CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb002835] Wethoudersbrief Mohamed-Hoesein over onderzoek herijking Rotterdamse inkomensregelingen

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 15 mei 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Armoedebestrijding1.972 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Maatschappelijke Ontwikkeling Armoedebestrijding, Schuldhulpverlening, Taal mr. N.D.Z.R. (Natasha) Mohamed-Hoesein Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl Van: Wouter van Leeuwen Telefoon: 14 010 E-mail: bbo@rotterdam.nl

Aan de commissie Werk en Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening, Armoedebestrijding en NPRZ

Ons kenmerk: M2403-4524 - 24bo004700 Onderwerp: Commissiebrief onderzoek herijking Rotterdamse inkomensregelingen Datum: 26 april 2024

Geachte commissieleden, Op 10 november 2022 is de motie ‘Samen ben je met meer’ (22bb007463) aangenomen in de raad. Hierin werd het college verzocht differentiatie van de Individuele Inkomenstoeslag (IIT) als één van de uitgangspunten te nemen in het aangekondigde onderzoek naar de herziening van de Rotterdamse inkomensregelingen. Op 19 december 2023 heb ik deze motie afgedaan (23bb008701). In deze afdoening gaf ik aan om u gelijktijdig met de voortgangsrapportage van het beleidskader Armoede & Schulden een concreet voorstel toe te zenden, met daarin de overwegingen voor wat betreft de herziening van de inkomensondersteunende regelingen. In de vergaderingen van uw commissie d.d. 17 januari en 20 maart 2024 heeft u duidelijk de behoefte geuit om zo spoedig mogelijk geïnformeerd te worden over de uitkomsten van het onderzoek over de herijking van de regelingen. Om die reden informeer ik u, vooruitlopend op de voortgangsrapportage, met deze brief over de resultaten van het onderzoek.

1. Inleiding onderzoek Rotterdam kent diverse lokale inkomensondersteunende regelingen, ieder met verschillende voorwaarden. Denk aan verschillende peildata waarop het inkomen wordt vastgesteld, of verschillende inkomensgrenzen. De verscheidenheid aan voorwaarden komt grotendeels voort uit diverse juridische grondslagen, alsmede lokale afwegingen om een armoedeval tegen te gaan. Het gevolg van verschillende voorwaarden is wel dat een Rotterdammer goed ingelezen moet zijn om te weten op welke regelingen hij recht heeft. Het college heeft daarom de ambitie uitgesproken de lokale regelingen eenvoudiger te maken. Deze ambitie valt onder het beleidsdoel ‘Elke Rotterdammer die recht heeft op een inkomensondersteuning, maakt daar gebruik van’, als onderdeel van het beleidsplan Armoede & Schulden 2023-2026. De inventarisatie van het onderzoek is gestart in de tweede helft van 2022.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

2/6 26 april 2024 M2403-4524

We hebben onderzocht of de regelingen de Rotterdammers bereiken die dat het hardste nodig hebben. In vervolg hierop is onderzocht of het wenselijk is de bedragen aan te passen, differentiatie naar huishouden toe te passen en de inkomensgrenzen bij te stellen. Concreet bestaat de herijking uit: • Het aanpassen van de hoogte van bedragen; • Het toepassen van differentiatie naar type huishouden binnen de regelingen; • Het aanpassen van inkomensgrenzen; • Het gelijktrekken van het gebruik van het wettelijk sociaal minimum (WSM) in plaats van het wettelijk minimumloon (WML); • Het gelijktrekken van het inkomens- en vermogensbegrip van onze regelingen; • Het toepassen van dezelfde peildatum waarop het inkomen wordt vastgesteld1. In deze brief informeer ik u over de herijking. De regelingen die onderdeel zijn van dit onderzoek zijn: • Jeugdtegoed; • AOW-tegoed; • Individuele Inkomenstoeslag (hierna: IIT); • VGZ Rotterdampakket; • Kwijtschelding afvalstoffenheffing. De individuele bijzondere bijstand, de energietoeslag (vorm van categoriale bijzondere bijstand) en de Studietoeslag zijn niet meegenomen in het onderzoek. Deze regelingen zijn respectievelijk individueel van aard, kennen een tijdelijk karakter of bedienen een zeer specifieke doelgroep. Via de MER wordt inzicht geboden in de financiële positie van diverse huishoudtypen met een laag inkomen.

Op basis van de MER is geïnventariseerd wat het effect is van de inkomensondersteunende regelingen op de bestedingsruimte van huishoudens met een laag inkomen. Op basis van deze bevindingen wordt geconcludeerd welke mogelijkheden er zijn om de Rotterdamse inkomensondersteuning gerichter in te zetten. In dit onderzoek is gebruik gemaakt van de voorlopige resultaten van de Minima Effect Rapportage 2024 (MER). De volledige rapportage van de MER bied ik u gelijktijdig met de voortgangsrapportage van het beleidskader aan.

2. Toelichting regelingen Wettelijk kader Primair is de Rijksoverheid verantwoordelijk voor het bieden van inkomenszekerheid. Gemeenten hebben hierin een beperkte rol, namelijk het ondersteunen van de laagste inkomens ten behoeve van participatiebevordering. In de Participatiewet zijn diverse regelingen opgenomen die gemeenten hiervoor kunnen inzetten. Voorbeelden zijn de Individuele Inkomenstoeslag (IIT), de premiebijdrage aan de gemeentepolis (VGZ Rotterdampakket) en de bijzondere bijstand. Het AOW- en Jeugdtegoed en kwijtschelding afvalstoffenheffing vloeien voort uit andere regelgeving. De mate waarin het wenselijk is het inkomens- en vermogensbegrip gelijk te trekken en eenzelfde peildatum toe te passen bij iedere regeling, hangt samen met de ontwikkeling van de online aanvraag- en adviesmodule. Deze ontwikkeling moet mogelijk maken dat het recht op regelingen eenvoudig en digitaal bepaald kan worden. Onderzoek naar deze punten is op dit moment van ondergeschikt belang. 1

Blad: Datum: Ons kenmerk:

3/6 26 april 2024 M2403-4524

De wetgever biedt gemeenten op diverse onderdelen beleidsvrijheid. U bent hierover geïnformeerd bij de afdoening van de toezegging Inzicht in Rotterdamse invulling inkomensregelingen (23bb007923)2. Regelingen als onderdeel van de herijking Onderstaande biedt een overzicht van de regelingen die deel uitmaken van de herijking. Daarbij volgt ook informatie over de voorwaarden, doelgroep en bereik. Individuele Inkomenstoeslag (IIT) Doelgroep:

Bedrag: Inkomensgrens ouder(s): Aantal ontvangers 2023: Kosten:

Rotterdammers tussen de 21 jaar en de AOW-gerechtigde leeftijd. Belangrijke voorwaarde is dat het huishouden geen zicht heeft op inkomensverbetering. € 120 per 12 maanden 130% van het Wettelijk Minimumloon (WML). 24.760 Rotterdammers Ongeveer € 3.000.000

Op basis van een analyse van de ontvangers van de IIT in 2022, kent deze regeling de onderstaande procentuele verdeling onder huishoudens: Ontvangers in % (2022) IIT

Alleenstaand Eenoudergezin Paar zonder kinderen Paar met kinderen

63% 24% 1% 11%

Totaal

100%

Jeugdtegoed Doelgroep: Bedrag:

Inkomensgrens ouder(s):

Ontvangers 2023: Kosten:

Rotterdamse kinderen en jongeren. Kinderen van 4 t/m 11 jaar: 275 euro per jaar. Jongeren van 12 t/m 17 jaar: 850 euro per jaar.3 Kinderen van 4 t/m 11 jaar: 110% van het Wettelijk Sociaal Minimum (WSM) Jongeren van 12 t/m 17 jaar: 130% WSM 9.960 kinderen en 8.790 jongeren Kindtegoed: € 2.740.000 Jeugdtegoed: € 7.625.0004

2 Document RotterdamRaad - [23bb007923] Afdoeningsvoorstel over inzicht in Rotterdamse invulling

inkomensregelingen - iBabs Publieksportaal 3 Dit betreft een tijdelijke ophoging van het Jeugdtegoed van maximaal twee jaar. 4 Dit zijn de verwachte uitgaven inclusief de tijdelijke ophoging van het Jeugdtegoed.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

4/6 26 april 2024 M2403-4524

AOW-tegoed Doelgroep: Bedrag: Inkomensgrens: Ontvangers 2023:

Kosten:

Rotterdamse AOW’ers. 450 euro per jaar. Dit bedrag wordt eenmaal per huishouden verstrekt. 110% WSM 13.100 Rotterdamse AOW’ers. Op basis van de beschikbare cijfers over de AOW-populatie met een inkomen tot 120% WSM, schatten we in dat 77% van de ontvangers van het AOW-tegoed alleenstaand is en 22% bestaat uit een (echt)paar. € 5.900.000

VGZ Rotterdampakket premiebijdrage Doelgroep: Het VGZ Rotterdampakket biedt een collectieve Rotterdamse zorgverzekering met korting en extra vergoedingen voor alle Rotterdammers. Rotterdammers met een laag inkomen ontvangen hierbij een premiebijdrage. Bedrag: De premiebijdrage bedraagt € 132 per jaar. Inkomensgrens: 130% WML Ontvangers 2023: 35.700 Rotterdammers ontvingen de premiebijdrage. Kosten: Ongeveer € 4.710.000 Kwijtschelding afvalstoffenheffing Doelgroep:

Bedrag:

Inkomensgrens: Ontvangers 2023: Kosten:

Rotterdamse huishoudens. De kwijtschelding is vastgesteld op 76,5% van de totale heffing over het belastingjaar. Het bedrag dat kwijtgescholden wordt per huishouden varieert tussen de € 257,88 en € 334,54. 100% WSM of net iets daarboven5 37.345 huishoudens Ongeveer €10.500.000

Wanneer een huishouden net wat meer binnenkrijgt dan 100% WSM, wordt er een draagkrachtberekening gemaakt om na te gaan of betreffend huishouden toch in aanmerking komt voor kwijtschelding. 5

Blad: Datum: Ons kenmerk:

5/6 26 april 2024 M2403-4524

3. Analyse Om het effect van de inkomensondersteunende regelingen op de portemonnee van de Rotterdammer met een laag inkomen te duiden, gebruiken we de MER. Op basis van de resultaten van dit rapport is deze analyse opgesteld. Via de MER wordt inzicht geboden in de financiële positie van diverse huishoudtypen met een laag inkomen. Naast landelijke regelingen wordt hiermee ook het effect van gemeentelijke inkomensondersteunende regelingen doorgerekend. Hierbij is op basis van de berekeningen en het prijsniveau onderzocht hoe de maatregelen in 2024 doorwerken voor minima. In onderstaande tabel uit de MER staat aangegeven wat een minimahuishouden overhoudt na alle benodigde uitgaven per maand6. De percentages in de bovenste rij betreffen percentages van het WSM. Tabel 1: overzicht saldo inkomsten min uitgaven per maand 100%

110%

120%

130%

140%

Alleenstaande tot AOW-leeftijd

€

87

€

110

€

239

€

288

€

385

Alleenstaande vanaf AOW-leeftijd

€

383

€

402

€

508

€

517

€

594

Paar tot AOW-leeftijd zonder kinderen

€

40

€

102

€

229

€

214

€

282

Paar vanaf AOW-leeftijd zonder kinderen

€

385

€

416

€

498

€

534

€

641

Eenoudergezin met twee jonge kinderen

€

470

€

470

€

534

€

583

€

670

Eenoudergezin met twee oudere kinderen

€

358

€

386

€

492

€

541

€

449

Paar met twee jonge kinderen

€

233

€

293

€

394

€

372

€

407

Paar met twee oudere kinderen

€

144

€

204

€

331

€

316

€

159

Alleenstaande onder AOW-leeftijd met zorg

€

86

€

109

€

172

€

203

€

279

Alleenstaande AOW met zorg

€

395

€

414

€

455

€

374

€

378

Op basis van bovenstaande tabel kunnen we de volgende zaken constateren: ▪ Over het algemeen schetsen de voorlopige cijfers van de MER een positief beeld van de inkomenspositie van minimahuishoudens. Alle onderzochte huishoudtypen houden maandelijks geld over. ▪ Echtparen tot de AOW leeftijd zonder kinderen en alleenstaanden tot de AOWleeftijd komen op bijstandsniveau maar net rond. Deze huishoudtypen houden respectievelijk € 40 en € 87 per maand over. ▪ In vergelijking met andere minima huishoudens, komen eenoudergezinnen en AOW’ers relatief goed rond. Over het algemeen komen deze huishoudtypen ruim 350 euro in de plus uit volgens deze berekeningen.

6

Bij het lezen van deze cijfers, moet in het achterhoofd gehouden worden dat de MER een ‘papieren’ werkelijkheid weergeeft. Bij het opstellen van deze cijfers wordt ervan uitgegaan dat huishoudens zeer goed met geld kunnen omgaan, zij alle inkomensondersteuning aanvragen waar ze recht op hebben en niet of zeer beperkt te maken te hebben met persoonlijk onvermijdbare uitgaven. De rapportage gaat daarmee uit van een ideale situatie.

Blad: Datum: Ons kenmerk:

6/6 26 april 2024 M2403-4524

Op basis hiervan wordt zichtbaar dat alleenstaanden tot de AOW-leeftijd en echtparen tot de AOW-leeftijd zonder kinderen ten opzichte van andere huishoudens met een laag inkomen, financieel het meest kwetsbaar zijn. Deze groepen kunnen we extra financieel ondersteunen met de volgende instrumenten: ▪ IIT; ▪ kwijtschelding afvalstoffenheffing. In het geval van kwijtschelding afvalstoffenheffing bestaat enkel beleidsvrijheid in de hoogte van de kwijtschelding. Differentiatie is al opgenomen in de kwijtschelding. Dit bedrag wordt namelijk afgestemd op de grootte van het huishouden. Voor de IIT geldt dat het bedrag en de inkomensgrens aangepast kunnen worden, alsook dat differentiatie naar type huishoudens toegepast kan worden.

4. Conclusie De resultaten van de MER laten zien welke huishoudens met een laag inkomen relatief gezien beter rond kunnen komen dan andere huishoudens. Om de financiën van huishoudens die moeilijk rondkomen iets te verbeteren, kunnen de inkomensondersteunende regelingen worden aangepast. Dergelijke aanpassingen hebben financiële consequenties. Hierbij is sprake van twee scenario’s: - Bij gelijkblijvend budget: het verhogen van bedragen voor bepaalde huishoudens betekent een stijging in de kosten voor de gemeente. Uitgaande van een gelijkblijvend budget kan dit enkel opgevangen worden door te besparen op de uitgaven van andere doelgroepen. Dit betekent dat bepaalde groepen huishoudens dienen in te leveren ten voordele van de huishoudens die moeilijker kunnen rondkomen. - Bij aanpassing van het budget: als we de hoogte van de bedragen voor bepaalde huishoudens willen verhogen, zonder dat dit ten koste gaat van andere doelgroepen, is meer budget benodigd. Na de vaststelling van de voorjaarsnota volgt duidelijkheid over de financiële ruimte binnen de portefeuille Armoede & Schulden. Een concreet voorstel ter aanpassing van de inkomensondersteunende regelingen is pas dan aan de orde. Ik meen hiermee echter wel tegemoet te komen aan de door uw commissie geuite wens om zo spoedig mogelijk geïnformeerd te worden over de resultaten van het onderzoek over de herijking van de regelingen.

Ik vertrouw erop uw commissie hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.

Met vriendelijke groet,

mr. N.D.Z.R. (Natasha) Mohamed-Hoesein Wethouder Armoedebestrijding, Schuldhulpverlening, Taal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=6e01eeda-fd0b-45fa-b7a0-d0ca2dac88e8