CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb003029] Bijlage 2 behorende bij 24bb003041 over bijlagenbundel ontwerpbestemmingsplan Folkert Elsingastraat

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 5 juni 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen34.291 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. Het beoogde bouwplan betreft een initiatief van ontwikkelaar HDFE B.V. Voor het kostenverhaal wordt een anterieure overeenkomst opgesteld tussen de gemeente en de initiatiefnemer. In deze overeenkomst wordt geregeld op welke wijze de kosten verdeeld zijn en welke ten laste van de initiatiefnemer komen. Omdat het verhaal van de kosten via een anterieure overeenkomst wordt geregeld is een exploitatieplan niet nodig.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Inspraak- en vooroverlegprocedure

Op grond van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het voorontwerpbestemmingsplan voor vooroverleg toegezonden aan diverse overleginstanties. Het BOOR, het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, de provincie Zuid-Holland en de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond hebben hierop gereageerd. De reactie van het BOOR en van het Hoogheemraadschap hebben geleid tot aanpassingen in de toelichting.

59

60

Bijlagen bij toelichting

61

62

Bijlage 1

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

63

64

FOLKERT ELSINGASTRAAT GEMEENTE ROTTERDAM Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4 augustus 2023

DATUM KENMERK

04-08-2023 20211492

PROJECT PROJECTLEIDER

Folkert Elsingastraat I. de Feijter

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER AUTEUR

HDFE B.V. W. Timmerman

Rho adviseurs voor leefruimte

20210560

Inhoud

1.

2.

3.

4.

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3

5 5 6

Aanleiding Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? Leeswijzer

Plaats en omvang van het project

7

2.1 2.2

Plaats van het project Kenmerken van het project

7 11

Kenmerken van de milieueffecten

14

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

14 14 16 17 17 18 18 19 19

Verkeer Geluid Bodem en water Natuur Luchtkwaliteit Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid Cultuurhistorie en archeologie Sloop- en Aanlegwerkzaamheden Mitigerende maatregelen

Conclusie

Rho adviseurs voor leefruimte

20

20210560

Rho adviseurs voor leefruimte

20210560

1. INLEIDING

1.1 Aanleiding Er is een visie ontwikkeld op (de omgeving van) het sport- en kantoorcomplex aan de Folkert Elsingastraat in Rotterdam. Er is te weinig interactie tussen de woonwijk en het sportpark. De wens is om dit gebied te transformeren naar een gezonde wijk. De beoogde transformatie voorziet in de verplaatsing van de verouderde sportfaciliteiten, die nu aan de Folkert Elsingastraat liggen, naar het sportcomplex, en de realisatie van een nieuw wooncomplex aan de Folkert Elsingastraat. Deze ontwikkeling is strijdig met het geldende bestemmingsplan. De functie Wonen is niet toegestaan. Door de woningontwikkeling veranderen tevens de contouren van het bestaande sportveld. Dit betekent dat een nieuw bestemmingsplan moet worden opgesteld. In het Besluit milieueffectrapportage is in onderdeel D 11.2 van de bijlage opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat. Het nieuwe bestemmingsplan voorziet in de toevoeging van maximaal 275 woningen. Hiermee blijft de ontwikkeling ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. Dit document bevat deze beoordeling.

1.2 Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten:  de plaats van het project;  de omvang van het project;  de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

5/20

1.3 Leeswijzer Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie:  beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project;  licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe;  geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit de onderzoeken welke te vinden zijn in het bestemmingsplan en de bijlagen daarbij.

6/20

2. PLAATS EN OMVANG VAN HET PROJECT

2.1 Plaats van het project Het plangebied ligt in de Rotterdamse wijk Lage Land op het grensgebied met de wijk Prinseland. Deze wijken maken onderdeel uit van het stadsdeel Prins Alexander. Het plangebied grenst aan de oostzijde aan de groenstrook langs de Koningslaan. De noordzijde van het plangebied wordt begrenst door De Waghemakerestraat. De zuidzijde grenst aan de Folkert Elsingastraat. De westzijde grenst aan de woningen aan de Folkert Elsingastraat en het sportveld van de Trekvogels. In de onderstaande figuur is het plangebied weergegeven. Het plangebied is rood gemarkeerd. Op de eerste afbeelding is te zien waar het plangebied ligt binnen de stad Rotterdam. Op de tweede afbeelding is te zien waar het plangebied ligt ten opzichte van het Lage Land en op de laatste afbeelding is te zien wat de precieze afbakening van het plangebied is.

Figuur 2.1: Ligging plangebied (rood omkaderd) op luchtfoto’s (bron: Arcgis luchtfoto 2021)

7/20

In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een sportcluster en een kantoorgebouw. Het sportcluster bestaat uit een sportveld, boksschool en een indoorskihal. Het kantoorgebouw bestaat uit 2.388 m2 bvo aan kantoorruimtes. In het plangebied staan drie gebouwen. Een clubgebouw van de sportverenigingen, een gebouw met twee sporthallen en een kantoorgebouw van vijf verdiepingen. Het grootste gedeelte van het plangebied bestaat uit sportvelden die geheel omrand zijn door een watergang. Bijzondere gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu De planlocatie bevindt zich niet in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status (figuur 2.3-2.5).Het plangebied is geen onderdeel van een Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Boezems Kinderdijk. Dit gebied ligt op een afstand van circa 8 kilometer (figuur 2.2). Het dichtstbijzijnde NNN-gebied bevindt zich op circa 1.000 meter van het plangebied (figuur 2.3). De planlocatie en de omgeving maken geen onderdeel uit van door de provincie vastgestelde milieubeschermingsgebieden (figuur 2.4 en 2.5).

Figuur 2.2 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS Calculator)

8/20

Figuur 2.3 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland (bron: Provincie Zuid-Holland)

Figuur 2.4 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden (bron: Atlas Leefomgeving)

9/20

Figuur 2.5 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van stiltegebieden (bron: Provincie Zuid-Holland) Archeologie en cultuurhistorie Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Dat betekent dat ontwikkelingen die een oppervlakte beslaan van meer dan 200 m² en tevens dieper reiken dan 1 meter beneden maaiveld onderzoeksplichtig zijn. Volgens het huidige bestemmingsplan 'Het Lage Land – Oosterflank' en de Cultuurhistorische Atlas van de provincie ZuidHolland zijn er binnen het plangebied of in de nabije omgeving geen monumenten aanwezig. Verder maakt het plangebied geen deel uit van cultuurhistorisch waardevol gebied.

10/20

2.2 Kenmerken van het project De woningontwikkeling bestaat voornamelijk uit het realiseren van een viertal nieuwe woongebouwen die zorgen voor een beter samenhangend stedenbouwkundig geheel. Het kantoorpand, de indoorskihal en boksschool gaan ruimte maken voor het viertal woongebouwen. De indoorskihal en boksschool zullen verplaatst worden richting de korfbalvereniging. De vier woongebouwen De vier woongebouwen die worden geplaatst, ontstaan door het openknippen van een gesloten bouwblok. De compositie bestaande uit 4 stroken van verschillende hoogtes geeft ruimte aan een meer intiemere binnentuin die bijdraagt aan een groene rustgevende woonomgeving. In de vier woongebouwen is een woonprogramma gepland van circa 257 à 275 woningen met een totaal bruto vloeroppervlak van ca. 24.000 m2 (excl. de oppervlakte van auto en fietsparkeren). De vier nieuwe woongebouwen hebben elk een andere hoogte. De hoogste, het woongebouw tegen de Koningslaan aan heeft een hoogte van 44 meter en telt 14 verdiepingen. Hiermee is deze toren gelijk aan de al bestaande toren aan de Prinsenlaan, één bouwblok verderop. Het tweede haakse woongebouw heeft 11 verdiepingen. De twee parallelle woongebouwen zijn beide zes lagen hoog.

Het centrum-kwadrant tussen de Waghemakerestraat, Koningslaan, Prinsenlaan en de park-as is van origine een onderdeel van het centrum met ruimte voor werkgelegenheid en wijkvoorzieningen, zoals sport en onderwijs. De afgelopen 20 jaar is er veel leegstand in de gebouwen waar gewerkt kon worden. Vanaf de jaren '00 zijn de eerste leegstaande kantoorgebouwen getransformeerd naar woningbouw. Vanaf die periode is afscheid genomen van de strikte scheiding van functies en wordt voor dit centrum-kwadrant gezocht naar een centrum tuinstedelijke mix van wonen, werken, voorzieningen en recreëren. De gemeente vindt het belangrijk dat sportvoorzieningen, onderwijs, gezondheidszorg en welzijn dicht in de buurt aanwezig blijven. Daarnaast staat de gemeente voor een enorme woningbouwopgave, waarbij Rotterdam kiest voor het toevoegen van woningen in de nabijheid van voorzieningen, waarbij er tegelijkertijd een impuls gegeven kan worden aan de voorzieningen. De ontwikkeling aan de Folkert Elsingastraat met woningbouw en vernieuwing van de sportvoorzieningen past dus goed in dit beleid. De bestaande woongebouwen uit de jaren '00 tussen de Folkert Elsingastraat en de Prinsenlaan hebben verschillende hoogtes variërend tussen de 20- en 49 meter.

Met deze hoogtes en de toevoeging van de nieuwe woongebouwen wordt het kwadrant met sport, onderwijs en welzijn verder gemarkeerd en verbonden als onderdeel van het hart van het Lage Land en tegelijkertijd ontstaat er een speels stedelijk weefsel dat goed past langs een grootschalige structuurlijn als de Koningslaan.

11/20

Figuur 2.1: Impressie beoogde ontwikkeling Op de hoek Folkert Elsingastraat - Koningslaan is eventueel ruimte voor een kleine zorggerelateerde maatschappelijke functie zoals een fysiotherapeut of huisartsenpraktijk. In de overige plinten aan de Folkert Elsingastraat zijn woningen gepland die een directe ontsluiting hebben met het maaiveld, waarmee ook de sociale controle wordt vergroot. De persoonsingangen voor de appartementen bevinden zich om die reden aan alle zijden van de woningontwikkeling. De indoorskihal en boksschool Onderdeel van het plan is de verplaatsing van de indoorskihal en de boksschool. Het is de bedoeling dat deze, naast het gebouw van korfbalvereniging De Trekvogel, één pand gaan bekleden. De indoorskihal en de boksschool zullen elk circa 500m2 nodig hebben. Parkeren Aan de Folkert Elsingastraat ontstaat een rooilijn die wordt begeleid door een vrij liggend trottoir die wordt beëindigd door een groene haag waar achter geparkeerd kan worden. Deze parkeerplekken zijn bedoeld voor bezoekers parkeren. In de woongebouwen kan, onttrokken aan het zicht, op de begane grond geparkeerd worden. Hier is ruimte voor circa 165 auto's. in de twee gezamenlijke fietsenstallingen is ruimte voor circa 625 fietsen. Verkeer Het plangebied wordt ontsloten door de Folkert Elsingastraat. Dit is een erftoegangsweg waar een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt.

De weg sluit in oostelijke richting aan op de Koningslaan en de Prinsenlaan, vanaf waar het hoofdwegennet van Rotterdam kan worden bereikt. Voor de beoogde ontwikkeling wordt de verkeersgeneratie berekend op basis van kencijfers uit CROW publicatie 381 (Toekomstbestendig Parkeren). Daarbij is aangesloten bij de minimale kencijfers voor rest bebouwde kom in zeer stedelijk gebied. Binnen de bandbreedte van het kengetal is het gemiddelde genomen. Uitgaande van 'koop, appartement, midden'

12/20

bedraagt de verkeersgeneratie per woning 5,1 mvt/etmaal. Dit is in totaal voor 275 woningen 1.403 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag dat overeen komt met 1.557 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag. Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling worden de gebruikelijke bouwmaterialen en natuurlijke hulpbronnen benut. Afvalstoffen zullen slechts ontstaan tijdens de aanlegfase. Afvalstromen zullen zoveel mogelijk worden gescheiden ten behoeve van hergebruik. Verontreiniging, hinder, risico van zware ongevallen en rampen, risico’s voor de menselijke gezondheid Deze thema’s komen mede aan bod in het volgende hoofdstuk. Cumulatie met andere projecten Voor zover bekend zijn er geen redelijkerwijs te verwachten toekomstige ontwikkelingen in de buurt waarmee cumulatie verwacht kan worden.

13/20

3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie uit het bestemmingsplan dat voor de beoogde ontwikkeling is opgesteld.

3.1 Verkeer Verkeersgeneratie en ontsluiting Zoals aangegeven in hoofdstuk 2 is de verkeersgeneratie 1.403 mvt/etmaal (weekdag gemiddelde). In de huidige situatie kent het plangebied een verkeersgeneratie van 96 mvt/etmaal (weekdag gemiddelde). Ten opzichte van de referentiesituatie is de verkeerstoename van de beoogde ontwikkeling 1.306 mvt/etmaal (weekdaggemiddelde). Dit is 1.428 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag. De Koningslaan en de Prinsenlaan hebben voldoende capaciteit om de toename op te vangen. Vanuit het aspect verkeer kunnen significante negatieve effecten uitgesloten worden.

3.2 Geluid Inrichtingslawaai Het plan voorziet in het verplaatsen van de bestaande sportaccommodaties en de realisatie van nieuwe woningen. Dit zijn zowel milieu hinderende als milieugevoelige functies. Bij de nieuwe sportvoorzieningen dient rekening te worden gehouden met het woon- en leefklimaat van omliggende woningen. Bij de nieuwe woningen moet rekening worden gehouden met de omliggende bedrijven. Veldsportcomplexen (met verlichting) behoren volgens de VNG publicatie tot milieucategorie 3.1 waarvoor een richtafstand geldt van 50 meter ten opzichte van een rustig woongebied. Richtafstanden bestaande woningen - Conform het vigerende bestemmingsplan en de feitelijke situatie, ligt ten noorden van de De Waghemakerestraat een rustig woonmilieu in de zin van de VNGbrochure. De richtafstand bedraagt in dit geval 50 meter. De woning met adres Van der Helmstraat 490 is t.o.v. de ontwikkeling maatgevend. De afstand tot deze woning is bij alle varianten groter dan 50 meter, waardoor aan de noordzijde verder niet getoetst hoeft te worden. - De afstand tot de woningen aan de oostzijde van de Koningslaan is groter dan 50m, waardoor aan de oostzijde verder niet getoetst hoeft te worden.

- De bestaande woningen Folkert Elsingastraat 31 t/m 47 liggen in een gemengd gebied in de zin van de VNG-brochure en vallen daarnaast op dit moment al ruim buiten de richtafstand van 30 meter tot de bestaande sportaccommodatie van korfbalvereniging De Trekvogels en het huidige sportveld. Deze woningen worden daarom in dit onderzoek niet verder getoetst.

14/20

Het plangebied voor de nieuw te bouwen woningen kan worden aangemerkt als rustige woonwijk. De richtafstand bedraagt in dit geval 50 meter. Wat betreft de locatie van de nieuw te bouwen woningen valt het volgende te concluderen:  De kortste afstand tussen de nieuw te bouwen woningen in het plangebied en sportveld (worstcasescenario) bedraagt minder dan 50 meter en hiermee wordt er niet aan de richtafstand voldaan.  De kortste afstand tussen de nieuw te bouwen woningen in het plangebied en de bestaande sportinrichting en kantine (Trekvogels) bedraagt minder dan 50 meter en hiermee wordt er niet aan de richtafstand voldaan. De invloed op de nieuw te bouwen woningen dient wel onderzocht te worden omdat hier niet wordt voldaan aan de richtafstand tot de nieuwe locatie van het sportveld. Door middel van onderzoek moet aangetoond worden dat er ter plaatse van deze woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit onderzoek is toegevoegd in de bijlagen bij het bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat ter plaatse van de beoogde woningen sprake van zeer goed tot matig woon- en leefklimaat (45-59 Lden dB). Met de hedendaagse gevels is het behalen van een geluidwering tussen 20 en 26 dB zeer goed mogelijk en kan een akoestisch binnenklimaat van 33 Lden dB worden behaald.

Aangezien bij geen enkel woning er sprake is van slecht of zeer slecht akoestisch situatie, kan het akoestisch klimaat ter plaatse van de beoogde woningen als aanvaardbaar worden aangemerkt. Voor deze ontwikkeling is aansluiting gezocht bij de methodiek van het ontheffingsbeleid Wgh van de gemeente Rotterdam en wordt elke woning voorzien van een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte. De indoor sportscholen langs de Folkert Elsingastraat worden verplaatst in een nieuw gebouw aan het sportveld. Voor deze sportscholen geldt een milieucategorie 2 met een bijbehorende richtafstand van 30 meter ten opzichte van een rustige woonwijk. De dichtstbijzijnde bestaande woning ligt op circa 40 meter. De nieuw te bouwen woningen komen op 30 meter afstand te liggen. Er wordt aan de richtafstanden voldaan. In de omgeving van de nieuwe woningen zijn enkele bedrijven en maatschappelijke functies waarmee rekening dient te worden gehouden. Aan de overzijde van de Folkert Elsingastraat, op circa 20 meter van de ontwikkeling, zijn kantoren gevestigd. Kantoren behoren tot milieucategorie 1 met een richtafstand van 10 meter ten opzichte van een rustige woonwijk. Er wordt aan de richtafstand voldaan. Ten westen van de ontwikkeling ligt het Huis van de Wijk Het Lage Land.

Dit soort buurthuizen behoren tot milieucategorie 2 waarvoor een richtafstand geldt van 30 meter ten opzichte van een rustige woonwijk. Het plangebied ligt op circa 50 meter, hiermee wordt aan de richtafstand voldaan. Wegverkeerslawaai Er is een akoestisch onderzoek1 uitgevoerd naar de geluidbelasting op de nieuwe woningen ten gevolge van de gezoneerde weg. Dit onderzoek is toegevoegd aan de bijlagen van het bestemmingsplan De geluidbelasting is getoetst aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB en de maximale ontheffingswaarde van 63 dB uit de Wgh. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is tevens de relevante 30 km/uur weg in de directe nabijheid van het plan meegenomen. Gezoneerde weg De berekende geluidbelastingen ten gevolge van het wegverkeer op de Prinsenlaan bedraagt ten hoogste 44 dB. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh. De Wgh legt verder geen belemmeringen op voor de realisatie van het plan vanwege deze weg. Niet gezoneerde wegen

1 ABT (2023), Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Woningen Folkert Elsingastraat, Code: 18188

15/20

De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt vanwege de Folkert Elsingastraat overschreden. De geluidbelasting vanwege Folkert Elsingastraat bedraagt ten hoogste 52 dB inclusief 5 dB correctie conform artikel 110g van de Wgh. Het akoestisch woon- en leefklimaat is daarmee vanwege deze weg als redelijk te beschouwen. De berekende geluidbelastingen ten gevolge van het wegverkeer op de Koningslaan bedraagt 48 dB. Hiermee wordt dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh met niet overschreden. Het akoestisch woon- en leefklimaat is daarmee vanwege deze weg als goed te beschouwen. Cumulatie De gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van zowel gezoneerde wegen als niet gezoneerde wegen Folkert Elsingastraat en Koningslaan bedraagt minimaal 29 dB en ten hoogste 58 dB exclusief 5 dB correctie. Volgens de milieukwaliteitsnormen wordt dit geclassificeerd als akoestisch zeer goed tot matig woon- en leefklimaat. Maatregelen Aangezien de geluidbelasting veroorzaakt door de Prinsenlaan voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, zijn er geen aanvullende maatregelen nodig. Hogere waarde Uit het onderzoek is gebleken dat de berekende geluidsbelasting als gevolg van de Prinsenlaan voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB zoals vastgesteld in de Wet geluidhinder (Wgh). Daarom is er geen noodzaak voor het volgen van de hogere waarde procedure.

3.3 Bodem en water Bodem De beoogde ontwikkeling bestaat niet uit bodemverontreinigende activiteiten en heeft zelf geen negatief effect op de bodemkwaliteit. Door IDDS is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd naar de huidige bodemkwaliteit. Dit onderzoek is toegevoegd aan de bijlagen bij het bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat er enkele lichte verontreinigingen ter plaatse aanwezig zijn, maar deze vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Binnen het plangebied zijn watergangen aanwezig. Door middel van een waterbodemonderzoek is bepaald wat de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem is. Het vrijkomende slib van de watergang en de onderliggende bodem zijn verspreidbaar op de aangrenzende percelen. De kwaliteit van de waterbodem vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Ter plaatse van het plangebied is de bodemkwaliteit geschikt voor de beoogde functies. Water Het plangebied maakt geen deel uit van een grondwaterbeschermingsgebied. Het plangebied ligt niet binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering. Ten behoeve van deze ontwikkelingen worden twee watergangen gedempt en verlegd. Ook worden nieuwe verharde oppervlakten gerealiseerd in de vorm van bebouwing en bestrating.

In overleg met het waterschap zal voor de ontwikkeling watercompenserende maatregelen getroffen worden binnen het hetzelfde peilgebied zodat aan de compensatie-eis wordt voldaan. Hiermee wordt een negatief effect op de waterhuishoudkundige situatie voorkomen. Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem worden milieuvriendelijke bouwmaterialen gebruikt gedurende de bouwfase. Negatieve effecten op de waterhuishoudkundige situatie als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen uitgesloten worden.

16/20

3.4 Natuur Gebiedsbescherming Het plangebied ligt buiten beschermde natuurgebieden. Gezien de omvang van de ontwikkeling, de stedelijke ligging en de afstand kunnen effecten als verontreiniging, effecten op waterhuishouding, verstoring en versnippering worden uitgesloten. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is de Boezems Kinderdijk en ligt op een afstand van circa 8,5 kilometer. Om de eventuele toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te bepalen is met het programma AERIUS Calculator een berekening uitgevoerd. Een complete memo is opgenomen in de bijlagen bij het bestemmingsplan. Uit de rekenresultaten blijkt dat voor de gebruiksfase geen sprake is van stikstofdeposities hoger dan 0,00 mol/ha/jaar op het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied. Derhalve is in het kader van de Wet natuurbescherming geen vergunning noodzakelijk. Vanuit dit aspect worden geen negatieve effecten verwacht.

Soortenbescherming Er is een quickscan flora en fauna uitgevoerd door IDDS. Dit onderzoek is toegevoegd aan de bijlagen bij het bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat nader onderzoek naar vleermuizen vereist is. Dit onderzoek is tot en met september 2020 uitgevoerd. Dit onderzoek is toegevoegd aan de bijlagen bij het bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat in het gebouw van de skischool en de boksschool vleermuizen aanwezig zijn. Tijdens de veldbezoeken zijn drie verschillende soorten vleermuizen waargenomen, dit waren de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en de rosse vleermuis. De gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis zijn enkele keren kortstondig foeragerend waargenomen. De rosse vleermuis is uitsluitend overvliegend waargenomen. Tijdens de voorjaarsbezoeken zijn twee zomer- en winterverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. De baltsvluchten die in het najaar zijn waargenomen geven aan dat er twee baltsterritoria aanwezig zijn in het plangebied. Exacte locaties konden niet worden vastgesteld. Er is een ontheffing van de wet natuurbescherming nodig om de werkzaamheden uit te kunnen voeren vanwege de twee zomer- en winterverblijfplaatsen en twee paar- en winterverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis.

Maatregelen die volgen uit de ontheffingsaanvraag zullen uitgevoerd worden om een negatief effect op de instandhouding van de betreffende soort te voorkomen. Uit de quickscan flora en fauna blijkt dat naast de vleermuizen geen beschermde soorten aanwezig zijn. Wel broeden vogels in het plangebied en wordt het plangebied gebruikt door algemene soorten zoogdieren en gebruiken vissen en amfibieën de watergangen in en rond het plangebied. Voor deze soorten geldt de algemene zorgplicht. Zodra een in het wild levend dier wordt aangetroffen tijdens de werkzaamheden kan deze worden gevangen en direct worden overgeplaatst naar een geschikte habitat in de nabijheid van het plangebied. Voor broedvogels geldt: Indien de werkzaamheden starten binnen het broedseizoen (globaal van half maart tot half juli), mogen deze pas uitgevoerd worden indien vooraf door een deskundig ecoloog is vastgesteld dat geen verstoring van broedvogels zal plaatsvinden. Tot de mogelijkheden behoort aanvangen voor het broedseizoen en doorwerken met continue verstoring tijdens het broedseizoen, zodat vogels niet tot broeden komen.

3.5 Luchtkwaliteit De beoogde ontwikkeling voorziet in het verplaatsen van sportvelden en het realiseren van 257 tot 275 woningen. Dit aantal valt ruim onder de drempelwaarde van 1.500 woningen die is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het plan draagt dan ook 'niet in betekenende mate' bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht.

17/20

Voor het plangebied is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSLmonitoringstool 2021 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Prinsenlaan ten zuiden van het plangebied. Uit de NSLmonitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen voor deze weg bedroegen in 2020; 22,6 µg/m3 voor NO2, 18,1 µg/m3 voor PM10 en 9,9 µg/m3 voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedraagt 6 dagen. Omdat direct langs deze weg aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het plangebied het geval zijn. De concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de weg ligt. Hierdoor is er ter plaatste van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

3.6 Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid Externe veiligheid Overeenkomstig de risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, is er in de omgeving van het plangebied sprake van vervoer van gevaarlijke stoffen over de A16 en de A20. Het plangebied ligt op een afstand van circa 550 meter van de A16 en 1.200 meter van de A20. Het plangebied valt buiten de PR 10-6 contour en plasbrandaandachtsgebied (PAG) van de transportroutes. Wel ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van beide transportroutes. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 meter vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Gezien de relatief geringe toename van het aantal personen en de grote afstand tot de risicobronnen zal de hoogte van het GR niet of nauwelijks toenemen. Een significant negatief effect is dan ook uitgesloten. Risico’s op rampen door klimaatverandering Als gevolg van de beoogde ontwikkeling is er sprake van een toename aan verharding en het dempen/verleggen van watergangen. Hiervoor zal in samenwerking met het waterschap en de gemeente watercompensatie plaats vinden zodat voldaan wordt aan de watercompensatie-eis. Ten gevolge van de beoogde ontwikkelingen nemen risico’s op rampen door klimaatadaptatie hiermee niet toe.

Risico’s voor de menselijke gezondheid Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, bodem, externe veiligheid en luchtkwaliteit. Een significant negatief effect op de risico’s voor de menselijke gezondheid is daarmee uitgesloten.

3.7 Cultuurhistorie en archeologie Cultuurhistorie Zoals beschreven in hoofdstuk 2 is in binnen het plangebied geen bestaande monumentale of cultuurhistorisch waardevolle gebieden aanwezig. De beoogde ontwikkeling heeft geen negatief effect op de cultuurhistorische waarde. Archeologie Zoals beschreven in hoofdstuk 2 is er op basis van het bestemmingsplan ‘Het Lage Land – Oosterflank’ (2019) sprake van een archeologische dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Dat betekent dat ontwikkelingen die een oppervlakte beslaan van meer dan 200 m² en tevens dieper reiken dan 1 meter beneden maaiveld onderzoeksplichtig zijn. Om de eventueel aanwezige waarden te beschermen wordt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' overgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. Hiermee worden de archeologische waarden in de grond beschermd.

18/20

3.8 Sloop- en Aanlegwerkzaamheden Tijdens de bouwwerkzaamheden kunnen milieueffecten optreden. Daarbij gaat het met name om geluidhinder, trillingen en verkeer gerelateerde effecten. Zo nodig worden maatregelen te worden getroffen om overlast voor de directe omgeving zoveel mogelijk te beperken. Dit dient bij het uitwerken van de aanpak en fasering van de uitvoeringswerkzaamheden nader te worden geconcretiseerd. Gezien de tijdelijkheid van de werkzaamheden en de relatief beperkt omvang van het project kunnen belangrijke negatieve milieueffecten uitgesloten worden.

3.9 Mitigerende maatregelen De volgende mitigerende maatregelen dienen genomen te worden:  in verband met mogelijke aanwezigheid van algemene broedvogels is het van belang om werkzaamheden buiten het broedseizoen te starten of te starten als vooraf door een deskundig ecoloog is vastgesteld dat geen verstoring van broedvogels zal plaatsvinden;  in verband met de aanwezigheid van twee zomer- en winterverblijfplaatsen en twee paar- en winterverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis wordt een ontheffing aangevraagd de maatregelen die uit de aanvraag volgen dienen uitgevoerd te worden.

19/20

4. CONCLUSIE

Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet gelegen is in een kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en beperkte omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen mits de genoemde mitigerende maatregelen worden uitgevoerd. Met inachtneming van deze maatregelen is het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure niet noodzakelijk.

20/20

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek inrichtingslawaai

65

66

Rapportage Woningen Folkert Elsingastraat Geluidsonderzoek

Code: 18188 5 september 2023

Datum: 5 september 2023 Kenmerk: vor

Code: 18188

Blad 2/123

Projectgegevens

Project

Woningen Folkert Elsingastraat

Onderdeel

Geluidsonderzoek

Code

18188

Datum

5 september 2023

Samengesteld door Adviseur

ing. R. Vos / M. Omary Ir. K. Huijbers

Opdrachtgever

HDFE

Eindverantwoording

ABT Velp Arnhemsestraatweg 358, 6881 NK Velp Postbus 82, 6800 AB Arnhem

Geautoriseerd door

ing. R. Vos

Paraaf

Datum

Versie

Omschrijving

verificatie

22-08-2022 25-01-2023 30-05-2023 01-06-2023 28-07-2023 28-08-2023 05-09-2023

V001_DEF V002_DEF V003_DEF V004_DEF V005_DEF V006_DEF V0062_DEF

Geluidonderzoek Geluidonderzoek Geluidsonderzoek Geluidsonderzoek Geluidsonderzoek Geluidsonderzoek Geluidsonderzoek

R. Vos R. Vos R. Vos R. Vos R. Vos -

Datum: 5 september 2023 Kenmerk: vor

Code: 18188

Blad 3 / 123

Inhoudsopgave

1 1.1 1.2 1.3

Inleiding Aanleiding Plangebied Leeswijzer

4 4 4 4

2 2.1 2.2

Wettelijk kader Toetsingskader Gemeentelijke geluid en woon- en leefklimaat

5 5 7

3 3.1

Uitgangspunten Rekenmodel en invoergegevens

9 9

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3

Resultaten en toetsing Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Piekgeluidniveaus Woon- en leefklimaat Maatregelen Bronmaatregelen Overdrachtsmaatregelen Ontvangersmaatregelen

12 12 13 13 15 15 15 15

5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

Conclusie Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau Piekgeluidniveaus Gecumuleerde geluidbelasting (woon- en leefklimaat) Ontheffingsbeleid Wgh, gemeente Rotterdam Aanvullende maatregelen Beoordeling na verbetering van het woon- en leefklimaat

20 20 20 21 21 21 22

Bijlage 1

Overzicht rekenmodel

23

Bijlage 2

Invoergegevens

32

Bijlage 3

Rekenresultaten

49

Bijlage 4

Gecumuleerde geluidbelasting

92

Bijlage 5

Woon- en leefklimaat

109

Datum: 5 september 2023 Kenmerk: vor

Code: 18188

Blad 4 / 123

1

Inleiding

1.1

Aanleiding In opdracht van HDFE is door ABT b.v. een akoestisch onderzoek uitgevoerd ter bepaling van de geluidbelasting op de gevel van toekomstige woningen aan de Folkert Elsingastraat te Rotterdam. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de ruimtelijke onderbouwing van het woningbouwplan. De geluidbelasting wordt getoetst aan streefwaarden behorend bij een goed woon- en leefklimaat.

1.2

Plangebied De planlocatie bevindt zich aan de Folkert Elsingastraat 3-9 te Rotterdam. Het plan bestaat uit vier blokken, zie figuur 1. Op blok 1 en 3 worden eenzijdig georiënteerde woningen gebouwd en op blok 2 en 4 worden tweezijdig georiënteerde woningen gebouwd. De kopse gevels ten noorden van de woonblokken 1 en 3 (zie rode pijlen figuur 1) zijn zonder te openen delen uitgevoerd (dove gevels).

Figuur 1 Woningbouwplan Folkert Elsingastraat

Ten noorden van het plangebied bevindt zich een sportveld waarop sportactiviteiten tussen 08.00 en 23.00 uur plaatvinden. In het voorliggende onderzoek wordt geluid vanwege het sportveld inzichtelijk gemaakt. Er vinden geen sportactiviteiten in de nachtperiode (23:0007:00) plaats. Vanwege de onbekende indeling van de sportaccommodatie en de boks- en skischool is een variantenonderzoek uitgevoerd. Zes scenario's zijn geanalyseerd om de meest ongunstige indeling met betrekking tot de geluiduitstraling van de sportvelden te bepalen. Deze indeling wordt gebruikt als basis voor de beoordeling van de nieuw te bouwen woningen. 1.3

Leeswijzer Belangrijkste wijzigingen in dit rapport ten opzichte van eerdere versies d.d. 28 juli 2023 zijn: Verwerken van opmerkingen van DCMR / gemeente Rotterdam (overleg d.d. 25 augustus 2023 & mail 5 september 2023 ). Inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van de eerdere versies zijn herkenbaar aan de enkele verticale streep in de linker marge van de tekst.

Datum: 5 september 2023 Kenmerk: vor

Code: 18188

Blad 5 / 123

2

Wettelijk kader

2.1

Toetsingskader Activiteitenbesluit De sportactiviteiten op het sportveld ten noorden van het plangebied vallen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit), als type A- of type B-inrichting. De geluidimmissie van de sportactiviteiten dient getoetst te worden aan de in het Activiteitenbesluit opgenomen relevante normstelling. De normstelling uit het Activiteitenbesluit is hieronder weergegeven. Artikel 2.17, lid 1 Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (L AR, LT) en het maximaal geluidsniveau (LAmax), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat: a.

De niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden;

Tabel 2.17a uit activiteitenbesluit Dagperiode 07.0019.00 dB(A)

Avondperiode 19.00-23.00 dB(A)

Nachtperiode 23.00-07.00 dB(A)

LAr, LT op de gevel van gevoelige gebouwen

50

45

40

LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen

70

65

60

b.

De in de periode tussen 07.00 uur en 19.00 uur in tabel 2.17a openomen maximale geluidniveaus (LAmax) niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten.

Artikel 2.18, lid 1 Bij het bepalen van de geluidsniveaus, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a dan wel 2.20, blijft buiten beschouwing: a. Het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van de inrichting, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein; b. het stemgeluid van bezoekers op het open terrein van een inrichting voor sport- of recreatieactiviteiten. Artikel 2.18 lid 3 Bij het bepalen van het maximaal geluidsniveau (LAmax), bedoeld in artikel 2.17a blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van: a. b.

het komen en gaan van bezoekers bij inrichtingen waar uitsluitend of in hoofdzaak horeca-, sport- en recreatieactiviteiten plaatsvinden; het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan.

Het sportveld is niet verwarmd, niet overdekt en wordt niet voorzien van een tribune. Het is ook niet gelegen op een binnenterrein. Derhalve hoeft het stemgeluid van sporters en toeschouwers, en de activiteiten zoals fluitsignaal van scheidsrechters/trainers (L Amax) niet getoetst te worden aan de normstelling opgenomen in activiteitenbesluit.

Datum: 5 september 2023 Kenmerk: vor

Code: 18188

Blad 6 / 123

VNG-publicatie “bedrijven en milieuzonering In de publicatie “Bedrijven en milieuzonering” van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna VNG-brochure) zijn de richtafstanden voor woningen nabij verschillende soorten bedrijven opgenomen. In VNG-brochure wordt een veldsportcomplex als een bedrijf beschouwd. Voor veldsportcomplex (met verlichting) bedraagt de richtafstand 50 meter voor een rustige woonwijk. Indien sprake is van een omgevingstype gemengd gebied geeft de VNG-brochure de mogelijkheid om de richtafstand met één afstandsstap te verlagen. De richtafstand voor het een gemengd plangebied bedraagt 30 meter. Indien binnen de richtafstand gevoelige bestemmingen worden ontwikkeld, dient te worden nagegaan of een dergelijke ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. In de VNG-brochure is onderstaande stappenplan voor het milieuaspect geluid opgenomen: − − −

Stap 1: Indien de richtafstanden niet worden overschreden kan verdere toetsing in beginsel achterwege blijven. Het plan is dan mogelijk. Stap 2: Indien stap 1 niet toereikend is, is er een geluidonderzoek noodzakelijk en dient aan de grenswaarden bij stap 2 getoetst te worden, zie tabel 1 voor de grenswaarden behorend bij de ze stap. Stap 3: Indien de grenswaarden (geluidonderzoek noodzakelijk) uit stap 2 niet toereikend zijn, kan het bevoegd gezag na motivatie de grenswaarden van stap 3 hanteren, zie tabel 1.

Tabel 1 Grenswaarden VNG-publicatie gebiedstype rustig (op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen) Stap Dag Avond nacht

−

LAr, LT stap 2

45

40

35

LAmax stap 2

65

60

55

LAr, LT stap 3

50

45

40

LAmax stap 3

70

65

60

Stap 4: Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 dient de vrijstelling grondig onderzocht, onderbouwd en gemotiveerd te worden. Vrijstelling is dan mogelijk met dien verstande dat het bevoegd gezag moet motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht.

Alle relevante, bestaande woningen en nieuwe woningen zijn gelegen in een gebied dat te typeren is als ‘rustige woonwijk’. Voor woningen in een 'rustige woonwijk' geldt een richtafstand van 50 meter. Richtafstanden bestaande woningen Conform het vigerende bestemmingsplan en de feitelijke situatie, ligt ten noorden van de De Waghemakerestraat een rustig woonmilieu in de zin van de VNGbrochure. De richtafstand bedraagt in dit geval 50 meter. De woning met adres Van der Helmstraat 490 is t.o.v. de ontwikkeling maatgevend. De afstand tot deze woning is bij alle varianten groter dan 50 m, waardoor aan de noordzijde verder niet getoetst hoeft te worden. De afstand tot de woningen aan de oostzijde van de Koningslaan is groter dan 50 m, waardoor aan de oostzijde verder niet getoetst hoeft te worden. De bestaande woningen Folkert Elsingastraat 31 t/m 47 liggen ook in een 'rustige woonwijk' in de zin van de VNG-brochure. De kortste afstand van deze woningen tot het te wijzigen sportterrein bedraagt zo'n 60 meter. Omdat deze woningen buiten de

Datum: 5 september 2023 Kenmerk: vor

Code: 18188

Blad 7 / 123

richtafstand van 50 meter zijn gelegen, worden ze niet in dit onderzoek verder getoetst. Richtafstanden nieuwe woningen Wat betreft de locatie van de nieuw te bouwen woningen valt het volgende te concluderen: De kortste afstand tussen de nieuw te bouwen woningen in het plangebied en sportveld (worstcasescenario) bedraagt minder dan 50 meter en hiermee wordt er niet aan de richtafstand voldaan. De kortste afstand tussen de nieuw te bouwen woningen in het plangebied en de bestaande sportinrichting en kantine (Trekvogels) bedraagt minder dan 50 meter en hiermee wordt er niet aan de richtafstand voldaan. Omdat er niet aan richtafstanden uit stap 1 wordt voldaan, is er aanvullend onderzoek uitgevoerd voor stap 2 & 3. In dit onderzoek worden de woningen aan onderstaande grenswaarden voor geluid getoetst: − LAr, LT: 45 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; − LAmax: 65/60/55 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode voor het maximale geluidniveau (piekgeluiden). Mocht niet voldaan kunnen worden aan stap 2 dan gelden als stap 3 de volgende grenswaarden: − LAr, LT: 50 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; − LAmax (piekgeluiden): 70/65/60 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode voor het maximale geluidniveau.

Hierbij is de aanvullende motivatie voor stap 3 dat het een woningbouwopgave betreft en het maatschappelijk nut van sport. Hierbij zal elke nieuwe woning voldoen aan het ontheffingsbeleid Wgh en dat eventuele geluidsoverlast aanvaardbaar is. Indien niet wordt voldaan aan de grenswaarden behorend bij stap 3, kan vrijstelling worden gevraagd. Het bevoegd gezag dient dit echter te motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. 2.2

Gemeentelijke geluid en woon- en leefklimaat Het vaststellen van hogere grenswaarden gebeurt door de gemeente Rotterdam. De DCMR Milieudienst Rijnmond adviseert de gemeente Rotterdam hierbij. De milieudienst heeft beleid opgesteld voor het vaststellen van hogere waarden en deze vastgelegd in het ‘Ontheffingsbeleid Wet geluidhinder’ (gemeente Rotterdam, 2006). Criteria Eén van de harde criteria van het gemeentelijke ontheffingsbeleid is het creëren van minimaal één geluidluwe gevel en indien van toepassing minimaal één geluidluwe buitenruimte per woning. De meeste woningen hebben een ruimte die bedoeld is als buitenruimte. Als er geen buitenruimte aanwezig is, wordt met de aanwezigheid van een geluidluwe gevel voldoende kwaliteit gerealiseerd. Als een woning meerdere buitenruimten heeft, is het voldoende als één buitenruimte is gelegen aan de geluidluwe zijde. Aan bewoners wordt de mogelijkheid geboden om aan de geluidluwe zijde van de woning te verblijven. De hoogst toelaatbare geluidbelastingen voor geluidluwe gevels en buitenruimten per geluidbron (aan de hand van de dosismaat Lden) is voor spoorverkeer 55 dB en wegverkeer 53 dB. Bij wegverkeer moet uitgegaan worden van de gecumuleerde geluidsbelasting van alle gezoneerde wegen inclusief aftrek conform artikel 110g Wgh.

Conform dit beleid is een gevel vanwege industrie geluidluw indien de geluidbelasting niet hoger is 50 dB(A). In principe is het creëren van minimaal één geluidluwe gevel en indien van toepassing minimaal één geluidluwe buitenruimte per woning een voorwaarde om de hogere waarden

Datum: 5 september 2023 Kenmerk: vor

Code: 18188

Blad 8 / 123

te verlenen, maar in bepaalde situaties kan hier gemotiveerd van worden afgeweken. In onderhavige situatie is er geen sprake van een hogere waarde procedure omdat er geen sprake is van geluid vanwege gezoneerde industrieterreinen. Tevens is er ook geen sprake van overschrijding van voorkeursgrenswaarde van 48 Lden dB vanwege gezoneerde wegen. De geluidbelasting op de nieuwe woningen is bepaald omdat de richtafstanden zoals die zijn omschreven in paragraaf 2.1 worden overschreden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening en leefklimaat, wordt dezelfde methodiek als die van het gemeentelijke ontheffingsbeleid Wet geluidhinder gehanteerd. In dit onderzoek wordt ingezoomd op: − mogelijke bronmaatregelen; − overdrachtsmaatregelen; − ontvangersmaatregelen; − en of elke woning is voorzien van een geluidluwe gevel en buitenruimte met een slaapkamer aan de geluidluwe zijde. Mocht dit niet te realiseren zijn, wordt gemotiveerd waarom de maatregelen niet doelmatig zijn. Als het gaat om acceptabel woon- en leefklimaat, dan dient de geluidshinder vanwege alle geluidsbronnen gezamenlijk beschouwd te worden. De gecumuleerde geluidbelasting vanwege alle wegen exclusief aftrek ingevolge artikel 110g van de Wgh (inclusief niet gezoneerde wegen) en sportvelden zijn bepaald en getoetst aan de waarden zoals weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 2 Milieukwaliteitsmaat gecumuleerde geluidbelasting (RIVM) Geluidbelasting Kwalificatie Geluidbelasting

Kwalificatie

<45

Zeer goed

56-60

Matig

46-50

Goed

61-65

Slecht

51-55

Redelijk

>65

Zeer slecht

Datum: 5 september 2023 Kenmerk: vor

3

Code: 18188

Blad 9 / 123

Uitgangspunten Omdat de exacte indeling van de sportaccommodatie en de exacte positionering van de sportfuncties boks- en skischool nog niet bekend is, is op basis van zes scenario's de worstcase indeling bepaald met betrekking tot de geluiduitstraling van het sportterrein, zie figuur 2. Deze worstcase is vervolgens als uitgangspunt voor de beoordeling van de nieuw te bouwen woningen gehanteerd.

Variant 4

Figuur 2 variantenonderzoek

Op basis van een QuickScan van deze zes varianten is bepaald dat variant 4 de worstcase situatie is waar het geluidbelasting op de nieuw te bouwen woningen betreft. Deze variant is daarmee uitgangspunt voor de beoordeling in dit geluidsonderzoek geweest en hierna verder uitgewerkt en getoetst. 3.1

Rekenmodel en invoergegevens De geluidbelasting ten gevolge van het sportveld is berekend met het rekenprogramma Geomilieu versie 2022.21. De berekeningen zijn conform de Handleiding HMRI 1999 zijn uitgevoerd. Bij het opstellen van het rekenmodel is van onderstaande uitgegaan: − − − −

rekenmodel (VL1906 F Elsingastraat 3-9 Rotterdam, berekening sportlawaai) behorend bij het memorandum opgesteld door het Kraaij Akoestisch Adviesbureau; tekeningen: − VO-100 (07-07-2022); − VO-101(08-07-2022). bedrijfsduur: ▪ gedurende de dagperiode (08.00-19.00); ▪ gedurende de avondperiode (19.00-23.00). bodemgebied: ▪ het sportveld als akoestisch hard (0,0) gemodelleerd; ▪ voor standaard bodemfactor 0,5 aangehouden. Afwijkingen hiervan zijn als akoestisch hard gemodelleerd.

De gehanteerde bronvermogens zijn in tabel 3 weergegeven. Het bronvermogen voor het piekgeluidsniveau veroorzaakt door de scheidsrechterfluit in de dagperiode is gebaseerd op de representatieve gemeten waarde van 65 dB(A) op circa 75 meter boven een absorberende bodem. Deze gemeten waarde levert een piekbronvermogen (LWR,max) van 117 dB(A)1. De gemeten waarde van 65 dB(A) volgt uit geluidsmetingen welke door 1

LWR = 65 (gemeten waarde) +10log(4𝜋 ∗ 𝑟 2 ) (“hele bol-uitbreiding”) +3 dB (absorberende bodem)

Datum: 5 september 2023 Kenmerk: vor

Code: 18188

Blad 10 / 123

abtWassenaar zijn uitgevoerd. Voor de berekeningen is uitgegaan dat LWR gelijk is aan de LWR,max. Dit betreft een worst-case scenario en naar verwachting zal het equivalente geluidsniveau lager uitvallen. De geluidbronnen om de piekniveaus in de dagperiode te berekenen, zijn aan de randen van de sportvelden gepositioneerd. Voor piekgeluidniveaus in de avondperiode wordt een bronvermogen van 114 dB(A) aangehouden. Er wordt vanuit gegaan dat in de avondperiode alleen trainingen plaatsvinden. Tijdens het gebruik van het sportterrein in de avondperiode wordt een scheidsrechterfluit gebruikt met een lager bronvermogen met een positie in het middengebied op het veld. Tabel 3 Geluidsbronnen Bedrijfsduur (uur) geluidbron

Stemgeluid (4

Dagperiode

Avondperiode

Lw, A

07.00-19.00

19.00-23.00

dB(A)

Bronnummer

Omschrijving

B_01-B_04

Sportveld

11

4

92

B_01-B_04

LAmax fluitje

--

--

114/117

Velden) 802 + 10 * log(163)) Fluitje

scheidsrechter/trainer

Bijdrage van alle andere geluidsbronnen in de openbare ruimte tussen de woningen en de sportvelden zoals geluid vanwege stemgeluid van recreanten en bezoekers is niet in het onderzoek meegenomen. De geluiduitstraling van de sportvelden, elk met een bronvermogen van 92 dB(A), komt boven het geluid geproduceerd door de omgeving. Derhalve is de bijdrage van het omgevingsgeluid aan de geluidbelasting verwaarloosbaar. Tevens wordt bij dit onderzoek ervan uitgegaan dat: − de sportvelden geen gebruik maken van een omroepinstallatie. − muziekgeluid mag alleen inpandig ten gehore worden gebracht en dat ook als achtergrondmuziek, met uitzondering van de festiviteiten (artikel 2.21 Activiteitenbesluit) − lawaaierige sporten zoals padellen zijn niet toegestaan; − De geluidsimpact van de indoorskihal en boksschool is niet relevant, aangezien deze activiteiten niet buiten plaatsvinden. De sportvelden ten westen van de locatie zullen naar verwachting geen overschrijding veroorzaken van de etmaalwaarde van 50 dB(A). Deze vier sportvelden worden beheerd door sportvereniging Trekvogels en worden hoofdzakelijk gebruikt voor korfbalactiviteiten. Aanvullend is er een indicatieve berekening door ons uitgevoerd, waaruit blijkt dat de geluidbelasting vanwege deze velden de etmaalwaarde van 50 dB(A) niet zal overschrijden.

Voor deze berekening is een worstcase scenario aangenomen, waarbij uitgegaan is van een bronvermogen van 89 dB(A) per veld. Volgens de website van de sportvereniging Trekvogels, bevindende trainingen zich binnen de zaal plaats, wat betekent dat de berekende geluidbelasting als conservatief kan worden beschouwd. De conclusie van de indicatieve berekening is dat de geluidbelasting als gevolg van korfbalactiviteiten maximaal 49 dB(A) zal bedragen bij Blok 3. Deze sportvelden hebben geen impact op andere woonblokken. Desalniettemin zullen we bij het beoordelen van het woon- en leefklimaat wel rekening houden met de aanwezigheid van deze sportvelden. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau is bepaald voor de dagperiode en avondperiode.

2 3

VDI 3770 2002 Emissions-kennwerte technischer Schallquellen Sport- und Freizeitanlagen” 16 personen per veld.

Datum: 5 september 2023 Kenmerk: vor

Code: 18188

Blad 11 / 123

Meerdere plots van het rekenmodel zijn in bijlage 1 opgenomen. Bijlage 2 bevat de invoergegevens.

Datum: 5 september 2023 Kenmerk: vor

Code: 18188

Blad 12 / 123

4

Resultaten en toetsing

4.1

Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau De berekende geluidniveaus vanwege het sportveld zijn in figuur 3 en tabel 4 weergegeven.

Figuur 3 LAr, LT etmaalwaarde dB(A)

Op de gevel van blok 1 bedraagt de etmaalwaarde ten hoogste 53 dB(A). De etmaalwaarde van 45 dB(A) wordt op de gevel van de woningen van blok 1 met 8 dB(A) overschreden. De overgrote meerderheid van de woningen in blok 1 wordt blootgesteld aan een geluidbelasting van 45 dB(A) of lager. Slechts enkele woningen ervaren een geluidbelasting van 53 dB(A). De noordgevel van blok 1 is uitgevoerd zonder te openen delen. Op de noordgevel van blok 2 wordt de grenswaarde van 45 dB(A) ten hoogste met 12 dB(A) overschreden. De woningen van blok 2 zijn tweezijdig georiënteerd, zie figuur 3. Aan de zuidgevel (binnentuin) van blok 2 wordt de etmaalwaarde van 45 dB(A) niet overschreden. Tevens bevinden één slaapkamer, de woonkamer en de buitenruimtes van deze woningen zich aan de zuidgevel van blok 2. Derhalve beschikken de woningen van blok 2 over een geluidluwe zijde en een geluidluwe buitenruimte. Op blok 3 bedraagt de etmaalwaarde ten hoogste 53 dB(A). De grenswaarde van 45 dB(A) wordt op de gevel van woningen van blok 3 met 8 dB(A) overschreden. Net als bij blok 1 geldt ook voor blok 3 dat slechts een beperkt aantal woningen worden blootgesteld aan een geluidbelasting van 53 dB(A). De noordgevel van blok 3 is uitgevoerd zonder te openen delen. Op de gevel van blok 4 bedraagt de etmaalwaarde ten hoogste 45 dB(A). Hiermee wordt voldaan aan de grenswaarde van 45 dB(A).

Tabel 4 LAR,LT ten hoogst berekende waarden Dagperiode Blok 07.00-19.00 dB(A) Blok 1 westzijde 47

Avondperiode 19.00-23.00 dB(A) 48

Etmaalwaarde dB(A) 53

Blok 2 noordzijde

52

53

58

Blok 3 oostzijde

47

48

53

Blok 4 noordzijde

44

45

50

De rekenresultaten ter plaatse van alle toetspunten zijn in bijlage 3 weergegeven.

Datum: 5 september 2023 Kenmerk: vor

4.2

Code: 18188

Blad 13 / 123

Piekgeluidniveaus De maximale geluidniveaus worden op de gevel van alle blokken overschreden met uitzondering van blok 4, zie tabel 5. De overschrijding van maximale geluidniveaus wordt veroorzaakt door de fluitende scheidsrechter/trainer (niet-Activiteitenbesluit geluidbronnen). Tabel 5 LAmax waarden Dagperiode 07.00-19.00 dB(A)

Avondperiode 19.00-23.00 dB(A)

Blok 1 oostzijde

75

72

Blok 2 noordzijde

77

74

Blok 3 oostzijde

71

68

Blok 4 noordzijde

68

65

Blok

Blok 1 Op de gevel van blok 1 bedraagt de LAmax waarde in de dagperiode ten hoogste 75 dB(A). In de avondperiode bedraagt de LAmax waarde ten hoogste 72 dB(A). De grenswaarden uit het activiteitenbesluit wordt in de dagperiode met 5 dB(A) en in de avondperiode met 7 dB(A) overschreden. Blok 2 Op de gevel van blok 2 bedraagt de LAmax waarde 77 dB(A) in de dagperiode en 74 dB(A) in de avondperiode. De overschrijding bedraagt overdag ten hoogste 7 dB(A) en 9 dB(A) in de avondperiode. Echter, de woningen van blok 2 zijn tweezijdig georiënteerd. De L Amax waarde bedraagt aan de zuidzijde van blok 2 in de dag- en de avondperiode respectievelijk 65 dB(A) en 62 dB(A). Derhalve beschikken deze woningen over een geluidluwe zijde en een geluidluwe buitenruimte. Blok 3 Op de gevel van blok 3 bedraagt de LAmax waarde in de dagperiode ten hoogste 71 dB(A). In de avondperiode bedraagt het piekniveau ten hoogste 68 dB(A). Hiermee wordt de grenswaarden uit het activiteitenbesluit in de dag- en avondperiode met respectievelijk 1 en 3 dB(A) overschreden. Blok 4 Op de gevel van blok 4 bedraagt de LAmax waarde in de dagperiode ten hoogste 68 dB(A). In de avondperiode bedraagt LAmax waarde ten hoogste 65 dB(A). Zowel overdag als in de avondperiode worden grenswaarden voor piekniveaus niet overschreden.

In bijlage 3 zijn de piekgeluidniveaus voor de toetspunten waarop de grenswaarden worden overschreden weergegeven. 4.3

Woon- en leefklimaat Wat betreft geluidshinder wordt in werkelijkheid van de gezamenlijke geluidsbronnen meer hinder ervaren dan van elk van afzonderlijke bronnen. Derhalve is de gecumuleerde geluidbelasting (conform Bijlage 1, hoofdstuk 2 van het RMG-2012) vanwege omliggende wegen, inclusief niet gezoneerde wegen, en de onderzochte sportvelden indicatief bepaald en kwalitatief getoetst. De nieuwbouwwoningen aan de Folkert Elsingastraat bevinden zich op een afstand van minder dan 50 meter van het sportveld ten westen van de locatie. Echter in vergelijking met de onderzochte sportvelden is de bijdrage van dit specifieke sportveld niet maatgevend voor de geluidbelasting. Bovendien zijn de geluidsimpacten van de indoorskihal en boksschool

Datum: 5 september 2023 Kenmerk: vor

Code: 18188

Blad 14 / 123

niet van invloed, aangezien deze activiteiten niet in de buitenlucht plaatsvinden. Daarom zijn deze bronnen niet meegenomen in de berekening van de gecumuleerde geluidbelasting. De gecumuleerde geluidsbelasting betreft een ‘praktijk’ situatie, namelijk geluidbelasting vanwege alle omliggende wegen gecumuleerd met de geluidbelasting vanwege de sportvelden, zie figuur 4.

Figuur 4 Woon- en leefklimaat Lden dB

Blok 1 Uit de berekening blijkt dat de gecumuleerde geluidsbelasting minstens Lden 47 dB en ten hoogste Lden 54 dB bedraagt. Uitgaande van het beoordelingskader wordt de gecumuleerde akoestische situatie op de minst belaste gevels als Goed en op de meest belaste gevels als Redelijk beoordeeld. De overgrote meerderheid van de woningen ervaart daarentegen een akoestisch Redelijke situatie. Blok 2 Uit de berekening blijkt dat de gecumuleerde geluidsbelasting minstens Lden 41 dB en ten hoogste 59 Lden dB bedraagt. Uitgaande van het beoordelingskader wordt de gecumuleerde akoestische situatie op de minst belaste gevels als Zeer goed en op de meest belaste gevels als Matig beoordeeld. De gevels die als Matig worden beoordeeld bevinden zich voornamelijk aan de noordzijde van blok 2, terwijl de gevels die als Zeer goed en Goed worden beschouwd zich voornamelijk aan de zuidzijde van blok 2 bevinden. Aangezien de woningen van blok 2 tweezijdig zijn georiënteerd, genieten de woningen zowel van een Zeer goed als een Goed akoestisch situatie. Blok 3 Uit de berekening blijkt dat de gecumuleerde geluidsbelasting minstens Lden 47 dB en ten hoogste Lden 54 dB bedraagt. Uitgaande van het beoordelingskader wordt de gecumuleerde akoestische situatie op de minst belaste gevels als Goed en op de meest belaste gevels als Redelijk beoordeeld.

De overgrote meerderheid van de woningen ervaart daarentegen een akoestisch Goed situatie. Blok 4 Uit de berekening blijkt dat de gecumuleerde geluidsbelasting minstens Lden 40 dB en ten hoogste Lden 52 dB bedraagt. Uitgaande van het beoordelingskader wordt de gecumuleerde akoestische situatie op de minst belaste gevel als Zeer goed en op de meest belaste gevels

Datum: 5 september 2023 Kenmerk: vor

Code: 18188

Blad 15 / 123

als Redelijk beoordeeld. Aangezien de meeste woningen van blok 4 tweezijdig zijn georiënteerd en aan de noordzijde een Zeer goed tot Goed akoestische situatie heerst, kunnen we concluderen dat de woningen in blok 4 over het algemeen beschikken over een Zeer goed tot Goed situatie. In bijlage 4 zijn de gecumuleerde resultaten per toetspunt weergegeven. 4.4

Maatregelen

4.4.1

Bronmaatregelen Als bronmaatregel kan gedacht worden aan het gebruiken van een stillere fluit en aanpassen van bedrijfstijden. Indien er gebruikt wordt gemaakt van fluiten met een 10 dB(A) lager bronvermogen, zal het piekgeluidniveau met 10 dB(A) afnemen. Een afname van 10 dB(A) wordt door de bewoners als een halvering van luidheid ervaren. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld de Fox 404 mini, Fox 40 Pearl, Fox 40 Titan of een gelijksoortige fluit met een bronvermogen tussen 90 en 109 dB(A). Een andere mogelijkheid is het aanpassen van de bedrijfstijden. Indien de sportvelden slechts tussen 09:00-21:00 worden gebruikt, dan zal de langtijdgemiddelde waarde met 3 dB(A) verminderen. Wat betreft de piekgeluidniveaus, zal het aanpassen van de bedrijfstijden niet tot een lager niveau leiden. Maar het geeft wel een beter woon- en leefklimaat en wordt een langere tijdsduur (tussen 21:00-09:00) geen hinder beleefd. Tot slot dient te worden vermeld dat maatregelen aan de geluidbron vanwege de sportactiviteiten in principe niet aan de orde zijn. Immers, dit zou betekenen dat een bedrijf mogelijk wordt beperkt in zijn bedrijfsvoering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=4003c849-300c-499d-9c28-6f9d4e240217