CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb003067] Bijlage 1 behorende bij 24 24bb003074 - Ontwerpbestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA

Gemeenteraad 9 juli 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Het voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Waterstoftankstation Rotterdam The Hague Airport (RTHA).21.587 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Rotterdam

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doel bestemmingsplan 1.3 Ligging plangebied en plangrens 1.4 Geldende bestemmingsplannen 1.5 Leeswijzer

6 6 6 6 8 9

Hoofdstuk 2 Het plangebied 2.1 Historie en huidige situatie 2.2 Beschrijving toekomstige situatie

10 10 11

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie beleidskader

17 17 20 21 23

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Luchtkwaliteit 4.3 Geluidhinder 4.4 Ecologie 4.5 Externe veiligheid 4.6 Bodemkwaliteit 4.7 Archeologie en cultuurhistorie 4.8 Waterparagraaf 4.9 Duurzaamheid 4.10 Bedrijven en milieuzonering 4.11 Verkeer en parkeren

24 24 25 26 27 31 36 39 39 42 43 45

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Algemeen 5.2 De bestemmingen 5.3 Procedure bestemmingsplan

47 47 47 50

Hoofdstuk 6

51

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg

52 52

Bijlagen bij de toelichting

55

Bijlage 1

Akoestisch Onderzoek

56

Bijlage 2

Verkennend natuuronderzoek

57

Bijlage 3

Stikstofrapportage en AERIUS-berekening

58

Bijlage 4

Veiligheidsaspecten

59

Bijlage 5

Risico-Analyse

60

Bijlage 6

Bodemonderzoek

61

Bijlage 7

Aanvullend en nulsituatie bodemonderzoek

62

Bijlage 8

Archeologisch onderzoek

63

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 2 van 84

Bijlage 9

Rapportbeoordeling Archeologie gemeente Rotterdam

64

Bijlage 10

Watertoets

65

Bijlage 11

Verkeersonderzoek

66

67

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

68 68 73

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Bestemmingsregels Bedrijf - Waterstoftankstation Dubbelbestemming - Archeologie

74 74 76

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene aanduidingsregels

78 78 79 80

Hoofdstuk 4 Artikel 8 Artikel 9

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

81 81 82

Bijlagen Bijlage 1

Aangeduide bouwhoogtes RTHA

83 84

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 3 van 84

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 4 van 84

Toelichting

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 5 van 84

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Fountain Fuel B.V. is voornemens een waterstoftankstation te realiseren aan de Zaventembaan te Rotterdam, op het terrein van Rotterdam The Hague Airport. In de huidige situatie is sprake van braakliggend terrein. Het is de bedoeling om hier waterstof af te leveren aan voertuigen. Ook zal er de mogelijkheid zijn om elektrische auto's op te laden. Bij het tankstation zal een gebouw (kiosk) worden gebouwd dat is ingericht voor ondergeschikte detailhandel in de vorm van een tankshop. Het bestemmingsplan wordt opgesteld voor de veiligheid van de omliggende omgeving en de aanleg en gebruik van het waterstoftankstation. Middels een veiligheidscontour wordt de omgeving beschermd van de activiteiten van het waterstoftankstation. Het is noodzakelijk om deze veiligheidscontour vast te stellen voor de omgeving zodat er binnen de risicocontour geen gevoelige objecten meer gebouwd kunnen worden en hierdoor de omgeving veilig is.

1.2

Doel bestemmingsplan

Met het voorliggende bestemmingsplan wordt het volgende doel nagestreefd: » Het planologisch mogelijk maken en in gebruik kunnen nemen van het nieuwe waterstoftankstation; » Het planologisch borgen van de veiligheid middels een veiligheidszone.

1.3

Ligging plangebied en plangrens

Het waterstoftankstation zal gerealiseerd worden aan de Zaventembaan op het terrein van Rotterdam The Hague Airport binnen de gemeente Rotterdam (Zie Figuur 1.2). Het tankstation wordt ontsloten via de Vliegveldweg. Ten oosten van het plangebied ligt de parkeerplaats P3, wat onderdeel is van het vliegveld. In het noorden grenst het plangebied aan een aantal vliegclubs. Ten westen van het gebied bevindt zich de Vliegveldweg en op zo'n 500 meter richting het westen ligt de snelweg A13.

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 6 van 84

Figuur 1.1 Ligging en indicatie begrenzing plangebied

Figuur 1.2 Ligging plangebied t.o.v. Rotterdam

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 7 van 84

1.4

Geldende bestemmingsplannen

In het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan zijn momenteel de volgende bestemmingsplannen van kracht: Bestemmingsplan

Status

Bestemming plangebied

Rotterdam The Hague Airport

Onherroepelijk, vastgesteld, 2 februari 2017

- Enkelbestemming Gemengd - Dubbelbestemming Waarde Archeologie - Bouwvlak - Maatvoering maximum bouwhoogte: 20 m - Gebiedsaanduiding Geluidzone - Industrie

Parapluherziening biologische Onherroepelijk, vastgesteld op veiligheid 14 juni 2018 Parapluherziening parkeernormering Rotterdam

Onherroepelijk, vastgesteld op 14 december 2017

Parapluherziening evenementen

Geheel in werking, vastgesteld op 2 maart 2022

De regels die momenteel van toepassing zijn op het plangebied, volgen uit het bestemmingsplan 'Rotterdam The Hague Airport' (vastgesteld op 2 februari 2017).

Enkelbestemming Gemengd

Dubbelbestemming Waarde-Archeologie

Bouwvlak

Maatvoering maximum bouwhoogte: 20 m

Gebiedsaanduiding geluidzone - industrie

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan Rotterdam The Hague Airport De bouw en in gebruik nemen van het waterstoftankstation past niet binnen de geldende bestemmingsplannen. Ook is het de bedoeling om voor de veiligheid een veiligheidscontour

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 8 van 84

vast te stellen. Hierdoor moet een nieuw bestemmingsplan gemaakt worden voor de realisatie van het waterstoftankstation en het borgen van de veiligheidscontour. De vigerende paraplubestemmingsplannen blijven van kracht.

1.5

Leeswijzer

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende regels, vergezeld van een toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. In de toelichting is een beschrijving van het plangebied opgenomen en zijn de aan het plan ten grondslag gelegen keuzes en beleidsuitgangspunten beschreven. De toelichting bestaat uit 7 hoofdstukken. Hoofdstuk 1 is de inleiding van de toelichting. Hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en geeft aan welke ontwikkelingen zich voordoen in het plangebied. De voor het plan relevante beleidsuitspraken van rijk, provincie en regio en het eigen gemeentelijke beleid zijn in hoofdstuk 3 beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten en de relevante omgevingsaspecten. Hierbij vindt er een toets aan de diverse milieu- en omgevingsaspecten plaats. Een toelichting op het juridische systematiek, een omschrijving van de afzonderlijke bestemmingen is beschreven in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven en in hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de te doorlopen procedures.

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 9 van 84

Hoofdstuk 2

Het plangebied

In dit hoofdstuk is de ruimtelijke structuur van het plangebied beschreven aan de hand van de historische ontwikkeling, de huidige situatie en de nieuwe ontwikkelingen.

2.1

Historie en huidige situatie

Typering Rotterdam The Hague Airport Rotterdam The Hague Airport is een internationaal vliegveld in de omgeving Rotterdam en Den Haag en faciliteert het vliegverkeer voor jaarlijks zo'n twee miljoen passagiers. Het vliegveld is geopend in 1956. Huidige situatie Het terrein voor het waterstoftankstation ligt ten westen van het vliegveld en de bijbehorende parkeerplaats P3. Op dit moment ligt het terrein braak. Het terrein ligt aan de Zaventembaan en wordt uiteindelijk ontsloten via de entree van het vliegveld via de Vliegveldweg. Via deze weg is het ongeveer 1 kilometer rijden tot de A13.

Figuur 2.1 Bestaande situatie plangebied.

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 10 van 84

Mifji iel i aai i

den Rijn NI I

Woerden

Den Haag Rijswijk Gouda Hoek van Holland

Rotterdam Ridderkerk Gorinchem

Hellevoetsluis Dordrecht

Ouddorp

Nationaal Park De Biesbosch

■.s

^oUan^

Figuur 2.2 Ligging plangebied

2.2

Beschrijving toekomstige situatie

Wie is Fountain Fuel? Fountain Fuel is een bedrijf die wil bijdragen aan een duurzame, rechtvaardige en schone toekomst. Dit willen ze bereiken door emissievrije tankstations te bouwen. Deze tankstations leveren waterstof en elektriciteit voor auto's. Momenteel zijn ze bezig met de bouw van 3 waterstoftankstations, tegen 2025 willen ze 11 stations in werking hebben en tegen 2030 willen ze in totaal 50 waterstoftankstations realiseren. Nut en noodzaak voor de realisatie van een waterstoftankstation De ambitie van Fountain Fuel is om op termijn enkel duurzaam geproduceerde elektriciteit in te zetten. In de transitie naar duurzame werktuigen en transport, zal waterstof naar verwachting een complementaire energiedrager vormen naast batterijen. Batterijen zijn minder geschikt voor de aandrijving van zware voertuigen en werktuigen alsook voor voertuigen die gedurende langere tijd of over langere afstand autonoom dienen te blijven. Waterstof vormt een energiedrager die meer mogelijkheden biedt dan batterijen als het gaat om energiedichtheid en gewicht. Verder legt waterstof geen belasting op het milieu als het gaat om de grondstoffen.

De voorzieningen en installaties die worden gebruikt bij de productie, opslag en gebruik van waterstof bevatten geen grote hoeveelheden schaarse grondstoffen (zoals zeldzame metalen die met dito nadelige gevolgen voor het milieu moeten worden gewonnen), noch bevatten deze installaties relevante gevaarlijke stoffen. Aan het einde van de levenscyclus is hergebruik ook eenvoudig. Dit alles in tegenstelling tot batterijen.

Waterstoftankstation

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 11 van 84

Aan de Zaventembaan wordt een waterstoftankstation gerealiseerd. Daarnaast worden er ook laadplaatsen met bijbehorende laadpalen voor elektrische auto's gecreëerd. Ook komt er op het terrein een kiosk dat is ingericht voor ondergeschikte detailhandel in de vorm van een tankshop, met daarbij een toiletgroep. Voor de opslag en aanvoer van waterstof zal er ook een opstelplaats voor vrachtwagens en een waterstof installatie komen. In het bestemmingsplan zal een veiligheidscontour rondom het waterstoftankstation gerealiseerd worden om op deze manier de veiligheid planologisch te borgen. De veiligeheidszone is op figuur 2.3 ingetekend in de huidige situatie.

Figuur 2.3 Huidige situatie plangebied (rood) met de veiligheidszone (blauw)

Het Masterplan RTH-Airport is van 2005 en bleek gedateerd. Er wordt gewerkt aan een nieuw masterplan, waarbij wordt gestreefd naar meer verbinding met de stad. De aanleg van de landschappelijke dijk aan de achterzijde van het tankstation draagt hieraan bij. Na de aanleg van de landschappelijke dijk te zijner tijd blijft het landschappelijk beeld aantrekkelijk. Fountain Fuel gaat mee in biobased ontwerpen en het gebruik van zoveel mogelijk natuurlijke materialen. In de figuren 2.4 t/m 2.9 zijn impressies weergegeven van het waterstoftankstation.

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 12 van 84

Figuur 2.4 Tekening waterstoftankstation

Figuur 2.5 3D impressie waterstoftankstation

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 13 van 84

Figuur 2.6 3D impressie bijgebouw

Figuur 2.7 3D impressie personenauto's bij 700 bar dispenser onder luifel

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 14 van 84

Figuur 2.8 3D impressie opstelplaats vrachtwagens en waterstof installatie

De hoogtes van de verschillende bouwwerken op het terrein zijn als volgt: » Kiosk: 4m » Luifel: 7m » Waterstof installatie: 5m en een ventstack van 8 m. » Opstelplaats trailers: 3,8m In het plangebied moet er rekening worden gehouden met de vlieghoogtes van Rotterdam The Hague Airport. Deze minimale vlieghoogtes zijn ingedeeld in verschillende zones. Zoals te zien op de kaart van vlieghoogtes (Figuur 2.9), is te zien dat voor het plangebied de minimale vlieghoogte 15 meter is. Bij voorliggend plan is de maximale bouwhoogte 8 meter, waardoor dit geen probleem veroorzaakt met de naastgelegen landings- en opstijgbaan. Verdere beperking op de bouwhoogte in verband met de navigatie en communicatie apparatuur wordt behandeld in 3.1.4 Wet Luchtvaart.

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 15 van 84

Er wordt een bestemmingsplan opgesteld voor de realisatie van het waterstoftankstation. In het bestemmingsplan wordt een veiligheidscontour opgenomen. Dit wordt gedaan om de veiligheid van de omgeving te waarborgen. Dit betekent dat er binnen deze contour geen (beperkt) kwetsbare objecten mogen komen. Voor de omgeving buiten de veiligheidscontour geldt dit niet. Dat betekent dus dat er buiten de veiligheidscontour wel (beperkt) kwetsbare objecten gebouwd mogen worden. Het terrein van Rotterdam The Hague Airport is in bezit van Schiphol Group. Met Schiphol Group is contact geweest over voorliggend bestemmingsplan. Schiphol Group is akkoord met het plan.

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 16 van 84

Hoofdstuk 3

Beleidskader

In deze paragraaf wordt een analyse gegeven van het relevante beleidskader. De beleidsnota's die direct of indirect doorwerken in voorliggend bestemmingsplan, worden in deze paragraaf behandeld. Per bestuurslaag is een korte samenvatting gegeven van de meest relevante aspecten uit de verschillende beleidsnota's, alsmede de consequenties voor het voorliggende initiatief.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van onze leefomgeving. Hiermee wil het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes het Rijk maakt en welke richting het Rijk meegeeft aan decentrale keuzes. Deze keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet die in werking treedt op 1 januari 2024. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang met elkaar. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes gemaakt worden. Prioriteiten De NOVI schetst een toekomstperspectief naar 2050 waarin vier prioriteiten worden vastgesteld: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. Zeespiegelstijging, hoge rivierafvoeren, wateroverlast en lange periodes van droogte zijn hier voorbeelden van. In 2050 zal Nederland klimaatbestendig en waterrobuust zijn. In 2050 moet Nederland ook een duurzame energievoorziening hebben. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen.

Voorwaarde is dat bewoners goed betrokken zijn en invloed hebben op het gebruik en kunnen meeprofiteren in de opbrengsten. Voor de ontwikkeling van duurzame energie zijn regionale energiestrategieën (RES) essentieel. Medeoverheden geven, in samenwerking met de energiesector, gebruikers en andere belanghebbenden, in de RES invulling aan de inpassing van duurzame energie op het land. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. De Nederlandse economie dient toekomstbestendig te worden, oftewel concurrerend, duurzaam, en circulair. Het gebruik van duurzame energiebronnen en verandering van productieprocessen wordt gestimuleerd. Steden en stedelijke regio's zijn belangrijk voor onze economie. Dit geldt vooral daar waar sprake is van een aantrekkelijke en gezonde omgeving en diversiteit in aanwezige economische functies, opleidingen en andere voorzieningen. Sterke en gezonde steden en regio's

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 17 van 84

Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. De leefbaarheid van stedelijk gebied staat voorop. Hiervoor dienen deze gebieden in te zetten op klimaatadaptatie om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan. Ook dient de bouw van nieuwe woningen te zijn gericht om een zo breed mogelijk aantal inwoners te bereiken. Mobiliteit dient aan te sluiten op nieuwe ontwikkelingen waarbij onder meer de CO2 uitstoot wordt verminderd. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. Er dient een balans tussen de ontwikkeling van natuur en landbouw te worden gevonden. Hiernaast dient het een prettige omgeving te zijn om te werken, wonen en te recreëren. Biodiversiteit van gebieden en de verduurzaming van landbouw zijn kernpunten. Afwegingsprincipes Het stellen van de bovenstaande prioriteiten kan een situatie maken dat belangen soms botsen.

Om in zo'n situatie keuzes te maken worden er drie afwegingsprincipes gebruikt: » Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoekt het Rijk naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. » Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. » Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De uitvoering van de NOVI moet gezamenlijk worden aangepakt. Rijk, provincies en gemeenten gaan meer samenwerken als één overheid. Ook staat participatie centraal. Daarnaast is de NOVI continu in beweging. Het is de bedoeling dat het zich continu aanpast aan ontwikkelingen, in een permanent en cyclisch proces. Consequentie voor dit bestemmingsplan De realisatie van het waterstoftankstation draagt bij aan de leefbaarheid van het stedelijk gebied. Meerdere opties worden door dit tankstation aangeboden om gebruik te maken van vervoer.

Ook wordt hierdoor de CO2 uitstoot van auto's verminderd als er wordt gekozen om waterstof of elektriciteit te gebruiken om te rijden. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het rijksbeleid, is -voor zover nodig- in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: Barro) vastgelegd in regelgeving. Het Barro is op 22 augustus 2011 vastgesteld en op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ter bescherming van nationale belangen. Provincies en gemeentes dienen hier rekening mee te houden bij het opstellen van inpassingsplannen en bestemmingsplannen. De nationale belangen die worden benoemd in het Barro zijn: 1. Rijksvaarwegen 2. Project Mainportontwikkeling Rotterdam 3. Kustfundament 4. Grote rivieren 5. Waddenzee en waddengebied 6. Defensie 7. Hoofdwegen en landelijke spoorwegen 8. Elektriciteitsvoorziening 9. Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen 10. Natuurnetwerk Nederland 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 18 van 84

12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) 13. Erfgoederen van utizonderlijke universele waarde 14. Ruimtereservering parallelle Kaagbaan Consequenties voor dit bestemmingsplan Het bestemmingsplan valt niet onder één van de nationale belangen die worden benoemd in het Barro. Daardoor valt de locatie voor dit bestemmingsplan niet onder het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Dus daardoor vormt het Barro geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan. 3.1.3

Besluit ruimtelijke ordening

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de Ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Deze ladder is gericht op vraaggericht programmeren en het zorgvuldig benutten van ruimte. Het Besluit ruimtelijke ordening is op 1 juli 2017 gewijzigd. Met de wijziging van het Bro is ook een nieuwe ladder systematiek geïntroduceerd, waarbij de ladder geen treden meer bevat. Hierbij moet ten eerste de behoefte aan de ontwikkeling worden beschreven en ten tweede moet bij buiten stedelijke ontwikkelingen worden gemotiveerd waarom deze niet binnenstedelijk plaats kunnen vinden. Als sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, dan moet er getoetst worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Volgens artikel 1.1.1, lid 1 onder 1 van het Bro is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling indien een project ziet op de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Bij de beoordeling of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt gekeken of er sprake is van een nieuw beslag op de ruimte.

Daarvan is in beginsel sprake als een nieuw ruimtelijk besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was of volgens het voorheen geldende planologische regime kon worden gerealiseerd. Indien de ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing is moet worden beschreven in hoeverre de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Consequenties voor dit bestemmingsplan Er is bij voorliggend bestemmingsplan geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, gezien het een eenzijdige bedrijfsbestemming is op het gebied van vliegveld RTHA. Ook ligt het plangebied volgens de provinciale verordening binnen bestaand stedelijk gebied, waardoor er ook geen sprake kan zijn van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierdoor dient de ladder van duurzame stedelijke ontwikkeling niet doorlopen te worden en vormt het Bro geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan. 3.1.4

Wet Luchtvaart

Het beperkingengebied van een luchthaven is een zone waar planologische beperkingen van kracht zijn, zoals aan de maximale bouwhoogten in de aan- en uitvliegroutes. Daarnaast kunnen, met name ter beperking van de geluidhinder, beperkingen worden opgelegd aan de bestemmingen van gebouwen in een ruimere zone rond de luchthaven. De omvang van het beperkingengebied en de planologische beperkingen daarin zijn onderdeel van het luchthavenindelingsbesluit dat voor een luchthaven is genomen. De gemeenteraad is verplicht binnen een jaar nadat het luchthavenindelingsbesluit in werking is getreden het bestemmingsplan of de beheersverordening overeenkomstig dat besluit vast te stellen. Het luchthavenindelingbesluit wordt in acht genomen bij de vaststelling van een bestemmingsplan, de beheersverordening of het afwijken daarvan via een omgevingsvergunning voor een gebied dat is gelegen binnen het beperkingengebied. Consequenties voor dit bestemmingsplan

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 19 van 84

De projectlocatie ligt binnen het beperkingengebied van Rotterdam The Hague Airport, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 1 van de regels. Het plan is in strijd met de bouwhoogtes binnen het beperkingengebied, gezien er op de locatie van het plan niet hoger dan de start- en landingsbaan gebouwd mag worden, zoals beschreven in artikel 6.1. Dit is bij het plan wel het geval. In artikel 6.1 is er een mogelijkheid om hiervan af te wijken als er geen bezwaar is vanuit Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) en de luchthavenexploitant (Schiphol Group). Er heeft afstemming met LVNL plaatsgevonden. LVNL stelt dat er geen gevolgen zijn voor de goede werking van de navigatie en communicatie apparatuur. LVNL stemt in met het voorliggend bestemmingsplan. Ook heeft er afstemming met de luchthavenexploitant plaatsgevonden, Schiphol Group heeft aangegeven dat er geen bezwaar is betreft wind en de vogelaantrekkende werking.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland (2019)

De Omgevingsvisie Zuid-Holland is het provinciaal beleidsplan van de fysieke leefomgeving. De meeste recente versie van de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland is in werking getreden op 1 april 2019 en volgt daarmee de Visie Ruimte en Mobiliteit uit 2014 op. Met de Omgevingsvisie anticipeert de provincie op het in werking treden van de Omgevingswet. In de nieuwe Omgevingsvisie is het volledige omgevingsbeleid van de provincie vervat, zoals de Omgevingswet ook zal voorschrijven. In de Omgevingsvisie worden de huidige beleidsplannen in één document verenigd: » de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro); » het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm); » het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww); » het verkeers- en vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer; » de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb). De provincie Zuid-Holland kiest hierbij voor een opgavegerichte aanpak, waarbij steeds samenhangende beleidsonderdelen worden vernieuwd waar dat nodig is. Het provinciale omgevingsbeleid is dus geen statisch (eind)document, maar een document waarmee voortdurend de dialoog wordt gezocht met de diverse ruimtelijke actoren: altijd klaar, maar nooit af.

Hoofddoel van de Omgevingsvisie Zuid-Holland is het scheppen van voorwaarden voor een economisch krachtige regio. Dat betekent: ruimte bieden om te ondernemen, het mobiliteitsnetwerk op orde en zorgen voor een aantrekkelijke leefomgeving. De sturingsfilosofie van de omgevingsvisie betreft: 1. Ruimte bieden aan ontwikkelingen; 2. Aansluiten bij de maatschappelijke vraag naar woningen, bedrijventerreinen, kantoren, winkels en mobiliteit; 3. Allianties aangaan met maatschappelijke partners; 4. Minder toetsen op regels en meer sturen op doelen. Consequenties voor dit bestemmingsplan Het bestemmingsplan maakt de aanleg van een waterstoftankstation mogelijk. Dit tankstation, dat ook laadplaatsen heeft voor elektrische auto's, draagt bij aan het mobiliteitsnetwerk. Meer duurzame opties van transport worden mogelijk om te gebruiken binnen de provincie Zuid-Holland.

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 20 van 84

3.2.2

Omgevingsverordening Zuid-Holland

Gelijktijdig met de omgevingsvisie hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening vastgesteld. Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid en belangen. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie. De omgevingsverordening schrijft voor waaraan de inhoud van onder andere bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen voor afwijken van het bestemmingsplan en beheersverordeningen moeten voldoen. In de verordening zijn regels opgenomen die het provinciaal belang beschermen. Consequenties voor dit bestemmingsplan Het plan sluit aan bij de uitgangspunten van de provinciale omgevingsverordening van Zuid-Holland. Deze regels vormen dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkelingen in dit bestemmingsplan. 3.2.3

Omgevingsvisie Zuid-Holland - Energietransitie

De provincie Zuid-Holland streeft ernaar om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 490Zo en in 2050 met 9507o te verminderen ten opzichte van 1990 om klimaatverandering te voorkomen en de stijging van de zeespiegel te beperken. De provincie zal de trias energetica gebruiken om het gebruik van fossiele brandstoffen te verminderen door efficiëntie, hernieuwbare energiebronnen en het minimaliseren van CO2-uitstoot te bevorderen. De provincie werkt aan warmte, wind, zon, energie-efficiëntie en mobiliteit en ondersteunt lokale initiatieven in de energietransitie. Participatie is belangrijk en de provincie wil verschillende perspectieven van gemeenten, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners betrekken bij het besluitvormingsproces. De provincie hecht waarde aan draagvlak en werkt aan het bevorderen van maatschappelijke participatie en lokale eigendom bij energieprojecten. Consequenties voor dit bestemmingsplan Het voorliggend bestemmingsplan draagt bij aan de Omgevingsvisie Energietransitie van Zuid-Holland omdat het realiseren van een emissievrij waterstoftankstation mensen stimuleert om emissievrij te gaan rijden. Dit is een voorbeeld van een lokaal initiatief in de energietransitie.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Rotterdam

De gemeente Rotterdam heeft in juni 2021 de omgevingsvisie Rotterdam vastgesteld. In deze visie heeft de gemeente ambities voor de lange termijn staan. Met de omgevingsvisie wordt richting gegeven aan toekomstige ontwikkelingen die plaatsvinden in een veilige en gezonde fysieke leefomgeving met een goed omgevingskwaliteit voor inwoners. Binnen de gemeente wordt gestreefd naar 'De Veranderstad'. Rotterdam gebruikt hierbij het motto: "I have to change to stay the same'. De trek naar de stad, vergrijzing, de energietransitie, klimaatverandering, digitalisering en de opkomst van netwerksamenleving zijn ontwikkelingen die de stad raken en voor verandering zorgen. Rotterdam kiest voor een goede groei. Dit betreft een groei die bijdraagt aan het welzijn van de inwoners, aan een duurzame samenleving en aan economische vooruitgang. Om de goede groei voor Rotterdam concreet te maken wordt in de omgevingsvisie vijf hoofdkeuzes gemaakt: 1. Rotterdam zet in op prettig leven in de delta 2. Rotterdam gaat verstedelijken & verbinden 3. Rotterdam zet in op vitale wijken

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 21 van 84

4. Rotterdam zet de schouders onder de energie- en grondstoffentransitie 5. Rotterdam vernieuwt het verdienvermogen Rotterdam zet in op prettig leven in de delta Het doel is om van Rotterdam een gezonde, groene en aantrekkelijke stad om te wonen, werken en recreëren te maken. De rivieren - de Maas, de Schie en de Rotte zijn de belangrijkste groen-blauwe verbindingen. Nieuwe parken worden aangelegd en vergroenen de boulevards in de stad, zoals de Blaak en Westblaak. Het verbinden van groenstructuren zorgt voor aantrekkelijke routes binnen de stad en om de biodiversiteit te vergroten. Tegelijkertijd wordt er gewerkt aan het toevoegen van groen, het reduceren van hittestress en aan de opvang van water tijdens hevige regenbuien. Rotterdam wordt zo aantrekkelijk gemaakt voor Rotterdammers. Verder is het doel dat de auto minder belangrijk wordt waardoor meer ruimte aan de fietser en voetganger wordt geboden. Rotterdam gaat verstedelijken & verbinden Rotterdam verstedelijkt binnen de bestaande stad om de stad te versterken. Dat doen ze vooral bij en rondom bestaand of nieuw hoogwaardig openbaar vervoer. Dat is de meest duurzame manier van verstedelijking. Daarom investeren ze met de partners onder andere een nieuwe oeververbinding, nieuwe stations en meer treinen op het spoor tussen Leiden en Dordrecht (Oude Lijn).

Door het toevoegen van woningen ontstaat een groter draagvlak voor voorzieningen. Met hogere dichtheden wonen meer mensen in de directe nabijheid van verschillende voorzieningen. Men kan al zijn dagelijkse voorzieningen te voet of op de fiets bereiken: de stad om de hoek. De ontwikkeling van een netwerk van complementaire stedelijke centra zorgt ervoor dat de toplocaties elkaar versterken. Rotterdam zet in op vitale wijken Rotterdam wil iedereen dezelfde kansen bieden en inzetten op goed onderwijs, een goede woning en passend werk. In de wijken komen een heleboel opgaven samen: de energietransitie, klimaatadaptieve ingrepen en sociaaleconomische opgaven. Deze worden samen opgepakt om de wijken toekomstbestendig te maken. In alle wijken wordt ingezet op een divers aanbod van woon- en werkruimte en is de openbare ruimte op orde. Maatschappelijke voorzieningen groeien mee met de stad en worden intensiever benut. Rotterdam zet de schouders onder energie-en grondstoffentransitie Rotterdam heeft het doel om de komende jaren energie anders en schoner op te wekken, anders distribueren en de vraag te verminderen. Daarnaast is het doel om materiaalkringlopen te sluiten. In het havenindustrieel complex betekent dat onder andere elektrificatie van processen en inzet van waterstof als energiedrager.

Restwarmte wordt gebruikt om het stedelijk gebied van warmte te voorzien en het verduurzamen van de woningvoorraad. Ook is het doel om de stedelijke mobiliteit en transport naar en in de haven te verduurzamen. Rotterdam vernieuwt het verdienvermogen Rotterdam vernieuwt het verdienvermogen. Rotterdam heeft een sterke economische uitgangspositie; een wereldhaven, een sterke logistieke sector en groeiende maakindustrie. Deze sectoren blijven ook in de toekomst belangrijk voor de werkgelegenheid en het verdienvermogen, maar moeten de komende jaren flink vernieuwen. Tegelijkertijd is Rotterdam, onder meer door zijn uitstekende (internationale) bereikbaarheid, een middelpunt van innovatie en van kennisintensieve dienstverlening. Rotterdam verwelkomt nieuwe bedrijfsmodellen, zoals start-ups in de circulaire economie. Bedrijven die hinder veroorzaken en daarom in een hoge milieucategorie vallen concentreren ze zoveel mogelijk op een paar locaties. Door goede netwerken en interactie ontstaat innovatie in de bestaande en de nieuwe economie; juist dat is de economische kracht van Rotterdam. Consequenties voor dit bestemmingsplan Met de omgevingsvisie wordt een toekomstbeeld geschetst van de gemeente Rotterdam.

Het project valt onder het onderwerp 'Rotterdam zet de schouders onder energie-en grondstoffentransitie', omdat er met een waterstoftankstation en laadplaatsen een alternatief wordt geboden voor fossiele brandstoffen. Hierdoor draagt het bij aan de energie-en grondstoffentransitie.

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 22 van 84

3.3.2

Visie waterstof gemeente Rotterdam

Waterstof zal een belangrijke rol spelen in de energietransitie en zal worden gebruikt als grondstof, brandstof en energiedrager. De ontwikkeling van groene en blauwe waterstof is nog in volle gang en de gemeente Rotterdam ziet de ontwikkeling van blauwe waterstof als een tussenstap naar groene waterstof. Er moeten keuzes worden gemaakt waar waterstof voor wordt ingezet, waarbij wordt gelet op de economische ontwikkeling, de alternatieven, de bijdrage aan het algehele energiesysteem en de efficiëntie. Waterstof moet worden ingezet waar het het meest nodig is en waar de bijdrage aan het energiesysteem het grootst is. Er moeten waardige alternatieven worden overwogen en lokale (groene) elektriciteit moet zoveel mogelijk worden ingezet als elektriciteit. De visie van gemeente Rotterdam wordt tot uiting gebracht in de waterstofladder. De waterstofladder bepaalt op welke wijze waterstof het best ingezet kan worden. Waterstof wordt bij voorkeur ingezet als grondstof, brandstof voor industriële warmte, brandstof voor zwaar transport en vervoer, en voor opslag en netstabiliteit. Consequenties voor dit bestemmingsplan Het waterstoftankstation draagt bij aan de Visie waterstof gemeente Rotterdam gezien waterstof getankt kan worden door onder andere vrachtwagens wat valt onder zwaar transport en vervoer. 3.3.3

Waterstof in Rotterdam Port of Rotterdam

Rotterdam wil de belangrijkste haven voor de import van duurzame energie worden en schat in dat de hoeveelheid groene waterstof die via Rotterdam in 2050 binnenkomt kan oplopen tot 18 miljoen ton. Het Havenbedrijf Rotterdam heeft een lijst opgesteld van vijftien kansrijke landen voor import van waterstof en er worden verkenningen opgezet met meer dan tien landen. Het Havenbedrijf werkt samen met partijen om de handel in certificaten en commodity's te faciliteren om de kosten te beperken. Er worden initiatieven aangekondigd voor de ontwikkeling van importterminals en de terminalcapaciteit voor groene waterstof en verschillende dragers zal vergroot worden. De Delta Rhine Corridor maakt het mogelijk dat grote hoeveelheden naar andere delen van Nederland en omringende landen wordt getransporteerd en in verschillende vormen. Consequenties voor dit bestemmingsplan Het waterstoftankstation van Fountain Fuel biedt een extra mogelijkheid in Rotterdam om waterstof te tanken. Dit bevordert de handel in waterstof en draagt bij aan het vergroten van de verhandelde waterstof van de haven van Rotterdam om zo de belangrijkste haven voor de import van duurzame energie te worden.

3.4

Conclusie beleidskader

Het bestemmingsplan past binnen de beleidsdoelstellingen van alle overheidsniveaus. Voornamelijk op het gebied van duurzaamheid speelt het bestemmingsplan een rol in het beleid van de verschillende overheden.

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 23 van 84

Hoofdstuk 4

Milieu- en omgevingsaspecten

In voorliggend hoofdstuk zijn de milieu- en omgevingsaspecten behandeld voor voorliggende ontwikkeling. Per milieu- en omgevingsaspect wordt ingegaan op het relevante kader (beleid waaruit het milieu-aspect volgt), de relatie van het kader tot het plangebied en vervolgens de conclusie van het omgevingsaspect.

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

4.1.1

Kader

Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieubelang een volwaardige plaats in bepaalde plan- en besluitvormingsprocessen te geven. Enerzijds maakt het opstellen van een milieueffectrapport (MER) de initiatiefnemer bewust van de milieugevolgen en anderzijds kan de overheid diverse milieugevolgen in samenhang met elkaar en op een voor de burger transparante wijze bij de besluitvorming betrekken. In de Wet milieubeheer (art 7.2) en het Besluit milieueffectrapportage (art 2 lid 5) is verankerd dat er een beoordeling moet worden gemaakt of een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden als een plan of besluit (bijvoorbeeld een bestemmingsplan) wordt opgesteld voor één of meerdere activiteiten met mogelijk belangrijke negatieve effecten op het milieu. Activiteiten waarvoor dat het geval is, worden genoemd in de bijlage onderdeel C en D van het Besluit m.e.r.: » Onderdeel C: Hierin staan activiteiten, gevallen, plannen en besluiten waarvoor het doorlopen van een m.e.r.-procedure en dus het opstellen van een m.e.r. verplicht is; » Onderdeel D: Hierin staan activiteiten, gevallen, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r.-beoordeling verplicht is.

Als de activiteiten die met het bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt in kolom 1 van onderdeel D staan, dan bestaat de m.e.r.-beoordelingsplicht er uit dat het bevoegd gezag moet beoordelen of de activiteiten belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Blijkt uit deze beoordeling dat de betreffende activiteiten belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen hebben, dan moet de m.e.r.-procedure (m.e.r.) worden doorlopen en moet een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden opgesteld. 4.1.2

Plangebied

De activiteit valt niet onder een categorie van het Besluit m.e.r. Hierdoor is er geen sprake van een m.e.r. beoordelingsplicht. Hierdoor is het voor voorliggend bestemmingsplan niet noodzakelijk om een m.e.r. - beoordelingsbesluit op te stellen. 4.1.3

Conclusie

Gezien de omvang van de activiteiten en de effecten is er geen m.e.r. beoordelingsplicht noodzakelijk. Het aspect vormvrije m.e.r.-beoordeling vormt geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 24 van 84

4.2

Luchtkwaliteit

4.2.1

Kader

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient bij het opstellen van een bestemmingsplan uit oogpunt van de bescherming van de volksgezondheid rekening te worden gehouden met luchtkwaliteit. Vanuit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening kunnen belemmeringen bestaan om een project te realiseren op een locatie waar de luchtkwaliteit slecht is. Ook een verslechtering van de luchtkwaliteit op bestaande locaties kan bezwaarlijk zijn. Luchtkwaliteitsaspecten zijn verankerd in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2) en betreffen een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit, waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waarvan de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. De wet voorziet onder meer het rijksprogramma het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), het begrip "in betekenende mate" (ibm) en gebiedssaldering. De kern van de wet wordt gevormd door een programmatische aanpak om de grenswaarden zo snel als redelijkerwijs mogelijk is, te halen en door de introductie van het begrip "in betekenende mate".

Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) en Besluit NIBM Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd, kan Nederland nog niet overal voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die sinds 2010 van kracht zijn. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio's om samen te werken aan een schonere lucht waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen. Projecten die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in het NSL in de provincies c.q. regio's waar overschrijdingen plaatsvinden. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Voorts bestaat in het wettelijk stelsel voor luchtkwaliteit de mogelijkheid van projectsaldering. Saldering is de mogelijkheid om ruimtelijke plannen uit te voeren in gebieden waar te veel fijn stof en stikstofdioxide in de lucht zit. Het gaat daarbij ook om plannen die de luchtkwaliteit ter plekke iets kunnen verslechteren, maar in een groter gebied per saldo verbeteren. Projectsaldering is aan de orde wanneer de gevolgen van een project de 30Zo grens, voor 'niet in betekenende mate' overschrijden.

Projecten die 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden, aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 307o van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit een maximaal toegestane verslechtering van 1,2 ìg/m3. Besluit gevoelige bestemmingen Gevoelige bestemmingen zoals scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van het "Besluit gevoelige bestemmingen" extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden. Beleidskader - Rotterdam Koersnota Schone Lucht 2019-2022 De gemeente Rotterdam heeft in 2019 de Koersnota Schone Lucht 2019-2022 vastgesteld. Hierin staat een drietal overkoepelende doelen op het gebied van luchtkwaliteit benoemd: » Alle straten in Rotterdam voldoen in 2020 aan de Europese normen: In 2020 zijn alle knelpunten, waar de wettelijke norm op het gebied van luchtkwaliteit wordt overschreden, opgelost. In geen enkele straat worden de Europese normen nog overschreden.

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 25 van 84

»

»

Verbetering van de gemiddelde luchtkwaliteit in Rotterdam in 2022: In 2022 is de luchtkwaliteit in de hele stad verbeterd ten opzichte van het jaar 2018. Niet alleen de concentratie van stikstof (NO2) moet omlaag, maar ook de concentraties fijnstof (PM10, PM2,5) en roet. Rotterdam voldoet aan de WHO-advieswaarden in 2025: In 2025 wil de gemeente dat de Rotterdamse luchtkwaliteit overeenkomt met de advieswaarden van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) voor NO2 en PM10. Daarnaast wil de gemeente wat betreft roet voldoen aan een informele richtwaarde, afgeleid van de WHO-norm voor fijnstof.

4.2.2

Plangebied

Het bestemmingsplan voorziet een waterstoftankstation. Bij een zero-emissie energie-station komen er nauwelijks gassen vrij. De lokale emissie van NOx, CO2 en fijnstof is nihil, omdat de voertuigen van de gebruikers zero-emissie zijn. De realisatie van voorgenomen ontwikkeling zorgt daarmee voor een verbetering van de luchtkwaliteit indien meer zero-emissie voertuigen worden gebruikt. Het zero-emissie energie-station heeft geen negatief effect op de luchtkwaliteit. Hiermee voldoet het plan automatisch aan zowel de NSL, Besluit NIBM, Besluit gevoelige bestemmingen en Beleidskader - Rotterdam omdat deze beleidskaders opgesteld zijn om zo min mogelijk luchtvervuling toe te staan, voorliggend plan draagt hieraan bij 4.2.3

Conclusie

Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling.

4.3

Geluidhinder

4.3.1

Kader

Bij het ontwikkelen van een nieuw ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt zijn grondslag vooral in de Wet geluidhinder (Wgh)). Daarnaast vindt de beoordeling zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), doordat een goede ruimtelijke ordening vereist dat een goed woon- en leefklimaat wordt gerealiseerd ter plaatse van bijvoorbeeld gevoelige functies. Voor de beoordeling van de indirecte hinder is aansluiting gezocht bij de "Circulaire inzake geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van de Wet milieubeheer d.d. 29 februari 1996". Voor indirecte hinder dient uitgegaan te worden van een voorkeursgrenswaarde van 50, 45 en 40 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode ter plaatse van woningen van derden. Indien een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde niet te voorkomen is kan, mits gemotiveerd, een ontheffing worden overwogen tot maximaal 15 dB(A) boven de voorkeursgrenswaarde. Indien de geluidbelasting zich tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale grenswaarde bevindt, dient een binnenniveau in de betrokken woningen van 35 dB(A) etmaalwaarde te worden gegarandeerd. 4.3.2

Plangebied

Voor het voorliggend plan is er ten behoeve van het aspect geluidhinder een akoestisch onderzoek uitgevoerd, wat is te lezen in Bijlage 1. Uit dit onderzoek blijken de volgende bevindingen betreft langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, maximale geluidniveaus en indirecte hinder: Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAR,LT) Uit de rekenresultaten blijkt dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAR,LT) op de omliggende woningen ten hoogste 34, 36 en 35 dB(A) bedraagt in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Hiermee wordt er voldaan aan het gestelde toetsingskader van 50, 45 en 40 dB(A) voor respectievelijk de dag,- avond- en nachtperiode. Maximale geluidniveaus (LAmax)

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 26 van 84

Uit de rekenresultaten blijkt dat het maximale geluidsniveau (LAmax) op de maatgevende woningen hoogste 48 dB(A) in de dagperiode en 50 dB(A) in zowel de avond- als nachtperiode. Hiermee wordt er voldaan aan het gestelde toetsingskader van 70, 65 en 60 dB(A) voor respectievelijk de dag,- avond- en nachtperiode. Indirecte hinder Uit de rekenresultaten blijkt dat het equivalente geluidniveau, vanwege het verkeer van en naar de inrichting, ten hoogste 41,44 en 38 dB(A) bedraagt in respectievelijk de dag-, avond- als nachtperiode. Hiermee wordt er op alle woningen voldaan aan het gestelde toetsingskader van 50, 45 en 40 dB(A) in respectievelijk de dag,- avond- en nachtperiode. Op ongeveer 120 meter afstand ten westen van het gebied aan de Achterdijk bevindt zich het dichtsbijzijnde geluidsgevoelig object, hierbij gaat het om een vrijstaande woning. Op ongeveer dezelfde afstand bevindt zich ook het Kraamzorghotel Noord, eveneens aan de Achterdijk. Ook dit wordt gezien als een geluidgevoelig object. Op zo'n 190 meter ten zuiden van het plan gebied staan er 10 woningen naast elkaar aan de Vliegveldweg en de dichtstbijzijnde woonwijk ligt op een afstand van ongeveer 340 meter ten zuidoosten het plangebied. Hierbij gaat het om de woonwijk 'Landzicht'.

Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat er geen geluidsoverlast veroorzaakt zal worden op kwetsbare objecten want het geluid van voertuigen op waterstof en elektrisch aangedreven voertuigen is te verwaarlozen. Bovendien is de afstand tot het dichtsbijzijnde kwetsbaar object (vrijstaande woning aan de Achterdijk) groot genoeg (120 meter). Verder staat de compressor in een geluiddempende omkasting en de gehele installatie is gebouwd in een terp met keerwand. De ventilatoren van koel installaties staan in terp met keerwand. Er wordt hierdoor voldaan aan de Wet geluidhinder en aan een goede ruimtelijke ordening waardoor het voldoet aan de Wet ruimtelijke ordening. 4.3.3

Conclusie

Het voorgenomen bestemmingplan overschrijdt de voorgelegde normen van de Wet geluidhinder en Wet ruimtelijke ordening niet. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat het aspect geluid geen belemmering op zal leveren voor dit bestemmingsplan.

4.4

Ecologie

4.4.1

Kader

Ontwikkelingen kunnen effect hebben op beschermde natuurwaarden. Dit betreft potentiële effecten op soorten, maar ook effecten op beschermde natuurgebieden zijn mogelijk. De Wet natuurbescherming (Wnb) bevat alle regels voor de bescherming van zowel soorten als natuurgebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming is het noodzakelijk om inzicht te hebben in de mogelijke effecten van het plan op de beschermde natuurwaarden. Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden zijn bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Soortenbescherming In hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming is het soortenbeschermingsregime vormgegeven met als doel het behoud van plant- en diersoorten die in het wild voorkomen. De wet beschouwt alle dieren en planten als waardevol en mensen moeten daar zorgvuldig mee omgaan. Stikstof De Wet stikstofreductie en natuurverbetering regelt onder meer drie resultaatsverplichtingen voor stikstofreductie: in 2025 moet minimaal 400Zo van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura 2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; in 2030 minimaal de helft en in 2035 minimaal 7407o.

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 27 van 84

4.4.2

Plangebied

Natura 2000 Binnen een straal van 25 kilometer zijn 11 Natura 2000-gebieden gelegen. Het Natura 2000-gebied Oude Maas is het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied op circa 10,7 km afstand van het plangebied. Gezien de ligging van het plangebied ten opzichte van het Natura 2000-gebied, zijn negatieve effecten van geluid en beweging op de instandhoudingsdoelstellingen op voorhand uit te sluiten. Daarnaast ligt het Natura 2000-gebied Boezems Kinderdijk op zo'n 15,7 km afstand ten oosten van het gebied en het Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen ligt op 16,8 km afstand ten westen van het plangebied. De afstand tot deze gebieden is te zien in figuur 4.1. Daardoor zal er geen oppervlakteverlies van de Natura 2000-gebieden plaatsvinden omdat het plangebied niet wordt gerealiseerd in een Natura 2000-gebied, evenmin veroorzaakt het versnippering voor aangewezen soorten, verontreiniging en verdroging.

De werkzaamheden in het plangebied resulteren niet in een oppervlakteverlies van de Natura 2000-gebieden omdat het plangebied niet wordt gerealiseerd in een Natura 2000-gebied, ook veroorzaakt het geen versnippering voor aangewezen soorten, noch verontreiniging of verdroging van de omliggende Natura 2000-gebieden. De werkzaamheden leiden niet tot verstoring door verlichting en door mechanische effecten omdat de Natura 2000-gebieden op voldoende afstand liggen van het waterstoftankstation. Stikstof Stikstofemissie kan optreden tijdens zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. Deze emissie kan zich verplaatsen over grote afstand en zodoende resulteren in stikstofdeposities in Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen. Voor voorliggend plan zijn de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden de Oude Maas, Boezems Kinderdijk en Solleveld & Kapittelduinen. Hiervoor is er een stikstofrapportage opgesteld en een AERIUS-berekening gemaakt. De stikstofrapportage en AERIUS-berekening zijn te vinden in Bijlage 3. Aanlegfase Bij het planvoornemen wordt gebruik gemaakt van meerdere (mobiele) werktuigen en vinden verkeersbewegingen plaats. Dit zorgt voor een emissie van stikstof. Deze emissie is berekend.

De werkzaamheden zien er als volgt uit: » Bouw zal maximaal 6 maanden duren » Grondwerk vindt plaats in 2 weken met graafmachines en vrachtwagens » De 8 weken daarna het betonwerk verricht met hijskranen, betonmixers en vrachtwagens.

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 28 van 84

»

De afbouw vindt plaats in 12 weken met een hijskraan en eventueel vrachtwagens en heftrucks » Gelijktijdig wordt aan de kiosk gebouwd in 26 weken waar incidenteel ook een hijskraan wordt ingezet en vrachtwagens nodig zijn voor het aanvoeren van materialen en materieel. » Gemiddeld zullen 2 bussen per dag van en naar het plangebied rijden (licht verkeer). De invoergegevens voor deze werktuigen zijn bepaald op basis van kencijfers en ervaringen uit andere soortgelijke berekeningen. Worst-case is uitgegaan dat de hijskranen en vrachtwagens 40 uur per week draaien op het terrein tijdens de 26 weken bouwtijd. De berekening is in één rekenjaar ingevoerd. De mobiele werktuigen zijn als vlakbron ingevoerd over het terrein. Voor het bouwverkeer is een lijnbron aangehouden. Uit de AERIUS-berekening voor de aanlegfase blijkt dat er geen depositie is hoger dan 0,00 mol Z ha Z jaar bij omliggende Natura 2000-gebieden. Gebruiksfase In deze stikstofberekening is uitgegaan van een gasloze kiosk. Ook de waterstoftanks zorgen niet voor een emissie. De berekening van de gebruiksfase focust zich daarom slechts op de verkeersgeneratie van het plan. Deze verkeersgeneratie wordt gevormd door zowel het tankstation als de kiosk. De toekomstige verkeersgeneratie van de kiosk is berekend op basis van kengetallen van CROW (publicatie 381).

Hierbij is uitgegaan van de ligging in ‘rest bebouwde kom’ van een ‘zeer sterk stedelijk gebied’. In de kiosk is ruime voor een koffiebar, winkel, wachtruimte en werkruimte. Om de verkeersgeneratie te bepalen is in dit geval worst-case uitgegaan van een horecafunctie. Voor horeca/winkel zijn geen ‘eenduidige’ verkeerskencijfers opgenomen in de CROW publicatie. Voor een restaurant en een cafetaria zijn bijvoorbeeld alleen parkeerkencijfers opgenomen. In dit geval kan daarom het beste aangesloten worden bij de kencijfers van een “buurtsupermarkt”. Hiervoor geldt een verkeersgeneratie van maximaal 93,4 mvt Z etmaal Z 100 m2 bvo. De kiosk van 320 m2 zorgt dan voor een verkeersgeneratie van maximaal 299 mvt Z etmaal. Dit zal een overschatting zijn, maar worst-case is hiermee rekening gehouden. Een tankstation wordt niet beschreven in de publicatie met CROW kencijfers. Een tankstation zorgt namelijk zelf ook vaak niet voor extra verkeer. Een tankstation is vaak gelegen aan een rijroute van bestaand verkeer. Uit een verkeersonderzoek van Goudappel Coffeng blijkt dat een gemiddeld tankstation (benzine en diesel) zorgt circa 288 bezoekers per dag telt. Dit zijn 576 mvt Z etmaal. Dit kan gezien worden als een sterk worst-case scenario, aangezien een regulier tankstation naar verwachting meer verkeer genereert dan een waterstoftankstation.

Toch is in deze stikstofberekening uitgegaan van dit kengetal om aan te tonen dat de realisatie van waterstoftankstation ook geen invloed zou hebben op Natura 2000. De verwachting is dat circa 10yo van dit verkeer in de vorm van ‘zwaar verkeer Z vrachtverkeer’ zal plaatsvinden. Het gaat dus om ca. 58 mvt Z etmaal aan zwaar verkeer en 518 mvt Z etmaal aan licht verkeer. De verkeersaantallen van de kiosk en van het waterstoftankstation zijn ingevoerd in de AERIUS calculator. Er is een lijn bron ingevoerd met het totale verkeer. Deze is ingevoerd tot aan het knooppunt bij de A13 en N209. Het wegverkeer van de kiosk en het tankstation zorgt gezamenlijk voor ca. 225,9 kg Z jaar aan NOx en 9,5 kg Z jaar aan NH3. Uit de AERIUS-berekening voor de gebruiksfase blijkt dat er geen depositie is hoger dan 0,00 mol Z ha Z jaar bij omliggende Natura 2000-gebieden omdat het waterstoftankstation bestemd is voor emissieloze auto's. Negatieve effecten op Natura 2000 kunnen worden uitgesloten. Conclusie stikstof Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er geen depositie is hoger dan 0,00 mol Z ha Z jaar bij omliggende Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten op Natura 2000 kunnen worden uitgesloten.

Soortenbescherming In het plangebied is een verkennend natuuronderzoek verricht waarin verschillende diersoorten zijn onderzocht die voorkomen in het plangebied. Deze staat in Bijlage 2. Hieronder worden de

Bestemmingsplan Waterstoftankstation RTHA Pagina 29 van 84

verschillende voorkomende soorten in het plangebied beschreven waar het plan een mogelijk effect op kan hebben. » Vleermuizen Het is nodig om mitigerende maatregelen te treffen om verstoring (Wnb art. 3.5 lid 2) - in het geval van het gebruik van (bouw)verlichting tijdens de werkzaamheden - op mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen te voorkomen. Dit wordt gedaan door (bouw)verlichting niet te richten op omliggende groenstructuren c.q. bomen tussen één uur voor zonsondergang en één uur na zonsopkomst in de periode maart tot en met oktober. De mitigerende maatregelen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol. » Muizensoorten, egel, wezel en bunzing Voor diverse muizensoorten en de egel, wezel en bunzing is het plangebied geschikt als voortplantingslocatie en foerageergebied. In dit geval betekent dit dat er maatregelen moeten worden getroffen, zodat er bij de geplande werkzaamheden geen nadelige gevolgen optreden voor de aanwezige dieren, bijvoorbeeld het opzettelijk doden van individuen of verstoren en/of vernietigen van verblijfplaatsen met kwetsbare jonge dieren tijdens de kraamperiode .Dit kan door de werkzaamheden altijd vanaf een kant op te starten, zodat aanwezige dieren kunnen vluchten of door te werken buiten de kwetsbare kraamperiode (januari tot en met oktober). » Broedvogels Alle in Nederland broedende vogels zijn beschermd.

De werkzaamheden dienen daarom bij voorkeur buiten het broedseizoen in de periode half juli t/m half maart plaats te vinden om verstoring te voorkomen. Indien dit niet mogelijk is, dient er eerst een broedvogelcontrole uitgevoerd te worden alvorens de werkzaamheden plaatsvinden, deze dient opnieuw uitgevoerd te worden als de werkzaamheden twee dagen stil liggen. Wanneer zeker is dat er zich geen broedende vogels binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden bevinden, kunnen werkzaamheden binnen het broedseizoen worden uitgevoerd. » Amfibieën, larven, eiklompen en/of eisnoeren Bij het uitvoeren van de werkzaamheden dient men rekening te houden met aanwezige amfibieën, larven, eiklompen en/of eisnoeren. Dit kan door de werkzaamheden rustig op te starten en vanaf één zijde te werken zodat aanwezige dieren kunnen vluchten. Eiklompen en/of eisnoeren dienen naar een geschikte locatie te worden verplaatst. » Zorgplicht De zorgplicht is altijd van toepassing en geldt ook voor niet beschermde flora en fauna. De zorgplicht houdt in dat werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=163c0f85-cd4c-4c03-b290-3c581661825a