CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb002791] Bijlage behorende bij 24bb002790 over Passende zorg voor Heel de Stad

Commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport (2022 - 2026) 22 mei 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Integraal plan Bestuursopdracht Zorg (BOZ)18.787 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Passende zorg voor Heel de Stad Integraal plan Bestuursopdracht Zorg

April 2024

Inhoud Voorwoord

4

Inleiding

5

Inleiding

5

Leeswijzer

5

Samenvatting

6

Deel A Uitgangspunten

9

1.

10

Noodzaak transformatie zorg

1.1

Groeiende zorgvraag

10

1.2

Personeelstekort zorg

13

1.3

Financiële tekorten

14

1.4

Bestuursopdracht Zorg

14

2.

Visie: Passende zorg

16

2.1

Het doel: toekomstbestendige zorg

16

2.2

Aanvullen beleidsplan ‘Heel de Stad’

17

2.3

Wat betekent dit voor de Rotterdammers?

24

2.4

Verbinding andere ontwikkelingen

24

3.

Doorontwikkeling

28

3.1

Versterken sociale basis via oplossingen in andere domeinen

28

3.2

Versterken sociale basis via samenhang formele zorg en informele steun

29

3.3

Versterken sociale basis via inzet preventie en welzijn

29

3.4

Regie op zorgvraag via verbeteren huidige toegang

29

3.5

Rol en organisatie wijkteams

30

3.6

Regie op zorgaanbod via bekostigings- en financieringsmodel

31

3.7

Monitoring en sturing

32

3.8

Lobby naar het Rijk

33

4.

Cultuuromslag

35

4.1

Rol samenleving

35

4.2

Rol gemeentelijke organisatie

36

4.3

Communicatiestrategie

36

Deel B Uitvoering

38

2

5.

Korte termijn: maatregelen

39

5.1

Al ingevoerde maatregelen

39

5.2

Proces ontwikkelen nieuwe maatregelen

40

6.

Pilots Bestaanszekerheid BOZ

42

6.1

Aanpak bestaanszekerheid binnen BOZ

42

6.2

Pilots Bloemhof en Schiebroek

42

6.3

Meten effect en evaluatie

44

Bronnen

46

Bijlage: Stand van zaken BOZ

47

3

Voorwoord Na mijn aantreden als wethouder zag ik de enorm gestegen vraag naar zorg, de enorm gestegen aanvragen voor Wmo en de gestegen zorgzwaarte en lengte van trajecten voor jeugdhulp. Ik zag ook dat het einde van de budgetten steeds eerder in het jaar in zicht kwamen én dat er lang niet altijd voldoende zorgpersoneel is om alle zorg te leveren. Ik zag dat ons zorgstelsel onhoudbaar, onbetaalbaar en onuitvoerbaar is geworden. Deze Bestuursopdracht Zorg, de BOZ, is een poging om de stijgende zorgkosten af te remmen. Het is een poging om de groeiende zorgvraag af te remmen. En het is een poging om de vanzelfsprekendheid van de zorg ter discussie te stellen. Waarom moet er een scootmobiel komen als je minder goed kunt bewegen, terwijl nog minder bewegen juist leidt tot een verdere achteruitgang van je gezondheid? Zorg is niet altijd de enige of de beste oplossing. Daar komt bij dat er te weinig geld is om alles te betalen. Er is in sommige gevallen ook een tekort aan personeel om alle zorg te bieden. Als zorg wordt gezien als recht, is het gevolg hiervan dat mensen die echt zijn aangewezen op zorg, de broodnodige zorg moeilijker of helemaal niet kunnen krijgen. Dat vind ik onacceptabel. Er staan ons als stad Rotterdam grote uitdagingen te wachten.

Met de dubbele vergrijzing en de gemiddeld lagere sociaaleconomische positie van onze inwoners zullen we scherp moeten zijn op hoe we Rotterdammers ook op een andere manier kunnen helpen en wat we als stad aan kunnen. Dat kunnen we niet alleen. Ook landelijk zal hier oog voor moeten zijn. Daar waar het nodig is moeten we zorg kunnen blijven leveren. En daarvoor houden we goed in de gaten waar echt zorg nodig is en hoeveel zorg we kunnen bieden. In dit plan van aanpak beschrijven we hoe we dat gaan doen. Wethouder Ronald Buijt

4

Inleiding Inleiding Het integraal plan Bestuursopdracht Zorg (BOZ) is een aanvulling op het bestaande beleidskader ‘Heel de Stad’. Een eerste aanscherping was al opgenomen in de Wethoudersbrief 13-12-2022: Bestuursopdracht Zorg (met kenmerk 22bb008511). Dit integraal plan bevat de verdere uitwerking van deze aanscherping. Het toont de visie van dit college op toekomstbestendige zorg voor Rotterdammers. Bij de totstandkoming van het beleidsplan ‘Heel de Stad’ in 2020 was er nog geen sprake van een nijpend financieel tekort. Ook de personeelstekorten bij de zorgaanbieders waren nog niet zo nijpend van aard als deze nu zijn. Met deze aanvullingen op het beleid blijven we de uitgangspunten van ‘Heel de Stad’ hanteren, maar passend binnen het kader van beperkte arbeidscapaciteit en middelen. Door schaarste meer expliciet te maken zijn extra keuzes nodig, herpositioneren we ons zelf op een aantal vlakken en krijgen bepaalde aspecten meer aandacht. In dit plan wordt de term ’zorg’ gebruikt als een verzamelterm. Hierbij gaat het om deelsectoren van door de gemeente gefinancierde zorg, zoals maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp, wijkteams, preventie en welzijn. Waar in de tekst maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp wordt bedoeld, is dat expliciet aangegeven.

Leeswijzer Het plan geeft een beeld van onze visie op toekomstbestendige zorg (deel A) en op welke wijze wij hieraan invulling gaan geven (deel B). In deel A van het plan staan onze uitgangspunten beschreven. Zo gaan we in het eerste hoofdstuk dieper in op de uitdagingen in de zorg die een transformatie naar toekomstbestendige zorg noodzakelijk maken. In het tweede hoofdstuk beschrijven we onze visie op toekomstbestendige zorg. Hoofdstuk drie omvat de doorontwikkeling van het zorgstelsel die wij nog willen realiseren. En in hoofdstuk vier gaan we dieper in op een belangrijke randvoorwaarde om dit alles te realiseren: een cultuuromslag op diverse niveaus. Deel B geeft in hoofdstuk vijf een eerste uitwerking van de manier waarop wij invulling willen gaan geven aan de uitgangspunten. Hierin staat beschreven hoe de al ingevoerde maatregelen bijdragen aan de uitwerking van onze visie en op welke wijze nieuwe maatregelen tot stand komen. In hoofdstuk zes lichten we de pilots bestaanszekerheid in Bloemhof en Schiebroek toe. In de bijlage zetten we uiteen wat er tot nu toe is gerealiseerd binnen de Bestuursopdracht Zorg.

5

Samenvatting Aanleiding Bestuursopdracht Zorg De gemeente Rotterdam ziet een toenemende stijging van de zorgvraag en daarmee gerelateerde zorgkosten. De groei in aantal cliënten en zorgzwaarte leidt naast druk op zorgmedewerkers tot stijgende zorguitgaven. Het budget dat het Rijk beschikbaar stelt, groeit onvoldoende mee: steeds meer geld uit de begroting van de gemeente Rotterdam wordt aan zorg besteed. Dit is geen houdbare situatie en stelt de gemeente voor de uitdaging om meer mensen te helpen met hetzelfde budget. Dit zorgt, samen met de verwachte verdere cliëntgroei, voor toenemende wachtlijsten en druk op de betaalbaarheid van het stelsel. Maatregelen zijn nodig om de zorg houdbaar, uitvoerbaar en betaalbaar te houden en beschikbaar voor zij die zorg nodig hebben. Het uitwerken en implementeren van maatregelen vindt plaats vanuit de Bestuursopdracht Zorg. De Bestuursopdracht Zorg moet leiden tot een transformatie. Niet alleen in de zorg, maar in het hele sociaal domein. Er zijn immers allerlei factoren die invloed hebben op de vraag naar zorg. Deze bestuursopdracht richt zich op het gemeentelijk zorgdomein terwijl het een groter maatschappelijk probleem is. De essentie en tegelijkertijd de complexiteit is dat het een probleem is van de samenleving waarvan de effecten ook zichtbaar zijn in het zorgdomein.

Het ontbreken van voldoende bestaanszekerheid of samenredzaamheid heeft zo ook zijn effecten op het gemeentelijke zorgdomein. We hebben een brede transformatie nodig om de sociale basis in de stad te versterken, zodat we ook andere oplossingen kunnen bieden aan mensen die (even) niet (geheel) zelfstandig kunnen participeren in de samenleving. Visie op zorg Deze transformatie vindt plaats vanuit de visie dat Rotterdam streeft naar een samenleving waarin mensen voor elkaar klaar staan wanneer iemand ergens hulp bij nodig heeft. De focus ligt op het versterken van de verbinding en samenredzaamheid tussen Rotterdammers onderling en tussen bewoners en maatschappelijke organisaties in de wijken en de stad. Samen zorgen we voor een sociaal en opvoedkundig klimaat, op basis waarvan bewoners elkaar kunnen helpen bij het weer onderdeel worden van de samenleving, kinderen zich in voldoende mate kunnen ontwikkelen en er niet altijd (dure) inzet van de overheid nodig is als het met iemand (even) wat minder goed gaat. Alleen Rotterdammers die dat nodig hebben, krijgen individuele ondersteuning en hulp. Daarbij houden we, gezien de schaarse middelen, niet alleen rekening met de toegankelijkheid en kwaliteit van deze ondersteuning en hulp, maar ook met de benodigde personeelsinzet en de kosten.

We zorgen voor een optimale verdeling van de beschikbare middelen over de mensen die zorg het hardst nodig hebben. Ons doel is dat maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp - nu en in de toekomst houdbaar, uitvoerbaar en betaalbaar zijn. Hierbij gaan wij uit van ons huidig beleidsplan ‘Heel de Stad’. Het steeds nijpender tekort aan zorgprofessionals en aan financiële middelen maakt noodzakelijk dat wij dit plan aanvullen met de volgende uitgangspunten: •

Niet elke hulpvraag is een zorgvraag. Er wordt gestreefd naar het wegnemen van de grondoorzaken van zorgvragen en het bevorderen van een gezonde leefstijl en bestaanszekerheid. Zorg is niet altijd de enige of beste oplossing;

6

• • •

•

•

We gaan uit van iemands gezondheidspotentieel. De focus ligt op wat iemand wel kan, belangrijk vindt en eventueel wil en kan veranderen; We normaliseren zorgvragen, onder andere door de verwachting te uiten dat mensen – met steun van elkaar - tegenslagen verduren; Wij gaan preventie en welzijn gerichter inzetten, daar waar mogelijk, om een deel van de zwaardere zorg te voorkomen, uit te stellen of te vervangen door een beter passend en betaalbaarder aanbod; Bij de verdeling van middelen en capaciteit geven we prioriteit aan het leveren van geïndiceerde zorg aan inwoners die deze zorg het hardst nodig hebben. Om zorg voor hen beschikbaar te houden gaan we elders zorg minderen wanneer dat kan; We zoeken naar efficiëntere en effectievere manieren om met beperkte middelen om te gaan.

Doorontwikkeling van het zorgstelsel Als gemeente Rotterdam hebben wij in het verleden diverse keuzes gemaakt over de vorm en financiering van ons zorgstelstel. Wij zijn kritisch op deze keuzes en onderzoeken hoe het stelsel beter kan. We willen op de volgende aspecten ons zorgstelsel doorontwikkelen om de sociale basis in de stad versterken: •

• • • • •

• •

Stimuleren dat vanuit diverse beleidsthema’s, zoals wonen, armoedebestrijding, werkgelegenheid, onderwijs en GGZ-hulp voor ouders een effectievere bijdrage wordt geleverd aan het verminderen van de groeiende zorgvraag; Investeren in de samenhang tussen informele ondersteuning en formele ondersteuning van welzijn en professionele zorg; Versterken inzet preventie en welzijn; Verbeteren van onze toegang; Onderzoeken wat de besparingsmogelijkheden zijn bij de wijkteams en welke effecten dit heeft op andere zorgkosten; Onderzoeken of wij in de toekomst beter kunnen overstappen naar een andere uitvoeringsvariant voor jeugdhulp en Wmo-maatwerkondersteuning en dus voor een andere bekostigingssystematiek; Verbeteren van de verankering van onze principes voor monitoring en sturing binnen onze processen; Voorzetten van onze lobby naar het Rijk voor extra financiële middelen, ander Rijksbeleid en andere wetgeving.

Het versterken van de sociale basis kost tijd. Als de doorontwikkeling leidt tot grote aanpassingen aan het Rotterdamse zorgstelsel dan zijn daar meerdere jaren aan voorbereiding en implementatie voor nodig. Impact op Rotterdammers Handelend vanuit de visie en uitgangspunten, zal de gemeente kritischer zijn bij de afweging wie (meteen) toegang krijgt tot zorg en wie niet, en wie wellicht ook geholpen kan worden met andere vormen van hulp. We blijven passende zorg leveren, maar dit kan ook betekenen dat Rotterdammers vaker te horen krijgen dat ze zich met hulp uit hun netwerk moeten redden, dat ze geïndiceerde zorg niet (meer) of niet meteen toegewezen krijgen, dat ze zorg in digitale vorm ontvangen, dat ze te maken krijgen met afgeschaalde zorg of dat ze verwezen worden naar andere vormen van hulp. En dat ze, wanneer ze eenmaal in zorg zijn,

7

zich (met begeleiding) moeten voorbereiden op hernieuwde zelfstandigheid. Dit vraagt om andere verwachtingen bij inwoners, zorg- en welzijnsaanbieders, zorgprofessionals en onszelf als gemeente. Cultuuromslag De transformatie in de zorg vereist een cultuuromslag. Belangrijke punten zijn onder meer het besef dat zorg niet altijd het antwoord is, vaker prioriteit geven aan werk, regelmaat en zingeving en het maken van scherpe keuzes over voor wie zorg het meest noodzakelijk is. Daarnaast is er behoefte aan een ethisch debat over wat goede zorg is en wat van de overheid kan worden verwacht op het gebied van zorg. Wij roepen de samenleving op om meer bewust te worden van de mogelijkheden om zorgvragen zelf of met hulp elkaar op te lossen, om alledaagse kwetsbaarheden te accepteren en om minder aanspraak te maken op zorgrechten. Dit vraagt om een verandering in de mindset en een grotere rol voor informele zorg. Ook moeten professionals in staat zijn om adequaat in te schatten welke zorg noodzakelijk is en soms 'nee' te verkopen, wat professionele dilemma's met zich meebrengt.

8

Deel A Uitgangspunten

9

1.

Noodzaak transformatie zorg

Cijfers over gezondheid van Rotterdammers1 • De bevolkingsgroei in Rotterdam is groter dan de gemiddelde bevolkingsgroei in Nederland. • De vergrijzing in Rotterdam (16%) gaat minder snel dan gemiddeld in Nederland, de verwachting is dat in 2040 18,2% van de Rotterdammers ouder is dan 65 jaar. • In Rotterdam ligt de sociaaleconomische status van inwoners ruim onder het landelijke gemiddelde. • In Rotterdam heeft 30% van de inwoners van 18 jaar en ouder enige tot grote moeite met rondkomen • Rotterdam staat in de top 3 van gemeenten met het hoogste percentage ernstig eenzamen. • De gezonde levensverwachting van ‘de Rotterdammer’ ligt 4,8 jaar lager dan het Nederlandse gemiddelde. • Het percentage rokers en personen met overgewicht is in Rotterdam hoger dan het gemiddelde in Nederland. • In Rotterdam groeit 14% van de kinderen op in een bijstandsgezin (landelijk gemiddelde is 6%). • In Rotterdam groeien relatief veel kinderen op in een eenoudergezin; 10,3% (landelijk 7,3%) • Het percentage tienermoeders in Rotterdam (0,71%) is hoger dan in de rest van Nederland (0,29%). • In Rotterdam voelt 54,6% van de jongeren zich (zeer) vaak gestrest (landelijk 44,4%). • In Rotterdam denken jongeren vaker aan suïcide. In Rotterdam was dit 24,8%, landelijk 21,4%.

•

In Rotterdam ontvangt 8,1% van de jongeren jeugdhulp (landelijk 11,1%)2.

De gemeente Rotterdam ziet een toenemende stijging van de zorgvraag en daarmee gerelateerde zorgkosten. Rotterdammers hebben steeds vaker een hulpvraag. De druk op zorgmedewerkers groeit door de stijgende hulpvraag en zorgorganisaties en gemeente krijgen de zorg steeds moeilijker georganiseerd. Daarnaast zijn de zorguitgaven van de gemeente de afgelopen jaren fors gestegen. In dit hoofdstuk gaan wij dieper in op de uitdagingen in de zorg die een transformatie noodzakelijk maken. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden en de transformatie mogelijk te maken, heeft het college besloten tot een Bestuursopdracht Zorg.

1.1 Groeiende zorgvraag De vraag naar jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning van Rotterdammers groeit de afgelopen jaren sterk. Hierbij zien we twee verschillende ontwikkelingen. Bij de Wmo stijgt het aantal cliënten, bij de jeugdhulp stijgen met name de zorgzwaarte en de lengte van de trajecten.

Regiobeeld IZA Samen Zorgen voor Morgen, Zorgkantoorregio Capelle a/d IJssel, Krimpen a/d IJssel en Rotterdam 2 Dashboard - Jeugd en jeugdhulpverlening - Rotterdam (waarstaatjegemeente.nl) 1

10

Wmo 45.000 40.000 35.000 30.000 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 0 2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Figuur 1: Aantal Wmo-arrangementen in Rotterdam (blauw is realisatie, oranje is prognose)3

In de eerste helft van 2022 ontvingen bijna 34.000 Rotterdammers Wmomaatwerkondersteuning. In 2018 waren dit er bijna 28.000. Dat is een toename van meer dan 20%. De huidige prognose is dat het cliëntaantal stijgt naar meer dan 40.000 in 2026. De grootste cliëntgroep is ouderen; ruim 18.000 ouderen ontvangen Wmomaatwerkondersteuning. Deze groei heeft een aantal oorzaken. Ten eerste is het aantal inwoners in Rotterdam gegroeid. In Rotterdam zijn daarnaast relatief meer inwoners met een lagere sociaaleconomische positie. Uit onderzoek blijkt dat mensen met een lagere sociaaleconomische score een groter beroep doen op de zorg. Ook is sinds de decentralisatie in 2015 doelbewust de zorg toegankelijk, nabij en passend georganiseerd. Dit heeft de groei aan hulp en ondersteuning bevorderd. Het aantal cliënten is met name gestegen bij ouderen en mensen met psychosociale problematiek (de cliëntgroep GGZ extramuraal4). Bij ouderen is sprake van een dubbele vergrijzing. Er komen steeds meer ouderen bij en door een stijgende levensverwachting krijgen meer mensen ouderdomsziekten. Daarnaast is de landelijke beweging dat ouderen langer zelfstandig blijven wonen. Bij GGZ is de landelijke beweging dat mensen met psychosociale problematiek meer in de eigen omgeving ondersteund worden (ambulantisering). Daarnaast wordt de samenleving steeds complexer en individualistischer.

Er is een toenemende vraag naar ondersteuning van mensen die moeite hebben deel te nemen aan onze complexe maatschappij. Bijvoorbeeld mensen met een licht verstandelijke beperking, ouderen en anderen met weinig tot geen digitale vaardigheden. De paradox5 is dat er meer psychische klachten zijn in rijke landen dan in arme landen. Behalve dat de frequentie hoger is, is ook de impact van mentale stoornissen op het dagelijks leven groter in rijke dan in arme landen. De toename van angst, depressie en verslaving wordt toegeschreven aan culturele veranderingen, zoals de opkomst van sociale media en Raadsmonitor over het Rotterdamse stelsel van welzijn, zorg en jeugdhulp (steeds eerste helft van het jaar) 4 We maken onderscheid tussen intramurale en extramurale zorg. Intramurale zorg is zorg die cliënten ontvangen gedurende een verblijf in een instelling. Extramurale zorg is zorg die de cliënt op afspraak bij de zorgaanbieder krijgt, of die de zorgaanbieder bij de cliënt aan huis levert. 5 Het tekort van het teveel – Damien Denys 3

11

technologie, een verhoogde sociale druk om maatschappelijk te presteren en een verminderende sociale band met de omgeving. Tot slot heeft ook de invoering van het abonnementstarief in 2020 voor de Wmo gezorgd voor een groei in het aantal cliënten. Voorheen werd een inkomensafhankelijke bijdrage gevraagd. Nu betaalt iedereen landelijk een vast bedrag als eigen bijdrage (in 2024 20,60 euro per maand). Sinds de invoering van het abonnementstarief is het aantal mensen dat gebruik maakt van huishoudelijke hulp in de hogere inkomensklasse landelijk ongeveer verdubbeld.6 Jeugd Landelijk was al voor de decentralisatie sprake van een stijgende vraag naar jeugdhulp. De landelijke Hervormingsagenda Jeugd wijdt dit aan maatschappelijke trends (prestatiedruk, sociale media, etc.) en samenhang met aanpalende domeinen (onderwijs, bestaanszekerheid, volwassenen zorg, veiligheid). De landelijke trend van groei in lichte jeugdhulp zien we in Rotterdam minder. We constateren vooral dat er de afgelopen jaren steeds zwaardere zorg (arrangementen) wordt afgegeven. Hoewel de zwaarste zorg wordt ingezet in de regionale jeugdhulp, kunnen oorzaken en oplossingen voor een toename van zwaardere zorg niet alleen gezocht worden in de regionale jeugdhulp.

Voor jeugd geldt een grote afhankelijkheid in de keten: welzijn, preventie, huisartsen, wijkteams, lokale jeugdhulp, regionale jeugdhulp, bescherming & veiligheidspartners. We zien knelpunten in de aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp. Daardoor zitten Rotterdamse jeugdigen langer in jeugdhulp dan gewenst. De vraag naar individuele specialistische jeugd-GGZ is groot. Daarbij verloopt de toeleiding voor een groot deel buiten de Rotterdamse gemeentelijke toegang, namelijk via huisartsen. In de regionale jeugdhulp leidt de afbouw van de gesloten jeugdhulp tot een toename van een-op-een zorg, waarbij zorg met uitzonderlijk hoge weektarieven wordt gegeven. De investeringen in intensieve hulp bij onze wijkteams lijken te leiden tot een afname van jeugdbeschermingsmaatregelen. Door ontwikkelingen bij jeugdbescherming voor de verplichte verlaging van de caseload, krapte op de arbeidsmarkt en de invoering van een landelijk tarief, zien we deze investering bij de wijkteams niet gelijk terugbetaald in een afname kosten jeugdbescherming. De recente kostenstijging in de regionale jeugdhulp geeft nog meer urgentie om te komen tot een duurzaam jeugdstelsel, waarbij de vraag naar individuele jeugdhulp omgebogen wordt.

6

Kwart meer gebruik Hulp bij het huishouden via Wmo dan in 2019 | CBS

12

1.2 Personeelstekort zorg

Figuur 2: Personeelstekort in de zorg Rotterdam-Rijnmond – Bureau de Rotterdamse Zorg september 2023

De groei van de zorgvraag leidt tot een steeds grotere druk op zorgmedewerkers, ook vanwege de krapte op de arbeidsmarkt. Zorgorganisaties hebben steeds meer moeite om de zorg te organiseren. Soms lukt het helemaal niet meer en ontstaan of groeien de wachttijden en wachtlijsten. Uit de laatste prognose van Bureau de Rotterdamse Zorg7 blijkt dat we in 2026 4.000 zorgmedewerkers tekortkomen. En in 2032 een tekort van 10.000 medewerkers. Dat is een tekort van meer dan 10%. Het gaat hierbij om het totale tekort aan zorgmedewerkers in de regio Rijnmond, dus ook in ziekenhuizen, bij huisartsen, thuiszorg en sociaal werk. In figuur 3 is te zien wat het verwachte personeelstekort per branche is in 2032 en in welke drie branches dat probleem het grootst is. Aangezien veel, door de gemeente gefinancierde, zorg wordt geleverd door de branches GGZ en sociaal werk, hebben deze tekorten impact op de zorg die wij kunnen bieden aan Rotterdammers.

Figuur 3: Personeelstekort per branche in de zorg Rotterdam-Rijnmond in 2032 - Bureau de Rotterdamse Zorg september 2023

Ook de complexiteit van de zorg en de werkdruk nemen toe. Het personeel ervaart steeds meer druk, door de toenemende vraag en veranderd gedrag van zorggebruikers. Zo ervaart 60% van de zorgmedewerkers agressie. Het verzuim bij alle zorgmedewerkers ligt rond de 10%8. De uitstroom is hoog vanwege pensioen (vergrijzing). Daarnaast kiezen steeds meer professionals voor het zzp-schap. 7 8

2023_sept_Arbeidsmarktprognoses.pdf (derotterdamsezorg.nl) Regiobeeld IZA Samen Zorgen voor Morgen, Zorgkantoorregio Capelle a/d IJssel, Krimpen a/d IJssel en Rotterdam

13

Vanuit Jeugd leidt een transformatie van het zorgaanbod (afbouw residentieel naar meer in de gezinscontext) ook tot vraag om andere jeugdhulp-expertises, die niet altijd op korte termijn beschikbaar zijn. Landelijke ontwikkelingen als Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming vragen veel van lokale teams. En daar speelt al een personeelstekort. Een verdere transformatie van de zorg legt druk op de vraag naar aanbod van preventie en welzijn en daarmee op de arbeidskrachten in deze sector.

1.3 Financiële tekorten 1200 1000 800 600 400 200 0 2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

REALISATIE Lasten voor BOZ

2025

2026

BEGROTING Lasten na BOZ

Figuur 4: Ontwikkeling zorguitgaven gemeente Rotterdam x € 1.000, prognose bij start BOZ

De groei in aantal cliënten en zorgzwaarte leidt naast druk op arbeidskrachten tot stijgende zorguitgaven. Het budget dat het Rijk beschikbaar stelt groeit onvoldoende mee: steeds meer geld uit de begroting van de gemeente Rotterdam wordt aan zorg besteed. Bij het opstellen van het coalitieakkoord in voorjaar 2022 werd bekend dat zonder ingrijpen de Rotterdamse uitgaven voor zorg en welzijn naar verwachting zouden oplopen tot bijna 1,1 miljard euro per jaar waarmee circa een kwart van de begrote lasten van de gemeente naar zorg zou gaan. Dit is geen houdbare situatie en stelt de gemeente voor de uitdaging om meer mensen te helpen met hetzelfde budget. Dit zorgt, samen met de verwachte verdere cliëntgroei, voor toenemende druk op de betaalbaarheid van het stelsel. Maatregelen zijn nodig om de zorg houdbaar, uitvoerbaar en betaalbaar te houden. Het uitwerken en implementeren van maatregelen vindt plaats vanuit de Bestuursopdracht Zorg. Met de maatregelen worden de verwachte zorguitgaven teruggedrongen tot ca. 900 miljoen euro.

1.4 Bestuursopdracht Zorg Het vorige college heeft de stijgende zorgkosten telkens voor twee jaar begroot. Bij de coalitieonderhandelingen (voorjaar 2022) is een meerjarige prognose van de zorguitgaven ingebracht. Deze liet een grote stijging zien van de zorguitgaven. Het huidige college heeft toen besloten om van deze systematiek af te stappen en in de begroting van 2023 de stijgende zorgkosten meerjarig te begroten. Daarbij is besloten om het tekort grofweg als volgt te verdelen: 1/3 te dekken door extra geld uit de algemene middelen, 1/3 te dekken door

14

lobby naar het Rijk (verwachte extra Rijksbijdrage) en 1/3 te dekken door maatregelen te nemen om deze groei te dempen. Alleen meer geld erbij was niet de oplossing. Door de arbeidsmarktproblematiek ontbreekt het simpelweg aan medewerkers om al deze zorg te verlenen. Het college heeft vervolgens in september 2022 de Bestuursopdracht Zorg vastgesteld. Met als doel uitvoering te geven aan de noodzakelijke maatregelen, op de korte en lange termijn, voor de houdbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid van de Wmo en jeugdhulp. In het coalitieakkoord zijn onderstaande financiële reeksen opgenomen met betrekking tot het tekort Zorg: mln €

2023

2024

2025

2026

Tekort zorg

- € 67,4 - € 128,0 - € 162,6 - € 197,2

Extra bijdrage algemene middelen

€ 51,4

Terugdraaien bezuiniging jeugdzorg Rijk

€ 70,0

€ 47,0

€ 39,0

€ 5,0

€ 23,0

€ 23,0

€ 5,6

€ 13,2

€ 33,0

€ 47,0

€ 62,0

€ 20,0

€ 40,0

€ 60,0

Bijdrage huishoudelijke hulp Wmo Maatregelen pakket (Wmo en Jeugdhulp) - onderdeel BOZ Verwachte extra bijdrage Rijk – onderdeel BOZ

€ 16,0

Tabel 1: Financiële reeksen opgenomen in he coalitieakkoord met betrekking tot tekort Zorg -mei 2022

Deze bestuursopdracht is veelomvattend en bestaat o.a. uit: • Benoemen en implementeren van maatregelen om de groeiende zorgvraag te remmen (maatregelenpakket). • Een meer doeltreffende inzet en betere samenwerking met aanpalende domeinen, zoals preventie, onderwijs, werk, wonen en veiligheid, mede om toekomstige zorgvraag te beperken en de bestaanszekerheid te vergroten. • Datagedreven werken verder invoeren, zodat we goed onderbouwde keuzen kunnen maken en ons sturingsmodel kunnen aanscherpen. • Stevige lobby naar het Rijk voeren. Zij dienen ook hun verantwoordelijkheid te nemen en een bijdrage te leveren aan de stijgende zorgkosten.

15

2.

Visie: Passende zorg

In hoofdstuk 1 staat beschreven dat steeds meer Rotterdammers zorg nodig hebben. En dat de beschikbare middelen om die zorg te leveren niet toereikend zijn. We willen mensen die hulp nodig hebben niet in de steek laten. Maar doorgaan op de huidige weg is geen optie. De Bestuursopdracht Zorg moet leiden tot een transformatie. Niet alleen in de zorg, maar in het hele sociaal domein. Er zijn immers allerlei factoren die invloed hebben op de vraag naar zorg. Naast gezondheid, zijn dit bijvoorbeeld ook de woon-, dagbesteding- en inkomenssituatie en de aan- of afwezigheid van een sociaal netwerk van iemand. We hebben een brede transformatie nodig om de sociale basis in de stad te versterken, zodat we ook andere oplossingen kunnen bieden aan mensen die (even) niet (geheel) zelfstandig kunnen participeren in de samenleving. Een heldere visie en doel geven richting aan die transformatie. In dit hoofdstuk gaan we in op hoe de visie en uitgangspunten uit beleidskader ‘Heel de Stad’ worden aangevuld om toekomstbestendige zorg te bereiken. Vanuit deze aanvullende visie hebben wij vorm en inhoud gegeven aan de Bestuursopdracht Zorg. Aanvullende visie In Rotterdam staan we voor elkaar klaar als iemand ergens hulp bij nodig heeft. Daarom stimuleren we verbinding en samenredzaamheid tussen bewoners onderling en tussen bewoners en maatschappelijke organisaties.

Samen zorgen we voor een sociaal en opvoedkundig klimaat, op basis waarvan bewoners elkaar kunnen helpen bij het weer Waar komt deze visie vandaan? Uit heel de stad? Ik vind het erg ver vd realiteit. Vooral de optimale onderdeel worden van de samenleving, kinderen zich in voldoende mate kunnen verdeling, wie bepaalt dat en onder welke randvoorwaarden? ontwikkelen en er niet altijd (dure) inzet van de overheid nodig is als het met iemand (even) wat minder goed gaat. Alleen aan Rotterdammers die meer nodig hebben om mee te blijven doen in de samenleving, geven we individuele ondersteuning en hulp. Daarbij houden we, gezien de schaarse middelen, niet alleen rekening met de toegankelijkheid en kwaliteit van deze ondersteuning en hulp, maar ook met de benodigde personeelsinzet en de kosten. We zorgen voor een optimale verdeling van de beschikbare middelen over de mensen die zorg het hardst nodig hebben.

2.1 Het doel: toekomstbestendige zorg De zorg kan in de huidige vorm en op de huidige manier niet worden voortgezet. Meer geld beschikbaar stellen is niet de oplossing. En het tekort aan zorgpersoneel is met de huidige arbeidsmarkt niet snel opgelost. Laat staan dat we de verwachte groei aan zorgvraag kunnen bijbenen. Dit stelt de gemeente en zorg- en welzijnsaanbieders voor de uitdaging om meer mensen te helpen met hetzelfde budget en dezelfde personele capaciteit. Dit vraagt om andere vormen van het organiseren van de zorg en kritisch te zijn op wat echt noodzakelijke ondersteuning is. We moeten weloverwogen keuzes maken om te garanderen dat zorg beschikbaar blijft voor Rotterdammers die dat nodig hebben. Ons doel is dat maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp - nu en in de toekomst - houdbaar, uitvoerbaar en betaalbaar zijn.

16

Naast een tekort aan zorgprofessionals, lijkt ook de inzet van zorg niet altijd effectief. Rotterdammers hebben regelmatig jarenlang een indicatie voor zorg, waarbij die indicatie in de loop van de tijd ook regelmatig in zwaarte toeneemt. Terwijl het doel van die ondersteuning is dat men – dankzij de zorg – zelfredzamer en/of samenredzamer wordt en daardoor minder of niet meer afhankelijk is van zorg. Voor een toekomstbestendige zorg is verandering noodzakelijk. Er is bij iedereen een andere manier van denken en doen nodig.

2.2 Aanvullen beleidsplan ‘Heel de Stad’ We willen zorg blijven bieden aan Rotterdammers die dat nodig hebben. Hierbij gaan wij uit van ons huidig beleidsplan ‘Heel de Stad’. Het steeds nijpender tekort aan zorgprofessionals en aan financiële middelen maakt noodzakelijk dat wij dit plan op een aantal aspecten aanvullen. De uitgangspunten van ‘Heel de Stad’ blijven overeind. Heel de Stad in het kort In beleidsplan Heel de Stad beschrijven we dat iedere Rotterdammer een eerlijke kans verdient op een gezond, veilig en betekenisvol leven. Sommige Rotterdammers hebben daar (tijdelijk) ondersteuning bij nodig. Met preventieve maatregelen proberen we de tegenslagen waar mensen mee te maken kunnen krijgen te voorkomen of verzachten. En daar waar het functioneren en participeren van mensen echt niet (meer) lukt, reiken we een hand uit en wordt er ondersteuning geboden. Dat organiseren we op maat en dichtbij, zoveel mogelijk in de eigen wijk en aansluitend op de leefwereld van onze bewoners. Het doel is duurzaam herstel en perspectief voor de toekomst voor wie dat haalbaar is. Een deel van de Rotterdammers zal altijd hulp of ondersteuning nodig hebben. Voor hen is er een kwalitatief goed zorgaanbod beschikbaar. We zetten het bestaande ondersteuningsstelsel daarvoor in en gaan dat optimaliseren.

Het stelsel moet veerkrachtig zijn, het moet ruimte bieden voor maatwerk en voor vroeg en geïntegreerd kunnen ingrijpen. Goede zorg moet organiseerbaar blijven. We willen dure of arbeidsintensieve hulp en ondersteuning zoveel mogelijk voorkomen, verplaatsen of vervangen door meer preventieve, collectieve en digitale vormen van hulp en ondersteuning. Heel de Stad is een budgetneutraal plan. Maatregelen uit het plan die een intensivering vereisen, kunnen alleen worden genomen door een andere taak of activiteit om te buigen. We voegen daar de volgende uitgangspunten aan toe.

Niet elke hulpvraag is een zorgvraag Uitgangspunt Mensen die met een zorgvraag bij onze loketten en wijkteams komen, hebben vaak eigenlijk een andere hulpvraag. Ze hebben bijvoorbeeld een woning nodig of hebben financiële stress. Een zorgaanbod lost de vraag vaak niet op en is onnodig duur. We willen zoveel mogelijk de grondoorzaken van zorg wegnemen.

17

Vanuit ons gezondheidsbeleid proberen we onderliggende oorzaken voor zorgvragen al in een vroeg stadium te voorkomen. Dat doen we door in te zetten op collectieve preventie, voor alle Rotterdammers en selectieve, geïndiceerde en zorggerelateerde preventie voor Rotterdammers die extra risico lopen of kampen met beginnende problematiek/gezondheidsklachten. Bijvoorbeeld door te werken aan een gezonde fysieke woon- en leefomgeving, bestaanszekerheid, een duurzame en stevige sociale basis, betere gezondheidsvaardigheden en een gezonde leefstijl.

Zo kan het ook: Wijkpreventie Welschen In de wijk Welschen in Overschie werken zorg, welzijn, wonen en bewoners intensief samen in een preventieve, outreachende aanpak gericht op het vroegtijdig signaleren van problematiek en ondersteuning die nodig is bij kwetsbare bewoners. Het doel is om te voorkomen dat bewoners van de wijk Welschen afhankelijk worden van zorg en niet meer zelfstandig kunnen wonen. Daarnaast wordt er actief gewerkt aan het bouwen van een informeel netwerk binnen de buurt Welschen. De zorgorganisatie en welzijnsaanbieder en woningbouw in de wijk hebben een wijkpreventie team opgezet. De buurtcoaches vanuit de zorgaanbieder en welzijnsorganisatie, de sociaal beheerder vanuit de woningbouw en bewoners gaan regelmatig op bezoek bij kwetsbare bewoners. Zij zetten hun verschillende expertises vanuit zorg, welzijn en wonen in om kwetsbare bewoners tijdig te helpen, waardoor verergering van problematiek en afhankelijkheid van zorg vaak kan worden voorkomen.

We streven naar meer bestaanszekerheid en perspectief voor iedere inwoner. Daarom zoeken we ook naar oplossingen buiten het zorgdomein, zoals werk, armoede- en schuldenbeleid, onderwijs en wonen. Als je geen werk, inkomen of huis hebt, is de kans dat je zorg nodig hebt groter. Er is sprake van een brede maatschappelijke opgave. Een belangrijke partner bij het bestrijden van bestaansonzekerheid is het Nationaal Programma Rotterdam Zuid, dat al veel ervaring heeft met deze problematiek. Voor Jeugd zetten we in op een verschuiving van individuele jeugdhulp naar ondersteuning in de (gezins)context, zoals beschreven in de landelijke Hervormingsagenda Jeugd. We zien nu regelmatig compensatie met individuele jeugdhulp voor andere vraagstukken. Niet alleen bij problemen rond bestaanszekerheid, zoals financiën en huisvesting, maar ook bij problematiek in het gezin (complexe echtscheiding, GGZ-vragen van ouders), problematiek in de context (onderwijs), of bij andere voorzieningen (Wlz). Naast aandacht vanuit de Bestuursopdracht Zorg zet de gemeente veel breder in op bestaanszekerheid en perspectieven van haar inwoners door de sociale basis van de stad te versterken. In hoofdstuk 3 Doorontwikkeling gaan we verder in op hoe we in de toekomst meer verbinding van andere domeinen met zorg willen leggen door het voorkomen van of uitstellen van de noodzaak tot zorg.

18

We gaan uit van iemands gezondheidspotentieel Uitgangspunt We hanteren een brede definitie van gezondheid: positieve gezondheid. Het gaat er om wat iemand wél kan, belangrijk vindt en eventueel wil en kan veranderen. Gezond zijn gaat niet alleen om de lichamelijke kanten van gezondheid. Maar ook om het vermogen om je aan te passen, om te gaan met gezondheidsbeperkingen, welbevinden, eigen regie, veerkracht, participatie, talentonwikkeling en zingeving. Uitgangspunt is het gezondheidspotentieel in plaats van het gebrek daaraan. Werken vanuit dit concept biedt kansen om preventie, zorg en welzijn beter met elkaar te verbinden en te vertalen naar de Rotterdamse praktijk van hulp en (preventieve) ondersteuning. Het concept past bij het denken vanuit risico-, beschermende en versterkende factoren voor het jeugddomein. Het sluit aan bij het denken vanuit de kracht van ouderen, hun talenten en het blijven benutten van hun vaardigheden. En daarmee bij vitaal ouder worden. Bij het ondersteunen van Rotterdammers met een hulpvraag gaan we zoveel mogelijk uit van het oplossend vermogen van mensen zelf, samen met hun sociale omgeving. De hulp richt zich op het ondersteunen van mensen bij het aanpassen of herstel van hun functioneren. Zodat zij zo onafhankelijk mogelijk hun dagelijkse activiteiten kunnen uitvoeren.

Het omarmen van dit gedachtengoed is van groot belang voor de toekomstbestendigheid van het stelsel. We willen Rotterdammers stimuleren meer gebruik te maken van hun sociale netwerk en samenredzaamheid. Naast zorg van zorgprofessionals, ontvangen mensen regelmatig ook hulp van naasten en vrijwilligers. Voor kwetsbare groepen en hun mantelzorgers zijn er verschillende vormen van respijtzorg: de Mantelaar,9 dagbesteding, het logeerhuis en diverse maatwerkvoorzieningen. We kunnen en zullen (in)formele organisaties die een aanbod van lichte vormen van zorg en ondersteuning bieden in de wijken, ook wel bekend als het voorliggend veld10 beter inzetten. Dit kan parallel lopen met de inzet van geïndiceerde zorg als Rotterdammers zo diep in de problemen zitten dat ze daar zonder professionele zorg niet uitkomen. We kijken echter ook verder dan zorg. Een welzijnsorganisatie kan iemand die eenzaam is bijvoorbeeld ook goed helpen. En een schuldhulpverlener is nodig om Rotterdammers met schulden(stress) te ondersteunen. Een jeugdige kan naast een behandeling ook gebaat zijn bij het benutten van zijn talenten en inzet van daarbij passend onderwijs. Hierbij kan inzet verschuiven naar preventie en de daar gebruikte methoden die positief gedrag stimuleren.

De Mantelaar is een voorziening, die in het Rotterdampakket van VGZ zit en waar mantelzorgers 20 dagdelen per jaar ondersteuning van hun mantelzortaken ontvangen van een zorgstudent. 10 Het voorliggende veld staat voor het totaal aan algemene voorzieningen dat beschikbaar is in een wijk of gemeente. Het gaat dus om alle voorzieningen voor (hulp)vragen zonder indicatie. Denk hierbij aan jongerenwerk, welzijns-, vrijwilligers-, bewoners- en levensbeschouwelijke organisaties. 9

19

We normaliseren zorgvragen Uitgangspunt Niet alle (mentale) problemen ontstaan door een ziekte en ze zijn ook niet allemaal op te lossen met behandeling. In lijn met de landelijke Hervormingsagenda Jeugd willen we onnodige medicalisering11 tegengaan. Niet alleen bij jeugdigen, ook bij volwassenen. Bij problematiek die hoort bij het leven zoals, gezins- en relatieproblemen, onvrede op het werk, ziekte en dood zien we dat er tegenwoordig eerder een beroep wordt gedaan op professionele hulpverlening. In Nederland wordt relatief veel gebruik gemaakt van GGZzorg in relatie tot omliggende landen, terwijl zorg niet altijd de oplossing is. Hier willen we vanaf. Sommige tegenslagen of ongemakken horen bij het leven. Het leven is minder maakbaar dan we zouden willen. We moeten met (steun van) elkaar ook tegenslagen verduren. Als gemeente kunnen we dit bevorderen, door onze toegang tot zorg hierop in te richten. De nieuwe knooppunten Jeugd moeten bijv. de hoge Jeugd-GGZ-vraag gaan ombuigen. De landelijke wetswijziging van de Jeugdwet kan een middel zijn voor onze toegang om zorgvragen om te buigen. Meer inzet van preventie en welzijn, bijvoorbeeld collectieve preventieve inzet, kan vragen opvangen die nu in de jeugdzorg belanden. Ook kunnen we sociaalemotionele en opvoedvaardigheden van kinderen, jongeren en ouders versterken, zodat zij een grotere veerkracht ontwikkelen.

Tegelijkertijd vraagt het anders denken over het gewone leven. Wat mogen we bijvoorbeeld verwachten van ouders in de opvoeding? En het vraagt een investering in een sterke sociale en pedagogische basis met ketenpartners, bijvoorbeeld voor jeugd met onderwijs en kinderopvang. Kinderen zijn een groot gedeelte van hun tijd op school of bij de opvang, zodat ook in die setting gewerkt wordt vanuit dezelfde uitgangspunten. Zo kan het ook: Kinderopvang plus Kinderopvang plus is opvang voor Rotterdamse kinderen van 0 tot 13 jaar, die niet naar een gewone kinderdagopvang, peutergroep of buitenschoolse opvang kunnen, omdat zij extra begeleiding, aandacht en zorg nodig hebben. Kinderopvang Plus is altijd tijdelijk. Het is de bedoeling dat kinderen door de extra begeleiding, aandacht en zorg later naar een gewone opvang of school kunnen. Dankzij de kinderopvang plus maken jonge kinderen meer kans om onderwijs te volgen en wordt instroom van deze jonge kinderen in de jeugdhulp (o.a. medisch kinderdagverblijven en ontwikkelcentra) voorkomen of het verblijf in de jeugdhulp verkort.

11

Medicalisering: niet medische zaken onterecht benoemen en behandelen als een gezondheidsprobleem.

20

Het normaliseren12 van zorgvragen en het versterken van het gewone leven, is niet iets dat de gemeente zelf kan oplossen. Dit vraagt om een cultuuromslag van alle betrokkenen (onder wie Rotterdammers, politici, zorg- en welzijnsprofessionals) en van de hele samenleving. De huidige maatschappij spiegelt voor dat ieders leven perfect moet zijn. Maar dat is voor velen niet de realiteit. Normaliseren betekent dat Rotterdammers die een tegenslag krijgen of ongemak ervaren, in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor het oplossen van hun probleem, al dan niet met hulp uit hun sociaal netwerk.

Uitgangspunt

We zetten preventie en welzijn gerichter en intensiever in

Preventiemaatregelen kunnen een kansrijk, gezond en veilig leven van onze inwoners ondersteunen en een beroep op duurdere zorg voorkomen. Wij gaan (jeugd)preventie, welzijn en eHealth gerichter inzetten, daar waar mogelijk, om een deel van de zwaardere zorg te voorkomen, uit te stellen of te vervangen door een beter passend en betaalbaarder aanbod. De maatschappelijke kosten van mensen die onvoldoende bewegen, eenzaam zijn of voortijdig schoolverlaten zijn hoog. Volgens onderzoek van de Universiteit van Maastricht heeft een eenzaam persoon jaarlijks gemiddeld 2.595 euro hogere zorgkosten dan een niet eenzaam persoon. Onvoldoende mentale weerbaarheid leidt gemiddeld tot 1.000 euro extra zorgkosten per jongere per jaar. Een jongere die aan de beweegrichtlijn gaat voldoen bespaart zorgkosten, heeft een hogere kwaliteit van leven, een hogere levensverwachting, is productiever, minder ziek en presteert beter op school. Dit vertegenwoordigt een maatschappelijke waarde van 37.000 tot 74.000 euro over de rest van zijn of haar leven. Een verveelvoudiging van de investering in preventieve gezondheidsaanpakken en sociaal werk is een rendabele maatschappelijke investering13. Het stelt sociaalwerk-, levensbeschouwelijke en andere organisaties in de wijk in staat meer mensen te bereiken en hun passendere hulp te bieden. Daardoor gaan de succesratio’s bij de bereikte mensen omhoog.

Vanuit het beleidskader ‘Heel de Stad’ is al ingezet op welzijn en preventie. We gaan samen met zorg- en welzijnsaanbieders verder onderzoeken welk aanbod aan preventieve en welzijnsactiviteiten nodig zijn in de wijken om het beroep op geïndiceerde zorg te kunnen verminderen. En we kijken welke middelen en overige randvoorwaarden daarvoor nodig zijn. We zetten hier de specifieke uitkering van het Integraal Zorgakkoord (IZA) zo effectief mogelijk in om de gewenste transformatie van individuele, specialistische hulp naar meer collectief aanbod van welzijn, preventie en laagdrempelige hulp te realiseren. Bovenstaande visie sluit aan bij de leidende principes van Gezonder010. Dat is het onlangs verschenen plan gezondheidsaanpak Rotterdam. De aanpak behandelt gezondheid als gemeenschappelijk doel, samenwerken voor meer impact, positieve gezondheid en inzet op vroege preventie. Met normaliseren bedoelen we het verminderen van de zorgvraag door middel van het benadrukken van de eigen verantwoordelijkheid van jeugdigen, opvoeders, volwassenen en het sociale netwerk. En tevens moeten we waken voor onnodig diagnosticeren of problematiseren van incidenten en afwijkingen van het gemiddelde, of ‘de norm’ 13 Waarbij we ons ervan bewust zijn dat een deel van de winst mogelijk niet in het sociaal domein, maar in het medisch domein tot uitdrukking zal komen. 12

21

Zo kan het ook: Herstelacademies Rotterdammers die te maken hebben gehad met ontwrichtende situaties en hulp kunnen gebruiken bij psychisch herstel, kunnen terecht bij één van de Herstelacademies in de wijk. Dit zijn laagdrempelige steunpunten waarbij wordt samengewerkt tussen welzijnsorganisaties, zorgaanbieders en ervaringsdeskundigen. Deze Herstelacademies bevinden zich in de Huizen van de Wijk en zijn laagdrempelig toegankelijk voor wie dat nodig heeft. Hier kunnen Rotterdammers terecht om te werken aan een positief zelfbeeld, betekenisgeving en het stapsgewijs meer greep krijgen op hun eigen leven.

Uitgangspunt

We gaan prioriteren en houden zorg allereerst beschikbaar voor hen die dit het hardst nodig hebben

Er is sprake van schaarste. Als de preventieve inzet toch niet voldoende is om mensen weer onderdeel te laten zijn van de samenleving, geven we bij de verdeling van middelen en capaciteit prioriteit aan het leveren van geïndiceerde zorg aan inwoners die deze zorg het hardst nodig hebben. De focus komt te liggen op de Rotterdammers in de meest kwetsbare posities. Om zorg voor hen beschikbaar te houden gaan we in de Wmo onderzoeken of we kunnen stoppen met bepaalde, lichtere vormen van geïndiceerde zorg en deze mogelijk verplaatsen naar de informele zorg. Daarnaast gaan we na of er, indien verantwoord, een wachttijd overbrugd kan worden totdat de zorg wordt ingezet. Voor het jeugddomein werken we een analyse uit van het jeugdhulpgebruik. En we werken aan een normatief kader van gewenst gebruik op de lange termijn en wat daarvoor nodig is. Dit betekent ook dat we innovatief moeten omgaan met lichte hulpvragen en het organiseren van overbruggingsaanbod. We zetten hier geen dure zorg op in, maar richten ons op passend aanbod. We gaan hiervoor meer werken met collectief en digitaal aanbod. We blijven de Rotterdammer centraal stellen, maar kijken daarbij wel kritischer waar (nu) echt zorg nodig is of waar de Rotterdammer (nog langer) zelf of met hulp van zijn omgeving of informele zorg zaken kan oplossen.

Ook voor jeugd willen we de transformatie maken van dure individuele hulp naar meer collectieve en digitale inzet en het versterken van de pedagogische basis. Om zorg te kunnen blijven bieden aan hen die dat het hardst nodig hebben schalen we elders zorg af. We begeleiden mensen soms jarenlang. Terwijl geïndiceerde zorg binnen de Jeugdwet en de Wmo van oorsprong voornamelijk een tijdelijk karakter heeft. We vragen ons af of het langdurig bieden van intensieve, geïndiceerde zorg effectief en noodzakelijk is. Bij jeugdigen en volwassenen willen we een grotere nadruk leggen op dat tijdelijke karakter van zorg. De nadruk moet liggen op het zelfstandig(er) worden of zo lang mogelijk thuis (Wmo) of zo thuis mogelijk (Jeugdwet) wonen. We willen mensen, waar dat mogelijk is, meer bieden dan een lange carrière als zorgcliënt.

22

Uiteraard denken we daarbij niet aan mensen zonder enig perspectief op herstel. Maar bij wie er wel mogelijkheden zijn voor een grotere zelfstandigheid, gebruik van het netwerk of uitstroom uit de zorg, gaan we deze benutten. We kijken naar de mogelijkheid om korte herstelgerichte trajecten of reablement-trajecten aan te bieden en om alternatieven te vinden voor de inzet van soms langdurige zorg. Denk hierbij aan trainingen, het gebruik van technologie en het voorliggend veld. Indien passend dient dure of arbeidsintensieve zorg vervangen te worden door lichtere, digitale of hybride vormen van zorg. Zo kan het ook: Reablement Reablement is een effectieve manier van werken. Daarbij gaan we zoveel mogelijk uit van het oplossend vermogen van mensen zelf. En van het ondersteunen van mensen om hun functioneren te herstellen of aan te passen, zodat zij zo onafhankelijk mogelijk hun dagelijkse activiteiten kunnen uitvoeren. Startpunt daarbij is om samen met de cliënt meer aandacht voor eigen regie en positieve gezondheid te hebben. Dit betekent dat het uitgangspunt is om te onderzoeken wat iemand (met hulp van het netwerk) wel kan of wel kan leren. Waar mogelijk en nodig met algemene of collectieve vormen van ondersteuning en met inzet van (nieuw te ontwikkelen) reablement-interventies. Denk aan de inzet van een ergotherapeut of fysiotherapeut of van (technologische) hulpmiddelen.

Ook zijn we kritisch over de zwaarte in relatie tot de effectiviteit van de zorg. Met name bij jeugdhulp streven we naar het niet meer gaan voor de maximale en dure inzet en compenseren voor het ‘falen’ van andere domeinen. Denk aan het gebrek aan plekken in het specialistisch onderwijs. De inzet van informele steun kan helpen bij het verkorten en verlichten van zorg. In lijn met de landelijke Hervormingsagenda Jeugd en geluiden uit de stad, investeren we meer in de aansluiting tussen formele zorg en informele steunstructuren.

We willen efficiënter en effectiever werken Uitgangspunt

We gaan meer focussen op effectiviteit. Hoe bereiken we maximale impact met schaarse middelen? Niet op het niveau van individuele Rotterdammers maar in het totaal van middelen. Bij de inzet van schaarse middelen hoort ook een efficiënte werkwijze en meer inzicht in de effecten van zorg. Om dit te bereiken moeten we vaker creatieve oplossingen en innovaties inzetten en hun werkzaamheid onderzoeken. Dat vraagt goede data en monitoring. Ook willen we nadenken over hoe we overhead kunnen reduceren. Daardoor ontstaat bij organisaties en zorgprofessionals meer ruimte voor de kerntaken. We streven naar het bieden van effectieve zorg met een soepeler uitvoeringsproces, waarin minder administratieve lasten zitten, en naar beheersing van de kosten van de zorg. Samen met de aanbieders werken we doorlopend aan leren en verbeteren. Wat werkt en wat draagt ècht bij

23

aan de ontwikkeling van Rotterdammers naar meer zelfstandigheid, eigen regie en kansrijk, veilig en gezond opgroeien? En waar kunnen we juist mee stoppen? We blijven inzetten op fraudebestrijding. Bij zorgfraude gaat het om handelen dat opzettelijk in strijd is met de regels, gericht op eigen of andermans (financieel) gewin. Zorgfraude is een structureel vraagstuk dat vraagt om preventie, pro-actie en reactie. Passende zorg in de praktijk In 2023 zijn we begonnen met het uitvoeren van maatregelen in het kader van bovenstaande aanvullingen op Heel de Stad. Deze staan beschreven in hoofdstuk 5. Ze zijn allemaal toe te wijzen aan de aanvullende uitgangspunten.

2.3 Wat betekent dit voor de Rotterdammers? We moeten keuzen maken om zorg houdbaar, uitvoerbaar en betaalbaar te houden en willen een betrouwbare en duidelijke gemeente zijn en dus helder zijn over de reikwijdte van de gemeentelijke hulp en ondersteuning naar onze inwoners en onze partners. De maatregelen die wij nemen op basis van de aangescherpte uitgangspunten zijn generalisaties. De Wmo en jeugdhulp blijven voor een belangrijk deel individuele voorzieningen, die individueel aangevraagd moeten worden en individueel beoordeeld worden door een indicatiesteller. Maar we zullen kritischer zijn bij de afweging wie (meteen) toegang krijgt tot zorg en wie niet, en wie wellicht ook geholpen kan worden met andere vormen van hulp. We blijven passende zorg leveren, maar dit kan ook betekenen dat inwoners vaker te horen krijgen dat ze zich met hulp uit hun netwerk moeten redden, dat ze geïndiceerde zorg niet (meer) of niet meteen toegewezen krijgen, dat ze zorg in digitale vorm ontvangen, dat ze te maken krijgen met afgeschaalde zorg of dat ze verwezen worden naar andere vormen van hulp. En dat ze, wanneer ze eenmaal in zorg zijn, zich (met begeleiding) moeten voorbereiden op hernieuwde zelfstandigheid. Dit vraagt om andere verwachtingen bij inwoners, zorg- en welzijnsaanbieders, zorgprofessionals en onszelf als gemeente.

2.4 Verbinding andere ontwikkelingen Naast de BOZ zijn er andere (landelijke) programma’s, akkoorden en lokale initiatieven, die bijdragen aan een toekomstbestendige zorg. Vanuit de BOZ zoeken wij naar integraliteit met deze programma’s, zodat zij maximaal bijdragen aan onze Rotterdamse doelen. Hieronder een korte beschrijving van de belangrijkste programma’s en de samenhang met de BOZ. Integraal Zorg Akkoord (IZA) Op 18 december jl. hebben partners binnen de Zorgkantoorregio Rotterdam-Rijnmond14 een regioplan ondertekend. Dit regioplan is de eerste stap in de uitwerking van het landelijke Integraal Zorgakkoord (IZA) en is opgebouwd langs 10 actielijnen. In dit regioplan (Samen Zorgen voor Morgen) hebben partijen afspraken gemaakt over het afschalen van dure zorg, niet-vrijblijvende domeinoverstijgende samenwerking en het toewerken naar ‘de juiste zorg op de juiste plek'. Het landelijke IZA is primair gericht op besparingen in de curatieve zorg (Zvw en Wlz), maar dat kan natuurlijk niet zonder de gemeentelijke zorg. Daarom is afgesproken om de gemeentelijk gefinancierde zorg daarbij te betrekken, zodat het gehele palet van zorg en 14 De gemeenten Rotterdam, Capelle a/d IJssel, Krimpen a/d IJssel, de preferente zorgverzekeraar

Zilveren Kruis en de in de regio actieve zorgaanbieders.

24

ondersteuning beschouwd wordt. Dit komt in het regioplan in verschillende thema’s terug. Maar de relatie met de gemeentelijk gefinancierde zorg is het meest duidelijk in de thema’s Jeugd & Gezin, Integrale Wijkaanpak en Gezond Ouder Worden. In de actielijn Integrale Wijkaanpak hebben regiogemeenten en zorg- en welzijnspartners de gezamenlijke ambitie om gezondheidsverschillen tussen de verschillende wijken te verkleinen. Dit willen zij doen door preventiegericht te werken, meer inzet via collectieve en informele zorg en het actief bevorderen van integraal werken binnen het veld van zorg en ondersteuning en over de domeinen van maatschappelijke ondersteuning en zorg heen. Ook binnen het thema Jeugd & Gezin verbinden we jeugdhulp met voorliggende voorzieningen. We verbinden in het kader van welzijn op recept jeugdpreventie en welzijn met de knooppunten jeugd-ggz. Deze verbinding naar preventie bij verwijzingen naar de knooppunten gebruiken we om meer collectieve in plaats van individuele inzet te realiseren. Vanuit het thema Gezond Ouder Worden zetten we in op (val)preventie, reablement en bewustwording, het versterken van de sociale basis en op Langer Thuis. Hierbij verbinden we de uitvoering van de welzijnsopdracht met de gemeentelijke actieagenda Goud voor Oud.

Daarin zijn bewustwording, talentontwikkeling, valpreventie, dementievriendelijk Rotterdam en woonzorgopgaves vanuit het Langer Thuis-akkoord opgenomen. De processen van het IZA en de BOZ versterken elkaar. Het gaat immers om een totaalbeweging in de zorg. Meer preventie, meer hulp uit de omgeving, meer ondersteuning uit het voorliggend veld, meer maatwerk en minder medicaliseren. Het wordt krachtiger om deze beweging gezamenlijk aan te duwen, dan om de verschillen te benadrukken. We werken vanuit dezelfde maatschappelijke vraagstukken en uitdagingen. Zo is het bijvoorbeeld goed om de discussie over bestaanszekerheid vanuit het IZA ook op landelijk niveau bespreekbaar te maken. Vanuit IZA kunnen investeringen, die nodig zijn om onze visie te realiseren, (tijdelijk) gefinancierd worden. De beweging van het IZA kan er echter ook toe leiden dat er zwaardere, landelijk gefinancierde Zvw-zorg verschuift naar door de gemeente gefinancierde Wmo-zorg. Wmoondersteuning is immers goedkoper dan curatieve zorg. Dus dat kan in bepaalde gevallen passen in de beweging van afschaling van zorg, maar niet goed uitpakken voor de gemeente. Het is niet de verwachting dat dit een grote stroom is, maar we zijn er alert op. Het IZA gaat veel meer over het anders organiseren van de zorg, dan over anders toewijzen.

Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) Het GALA heeft als doel gezondere inwoners in 2040. Met Rotterdammers die waardig en gezonder ouder worden en langer zelfstandig wonen. En met 'de gezondste generatie jeugd', die kansrijk opgroeit in een leefomgeving met een sterke sociale basis. Met dit akkoord ontwikkelen gemeenten met partners een samenhangende lokale en regionale aanpak voor gezondheid, sport en bewegen en een sterke sociale basis. In het GALA zijn doelen opgesteld om te werken aan gezond en actief leven. Denk aan het terugdringen van gezondheidsachterstanden, een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten en het versterken van de sociale basis. Maar ook het terugdringen van eenzaamheid en het bevorderen van mentale gezondheid en mantelzorg. Binnen onze visie op toekomstbestendige zorg is een grotere rol weggelegd voor preventie. De doelstellingen van GALA komen overeen met onze visie en versterken elkaar.

25

WoZo (Wonen en Zorg ouderen) Het landelijke programma Wonen en Zorg Ouderen van VWS en BZK (2022) is gericht op de opgaves die de vergrijzing met zich meebrengt. Om zorg en ondersteuning voor ouderen in de toekomst organiseerbaar en betaalbaar te houden wordt de norm: ‘zelf als het kan, thuis als het kan, digitaal als het kan’. Belangrijke onderwerpen in dit programma zijn het in gesprek gaan met ouderen, sterke basiszorg voor ouderen en het scheiden van wonen en zorg voor ouderen. Uitwerking van het landelijk beleid WoZo vindt in Rotterdam plaats vanuit het zorgkantoor (met inzet van transitie- en regiomiddelen), vanuit het IZA regioplan en vanuit de gemeentelijke actieagenda Goud voor Oud. Hervormingsagenda Jeugd (HAJ) Duurzaam Rotterdams Jeugdstelsel De landelijke Hervormingsagenda Jeugd bevat een groot pakket afspraken om de jeugdzorg te verbeteren en financieel houdbaar te krijgen. De agenda helpt ons de Rotterdamse jeugdzorg duurzaam te krijgen. De uitgangspunten ‘passende en nabije jeugdhulp’ voor de Rotterdamse jeugdhulp zijn vooral gebaseerd op beleidskaders ‘Heel de Stad’ en regiovisie ‘Passend en Nabij’. De landelijke Hervormingsagenda scherpt deze uitgangspunten aan met een beweging van minder individuele jeugdhulp naar meer werken vanuit de (gezins)context.

Dat betekent meer inzetten op het aanbod van vormen van lichte zorg en ondersteuning in de wijken (preventie, welzijn, toegang, wijkteams) en aanpalende domeinen (onderwijs, volwassenen GGZ, bestaanszekerheid). Ook maken wij daarnaast de bewuste keuze de beweging te stimuleren van ‘goede volledige hulp’ naar ‘voldoende passende hulp’. In de financiële maatregelenreeks opgenomen in het coalitieakkoord (zie ook tabel 1), is ook de opgelegde besparing vanuit het Rijk op jeugdmiddelen opgenomen. De maatregelen die voortkomen uit de Hervormingsagenda Jeugd zijn onderdeel van de BOZ en de RBOK (zie hieronder). Het is noodzakelijk dat goede dataverzameling en monitoring ingericht zijn, zodat we aan het Rijk onze inspanningen kunnen laten zien. Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing Jeugd (RBOK) De 13 gemeenten in de regio Rijnmond werken samen in een regeling; de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR). Deze gemeenten werken samen voor de inkoop van specialistische jeugdhulp. Zij zien nu en de komende jaren een grote stijging van de kosten. De RBOK bestaat uit een pakket van ongeveer 50 maatregelen om de kosten van de specialistische jeugdhulp de komende jaren aanzienlijk terug te dringen.

De BOZ-maatregelen die de gemeente Rotterdam wil nemen op dit gebied, worden uitgewerkt in de RBOK, waar het de regionale contracten raakt of als regionale samenwerking voordelen oplevert. Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming In juli 2023 is het landelijk programmaplan (2023-2026) vastgesteld door de het Rijk, VNG/gemeenten, gecertificeerde instellingen, Veilig Thuis-organisaties, Raad voor de Kinderbescherming en cliëntvertegenwoordigers. Het toekomstscenario beoogt een integraal systeem- en mensgerichte werkwijze en een slim en effectief stelsel. Daardoor wordt tijdige, passende en samenhangende hulp en bescherming geboden aan kinderen en volwassen, die te maken hebben met een acute of structurele bedreiging van een gezonde en veilige thuissituatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=f874e0e2-9641-465d-a4b4-705d00b944da