[24bb002831] Bijlage 1 behorende bij 24bb002829 over Rotterdamse monitor inburgering
Tekst van het document
Rotterdamse monitor inburgering
Jaar 2023
Samenvatting In Rotterdam zorgen we dat nieuwkomers zich welkom voelen in de stad en dat zij weten hoe zij kunnen bijdragen aan de Rotterdamse samenleving. Dit vraagt om betrokkenheid en inzet van velen. Sinds de nieuwe Wet inburgering (Wi2021) is het mogelijk - veel meer dan bij de vorige stelsels - om meer te sturen op de inburgering. Dit komt doordat gemeenten meer regie hebben gekregen. Inburgeraars Rotterdam Statushouders Een statushouder is iemand die als vluchteling wordt erkend en een asielstatus krijgt. Hij of zij wordt ook wel vergunninghouder genoemd. Statushouders hebben een verblijfsvergunning en mogen een opleiding volgen en werken in Nederland. Gezinsmigranten en overige migranten: Een gezinsmigrant is een persoon die van buiten de EU naar Nederland komt, om een huwelijk of partnerschap aan te gaan met een in Nederland gevestigde persoon of tot Nederlander genaturaliseerde partner (de referent). Dit zijn geen vluchtelingen. Daarnaast is er een kleine groep ‘overige migranten’: dit zijn geestelijke bedienaren (bijvoorbeeld een imam) en familieleden van kinderen die onder het kinderpardon vallen. Dit zijn geen statushouders en zij vallen onder dezelfde regelingen als gezinsmigranten. Als de in Nederland gevestigde persoon (de referent) zelf een statushouder is, dan is in dat geval de gezinshereniger of nareiziger ook een statushouder.
Dus zij vallen onder de eerste doelgroep zoals hierboven beschreven. In 2023 zijn in Rotterdam positieve resultaten bereikt: de taakstelling voor het huisvesten van statushouders is behaald. Daarbij stromen er, ten opzichte van 2022, relatief meer statushouders uit naar werk of een opleiding, met name veel jonge inburgeraars zijn in 2023 een opleiding gestart. Door de hoge taakstelling hebben meer statushouders een bijstandsuitkering. Er zijn nog niet veel inburgeraars ingeburgerd, maar dat was ook de verwachting; de wet is pas in 2022 van start gegaan en men heeft drie jaar de tijd om in te burgeren. Tot slot doet al 31% van de statushouders die op de doorstroomlocatie ferry Silja Europa (sinds juli 2023) verblijven, mee aan de Vroege Start, om alvast met hun inburgering te beginnen vooruitlopend op hun definitieve huisvesting. De gemeente Rotterdam werkt met veel betrokken partijen samen om de nieuwe wet uit te voeren. We zien dat we de uitvoering van de wet steeds meer ‘in de vingers’ hebben. De inburgeraar wordt daarbij steeds centraal gesteld. Wat hebben zij nodig om zo goed mogelijk en snel te kunnen inburgeren en te participeren? We bieden daarom ook binnen de kaders maatwerk aan. De samenwerking met de betrokken (taal)aanbieders, Vluchtelingenwerk, regiogemeenten en consulenten is hierin belangrijk en loopt goed.
Als gemeente moeten we de inburgeraars (statushouders) begeleiden vanuit de Wet inburgering en de Participatiewet. Een mooie kans om beide doelen (de taal leren én werken) elkaar te laten versterken, maar in de praktijk is dit soms lastig te combineren. Hier besteden we ook veel aandacht aan, omdat het vaak om complexe problematiek gaat bij de inburgeraars. De belangrijkste uitkomsten van de Rotterdamse monitor inburgering 2023 zijn de volgende:
Rotterdam heeft in 2023 de wettelijke taakstelling om statushouders te huisvesten ruimschoots gerealiseerd, ondanks de grote druk op de woningmarkt. Rotterdam moest in 2023 1.337 personen huisvesten en heeft 1.393 personen gehuisvest, dankzij de inzet van vele partijen. De 2
extra 56 personen worden in mindering gebracht op de taakstelling van 2024. De druk binnen de opgave huisvesting statushouders blijft echter onverminderd hoog. De taakstelling zal ook in 2024 hoog zijn. De taakstelling voor het eerste half jaar is 693. Het tweede half jaar is nog onbekend. De taakstelling van 2023 is mede dankzij doorstroomlocatie, de ferry Silja Europa, behaald. Daar zijn aan Rotterdam gekoppelde statushouders tijdelijk gehuisvest. De 286 personen die Rotterdam in 2023 geen zelfstandige huisvesting hebben ontvangen en nu nog tijdelijk op de Silja Europa verblijven, worden in 2024 gehuisvest. Dit komt boven op de taakstelling in 2024.
819 statushouders zijn aan het werk gegaan of hebben een opleiding gestart en zijn daarmee uit de uitkering uitgestroomd. Zowel het percentage uitgestroomde jongeren als volwassenen is toegenomen in vergelijking met 2022, dankzij de inzet van de inburgeraars en gespecialiseerde consulenten van de gemeente. Opvallend is de toename van het aantal jongeren dat een opleiding startte. In 2022 is 23% van de jongeren uitgestroomd naar een opleiding, in 2023 is dit gestegen naar 42%.
In 2023 zijn 25 statushouders begonnen met een leerwerktraject binnen de gemeente Rotterdam.
Het aantal huishoudens bestaande uit statushouders met een uitkering is met 2.555 hoger dan eind 2022 (2.380 huishoudens). De stijging heeft te maken met de hogere taakstelling.
Voor statushouders is de B1-leerroute - die moet leiden tot het taalniveau B1, met meer kansen op de arbeidsmarkt - de meest gevolgde (66%) inburgeringsleerroute. Daarna volgen de Onderwijsroute (17%) en de Z-route (17%), die leidt tot zelfredzaamheid. Deze percentages zijn in lijn met onze verwachtingen. Voor gezinsmigranten is bij 95% de B1-leerroute de meest passende leerroute en voor 5% de Z-route. Dit is ook in lijn met de verwachting.
De pilot Vroege Start is in 2022 gestart op het schip Statendam. In deze pilot hebben 49 jonge statushouders tot ongeveer 30 jaar deelgenomen aan de Vroege Start. Zij hebben verschillende activiteiten binnen de Brede intake gevolgd. Dit heeft ertoe geleid dat 17 statushouders met een leerroute gestart zijn voordat zij gehuisvest werden en 32 statushouders direct met een leerroute konden starten na verhuizing. Het is van grote meerwaarde voor de statushouders dat zij al kunnen werken aan hun inburgering, terwijl zij nog aan het wachten waren op huisvesting. Deelname aan de Vroege Start is vrijwillig, maar niet vrijblijvend.
Van de statushouders die op de doorstroomlocatie ferry Silja Europa (sinds juli 2023) verblijven, doet ongeveer 31% mee aan de Vroege Start.
In 2023 vielen 3.519 inburgeraars onder de nieuwe wet. Het aantal inburgeraars dat aan de inburgeringsplicht heeft voldaan is in 2023 nog beperkt. Dat is logisch: de wet ging in 2022 in en inburgeraars hebben drie jaar de tijd. Dus afgelopen jaar waren zelfs de vroegste inburgeraars onder de nieuwe wet nog geen twee jaar bezig met de inburgering. Toch hebben 13 gezins- en overige migranten en één statushouder hun inburgering afgerond. De verwachting is dat in 2024 meer mensen hun inburgering zullen afronden.
Tot slot is de nieuwe Wet inburgering een lerend stelsel en wordt over twee jaar landelijk geëvalueerd.
3
Inhoudsopgave 1 2 2.1 2.2 2.3 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.4.1 3.4.2 3.5 3.5.1 3.6
Inleiding Wonen Taakstelling Huisvesting statushouders Opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) Begeleiding inburgeraars Vroege Start – doorstroomlocatie ferry Silja Europa Maatschappelijke begeleiding Financieel ontzorgen Brede intake Rotterdamse Taalstart en Starten in Rotterdam Leerbaarheidstoets (LBT) Leerroutes Verplichte inburgeringsmodules Begeleiding van de ondertussengroep en Einde Lening Inburgeringsplichtig (ELIP) 4 Werken en Onderwijs 4.1 Inburgeraars met een Participatiewetuitkering 4.1.1 In- en uitstroom statushouders 4.2 Werk en opleiding 4.2.1 Uitstroomredenen statushouders 4.2.2 Vrouwelijke statushouders en werk 4.3 Leerwerktrajecten voor statushouders 4.4 Ondersteuning en meedoen 4.5 Lokale initiatieven Bijlagen
5 6 6 6 7 8 9 9 9 10 10 10 11 12 12 13 13 13 14 14 15 15 15 17 18
4
1
Inleiding Voor u ligt de Rotterdamse monitor inburgering 2023. Deze monitor beschrijft de stand van zaken van de uitvoering van de opgave inburgering in Rotterdam. Met de Rotterdamse opgave inburgering1, die in november 2021 is aangeboden (21bb14516, bijlage 1), geeft de gemeente invulling aan de wettelijke taken en de bijbehorende verantwoordelijkheden van de Wet inburgering (Wi2021) en de vorige stelsels (Wi2007 en Wi2023). Waar bij eerdere stelselwijzigingen de werking ervan achteraf werd geëvalueerd, is de Wet inburgering 2021 een lerend stelsel. Continu leren, monitoren en evalueren staan centraal. Dit versterkt de beleidsvoering en maakt het mogelijk om op tijd bij te sturen. Afgelopen jaar is hard gewerkt aan de ambities van de Wet inburgering 2021. Anders dan in het vorige stelsel wordt participatie gezien als hoofddoel, het liefst via betaald werk of een opleiding. En het vereiste taalniveau is verhoogd van A2 naar B1. Taal is de basis om volwaardig te kunnen participeren. Binnen de opgave inburgering stellen we steeds de inburgeraar centraal. Want uiteindelijk willen we dat elke inburgeraar mee gaat doen in Rotterdam. De cijfers van de monitor inburgering worden geregistreerd in verschillende systemen van de gemeente en onze partners, zoals COA en DUO. Dit maakt het lastig om een compleet cijfermatig beeld te geven.
Het afgelopen jaar is veel aandacht besteed aan de samenwerking binnen de gemeente en met de externe partners, regio en landelijke partijen, zoals het ministerie van SZW, DUO en de VNG. Dit doen we bijvoorbeeld door de zogenaamde Community’s of Practice (COP). Hierin werken gemeenten en samenwerkingspartners samen aan uitvoeringskwesties waar niet meteen een oplossing voor is. De inburgeraar wordt hier zelf ook in betrokken. Een mooi voorbeeld is dat vanuit de COP Rotterdam-Rijnmond met Argonaut2 een infographic is ontwikkeld voor consulent en inburgeraar. Deze infographic informeert gemeenten en inburgeraars in welke gevallen een aanvraag voor medische ontheffing kansarm of kansrijk is. En of de inburgeraar soms beter een aanpassing van het examen of een verlenging kan aanvragen. Door de inburgeraars aan de voorkant goed te informeren over de kosten en mogelijke ontheffing, voorkomen we onnodige aanvragen. Zo proberen we de wachttijden te beperken. Rotterdam streeft ernaar de nieuwe wet op een goede en effectieve manier uit te voeren. Dat is goed voor inburgeraars en goed voor de stad. Daarom laten we door de Erasmus Universiteit en de afdeling onderzoek van de gemeente Rotterdam een onderzoek doen naar de effectiviteit van de Rotterdamse werkwijze. Hiervoor verwijzen we u naar de collegebrief 23bb004013. Het tweede tussenrapport komt na de zomer van 2024 uit.
Hierin staan bevindingen, interviews en observaties naar aanleiding van de in- en externe uitvoering. Momenteel worden ook focusgroepen uitgevoerd met de inburgeraars zelf. Het is een vierjarig onderzoek en er verschijnen meerdere tussenrapportages. Tot slot, in deze monitor komen de volgende onderwerpen aan bod. Wonen, begeleiding, Vroege Start op de doorstroomlocatie Silja Europa, inburgeren en uitstroom naar werk en onderwijs. Elk onderwerp behandelen we in een apart hoofdstuk of paragraaf en geeft de situatie in het jaar 2023 weer.
1
Ook bekend als de Rotterdamse Aanpak Inburgering (november 2021)
2 Onafhankelijk sociaal medisch adviespartner
5
2
Wonen In dit hoofdstuk geven we weer wat de taakstelling van de gemeente Rotterdam is, hoe deze is gerealiseerd, hoe de statushouders zijn gehuisvest, hoe groot de druk op de woningmarkt is en hoeveel en hoe alleenstaande minderjarige vreemdelingen zijn gehuisvest.
2.1
Taakstelling
De rijksoverheid bepaalt elk half jaar hoeveel statushouders een gemeente een woning en begeleiding bij de inburgering moet bieden. De gemeente Rotterdam heeft de wettelijke taakstelling van 2023 gehaald. Deze was oorspronkelijk voor 2023 1.795. In oktober 2023 is de taakstelling naar beneden bijgesteld tot 1.337. Rotterdam heeft 1393 personen gehuisvest, dit betekent een positief saldo van 56 personen. Deze groep is in mindering gebracht op de taakstelling van 2024. De druk binnen de opgave huisvesting statushouders blijft echter onverminderd hoog. De taakstelling zal ook in 2024 hoog zijn. De taakstelling voor het eerste half is 693. Het tweede half jaar is nog onbekend. De taakstelling van 2023 is mede dankzij doorstroomlocatie, de ferry Silja Europa, behaald. Daar zijn 1.000 aan Rotterdam gekoppelde statushouders tijdelijk gehuisvest. De 286 personen die Rotterdam in 2023 geen zelfstandige huisvesting konden ontvangen en nu nog tijdelijk op de ferry Silja Europa verblijven, worden in 2024 gehuisvest. Dit komt boven op de taakstelling in 2024. Tabel 1. De taakstelling van 2017 tot en met 2024 (1e half jaar)
Periode
Taakstelling
Voor - / achterstand aan eind van het jaar
2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
840 879 434 435 904 861 1.337
+116 -122 -64 -55 +4 +97 +56
693
nog niet bekend
Informatie over de samenstelling en kenmerken van de statushouders Rotterdam van 2013 t/m 2023 is te vinden in bijlage 2.
2.2
Huisvesting statushouders
Het huisvesten van statushouders doet de gemeente in samenwerking met diverse woningcorporaties en de SOR (Stichting Ouderenhuisvesting Rotterdam). De opgave wordt verdeeld over de woningcorporaties naar rato van hun woningbezit met een sociale huurprijs (DAEB-woningbezit). De woningbouwcorporaties zorgen ervoor dat statushouders zoveel mogelijk verspreid over de stad worden gehuisvest, met uitzondering van zones die aangemerkt zijn als Rotterdamwetgebieden. Niet alle statushouders krijgen een reguliere huurwoning via de woningcorporatie. Het afgelopen jaar was de druk op de sociale huurmarkt zo hoog, dat het niet mogelijk was om hen allemaal via de woningcorporaties te huisvesten. 45% van de vrijkomende woningen in het sociaalbasissegment (huurprijs tot maximaal 678 euro, prijspeil 2022) wordt toegewezen aan reguliere woningzoekenden. Daarnaast wordt 25% toegewezen aan kwetsbare Rotterdammers en 30% aan urgenten via directe bemiddeling, waaronder ook statushouders.
6
Tabel 2. Aantal woningen per huisvestingsvorm.
Aantal woningen per huisvestingsvorm
Via woningcorporaties
Via leegstandsbeheer
Via particuliere verhuurders
2022
438
30
21
2023
462
54
25
Door de druk op de sociale huurmarkt is de gemeente op zoek gegaan naar andere vormen van huisvesting. Zo zijn bijvoorbeeld in 2023 23 studio's in pand Waelestein in het kader van leegstandsbeheer aangeboden. En een particuliere verhuurder heeft 11 flexwoningen aangeboden. Ook hebben statushouders zelf 8 particuliere woningen gevonden.
2.3
Opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s)
Tot het 18e jaar vallen alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) onder voogdij van Nidos. Dit gaat ook om vluchtelingen met een status. Eind 2023 verbleven 41 amv’ers in een pleeggezin. Voor amv’ers die niet in een pleeggezin verblijven heeft Nidos de organisatie Firmitas gecontracteerd voor opvang en begeleiding. Firmitas heeft een capaciteit voor 43 jongeren. Deze opvang is onderverdeeld in kleinschalige woongroepen (capaciteit van 25) en kleinschalige wooneenheden (capaciteit van 18). Na het 18e jaar kan de voormalige amv doorstromen naar een zelfstandige woonvoorziening of een (meer) begeleide woonvoorziening. Veel van hen verhuizen naar een zogenoemde deelwoning. Dit is een project waarbij de gemeente samenwerkt met woningcorporaties. Momenteel wonen 25 jonge “ex” amv’ers in een deelwoning. Eind 2023 stonden 17 jongeren op de wachtlijst. De meeste van hen verblijven in afwachting van de deelwoning bij Firmitas. De gemiddelde wachttijd van een half jaar komt door verschillende omstandigheden, zoals doorstroming naar een zelfstandige woning of gezinshereniging. Het Jongerenloket krijgt de amv’ers minimaal drie maanden voor hun 18e jaar in beeld door een groot overleg samen met Nidos en Firmitas. Tijdens dit overleg wordt het perspectief van de jongere besproken. Het Jongerenloket is actief betrokken bij de overgang van 18- naar 18+.
De consulent van het Jongerenloket houdt regie en begeleidt intensief op andere het gebied van inburgering, scholing en eventueel werk.
7
3
Begeleiding inburgeraars Inburgeraars worden begeleid vanuit de Wet inburgering. Dit kan zijn Wi2007, Wi2013 of Wi2021. Het betreft zowel statushouders als gezinsmigranten. De stelsels verschillen onderling. Als gemeente hebben we een kleinere regierol over de inburgeraars die onder de Wi2013 vallen. Onder Wi2021 hebben we een proactieve rol in het hele proces. Zo koopt de gemeente voor de statushouders de inburgeringstrajecten in. We weten inmiddels dat dit zorgt voor een snelle start en dat taal een belangrijke sleutel is om je in Rotterdam snel thuis te voelen. Daarnaast worden statushouders ook begeleid vanuit de Participatiewet. Het overgrote deel van de statushouders doet - in ieder geval de eerste periode - een beroep op een bijstandsuitkering. De inburgeraars die onder deze twee wetten vallen, worden begeleid door specialistische consulenten. Gezinsmigranten moeten zelf hun inburgeringsleerroute regelen en financieren. Een (inkomensafhankelijke) lening via DUO is wel mogelijk. Gemeenten hebben hier een andere regierol dan bij statushouders. We kunnen adviseren over de inburgering, maar de gezinsmigrant niet verplichten taallessen in te kopen. De Wi2021 is 1 januari 2022 ingegaan. Een inburgeraar kan maximaal 3 jaar over zijn inburgering doen, tenzij hij of zij voor een verlenging in aanmerking komt.
In 2023 vielen 1.896 statushouders en 1.623 gezinsmigranten3 onder de nieuwe wet. Het aantal inburgeraars dat aan de inburgeringsplicht heeft voldaan is in 2023 logischerwijs nog beperkt; namelijk 13 gezins- en overige migranten en 1 statushouder. Inburgeraars hebben drie jaar de tijd voor de inburgering. In 2024 mag verwacht worden dat veel meer mensen hun inburgering zullen afronden. Figuur 1. Aantal inburgeraars in begeleiding Wi2021
3 Cijfers zijn inclusief aantal afgeronde inburgeringstrajecten en aantal niet meer inburgeringsplichtig.vanwege vertrek uit Rotterdam
8
Figuur 2. Leeftijd inburgeraars onder de Wi2021
3.1
Vroege Start – doorstroomlocatie ferry Silja Europa
Vroege Start houdt in dat het inburgeringsproces zo vroeg mogelijk wordt opgestart, bij voorkeur al in de opvanglocatie zodra iemand aan de gemeente is gekoppeld. In dit geval is dat dus op doorstroomlocatie de Silja Europa (vanaf juli 2023). Deelname aan de Vroege Start is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Het reguliere proces blijft het uitgangspunt. Vroege Start kan dus betekenen dat iemand alvast start met de Brede Intake. Of het gehele proces ook al met een leerroute gaat meedoen. Of alvast begint met werken. Vanaf het moment dat een persoonlijk Plan inburgering en Participatie (PIP) is getekend, gaat de inburgeringstermijn in. De pilot Vroege Start is in 2022 gestart op het schip Statendam in 2022. In deze pilot hebben 49 jonge statushouders tot ongeveer 30 jaar deelgenomen aan de Vroege Start. Zij hebben verschillende activiteiten binnen de Brede intake gevolgd. Dit heeft ertoe geleid dat 17 statushouders met een leerroute gestart zijn voordat zij gehuisvest werden en 32 statushouders direct met een leerroute konden starten na verhuizing. Het is van grote meerwaarde voor de statushouders dat zij hun inburgering kunnen starten, terwijl zij nog aan het wachten waren op huisvesting. Van de statushouders die op de Silja verblijven, doet ongeveer 31% mee aan de Vroege Start. Niet iedereen doet mee met de Vroege Start.
Er wordt momenteel onderzocht naar de verschillende redenen en naar waar we invloed op kunnen hebben en op welke manieren deze barrières weggenomen kunnen worden. Overigens blijkt uit de praktijk dat er ook statushouders zijn die eerst aangeven niet mee te willen doen en op een later moment in een gesprek met hun consulent erop terugkomen en alsnog mee willen doen.
3.2
Maatschappelijke begeleiding
3.3
Financieel ontzorgen
Alle inburgeraars krijgen maatschappelijke begeleiding. Alle statushouders krijgen dit vanuit de Wi2021. Voor gezinsmigranten biedt en financiert Rotterdam dit zelf, omdat de gemeente de begeleiding belangrijk vindt. De begeleiding bestaat uit praktische hulp en coaching, om praktische zaken op orde te brengen na aankomst in Rotterdam. Na aankomst krijgen de statushouders twee jaar maatschappelijke begeleiding. Voor gezinsmigranten start de maatschappelijke begeleiding na het tekenen van het PIP. Dit is vrijblijvend. In 2023 kregen van de 779 personen bij wie een PIP is vastgesteld 606 gezinsmigranten en overige migranten maatschappelijke begeleiding via workshops en 206 mensen hiervan ontvingen ook individuele maatschappelijke begeleiding.
De statushouders die onder de nieuwe Wi2021 vallen, worden op grond van artikel 56a Participatiewet verplicht financieel ontzorgd. Dit betekent dat de gemeente de vier vaste lasten (water, energie, huur en zorgverzekering) betaalt vanuit de bijstandsuitkering. Deze financiële 9
ontzorging en begeleiding blijkt complex en niet alle statushouders te helpen. Het Ministerie van SZW heeft om deze reden een wetswijziging aangekondigd. Het doel van deze wetswijziging is om een uitzondering te kunnen maken op het ontzorgen op basis van individuele omstandigheden van de statushouder. Voor een deel van de statushouders helpt het ontzorgen niet omdat ze al financieel redzaam is. Rotterdam werkt aan de mogelijkheid meer maatwerk te bieden.
3.4
Brede intake
3.4.1
Rotterdamse Taalstart en Starten in Rotterdam Het programma de Rotterdamse Taalstart (RTS) is gericht op Rotterdamse statushouders met als doel hen een veilig, nuttig en thuisgevoel te geven in Rotterdam. Onderdeel van het programma zijn Nederlandse taallessen, workshops en wegwijs worden in de stad. In 2023 hebben 537 statushouders deze RTS afgerond en zijn er 466 gestart. Er zijn er ook online groepen gestart voor bijvoorbeeld statushouders met gezondheidsklachten of zonder kinderopvang.
Het inburgeringsproces van alle inburgeraars start met de fase van brede intake (dit duurt 10 weken). Door de brede intake ontstaat een zo compleet mogelijk beeld van de situatie van de inburgeraar. De brede intake bestaat uit de volgende onderdelen: gesprekken, leerbaarheidstoets, een assessment van competenties (indien nodig en alleen voor statushouders) en Rotterdamse taalstart (indien nodig en alleen voor statushouders). Na de brede intake wordt het PIP vastgesteld. Daarna gaat de inburgeringstermijn in. In het PIP staan de afspraken die de gemeente maakt met de inburgeraar over onder andere de leerroute, de taalschool en de leefgebieden. De afspraken en doelstellingen in het PIP bepalen wanneer iemand aan de inburgeringsplicht heeft voldaan. Het is een formele beschikking, die de gemeente kan handhaven.
Tot eind 2023 voerde taalaanbieder TopTaal de RTS uit. Sinds 1 januari 2024 is Tulp Training de nieuwe aanbieder. Het herziene programma heet nu: Starten in Rotterdam. Het nieuwe programma is korter (8 in plaats van 10 weken). Ook sluit het beter aan op de fase brede intake van het inburgeringstraject én op de persoonlijke situatie en capaciteiten van de deelnemers, omdat er met verschillende pakketten wordt gewerkt. 3.4.2
Leerbaarheidstoets (LBT) De leerbaarheidstoets (LBT) heeft als doel inzicht te geven in het niveau van de Nederlandse taal dat een inburgeraar kan bereiken in de inburgeringstermijn. Het is een wettelijke verplichting van de Wi2021. De uitkomst van de toets is een indicator voor de gemeente voor het bepalen van een passende leerroute voor de inburgeraar. In figuur 3 worden de aantallen van de uitslagen weergegeven of iemand in staat is om op B1 niveau in te burgeren. Figuur 3. Aantallen statushouders en gezinsmigranten met uitslag LBT B1 wel of niet haalbaar
10
3.5
Leerroutes
Centraal in de Wi2021staan de 3 leerroutes (B1-, Zelfredzaamheids- en de Onderwijsroute) die moeten aansluiten bij de leercapaciteit van de inburgeraar. Na het ondertekenen van een PIP, start de inburgeraar met een leerroute. Voor de statushouders worden deze ingekocht. De gezinsmigranten kopen zelf hun taallessen in.
De B1-route. Inburgeringsplichtigen leren de Nederlandse taal op B1-niveau. Afschalen naar A2 mag na een aanzienlijke inspanning (600 uur taallessen). Tegelijk wordt ingezet om zo snel mogelijk mee te doen in de Nederlandse maatschappij, bijvoorbeeld door (vrijwilligers)werk. In de door de gemeente ingekochte taaltrajecten voor statushouders komt in de loop van het traject steeds meer vaktaal aan bod. Zo wordt taal gekoppeld aan de participatieactiviteit of werk. NLTraining en Toptaal bieden de B1-route aan.
De Onderwijsroute. Inburgeringsplichtigen volgen een taalschakeltraject naar een mbo 2-, 3- of 4-, hbo- of universitaire opleiding. Naast het leren van Nederlands op minimaal B1-niveau worden zij voorbereid op vervolgonderwijs. Zij leren studievaardigheden en vakken die nodig zijn voor de vervolgopleiding. Erasmus Universiteit Rotterdam biedt de hbo/wo-route aan. Het Albeda College biedt de mbo-route en de route B1 naar entree aan.
De Zelfredzaamheidsroute (Z-route). Inburgeringsplichtigen leren Nederlands op A1-niveau en worden voorbereid om mee te doen in de Nederlandse samenleving. Deze route bestaat uit 800 uur taal (inclusief Kennis van de Nederlandse Maatschappij) en 800 uur participatie. De route wordt afgerond met een eindgesprek met de consulent van de gemeente. Stichting Nieuw Thuis Rotterdam (SNTR) biedt de Z-route aan.
De leerroutes worden samen met de regiogemeenten uitgevoerd. Er zijn ook gemeenten buiten de regio die deelnemen aan de door Rotterdam en onze regiogemeenten ingekochte onderwijsroutes, omdat het bieden op grotere schaal van de onderwijsroute voordeliger is en beter te organiseren. Figuur 4. Aantal Rotterdamse statushouders per leerroute
Voor gezinsmigranten is bij 95% de B1-leerroute in de PIP opgenomen en bij 5% de Z-route. Zij moeten zelf hun inburgeringsleerroute regelen en bekostigen. Via DUO kunnen zij een lening ontvangen, maar dit is inkomensafhankelijk. In de praktijk zien we dat ongeveer 50% van deze inburgeraars al werk heeft. Het combineren van een (fulltime) baan met een meerdaagse taalcursus, blijkt vaak lastig. Vanuit de gemeente monitoren we in de voortgangsgesprekken hoeveel iemand werkt en hoe het vordert met (het inkopen van) taallessen inclusief het verloop van het taalniveau.
11
We adviseren altijd om zo snel mogelijk te starten met het inkopen van taallessen. Ook vragen we landelijk aandacht voor de uitdagingen waar gezinsmigranten in de nieuwe Wet inburgering tegenaan lopen. 3.5.1
Verplichte inburgeringsmodules Module Arbeidsmarkt Participatie (MAP) Inburgeraars worden pas aangemeld voor de MAP op het moment dat ze voldoende Nederlands spreken en begrijpen. Dit omdat we het belangrijk vinden dat de inburgeraars de Nederlandse arbeidsmarkt kunnen begrijpen. Aan de module zit een verplichting van 40 uren. Inburgeraars hebben vanuit de Wet inburgering 3 jaar de tijd om aan de MAP te voldoen. Participatieverklaringstraject (PVT) Binnen het verplichte PVT-traject worden de 4 belangrijkste kernwaarden besproken: vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en participatie. Zo maken inburgeraars kennis met de rechten, plichten en waarden van de Nederlandse samenleving. Het PVT-traject is voor statushouders onder de nieuwe en oude wet grotendeels hetzelfde gebleven. Vanuit Rotterdam zijn er 2 workshops aan het programma toegevoegd rondom gezondheid: workshops ‘stress en gezondheid’ en ‘seksuele gezondheid en -oriëntatie’. In 2023 is het PVT voor gezinsmigranten in combinatie met maatschappelijke begeleiding opnieuw aanbesteed. In januari 2024 is het nieuwe aanbod gestart.
3.6
Begeleiding van de ondertussengroep en Einde Lening Inburgeringsplichtig (ELIP)
Inburgeraars in het inburgeringsstelsel van Wi2013 is de zogenaamde ondertussengroep. De inburgeraars van de ondertussengroep die in de problemen dreigen te raken met hun inburgering (omdat hun lening (bijna) op is en/of hun termijn (bijna) is verstreken), worden ELIP’ers genoemd. In de periode november 2022 – maart 2023 moest Inburgering010 zelf de ELIP’ers opsporen (bijvoorbeeld via taalaanbieders of de collega’s van Werk & Inkomen of het Jongerenloket). Sinds maart 2023 deelt DUO de persoonsgegevens direct met ons en werden de ELIP’ers actief gekoppeld aan de gemeente. Wij hebben afgelopen jaar van de 366 ELIP-ers 195 personen succesvol aan de inburgeringsplicht laten voldoen. Tijdige begeleiding van ELIP’ers heeft als groot voordeel dat deze burgers dan geen boetes krijgen of niet verplicht worden hun DUO-lening terug te betalen. Dit maakt dat deze nieuwkomers na hun inburgering klaar zijn om mee te doen in de Nederlandse arbeidsmarkt.
12
4
Werken en Onderwijs In dit hoofdstuk laten we cijfers zien over de situatie van inburgeraars in Rotterdam rondom werk, onderwijs en inkomen.
4.1
Inburgeraars met een Participatiewetuitkering
Op 31 december 2023 ontvingen 2.555 huishoudens met statushouders een uitkering op grond van de Participatiewet. Het aantal huishoudens met statushouders dat afhankelijk is van een Participatiewetuitkering is hoger dan vorig jaar (2.380 huishoudens met statushouders met een uitkering, peildatum 31 december 2022). Het aantal statushouders in de bijstand bedraagt 3.334. Deze aantallen zijn goed te verklaren door de hogere taakstelling; Rotterdam (en andere gemeenten) moesten in 2023 meer statushouders huisvesten. Figuur 5. Aantal huishoudens met statushouders die een Participatiewetuitkering ontvangen.
4.1.1
In- en uitstroom statushouders In 2023 is de instroom hoger dan de uitstroom. Wanneer een statushouder net uit de opvang komt, is men vaak nog niet bezig met het zoeken naar werk. De focus ligt op het verwerken van oorlogstrauma en wat tijdens het vluchten is meegemaakt, het vinden van een woning, het leren van de taal of gezinshereniging. Daarnaast kampen veel vluchtelingen met mentale problemen en andere gezondheidsproblemen. Bovendien is de aansluiting op de arbeidsmarkt niet altijd optimaal, vooral door taalproblemen en het niet erkennen van buitenlandse diploma's. De groep statushouders heeft intensieve begeleiding nodig voordat de stap naar (gesubsidieerd) werk of opleiding mogelijk is. Het is essentieel om meer banen te vinden (of te creëren) die aansluiten bij de mogelijkheden van de statushouders, met goede begeleiding op de werkplek.
13
Figuur 6. Instroom huishoudens met statushouders per maand 2023
4.2
Werk en opleiding
4.2.1
Uitstroomredenen statushouders Figuur 7 en 8 tonen het aantal bijstandsgerechtigde statushouders (819 in 2023) dat is uitgestroomd naar onder andere betaald werk (voltijd), studie/opleiding of andere redenen (zoals een verhuizing naar een andere gemeente). Zoals gewoonlijk constateren we een verschil in uitstroomredenen tussen jongeren (onder de 27 jaar) en volwassenen. Over het algemeen stromen jongeren vaker uit door het vinden van een opleiding. Een positieve ontwikkeling is dat in 2023 zowel het percentage uitgestroomde jongeren als volwassenen is toegenomen in vergelijking met 2022. Met name opvallend zijn de jongeren die een opleiding startten. In 2022 stroomden 23% van de jongeren uit naar een opleiding, in 2023 is dit gestegen naar 42%.
Het leren van de taal in combinatie met participatie, bijvoorbeeld via een reguliere baan, stage, werkervaringsplaats of opleiding, vormt een van de pijlers van de Wi2021. Door taal en werk te combineren (dualiteit) kunnen statushouders sneller participeren, hun taalvaardigheden, werkvaardigheden en zelfredzaamheid versterken en volwaardig meedoen in de maatschappij. Rotterdam zet zich in om statushouders praktijkervaring te laten opdoen via stages, werkervaringsplekken en vrijwilligerswerk.
De afgelopen jaren zagen we dat veel statushouders parttime werken. Dat is een goede ontwikkeling, want dat kan een mooie opstap zijn om volledig te gaan werken. Als men nog bezig is met inburgeren, is parttime werken beter te combineren. In de aankomende monitor inburgering (2024), zullen ook cijfers inzake parttime werk van inburgeraars worden opgenomen. Figuur 7. Uitstroom <27 jaar inclusief reden
14
Figuur 8. Uitstroom >27 jaar inclusief reden
4.2.2
Vrouwelijke statushouders en werk In Rotterdam is een grote meerderheid van de statushouders met een baan man. Dit is in lijn met het landelijke beeld. Vrouwelijke statushouders hebben doorgaans minder vaak een baan. Voor velen is een betaalde baan niet meteen haalbaar. Daarom is het van belang dat gemeenten zich richten op tussenstappen naar werk. Het is essentieel om meer tijd te besteden aan empowerment, met name bij vrouwen die nog geen concrete ideeën hebben over het vinden van werk. In paragraaf 4.4 wordt beschreven welk instrument Rotterdam inzet voor vrouwelijke statushouders.
4.3
Leerwerktrajecten voor statushouders
4.4
Ondersteuning en meedoen
In 2023 hebben 25 statushouders een contract gekregen bij de gemeente Rotterdam. In 2024 zijn er tot nu toe al 8 nieuwe plaatsingen gerealiseerd voor een leerwerktraject. Deelnemers krijgen een (tijdelijk) contract voor een periode van maximaal 1 jaar, daarna stromen zij verder door binnen de gemeentelijke organisatie of slaan hun vleugels uit op de arbeidsmarkt. Tijdens het traject maken de statushouders kennis met verschillende functies en afdelingen en is er extra aandacht voor taal en ontwikkeling. Een speciaal team zoekt en creëert passende leerwerkplekken.
De gemeente Rotterdam gebruikt diverse instrumenten en trajecten om belemmeringen voor statushouders weg te nemen, zodat zij kunnen gaan werken of leren. Figuur 9 geeft een overzicht van de aantallen van instrumenten en trajecten die de gemeente heeft ingekocht bij partners. Onder het figuur staan er enkele trajecten beschreven.
15
Figuur 9. Instrumenten en trajecten voor statushouders4
Sagènn – Z-route doelgroep (zelfredzaamheidsroute)
Sagènn organiseert bijeenkomsten, workshops en andere activiteiten voor nieuwkomers. Hierbij zetten zij vaak sleutelfiguren in. Deelnemers beheersen de Nederlandse taal niet of heel beperkt. Ze zijn beperkt zelfredzaam en hebben een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Voor deze groep nieuwkomers is het vooral belangrijk om (participatie)activiteiten op een passende werkplek uit te voeren. Daar kunnen zij oefenen met de Nederlandse taal. Het vergroten van de zelfredzaamheid is een belangrijk onderdeel van het traject.
Sagènn – B1-route doelgroep
De activiteiten in dit traject zijn in eerste instantie vooral gericht op het oefenen van de Nederlandse taal in een praktijksituatie. Wanneer de deelnemer de Nederlandse taal voldoende beheerst om stappen naar werk te zetten, krijgt de deelnemer hierin ondersteuning en begeleiding.
Calder Werkt – vrouwelijke statushouders
Gemeente Rotterdam ondersteunt statushouders en vrouwelijke statushouders in het bijzonder, om actief deel te nemen in de Nederlandse samenleving. Calder Werkt organiseert bijeenkomsten en workshops. Om zoveel mogelijke vrouwelijke statushouders te bereiken, zetten ze sleutelfiguren in als inspiratie voor vrouwelijke statushouders. Zij moedigen vrouwen ook aan mee te doen in de maatschappij. De eerste fase van het traject is erop gericht vrouwen uit hun isolement te halen. In het tweede jaar wordt aandacht besteed aan arbeidsmarktoriëntatie. Het vinden van werk is niet het doel. Toch zijn enkele vrouwen succesvol doorgestroomd naar werkervaringsplaatsen, zoals in een verzorgingshuis waar zij koffieschenken.
Training bij Centrum 45
In 2023 hebben jonge statushouders die een leerroute volgen bij het Albeda College meegedaan aan een training bij Centrum 45. In dit project leren jonge statushouders het herkennen en erkennen van emoties, omgaan met stress, omgaan met nachtmerries en andere slaapproblemen, de verschillen van normen en waarden in Nederland en hun land van herkomst, bouwen aan een toekomst in Nederland en positieve coping strategieën.
4 Het gaat in deze cijfers om zowel inburgeraars onder de oude als de nieuwe wet. Het is mogelijk dat voor één persoon meerdere instrumenten/trajecten zijn geregistreerd.
16
Universitair Asiel Fonds (UAF) – statushouders voor de klas
Ook in Rotterdam is een tekort aan leraren in het middelbaar onderwijs, met name in de exacte vakken. Aan de andere kant zijn er in Nederland docenten met een vluchtelingenachtergrond voor wie het een uitdaging is om een baan te vinden. Het leerwerktraject UAF, dat in maart 2023 is gestart en 1,5 jaar duurt, probeert dit gat te dichten. Het traject omvat Nederlandse taallessen, aandacht voor lesvaardigheden en een stage. 4.5
Lokale initiatieven Pilot gezondheid statushouders In 2023 zijn we gestart met de pilot ‘gezondheid statushouders’. Om een inburgeringstraject succesvol te doorlopen, is het belangrijk je fysiek én mentaal gezond te voelen. Er is een divers aanbod voor sport en gezondheid in Rotterdam. Binnen de pilot zorgen we ervoor dat ook statushouders van dit aanbod gebruik maken. Zo willen we ervoor zorgen dat ze succesvol kunnen inburgeren én dat alle Rotterdammers (ook nieuwkomers) er een gezonde(re) leefstijl op nahouden. Verkenning toegang zorg voor nieuwkomers In 2022 is er een verkenning gedaan naar toegang tot zorg voor statushouders in de wijk IJsselmonde. Daaruit bleek dat de toegang tot zorg (zowel de vraagwijzer als het wijkteam) voor statushouders niet of onvoldoende toegankelijk is. Deels komt dit doordat statushouders onbekend zijn met ons zorgsysteem en met deze specifieke voorzieningen in de wijk. Dit in combinatie met een taal- en culturele barrière maakt de toegang lastig. Het lukt bijvoorbeeld niet om een duidelijk hulpvraag te formuleren. De inzet van hulp en ondersteuning bij deze doelgroep vraagt van wijkteam soms om een andere aanpak. Het is daarom belangrijk dat medewerkers zich hiervan bewust zijn. Op basis van de uitkomsten van de verkenning is er een informeel netwerk (Club IJ) gestart waar organisaties elkaar snel weten te vinden.
Subsidie Vorig jaar was het laatste jaar dat organisaties subsidie konden aanvragen vanuit het actieprogramma ‘Relax. Dit is Rotterdam’ (2019-2022). Inmiddels is er een nieuwe subsidieregeling vastgesteld gekoppeld aan het actieplan ‘Samenleven in één stad’. Binnen eerdere subsidies konden nieuwe Rotterdammers (die vanuit het buitenland naar onze stad komen) worden ondersteund. Denk hierbij aan initiatieven die bijdragen aan het vergroten en versterken van het eigen netwerk, wegwijs worden in de stad, deelnemen aan laagdrempelige participatie activiteiten en nieuwkomers informeren over de rechten en plichten die de Nederlandse rechtsstaat met zich meebrengt en hiernaar te handelen.
17
Bijlagen
18