CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb003070] Bijlage 1 behorende bij 24bb003068 - Ontwerpbestemmingsplan 'Max Euwelaan 71-79'

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 5 juni 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen32.266 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

22 augustus 2023) Het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) heeft het bestemmingsplan beoordeeld en verwacht dat de door het plan mogelijk gemaakte ontwikkeling geen nadelige invloed zal hebben op het watersysteem. Daarom heeft het HHSK geen bezwaar tegen de vaststelling van het bestemmingsplan. Wel wil zij nog de volgende punten onder de aandacht brengen. 1. Onder 5.2 graag vermelden dat de gemeente Rotterdam in samenspraak met HHSK werkt aan een waterhuishoudingsplan voor het toekomstige watersysteem op Brainpark I. Dit plan vormt voor water de basis voor de verdere uitwerking van het Masterplan voor de buitenruimte van Brainpark I. Het bestemmingsplan is op dit punt aangepast. Er is een toevoeging hierover opgenomen in paragraaf 5.2. 2. Onder 5.3.1: toevoegen dat er op Brainpark I wel een watersysteem aanwezig is en korte beschrijving van de werking toevoegen. Dit staat nu deels onder het kopje riolering. Het bestemmingsplan is op dit punt aangepast. Er is een toevoeging over het watersysteem opgenomen in paragraaf 5.3.1. 3. Onder 5.3.2: de risico's voor het plangebied worden onvoldoende weergegeven. HHSK geeft aan te weten dat het door de hoge ligging geen risico vormt voor overstroming maar het is logisch om dat dan ook op te schrijven. Idem voor 5.4.3. Het bestemmingsplan is op dit punt aangepast. De betreffende conclusie is toegevoegd.

61

4. Onder 5.4.4: er zal een gescheiden rioolstelsel worden aangelegd maar het hemelwater mag niet worden aangeboden op het (gemengde) gemeenteriool. Dit water dient te worden geïnfiltreerd in de ondergrond of, ervan uitgaande dat dit in de toekomst door de gemeente wordt gerealiseerd als onderdeel van het Masterplan, worden aangeboden op het openbare hemelwaterriool (nu dus nog gemengd stelsel). Het bestemmingsplan is op dit punt aangepast. De passage is overgenomen. Rijkswaterstaat (brief d.d. 14 augustus 2023) Rijkswaterstaat is wegbeheerder van de nabij het plangebied gelegen rijksweg A16 en ziet er ook op toe dat nieuwe geluid- en luchtgevoelige ruimtelijke ontwikkelingen geen belemmeringen opwerpen voor het gebruik en beheer van de Rijksweg. Rijkswaterstaat constateert dat met het plan woningbouw mogelijk wordt gemaakt binnen de geluidszone van rijksweg A16. In het akoestisch onderzoek is aangegeven dat er vanwege de hoge geluidbelasting een beroep wordt gedaan op de Crisis- en herstelwet voor een duur van 10 jaar. Rijkswaterstaat ziet graag in het bestemmingsplan terug komen welke akoestische maatregelen genomen worden over de komende 10 jaar om een leefbaar woonklimaat te creëren die niet de geluidsnorm van 53 dB overschrijdt.

Zolang Rijkswaterstaat geen inzicht heeft in de te treffen maatregelen, alsmede de borging hiervan, kan Rijswaterstaat niet instemmen met het plan. In het kader van het voorliggende bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd Daaruit blijkt dat hogere waarden worden verleend, waarbij voldaan wordt aan de eisen voor geluidwering conform het Bouwbesluit, de overige geluidwerende voorzieningen. In een breder verband, in het kader van het masterplan voor Brainpark I, wordt gewerkt aan een situatie waarin de akoestische situatie ter plaatse zal verbeteren. Dat masterplan definieert een snelwegzone. In deze strook langs de A16, is de ambitie om de eerstelijnsbebouwing als blikvanger en afscherming van geluid te realiseren. Op deze manier wordt er een stedenbouwkundige afscherming gerealiseerd, die ingevuld zal worden met niet- woonfuncties. Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (brief d.d. 1 augustus 2023) Voor het bepalen van het effect en voor het bepalen van maatregelen met betrekking tot zeer kwetsbare bestemmingen wordt uitgegaan van de letaliteitscontour van het worst case scenario. Voor het bepalen van het effect en voor het bepalen van gewenste maatregelen voor (beperkt) kwetsbare bestemmingen wordt de letaliteitscontour van het meest geloofwaardige scenario gebruikt.

De ontwikkeling bevindt zich buiten de contouren van een overdruk- en/of toxische incident van het meest geloofwaardige scenario, maar binnen de contouren van het worst case scenario. Gezien het verhoogde groepsrisico, beveelt de VRR de volgende maatregelen aan: 1. Omgevingsmaatregelen De Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) adviseert rondom het te realiseren gebouw zorg te dragen voor toereikende bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen zodat hulpdiensten bij een incident adequaat kunnen optreden. De regionaal vastgestelde ‘Handleiding advies bluswater en bereikbaarheid VRR' biedt mogelijkheden om daar invulling aan te geven. 2. Bouwkundige maatregelen Zorg dat de (nood)uitgang(en) van het gebouw zodanig worden gesitueerd dat aanwezigen veilig in tegengestelde richting van een mogelijk incident op de A16 kunnen vluchten, waardoor de zelfredzaamheid van aanwezigen wordt verbeterd en het aantal slachtoffers kan worden beperkt. Een nooduitgang aan de noord- en/of westzijde van het object, is hier geschikt voor. 3. Installatietechnische maatregelen Construeer het gebouw zodanig dat bij een toxische wolk de mogelijkheden tot zelfredzaamheid van aanwezigen verbeterd worden (conform 2.10 van de Regeling Bouwbesluit 2012).

Als deuren, ramen en ventilatieopeningen afsluitbaar zijn en het luchtverversingssysteem uitgeschakeld kan worden is een gebouw geschikt om enkele uren in te schuilen. 4. Organisatorische maatregelen Draag zorg voor een goede voorlichting en instructie van de aanwezige personen zodat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit. Bij het sluiten van een huur/koopcontract kunnen bewoners op de

62

(externe) veiligheidsrisico's gewezen worden. Er kan informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming en bestrijding van incidenten en over de daarbij te volgen gedragslijn. Op de website www.rijnmondveilig.nl is meer informatie te vinden over wat te doen in geval van een incident. Het bestemmingsplan is hierop aangepast. De genoemde maatregelen zijn opgenomen in de paragraaf met betrekking tot externe veiligheid. Bovendien is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor mechanische ventilatie.

9.3 Zienswijzen Ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, zal een ieder gedurende zes weken, in de gelegenheid worden gesteld een zienswijze in te dienen met betrekking tot het ontwerpbestemmingsplan.

63

Regels

Inhoudsopgave hoofdstuk 1 Inleidende regels....................................................................................................................4 Artikel 1 Begrippen..................................................................................................................................................... 4 Artikel 2 Wijze van meten........................................................................................................................................... 9

hoofdstuk 2 Bestemmingsregels..............................................................................................................10 Artikel 3 Gemengd - 1............................................................................................................................................... 10 Artikel 4 Waarde - Archeologie 2..............................................................................................................................12

hoofdstuk 3 Algemene regels...................................................................................................................14 Artikel 5 Anti-dubbeltelregel..................................................................................................................................... 14 Artikel 6 Algemene bouwregels................................................................................................................................ 14 Artikel 7 Algemene afwijkingsregels.........................................................................................................................14 Artikel 8 Overige regels............................................................................................................................................. 15

hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels......................................................................................................16 Artikel 9 Overgangsrecht........................................................................................................................................... 16 Artikel 10 Slotregel.................................................................................................................................................... 17

BIJLAGEN Bijlage 1. Toelichting lijst bedrijfsactiviteiten categorie 1 en 2 Bijlage 2. Staat van bedrijfsactiviteiten Bijlage 3. Hogere waardenbesluit

3

hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 plan: Het bestemmingsplan Max Euwelaan 71-79 Rotterdam NL.IMRO.0599.BP2233MaxEuwe71-on01 van de gemeente Rotterdam.

met

identificatienummer

1.2 bestemmingsplan: De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3 Aanbouw (uitbouw) Een uitbreiding van het hoofdgebouw in één bouwlaag (hieronder wordt tevens een uitbouw begrepen).

1.4 Aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.5 Aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.6 Achtererfgebied Erf aan de achterkant van het oorspronkelijke hoofdgebouw en aan de zijkant(en) ervan, op meer dan 1 meter van de erfgrens aan de zijde van het openbaar toegankelijke gebied, alsmede op meer dan 1 meter van de voorkant van het hoofdgebouw.

1.7 Achtergrondmuziek Muziek in een horeca-inrichting met een maximaal niveau van: ^ ^

70 dB(A) wanneer er sprake is van direct aanpandige geluidgevoelige functies; 80 dB(A) wanneer er geen sprake is van direct aanpandige geluidgevoelige functies.

1.8 Bebouwing Een of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.9 Bebouwingspercentage Een percentage dat aangeeft hoeveel van het oppervlak van een bestemmingsvlak door gebouwen mag worden ingenomen.

4

1.10 Bedrijven De bedrijven genoemd in de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels.

1.11 Bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak.

1.12 Bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.13 Bouwaanduidingen Alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken.

1.14 Bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

1.15 Bouwgrens De grens van een Bouwvlak.

1.16 Bouwlaag Het tussen twee opeenvolgende vloeren (of tussen een vloer en plat dak) gelegen, voor verblijf geschikt deel van een gebouw. Een kap, vliering, zolder, souterrain, alsmede een dakopbouw binnen het theoretisch profiel van een kap, worden niet als een afzonderlijke bouwlaag beschouwd. Alleen ingeval een dakopbouw of dakkapel breder is dan tweederde van de pandbreedte, wordt dit als een aparte bouwlaag geteld.

1.17 Bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.18 Bouwperceelgrens De grens van een bouwperceel.

1.19 Bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.20 Bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

5

1.21 Bruto vloeroppervlak (b.v.o.) Het vloeroppervlak van een bouwwerk, inclusief de niet direct voor het hoofddoel bruikbare ruimten (bijvoorbeeld bij een productiebedrijf of winkel, de magazijn-, expeditie-, kantoorruimten). Gebouwde parkeervoorzieningen worden niet tot het b.v.o. gerekend.

1.22 Bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.

1.23 Bijgebouw Vrijstaand gebouw dat door constructie en/of afmetingen ondergeschikt is aan een hoofdgebouw gelegen op hetzelfde perceel.

1.24 Daghoreca Horeca met inachtname van volgende voorwaarden: - de inrichting mag geopend zijn tussen 07.00 en 23.00 uur; - er mag niet meer dan achtergrondmuziek geproduceerd worden; Een feestzaal valt hier niet onder.

1.25 Dakterras Een bouwkundige voorziening op het platte dak van een gebouw dat bestaat uit een te betreden vlak, geheel of gedeeltelijk omgeven door een hekwerk waarvan de bouwhoogte minimaal 1,2 meter bedraagt.

1.26 Detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ter verkoop, verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.27 Dienstverlening Het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen. Een belwinkel en een seksinrichting worden hier niet onder begrepen.

1.28 Dove gevel a.

b.

een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede, een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits deze niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte.

In dit verband wordt onder een geluidsgevoelige ruimte verstaan een ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon- of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van ten minste 11 m2.

6

1.29 Erf Terrein ten behoeve van de ontsluiting van de aanliggende bebouwing, voor parkeren, groenvoorzieningen, waterlopen en bouwwerken van lichte constructie (carports, slagbomen, fietsenstallingen e.d.).

1.30 Gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.31 Geluidsgevoelige objecten Hieronder worden verstaan de in de Wet geluidhinder aangewezen objecten: woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven. NB: Delen van deze gebouwen kunnen worden uitgezonderd wanneer deze een bestemming krijgen voor een functie die niet als geluidsgevoelig kan worden beschouwd.

1.32 Hoofdgebouw Gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

1.33 Horeca Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en drank.

1.34 Kantoren Het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen.

1.35 Maaiveld De bovenkant van het aansluitende, afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein het gemiddelde van die bovenkanten wordt aangehouden.

1.36 Maatschappelijke voorzieningen Voorzieningen op het gebied van onderwijs, dienstverlening en publieke dienstverlening.

religie, gezondheidszorg, cultuur,

maatschappelijke

1.37 Milieudeskundige De DCMR Milieudienst Rijnmond of de daarvoor in de plaats tredende instantie.

1.38 Openbaar nutsvoorzieningen Op het openbaar leidingen net aangesloten voorzieningen op het vlak van gas-, water-, elektriciteitsdistributie, blokverwarming, (riool)gemalen (een gasdrukregelstation wordt niet hieronder begrepen).

7

1.39 Openbaar toegankelijk gebied Weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b. van de Wegenverkeerswet 1994, openbaar water, alsmede ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van de zogenaamde brandpaden voor de achterontsluiting van tuinen voor langzaam verkeer.

1.40 Peil (straat-) a. b.

voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de kruin van de weg; voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang, na voltooiing van de aanleg van dat terrein.

Indien een bouwwerk aan meer dan één weg wordt gebouwd, is het peil van de hoogstgelegen weg maatgevend.

1.41 Souterrain Een gedeeltelijk onder het maaiveld gelegen gebruiksruimte van een gebouw.

1.42 Straatmeubilair Voorzieningen ten behoeve van de weggebruiker, zoals verkeersborden, straatverlichting, zitbanken, plantenbakken e.d.

1.43 Tuin Terrein ten behoeve van de aanleg van groenvoorzieningen, met de daarbij behorende verharding (paden, terrassen) en vijvers en dat in overwegende mate niet voor bebouwing in aanmerking komt.

1.44 Uitstekende delen aan gebouwen Erkers, luifels, balkons, galerijen e.d.

1.45 Water Waterlopen (sloten, singels, vijvers e.d.) ten behoeve van de waterberging, alsmede de aan- en afvoer van oppervlaktewater.

1.46 Wet geluidhinder De Wet geluidhinder zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp voor dit bestemmingsplan.

8

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.2 de inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.4 de oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van een bouwwerk.

2.5 de breedte van een gebouw Van en tot de buitenkant van een zijgevel dan wel het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur, met dien verstande, dat wanneer de zijgevels verspringen of niet evenwijdig lopen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte.

2.6 de afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens Vanaf het punt van de gevel van een gebouw welke het dichtst bij de perceelsgrens is gelegen, haaks op de perceelsgrens.

9

hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Gemengd - 1 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

woningen met bijbehorende gemeenschappelijke voorzieningen; dienstverlening, kantoren en maatschappelijke voorzieningen, uitsluitend op de begane grond en in de kelder; bedrijven t/m categorie 2 als bedoeld in de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels, inclusief uitleen van fietsen, uitsluitend op de begane grond en in de kelder; daghoreca, uitsluitend op de begane grond; voorzieningen behorend bij bovengenoemde functies, zoals een parkeergarage en andere parkeervoorzieningen, tuinen, dakterrassen, groen, water en ontsluitingswegen en -paden.

3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen a. b.

Op de voor 'Gemengd - 1' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. Gebouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak.

3.2.2 Bebouwingsnormen a. b. c. d.

e.

gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; de maximum bouwhoogte van gebouwen bedraagt niet meer dan met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' op de verbeelding is aangegeven; in afwijking van het bepaalde onder a zijn buiten het bouwvlak uitstekende delen aan gebouwen toegestaan, niet dieper dan 2 meter uit de gevel en ten minste 2,2 meter boven maaiveld; de maximum bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt: 1. 2 meter voor erfafscheidingen achter de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan, tenzij grenzend aan het openbaar toegankelijk gebied; in dat geval bedraagt de maximum bouwhoogte 1 meter; 2. 1 meter voor erfafscheidingen vóór de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan; een dakterras is toegestaan; indien de maximum toegestane bouwhoogte van een gebouw is bereikt, geldt daarvoor dat: 1. een hekwerk gerealiseerd moet worden, met een minimum bouwhoogte van 1,2 meter en op een afstand van minimaal 1,5 meter uit de dakrand; 2. een gebouwde voorziening op het dak (ten behoeve van de daktoegang) is toegestaan met een maximum oppervlakte van 6 m2 en een maximum bouwhoogte van 2,5 meter.

10

3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Programma a. b. c. d.

In totaal zijn maximaal 350 woningen toegestaan; In totaal is maximaal 900 m2 b.v.o. aan onder artikel 3 lid 1 sub a genoemde gemeenschappelijke voorzieningen toegestaan; In totaal is maximaal 1.150 m2 b.v.o. aan onder artikel 3 lid 1 sub b en c genoemde functies toegestaan; In totaal is maximaal 800 m2 b.v.o. aan onder artikel 3 lid 1 sub d genoemde daghoreca toegestaan.

3.3.2 Aan huis gebonden beroep of bedrijf Woningen mogen mede worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of bedrijf, mits: a. b. c. d. e.

de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, waarbij het bruto vloeroppervlak van de woning voor ten hoogste 30^. mag worden gebruikt voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf; ten aanzien van een aan huis gebonden bedrijf sprake is van een bedrijf tot en met categorie 1 als bedoeld in de bij deze regels horende lijst van bedrijfsactiviteiten; de gevel en dakrand van de woning niet worden gebruikt ten behoeve van reclame-uitingen; er geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op het onderhouden en repareren van motorvoertuigen; er geen detailhandel plaatsvindt, tenzij als ondergeschikt onderdeel van het aan huis gebonden beroep of bedrijf.

3.3.3 Toegestane bedrijven Uitsluitend bedrijven t/m categorie 2 van de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels zijn toegestaan. 3.3.4 Realiseren woningen Ten aanzien van het bepaalde in lid artikel 3 lid 1 geldt dat woningen waarvoor hogere waarden zijn vastgesteld in het Besluit hogere waarden Wet geluidhinder dat als bijlage 3 bij de regels is gevoegd, uitsluitend zijn toegestaan als wordt voldaan aan de in dit besluit opgenomen voorwaarden. 3.3.5 Voorwaardelijke verplichting mechanische ventilatie Het gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 3 lid 1 sub a is uitsluitend toegestaan, indien een nieuwe woning een mechanisch ventilatiesysteem heeft met een voorziening waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld bij een externe calamiteit die kan leiden tot een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht.

3.4 Afwijken van de gebruiksregels 3.4.1 Afwijken ten behoeve van toegestane bedrijven Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3 lid 3.2 en artikel 3 lid 3.3 terzake van de toegestane bedrijfsactiviteiten ten behoeve van andere bedrijfsactiviteiten dan die primair zijn toegelaten, welke - gehoord de milieudeskundige - daarmede naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn.

3.4.2 Afwijken ten behoeve van realiseren woningen Burgemeester en wethouders kunnen - gehoord de milieudeskundige - bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3 lid 3.4 terzake van de in het Besluit hogere waarden Wet geluidhinder opgenomen voorwaarden, indien sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

11

Artikel 4 Waarde - Archeologie 2 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden.

4.2 Bouwregels 4.2.1 Rapport archeologisch deskundige In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport aan burgemeester en wethouders te overleggen van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) die een groter oppervlak hebben en tevens dieper reiken dan de oppervlakte- en dieptematen die genoemd zijn in artikel 4 lid 3.1.

4.2.2 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning voor het bouwen de volgende regels verbinden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1 Verbod In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de hierna onder artikel 4 lid 3.2 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die dieper reiken dan 2,0 meter beneden NAP en die tevens een oppervlakte groter dan 200 m2 beslaan.

4.3.2 Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden a. b. c. d. e. f.

grondbewerkingen (van welke aard dan ook); het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, afgraven; het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.; het aanleggen van waterlopen of het vergraven van bestaande waterlopen.

12

4.3.3 Uitgezonderde werkzaamheden Het vergunningvereiste geldt niet voor werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden, niet voor bedoelde activiteiten welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en evenmin voor bestaande weg­ en leidingcunetten.

4.3.4 Vergunning Vergunning wordt verleend, nadat de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport aan burgemeester en wethouders heeft overgelegd van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.

4.3.5 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan vergunning Aan een vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

13

hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 6 Algemene bouwregels 6.1 Afdekking van gebouwen Ingeval noch de regels, noch de verbeelding (plankaart) duidelijkheid verschaffen over de wijze van afdekking van gebouwen, mogen gebouwen enkel plat worden afgedekt.

6.2 Bouwvlak Indien voor gronden welke voor bebouwing in aanmerking komen op de verbeelding een bouwvlak is opgenomen, komen uitsluitend de gronden binnen het bouwvlak voor bebouwing in aanmerking, met dien verstande dat bouwwerken geen gebouwen zijnde, ook buiten het bouwvlak zijn toegestaan.

6.3 Maximum bebouwingspercentage Ingeval voor gronden welke voor bebouwing in aanmerking komen noch in de regels, noch op de verbeelding een maximum bebouwingspercentage is vermeld, mogen deze gronden volledig worden bebouwd.

6.4 Maximum bouwhoogte Voor zover in de regels geen bepalingen zijn opgenomen terzake van de maximum toegestane bouwhoogte, gelden de maatvoeringsaanduidingen terzake op de verbeelding.

6.5 Souterrain Een souterrain mag niet hoger reiken dan 2 meter boven peil.

Artikel 7 Algemene afwijkingsregels 7.1 Afwijking toegestane afmetingen, maten en percentages Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van de regels van dit bestemmingsplan voor afwijkingen van toegestane afmetingen, maten (waaronder minimale en maximale afstanden) en percentages tot niet meer dan 10% van die afmetingen, maten en percentages, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid, de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken en de milieusituatie.

14

7.2 Afwijking toegestane bouwhoogte techniek Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van de regels van dit bestemmingsplan ten aanzien van de maximum toegestane bouwhoogte van een gebouw, ten behoeve van technische voorzieningen op het dak, welke noodzakelijk zijn voor het doelmatig functioneren van het bouwwerk, zoals liftopbouwen, lichtkoepels, schoorstenen, antennemasten, luchtverversingsapparatuur, glazenwas installatie e.d., mits de overschrijding van de maximum bouwhoogte niet meer dan 5 meter bedraagt, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

Artikel 8 Overige regels 8.1 Voorwaardelijke verplichting over parkeren Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en het gebruik van gronden of bouwwerken op grond van de regels in hoofdstuk 2 kan uitsluitend worden verleend als voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen, overeenkomstig de 'Beleidsregeling parkeernormen voor auto en fiets gemeente Rotterdam 2022'. Indien dit beleid wordt gewijzigd of herzien, wordt een aanvraag voor een omgevingsvergunning getoetst aan het op dat moment geldende beleid.

15

hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 9 Overgangsrecht 9.1 Overgangsrecht bouwwerken 9.1.1 Aanwezige bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

9.1.2 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10 /.

9.1.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

9.2 Overgangsrecht gebruik 9.2.1 Bestaand gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

9.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

9.2.3 Verboden gebruik Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

9.2.4 Uitzonderingen op het overgangsrecht gebruik Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

16

Artikel 10 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Max Euwelaan 71-79 Rotterdam'.

17

Verbeelding

Legenda Plangebied ţ

^

ļ Plangrens

Enkelbestemmingen |

GD

-1

| Gemengd -1

Dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie 2

Bouwvlakken |

| bouwvlak

Maatvoeringen maximum bouwhoogte (m)

Bestemmingsplan Max Euwelaan 71-79, Rotterdam gemeente Rotterdam schaal: datum: projectnummer: formaat: aantal bladen: bladnummer Identlflcatlenr.

1:500 20 oktober 2023 SR230101 A3

vorige versie: voorontwerp: ontwerp: vaststelling:

05 oktober 2023

1 1 N L.l M RO .0599. BP2233M axEu we71-on01

Bijlage(n) Regels

Inhoudsopgave Bijlage bij regels 1. Toelichting lijst bedrijfsactiviteiten categorie 1 en 2 Bijlage bij regels 2. Staat van bedrijfsactiviteiten Bijlage bij regels 3. Besluit Hogere waarde (PM)

Bijlage bij regels 1. Toelichting lijst bedrijfsactiviteiten categorie 1 en 2

Bijlage 1. Toelichting lijst bedrijfsactiviteiten categorie 1 en 2 Toelichting De Lijst van Bedrijfsactiviteiten geeft aan welke bedrijven binnen het plangebied in beginsel zijn toegestaan. Alle bedrijfsactiviteiten zijn ingedeeld in milieucategorieën, waarbij milieucategorie 1 betekent dat een bedrijfstype weinig potentiële milieuhinder veroorzaakt en milieucategorie 5 of 6 veel milieuhinder veroorzaakt. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft de lijst van bedrijfstypen ingedeeld aan de hand van de Standaard Bedrijfsindeling uit 1993 (SBI'93) van het CBS. Voor de zonering en de bij de zones behorende bedrijfscategorieën is uitgegaan van de VNGpublicatie "Bedrijven en milieuzonering - 2009". Per type bedrijf zijn afstanden gegeven met betrekking tot de milieuhinderaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Voor geluid is aangegeven of sprake is van continu geluid en van activiteiten die op een gezoneerd terrein thuishoren. Voor wat betreft verkeersaantrekkende werking en visuele hinder zijn indices gegeven. De lijst van bedrijfsactiviteiten volgt de publicatie van de VNG, maar met een algemeen verschil. De lijst gaat alleen over activiteiten die in een bedrijfsbestemming zijn toegestaan. Zo zijn bijvoorbeeld sport- en recreatieve voorzieningen niet opgenomen, omdat die in Rotterdam een aparte bestemming zijn.

Voor een uitsplitsing naar afstanden per categorie wordt verwezen naar de VNG-publicatie. In de tabel behorend bij het bestemmingsplan bepaalt de grootste indicatieve afstand de milieucategorie. De aanbevolen indicatieve afstand tussen een bedrijf en woningen: categorie 1: afstand tot woningen 0 of 10 meter categorie 2: afstand tot woningen 30 meter categorie 3.1: afstand tot woningen 50 meter categorie 3.2: afstand tot woningen 100 meter categorie 4.1: afstand tot woningen 200 meter categorie 4.2: afstand tot woningen 300 meter categorie 5.1: afstand tot woningen 500 meter categorie 5.2: afstand tot woningen 700 meter categorie 5.3: afstand tot woningen 1000 meter categorie 6: afstand tot woningen 1500 meter

Bijlage bij regels 2. Staat van bedrijfsactiviteiten

Bedrijfsactiviteiten obv VNG-lijst 2009 aangepast 2014 SBI-1993

milieucategorie 1 en 2

Bestemmingsplan xx 1 í 2

OMSCHRIJVING

SBI-2008

AFSTANDEN IN METERS

2

1581

1071

0

Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:

0

30

0

30

2

1 G

1

30

10

30 C

10

30

2

1 G

1

30

10

30

10

30

2

1 G

1

30

10

30

10

30

2

1 G

1

10

0

30 C

0

30

2

1 G

1

10

10

30

10

30

2

2 G

2

10

10

30

0

30

2

1 G

1

!~ C o

)

1052

BODEM

1552

v isu e e l

CATEGORIE

0

VERKEER

GROOTSTE AFSTAND

1051

GEVAAR

10, 11

1551

STOF

10, 11

15

GELUID

10

GEUR

nummer

aangepast planmer

15

INDICES

VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Zuivelproducten fabrieken: a - consumptie-ijsfabrieken: productieoppervlak « 200 m2 en productiecapaciteit < 30.000 ton í jaar

1581

1071

1

- verdampingscapaciteit < 7.500 kg meel/Week, bij gebruik van charge-ovens

1584

10821

0

Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:

1584

10821

3

1584

10821

6

1586

1083

0

1589.2

1089

0

Soep- en soeparomafabrieken:

1592

110102

0

Vervaardiging van ethylalcohol door gisting:

1593 t/m 1595

1102 t/m 1104

18

14

18

14

VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT

182

141

Vervaardiging van kleding en kledingtoebehoren (excl. van leer)

- cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken, productieoppervlak « 200 m2 - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: productieoppervlak « 200 m2 en productiecapaciteit < a 15.000 ton í jaar Koffiebranderijen en theepakkerijen:

Vervaardiging van wijn, cider e.d.

20 HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D.

20

16

2010.2

16102

205

162902

22

58

22

58

2222.6

18129

2223

1814

A

2223

1814

B

2224

1813

2225

1814

223

182

24

20

0

Houtconserveringsbedrijven: Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUCTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen

10

0

30

0

30

2

1 P

1

Grafische afwerking

0

0

10

0

10

1

1 G

1

Binderijen

30

0

30

0

30

2

2 G

1

Grafische reproductie en zetten

30

0

10

10

30

2

2 G

1

B

Overige grafische activiteiten

30

0

30

10

30 D

2

2 G

1

B

Reproductiebedrijven opgenomen media

0

0

10

0

10

1

1 G

1

10

10

30

10

30

2

2 G

1

10

10

30

10

30

2

1 G

1

30

10

30

10

30

2

1 G

1

30

10

30

10

30

2

1 G

1

30

0

30

0

30

2

1 G

1

1

VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUCTEN

24

20

2442

2120

0

Farmaceutische productenfabrieken:

2442

2120

2

- verbandmiddelenfabrieken

26

23 VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUCTEN

26

23

262,263

232,234

0

262,263

232,234

1

30

26, 28, 33

30

26, 28, 33

30

26, 28, 33

31

26, 27, 33

B

Aardewerkfabrieken: a - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW en productiecapaciteit < 100 ton í dag

L

VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS A

Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie

31

26, 27, 33

VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH.

316

293

Elektrotechnische industrie niet elders genoemd

33

26, 32, 33 VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN

33

26, 32, 33

33

26, 32, 33

36

31

36

31

361

9524

Meubelstoffeerderijen bedrijfsoppervlak < 200 m2

0

10

10

0

10

1

1 P

362

321

Fabricage van munten, sieraden e.d.

30

10

10

10

30

2

1 G

1

363

322

Muziekinstrumentenfabrieken

30

10

30

10

30

2

2 G

2

3663.1

32991

Sociale werkvoorziening

0

30

30

0

30

2

1 P

1

40

35

40

35

40

35

C0

Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen:

40

35

C1

- < 10 MVA

0

0

30 C

10

30

2

1 P

1

40

35

D0

Gasdistributiebedrijven:

40

35

D3

- gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. cat. A

0

0

10 C

10

10

1

1 P

1

40

35

D4

- gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C

0

0

30 C

10

30

2

1 P

1

40

35

E0

Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt:

40

35

E2

- blokverwarming

10

0

30 C

10

30

2

1 P

1

41

36

41

36

41

36

B0

Waterdistributiebedrijven met pompvermogen:

41

36

B1

- < 1 MW

0

0

30 C

10

30

2

1 P

1

45

41,42, 43 3

- aannemersbedrijven met werkplaats: bedrijfsoppervlak 1000 m2

0

10

30

10

30

2

1 G

1

B

B

45

41,42,43

45

41,42, 43

50

45, 47

50

45, 47

501,502,504

451,452, 454

5020.4

45204

A

Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN niet elders genoemd

2

PRODUCTIE EN DISTRIBUTIE VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER

BOUWNIJVERHEID

HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS B

Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven

10

0

30

10

30

2

2 P

1

Autobeklederijen

0

0

10

10

10

1

1 G

1

45205

Autcwasserijen

10

0

30

0

30

2

3 P

1

503, 504

453

Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires

0

0

30

10

30

2

1 P

1

51

46

51

46

GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING

5122

4622

Grth in bloemen en planten

10

10

30

0

30

2

2 G

1

5134

4634

Grth in dranken

0

0

30

0

30

2

2 G

1

5135

4635

Grth in tabaksproducten

10

0

30

0

30

2

2 G

1

5136

4636

Grth in suiker, chocolade en suikerwerk

10

10

30

0

30

2

2 G

1

5137

4637

Grth in koffie, thee, cacao en specerijen

30

10

30

0

30

2

2 G

1

4638, 4639

Grth in overige voedings- en genotmiddelen

10

10

30

10

30

2

2 G

1

464, 46733

Grth in overige consumentenartikelen

10

10

30

10

30

2

2 G

1

4673

Grth in hout en bouwmaterialen:

514 5153

B

WINNING EN DISTRIBUTIE VAN WATER

5020.5

5138, 5139

B

0

Bedrijfsactiviteiten obv VNG-lijst 2009 aangepast 2014 SBI-1993

milieucategorie 1 en 2

Bestemmingsplan xx 2 Z 2

OMSCHRIJVING

SBI-2008

AFSTANDEN IN METERS

2

1 G

1

0

10

30

0

30

2

1 G

1

30

0

30

2

1 G

1

30

30 R

30

2

1 G

1

30

10

30

2

2 G

2

0

30

0

30

2

2 G

1

0

0

10

10

10

1

1 P

1

zand en grind:

5153.4

46735

6

- algemeen: bedrijfsoppervlak « 200 m2

5154

4674

0

Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur:

5154

4674

2

- algemeen: bedrijfsoppervlak < = 2.000 m2

0

0

5155.2

46752

Grth in kunstmeststoffen

30

30

5156

4676

Grth in overige intermediaire goederen

10

10

519

466,469

Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.

0

52

47 47

DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN

527

952

Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)

55

55 LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING

55

55

5551

5629

Kantines

10

0

10 C

10

10 D

1

1 P

1

5552

562

Cateringbedrijven

10

0

30 C

10

30

2

1 G/P

1

60

49

60

49

VERVOER OVER LAND

6022

493

Taxibedrijven

0

0

30 C

0

30

2

2 P

1

603

495

Pomp- en compressorstations van pijpleidingen

0

0

30 C

10

30 D

2

1 P

1

63

52 0

0

30 C

10

30

2

2 G

1

10

0

30 C

0

30

2

3 P

1

B

DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER

63

52

6312

52109

B

6321

5221

1

64

64

Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) Autoparkeerterreinen, parkeergarages, met een oppervlakte van 100 ha of meer of een a bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m3 of meer

L

53

641

531,532

Post- en koeriersdiensten

0

0

30 C

0

30

2

2 P

1

642

61

A

Telecommunicatiebedrijven

0

0

10 C

0

10

1

1 P

1

642

61

B0

zendinstallaties: 0

0

0 C

10

10

1

1 P

2

0

0

o

O

POST EN TELECOMMUNICATIE

64

10

10

1

1 P

2

642

61

B2

- FM en TV

642

61

B3

- GSM en UMTS-steunzenders (indien bouwvergunningplichtig)

71

77

71

!~ C o

)

GELUID

STOF

- algemeen: bedrijfsoppervlak « 2000 m2

4

BODEM

30

2

46735

v isu e e l

CATEGORIE

10

4673

5153.4

VERKEER

GROOTSTE AFSTAND

30

GEVAAR

10

GEUR

nummer

aangepast planmer

0

5153

52

INDICES

VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN

77

711

7711

Personenautoverhuurbedrijven

10

0

30

10

30

2

2 P

1

714

772

Verhuurbedrijven voor roerende goederen niet elders genoemd

10

10

30

10

30 D

2

2 G

2

72

62

72

62

72

62

A

Computerservice- en informatietechnologie-bureaus e.d.

0

0

10

0

10

1

1 P

1

72

B

Datacentra

0

0

30 C

0

30

2

1 P

1

74

58, 63 63, 69tm71,73, 74, 77, 78, 80tm82 63, 69tm71,73, 74, 77, 78, 80tm82

7481.3

74203

Foto- en filmontwikkelcentrales

10

0

30 C

10

30

2

2 G

1

7484.4

82992

Veilingen voor huisraad, kunst e.d.

0

0

10

0

10

1

2 P

1

90

37, 38, 39

90

37, 38, 39

9001

3700

A0

RWZI's en gierverwerkingsinrichting, met afdekking voorbezinktanks:

9001

3700

B

rioolgemalen

30

0

10 C

0

30

2

1 P

1

9002.2

382

A0

Afvalverwerkingsbedrijven:

9002.2

382

A7

10

10

30

30 R

30

2

1 G

1

B

L

93

93 B

L

74

COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE

OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING B

MILIEUDIENSTVERLENING

a - verwerking fotochemisch en galvano-afval OVERIGE DIENSTVERLENING

93

96

9301.2

96012

Chemische wasserijen en ververijen

30

0

30

30 R

30

2

2 G

1

9301.3

96013

A

Wasverzendinrichtingen

0

0

30

0

30

2

1 G

1

9301.3

96013

B

Wasserettes, wassalons

0

0

10

0

10

1

1 P

1

9302

9602

Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten

0

0

10

0

10

1

1 P

1

9305

9609

Persoonlijke dienstverlening niet elders genoemd

0

0

10 C

0

10 D

1

1 P

1

B

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=ce4c15e9-ccfb-4670-8b51-0ccaa12f0475