[24bb002684] Bijlage 2 behorende bij 24bb002681 over Eindevaluatie schoolzorgteams
Tekst van het document
Versterking door intensivering Eindrapportage onderzoek School Zorg Teams
Leonie Middelbeek, Suzanne Gerritsen, Janne de Roode & Michiel van der Grinten
Inhoudsopgave
1
Inleiding ......................................................................................................................................... 5 1.1 School Zorg Teams in Rotterdam................................................................................................. 5 1.2 Onderzoeksvragen ....................................................................................................................... 6 1.3 Leeswijzer .................................................................................................................................... 6
2
Onderzoeksaanpak ........................................................................................................................ 7 2.1 Vragenlijst .................................................................................................................................... 7 Opzet vragenlijst .......................................................................................................................... 7 Uitzetten van de vragenlijst ......................................................................................................... 8 Respons op de vragenlijst ............................................................................................................ 8 2.2 Interviews .................................................................................................................................... 9 Interviewleidraad ........................................................................................................................ 9 Selectie ........................................................................................................................................ 9 Overzicht interviews en deelnemers ......................................................................................... 10 2.3 Inventarisatie kwantitatieve dataverzameling ..........................................................................
10
3
Bevindingen ................................................................................................................................. 11 3.1 Ontwikkelingen tot nu toe ......................................................................................................... 11 Input . …………………………………………………………………………………………………………………………………..11 Proces …………………………………………………………………………………………………………………………………..14 Output ....................................................................................................................................... 23 Outcome .................................................................................................................................... 29 Tevredenheid over het School Zorg Team ................................................................................. 30 3.2 Inventarisatie kwantitatieve dataverzameling .......................................................................... 39 Data over de extra capaciteit vanuit het School Zorg Team...................................................... 39 Data over de inzet van hulp ....................................................................................................... 39 Data over het aantal thuiszitters en verwijzingen naar het speciaal (basis)onderwijs .............
40 Privacy ....................................................................................................................................... 40
4
Conclusies en aanbevelingen ....................................................................................................... 42 4.1 Conclusies .................................................................................................................................. 42 4.2 Aanbevelingen ........................................................................................................................... 45
Bijlage 1 Bijlage 2
Monitorkader ........................................................................................................... 49 Overzicht kwantitatieve dataverzameling t.b.v. langere termijn monitor ................. 51
Onderzoek School Zorg Teams – Eindrapportage concept
1
Inleiding
1.1
School Zorg Teams in Rotterdam
5
In 2021 is de gemeente Rotterdam samen met de grote Rotterdamse schoolbesturen, Nationaal Programma Rotterdam Zuid (hierna: NPRZ) en samenwerkingsverband Passend Primair Onderwijs Rotterdam (hierna: PPO) met het initiatief van de School Zorg Teams gestart. De ambitie is om de aansluiting van de hulpverlening op het onderwijs beter, concreter en praktischer te regelen door: a) de capaciteit van het schoolmaatschappelijk werk uit te breiden en de wijkteams op scholen voor primair onderwijs in de gehele stad te positioneren om daarmee de School Zorg Teams op sterkte te brengen; b) de taakverdeling en samenwerking tussen de vier deelnemende professies in de School Zorg Teams beter te regelen; c) beter en consequenter te voorzien in preventie, vroegsignalering en lichtere vormen van hulpverlening.1 Aan de School Zorg Teams nemen (in elk geval) vier professies deel: intern begeleider(s) van de school (hierna ook: ib-er(s)), de schoolcontactpersoon van samenwerkingsverband PPO Rotterdam, een schoolmaatschappelijk werker en een wijkteammedewerker-op-school. De schoolmaatschappelijk werker (hierna ook: smw-er) krijgt urenuitbreiding om op school te werken. Het aantal uren is in principe afhankelijk van de schoolgrootte (1 uur voor iedere 10 leerlingen + 20%), waarbij de reeds aanwezige zorg en zorgprofessionals worden meegenomen in de exacte toewijzing van uren.
De wijkteammedewerker-op-school gaat een vast aantal uren op school werken, namelijk vier uur per week.2 De mogelijkheid om een School Zorg Team te vormen wordt geboden aan alle basisscholen in Rotterdam met een hoge of zeer hoge schoolweging. 3 Dit gaat in totaal om 125 basisscholen. Scholen starten op verschillende momenten met het School Zorg Team: tussen oktober 2021 en december 2023. Het vormen van de School Zorg Teams betreft een innovatie waarbij de werkroutines van verschillende disciplines nader met elkaar worden verbonden. De gemeente heeft Oberon gevraagd om onderzoek te doen naar de voortgang en gepercipieerde resultaten van de teams. De bevindingen uit dit onderzoek kunnen worden meegenomen in de verdere ontwikkeling en structurele inbedding van de School Zorg Teams in het Rotterdamse basisonderwijs.
1
2 3
Nationaal Programma Onderwijs - Rotterdam. School-zorg-teams Op Sterkte. Raamovereenkomst. Vastgesteld op 5 november 2021. Opdrachtbeschrijving onderzoek School Zorg Teams, januari 2023. De schoolweging wordt door het Centraal Bureau voor de Statistiek berekend en zegt iets over het risico op onderwijsachterstanden van een leerlingpopulatie van een school. Op scholen met een hoge schoolweging is dat risico hoger dan op scholen met een lage schoolweging. Zie ook: Inspectie van het Onderwijs (2022). Schoolweging PO. Verkregen op 31-7-2023 van https://data.overheid.nl/dataset/schoolweging-po
6
1.2
Oberon
Onderzoeksvragen
In het onderzoek staan 8 onderzoeksvragen centraal. Deze zijn opgesteld aan de hand van het monitorkader (Bijlage 1) dat we ontwikkelden op basis van de door de gemeente Rotterdam, NPRZ en PPO gemaakte afspraken over de School Zorg Teams. De onderzoeksvragen luiden: [Input] Inzet extra capaciteit 1. Op welke manier wordt de extra inzet van schoolmaatschappelijk werk en het wijkteam op de scholen gerealiseerd? In hoeverre verloopt dit conform planning en plan; waarom wel of niet? [Proces] Intensivering samenwerking onderwijs- en zorgprofessionals 2. Aan welke doelen hebben professionals van de School Zorg Teams gewerkt binnen de geïntensiveerde samenwerking? 3. Welke activiteiten, instrumenten en interventies zijn/worden ingezet om deze doelen en de overkoepelende doelen (rol- en taakverduidelijking, ouderbetrokkenheid, verbinding preventief jeugdhulpaanbod en ondersteuning in de school) te bereiken? [Output] Korte termijn effecten 4. Wat zijn de gepercipieerde (eerste) effecten en resultaten van de School Zorg Teams voor kinderen en hun ouders? 5. Wat zijn de gepercipieerde (eerste) effecten van de School Zorg Teams op het samenspel en de samenwerking tussen professionals in de School Zorg Teams, de school en jeugdhulp? 6.
Welke bevorderende en werkzame factoren dragen bij aan de effecten? En/of welke belemmerende factoren (zoals personele wisselingen) spelen een rol? [Outcome] Lange termijn effecten 7. Welke effecten worden gezien en/of verwacht op de volgende indicatoren? a. Afname van de inzet van zwaardere vormen van jeugdhulp. b. Afname van wachtlijsten in de jeugdhulp. c. Afname van werkdruk onder professionals. d. Stijging tevredenheid onder leerkrachten. 8. Op welke manier kan gebruik worden gemaakt van de dataverzameling uit de bestaande systemen om de effecten van de aanpak van de School Zorg Teams gedurende een langere periode te monitoren?
1.3
Leeswijzer
In deze eindrapportage volgt na dit inleidende hoofdstuk, hoofdstuk 2 waarin de onderzoeksaanpak is beschreven. In hoofdstuk 3 volgen de bevindingen die zijn gebaseerd op de uitkomsten van een vragenlijst, de afname van interviews en een inventarisatie van kwantitatieve gegevens die worden verzameld en mogelijk interessant zijn voor het monitoren van de beoogde lange-termijn-effecten. Tot slot formuleren we in hoofdstuk 4 de conclusies.
Onderzoek School Zorg Teams – Eindrapportage concept
2
7
Onderzoeksaanpak
Om de onderzoeksvragen te beantwoorden, hanteerden we een aanpak met zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve component. Op deze manier kunnen we zowel een overall beeld schetsen van de ontwikkelingen op de scholen met een School Zorg Team als verdiepend zicht krijgen op processen en de werkzame en belemmerende factoren identificeren. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe de onderzoeksaanpak eruitzag. We gaan daarbij in op de vragenlijst die we uitzetten, de interviews die we afnamen en de gesprekken die we voerden met de dataspecialisten van gemeente Rotterdam en samenwerkingsverband PPO ten behoeve van de inventarisatie van monitordata met het oog op de toekomst.
2.1
Vragenlijst
Om een overall beeld te schetsen van de ontwikkelingen van de School Zorg Teams die gestart zijn in oktober 2021 tot en met juni 2023, zetten we in juni 2023 een vragenlijst uit onder de professionals die deel uitmaken van deze teams. Opzet vragenlijst De vragenlijst is opgesteld op basis van het monitorkader dat is opgesteld voor dit onderzoek (bijlage 1). Hierin zijn de uitgangspunten en de succesindicatoren opgenomen die in de raamovereenkomst over de School Zorg Teams staan. Dat geldt ook voor de overkoepelende afspraken over de praktische invulling van de School Zorg Teams. In de vragenlijst is gevraagd naar: de realisatie van de extra uren (de input); de wijze waarop het werken in het School Zorg Team verloopt (het proces); de gepercipieerde opbrengsten (de output); en de op de langere termijn verwachte opbrengsten voor leerlingen, ouders en de betrokken organisaties. We zetten de vragenlijst uit onder de professionals die deel uitmaken van de School Zorg Teams. Dat zijn de intern begeleider(s) (of andere functionaris leerlingenzorg), de schoolmaatschappelijk werker(s), de aan de scholen gekoppelde wijkteammedewerker-op-school en de schoolcontactpersoon van PPO (hierna: scp PPO).4 Vanwege het uitgangspunt dat luidt dat scholen in de regie zijn, is de vragenlijst ook onder de directie van deelnemende scholen uitgezet.
In de vragen in de vragenlijst is rekening gehouden met de verschillende functies van betrokken professionals en de verschillende startmomenten van de School Zorg Teams. Zo hebben betrokkenen uit School Zorg Teams die pas in de tweede helft van schooljaar 2022-2023 zijn gestart, geen vragen gekregen over de mate waarin doelen behaald zijn.
4
Nationaal Programma Onderwijs - Rotterdam. School-zorg-teams Op Sterkte. Raamovereenkomst. Vastgesteld op 5 november 2021.
8
Oberon
Uitzetten van de vragenlijst Bij het uitzetten van de vragenlijst hebben we gebruik gemaakt van de contactgegevens waarover gemeente Rotterdam beschikte. Oberon heeft een bestand ontvangen met alle contactgegevens. Professionals die betrokken zijn bij meerdere School Zorg Teams, hebben de vragenlijst meerdere keren ontvangen (een keer per School Zorg Team). De vragenlijst is uitgezet op 8 juni 2023 en heeft in totaal drie weken open gestaan. Na het verzenden van de uitnodigingsmail, zijn er tussentijds nog tweemaal herinneringsmails verstuurd. Respons op de vragenlijst De vragenlijst is uitgezet onder 356 professionals5 van 62 School Zorg Teams. Van 61 School Zorg Teams heeft minimaal één professional de vragenlijst ingevuld en van 3 School Zorg Teams hebben alle professionals de vragenlijst ingevuld. In totaal hebben 194 professionals de vragenlijst volledig ingevuld en 29 professionals deels. In Tabel 1 is de respons met het bijbehorende responspercentage weergegeven voor de verschillende functiegroepen. Tabel 1. Respons op de vragenlijst. Functie
Totaal
Respons
Percentage
Directeur
63
38
60,3 %
Intern begeleider
92
52
56,5 %
Schoolcontactpersoon van PPO Rotterdam
76
48
63,2 %
Schoolmaatschappelijk werker
63
43
68,3 %
Wijkteammedewerker-op-school
62
42
67,7 %
Totaal
356
223
63,0 %
We hebben ook gevraagd in hoeverre respondenten al werkzaam of als contactpersoon betrokken waren bij de school voor de start van het School Zorg Team. In Tabel 2 is dit weergegeven per functiegroep. De meeste respondenten werkten al voor de start van het School Zorg Team op of met de school. Voor de wijkteammedewerker-op-school geldt dit in mindere mate. Ongeveer de helft van hen geeft aan al voor de start van het School Zorg Team verbonden te zijn aan de school als contactpersoon. Tabel 2. Weergave van het aantal professionals dat al voor de start van het SZT werkzaam waren op/betrokken bij de school. Functie
Al werkzaam/betrokken bij de school
Percentage
Directeur
37
97,4 %
Intern begeleider
50
96,2 %
Schoolcontactpersoon van PPO Rotterdam
42
87,5 %
Schoolmaatschappelijk werker
40
93,0 %
Wijkteammedewerker-op-school
20
48,8 %
Verder hebben we aan de schoolmaatschappelijk werkers gevraagd voor welke organisatie zij werkzaam zijn. Dat varieert. In totaal worden 11 verschillende organisaties genoemd (N = 43).
5
Een aantal professionals maakt onderdeel uit van meerdere School Zorg Teams. Zij hebben de vragenlijst voor ieder School Zorg Team ontvangen en zijn daarom dubbel meegerekend in dit aantal.
Onderzoek School Zorg Teams – Eindrapportage concept
9
Voor de wijkteammedewerkers-op-school geldt dat zij aan verschillende wijkteams verbonden zijn. In totaal worden er 26 verschillende wijkteams genoemd (N = 42).
2.2
Interviews
Om nader zicht te krijgen op de wijze waarop School Zorg Teams zich ontwikkelen en de ervaren opbrengsten, namen we in het najaar van 2023 bij enkele School Zorg Teams interviews af. Interviewleidraad De semigestructureerde interviews waren bedoeld om nader zicht te krijgen op de opbrengsten van de School Zorg Teams en de werkzame factoren. Voor de interviews stelden we een interviewleidraad op die we afstemden met de opdrachtgever. De vragen in de leidraad waren op drie hoofdthema’s gericht: de samenwerking tussen professionals in het SZT, gepercipieerde opbrengsten van het SZT en belangrijkste aandachtspunten/ontwikkelpunten van het SZT voor de komende tijd. Selectie In totaal hebben we twaalf interviews afgenomen. De School Zorg Teams die we hebben benaderd voor een interview hebben we op basis van twee criteria geselecteerd, waarna we tot een definitieve selectie zijn gekomen door ook naar een aantal andere achtergrondkenmerken te kijken. Allereerst hebben we gekeken naar de tevredenheidsscores die teamleden toekenden aan het functioneren van hun School Zorg Team. Dat deden ze op een schaal van 1 tot 10. Per School Zorg Team hebben we de gemiddelde score berekend.
Het voornaamste doel van de interviews was om opbrengsten en werkzame factoren van de School Zorg Teams in kaart te brengen, dus daarom selecteerden we scholen met een gemiddeld cijfer dat op tevredenheid wees (≥ 7.9, percentielscore 75) die in aanmerking kwamen voor de acht interviews met tevreden teams. We vonden het echter belangrijk om ook over ervaren knelpunten meer te weten te komen. Daarom hebben we daarnaast scholen geselecteerd met een relatief laag gemiddeld rapportcijfer (≤ 5.0, percentielscore 25). Zij kwamen voor de overige vier interviews in aanmerking. Ten tweede hebben we gekeken naar de datum van de startbijeenkomst van het School Zorg Team. In afstemming met de opdrachtgever hebben we ervoor gekozen om te kiezen voor interviews met teams die al even gestart waren (≥ 6 maanden), zodat teamleden tijdens de interviews voldoende konden vertellen over het proces tot nu toe. De lijst met School Zorg Teams die aanmerking kwamen voor de acht interviews van tevreden teams en de vier interviews met minder tevreden teams hebben we vervolgens aangevuld met gegevens over de inzet van extra capaciteit en een aantal achtergrondkenmerken. We zochten naar spreiding wat betreft de input: mate waarin urenuitbreiding van het schoolmaatschappelijk werk was gerealiseerd en de aanwezigheid van de wijkteammedewerker-op-school.
Daarbij baseerden we ons op informatie uit de vragenlijst. Ook keken we naar voldoende spreiding qua schoolbestuur waaronder een school valt, de wijk waarin de school staat en het leerlingenaantal van de school. Op basis daarvan kwamen we tot een selectie van twaalf School Zorg Teams, die akkoord werd bevonden door de opdrachtgever. De teamleden van elk School Zorg Team ontvingen van ons een uitnodiging om deel te nemen aan een groepsinterview over het School Zorg Team. Hierin werd een aantal momenten voorgesteld voor een online interview.
10
Oberon
Overzicht interviews en deelnemers De interviews vonden plaats in het najaar van 2023. Het streven was om met twaalf School Zorg Teams in gesprek te gaan over de ontwikkelingen. We nodigden de schoolleider, intern begeleider(s), smwer(s), wijkteammedewerker(s)-op-school en eventuele andere betrokken zorgprofessionals van twaalf School Zorg Teams uit. Met hen zochten we naar een moment waarop zoveel mogelijk leden uit het SZT konden aansluiten bij het interview, maar waarop in elk geval een persoon van elke organisatie aanwezig kon zijn (school, schoolmaatschappelijk werk, het wijkteam en van PPO). Dat bleek niet voor elk interview haalbaar binnen de termijn van het onderzoek, ook gezien het aantal uren dat betrokken professionals werkzaam zijn op elke school. Bij het kiezen van de momenten hebben we er daarom rekening mee gehouden dat we overkoepelend wel voldoende professionals namen de organisaties spraken. Dat is gelukt. In Tabel 3 is het aantal deelnemers per gesprek weergegeven. Tabel 3. Deelnemers aan het interview, weergegeven voor elk School Zorg Team. Directeur
Intern begeleider6
Schoolmaatschappelijk Wijkteammedewerker- Schoolcontactwerk op-school persoon PPO
1
1
3
1
1
1
2
1
1
1
7
1
3
1
1
2
(1)8
-
4
1
2
1
1
1
5
-
2
1
1
1
6
-
1
1
-
1
7
1
1
1
2
1
8
-
1
-
1
1
9
1
1
1
-
-
10
1
-
1
1
1
11
1
1
-
1
1
12
-
1
1
-
-
2.3
Inventarisatie kwantitatieve dataverzameling
Gezien het voornemen om de School Zorg Teams ook in 2024 voort te zetten en bepaalde beoogde effecten pas op langere termijn zichtbaar worden, spraken we met de dataspecialisten van samenwerkingsverband PPO en gemeente Rotterdam. We inventariseerden welke kwantitatieve gegevens worden verzameld waarmee ontwikkelingen op de outcome-indicatoren uit het monitorkader kunnen worden gevolgd.
6 In dit overzicht scharen we ook andere functionarissen voor leerling-zorg op school die plaatsnemen in het School Zorg Team en
deelnamen aan het interview. 7 Voor dit School Zorg Team is nog geen wijkteammedewerker-op-school beschikbaar. 8 Geen wijkteammedewerker aanwezig, maar wel een brugfunctionaris van een lokale organisatie die kinderen langdurig
ondersteunt met als doel dat alle kinderen mee kunnen doen met het reguliere aanbod in de wijk en zo sociaal kapitaal opbouwen.
Onderzoek School Zorg Teams – Eindrapportage concept
3
11
Bevindingen
In dit hoofdstuk presenteren we de bevindingen over ervaringen met en opbrengsten van het School Zorg Team tot nu toe. Dat doen we op basis van de vragenlijst en interviews en aan de hand van de kopjes uit het monitorkader (input, proces, output, outcome). Vervolgens delen we een overzicht van data die gemeente Rotterdam en samenwerkingsverband PPO reeds verzamelen en die met het oog op de verdere ontwikkeling van de School Zorg Teams monitormogelijkheden bieden.
3.1
Ontwikkelingen tot nu toe
Voorafgaand aan het lezen van de bevindingen is het belangrijk om op te merken dat we bij de uitkomsten van de vragenlijst alleen verschillen tussen functiegroepen benoemen wanneer deze significant zijn. Input Met de School Zorg Teams voorzien de gemeente Rotterdam, de grote Rotterdamse schoolbesturen, NPRZ en PPO Rotterdam in extra hulpverlening en zorg op school om zo de samenwerking tussen de school, schoolmaatschappelijk werk, het samenwerkingsverband en het wijkteam te intensiveren en te verbeteren.9 In de vragenlijst hebben we gevraagd in hoeverre de beoogde extra inzet gerealiseerd wordt. We gaan eerst in op de inzet van de smw-ers en vervolgens op de inzet van de wijkteammedewerkers-op-school. Urenuitbreiding schoolmaatschappelijk werkers Met de komst van de School Zorg Teams was de inzet om de capaciteit van het schoolmaatschappelijk werk uit te breiden. Voor het aantal uren inzet van schoolmaatschappelijk werk worden maatwerkafspraken per school gemaakt.10 Om zicht te krijgen op de mate waarin de urenuitbreiding gerealiseerd is, stelden we aan zowel directeuren van de scholen als de schoolmaatschappelijk werkers zelf een aantal vragen in de vragenlijst. Van de directeuren van 38 School Zorg Teams die de vragenlijst invulden, geven 32 directeuren aan dat het aantal uren van schoolmaatschappelijk werk inderdaad is uitgebreid.
Van de overige zes directeuren, geeft één directeur aan dat uitbreiding al voorafgaand aan het School Zorg Team was gerealiseerd, met NPO-middelen van de school. Volgens twee directeuren is uitbreiding van smw niet gerealiseerd, omdat er respectievelijk een smw-er uitviel en er geen extra smw-er beschikbaar was om invulling te geven aan de extra uren. Drie directeuren geven tot slot aan niet te weten of de urenuitbreiding gerealiseerd is.
9
10
Opdrachtbeschrijving onderzoek School Zorg Teams, januari 2023. Nationaal Programma Onderwijs - Rotterdam. School-zorg-teams Op Sterkte. Raamovereenkomst. Vastgesteld op 5 november 2021.
12
Oberon
Aan schoolmaatschappelijk werkers stelden we de vraag hoeveel uur zij werkzaam zijn bij het School Zorg Team van een school. Gezien de maatwerkafspraken die per school worden gemaakt wat betreft het aantal uren schoolmaatschappelijk werk, was de verwachting dat variatie in het aantal uren te zien zou zijn. Die verwachting bleek juist. De 43 schoolmaatschappelijk werkers die de vragenlijst invulden waren betrokken bij in totaal 42 School Zorg Teams. Bij 6 van deze School Zorg Teams zijn er twee schoolmaatschappelijk werkers aanwezig. Bij de overige 36 is er één schoolmaatschappelijk werker aanwezig. Schoolmaatschappelijk werkers die samen met een collega taken oppakken, hebben niet altijd zicht op het totaal aantal uren smw van de school. Om een juist beeld te krijgen van de urenuitbreiding baseren we ons daarom alleen op de antwoorden van de schoolmaatschappelijk werkers die alleen bij een school betrokken is. In juni 2023 was de gemiddelde inzet van smw per school 21 uur (N = 35). Het aantal uren van deze smw-ers was gemiddeld genomen met 4 uur en driekwartier (4,8 uur) uitgebreid sinds de start van het School Zorg Team. In de gesprekken die we met twaalf School Zorg Teams voerden, hebben we eveneens gevraagd naar de urenuitbreiding van het schoolmaatschappelijk werk.
Op de meeste van deze scholen was het aantal uren uitgebreid en is (of zijn) de schoolmaatschappelijk werker(s) drie á vier dagen per week werkzaam op school. Voorheen waren zij één tot twee dagen per week werkzaam op school. Op drie scholen vond nog geen uitbreiding van het aantal uren nog plaats. Dit werd op twee scholen nog niet nodig geacht, onder andere vanwege de aanwezigheid van andere professionals in de school. Een van deze scholen breidt het aantal uren per januari echter wel uit, van één naar twee dagen per week. Op een school vond tot slot nog geen urenuitbreiding plaats, omdat de huidige schoolmaatschappelijk werker ook werkzaam is op andere scholen en daardoor niet kan uitbreiden (en de school het niet wenselijk acht om naast de huidige medewerker een nieuwe schoolmaatschappelijk werker aan te stellen). Op een andere school vond geen urenuitbreiding plaats omdat er geen uren smw beschikbaar zijn bij de aanbieder van het maatschappelijk werk van de school. Aanwezigheid van de wijkteammedewerker-op-school Naast de urenuitbreiding van het schoolmaatschappelijk werk wordt er met het vormen van een School Zorg Team een vaste wijkteammedewerker-op-school aangesteld. Voorafgaand aan de School Zorg Teams waren er al wel wijkteammedewerkers die als contactpersonen aan scholen waren verbonden, maar zij waren nog niet op vaste momenten op school aanwezig.
In de vragenlijst stelden wij vragen aan directeuren en de wijkteammedewerkers-op-school over de realisatie van de aanwezigheid van het wijkteam op school. Uit de antwoorden van de directeuren van 38 School Zorg Teams die in juni 2023 de vragenlijst invulden, bleek dat er op 33 scholen een wijkteammedewerker-op-school aanwezig was. Voor 5 School Zorg Teams was dat nog niet het geval. Ook stelden we aan de directeuren de vraag of de aanwezigheid conform afspraak verliep. Volgens 23 directeuren gebeurde dat inderdaad. Volgens 8 directeuren was dit niet het geval en twee directeuren gaven aan dit niet te weten. In de toelichting van degenen die aangaven dat de inzet van de wijkteammedewerker-op-school niet verliep zoals was afgesproken, wezen de meesten op de tekorten bij het wijkteam waaraan de school gekoppeld is. Daardoor was er volgens hen nog geen wijkteammedewerker-op-school gestart, lag de ureninzet lager dan afgesproken of was er geen vervanging voor de wijkteammedewerker-op-school die startte maar inmiddels was
Onderzoek School Zorg Teams – Eindrapportage concept
13
vertrokken. Ook wezen drie respondenten erop dat de wijkteammedewerker-op-school veel afwezig was of op of andere momenten aanwezig was dan was afgesproken. Ook aan de wijkteammedewerkers-op-school zelf stelden we in juni 2023 vragen in de vragenlijst. We vroegen onder andere hoeveel uur per week zij op school aanwezig zijn. Van de 41 wijkteammedewerkers-op-school van 41 School Zorg Teams die de vragenlijst invulden, zijn 19 als enige medewerker vanuit het wijkteam aan de school gekoppeld. De andere 22 medewerkers geven aan dat er naast hen nog een wijkteammedewerker aan het School Zorg Team is verbonden. Gemiddeld genomen is het aantal uren inzet per week vanuit het wijkteam 4 uur. Het merendeel van de wijkteammedewerkers-op-school geeft aan dat het aantal uren dat zij werken, overeenkomt met wat is afgesproken. Twee wijkteammedewerkers-op-school werken meer uren en vijf wijkteammedewerkers-op-school minder uren dan is afgesproken. De wijkteammedewerkers-op-school die meer uren werken, geven aan dat ze extra huisbezoeken doen en extra gesprekken voeren met ouders of aanwezig zijn in de ouderkamer op school. Twee van de wijkteammedewerkers-op-school die minder uren werken, geven aan dat urenuitbreiding vanaf schooljaar 2023-2024 zal plaatsvinden.
De drie anderen geven aan dat ze onvoldoende werk hebben om de 4 uur te kunnen vullen, omdat leerkrachten en ouders ze onvoldoende weten te vinden. In de interviews met de School Zorg Teams hebben we eveneens gevraagd naar de aanwezigheid van een wijkteammedewerker-op-school. Op een School Zorg Team na heeft elk team één medewerker (op 8 scholen) of twee wijkteammedewerkers-op-school (op 3 scholen). In totaal is het wijkteam daarmee 4 uur beschikbaar voor de school. Daarbij hebben enkele teams wel met wisselingen van medewerker(s) te maken gehad. Op een van de scholen waar twee medewerkers zijn, heeft een van de medewerkers echter te horen gekregen dat diens contract niet wordt verlengd. Het is nog onduidelijk of de school een nieuwe wijkteammedewerker-op-school krijgt. Op de meeste scholen zijn de medewerkers in totaal 4 uur aanwezig op school. Op een school is de medewerker 2 uur op school aanwezig en de overige 2 uur bereikbaar op afstand om te sparren en op een andere school wisselt de beschikbaarheid van de wijkteammedewerker. Het School Zorg Team dat nog geen medewerker heeft, wijt dit aan de personele tekorten bij het wijkteam van de wijk waarin de school zich bevindt.
Personele wisselingen in het School Zorg Team Wat betreft de extra capaciteit die met de School Zorg Teams beschikbaar is gekomen, hebben we tot slot gevraagd in hoeverre er sprake is geweest van personele wisselingen van leden van het School Zorg Team sinds de start van het School Zorg Team. Daarbij zijn we uitgegaan van de antwoorden van directeuren in de vragenlijst. Volgens 18 directeuren zijn er geen personele wisselingen in het School Zorg Team geweest. Wanneer er wel personele wisselingen plaatsvonden, zien we dat dat in de meeste gevallen om 1 wisseling gaat. In Tabel 4 zijn gegevens over personele wisselingen opgenomen.
14
Oberon
Tabel 4. Aantal gerapporteerde wisselingen in het School Zorg Team volgens directeuren (N= 38). Aantal wisselingen per School Zorg Team
Frequentie
Percentage
0
18
47%
1
12
32%
2
4
11%
3
2
5%
>3
2
5%
Van de personele wisselingen in de School Zorg Teams, kwamen wisselingen van de wijkteammedewerkers-op-school het meeste voor, met in een van de teams zelfs drie wisselingen van wijkteammedewerker. Zie Tabel 5. Tabel 5. Aantal gerapporteerde wisselingen in het School Zorg Team volgens directeuren, weergegeven per functiegroep (N=38)11. Intern begeleider(s)
Schoolmaatschappelijk Schoolcontactpersoon Wijkteammedewerker(s)werker(s) PPO op-school
0 wisselingen
34
30
30
23
1 wisseling
4
5
6
8
1
1
1
2 wisselingen 3 wisselingen
1
Proces Met de School Zorg Teams voorzien de gemeente Rotterdam, de grote Rotterdamse schoolbesturen, NPRZ en PPO Rotterdam in extra hulpverlening en zorg op school om zo, onder regie van de school, de samenwerking tussen de school, schoolmaatschappelijk werk, het samenwerkingsverband en het wijkteam te intensiveren en te verbeteren. 12 Redenen voor het vormen van een School Zorg Team Gezien de regie die bij de scholen ligt, hebben we aan de directeuren en intern begeleiders gevraagd wat voor hen de reden was dat zij een School Zorg Team wilden vormen. De meest genoemde redenen hebben betrekking op het bevorderen van een snellere en efficiëntere samenwerking tussen onderwijs en zorg. De verwachting van de scholen is dat door de kortere lijnen het onderwijs en de zorg beter op elkaar kunnen worden afgestemd. Een aantal noemt de verwachting dat de aanwezigheid van de wijkteammedewerker-op-school ervoor zal zorgen dat ouders van leerlingen hulpverlening als laagdrempeliger zullen ervaren.
Andere redenen die voor een deel van de scholen een rol hebben gespeeld in het gebruikmaken van het aanbod om een School Zorg Team te vormen, zijn de ervaren toegenomen (complexiteit van) zorgvragen, het reeds aanwezige zorgaanbod te versterken, een meer preventief zorgaanbod te kunnen doen, het verlichten van de werkdruk van de onderwijsprofessionals, en het vergroten en versterken van het handelingsvermogen van betrokken professionals. Een klein deel van de scholen benoemt tot slot dat zij een School Zorg Team vormen omdat de gemeente en/of het schoolbestuur besloten heeft dat dit moest gebeuren.
11 Respondenten konden ook ‘niet van toepassing’ aanvinken wanneer een functie bijvoorbeeld niet aanwezig was op school.
Daarom telt niet alles op tot 38. 12
Opdrachtbeschrijving onderzoek School Zorg Teams, januari 2023.
Onderzoek School Zorg Teams – Eindrapportage concept
15
Ontmoeting op school Vervolgens hebben we de respondenten gevraagd hoe vaak de professionals van het School Zorg Team elkaar op de werkvloer treffen (Figuur 1). De professionals treffen de intern begeleiders het vaakst op de werkvloer, 85% van de overige respondenten geeft aan hen wekelijks of vaker te zien. Smw-ers treft men daarna het vaakst, 77% van de anderen geeft aan hen wekelijks of vaker te zien. De wijkteammedewerker-op-school en schoolcontactpersoon van PPO Rotterdam ontmoet men minder vaak. De meesten geven aan hen maandelijks (respectievelijk 23% en 39%) of incidenteel (respectievelijk 22% en 17%) te zien op de werkvloer. Deze gegevens liggen in de lijn der verwachting, gezien het aantal uren dat elke functiegroep heeft voor het werk op school. Intern begeleiders en smw-ers hebben relatief het meeste aantal uren en de schoolcontactpersonen van PPO hebben relatief het minste. Figuur 1. Hoe vaak tref je de collega’s uit het School Zorg Team op de werkvloer?13
Intern begeleider(s)
Schoolcontactpersoon van PPO Rotterdam
Schoolmaatschappelijk werker
Wijkteammedewerker-op-school
0% Nooit
Incidenteel
20% Maandelijks
40%
60%
80%
100%
Wekelijks (of meer)
Overlegstructuur Ook in de interviews hebben we gevraagd naar hoe (vaak) professionals elkaar treffen. Als het gaat om de overlegstructuur die de School Zorg Teams hanteren, zien we dat de verschillende teams hierin verschillende keuzes maken. Een deel van de teams heeft frequent een overlegmoment als team staan. Andere teams spreken elkaar minder frequent in teamverband maar afhankelijk van casuïstiek wel geregeld een-op-een of met de betrokken professionals. Sommige teams bouwen voort op de overlegstructuur die er met het Multidisciplinair Overleg (MDO) of het Onderwijs Zorg Overleg (OZO) al was en andere teams starten een nieuw overlegmoment. Tijdens overleggen waar alle SZT-leden bij elkaar komen, kijken alle leden vanuit hun eigen expertise naar ingebrachte casuïstiek, stellen ze elkaar kritische vragen en geven ze elkaar adviezen. Op basis daarvan worden vervolgacties uitgezet.
13 N= 201 voor de vraag hoe vaak de andere professionals de intern begeleider(s) treffen. N= 197 voor de
schoolcontactpersoon van PPO, N= 201 voor de schoolmaatschappelijk werker en N= 206 voor de wijkteammedewerker-op-school.
16
Oberon
Geformuleerde doelen Aan alle professionals van de School Zorg Teams is gevraagd aan welke doelen zij in hun team werken. Dat werd gedaan met een open vraag. Het aantal doelen dat respondenten hebben ingevuld varieert van 1 tot 7. Gemiddeld genomen hebben respondenten 2 à 3 doelen ingevuld. De analyse van doelen die respondenten noemen, is gedaan aan de hand van de succesindicatoren die de gemeente Rotterdam, de grote schoolbesturen (PCBO, BOOR, RVKO, Kind en Onderwijs Rotterdam), NPRZ en PPO vooraf formuleerden, te weten: ▪ de sociaal-emotionele vaardigheden van kinderen worden vergroot; ▪ de ouderbetrokkenheid/het educatief partnerschap wordt vergroot; ▪ de samenwerking tussen de professionals in het School Zorg Team wordt verbeterd; ▪ er is tijdig en passende hulp voor kinderen; ▪ de tevredenheid van leerkrachten stijgt. Deze succesindicatoren vormden de codes voor de analyse van de doelen. Daarnaast hebben we gekeken of ook doelen genoemd worden, die over andere zaken gingen. Deze doelen kregen de code ‘Anders’. In Tabel 6 staat de frequentie van genoemde doelen, weergegeven per code. 14 Tabel 6. Het aantal keer dat doelen genoemd zijn door respondenten, weergegeven per hoofdcode. Doel
Frequentie
De samenwerking tussen de professionals in het SZT wordt verbeterd
118
Er is tijdig en passende hulp voor kinderen
97
De ouderbetrokkenheid/het educatief partnerschap wordt vergroot
40
De sociaal-emotionele vaardigheden van kinderen worden vergroot
5
De tevredenheid van leerkrachten stijgt
0
Anders
86
Het meest genoemde doel is het verbeteren van de samenwerking tussen de professionals in het School Zorg Team. Respondenten die doelen formuleren die op deze succesindicator betrekking hebben, noemen deze veelal algemeen. Een voorbeeld: Vooral werken aan de onderlinge samenwerking; op gezette tijden verwachtingen naar elkaar uitspreken. Ook wordt het doel om kortere lijnen te creëren tussen het onderwijs en zorgpartners vaak genoemd. Meer specifieke doelen die genoemd worden, hebben onder andere betrekking op het op vaste momenten overleggen met elkaar, casuïstiek bespreken, het maken van duidelijke afspraken over wie welke taak oppakt en het versterken van het onderlinge vertrouwen. Een ander doel dat we meerdere keren zagen en gerelateerd is aan de samenwerking tussen onderwijs- en zorgprofessionals, ging over onderlinge kennisuitwisseling tussen betrokken professionals. Hierover zagen we 16 doelen terug (gecodeerd onder ‘Anders’).
Wanneer het gaat om het zorgen voor tijdige en passende hulp voor kinderen, zien we dat respondenten naast de algemeen geformuleerde doelen – kortere routes, sneller uitzetten zorg –, doelen formuleren die gaan over het creëren van een preventief aanbod, het vroegtijdiger signaleren van knelpunten in de ontwikkeling van kinderen en/of het gezin, het beter zicht hebben op de ontwikkeling en ingezette hulp voor kinderen en gezinnen – met elkaar hebben we de zorgleerlingen in
14 Een aantal van de genoemde doelen hebben we als ‘onduidelijk’ gecodeerd en zijn in de verdere analyse niet meegenomen,
omdat we deze niet konden duiden. Een voorbeeld van zo’n antwoord: ‘ondersteuning’ of ‘casuïstiek’.
Onderzoek School Zorg Teams – Eindrapportage concept
17
beeld en kunnen we de tijd om hulp in te zetten verkorten – en het indien nodig sneller doorverwijzen naar externe zorginstanties. De succesindicator over het vergroten van de ouderbetrokkenheid/het vergroten van het educatief partnerschap zien we 40 keer terug. Ook worden relatief vaak doelen beschreven die gaan over de toegang van ondersteuning voor ouders (gecodeerd onder ‘Anders’). In die gevallen wordt veelal de zichtbaarheid van het wijkteam genoemd. Het doel om de zichtbaarheid van het wijkteam te vergroten werd overigens ook genoemd in relatie tot het team op school. Het vergroten van de zichtbaarheid van het wijkteam voor onderwijsprofessionals zodat zij meer bekend worden met de werkwijze van het wijkteam, zagen we meermaals terug. Doelen die respondenten formuleerden in de vragenlijst, gingen slechts in 5 gevallen over het versterken van de sociaal-emotionele vaardigheden van kinderen. Daarnaast herkennen we de succesindicator over de tevredenheid van leerkrachten niet terug in de doelstellingen die respondenten in de vragenlijst deelden. Wel zagen we dat 3 respondenten een doel beschreven dat ging over het verlichten van de zorgtaak voor onderwijsprofessionals (gecodeerd als ‘Anders’). Andere doelen die genoemd werden onder de categorie ‘anders’ hadden in 14 gevallen betrekking op het vergroten van kansengelijkheid en in 3 gevallen op armoedebestrijding.
Voortgang met betrekking tot het behalen van de doelen Aan de respondenten uit de School Zorg Teams die in de eerste helft van schooljaar 2022-2023 of eerder gestart zijn, hebben we gevraagd in hoeverre de doelen waaraan zij werken al behaald zijn. In Figuur 2 is weergegeven of de doelen behaald, niet behaald of deels behaald zijn. Over het algemeen zien we dat veel van de doelen al (deels) behaald zijn. Figuur 2. In hoeverre zijn de doelen behaald? De samenwerking tussen de professionals in het SZT wordt verbeterd (N = 115) Er is tijdig en passende hulp voor kinderen (N = 90) De ouderbetrokkenheid/het educatief partnerschap wordt vergroot (N = 28) De sociaal-emotionele vaardigheden van kinderen worden vergroot (N = 2) 0,0% Niet behaald
Deels behaald
20,0% Behaald
40,0%
60,0%
Weet ik niet
80,0%
100,0%
18
Oberon
Aandacht voor de overkoepelende doelen Naast de doelen die de School Zorg Teams zelf opstellen, hebben we gevraagd in hoeverre er aandacht uit gaat naar doelen die overkoepelend zijn geformuleerd door de gemeente Rotterdam, de 3 grote schoolbesturen, NPRZ en PPO Rotterdam. In Figuur 3 is te zien dat de meeste aandacht uitgaat naar het verwijzen naar preventief jeugdhulpaanbod van de gemeente waar nodig. Er gaat relatief het minste aandacht uit naar het versterken van het aanbod voor sociaal-emotioneel leren binnen de school. Figuur 3. Aandacht voor de overkoepelende doelen (N = 195). Verwijzing naar preventief jeugdhulpaanbod van de gemeente waar nodig
Inzet op vroeg-signalering Verduidelijking van de rolverdeling tussen onderwijs- en zorgprofessionals binnen het School Zorg Team Vergroten van ouderbetrokkenheid Verduidelijking van de taakverdeling tussen onderwijs- en zorgprofessionals binnen het School Zorg Team Versterking aanbod sociaal-emotioneel leren in de school 0%
Weinig tot geen aandacht
20%
Neutraal
40%
60%
80%
100%
(Heel) veel aandacht
Overkoepelend zijn ook enkele uitgangspunten geformuleerd die betrekking hebben op het proces. Deze staan in de raamovereenkomst. Eén daarvan is dat elk School Zorg Team beschikt over een vaste voorzitter/een vast aanspreekpunt. Uit de vragenlijst blijkt dat er bij een meerderheid van de School Zorg Teams een vast aanspreekpunt of vaste voorzitter aanwezig is. In totaal geeft 64% van de respondenten dit aan. 17% geeft aan dat er geen vast aanspreekpunt of vaste voorzitter is en 20% van de respondenten weet het niet. Voorzitterschap/regiehouder Uit de interviews komt wat betreft het hebben van een vaste voorzitter/een vast aanspreekpunt bij het School Zorg Team een vergelijkbaar beeld naar voren als uit de vragenlijst. De meerderheid heeft een vaste voorzitter, door de geïnterviewden ook wel regiehouder van het School Zorg Team genoemd. In de meeste gevallen vervult de intern begeleider of directeur die rol. Wanneer het de directeur is, gaat het voornamelijk over het voorzitten van de overleggen van het SZT. Als intern begeleiders de rol van voorzitter bekleden, zijn ze ook vaak meer inhoudelijk bij casuïstiek betrokken.
Onderzoek School Zorg Teams – Eindrapportage concept
19
Een ander uitgangspunt is dat de casusregie na de intake bij de deelnemer van het School Zorg Team ligt die met de casus is belast. We hebben gevraagd in hoeverre het helder is bij wie uit het School Zorg Team de casusregie/dossierverantwoordelijkheid is belegd. Iets meer dan de helft van de respondenten (55%) geeft aan dat dit vaak of altijd helder is. Vervolgens hebben we gekeken in hoeverre dit verschilt per functiegroep. Met name voor de directeuren en wijkteammedewerkers-op-school is het helder bij wie een casusregie ligt na de intake. Respectievelijk 72% en 68% van hen geeft aan dat dit vaak of altijd helder is. Dat is meer dan van de schoolcontactpersonen van PPO (44%) en de smw-ers (43%), maar verschilt niet significant van de intern begeleiders (51%). Casusregie Uit de interviews komt naar voren dat bij wie casusregie belegd is, afhangt van de inhoud van een casus. In principe is de casusregie belegd bij de professional die het meest kennis heeft van de ondersteuning die nodig is of die wordt ingezet. Soms wordt hier echter van afgeweken, omdat een andere professional uit het School Zorg Team al een vertrouwensband met een ouder heeft opgebouwd. In dat geval behoudt deze professional de regie zodat de continuïteit in het contact met de ouder behouden kan worden.
Taakverdeling Aan de scholen die deel hebben genomen aan de interviews is gevraagd hoe de taakverdeling binnen het School Zorg Team eruitziet. Hoewel er kleine nuanceverschillen te zien zijn tussen de teams, herkennen we op hoofdlijnen een vergelijkbare taakverdeling. Over het algemeen zien we dat intern begeleiders en/of schoolmaatschappelijk werkers op scholen het eerste aanspreekpunt zijn voor teamleden op school als er ondersteuningsbehoeften van leerlingen worden gesignaleerd. Zij maken een inschatting van benodigde ondersteuning en brengen een casus indien nodig in tijdens overleg van het School Zorg Team of tijdens een-op-eenoverlegmomenten met andere leden van het SZT. In hoeverre zij het nodig achten om een casus met de andere SZT-leden te bespreken, hangt bij de meeste teams af van het type gesignaleerde problematiek, de oorsprong van of setting waarin problematiek zich voordoet en of ze het waardevol achten om over de casus te sparren met professionals met andere expertise. Intern begeleiders zijn vervolgens leidend bij casuïstiek als wordt gesignaleerd dat leerlingen extra ondersteuning nodig hebben op leergebieden. Het gaat dan om ondersteuningsvragen in de klas en ondersteuning die wordt verzorgd richt zich zowel op die voor leerlingen als die voor leerkrachten.
Ook schoolcontactpersonen van PPO denken met de school mee over benodigde ondersteuning aan leerlingen in de klas. De schoolcontactpersoon neemt deel aan overleggen over casuïstiek, observeert leerlingen in de klas en stemt af welke eventuele extra ondersteuning nodig is. In overleg met school en ouders kan worden besloten arrangementen in te zetten, zoals ambulante begeleiding, leesbehandeling of kan een toelaatbaarheidsverklaring voor speciaal (basis)onderwijs worden afgegeven.
20
Oberon
Schoolmaatschappelijk werkers zijn voor ouders benaderbaar om opvoedondersteuning te bieden en worden door professionals op school betrokken wanneer er problematiek speelt in de thuissituatie van leerlingen. Ook vormen ze een schakel voor ouders en de school met externe partners. Smw-ers voeren gesprekken met kinderen en ouders. Op verschillende scholen leveren smw-ers ook preventieve inzet door het verzorgen van trainingen aan individuele of groepjes leerlingen. Deze trainingen zijn bijvoorbeeld gericht op het vergroten van het zelfvertrouwen of de weerbaarheid of op het reguleren van emoties en gedrag, of bijeenkomsten voor ouders rondom thematiek die speelt. Hoe omvangrijk het takenpakket van de smw-er is, verschilt per School Zorg Team, afhankelijk van wat men nodig acht en afhankelijk van wat men gezien de omvang van de aanstelling mogelijk acht. Wijkteammedewerkers worden betrokken bij casuïstiek waarbij (een deel van) de ondersteuningsvraag gerelateerd is aan de thuissituatie of wanneer het vermoeden bestaat dat specialistische of langdurige hulp nodig is. Ze hebben een consulterende rol voor de school en ouders, vooral als het gaat om het formuleren van hulpvragen, en vormen de verbinding met het wijkteam van de wijk waarin de school staat.
Hierdoor kunnen ze de school na aanmelding van een casus bij het wijkteam op de hoogte houden van de voortgang van het proces (ligt een casus nog op de stapel of is die opgepakt). Voor aanmeldingen bij andere wijkteams geldt dit niet. Bij sommige School Zorg Teams is de wijkteammedewerker-op-school ook op vaste momenten op school aanwezig en zichtbaar voor ouders (bijvoorbeeld door ouders te verwelkomen bij de ingang van de school of tijdens inloopuren) en/of werkt de wijkteammedewerker-op-school nauw samen met de smw-er(s) en sluit deze al in een vroeg stadium, op verzoek van de smw-er en met toestemming van ouder(s), aan bij gesprekken met ouders. Op die manier wordt vertrouwen opgebouwd bij ouders, is de wijkteammedewerker op de hoogte van ondersteuning die geboden wordt en kan de medewerker indien nodig (na verloop van tijd) sneller hulp uit het wijkteam inschakelen of specialistische hulp aanvragen. Ondernomen activiteiten/ingezette interventies Aan de School Zorg Teams is gevraagd wat zij tot nu toe aan activiteiten hebben ondernomen. Respondenten geven aan de afgelopen periode te hebben geïnvesteerd in het (verder) vormgeven van de samenwerking tussen de intern begeleiders, smw-er en wijkteam-medewerker-op-school.
Een aantal respondenten geeft daarbij aan dat ouders en/of leerkrachten over de komst van het School Zorg Team is geïnformeerd, bijvoorbeeld middels een bericht in de nieuwsbrief van school en tijdens presentaties op ouderbijeenkomsten van school. Ook geven enkele respondenten aan dat zij andere School Zorg Teams hebben benaderd om te inventariseren hoe zij het team hebben vormgegeven. Verder beschrijven veel respondenten dat ze als School Zorg Team overleg met elkaar voeren. Sommigen houden het bij deze algemene beschrijving. Andere respondenten beschrijven dat ze overleg hebben over casuïstiek en dat ze daarbij met elkaar afstemmen wie welke taken oppakt. Hierbij benoemt een deel van de respondenten ook dat er vaste momenten zijn gepland om de samenwerking gezamenlijk te evalueren.
Onderzoek School Zorg Teams – Eindrapportage concept
21
Een groot deel van de andere activiteiten die zijn genoemd, is gericht op het bereiken van ouders. Zo worden het organiseren van bijeenkomsten en koffie-ochtenden voor ouders genoemd, net als het geven van voorlichting aan ouders over/verwijzen van ouders naar fondsen waarvan zij gebruik kunnen maken en het inzetten van tolken als ouders weinig tot geen Nederlands spreken. Bij het bereiken van ouders wordt in veel gevallen expliciet genoemd dat er wordt gewerkt aan het vergroten van de zichtbaarheid van de smw-er en de wijkteammedewerker-op-school. Activiteiten waarmee de teams dit willen bereiken, zijn de aanwezigheid van deze professionals op het schoolplein, in de ouderkamer op school, tijdens inloop-/spreekuren op school of door bij bepaalde oudergesprekken aan te sluiten. Ongeveer 20 respondenten geven aan dat er nog onvoldoende of geen activiteiten zijn ondernomen. Voor een deel van deze respondenten geldt dat het School Zorg Team pas net is gestart, dus dat activiteiten nog plaats moeten vinden. Tot slot zijn er ongeveer 10 respondenten die aangeven dat zij geen zicht hebben op activiteiten die het School Zorg Team onderneemt. Uit de interviews komt een vergelijkbaar beeld naar voren wat betreft ondernomen activiteiten sinds de start van het School Zorg Team.
Professionals overleggen met elkaar en zetten in op het bereiken van zowel het team op school als ouders van leerlingen. Aandacht voor de sociaal-emotionele vaardigheden van leerlingen Een van de vijf succesindicatoren die de stuurgroep van de School Zorg Teams opstelde, is ‘de sociaalemotionele vaardigheden van kinderen worden vergroot’. Daarom hebben we in de interviews aan we de teams gevraagd op welke manier aandacht uitgaat op school naar de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. Alle scholen zetten in op de sociaal-emotionele vaardigheden van leerlingen. Daarbij wordt opgemerkt dat dit ook voor de start van de School Zorg Teams al gebeurde. Scholen maken gebruik van verschillende programma’s, zoals de Kanjertraining en Vreedzame School. Met de komst van de School Zorg Teams is het aanbod op een aantal scholen verder uitgebreid met trainingen die in veel gevallen worden verzorgd door de smw-ers. Op een van de scholen is daarnaast een pedagogisch coach aangesteld die zich specifiek richt op de sociaalemotionele ontwikkeling van kinderen.
22
Oberon
Preventieve inzet In de interviews hebben we daarnaast specifiek gevraagd naar de preventieve inzet die School Zorg Teams hebben gerealiseerd. Op basis van gegeven antwoorden ontstaat het volgende beeld: De extra capaciteit die beschikbaar is gekomen met het School Zorg Team zorgt ervoor dat leerkrachten geneigd zijn om ondersteuningsbehoeften die zij signaleren bij kinderen in hun klas, sneller te melden om hierover vroegtijdig advies in te winnen. Zo werd in een interview aangegeven door een ib-er: “Leerkrachten geven sneller signalen door en komen sneller met hun issues naar bijvoorbeeld [naam smw-er]. Dit komt omdat ze nu weten dat er een plek is voor hun zorgen en dat zaken worden opgepakt. Wanneer zij het gevoel hebben dat er toch niks mee gedaan wordt, omdat er toch geen hulp beschikbaar is, zullen ze signalen ook niet bespreken.” Op sommige scholen vraagt dit nog extra aandacht de komende tijd, omdat leerkrachten gewend zijn geraakt om pas laat anderen om hulp te vragen bij ondersteuningsbehoeften. Zo geeft een schoolleider aan: “Leraren zijn gewend om alleen de hele zware casussen door te geven. Leerlingen in ‘de laag eronder’, waarover ze zich eigenlijk ook zorgen maken, melden ze vaak niet. We willen ze aansporen ook over leerlingen waarbij ze een onderbuikgevoel hebben, vaker aan te kaarten.
Niet om gelijk hulp in te zetten, maar zodat op tijd kan worden meegedacht.” De extra capaciteit zetten scholen daarnaast bewust in om het preventieve aanbod uit te breiden. Hierin speelt met name de schoolmaatschappelijk werker een belangrijke rol. Het informele contact dat schoolmaatschappelijk werkers met ouders hebben, blijkt hierin belangrijk. Met de urenuitbreiding zijn zij nog vaker aanwezig op school waardoor zij een bekend gezicht worden voor ouders en vaker informeel contact hebben. Daarmee ontstaat er vertrouwen en zijn ouders eerder geneigd om hulp te vragen bij bijvoorbeeld het aanvragen van een ov-kaart en dat biedt smw-ers bijvoorbeeld een ingang om het ook over andere zaken te hebben en bijvoorbeeld te noemen dat een kind of gezin in aanmerking komt voor een bepaald fonds. Daarnaast verzorgt de schoolmaatschappelijk werker op meerdere scholen trainingen aan leerlingen, zoals in het kader op de vorige pagina staat beschreven. Ook wordt de schoolmaatschappelijk werker ingezet om vroegtijdige signalering van ondersteuningsvragen van leerlingen te versterken. Dat doen smw-ers door zelf aanwezig te zijn in de klassen, maar ook door leerkrachten te begeleiden in het signaleren van ondersteuningsbehoeften. Ook van de aanwezigheid van de wijkteammedewerkers-op-school gaat een preventieve werking uit volgens geïnterviewden.
Zij groeten ouders bijvoorbeeld bij de start van schooldagen en/of bevinden zich op een vaste plek op school, een kantoor of ouderkamer bijvoorbeeld, waar ouders terecht kunnen met vragen over huisvesting, zorg of financiën. Ouders zijn hierdoor in een vroeger stadium geholpen.
Onderzoek School Zorg Teams – Eindrapportage concept
23
Output Bij de output van de School Zorg Teams kijken we naar de gepercipieerde opbrengsten op korte termijn. Gepercipieerde opbrengsten voor onderwijs- en zorgprofessionals Allereerst kijken we naar het effect van de School Zorg Teams op de taken van onderwijs- en zorgprofessionals. In de vragenlijst stelden we respondenten de vraag in hoeverre de School Zorg Teams van invloed zijn op de taken van betrokken professionals (Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.). We legden respondenten enkele stellingen voor gericht op taakafstemming en tijd voor kerntaken. Figuur 4. Invloed van het School Zorg Team op de (kern)taken van betrokken professionals (N = 193). Door het School Zorg Team... …zijn de taken van de school, schoolmaatschappelijk werk, het wijkteam en PPO Rotterdam beter op elkaar afgestemd.
10% 9%
…heeft de wijkteammedewerker meer tijd voor kerntaken
8% 9%
18%
33%
17%
13%
12% 7%
8% 10% 14%
21%
…heeft de schoolcontactpersoon van PPO Rotterdam meer tijd voor kerntaken
11% 8%
17%
13% 6%
45%
…hebben leerkrachten meer tijd voor hun kerntaken
10% 10%
16%
15%
9%
41%
13% 10%
37%
…heeft de schoolmaatschappelijk werker meer tijd voor kerntaken
…hebben intern begeleiders meer tijd voor hun kerntaken
12% 12% 0%
Helemaal mee oneens
Mee oneens
16%
20%
40%
Niet mee eens/niet mee oneens
Mee eens
14%
51%
9%
60%
38%
80%
Helemaal mee eens
100% Weet ik niet
Ongeveer de helft van de respondenten (49%) is het ermee eens dat het School Zorg Team een positief effect heeft op de taakafstemming tussen school, schoolmaatschappelijk werk, het wijkteam en PPO Rotterdam. Ongeveer een vijfde is het hier niet mee eens en een vijfde heeft hierover geen uitgesproken mening.
24
Oberon
Betere afstemming en een beter beeld van elkaars werk en ieders inspanning In de interviews geven vrijwel alle teams aan dat de lijntjes tussen partijen korter zijn geworden door de urenuitbreiding van het schoolmaatschappelijk werk en/of de aanwezigheid van de wijkteammedewerker-op-school. Dit maakt het voor professionals makkelijker om snel met elkaar te sparren over casuïstiek en om vervolgacties beter op elkaar af te stemmen. De nabijheid zorgt er bovendien voor dat men een beter beeld en daarmee ook meer begrip voor elkaars werk krijgt. Zo gaf een intern begeleider in een interview aan: “Bij ons was er frustratie over wachtlijsten bij het wijkteam. Bij het wijkteam was er wel frustratie over waarom de school aanmeldingen niet sneller oppakt. Als je dan bij elkaar in hetzelfde kantoor zit, dan zie je wat iedereen doet en dat er bij ons bijvoorbeeld steeds kinderen binnenlopen. Je leert elkaar en elkaars werk beter kennen.” Als het gaat om het effect van het School Zorg Team op de tijd voor kerntaken, zien we dat een groot deel van de respondenten aangeeft dit (nog) niet te weten. Dat geldt voor elke functiegroep. Ongeveer een vijfde van de respondenten geeft aan het er (helemaal) mee eens te zijn dat het SZT een positief effect heeft op de beschikbare tijd voor kerntaken.
Voor de schoolmaatschappelijk werkers is dit zelfs nog iets positiever: 30% van de respondenten geeft aan dat de schoolmaatschappelijk werker nu meer tijd voor kerntaken heeft. Aan de respondenten die het (helemaal) oneens met de stellingen waren, hebben we de vraag gesteld in hoeverre zij verwachten dat deze effecten nog gerealiseerd gaan worden met het School Zorg Team. Over het algemeen zien we dat respondenten neutraal antwoorden, een aantal uitzonderingen daar gelaten. 51% van deze respondenten verwacht dat de taken van de verschillende partijen nog beter op elkaar afgestemd zullen worden door het School Zorg Team. Daarentegen wordt (helemaal) niet verwacht dat de schoolcontactpersoon van PPO Rotterdam en de wijkteammedewerker-op-school meer tijd voor kerntaken zullen krijgen (respectievelijk 51% en 52%). Gepercipieerde invloed op de werkdruk In de vragenlijst hebben we ook gevraagd naar de werkdruk en het werkplezier. Er is (nog) weinig effect van het School Zorg Team op de ervaren werkdruk te zien. Met name de intern begeleider, schoolcontactpersoon van PPO en wijkteammedewerker-op-school geven aan dat zij niet minder werkdruk ervaren ( Figuur 5). De schoolmaatschappelijk werkers zijn vergeleken met de anderen het meest positief, maar ook van hen geeft slechts 27% aan dat zij minder werkdruk ervaren door het School Zorg Team.
Daarbij zien we dat de respondenten die (helemaal) oneens hebben geantwoord op deze stelling, over het algemeen ook niet verwachten dat hun werkdruk minder zal worden door het School Zorg Team.
Onderzoek School Zorg Teams – Eindrapportage concept
25
Figuur 5. Meningen ten aanzien van de stelling: Door het School Zorg Team ervaar ik minder werkdruk.
Directeur (N = 27)
33%
Intern begeleider (N = 36)
15%
25%
Schoolcontactpersoon van PPO Rotterdam (N = 36)
33%
36%
19%
42%
Schoolmaatschappelijk werker (N = 33)
9%
Wijkteammedewerker-op-school (N = 31)
33%
29% 0%
40%
Helemaal mee oneens
Mee oneens
Niet mee eens/niet mee oneens
Mee eens
17%
3%
31%
19%
6% 3%
30%
21%
6%
19%
6% 3%
80%
100%
42%
20%
11% 7%
60%
Helemaal mee eens
Toch verlichting door een toegenomen gevoel van gezamenlijke verantwoordelijkheid? Ook in de interviews hebben we gevraagd in hoeverre het werken in, en het bestaan van het School Zorg Team voor minder werkdruk zorgt. Interessant was dat een van de professionals aangaf dat de werkdruk niet afneemt, omdat de hoeveelheid werk gelijk blijft, maar dat het werk vanwege het gezamenlijk oppakken van vraagstukken mogelijk wel lichter voelt. Zo noemt een intern begeleider: “Nee, het School Zorg Team maakt het werk niet minder, maar het maakt het werk wel lichter met de schoolmaatschappelijk werker en het wijkteam erbij. Het voelt wel als een verlichting, want je doet het samen. Bij een leerlingpopulatie zoals die van ons vraag ik me ook af of het haalbaar is dat het werk minder wordt. Als het thuis niet goed gaat, gaat het vaak ook niet goed met kinderen op school. Bij ons op school vraagt het stukje welzijn gewoon meer aandacht, dus maakt het een groter deel van je werk uit.” En een schoolmaatschappelijk werker uit een ander team geeft het volgende antwoord op de vraag wat de meerwaarde van het School Zorg Team is: “Met het School Zorg Team werk je aan het ontschotten. We kijken makkelijker bij elkaar in de keuken en leren elkaar kennen. Daardoor ontstaat er ook een groter gevoel van een gedeelde verantwoordelijkheid.