[24bb003069] Bijlage 2 behorende bij 24bb003074 - Bijlagenboek Waterstoftankstation RTHA
Tekst van het document
RBS (hoofdgroep) Lijst van Mobiele bron, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Red 31 Red 63 Red 125 Red 250 Red 500 Red 1k Red 2k Red 4k Red 8k Lwr 31 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 61,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 61,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 65,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 65,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 65,00
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: De Geluidpraktijk
Lwr 63 68,00 68,00 72,00 72,00 72,00
25-10-2023 09:47:11
Bijlage 1 Invoergegevens rekenmodel Model: Groep: Naam 01 02 03 04 05
RBS (hoofdgroep) Lijst van Mobiele bron, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Lwr 125 Lwr 250 Lwr 500 74,00 75,00 79,00 74,00 75,00 79,00 78,00 79,00 83,00 78,00 79,00 83,00 78,00 79,00 83,00
Lwr 1k 87,00 87,00 91,00 91,00 91,00
Lwr2k Lwr4k 85,00 76,00 85,00 76,00 89,00 80,00 89,00 80,00 89,00 80,00
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: De Geluidpraktijk
Lwr 8k Lwr Totaal 67,00 90,03 67,00 90,03 71,00 94,03 71,00 94,03 71,00 94,03
25-10-2023 09:47:11
Bijlage 1 Invoergegevens rekenmodel - (IH) Model: Groep:
Indirecte hinde (hoofdgroep) Lijst van Mobiele bron, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie
Naam Omschr. 01 Personenwagen/lichte voertuigen (1507o) 02 Personenwagen/lichte voertuigen (1507o) 03 Personenwagen/lichte voertuigen ÇĪOVo) 04 Vrachtwagens/bussen (1507o) 05 Vrachtwagens/bussen (1507o)
Vorm Polylijn Polylijn Polylijn Polylijn Polylijn
X-1 89051,58 89051,22 89051,08 89236,48 88969,67
Y-1 440449,62 440449,71 440449,70 440412,33 440136,63
ISOJH 0,75 0,75 0,75 1,00 1,00
ISO M. 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
06
Polylijn
88877,34
440474,37
1,00
0,00
Vrachtwagens/bussen (7007o)
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: De Geluidpraktijk
25-10-2023 09:52:07
Bijlage 1 Invoergegevens rekenmodel - (IH) Model: Groep:
Indirecte hinde (hoofdgroep) Lijst van Mobiele bron, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie
Naam 01 02 03 04 05
Hdef. Aantal(D) Aantal(A) Aantal(N) Relatief 129 41 19 Relatief 129 41 19 Relatief 610 192 87 Relatief 14 4 2 Relatief 14 4 2
Cb(D) 25,15 25,16 18,46 34,84 34,81
Cb(A) 25,36 25,37 18,71 35,51 35,48
Cb(N) Gem.snelheid Max.afst. 31,71 35 10,00 31,72 35 10,00 25,16 35 10,00 41,53 35 10,00 41,50 35 10,00
06
Relatief
28,20
29,00
35,02
65
18
9
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: De Geluidpraktijk
35
10,00
25-10-2023 09:52:07
Bijlage 1 Invoergegevens rekenmodel - (IH) Model: Groep:
Indirecte hinde (hoofdgroep) Lijst van Mobiele bron, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie
Naam 01 02 03 04 05
Lw 31 61,00 61,00 61,00 65,00 65,00
Lw 63 Lw 125 Lw 250 Lw 500 68,00 74,00 75,00 79,00 68,00 74,00 75,00 79,00 68,00 74,00 75,00 79,00 72,00 78,00 79,00 83,00 72,00 78,00 79,00 83,00
Lw 1k 87,00 87,00 87,00 91,00 91,00
Lw 2k 85,00 85,00 85,00 89,00 89,00
Lw 4k 76,00 76,00 76,00 80,00 80,00
Lw 8k Lw Totaal Red 31 67,00 90,03 0,00 67,00 90,03 0,00 67,00 90,03 0,00 71,00 94,03 0,00 71,00 94,03 0,00
06
65,00
72,00
91,00
89,00
80,00
71,00
78,00
79,00
83,00
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: De Geluidpraktijk
94,03
0,00
25-10-2023 09:52:07
Bijlage 1 Invoergegevens rekenmodel - (IH) Model: Groep:
Indirecte hinde (hoofdgroep) Lijst van Mobiele bron, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie
Naam 01 02 03 04 05
Red 63 Red 125 Red 250 Red 500 Red 1k Red 2k Red 4k Red 8k Lwr31 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 61,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 61,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 61,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 65,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 65,00
06
0,00
0,00
0,00
0,00
0,00
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: De Geluidpraktijk
0,00
0,00
0,00
65,00
Lwr63 Lwr 125 68,00 74,00 68,00 74,00 68,00 74,00 72,00 78,00 72,00 78,00 72,00
78,00
25-10-2023 09:52:07
Bijlage 1 Invoergegevens rekenmodel - (IH) Model: Groep: Naam 01 02 03 04 05 06
Indirecte hinde (hoofdgroep) Lijst van Mobiele bron, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Lwr 250 Lwr 500 75,00 79,00 75,00 79,00 75,00 79,00 79,00 83,00 79,00 83,00 79,00
83,00
Lwr 1k 87,00 87,00 87,00 91,00 91,00
Lwr2k 85,00 85,00 85,00 89,00 89,00
Lwr4k 76,00 76,00 76,00 80,00 80,00
Lwr 8k Lwr Totaal 67,00 90,03 67,00 90,03 67,00 90,03 71,00 94,03 71,00 94,03
91,00
89,00
80,00
71,00
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: De Geluidpraktijk
94,03
25-10-2023 09:52:07
Bijlage 2
Bijlage 2 LAr,LT Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Resultatentabel RBS LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Ja
Naam Toetspunt 01 A 01 B 02 A 02 B 03..A
Omschrijving Referentiepunt noordzijde Referentiepunt noordzijde Referentiepunt oostzijde Referentiepunt oostzijde Referentiepunt zuidzijde
X 89012,00 89012,00 89087,03 89087,03 89099,00
Y Hoogte Dag Avond Nacht Etmaal Lí 440530,84 1,50 40,3 39,7 38,6 48,6 64,1 440530,84 5,00 41,8 41,3 40,2 50,2 63,8 440468,30 1,50 45,1 44,2 43,1 53,1 68,4 440468,30 5,00 47,5 46,6 45,4 55,4 68,2 440371,42 1,50 42,7 41,6 40,6 50,6 65,2
03 B 04 A 04 B 05 A 05..B
Referentiepunt zuidzijde Referentiepunt westzijde Referentiepunt westzijde Vliegveldweg 41 Vliegveldweg 41
89099,00 88958,56 88958,56 88977,79 88977,79
440371,42 440387,65 440387,65 440264,28 440264,28
5,00 1,50 5,00 1,50 5,00
44,9 40,8 42,3 30,1 36,9
43,7 39,9 41,6 29,2 36,0
42,9 38,5 40,0 26,3 34,7
52,9 48,5 50,0 36,3 44,7
65,2 64,5 65,0 57,9 60,2
06 A 06 B 07 A 07 B 08..A
Schielandstraat 40 Schielandstraat 40 Delflandstraat 39 Delflandstraat 39 Delflandstraat 40
89107,28 89107,28 89132,90 89132,90 89153,82
440121,40 440121,40 440137,56 440137,56 440150,69
1,50 5,00 1,50 5,00 1,50
28,2 28,6 28,0 28,4 28,0
27,5 27,8 27,2 27,7 27,2
26,1 26,4 25,7 26,1 25,6
36,1 36,4 35,7 36,1 35,6
53,1 53,4 53,3 53,6 53,3
08 B 09 A 09 B 10 A 10 B
Delflandstraat 40 Rhijnsburgstraat 39 Rhijnsburgstraat 39 Achterdijk 5 Achterdijk 5
89153,82 89183,62 89183,62 88870,32 88870,32
440150,69 440169,13 440169,13 440409,17 440409,17
5,00 1,50 5,00 1,50 5,00
28,4 28,7 29,1 33,6 34,5
27,7 28,0 28,4 32,7 33,7
26,1 26,6 27,0 31,3 32,2
36,1 36,6 37,0 41,3 42,2
53,6 53,5 53,9 59,7 59,9
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: De Geluidpraktijk
25-10-2023 09:48:12
Bijlage 2 LAmax Rapport: Model: Groep:
Resultatentabel RBS LAmax totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep)
Naam Toetspunt 01 A 01 B 02 A 02 B 03..A
Omschrijving Referentiepunt noordzijde Referentiepunt noordzijde Referentiepunt oostzijde Referentiepunt oostzijde Referentiepunt zuidzijde
X 89012,00 89012,00 89087,03 89087,03 89099,00
Y Hoogte Dag Avond Nacht 440530,84 1,50 58,4 58,4 58,4 440530,84 5,00 61,0 61,0 61,0 440468,30 1,50 58,8 58,8 58,8 440468,30 5,00 61,4 61,4 61,4 440371,42 1,50 56,6 56,6 56,6
03 B 04 A 04 B 05 A 05..B
Referentiepunt zuidzijde Referentiepunt westzijde Referentiepunt westzijde Vliegveldweg 41 Vliegveldweg 41
89099,00 88958,56 88958,56 88977,79 88977,79
440371,42 440387,65 440387,65 440264,28 440264,28
5,00 1,50 5,00 1,50 5,00
59,2 52,4 56,1 43,8 49,2
59,2 52,4 56,1 43,8 49,2
59,2 52,4 56,1 43,8 49,2
06 A 06 B 07 A 07 B 08..A
Schielandstraat 40 Schielandstraat 40 Delflandstraat 39 Delflandstraat 39 Delflandstraat 40
89107,28 89107,28 89132,90 89132,90 89153,82
440121,40 440121,40 440137,56 440137,56 440150,69
1,50 5,00 1,50 5,00 1,50
39,3 40,7 39,9 41,2 40,1
39,3 40,7 39,9 41,2 40,1
39,3 40,7 39,9 41,2 40,1
08 B 09 A 09 B 10 A 10 B
Delflandstraat 40 Rhijnsburgstraat 39 Rhijnsburgstraat 39 Achterdijk 5 Achterdijk 5
89153,82 89183,62 89183,62 88870,32 88870,32
440150,69 440169,13 440169,13 440409,17 440409,17
5,00 1,50 5,00 1,50 5,00
41,4 40,5 41,8 47,5 49,5
41,4 40,5 41,8 47,5 49,5
41,4 40,5 41,8 47,5 49,5
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: De Geluidpraktijk
25-10-2023 09:48:29
Bijlage 2 LAeq - indirecte hinder Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Resultatentabel Indirecte hinde LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Ja
Naam Toetspunt 05 A 05 B 06 A 06 B 07..A
Omschrijving Vliegveldweg 41 Vliegveldweg 41 Schielandstraat 40 Schielandstraat 40 Delflandstraat 39
X 88978,70 88978,70 89107,28 89107,28 89132,90
Y Hoogte Dag Avond Nacht Etmaal Lí 440262,12 1,50 41,4 41,1 34,7 46,1 69,7 440262,12 5,00 44,3 43,9 37,6 48,9 70,1 440121,40 1,50 29,7 29,3 23,0 34,3 60,3 440121,40 5,00 30,0 29,7 23,3 34,7 59,9 440137,56 1,50 29,3 29,0 22,6 34,0 60,0
07 B 08 A 08 B 09 A 09..B
Delflandstraat 39 Delflandstraat 40 Delflandstraat 40 Rhijnsburgstraat 39 Rhijnsburgstraat 39
89132,90 89153,82 89153,82 89183,62 89183,62
440137,56 440150,69 440150,69 440169,13 440169,13
10 A 10..B
Achterdijk 5 Achterdijk 5
88870,32 440409,17 88870,32 440409,17
5,00 1,50 5,00 1,50 5,00
29,9 29,3 29,8 28,5 29,0
29,6 29,0 29,5 28,1 28,7
23,2 22,6 23,2 21,8 22,3
34,6 34,0 34,5 33,1 33,7
59,6 59,9 59,4 58,8 58,5
1,50 36,8 5,00 39,1
36,4 38,8
30,1 32,4
41,4 63,2 43,8 63,3
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: De Geluidpraktijk
25-10-2023 09:50:43
Bijlage 3
hydrant
Definitief Ontwerp Locatie Rotterdam Zestienhoven Situatietekening Nieuw
Bijlage 2 - Verkennend natuuronderzoek
Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Oriënterend onderzoek in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur
MsĚIêě
SWECO
Lijst met aanpassingen Versie
Datum
Beschrijving van de wijziging
D1
27-06-2023
Opstellen concept rapport
Sweco Nederland B.V. Onderwerp
Fountain Fuel - Rotterdam The
Projectnummer
51009441
Klant
Fountain Fuel BV
Versie
D1
Datum
27-06-2023
Auteur
Raisja Spijker
Documentnummer
NL23-648800269-53718
Hague Airport
Gecontroleerd door
Mark Grutters
Vrijgegeven door
Pauline Maas
Inhoudsopgave 1
Inleiding......................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding............................................................................................................. 4 1.1 Kader van het onderzoek.................................................................................... 4 1.2 Ligging en beschrijving plangebied..................................................................... 4 1.3 Voorgenomen werkzaamheden/activiteiten.........................................................6 1.2 Biodiversiteit........................................................................................................ 7 1.3 Leeswijzer........................................................................................................... 7
2
Wet natuurbescherming: Natura 2000-gebieden........................................................... 8 2.1 Toetsingskader.................................................................................................... 8 2.2 Inventarisatie....................................................................................................... 8 2.3 Analyse van de mogelijke effecten..................................................................... 9 2.4 Conclusie van mogelijke effecten...................................................................... 10
3
Wet natuurbescherming: soortenbescherming............................................................11 3.1 Toetsingskader.................................................................................................. 11 3.2 Methode............................................................................................................ 11 3.3 Resultaten en effectanalyse.............................................................................. 12 3.3.1 Planten................................................................................................. 12 3.3.2 Vleermuizen......................................................................................... 12 3.3.3 Grondgebonden zoogdieren................................................................ 14 3.3.4 Vogels.................................................................................................. 15 3.3.5 Vissen.................................................................................................. 17 3.3.6 Amfibieën............................................................................................. 17 3.3.7 Reptielen.............................................................................................. 18 3.3.8 Ongewervelden.................................................................................... 18
4
Regionaal natuurbeleid...............................................................................................20 4.1 Provinciaal beleid.............................................................................................. 20 4.1.1 Toetsingskader.................................................................................... 20 4.1.2 Inventarisatie, analyse en toetsing....................................................... 20
5
Conclusies................................................................................................................... 23 5.1 Wet natuurbescherming.................................................................................... 23 5.1.1 Gebiedsbescherming...........................................................................23 5.1.2 Soortbescherming................................................................................ 23 5.2 Natuurbeleidskaders......................................................................................... 24 5.2.1 Provinciaal beleid.................................................................................. 24 5.3 Uitvoerbaarheid project..................................................................................... 24 5.4 Samenvattende tabel........................................................................................ 25
6
Referenties.................................................................................................................. 27
Bijlage 1 Wettelijk kader
3/27
SWECOZ^
1
Inleiding
1.1 Aanleiding Fountain Fuel B.V. is voornemens een inrichting aan de Zaventembaan te Rotterdam, op het terrein van Rotterdam The Hague Airport op te richten. In de huidige situatie is sprake van braakliggend terrein. Het is de bedoeling om hier waterstof af te leveren aan voertuigen. De inrichting wordt ontsloten via de entree van het vliegveld via de Vliegveldweg. Wanneer bij werkzaamheden beschermde plant- of diersoorten of beschermde gebieden in het geding kunnen zijn, dienen de mogelijke effecten te worden getoetst aan de wet- en regelgeving voor natuur. Om inzichtelijk te maken of de kans bestaat dat dit het geval is bij de voorgenomen plannen, is dit verkennende natuuronderzoek uitgevoerd.
1.1
Kader van het onderzoek
Projecten of handelingen dienen te worden getoetst aan de wet- en regelgeving voor natuur als op voorhand niet is uit te sluiten dat mogelijk beschermde natuurwaarden worden aangetast. De natuurbescherming in Nederland bestaat uit de volgende kaders: *
Wet natuurbescherming: * Natura 2000-gebieden; * *
*
*
soorten; houtopstanden;
Provinciaal beleid: * Natuurnetwerk Nederland (NNN); * andere provinciaal beschermde gebieden buiten het NNN; Gemeentelijk beleid.
Het verkennend onderzoek is erop gericht om een eerste inzicht te krijgen in de mogelijke effecten van het plan op beschermde natuurwaarden in en om het plangebied. Toetsing heeft plaatsgevonden op beschermde Natura 2000gebieden, beschermde soorten en op de provinciale natuurbeleidskaders. Aan houtopstanden is niet getoetst omdat ervoor het plan geen bomen gekapt gaan worden. In het rapport worden de mogelijke vervolgstappen besproken die moeten worden genomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Een verkennend natuuronderzoek heeft een geldigheid van 2 tot 3 jaar, tenzij de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd.
1.2 Ligging en beschrijving plangebied Het plangebied is gelegen aan de zuidwestzijde van Rotterdam The Haque Airport in de gemeente Rotterdam, provincie Zuid-Holland zie Figuur 1.1. Het onderzoeksgebied is een ruigteveldje (zie Figuur 1.2) met vanaf de Zaventembaan gezien eerst grassen en richting de watergangen komt hier steeds meer riet en opschot van populier tussen te staan. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrenst door een bomenrij. Langs het zuiden loopt een watergang en binnen het onderzochte gebied ligt ook een sloot.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Projectnummer: 51009441 Datum: 27-06-2023 Document referentie: NL23-648800269-53718
Versie: D1 4/27
SWECOZ^
Ten zuiden is een waterpartij aanwezig met een aantal bomen en een rietkraag, het gras daaromheen wordt beheerd als gazon. Daarnaast is er op het zuidelijke deel wat puin aanwezig bestaande uit stenen/beton.
Figuur 1.1 Ligging van het plangebied rood omkaderd. I—I Plangebied
Ligging locatie Rotterdam The Hague Airport
Figuur 1.2 Ligging van het onderzoeksgebied.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Projectnummer: 51009441 Datum: 27-06-2023 Document referentie: NL23-648800269-53718
Versie: D1 5/27
SWECO
zš
Figuur 1.3 Impressie van het plangebied.
1.3 Voorgenomen werkzaamheden/activiteiten De benodigde werkzaamheden zijn niet bekend. De verwachting is dat het gehele plangebied bouwrijp gemaakt dient te worden en alle vegetatie verwijderd dient te worden. Zie Figuur 1.4 voor een impressie van de toekomstige situatie.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Flaque Airport Projectnummer: 51009441 Datum: 27-06-2023 Document referentie: NL23-648800269-53718
Versie: D1 6/27
SWECOZ^
Figuur 1.4 Toekomstige situatie.
1.2
Biodiversiteit
Wij zien biodiversiteit als een onlosmakelijk onderdeel van een duurzame gebiedsontwikkeling. Het is essentieel vooreen gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving voor mens en dier. In onze visie zijn er bij elke ruimtelijke ontwikkeling mogelijkheden om natuurinclusief te ontwerpen, bouwen en handelen om zo de biodiversiteit te stimuleren.
1.3
Leeswijzer
In volgende hoofdstukken worden de bevindingen weergeven van het verkennend natuuronderzoek voor de hoofdaspecten Natura 2000 (hoofdstuk 2), soortenbescherming (hoofdstuk 3) en provinciaal beleid (hoofdstuk 4). De toetsingskaders bij het beleid worden uitgebreider beschreven in Bijlage 1.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Projectnummer: 51009441 Datum: 27-06-2023 Document referentie: NL23-648800269-53718
Versie: D1 7/27
SWECOZ^
2 Wet natuurbescherming: Natura 2000gebieden 2.1
Toetsingskader
De Natura 2000-gebieden zijn de gebieden die op grond van de Europese Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn zijn aangewezen. De essentie van het beschermingsregime is dat de duurzame instandhouding van soorten en habitattypen binnen de Europese Unie wordt gewaarborgd vanuit een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In het aanwijzingsbesluit van LNV is aangegeven welke natuurwaarden kwalificerend zijn op grond van de Habitatrichtlijn en/of Vogelrichtlijn. Hierin zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor natuurlijke habitattypen en/of soorten. Voor habitattypen en leefgebieden van soorten die zich al op het gewenste niveau (kwalitatief en kwantitatief) kunnen behoudsdoelstellingen bestaan. Voor habitattypen en leefgebieden van soorten die nog niet het gewenste niveau hebben bereikt, kunnen uitbreidings- en/of verbeterdoelstellingen bestaan. In dit verkennend natuuronderzoek wordt getoetst of plannen negatieve gevolgen kunnen hebben voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen voorde soorten of habitattypen voorde het betreffende Natura 2000-gebieden. Wanneer effecten niet op voorhand zijn uit te sluiten kunnen de volgende vervolgstappen aan de orde zijn, zijnde een voortoets, passende beoordeling of ADC-toets. In Bijlage 1 wordt het toetsingskader in meer detail beschreven.
Bij de toetsing is gekeken naar de Natura 2000-gebieden tot op 25 km1 afstand van het plangebied. Dit is ruim voldoende om effecten door eventuele externe werking te voldoende mee te nemen. Enkel effecten door stikstofdepositie kunnen verder reiken.
2.2
Inventarisatie
Voorde inventarisatie van Natura 2000-gebieden is gebruik gemaakt van de Natura 2000-kaart, zoals beschikbaar via het Nationaal Georegister. Alle Natura 2000-gebieden binnen een straal van 25 km zijn in beeld gebracht. Het Natura 2000-gebied Oude Maas is het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied op circa 10,6 km afstand van het plangebied, zie Figuur 2.1. Binnen een straal van 25 kilometer zijn 11 Natura 2000-gebieden geleden. Een overzicht van deze gebieden en kilometer afstanden tot het plangebied zijn weergegeven in Tabel 2-1.
De Oude Maas is een rivier die onder invloed van eb en vloed staat. De smalle uiterwaarden vormen het grootste, nog resterende zoetwatergetijdengebied van ons land. Door afsluiting van het Haringvliet is de getijdendynamiek afgenomen. Hoge delen van het gebied worden daarom bij getijden hoogwaters niet meer regelmatig overspoeld. De gebieden bestaan uit getijdengrienden, wilgenbossen en vochtige terreinen met een riet- en ruigtevegetaties. De Oude Maas is een habitatrichtlijngebied en is aangewezen voorde volgende habitattypen en habitatrichtlijnsoorten; Slikkige rivieroevers, Ruigten en zomen, Vochtige alluviale bossen, Bever en Noordse woelmuis. De habitattypen Ruigten en zomen en Vochtige alluviale bossen zijn stikstofgevoelig.1
1 https://www.riiksoverheid.nl/actueel/
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Projectnummer: 51009441 Datum: 27-06-2023 Document referentie: NL23-648800269-53718
Versie: D1 8/27
SWECOZ^
Figuur 2.1
Ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied Oude Maas.
Tabel 2-1
Natura 2000-gebieden binnen 25 km
Nr.
Naam
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
Oude Maas Boezems Kinderdijk Solleveld 8, Kapittelduinen Haringvliet Westduinpark 8, Wapendal Oudeland van Strijen Meijendel 8, Berkheide De Wilck Voornes Duin Donkse Laagten Broekvelden, Vettenbroek 8, Polder Stein
2.3
Benadering afstand (km) 10,6 15,6 16,7 17,8 18,2 18,7 19,1 19,6 22,4 22,6 23,3
Analyse van de mogelijke effecten
De Natura 2000-gebieden liggen op ten minste 10,6 km afstand van het plangebied. Geluid en beweging die met werkzaamheden gepaard gaan, reiken tot enkele honderden meters ver. Gezien de afstand tot de Natura 2000gebieden zijn negatieve effecten van geluid en beweging op de instandhoudingsdoelstellingen op voorhand uítte sluiten. De werkzaamheden in het plangebied resulteren niet in een oppervlakteverlies van het Natura 2000gebied, evenmin veroorzaakt het versnippering voor aangewezen soorten, verontreiniging en verdroging. De werkzaamheden leiden niet tot verstoring door verlichting en door mechanische effecten.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Projectnummer: 51009441 Datum: 27-06-2023 Document referentie: NL23-648800269-53718
Versie: D1 9/27
SWECOZ^
Stikstofemissie kan optreden tijdens zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. Deze emissie kan zich verplaatsen overgrote afstand en zodoende resulteren in stikstofdeposities in Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen.
2.4
Conclusie van mogelijke effecten
Gezien de ligging van het plangebied ten opzichte van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied Oude Maas, zijn negatieve effecten van geluid en beweging op de instandhoudingsdoelstellingen op voorhand uítte sluiten. De werkzaamheden in het plangebied resulteren niet in een oppervlakteverlies van het Natura 2000-gebied, evenmin veroorzaakt het versnippering voor aangewezen soorten, verontreiniging en verdroging. De werkzaamheden leiden niet tot verstoring door verlichting en door mechanische effecten. Uit de analyse blijkt dat er mogelijk een toename aan stikstofdepositie kan optreden. Het uitvoeren van een AERIUS-berekening is noodzakelijk om uitsluitsel te geven over een eventuele toe- of afname aan stikstofdepositie tijdens de aanleg- en gebruiksfase. Op basis van de resultaten van een AERIUS-berekening dient te worden bepaald of aanvullend onderzoek naarde effecten van stikstofdepositie in de vorm van een voortoets of passende beoordeling benodigd is, of dat het project zonder aanvullend effectonderzoek doorgang kan vinden. Het stikstofonderzoek wordt in een separaat rapport aangeleverd.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Projectnummer: 51009441 Datum: 27-06-2023 Document referentie: NL23-648800269-53718
Versie: D1 10/27
SWECO İ5
3 Wet natuurbescherming: soortenbescherming 3.1
Toetsingskader
Soortenbescherming is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). De beschermde soorten in Nederland zijn in te delen in drie categorieën: soorten van de Vogelrichtlijn, soorten van de Habitatrichtlijn en Andere beschermde soorten. Het is verboden soorten van de eerste twee categorieën te vangen, doden, verstoren of hun vaste rust- en verblijfplaatsen aan te tasten. Verbodsbepalingen ten aanzien van de verstoring zijn niet van toepassing op soorten uit de derde categorie. Soorten uit de laatste categorie kunnen door het bevoegd gezag onder voorwaarden vrijgesteld worden van de verbodsbepalingen. Het toetsingskader voor soortenbescherming wordt nader beschreven in Bijlage 1.
3.2
Methode
Het actueel en potentieel voorkomen van beschermde soorten in het plangebied is onderzocht middels een bronnenonderzoek en een oriënterend veldbezoek. Op basis hiervan is een habitatgeschiktheidsbeoordeling gedaan. Vanwege de te verwachten effecten zijn de (potentiële) aanwezigheid van beschermde soorten en de effecten hierop tot 25 meter van het plangebied onderzocht. Bronnenonderzoek Het bronnenonderzoek heeft als doel een overzicht te verkrijgen van de beschikbare informatie met betrekking tot het voorkomen van beschermde soorten in de plangebieden en omgeving. Hiervoor zijn onder andere landelijke (digitale) verspreidingsatlassen (waaronder de NDFF-Verspreidingsatlas2), regionale verspreidingsatlassen en, wanneer beschikbaar, voorgaande onderzoeken geraadpleegd. Ook is data direct uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) gebruikt van de afgelopen 5 jaar. Habitatgeschiktheidsbeoordeling Op basis van beschikbare gegevens en een oriënterend veldbezoek is de geschiktheid van biotopen voor beschermde soorten beoordeeld. Deze beoordeling brengt samen met het bronnenonderzoek de beschermde soorten(groepen) in beeld die in de plangebieden (kunnen) voorkomen. Het veldbezoek heeft plaats gevonden op 23 mei 2023 door Raisja Spijker, deskundig ecoloog van Sweco. Ten tijde van het veldbezoek was het droog, geheel bewolkt, 13 graden met windkracht 4 uit het noorden.
Analyse en toetsing van mogelijke effecten Op basis van het bronnenonderzoek en de habitatgeschiktheidsbeoordeling is een inschatting gemaakt in hoeverre de te verwachten soort(groepen)en en/of het geschikte biotoop beïnvloed wordt of kunnen worden door de voorgenomen activiteit. Hieruit is duidelijk geworden voor welke soort(groepen) nader (veld)onderzoek en eventueel het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wnb aan de orde is.
2 www.verspreidingsatlas.nl
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Projectnummer: 51009441 Datum: 27-06-2023 Document referentie: NL23-648800269-53718
Versie: D1 11/27
SWECOZ^
Niet-beschermde Rode lijst-soorten die in de plangebieden (kunnen) voorkomen, zoals diverse soorten paddenstoelen en vaatplanten, zijn niet in het onderzoek betrokken omdat deze soorten niet relevant zijn voor toetsing aan de Wnb. Zij kunnen echter wel worden benoemd ten behoeve van bovenwette lijke maatregelen.
3.3
Resultaten en effectanalyse
In de volgende paragrafen wordt het mogelijk voorkomen van beschermde soorten uit de verschillende soortgroepen besproken.
3.3.1
Planten
Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten De NDFF toont geen waarnemingen van beschermde soorten in de omgeving van het plangebied. Beschermde soorten komen voornamelijk voor in stabiele (voedselarme) habitattypen, zoals duinen, heiden en venen. Dergelijke biotopen zijn in het plangebied niet aanwezig. Soorten die tijdens het veldbezoek zijn aangetroffen, duiden op een voedselrijke bodem, zoals; robbertskruid (spec.), wikke (spec.), kaardebol (spec.), gele klaver, braam en populier (spec.).
Analyse en toetsing van mogelijke effecten Op basis van de aanwezige planten en het gebruik van de percelen wordt uitgesloten dat er beschermde planten aanwezig zijn in het plangebied. Er is geen sprake van geschikte biotopen voor beschermde soorten. Aanvullend onderzoek naarde aan- dan wel afwezigheid van beschermde planten is niet nodig. Ook is een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming met betrekking tot planten niet nodig.
3.3.2
Vleermuizen
Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten De NDFF toont waarnemingen van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en watervleermuis in de omgeving van het plangebied. Daarnaast worden tevens de meervleermuis en gewone grootoorvleermuis verwacht in en in de omgeving van het plangebied. Overige soorten worden op basis van hun landelijke verspreiding uitgesloten.
Vaste rust- en voorplantingsplaatsen Vaste rust- en voorplantingsplaatsen van vleermuizen zijn op basis van de keuze in verblijfplaatsen globaal in twee soorten te verdelen: soorten die hun verblijfplaats in gebouwen hebben en vleermuizen die hun verblijfplaats in bomen hebben.
Gebouwbewonende vleermuizen Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten Gebouwbewonende soorten, zoals de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis, hebben hun verblijfplaatsen in allerlei kleine holten in gebouwen, zoals in een spouwmuur en achter gevelbetimmering.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Projectnummer: 51009441 Datum: 27-06-2023 Document referentie: NL23-648800269-53718
Versie: D1 12/27
SWECOZ^
Analyse en toetsing van mogelijke effecten vaste rust- en verblijfplaatsen Binnen het plangebied zijn geen geschikte bouwwerken aanwezig voor gebouwbewonende vleermuizen. Een negatief effect op vaste rust- en voortplantingsplaatsen van gebouwbewonende soorten is hiermee uitgesloten.
Boombewonende vleermuizen Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten Boombewonende vleermuizen, zoals de watervleermuis, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis, hebben hun verblijfplaatsen onder ander in holtes en achter loszittende bast in bomen. Er zijn bomen aanwezig langs de rand het plangebied. Het was ten tijde van het bezoek niet goed te bepalen of deze bomen potentieel geschikt zijn voor vleermuizen.
Analyse en toetsing van mogelijke effecten vaste rust- en verblijfplaatsen De bomen worden, voorzover bekend, niet gekapt. De werkzaamheden kunnen leiden tot verstoring leiden bij verblijfplaatsen van boombewonende soorten indien er gebruik wordt gemaakt van bouwverlichting. Het is nodig om mitigerende maatregelen te treffen om verstoring (Wnb art. 3.5 lid 2) - in het geval van het gebruik van (bouw)verlichting tijdens de werkzaamheden - op mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen te voorkomen. Dit kan door (bouw)verlichting niet te richten op omliggende groenstructuren c.q. bomen tussen één uur voor zonsondergang en één uur na zonsopkomst in de periode maart tot en met oktober. Wanneer deze methode niet kan worden toegepast, is nader onderzoek naar verblijfplaatsen noodzakelijk en mogelijk een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming nodig. De mitigerende maatregelen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol.
Foerageergebied en vliegroutes Naast verblijfplaatsen zijn ook foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen beschermd, indien deze van essentieel belang zijn voor het functioneren van een lokale populatie. Verschillende soorten vleermuizen maken gebruik van lijnvormige elementen, zoals bomenrijen, watergangen en houtwallen, om te navigeren en ter beschutting tegen wind. Routes die regelmatig en door meerdere individuen gebruikt worden, noemen we een vliegroute. Vliegroutes zijn nodig voor vleermuizen om zich te kunnen verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebied en vice versa.
Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten De watergangen en het kanaal de Delftse Schie en groenstructuren (zoals de Overschiese plassen) in de omgeving zijn mogelijk geschikt als foerageergebied en de lijnvormige structuren zoals brede watergangen en bomenrijen als vliegroute. In het plangebied zijn deze elementen niet aanwezig.
Analyse en toetsing van mogelijke effecten De omgeving is mogelijk geschikt als foerageergebied voor vleermuizen zoals de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, watervleermuis en meervleermuis. Nader onderzoek naar foerageergebieden en vliegroutes is niet nodig indien verstoring door verlichting voldoende kunnen worden gemitigeerd.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Projectnummer: 51009441 Datum: 27-06-2023 Document referentie: NL23-648800269-53718
Versie: D1 13/27
SWECO
3.3.3
zš
Grondgebonden zoogdieren
Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten De NDFF toont enkel waarnemingen van in de provincie Zuid-Holland vrijgestelde soorten: haas, egel, vos, wezel, bunzing, konijn, veldmuis, huisspitsmuis en bosmuis. Daarnaast wordt de steenmarter in de omgeving verwacht. Andere beschermde soorten worden op basis van het aanwezige habitat en de ligging niet verwacht.
Analyse en toetsing van mogelijke effecten De steenmarter wordt in de regio Rotterdam hoofdzakelijk ten zuiden van de Nieuwe Maas waargenomen. Binnen het plangebied is een hoop met puin aanwezig, deze is echter niet geschikt als verblijfplaats van de steenmarter omdat de openingen te klein zijn. Verblijfplaatsen van de steenmarter worden hiermee uitgesloten. De soort zou op het terrein kunnen foerageren, dit is echter geen essentieel foerageergebied aangezien er voldoende alternatief foerageergebied aanwezig in de omgeving. Voor de haas is het gebied niet geschikt als voortplantingslocatie, de vegetatie staat te hoog. Op het terrein zijn geen konijnen- of vossenholen waargenomen, de aanwezigheid van voortplantingslocaties van deze soorten is hiermee uitgesloten. Deze drie soorten kunnen wel van het terrein gebruik maken om te foerageren of om doorheen te trekken. Voor diverse muizensoorten en de egel, wezel en bunzing is het plangebied geschikt als voortplantingslocatie en foerageergebied, zoals tussen het aanwezige puin, Figuur 3.1. Omdat deze soorten op de vrijstellingslijst staan hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden wanneer er verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Er dienen echter nog wel mitigerende maatregelen te worden getroffen.
Figuur 3.1 Puin aanwezig op de locatie.
In dit geval betekent dit dat er maatregelen moeten worden getroffen, zodat er bij de geplande werkzaamheden geen nadelige gevolgen optreden voor de aanwezige dieren, bijvoorbeeld het opzettelijk doden van individuen of verstoren en/of vernietigen van verblijfplaatsen met kwetsbare jonge dieren tijdens de kraamperiode. Dit kan door de werkzaamheden altijd vanaf een kant op te starten, zodat aanwezige dieren kunnen vluchten en door te werken buiten de kwetsbare kraamperiode (die loopt van januari tot en met oktober).
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Flaque Airport Projectnummer: 51009441 Datum: 27-06-2023 Document referentie: NL23-648800269-53718
Versie: D1 14/27
SWECOZ^
Voor alle inheemse Nederlandse soorten is altijd de zorgplicht van toepassing. Dit betekent dat werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel als mogelijk worden nagelaten, of maatregelen worden genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Nader onderzoek naar beschermende grondgebonden zoogdieren is niet noodzakelijk. Het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming is niet nodig. De mitigerende maatregelen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol.
3.3.4
Vogels
Vogels met jaarrond beschermde nesten Vogels met jaarrond beschermde nesten zijn ingedeeld in 5 categorieën, waarbij de nesten van soorten van categorie 1 tot en met 4 in principe altijd jaarrond beschermd zijn. Er kunnen zich echter uitzonderingssituaties voordoen waarbij het nest van een bepaalde soort geen jaarronde beschermd behoeft. Dit wordt beoordeeld door een ecoloog. Categorie 5-soorten hebben enkel een jaarrond beschermd nest wanneer sprake is van een zwaarwegend ecologisch belang om het nest jaarrond te beschermen. De categorieën zijn toegelicht in Tekstbox 1. Tekstbox 1
Vogels met jaarrond beschermde nesten._______________________
Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van de Wnb jaarrond: 1.
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil).
2.
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus).
3.
Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk).
4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). Op soorten van de volgende categorie gelden de verbodsbepalingen van de Wnb niet jaarrond: 5.
Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaan/vegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Indien dit het geval is, is een omgevingscheck benodigd.
Vogels met jaarrond beschermde nesten (cat. 1 -4) Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten De NDFF toont waarnemingen van de steenuil, huismus en ooievaar. Op basis van de verspreidingsatlas en aanwezige habitat wordt ook de buizerd in de omgeving verwacht.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Projectnummer: 51009441 Datum: 27-06-2023 Document referentie: NL23-648800269-53718
Versie: D1 15/27
SWECOZ^
Analyse en toetsing van mogelijke effecten De huismus is een ‘gebouwbewonende’ soort, ze broeden in nissen, onder dakpannen etc. In verband met de afwezigheid van deze elementen in de aanwezige panden in de omgeving, is de aanwezigheid van verblijfplaatsen van de huismus is op voorhand uitgesloten, een negatief effect op het foerageergebied of andere essentiële delen van het leefgebied wordt derhalve ook uitgesloten. De steenuil is waargenomen bij een boerderij in de omgeving. Voor deze soort is er geen nestgelegenheid in en in de directe omgeving van het plangebied aanwezig. Een negatief effect op verblijfplaatsen van de steenuil is op voorhand uitgesloten, een negatief effect op het foerageergebied wordt derhalve ook uitgesloten. Voorde ooievaar ontbreekt het in het plangebied en de directe omgeving aan een geschikte voortplantingslocatie. Ook is het plangebied geen onderdeel van essentieel foerageergebied voor deze soort. In de omgeving zijn optimalere foerageergebieden te vinden, namelijk de landbouwgronden. Daarbij is er in het plangebied en omgeving te veel verstoring door menselijke activiteiten. Een negatief effect op de ooievaar wordt hiermee uitgesloten. In de bomen grenzend aan het plangebied zijn geen nesten aanwezig. Hiermee wordt de aanwezigheid van een nestlocatie van de buizerd uitgesloten.
Ook is het plangebied geen onderdeel van essentieel foerageergebied vanwege de ligging en de uitwijkmogelijkheden naar omliggende landbouwgronden en het recreatiegebied Overschiese plassen waar meer en geschikt foerageergebied aanwezig is. Een negatief effect op de buizerd is hiermee uitgesloten. Het plangebied en de omgeving zijn geschikt als foerageergebied voorde genoemde soorten. Mocht dit gebruikt worden blijft bij het verdwijnen hiervan voldoende geschikt foerageergebied over bij agrarische percelen in de omgeving. Daarnaast zijn de werkzaamheden tijdelijk en is het zuidelijk deel van het gebied na de werkzaamheden weer geschikt. Een permanent negatief effect op het foerageergebied is hiermee uitgesloten.
Vogels met (potentieel) jaarrond beschermde nesten (cat. 5) Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten De NDFF toont waarnemingen van de torenvalk, spreeuw, oeverzwaluw, ekster, grote bonte specht, boomkruiper, koolmees, pimpelmees, ijsvogel, zwarte kraai en zwarte roodstaart. Deze soorten hebben geen jaarrond beschermde nesten wanneer er voldoende alternatief aanwezig is, omdat ze voldoende flexibel zijn.
Analyse en toetsing van mogelijke effecten Voorde soorten spreeuw, ekster, grote bonte specht, boomkruiper, koolmees, pimpelmees, zwarte kraai en zwarte roodstaart zijn er in de bomen, groen en gebouwen in de omgeving mogelijkheden om te broeden. Geschikte broedgelegenheid voorde torenvalk, oeverzwaluw en ijsvogel is niet aanwezig binnen het onderzoeksgebied en directe omgeving. Een negatief effect op het aanbod nestlocaties voor deze soorten is niet aan de orde. Aanvullend onderzoek naar de aan- dan wel afwezigheid van vogels met een jaarrond beschermd nest in categorie 5 is niet noodzakelijk. Broedende vogels zijn tijdens het broeden beschermd, nesten mogen niet vernietigd of verstoord worden.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Projectnummer: 51009441 Datum: 27-06-2023 Document referentie: NL23-648800269-53718
Versie: D1 16/27
SWECOZ^
Voorafgaand aan de verstorende werkzaamheden binnen het broedseizoen (circa half maart tot half juli), is het uitvoeren van een broedvogelcontrole noodzakelijk. Werkzaamheden in de periode augustus t/m februari kunnen zonder aanvullende broedvogelcontroles plaatsvinden.
Overige broedvogels In de bomen en struweel op het terrein kunnen mogelijk algemene vogels, zoals de merel en houtduif gaan broeden. Langs de oevers en op het water in de watergangen en in water rondom het tracé kunnen de waterhoen, meerkoet en wilde eend gaan broeden. Tijdens het veldbezoek zijn veel zangvogels waargenomen zoals de fitis, kleine karekiet en bosrietzanger. Deze vogels zijn waargenomen in het aanwezige struweel en riet. Deze soorten zijn in kleinere aantallen aanwezig in de rietkraag bij het aangrenzende als gazon beheerde deel aan de zuidoost zijde van het plangebied. Wij bevelen dan ook aan om de ruige vegetatie te behouden en hier geen intensief maaibeheer toe te passen. Dit is geen wettelijke verplichting. Wanneer maaien dan toch noodzakelijk is bevelen wij aan om gefaseerd te maaien. Door bijvoorbeeld sinusbeheer toe te passen wordt er enorm veel variatie op een klein stukje gecreëerd, wat een positief effect heeft op de biodiversiteit, zoals vlinders, bijen, vogels. Alle in Nederland broedende vogels zijn tijdens het broeden beschermd. Voorafgaand aan de verstorende werkzaamheden binnen het broedseizoen (circa half maart tot half juli), is het uitvoeren van een broedvogelcontrole noodzakelijk. De Wnb erkent officieel geen vaste periode voor het broedseizoen.
Er zijn soorten die al (ver) voor half maart kunnen en/of beginnen met broeden, zoals houtduif, bosuil (december/januari) en blauwe reiger (februari/maart). In de Wnb is aangegeven dat van belang is of een broedende vogel aanwezig is. Werkzaamheden in de periode augustus t/m februari kunnen zonder aanvullende broedvogelcontroles plaatsvinden. De mitigerende maatregelen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol.
3.3.5 Vissen Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten De NDFF toont geen beschermde vissen in de omgeving van het plangebied. Beschermde soorten worden op basis van het aanwezige habitat en hun verspreiding niet verwacht, een negatief effect is hiermee uitgesloten.
Analyse en toetsing van mogelijke effecten Nader onderzoek naar beschermde soorten is niet nodig. Een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming met betrekking tot vissen is niet nodig. De mitigerende maatregelen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol.
3.3.6
Amfibieën
Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten De NDFF toont waarnemingen van de gewone pad, bruine kikker, groene kikker, bastaard kikker en kleine watersalamander in de omgeving van het plangebied. Deze soorten zijn vrijgesteld in de provincie Zuid-Holland.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Projectnummer: 51009441 Datum: 27-06-2023 Document referentie: NL23-648800269-53718
Versie: D1 17/27
SWECO S
Andere beschermde soorten worden op basis van het aanwezige habitat en hun verspreiding niet verwacht.
Analyse en toetsing van mogelijke effecten In het plangebied is oppervlaktewater aanwezig, Figuur 3.2. Hier kunnen amfibieën zich mogelijk voortplanten. Het terrein zelf is hiermee dan mogelijk in gebruik als zomer- en winterhabitat voor amfibieën. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden dient men rekening te houden met aanwezige amfibieën, larven, eiklompen en/of eisnoeren. Dit kan door de werkzaamheden rustig op te starten en vanaf één zijde te werken zodat aanwezige dieren kunnen vluchten. Eiklompen en/of eisnoeren dienen naar een geschikte locatie te worden verplaatst.
Figuur 3.2 Aanwezige watergang binnen het plangebied.
Nader onderzoek naar beschermde reptielen en amfibieën is niet nodig. Een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming met betrekking tot amfibieën en reptielen is niet nodig. De mitigerende maatregelen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol.
3.3.7
Reptielen
Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten De NDFF toont geen waarnemingen van reptielen in en in de omgeving van het plangebied. Op basis van hun verspreiding en het aanwezige habitat worden deze soorten niet verwacht.
Analyse en toetsing van mogelijke effecten Reptielen worden niet verwacht in het plangebied. Nader onderzoek naar beschermde soorten is niet nodig. Het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet nodig.
3.3.8
Ongewervelden
Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten Beschermde insectensoorten en andere beschermde ongewervelden eisen een zeer specifiek habitat zoals de aanwezigheid van hun waardplanten. In de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van beschermde soorten. Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Projectnummer: 51009441 Datum: 27-06-2023 Document referentie: NL23-648800269-53718
Versie: D1 18/27
SWECOZ^
Analyse en toetsing van mogelijke effecten Beschermde insectensoorten en andere beschermde ongewervelden eisen een zeer specifiek habitat, die voorkomen in bijvoorbeeld duinen, heiden of venen, of ze hebben specifieke waardplanten nodig. Binnen het plangebied is geen sprake van een dergelijke leefomgeving en de juiste leefomstandigheden voor beschermde soorten. Beschermde insecten en andere ongewervelden worden daarom niet verwacht in het projectgebied. Nader onderzoek naar beschermde soorten is niet nodig. Het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet nodig.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Projectnummer: 51009441 Datum: 27-06-2023 Document referentie: NL23-648800269-53718
Versie: D1 19/27
SWECOZ^
4
Regionaal natuurbeleid
Het beleidskader van de overheid dat niet in wetgeving is vastgelegd, bestaat uit provinciaal beleid en gemeentelijk beleid.
4.1
Provinciaal beleid
4.1.1
Toetsingskader
De regels omtrent ruimtelijke kwaliteit, waarvan gebieden met natuurwaarden een onderdeel zijn, zijn in de provincie Zuid-Holland vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening artikel 6.9. Er zijn drie beschermingscategorieën, waarvan categorie 1 en 2 van belang zijn in het kader van gebieden met natuurwaarden. 1.
2.
Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1, zijnde Natuur Netwerk Nederland of Beschermd grasland in de Bollenstreek, kan slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9e of 6.9f. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2, zijnde Belangrijk weidevogelgebied of Groene buffer, kan in beginsel slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen of aanpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9c of 6.9d.
De afweging voor ruimtelijke ingrepen in beschermingscategorie 1 en 2 gaat volgens het ‘nee, tenzij-principe’. In provincie Zuid-Holland is de externe werking niet van toepassing. Een ‘nee, tenzij-toets’ behoeft alleen te worden doorlopen, indien er sprake is van een RO-procedure met betrekking tot wijziging van de bestemming van het plangebied. Het verkennend natuuronderzoek geeft inzicht in de ligging van NNN-gebieden in de omgeving van het plangebied en de noodzaak voor het doorlopen van ‘nee, tenzij, procedure’.
4.1.2
Inventarisatie, analyse en toetsing
Beschermingscategorie 1 Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN), en ecologische verbindingszone (EVZ), zie Figuur 4.1. Beschermd grasland in de Bollenstreek ligt op meer dan 25 km afstand van het plangebied. Externe werking is niet van toepassing. Er is geen negatief effect op het NNN of EVZ, het doorlopen van een nadere procedure is niet noodzakelijk.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Projectnummer: 51009441 Datum: 27-06-2023 Document referentie: NL23-648800269-53718
Versie: D1 20/27
SWECO
en Rodenrijs
I
zš
I Plangebied
Natuurnetwerk Nederland Rotterdam The Hague Airport Opdrachtgever: Fountain Fuel Projectnummer: 51009441
SWECO
Ã
Figuur 4.1 Ligging van het plangebied ten opzichte van het meest nabijgelegen NNN (licht groen).
Beschermingscategorie 2 Het plangebied ligt buiten belangrijk weidevogelgebied en de groene buffer, zie Figuur 4.2. Externe werking is niet van toepassing. Er is geen negatief effect op het beiandrijk weidevogelgebied of de groene buffer, het doorlopen van een nadere procedure is niet noodzakelijk.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Projectnummer: 51009441 Datum: 27-06-2023 Document referentie: NL23-648800269-53718
Versie: D1 21/27
SWECO
zš
I Plangebied “ Belangrijkweidevogelgebied
Z Recreatiegebied I
Groene buffer
Overige data Rotterdam The Hague Airport Opdrachtgever: Fountain Fuel Projectnummer: 51009441
Figuur 4.2 Ligging van het plangebied ten opzichte van het meest nabijgelegen belangrijk weidevogelgebied (donker groene horizontale streep) en groene buffer (licht groene verticale streep).
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Projectnummer: 51009441 Datum: 27-06-2023 Document referentie: NL23-648800269-53718
Versie: D1 22/27
SWECOZ^
5 Conclusies 5.1
Wet natuurbescherming
5.1.1
Gebiedsbescherming
Alle Natura 2000-gebieden binnen een straal van 25 km zijn in beeld gebracht. Binnen een straal van 25 kilometer zijn 11 Natura 2000-gebieden gelegen. Het Natura 2000-gebied Oude Maas is het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied op circa 10,6 km afstand van het plangebied. Gezien de ligging van het plangebied ten opzichte van het Natura 2000-gebied, zijn negatieve effecten van geluid en beweging op de instandhoudingsdoelstellingen op voorhand uítte sluiten. De werkzaamheden in het plangebied resulteren niet in een oppervlakteverlies van het Natura 2000-gebied, evenmin veroorzaakt het versnippering voor aangewezen soorten, verontreiniging en verdroging. De werkzaamheden leiden niet tot verstoring door verlichting en door mechanische effecten. Stikstofemissie kan optreden tijdens zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. Deze emissie kan zich verplaatsen overgrote afstand en zodoende resulteren in stikstofdeposities in Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen. Uit de analyse blijkt dat er mogelijk een toename aan stikstofdepositie kan optreden. Het uitvoeren van een AERIUS-berekening is noodzakelijk om uitsluitsel te geven over een eventuele toe- of afname aan stikstofdepositie tijdens de aanlegfase en/of gebruiksfase.
Op basis van de resultaten van een AERIUS-berekening dient te worden bepaald of er aanvullend onderzoek naarde effecten van stikstofdepositie in de vorm van een voortoets of passende beoordeling benodigd is, of dat het project zonder aanvullend effectonderzoek doorgang kan vinden. Het stikstofonderzoek wordt in een separaat rapport aangeleverd.
5.1.2
Soortbescherming
Het is nodig om mitigerende maatregelen te treffen om verstoring (Wnb art. 3.5 lid 2) - in het geval van het gebruik van (bouw)verlichting tijdens de werkzaamheden - op mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen te voorkomen. Dit kan door (bouw)verlichting niet te richten op omliggende groenstructuren c.q. bomen tussen één uur voor zonsondergang en één uur na zonsopkomst in de periode maart tot en met oktober. Wanneer dit niet kan worden toegepast, is nader onderzoek naar verblijfplaatsen noodzakelijk en mogelijk een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming nodig. De mitigerende maatregelen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol. Voor diverse muizensoorten en de egel, wezel en bunzing is het plangebied geschikt als voortplantingslocatie en foerageergebied. In dit geval betekent dit dat er maatregelen moeten worden getroffen, zodat er bij de geplande werkzaamheden geen nadelige gevolgen optreden voorde aanwezige dieren, bijvoorbeeld het opzettelijk doden van individuen of verstoren en/of vernietigen van verblijfplaatsen met kwetsbare jonge dieren tijdens de kraamperiode .Dit kan door de werkzaamheden altijd vanaf een kant op te starten, zodat aanwezige dieren kunnen vluchten en door te werken buiten de kwetsbare kraamperiode (januari tot en met oktober). Alle in Nederland broedende vogels zijn beschermd.
De werkzaamheden dienen daarom bij voorkeur buiten het broedseizoen in de periode half juli t/m
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Projectnummer: 51009441 Datum: 27-06-2023 Document referentie: NL23-648800269-53718
Versie: D1 23/27
SWECOZ^
half maart plaats te vinden om verstoring te voorkomen. Indien dit niet mogelijk is, dient er eerst een broedvogelcontrole uitgevoerd te worden alvorens de werkzaamheden plaatsvinden, deze dient opnieuw uitgevoerd te worden als de werkzaamheden twee dagen stil liggen. Wanneer zeker is dat er zich geen broedende vogels binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden bevinden, kunnen werkzaamheden binnen het broedseizoen worden uitgevoerd. Tijdens het veldbezoek zijn veel zangvogels waargenomen in het aanwezige struweel en riet. Wij bevelen dan ook aan om de ruige vegetatie te behouden en hier geen intensief maaibeheer toe te passen. Door bijvoorbeeld sinusbeheer toe te passen wordt er enorm veel variatie op een klein stukje gecreëerd, wat een positief effect heeft op de biodiversiteit, zoals vlinders, bijen, vogels. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden dient men rekening te houden met aanwezige amfibieën, larven, eiklompen en/of eisnoeren. Dit kan door de werkzaamheden rustig op te starten en vanaf één zijde te werken zodat aanwezige dieren kunnen vluchten. Eiklompen en/of eisnoeren dienen naar een geschikte locatie te worden verplaatst. De zorgplicht is altijd van toepassing en geldt ook voor niet beschermde flora en fauna.
De zorgplicht houdt in dat werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Mitigerende maatregelen moeten worden uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol.
5.2
Natuurbeleidskaders
5.2.1
Provinciaal beleid
Beschermingscategorie 1 Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN), en ecologische verbindingszone (EVZ) en Beschermd grasland in de Bollenstreek. Externe werking is niet van toepassing. Er is geen negatief effect op het NNN, EVZ of Beschermd grasland in de Bollenstreek, het doorlopen van een nadere procedure is niet noodzakelijk.
Beschermingscategorie 2 Het plangebied ligt buiten belangrijk weidevogelgebied en de groene buffer. Externe werking is niet van toepassing. Er is geen negatief effect op het beiandrijk weidevogelgebied of de groene buffer, het doorlopen van een nadere procedure is niet noodzakelijk.
5.3
Uitvoerbaarheid project
De soortenbeschermingskaders uit de Wet natuurbescherming staan niet in de weg aan de uitvoerbaarheid van het project. Eventuele ontheffingen die nodig zijn voor het uitvoeren van werkzaamheden worden op voorhand verleenbaar geacht. De kaders uit het provinciale natuurbeleid staan tevens niet in de weg aan de uitvoerbaarheid van het project. Voorde uitvoerbaarheid met betrekking tot stikstof gerelateerde effecten op Natura 2000-gebieden wordt verwezen naarde AERIUS-berekening. Op voorhand is hier geen uitsluitsel over te geven.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Projectnummer: 51009441 Datum: 27-06-2023 Document referentie: NL23-648800269-53718
Versie: D1 24/27
SWECO Q 5.4
Samenvattende tabel
In onderstaande tabellen is een samenvatting weergegeven van conclusies, voortkomend uit het verkennend natuuronderzoek. Wet natuurbescherming: gebiedsbescherming
Effecten
Nader veld- en/of effectenonderzoek
Nadere procedure/ mitigerende maatregelen
Natura 2000-gebieden
Mogelijke toename (of afname) aan stikstofdepositie in de aanleg- en/of gebruiksfase
AERI US-berekening
Afhankelijk van de resultaten van de AERIUSberekening moet een voortoets of passende beoordeling worden geschreven en/of een Wnb-vergunning worden verkregen. Het stikstofonderzoek wordt in een separaat rapport aangeleverd.
Wet natuurbescherming: soort bescherming
Effecten
Nader veld- en/of effectenonderzoek
Nadere procedure/ mitigerende maatregelen
Planten
Geen
n.v.t.
n.v.t.
Vleermuizen
Foerageergebied en verblijfplaatsen (verstoring door verlichting (omgeving))
Indien de verstoring bij uitvoering niet voldoende kan worden gemitigeerd, is aanvullend onderzoek nodig in de periode mei t/m september.
(Bouw)verlichting niet richten op omliggende groenstructuren tussen één uur voor zonsondergang en één uur na zonsopkomst in de periode maart tot en met oktober.
Grondgebonden zoogdieren
Vrijgestelde soorten; verstoring en vernietiging verblijfplaatsen.
n.v.t.
Werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel als mogelijk worden nagelaten of maatregelen worden genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Maatregelen dienen te worden uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol.
Vogels
Algemene broedvogels; verstoring en vernietiging nesten
n.v.t.
KapVrooiwerkzaamheden buiten het broedseizoen (15 maart - 15 juli) uitvoeren. Verstorende werkzaamheden voor het broedseizoen starten, anders is eerst een broedvogelcontrole nodig.
Amfibieën
Algemene soorten
n.v.t.
Werkzaamheden die in het water plaatsvinden dienen (vissen en amfibieën) rustig te worden opgestart zodat eventueel aanwezige dieren kunnen vluchten. De mitigerende maatregelen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Projectnummer: 51009441 Datum: 27-06-2023 Document referentie: NL23-648800269-53718
Versie: D1 25/27
SWECO Q Wet natuurbescherming: soort bescherming
Effecten
Nader veld- en/of effectenonderzoek
Nadere procedure/ mitigerende maatregelen
Reptielen
Geen
n.v.t.
n.v.t.
Vissen
Geen
n.v.t.
n.v.t.
Ongewervelden
Geen
n.v.t.
n.v.t.
Provinciaal beleid
Effecten
Nader veld- en/of effectenonderzoek
Nadere procedure/ mitigerende maatregelen
Natuurnetwerk Nederland (inclusief ecologische verbindingszone)
Geen
n.v.t.
n.v.t.
Groene buffer
Geen
n.v.t.
n.v.t.
Weidevogelgebied
Geen
n.v.t.
n.v.t.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Projectnummer: 51009441 Datum: 27-06-2023 Document referentie: NL23-648800269-53718