CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb003063] Bijlage 1 behorende bij 24bb003062 over ontwerpbestemmingsplan Carnisse Eiland

Subcommissie bestemmingsplannen Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 4 juni 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Hoorzitting18.959 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Tevens kan gesteld worden dat de beoogde school een belangrijke bovenwijkse functie vervult. Op grond van jurisprudentie (uitspraak van ABRS 200603295/1) gaat dit bovenwijkse belang boven het individuele belang. Op grond van zowel de VNG-uitgave als de Rotterdamse systematiek wordt gesteld, dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Daarnaast worden de vergunde rechten van de aanwezige bedrijven niet ingeperkt. De beoogde woningen liggen daarnaast niet binnen een geurcontour van de geurhinder veroorzakende bedrijven aan de Maashaven, zoals Quaker Oats. Het thema 'milieuzonering' leidt niet tot belemmeringen voor de herontwikkeling van het plangebied. 4.3

Geluid Geluidhinder kan ontstaan door verschillende activiteiten. In de Wet geluidhinder zijn geluidsnormen opgenomen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Deze normen geven de hoogst acceptabele geluidsbelasting bij geluidsgevoelige functies zoals woningen. Bij het bepalen van de maximaal toegestane geluidsbelasting maakt de Wet onderscheid tussen bestaande situaties en nieuwe situaties. Nieuwe situaties zijn nieuw te bouwen geluidsgevoelige functies of nieuwe geluidhinder veroorzakende functies. Dit bestemmingsplan maakt de bouw van nieuwe geluidsgevoelige objecten mogelijk, namelijk woningen. Deze liggen binnen de toetsingszone van enkele zoneplichtige wegen, alsook binnen de geluidzone van enkele gezoneerde industrieterreinen. Vandaar dat een akoestisch onderzoek5 is uitgevoerd. De rekenresultaten worden hieronder uiteengezet. Wegverkeerslawaai De voorziene woningen bevinden zich binnen de toetsingszone van de volgende zoneplichtige wegen: Dorpsweg en Zuiderparkweg. De berekende geluidsbelasting op de gevels van de nieuw te realiseren woningen bedraagt hierbij in alle gevallen minder dan 48 dB (inclusief reductie). De voorkeursgrenswaarde wordt dan ook niet overschreden.

4 dBVision, MEMO - Akoestisch onderzoek Schoolplein Kameleon, juli 2023. 5 dBVision, Bestemmingsplan Carnisse Eiland; akoestisch onderzoek geluid op de gevels, juli 2023, rapportnummer GEM103-34-163.

Ontwerpbestemmingsplan Carnisse Eiland - Toelichting

- 31 -

De wegen in de directe omgeving van het plangebied behoren tot een 30 km/h-zone. Deze wegen vallen buiten het aandachtsgebied van de Wet geluidhinder. Wel is in het kader van een goede ruimtelijke ordening berekend wat de geluidsbelasting is van de volgende omliggende 30 km/h-wegen: Carnissedreef, Carnisselaan, Carnissesingel, Gruttostraat, Lepelaarstraat, Utenhagestraat en Wielewaalstraat. Uit deze berekeningen blijkt, dat alleen het wegverkeer op de Carnissedreef tot een geluidsbelasting leidt die hoger is dan 48 dB. De berekende geluidsbelasting van deze weg bedraagt gezamenlijk maximaal 55 dB. In vergelijking met de waarden uit de Wet geluidhinder ligt de berekende geluidsbelasting ver onder de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Vandaar dat deze geluidsbelasting als acceptabel wordt aangemerkt. Industrielawaai Waal-ZEemhaven In december 2010 is door diverse partijen, waaronder de gemeente Rotterdam, het 'Convenant geluidruimte Waal-ZEemhaven' ondertekend. In dit convenant zijn afspraken vastgelegd over de geluidsruimte en -verdeling bij vergunningverlening op basis van de Wabo en de geluidseffecten hiervan op de ruimtelijke ordening in de omgeving. In dit convenant wordt onderscheid gemaakt tussen het communicatiegebied (gebied binnen de 55 dB(A)contour) en het 'gebied voor standaard onderzoek' (gebied dat gelegen is buiten de 55 dB(A)contour).

Indien een nieuwe geluidsgevoelige ontwikkeling is gelegen in eerstgenoemd gebied, dient een open planproces te worden gevolgd, zoals bijvoorbeeld de Stad- en milieubenadering (afspraak 14). Daarnaast dient in een zo'n vroeg mogelijk stadium van de planvorming overleg plaats te vinden met Deltalinqs en het Havenbedrijf Rotterdam (afspraak 13). Omdat het plangebied gelegen is buiten de 55 dB(A)-contour en daarmee niet in het communicatiegebied, zijn deze afspraken niet aan de orde. Conform de handreiking moet bij een onderzoek naar de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein Waal-/Eemhaven gebruik gemaakt worden van het Bronnenmodel 2025. In het eerder aangehaalde akoestisch onderzoek is met behulp van dit model de geluidsbelasting vanwege dit gezoneerde industrieterrein berekend. De maximaal berekende geluidsbelasting bedraagt hierbij 53 dB(A), waardoor sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrens­ waarde van 50 dB(A). De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Maas-ZRijnhaven Het plangebied bevindt zich ook binnen de geluidszone behorende bij het gezoneerde industrieterrein Maas-ZRijnhaven. Vandaar dat in het eerder aangehaalde akoestisch onderzoek ook aan deze geluidsbron aandacht is besteed. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt, dat de geluidsbelasting vanwege dit industrieterrein overal in het plangebied lager is dan 50 dB(A).

De voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) wordt daarmee niet overschreden. Overige wettelijke geluidsbronnen Het plangebied ligt niet binnen een toetsingszone van een zoneplichte spoorweg. Ook de geluidscontouren van Rotterdam - The Hague Airport liggen niet over het plangebied. Vandaar dat een nadere beschouwing van deze geluidsbronnen niet aan de orde is. Niet-aan wetgeving gebonden geluidsbronnen Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening is ook onderzoek gedaan op de invloed van andere relevante, maar niet-wettelijke geluidsbronnen binnen of in de directe omgeving van het plangebied. Voor deze locatie betreft dit het nestgeluid (het geluid van afgemeerde - 32 -

schepen in de Maas-Rijnhaven en in de Waal-Eemhaven). Deze bronnen tellen naast de wettelijke bronnen (wegverkeers- en industrielawaai en het geluid van de horeca en terrassen) mee bij het bepalen van de uiteindelijke benodigde gevelisolatie. Uitgangspunt is dat in de woningen niet meer dan 33 dB optreedt als gevolg van al deze bronnen samen. Dit sluit aan bij de toekomstige regelgeving onder de Omgevingswet en hierdoor is er sprake van een goed woon- en leefklimaat in de woningen. Voor het bepalen van het nestgeluid is een aparte notitie6 opgesteld. Uit deze notitie blijkt, dat het treffen van extra gevelwering benodigd is. De hoogte van de benodigde gevelwering is afhankelijk van het moment waarop de omgevingsvergunning wordt aangevraagd (voor of na inwerkingtreding Omgevingswet). Geadviseerd wordt om een nader onderzoek uit te voeren, op grond waarvan een uiteindelijke oplossingsrichting gekozen kan worden (mate van isolering). Vooralsnog wordt gesteld, dat eventuele aanvullende gevelwering gerealiseerd kan worden en dat daarmee sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat in de woningen. Conclusie De geluidsbelasting overschrijdt uitsluitend vanwege het gezoneerde industrieterrein "Waal/Eemhaven" de voorkeursgrenswaarde.

Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt dat het treffen van geluidsreducerende maatregelen vanuit financieel, stedenbouwkundig en/of akoestisch oogpunt niet redelijk, wenselijk dan wel onvoldoende effectief is. Vandaar dat een ontheffing van de Wet geluidhinder noodzakelijk is. Het gemeentelijk ontheffingsbeleid schrijft hierbij onder andere voor dat alle verblijfsruimten zich bevinden aan minimaal één geluidluwe gevel. Voor Carnisse Eiland blijkt hier echter om stedenbouwkundige en volkshuisvestelijke redenen niet volledig aan voldaan te kunnen worden. Om die reden is het nodig om gemotiveerd af te wijken van de voorwaarden uit ontheffingsbeleid. Een groot deel van de woningen binnen het plangebied is 2-zijdig georiënteerd en hebben aan weerszijden een buitenruimte. Deze woningen zijn aan één zijde geluidluw. Dit zijn eengezinswoningen met een gevel en een binnenhof, maar ook hoekappartementen of tweezijdig georiënteerde appartementen. Voor deze locaties wordt voldaan aan de voorwaarden uit het ontheffingenbeleid. Er zijn echter ook ca. 70 woningen en 50 zorgunits die eenzijdig georiënteerd zijn; dit zijn de woningen aan de noord- en westzijden van kavel 3, kavel 4 en kavel 7. Er zijn stedenbouwkundige en kwalitatieve redenen waarom dit aantal woningen geheel op de geluidbelaste zijde is georiënteerd: Met de ontwikkeling van Carnisse eiland ontstaat een buurt met ca.

500 woningen. Een mix van verschillende woningen voor Rotterdam Zuid waar mensen kunnen instromen of doorgroeien. Er komt een fijn woonklimaat met een hoge dichtheid en een evenwichtige mix van grondgebonden woningen, hoogteaccenten met appartementen en voorzieningen. Het plan voorziet ook in een kwalitatieve vervangingsvraag van bestaande woningen op de locatie. Het doel van het stedenbouwkundig plan is om nieuwe aantrekkelijke stedelijke woonmilieus te realiseren en Rotterdam ook voor de middeninkomens betaalbaar te houden. Zo is er niet alleen behoefte aan centrumstedelijke woonmilieus met overwegend hoogbouw, er is juist ook vraag naar meer rustige en groenstedelijke gebieden voor gezinnen, waar woningen gewoon met hun voordeur aan de straat staan. De meeste woningen zijn daarom eengezinswoningen. Om de gewenste dichtheid en variatie in woningaanbod te realiseren zijn op strategische plekken in het plan hoogteaccenten toegevoegd. Daar waar de

6 dBVision, Memo Carnisse Eiland - nestgeluid schepen, januari 2022, kenmerk GEM103-34-007rz.

Ontwerpbestemmingsplan Carnisse Eiland - Toelichting

- 33 -

eengezinswoningen vooral geschikt zijn voor gezinnen, zijn de appartementen vooral geschikt voor alleenstaanden, koppels of senioren. De mate van verdichting op een relatief klein stukje grond zorgt ervoor dat niet alle woningen tweezijdig georiënteerd kunnen zijn. Het betreffen appartementen met zorgwoningen van Humanitas (kavel 3), sociale huurwoningen voor Woonbron - waarvan een gedeelte voor een speciale doelgroep van de Stichting Pameijer (Kavel 4) - en huurwoningen in het middenhuur segment. Deze typologie woningen/segment kan worden gebouwd als enkelzijdig of dubbelzijdig. Wanneer je met torens (hoogteaccenten) werkt zijn enkelzijdig georiënteerde woningen echter onvermijdelijk om het betaalbaar te houden. Voor al deze woningen geldt dat ze een (gemeenschappelijke) buitenruimte hebben aan de geluidluwe zijde. Hiermee wordt dus deels voldaan aan het ontheffingsbeleid. Om geluidhinder verder zoveel mogelijk te voorkomen wordt ten minste één van de volgende aanvullende oplossingen toegepast: ^ Beglaasde buitenruimten (balkons en loggia's); ^ Verhoogde geluidwering van de gevel (verzwaarde beglazing, kierdichting en gevelopbouw); ^ Comfortboxen (geluidwerende lamellenroosters), mechanische spuiventilatie of afschermende maatregelen t.b.v. de spuiventilatie-eis (Bouwbesluit).

Algemeen kan worden opgemerkt dat Carnisse Eiland een nieuwbouwlocatie betreft die substantieel bijdraagt aan de woningbehoefte binnen de stad. De ontwikkeling zal bijdragen aan de doelstelling van het college wat betreft de woningbouwopgave, maar ook aan de doelstelling van het NPRZ om in Carnisse een meer divers woningaanbod te realiseren met een hoge leefomgevingskwaliteit. De leefomgeving en de kwaliteit ervan zijn brede begrippen, maar een goede leefomgeving houdt in dat bewoners en gebruikers van de openbare ruimte hun leefomgeving als herkenbaar, prettig, schoon en aantrekkelijk ervaren, zodat ze er graag wonen, werken en verblijven. Daarbij gaat het zowel om milieukwaliteit (zoals de aanpak van bodemvervuiling, veiligheidsrisico's van bedrijvigheid, geluid- en stankoverlast en afvalinzameling) als om ruimtelijke kwaliteit (het bevorderen van positieve ontwikkelingen, zoals een goede bereikbaarheid, veel verscheidenheid en een sterke ruimtelijke identiteit). Het verdichten op deze locatie geeft een impuls geven aan dit deel van Rotterdam-Zuid. Mede daarom is vanuit het Rijk subsidie verstrekt vanuit de woningbouwimpuls (WBI), waarbinnen voldaan moet worden aan een minimum aantal betaalbare woningen. Naast de beschreven maatregelen vormt ook de directe nabijheid van het Zuiderpark een extra woonkwaliteit.

Daarnaast zijn de woningen ook gelegen in de directe nabijheid van voorzieningen op en rond het Zuidplein en goed bereikbaar per openbaar vervoer en auto. Daarmee beschikken de betreffende woningen over een hoge leefomgevingskwaliteit en kan gemotiveerd afgeweken worden van de voorwaarden uit het gemeentelijk ontheffingsbeleid. Een ontheffing van de Wet geluidhinder kan daarmee worden verleend, waardoor het aspect 'geluid' de realisatie van de beoogde woningen niet in de weg staat. 4.4

Luchtkwaliteit Voor een aantal stoffen in de lucht gelden wettelijke grenswaarden die zijn vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (de zogenaamde Wet luchtkwaliteit). De normen zijn gesteld ter bescherming van de gezondheid van de mens. De luchtkwaliteit dient in zijn algemeenheid, met uitzondering van de werkplek, bepaald te worden. Het ontstaan van - 34 -

nieuwe knelpunten moet worden voorkomen. De gemeente toetst daartoe nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen expliciet aan de normen uit de Wet luchtkwaliteit. Is de verwachting dat de ontwikkeling zal leiden tot overschrijding van de normen, dan wordt naar een zodanig (technisch en/of planologisch) alternatief gezocht dat wordt voldaan aan de normen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze projecten kunnen zonder toetsing aan de luchtkwaliteitsnormen worden uitgevoerd. Een project draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de luchtverontreiniging als de grens van 3^! van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof en stikstofdioxide niet wordt overschreden. In de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Een woningbouwproject wordt in de Regeling NIBM als niet in betekenende mate aangemerkt, indien het maximaal 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg betreft. In het plangebied zijn maximaal 545 woningen voorzien en 1.430 m2 aan aanvullende voorzieningen zoals een horecagelegenheid, kapper, bakker of een fietsenwinkel.

De verkeersaantrekkende werking van de beoogde ontwikkeling is lager dan een woningbouwontwikkeing van 1.500 eenheden. Vandaar dat de voorgenomen ontwikkeling dan ook als niet in betekenende mate wordt aangemerkt. Omdat de geplande woningen op gepaste afstand zijn gelegen van wegen met hoge verkeersintensiteiten, liggen de PM10 en NO2-contouren van deze wegen niet over het projectgebied. Hiermee voldoet het plan aan de Wet luchtkwaliteit en het Rotterdamse luchtkwaliteitsbeleid. Uit de monitoringstool van het NSL blijkt, dat de huidige NO2-concentratie (jaar 2020) ter hoogte het dichtstbijzijnde rekenpunt (Carnissesingel Z Zuiderparkweg) lager is dan 35 pg/m3. Dit geldt ook voor de PMi0-concentratie. Gesteld wordt, dat ter plaatse van het beoogde bouwplan sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. 4.5

Externe veiligheid Binnen het externe veiligheidsbeleid wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico zegt iets over de theoretische kans op overlijden op een bepaalde plaats voor een persoon die een jaar lang op die plaats zou staan. Hiervoor geldt dat een kans groter dan 1 op de miljoen per jaar (10-Vjaar) onacceptabel wordt geacht. De norm voor het plaatsgebonden risico is bij kwetsbare objecten een grenswaarde die niet mag worden overschreden. In tegenstelling tot het plaatsgebonden risico, dat in één getal kan worden uitgedrukt, wordt het groepsrisico door een (grafiek)lijn weergegeven. Naarmate de groep mogelijke slachtoffers groter wordt, moet de kans op zo'n ongeval kleiner zijn. Het invloedsgebied van het groepsrisico bedraagt het 10At letaliteitsgebied. De normen voor het groepsrisico weerspiegelen geen grenswaarde maar een oriënterende waarde. Dit houdt in dat bij de beoordeling van het groepsrisico het lokaal en regionaal bevoegd gezag de mogelijkheid geboden wordt om gemotiveerd van de oriënterende waarde af te wijken. Een afwijking moet in een openbare en goed inzichtelijke belangenafweging door het bevoegd gezag worden gemotiveerd.

In de directe omgeving van het bestemmingsplangebied is een aantal risicobronnen gelegen, zoals het transport van gevaarlijke stoffen over de Nieuwe Maas en de spoorlijn Rotterdam Dordrecht. Deze transportroutes bevinden zich echter op een zodanige afstand van het Ontwerpbestemmingsplan Carnisse Eiland - Toelichting

- 35 -

plangebied ^200 meter), dat de bijbehorende 10-6 plaatsgebonden risicocontouren geen belemmering vormen voor de voorgenomen herontwikkeling. Voor beide transportroutes geldt tevens, dat op grond van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt, artikel 8, lid 1) een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is, als het plangebied binnen een afstand van 200 meter van de transportroute ligt. Aangezien dit niet het geval is, is een nadere groepsrisicoverantwoording niet aan de orde. In (de directe omgeving van) het plangebied bevinden zich ook enkele risicovolle inrichtingen. Het gaat hierbij met name om tankstations, alwaar geen LPG wordt doorgezet. Deze zijn alle op een dusdanige afstand van het plangebied gelegen, dat deze geen belemmering vormen. Op een afstand van circa 1.000 meter ten noorden van het plangebied is daarnaast een meelfabriek gesitueerd. Hier is kans op een stofexplosie, echter vormt deze fabriek geen veiligheidsrisico. Dit geldt ook voor het zwembad aan de Gooilandsingel. Deze inrichting beschikt over twee chloorbleekloogtanks met elk een inhoud van 1.500 liter. De bijbehorende risicocontouren strekken zich niet uit over de inrichtingsgrens. Het invloedsgebied groepsrisico reikt evenmin tot aan het plangebied. Gesteld wordt, dat de in de omgeving aanwezige stationaire bronnen geen belemmering vormen.

Conclusie Op grond van bovenstaande beschouwing wordt geconcludeerd, dat geen van de in de omgeving aanwezige risicobronnen leidt tot belemmeringen op de voorgenomen ontwikkeling. Bodem De Wet bodembescherming (Wbb) vormt het wettelijk kader bij de bepaling van de mate en de ernst van een bodemverontreiniging. Conform de Wbb wordt op grond van de mate en omvang van een verontreiniging in grond en/of grondwater bepaald of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hierop is de principiële noodzaak tot sanering gebaseerd. In de Wbb wordt op basis van risico's voor mens en ecosysteem onderscheid gemaakt tussen spoedeisende en niet spoedeisende sanering. Bij eerstgenoemde dient binnen vier jaar aangevangen te worden met de sanering; bij laatstgenoemde kan gewacht worden totdat op de locatie een herinrichting en/of bestemmingswijziging aan de orde is. Uit de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart blijkt, dat de bovengrond (0 tot 1 meter beneden maaiveld) aangemerkt kan worden als klasse 'Landbouw'. Dat betekent, dat de aanwezige bodem naar verwachting ten hoogste zeer licht verontreinigd is. Ook de ondergrond (1 tot 2 meter beneden maaiveld) is op deze kaart aangemerkt als klasse 'Landbouw'.

4.6

Uit een uitgevoerd vooronderzoek7 blijkt daarnaast dat in het plangebied nauwelijks bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Er is namelijk slechts één potentiële punt­ bron bekend en in het plangebied zijn geen stortplaatsen en/of baggerspecielocaties aanwezig geweest. Eventuele verontreinigingen met asbest en/of PFAS worden ook niet verwacht. Verondersteld wordt dat de bodemkwaliteit de voorgenomen herontwikkeling niet in de weg hoeft te staan. Ten behoeve van de realisatie van het beoogde bouwplan zullen bodemverstorende activiteiten plaatsvinden. Voorafgaand aan deze werkzaamheden wordt een bodemkundig onderzoek uitgevoerd, mede om te bepalen of de grond hergebruikt kan worden. Mocht uit dit onderzoek blijken dat sprake is van een saneringsopgave, dan wordt hieraan gehoor gegeven. 7 Gemeente Rotterdam, Vooronderzoek locatie Carnisse Eiland te Rotterdam, 2021, documentnummer IB-2021­ 0364.

- 36 -

4.7

Archeologie Rotterdam draagt sinds 1960 zorg voor het eigen archeologisch erfgoed en is in het bezit van een door het rijk verleende opgravingsbevoegdheid. Het doel van de Rotterdamse archeologie is: (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. De gemeente Rotterdam bezit een Archeologische Waardenkaart (AWK) en een vastgestelde lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's), die opgenomen zijn in de gemeentelijke erfgoedverordening. Genoemde beleidsinstrumenten moeten een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen. Dit instrumentarium sluit aan op en komt mede voort uit het rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het "Verdrag van Malta" is ontwikkeld. Het vaststellen, waarderen en documenteren van archeologische waarden vindt binnen de archeologische monumentenzorg gefaseerd plaats. Na een bureauonderzoek kan het nodig zijn een archeologische inventarisatie in het veld uit te voeren. De resultaten van de inventarisatie kunnen vervolgens leiden tot een aanvullend archeologisch onderzoek.

De resultaten van laatstgenoemd onderzoek vormen het uitgangspunt bij de keuze om een vindplaats te behouden, op te graven, waarnemingen uit te voeren tijdens het bouwproject of geen verdere stappen te ondernemen. Archeologische verwachting Het plangebied wordt op de gemeentelijke Archeologische Waarden- en Beleidskaart (AWK) aangemerkt als een gebied met een redelijk tot hoge archeologische verwachting direct onder maaiveld of dieper. Hierdoor is het noodzakelijk dat bouw- en graafwerkzaamheden worden getoetst op de noodzaak van archeologisch onderzoek. Bescherming van de archeologische waarden Op grond van de archeologische verwachting en om mogelijk aanwezige archeologische waarden te beschermen, is in het bestemmingsplan "Zuiderpark" aan de gronden van het plangebied een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' toegekend. Dit betekent, dat het uitvoeren van een archeologisch onderzoek noodzakelijk is voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 2,5 meter beneden NAP en die tevens een oppervlak van meer dan 200 m2 beslaan. Dit is door middel van een vergunningstelsel in de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' vastgelegd en eveneens opgenomen in dit bestemmingsplan.

4.8

Ecologie De Nederlandse natuurbescherming kent twee aspecten, te weten gebieds- en soortbescherming. G ebiedsbescherming Eén van de belangrijkste kaders voor gebiedsbescherming wordt sinds 1 januari 2017 gevormd door de Wet natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van gebieden die als Natura 2000-gebied zijn aangewezen. Wanneer in of in de directe nabijheid van een dergelijk gebied een activiteit plaatsvindt die leidt tot nadelige gevolgen voor het natuurgebied, dan dient hiervoor een vergunning te worden aangevraagd. Daarnaast bestaan gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur); die Ontwerpbestemmingsplan Carnisse Eiland - Toelichting

- 37 -

gebieden worden beschermd via het ruimtelijk ordeningsrecht (Barro en/of provinciale structuurvisies). Uit een uitgevoerde quickscan8 blijkt, dat het plangebied op ruime afstand (circa 4,8 kilometer) van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden ligt. Door deze afstand zijn effecten op dit Natura 2000-gebied uitgesloten. Emissie van stikstof kan echter ook op grotere afstand een aandachtspunt zijn. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied dat stikstofgevoelig is, is de Biesbosch op een afstand van ongeveer 20 km. Uit een uitgevoerde stikstofberekening, opgenomen in bovengenoemde quickscan, blijkt dat zowel de aanleg- als gebruiksfase (na realisatie) een depositie oplevert die niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Daarmee is geen sprake van een negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde gebied dat toebehoort aan het Natuurnetwerk Nederland is de Nieuwe Maas op circa 1,5 km van het plangebied. Het betreft hier een zéér drukke vaarweg. Door de relatief grote afstand en de ligging in de bebouwde kom, zijn effecten op het Natuurnetwerk Nederland op voorhand uit te sluiten. Ook belangrijke weidevogelgebieden liggen op grote afstand, waardoor deze gebieden niet nadelig worden beïnvloed. Het plangebied is op de gemeentelijke Natuurkaart deels aangewezen als 'parkbos' en 'groene wijkdooradering'.

De Natuurkaart betreft een ambitiedocument op het gebied van de ecologie en natuur en heeft tot doel verbindingen te stimuleren tussen gebieden waar ecologische kwaliteit aanwezig is. Zo wordt de omgevingskwaliteit verbeterd door meer rekening te houden met de ecologische (on)mogelijkheden op ontwikkellocaties. De Natuurkaart is dus een instrument om ruimtelijke ontwikkelingen te ondersteunen met oog voor de ecologische potentie. Bij de stedenbouwkundige uitwerking van het plan is hier nadrukkelijk rekening mee gehouden door ruimte te bieden aan verschillende schalen van groen en een landschappelijke route die tevens een verbinding vormt met de ten noorden gelegen wijk Carnisse. De watergangen rondom het Carnisse Eiland behoren tot het waternetwerk. Deze watergangen blijven ongemoeid en maken bovendien geen deel uit van dit bestemmingsplan. Soortbescherming Ook het aspect 'soortbescherming' vindt sinds 1 januari 2017 zijn wettelijk kader in de Wet natuurbescherming; deze wet beschermt de in deze wet aangemerkte soorten planten en dieren, ongeacht waar die zich bevinden. Om de instandhouding van de beschermde soorten te waarborgen moeten negatieve effecten op de instandhouding worden voorkomen.

Hiertoe zijn in de wet verschillende verbodsbepalingen geformuleerd en zijn de soorten onderverdeeld in twee groepen: ^ strikt beschermde soorten, volgend uit de Vogel- en Habitatrichtlijn; ^ alle overige beschermde soorten, waaronder die uit de Rode Lijst. Uit de eerder aangehaalde quickscan bleek dat in het plangebied de volgende beschermde diersoorten verwacht werden c.q. aanwezig zijn: ^ vleermuizen; • vogels (algemeen en jaarrond beschermd); • grondgebonden zoogdieren.

8 Gemeente Rotterdam, BP Carnisse Eiland; Quickscan Ecologie in het kader van de Wet natuurbescherming, januari 2022, projectkenmerk WPSE-2263.

- 38 -

Daarnaast konden in het plangebied ook vrijgestelde grondgebonden zoogdieren, amfibieën en vissen voorkomen. Voor deze dieren geldt dat geen ontheffing van de Wet natuurbescherming benodigd is; wel geldt de algemene zorgplicht. In het plangebied worden vanwege het ontbreken van een geschikt leefgebied andere diersoorten niet verwacht. Omdat de op grond van de quickscan is vastgesteld dat gierzwaluw, huismus, steenmarter, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis het projectgebied kunnen gebruiken, is om de daadwerkelijke functionaliteit van het projectgebied voor deze soorten aan te tonen (dan wel uit te sluiten), van 12 april 2022 tot 13 september 2022 nader onderzoek plaatsgevonden9. Daarbij zijn binnen het plangebied de navolgende waarnemingen gedaan: ^ ^ ^ ^ ^

^

kraamverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, het gaat hier om een groep van 40 tot 60 adulte dieren; 18 zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis; 9 paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis; 1 paarverblijfplaats van ruige dwergvleermuis; Het pad aan de oostzijde van de Elisabethschool vormt een vliegroute voor gewone dwergvleermuis. De soort gebruikt dit relatief donkere pad om vanuit de kraamverblijfplaatsen naar het Zuiderpark te vliegen. In de omgeving zijn vergelijkbare alternatieven aanwezig; 1 vaste rust- en verblijfplaats met 3 individuen en essentieel functioneel leefgebied, bestaande uit verblijfplaatsen, dekking en foerageergebied van steenmarter.

Buiten het plangebied is aangetroffen: ^ 5 bezette nesten van huismus; ^ 1 bezette nesten van gierzwaluw. Vanwege de waarnemingen is ontheffing op de Wet natuurbescherming nodig, evenals het treffen van maatregelen. Overige waargenomen soorten betreft in de provincie Zuid-Holland vrijgestelde soorten (bruine rat en huisspitsmuis). Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is hier niet van toepassing. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Conclusie Met nader onderzoek is het actueel gebruik van het plangebied vastgesteld. Na uitvoer van dit aanvullende onderzoek is een aanvraag voor ontheffing ingediend. Gezien de aard van de ingrepen is de kans groot dat deze ontheffing van de Wet natuurbeheer verleend kan worden. Gesteld wordt, dat de Wet natuurbescherming realisatie van de beoogde ontwikkeling daarmee niet in de weg staat. 4.10

Duurzaamheid en energie Duurzaamheid is van fundamenteel belang voor de leefbaarheid in Rotterdam: nu en in de toekomst. Bij nieuwe initiatieven is duurzaam bouwen integraal onderdeel van de ontwerpopgave. Een integraal duurzaam bouwproces vraagt om een andere kijk en aanpak die meer gericht is op bewustwording en ketensamenwerking. Een multidisciplinaire benadering verhoogt de technische en financiële haalbaarheid om integrale duurzaamheidsoplossingen succesvol toe te passen. 9 Ecoresult, Nader onderzoek huismus, gierzwaluw, vleermuizen en steenmarter, Carnisse Eiland, Rotterdam, projectkenmerk ER20220818v04, januari 2023.

Ontwerpbestemmingsplan Carnisse Eiland - Toelichting

- 39 -

Het Rotterdams Duurzaamheidskompas is overkoepelend voor al het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Rotterdam. Hierin geven we de richting aan hoe we de komende jaren werken aan een duurzame stad. Duurzaamheid is grofweg met vier thema's te omschrijven: energietransitie, circulaire economie, klimaatbestendige stad en gezonde leefomgeving. Deze thema's hebben invloed op elkaar en kunnen dus ook niet los van elkaar worden gezien. De gemeente Rotterdam beschikt naast het benoemde duurzaamheidskompas, ook over het document 'De Rotterdamse Woningkwaliteit' (RWK). Het RWK is een eenvoudig systeem van aanvullende kwaliteiten op het Bouwbesluit 2012 en bestaat uit de zes thema's oppervlakte, veiligheid, toegankelijkheid, duurzaamheid, flexibiliteit en comfort. Het RWK is vrijblijvend te gebruiken. Bij het informatiepunt Duurzaam Rotterdam van gemeentewerken Rotterdam kunnen medewerkers, partners en bewoners van de gemeente Rotterdam informatie aanvragen over duurzaam bouwen en duurzame voorbeeldprojecten in Rotterdam. Daarnaast dient aandacht te worden besteed aan compact en tevens flexibel bouwen, en het toepassen van gerecyclede en tevens emissieloze bouwmaterialen. Daarnaast hecht de gemeente aan een ontwikkeling van het gebied op basis van de 'Rotterdam Resilence Strategie'.

Binnen deze Strategie zijn drie trends voor de gemeente extra belangrijk: Circulariteit, Klimaatadaptatie en Energietransitie. Binnen deze trends komen steeds vier centrale thema's aan de orde: Water, Groen, Energie en Materialen. Van belang is de mate waarin en de manier waarop de woningen, de buitenruimten en de gebiedsontwikkeling als geheel worden ontworpen in het kader van deze Strategie, Trends en Thema's. Algemeen kan worden opgemerkt dat de beoogde woningen minimaal worden gebouwd conform het huidige Bouwbesluit. Daardoor dient voldaan te worden aan de hierin opgenomen duurzaamheidseisen. De woningen worden wel aangesloten op de stadsverwarming van Vattenfall en waar mogelijk worden zonnepanelen toegepast. Door de wettelijke TOjuli-eis wordt ervoor gezorgd dat oververhitting in de woning beperkt wordt, hetzij door passieve maatregelen of door een koelsysteem. Voorts zal zoveel als mogelijk voorzien worden in het gebruik van duurzame (bouw)materialen. In het plan voor Carnisse Eiland wordt daarnaast veel ruimte gegeven aan groen in het gebied. Hierdoor wordt hittestress in de omgeving beperkt en is er ruimte om extreme neerslag het hoofd te bieden. Volgens de Rotterdamse Hemelwaterverordening dient 50 mm van het hemelwater binnen het plangebied te worden opgevangen en vastgehouden, bijvoorbeeld in wadi's, halfverharding of groene daken.

De toevoeging van extra groen vergroot de leefbaarheid en geeft extra ruimte aan aanwezige ecologische biotopen. Voor een aantrekkelijke, leefbare en gezonde stad is schone lucht en een aangenaam akoestisch klimaat essentieel. Langzaam verkeer (fiets, voetganger) wordt gestimuleerd en gemotoriseerd verkeer beperkt. Door de toepassing van veel groen en variatie, in aansluiting met het Zuiderpark, ontstaat een aantrekkelijke wijk die uitnodigt tot beweging. Ontmoeting voor kinderen en volwassenen wordt gestimuleerd onder andere door het centrale plein en voldoende speelplekken. 4.11

Besluit m.e.r. Milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het Besluit m.e.r. bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en - 40 -

besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling benodigd is, staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen wordt per activiteit de drempelwaarden beschreven. Bij dit bestemmingsplan is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kennen. Hierbij is één activiteit gevonden die mogelijk m.e.r-(beoordelings)plichtig is, te weten: 1. D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, bij een oppervlakte van 100 hectare of meer aaneengesloten gebied en dat 2.000 woningen of meer omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer betreft. Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 545 woningen en maximaal 1.430 m2 aan overige functies zoals een horecagelegenheid, kapper, bakker of een fietsenwinkel. Daarmee blijft de omvang ruim onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.2. De drempelwaarden in onderdeel D van het Besluit m.e.r. zijn echter indicatieve waarden. Dit betekent concreet dat het bevoegd gezag dient na te gaan of de beoogde activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Daartoe zijn in dit bestemmingsplan alle van belang zijnde milieuaspecten beoordeeld en is tevens gekeken naar de (cumulatieve) effecten als gevolg van de net buiten het plangebied beoogde nieuwbouw voor de basisschool 'de Kameleon'.

Daarbij zijn met name de thema's Verkeer, milieuzonering en stikstof van belang. Gebleken is dat geen van de thema's leidt tot belangrijke milieugevolgen die een milieueffectrapport noodzakelijk maken op grond van de criteria zoals opgenomen in bijlage III van de EU richtlijn milieubeoordeling projecten. B&W heeft bij de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan besloten dat het opstellen van een milieueffectrapport niet noodzakelijk is10.

10 M.e.r.-beoordelingsbesluit.

Ontwerpbestemmingsplan Carnisse Eiland - Toelichting

- 41 -

- 42 -

5

JURIDISCHE ASPECTEN

5.1

Inleiding Het bestemmingsplan bestaat uit juridisch bindende regels en een plankaart (verbeelding) met daarbij een toelichting. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van de op te richten en/of aanwezige bebouwing. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in beeld gebracht. Samen met de regels is dit het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar vervult een belangrijke rol voor de onderbouwing van het plan en de uitleg van de planregels.

5.2

De opzet van de planregels De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: ^ Inleidende regels; ^ Bestemmingsregels; • Algemene regels; ^ Overgangs- en slotregels. Inleidende regels In de inleidende regels staan de algemene bepalingen die nodig zijn om de overige regels goed te kunnen hanteren. De begripsbepalingen (art. 1) bevatten uitleg van de in het plan gebruikte begrippen die niet tot de algemeen bekend veronderstelde begrippen gerekend worden. De wijze van meten (art. 2) bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van hoogtes, oppervlaktes etc. Bestemmingsregels De bestemmingen beginnen telkens met een bestemmingsomschrijving, waarin in algemene bewoordingen wordt aangegeven waarvoor de gronden, waaraan de desbetreffende bestemming is toegekend, mogen worden gebruikt. Deze bestemmingsomschrijving wordt gevolgd door een bepaling waarin staat aangegeven onder welke voorwaarden bebouwing van deze gronden is toegestaan (bouwregels). Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden.

Dit bestemmingsplan kent slechts één hoofdbestemming en één dubbelbestemming: Enkelbestemmingen Artikel 3 Woongebied

Dubbelbestemmingen Artikel 4 Waarde - Archeologie - 2

In het vervolg van deze paragraaf wordt per bestemming een nadere toelichting gegeven. Artikel 3 - Woongebied Deze bestemming 'Woongebied' wordt binnen Rotterdam doorgaans gebruikt voor locaties die nog niet volledig ontwikkeld zijn en waarvoor de nodige flexibiliteit gewenst is. In dit geval is op grond van het stedenbouwkundig plan de ligging van de bouwvlakken, de te hanteren bouwhoogtes en het maximum aantal woningen wel duidelijk en ook als zodanig op de verbeelding en in de regels vastgelegd. Toch is ten aanzien van de inrichting van bijvoorbeeld de openbare ruimte flexibiliteit gewenst. Ontsluitingswegen, groen- en speelvoorzieningen, maar bijvoorbeeld ook waterpartijen zijn elementen die aan de hand van de nadere uitwerking Ontwerpbestemmingsplan Carnisse Eiland - Toelichting

- 43 -

een definitieve plek zullen krijgen. De bestemming 'Woongebied' voorziet in de flexibiliteit dat alle gewenste functies een plek kunnen krijgen. Hoofdgebouwen zijn alleen binnen de bouwvlakken toegestaan. Daaraan zijn tevens voorwaarden verbonden, waaronder in een enkel geval ook wat betreft gebruik. Zo zijn naast woningen ook zorgwoningen toegestaan (Humanitas), echter uitsluitend binnen het bouwvlak ter plaatse van de aanduiding 'zorgwoning'. Dit met inbegrip van alle daarbij behorende voorzieningen. De woningen mogen onder voorwaarden mede gebruikt worden voor een aan-huis-verbonden beroep/bedrijf. Op enkele plekken is tevens aangegeven dat aanvullende nietwoonvoorzieningen zijn toegestaan, zoals een horecagelegenheid, kapper, bakker of een fietsenwinkel. Aan deze functies is een maximum bruto vloeroppervlak verbonden. In dit artikel is tevens bepaald dat bij nieuwe situaties in de zin van de Wet geluidhinder, de realisatie van geluidsgevoelige functies, alleen mogelijk is indien voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarden van de Wet geluidhinder, dan wel aan het besluit hogere grenswaarden dat aan dit bestemmingsplan is toegevoegd. Artikel 4 - Waarde - Archeologie - 2 Het gehele plangebied is voorzien van een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2'. Uitgangspunt voor deze bestemmingen is dat potentiële aanwezige archeologische waarden beschermd dienen te worden.

Bij verstoringen van de bodem dient een archeologisch rapport te worden opgesteld alvorens met de verstorende activiteit begonnen kan worden. In het concreet komt dit neer op een inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen. Dit geldt zowel voor bouwwerkzaamheden als voor overige werkzaamheden. Aan een te verlenen vergunning kunnen voorwaarden verbonden worden. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij bodemverstorende activiteiten die een terreinoppervlak van meer dan 200 m2 beslaan en dieper reiken dan een diepte van 2,5 meter beneden NAP. Algemene regels Dit hoofdstuk bevat vier algemene regels. Artikel 5 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 6 Algemene aanduidingsregels Het gehele plangebied valt binnen de contouren van de gezoneerde industrieterreinen Maas­ /Rijnhaven en Waab/Eemhaven.

Hier zijn geen geluidgevoelige objecten toegestaan, tenzij de hoogst toelaatbare geluidbelasting van de gevel van geluidgevoelige objecten niet meer bedraagt dan de in de Wet geluidhinder aangegeven voorkeurswaarde of op grond van de Wet geluidhinder voor die hoogst toelaatbare geluidbelasting hogere waarden kunnen worden vastgesteld. Artikel 7 Algemene afwijkingsregels In dit artikel is een bepaling opgenomen waarmee burgemeester en wethouders onder voorwaarden met maximaal ÏO1^ kunnen afwijken van de in de regels gestelde afmetingen, maten en percentages. Tevens is een afwijking opgenomen inzake een verhoging van de - 44 -

maximum toegestane bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van een architectonisch verantwoorde afronding van de bovenste bouwlaag c.q. kap/schuin dakvlak. De bouwhoogte kan in dat geval met 2 meter verhoogd worden. Artikel 6 Algemene aanduidingsregels Het gehele plangebied valt binnen de contour van het gezoneerde industrieterrein Rijn­ /Maashaven. Hier zijn geen geluidgevoelige objecten toegestaan, tenzij de hoogst toelaatbare geluidbelasting van de gevel van geluidgevoelige objecten niet meer bedraagt dan de in de Wet geluidhinder aangegeven voorkeurswaarde of op grond van de Wet geluidhinder voor die hoogst toelaatbare geluidbelasting hogere waarden kunnen worden vastgesteld. Artikel 8 Voorwaardelijke verplichting over parkeren Vanaf 1 januari 2022 is de nieuwe 'Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022' van kracht geworden. De beleidsregeling geeft normen voor parkeren van auto's én fietsen. Aan deze normen moet voldaan worden bij een omgevingsvergunning voor het bouwen of bij een omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken.

Om aan dit beleid te kunnen toetsen is er in het bestemmingsplan een bepaling opgenomen waarin staat dat er alleen een omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van gronden of bouwwerken mag worden verleend als sprake is van voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen op basis van het geldende beleid ten aanzien van parkeren in de gemeente Rotterdam. De bepaling is vormgegeven als een zogenaamde "dynamische verwijzing". Dat wil zeggen dat er alleen wordt geregeld dat er voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor fietsers en auto's conform het in de gemeente Rotterdam geldende parkeerbeleid. In de bepaling wordt niet expliciet verwezen naar de hiervoor genoemde beleidsregeling. Dat is een bewuste keuze. Op het moment van tot stand komen van dit bestemmingsplan is de "Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022" het geldende beleid waaraan getoetst moet worden. Dit beleid kan in de toekomst echter wijzigen. Om ook aan een eventuele wijziging van het beleid van de gemeente Rotterdam te toetsen, zonder dat het bestemmingsplan daarvoor aangepast moet worden, is de beleidsregeling niet expliciet genoemd of bijgevoegd.

Met de bepaling is bedoeld dat er bij het verlenen van een omgevingsvergunning voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor auto's en fietsen op basis van parkeerbeleid van de gemeente Rotterdam dat geldt op het moment van verlenen van de omgevingsvergunning. Overgangs- en slotregels In artikel 9 is het overgangsrecht vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Als laatste artikel is de slotbepaling opgenomen, welke bepaling zowel de titel van het plan als de regels bevat.

Ontwerpbestemmingsplan Carnisse Eiland - Toelichting

- 45 -

- 46 -

6

UITVOERBAARHEID

6.1

Financiële uitvoerbaarheid Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wro stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. De te maken kosten van grondexploitatie worden gedekt middels gronduitgifte. Voor de uitvoering van de vast te stellen ruimtelijke ontwikkeling is een grondexploitatie in voorbereiding, die tegelijk geopend wordt met de vaststelling van het bestemmingsplan. Deze is naar huidige inzichten minimaal sluitend. Hieruit blijkt dat de uitvoering van het beoogde plan haalbaar is en dat geen exploitatieplan hoeft te worden vastgesteld. De gemeente Rotterdam vervult voorts enkel een kaderstellende en toetsende rol. Gelet op het vorenstaande is het plan financieel uitvoerbaar.

6.2

Vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro Op grond van artikel 3.1.1. Bro dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plaats te vinden met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het concept ontwerpbestemmingsplan is dan ook toegezonden aan de volgende partijen: ^ Provincie Zuid-Holland; • Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; • Ministerie van Defensie; • Rijkswaterstaat; • Metropoolregio Rotterdam Den Haag; • Waterschap Hollandse Delta; ^ DCMR Milieudienst Rijnmond; • Bureau voor Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR); ^ Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR); • ProRail; • Luchtverkeersleiding Nederland; ^ VWS Pipeline Control; ^ KPN Telecom; ^ Tennet; ^ Stedin; • GasUnie. Van de VRR en de gasunie zijn formele reacties ontvangen. De VRR geeft aan dat geen sprake is van relevante externe veiligheidsaspecten en daarmee met het plan ingestemd kan worden. Wel wordt geadviseerd om zorg te dragen voor toereikende bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen, zodat de hulpdiensten bij een incident adequaat kunnen optreden. Dit betreft echter een aspect in het kader van de planuitwerking. De Gasunie geeft aan niet in haar belangen te worden geschaad.

Van het waterschap Hollandse Delta is geen formele reactie ontvangen, maar separaat gesproken in het kader van de watertoets. Zij hebben aangegeven akkoord te zijn met de berekeningen, zoals opgenomen in de waterparagraaf. Nadere afspraken ten aanzien van de compensatie volgen in aanloop naar de daadwerkelijke realisatie van de plannen. Van de

Ontwerpbestemmingsplan Carnisse Eiland - Toelichting

- 47 -

overige overlegpartners is binnen de gevraagde termijn geen reactie ontvangen, op basis waarvan wordt gesteld dat deze partners zich kunnen vinden in dit bestemmingsplan.

- 48 -

II.

REGELS

- 50 -

INHOUDSOPGAVE PLANREGELS HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS.............................................................................................. 53 Artikel 1 - Begrippen..........................................................................................................................53 Artikel 2 - Wijze van meten...............................................................................................................56 HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS.......................................................................................... 57 Artikel 3 - Woongebied.....................................................................................................................57 Artikel 4 - Waarde - Archeologie - 2..................................................................................................59 HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS............................................................................................... 61 Artikel 5 - Antidubbeltelregel............................................................................................................61 Artikel 6 - Algemene afwijkingsregels...............................................................................................61 Artikel 7 - Algemene aanduidingsregels...........................................................................................

61 Artikel 8 - Voorwaardelijke verplichting over parkeren................................................................... 62 HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS..............................................................................63 Artikel 9 - Overgangsrecht.................................................................................................................63 Artikel 10 - Slotregel..........................................................................................................................63 1. BIJLAGE BIJ DE REGELS: LIJST VAN BEDRIJFSACTIVITEITEN......................................................... 65

Ontwerpbestemmingsplan Carnisse Eiland - Regels - 51 -

- 52 -

HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 - Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: Plan het bestemmingsplan "Carnisse Eiland" met identificatienummer NL.IMRO.0599.BP2184CarnisseElnd-on01 van de gemeente Rotterdam. Bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. Verbeelding de digitale plankaart. Verdere begrippen in alfabetische volgorde: Aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. Archeologisch deskundige: het Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR) of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige. Bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bij zorgwoningen behorende voorzieningen: gemeenschappelijke voorzieningen voor de bewoners zoals keuken- en horecafaciliteiten, recreatie- en verpleegruimten, dagverblijven, detailhandel (ondergeschikt aan en ten dienste van de hoofdfunctie) en inpandige bergingen, evenals een (openbaar) dienstencentrum ten behoeve van sociale en/of medische doeleinden. Bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. Bouwgrens: de grens van een bouwvlak.

Bouwlaag: het tussen twee opeenvolgende vloeren (of tussen een vloer en een plat dak) gelegen, voor verblijf geschikt deel van een gebouw. Een kap, zolder, souterrain, parkeerplint, alsmede een dakopbouw binnen het theoretisch profiel van een kap, worden niet als afzonderlijke bouwlaag beschouwd. Alleen ingeval een dakopbouw breder is dan tweederde van de pandbreedte, wordt dit als aparte bouwlaag geteld. Ontwerpbestemmingsplan Carnisse Eiland - Regels - 53 -

Bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die hetzij direct en duurzaam met de aarde is verbonden, hetzij direct of indirect (duurzaam) steun vindt in of op de grond. Detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ter verkoop, verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen. Een belwinkel en een seksinrichting worden hier niet onder begrepen. Gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. Geluidsgevoelige functies (in de zin van de Wet geluidhinder) Hieronder worden verstaan: woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, andere gezondheidszorggebouwen dan de genoemde (t.w. verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken en kinderdagverblijven), alsmede de terreinen die behoren bij de andere gezondheidszorggebouwen, voor zover deze bestemd zijn of worden gebruikt voor de in die gebouwen verleende zorg, alsmede woonwagenstandplaatsen.

NB Delen van een onderwijsgebouw die niet zijn bestemd voor geluidsgevoelige onderwijsactiviteiten, maken voor de toepassing van de Wet geluidhinder geen deel uit van een onderwijsgebouw. Hoofdgebouw: een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. Horeca: Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken. (Kleinschalige) voorzieningen voor openbaar nut op het openbaar leidingennet aangesloten voorzieningen op het vlak van gas-, water-, elektriciteitsdistributie, (stads)verwarming, (riool)gemalen (een gasdrukregelstation wordt hier niet onder begrepen). Maaiveld de bovenkant van het aansluitende, afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein het gemiddelde van die bovenkanten wordt aangehouden.

- 54 -

Maatschappelijke voorzieningen voorzieningen op het gebied van onderwijs, religie, gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening. NAP: het Normaal Amsterdams Peil; dit is de referentiehoogte waaraan hoogtemetingen in Nederland worden gerelateerd. Pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. Peil: a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd; de bovenzijde van het ponton waarop het bouwwerk zich bevindt. Uitstekende delen aan gebouwen erkers, luifels, balkons, galerijen en dergelijke. Voorgevel de gevel van een gebouw die als belangrijkste is aan te merken. Water waterlopen (sloten, singels, vijvers e.d.) ten behoeve van de waterberging, alsmede de aan- en afvoer van oppervlaktewater. Wet geluidhinder de Wet geluidhinder zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp voor dit bestemmingsplan.

Zorgwoning woning bestemd voor groepen, zoals ouderen en personen met fysieke en psychische beperkingen, waar intensieve zorgverlening/begeleiding mogelijk is (zoals voor rolstoelgebruik) en/of zorg op afroep of 24-uurszorg beschikbaar is vanuit een verpleeg- of verzorgingstehuis, woonzorgcentrum of een dienstencentrum.

Ontwerpbestemmingsplan Carnisse Eiland - Regels - 55 -

Artikel 2 - Wijze van meten 2.1

Meten Bij de toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: a. de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. b. de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels ( en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. c. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. d. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van een bouwwerk. Dakoverstekken, luifels, balkons en dergelijke worden hierbij niet meegeteld, mits zij niet verder uitsteken dan 1 meter. e. de breedte van een gebouw: van en tot de buitenkant van een zijgevel dan wel het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur, met dien verstande, dat wanneer de zijgevels verspringen of niet evenwijdig lopen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte.

2.2

Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons, dakgoten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 meter bedraagt.

- 56 -

HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 - Woongebied Bestemmingsomschrijving

3.1

De op de verbeelding voor "Woongebied" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen; b. zorgwoningen, met inbegrip van alle bij zorgwoningen behorende voorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'zorgwoning'; c. maatschappelijke voorzieningen; d. horeca, behorend tot maximaal categorie 1 als bedoeld in de Horecanota Rotterdam 2017­ 2021; e. bedrijven tot en met categorie 2, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende Lijst van Bedrijfsactiviteiten; met de daarbij behorende: f. tuinen en erven; g. (inpandige) bergings-, stallings- en afvalcontainerruimte(n); h. ontsluitingswegen en -paden; i. bijbehorende bouwwerken; j. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Algemeen Op de voor "Woongebied" bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 3.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen dienen binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden opgericht; b. het aantal wooneenheden per bouwvlak mag niet meer bedragen dan aangegeven met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; c. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan de hoogte zoals met de aanduiding 'maximum bouwhoogte' op de verbeelding is aangegeven. 3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel mag niet meer bedragen dan 1 meter. Elders op het erf mag deze hoogte niet meer bedragen dan 2 meter; c. de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen.

Ontwerpbestemmingsplan Carnisse Eiland - Regels - 57 -

3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1 Aan-huis-gebonden beroep/bedrijf Woningen mogen mede worden gebruikt voor de uitoefening van een aan-huis-gebonden beroep/bedrijf, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, waarbij het bruto vloeroppervlak van de woning voor ten hoogste 30% mag worden voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf; b. de gevel en dakrand van de woning niet worden gebruikt ten behoeve van reclameuitingen; c. er geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op het onderhouden en repareren van motorvoertuigen; d. er geen detailhandel plaatsvindt, tenzij als ondergeschikt onderdeel van het aan huis gebonden beroep of bedrijf. 3.3.2 niet-woonfuncties De in 3.1 onder c tot en met e genoemde functies zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de specifieke functieaanduiding 'gemengd' en met dien verstande dat: a. de functies uitsluitend zijn toegestaan op de begane grond; b. het totale bruto vloeroppervlak van alle functies tezamen niet meer mag bedragen dan 1.430 m2. 3.3.3 Voorwaarden hogere waarden Ten aanzien van het bepaalde in 3.1 geldt dat woningen waarvoor hogere waarden zijn vastgesteld in het Besluit hogere waarden Wet geluidhinder, dat als bijlage bij deze regels is gevoegd, uitsluitend zijn toegestaan als wordt voldaan aan de in dit besluit opgenomen voorwaarden.

3.3.4 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen - gehoord de milieudeskundige - bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.3.3 terzake van de in het Besluit hogere waarden Wet geluidhinder opgenomen voorwaarden, indien sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

- 58 -

Artikel 4 - Waarde - Archeologie - 2 4.1

Bestemmingsomschrijving De voor "Waarde - Archeologie - 2" aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=2f98cd02-8216-4412-be5d-ad396da8749d