CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb003069] Bijlage 2 behorende bij 24bb003074 - Bijlagenboek Waterstoftankstation RTHA

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 5 juni 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen25.891 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Versie: D1 26/27

SWECOZ^

6

Referenties

Dietz, C., O. von Heiversen à D. Nill. 2011. Vleermuizen, Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Tirion Uitgevers BV Utrecht Zoogdiervereniging Nijmegen. Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), periode 2015-2020. Ingezien van https://ndff-ecoqrid.nl/uitvoerportaal/ op 12 juni 2020. NDFF verspreidingsatlas. Ingezien van https://www.verspreidinqsatlas.nl/ op 25 november 2022.

Websites

SOVON

www.sovon.nl

EIS Nederland

www.eis-nederland.nl

Vlinderstichting

www.vlinderstichtinq.nl

RAVON

www.ravon.nl

Zoogdiervereniging

www.zooqdiervereniqinq.nl

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Oriënterend onderzoek in het kader van de wet­ en regelgeving voor natuur Projectnummer 51009441 Datum 27-06-2023

Versie D1

Document referentie NL23-648800269-53718

27/27

SWECOZ^

Bijlage 1 Wettelijk kader Wet natuurbescherming: Natura 2000-gebieden Bescherming van Natura 2000-gebieden vindt plaats op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder Natura 2000-gebieden vallen de gebieden die op grond van de Europese Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn zijn aangewezen. De essentie van het beschermingsregime voor deze gebieden is dat de duurzame instandhouding van soorten en habitats binnen de Europese Unie wordt gewaarborgd. Daarbij zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor natuurlijke habitats en/of soorten. Dit kunnen behoudsdoelstellingen zijn voor habitats en leefgebieden van soorten die zich al op het gewenste niveau (kwalitatief en kwantitatief) bevinden of uitbreidings- respectievelijk verbeterdoelstellingen voor habitats en leefgebieden van soorten die zich nog niet op het gewenste niveau bevinden. Om dit toetsbaar te maken, kent de Wnb een goedkeuringsvereiste voor plannen die significante gevolgen voorde betreffende gebieden zouden kunnen hebben (artikel 2.7, eerste lid, Wnb) en een vergunningsplicht voor projecten en andere handelingen die (significant) negatieve gevolgen voorde betreffende gebieden zouden kunnen hebben (artikel 2.7, tweede lid, Wnb).

De goedkeuring of de vergunning met betrekking tot stikstofemissies in de aanleg- en gebruiksfase wordt alleen verleend wanneer voldoende zeker is dat de instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende Natura 2000-gebied niet in het geding zijn. Wanneer significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden op grond van een passende beoordeling niet kunnen worden uitgesloten, kan alleen goedkeuring aan het plan of een vergunning voor het project worden verleend indien de ADC-toets met succes doorlopen kan worden (artikel 2.8, vierde lid, Wnb). Dat betekent dat het project nodig is omwille van een dwingende reden van groot openbaar belang, er geen alternatief mag zijn met minder grote effecten op Natura 2000 en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen. Wanneer na een eerste verkennende effectbeoordeling effecten niet op voorhand zijn uit te sluiten kunnen de volgende vervolgstappen aan de orde zijn: *

*

*

Voortoets geeft een aanwijzing over de mogelijke negatieve effecten van een plan of project op Natura 2000-gebieden. Uit de voortoets volgt ook welke vervolgstappen nodig zijn. Soms blijk uit de voortoets dat er zeker geen significant negatieve effecten voor Natura 2000-gebieden zijn. Dan is er geen vergunningplicht en de initiatiefnemer hoeft verder niets te doen. Als er wel mogelijke significant negatieve effecten zijn volgt een passende beoordeling. Passende beoordeling: beoordeling of significante gevolgen van het plan of project zijn uit te sluiten rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen. In een passende boordeling mag rekening gehouden worden met mitigerende maatregelen. Als significante gevolgen niet zijn uit te sluiten volgt een ADC-toets. ADC-toets: Aangetoond dient te worden dat er geen alternatieven zijn met minder effecten, er sprake is Dwingende redenen van groot openbaar belang en in Compensatie is voorzien.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Oriënterend onderzoek in het kader van de wet­ en regelgeving voor natuur Projectnummer 51009441 Datum 27-06-2023

Versie D1

Document referentie NL23-648800269-53718

SWECOZ^

Wet natuurbescherming: soortenbescherming In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de Wet natuurbescherming worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld:

Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.) *

lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden ofte vangen.

*

lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen ofte beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.

* * *

lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.) *

* * * *

lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden ofte vangen. lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen ofte rapen. lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen ofte vernielen. lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen ofte vernielen.

Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) *

lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: *

*

onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden ofte vangen; onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen ofte vernielen, of

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Oriënterend onderzoek in het kader van de wet­ en regelgeving voor natuur Projectnummer 51009441 Datum 27-06-2023

Versie D1

Document referentie NL23-648800269-53718

SWECOZ^

*

onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen ofte vernielen.

Zorgplicht (artikel 1.11) Naast bovengenoemde verbodsartikelen bevat de Wnb een algemeen geldende zorgplicht. Deze zorgplicht is te allen tijde van toepassing en geldt ook voor niet beschermde flora en fauna: *

lid 1) Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.

*

lid 2) De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: * onderdeel a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, *

* *

onderdeel b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of onderdeel c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

lid 3) Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde.

Voor Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijnsoorten geldt dat voortplantings- en rustplaatsen (inclusief functionele leefomgeving) van beschermde soorten niet opzettelijk verstoord of vernietigd mogen worden en dat exemplaren van beschermde soorten niet opzettelijk mogen worden gedood of verwond. In gebruik zijnde nesten van vogels zijn te allen tijde gedurende het broedseizoen beschermd. Van een aantal vogelsoorten geniet de vaste rust- en verblijfplaats een aanvullende jaarronde bescherming. Deze soorten worden genoemd in een beleidsdocument dat onder de Flora- en faunawet is opgesteld. Ook onder Wet natuurbescherming is deze lijst van kracht, maar provincies hebben de mogelijkheid deze aan te passen. Voor provincie Zuid-Holland geldt de reguliere landelijke lijst. Soorten waarvan de nesten altijd jaarrond beschermd zijn, zijn de volgende: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw. Van een aantal andere soorten zijn de nesten enkel beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn. Voor Andere beschermde soorten geldt dat voortplantingsplaatsen en rustplaatsen (inclusief functionele leefomgeving) van beschermde soorten niet (opzettelijk) vernietigd mogen worden en dat exemplaren van beschermde soorten niet (opzettelijk) mogen worden gedood of verwond.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Oriënterend onderzoek in het kader van de wet­ en regelgeving voor natuur Projectnummer 51009441 Datum 27-06-2023

Versie D1

Document referentie NL23-648800269-53718

SWECOZ^

Verbodsbepalingen ten aanzien van de verstoring zijn niet van toepassing op deze soorten. Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 Wet natuurbescherming. Met artikel 3.10 van deze wet wordt het mogelijk gemaakt om die bescherming op te heffen om redenen die onder meer verband houden met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of verband houden met onder meer het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, drinkwaterleidingen en infiltratiekanalen ten behoeve van drinkwaterproductie, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer. De diersoorten waarop de vrijstelling ten behoeve van ruimtelijke ingrepen ziet, worden genoemd in Tabel 6-1. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld en de voorgenomen activiteiten strijdig zijn met de bepalingen in de wet, geldt een ontheffingsplicht. Deze kan alleen worden verleend, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen ontheffing nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is.

Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de nieuwe wet. Er is dan geen ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming nodig. Tabel 6-1

Vrijgestelde soorten in Zuid-Holland (Provincie Zuid-Holland 2022)

Aardmuis

Huisspitsmuis

Bastaardkikker

Bosmuis

Konijn

Bruine kikker

Bunzing

Ree

Gewone pad

Dwergmuis

Rosse woelmuis

Kleine watersalamander

Dwergspitsmuis

Veldmuis

Meerkikker

Egel

Vos

Gewone bosspitsmuis

Wezel

Haas

Woelrat

Hermelijn

Provinciaal natuurbeleid De regels omtrent ruimtelijke kwaliteit waarvan gebieden met natuurwaarden een onderdeel zijn is in de provincie Zuid-Holland is vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening artikel 6.9. Er zijn drie beschermingscategorieën waarvan categorie 1 en 2 van belang zijn in het kader van gebieden met natuurwaarden. 3. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1, zijnde Natuur Netwerk Nederland of Beschermd grasland in de Bollenstreek, kan slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9e of 6.9f.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Oriënterend onderzoek in het kader van de wet­ en regelgeving voor natuur Projectnummer 51009441 Datum 27-06-2023

Versie D1

Document referentie NL23-648800269-53718

SWECOZ^

4. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2, zijnde Belangrijk weidevogelgebied of Groene buffer, kan in beginsel slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen of aanpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9c of 6.9d.

Kaart 14 Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën Legenda

M'

^ Beschermingscategorie 1: NatuurNetwerk Nederland Beschermingscategorie 1: Kroonjuweel cultureel erfgoed

ļ | ļ Beschermingscategorie 1: Beschermd grasland in de Bollenstreek Beschermingscategorie 2: Belangrijk weidevogelgebied Beschermingscategorie 2: Groene buffer

-s-

/v.../

Beschermingscategorie 2: Recreatiegebied Beschermingscategorie 3: Buitengebied

:

----

~

—t— /--t

sţ.-

~

.

Overig Steden en dorpen Water İ____ j

Provinciegrens

Figuur 6.1

Ligging van de gebieden binnen de drie beschermingscategorieën.

Natuurneíwerk Nederland (cat. 1) Een bestemmingsplan voor een locatie binnen het Natuurnetwerk Nederland, onderverdeeld in bestaande en nieuwe natuur, waternatuurgebied en ecologische verbinding, wijst geen bestemmingen aan die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken, of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden. De ecologische verbindingszones vallen hier ook onder. Graslanden Bollenstreek (cat. 1) Een bestemmingsplan voor een locatie binnen graslanden Bollenstreek kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits die ontwikkeling een aantoonbare meerwaarde heeft voor de ruimtelijke kwaliteit van de graslanden. Weidevogelgebied (cat. 2) Een bestemmingsplan voor een locatie binnen belangrijk weidevogelgebied kan slechts voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover de ontwikkeling en de zo nodig daarmee in samenhang te nemen maatregelen als bedoeld artikel 6.9, zevende lid, geen significante aantasting tot gevolg heeft van de wezenlijke kenmerken en waarden van het weidevogelgebied.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Flaque Airport Oriënterend onderzoek in het kader van de wet­ en regelgeving voor natuur Projectnummer 51009441 Datum 27-06-2023

Versie D1

Document referentie NL23-648800269-53718

SWECOZ^

Groene buffer (cat. 2) Een bestemmingsplan voor een locatie binnen groene buffers kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover dit geen grootschalige ontwikkelingen behelzen en de bufferfunctie blijkens een afdoende motivering niet onevenredig wordt verstoord. De afweging voor ruimtelijke ingrepen in beschermingscategorie 1 en 2 gaat volgens het ‘nee, tenzij-principe’. In provincie Zuid-Holland is de externe werking niet van toepassing. Een ‘nee, tenzij-toets’ behoeft alleen te worden doorlopen, indien er sprake is van een RO-procedure met betrekking tot wijziging van de bestemming van het plangebied. Het verkennend natuuronderzoek geeft inzicht in de ligging van NNN-gebieden in de omgeving van het plangebied en de noodzaak voor het doorlopen van ‘nee, tenzij, procedure’.

Sweco | Verkennend natuuronderzoek Fountain Fuel Rotterdam The Haque Airport Oriënterend onderzoek in het kader van de wet­ en regelgeving voor natuur Projectnummer 51009441 Datum 27-06-2023

Versie D1

Document referentie NL23-648800269-53718

Bijlage 3 - Stikstofrapportage en AERIUSberekening

Notitie

mo

AERIUS-berekening Fountain Fuel te Rotterdam

project

AERIUS-berekening Fountain Fuel te Rotterdam datum

23 juni 2023 opdrachtgever

Global Estate Development projectnummer

P04898

1. Wettelijk kader Natura 2000-gebieden Op grond van artikel 2.1 van de Wet natuurbescherming kun­ nen natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna, door de Minister worden aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijn, de zo­ geheten Natura 2000-gebieden. Bij de aanwijzing van een Natura 2000-gebied worden voor het gebied instandhoudingsdoelstellingen voor te beschermen soorten en/of habi­ tats vastgesteld. Conform artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuur­ bescherming is het verboden om projecten of andere hande­

opgesteld door

lingen te realiseren ofte verrichten die, gelet op deze instandhoudingsdoelstelling van een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soor­ ten kunnen verslechteren, of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aange­ wezen. Verder geldt dat een plan, dat afzonderlijk of in com­ binatie met andere plannen of projecten, significante gevol­ gen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, door een be­ stuursorgaan pas vastgesteld kan worden indien een pas­ sende beoordeling is gemaakt (artikel 2.7 lid 1 Wet natuurbe­ scherming).

TS

Den Haag

Leidschendam Voorburg

Rijswijk Pijnacker Nootdorp

Lansingerland

Midden

16,8 km Ml""d

Zuidplas

Krirr Capelle aan den IJssel Krimpen aan

Molenlanden

Spijkenisse

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T+31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

Hekelingen

Hoeksche Waard

Hard

Overflakkee

Figuur 1: Ligging projectgebied ten opzichte van Natura 2000

1

Notitie

mo Voor alle Natura 2000-gebieden geldt verder, op basis van artikel 1.11 van deWet natuurbescherming, een zorgplicht. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze gebieden. Dit houdt onder meer in dat men negatieve gevol­ gen voor deze gebieden zoveel mogelijk beperkt door het ne­ men van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden ven/vacht. Uit de Memorie van Toelichting blijkt, dat de Wet natuurbescherming, buiten de zorgplicht, al voldoende instru­ menten bevat om schadelijke handelingen in Natura 2000gebieden te beperken. Deze zorgplicht is daarmee primair bedoeld om de eigen verantwoordelijkheid vastte leggen, die een ieder heeft voor een zorgvuldige omgang met de natuur­ waarden in Natura 2000-gebieden.

AERIUS-berekening Fountain Fuel te Rotterdam

2. AERIUS-berekening

Planvoornemen

Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten is een AERIUSberekening uitgevoerd. Een stikstofdepositieberekening voor zowel de bouwfase als de gebruiksfase is noodzakelijk. On­ derhavig document geeft hier invulling aan.

Het voornemen bestaat om een waterstoftankstation te reali­ seren aan de Zaventembaan nabij Rotterdam The Hague Air­ port. Het perceel is nu braakliggend. De terreininrichting is weergegeven in figuur 2. Hier is te zien dat er een locatie is waar de personenauto’s kunnen tanken, een locatie voor het vrachtverkeer en een locatie voor het leveren van de water­ stof. Daarnaast wordt er een kiosk gerealiseerd. De kiosk heeft een bebouwd oppervlak van circa 225 m2 en een bouw­ hoogte van circa 4 meter. Het gebouw heeft een bvo van circa 320 m2 bvo.

Doorwerking plangebied Het projectgebied ligt niet binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. De meest nabij­ gelegen Natura 2000-gebieden zijn ‘Oude Maas’, ‘Boezems Kinderdijk’ en ‘Westduinpark en Wapendaľ. Deze gebieden zijn gelegen op respectievelijk ca. 10,7 km, 15,7 km en 16,8 km afstand van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect. Vanwege de realisatie van het waterstoftankstation zijn eventuele effecten vanwege stikstof niet uítte sluiten. Derhalve is het uitvoeren van een stikstofdepositieberekening benodigd. De resultaten van de berekeningen, uitgevoerd door BRO, zijn verwerkt in deze rapportage.

vrijdag 23 juni 2023

2

Notitie

mo Gebruiksfase In deze stikstofberekening is uitgegaan van een gasloze ki­ osk. Ook de waterstoftanks zorgen niet voor een emissie. De berekening van de gebruiksfase focust zich daarom slechts op de verkeersgeneratie van het plan. Deze verkeersgeneratie wordt gevormd door zowel het tankstation als de kiosk.

Verkeersgeneratie De toekomstige verkeersgeneratie van de kiosk is berekend op basis van kengetallen van CROW (publicatie 381). Hierbij is uitgegaan van de ligging in ‘rest bebouwde kom’ van een ‘zeer sterk stedelijk gebied’.

Kiosk In de kiosk is ruime voor een koffiebar, winkel, wachtruimte en werkruimte. Om de verkeersgeneratie te bepalen is in dit geval worst-case uitgegaan van een horecafunctie. Voor ho­ reca/winkel zijn geen ‘eenduidige’ verkeerskencijfers opgeno­ men in de CROW publicatie. Voor een restaurant en een ca­ fetaria zijn bijvoorbeeld alleen parkeerkencijfers opgenomen. In dit geval kan daarom het beste aangesloten worden bij de kencijfers van een “buurtsupermarkt”. Hiervoor geldt een ver­ keersgeneratie van maximaal 93,4 mvt I etmaal 1100 m2 bvo. De kiosk van 320 m2 zorgt dan voor een verkeersgeneratie van maximaal 299 mvt I etmaal. Dit zal een overschatting zijn, maar worst-case is hiermee rekening gehouden.

W ate rstofta n kstat i o n Een tankstation wordt niet beschreven in de publicatie met CROW kencijfers. Een tankstation zorgt namelijk zelf ook vaak niet voor extra verkeer. Een tankstation is vaak gelegen aan een rijroute van bestaand verkeer. Uit een verkeersonderzoek van Goudappel Coffeng1 blijkt dat een gemiddeld

1

AERIUS-berekening Fountain Fuel te Rotterdam

tankstation (benzine en diesel) zorgt circa 288 bezoekers per dag telt. Dit zijn 576 mvt I etmaal. Dit kan gezien worden als een sterk worst-case scenario, aangezien een regulier tank­ station naar verwachting meer verkeer genereert dan een waterstoftankstation. Toch is in deze stikstofberekening uit­ gegaan van dit kengetal om aan te tonen dat de realisatie van waterstoftankstation ook geen invloed zou hebben op Natura 2000. De verwachting is dat circa 10o7o van dit verkeer in de vorm van ‘zwaar verkeer/vrachtverkeer’ zal plaatsvin­ den. Het gaat dus om ca. 58 mvt I etmaal aan zwaar verkeer en 518 mvt/etmaal aan licht verkeer. Gezien de kiosk en het tankstation voornamelijk gedeelde bezoekers hebben is het ingevoerd wegverkeer een worstcase scenario. De ingevoerde verkeersgegevens is een over­ schatting van de bewegingen die feítelijk zullen plaatsvinden.

Invoergegevens De verkeersaantallen van de kiosk en van het waterstoftank­ station zijn ingevoerd in de AERIUS calculator. Er is een lijn­ bron ingevoerd met het totale verkeer. Deze is ingevoerd tot aan het knooppunt bij de A13 en N209. Het wegverkeer van de kiosk en het tankstation zorgt gezamenlijk voor ca. 225,9 kg /jaar aan NOx en 9,5 kg /jaar aan NH3.

Resultaat Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er geen depositie is ho­ ger dan 0,00 mol I ha /jaar bij omliggende Natura 2000-gebieden.

Bouwfase Invoergegevens Bij het planvoornemen wordt gebruik gemaakt van meerdere (mobiele) werktuigen en vinden verkeersbewegingen plaats. Dit zorgt voor een emissie van stikstof. Deze emissie is bere­ kend. De werkzaamheden zien er als volgt uit: » Bouw zal maximaal 6 maanden duren » Grondwerk vindt plaats in 2 weken met graafmachines en vrachtwagens » De 8 weken daarna het betonwerk verricht met hijskra­ nen, betonmixers en vrachtwagens. » De afbouw vindt plaats in 12 weken met een hijskraan en eventueel vrachtwagens en heftrucks » Gelijktijdig wordt aan de kiosk gebouwd in 26 weken waar incidenteel ook een hijskraan wordt ingezet en vrachtwagens nodig zijn voor het aanvoeren van materi­ alen en materieel. » Gemiddeld zullen 2 bussen per dag van en naar het plangebied rijden (licht verkeer). De invoergegevens voor deze werktuigen zijn bepaald op ba­ sis van kencijfers en ervaringen uit andere soortgelijke bere­ keningen. In de tabel op de volgende pagina zijn deze weer­ geven. Worst-case is uitgegaan dat de hijskranen en vracht­ wagens 40 uur per week draaien op het terrein tijdens de 26 weken bouwtijd. De berekening is in één rekenjaar inge­ voerd. De mobiele werktuigen zijn als vlakbron ingevoerd over het terrein. Voor het bouwverkeer is een lijnbron aange­ houden.

https://acc.digitaleplannen.nl/1952/24FB9D05-1950-43C5-B87B-31C9EC00351D/b_NL.IMRO.1952.bpkolabnobellaan-va02_tb2.pdf (Goudappel Coffeng, 31 oktober 2019)

vrijdag 23 juni 2023

3

Notitie

mo Werktuig (soort)

AERIUS-berekening Fountain Fuel te Rotterdam

Bouwjaar (vanaf)

Brandstof* Vermogen (kW) Draaiuren Brandstofverbruik per uur Brandstofverbruik per jaar

Adblue

Graafmachine

2018

Diesel

200

80

20

1563

94

Vrachtwagen

2016

Diesel

250

1040

24

25262

1516

Hijskraan

2019

Diesel

200

1040

20

20322

1219

Betonmixer

2019

Diesel

200

320

20

6253

375

Vorkheftruck

2016

Diesel

80

480

8

3907

234

Verkeer

Generatie

Licht verkeer

4 mvt/etmaal

Zwaar verkeer

880 mvt/jaar

Resultaat Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er geen depositie is ho­ ger dan 0,00 mol I ha /jaar bij omliggende Natura 2000-gebieden.

3. Resultaat en conclusie Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er geen depositie is ho­ ger dan 0,00 mol I ha /jaar bij omliggende Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten op Natura 2000 kunnen worden uitgesloten.

vrijdag 23 juni 2023

4

Bijlage 1 AERIUS-berekening Aanlegfase

AERIUS

Projectberekening

CALCULATOR

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden,op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

" " " "

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Détailgegevens per emissiebron

Deze PDF Is een digitaal bestand dat weer In te lezen Is In AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden In een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie Is te raadplegen vla: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

A

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

BRO Zaventembaan, - Rotterdam

Activiteit Omschrijving Toelichting

Fountain Fuel Bouwfase Fountain Fuel Rotterdam

Berekening AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RefPrtj4rzwa 23 juni 2023,16:32 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NFU

Emissie NO*

Bouwfase Fountain Fuel Rotterdam - Beoogd

2023

13,9 kg/j

331,8 kg/j

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Bouwfase Fountain Fuel Rotterdam - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RefPrtj4rzwa (23 juni 2023)

2/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=169f9fee-103f-4677-a525-ff8a33484a00