[24bb003063] Bijlage 1 behorende bij 24bb003879 - ontwerpbestemmingsplan Carnisse Eiland
Tekst van het document
Gemeente Rotterdam Stadsontwikkeling
ONTWERP
BESTEMMINGSPLAN CARNISSE EILAND
ONTWERP
BESTEMMINGSPLAN CARNISSE EILAND
concept ontwerp ontwerp vaststelling
14 februari 2022 17 november 2023
BOdG Ruimtelijk Advies B.V. Postbus 6083 3002 AB Rotterdam www.BOdG.nl
INHOUDSOPGAVE
I.
TOELICHTING
II.
REGELS
III.
BIJLAGEN (APART BIJGEVOEGD)
IV.
VERBEELDING
I.
TOELICHTING
INHOUDSOPGAVE TOELICHTING 1.
2.
3.
4.
INLEIDING................................................................................................................................11 1.1
Aanleiding................................................................................................................................11
1.2
Ligging en begrenzing..............................................................................................................11
1.3
Vigerend bestemmingsplan.....................................................................................................11
1.4
Gekozen planopzet..................................................................................................................13
BELEIDSKADER.........................................................................................................................15 2.1
Nationaal beleid.......................................................................................................................15
2.2
Provinciaal beleid.....................................................................................................................16
2.3 2.4
Gemeentelijk beleid.................................................................................................................18 Ladder voor duurzame verstedelijking .................................................................................. 22
BESCHRIJVING VAN HET PLAN.................................................................................................23 3.1
Omgeving en huidig gebruik....................................................................................................23
3.2
Projectbeschrijving ................................................................................................................ 25
TOETSING AAN OMGEVINGSASPECTEN.................................................................................. 29 4.1
Water.......................................................................................................................................29
4.2
Milieuzonering.........................................................................................................................30
4.3 4.4
Geluid..................................................................................................................................... 31 Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 34
4.5
Externe veiligheid .................................................................................................................. 35
4.6
Bodem.................................................................................................................................... 36
4.7
Archeologie..............................................................................................................................37
4.8 Ecologie....................................................................................................................................37 4.10 Duurzaamheid en energie ..................................................................................................... 39 4.11 Besluit m.e.r.............................................................................................................................40 5.
6.
JURIDISCHE ASPECTEN ........................................................................................................... 43 5.1
Inleiding ................................................................................................................................. 43
5.2
De opzet van de planregels......................................................................................................43
UITVOERBAARHEID................................................................................................................. 47 6.1 Financiële uitvoerbaarheid .................................................................................................... 47 6.2
Vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro ........................................................................................... 47
Ontwerpbestemmingsplan Carnisse Eiland - Toelichting
-9-
- 10 -
1
INLEIDING
i.i
Aanleiding De revitalisering van Rotterdam Zuid is, mede met het oog op de doelstellingen uit het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid (NPRZ), momenteel in volle gang. Het NPRZ heeft als ambitie dat de zuidoever een deel van de stad wordt dat aantrekkelijk is voor iedereen. De ontwikkeling van Carnisse Eiland betreft een volgende stap in dat proces; een nieuwe woonwijk op de rand van de stad en het Zuiderpark met maximaal 545 woningen. Het geldende bestemmingsplan staat de realisatie van Carnisse Eiland nu niet toe (zie Ş 1.3). Dit betekent dat een planherziening noodzakelijk is. Dit bestemmingsplan voorziet hierin.
1.2
Ligging en begrenzing Carnisse Eiland ligt aan de zuidrand van de wijk Carnisse en vormt door de afwijkende stedenbouwkundige opzet met bebouwing in het groen, een overgang naar het Zuiderpark. De reden dat gesproken wordt over een eiland, is omdat rondom het gehele gebied singels aanwezig zijn; aan de westzijde is dat de Lepelaarsingel, aan de noordzijde de Carnissesingel en aan de oostzijde de Urkersingel. Het water langs het Carnissepad aan de zuidzijde betreft de begrenzing met het Zuiderpark. Niet het gehele eiland behoort tot het plangebied van dit bestemmingsplan, omdat bepaalde delen ongewijzigd blijven of worden voorzien van een separaat bestemmingsplan. Dat laatste geldt bijvoorbeeld voor de herontwikkeling van basisschool de Kameleon.
Afbeelding 1: Ligging van het plangebied in Rotterdam (links) en in de directe omgeving (rechts). 1.3
Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van de locatie is nu het bestemmingsplan "Zuiderpark" het geldende juridischplanologisch kader. Dit plan is vastgesteld door de gemeenteraad op 22 februari 2018. Binnen het plangebied zijn nu vijf bestemmingen van kracht. Met uitzondering van enkele sportgebouwen, zijn alle bestaande gebouwen voorzien van de bestemming 'Maatschappelijk 1'. Hiermee zijn ze bestemd zijn voor de maatschappelijke voorzieningen met daarbij behorend erf. De gronden mogen voor 100^! bebouwd worden. De bouwhoogte is daarbij gemaximeerd op 8 tot 14 meter. Rondom deze gebouwen zijn de gronden bestemd als 'Tuin', waarbinnen de
Ontwerpbestemmingsplan Carnisse Eiland - Toelichting
- 11 -
bouwmogelijkheden zeer beperkt zijn. Op deze gronden mag niet gebouwd worden, met uitzondering van in de bestemming passende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Hierbij kan gedacht worden aan pergola's, erfafscheidingen, speeltoestellen, keermuren en dergelijke. Ook uitstekende delen van gebouwen die op grond van een aangrenzende bestemming gebouwd mogen worden, zijn toegestaan. Deze uitstekende delen moeten minimaal 2,5 meter boven maaiveld hangen en mogen maximaal 2,5 meter uit de gevel steken. Op deze gronden mogen ook aan- en bijgebouwen gerealiseerd worden, mits voldaan wordt aan de gestelde hoogte-, afstand- en/of oppervlaktematen. Daar waar de gronden zijn bestemd als 'Sport - Sport- en speelterrein', zijn binnen de aangegeven bouwvlakken ook gebouwen toegestaan. Deze zijn echter uitsluitend bedoeld voor binnen deze bestemming passende functies als bergingen, club-, kantine en kleedgebouwen. Voor deze terreinen geldt dat niet meer dan 4^! bebouwd mag worden. De overige gronden zijn voorzien van de bestemmingen 'Groen' of 'Verkeer - Verblijfsgebied'. Ook binnen deze bestemmingen zijn de bouwmogelijkheden zeer beperkt. De bestemmingen zijn deels inwisselbaar, maar vanzelfsprekend ligt bij eerstgenoemde de nadruk op groenvoorzieningen, met bijbehorende voet- en fietspaden en watergangen.
Bij 'Verkeer Verblijfsgebied' ligt de nadruk juist op voorzieningen ten behoeve van wandelen, verblijven en spelen, zoals trottoirs, voetpaden en trappen. Maar ook binnen die bestemming zijn groenvoorzieningen en waterpartijen toegestaan.
Afbeelding 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan "Zuiderpark" (plangebied oranje omkaderd). Het gehele plangebied is tevens voorzien van de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 2". Deze dubbelbestemming beschermt eventuele archeologische waarden. Bouw- en/of graafwerkzaamheden met een oppervlak van meer dan 200 m2 en die dieper reiken dan 2,5 meter beneden NAP moeten worden getoetst op de noodzaak van onderzoek door Archeologie Rotterdam (BOOR).
- 12 -
Doordat de bestaande bebouwing en het huidige gebruik gedetailleerd zijn bestemd, is het niet mogelijk om het project 'Carnisse Eiland' te realiseren. Het bestemmingsplan "Zuiderpark" kent verder geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden om de beoogde ontwikkeling te realiseren. 1.4
Gekozen planopzet Dit bestemmingsplan biedt een juridisch-planologische regeling die voorziet in voldoende flexibiliteit om de gronden voor woningbouwdoeleinden met bijbehorende voorzieningen in te kunnen zetten. De regeling geschiedt door middel van bindende planstukken, te weten de planregels en de verbeelding. Zij omvatten enerzijds een vertaling van de beleidsvoorwaarden (hoofdstuk 2) en anderzijds een juridisch kader voor de te realiseren ontwikkeling (hoofdstuk 3). De bindende planstukken worden nader onderbouwd met de toelichting op zowel de planregels als de verbeelding. Wat betreft de planopzet sluit het bestemmingsplan aan op de gangbare systematiek binnen de gemeente Rotterdam, met inachtneming van de standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen (SVBP 2012) en het Informatie Model Ruimtelijke Ordening (IMRO 2012).
Ontwerpbestemmingsplan Carnisse Eiland - Toelichting
- 13 -
- 14 -
2
BELEIDSKADER In dit hoofdstuk worden de belangrijkste beleidsstukken aangehaald die betrekking hebben op Rotterdam en in het bijzonder die voor dit plan.
2.1
Nationaal beleid Nationale omgevingsvisie De kaders van het rijksbeleid op het gebied van de fysieke leefomgeving zijn opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De NOVI is op 11 september 2020 vastgesteld en is vanaf 12 februari 2021 bindend voor het Rijk als geldende visie onder de Wro. De NOVI vervangt daarmee de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, 2012). Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat immers voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Het zijn grote en complexe opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. De toenemende druk op de fysieke leefomgeving vraagt daarbij om een actiever Rijksoverheid. De NOVI stelt een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Regie vanuit het Rijk betekent echter niet het centraliseren van taken en verantwoordelijkheden; wel het geven van richting op grote opgaven en regie op goed samenspel, zowel publiek als publiek/privaat.
In de NOVI zijn de genoemde opgaven samengevat in vier prioriteiten: ^ ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; ^ een duurzaam en economisch groeipotentieel; ^ sterke en gezonde steden en regio's; ^ toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om dit te bereiken zijn in de NOVI 21 nationale belangen benoemd waarop de nationale overheid zich richt. Deze hebben onder andere betrekking op het zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte, het waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem, het beperken van klimaatverandering, het waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen, het behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang en het verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. Aangezien een visie geen bindende werking heeft voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld, zijn deze nationale belangen geborgd in de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte. Deze AMvB wordt aangeduid als het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het beleid met betrekking tot verstedelijking heeft het Rijk onder het motto 'decentraal wat kan, centraal wat moet' overgelaten aan de lagere overheden.
Wel is sprake van een 'ladder' voor duurzame verstedelijking (gebaseerd op de 'SER-ladder'). Deze is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en bestond oorspronkelijk uit drie treden. Per 1 juli 2017 is de ladder gewijzigd, waarbij de afzonderlijke treden zijn komen te vervallen. Daarnaast is het begrip 'actuele regionale behoefte' vervangen door 'behoefte'. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de beoogde ontwikkeling.
Ontwerpbestemmingsplan Carnisse Eiland - Toelichting
- 15 -
Nationaal Programma Rotterdam-Zuid (NPRZ) In september 2011 heeft de toenmalige Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tezamen met de gemeente Rotterdam en andere partners (corporaties, kennisVzorginstellingen en ondernemers) een handtekening gezet onder het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid. Met deze ondertekening geven deze partijen uitwerking aan het advies, dat de commissie Deetman/Mans eerder dat jaar in opdracht van het Rijk opstelde. Deze commissie stelde dat Rotterdam-Zuid een omvangrijke stapeling van sociaaleconomische problemen in het zwakste deel van de woningmarkt in Nederland kent. Om een structurele verbetering te realiseren is een krachtige coalitie van deze partijen nodig. In het NPRZ staat de ambitie beschreven hoe Rotterdam-Zuid er in 2030 uit moet zien. De doelstelling hierbij is dat het gemiddelde van de wijken op Rotterdam-Zuid in 2030 vergelijkbaar wordt met het gemiddelde van de vier grote steden. Dit houdt voor de fysieke pijler onder meer in, dat het de ambitie is om de wijken meer divers te maken: qua woningaanbod, bevolkingssamenstelling, voorzieningen en inkomensniveau. Door het creëren van aantrekkelijke woonmilieus worden de mensen die het sociaal en economisch beter krijgen (en nu vaak verhuizen) voor Zuid behouden.
Hiervoor zijn investeringen nodig in de woningvoorraad en in de randvoorwaarden die de aantrekkelijkheid van het wonen bepalen. Uitgangspunt voor deze aantrekkelijke woonmilieus voor heel Zuid zijn de drie typen woonmilieus die in potentie aanwezig zijn: centrumstedelijk, rustig stedelijk en groenstedelijk wonen. Voor het gebied waarbinnen Carnisse Eiland wordt gerealiseerd is het de ambitie om een rustig stedelijk woonmilieu te ontwikkelen. Daarnaast wordt aangegeven dat het wenselijk is om de uitstraling van de randen van de wijk te verbeteren. Conclusie nationaal beleid ten aanzien van dit bestemmingsplan Dit bestemmingsplan heeft geen invloed op één van de onderwerpen van nationaal belang. Op basis van het Rijksbeleid kunnen de decentrale overheden maatwerk leveren en inspelen op specifieke wensen. Daarnaast blijkt uit paragraaf Ş 2.4, dat het plan voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking en daarmee aan de SER-ladder. Daarnaast draagt het project bij aan de doelstelling uit het NPRZ om het woonmilieu in Carnisse te verbeteren. Geconcludeerd wordt, dat het plan in overeenstemming is met het nationaal beleid. 2.2
Provinciaal beleid Het provinciale omgevingsbeleid voor de fysieke leefomgeving bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Naast de kaders maken uitvoeringsprogramma's en plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit, deel uit van het provinciale omgevingsbeleid. In de uitvoeringsprogramma's en plannen zijn operationele doelstellingen opgenomen om zichtbaar te maken op welke wijze het beleid wordt gerealiseerd. Omgevingsvisie Zuid-Holland De Omgevingsvisie Zuid-Holland, die per 1 april 2019 in werking is getreden, omvat geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. In deze Omgevingsvisie zijn zes richtinggevende ambities voor de fysieke leefomgeving geformuleerd: ^ Naar een klimaatbestendige delta. ^ Naar een nieuwe economie: the next level. ^ Naar een levendige meerkernige metropool. ^ Energievernieuwing. • Best bereikbare provincie.
- 16 -
•
Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.
Voor het realiseren van maatschappelijke belangen wordt vanuit bovenstaande vernieuwingsambities gewerkt en vanuit opgaven in gebieden. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit wordt gewerkt vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid. Per opgave zijn de beleidskeuzes aangegeven. Omgevingsverordening Zuid-Holland Het provinciaal beleid wordt planologisch geborgd door de Omgevingsverordening. Deze is op 20 februari 2019 vastgesteld door Provinciale Staten en per 1 april 2019 in werking getreden. Hierin is onder andere de Ladder voor duurzame verstedelijking juridisch geborgd. Verder worden regels gesteld ten aanzien van (nieuwe) functies. Afdeling 6.2 van de Omgevingsverordening heeft betrekking op bestemmingsplannen. Het plangebied is in de Omgevingsverordening Zuid-Holland aangemerkt als bestaand stads en dorpsgebied. Eén van de speerpunten van het ruimtelijk beleid is om dit gebied beter te benutten. Het beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Tegelijkertijd is het streven om de leefkwaliteit van die bebouwde ruimte te verbeteren. Hierbij speelt de ladder voor duurzame verstedelijking een belangrijke rol.
De provincie ziet graag dat deze ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten het bestaand stads- en dorpsgebied. Beleid ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: ^ De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meerdere of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied ('korrelgrootte') bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal.
Het 'laadvermogen' van een coulissenlandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder. ^ Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied meer bijzonder of kwetsbaar is.
Ontwerpbestemmingsplan Carnisse Eiland - Toelichting
- 17 -
De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkelingen: 1. Inpassing. Dit betreft een gebiedseigen ontwikkeling, passend bij de schaal en aard van het landschap. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of de herstructurering van een woonbuurt. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de richtpunten. 2. Aanpassing. Dit betreft een ontwikkeling die niet past bij de aard of de schaal van een gebied en daarmee niet geheel past binnen de richtpunten. Voorbeelden zijn een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied, een nieuw landgoed en de verbreding van een provinciale weg. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief optimaal resultaat. Ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. 3. Transformatie.
Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. De ontwikkeling past niet bij de aard en schaal van het gebied. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerreinen of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Conclusie provinciaal beleid ten aanzien van dit bestemmingsplan De beoogde ontwikkeling vindt plaats in het bestaand stads- en dorpsgebied, waarvoor geldt dat de ruimte beter benut moet worden. De beoogde herontwikkeling van het plangebied draagt hieraan bij. De woningen passen binnen de woningbouwbehoefte van de gemeente Rotterdam, die is aanvaard door het college van Gedeputeerde Staten. Daarnaast maakt de herontwikkeling deel uit van het NPRZ. Gezien dit programma en de urgentie om de sociaaleconomische problemen op te lossen, staat de vraag naar deze ontwikkeling niet ter discussie. Omdat voor de herontwikkeling feitelijk geen nieuw ruimtebeslag wordt geclaimd, past de ontwikkeling binnen de ladder voor duurzame verstedelijking en daarmee ook binnen het provinciaal beleid (zie ook Ş 2.4). 2.3
Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Rotterdam De Omgevingsvisie Rotterdam is vastgesteld op 2 december 2021 door de gemeenteraad van Rotterdam. De visie is een plan voor de fysieke leefomgeving en geeft weer hoe de stad er in de toekomst uit gaat zien, want Rotterdam verandert snel. De stad groeit en het aantal inwoners ook. Met de fysieke leefomgeving wordt alles bedoeld dat nodig is om in de stad te kunnen leven, wonen, werken, studeren en recreëren. Daarbij is aandacht voor water, lucht, bodem, natuur, wegen en gebouwen. De visie heeft tot doel de stad ook op lange termijn sterk, veerkrachtig en toekomstbestendig te houden. Het realiseren van voldoende woningen, werkgelegenheid en voorzieningen is daarbij essentieel. De visie gaat daarbij niet specifiek in op individuele projecten, maar ten aanzien van de wijken Feijenoord en Charlois wordt wel gesteld dat het beleid gericht is op verbetering van het sociaaleconomisch klimaat en het evenwichtiger maken van de bevolkingssamenstelling. - 18 -
Woonvisie Rotterdam, koers naar 2030, agenda tot 2020 De in december 2016 vastgestelde Woonvisie verwoordt de ambities om van Rotterdam een aantrekkelijke woonstad te maken voor iedereen. Centraal in de opgave staat het beantwoorden van de groeiende vraag naar wonen in Rotterdam. Onlosmakelijk daaraan verbonden is de noodzaak om een betere balans in de woningvoorraad te creëren, de kwaliteit van woningen en woonmilieus te versterken en te borgen dat het voor iedereen en op een dagelijkse basis goed wonen is in de stad. In de Woonvisie zijn drie hoofddoelen en daarbij horende prioriteiten gesteld: ^ Meer aantrekkelijke woonmilieus realiseren door: o de toenemende woningvraag van huishoudens met een modaal of hoger inkomen, sociale stijgers en young potentials te accommoderen; o te zorgen voor een meer gedifferentieerd woningbestand in gebieden waar dit nu nog eenzijdig is en waar de kwaliteit van het wonen onder druk staat; en o woonmilieus versterken, met een duidelijke profilering en aandacht voor kindvriendelijkheid. ^ Zorgen voor een woningvoorraad met toekomstwaarde door: o een goede woningkwaliteit te realiseren in de nieuwbouw en bestaande voorraad; o ruimte voor tijdelijkheid, flexibiliteit, innovatie en experiment te bieden; en o energiezuinig en milieuvriendelijk wonen te bevorderen.
^ De basis op orde houden door: o het borgen van voldoende aanbod van goedkope huurwoningen; o betaalbaarheidsproblemen aan te pakken bij de bron en met toepassing van maatwerk; o goed zelfstandig wonen voor iedereen mogelijk te maken; o toe te zien op goed verhuurschap en een transparante woningmarkt; en o woningeigenaren en bewoners aan te spreken op hun verantwoordelijkheid voor een ongestoord woongenot in en om de woning. In 2019 heeft de gemeenteraad een aanvulling op de Woonvisie Rotterdam 2030 vastgesteld, de nota 'Thuis in Rotterdam'. Met dit addendum wil de gemeente het woningaanbod in Rotterdam nog beter laten aansluiten op de behoefte van Rotterdammers. De belangrijkste punten hieruit zijn: ^ Het harder laten groeien van de woningvoorraad om voor iedereen een thuis te kunnen bieden. ^ Het meer in evenwicht brengen van het woningaanbod zodat de woningvoorraad meer in verhouding komt met de samenstelling van de Rotterdamse bevolking. ^ Het toevoegen van extra nieuwe huurwoningen voor Rotterdammers met een middeninkomen zoals verwoord in het 'actieplan middenhuur'. Dit moet er mede aan bijdragen dat deze groep mensen in de stad blijft wonen. Met de vaststelling van een addendum op de woonvisie en de intrede van de Gebiedsatlas (augustus 2020) is de visie gebiedsgericht van aard geworden.
Met betrekking tot de wijk Carnisse valt uit de Gebiedsatlas op te maken dat er een zeer grote opgave is om de voorraad in balans te brengen. Die balans wordt niet zozeer in woningtypologie uitgedrukt, als wel in verhouding tussen prijssegmenten. In 2017 kon 97^! van de woningen in Carnisse worden gekwalificeerd als sociale voorraad. Stedelijk gemiddeld was dat destijds 67^! en de ambitie is om in 2030 op 57^! sociaal te komen. Voor Carnisse wordt gestreefd om in 2030 op 84^! te zitten. Maar een lager aandeel, meer in de richting van het stedelijk gemiddelde, is wenselijk. Ontwerpbestemmingsplan Carnisse Eiland - Toelichting
- 19 -
Doelgroepenverordening woningbouw Rotterdam 2021 In 2021 is als maatregel die voorvloeit uit het Actie Middenhuur, de doelgroepenverordening woningbouw Rotterdam 2021 (hierna Verordening) in werking getreden. Artikel 4 van deze Verordening bepaalt dat in woningbouwplannen waarbij ten minste vijftig nieuwe woningen ontstaan, wordt voorzien in ten minste 10% sociale koopwoningen en ten minste 20% middeldure huurwoningen. Het college kan hiervan gemotiveerd afwijken. Nationaal programma Rotterdam-Zuid (NPRZ) Hoewel het NPRZ reeds is behandeld onder het Rijksbeleid in Ş2.1, wordt ook hier aandacht besteed aan dit beleid. Het NPRZ is namelijk uitgewerkt in een aantal gemeentelijke beleidsnota's die van belang zijn. Zo is in 2013 het "Handelingsperspectief wijk Carnisse" opgesteld. In de wijk is sprake van een eenzijdige woningvoorraad, grotendeels in particuliere eigendom. Daarnaast is sprake van een hoge omloopsnelheid, waardoor sociale binding met de wijk ontbreekt. De opgave is dan ook om meer differentiatie aan te brengen in het woningaanbod. Ook het ambitiedocument "Ruimtelijk perspectief Rotterdam Zuid" (2014), opgesteld door de partners van het NPRZ, betreft een uitwerking van het programma. Dit document bestaat uit een ruimtelijke visie en een ontwikkelingsstrategie op hoofdlijnen.
Het legt de relatie tussen de lange en de korte termijn, waarbij de ambitie is om van Rotterdam-Zuid een stabiele woonomgeving te maken, vergelijkbaar met de rest van de vier grote steden in Nederland. Het document is bedoeld om de gezamenlijke uitvoering kracht bij te zetten. Stredenbouwkundig plan Carnisse Eiland Het stedenbouwkundig plan voor Carnisse Eiland is een direct gevolg van de aanpak in het kader van het NPRZ. Het plan omvat de randvoorwaarden voor verdichting met ruim 500 woningen en voorzieningen. Door juist op deze plek te verdichten en zowel woningen als voorzieningen toe te voegen kan een impuls worden gegeven aan dit deel van Rotterdam Zuid. De ontwikkeling van Carnisse Eiland zal moeten leiden tot een nieuwe buurt met een goede mix aan verschillende type woningen waar bewoners uit Rotterdam Zuid hun wooncarrière kunnen vervolgen, maar waar ook ruimte wordt geboden voor instroom van anderen. De nieuwe woonbuurt heeft tot doel Rotterdam ook voor de middeninkomens betaalbaar te houden. Zo is niet alleen behoefte aan centrumstedelijke woonmilieus met overwegend hoogbouw, maar ook vraag naar meer rustige en groenstedelijke gebieden voor gezinnen met voordeuren aan de straat. Daartoe zijn in het stedenbouwkundig plan per bouwblok zogenoemde 'kavelpaspoorten' opgesteld, die als basis dienen voor dit bestemmingsplan (zie ook hoofdstuk 3).
Deze kavelpaspoorten omvatten randvoorwaarden die niet alleen leiden tot een afwisselend beeld, maar ook bijdragen aan een leefbaar openbaar gebied met ruimte voor groen, spelen en ontmoeten. Gebiedsplan Charlois In het gebiedsplan geeft de gebiedscommissie een sterkte- en zwakteanalyse met kansen en bedreigingen voor gebied Charlois. Ook wordt specifiek ingezoomd op Carnisse. Integrale stratenaanpak, investeren in een goed klimaat voor en de talentontwikkeling van kinderen (children's zone), investeren in de woningvoorraad, investeren in ondernemerschap en investeren in de leefomgeving zijn belangrijke aspecten uit het gebiedsplan.
- 20 -
Het woningaanbod in Carnisse is eenzijdig van samenstelling, voldoet niet meer aan de eisen van deze tijd en heeft te kampen met achterstallig onderhoud. Daardoor bieden enkele locaties, waaronder het Carnisse Eiland, op korte termijn mogelijkheden om zich te ontwikkelen tot een gebied dat sociale stijgers aan zich weet te binden. De wens is om te zorgen voor een prettig woonklimaat, zodat mensen in de wijk willen blijven wonen. Eén van de mogelijkheden om deze doelstelling te realiseren, is het investeren in woningvoorraad en woonmilieu. Eén van de hierbij behorende maatregelen is de ontwikkeling zoals die nu wordt beoogd. Hiermee wordt een flinke stap gezet in de richting van een rustige woonbuurt voor gezinnen. Cultuurhistorische verkenning Carnisse Voor de wijk Carnisse is juli 2018 een cultuurhistorische verkenning (CV) vastgesteld, waarin de kenmerkende cultuurhistorische waarden voor het stadsdeel zijn beschreven. Deze CV vormt een belangrijke basis voor de wijze waarop wordt omgegaan met de cultuurhistorische waarde van het gebied. Daarbij is ook aandacht gegeven aan het Carnisse Eiland. Het eiland vormt van oudsher een groene zone aan de zuidrand van de wijk. De groenstructuur van het Carnisse Eiland komt voor het eerst op de kaart voor in de herziening van het plan van Witteveen uit 1938. De groene ruimte sloot aan bij het Zuiderparkplan.
Via het verbindingsgroen van de Lepelaarsingel en de Urkersingel naar het Amelandseplein dringt het groen bovendien diep de wijk in. Na de Tweede Wereldoorlog werden in het groen scholen en sport- en speelgelegenheid gerealiseerd. Ondanks de verbouw van een aantal scholen en de toevoeging van ouderenhuisvesting is de functie van het Carnisse Eiland als voorzieningencluster in het groen intact gebleven. Dit groene karakter vormt nu een belangrijk uitgangspunt binnen het stedenbouwkundig plan en bijbehorende randvoorwaarden. Dit is een aspect dat wordt meegenomen bij de verdere uitwerking van de afzonderlijke bouwplannen, het bestemmingsplan dient slechts als toetsingskader voor de bouwkundige en functionele invulling. Wijkagenda 2019-2022 Carnisse — Zuidplein — Zuiderpark Eind 2018 heeft de gebiedscommissie Charlois de wijkagenda 2019-2022 aan het college van burgemeester en wethouders aangeboden. Ten aanzien van Carnisse wordt in deze wijkagenda opgemerkt, dat het verbeteren en toekomstbestendiger maken van het woningaanbod een relevante opgave is. Inzet is om een meer divers woningaanbod te creëren, mede door een grondige aanpak van een deel van de particuliere voorraad. Andere aandachtspunten die in deze wijkagenda genoemd worden, hebben betrekking op het verbeteren van de leefomgeving en het veiligheidsgevoel. Daarnaast geldt dat Carnisse ook een sociale opgave heeft.
Conclusie gemeentelijk beleid ten aanzien van dit bestemmingsplan Dit bestemmingsplan is erop gericht om de realisatie van een wijk met bijna 500 betaalbare woningen mogelijk te maken. Dit is één van de doelen uit het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid en zal ertoe leiden dat de woningvoorraad in deze buurt gevarieerder wordt. In de anterieure overeenkomst zal worden geborgd dat de te realiseren woningen voldoen aan de Doelgroepenverordening woningbouw Rotterdam 2021. Door de nieuwe woningen kunnen bewoners van Carnisse een volgende stap maken in hun wooncarrière. Dit is ook één van de belangrijkste doelstellingen van de gemeentelijke beleidskaders ten aanzien van Carnisse. Gesteld wordt dat het plan aansluit op de doelstellingen zoals die omschreven zijn in het gemeentelijk beleid. De kaders van het vastgestelde stedenbouwkundig plan vormen de blauwdruk voor dit bestemmingsplan. Ontwerpbestemmingsplan Carnisse Eiland - Toelichting
- 21 -
2.4
Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 juli 2017 is het besluit tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening, in verband met de aanpassing van de ladder voor duurzame verstedelijking, in werking getreden. Met deze aanpassing zijn drie leden van artikel 3.1.6 van het Bro gewijzigd. In deze leden worden eisen gesteld aan de toelichting op een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Het nieuwe derde lid maakt het mogelijk dat bij het bestemmingsplan kan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt opgenomen in de toelichting van het wijzigings- of het uitwerkingsplan. Daarnaast is het begrip 'actuele regionale behoefte' vervangen door 'behoefte'. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de beoogde ontwikkeling. Dit bestemmingsplan maakt het mogelijk om binnen het plangebied maximaal 545 nieuwe woningen te realiseren, waarbij wordt voldaan aan de voorwaarden van de Rijksbijdrage Woningbouwimpuls en de Doelgroepenverordening woningbouw Rotterdam 2021. Daarnaast maakt de herontwikkeling deel uit van de afspraken binnen het NPRZ. Gezien dit programma en de urgentie om de sociaal-economische problemen op te lossen, staat de vraag naar deze ontwikkeling dan ook niet ter discussie.
Van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, zoals bedoeld in artikel 1.1.1 Bro, is echter wel sprake, aangezien de ontwikkeling leidt tot een nieuw ruimtebeslag. Dat er behoefte is aan de beoogde woningen blijkt uit de meest actuele provinciale Woningbehoefteraming (WBR2019). Deze provinciale prognose is bedoeld als "neutrale" kwantitatieve basis voor het provinciale woningbouwbeleid. Voor elke regio is berekend hoeveel extra woningen er nodig zijn, voor het huisvesten van nieuwe huishoudens. WBR2019 is een scenarioberekening van een demografisch model, waarbij (o.a.) wordt gerekend met 'binnenlands migratiesaldo nul' per gemeente. Op basis van deze raming blijkt dat de woningbouwproductie ten opzichte van de afgelopen jaren flink naar boven is bijgesteld. Uit de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt evenwel dat het uitgangspunt "binnenlands migratiesaldo nul" in Rotterdam niet opgaat; de groei van Rotterdam wordt immers voor een belangrijk deel óók veroorzaakt door de vestiging van mensen van buiten de stad. De vraag naar woningen is in werkelijkheid dan ook groter, vandaar dat in het Rotterdamse coalitieakkoord het opschroeven van de woningbouwproductie een belangrijk beleidsvoornemen is.
Gezien het bovenstaande wordt gesteld dat geen sprake is van strijdigheid met het Rijks- en provinciaal beleid op het gebied van de 'ladder voor duurzame verstelijking'. De realisatie van maximaal 545 woningen vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied en voorziet in de behoefte. De ontwikkeling past daarmee geheel binnen het nationaal en provinciaal beleid.
- 22 -
3.
BESCHRIJVING VAN HET PLAN In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het voornemen. Alvorens in te gaan op de beoogde nieuwe situatie, wordt eerst aandacht besteed aan de ontstaansgeschiedenis van Carnisse, alsook de bestaande situatie en het huidig gebruik.
3.1
Omgeving en huidig gebruik
3.1.1
De wijk Carnisse Hoewel het plangebied nu is opgenomen in het bestemmingsplan voor het Zuiderpark, behoort het Carnisse Eiland in functioneel ruimtelijke zin tot de wijk Carnisse. Deze wijk maakte in de Late Middeleeuwen deel uit van de Riederwaard, een rondom bedijkt gebied, dat centraal gelegen was op het eiland IJsselmonde. In 1373 gaat de Riederwaard door overstromingen ten onder, waarna het gebied in fasen wordt herbedijkt. Eén van de polders die wordt aangelegd, betreft de Katendrechtse polder (gevormd in 1425). Het noordelijk deel van de huidige wijk ligt in het zuidelijk deel van deze voormalige polder. Het zuidelijk deel van de wijk maakt deel uit van de polder Charlois, die is gevormd tussen 1425 en 1475. In 1899 ging de gemeente akkoord met het plan van een grondexploitant om langs de Katendrechtse Lagedijk arbeiderswoningen te bouwen. Tussen 1900 en 1950 groeide de wijk gestaag. Met de uitbreiding van de havens was er immers dringend behoefte aan huisvesting voor de nieuwe arbeiders, die van heinde en verre naar Rotterdam kwamen. De wijk breidde zich in de loop der jaren in zuidelijke richting uit. Tegenwoordig is Carnisse een relatief rustige wijk, die verscholen ligt achter de Pleinweg en de Dorpsweg. De wijk wordt omringd door de wijken Oud-Charlois en Tarwewijk, het Zuiderpark en het OV- en winkelknooppunt Zuidplein.
In de wijk kunnen verschillende deelgebieden worden onderscheiden. Zo vormt het gelijknamige vooroorlogse dorp het centrale punt van deze stadswijk. Dit deel van de wijk kent de grootste diversiteit: in bebouwing, functies, type woningen en bewoners. De mix aan panden leent zich voor divers gebruik: wonen (in kleine stadswoningen, beneden bovenwoningen en appartementen), werken en voorzieningen. De Katendrechtse Lagedijk en de Wolphaertsbocht in Carnisse en Oud-Charlois zijn levendige straten waar de functiemenging het meest zichtbaar is. Delen van deze straten zijn duidelijk geprogrammeerd als buurtcentra, woonstraat of kennen een gemengde functie van wonen en werken. De Kop van Carnisse, tussen Wolphaertsbocht, Pleinweg en Dorpsweg, wordt gekenmerkt door stadse anonimiteit. Levendigheid en dynamiek zijn hier voelbaar. De Eilandenbuurt Noord is een buurt met appartementen en gezinswoningen in straten. De Vogelbuurt Noord kenmerkt zich door een mix aan gebouwen en complexen, divers qua schaal en uitstraling. Wonen wordt hier afgewisseld met kerken en verzorgingshuizen, verder is de functiemix beperkt. De zuidelijke delen van de Eilandenbuurt en de Vogelbuurt, alsook de Klaverbuurt, liggen nabij het Zuiderpark en verder weg van de stadse gebieden in het noorden van Carnisse. In de Eilandenbuurt vormt het Amelandseplein het groene hart van dit woonmilieu.
Aan voorzieningen heeft Carnisse geen gebrek, het merendeel is geconcentreerd aan de oostwestroutes die door de buurt lopen. De noord-zuidstraten hebben vaak weer groene kwaliteiten en vormen als het ware de uitlopers van het aangrenzende Zuiderpark. De heldere stedenbouwkundige structuur zorgt voor een ruime opzet van de wijk en goede oriëntatiemogelijkheden. De verbindingen richting het Hart van Zuid, het Zuiderpark en naar Oud-Charlois en de Waalhaven in het westen, laten echter nogal eens te wensen over. Ontwerpbestemmingsplan Carnisse Eiland - Toelichting
- 23 -
Afbeelding 3: Ligging van de wijk Carnisse (oranje omkaderd). 3.1.2
Het plangebied Carnisse Eiland ligt aan de zuidrand van Carnisse en vormt de overgang van de wijk naar het Zuiderpark; de groene 'achtertuin' van de wijk. Aan de Carnissedreef, de noordelijke grens van het plangebied, staan momenteel drie appartementengebouwen aan het water. Deze gebouwen staan direct langs de Carnissesingel en zorgen voor wandvorming richting de ten noorden daarvan gelegen woonwijk. Daarachter bestaat het eiland uit losse complexen met verschillende functies zoals de Elisabethschool, basisschool de Kameleon, een gymzaal en zorginstelling Humanitas. De gebouwen staan als losse volumes in het groen met een hoekverdraaiing ten opzichte van de stedenbouwkundige structuur van Carnisse.
Afbeelding 4: Huidige situatie Carnisse Eiland (oranje belijning is het plangebied van dit bestemmingsplan). Het complex van Humanitas heeft met zijn omvang veruit de grootste ruimtelijke impact op het eiland. Direct naast Carnisse Eiland staat de kerk van de Nazarener als solitair gebouw in het groen. De kerk is een historisch beeldbepalend gebouw aan de Carnissesingel. Het groene - 24 -
karakter van het eiland is momenteel de grootste kwaliteit. Het eiland is omspoeld met een groenblauwe parkstructuur en vrij liggende wandelpaden. Diverse functies liggen op dit eiland aan of in dit groen. Het eiland biedt momenteel onderkomen aan speeltuinvereniging Charlois, een multifunctioneel sportveld, Buurttuin de Groene Oase, korfbal- en tennisvereniging de Sperwers en rond de kerk van Nazarener een hertenkamp. Monumenten en cultuurhistorie De Cultuurhistorische verkenning Carnisse is reeds beschreven in Ş2.3. Deze verkenning gaat in op de wijk Carnisse als geheel en vormt een belangrijk uitgangspunt bij de stedenbouwkundige randvoorwaarden die ten grondslag liggen aan dit bestemmingsplan (zie daarvoor ook Ş3.2). Binnen het projectgebied zijn geen monumenten of beeldbepalende objecten aanwezig. 3.2
Projectbeschrijving Zoals aangegeven is voor het gebied een stedenbouwkundig plan vastgesteld. Dit plan dient, tezamen met dit bestemmingsplan, als toetsingskader voor de uitwerking van de afzonderlijke bouwblokken. In deze paragraaf wordt beknopt ingegaan op de uitgangspunten van het stedenbouwkundig plan en de zogenoemde 'kavelpaspoorten' die per bouwblok zijn vastgesteld. Het stedenbouwkundig plan1 vormt voorts een bijlage van dit bestemmingsplan, voor een nadere beschrijving van de opzet van het gebied wordt naar dit plan verwezen. Het stedenbouwkundig plan onderstreept enerzijds de ambities zoals die zijn geformuleerd in het NPRZ en anderzijds de ruimtelijke ambitie van de gemeente Rotterdam. Het aanwezige groen is daarbij een belangrijke kwalitatieve identiteitsdrager. Carnisse Eiland zal meer voelen als park dan stad en vormt ook de overgang naar het Zuiderpark. Het gebied moet daarom ruimte bieden aan verschillende schalen van groen, van intieme verblijfsplek tot landschappelijke route met levendige plekken. Het stedenbouwkundig plan bestaat hoofdzakelijk uit twee onderdelen die in sterke samenhang met elkaar zijn ontworpen: ^ Structuurontwerp openbare ruimte. Dit betreft een plan op hoofdlijnen voor het gebied binnen het omliggende water van Carnisse Eiland en tussen de kavels met bebouwing. Dit gebied zal in beheer blijven of komen van de gemeente.
^ Ruimtelijke opzet voor zeven nieuwbouwkavels, school de Kameleon en het paviljoen. Dit betreft een reeks uitganspunten die de essentie van de bebouwing beschrijven. Deze kavels zullen door verschillende marktpartijen worden ontwikkeld. Als basis voor de verdere uitwerking gelden spelregels, zoals de reeds benoemde kavelpaspoorten. Carnisse Eiland ligt op een betekenisvolle plek in de stad: op de rand van stad en stadspark. Als nieuwe parkbuurt heeft de stedenbouwkundige opzet tot doel om te zorgen voor een goede aansluiting met de wijk, maar ook voor goede toegankelijkheid van- en fysieke presentie aan het Zuiderpark. De stedenbouwkundige opzet kent daarom drie karakteristieke zones welke op een verschillend schaalniveau van de stad een rol spelen: 1. STAD: stadswand aan het park De rand van stad naar stadspark wordt gekenmerkt door een duidelijke- en leesbare gekromde wand. De vloeiende rooilijnen worden beëindigd met een markant hoogteaccent. 2. WIJK: entree vanuit de wijk 1 Carnisse Eiland stedenbouwkundig plan 26 11 2021, B+B, Keizer Koopmans, Over Morgen.
Ontwerpbestemmingsplan Carnisse Eiland - Toelichting
- 25 -
Aan de noordzijde sluit de stedenbouwkundige structuur aan op Carnisse. Hoofdzakelijk 3- of 4-laagse woningen, entreedeuren aan de straat, orthogonale hoeken en straatprofielen in het verlengde van het bestaande stratennetwerk zorgen voor een logische aansluiting op de wijk. 3. BUURT: besloten ruimtes voor de buurt Midden in het plan, omsloten door bebouwing, liggen meer beschutte openbare plekken voor de buurt. Een groene as als veilige autoluwe verbinding van schoolplein naar schoolplein. Het centrale plein ligt in het hart van de buurt. De stedenbouwkundige opzet voor Carnisse Eiland heeft als belangrijkste doel om focus in de structuur aan te brengen. Op deze manier kunnen verantwoordelijkheid en vrijblijvendheid goed op elkaar worden afgestemd en worden interactie en ontmoeting tussen bewoners gestimuleerd.
Afbeelding 5: Visualisatie (indicatief) overzicht stedenbouwkundig plan.
Afbeelding 6: Visualisatie (indicatief) stadswand aan het park, doorgaande gekromde gevellijn, buitenruimte aan het park, samenhang in uitstraling van verschillende woningtypes.
- 26 -
Aan de basis van de stedenbouwkundige structuur staat het half open bouwblok; alle woningen krijgen daardoor automatisch een rustige achterzijde. De half open bouwblokken zijn zo gepositioneerd dat het stratenpatroon logisch aansluit op de verbindingen met de wijk. Vanuit de toegangsbruggen aan de noordzijde zijn doorzichten naar het Zuiderpark mogelijk waardoor Carnisse Eiland aan het Zuiderpark komt te liggen. Centraal in het gebied, in oostwestelijke richting ligt een open groene as die de schoolpleinen van beide scholen met elkaar verbindt. Doordat de bouwblokken ten opzichte van elkaar verspringend zijn gepositioneerd, ontstaan doorkijken, interessante hoeken en meer beschutte ruimtes. Een aantrekkelijk en afwisselend beeld zonder lange doorgaande gevelwanden. Zoals eerder aangegeven richt dit bestemmingsplan zich niet op de ontwikkeling van het gehele Carnisse Eiland. Bepaalde delen blijven behouden en voor de nieuw te realiseren basisschool de Kameleon wordt een separate ruimtelijke procedure doorlopen. Dit bestemmingsplan richt zich in hoofdzaak op de realisatie van de woningbouwopgave, bestaande uit maximaal 545 woningen. Daarnaast is op een aantal plekken, met name gepositioneerd rondom het centrale plein, in de plinten ruimte voor voorzieningen zoals een horecagelegenheid, kapper, bakker of een fietsenwinkel.
Het bestemmingsplan biedt verder de planologisch ruimte voor de beoogde inrichting van het openbare gebied. Gekozen is voor een zo globaal mogelijk juridisch-planologische opzet, waarbij in de planregels en op de verbeelding alleen de meest noodzakelijke voorwaarden zijn opgenomen. Bij de uitwerking van het plan worden echter ook de randvoorwaarden uit het vastgestelde stedenbouwkundig plan betrokken, waarin per bouwblok is voorzien in een set regels in de vorm van kavelpaspoorten. Binnen deze kavelpaspoorten worden bijvoorbeeld voorwaarden gesteld aan variatie in bouwhoogte, beukmaten, binnenhoven en parkeerontsluitingen. Het bestemmingsplan heeft tot doel deze voorwaarden niet in de weg te staan en daarmee de uiteindelijke bouwplannen te kunnen voorzien van een omgevingsvergunning. In de planregels en op de verbeelding van dit bestemmingsplan zijn dan ook zoveel mogelijk randvoorwaarden geborgd, maar bij de nadere uitwerking van de afzonderlijke bouwblokken zal het bestemmingsplan in samenhang met het stedenbouwkundig plan bekeken worden en kunnen daar waar nodig voorwaarden worden opgenomen bij de gronduitgifte. Parkeren en ontsluiting Voor de leefbaarheid en bereikbaarheid is het beperken van autogebruik en de parkeermogelijkheden gewenst. Daarom wordt maximaal ingezet op om andere vormen van mobiliteit.
Voetganger en fietser krijgen volop ruimte, met goede routes naar de OV-haltes (metrostation Zuidplein ligt op slechts 10 minuten loopafstand). De fiets is voor bewoners van Carnisse Eiland een belangrijk alternatief voor de auto en de inrichting van het gebied zal daar ook op zijn ingericht. Dat kan mede doordat voor het parkeren van auto's gebruik kan worden gemaakt van een reductiemogelijkheid, wat betekent dat minder parkeerplaatsen benodigd zijn indien voldaan wordt aan een aantal voorwaarden, zoals de nabijheid van OV en het gebruik van deelmobiliteit. Als bijlage is een notitie opgenomen2 waarbij met behulp van de CROW-publicatie 317 "kencijfers parkeren en verkeersgeneratie" de totale verkeersproductie van het aantal woningen is bepaald en gecumuleerd met de ritproductie als gevolg van de herontwikkeling van de openbare basisschool De Kameleon, direct ten oosten van het plangebied. Daaruit blijkt dat het in totaal gaat om ca 1.600 extra verkeersbewegingen per etmaal.
2 Notitie Cumulatie verkeer en parkeren gebiedsontwikkeling Carnisse eiland en OSBS De Kameleon.
Ontwerpbestemmingsplan Carnisse Eiland - Toelichting
- 27 -
Gangbaar voor erftoegangswegen (30 km/uur wegen) is een maximale verkeersintensiteit tussen de 3.000 en 4.000 motorvoertuigen per etmaal. Maar het profiel van de weg bepaalt in sterke mate of deze intensiteit tot problemen leidt. In de nieuwe inrichting wordt parkeren binnen de bouwkavels opgelost. De in- en uitgangen van de parkeergarages grenzen aan de ontsluitingswegen in de wijk. Deze straten krijgen een profiel dat breed genoeg is voor 2richtingsverkeer. Het gemeentelijk beleid is erop gericht om geen formele kiss & ride zones voor scholen te realiseren om autogebruik te ontmoedigen en opstoppingen voor scholen te voorkomen. Ouders die kinderen toch naar school brengen met de auto worden geacht te parkeren aan de Carnissesingel of omliggende straten. Dit is niet anders dan in de huidige situatie. In de nieuwe inrichting van het plangebied wordt ook rekening gehouden met logistiek verkeer voor Humanitas en vuilniswagens. Aangezien dit soort voertuigen moeilijk kunnen keren wordt hiervoor een lus door het gebied gerealiseerd. Bij drukke piekmomenten in de ochtend is deze ook te gebruiken voor het overige verkeer. Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de omliggende nieuwe en bestaande wegenstructuur de toename van verkeersgeneratie kan opvangen en de toename niet leidt tot belemmeringen in de omgeving.
Ook niet tijdens de overlap met haal-en brengmomenten van school. Ten aanzien van parkeren is vanaf 1 januari 2022 de parkeernorm in Rotterdam van kracht gegaan onder de naam 'Beleidsregeling parkeernormen voor auto en fiets gemeente Rotterdam 2022'. De locatie is gelegen binnen Zone B. In het kader van de ontwikkeling moet deze nieuwe norm worden gehanteerd, wat tevens betekent dat het parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd op eigen terrein. Uit eerder genoemde notitie blijkt dat dat gaat om ongeveer 300 parkeerplaatsen binnen het plangebied voor Carnisse Eiland. Bij De Kameleon zullen er 12 op eigen terrein worden gerealiseerd. Er komen dus geen parkeerplaatsen in de openbare ruimte, uitgezonderd een aantal opstelplaatsen voor nood- en hulpdiensten, bevoorradingsverkeer en pakketdiensten. Voor de Kameleon, Humanitas en 2 woonblokken van Woonbron is sprake van vervangende nieuwbouw. Daarbij komt dat sportvereniging Sperwers verhuist naar een locatie buiten het plangebied en dat de parkeerplaatsen hiervan kunnen worden opgeheven binnen het plangebied. Er wordt dus geen toename van de parkeerbehoefte verwacht. In praktijk vindt toetsing aan de parkeernormen plaats op het moment dat de omgevingsvergunning per bouwblok wordt verleend. In de planregels is daartoe een voorwaardelijke verplichting opgenomen.
- 28 -
4
TOETSING AAN OMGEVINGSASPECTEN In de volgende paragrafen worden de omgevingsaspecten behandeld die binnen de ruimtelijke ordening en daarmee dus ook voor dit bestemmingsplan van belang zijn. Veel aandacht gaat daarbij uit naar de milieuaspecten, aangezien de beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe zijn gegroeid. Het milieubeleid stelt randvoorwaarden aan ruimtelijke ontwikkelingen en is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren.
4.1
Water De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het uitvoeren van een watertoets betrekt de waterbeheerders actief bij ruimtelijke besluitvormingsprocessen en geeft water een duidelijke plek binnen de ruimtelijke ordening. Het plangebied is gelegen in het beheersgebied van het waterschap Hollandse Delta. Uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is dat deze voldoen aan het waterbeleid. Dit is vastgelegd in diverse beleidsdocumenten van Europees (Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) tot gemeentelijk niveau (Waterplan 2 en Rotterdams Weerwoord). Ook het waterschap heeft zijn eigen beleid. Dit is vastgelegd in het Waterbeheerprogramma 2022 2027. Dit programma is de opvolger van het Waterbeheerprogramma 2016-2021 en wordt, door de integratie van het onderdeel wegen, ook de opvolger van het Wegenbeheerprogramma 2016-2021. Deze plannen zijn sinds de inwerkingtreding van de nieuwe Waterbeheerprogramma komen te vervallen. Voorts zijn de ambities uit Maat op Klimaat (vastgesteld januari 2019) zo veel mogelijk verwerkt in dit Waterbeheerprogramma. Bij elkaar vormt het geheel van speerpunten, subdoelen en acties de basis voor alle concreet uit te voeren maatregelen.
Deze maatregelen staan niet in het WBP, maar landen in veelal meerjarige investerings-, onderhouds- en beheerprogramma's en (uiteindelijk) ook in onze reguliere planning- en controlcyclus, waarbinnen de Programmabegroting een centrale rol vervult. Met het vaststellen van de Programmabegroting worden jaarlijks middelen beschikbaar gesteld om de maatregelen te kunnen uitvoeren. Diverse onderwerpen in dit Waterbeheerprogramma kunnen op dit moment nog niet in concrete maatregelen worden uitgewerkt. Daarvoor moeten we eerst nog nader onderzoek doen, of moet het onderwerp eerst nog verder worden uitgewerkt in aparte beleidsnotities. Ook hebben lang niet alle maatregelen een fysiek karakter. Denk bijvoorbeeld aan het actualiseren van beleidsregels of het aanpassen van bepaalde (werk)processen. Door alle bovengenoemde aanpassingen is het karakter van het Waterbeheerprogramma duidelijker geworden: een strategisch beleidskader dat jaarlijks nadere uitwerking behoeft.. Het plangebied ligt binnendijks en maakt onderdeel uit van het peilgebied 50-1. Hier wordt een oppervlaktewaterpeil van 2,4 meter beneden NAP gehanteerd. In de wijk Carnisse zijn nauwelijks oppervlaktewaterlichamen aanwezig, al bevinden zich rondom het plangebied diverse watergangen. Zo ligt aan de westzijde de Lepelaarsingel en aan de noordzijde de Carnissesingel. Beiden zijn aangemerkt als een primaire watergang.
Ook aan de zuid- en oostzijde bevinden zich enkele watergangen; deze zijn aangemerkt als secundair. Geen van deze watergangen maken onderdeel uit van het plangebied. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot aantasting van deze watergangen, zodat compensatie niet benodigd is. Wel leidt dit bestemmingsplan tot een toename van het verhard oppervlak. Uit de watertoets3 blijkt, dat 3 Ingenieursbureau Land, Herinrichting Carnisse Eiland; waterparagraaf, oktober 2022, projectnummer 78380.
Ontwerpbestemmingsplan Carnisse Eiland - Toelichting
- 29 -
deze toename 11.958 m2 bedraagt. Op grond van de gemeentelijke hemelwaterverordening is daardoor sprake van een bergingsopgave van 600 m3. De invulling hiervan geschiedt door het creëren van 2.000 m2 nieuw open water door de watergang ten zuiden en oosten van Carnisse eiland over een lengte van zo'n 400 meter met circa 5 meter te verbreden. Langs de nieuwe oever wordt een beschermingszone van 1 meter ingesteld. Het plangebied ligt niet in een waterkering, noch binnen de bij een kering behorende beschermingszone. De dichtstbijzijnde waterkeringen liggen ter hoogte van de Brielselaan (op zo'n 825 meter ten noorden van het plangebied) en Waalhaven Oz (circa 1.190 meter westwaarts). Het betreft hier een primaire waterkering die onderdeel uitmaakt van dijkring 17. Deze waterkering heeft een beschermingsniveau van 1 op de 4.000 per jaar. Het plangebied valt binnen rioleringsdistrict Carnisse, dat rioolwater vanuit hoofdgemaal Amelandseplein via district Charlois naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie Dokhaven pompt. Het betreft hier een gemengd rioolstelsel, wat inhoudt dat het zowel regenwater als afvalwater afvoert. In het plangebied liggen geen overstorten. Het beoogde bouwplan wordt uitgerust met een aansluiting voor een gescheiden stelsel, maar wordt aangesloten op het huidige gemengde stelsel.
Daar waar mogelijk wordt het hemelwater afgekoppeld, zodat het ter plaatse kan infiltreren. Om diffuse verontreinigingen van water en bodem te voorkomen, is het voor de nieuwe bebouwing van belang om duurzame, niet-uitloogbare bouwmaterialen toe te passen. Zink, lood, koper en PAK's-houdende materialen mogen uitsluitend worden toegepast als deze worden voorzien van een coating. Overleg met de waterbeheerder(s) De gemeente Rotterdam werkt in overleg met alle betrokken waterbeheerders aan een gemeenschappelijke procedurele en inhoudelijke invulling van de Watertoets. In dit kader zijn de waterbeheerders betrokken bij het wettelijk vooroverleg in het kader van dit bestemmingsplan en bij de totstandkoming van de opgestelde watertoets (zie voetnoot 2). 4.2
Milieuzonering De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft in haar uitgave "Bedrijven en Milieuzonering" een handreiking geboden voor het toepassen van milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. De milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe milieubelastende activiteiten (bijv. bedrijven) een passende locatie in de nabijheid van milieugevoelige functies (bijv. woningen) krijgen en dat milieugevoelige functies op een verantwoorde afstand van milieubelastende activiteiten gesitueerd worden. Uit de geldende bestemmingsplannen blijkt, dat in de omgeving van het plangebied hinder veroorzakende functies aanwezig (mogen) zijn. Het betreffen hier de activiteiten binnen de bestemmingen 'Maatschappelijk (1/2)' en 'Gemengd (5/6)'. Deze activiteiten worden op grond van de VNG-uitgave aangemerkt als ten hoogste milieucategorie 2. Op grond van de geldende bestemmingsplannen worden deze inrichtingen toelaatbaar geacht in een woonomgeving. Zo zijn deze functies direct naast en/of onder woningen toegestaan. Voor de toekomstige ontwikkeling geldt dan ook, dat ter plaatse sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Daarnaast worden de vergunde rechten van deze activiteiten door de beoogde ontwikkeling niet belemmerd. In het bestemmingsplan wordt op enkele centraal gelegen plekken voorzien in ruimte voor commerciële/publieke ruimten voorzieningen (maximaal 1.430 m2).
Deze ruimten worden ingezet voor functies, waarvoor op grond van de VNG-uitgave een hindercontour geldt. Het - 30 -
gaat hierbij in alle gevallen om ten hoogste categorie 2-inrichtingen. Deze worden op grond van de Rotterdamse systematiek als passend in de woonomgeving ervaren. De realisatie van deze inrichtingen leidt dan ook niet tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat van de huidige woningen in de omgeving. Ook voor de toekomstige woningen geldt, dat ter plaatse sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. In het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing is tevens onderzoek uitgevoerd naar het stemgeluid vanwege de nieuwe basisschool De Kameleon4, direct ten oosten van het plangebied van Carnisse Eiland. Als gevolg van spelende kinderen op het schoolplein worden geluidbelastingen boven de streefwaarden berekend op de woningen direct ten noorden en ten zuiden van de schoolpleinen. Op grond van de Rotterdamse vertaling van de VNG-uitgave wordt een dergelijke functie echter als passend in een woonomgeving ervaren, maar bij de uitwerking van het bouwplan zal rekening worden gehouden met het voorkomen van hinder van de school op de bestaande en nog te realiseren woningen (en vice versa). Door maatregelen in de vorm van het plaatsen van schermen langs het plein en extra geluidwering bij de betreffende woningen. Zodoende zal bij de te realiseren woningen sprake zijn van een van een goed woon- en leefklimaat.