opgesteld met inachtneming van de aanwijzingen — van het algemeen bestuur betreffende de opzet, inrichting en detailniveau van de begroting. - --------------------------------------------------------------------------------- ---------23.2
De begroting wordt vastgesteld door het bestuur met meer dan de helft van de uitgebrachte stemmen, waaronder de stem vóór van een meerderheid van de —
leden van het algemeen bestuur, en vervolgens ter goedkeuring voorgelegd — aan de Raad. De Raad kan zijn goedkeuring slechts onthouden wegens strijd — met het vigerende strategisch beleidsplan, strijd met het recht, strijd met de----begroting van de gemeente (voorzover de begroting van de stichting die---------begroting raakt) of strijd met het algemeen belang.-----------------------------------— Artikel 24. Boekjaar en jaarstukken.---------------------------------------------------------------- . 24.1 24.2
Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar.----------------------Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van------
alles betreffende de werkzaamheden van de stichting naar de eisen die---------voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te — voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere-------------------gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.--------------------------------24.3 Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen vier (4) maanden na afloop van het-----boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste vijf (5)-------maanden door het algemeen bestuur op grond van bijzondere-----------------------omstandigheden, een jaarrekening te maken en op papier te stellen.---------------
LOYENSÜ LOEFF
20/23
24.4 Tevens dient het college van bestuur een jaarverslag op te stellen door middel waarvan verantwoording wordt afgelegd over ten minste de volgende-------------onderwerpen:-------------------------------------------------------------------------------------------a.
b.
een bestuursverslag als bedoeld in artikel 391 van Boek 2, titel 9, van het Burgerlijk Wetboek, waarin de door het bestuur gehanteerde code voor — goed bestuur wordt vermeld alsmede ten minste verantwoording wordt — afgelegd over de afwijkingen van die code voor goed bestuur;--------------de wijze waarop de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs door de stichting zijn bewaakt en bevorderd, met een toelichting op de-----------
omgang met de educatieve belangen van leerlingen die op de door de — stichting in stand gehouden scholen staan ingeschreven;---------------------c. het gevoerde beleid ten aanzien van de (onderwijs)kwaliteit van scholen; d. de mate waarin de vastgestelde missie en doelstellingen worden----------gehaald;-----------------------------------------------------------------------------------------e. het bepaalde in artikel 3.2 (specifieke kenmerken openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs en financieel belang en kaders gesteld door de — gemeente).-------------------------------------------------------------------------------------24.5 Aan het jaarverslag worden toegevoegd:-----------------------------------------------------a. een overzicht van de meest recente bevindingen van de----------------------onderwijsinspectie per school en een geografische weergave van de-----spreiding van de scholen, met per school het verzorgingsgebied,----------alsmede het gevoerde beleid ten aanzien van de kwaliteit van scholen; — b. de resultaten van tevredenheidsonderzoeken onder ‘stakeholders’.-------c.
een verslag van het algemeen bestuur waarin het verantwoording aflegt over de uitvoering van haar taken en de uitvoering van haar-----------------bevoegdheden zoals voorgeschreven in de onderwijswetgeving en deze statuten, waaronder mede begrepen de vaststelling van de (wijze van) — bezoldiging van de leden van het college van bestuur ingevolge------------artikel 6.11 en van het algemeen bestuur ingevolge artikel 15.13.----------24.6 De jaarrekening zal worden onderzocht door een door het algemeen bestuur — aan te wijzen accountant. Deze dient alsdan omtrent zijn onderzoek verslag uit te brengen. De aanwijzing van de accountant behoeft de voorafgaande----------goedkeuring van de gemeente.------------------------------------------------------------------24.7
De jaarrekening en het jaarverslag worden vastgesteld door het bestuur. Het — besluit tot vaststelling van de jaarrekening en het jaarverslag wordt genomen — met een meerderheid van de stemmen van het college van bestuur en een-----meerderheid van de stemmen van de leden van het algemeen bestuur. De-----jaarrekening kan niet worden vastgesteld indien het bestuur geen kennis heeft kunnen nemen van de in artikel 24.6 bedoelde verklaring van de accountant. —
24.8
De jaarrekening en het jaarverslag worden verder ter goedkeuring voorgelegd aan de Raad waarbij aan de Raad ook de verklaring van de accountant wordt — overgelegd.----------------------------------------------------------------------------------------------De Raad kan zijn goedkeuring slechts onthouden wegens strijd met het----------vigerende strategisch beleidsplan, strijd met het recht of strijd met het------------algemeen belang.--------------------------------------------------------------------------------------
LOYENS^LOEFF
21/23
De jaarrekening en het jaarverslag worden ondertekend door ieder lid van het — bestuur. Indien de ondertekening van één (1) of meer van hen ontbreekt, wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.-------------------------------------24.9
De accountant aan wie de opdracht tot het onderzoek van de jaarrekening is — verleend, is bevoegd de vergaderingen van het bestuur waarin over de-----------jaarrekening wordt besloten, bij te wonen en is bevoegd daarin het woord te — voeren.---------------------------------------------------------------------------------------- ——
24.10 Het bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken,-------------bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven (7) járen te-----------bewaren, onverminderd het in artikel 24.11 bepaalde.-----------------------------------24.11 De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op-------papier gestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere — gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging-------geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens — gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd-----leesbaar kunnen worden gemaakt.-------------------------------------------------------------- HOOFDSTUK VIII. STATUTENWIJZIGING, FUSIE EN SPLITSING, ONTBINDING — EN VEREFFENING________________________________________________________ Artikel 25. Statutenwijziging.--------------------------------------------------------------------------25.1
Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging kan slechts worden genomen met twee derde (2/3) meerderheid van de---------uitgebrachte stemmen, waarbij zowel ten minste een meerderheid van de leden van het college van bestuur als een meerderheid van de leden van het-----------algemeen bestuur heeft vóór gestemd. Een dergelijk besluit tot----------------------statutenwijziging behoeft goedkeuring van de Raad.-------------------------------------25.2 Het besluit van het bestuur tot statutenwijziging wordt genomen in een-----------vergadering van het bestuur waarin een meerderheid van de leden van het-----college van bestuur en een meerderheid van de leden van het algemeen--------bestuur aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
Is in een vergadering van het-------bestuur waarin een besluit tot statutenwijziging aan de orde is niet een-----------meerderheid van alle in functie zijnde leden van het college van bestuur en een meerderheid van alle in functie zijnde leden van het algemeen bestuur-----------aanwezig of vertegenwoordigd, dan zal een nieuwe vergadering worden---------bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee (2) en niet later dan vier (4) — weken na de bedoelde vergadering, waarin het besluit kan worden genomen — met twee derde (2/3) meerderheid van de uitgebrachte stemmen, mits ten------minste vier (4) leden van het bestuur aanwezig of vertegenwoordigd zijn.--------25.3 Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot statutenwijziging — zal worden gedaan of ter goedkeuring voorligt, dient zulks steeds te worden — vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De — termijn van de oproeping bedraagt in dit geval steeds ten minste twee (2)-------weken, tenzij het besluit wordt genomen door middel van een schríftelijk besluit van alle in functie zijnde leden van het bestuur.--------------------------------------------25.4
Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte -
LOYENS^LOEFF
22/23
is opgemaakt. Tot het doen verlijden van die akte is ieder lid van het college — van bestuur bevoegd.--------------------------------------------------------------------------------Artikel 26. Juridische fusie, (afsplitsing en bestuursoverdracht.---------------------26.1 Het bestuur is bevoegd te besluiten tot juridische fusie en juridische splitsing — van de stichting. Onder de bevoegdheden zoals bedoeld in de vorige volzin----worden mede begrepen de oprichting, de medeoprichting dan wei de besturing of medebesturing van een ondersteunende organisatie en het aangaan van----samenwerkingsverbanden zoals bedoeld in de onderwijswetgeving.---------------26.2 Een besluit van het bestuur genoemd in artikel 26.1 kan slechts worden---------genomen met twee derden (2/3) van de stemmen en een dergelijk besluit-------behoeft goedkeuring van de Raad, met dien verstande dat goedkeuring van de Raad niet vereist is voor (i) een besluit tot juridische fusie waarbij de stichting — als verkrijgende rechtspersoon optreedt en (ii) een besluit tot juridische splitsing van de stichting (onverminderd het in artikel 26.3 bepaalde).-------------------------26.3 Een besluit van het bestuur ten gevolge waarvan de instandhouding van een — door de stichting in stand gehouden school overgaat naar een andere------------rechtspersoon dan de stichting, is steeds onderworpen aan de goedkeuring----van de
Raad.-------------------------------------------------------------------------------------------Artikel 27. Ontbinding.-----------------------------------------------------------------------------------27.1 De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd. Het bestuur is bevoegd de--------stichting te ontbinden. Op het besluit van het bestuur tot ontbinding is het-------bepaalde In artikel 25.1 en artikel 25.2, eerste volzin, van overeenkomstige-----toepassing.----------------------------------------------------------------------------------------------27.2 De Raad kan de stichting ontbinden indien sprake is van ernstige------------------taakverwaarlozing door het college van bestuur of functioneren in strijd met de wet. De Raad kan niet tot ontbinding overgaan dan na overleg met het-----------algemeen bestuur en uitsluitend om gewichtige redenen.------------------------------27.3 Bij het besluit tot ontbinding wordt tevens de bestemming van het------------------liquidatiesaldo vastgesteld. Een eventueel batig liquidatiesaldo moet ten goede komen aan een andere algemeen nut beogende instelling met een soortgelijke doelstelling.----------------------------------------------------------------------------------------------27.4 Na de ontbinding geschiedt de vereffening, na voorafgaande goedkeuring van de Raad, door de leden van het college van bestuur.
Het algemeen bestuur — kan besluiten andere personen tot vereffenaar te benoemen. Ingeval van--------ontbinding door de Raad op grond van artikel 27.2, geschiedt de vereffening — door de door de Raad aangewezen vereffenaars..-----------------------------------------27.5
Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere-----------
gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de bij de wet------------voorgeschreven termijn onder berusting van de door de Raad aangewezen----rechtspersoon.-----------------------------------------------------------------------------------------27.6 Op de vereffening zijn voor het overige de bepalingen van Titel 1, Boek 2 van — het Burgerlijk Wetboek van toepassing.-------------------------------------------------------Slotverklaring--------------------------------------------------------------------------------------------------Aan de onderhavige akte van statutenwijziging zijn twee bijlagen gehecht:---------------(i) het ten tijde van deze statutenwijziging geldende toezichtkader tussen de--------
LOYENSÜ LOEFF
23/23
gemeente en de stichting, waarin het toezicht door en de (uitoefening van)------
(ii)
bevoegdheden van de gemeente nader in is uitgewerkt (zoals zogenoemd in — artikel 13.2) (Bijlage Hf); en-----------------------------------------------------------------------de ten tijde van deze statutenwijziging geldende interne bevoegdheidsverdeling
van de gemeente, waarin de aan de gemeente toekomende bevoegdheden op grond van deze statuten binnen de gemeente zijn onderverdeeld (Bijlage IV). — Voor alle duidelijkheid: de genoemde bijlagen maken geen onderdeel uit van de-------statuten, en kunnen van tijd tot tijd worden gewijzigd zonder dat een notariële akte is vereist:-------------------------------------------------------------------------------------------------------------a.
in geval van het toezichtkader, door de gemeente en de stichting conform-------artikel 13.2; en-------------------------------------------------------------------------------------- -— b. in geval van de interne bevoegdheidsverdeling, door de gemeente.----------------Slot-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------De comparant is mij, notaris, bekend.-------------------------------------------------------------------Deze akte is verleden te Rotterdam op de datum aan het begin van deze akte----------vermeld. De zakelijke ínhoud van deze akte is aan de comparant opgegeven en-------toegelicht. De comparant heeft verklaard op volledige voorlezing van de akte geen — prijs te stellen, tijdig voor het verlijden van de ínhoud daarvan te hebben------------------kennisgenomen en met de ínhoud in te stemmen. Onmiddellijk na beperkte voorlezing is deze akte eerst door de comparant en daarna door mij, notaris, ondertekend.-------(Volgt ondertekening) UITGEGEVEN VOOR AFSCHRIFT
BESTUURSBESLUIT STICHTING BOOR DATUM Q\ -Qj - 2q\C, '1
Introductie Dit Is een besluit van het voltallig bestuur (Bestuur) van Stichting BOOR, statutair gevestigd te gemeente Rotterdam, ingeschreven In het handelsregister onder nummer 24424572 (Stichting).
2
Overwegingen
2.1
Voorgesteld is om de statuten van de Stichting te wijzigen, zoals is besproken en geaccordeerd in de bestuursvergadering de dato ì lUl-V 2019.
2.2
Op grond van artikel 23.1 van de statuten van de Stichting is het Bestuur bevoegd de statuten van de Stichting te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging behoeft goedkeuring van de gemeenteraad van Rotterdam (gemeenteraad).
3
Besluit
3.1
De statuten van de Stichting te wijzigen overeenkomstig de conceptakte van statutenwijziging opgesteld door Loyens ã Loeff N.V. (#28769985).
3.2
Iedere kandìdaat-notaris en medewerker van Loyens 8t Loeff N.V., en wel ieder afzonderlijk, te machtigen de akte van statutenwijziging te doen passeren (doch slechts nadat de statutenwijziging is goedgekeurd door de gemeenteraad). Handtekenlngenpagìna volgt
#30357189-v1
Handtekentngenpaglna Bestuursbesluit statutenwijziging
Dit besluit ís ondertekend door het voltallig bestuur.
Naam: A.C. de Visch Eybergen Functie: Lid college van bestuur
Naam: N. Ph. Geelkerken Functie: Voorzitter algemeen bestuur
Functie: Lid algemeen bestuur
#30357189
Herzien
20bb497
Tweede voortgangsrapportage (na 8 maanden) 2019, Jaarplan 2020, Uitvoeringsagenda 2020 en Begroting 2020-2024 stichting BOOR en statutenwijziging stichting BOOR De Raad van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 november 2019 - (raadsvoorstel nr. 19bb24117); Gezien het advies, 20bb221, van de subcommissie BOOR uit haar vergadering van 2 december 2019 over het vermelde raadsvoorstel en gehoord de commissie ZOCS over dit voorstel in haar vergadering van 15 januari 2020; Overwegende dat de stichting BOOR aan de gemeenteraad van Rotterdam tweemaal per jaar een voortgangsrapportage ter kennisname aanbiedt en jaarlijks voor 1 november een begroting voor het komende kalenderjaar ter goedkeuring aanbiedt; Overwegende voorts dat een wijziging van de statuten van de stichting BOOR goedkeuring van de gemeenteraad van Rotterdam vereist; Overwegende tevens dat het aangaan van geldleningen vanaf š 1.000.000,- door de stichting BOOR goedkeuring van de gemeenteraad van Rotterdam behoeft; Gelet op artikelen 10, lid 1, 20, lid 1, 21, lid 1 en 23, lid 1 van de statuten van stichting BOOR;
besluit: 1. kennis te nemen van de tweede voortgangsrapportage (na 8 maanden) 2019 van de stichting Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam (BOOR); 2.
het Jaarplan 2020, de Uitvoeringsagenda 2020 en de Begroting 2020-2024 van BOOR goed te keuren;
3.
het verzoek van het algemeen bestuur van stichting BOOR om een aanvullende lening van C 1,5 mln. aan te gaan voor de financiering van de meerkosten van de nieuwbouw van de Woífert PRO in de gemeente Lansingerland goed te keuren;
4. de voorgesteíde statutenwijzigingen van Stichting BOOR goed te keuren; 5. in afwijking van het verzoek van BOOR de toezeggingen 1 en 3 van 17 juni 2019 als afgedaan te beschouwen.
raadsvergadering van: raadsstuk 20bb497
30 januari 2020 pagina 1
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 30 januari 2020. De voorzitter,
O
O
raadsvergadering van: raadsstuk 20bb497
30 januari 2020 pagina 2
Herziening Toezichtkader Stichting BOOR en Gemeente Rotterdam Goedgekeurd gemeenteraad 20 december 2018
Inhoudsopgave 1. Partijen 2. Achtergrond/overwegingen 3. Financiële kaders 4. Nadere invulling relatie 5. Processen 6. Informatie 7. Geheimhouding 8. Kennisgeving 9. Varia Inleiding In 2Û12 is de toezichthoudende rol van het algemeen bestuur van de stichting BOOR (Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam) en gemeenteraad vastgelegd in de statuten van de stichting en het Toezichtkader Stichting BOOR Gemeente Rotterdam (november 2012) en nader uitgewerkt in de Uitwerking Toezichtkader Stichting BOOR en Gemeente Rotterdam (maart 2013). Aanleiding hiervoor was het rapport 'Het bijzondere karakter van het openbaar onderwijs gewaardeerd en verankerd’ (2012) van de commissie Governance Openbaar Onderwijs (GOO). in het toezichtkader en de uitwerking ervan zijn onder andere de financiële kaders, de governance en de informatie- en verantwoordingsverpiichting tussen bestuur en gemeenteraad uitgewerkt om duidelijk te krijgen op basis van welke kaders toezicht gehouden wordt en hoe dit concreet plaatsvindt. De Uitwerking Toezichtkader is op 12 november 2015 herzien in verband met de evaluatie van de aanbevelingen van de commissie Governance Openbaar Onderwijs (2014) door de gemeente Rotterdam. De voorgestelde wijzigingen waren vooral bedoeld om de rolvastheid van de raad en de wethouder te optimaliseren. Tevens is de verantwoordingsfrequentie van BOOR aan de raad aangepast.
Sinds het rapport van de commissie GOO heeft stichting BOOR zich enorm ontwikkeld. De interne organisatie is aangepakt conform de aanbevelingen van de commissie, de stichting voldoet aan vrijwel alle in de financiële kaders gestelde normen en de kwaliteit van het onderwijs is aanzienlijk verbeterd. Aanleiding om de informatie- en verantwoordingsverpiichting van stichting BOOR van dè Uitwerking Toezichtkader te actualiseren en op een aantal kleinere punten aan te passen. Bovendien is het een goede aanleiding om het Toezichtkader en de uitwerking ervan samen te voegen tot één document.
1. Partijen Stichting BOOR ("BOOR”) Gemeente Rotterdam: in het toezichtkader wordt aangegeven of het gaat om de gemeenteraad (“Raad"), dan wel om het college van burgemeester en wethouder (“B en W”), of dat de gemeente Rotterdam in zijn algemeenheid, inclusief ambtelijke diensten bedoeld wordt.
2. Achtergrond/overwegingen a. B en W, de Raad en BOOR wensen te komen tot: * Een nadere uitwerking van de relatie BOOR en de gemeente Rotterdam op bepaalde onderdelen die zijn benoemd in statuten BOOR; * Een nadere invulling van bepaalde bevoegdheden en rechten die B en W en de Raad op grond van statuten BOOR hebben; » Een herziening van de informatieplicht van stichting BOOR;
1
* Nadere afspraken over en weer over te hanteren (interne) procedures: de governance. b. Dit alles tegen de achtergrond van de Implementatie van de aanbevelingen van de Commissie Governance Openbaar Onderwijs, de evaluatie van de aanbevelingen door de gemeente Rotterdam en de ontwikkelingen binnen BOOR sinds 2012. c. Naar aanleiding van het overdrachtsdocument van 20 maart 2018 zijn het Toezichtkader van november 2012 en de Uitwerking Toezichtkader van 12 november 2015 gewijzigd en samengevoegd en op 18 december 2018 goedgekeurd door: « BOOR: college van bestuur en algemeen bestuur; « B en W en Raad. d. De Uitwerking Toezichtkader Stichting BOOR en Gemeente Rotterdam van 12 november 2015 wordt daartoe op één belangrijk punt herzien: « De informatieplicht van BOOR aan B en W en raad (art. 6 van dit document).
3. Financiële kaders (zie artikel 10.6 statuten) 3.1. Verhouding kaders van rijkswege en gemeentelijke kaders BOOR houdt zich zowel aan de van de Inspectie van het Onderwijs toepasselijke financiële kaders als aan de kaders die als algemene aanwijzingen worden gesteld door de raad. Bij overlap tussen kaders past BOOR het “strengste" kader toe (opdat steeds zoveel mogelijk feitelijk aan alle kaders wordt voldaan).
3.2. Exploitatieresultaat BOOR Ís verplicht een exploitatieresultaat (baten minus lasten) te behalen van tenmínste nihil. BOOR is verplicht een sluitende meerjarenbegroting op te stellen en te doen goedkeuren door de Raad. De meerjarenbegroting is het structureel financieel kader voor BOOR, waarin solvabiliteits- en liquiditeitseisen (zie art. 6 tabel 2 van dit document) zijn opgenomen, waarvan zonder expliciet besluit van de Raad niet mag worden afgeweken.
3.3 Risicoparagraaf Onderdeel van de jaarrekening en begroting van BOOR is een risicoparagraaf. In deze paragraaf geeft BOOR aan welke risico’s zijn aan te merken voor de stichting en op welke wijze die risico’s worden beheerst en wat de mate I hoogte van de benoemde risico’s is. BOOR verwerkt in de meeqarenbegroting op welke wijze de financiële consequenties van de risico’s worden gedekt, met inachtneming van de door de Raad gestelde solvabiliteits- en liquiditeitseisen.
4. Nadere invulling relatie 4.1. Plaats BOOR in portefeuilles B en W BOOR is ondergebracht in de portefeuille van de wethouder onderwijs.
4.2. Accounthouder Alle contact tussen BOOR en de Raad aangaande de governance verloopt via het college van B &W en vervolgens via het accounthouderschap dat belegd is bij de directie J&O. Alle contact tussen BOOR en het college van B en W verloopt via het accounthouderschap van de directie J&O.
4.3. Periodiek overleg A1. Afvaardiging van het algemeen bestuur - gemeenteraad, i.c. de subcommissie BOOR » Frequentie: minimaal twee keer per jaar (bij de bespreking van begroting/jaarplan en jaarrekening/jaarverslag gecombineerd met de bestuursrapportage) of zoveel vaker als de Raad of het algemeen bestuur van BOOR dat wenst; *
Vorm: overleg tussen algemeen bestuur en de subcommissie, waarbij naast de voorzitter van het algemeen bestuur en in ieder geval de voorzitter van het college van bestuur aanwezig dient te zijn. De concerncontroller is aanwezig ingeval er financiële zaken op de agenda staan;
2
«
Onderdeel is in elk geval een toelichting op wat gerapporteerd wordt volgens artikel 3 en 6 het Toezichtkader en de uitvoering van het strategisch beleidsplan zoals opgenomen in het Jaarverslag.
A.2 Overleg subcommissie BOOR « De subcommissie BOOR fungeert als a-politieke commissie, die de bespreking met het algemeen bestuur BOOR voorbereidt en voert en vervolgens een advies voor de commissie ZOCS formuleert; » De subcommissie BOOR wordt hierbij ondersteund door de accounthouder BOOR; *
» » « « *
Voor de afstemming binnen de subcommissie en een nadere duiding van het wethoudersadvies kan een vooroverleg met de accounthouder en eventueel ondersteuning van ambtelijke deskundigheid (financieel en onderwijskundig) geboden zijn. Ook kan de wethouder voor een toelichting worden uitgenodigd; Hoofdregel is dat de commissie ZOCS het advies van de subcommissie volgt en dit in beginsel via de procedurevergadering dóórgeleidt naar de raad; Frequentie: de subcommissie BOOR volgt de frequentie van de overleggen tussen algemeen bestuur van BOOR en Raad; De subcommissie vergadert in principe in de openbaarheid; In de subcommissie BOOR moet zowel financiële als onderwijskundige deskundigheid aanwezig zijn; Voor alle leden moet een plaatsvervanger worden aangewezen.
A. 3 Aspecten proces rondom overleg subcommissie BOOR: * BOOR heeft de mogelijkheid om agendapunten in te dienen. Deze punten worden meegenomen in de voorbereiding; B. Bestuurlijk overleg « *
*
Frequentie minimaal 2 keer per jaar of zoveel vaker als een van beide partijen dat wenst; Vorm: overleg tussen wethouder Onderwijs en voorzitter algemeen bestuur (eventueel bijgestaan door voorzitter college van bestuur en de concerncontroller in geval er financiële zaken op de agenda staan); Onderdeel is in eik geval een toelichting op wat gerapporteerd wordt volgens artikel 3 en 6 van het Toezichtkader en het strategisch beleidsplan.
4.4. Rol wethouder «
Het algemeen bestuur van BOOR stuurt de stukken aangaande de governance aan de wethouder. De wethouder Onderwijs stuurt deze stukken via het college van B en W met een advies door aan de raad.
»
De wethouder kan worden uitgenodigd tijdens de voorbereidende besprekingen van de subcommissie een toelichting op zijn advies te geven.
5. Processen 5.1. Algemeen Het college van B en W voert integraal beleid en zorgt voor eventueel noodzakelijke afstemming van deelbelangen binnen de gemeente Rotterdam. Concreet betekent dit dat het accountteam BOOR van de directie J&O met deze taak is belast. Hier ligt de regie.
5.2. Vaststelling aanwijzingen Een aanwijzing wordt in beginsel alleen vastgesteld na overleg met BOOR (algemeen bestuur), tenzij naar de mening van B en W of raad (afhankelijk van het soort aanwijzing) een dringende reden aanwezig is voor een aanwijzing die geen uitstel kan duiden. In dat geval is overleg vooraf met BOOR niet vereist.
3
5.3. Goedkeuring a. De statuten vereisen op een aantal plaatsen goedkeuring van de Raad, 6 en W of de gemeente als zodanig. b. Uitwerking proces en termijnen: zie bijlage 1 . c. in de gevallen dat de statuten spreken over 'goedkeuring gemeente’ wordt uitgegaan van de bevoegdheid van de raad met de mogelijkheid deze bevoegdheid te (onder)mandateren naar gelang het beiang. Hierover neemt de raad een beslissing. d. Uit het uitblijven van een (tijdige) reactie kan geen goedkeuring worden afgeleid. 6. Informatie (zie art. 20 lid 5 statuten) BOOR hanteert voor de verantwoording aan de raad een 3-, 8-, 12-maandssystematiek. Deze rapportages vallen samen met de jaarstukken: de 3- en de 12-maandsrapportage vallen samen met jaarverslag en jaarrekening, de 8-maands vait samen met het jaarplan en begroting. BOOR verschaft twee keer per jaar (met de jaarstukken/bestuursrapportages) kengetallen. Per rapportage worden alle gegevens verschaft die ook jaarlijks verschaft moeten worden met uitzondering van de gegevens die naar hun aard niet frequenter gegeven kunnen worden. In de tabel hieronder is dit aangegeven. Alle kengetallen worden toegelicht. Indien er geen cijfers worden gevraagd, volstaat een toelichting. 6.1. + 6.2. Per rapportage te verschaffen in onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van alle te verschaffen gegevens.
Opgenomen is om welke informatie het gaat: informatie over het gevoerde beleid of kengetallen, met welke frequentie de gegevens worden geleverd, eventueel de streefwaarde of de normdie wordt gehanteerd en de rapportage waarin de informatie wordt geleverd. Toelichting Tabel 1 Art. 23 lid 4 van de Grondwet bepaalt dat een gemeente verantwoordelijk is voor voldoende openbaar onderwijs ín een genoegzaam aantal openbare scholen. Stichting BOOR neemt onderstaande gegevens op in het Jaarverslag. Deze gegevens kunnen vervolgens aanleiding voor de raad zijn om het gesprek aan te gaan.___________________ Tabel 1 Kengetallen in verband met art. 23 Grondwet dat bepaalt dat een gemeente verantwoordelijk is voor voldoende openbaar onderwijs Onderwerp Frequentie Soort Kaders ! Norm Document School informatie
soort ((s)bao en (v)so en vo)
Spreiding gebieden
Jaarlijks
BOORbeleid en cijfers
Zie art. 3.4. statuten BOOR 2018: Tenminste één school voor (speciaal) basisonderwijs per door de gemeente aangewezen gebied.
Jaarverslag
(s)bao(s)bao en (v)so en vo
Toelichting Tabel 2__________________________________________________________________________ Met behulp van ondėrstaande cijfers kan worden vastgesteld of BOOR binnen de financiële kaders van het toezichtkader (art. 3) blijft. Onderstaande gegevens neemt stichting BOOR op in de bestuursrapportages, Begroting en Jaarrekening. Tabel 2 Financiële kengetallen
4
Onderwerp
Solvabiliteit 1: (x) eigen vermogen gedeeld door (y) totaal vermogen, uitgedrukt in een percentage Solvabiliteit 2; (x) eigen vermogen 4- (y) voorzieningen/ (z) totale passiva, uitgedrukt in een percentage Liquiditeit**: de vlottende activa (x) gedeeld door (y) het kort vreemd vermogen (ook wel current ratio) Weerstandsvermogen: (x) de ratio van het eigen vermogen (algemene reserve plus nîet-belegde bestemmingsreserves) gedeeld door (y) de totale baten Liquiditeitsprognose
Frequentie
Soort informatie
Streefwaar den Inspectie Onderwijs of gemeente Rotterdam1
Document
Zie art. 3.1 Toezichtkader l Streefwaarde is ten minste 20oZo Zie art. 3.11 Streefwaarde is tussen 3(^ en 40eZo
Bestuursrapportages
(s)bao en (v)so en vo
Bestuursrapportages
(s)bao en (v)so en vo
School soort ((s)bao en (v)so en vo)
Per bestuursrapportage
Percentage
Per bestuursrapportage
Percentage
Per bestuursrapportage
Cijfer
Zie art. 3.1! Streefwaarde is tussen 1 en 1,5
Bestuursrapportages
(s)bao en (v)so en vo
Twee keer per jaar
Cijfer
Zie art. 3.11 de norm Streefwaarde is :»0,05
Jaarrekening en begroting
(s)bao en (v)so en vo
Per bestuursrapportage
Cijfer. In deze prognose is opgenomen de prognose van de liquide middelen en de wijze waarop liquiditeitstekorten of overschotten worden gedekt, resp. beheerd. Cijfers
Zie art. 3.1
Bestuursrapportages
(s)bao en (v)so en vo
Zie art. 3.1
Bestuursrapportages en Begroting
Cijfers
Zie art. 3.1
Bestuursrapportages en
(s)bao en (v)so en vo (s)bao en (v)so en
Prognose
Per bestuursrapportage
Realisatie
Per bestuursrapportage
1 De Rotterdamse streefwaarden solvabiliteit 2 enliquiditeit zijn het strengst en zijn hier vanwege art. 3.1. opgenomen. Voor het weerstandsvermogen is een ondergrens opgenomen. Dit is geen streefwaarde. 2 De liquiditeit van BOOR moet in ieder geval dusdanig zijn dat BOOR direct aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen. Maatregelen hiertoe worden in het Jaarverslag opgenomen.
5
Onderwerp
Meerjarig overzicht
Frequentie
Per bestuursrapportage
Soort informatie
Cijfers
Streefwaar den Inspectie Onderwijs of gemeente Rotterdam1 Zie art. 3.1
Document
School soort ((s)bao en (v)so en vo) vo (s)bao en (v)so en vo
Jaarrekening Meerjaren begroting
Toelichting Tabel 3 De raad houdt geen toezicht op de kwaliteit van het onderwijs. Dat is de verantwoordelijkheid van de Onderwijsinspectie. De verantwoording over de verleende subsidies vindt via andere kanalen plaats. In het kader van de toezichthoudende rol is het van belang om op hoofdlijnen over de onderwijskwaliteit te worden geïnformeerd.___________ _____________________________________________________________ Tabel 3 Onderwijs
Onderwerp
Frequentie
Soort informatie
CET
Jaarlijks
Cijfer
Eindexamencijfers Vo
Jaarlijks
Slagingspercentages Vo
Jaarlijks
Cijfers Nederlands en Wiskunde Cijfer
Kwaliteit schoolontwikkeling (o.a. aantal zwakke en zeer zwakke scholen, scholen die onvoldoende, voldoende of goed worden beoordeeld). Leerlíngtevredenheid
Per bestuursrapportage
Cijfer
Tweejaarlijks
Oudertevredenheid
Tweejaarlijks
Beleid, rap portcijfer en benchmark Beleid, rap portcijfer en benchmark
Kaders ! Norm: normen inspectiekader
Zie BOORKwaliteitsprofielen: ^ Zie BOORKwaliteitsprofielen: ^
Document
School soort ((s)bao en (v)so en vo)
Jaarplan en Jaarverslag Jaarplan en Jaarverslag
Po Vo
Jaarplan en Jaarverslag Jaarplan en Jaarverslag
Vo
Jaarplan en Jaarverslag
(s)bao en (v)so en vo
Jaarplan en Jaarverslag
(s)bao en (v)so en vo
(s)bao en (v)so en vo
Toelichting Tabel 4 Art. 46 van de WP0o omschrijft het karakter van het openbaar onderwijs. Er wordt ook wel gesproken van de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Onderstaand overzicht biedt een nadere concretisering van deze wezenskenmerken. Stichting BOOR neemt de informatie in onderstaand overzicht op in het Jaarverslag, zodat dit vervolgens bij de bespreking van het Jaarverslag besproken 3 De Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO) en de Wet op de Expertisecentra (WEC) kennen vergelijkbare bepalingen.
6
kan worden. In verband met de borging van de wezenskenmerken kan de raad vragen ook beleidsvoornemens op te nemen in het Jaarplan.________ ______ Tabel 4 Kengetallen in verband met wezenskenmerken van het Openbaar Onderwijs volgens de WPO art. 46.
Onderwerp
Frequentie
Toegankelijkheid Beleid in het kader van de toegankelijkheid
Jaarlijks
Soort informatie
-
-
Diversiteit Lessen en beleid ten aanzien van lessen levensbeschouwing, godsdienst en democratisch burgerschap
Jaarlijks
Algemeen BOORbeleid Vrijwilligheid ouderbij drage Tegemoet koming ín kosten leer middelen
Kaders J Norm
Document
School soort (po, vo of so)
Scholen vermelden vrijwilligheid ouderbijdrage Scholen hebben regeling tegemoetkoming kosten en deze is goed vindbaar
Jaarplan/ Jaarverslag
(s)bao en (v)so en vo
Jaarplan/ Jaarverslag
(s)bao en (v)so en vo
BOOR-beleid
6.3. Wijze van verschaffing Toezending per post en per e-mail aan de accounthouder bij directie J&O.
7. Geheimhouding Hoofdregel is dat alle informatie die partijen met eikaar wisselen, openbaar is, tenzij vertrouwelijkheid/geheimhouding is vereist, zoals bijvoorbeeld vanwege uitzonderingsgronden en beperkingen opgenomen in de Gemeentewet en de Wet Openbaarheid van Bestuur.
8. Kennisgevingen Formele kennisgevingen per post en per email met ontvangstbevestiging: Gemeente Rotterdam Wethouder Onderwijs t.a.v. accounthouder directie J&O Postbus 70014 3000 KS ROTTERDAM ad.devroom @ rotterdam.ni Stichting BOOR Algemeen Bestuur Postbus 23058 3001 KB ROTTERDAM
9. Varia 7
9.1. Verhouding statuten Het toezichtkader mag niet strijdig zijn met de statuten. Ingeval van strijdigheid dient het document in de lijn van de statuten te worden aangepast.
9.2. Verhouding publiek recht - privaat recht Het toezichtkader iaat alle publiekrechtelîjke rechten en bevoegdheden van B en W en de gemeenteraad onverlet. Uitvoering van publieke taken leidt niet tot een tekortkoming onder het toezichtkader.
9.3. Wijzigingen Het document kan na ervaring in de praktijk worden bijgesteld. Eventuele wijzigingsvoorstellen worden ter goedkeuring aan partijen voorgelegd.
9.4. Geschillen ten áánzien van (de uitvoering van) het toezichtkader Alle geschillen worden bij wege van bindend advies beslecht. B en W wijst hiertoe een bindend adviseur aan.
9.5. Duur Onbepaalde tijd.
8
CONCEPT Bijlage 1 Artikelen van statuten BOOR 2012 waarin gemeente genoemd wordt in verband met goedkeuring en waarin deze niet nader is gespecificeerd in gemeenteraad of B&W. Artikel 6 College van bestuur: samenstelling en benoeming. 6.Ô. Bij de samenstelling van het college van bestuur wordt gelet op diverse facetten die de aandacht van het college van bestuur vragen waarbij het college van bestuur in ieder geval wordt samengesteld op basis van algemene bestuurlijke kwaliteiten, affiniteit met de doelstelling van de stichting en met een spreiding van deskundigheden en achtergronden, waaronder financiële deskundigheid. De aandachtspunten met betrekking tot de van een lid van het college van bestuur gevraagde deskundigheid en achtergrond worden in algemene zin vastgesteid door het algemeen bestuur in een profielschets, rekening houdend met eventuele door de gemeente gegeven aanwijzingen. Een besluit tot vaststelling of wijziging van de profielschets vereist voorafgaande goedkeuring van de gemeente. Het algemeen bestuur kan - indien overgegaan moet worden tot de vervuiling van een vacature - besluiten tot een aanvulling dan wel een nadere detaillering van de vereiste kwaliteiten en eigenschappen voorde betreffende zetel in het coliege van bestuur. Lees in plaats van goedkeuring van de gemeente: goedkeuring van B&W.
Procedure: AB dient via de directie J en O een voorstel in bij B&W. Termijn: Een redelijke termijn. In de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) wordt een termijn van acht weken tot drie maanden aangehouden, afhankelijk van het onderwerp kan die eventueel langer zijn.
Artikel 10 College van bestuur: goedkeuring van besluiten. 10.1 Aan de voorafgaande goedkeuring van de gemeente en van het algemeen bestuur zijn onderworpen de besluiten van het college van bestuur omtrent: a. aangifte van faillissement en de aanvraag van surséance van betaling; b. het aangaan van financiële verplichtingen welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door het aigemeen bestuur vastgesteid en schríftelijk aan het college van bestuur meegedeeld bedrag; c. verandering van de identiteit of het karakter van de stichting of de activiteiten van de stichting; d. het aangaan of beëindigen van verplichtingen waarvan het belang meer bedraagt dan een tussen gemeente en aigemeen bestuur vastgesteld en schríftelijk aan het college van bestuur meegedeeld bedrag; e. het aangaan van geldîenîngen van een miljoen euro (EUR 1.000.000) of tot een door de gemeente te bepalen en schríftelijk aan het college van bestuur en aigemeen bestuur op te geven hoger bedrag, doch daaronder niet begrepen het trekken van gelden onder een eerder goedgekeurde faciliteit; f. het aangaan of verbreken van samenwerkingsovereenkomsten of enige andere vorm van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de stichting of door de stichting in stand gehouden vestigingen van scholen; g.
het deelnemen in en besturen van andere rechtspersonen en ondernemingen, dan wel de beëindiging daarvan; h. beëindiging of overdracht van alle dan wel vrijwel alle activiteiten van de stichting; i. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek; j. de vaststelling en wijziging van het voor enig jaar of reeks van járen opgestelde beleidsplan, waaronder mede begrepen elk strategisch beleidsplan en de hoofdlijnen van het financieel beleid;
k. het voeren van procedures tegen de gemeente ín verband met enig onderdeel van deze statuten of het toezichtkader. Lees in plaats van de gemeente (lid 10.1 en lid 10.1 e):će gemeenteraad. Procedure: AB dient bij de directie J en O een voorstel. Via B Sc W wordt het voorstel doorgeleid naar de Raad . B ă W adviseert via een raadsvoorstel. Termijn: Een redelijke termijn. In de Algemene Wet Bestuursrecht wordt een termijn van acht weken tot drie maanden aangehouden, afhankelijk van het onderwerp kan die eventueel langer zijn. Artikel 22 Boekjaar en jaarstukken. 22.6 De jaarrekening zal worden onderzocht door een door het algemeen bestuur aan te wijzen accountant. Deze dient als dan omtrent zijn onderzoek verslag uit te brengen. De aanwijzing van de accountant behoeft de voorafgaande goedkeuring van de gemeente. Lees in plaats van goedkeuring van de gemeente: goedkeuring van B Sc W. Procedure: AB dient via de directie J en O voorstel ín bij B Sc W.. Termijn: Een redelijke termijn. In de AWB wordt een termijn van acht weken tot dríe maanden aangehouden, afhankelijk van het onderwerp kan die eventueel langer zijn.
Artikelen van statuten BOOR 2012 waarin gemeente genoemd wordt in verband met het geven van aanwijzingen of andere acties van haar kant en waarin “gemeente” niet nader is gespecificeerd in gemeenteraad of B St W In de onderstaande artikelen staat tussen haakjes of met ‘gemeente’ de gemeenteraad of B Sc W of gemeente in zijn algemeenheid wordt bedoeld. Artikel 9 College van bestuur: taakverdeling en beoordeling. 9.1 Het college van bestuur kan in onderling overleg vaststellen welk lid met welke taak van het college van bestuur meer in het bijzonder zal zijn belast. De taakverdeling dient schríftelijk te worden vastgelegd en kan onderdeel vormen van het bestuursreglement of daar als bijlage aan worden toegevoegd. De taakverdeling behoeft de goedkeuring van het algemeen bestuur en wordt opgesteld met inachtneming van eventuele algemene aanwijzingen van de gemeente (lees: B «S W). Artikel 10 College van bestuur: goedkeuring van besluiten. 10.6 Het college van bestuur moet zich, indien deze zijn gegeven, gedragen naar de aanwijzingen, betreffende de algemene lijnen van het te volgen financiële, sociale en economische beleid en van het personeelsbeleid van het algemeen bestuur en indien deze zijn gegeven, naar de aanwijzingen betreffende de algemene lijnen van het financiële beleid te geven door de gemeente (lees: B S Wen de gemeenteraad).
Ingeval van onverenigbaarheid van beleidslijnen gegeven door het algemeen bestuur enerzijds en beleidslijnen gegeven door de gemeente anderzijds, prevaleren de laatst genoemde beleidslijnen. Artikel 13 Strategisch beleidsplan. Bestuursreglement, toezichtkader en managementstatuut. 13.2 Door de gemeente (lees: B&Wen gemeenteraad) en de stichting zal met inachtneming van door de gemeente (lees: B&Wen gemeenteraad) te geven algemene aanwijzingen omtrent reikwijdte, Ínhoud en vormgeving een toezichtkader worden opgesteld (het "toezichtkader"), waarin het toezicht door en de (uitoefening van) bevoegdheden van de gemeente nader wordt uitgewerkt.
13.3 Het bestuur stelt een reglement vast (het "bestuursreglement") omtrent de besluitvorming en werkwijze van het college van bestuur en het algemeen bestuur, In aanvulling op hetgeen daaromtrent in deze statuten ís bepaald. Het bestuursreglement mag geen bepalingen bevatten welke in strijd zijn met de bepalingen van deze statuten of de wet en houdt rekening met eventueel door de gemeente (lees: B en W en gemeenteraad) gegeven algemene aanwijzingen omtrent de ínhoud en opzet. 13.5 De gemeente (fees: gemeenteraad) kan algemene aanwijzingen geven op het gebied van financieel, sociaal en economisch beleid. Voor zover dergelijke aanwijzingen geen onderdeel van het toezichtkader zijn, maar in het verlengde daarvan separaat van tijd tot tijd worden gegeven, kan het toezichtkader aanvullende bepalingen bevatten over de totstandkoming en communicatie met betrekking tot zulke aanvullende aanwijzingen. Artikel 14 Toezicht door de Raad. 14.2 In aanvulling op het toezicht door de raad, wordt toezicht op de werkzaamheden van het college van bestuur gehouden door het algemeen bestuur en de gemeente (fees: gemeenteraad) op de wijze en binnen de kaders als omschreven in deze statuten en het bestuursreglement. Artikel 17 Aigemeen bestuur: taken en bevoegdheden.
17.8 Het algemeen bestuur overlegt zo vaak als door de Raad nodig wordt geacht, doch ten minste één (1) keer per jaar, met de Raad of een delegatie daarvan over: a. de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs (algemene toegankelijkheid en levensbeschouwelijke pluriformiteit), b. de uitvoering van het strategisch beleidsplan, en c. de ontwikkeling van de zaken waarover volgens het Toezichtkader wordt gerapporteerd aan de gemeente (Opmerking: dit is in het toezichtkader uitgewerkt), waarbij het algemeen bestuur wordt bijgestaan door de voorzitter van het college van bestuur. Dit gesprek kan samenvallen met de indiening van (en leiden tot bespreking van) de jaarrekening en/of het jaarverslag. Handvatten voor de bespreking van het jaarverslag worden nader uitgewerkt in het toezichtkader.
Artikel 20 Recht op Informatie gemeente. 20.1 Het college van bestuur en het algemeen bestuur verschaffen de gemeente op diens verzoek de voor de uitoefening van de taken van de gemeente noodzakelijke gegevens. In dat kader geldt meer in het bijzonder dat de gemeente periodiek wordt voorzien van informatie betreffende: a. financiële en organisatorische ontwikkelingen, waarbij met name aandacht besteed wordt aan de ontwikkeling van omzet en kosten; b. (concept)jaarrekening en accountantsverklaring, conform deze statuten. 20.2 De gemeente heeft te allen tijde recht op alle informatie ten aanzien van de stichting en haar bedrijfsvoering en de gemeente zal op eerste verzoek van die informatie worden voorzien, tenzij het gaat om informatie: (i) waarvan het verzamelen niet ín een redelijke verhouding staat tot het door de gemeente met het verzoek na te streven belang, of (ii) die de privacy van één (1) of meer individuen raakt. 20.3 De gemeente is bevoegd inzage te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van het college van bestuur en het algemeen bestuur door een door de gemeente aan te wijzen onafhankelijk accountant. De kosten van deze accountant en diens werkzaamheden komen niet ten laste van de stichting maar ten laste van de gemeente. De accountant zal met inachtneming van artikel 20.2 zijn bevindingen aan de gemeente rapporteren.
Opmerking bij artikel 20: Wat in dit artikel bedoeld wordt met gemeente is in het toezichtkader uitgewerkt.