[24bb003087] Bijlage behorende bij 24bb003086 - Evaluatie pilot aanpak criminele uitbuiting gemeente Rotterdam - Ecorys
Tekst van het document
Tot slot herkennen medewerkers van ESSM dat professionals soms alleen het criminele gedrag van een dader zien en niet onderzoeken of diegene het gedrag onder druk vertoont. Hoewel dit onderdeel uitgebreid aan bod is gekomen tijdens, onder andere, de training voor professionals, is het dusdanig ingewikkeld dat professionals hier tegenaan blijven lopen.
30
Gesprek ESSM oktober 2023
I 24
Evaluatie pilot criminele uitbuiting Gemeente Rotterdam - Delfshaven en Lombardijen
3
Conclusies en aanbevelingen
In dit hoofdstuk presenteren we allereerst de conclusies en gaan we vervolgens in op de aanbevelingen voor de gemeente alsook op aanbevelingen voor andere partners. Een belangrijke kanttekening is dat bij de interpretatie van de resultaten moet worden benadrukt dat de onderzochte groep respondenten relatief klein is.31 Wij adviseren daarom om de monitoring van de pilot voort te zetten. Het komt de kwaliteit en de impact van de pilot ten goede wanneer de resultaten nauw in de gaten gehouden worden en continue bijgestuurd kan worden. Door op deze lerende wijze naar de pilot te kijken, kunnen de impact en duurzaamheid van de pilot worden gemaximaliseerd. Conclusies Alles overziend concluderen we dat de pilot aanpak criminele uitbuiting in de wijken Delfshaven en Lombardijen als positief wordt ervaren. Het is belangrijk dat er op zo'n gerichte en integrale manier aandacht wordt besteed aan criminele uitbuiting bij jongeren. De verschillende pilotonderdelen hangen logisch met elkaar samen en er zijn geen grote praktische knelpunten geïdentificeerd. Het trainingsprogramma voor professionals en de communicatiecampagne worden daarnaast als positief geëvalueerd omdat zij een waardevolle bijdrage leveren aan het verhogen en het vasthouden van bewustwording onder professionals en jongeren.
Het trainingsprogramma biedt daarnaast handvatten aan professionals om te handelen wanneer zij signalen identificeren. Zowel de training als de campagne sluiten aan bij de noodzaak om bewustwording te creëren onder jongeren, om signaalherkenning in de praktijk te verbeteren en om handelingsperspectieven voor professionals te verduidelijken. Echter, er kunnen op basis van deze evaluatie geen conclusies worden getrokken ten aanzien van de effectiviteit van de pilot. Er zijn namelijk tussen juli en november 2023 amper meldingen binnengekomen, terwijl de vermoedens van criminele uitbuiting blijven bestaan. Tegelijkertijd leiden het trainingsprogramma en de communicatiecampagne tot meer bewustwording onder professionals en jongeren. Dit onderzoek constateert een verschil tussen het aantal vermoedens en het aantal meldingen, en identificeert verschillende redenen waarom vermoedens zich slechts beperkt vertalen naar meldingen. Ten eerste kunnen er barrières zijn bij jongeren om zelf om hulp te vragen, melding te maken en I of mee te werken aan een melding. Jongeren identificeren zich bijvoorbeeld vaak niet als slachtoffer vanwege, bijvoorbeeld, angst voor represailles en wantrouwen in het systeem.17 Dit is problematisch, omdat professionals de jongeren nodig hebben om tot een melding te komen.
Daarnaast blijkt het herkennen en melden van signalen soms lastig te zijn voor professionals. Professionals zijn soms onzeker over hun vermoedens en kampen met een hoge werkdruk waardoor het maken van een melding niet altijd de prioriteit heeft.18 Ten derde ervaren de professionals de handelingsperspectieven soms als beperkt. Het melden kan hun vertrouwensband met de jongere schaden en soms is melden überhaupt niet de juiste oplossing voor de jongere.18
31
Alle beperkingen van dit onderzoek zijn uitgewerkt in Annex B Methodologie.
I 25
Evaluatie pilot criminele uitbuiting gemeente Rotterdam - Delfshaven en Lombardijen
Enerzijds zijn het beperkt aantal binnengekomen meldingen geen verrassing. Bovenstaande barrières zijn namelijk veelal bekend bij stakeholders en zij benadrukken alom dat de aanpak van criminele uitbuiting tijd nodig heeft. Het kost tijd om jongeren en professionals ervan bewust te maken wat criminele uitbuiting is, hoe het herkend kan worden en wat eraan gedaan kan worden. Een pilot met een relatief korte doorlooptijd vormt slechts een druppel op een gloeiende plaat. Tegelijkertijd kunnen er ook in dit stadium al suggesties gedaan worden die kunnen helpen de pilot te verbeteren. Deze aanbevelingen vallen uiteen in aanbevelingen voor de gemeente en aanbevelingen voor andere partijen. Aanbevelingen voor de gemeente Uit de bevindingen en conclusies van dit onderzoek vloeien de volgende aanbevelingen aan de gemeente voort. Bovenal kan worden geadviseerd om de pilot aanpak criminele uitbuiting in de wijken Delfshaven en Lombardijen voort te zetten en uit te breiden naar andere wijken in Rotterdam. De pilot en haar onderdelen benaderen een groeiend probleem vanuit verschillende invalshoeken en dit beantwoordt de behoefte van professionals. De pilot heeft namelijk geleid tot meer bewustwording over de problematiek bij professionals en jongeren. Daarnaast verduidelijkt het trainingsprogramma handelingsperspectieven voor professionals.
Het aantal meldingen van criminele uitbuiting blijft achter, echter, het feit dat er gerichte aandacht wordt besteed aan de aanpak van criminele uitbuiting is positief. Het is een belangrijke stap in aanpak van criminele uitbuiting. Met de volgende specifieke aanbevelingen kunnen de geïdentificeerde barrières voor melden ten dele worden aangepakt. Gezien de positieve evaluatie van de training en de positieve bijdrage die dit pilotonderdeel heeft geleverd, luidt de eerste aanbeveling om een vervolgtraining te ontwerpen en implementeren. Zo'n vervolg kan ingezet worden met verschillende doelen. Enerzijds kan een vervolgtraining een middel zijn om het kennisniveau van nieuwe collega's of een bredere groep professionals ten aanzien van criminele uitbuiting te verhogen. Anderzijds kunnen vervolgtrainingen ook gericht zijn op het verdiepen van kennis, omdat professionals aangeven dat herhaling belangrijk is om aandacht te houden voor het probleem. Deze verdiepende trainingen kunnen bijvoorbeeld inzoomen op gesprekstechnieken voor professionals en de mogelijkheid bieden signalen die zij hebben opgepikt sinds de training te bespreken. Zo'n training zou een moment van reflectie bieden en geeft deelnemers kans om te sparren over twijfels. De gemeente kan zo'n vervolgtraining onderdeel maken van een eventueel vervolg van de pilot.
Daarnaast bestaat er behoefte aan kleinere, gebiedsgerichte trainingen. In trainingen die specifiek gericht zijn op een bepaald gebied kunnen de kenmerken van deze wijken beter belicht worden. Ook helpt het jongerenwerkers actief in een bepaald gebied andere professionals werkzaam in hetzelfde gebied te leren kennen. Kortere lijnen tussen professionals helpt om informatie eenvoudiger en sneller bij elkaar te brengen en uit te wisselen, waardoor signalen van criminele uitbuiting mogelijk beter worden opgepakt. Deze kleinere, gebiedsgerichte trainingen kunnen door de gemeente bijvoorbeeld uitgerold worden in een eventueel vervolg van de pilot. Eventueel kunnen, in aanvulling op trainingen, ook regelmatige netwerkbijeenkomsten worden overwogen waarbij professionals elkaar weer even kunnen spreken, ervaringen kunnen uitwisselen en professionele banden kunnen aanhalen.
I 26
Evaluatie pilot criminele uitbuiting gemeente Rotterdam - Delfshaven en Lombardijen
Om tegemoet te komen aan de behoefte van professionals om te sparren met anderen over hun vermoedens, signalen en twijfels, kunnen bestaande adviespunten beter benut worden. Bij zo'n punt kunnen professionals terecht met twijfels, vermoedens en signalen. Professionals kunnen advies inwinnen over de ‘hardheid' van hun twijfels, vermoedens of signalen en sparren over hoe verder te gaan hiermee. Dergelijke adviespunten bestaan al, een voorbeeld is het adviespunt van ESSM, maar deze is onvoldoende bekend (en daardoor benut) door professionals. De gemeente kan een rol spelen in het vergroten van de bekendheid van dit punt onder professionals. Deze punten kunnen bijvoorbeeld een prominentere rol krijgen in trainingen die de gemeente faciliteert. Wat betreft het vergroten van bewustzijn en kennis onder jongeren, kan voortzetting van voorlichting door jongerenwerkers op scholen als onderdeel van een communicatiecampagne relevant zijn. Reeds verzorgde voorlichting op scholen wordt doorgaans als positief ervaren omdat professionals op een spontane manier met jongeren in gesprek gingen.18 Ze spraken bijvoorbeeld niet over een probleem van die jongeren specifiek, maar over het probleem in het algemeen. Dit helpt jongeren ook om signalen van criminele uitbuiting in hun omgeving te herkennen.
Dergelijke voorlichting kan ook een positieve uitwerking hebben op het vertrouwen van jongeren ‘in het systeem'. Jongerenwerkers geven aan dat hier de laatste jaren op bezuinigd is in Rotterdam.4 De gemeente kan deze mogelijkheid weer faciliteren door hier prioriteit aan te geven en budget voor jongerenwerkers beschikbaar te stellen. Verder, gelinkt aan zowel trainingen voor professionals als een communicatiecampagne, is het opportuun om positieve ervaringen en verhalen van mensen die een melding van criminele uitbuiting hebben gedaan te delen. Zo'n campagne kan de angst voor melden deels wegnemen en het kan een positieve bijdrage leveren aan het vertrouwen van de jongeren in ‘het systeem'. Door ‘good practices' uit te lichten wordt voor zowel jongeren als professionals duidelijker hoe om wordt gegaan met een melding en wat de positieve impact van een melding kan zijn. Tegelijkertijd is de inzet van jongerenwerkers van groot belang om het vertrouwen van jongeren in ‘het systeem' te doen groeien. Aanbevelingen voor andere partijen Uit de bevindingen en conclusies van dit onderzoek vloeien ook aanbevelingen voor andere partijen die een rol spelen in de aanpak van criminele uitbuiting voort. Voor organisaties die als meldpunt gelden voor professionals (o.a.
ESSM, Coördinatiecentrum tegen mensenhandel, de politie en Veilig Thuis) is het belangrijk om aan het vertrouwen bij de professional te werken. Het dient voor een ‘melder' helder te zijn hoe wordt omgegaan met de melding, waar informatie terecht komt en wat de rol van de melder is in het vervolgtraject. Een concrete maatregel die hierbij kan helpen is een voorbeeld casus die illustreert hoe er met een melding om wordt gegaan en welke impact dit kan hebben op een jongere en de professional. Gezien het beperkt aantal casussen kunnen dit soort ervaringen ook tussen steden en regio's uitgewisseld worden.
I 27
Evaluatie pilot criminele uitbuiting gemeente Rotterdam - Delfshaven en Lombardijen
Daarnaast kunnen partijen waarbij professionals terecht kunnen met meldingen, casussen en twijfels werken aan een betere bekendheid onder professionals. Zij kunnen bijvoorbeeld nog actiever communiceren aan professionals wat hun rol is, wanneer professionals bij hen terecht kunnen, hoe zij de partij kunnen bereiken, etc.32 Deze communicatie kan plaatsvinden op initiatief van de partij zelf, door bijvoorbeeld langs te gaan bij jongerenwerkers of wijkteams. De communicatie kan ook ingebed worden in, bijvoorbeeld, trainingsprogramma's aan professionals (zoals die door FIER verzorgd in het kader van deze pilot). Daarnaast kan het voor partijen die een rol spelen in de aanpak (o.a. de AVIM) ook nuttig zijn om criminele uitbuiting vanuit de dader te benaderen. Een dadergerichte aanpak kan helpen om daders van criminele uitbuiting in kaart te brengen en, als ‘bijvangst', ook zicht te krijgen op slachtoffers. De dadergerichte aanpak kan hand in hand gaan met de aanpak gericht op het herkennen van slachtoffers van criminele uitbuiting zodat op beide aspecten van dit probleem ‘druk' wordt uitgeoefend. Ten slotte is het van belang dat de uitdagingen rondom het bieden van voldoende veiligheidsmaatregelen aan melders worden geadresseerd. De beperkte bescherming is wellicht geen grondoorzaak van de problematiek rondom het niet-melden maar speelt wel een belangrijke rol.
Aandacht voor, en investeringen in het bieden van bescherming is daarom van belang en vormt een deel van de oplossing.
32
ESSM geeft o.a. al voorlichting aan scholieren, docenten, procesregisseurs van het Zorg- en Veiligheidshuis en aan medewerkers van het vreemdelingendetentiecentrum.
I 28
Evaluatie pilot criminele uitbuiting Gemeente Rotterdam - Delfshaven en Lombardijen
Bronnenlijst
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam (2021,21 december). Raadsbrief betreffende onderzoek naar criminele uitbuiting in Rotterdam en de vervolgaanpak. Via link. CKM (2021). Het misdrijf voorbij. Via link. CKM (2021). Onzichtbare slachtoffers van mensenhandel in 2021. Via link. FIER (15 juni 2023). Eindevaluatierapport training mensenhandel: criminele en seksuele uitbuiting. FIER (2023). Chat met Fier. Via Ņņķ. Gemeente Rotterdam (2018). Veilig@Rotterdam Veiligheidsprogramma 2018 - 2023. Via link. Gemeente Rotterdam (2022). Coalitieakkoord 2022 - 2026. Via link. Kock, M. (2023, juli). Evaluatie campagne Chat Erover 2023. Lloyd, J., Manister, M., ã Wroe, L. (2023). Social care responses to children who experience criminal exploitation and violence: The Conditions for a Welfare Response. British Journal of Social Work. https:IIdoi.orgI10.1093IbiswIbcad145 Maxwell, N. ã Wallace, C. (2021). Child Criminal Exploitation in Wales. VeiligheidsAlliantie regio Rotterdam. Meldroutekaart Mensenhandel Villacampa, C., ã Torres, N. (2017). Human trafficking for criminal exploitation: the failure to identify victims. European Journal on Criminal Policy and Research, 23(3), 393-408
I 29
Evaluatie pilot criminele uitbuiting gemeente Rotterdam - Delfshaven en Lombardijen
Annex A Begeleidingscommissie
Deze evaluatie wordt begeleid door een begeleidingscommissie bestaande uit afgevaardigden van: ^ Het Openbaar Ministerie; ^ ESSM (Expertisecentrum Seksualiteit Sekswerk en Mensenhandel van Stichting Humanitas; ^ Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel; ^ De afdelingen Zorg en Bescherming en Aanpak ondermijnende criminaliteit van de gemeente Rotterdam ^ De Nationaal Rapporteur Mensenhandel ^ De VeiligheidsAlliantie regio Rotterdam ^ En het Basisteam uit de Regionale Eenheid politie Rotterdam De gemeentelijke afdeling Onderzoek en Business Intelligence (OBI) zit de begeleidingscommissie voor. Deze commissie is driemaal bijeengekomen en heeft daarbij gesproken over het doel en de scope van de evaluatie, de onderzoeksmethode, de voortgang van het onderzoek en de conceptresultaten.
I 30
Evaluatie pilot criminele uitbuiting gemeente Rotterdam - Delfshaven en Lombardijen
Annex B Methodologie
Lerend evalueren Deze evaluatie is op een lerende manier ingestoken. Kenmerkend voor lerend evalueren is de meer participatieve vorm van beleidsevaluatie, waarbij onderzoekers mensen uit de beleidspraktijk actief betrekken in het onderzoek. Dataverzamelingsmethoden In de evaluatie zijn verschillende onderzoeksmethoden gebruikt voor de dataverzameling. De volgende onderzoeksmethoden zijn gehanteerd: documentenonderzoek, interviews, (kwantitatieve) datamonitoring en één focusgroep. Documentenonderzoek De deskstudie werd gebruikt om inzicht te verkrijgen in de pilotonderdelen. Het doel van het documentenonderzoek is om een volledig beeld te krijgen van de plannen, de onderliggende acties, de (verwachte) resultaten en betrokken partners.
Hiervoor zijn diverse bronnen gebruikt: ^ Relevante documenten vanuit de gemeente Rotterdam zoals raadsbrieven en de uitwerking van de pilot ^ Relevante documentatie over de uitwerking en planning van de training signaalherkenning, waaronder het evaluatierapport training mensenhandel: criminele en seksuele uitbuiting • Relevante documentatie over de uitwerking, briefing en monitoring van de communicatiecampagne, waaronder het Evaluatierapport communicatiecampagne ^ De meldroutekaart Mensenhandel van de VeiligheidsAlliantie regio Rotterdam ^ Het aanmeldformulier voor casuïstiek binnen de Zorgtafel ^ Handreiking plan van aanpak van de Directie Veiligheid ^ De verkenning naar criminele uitbuiting in Rotterdam door het CKM ^ Coalitieakkoord Nieuwe Energie voor Rotterdam Interviews In het kader van deze evaluatie zijn in 2023 tweemaal gesprekken geweest met de volgende direct betrokkenen bij de pilotonderdelen: ^ FIER ^ ESSM, van Stichting Humanitas • De voorzitter van het Zorgtafeloverleg ^ AVIM Tijdens de eerste interviews is gesproken over de probleemstelling, doelstelling en aanleiding van het pilotonderdeel. Daarnaast zijn de activiteiten en verwachte resultaten en effecten besproken. Tot slot is er ook gesproken over reeds voorziene monitoringsactiviteiten en de wijze waarop de onderzoekers daarop kunnen voortbouwen.
In de tweede ronde interviews is gesproken over de gemonitorde data en mogelijke verklaringen voor de behaalde resultaten. Daarnaast heeft er ten behoeve van de evaluatie van het trainingsprogramma één aanvullend interview plaatsgevonden met een deelnemer van de training.
I 31
Evaluatie pilot criminele uitbuiting gemeente Rotterdam - Delfshaven en Lombardijen
Ten slotte heeft een van de onderzoekers het evaluatiegesprek met betrokken partners (gemeente Rotterdam, Fier, Endore en Zuiver) over de communicatiecampagne bijgewoond. Datamonitoring Op basis van de kennismakingsgesprekken is per pilotonderdeel een monitoringsraamwerk opgesteld waarin de betrokken partners data per afgesproken indicator hebben bijgehouden in de maanden juli tot en met oktober. Dit betreft de volgende indicatoren per betrokkenen: ^ AVIM - Aantal meldingen mensenhandel - Indien mogelijk: aantal meldingen gelabeld als criminele uitbuiting - Aantal gestarte opsporingsonderzoeken mensenhandel - Indien mogelijk: aantal opsporingsonderzoeken gelabeld als criminele uitbuiting ^ ESSM - Aantal ontvangen meldingen criminele uitbuiting - Bron van meldingen (type organisatie) - Aantal opvolgingen van meldingen • De Zorgtafel - Aantal ingebrachte casussen van criminele uitbuiting in Delfshaven en Lombardijen op de Zorgtafel - Bron I melder van de ingebrachte casussen - Reden voor inbrengen van casus ‘vraag aan de Zorgtafel' - Opvolging van de casus - Behaalde successen Focusgroep In november 2023 is een focusgroep georganiseerd waarin de onderzoekers met zeven professionals in gesprek zijn gegaan over het signaleren van criminele uitbuiting van jongeren, het behandelen van meldingen en het draaien van casussen op dit thema.
Tijdens de focusgroep stond de volgende vraag centraal: ‘Hoe komt het dat de vermoedens van criminele uitbuiting van jongeren zich amper vertalen naar meer meldingen en meer opsporingsonderzoeken en wat kan er gedaan worden om dit te veranderen?’. Beperkingen De evaluatie kende enkele beperkingen die van belang zijn bij de interpretatie van de resultaten. Een significante limitatie van het onderzoek is de beperkte doorlooptijd van de pilot en het korte tijdsbestek waarop de evaluatie volgde. Een uitgebreidere tijdsduur tussen de pilot en het onderzoek is nodig om duurzame veranderingen in het aantal meldingen en andere indicatoren te kunnen identificeren. Daarnaast concentreert de pilot zich op de aanpak van criminele uitbuiting van jongeren. In voorliggende evaluatie is het aantal meldingen gebruikt als belangrijke indicator. Echter is melden niet altijd de beste oplossing om de situatie van criminele uitbuiting aan te pakken. Tot slot dient er bij de interpretatie van de resultaten te worden benadrukt dat de onderzochte groep respondenten relatief klein is.
I 32
ECORYS Postbus 4175 3006 AD Rotterdam Nederland Watermanweg 44 3067 GG Rotterdam Nederland T 010 453 88 00 F 010 453 07 68 E netherlands@ecorys.com K.v.K. nr. 24316726 W www.ecorys.nl